Toekomstbestendige zekerheid: Pitane Link vormt een compleet pakket

Een volledige online workflow voorkomt fouten en technische zorgen.

De volledige digitalisering van de taximarkt nadert snel nu de invoering van de Centrale Database Taxi steeds dichterbij komt. De druk op bedrijven loopt op doordat de eisen voor registratie aangescherpt zijn en ritgegevens niet langer uitsluitend dienen voor administratieve controles. De informatie wordt tevens ingezet voor toezicht op rij- en rusttijden, waardoor taxiondernemers verplicht zijn om volledig, correct en digitaal aan te leveren. De realiteit dat verouderde software, losse modules of systemen die niet naadloos communiceren geen houdbare optie meer vormen, zet veel bedrijven aan tot het zoeken van een toekomstbestendige totaaloplossing. Het streven naar foutloze online verwerking is een cruciaal onderdeel geworden van de dagelijkse bedrijfsvoering.

agendapakket

De belangstelling voor een volledig online workflow rondom Pitane Link groeit daarom snel. Het platform wordt binnen de sector omschreven als een volwaardig, centraal aangestuurd agendapakket dat het gehele proces van ritadministratie beheert. Ondernemers vertellen dat de kracht van het systeem vooral ligt in de manier waarop ritgegevens automatisch worden verwerkt zonder dat hiervoor aanvullende installaties nodig zijn. De functionaliteit draait volledig online, waardoor updates direct beschikbaar komen en bedrijven automatisch blijven voldoen aan de laatste eisen van wetgeving en toezichthouders. De digitale structuur voorkomt dat ritinformatie uiteenvalt over verschillende softwarepakketten en zorgt dat gegevens consistent blijven tussen de planning, de chauffeurs en de centrale administratie.

schaalbaar

Het bedrijf achter Pitane Link geeft aan dat het platform is ontwikkeld om schaalbaar en duurzaam te functioneren in een periode waarin de CDT-vereisten voortdurend kunnen worden aangepast. Omdat de gehele workflow via één centrale omgeving verloopt, behoort het risico op fouten door handmatige tussenstappen tot het verleden. De ritten worden automatisch geregistreerd, gecontroleerd en klaargemaakt voor verzending naar de aangesloten boordapparatuur die door de erkende leveranciers wordt geleverd. Daarbij is van belang dat het bedrijf benadrukt dat het samenwerkt met alle erkende leveranciers voor de aansluiting van Pitane Link op CDT-apparatuur. Dit zorgt ervoor dat taxibedrijven niet gebonden zijn aan een specifiek toestel, maar kunnen kiezen voor de apparatuur die het beste past binnen hun bestaande wagenpark.

Foto: © Pitane Blue – Taxis Pitane Link

Voor veel ondernemers voelt de combinatie van Pitane Link met de keuzevrijheid uit alle erkende leveranciers als een stabiele basis voor de komende jaren.

De betrokken ondernemers die het systeem al gebruiken, wijzen erop dat deze brede samenwerking met erkende leveranciers een zekerheid biedt die elders in de markt vaak ontbreekt. Zij benadrukken dat juist de soepele koppeling tussen het online platform en de CDT-apparatuur voorkomt dat ritgegevens blijven hangen, verkeerd worden aangeleverd of leiden tot extra administratieve druk. De volledige digitale communicatie maakt dat chauffeurs onderweg altijd synchroon lopen met de centrale administratie, waardoor ritinformatie direct beschikbaar blijft voor zowel controle als wettelijke verwerking.

één centraal systeem

Het gebruiksgemak wordt door veel bedrijven geprezen. Ondernemers vertellen dat zij geen technische kennis hoeven te hebben om het systeem correct te laten functioneren. Zodra het online platform is geactiveerd en de erkende CDT-apparatuur in het voertuig is geplaatst, wordt elke rit automatisch vastgelegd, verwerkt en verzonden volgens de geldende normen. De continue ondersteuning vanuit het platform moet ervoor zorgen dat bedrijven voorbereid blijven op toekomstige wijzigingen binnen de CDT-structuur, zonder dat zij zelf actief op zoek moeten naar updates of aanvullende software.

De zekerheid van één werkwijze, één workflow en één centraal systeem biedt volgens gebruikers rust in een periode waarin technologische eisen elkaar snel opvolgen. De overstap naar een volledig online ritregistratie voorkomt onverwachte technische problemen en helpt bedrijven te voldoen aan de strenge verplichtingen die door de overheid zijn ingesteld.

Strijd om luchtkwaliteit: Vlaamse regering drukt op stopknop voor strengere LEZ

Jo Brouns houdt vast aan eigen koers ondanks scherpe kritiek.

De Vlaamse regering heeft de voorbije maanden in alle discretie gewerkt aan de definitieve schrapping van de geplande verstrenging van de lage-emissiezones, een beslissing die woensdag officieel werd bevestigd door minister van Omgeving Jo Brouns. Het dossier hing al sinds september boven de markt, toen de regering in uitvoering van het nieuwe regeerakkoord besliste om de bijkomende beperkingen voor oudere diesel- en benzinewagens vanaf 2026 niet in werking te laten treden. De formele bevestiging van die koerswijziging is nu rond, waarmee de Vlaamse regering het oorspronkelijke plan om dieselwagens met euronorm 5 en benzinewagens met euronorm 2 uit Antwerpen en Gent te weren definitief opbergt.

kritiek

De beslissing komt er ondanks stevige kritiek vanuit juridische hoek. De Raad van State waarschuwde in een officieel advies dat de schrapping volgens het rechtscollege neerkomt op “een aanzienlijke achteruitgang” van de bescherming van zowel de gezondheid als het recht op een gezond leefmilieu. Die achteruitgang is volgens de Raad van State moeilijk te rijmen met het in de Grondwet verankerde standstill-principe, dat bepaalt dat bepaalde grondrechten niet zonder grondige en objectieve verantwoording mogen worden uitgehold. Het advies verwijst ook naar het voorbeeld van het Brussels Gewest, dat eerder door het Grondwettelijk Hof werd teruggefloten en daar wél moet verstrengen.

Ondanks die waarschuwingen houdt de Vlaamse regering vast aan haar nieuwe koers. Minister Brouns verwijst naar het bredere luchtkwaliteitsbeleid dat Vlaanderen de komende jaren wil uitrollen. Hij kondigt tweejaarlijkse evaluaties aan, ingebed in het Luchtbeleidsplan, waarvan de eerste in 2027 zal plaatsvinden. Die evaluaties moeten duidelijk maken of Vlaanderen op schema ligt om de toekomstige, strengere Europese luchtkwaliteitsnormen te halen. Indien dat niet zo is, zullen bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn, gaande van zeer gerichte lokale ingrepen tot algemene Vlaamse maatregelen. Een nieuwe evaluatie in 2029 moet vervolgens uitmaken of verdere bijsturing wenselijk is.

haalbaarheid

Brouns benadrukt dat de lage-emissiezone niet het enige instrument is en blijft voorzichtig optimistisch over de evolutie. “LEZ is maar één instrument”, zegt de minister. “We zorgen ervoor dat de bescherming van de luchtkwaliteit correct en haalbaar blijft, en combineren onze inspanningen met andere maatregelen die voor gezonde lucht zorgen zonder onnodige druk op bewoners en bezoekers van onze steden te zetten.” Met die uitspraak onderstreept hij dat de regering haar beleid wil afstemmen op haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak, zonder volgens hem in te boeten aan ambitie.

Foto: © Pitane Blue – Winkelcentrum Gent Zuid

De oppositie reageert scherp op de beslissing. Vooral Groen uit stevige kritiek en spreekt van een gemiste kans voor de volksgezondheid. Fractievoorzitster Mieke Schauvliege zegt dat de feiten voor zich spreken. “De LEZ werkt”, stelt zij. Ze wijst erop dat de eerste fases van de lage-emissiezones al aantoonbare verbeteringen in de luchtkwaliteit opleverden. Volgens haar tonen wetenschappelijke metingen aan dat die vooruitgang groter wordt naarmate de regels strenger worden. “De eerste fases zorgden al voor een sterke verbetering van de luchtkwaliteit, dat werd wetenschappelijk bewezen. Toekomstige verstrengingen zouden die gezondheidswinst nog vergroten, vooral voor de meest kwetsbare bewoners die in de buurten met de ongezondste lucht wonen. Dat die nu geschrapt worden en dat de regering deze mensen in de steek laat, dat is onbegrijpelijk.” Met die woorden onderstreept ze dat vooral mensen die langs drukke invalswegen en in dichtbevolkte stadswijken wonen, de dupe zouden worden van het uitblijven van strengere regels.

gevaarlijke gok

Tegen de achtergrond van deze botsende visies woedt het debat voort, terwijl de formele schrapping nu zwart op wit staat. De komende jaren zullen uitwijzen of de luchtkwaliteit zich voldoende herstelt en of de regering inderdaad kan vasthouden aan het afbouwen van het LEZ-kader, iets waar minister Brouns voorzichtig naar verwijst. Hij herhaalt dat alle beleidsopties openblijven, maar koppelt dat wel aan de voorwaarde dat de luchtkwaliteit “gunstig blijft evolueren”.

Aan de overkant van het politieke spectrum blijft de overtuiging dat dit een gevaarlijke gok is. De vraag hoeveel marge Vlaanderen nog heeft om Europese luchtkwaliteitsnormen te halen, en welke maatregelen dan werkelijk nodig zullen zijn, blijft de komende jaren een van de meest gevoelige milieudossiers.

Paniek om drones onterecht: beelden tonen politiehelikopter

Onderzoek legt misverstanden bloot rond vermeende dronewaarnemingen.

België wordt al wekenlang meegezogen in een golf van onrust over mysterieuze drones die zouden opduiken boven luchthavens, militaire installaties en andere gevoelige locaties. Terwijl het aantal meldingen bij politie en media dag na dag blijft toenemen, blijkt uit een grondige analyse dat verschillende opvallende video’s die op sociale media en in de pers opdoken, helemaal geen drones tonen. Wat werd voorgesteld als verontrustende beelden van “ongeïdentificeerde vliegende objecten”, blijkt in werkelijkheid het werk van een politiehelikopter of een cargovliegtuig.

Het meest besproken fragment dateert van 4 november, toen Brussels Airport twee keer het vliegverkeer moest stilleggen na meldingen over drones. Een dag later doken er beelden op bij onder meer HLN en Nederlandse media, waarin een “enorme drone” ’s avonds voorbij de luchtverkeerstoren zou zijn gevlogen. In het begeleidende artikel stond zelfs dat de drone “zeer gericht voorbij de luchtverkeerstoren zoefde, die de drone ook goed kon filmen”. De video zou bovendien vanuit die toren zijn opgenomen.

analyse

Die lezing houdt volgens een analyse op geen enkele manier steek. Op het einde van de video verschijnt namelijk de rood opgelichte verkeerstoren in beeld. Dat betekent dat ze onmogelijk vanuit datzelfde gebouw gefilmd kan zijn. Ook de herkenbare silhouetten van terminals A en B, en de zichtbare hangars van de luchtmachtbasis Melsbroek, wijzen allemaal in dezelfde richting: het standpunt ligt veel dichter bij het hoofdgebouw van de luchthaven.

Aan de hand van openbare gegevens van ADS-B Exchange blijkt vervolgens dat een deel van het vluchtpad van de politiehelikopter G16, een McDonnell-Douglas MD-902 Explorer, perfect overeenkomt met de bewegingen die op de bewuste beelden te zien zijn. De helikopter steeg die avond om 21.36 uur op in Melsbroek om een eerdere dronemelding te onderzoeken en landde iets na 22 uur weer. De lichtpatronen, bestaande uit zoeklichten, landingslichten, strobe lights en rode en groene positielichten, passen bovendien exact bij wat op de video zichtbaar is.

