Natuurorganisaties opgelucht: rechter zet streep door stelplaats De Lijn in Wondelgem

Plannen voor grootste stelplaats van vlaanderen opnieuw op losse schroeven.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft een streep getrokken door de omgevingsvergunning voor de nieuwe stelplaats van De Lijn in Wondelgem, Gent. De rechter oordeelt dat de milieu-impact van het project onvoldoende onderzocht werd en dat ook de mogelijke alternatieve locaties niet afdoende in kaart zijn gebracht. De Vlaamse overheid krijgt drie maanden de tijd om te beslissen over een nieuwe vergunning, op basis van een volledig nieuw milieueffectenrapport (MER).

Het ambitieuze project op de site Wissenhage, dat al meer dan tien jaar in de pijplijn zit, moest de grootste stelplaats van Vlaanderen worden. De Lijn had er plannen om een moderne infrastructuur te bouwen voor 120 bussen en 40 trams, waaronder elektrische voertuigen. De site in de Bloemekenswijk moest dienen als draaischijf voor het openbaar vervoer in de regio Gent. Toch is het terrein sinds het begin van de werkzaamheden onderwerp van hevige discussies, juridische procedures en acties van milieuorganisaties.

forse tegenslag

De Raad stelt nu expliciet dat De Lijn een nieuw en grondiger milieueffectenrapport moet opmaken. Daarbij moet ook onderzocht worden wat de gevolgen zijn als de stelplaats er níet komt. Het arrest betekent een forse tegenslag voor De Lijn, dat al aanzienlijke investeringen deed in de voorbereiding van het project. Zo werd er onder meer een trambrug gebouwd die tot vandaag ongebruikt blijft.

Volgens de rechter zijn de tekortkomingen in het huidige MER niet te negeren. Het document zou volgens het arrest belangrijke leemtes bevatten over de impact op de lokale natuur en op het historisch moerasgebied dat door onderzoekers van de Universiteit Gent eerder als “ecologisch waardevol” werd bestempeld. Bovendien werd er volgens de Raad te weinig aandacht besteed aan mogelijke alternatieve locaties voor de stelplaats.

Foto: Pitane Blue – Wondelgem

Met de vernietiging van de vergunning lijkt de toekomst van het megaproject op de site Wissenhage opnieuw onzeker. De bal ligt nu in het kamp van Vlaanderen, dat binnen drie maanden moet beslissen of De Lijn een nieuwe kans krijgt – of dat het dossier definitief in de prullenmand belandt.

De tegenstanders van het project, waaronder lokale bewoners en milieuorganisaties, reageren opgelucht. Advocate Marleen Ryelandt, die enkele van de actiegroepen vertegenwoordigt, noemt de uitspraak “een duidelijk signaal aan De Lijn”. “Ik hoop dat het signaal naar De Lijn nu duidelijk is, dat ze haar alternatieven op vlak van locatie moet heronderzoeken. Maar ook naar de politiek toe: ze moeten nadenken of het wel nog verantwoord is om op die site zo’n grote stelplaats te bouwen,” zegt ze.

groene haven

Ook Laure Devroey van natuurorganisatie BOS+ spreekt van “opluchting en erkenning”. “Wij zijn blij en opgelucht dat de Raad onze standpunten bevestigt: dat De Lijn een grondig en eerlijk alternatief onderzoek moet voorleggen, en de natuurwaarde van het gebied ernstig moet nemen. Het huidig MER schiet op dat vlak tekort, en De Lijn zal haar huiswerk dus moeten overdoen.” Devroey benadrukt dat haar organisatie niet tegen openbaar vervoer is, maar tegen de manier waarop het proces tot nu toe verlopen is. “We beseffen dat de zoektocht naar een locatie voor de stelplaats complex is, maar we weigeren de schijntegenstelling tussen openbaar vervoer en natuur te aanvaarden. Dat is ook het probleem niet, wel dat het proces oneerlijk en onzorgvuldig verloopt. Als je oplossing bestaat uit het betonneren van een laatste groene haven in een dichtbevolkte en natuurarme wijk, dan heb je de oplossing gewoon nog niet gevonden,” aldus Devroey.

juridische strijd

De juridische strijd rond Wissenhage sleept al jaren aan. Eerder was de vergunning al tijdelijk geschorst, wat leidde tot een stillegging van de werkzaamheden. Milieuactivisten bezetten het terrein vier maanden lang en werden uiteindelijk met politiegeweld verwijderd. Kort daarna liet De Lijn alsnog bomen kappen, wat opnieuw tot juridische stappen leidde. Sindsdien liggen de werken volledig stil.

De Vlaamse minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) laat in een eerste reactie weten de beslissing van de Raad “te betreuren”, maar benadrukt dat haar kabinet het vonnis zal bestuderen. Zowel De Lijn als het Gentse stadsbestuur weigeren voorlopig inhoudelijk te reageren. De vervoersmaatschappij verklaart enkel dat ze “het dossier grondig zal analyseren vooraleer verdere stappen te ondernemen”.

Gemeente wil leefbaarheid: Sloterdijk en Amstel profiteren van herinrichting busplatforms

De hoofdstad krijgt de komende tijd flink wat veranderingen op het gebied van touringcarhaltes.

