Treinen rijden weer: Eurostar weer op gang na urenlange chaos in kanaaltunnel

Internationale treinverbinding hersteld na technische problemen, reizigers krijgen advies om reis nog even uit te stellen.

Het treinverkeer van spoorwegmaatschappij Eurostar is na uren van onzekerheid opnieuw op gang gekomen nadat een stroomstoring in de Kanaaltunnel het internationale treinverkeer grotendeels had platgelegd. De problemen begonnen gisterennamiddag en hadden een grote impact op reizigers die tussen Brussel en Londen wilden reizen. Eurostar bevestigde zelf dat de treinen opnieuw rijden en dat alle verbindingen vanuit Brussel naar Londen normaal zouden vertrekken. Tegelijkertijd waarschuwt de spoorwegmaatschappij dat vertragingen en annuleringen voorlopig niet uit te sluiten zijn.

De oorzaak van de verstoring lag volgens Eurostar bij een technisch probleem met de bovenleiding in de Kanaaltunnel. Dat probleem werd nog verergerd door een defecte LeShuttle-trein, waardoor de tunnel gedurende lange tijd volledig geblokkeerd bleef. “Urenlang was de Kanaaltunnel geblokkeerd door een probleem met de bovenleiding in de Kanaaltunnel en een daaropvolgende defecte LeShuttle-trein,” liet Eurostar weten in een verklaring. Het incident zorgde ervoor dat alle treinen van en naar Londen noodgedwongen werden geschrapt, met grote gevolgen voor duizenden reizigers.

opluchting

In de loop van de namiddag kwam er langzaam beterschap in de situatie. De vastgelopen trein werd uit de tunnel gehaald en de stroomtoevoer kon worden hersteld. Sinds ongeveer 15 uur werd het treinverkeer van LeShuttle opnieuw opgestart. Ongeveer een uur later volgde ook Eurostar, waarna rond 17 uur de eerste Eurostar-treinen opnieuw reden. Hoewel dit voor veel gestrande reizigers een opluchting betekende, bleef de situatie fragiel.

Eurostar adviseerde zijn reizigers om voorlopig toch voorzichtig te blijven en hun reis indien mogelijk uit te stellen naar een latere datum. Ook werd de optie geboden om reizen te annuleren en een terugbetaling aan te vragen. Veel passagiers lijken in de loop van de dag voor die mogelijkheid te hebben gekozen, zo bleek uit de drukte en de reacties van reizigers op de stations. De onzekerheid over mogelijke nieuwe vertragingen en annuleringen speelde daarbij een belangrijke rol.

Flixbus

Door de langdurige onderbreking weken sommige reizigers uit naar alternatieve vervoersmiddelen. Bij Flixbus, dat gebruikmaakt van de ferry om het Kanaal over te steken, werd al in de namiddag gemeld dat de bussen volledig volgeboekt waren. De vraag naar alternatieve routes nam snel toe, mede doordat reizigers niet het risico wilden lopen opnieuw vast te komen zitten door technische problemen in de tunnel.

Foto: © Pitane Blue – hogesnelheidstrein Eurostar

Ook de ferryverbindingen tussen het Europese vasteland en het Verenigd Koninkrijk kwamen nadrukkelijk in beeld. Een woordvoerder van de haven van Dover liet aan de BBC weten dat de ferrybedrijven die tussen Dover en Calais varen nog extra capaciteit hadden om passagiers naar de overkant te brengen. Daarmee werd geprobeerd de druk op te vangen die was ontstaan door het uitvallen van het treinverkeer in de Kanaaltunnel.

kwetsbaar

De storing in de Kanaaltunnel onderstreept opnieuw hoe kwetsbaar het internationale treinverkeer kan zijn bij technische problemen. De tunnel is een cruciale schakel tussen het vasteland van Europa en het Verenigd Koninkrijk en elke verstoring heeft vrijwel onmiddellijk gevolgen voor duizenden reizigers. Voor veel passagiers betekende de situatie lange wachttijden, omboekingen en onzekerheid over hun reisplannen.

Hoewel het treinverkeer inmiddels is hervat, blijft de nasleep van het incident nog voelbaar. Eurostar benadrukt dat de situatie continu wordt gemonitord en dat reizigers de actuele reisinformatie op de website in de gaten moeten houden. De hoop is dat met het herstel van de stroomtoevoer en het weghalen van de defecte trein de verbindingen tussen Brussel en Londen zich snel zullen stabiliseren en dat het internationale treinverkeer weer volgens schema kan verlopen.

Waymo onder vuur: stroomuitval toont grenzen van autonoom rijden

Stroomstoring legt zwakke plek van autonome auto’s bloot.

De straten van San Francisco veranderden plotseling in een chaotisch decor toen een grootschalige stroomuitval het verkeer ontregelde en vooral de zelfrijdende taxi’s van Waymo volledig tot stilstand bracht. Midden op drukke kruispunten en rijbanen kwamen de voertuigen tot stilstand, wat leidde tot gevaarlijke situaties en grote frustratie bij andere weggebruikers. Automobilisten, fietsers en voetgangers zagen hoe de futuristische bolides, normaal symbool van technologische vooruitgang, juist op dat moment een obstakel vormden in plaats van een oplossing.

omstandigheden

Het incident riep meteen vragen op over de betrouwbaarheid van autonome technologie in onvoorziene omstandigheden. Waymo voelde zich genoodzaakt om met een uitgebreide verklaring te komen en nam daarin geen blad voor de mond. Het bedrijf legde uit dat de oorzaak niet lag bij een interne storing van de voertuigen zelf, maar bij de infrastructuur waarop zij zijn aangewezen. De stroomuitval zorgde ervoor dat stoplichten uitvielen en precies daar ging het mis. Zodra verkeerslichten niet meer functioneren, interpreteren de zelfrijdende taxi’s de situatie als een gelijkwaardige kruising zonder signalering, vergelijkbaar met wat menselijke bestuurders doen wanneer zij een defect stoplicht tegenkomen.