Woordvoerster An Berger van de federale politie bevestigt dit zonder omwegen. Zij zegt: “Het gaat wel degelijk om de G16, een zwarte politiehelikopter van de Directie Luchtsteun van de Federale Politie, die op deze beelden te zien is. De G16 was toen opgestegen naar aanleiding van de melding van een ongeautoriseerde drone boven de luchthaven.”

In de Vlaamse media verschenen de voorbije weken, naast berichtgeving over waargenomen drones, ook verschillende beelden die als gefilmde dronevluchten werden voorgesteld.

Ook bij HLN werd intussen teruggekomen op de eerdere berichtgeving. Hoofdredacteur Dimitri Antonissen reageert: “We hebben de beelden van Zaventem via een hooggeplaatste – en ons bekende – bron binnen de veiligheidsdiensten ontvangen. Onze bron bevestigde nogmaals dat er op het moment dat de beelden gemaakt werden, geen politiehelikopter in de nabijheid was. In de daaropvolgende dagen is er een verdere analyse op de beelden gebeurd. Daaruit blijkt nu volgens dezelfde hooggeplaatste bron dat mogelijke verwarring toch niet uitgesloten kan worden. Reden waarom we de beelden momenteel offline hebben gehaald.”

De verwarring bleef zich ook op andere dagen en locaties herhalen. Op 5 november werden in Heverlee beelden verspreid van een fel licht boven het militair kwartier Cdt de Hemptinne. Zowel ROBtv als HLN brachten de video. ROBtv sprak voorzichtig over “een object gefilmd in de lucht”, maar buurtbewoners waren overtuigd dat het om een drone ging. Uit analyse blijkt echter opnieuw dat de politiehelikopter G16 daar op dat moment rondcirkelde. Zowel het herkenbare geluid van een MD-902 als de vluchtgegevens bevestigen dat de helikopter die avond tussen 18.50 uur en iets na 19 uur langdurig boven Heverlee actief was na een eerdere melding.

voorzichtig

De redactie van ROBtv benadrukt dat ze voorzichtig formuleerden. Hun hoofdredacteur verklaart: “In de begeleidende tekst hebben we het altijd gehad over een ‘object’ dat waargenomen is. Op meerdere plaatsen op onze kanalen, online en op tv, hebben we expliciet vermeld dat het niet zeker is dat het om een drone gaat.”

Op 6 november volgde een derde geval, opnieuw in de buurt van Brussels Airport. HLN toonde beelden van lichten aan de nachtelijke hemel, dit keer in Melsbroek. Geolocatie wijst echter uit dat de video in Humelgem werd gemaakt, en de zichtbare lichtpatronen – waaronder een opvallende gele driehoek op de staart – passen exact bij een landend cargovliegtuig van DHL, dat op Brussels Airport een grote hub heeft.

De conclusie van deze reeks analyses, gebaseerd op geluids- en beeldonderzoek, geolocatie, openbare vliegradardata en bevestigingen van officiële instanties, is duidelijk: de vijf gecheckte video’s van 4, 5 en 6 november tonen geen drones. In twee gevallen ging het telkens om dezelfde politiehelikopter die juist op zoek was naar drones. In het derde geval ging het om een cargovliegtuig dat op weg was naar de luchthaven.

De bewering dat deze beelden drones zouden tonen, wordt daarom als onwaar beoordeeld. 

Onderzoek: Airbus in de problemen door gevaarlijke softwarefout in populaire A320

Duizenden vluchten in de knel na alarmerende waarschuwing Airbus.

Vliegtuigbouwer Airbus is in allerijl begonnen met een wereldwijde operatie om een softwarefout in ruim zesduizend toestellen van het type A320 te verhelpen. De fabrikant bevestigt dat bepaalde systemen aan boord onder uitzonderlijke omstandigheden plotselinge hoogteverliezen kunnen veroorzaken. De ontdekking heeft geleid tot zenuwachtige reacties bij luchtvaartmaatschappijen die zwaar leunen op het populaire toestel, dat wereldwijd geldt als een van de meest gebruikte verkeersvliegtuigen voor korte en middellange afstanden.

incident

De aanleiding voor de haastige actie ligt bij een incident dat zich eind oktober in Florida voordeed. Een toestel van JetBlue Airways werd naar eigen zeggen geconfronteerd met een “plotselinge en hevige zonnestorm”, waarna de piloten besloten tot een noodlanding. Volgens Airbus heeft een intern onderzoek uitgewezen dat intense zonnestraling in staat is om cruciale data te verstoren die direct invloed hebben op de besturing van een A320. De fabrikant legt uit dat het gaat om gegevens die door het vluchtsysteem ELAC worden verwerkt. Dat systeem is verantwoordelijk voor het overbrengen van de commando’s van de cockpit naar de stuurvlakken op zowel de vleugels als de staart.

Foto: © Pitane Blue – Lufthansa – A320

Airbus benadrukt dat het probleem niet alleen in de software zit. De meeste toestellen kunnen volgens de fabrikant relatief eenvoudig worden bijgewerkt via een snelle update op de grond, die vanuit de cockpit kan worden uitgevoerd. Maar bij naar schatting duizend vliegtuigen is vervanging van bepaalde boordcomputers noodzakelijk. Dit is een ingrijpender ingreep die uitsluitend in een werkplaats kan plaatsvinden. De fabrikant waarschuwt dat dit proces mogelijk leidt tot vertragingen en verstoringen op luchthavens over de hele wereld.

vluchtschema’s

Verschillende maatschappijen hebben inmiddels bevestigd dat hun vluchtschema’s worden beïnvloed. De prijsvechter Wizz Air liet weten dat “sommige vluchten dit weekend al worden gewijzigd of geannuleerd”. Air France schrapte volgens berichten in de Franse krant Le Parisien meer dan dertig vluchten. American Airlines en Air India zeggen eveneens dat aanpassingen in hun roosters onvermijdelijk zijn. EasyJet en Air Asia, die beide met grote A320-vloten werken, bestuderen op dit moment de impact van de noodzakelijke updates op hun dagelijkse operatie.

KLM vormt een opvallende uitzondering. De maatschappij laat aan de NOS weten dat haar eigen vliegtuigen geen last hebben van het probleem. Volgens de luchtvaartmaatschappij gebruiken de toestellen andere software en “kunnen deze gewoon veilig blijven vliegen”. Daarmee lijkt het Nederlandse bedrijf voorlopig buiten schot te blijven in een kwestie die een groot deel van de internationale luchtvaart in onzekerheid brengt.

ELAC

Het Amerikaanse persbureau Reuters meldde dat het probleem volledig te herleiden is tot het ELAC-vluchtsysteem. De documenten waarover het persbureau beschikt, bevestigen dat het systeem onder extreme zonnestraling onjuiste informatie kan doorgeven. Dat maakt het noodzakelijk om zowel software als hardware te controleren en waar nodig te vervangen. De situatie heeft geleid tot grote druk op Airbus, dat met man en macht werkt aan een oplossing om het vertrouwen van piloten en luchtvaartmaatschappijen te herstellen.

Politiek draait aan fiscale knoppen: nieuwe regeling houdt bijtelling lager

Youngtimerregeling wordt duurder om korting te financieren.

De beslissing van de Tweede Kamer om de stijging van de bijtelling voor elektrische auto’s af te remmen, zorgt voor een opvallende draai in het fiscale beleid rond elektrisch rijden. Kamerleden Pieter Grinwis van de ChristenUnie en Henk-Jan Oosterhuis van D66 hebben met hun amendement een maatregel door het parlement gekregen die de snelle toename van de bijtelling vanaf 2026 moet temperen. De regeling, die onderdeel is geworden van het Belastingplan 2026, houdt de bijtelling volgend jaar op 18 procent voor de eerste 30.000 euro cataloguswaarde. Daarmee wordt voorkomen dat het percentage in één klap zou worden verhoogd naar het algemene tarief van 22 procent.

amandement

De indieners van het amendement benadrukten eerder dat zonder ingreep elektrische rijders harder zouden worden geraakt dan bezitters van conventionele auto’s. Zij waarschuwden dat kleine elektrische modellen, die nu al kampen met hogere aanschafkosten, onevenredig de dupe zouden worden. In hun toelichting schreven zij dat hun voorstel ervoor moet zorgen dat «elektrische auto’s (EV’s) in één klap de facto zwaarder worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineauto’s» wordt voorkomen. De kern van hun boodschap was dat een geleidelijke aanpak noodzakelijk is om het gebruik van elektrische voertuigen aantrekkelijk te houden. Volgens het aangenomen amendement gaat de bijtelling daarom in 2027 naar 20 procent en pas vanaf 2028 naar 22 procent, maar alleen voor de eerste 30.000 euro cataloguswaarde van elektrische auto’s. De regeling blijft voor nieuw toegelaten auto’s die in 2026 onder deze aangepaste tarieven vallen gedurende zestig maanden gelden.

draagvlak

De steun voor dit voorstel kwam van acht fracties. GroenLinks-PvdA, de Partij voor de Dieren, DENK, Volt, D66, de ChristenUnie, de SGP en het CDA stemden voor, waardoor het amendement voldoende draagvlak kreeg. De overige fracties stemden tegen. Omdat de wijziging onderdeel werd van het bredere Belastingplan 2026, werd ook gekeken naar het lot van dat wetsvoorstel. Uiteindelijk stemden onder meer 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, de VVD, BBB, JA21 en de PVV voor het Belastingplan 2026. Zodra ook de Eerste Kamer haar akkoord geeft, wordt de aanpak definitief.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Het geheel vormt een politiek compromis waarin stimulering van elektrisch rijden, het behoud van fiscale voordelen en het aanpassen van verouderde regelingen samenkomen. Voor automobilisten en werkgevers verandert er de komende jaren veel, maar dankzij dit besluit blijft de overgang naar volledig elektrisch rijden voorlopig financieel aantrekkelijker dan eerder was voorzien.

Het amendement bevatte daarnaast een opmerkelijke ingreep in de youngtimerregeling, die al jaren populair is onder automobilisten die een oudere, maar fiscaal gunstige auto van de zaak rijden. De huidige regeling kent een bijtelling van 35 procent van de waarde in het economische verkeer voor auto’s ouder dan vijftien jaar, een systeem dat gul uitpakt bij voertuigen met een lage dagwaarde. De indieners stellen dat deze regeling moet worden versoberd om de kosten van de lagere bijtelling voor elektrische voertuigen te dekken. In de toelichting staat letterlijk dat de indieners «voorstellen de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar». Ze benadrukken dat deze «geleidelijke versobering» eigenaren een jaar de tijd biedt om «hierop desgewenst te anticiperen». De verhoging van de leeftijdsgrens moet volgens hen bovendien bijdragen aan de vergroening van het Nederlandse wagenpark.

belastingplan 2026

In de technische toelichting maken Grinwis en Oosterhuis duidelijk dat hun wijzigingsvoorstel nauw samenhangt met de aanpassingen binnen het Belastingplan 2026. Ze stellen dat enkele technische onderdelen uit de oorspronkelijke wet achterhaald worden door het verlengen van de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s. Hun uitleg luidt dat «als echter de looptijd van de korting op de bijtelling wordt verlengd, het ook nodig is dat een aantal van de in dit wetsvoorstel opgenomen technische wijzigingen niet worden doorgevoerd». Het amendement schrapt daarom diverse passages die betrekking hadden op de eerdere plannen van het kabinet om de kortingsregeling per 2026 volledig te beëindigen. Wat na 2028 moet gebeuren, laten de indieners bewust over aan een volgend wetsvoorstel, iets wat zij toelichten met de woorden dat die wijzigingen «relatief veel» zijn en beter afzonderlijk kunnen worden behandeld.