Gemeente Amsterdam en het GVB werken samen aan een herinrichting van opstapplaatsen verspreid over de stad, met als doel de drukte rond toeristische knooppunten beter te verdelen en reizigers meer comfort te bieden. De eerste grote aanpassing vindt plaats bij metrostation Gaasperplas, waar vanaf eind 2025 nieuwe haltes worden geopend. Ook bij andere stations, zoals Holendrecht, Sloterdijk en Amstel, zijn of worden de voorzieningen aangepast.

De nieuwe opstapplaats bij metrostation Gaasperplas moet een belangrijk alternatief worden voor de overvolle haltes in het centrum. Vanaf eind volgend jaar kunnen touringcars daar gebruikmaken van twee nieuwe haltes. Later zullen er meer bijkomen, zodat ook grotere groepen gemakkelijk kunnen worden opgehaald en afgezet. De touringcars bereiken het busstation via de Langbroekdreef, een route die speciaal is ingericht om verkeersdrukte te beperken.

Gaasperplas

Reizigers die vanaf het Centraal Station of station Amstel komen, kunnen met metrolijn 53 rechtstreeks naar Gaasperplas reizen. Voor mensen die liever met de auto of taxi naar de opstapplaats komen, is er een parkeerplaats langs de Loosdrechtdreef waar zij kunnen uitstappen. Volgens de gemeente is er bij de uitgang van het metrostation voldoende ruimte om op de touringcar te wachten. Daarnaast ligt het Campanile hotel op loopafstand, waar reizigers kunnen plaatsnemen voor een kop koffie of gebruik kunnen maken van de toiletten. De hele omgeving rond het Gaasperpark krijgt bovendien in 2026 een opknapbeurt, waarmee het gebied nog aantrekkelijker moet worden voor bezoekers.

Bij station Holendrecht blijft de situatie voorlopig grotendeels gelijk. De twee haltes op het bestaande busplatform blijven in 2026 beschikbaar voor touringcars. Onder het viaduct bij het station zijn enkele parkeerplaatsen waar auto’s en taxi’s kort kunnen stoppen om reizigers op te halen of af te zetten. De gemeente benadrukt dat deze plekken bedoeld zijn voor kort gebruik, zodat de doorstroming goed blijft verlopen.

station Lelylaan

Aan de westkant van de stad zijn de veranderingen al merkbaar. Bij station Lelylaan zijn de twee haltes voor touringcars weggehaald. De reden is dat het GVB deze plekken nu gebruikt om elektrische bussen op te laden. Uit evaluaties blijkt bovendien dat touringcars hier nauwelijks gebruik van maakten. Om die reden zijn vier nieuwe haltes toegevoegd bij station Sloterdijk, op het Piarcoplein. Dit station is volgens de gemeente een logische keuze, omdat het een belangrijk vervoersknooppunt is met directe verbindingen per trein, metro en bus, en betere voorzieningen voor reizigers die even willen wachten.

Ook bij het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen. Sinds begin 2024 zijn er op het verhoogde busplatform achter het Meininger hotel twee haltes voor touringcars beschikbaar. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer touringcars deze locatie weten te vinden. De populariteit leidde ertoe dat er later nog twee extra plekken zijn toegevoegd langs het Julianaplein, voor het station.

kort parkeren

Toch is het Amstelstation niet de ideale plek voor reizigers die met de auto worden gebracht. Er zijn nauwelijks Kiss & Ride-plekken aanwezig, waardoor het afzetten van passagiers vaak voor opstoppingen zorgt. Touringcars die te vroeg arriveren, kunnen tegen betaling kort parkeren langs de Hugo de Vrieslaan, vlak bij het station. Daarmee probeert de gemeente ook overlast in de omliggende straten te voorkomen.

De aanpassingen aan de touringcarhaltes maken deel uit van een bredere strategie om het verkeer in Amsterdam beter te spreiden en de leefbaarheid rond drukke toeristische plekken te vergroten. De komende jaren wil de gemeente blijven investeren in plekken waar reizigers comfortabel, veilig en met voldoende voorzieningen kunnen instappen.

Overname: BS Automatisering krijgt nieuwe eigenaar maar behoudt eigen naam

De Nederlandse softwaregroep Vertical Horizon, onderdeel van Böschen IT Investments, heeft het Udenhoutse bedrijf BS Automatisering overgenomen.

De onderneming, die sinds 1996 actief is, staat bekend als specialist in administratieve en logistieke software voor groepsvervoer, zoals regiotaxi’s en leerlingenvervoer. De overname, begeleid door overnameadviseur Marktlink, past volgens de betrokken partijen naadloos binnen de langetermijnstrategie van Vertical Horizon om te investeren in gespecialiseerde softwarebedrijven met een duidelijke marktpositie en groeipotentieel.