Volgens Waymo is dat gedrag op zichzelf logisch en veilig, maar in de praktijk ontstond een onverwacht neveneffect. De voertuigen zijn geprogrammeerd om in zulke situaties extra controles uit te voeren en toestemming te vragen aan menselijke supervisors die op afstand meekijken. Waymo verwoordde het zelf als volgt: “Het in goede banen leiden van een gebeurtenis van deze omvang vormde een unieke uitdaging voor autonome technologie.” De massaliteit van de stroomuitval zorgde ervoor dat tientallen, zo niet honderden voertuigen tegelijk zulke bevestigingsverzoeken verstuurden. De menselijke managers konden deze hoeveelheid signalen niet snel genoeg verwerken, waardoor vertragingen ontstonden en auto’s noodgedwongen bleven stilstaan.

verkeerslichten

Eerdere, kleinschalige stroomstoringen leverden dit probleem nauwelijks op. Toen ging het om enkele kruispunten en een beperkt aantal voertuigen, wat nog beheersbaar bleek. Ditmaal was de impact echter stadsbreed voelbaar. De software en protocollen waren simpelweg niet ingericht op een scenario waarin een complete wijk of zelfs meerdere districten tegelijk zonder verkeerslichten komen te zitten. Het gevolg was een kettingreactie waarbij de veiligheidssystemen, bedoeld om risico’s te minimaliseren, juist bijdroegen aan verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties.

Foto: © Pitane Blue – Waymo

Het incident in San Francisco laat zien dat autonome voertuigen grote beloftes in zich dragen, maar ook kwetsbaar zijn voor situaties waarin infrastructuur en technologie tegelijk falen. De komende tijd zal moeten uitwijzen of de aanpassingen van Waymo voldoende zijn om het vertrouwen van publiek en overheden te herstellen.

De kritiek liet niet lang op zich wachten. Beelden van stilstaande Waymo’s gingen razendsnel rond op sociale media en voedden het debat over de vraag of autonome voertuigen al klaar zijn voor grootschalig gebruik in drukke steden. Waymo erkent dat het bedrijf “zijn lesje wel heeft geleerd” na de storm van negativiteit die losbarstte. Tegelijkertijd benadrukt het concern dat de technologie niet faalde in de kern. Integendeel, volgens Waymo zijn er tijdens dezelfde stroomuitval maar liefst 7.000 kruisingen succesvol overgestoken bij stoplichten die niet functioneerden, zonder incidenten.

stroomuitval

Om herhaling te voorkomen, heeft Waymo inmiddels besloten om de software aan te passen. De voertuigen moeten meer context krijgen over regionale storingen, zodat zij beter kunnen inschatten of een situatie uitzonderlijk en grootschalig is. Ook zijn de noodprotocollen herzien, zodat niet elk voertuig afzonderlijk dezelfde bevestiging hoeft te vragen wanneer duidelijk is dat er sprake is van een algemene stroomuitval. Het doel is om de balans te vinden tussen veiligheid en doorstroming, zonder de menselijke controle volledig los te laten.

De situatie onderstreept hoe complex autonoom rijden in werkelijkheid is. Elk detail in het verkeer, van stoplichten tot onverwachte voertuigen, moet correct worden geïnterpreteerd. Waymo werkt al jaren aan het verfijnen van die systemen en moest recent nog een software-update doorvoeren om ervoor te zorgen dat de robotaxi’s stoppen voor schoolbussen, een in de Verenigde Staten alledaags maar cruciaal verkeersbeeld. Ondanks de tegenslagen blijft het bedrijf vooruitkijken. Waymo is inmiddels gearriveerd in Londen voor testdoeleinden, wat betekent dat de technologie ook dichter bij Europa zichtbaar wordt.

Gentse trams komen niet vooruit: binnenstad zucht onder auto’s en volle parkings

Een oproep aan stadsbestuur en automobilisten want de winterse files gijzelen het openbaar vervoer.

De Gentse binnenstad kreunt onder de combinatie van eindejaarsdrukte, winkelende bezoekers en een stroom auto’s die zich vastbijt richting parkeergarages. Het gevolg laat zich elke winter opnieuw voelen op de tramsporen. De Reizigersbond trekt daarom aan de alarmbel en eist dat het stadsbestuur dringend ingrijpt om het openbaar vervoer weer vlot te laten rijden. Volgens de organisatie staan trams tijdens de weekends van de Winterfeesten regelmatig muurvast, met duizenden reizigers die noodgedwongen moeten wachten in de kou.

Sinds de start van de Gentse Winterfeesten is de situatie volgens de Reizigersbond opnieuw verslechterd. Bij de Vlaamse Nieuwszender VRT NWS schetst Luc Desmedt van de bond een beeld van overvolle tramstellen die minutenlang, soms zelfs langer, geen meter vooruitkomen. Reizigers zien hoe hun tram letterlijk wordt ingesloten door auto’s die aanschuiven voor parkeergarages in het centrum. Vooral de omgeving van de Kouter is een gekend pijnpunt. Daar blokkeren automobilisten de tramsporen terwijl ze hopen op een vrij plekje in de parkeergarage. De tram kan nergens heen en de wachttijd voor de reizigers loopt verder op.

dringende brief

Het probleem is volgens de Reizigersbond allerminst nieuw, maar de ernst ervan neemt jaar na jaar toe. De bond wijst op het structurele karakter van de hinder. De parkeergarages Kouter, Reep en Center liggen diep in het hart van de stad en zijn enkel bereikbaar via dezelfde assen waar ook de trams rijden. Daardoor komen auto en tram letterlijk met elkaar in conflict. Wanneer de garages vol raken, blijven automobilisten toch aanschuiven, met stilstaande files tot gevolg. De tramsporen worden daarbij mee geblokkeerd, waardoor het openbaar vervoer zijn rol als vlotte en betrouwbare verplaatsingsvorm niet meer kan waarmaken.

Om die reden stuurde de Reizigersbond een dringende brief naar het Gentse stadsbestuur. Een antwoord bleef voorlopig uit, maar de bond formuleert alvast twee duidelijke voorstellen. Op korte termijn vraagt de organisatie om politiebegeleiding op strategische knelpunten zoals het Rooseveltplein en het Graaf van Vlaanderenplein. Het idee is om het verkeer tijdelijk te bufferen wanneer er een tram nadert, zodat die ongehinderd kan doorrijden. Daarnaast wil de bond dat automobilisten aan de inritten van parkeergarages verplicht worden om door te rijden zodra een parking vol is. Volgens de Reizigersbond zou dat al een groot deel van de stilstaande files kunnen voorkomen.