Van haarlem tot Middenmeer: Noord Holland zet alles op mega netwerk van mobiliteitshubs

Provincie belooft duidelijk netwerk dat reiziger direct moet herkennen.

De provincie Noord-Holland zet de komende jaren stevig in op een toekomstbestendig netwerk van mobiliteitshubs dat het reizen met openbaar vervoer en deelvervoer eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. De plannen, die zich inmiddels in verschillende stadia van uitvoering bevinden, moeten zorgen voor een betere bereikbaarheid van steden, dorpen en natuurgebieden. De provincie benadrukt dat dit nieuwe netwerk reizigers meer gemak en overzicht moet bieden, doordat trein, bus, fiets, auto en diverse vormen van deelvervoer op één plek samenkomen. Volgens de provincie is dit de sleutel om meer mensen te verleiden de auto te laten staan en over te stappen op duurzamere vervoersopties.

De mobiliteitshubs worden ontwikkeld als knooppunten waar reizigers makkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Elke hub krijgt zijn eigen kenmerken, maar een ding staat vast: alle hubs vormen samen een herkenbaar en samenhangend netwerk. Vanuit de provincie wordt niet alleen financieel bijgedragen aan de realisatie van deze knooppunten, maar worden gemeenten ook inhoudelijk geholpen met de zogenoemde handreiking businesscase mobiliteitshubs. Deze handreiking helpt gemeenten inzicht te krijgen in de kosten, baten en de rolverdeling bij de ontwikkeling van een hub. Daardoor worden lokale plannen beter onderbouwd en wordt de uitvoering een stuk toegankelijker, zo stelt de provincie.

regiohub

Aan de zuidkant van Haarlem, op de drukke kruising van de Schipholweg (N205) en de Europaweg, verrijst de komende jaren een van de grootste projecten binnen dit netwerk. De regiohub Haarlem Nieuw-Zuid krijgt acht (metro)bushaltes, 2.250 fietsparkeerplekken en een groot plein waar ruimte komt voor winkels en horeca. De eerste werkzaamheden zijn in september van start gegaan en volgens de planning moet het knooppunt medio tot eind 2028 klaar zijn. Met deze hub wil de provincie een belangrijke schakel creëren tussen de stad, de regio en de vele reizigers die dagelijks langs deze route komen.

Ook de regiohub Crailo, gelegen tussen Blaricum, Laren en Hilversum, is in ontwikkeling. Hier wordt gewerkt aan een reeks verbetermaatregelen die het reizen straks comfortabeler moeten maken, waaronder de uitbreiding van de fietsenstalling, betere toegankelijkheid en verbeterde verlichting rondom het gebied. De oplevering van deze aanpassingen staat gepland voor eind 2025 tot begin 2026. De provincie ziet deze hub als een strategische plek om reizigers in het Gooi beter te bedienen.

Met deze reeks ontwikkelingen groeit het aantal locaties dat zich tot mobiliteitshub ontwikkelt snel. Het doel dat de provincie voor ogen heeft, is een betrouwbaar, herkenbaar en effectief netwerk van overstapplekken dat de bereikbaarheid van Noord-Holland sterk verbetert en het reizen voor iedereen eenvoudiger maakt.

Verder naar het noorden, in de Kop van Noord-Holland, wordt gewerkt aan de zogenoemde Mobipunten. Deze hubs worden de komende tijd omgebouwd naar de landelijke huisstijl, zodat reizigers ze sneller herkennen als onderdeel van het bredere netwerk. Verschillende Mobipunten krijgen bovendien extra voorzieningen, waaronder elektrische auto’s en fietsen als nieuwe vormen van deelmobiliteit. Een doorontwikkeling die volgens de provincie past bij de toenemende vraag naar flexibele vervoersopties in dit deel van de provincie.

In Purmerend wordt ondertussen gewerkt aan de plannen voor hub Waterlandkwartier. De gemeente wil naast het station een nieuwe woonwijk realiseren waar ook ruimte komt voor kantoren, winkels en plekken voor recreatie. De provincie ondersteunt de gemeente bij het ontwerp van een hub die goed aansluit op deze verstedelijking. Dat betekent onder meer voldoende ruimte voor fietsparkeren en de inzet van deelvervoer dat past bij de toekomstige bewoners en bezoekers.

regionaal netwerk

Langs de A1 ligt de regiohub Muiden, ook wel P+R Muiden genoemd. Deze plek is strategisch gepositioneerd tussen twee toekomstige woonwijken: de Krijgsman in het noorden en de Bloemendalerpolder in het zuiden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor deze locatie een bijdrage van zeven miljoen euro toegezegd om het aantal parkeerplekken fors uit te breiden. De provincie spreekt de hoop uit om dit in de komende jaren daadwerkelijk te kunnen realiseren, zodat meer reizigers kunnen overstappen op het openbaar vervoer.

Binnen de Gooi- en Vechtstreek wordt de hubstrategie Gooicorridor verder uitgewerkt. Deze strategie richt zich op de ontwikkeling van dertien hubs die gezamenlijk een sterk regionaal netwerk moeten vormen. Volgens de provincie start de uitvoering hiervan in 2026, in samenwerking met de provincie Utrecht. Hiermee moet een fijnmazig netwerk ontstaan dat aansluit op de dagelijkse reizigersstromen in deze regio.

Tot slot wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de hub Middenmeer-Zuid. Hier begint binnenkort een participatietraject waarbij inwoners en andere gebruikers kunnen meedenken over de uiteindelijke invulling van deze hub. De provincie wil dat de stem van de omgeving een belangrijke rol speelt, zodat de hub straks daadwerkelijk aansluit op de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken.

Juridische strijd laait op: Amsterdam wil fatbikes uit parken weren

Amsterdam wil fatbikes weren uit de drukste parken van de stad en ziet het Vondelpark als eerste proefgebied voor een maatregel die al jaren onderwerp van discussie is.

De irritatie over de snelle, brede fietsen loopt op, maar tot nu toe bleek ingrijpen juridisch lastig. Verkeerswethouder Melanie van der Horst kiest nu voor een route die eerder succesvol bleek bij het weren van de bierfiets: een beroep op een artikel uit de algemene plaatselijke verordening. Daarmee kan de gemeente zelf optreden op plekken waar veel overlast en gevaarlijke situaties worden gemeld. De wethouder benadrukt dat het verbod zich specifiek richt op fatbikes met banden breder dan zeven centimeter en dat het Vondelpark naar verwachting in het voorjaar van 2026 het eerste gebied wordt waar de maatregel ingaat, nadat de stadsdelen zijn gehoord en de gemeenteraad heeft ingestemd.

Melanie van der Horst zegt al jaren berichten en petities binnen te krijgen van Amsterdammers die aangeven dat zij zich niet meer veilig voelen. Zij zegt: “We vragen het Rijk al drie jaar om maatregelen om fatbikes aan te kunnen pakken. Ondertussen zijn de problemen de afgelopen jaren alleen maar erger geworden. Het is nu tijd om naar onorthodoxe maatregelen te kijken.” Volgens haar kan “iedereen zien” dat fatbikes duidelijk afwijken van gewone elektrische fietsen. Zij wijst daarbij op de veel bredere banden, het zwaardere frame en het feit dat veel modellen vooruitkomen zonder dat de berijder hoeft te trappen.

ongevallen

Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt dat het aantal spoedeisendehulpmeldingen na ongevallen met fatbikes de afgelopen jaren sterk is gestegen. In de eerste helft van 2025 registreerden ambulancediensten in Amsterdam 241 slachtoffers op e-bikes, van wie ten minste 103 op een fatbike reden. Dat is volgens de gemeente een zorgelijke ontwikkeling die mede het gevolg is van de huidige landelijke wetgeving. Het ministerie van Infrastructuur houdt al jaren vol dat gemeenten binnen de categorie e-bikes geen onderscheid mogen maken. Daardoor konden steden nauwelijks gerichte maatregelen treffen, wat leidde tot een impasse tussen lokale overheden en het Rijk.

De aangekondigde koerswijziging in Amsterdam staat niet op zichzelf. In Enschede werd eerder dit jaar bekend dat ook daar wordt gekeken naar de apv om fatbikes uit winkelstraten en horecagebieden te weren. Het verbod is nog niet ingevoerd, maar leidt al tot discussie. Hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer benadrukt dat een verbod juridisch gedetailleerd moet worden omschreven en waarschuwt dat nauwkeurige definities nodig zijn. Brouwer zegt: “Denk aan bandenmaat, framevorm, aandrijving. En het verbod mag ook niet botsen met Europese grondrechten.” Hij stelt dat dit in de praktijk vaak tot problemen leidt en dat het ook in Amsterdam nog moet blijken of de maatregel juridisch standhoudt.

Foto: Melanie van der Horst – wethouder Verkeer, vervoer en luchtkwaliteit in Amsterdam.

Demissionair minister Robert Tieman begrijpt waarom Amsterdam nu doorpakt. Hij zegt: “Het is zeer begrijpelijk dat de gemeente Amsterdam alles uit de kast trekt om fatbikes te weren.” Volgens hem veroorzaken fatbikes geregeld onveiligheid en overlast, variërend van te hard rijden tot het lastigvallen van vrouwen. Tegelijk wijst hij op drie wetenschappelijke onderzoeken waaruit zou blijken dat een aparte landelijke categorie voor fatbikes geen zin heeft, omdat fabrikanten de voertuigen eenvoudig kunnen aanpassen zodat zij formeel gelden als gewone e-bikes. Daarom zet hij in op een helmplicht voor alle e-bikes, extra handhaving en mogelijk een keurmerk of minimumleeftijd.

De gemeente Amsterdam benadrukt dat het niet om een totaalverbod gaat. Het Vondelpark is gekozen vanwege de combinatie van brede paden en grote drukte, met voetgangers, sporters en spelende kinderen die zich soms verrast zien door snelle fatbikes. De ambulancedata tonen aan dat in het park relatief veel ongelukken plaatsvinden; in september moest zelfs een traumahelikopter landen na een botsing tussen een voetganger en een fatbike. Na invoering volgt een evaluatie, waarna wordt bekeken of andere plekken in aanmerking komen.

De urgentie stijgt door meldingen van aanrandingen in verschillende parken, waarbij vrouwen tijdens het hardlopen op de billen werden geslagen door jongens op fatbikes. In april stond de teller op veertig meldingen. De incidenten vonden vooral plaats in het Rembrandtpark, maar ook in het Vondelpark, Erasmuspark en Flevopark.

helmplicht

Het kabinet stelde deze zomer voor om een helmplicht in te voeren voor kinderen op alle e-bikes, maar die gaat pas in 2027 in. Vanaf 2026 mogen gemeenten wel experimenteren met een maximumsnelheid van twintig kilometer per uur op fietspaden en onderzoeken of vrachtfietsen, vanwege hun gewicht en snelheid, naar de rijbaan kunnen worden verplaatst.

TOMP-API: steun van Maas Alliance moet standaard naar hoger niveau tillen

De aankondiging van de oprichting van de nieuw geregistreerde non-profitorganisatie House of TOMP heeft de mobiliteitswereld deze week in beweging gebracht.