BS Automatisering ontwikkelt sinds bijna drie decennia softwareoplossingen die door tientallen vervoersbedrijven worden gebruikt. Het bekendste product is TaxSys, een platform dat het plannen, beheren en afhandelen van vervoersopdrachten ondersteunt. De software geldt in de sector als betrouwbaar, stabiel en gebruiksvriendelijk. Tot de klantenkring behoren bekende namen als Willemse de Koning, Connexxion, Noot, Munckhof en Brookhuis. In totaal maken ongeveer 75 vervoersorganisaties gebruik van de softwareoplossingen van BS Automatisering.

logische stap

Volgens Matthijs Dessing, CEO van Vertical Horizon, is de overname een logische volgende stap binnen de groeistrategie van het bedrijf. “BS Automatisering heeft een sterke positie in een verticale nichemarkt. De bedrijfskritische software-oplossing voor klanten in de transportsector en groepsvervoer is een aanvulling op onze bestaande oplossingen. Binnen Vertical Horizon en het moederbedrijf Böschen IT Investments is er veel expertise aanwezig over deze sector,” zegt Dessing. “Met deze stap betreden we een nieuwe markt waarin we veel groeipotentieel zien en kunnen we samen met het team van BS Automatisering bouwen aan de volgende ontwikkelfase van de organisatie en haar softwareproducten.”

De overname markeert voor BS Automatisering het begin van een nieuwe groeifase. De oprichters Bart Stroot en Ger van Bree, die het bedrijf in de loop der jaren hebben opgebouwd tot een gevestigde naam binnen de vervoersbranche, blijven de komende jaren nauw betrokken bij de organisatie. Hun rol richt zich met name op kennisoverdracht en de verdere doorontwikkeling van de software en het team. Vertical Horizon zal ondertussen investeren in de versterking van de interne organisatie en de verdere professionalisering van de bedrijfsstructuur.

Foto: vlnr: Bart Stroot – Matthijs Dessing – Ger van Bree

De identiteit van BS Automatisering blijft behouden. Het bedrijf blijft onder zijn eigen naam opereren binnen het netwerk van Vertical Horizon. Die aanpak was voor de oprichters een belangrijk uitgangspunt bij de verkoop. “Voor ons was het belangrijk om een overnamepartner te vinden die begrijpt wat onze klanten nodig hebben en oog heeft voor de continuïteit van BS Automatisering,” zegt Bart Stroot. “De werkwijze van Vertical Horizon sprak ons aan en biedt een solide basis voor de toekomst van BS Automatisering en dus voor onze afnemers.”

Marktlink

De overname werd begeleid door Marktlink, dat al jaren vaste partner is van Vertical Horizon bij het uitvoeren van diens buy-and-buildstrategie. Sven Konijn, dealmaker bij Marktlink, benadrukt dat de samenwerking meer is dan een overname alleen. “BS Automatisering heeft zich ontwikkeld tot een stabiele en betrouwbare softwarepartner binnen het personenvervoer, met een loyale klantenkring. Dankzij de expertise van Vertical Horizon en Böschen IT Investments krijgt BS Automatisering de slagkracht om zich verder te professionaliseren en duurzaam door te groeien. Samen met Vertical Horizon verkennen we actief nieuwe acquisities om deze marktpositie verder uit te bouwen.”

Met deze stap versterkt Vertical Horizon zijn positie binnen het mobiliteitsdomein en voegt het opnieuw een gespecialiseerd softwarebedrijf toe aan zijn groeiende portfolio. Voor de vervoerssector betekent dit dat de software van BS Automatisering met meer middelen en kennis verder kan worden ontwikkeld, terwijl de vertrouwde kwaliteit voor klanten behouden blijft.

Nexperia crisis: Volkswagen dreigt golf productie te stoppen door chiptekort

De chipcrisis bij Volkswagen heeft zich in rap tempo ontwikkeld tot een internationale kwestie die diepe sporen trekt door de Europese auto-industrie.

Het Duitse concern staat aan de vooravond van een productiestop van zijn iconische Golf-model, een scenario dat pijnlijk duidelijk maakt hoe kwetsbaar de mondiale toeleveringsketens zijn geworden. De aanleiding: een nijpend tekort aan essentiële chips van de Nederlandse fabrikant Nexperia, dat in Chinese handen is en sinds kort onder verscherpt toezicht staat van de Nederlandse overheid.

Wat begon als een nationale veiligheidskwestie, heeft zich ontpopt tot een diplomatiek steekspel tussen Nederland, Duitsland en China. Drie weken geleden besloot de Nederlandse regering in te grijpen bij Nexperia, dat sinds 2019 eigendom is van het Chinese technologieconcern Wingtech. Via een speciale wet kreeg Den Haag de mogelijkheid om cruciale bedrijfsbeslissingen van Nexperia te blokkeren of zelfs terug te draaien. De reden voor dit ingrijpen was volgens demissionair minister Karremans van Economische Zaken “ernstige zorgen over het bestuur van het bedrijf”. De Chinese directeur, inmiddels geschorst door de Ondernemingskamer, zou plannen hebben gehad om “productiefaciliteiten, financiële middelen en intellectuele eigendomsrechten” naar het buitenland over te hevelen.

exportverbod

De Chinese reactie liet niet op zich wachten. Peking vaardigde vrijwel onmiddellijk een volledig exportverbod uit op Nexperia-chips, een maatregel die wereldwijd inslaat als een bom. China produceert jaarlijks tientallen miljarden chips, waarvan een aanzienlijk deel wordt gebruikt in de auto-industrie. De plotselinge blokkade zorgt ervoor dat Europese autofabrikanten geen nieuwe leveringen meer ontvangen. Daarmee komt de productie van moderne voertuigen — waarin chips onmisbaar zijn voor onder meer motorsturing, veiligheidssystemen en infotainment — in direct gevaar.