Foto: © Pitane Blue – Gent

Op langere termijn pleit de bond voor een fundamentele verschuiving in het parkeerbeleid. De focus moet volgens hen verschuiven van parkeren in het centrum naar de stadsrand. Meer park-and-rides moeten automobilisten overtuigen om hun wagen buiten de stad achter te laten en verder te reizen met tram of bus. Dat zou niet alleen de doorstroming van het openbaar vervoer verbeteren, maar ook de leefbaarheid in de binnenstad ten goede komen.

vol is vol

Schepen voor Mobiliteit Joris Vandenbroucke van Voor Gent erkent de problematiek, maar plaatst kanttekeningen bij de haalbaarheid van sommige voorstellen. Permanent politietoezicht op alle knelpunten ziet hij niet als een structurele oplossing. “De politie kan altijd tussenkomen bij acute situaties, maar dat gaat ten gronde niks veranderen aan de problematiek waarbij automobilisten voorbij de signalisatieborden op onze stadsring rijden, waarop staat dat de parkings vol zijn en dan toch naar het centrum van de stad rijden,” klinkt het.

Volgens de schepen ligt een deel van de verantwoordelijkheid bij de bezoekers zelf. Hij richt zich expliciet tot iedereen die met de wagen naar Gent afzakt. “Als er op de signalisatieborden staat dat de parkings vol zijn, zijn ze vol. Vol is vol. Het heeft geen enkele zin om toch naar die parkings te rijden.” Met die oproep hoopt hij het aantal wagens dat zich vastzet in het centrum te verminderen en zo ook de druk op het tramverkeer te verlichten.

noodkreet

Intussen blijven de reizigers wachten op concrete maatregelen. Voor velen is de tram tijdens de wintermaanden het belangrijkste vervoermiddel om de stad te bereiken of te doorkruisen. Wanneer die stilvalt door vastgelopen autoverkeer, tast dat niet alleen het comfort maar ook het vertrouwen in het openbaar vervoer aan. De komende weken zal moeten blijken of het stadsbestuur gehoor geeft aan de noodkreet van de Reizigersbond en of er snel ingrepen komen om de Gentse trams weer vrij baan te geven.

Tilburg op vingers getikt: moeder strijdt tegen gemeente om taxivervoer voor dochter

Gemeente moet opnieuw kijken naar vervoer leerling met beperking.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in Breda een tussenuitspraak gedaan in een slepende kwestie over leerlingenvervoer, waarin een moeder uit de regio Tilburg botst met het college van burgemeester en wethouders over de vergoeding van taxivervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis. De zaak werpt opnieuw licht op de spanningen tussen gemeentelijk beleid en de dagelijkse realiteit van gezinnen die afhankelijk zijn van passend vervoer naar school.

leerlingenvervoer

De moeder had op 16 december 2024 een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2024-2025. Het ging om haar dochter, die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en speciaal onderwijs volgt. Begin januari 2025 werd die aanvraag door de gemeente Tilburg afgewezen, met als reden dat de afstand tussen de woning en de school minder dan zes kilometer bedraagt. Volgens de geldende verordening zou daarmee geen recht bestaan op vergoeding van aangepast vervoer, zoals taxivervoer.

Na bezwaar kwam de gemeente gedeeltelijk terug op dat besluit. In april 2025 verklaarde het college het bezwaar gegrond en werd alsnog een reiskostenvergoeding toegekend, gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer voor het kind en een begeleider. De moeder bleef echter met lege handen staan waar het ging om taxivervoer. Volgens het college voldeed zij niet aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020, waarin is vastgelegd wanneer aangepast vervoer moet worden vergoed.

afwijzing

Die afwijzing liet de moeder niet los. In beroep voerde zij aan dat haar dochter, gezien haar psychische beperking, niet in staat is om ook niet onder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer. Daarmee zou volgens haar zijn voldaan aan de voorwaarden die de verordening stelt. Daarnaast wees zij op de zware belasting voor het gezin. Door de situatie rond haar dochter moet haar andere kind iedere ochtend naar de voorschoolse opvang, een extra kostenpost waar in de toegekende vergoeding geen rekening mee wordt gehouden. Ook stelde zij dat de gemeente te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar en dat daar consequenties aan verbonden zouden moeten worden.

Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar
vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. De
vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om
de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
maken.

Tijdens de zitting in november 2025 bleek dat de kern van het geschil draait om de vraag of de dochter, gelet op haar handicap, daadwerkelijk in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Het college stelde zich op het standpunt dat uit het overgelegde psychologisch onderzoek uit 2023 niet volgt dat sprake is van een onhoudbare situatie bij reizen met bus of trein. Daarbij werd aangevoerd dat ook taxivervoer prikkels met zich meebrengt, bijvoorbeeld doordat een taxi wordt gedeeld met andere kinderen of in de file kan komen te staan.

tussenuitspraak

De rechtbank zette daar stevige vraagtekens bij. In de tussenuitspraak oordeelt de rechter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de relevante bepaling uit de verordening niet van toepassing zou zijn. In de toelichting bij de regels staat juist dat verklaringen van deskundigen zwaar moeten meewegen en dat de gemeente, als die verklaringen onduidelijk of onvolledig zijn, zelf een onafhankelijk deskundig advies kan inwinnen. De moeder had niet alleen een psychologisch rapport ingebracht, maar ook een verklaring van de begeleider van haar dochter. Dat de gemeente die stukken terzijde schoof zonder aanvullend deskundig onderzoek, noemt de rechtbank een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

motivering

Om die reden krijgt het college nu de opdracht om het gebrek te herstellen. Binnen twee weken moet de gemeente laten weten of zij van die mogelijkheid gebruikmaakt en vervolgens heeft zij zes weken de tijd om alsnog een deugdelijke motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Dat kan betekenen dat een onafhankelijk sociaal-medisch advies wordt ingewonnen, zoals de verordening voorschrijft. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan en is er nog geen oordeel over proceskosten of griffierecht.

De zaak laat zien hoe strikt beleid en menselijke maat elkaar kunnen raken. Voor de betrokken moeder staat niet alleen een juridische interpretatie op het spel, maar vooral de dagelijkse haalbaarheid van het schooltraject van haar dochter en de impact daarvan op het hele gezin. De definitieve uitspraak wordt pas verwacht nadat de gemeente haar huiswerk opnieuw heeft gedaan.

Consumptie onderweg: eigen beker laten vullen op het station voor je de trein in stapt

Staatssecretaris Thierry Aartsen zet een volgende stap in het verduidelijken en versoepelen van de regels rond wegwerpbekers en bakjes voor eten en drinken.