De initiatiefnemers spreken van een volgende stap in de verdere groei van open standaarden binnen de Europese mobiliteitsmarkt. De organisatie richt zich volledig op het ondersteunen van de ontwikkeling, toepassing en bekendheid van de TOMP-API, een technische standaard die de communicatie tussen vervoersaanbieders en MaaS-aanbieders stroomlijnt. Volgens de initiatiefnemers moet deze structuur ertoe leiden dat reizigers eenvoudiger kunnen plannen, boeken en betalen binnen één geïntegreerd platform.

fundament

Het uitgangspunt van de TOMP-API is dat verschillende mobiliteitsdiensten zonder haperingen gekoppeld kunnen worden, waardoor een reiziger niet telkens opnieuw hoeft over te stappen op andere apps of informatiesystemen. Door één uniforme specificatie kunnen vervoerders, deelmobiliteitsaanbieders en platforms makkelijker met elkaar communiceren. In de eigen woorden van de initiatiefnemers maakt de TOMP-API het mogelijk dat reizigers “kunnen plannen, boeken, betalen voor verschillende reismodi, toegang krijgen tot informatie over diverse vervoersopties en in één omgeving contact opnemen met de klantenservice”. Deze letterlijke omschrijving vormt al jaren de kern van het gedachtegoed achter de standaard en krijgt met de oprichting van House of TOMP een steviger organisatorisch fundament.

bundeling

De technische doorontwikkeling van de API blijft in handen van de open-sourcegemeenschap binnen de TOMP-Werkgroep (TOMP-WG). Die werkgroep onderhoudt de specificatie en zorgt dat deze actueel blijft in een snel veranderende mobiliteitsmarkt. House of TOMP krijgt een andere rol. De organisatie moet alle partijen bijeenbrengen die de API niet alleen gebruiken, maar samen verder willen brengen. Door die bundeling, zo stellen de initiatiefnemers, kan de standaard zich ontwikkelen tot een breed gedragen Europees instrument dat de interoperabiliteit tussen mobiliteitsdiensten versterkt.

Illustratie: Pitane Blue – TOMP-API

De MaaS Alliance staat expliciet achter het initiatief en ondersteunt de ambities van House of TOMP. Volgens de initiatiefnemers moet de organisatie een krachtige pleitbezorger worden van open en neutrale Europese standaarden. Zij benadrukken dat de experts van de nieuwe organisatie zullen bijdragen aan relevante standaardisatieprojecten en initiatieven, altijd met het oog op de Europese strategie voor duurzame mobiliteit en open distributie. De verwachting is dat deze gezamenlijke inzet een impuls geeft aan de verdere uitbouw van MaaS-ecosystemen waarin consumenten toegang hebben tot een breed scala aan vervoersopties via één kanaal.

non-profit

Het eerste jaar staat volledig in het teken van het vormen van een solide bestuursstructuur en het opstarten van de non-profit. De initiatiefnemers geven aan dat zij de komende maanden alle partijen die de TOMP-API al toepassen actief zullen benaderen om samen een sterke gemeenschap te bouwen. Daarbij is het duidelijk dat de nieuwe organisatie vanaf het begin wil inzetten op een breed en representatief ledenveld. Met deze oproep opent House of TOMP de deur voor bedrijven, organisaties en instellingen die het belang van een open, toekomstbestendige digitale mobiliteitsinfrastructuur delen.

De oprichting van House of TOMP markeert daarmee een nieuw hoofdstuk voor partijen die al langer werken aan transparantie, interoperabiliteit en eenvoud binnen de Europese mobiliteitsketen. De komende maanden moeten uitwijzen hoe snel de gemeenschap zich ontwikkelt en welke rol de organisatie zal spelen in de verdere standaardisatie van MaaS-systemen binnen Europa. Voor nu lijkt het enthousiasme groot en de ambitie helder: een stevigere verankering van de TOMP-API en een solide basis voor open mobiliteitstoepassingen die voor iedere reiziger toegankelijk zijn.

Alarm om personeelstekort: duizenden bellers krijgen niemand aan de lijn

De noodcentrales in Vlaanderen kampen met een nijpend personeelstekort waardoor duizenden dringende oproepen niet worden opgenomen.

Burgemeesters, parlementsleden en medewerkers van de centrales zelf trekken aan de alarmbel nu blijkt dat het tekort steeds urgenter wordt en dat burgers daardoor soms geen gehoor vinden wanneer elke seconde telt. Burgemeester Tim De Knyf uit Sint-Lievens-Houtem duidt bij de nieuwsdienst VRT NWS dat hij deze zomer signalen kreeg van inwoners dat hun oproepen onbeantwoord bleven. Hij vroeg daarop officiële gegevens op en zag zijn vrees bevestigd. 

De Knyf zegt dat vooral de zomermaanden er bovenuit steken. Volgens hem kwamen er in juni, juli en augustus zo’n 70.000 oproepen binnen bij de Oost-Vlaamse noodcentrale, waarvan er ongeveer 17.000 zonder antwoord bleven. Dat is bijna een kwart van alle oproepen. Hij benadrukt dat de problemen niet beperkt blijven tot het vakantieverlof. Ook buiten de drukke maanden blijft volgens hem gemiddeld ongeveer 15 procent van alle oproepen onbeantwoord. Hij noemt dat onaanvaardbaar, zeker omdat het probleem al veel langer speelt en structurele oplossingen uitblijven. In een interview op Radio 1 zei hij hierover dat veiligheid een kerntaak van de overheid moet zijn en dat het onbegrijpelijk is dat er bijna twee jaar na eerdere waarschuwingen nog steeds geen oplossing is.

oproepen

Bij de Antwerpse 112-centrale bevestigt medewerker Jan Deby in de dagelijkse nieuwspodcast van VRT NWS de ernst van de situatie. Hij vertelt dat het heel regelmatig voorkomt dat oproepen niet kunnen worden beantwoord. Deby legt uit dat vooral het personeelstekort aan de basis ligt van de problemen. In de dagelijkse nieuwspodcast Het Kwartier zegt hij dat de meeste centrales kampen met tekorten die schommelen tussen 25 en 50 procent. 

In Antwerpen zouden ze volgens hem eigenlijk met zeven mensen moeten werken, maar hij geeft aan dat ze blij mogen zijn als ze met vier zijn. Hij verklaart dat hij onlangs zelfs helemaal alleen zat. De hoge werkdruk laat zich daarbij hard voelen. Deby zegt dat medewerkers shiften draaien van twaalf uur zonder pauze. Volgens hem doen ze er alles aan om elke oproep zo snel mogelijk te beantwoorden, maar door de constante druk blijft er meestal geen tijd over om terug te bellen naar mensen die geen gehoor kregen. Hij zegt dat dat uitzonderingen zijn en dat er altijd mensen in de wachtrij staan.

Ook op federaal niveau groeit de bezorgdheid. Groen-Kamerlid Matti Vandemaele vroeg cijfers op bij minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin en spreekt van dramatische personeelstekorten. Uit de gegevens blijkt dat vijftien procent van de vacatures vandaag openstaat, al ligt de onderbezetting in bepaalde shiften veel hoger. Er zijn volgens Vandemaele uitschieters waarbij er maar twee mensen aan de slag zijn terwijl er zes nodig zijn. Hij benadrukt dat een telefonist in normale omstandigheden ongeveer honderd oproepen per shift behandelt, maar dat dit aantal nu soms oploopt tot honderdvijftig. Vandemaele zegt dat wie het nummer 101 belt in sommige situaties bijna van geluk mag spreken als er nog iemand opneemt. Hij waarschuwt dat het werk daardoor sneller en minder zorgvuldig uitgevoerd moet worden, wat bij noodsituaties gevaarlijke gevolgen kan hebben. Hij zegt dat een gemiste oproep letterlijk het verschil kan betekenen tussen leven of dood.

opleiding

Vandemaele pleit voor maatregelen die de job opnieuw aantrekkelijk moeten maken en vraagt om een versnelde opleiding van nieuwe krachten. Hij vindt dat de situatie zo urgent is dat elke dag uitstel schade berokkent. Burgemeester De Knyf sluit zich daarbij aan en zegt dat er dringend meer rekruten en opleidingen nodig zijn. Volgens hem kan men niet volhouden dat daarvoor twee jaar nodig is. Hij zegt dat hij geen slachtoffers wil afwachten. Hij benadrukt dat het morgen ieders kind of ouder kan zijn die dringend hulp nodig heeft maar niemand aan de lijn krijgt. De Knyf vindt dat burgers te veel belastingen betalen om te moeten meemaken dat zulke basistaken niet functioneren. De noodcentrale zelf heeft voorlopig nog geen reactie gegeven.

Nieuwe wetgeving: ACM krijgt macht over Data Act en zet vol in op toezicht

De Autoriteit Consument & Markt heeft sinds 21 november officieel de bevoegdheid gekregen om toezicht te houden op de Europese Data Act.

Daarmee staat Nederland aan het begin van een nieuwe fase waarin burgers, bedrijven en overheidsinstanties meer grip moeten krijgen op de informatie die wordt verzameld door slimme apparaten. De invoering van de Nederlandse uitvoeringswet markeert een kantelpunt dat volgens de toezichthouder niet alleen kansen schept voor eerlijke concurrentie, maar ook voor een snellere ontwikkeling van nieuwe digitale diensten. De ACM maakt duidelijk dat voorlichting de komende periode centraal staat, omdat het voor gebruikers en bedrijven van groot belang is precies te weten welke rechten en verplichtingen voortvloeien uit de regels.

Data Act

De Data Act, die in heel Europa geldt, richt zich in de kern op twee onderwerpen. De eerste pijler draait om gegevens uit verbonden apparaten, variërend van auto’s tot omvormers van zonnepanelen. Waar dergelijke data tot nu toe vaak exclusief in handen waren van fabrikanten, moeten gebruikers volgens de nieuwe wet vrij toegang krijgen tot die informatie. De wet maakt het mogelijk dat een auto-eigenaar rechtstreeks toegang krijgt tot de gegevens die het voertuig verzamelt en deze zonder enige belemmering kan delen met een partij naar keuze, bijvoorbeeld een garagebedrijf voor onderhoud. Hierdoor verdwijnen de dwingende routes waarbij consumenten afhankelijk waren van merkdealers of specifieke servicepartners. De wet moet zorgen voor een gelijker speelveld waarin gebruikers daadwerkelijk kunnen bepalen wat er met hun eigen gegevens gebeurt en met wie ze worden gedeeld.

De tweede pijler heeft betrekking op de cloudmarkt. De Data Act verplicht aanbieders om overstappen tussen clouddiensten eenvoudiger te maken en om koppelingen tussen verschillende diensten soepel te laten verlopen. Deze zogenoemde interoperabiliteit moet barrières wegnemen die de markt tot nu toe konden afremmen. Volgens de wetgever moet dit leiden tot meer concurrentie en flexibiliteit, waardoor bedrijven gemakkelijker kunnen innoveren en hun systemen minder afhankelijk worden van één leverancier.

toezicht

De ACM geeft aan dat zij de komende jaren stevig inzet op toezicht, informatievoorziening en samenwerking met de Europese collega-toezichthouders. De toezichthouder richt zich daarbij op aanbieders van clouddiensten en leveranciers van slimme apparaten die hun hoofdkantoor in Nederland hebben. De ACM gaat onderzoeken hoe deze bedrijven toegang geven tot gegevens en hoe zij omgaan met verzoeken tot datadeling. Transparantie wordt daarbij een belangrijk speerpunt. De toezichthouder maakt duidelijk dat bedrijven helder moeten communiceren welke data zij verzamelen, op welke manier toegang wordt verleend en hoe gebruikers hun rechten kunnen uitoefenen. In 2026 wil de ACM extra voorlichting geven en onderzoek uitvoeren naar de naleving van de transparantieverplichtingen.