Duitse media schetsen een somber beeld. Het dagblad Bild meldt dat de productie van de Volkswagen Golf al volgende week woensdag moet worden stilgelegd, terwijl Der Spiegel spreekt van donderdag als kritieke datum. Een woordvoerder van Volkswagen bevestigde tegenover de Duitse pers dat “er op korte termijn productieproblemen kunnen ontstaan”, maar benadrukte dat “de huidige productie nog niet is aangetast”. Toch klinkt er in de toon van het concern weinig optimisme. De geruchten over een naderende productiestop worden steeds concreter en hebben de angst binnen de Europese auto-industrie aangewakkerd.

Foto: © Pitane Blue – Volkswagen

Wat resteert is een nerveuze stilte bij de Europese autofabrikanten, die reikhalzend uitkijken naar een oplossing. De komende dagen worden bepalend voor de vraag of diplomatie de impasse kan doorbreken. Mocht dat niet lukken, dan dreigt deze crisis uit te groeien tot een structureel probleem dat niet alleen de productie van auto’s, maar ook de fundamenten van de Europese industrie op losse schroeven zet.

De Duitse overheid bereidt zich ondertussen voor op mogelijke noodmaatregelen. Volgens bronnen in Berlijn is Volkswagen al in gesprek met het ministerie van Arbeid over arbeidstijdverkorting — een regeling die bedrijven in staat stelt personeel tijdelijk minder te laten werken zonder ontslagen te hoeven doorvoeren. Het is een duidelijk signaal dat men rekening houdt met een langdurige verstoring van de productie. Ook is een crisisoverleg gepland tussen vertegenwoordigers van de auto-industrie en de Duitse regering om de gevolgen in kaart te brengen.

patstelling

Aan diplomatieke inspanningen ontbreekt het niet, maar tot nu toe zonder resultaat. Minister Karremans heeft recent overleg gevoerd met zijn Chinese collega, maar dat gesprek leverde geen doorbraak op. De Chinese minister van Handel legde de verantwoordelijkheid terug bij Nederland en stelde dat “de oplossing bij de Nederlandse autoriteiten ligt”. Daarmee lijkt de patstelling compleet, terwijl de gevolgen in Europa steeds groter worden.

De impact van deze crisis strekt verder dan de lopende productielijnen van Volkswagen. Ook andere autofabrikanten vrezen tekorten aan elektronische componenten, wat de Europese industrie opnieuw op scherp zet. Analisten waarschuwen dat dit incident kan leiden tot een herziening van het Europese beleid rond technologische afhankelijkheid van China. Tegelijk wordt de strategische rol van Nexperia — met zijn hoofdkantoor in Nijmegen — steeds duidelijker. Voor Nederland is het een lastige balans tussen economische belangen, werkgelegenheid en nationale veiligheid.

Nieuwe megastalling: plaats voor 5400 fietsen bij Eindhoven Centraal

De langverwachte uitbreiding van de fietsenstallingen bij station Eindhoven Centraal komt een stap dichterbij.

ProRail is op verzoek van de gemeente Eindhoven gestart met de voorbereidingen voor de aanbesteding van een nieuwe ondergrondse fietsenstalling aan de zuidzijde van het station. Het project moet de druk op de huidige stallingscapaciteit verlichten en wordt een belangrijk onderdeel van de grootschalige gebiedsontwikkeling Knoop XL, die de komende jaren het stationsgebied ingrijpend zal veranderen.

De geplande fietsenstalling komt onder het Stationsplein, direct aan de voorzijde van het station. Na oplevering biedt de stalling ruimte aan maar liefst 5.400 fietsen, waarmee het een van de grootste ondergrondse fietsenstallingen van Nederland wordt. De toegang tot de stalling krijgt een moderne en transparante uitstraling, met glazen wanden en een overzichtelijke route voor reizigers.

ondergronds verbinding

Een belangrijke troef van het ontwerp is de ondergrondse verbinding met de bestaande fietsenstalling onder het station. Reizigers kunnen straks eenvoudig oversteken van de noordzijde naar de zuidzijde zonder het drukke Stationsplein te hoeven kruisen. Deze verbinding moet niet alleen het gebruiksgemak vergroten, maar ook bijdragen aan de veiligheid en doorstroming rondom het station.

Volgens Bart Hofsink, projectmanager bij ProRail, is een snelle start van de bouw cruciaal. “De fietsenstalling maakt deel uit van de gebiedsontwikkeling Knoop XL,” legt hij uit. “Aan de zuidzijde van het station wordt de komende jaren intensief gebouwd. Op het Stationsplein verrijzen woontorens van onder andere District E en Lightyards. Het is belangrijk dat de bouw van de fietsenstalling tijdig start, zodat werkzaamheden voor de woontorens niet in de knel komen. Voor de aanleg zijn graafwerkzaamheden nodig op het Stationsplein en de Stationsweg. We willen hier zo snel mogelijk mee beginnen, zodat reizigers snel gebruik kunnen maken van een veilige en comfortabele stalling en de bouwhinder zoveel mogelijk beperkt blijft.”