Met de aanpassingen wil hij ervoor zorgen dat de wetgeving niet alleen milieuwinst oplevert, maar ook logisch en uitvoerbaar is voor ondernemers. De wijzigingen volgen op signalen uit de praktijk, een motie van de Tweede Kamer en uitgebreid overleg met zowel producenten van herbruikbare bekers en bakjes als makers van wegwerpvarianten.

Ondernemers uit uiteenlopende sectoren gaven de afgelopen periode aan dat de huidige regels op sommige plekken knellen. Dat beeld kwam volgens het ministerie duidelijk naar voren in gesprekken met de sector. Thierry Aartsen benadrukt dat het doel niet is om ondernemers te frustreren, maar om regels te maken die daadwerkelijk werken. “Bijvoorbeeld op plekken waar je veel rondloopt, zoals in een pretpark. Je bestelt daar een kop koffie. De ondernemer kan dan voortaan kiezen voor herbruikbaar, maar ook wegwerpbekers zijn toegestaan. Ze moeten dan wel zorgen voor recycling,” aldus de staatssecretaris.

hergebruik

Tegelijkertijd zijn er ook voorbeelden waar de regels al goed uitpakken. Op veel kantoren is het gebruik van herbruikbare kopjes inmiddels gemeengoed geworden. Volgens Aartsen heeft dat een zichtbaar effect op de hoeveelheid afval. “In kantoren bijvoorbeeld zijn herbruikbare kopjes inmiddels nagenoeg de standaard geworden. Dat leidt tot een grote vermindering van eenmalig gebruikte bekers. Dat is mooi, want dat helpt ons bij het halen van ons doel om het gebruik van wegwerpbekers naar beneden te brengen. Daar gaan we dus voor hergebruik.”

De kern van de aanpassingen zit volgens Aartsen in maatwerk. “Waar het goed gaat, laten we het hoe het is. En waar het nodig is, doen we aanpassingen. Het gaat erom dat we een goede balans moeten vinden en ondernemers de ruimte moeten geven om keuzes te maken waar nodig.” Met die insteek zijn de regels per situatie opnieuw tegen het licht gehouden.

Voor kantoren, bedrijven en andere organisaties wordt herbruikbaar voortaan de norm. De bestaande uitzondering vervalt. Aartsen legt uit wat dat in de praktijk betekent. “Concreet betekent dit dat als je op kantoor werkt, je uit een herbruikbare beker drinkt. Je mag zelf kiezen of dat porselein, glas, hard plastic of wat dan ook is. Maar er staat in ieder geval bij de koffieautomaat op kantoor geen toren wegwerpbekers.” Daarmee wil het kabinet het succes dat op veel werkplekken al zichtbaar is, definitief vastleggen.

wegwerpbekers

Op plekken waar mensen ter plaatse eten of drinken en hergebruik lastiger is, komt er juist meer flexibiliteit. Het gaat dan om gesloten evenementen, horeca bij consumptie ter plaatse, dagattracties en sportverenigingen. Herbruikbaar blijft daar het uitgangspunt, maar wegwerpbekers en bakjes blijven toegestaan als deze worden ingezameld en gerecycled. “Op deze plekken geven we ondernemers meer keuzevrijheid. Neem bijvoorbeeld de Efteling. Zij kunnen er straks voor kiezen dat gezinnen die door het park wandelen, de koffie en de limonade in een wegwerpbeker krijgen. Ze moeten die wel weer inzamelen en recyclen,” zegt Aartsen.

Foto: Pitane Blue -Efteling te Kaatsheuvel

“Dit geeft ruimte aan fastfoodrestaurants waar je eten afhaalt, zoals shoarma, om wegwerp te blijven gebruiken. En tegelijkertijd heeft wie dat wil gelegenheid om de eigen beker te laten vullen met koffie, op het station voor je de trein in stapt.”

Staatssecretaris Thierry Aartsen

Voor consumptie onderweg verandert de aanpak eveneens. Ondernemers moeten herbruikbare opties aanbieden voor wie dat wil, maar wegwerp blijft toegestaan. Eerder werd al bekend dat de verplichte meerprijs voor wegwerpbekers en -bakjes verdwijnt. Volgens Aartsen biedt dit ruimte aan ondernemers én consumenten. 

Volgens de staatssecretaris zijn de regels nu beter afgestemd op de dagelijkse praktijk. “We maken de regels slimmer en praktischer, zodat ondernemers niet vastlopen in papierwerk maar kunnen doen waar ze goed in zijn: innoveren en vooruitgaan. We blijven stevig inzetten op hergebruik, maar zonder de deur dicht te gooien voor recycling wanneer dat beter werkt. Zo houden we Nederland in beweging: we verminderen de hoeveelheid afval, maken onze leefomgeving schoner én geven bedrijven de ruimte om te investeren, te groeien en nieuwe oplossingen te ontwikkelen. Met deze aanpak werken we aan een sterke en schone economie.”

Single-Use Plastics

De aangepaste regels vloeien voort uit de Europese Single-Use Plastics-richtlijn, die tot doel heeft de impact van wegwerpplastic op het milieu te verkleinen. Nederland nam de afgelopen jaren al meerdere maatregelen om het gebruik van plastic wegwerpbekers en -bakjes terug te dringen. De nieuwe regels gaan formeel in 2027 in. Tot die tijd wordt de handhaving aangepast, zodat de Inspectie Leefomgeving en Transport alvast kan aansluiten bij de nieuwe situatie. Bedrijven waarvoor de regels veranderen krijgen een jaar de tijd om zich voor te bereiden voordat er daadwerkelijk wordt gehandhaafd.

Een traditie neemt afscheid: laatste knallen voor altijd uit de straat

Dit jaar markeert een breuklijn in een traditie die generaties lang het einde van het jaar heeft ingeluid.

Voor het laatst mogen consumenten zelf vuurwerk kopen en afsteken. Daarmee komt een tijdperk ten einde waarin straten, pleinen en achtertuinen rond de jaarwisseling veranderden in een bonte mengeling van licht, geluid en kruitdamp. De beslissing betekent een fundamentele verandering in hoe de samenleving omgaat met oud en nieuw en raakt aan veiligheid, leefbaarheid en emotie.

beladen

De aanloop naar deze laatste jaarwisseling met consumentenvuurwerk voelt beladen. In woonwijken wordt al vroeg gesproken over wat er gaat verdwijnen. Het bekende ritueel van het uitzoeken van siervuurwerk, het bewaren van de doos op zolder en het aftellen tot middernacht krijgt een afscheidssaus. Winkeliers merken dat klanten bewuster kijken en soms zelfs extra inkopen doen, niet uit baldadigheid maar uit sentiment. Het idee dat dit de laatste keer is, maakt dat veel mensen het moment willen vastleggen.