De ACM laat weten dat eventuele aanpassingen voortvloeiend uit het door de Europese Commissie gepresenteerde voorstel Digitale Omnibus zorgvuldig zullen worden opgevolgd. Zodra de Nederlandse wetgever wijzigingen doorvoert, zal de ACM waar nodig het toezicht bijstellen en marktpartijen tijdig informeren over mogelijke gevolgen.

Om bedrijven te ondersteunen bij de praktische uitvoering van de Data Act heeft de ACM verschillende voorlichtingsproducten in ontwikkeling. In september verscheen een conceptleidraad die ter consultatie werd voorgelegd aan marktpartijen. Die leidraad moet bedrijven helpen om de nieuwe regels beter te begrijpen en tegelijk mogelijkheden te benutten voor datagedreven innovatie. De ACM benadrukt dat het doel van de voorlichting niet alleen is om bedrijven te wijzen op verplichtingen, maar ook om de sector te stimuleren zich verder te ontwikkelen.

overstapdrempels

Bedrijven en consumenten kunnen meldingen doen wanneer zij vermoeden dat hun rechten worden geschonden. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een gebruiker geen toegang krijgt tot de informatie uit een slim apparaat of wanneer overstapdrempels bij een clouddienst worden ervaren. Dergelijke meldingen helpen, zo stelt de ACM, om effectief gericht op te treden en problemen tijdig te signaleren. De toezichthouder werkt daarbij nauw samen met andere Europese instanties om grensoverschrijdende situaties aan te pakken. 

In Nederland is daarnaast de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken bij klachten die raken aan de AVG, bijvoorbeeld wanneer datasets ook persoonsgegevens bevatten. De AP ziet eveneens toe op verzoeken van overheidsinstanties in situaties van uitzonderlijke noodzaak.

Denk vooruit: miljoenen huishoudens krijgen noodboekje in de bus

Het land krijgt tussen 25 november en 10 januari 2026 een opvallende bezorging aan de deur.

Ruim acht en een half miljoen huishoudens ontvangen deze weken het informatieboekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’, een uitgave van de NCTV die door demissionair minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid namens het kabinet is gepresenteerd. De komst van het boekje vormt een nieuw hoofdstuk in de al lopende Denk vooruit-campagne, die Nederlanders bewust moet maken van de kwetsbaarheid van het dagelijkse leven wanneer plotseling de stroom uitvalt, het internet wegvalt of hevige regenval een regio volledig ontwricht.

basisvoorzienning

Het ministerie benadrukt dat een noodsituatie ieder van ons onverwachts kan treffen. De campagne grijpt terug op recente gebeurtenissen elders in Europa, waarbij grote stroomstoringen aantoonbaar lieten zien hoe snel een samenleving ontregeld raakt zodra basisvoorzieningen wegvallen. Supermarkten liepen direct vol, mensen begonnen massaal te hamsteren en het dagelijks leven stond abrupt stil. Demissionair minister Van Oosten, die het nieuwe informatieboekje persoonlijk onder de aandacht bracht, verwoordt het als volgt: “Deze situatie laat zien hoe kwetsbaar we kunnen zijn en hoe belangrijk een goede voorbereiding is, zodat je niet in paniek hoeft te raken of te hamsteren.” Hij benadrukt dat het kabinet met deze brochure wil zorgen voor een nuchtere, praktische voorbereiding van Nederlanders op onverwachte situaties. “Ik roep iedereen op: denk vooruit. Met het informatieboekje willen we zorgen dat alle Nederlanders zich goed kunnen voorbereiden op een noodsituatie. Weet wat je moet doen, waar je heen kan gaan, hoe je informatie kan krijgen. Gebruik deze brochure om je voor te bereiden en leg het op een handige plek in je huis voor als het ooit nodig is.”

voorbeelden

Het boekje geeft toelichting op wat een noodsituatie precies inhoudt en schetst alledaagse voorbeelden. Een grote stroomstoring kan betekenen dat elektriciteit, verwarming en zelfs pinautomaten uitvallen. Een digitale aanval kan internetverkeer platleggen waardoor werk, communicatie en dienstverlening worden geraakt. Hevige regenval kan leiden tot overstromingen waarbij wegen onbegaanbaar worden en water uit de kraan plotseling niet meer vanzelfsprekend is. Omdat overheden en hulpdiensten in de eerste 72 uur na een calamiteit vooral worden ingezet op de meest kritieke plekken, zijn mensen in die beginfase vaak op zichzelf aangewezen. De campagne richt zich daarom nadrukkelijk op die cruciale eerste drie dagen.

Foto: Pitane Blue – EIndhovense brandweer

Het informatieboekje dat nu in heel Nederland op de deurmat valt, wil vooral duidelijk maken dat voorbereiding geen reden tot angst hoeft te zijn, maar juist tot rust leidt. Door praktische voorbeelden, concrete stappen en duidelijke citaten van betrokken bestuurders kunnen mensen zelf bepalen welke maatregelen bij hun situatie passen. Het kabinet hoopt dat het boekje niet onderin een lade verdwijnt maar op een zichtbare plek wordt bewaard, klaar voor het moment dat het nodig is.

Het informatieboekje bouwt de voorbereiding op langs drie stappen die elk hun eigen logica hebben en waar volgens de makers iedereen zonder veel moeite mee aan de slag kan. De eerste stap draait om het samenstellen van een noodpakket dat het mogelijk maakt om thuis 72 uur te overbruggen zonder stroom, water of internet. Hierbij hoeft het niet ingewikkeld te worden. Veel mensen hebben kaarsen, een zaklamp, een powerbank, wat houdbaar eten en een EHBO-setje al in huis. 

pakket

De brochure benadrukt dat iedereen goed naar de eigen thuissituatie moet kijken. Voor een gezin met kleine kinderen kan babyvoeding noodzakelijk zijn, voor anderen medicijnen of spullen voor een huisdier. De campagne moedigt ook aan om dit samen met buren of familie te doen wanneer iemand het lastig vindt om zelf zo’n pakket samen te stellen.

De tweede stap draait om het maken van een noodplan. Zo’n plan moet overzichtelijk vastleggen wat je doet wanneer zich een echte noodsituatie aandient. Het gaat om vragen waar doorgaans niet dagelijks over wordt nagedacht. Wie haalt de kinderen van school op? Waar ontmoet je elkaar als de telefoons uitvallen? Wie in de omgeving heeft extra hulp nodig? Aan het boekje is een losse kaart toegevoegd waarop deze afspraken kunnen worden ingevuld. Ook staat er een concreet voorbeeld in van hoe een huishouden 72 uur zonder stroom kan doorkomen.

het gesprek

De derde stap richt zich op het gesprek met elkaar. Volgens de makers kan openheid veel onzekerheid wegnemen. Sommige mensen zijn bezorgd bij de gedachte aan een noodsituatie, anderen weten niet goed waar ze moeten beginnen. Het boekje biedt een reeks vragen om het gesprek op gang te brengen. Wie heeft zich waarop voorbereid? Waar maakt iemand zich zorgen over? Wie kan hulp bieden of juist gebruiken? Door dit soort vragen met buren, vrienden of familie te bespreken, ontstaat een netwerk waarin mensen elkaar sneller en beter kunnen ondersteunen.

Actie van Kinderhulp: NS laat kinderen een onvergetelijke rit beleven

Kinderen kunnen een ticket voor de NS Pakjes Express krijgen door een mooie brief aan de Sint te sturen.

Op 30 november staat voor een groep jonge kinderen een bijzondere ochtend klaar die niet snel uit het geheugen zal verdwijnen. NS organiseert samen met Sinterklaas en in samenwerking met het Nationaal Fonds Kinderhulp de NS Pakjes Express, een feestelijke treinrit speciaal bedoeld voor kinderen tot en met zeven jaar voor wie een traditioneel Sinterklaasfeest minder vanzelfsprekend is. De initiatiefnemers willen deze kinderen een warm moment bezorgen, volledig gevuld met spanning, verrassing en het gevoel dat zij net zo welkom zijn als ieder ander kind dat dit feest viert.

De trein, die wordt omgetoverd tot rijdend sinterklaasdecor, vertrekt om 10.14 uur vanuit Barendrecht. De route voert vervolgens langs Rotterdam Centraal en Rotterdam Alexander, waar kinderen samen met hun ouders of begeleiders mogen instappen. Vanaf het moment dat de deuren sluiten, begint een rit die draait om vrolijkheid, ontmoeting en het samenbrengen van kinderen die een extra steuntje kunnen gebruiken. De sfeer wordt versterkt door de aanwezigheid van Pieten aan boord die de jonge reizigers begroeten, grapjes maken en de spanning verder opvoeren terwijl de trein richting Utrecht tuft.

mooie brief

Volgens de oproep die NS heeft verspreid via Facebook en Instagram kunnen kinderen een ticket bemachtigen door een mooie brief te sturen aan Sinterklaas. De actie is op een speelse manier opgezet zodat de voorpret al begint vóór het instappen. Het sturen van een brief geeft de kinderen het gevoel dat zij zelf actief betrokken zijn bij het avontuur. De trainervaring vormt het hoogtepunt, maar de organisatie benadrukt dat ook de weg ernaartoe waardevol is.

Het Nationaal Fonds Kinderhulp, dat zich inzet voor kinderen en jongeren tussen de nul en 21 jaar die in armoede opgroeien, speelt een belangrijke rol in de totstandkoming van deze belevenis. Kinderhulp is er voor kinderen die opgroeien met minder middelen dan hun leeftijdsgenoten en helpt onder meer met een dagje uit, een winterjas, een leesboek, een fiets of een klein cadeau van de Sint. De organisatie benadrukt dat juist de ogenschijnlijk kleine dingen het verschil kunnen maken. De NS Pakjes Express sluit daar volledig op aan door een moment te creëren waarin deze kinderen zich gezien en gelijk behandeld voelen.

Foto: © Pitane Blue – station Utrecht

Voor ouders en begeleiders is de rit minstens zo bijzonder. Terwijl zij met hun kinderen door Zuid-Holland en richting Utrecht reizen, ontstaat er een gevoel van saamhorigheid. Gezinnen die elkaar anders misschien nooit zouden ontmoeten, delen deze ochtend een unieke ervaring. De trein ademt feestelijkheid dankzij kleurige versieringen, vrolijke muziek en de aanmoediging om zelf ook feestelijk gekleed te komen. Voor kinderen die in een pietenpakje instappen, wordt het geheel nog speelser, alsof zij zelf deel uitmaken van het Sinterklaasgezelschap.

strak programma

Het programma is strak georganiseerd. Om 11.26 uur komt de trein aan op Utrecht Centraal, waar het feestelijke moment wordt afgerond. Vervolgens vertrekt de terugrit om 12.51 uur, richting Barendrecht, met tussenstops in Rotterdam Alexander en Rotterdam Centraal. Onderweg kunnen kinderen nog nagenieten, verhalen uitwisselen of simpelweg kijken naar het voorbijschietende landschap terwijl ze zich misschien net iets lichter voelen dan toen ze instapten.