Foto: Pitane Blue – Eindhoven Centraal

Met de realisatie van de nieuwe ondergrondse fietsenstalling krijgt het drukke stationsgebied van Eindhoven een belangrijke impuls. De combinatie van een moderne uitstraling, een betere doorstroming voor reizigers en een aanzienlijke uitbreiding van de fietsparkeerplaatsen past binnen de ambitie van de stad om het gebied rond het station toekomstbestendig en aantrekkelijk te maken.

De aanbesteding van het project kent nog wel enkele juridische hobbels. Tegen de plannen voor de nieuwe fietsenstalling lopen momenteel twee beroepsprocedures bij de Raad van State. De gemeente Eindhoven wacht al meer dan tweeënhalf jaar op een zittingsdatum. Ondanks deze onzekerheid bereidt ProRail het aanbestedingsdossier alvast voor, in de hoop dat er spoedig duidelijkheid komt.

“Zodra er uitsluitsel is over de beroepen, kunnen we verder,” zegt Hofsink. “We verwachten dat de aanbesteding later dit jaar gepubliceerd wordt en dat de gunning in de loop van 2026 volgt.”

Volgens Hofsink is zorgvuldige samenwerking met de markt een essentieel onderdeel van het proces. “Samen met de gemeente Eindhoven, onze opdrachtgever, stemmen we de risico’s voor aannemers daarin goed af. Goed opdrachtgeverschap is voor ProRail zeer belangrijk en vormt een kernonderdeel van onze manier van werken. Het is niet alleen essentieel voor het realiseren van onze publieke taken, maar ook voor het bouwen aan duurzame relaties met marktpartijen.”

Knoop XL is een grootschalige gebiedsontwikkeling in het hart van Eindhoven, rondom station Eindhoven Centraal. Het project beoogt een transformatie van het huidige kantorengebied tot een levendig, groen en internationaal stadsdeel. Naast woningen en kantoren omvat het plan onder meer:

  • Een vernieuwde stationshal aan de noordzijde
  • Een ondergronds busstation
  • Een fietsenstalling voor meer dan 7.000 fietsen aan de kant van Neckerspoel
  • Aanpassingen aan de spoorindeling ten westen van het station, waaronder de toevoeging van één of twee zijperrons

Vervoersarmoede in partijprogramma’s: effectieve aanpak ontbreekt

Vervoersarmoede komt in veel verkiezingsprogramma’s aan bod, maar effectieve oplossingen blijven uit.

Dit blijkt uit een analyse van mobiliteitsadviesbureau Goudappel, dat beleidsmakers onder meer adviseert over mobiliteitsvraagstukken bij woningbouw. Volgens het bureau zijn veel maatregelen te algemeen en wordt de ruimtelijke inrichting vergeten. “Vervoersarmoede gaat niet alleen over hoe duur een buskaartje is, maar ook over waar woningen en voorzieningen zijn”, aldus Thomas Straatemeier, senior adviseur mobiliteit & ruimte bij Goudappel. Goudappel analyseerde aspecten zoals betaalbaarheid, bereikbaarheid, nabijheid en toegankelijkheid in de verkiezingsprogramma’s. Partijen zoals GroenLinks-PvdA, D66, SP, Volt en ChristenUnie besteden relatief veel aandacht aan vervoersarmoede, terwijl andere partijen het thema nauwelijks benoemen. dure kostenpost Algemene maatregelen zijn ineffectief volgens Straatemeier: “Veel partijen pleiten voor beter ingericht ov én goedkoper ov, maar beide maatregelen kosten geld. Het is slimmer om alleen goedkoper ov aan te bieden aan groepen die dit echt nodig hebben, en het ov alleen daar te verbeteren waar dit het meeste oplevert. Oftewel: concreter te werk gaan.” Daarnaast is er volgens Straatemeier sprake van een paradox op het platteland: “Veel partijen willen dat autorijden goedkoop blijft, vooral op het platteland. Maar dat draagt eraan bij dat voorzieningen daar wegtrekken en bushaltes verdwijnen. Dan ontstaat de vraag: willen we dat het platteland alleen goed bereikbaar is voor automobilisten, of ook voor mensen die met het ov reizen?”

auto-afhankelijkheid Nieuwe woningen bouwen aan dorps- of stadsranden zonder slim ruimtelijk beleid, versterkt die auto-afhankelijkheid, waarschuwt Goudappel. “Een straatje erbij bouwen lijkt slim, maar dit straatje ligt vaak ver van ov en voorzieningen af. Dit zorgt voor meer auto-afhankelijkheid. Als je geen auto hebt, zorgt dit mogelijk voor sociale uitsluiting in de maatschappij. Het is begrijpelijk dat de druk om woningen te bouwen groot is, maar door enkel straatjes erbij te bouwen, creëren we de vervoersarmoede van morgen.”