De discussie over vuurwerk woedde al jaren en laaide iedere december opnieuw op. Ziekenhuizen, hulpdiensten en gemeenten wezen telkens op de risico’s en de druk op de zorg. Tegelijkertijd klonk vanuit buurten het geluid dat vuurwerk voor verbondenheid zorgde en dat het gezamenlijke aftellen zonder knallen kil zou aanvoelen. Die tegenstelling komt dit jaar scherper dan ooit samen. De ene straat organiseert een gezamenlijke afsluiting, de andere zoekt naar alternatieven zoals lichtshows of buurtbijeenkomsten, terwijl sommigen vasthouden aan een laatste persoonlijke viering.

nieuw normaal

Wat verdwijnt is niet alleen het afsteken zelf, maar ook de hele aanloop ernaartoe. De kraampjes, de folders, het vergelijken van fonteinen en cakes, het plannen wie wanneer iets afsteekt. Voor velen hoorde het bij de winter zoals oliebollen en champagne. De geur van buskruit en de echo van knallen vormden het decor van herinneringen aan familie en vrienden. Dat alles maakt plaats voor een nieuw normaal, waarin professioneel vuurwerk en georganiseerde evenementen de toon zetten.

Tegenstanders van consumentenvuurwerk wijzen op rust en veiligheid die terugkeren. Huisdieren die niet meer angstig onder de bank kruipen, straten zonder rondzwervend afval en een jaarwisseling zonder sirenes vormen een aantrekkelijk vooruitzicht. Voorstanders ervaren juist een verlies aan vrijheid en eigen invulling. Zij zien het verbod als het einde van een volksgebruik dat zorgvuldig had kunnen worden behouden met strengere regels in plaats van een totaal afscheid.

De laatste dagen van december krijgen daardoor een bijzondere lading. Mensen praten met elkaar over vroeger en over wat komt. Oudere bewoners halen verhalen op over de eerste keer dat zij zelf een rotje afstaken, jongeren vragen zich af hoe oud en nieuw er volgend jaar uit zal zien. Het besef groeit dat deze overgang niet alleen praktisch is, maar ook cultureel. Tradities veranderen, soms abrupt, soms geleidelijk, en laten altijd sporen na.

afsluiting

Na middernacht zal de stilte voor velen wennen zijn. Waar normaal gesproken de lucht werd gevuld met kleur en lawaai, blijft nu vooral het geluid van stemmen en muziek over. Het moment zelf zal anders voelen, maar ook ruimte bieden voor nieuwe rituelen. Gemeenten bereiden zich voor op centrale vieringen, buurten zoeken naar creatieve manieren om samen te komen en het gesprek over samen vieren krijgt een nieuwe invulling.

Dit laatste jaar met consumentenvuurwerk sluit een hoofdstuk af. Het is een afscheid met gemengde gevoelens, waarin nostalgie en opluchting naast elkaar bestaan. Wat blijft zijn de herinneringen aan fonkelende luchten en koude handen, en de wetenschap dat tradities nooit stilstaan. De jaarwisseling blijft, maar het decor verandert definitief.

Laatste kans op goedkopere benzine: tank nog snel vol voor accijns klap

Het debat over brandstofprijzen laait daardoor telkens weer op, vooral rond de jaarwisseling wanneer nieuwe tarieven ingaan.

Waar automobilisten zich schrap zetten voor hogere kosten in het nieuwe jaar, is de prijs aan de pomp in de laatste weken juist stevig gedaald. Dat maakt het voor veel Nederlanders aantrekkelijk om de tank nog vóór 1 januari volledig te vullen. De verwachting is namelijk dat de prijsstijging daarna onvermijdelijk toeslaat, vooral door ingrepen van de overheid.

ruwe olie

De gemiddelde benzineprijs is inmiddels uitgekomen op ongeveer 2,12 euro per liter. Dat niveau ligt duidelijk lager dan een maand eerder, toen automobilisten nog te maken kregen met prijzen van rond de 2,20 euro per liter. Daarmee werd destijds het hoogste punt bereikt in bijna anderhalf jaar tijd. De daling is vooral toe te schrijven aan ontwikkelingen op de wereldmarkt, waar de prijs van ruwe olie de afgelopen periode aanzienlijk is teruggelopen. Die lagere olieprijs werkt uiteindelijk door in de prijs die consumenten aan de pomp betalen.

Het tijdelijke voordeel lijkt echter van korte duur. Vanaf 1 januari stijgen de prijzen opnieuw door een verhoging van de accijnzen. De verhoging hangt samen met het gedeeltelijk verdwijnen van de accijnskorting op brandstof. De overheid verwacht hiermee in totaal 448 miljoen euro op te halen. Dat geld is bedoeld om bezuinigingen in het openbaar vervoer te voorkomen.

Ook bij andere brandstoffen is het verschil met het verleden groot. Nederland behoort daarmee tot de landen met de hoogste brandstofprijzen van Europa. Zo ben je in België en Duitsland momenteel ongeveer 30 cent goedkoper uit. Voor grensbewoners loont het daardoor vaak om de tank net over de grens te vullen.

Foto: Pitane Blue – brandstofmeter

De benzineprijs in Nederland blijft een heet hangijzer, zeker nu het verschil met de buurlanden steeds groter wordt. Automobilisten die regelmatig de grens oversteken, merken het direct aan de pomp. Waar in België en Duitsland de prijzen aanzienlijk lager liggen, betalen Nederlandse automobilisten structureel meer. Volgens Independer ligt de oorzaak daarvan vooral bij het belastingbeleid van de overheid, dat al jaren zwaar drukt op de literprijs.

Naast de landelijke verschillen zijn er ook binnen Nederland grote prijsverschillen zichtbaar. Eerder dit jaar onderzocht Independer het verschil tussen de duurste en goedkoopste pomp van het land. Daaruit bleek dat automobilisten met een tank van 50 liter bijna 30 euro meer kwijt waren bij het duurste tankstation van Nederland. Dat prijsverschil is voor veel mensen reden om bewuster te kiezen waar zij tanken.

grote verschillen

Zelfs binnen dezelfde woonplaats kunnen de verschillen oplopen tot wel 50 cent per liter benzine. Dat betekent dat twee automobilisten in dezelfde straat tot 25 euro verschil kunnen betalen voor een volle tank. Die uiteenlopende prijzen zorgen voor groeiende frustratie, zeker nu de kosten voor mobiliteit steeds verder oplopen.