De organisatie benadrukt bovendien dat iedereen kan bijdragen aan een warm Sinterklaasmoment voor kinderen die het nodig hebben. Doneren aan Actie Pepernoot van Kinderhulp is een manier om ervoor te zorgen dat ook kinderen die niet met de trein meereizen toch een cadeautje kunnen krijgen. Het doel is om zo veel mogelijk kinderen het gevoel te geven dat ze erbij horen.

Defensie grijpt in: mysterieuze drones leggen vliegveld Eindhoven plat

De combinatie van de dronewaarnemingen, het stilgelegde vliegverkeer en de gedwongen ontruiming maakte de nacht tot een ingrijpend slot van een al onrustige dag.

Tegen de achtergrond van spanning rond Europese luchtruimen is zaterdagavond het vliegverkeer van en naar Eindhoven Airport twee uur lang stilgelegd nadat meerdere drones in de omgeving van het vliegveld waren waargenomen. Het volledig stilleggen van zowel civiel als militair verkeer leidde tot onrust bij reizigers en betrokken diensten, maar rond 23.00 uur kon de luchthaven de operatie hervatten. Defensie bevestigde dat er maatregelen zijn getroffen tegen de onbekende toestellen, al bleef onduidelijk welke middelen precies zijn ingezet. Een woordvoerder benadrukte dat hierover om veiligheidsredenen geen details kunnen worden gedeeld.

onaanvaardbaar

Demissionair minister Brekelmans van Defensie liet via sociale media weten dat er kordaat is opgetreden. Zijn boodschap was glashelder: “Verstoring van vliegverkeer met drones is onaanvaardbaar. Dus treden we hiertegen op.” Het bleef onduidelijk hoeveel drones er precies boven het gebied verschenen en wie deze bestuurde. De ontdekking van de toestellen leidde tot directe opschaling van veiligheidsprotocollen, mede omdat het terrein van Eindhoven Airport niet alleen een civiele luchthaven omvat, maar ook een luchtmachtbasis waar militair verkeer wordt gecoördineerd. Volgens Brekelmans kan er geen informatie worden gedeeld over het soort maatregelen dat is getroffen, juist omdat de veiligheid van operationele processen prioriteit heeft.

vliegbasis Volkel

Een woordvoerder van Defensie verduidelijkte dat er wel degelijk is opgetreden tegen de drones, maar dat dat niet gebeurde op een wijze die vergelijkbaar is met het incident bij vliegbasis Volkel, zo’n dertig kilometer verderop. Daar hadden leden van de Koninklijke Luchtmacht vrijdagavond nog geprobeerd een aantal drones neer te halen. Brekelmans maakte dat voorval eerder vandaag bekend, waarmee de zorgen over herhaalde waarnemingen in de regio verder toenamen.

Bij de luchtmachtbasis Volkel werden aanvankelijk vijf drones gezien, waarna het aantal opliep tot ongeveer tien. De toestellen vlogen uiteindelijk weg en zijn tot op heden niet teruggevonden. Welke middelen zijn ingezet om de drones uit te schakelen, werd opnieuw niet toegelicht. De demissionair minister benadrukte dat “de potentiële vijand niet wijzer moet worden gemaakt dan die al is”, waarmee hij nog eens onderstreepte dat de overheid uiterst terughoudend omgaat met informatie die kwaadwillenden zou kunnen helpen.

Foto: © Pitane Blue – Eindhoven Airport

De beveiliging van Eindhoven Airport heeft in de nacht van zaterdag op zondag tot verbijstering van vele gestrande reizigers de volledige terminal ontruimd. Kort na middernacht werden tientallen mensen, onder wie veel buitenlandse passagiers, zonder pardon naar buiten geleid terwijl de temperatuur rond het vriespunt lag. Reizigers die na de drone-ontregeling van het vliegverkeer hadden besloten de nacht op de luchthaven door te brengen, moesten hun tijdelijke slaapplekken direct verlaten. Sommigen lagen al onder een dekentje toen de instructie kwam dat niemand binnen mocht blijven.

De incidenten staan niet op zichzelf. In meerdere Europese landen zijn de afgelopen weken meldingen binnengekomen van mysterieuze drones die opdoken boven vliegvelden, militaire installaties en, zoals in België, zelfs in de buurt van een kerncentrale. Veiligheidsexperts stellen dat de veiligheidssituatie in Europa “op scherp” staat. Zij noemen het aannemelijk dat Rusland achter in ieder geval een deel van deze incidenten zit, maar benadrukken tegelijk dat er geen concreet bewijs is dat die vermoedens ondersteunt. De herhaalde waarnemingen in Nederland brengen deze bredere context opnieuw onder de aandacht, zeker nu binnen korte tijd meerdere strategische locaties zijn geconfronteerd met onbekende toestellen.

kwetsbaar

De gebeurtenissen rond Eindhoven Airport tonen aan hoe kwetsbaar luchtvaart en militaire infrastructuur blijven voor verstoringen door relatief kleine en moeilijk traceerbare apparaten. Terwijl reizigers zaterdagavond op de luchthaven wachtten tot het verkeer werd hervat, bleef de vraag rondcirkelen wie er verantwoordelijk is voor de drones die het Nederlandse luchtruim in toenemende mate betreden. Voorlopig houdt Defensie de kaarten tegen de borst, waardoor de onzekerheid blijft hangen. Het incident in Eindhoven vormt daarmee een nieuwe schakeling in een reeks waarnemingen die Europese veiligheidsdiensten in verhoogde staat van paraatheid houden.

Luchthaven schrapt vertrekken: openbaar vervoer kraakt onder vakbondsactie

Maandag trekt een nieuwe golf van sociale onrust door het land wanneer het verenigd vakbondsfront drie dagen lang het werk neerlegt.

De drie grote bonden ABVV, ACV en ACLVB richten hun pijlen op wat zij benoemen als het sociaal-economische beleid van de regering-De Wever. Ze schakelen de acties bewust op, van een regionale verstoring tot een nationale stilstand, waardoor de impact in Brussel merkbaar zal variëren. De eerste dag wordt het openbaar vervoer geviseerd. Dinsdag volgt een brede actie bij tal van openbare diensten. Woensdag mondt het protest uit in een nationale interprofessionele staking die verschillende sectoren tegelijk raakt.

De Brusselse vervoersmaatschappij MIVB kondigt voor alle drie de dagen een forse ontregeling van metro, tram en bus aan. De maatschappij benadrukt dat reizigers beter alternatieven voorzien, al probeert men naar eigen zeggen toch een beperkte dienstverlening overeind te houden. De onzekerheid blijft groot, waardoor veel pendelaars zich zullen voorbereiden op langere reistijden of uitval van ritten.

treinverkeer

Ook het treinverkeer ontsnapt niet aan de gevolgen. De NMBS laat weten dat de hinder al zondagavond om 22.00 uur voelbaar wordt, omdat het spoorbedrijf om technische redenen vroeger moet overschakelen op een aangepaste dienstregeling. “Op basis van het beschikbare personeel zullen we een alternatieve treindienst opstellen”, verklaart de spoorwegmaatschappij. Dit noodschema geldt ononderbroken tot en met woensdag, waardoor duizenden reizigers rekening moeten houden met minder verbindingen en langere wachttijden.

In Vlaanderen en Wallonië dreigt het busnet eveneens zwaar getroffen te worden. De Lijn probeert tegen zaterdagavond een alternatief plan voor maandag te publiceren, waarna er op maandag en dinsdag telkens bijsturingen volgen. De Waalse vervoersoperator TEC kiest voor een voorzichtige strategie en laat weten pas tijdens de stakingsdagen zelf bekend te maken welke ritten geschrapt worden. De boodschap aan reizigers is evenwel duidelijk: wie kan, zoekt best andere vervoersopties.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Op Brussels Airport zijn de gevolgen vooral op woensdag 26 november te voelen. De luchthavenleiding heeft preventief besloten om die dag geen enkele vertrekkende passagiersvlucht te laten doorgaan. “Door die annulaties zijn ook annuleringen van sommige aankomende vluchten mogelijk”, waarschuwt de luchthavenoperator. Deze beslissing vangt mogelijke personeelsuitval op, maar heeft tegelijk grote gevolgen voor reizigers met reisplannen.

Bpost verwacht hinder op dinsdag en woensdag. Het postbedrijf laat weten dat “het kan zijn dat je pakje en/of brief langer onderweg is dan voorzien”. De openbare omroep VRT ziet op dinsdag en woensdag medewerkers aansluiten bij de oproep van de socialistische vakbond ACOD. Dinsdag wordt de zwaarste dag, met ingekorte televisiejournalen en de volledige schrapping van het programma ‘De Afspraak’. Ook op de radionetten is er dan minder variatie te horen, aangezien regionaal nieuws wegvalt.

boodschap

De drie stakingsdagen tekenen zich af als een periode waarin veel Brusselaars en pendelaars gedwongen worden hun gewoontes aan te passen. De boodschap van de bonden is dat de acties nodig zijn om hun bezwaren tegen het regeringsbeleid kracht bij te zetten. Voorlopig is het uitkijken naar de uiteindelijke impact en of de acties het beoogde politieke effect zullen bereiken.

Prorail: John Voppen wil steviger stempel drukken op grensoverschrijdend spoor

Nederlandse spoorambities krijgen duw richting Europa.

Een aankondiging die in Warschau meteen de aandacht trok, kwam van Prorail-topman John Voppen. Hij maakte bekend dat hij zich beschikbaar stelt als co-voorzitter van het European Network for Infrastructure Managers, het samenwerkingsverband dat binnen de Europese spoorsector steeds meer gewicht in de schaal legt. De mededeling, gedaan op 20 november tijdens een internationale bijeenkomst, onderstreepte zijn bereidheid om samen met Johannes Pluy van de Oostenrijkse ÖBB leiding te geven aan het netwerk. De formele beslissing valt pas in 2026, maar de richting die Voppen hiermee inzet, laat weinig twijfel bestaan over de ambities van de Nederlandse spoorbeheerder binnen het Europese krachtenveld.

cruciale spil

Het netwerk waarbij Voppen zich wil aansluiten, ENIM, wordt door insiders al langer beschouwd als een cruciale spil in de uitvoering van de Europese capaciteitsverordening die eraan komt. Deze verordening zal spoorbeheerders verplichten om nationale processen beter op elkaar af te stemmen, zodat internationale treinverbindingen soepeler en betrouwbaarder kunnen worden gepland. De verwachting is dat dit op termijn het Europese treinverkeer aanzienlijk zal versnellen, niet alleen voor reizigers maar ook voor de goederenstroom die over het spoor steeds belangrijker wordt.

De rol van ENIM is daarbij essentieel. Door infrastructuurbeheerders bijeen te brengen en afspraken te maken over harmonisatie van capaciteitsplanning en afstemming van werkzaamheden, ontstaat een structuur waarin internationale treinen niet langer hoeven te struikelen over landsgrenzen. Volgens betrokkenen moet dit leiden tot een Europees spoornetwerk dat beter functioneert als geheel, met minder vertragingen en meer ruimte voor treinen die verschillende landen doorkruisen.

actieplan

De Europese Commissie heeft onlangs een actieplan gepresenteerd dat deze ambities verder moet ondersteunen. Het plan is gericht op het aantrekkelijker maken van de trein als vervoersmiddel voor internationale reizen en bevat voorstellen voor uitbreiding van hogesnelheidslijnen tussen grote Europese steden. Daarnaast wordt gewerkt aan de introductie van één centraal boekingsplatform waarmee reizigers grensoverschrijdende treintickets eenvoudiger kunnen aanschaffen. Ook wordt ingezet op stimulering van de trein als schoon alternatief voor korte afstandsvluchten, een thema dat in veel lidstaten steeds hoger op de agenda staat.