Foto: © Pitane Blue – bushalte

Volgens Goudappel gaat vervoersarmoede verder dan alleen het platteland. “Ook in steden lopen mensen vast. Dit komt bijvoorbeeld doordat parkeren onbetaalbaar is, nog niet alle voorzieningen in hun wijk aanwezig zijn, of doordat de helft van de werkenden geen reiskostenvergoeding krijgt of op een slecht bereikbaar industrieterrein werkt.” Goudappel adviseert woningbouw en mobiliteitsbeleid niet los van elkaar te zien. “Bouw waar voorzieningen zijn. Dat gebeurt nu te weinig”, benadrukt Straatemeier. Hij noemt het verbod op grote supermarkten buiten de stad als goed voorbeeld van effectief beleid: “Nederland is een van de weinige landen waar veel kleine dorpen nog een supermarkt hebben. Zo kunnen we fietsend of wandelend boodschappen doen, zonder extra kosten.” Ook raadt hij aan om vervoerskosten aan te passen aan regio en doelgroep, zodat hulp terechtkomt bij wie het echt nodig heeft. “In Limburg kunnen mensen met een bijstandsuitkering sinds een paar maanden gratis met het ov reizen. Dit soort maatregelen moeten we in heel Nederland toepassen. Dat werkt veel beter dan gratis ov voor iedereen”, concludeert Straatemeier. over Goudappel Mobiliteitsadviesbureau Goudappel uit Deventer helpt overheden met het maken van keuzes voor een duurzame samenleving waarin iedereen zich prettig kan bewegen. Bij Goudappel werken bijna 300 mobiliteitsexperts met verschillende specialismen: van verkeerskundigen tot softwareontwikkelaars, van modelleurs tot gedragswetenschappers en van parkeerspecialisten tot landschapsarchitecten. 

Strijd om het spoor: Flix wil concurrentie met NS aangaan

Flixtrain richt pijlen op routes tussen Rotterdam en Berlijn.

Het Duitse vervoersbedrijf Flix, bekend van de felgroene langeafstands­bussen die inmiddels een vertrouwd beeld zijn op Europese snelwegen, richt zijn pijlen nu op het Nederlandse spoor. Topman André Schwämmlein bevestigt dat het bedrijf plannen heeft om binnen afzienbare tijd met zijn FlixTrain-treinen in Nederland te gaan rijden. Daarbij belooft hij, geheel in lijn met de formule van het merk, scherpe prijzen en een toegankelijke dienstverlening.

Volgens Schwämmlein past de uitbreiding in een veel groter Europees plan waarbij Flix een belangrijke speler wil worden op het spoor, naast de nationale treinmaatschappijen. Het bedrijf uit München haalde onlangs maar liefst 2,4 miljard euro op bij investeerders, geld dat volgens de topman volledig wordt ingezet voor de uitbreiding van de treinactiviteiten. “Onze nieuwe treinen zullen in veel Europese landen, waaronder Nederland, worden goedgekeurd”, verklaart hij.

Spaanse Talgo

De nieuwe generatie FlixTreinen is besteld bij de Spaanse fabrikant Talgo. In totaal gaat het om 65 langeafstandstreinen die een topsnelheid van 230 kilometer per uur kunnen halen. De bedoeling is dat deze moderne treinen de komende jaren geleidelijk op diverse trajecten in Europa worden ingezet. Ook Nederland staat daarbij nadrukkelijk op de kaart. “We willen het reizen per trein betaalbaar maken, net zoals we dat met onze bussen hebben gedaan”, aldus Schwämmlein.

De Flix-topman benadrukt dat prijsbewust reizen een belangrijk onderdeel van de bedrijfsfilosofie blijft. Als voorbeeld noemt hij de huidige verbinding tussen Amsterdam en Berlijn, waar reizigers een combinatie van Flixbus en Flixtrein kunnen gebruiken voor een bedrag van ongeveer 67 euro. “We zijn doorgaans aanzienlijk goedkoper dan andere aanbieders,” zegt hij. “Op bepaalde trajecten, zoals Berlijn–Frankfurt, rijden we zelfs meerdere keren per dag met regelmatige tussenpozen. Dat laat zien dat we ook in frequentie kunnen concurreren met gevestigde vervoerders.”

Op dit moment rijdt FlixTrain slechts beperkt vanaf de Nederlandse grens, met verbindingen via plaatsen als Arnhem en Venlo. Toch zijn dat volgens Schwämmlein geen volwaardige routes. Reizigers moeten onderweg namelijk overstappen in onder meer Essen of Krefeld. De ambitie ligt daarom duidelijk hoger: het bedrijf wil eigen, directe verbindingen realiseren tussen Nederlandse steden en belangrijke Europese bestemmingen.

Foto: © Pitane Blue – Flixtrain

Met de miljardeninvestering en de komst van tientallen nieuwe treinen lijkt FlixTrain klaar om de strijd aan te gaan met gevestigde namen. Voor reizigers zou dat wel eens kunnen betekenen dat de treinreis tussen Nederlandse en Europese steden binnenkort niet alleen sneller, maar vooral ook een stuk goedkoper wordt.