De genoemde benzineprijs is vastgesteld op 24 december en gebaseerd op de adviesprijzen van de vijf grootste oliemaatschappijen. Voor de historische vergelijking is gebruikgemaakt van gegevens uit CBS StatLine. Alles wijst erop dat het huidige prijsvoordeel tijdelijk is en dat automobilisten zich in het nieuwe jaar opnieuw moeten voorbereiden op hogere kosten aan de pomp.

Eropuit na kerst: ontspannen dagtochten voor gezinnen op tweede kerstdag

Ontspannen dagtochten voor gezinnen op tweede kerstdag.

De vrijdag na kerst, vrijdag 26 december 2025, biedt in Noord-Brabant opvallend veel mogelijkheden voor wie er even tussenuit wil zonder zich in drukke feestzalen of bij luidruchtige concerten te begeven. Verspreid over de provincie openen dierentuinen, musea, natuurgebieden en winterse attracties hun deuren voor gezinnen, families met kinderen en ook voor stellen of vriendengroepen die gewoon een ontspannen dagje uit zoeken. De kerstvakantie zorgt voor extra activiteiten, terwijl de sfeer gemoedelijk blijft en de nadruk ligt op samen beleven.

ZooParc Overloon speelt tijdens deze periode in op het seizoen met het thema “IJstijd”. Bezoekers wandelen door het park langs dieren die worden gepresenteerd in een winterse setting, waarbij vooral kinderen worden uitgedaagd om mee te doen aan een speurtocht met opdrachten. Het park richt zich daarmee niet alleen op kijken, maar ook op actief meedoen, waardoor een bezoek meer wordt dan een gewone rondgang langs verblijven. De winterse aankleding sluit aan bij de tijd van het jaar en maakt het park ook in december aantrekkelijk.

Safaripark

Hilvarenbeek trekt traditioneel veel bezoekers met Safaripark Beekse Bergen, dat tijdens de kerstvakantie geopend is. Met de eigen auto door het park rijden en oog in oog komen te staan met leeuwen, olifanten en andere dieren blijft een ervaring die jong en oud aanspreekt. Wie liever wandelt, kan kiezen voor de looproutes door het park, waarbij de dieren vaak verrassend dichtbij komen. De combinatie van vrijheid, ruimte en natuur maakt dit park tot een vaste waarde voor een dagtocht in Brabant.

Voor wie liever de stilte opzoekt, liggen de natuurgebieden van De Peel en Nationaal Park De Groote Peel klaar. Deze gebieden lenen zich uitstekend voor winterwandelingen, vooral op droge dagen. De open landschappen, veenachtige bodem en uitgestrekte paden zorgen voor rust en frisse lucht, ver weg van de drukte van de feestdagen. Ook andere natuurgebieden zoals De Loonse en Drunense Duinen of Nationaal Park De Biesbosch blijven toegankelijk en bieden korte en langere routes voor een ontspannen tocht.

Binnenactiviteiten zijn op deze vrijdag eveneens ruim vertegenwoordigd. In Eindhoven trekt Motion Experience, een interactieve light art playground, bezoekers die kunst en technologie willen combineren. De lichtinstallaties nodigen uit tot bewegen en ontdekken en maken het uitje geschikt voor verschillende leeftijden. Museum de Wieger in Deurne speelt in op de kerstperiode met aandacht voor historie en tradities rond kerst, aangevuld met een speciale speurtocht voor families. Het museum combineert cultuur met een laagdrempelige insteek, waardoor ook kinderen betrokken blijven.

musea

Verspreid over Brabant openen ook bekende musea hun deuren, waaronder het DAF Museum, het Philips Museum, het Oorlogsmuseum Altena en het Van Abbemuseum. Elk museum biedt een eigen invalshoek, van industriële geschiedenis en innovatie tot kunst en oorlogsgeschiedenis. De kerstvakantie zorgt vaak voor aangepaste programma’s, waardoor een museumbezoek extra inhoud krijgt.

Foto: © Pitane Blue -kerstmarkt

’s-Hertogenbosch ademt in deze periode een winterse sfeer met De Brabantse Winter, waar een overdekte omgeving wordt gecreëerd met eet- en belevingsplekken. De opzet lijkt op een wintermarkt en leent zich voor een middag rondwandelen zonder dat het een luid evenement wordt. In dezelfde regio kunnen liefhebbers van schaatsen terecht bij WinterWonderBeek, waar winterse gezelligheid en sport samenkomen. Daarnaast trekken de Brabanthallen veel bezoekers met de Super Snuffelmarkt, die rond Tweede Kerstdag plaatsvindt en bekendstaat om zijn mix van koopjes en curiosa.

The Chocolate Factory

Een ander opvallend uitje is The Chocolate Factory in Veghel, waar bezoekers op interactieve wijze kennismaken met chocolade en zelfs zelf hagelslag kunnen maken. Deze combinatie van leren en doen maakt het aantrekkelijk voor gezinnen. Ook het erfgoed van Vincent van Gogh blijft zichtbaar in Brabant, met wandelroutes en musea in onder meer Nuenen en Etten-Leur, die uitnodigen tot een culturele middag in het spoor van de schilder.

Wie eropuit trekt op deze vrijdag doet er goed aan rekening te houden met aangepaste openingstijden tijdens de feestdagen en zich warm te kleden, zeker bij buitenactiviteiten. De variatie aan uitjes laat zien dat Noord-Brabant ook in de winter een breed aanbod heeft voor een ontspannen dag zonder feestgedruis.

Viaducten vormen sleutel: HSL krijgt grote opknapbeurt en moet snelheid maken

ProRail staat voor een van de grootste ingrepen aan de hogesnelheidslijn sinds de aanleg ervan.