Foto: © Pitane Blue – hogesnelheidstrein Eurostar

Voor Nederland opent dit nieuwe perspectieven. ProRail ziet kansen om het land nog steviger te verbinden met grote Europese bestemmingen zoals Brussel, Parijs, Londen, Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn. De inzet is om op korte termijn de bestaande infrastructuur intensiever te benutten, zodat het aantal internationale treinverbindingen verder kan groeien. Het streven is helder: meer treinen naar het buitenland betekent minder korte afstandsvluchten, en dat draagt bij aan de nationale én Europese klimaatdoelen.

ERTMS

Parallel daaraan werkt ProRail samen met buitenlandse partners aan de verdere uitrol van ERTMS, het beveiligingssysteem dat in heel Europa de standaard moet worden. Ook worden stappen gezet richting verbeteringen aan de HSL Zuid en investeringen in een robuustere energievoorziening. Door via ENIM actief mee te praten over Europese standaarden, wil ProRail ervoor zorgen dat deze aansluiten op de eigen ambities en op de Nederlandse positie binnen het internationale spoorverkeer.

Het voornemen van Voppen om het co-voorzitterschap op zich te nemen, plaatst Nederland nadrukkelijker in het centrum van de Europese discussie over de toekomst van de trein. Het is een signaal dat ProRail niet alleen wil volgen wat er in Brussel wordt besloten, maar nadrukkelijk wil meebouwen aan de contouren van een moderner, efficiënter en duurzamer spoornetwerk voor heel Europa.

Een ijzige verrassing: winterse rijplaag legt treinverkeer plat rond Utrecht

Gestrande treinen en lange wachttijden door plotselinge winterkou.

Een dunne winterprik heeft donderdagochtend voor grote problemen gezorgd op en rond het spoor bij Utrecht, waar een hardnekkige laag rijp op de bovenleiding het treinverkeer bijna tot stilstand heeft gebracht. Reizigers die vroeg op pad gingen, troffen een spoorlandschap aan waarin treinen haperden, stilvielen en soms helemaal niet meer verder konden. De NS spreekt van een ernstige verstoring die vooral de routes rond Utrecht treft en op diverse plekken tot vastgelopen treinen heeft geleid.

De problemen ontstonden door een dikke laag aangevroren vocht op de bovenleidingen. Volgens een woordvoerder van ProRail kan te veel ijsvorming ervoor zorgen dat treinen moeilijk of zelfs helemaal geen stroom meer kunnen afnemen, waardoor ze plots tot stilstand komen. De woordvoerder legt uit dat de omstandigheden van de afgelopen nacht cruciaal waren. De combinatie van neerslag en temperaturen die ruim onder het vriespunt doken, heeft volgens hem “ongelukkig uitgepakt”. Doordat er ’s nachts nauwelijks treinen reden, werd de laag rijp op de kabels niet weggeschraapt door pantografen die normaal gesproken tijdens de nachtelijke treinritten het ijs van de bovenleiding halen. Daardoor kon het ijs zich ophopen en werd de laag steeds dikker, met alle gevolgen van dien voor de ochtendspits.

spoorbeheerder

Op verschillende plekken rond Utrecht zijn treinen gestrand. Drie stuks kwamen stil te staan, waarvan twee met passagiers aan boord. ProRail benadrukt dat er voortdurend wordt gekeken naar de beste manier om deze reizigers te helpen. Wanneer het niet lukt om de treinen snel weer in beweging te krijgen, worden de passagiers geëvacueerd naar een veilige en warme plek. De woordvoerder geeft aan dat dit proces zorgvuldig moet gebeuren om de veiligheid te waarborgen. De vertragingen en uitval zullen naar verwachting tot ongeveer 10.00 uur aanhouden, maar de spoorbeheerder waarschuwt dat het herstel afhankelijk blijft van de omstandigheden op de bovenleiding en de snelheid waarmee het ijs smelt of kan worden verwijderd.

Foto: © Pitane Blue – overweg Rhenen

Op de trajecten Utrecht–Nijmegen rijden minder intercity’s dan gebruikelijk, terwijl reizigers tussen Utrecht en Rhenen helemaal geen sprinters kunnen nemen. Voor veel forensen betekent dit dat hun reistijd aanzienlijk oploopt. De NS adviseert reizigers om de reisplanner voortdurend te controleren, omdat de situatie snel kan wijzigen wanneer het ProRail lukt om delen van het spoor weer vrij te geven. Het ongemak komt op een moment dat de winter zich na een zachte periode plots laat gelden, met lage temperaturen die de spoorinfrastructuur flink op de proef stellen.

stroomkabels

Rijp op de bovenleiding is een bekend winterverschijnsel dat ontstaat wanneer vochtige lucht vastvriest op de stroomkabels. Wanneer er ’s nachts weinig treinen rijden, blijft dat ijs zitten en kan de laag zich verder ophopen. Tegen de ochtend, wanneer het treinverkeer op gang komt, merken treinen dat de stroomafname hapert doordat de pantograaf onvoldoende contact maakt met de bovenleiding. Het gevolg is dat locomotieven kracht verliezen, stilvallen of zelfs defect raken. De situatie van vandaag is volgens ProRail een typisch voorbeeld van hoe kwetsbaar het spoor kan zijn wanneer natuur en techniek elkaar op een ongelukkig moment treffen.

Na de eerste meldingen van problemen werd meteen gestart met inspecties en materieelcontroles langs de getroffen trajecten. Technici van ProRail werken sinds de vroege ochtend aan het oplossen van de ijsproblemen en doen dat vaak op hoogte of met speciale voertuigen die ontworpen zijn om bovenleidingen vrij te maken. Een structurele oplossing ligt echter vooral bij de weersomstandigheden: zodra de temperatuur iets oploopt of het zonlicht de rijplaag aantast, zullen de treinen beter stroom kunnen afnemen en kan het netwerk zich herstellen.

ochtendspits

De ochtendspits verloopt door al deze omstandigheden chaotischer dan normaal en vooral reizigers in de regio Utrecht ondervinden de gevolgen. Veel van hen zoeken alternatieven of wachten geduldig op een oplossing terwijl ze via apps en borden op de hoogte blijven van wat er mogelijk is. Het ongemak lijkt voorlopig nog niet voorbij, maar de verwachting is dat de grootste hinder na de ochtend geleidelijk zal afnemen

Ryanair in woede: felle strijd om landingsrechten op Eindhoven Airport

Een felle strijd om landingsrechten op Eindhoven Airport, maar kritiek op EU en luchtverkeersleiding groeit.

Ryanair is in alle staten na het verlies van twee historische landingsrechten op Eindhoven Airport. De Ierse prijsvechter heeft aangekondigd zowel naar de Nederlandse rechter als naar de Europese Commissie te stappen. De beslissing van slotcoördinator Airport Coordination Netherlands (ACNL) om twee vaste slots voor het komende zomerseizoen in te trekken, is volgens de luchtvaartmaatschappij buiten elke proportie. De slots moesten worden ingeleverd omdat Ryanair volgens ACNL het afgelopen zomerseizoen “herhaaldelijk en opzettelijk” te laat arriveerde, waardoor de geldende regels rondom slotgebruik zouden zijn overtreden.

uitzonderlijk zwaar

De sanctie is uitzonderlijk zwaar. Het schrappen van twee vaste slots, die jarenlang door Ryanair werden gebruikt, komt zelden voor binnen de luchtvaartsector. De betreffende slots worden komende zomer beschikbaar voor andere maatschappijen die actief zijn vanaf Eindhoven Airport, onder wie Transavia en Wizz Air. Hierdoor moet Ryanair zijn eigen planningen direct herzien. De routes naar Sofia in Bulgarije en Pisa in Italië moeten worden verplaatst naar andere tijden of zelfs tijdelijk volledig uit het schema verdwijnen. De maatschappij stelt dat dit besluit directe impact heeft op zowel de reizigers als het netwerk dat zij vanaf Eindhoven wil blijven aanbieden.

De kritiek vanuit Ryanair op de beslissing van ACNL is fel. De maatschappij stelt dat de vertragingen die tot de sanctie hebben geleid niet aan Ryanair te wijten zijn, maar aan problemen in de Europese luchtverkeersleiding. Een woordvoerder verklaarde hierover: “De ACNL bestraft luchtvaartmaatschappijen voor vertragingen door de luchtverkeersleiding, waardoor vluchten 15 minuten vertraging hebben op hun geplande aankomsttijd. Dit staat totaal niet in verhouding tot de overgrote meerderheid van de Europese luchthavens, waar de drempel veel hoger en redelijker is.” Volgens Ryanair is het onredelijk om luchtvaartmaatschappijen verantwoordelijk te houden voor vertragingen die elders in de keten ontstaan.

Foto: © Pitane Blue – Ryanair

De maatschappij benadrukt al langere tijd dat de luchtverkeersleiding in Europa volgens hen dringend hervormd moet worden. Vertragingen zouden structureel vaker voorkomen door personeelstekorten, verouderde systemen en een gebrek aan Europese samenwerking. Ryanair neemt daarbij geen blad voor de mond en richt zijn pijlen op de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Door de maatschappij wordt zij spottend aangeduid als “Ursula von ‘Derlayed-Again’”, waarmee Ryanair wil benadrukken dat volgens hen niets wordt gedaan om de problemen bij de Europese luchtverkeersleiding aan te pakken. De luchtvaartmaatschappij stelt dat al meerdere malen aandacht is gevraagd voor de situatie, maar dat structurele oplossingen uitblijven.

landingsrechten

Het juridische gevecht lijkt inmiddels onafwendbaar. Ryanair zegt zich met kracht te zullen verzetten tegen het verlies van de landingsrechten en stelt dat de sanctie geen recht doet aan de realiteit in de lucht. Het bedrijf is voornemens de zaak zowel nationaal als Europees aan te vechten. De komende maanden zullen bepalend zijn voor de vraag of Ryanair erin slaagt de twee geschrapte slots terug te krijgen en zo zijn zomerdienstregeling vanaf Eindhoven grotendeels intact te houden.

Prorail: spoorprestaties verbeteren maar incidenten blijven stijgen

NS en Prorail boeken resultaat maar strijd tegen storingen gaat door

Treinen op het hoofdrailnet laten de afgelopen periode een duidelijk betere punctualiteit zien. De verbetering komt voort uit het gezamenlijke programma Betrouwbaar Beter, waarin NS en ProRail onder regie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nauw samenwerkten aan betrouwbaardere prestaties. Volgens extern onderzoek heeft deze samenwerking daadwerkelijk geleid tot merkbaar resultaat, al blijft het aantal storingen op het spoor opvallend hoog en veroorzaakt dat nog steeds forse hinder voor reizigers.

punctualiteit

Het programma Betrouwbaar Beter richtte zich op concrete maatregelen die de ruggengraat van de dagelijkse dienstregeling moeten versterken. ProRail pakte onder meer 46 tijdelijke snelheidsbeperkingen aan. Door die beperkingen op te lossen kon het treinverkeer op meerdere trajecten weer in een normaal ritme rijden, wat volgens spoorprofessionals direct merkbare winst opleverde in de punctualiteit. 

NS zorgde tegelijkertijd voor voldoende inzetbaar materieel, waardoor het risico op uitvallende treinen of onnodig drukke sprinters en intercity’s werd teruggebracht. Samen bewaakten de twee organisaties de continuïteit van de dienstregeling tijdens omvangrijke werkzaamheden aan het spoor.