Hoewel concrete routes nog niet officieel zijn aangekondigd, ligt het voor de hand dat Flix inzet op trajecten zoals Oberhausen–Rotterdam, via Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Twee jaar geleden vroeg het bedrijf al toestemming aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en spoorbeheerder ProRail om tweemaal per dag door Nederland te rijden. Die plannen strandden toen door grootschalige werkzaamheden aan het spoor. De route die ProRail destijds toekende, bleek in de praktijk niet werkbaar, omdat de Flixtreinen tussen Arnhem en Utrecht meerdere keren per rit voorrang moesten verlenen aan NS-intercity’s. “Het resultaat zou een slecht product voor reizigers zijn,” aldus Schwämmlein, die destijds besloot de start uit te stellen.

concurrentie

Toch laat de ondernemer zich niet uit het veld slaan. Hij ziet juist kansen nu er in Nederland en de rest van Europa steeds vaker wordt gesproken over het openstellen van het spoor voor meer concurrentie. “Het is goed voor reizigers als nationale vervoerders zoals NS concurrentie krijgen,” stelt Schwämmlein. “Nu concurreren Europese landen nog met elkaar, maar eigenlijk zouden Europese bedrijven met elkaar moeten concurreren. Als dat lukt, kunnen mensen zich in het hart van Europa veel makkelijker verplaatsen.”

NEA-index 2026 vastgesteld: kosten voor taxivervoer stijgen met 4,1 procent

De jaarlijkse vaststelling van de NEA-index, die de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer weergeeft, laat voor 2026 een gemiddelde stijging van 4,1 procent zien.

Onderzoeksbureau Panteia heeft in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) de cijfers voor 2025 en de raming voor 2026 geanalyseerd. De NEA-index is een belangrijk instrument voor zowel opdrachtgevers als vervoerders in de taxibranche. De uitkomst bepaalt immers vaak de aanpassing van tarieven en contracten in de sector.

Het onderzoek, gepubliceerd in oktober 2025, laat zien dat 2025 werd afgesloten met een totale kostenstijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Daarmee lag de werkelijkheid iets boven de eerdere raming van 4,3 procent. De grootste aanjagers van die stijging waren de loonkosten, hogere verzekeringspremies en een forse toename van de rentelasten.

Voor 2026 wordt een gematigder groei verwacht, maar de kosten blijven oplopen. Vooral de loonkosten en de overgang naar duurzamer vervoer drukken op de marges van de ondernemers.

lonen bepalend

Volgens Panteia stijgen de loonkosten in 2026 gemiddeld met 4,1 procent. Dat komt door een loonsverhoging van 3,5 procent in de nieuwe cao, een extra vakantiedag en een vergoeding voor woon-werkverkeer. De verlaging van de sociale lasten met 0,3 procent biedt slechts beperkt tegenwicht. “De loonkosten blijven de grootste kostenpost voor taxibedrijven, goed voor meer dan 65 procent van de totale uitgaven,” stelt het rapport.

De cao voor de sector, die geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, is volgens het Sociaal Fonds Mobiliteit een belangrijke stap richting betere arbeidsvoorwaarden in een branche die kampt met personeelstekorten. De invoering van de woon-werkvergoeding en een extra vakantiedag moeten bijdragen aan het behoud van chauffeurs.

rente stijgt fors

Opmerkelijk is dat de energiekosten volgend jaar naar verwachting dalen met 4,8 procent. Dat komt deels door de verdere toename van het aantal elektrische taxi’s, dat inmiddels goed is voor 41 procent van het totale wagenpark. Het gebruik van CNG-voertuigen daalt juist verder. De prijs van elektriciteit stabiliseert, terwijl diesel iets goedkoper wordt.

De rentelasten stijgen echter flink, met maar liefst 20 procent. Dat heeft alles te maken met de ontwikkeling van de lange rente, die volgens het Centraal Planbureau hoog blijft. Voor veel ondernemers betekent dat hogere financieringskosten bij de aanschaf van nieuwe voertuigen, zeker nu de overstap naar zero-emissie-auto’s investeringen vergt.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

De NEA-index 2026 zal voor veel vervoerders en gemeenten opnieuw de basis vormen voor de herziening van tarieven in contracten. De stijging van 4,1 procent lijkt gematigd, maar komt bovenop eerdere verhogingen. Voor veel taxibedrijven betekent dat een voortdurende zoektocht naar balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en arbeidsvoorwaarden.

Verzekeringspremies nemen in 2026 naar verwachting met 6,6 procent toe. Stalling en overige vaste kosten bewegen met het algemene prijsniveau mee, rond de 2,3 procent. Onderhoud en reparatie stijgen met 4 procent, mede door hogere materiaalkosten en hogere lonen in de technische sector.

De elektrificatie van de sector zet stevig door. Uit onderzoek van Panteia blijkt dat het aandeel zero-emissievoertuigen in 2025 is gestegen van 28 naar 41 procent. Daarmee groeit het belang van elektriciteitsprijzen in de NEA-index. Het aandeel voertuigen op aardgas is verder teruggelopen tot 4 procent. Zero-emissievervoer is sinds enkele jaren structureel onderdeel van de berekeningen. De bijbehorende investerings- en energieontwikkelingen worden meegewogen in de index, die daardoor steeds beter aansluit op de realiteit van de moderne taxivloot.

kostenstructuur

De totale kostenstructuur binnen het taxivervoer verschuift langzaam. Waar brandstofkosten in belang afnemen, groeit het aandeel vaste lasten zoals rente, verzekering en loonkosten. De gemiddelde kostenverdeling voor 2026 bestaat uit 65,8 procent loonkosten, 8,9 procent afschrijving, 6,5 procent energiekosten, 5,6 procent algemene kosten en kleinere posten voor verzekering, onderhoud en stalling.