De spoorbeheerder heeft aangekondigd dat in 2028 omvangrijke werkzaamheden worden uitgevoerd aan de HSL-Zuid, met als belangrijkste doel het terugdringen van de structurele vertragingen die reizigers al jaren ervaren. Door deze ingreep verwacht ProRail ongeveer de helft van de verloren rijtijd terug te winnen, een stap die als cruciaal wordt gezien voor zowel nationale als internationale treinverbindingen.

ontwerpfout

De problemen op de HSL-Zuid zijn diepgeworteld en gaan terug naar de ontwerpfase en de aanleg van de lijn. Op meerdere plekken is schade ontstaan aan de constructie, met name aan viaducten, waardoor treinen momenteel op delen van het traject niet harder mogen rijden dan 120 kilometer per uur. Dat staat in schril contrast met het oorspronkelijke ontwerp, waarin snelheden tot 300 kilometer per uur mogelijk moesten zijn. Het doel is duidelijk: de hogesnelheidslijn weer geschikt maken voor echt hogesnelheidsverkeer. Volledig herstel laat echter nog op zich wachten. ProRail geeft aan dat de lijn naar verwachting niet vóór 2031 volledig hersteld zal zijn, maar benadrukt dat de geplande werkzaamheden in 2028 een belangrijke tussenstap vormen.

De HSL-Zuid vervult een sleutelrol in het Nederlandse spoorwegnet en is daarnaast van groot belang voor internationale reizigers. Door de huidige beperkingen lopen reistijden op en is de betrouwbaarheid van de dienstregeling onder druk komen te staan. Vooral de schade aan enkele viaducten speelt daarbij een grote rol. Door juist deze kunstwerken aan te pakken, wil ProRail de basis leggen voor een toekomstbestendige hogesnelheidslijn. De bedoeling is om in 2028 vier viaducten grootschalig te herstellen, waarmee een aanzienlijke verbetering wordt gerealiseerd.

Foto: Prorail

De geplande ingreep in 2028 markeert daarmee een belangrijk moment voor de HSL-Zuid. Hoewel het volledige herstel nog enkele jaren op zich laat wachten, ziet ProRail deze fase als een noodzakelijke stap om het vertrouwen in de hogesnelheidslijn te herstellen en de ambities van snel en betrouwbaar treinverkeer waar te maken.

Om dit mogelijk te maken, heeft ProRail een buitendienststelling aangevraagd van maximaal 82 dagen. Deze periode moet ruimte bieden om zoveel mogelijk werkzaamheden in één keer uit te voeren. Of de volledige duur daadwerkelijk nodig zal zijn, staat nog niet vast. De ambitie is om binnen deze tijd vier van de in totaal tien problematische viaducten aan te pakken. Als dat lukt, kan ongeveer de helft van de verloren rijtijd worden teruggewonnen. De exacte planning en de impact voor reizigers en vervoerders worden de komende tijd verder uitgewerkt. Medio 2026 verwacht ProRail hier meer duidelijkheid over te kunnen geven.

omrijdroutes

Tijdens de buitendienststelling blijft het uitgangspunt dat reizigers hun bestemming moeten kunnen bereiken. ProRail werkt daarom aan omrijdroutes en stemt deze nauw af met vervoerders. Het doel is om de hinder zoveel mogelijk te beperken en ervoor te zorgen dat het spoorwegnet ook tijdens de werkzaamheden functioneel blijft. Dat vraagt om zorgvuldige afstemming, omdat alternatieve routes voldoende capaciteit moeten hebben en niet tegelijkertijd door andere werkzaamheden mogen worden belast.

Tot het moment dat de werkzaamheden daadwerkelijk van start gaan, verandert er voor reizigers en vervoerders niets. Achter de schermen wordt echter intensief gewerkt aan de voorbereiding. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de technische uitvoering, maar ook naar de logistieke puzzel die een langdurige buitendienststelling met zich meebrengt. Omrijdroutes worden in kaart gebracht en getest op hun geschiktheid voor extra treinverkeer. Samen met vervoerders wordt gezocht naar oplossingen die de impact voor de reiziger zo klein mogelijk houden.

Nieuwe regels: wat burgers en bedrijven moeten weten over de nieuwe maatregelen

Een nieuw kalenderjaar staat traditioneel symbool voor verandering en dat geldt in 2026 nadrukkelijk voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Vanaf 1 januari treden meerdere aanpassingen in regelgeving in werking die zowel particulieren als bedrijven raken. De wijzigingen lopen uiteen van nieuwe spelregels voor het gebruik van drones tot strengere eisen voor voertuigen en een aangepaste belastingregeling voor elektrische auto’s. De overheid wil met deze maatregelen de veiligheid vergroten, de duidelijkheid op de weg verbeteren en duurzaamheid verder stimuleren.

dronegebruikers

Binnen het luchtruim boven Nederland verandert het speelveld voor dronegebruikers ingrijpend. De zonering die bepaalt waar wel en niet met drones mag worden gevlogen, wordt herzien. De regels blijven gebaseerd op het risico op ongelukken en de mogelijke gevolgen daarvan, maar de indeling van de zones wordt aangepast. Sommige gebieden krijgen strengere beperkingen, andere zones worden samengevoegd en enkele vervallen volledig. Voor gebruikers betekent dit dat bestaande vliegroutes niet automatisch behouden blijven. De actuele situatie is terug te vinden in de Aeret Kaartviewer, waar ook inzichtelijk is onder welke voorwaarden vliegen in bepaalde gebieden toch is toegestaan. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat recreatieve en professionele dronepiloten onbedoeld de regels overtreden.

RDW-erkend

Ook op de weg verandert er het nodige. Voor bromfietsen, scooters, snorfietsen, speed pedelecs en zogenoemde bijzondere bromfietsen wordt het einde ingeluid van het zelf slopen. Vanaf 1 januari 2026 mogen deze voertuigen uitsluitend nog worden gedemonteerd door een RDW-erkend sloop- of demontagebedrijf. Het doel is om hergebruik en recycling van onderdelen te bevorderen en te voorkomen dat schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen. Door de sloop te centraliseren bij erkende bedrijven krijgt de overheid beter zicht op de verwerking van materialen en de afvoer van afvalstoffen.

Al deze maatregelen samen laten zien dat 2026 een jaar wordt waarin regelgeving strakker, duidelijker en meer gericht op veiligheid en duurzaamheid wordt vormgegeven. Voor burgers en bedrijven betekent dit wennen aan nieuwe regels, maar ook meer helderheid over wat wel en niet is toegestaan.