Foto: Prorail

Extern onderzoek bevestigt dat deze gezamenlijke aanpak heeft gewerkt. In het najaar van 2024 reden treinen volgens de onderzoekers “voldoende op tijd”, terwijl reizigers bovendien “voldoende zitplaatskans” hadden. Ook in de eerste helft van 2025 blijven de prestaties, ondanks zwaardere prestatie-eisen sinds 1 januari 2025, boven verwachting. Het aantal treinen dat op tijd rijdt en voldoende plekken biedt, ligt volgens de rapportages “regelmatig boven de streefwaarde”. Het ministerie stemde daarom in met het afronden van het programma, dat als geslaagd wordt beschouwd.

complex samenspel

Toch staat tegenover die positieve uitkomsten een zorgelijke ontwikkeling: het aantal impactvolle storingen op het spoor stijgt. ProRail meldt dat het in 2025, tot en met oktober, niet voldoet aan de afgesproken normen voor dit type verstoringen. De oorzaken blijken divers en volgens de spoorbeheerder is de stijging “het gevolg van een complex samenspel van factoren”. De hinder voor reizigers ontstaat uit vier categorieën: storingen door derden met 42 procent, procesmatige oorzaken met 10 procent, weersomstandigheden met 4 procent en technische problemen met 44 procent. Deze percentages geven volgens ProRail een duidelijk beeld van de breedte van het probleem.

Vooral de categorie storingen door derden valt op, met ruim een derde van alle incidenten. Binnen deze groep bestaat volgens de huidige cijfers bijna 59 procent uit (bijna-)aanrijdingen met personen. Daarbij gaat het volgens de spoorsector in grote mate om suïcide. ProRail zegt dat het aantal verwarde personen in de spooromgeving zichtbaar toeneemt, een ontwikkeling die ook door politieorganisaties in landelijke rapportages wordt bevestigd. De impact van dergelijke incidenten is groot: niet alleen door de directe gevolgen, maar ook door de langdurige stremmingen die ze veroorzaken en de emotionele belasting voor machinisten en hulpdiensten.

storingscijfers

Ondanks de stijgende storingscijfers blijft ProRail werken aan maatregelen om de hinder voor reizigers terug te dringen. De spoorbeheerder benadrukt dat er wordt ingezet op zowel technische verbeteringen als aanpak van externe oorzaken, al geeft men toe dat sommige problemen – zoals de toename van incidenten met personen – niet uitsluitend binnen de eigen invloedssfeer liggen. De combinatie van betere prestaties binnen de dienstregeling en oplopende verstoringen maakt de situatie op het spoor op dit moment complex. Tegelijkertijd wijzen deskundigen erop dat resultaten zoals de verbeterde punctualiteit laten zien dat gerichte samenwerking wel degelijk effect heeft.

Pitane Blue Nieuwsradio: wereldwijd websites uit de lucht door storing bij Cloudflare

Door een storing bij netwerkbedrijf Cloudflare zijn vandaag wereldwijd websites niet of nauwelijks bereikbaar.

Storingen bij grote internetdiensten zorgen geregeld voor onrust, maar de verstoring die rond het middaguur toesloeg bij netwerkbedrijf Cloudflare was wereldwijd direct voelbaar. De problemen begonnen rond half twaalf toen talloze websites en digitale toepassingen plotseling wegvielen of nog maar met moeite bereikbaar waren. Cloudflare, dat als een van de grootste netwerkbedrijven ter wereld fungeert als schakel en beschermlaag voor miljoenen websites, bevestigde kort daarop dat er sprake was van een ernstige storing. Daarmee werden media, financiële platforms, lokale nieuwssites en talloze andere diensten in één klap geraakt.

De gevolgen waren in Nederland al snel duidelijk. De website van NH Nieuws was niet meer bereikbaar, net als die van AT5 en het Financieele Dagblad. Ook Pitane Blue Nieuwsradio meldde dat hun digitale diensten volledig waren weggevallen. De redacties kregen de situatie niet onder controle omdat zowel de eigen websites als de gebruikte distributie- en communicatiesystemen afhankelijk zijn van de diensten van Cloudflare. De verstoring was daardoor niet alleen hinderlijk voor bezoekers, maar legde intern ook de werkstromen stil.

problemen

Het Amerikaanse bedrijf liet om iets voor elf uur weten dat het op de hoogte was van problemen die bij meerdere klanten tegelijk binnenkwamen. Volgens Cloudflare werd de oorzaak rond tien over één in de middag achterhaald, al wilde het bedrijf niet zeggen wat er precies speelde. Wel gaf het aan dat er die dag gepland onderhoud werd uitgevoerd in diverse datacenters, maar het bleef onduidelijk of dat verband hield met de plotselinge storing. De schaarse informatie voedde speculaties op sociale media en internetfora, waar gebruikers in hoog tempo screenshots, foutmeldingen en meldingen van weggevallen websites deelden.

Door technische problemen bij de Amerikaanse internetdienstverlener Cloudflare liggen wereldwijd verscheidene websites en toepassingen lam.

Downdetector, dat storingen bijhoudt op basis van meldingen van gebruikers, zag binnen enkele minuten vijfduizend meldingen binnenkomen dat Cloudflare zelf onbereikbaar was of problemen veroorzaakte bij websites die via het netwerkbedrijf lopen. Omdat Cloudflare wereldwijd wordt ingezet om verbindingen te beveiligen en webverkeer te verdelen, leidt elke storing vrijwel automatisch tot problemen bij talloze websites die afhankelijk zijn van deze infrastructuur. Een enkele verstoring kan daardoor in korte tijd uitgroeien tot een wereldwijd probleem.

incidenten

De gebeurtenissen van vandaag staan niet op zichzelf. In juli 2019 en opnieuw in juni 2022 zorgden eerdere storingen bij Cloudflare ervoor dat grote delen van het internet tijdelijk niet of nauwelijks functioneerden. Elk incident laat opnieuw zien hoe groot de afhankelijkheid is van een klein aantal infrastructuurbedrijven dat het verkeer op het internet in goede banen leidt. Storingen bij andere wereldwijde techreuzen laten hetzelfde patroon zien. Vorige maand kampte Amazon nog met een aanzienlijke storing die tot gevolg had dat diensten zoals Snapchat en de berichtenapp Signal urenlang niet bereikbaar waren. De opeenstapeling van dergelijke incidenten leidt tot groeiende zorgen over de kwetsbaarheid van de digitale infrastructuur die in het dagelijks leven steeds centraler staat.

Hoewel Cloudflare inmiddels aangeeft dat de oorzaak bekend is en de situatie onder controle zou moeten zijn, melden gebruikers nog steeds wisselende ervaringen met bereikbaarheid. Voor bedrijven en mediaplatforms die afhankelijk zijn van constante online beschikbaarheid blijft de impact daardoor nog enige tijd voelbaar. De komende dagen zal moeten blijken wat er precies misging en of Cloudflare verdere maatregelen neemt om herhaling van dit soort grootschalige verstoringen te voorkomen.

Taxiwereld schrikt: verzekeraar luidt noodklok over snelle taxi’s in grote steden

Toename jonge chauffeurs in sportieve taxi’s baart zorgen.

De afgelopen dagen hebben onder verzekeraars en taxibedrijven opnieuw de alarmbellen geklonken na een reeks ernstige ongevallen met taxi’s in de grote steden. De betrokken verzekeraar, verantwoordelijk voor de verzekering van ongeveer een derde van alle Nederlandse taxiondernemers, spreekt van een “zorgwekkende ontwikkeling” en benadrukt dat het huidige acceptatiebeleid onder druk staat doordat steeds meer jonge chauffeurs in extreem krachtige voertuigen rijden. Volgens de verzekeraar gaat het daarbij vooral om sportieve elektrische auto’s van circa 1.800 kilo die in een fractie van seconden accelereren naar snelheden die in een druk stadsverkeer nauwelijks verantwoord zijn.

uitgesloten

De verzekeraar wijst erop dat dit soort auto’s door reguliere Nederlandse verzekeraars al jarenlang worden uitgesloten voor taxigebruik, omdat het risico simpelweg te groot wordt geacht. De woordvoerder tipt die lijn letterlijk aan door te stellen: “Een op de drie taxiondernemers in Nederland is bij ons verzekerd, wat ons dé taxiverzekeraar van Nederland maakt.” Het bedrijf stelt dat juist die positie hen een duidelijk beeld geeft van de huidige risico’s. De toestroom van jonge chauffeurs in snelle voertuigen die onder groepsconstructies, verhuur of lease rijden, baart het bedrijf zorgen. Het beleid van de verzekeraar laat daarover geen enkele ruimte open. De woordvoerder benadrukt: “Ons beleid is duidelijk: alleen eigen rijders van minimaal 24 jaar met vier jaar rijervaring komen in aanmerking. Groepscontracten, verhuur en lease van taxi’s? Uitgesloten.”

onervaren

De incidenten van het afgelopen weekend vormen volgens de verzekeraar slechts het topje van de ijsberg. De combinatie van onervaren bestuurders, zware en bijzonder krachtige wagens en de hoge werkdruk in de grote steden vormt een risico dat steeds moeilijker te beheersen valt. De sector ziet bovendien dat veel jonge bestuurders worden aangetrokken door het vooruitzicht van snelle, moderne voertuigen waarmee ze zowel klanten als collega’s kunnen imponeren. De keerzijde daarvan is dat een fout achter het stuur sneller en harder afstraft dan bij een conventionele taxi. Het bedrijf wijst op meerdere ongevallen waarbij voertuigen in een splitsecond ongecontroleerd wegschoten, vaak met forse materiële schade of gewonden tot gevolg.

Foto: © Pitane Blue – Telegram

De verzekeraar roept taxibedrijven, gemeenten en beleidsmakers op om gezamenlijk naar oplossingen te kijken, omdat het probleem volgens hen breder is dan alleen verzekeringsvoorwaarden. Het bedrijf merkt op dat het aantal aanvragen van jonge chauffeurs met snelle voertuigen de afgelopen jaren steeds verder is gestegen, terwijl het risico op schade – zeker in dichtbevolkte gebieden – fors blijft toenemen. Een woordvoerder legt via de sociale media de vraag daarom bewust bij het publiek neer om mee te denken over mogelijke maatregelen die de veiligheid op straat kunnen vergroten. In de oproep staat: “Jouw mening telt: Welke maatregelen moeten er volgens jou komen om taxi’s veiliger te maken en dit soort dramatische weekenden te voorkomen?”

constructies

De verzekeraar wijst erop dat het probleem niet alleen ligt bij de keuze voor snelle auto’s, maar ook bij de constructies waarmee jonge chauffeurs via lease of groepsverbanden tóch toegang krijgen tot voertuigen die door de meeste verzekeraars worden geweigerd. Die omzeiling moet volgens het bedrijf worden aangepakt om de veiligheid echt te kunnen verbeteren. De woordvoerder benadrukt dat beleid alleen effect heeft wanneer het breed wordt gedragen en geïmplementeerd, niet wanneer individuele bedrijven proberen mazen in het systeem te benutten.

Het debat dat nu ontstaat, gaat volgens betrokkenen niet alleen over regels, maar vooral over verantwoordelijkheid. De verzekeraar wil de discussie breed voeren en hoopt dat zowel chauffeurs als ondernemers zich bewust worden van de risico’s. De vraag die blijft hangen is hoe de branche een balans kan vinden tussen modernisering, marktwerking en veiligheid, zonder dat elke weekend opnieuw wordt overschaduwd door incidenten die voorkomen hadden kunnen worden wanneer er strenger zou worden toegezien op de toelating en begeleiding van chauffeurs.