Volgens Panteia is bij de berekening van de index geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van congestie. Dat betekent dat eventuele vertragingen of langere rijtijden, bijvoorbeeld door druk verkeer of wegwerkzaamheden, buiten beschouwing zijn gelaten.

D66: Rob Jetten kiest voor minder asfalt en meer spoor in mobiliteitsplan

D66 zet in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 stevig in op een toekomst waarin mobiliteit schoon, slim en sociaal is.

Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

GLOW: viert twintig jaar licht in Eindhoven met jubileumthema ‘The Light’

Jubileumeditie GLOW zet Eindhoven opnieuw in de schijnwerpers.

Eindhoven baadt van 8 tot en met 15 november 2025 opnieuw in licht, want het internationaal geroemde lichtkunstfestival GLOW viert dit jaar zijn twintigste verjaardag. Onder het thema ‘The Light’ verandert de stad, samen met omliggende plaatsen, acht dagen lang in een levend kunstwerk van licht, kleur en emotie. Het jubileum belooft niet alleen een visueel spektakel te worden, maar ook een symbolische ode aan de kracht van licht dat mensen al twee decennia samenbrengt.

GLOW begon ooit als een lokaal initiatief dat de relatie tussen technologie, kunst en mens wilde verkennen. Twintig jaar later is het festival uitgegroeid tot een evenement van wereldformaat dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt. Dit jaar keren kunstenaars uit binnen- en buitenland terug naar de lichtstad om gezamenlijk een lichtroute van vijf kilometer te creëren door het hart van Eindhoven. Bezoekers kunnen zich laten meevoeren langs circa 35 lichtinstallaties die de stad transformeren tot een poëtisch landschap van schaduw en gloed.

lichtkunstwerken

Ook de regio deelt in het feest. In Helmond, Best, Oirschot, Veldhoven en Lieshout zijn diverse lichtkunstwerken te bewonderen. De verlichting start elke avond om 18:30 uur. In Eindhoven en Helmond blijven de kunstwerken zichtbaar tot 23:00 uur, terwijl de andere gemeenten tot 22:00 uur hun lichten laten schijnen. De toegang is volledig gratis, wat volgens de organisatie bijdraagt aan de verbindende gedachte achter het thema. Vanwege de verwachte drukte wordt bezoekers aangeraden met de fiets of het openbaar vervoer te komen.

Het jubileumthema ‘The Light’ vormt het sluitstuk van een artistiek drieluik dat in 2023 begon met ‘The Beat’ en in 2024 werd vervolgd met ‘The Stream’. Waar The Beat draaide om het ritme van de stad en haar bewoners, en The Stream om de vloeiende beweging van verbinding, bundelt The Light alle voorgaande elementen tot één groots geheel. De jubileumeditie belooft een samensmelting van verleden, heden en toekomst te worden, waarin iconische werken uit eerdere jaren opnieuw tot leven komen naast gloednieuwe creaties.

Foto: © Pitane Blue – Dragonfly

De filosofie van GLOW blijft ook in dit feestjaar ongewijzigd: licht is meer dan decoratie, het is emotie, ontmoeting en reflectie. De organisatie grijpt daarbij terug op de woorden van Gerard Philips, die ooit zei: ‘Licht is leven, licht is vreugde, licht is feestelijkheid.’ Die gedachte vormt het hart van GLOW 2025. Licht maakt zichtbaar wat anders verborgen blijft, maar het verwarmt ook, verbindt en inspireert.

Tijdens de jubileumeditie wordt extra aandacht besteed aan de mensen achter de kunstwerken. Niet alleen (inter)nationale kunstenaars krijgen een podium, maar ook lokale bewoners, studenten en zelfs basisschoolkinderen dragen hun eigen creaties bij. Daarmee blijft GLOW trouw aan zijn missie: kunst en gemeenschap samenbrengen. De gevels, daken, pleinen en straten van Eindhoven worden wederom omgetoverd tot verhalen van licht die herinneringen oproepen, emoties raken en bezoekers stil doen staan bij de schoonheid van het moment.

twintigste editie

Volgens de organisatie wordt deze twintigste editie meer dan een festival; het wordt een eerbetoon aan de stad die door de jaren heen synoniem werd met innovatie en licht. “Licht is de kracht die mensen verbindt,” luidt de boodschap van GLOW 2025. En dat is precies wat bezoekers van 8 tot en met 15 november mogen ervaren: een stad die gloeit van warmte, creativiteit en verbondenheid.

Een sfeervolle tekening toont het centrum van Eindhoven bij avond. De silhouetten van bezoekers wandelen langs verlichte gevels en bruggen. Boven hen vormen honderden lichtstralen een zachte gloed die de lucht kleurt in tinten van blauw, geel en paars. In het midden staat het woord GLOW in fonkelende letters, terwijl kinderen met kleine lampjes spelen langs de Dommel. De stad ademt warmte en saamhorigheid – een waar eerbetoon aan twintig jaar licht.