De veiligheid staat ook centraal bij de aanpassing voor de zogeheten BSO-bus. Het maximaal aantal zitplaatsen voor passagiers wordt teruggebracht van tien naar acht. Minder passagiers betekent een stabieler en wendbaarder voertuig, dat bovendien sneller tot stilstand kan komen door een kortere remweg. Volgens het ministerie draagt deze maatregel bij aan een hogere verkeersveiligheid, zowel voor inzittenden als voor andere weggebruikers.

milieuzones

Een opvallende wijziging in het straatbeeld volgt met de invoering van een nieuw verkeersbord voor zero-emissiezones en milieuzones. Het nieuwe bord vervangt meerdere bestaande varianten en moet het voor bestuurders duidelijker maken waar voertuigen met schadelijke uitstoot beperkt of helemaal niet welkom zijn. Op het bord is in één oogopslag te zien welke voertuigen zijn uitgesloten. Gemeenten krijgen de tijd om de oude borden te vervangen tussen 1 januari en 1 juli 2026, zodat de overgang geleidelijk verloopt.

Voor automobilisten met een elektrische auto verandert er eveneens iets in de portemonnee. De korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische en andere zero-emissie personenauto’s wordt verlaagd. Elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijker dan rijden op fossiele brandstoffen, maar het verschil wordt kleiner. De overheid zet hiermee een volgende stap in het normaliseren van elektrische mobiliteit, nu het aantal elektrische voertuigen op de weg blijft groeien.

Nieuwe contracten: miljardeninvestering verstevigt positie Transdev in Nederland

Transdev verstevigt zijn positie op de Nederlandse ov-markt met nieuwe contracten en de start van twee grote stedelijke netwerken.

Dat blijkt uit een uitgebreide toelichting van het internationale mobiliteitsbedrijf, dat via dochteronderneming Transdev Nederland de komende jaren een sleutelrol blijft spelen in het regionale en stedelijke openbaar vervoer. De totale waarde van de recent verworven concessies en opgestarte netwerken loopt op tot ruim vier miljard euro over de volledige looptijd van de contracten.

De uitbreiding betreft allereerst twee recent toegekende contracten. Eén daarvan is de concessie Arnhem–Nijmegen–Foodvalley in de provincie Gelderland. Transdev is geselecteerd om hier gedurende tien jaar, van juni 2026 tot juni 2036, het busvervoer te verzorgen. De concessie werd in juli 2025 gegund en brengt twee bestaande contracten samen, Arnhem–Nijmegen en Veluwe Zuid, die al door Transdev werden geëxploiteerd. De totale contractwaarde bedraagt meer dan 1,5 miljard euro. De dienstverlening wordt uitgevoerd onder het provinciale merk RRReis en steunt op een volledig nieuwe vloot van meer dan driehonderd emissievrije elektrische bussen, waaronder voertuigen van Yutong, MAN en Solaris. Daarnaast worden vijftig elektrische trolleybussen ingezet.

Valys

Een tweede belangrijke opdracht betreft Valys 2026. De Transdev-dochter Connexxion Taxi Services is voorlopig geselecteerd om deze dienst uit te voeren namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Valys verzorgt landelijk vraagafhankelijk vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking, bedoeld voor sociale en recreatieve reizen door heel Nederland en inclusief sportvervoer. Het contract vertegenwoordigt een waarde van bijna een half miljard euro over een periode van zes jaar, vanaf oktober 2026, met de mogelijkheid tot twee verlengingen van telkens twee jaar. De gunning is nog onder voorbehoud van bezwaarprocedures.

Antoine Grange, CEO Europe van Transdev Group, benadrukt het belang van deze groei. “De groei van Transdev in Nederland weerspiegelt het vertrouwen van overheden in ons vermogen om betrouwbare, duurzame en mensgerichte mobiliteit te leveren. Van stedelijke netwerken met hoge capaciteit tot inclusieve on-demanddiensten, wij zijn er trots op regio’s te ondersteunen die de transitie naar emissievrij vervoer versnellen en tegelijkertijd het dagelijks leven van inwoners verbeteren.,” aldus Grange.

consessie Utrecht

Naast nieuwe contracten zijn op 14 december 2025 twee grote stedelijke netwerken van start gegaan. In Utrecht betreft dit de concessie Utrecht Binnen, die in juni 2024 werd gegund. Deze overeenkomst omvat bus- en tramdiensten in en rond het stadscentrum onder het merk U-OV en heeft een looptijd van tien jaar met een totale waarde van circa 1,7 miljard euro. Onderdeel van het programma is de volledige vervanging van de bestaande busvloot door emissievrije voertuigen. Het gaat om 228 nieuwe elektrische bussen van onder meer Solaris, Yutong, Volvo en VDL, aangevuld met het hergebruik van 69 bestaande elektrische bussen. 

Het netwerk omvat vijftig buslijnen die samen jaarlijks meer dan dertig miljoen reizigers vervoeren. Het tramnet beslaat drie lijnen met een lengte van 18,3 kilometer en maakt gebruik van 54 CAF-tramstellen, goed voor circa tien miljoen passagiers per jaar. Dagelijks worden de diensten gedragen door een team van ongeveer duizend medewerkers, waaronder circa 850 chauffeurs en technici en 150 medewerkers in ondersteunende, operationele en managementfuncties.

Foto: © Pitane Blue – wachten op busvervoer

Volgens André van Schie, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Digitalisering van de provincie Utrecht, is de overgang zorgvuldig verlopen. “Tijdens het 18 maanden durende overgangsproces hebben wij een hoog niveau van professionaliteit waargenomen, wat vertrouwen en een gevoel van rust heeft gecreëerd. Wij willen de passagiers feliciteren, aangezien wij er volledig van overtuigd zijn dat zij zullen profiteren van deze stipte en op maat gemaakte openbaarvervoersdienst binnen de provincie.,” zei Van Schie.

waterstofbussen

Op dezelfde dag ging ook het vernieuwde netwerk in de regio Hoeksche Waard–Goeree-Overflakkee van start. In deze Zuid-Hollandse regio voert Transdev het vervoer uit onder eigen naam, met nadruk op betere dienstverlening, emissievrije mobiliteit en sociale inclusie. Het contract werd in november 2024 gegund en loopt dertien jaar, tot eind 2038. De totale waarde bedraagt bijna een half miljard euro en het netwerk bedient jaarlijks ongeveer vier miljoen reizigers. Het programma voorziet in een groei van twintig procent van het aanbod tegen 2028, met een busvloot die uiteindelijk volledig elektrisch en emissievrij is. Daarbij worden 67 nieuwe batterij-elektrische bussen van Volvo en VDL ingezet, naast twintig bestaande Solaris-waterstofbussen.

Manu Lageirse, CEO van Transdev Nederland, onderstreept het belang van de gelijktijdige start. “De start van Utrecht Binnen en de vernieuwde HWGO-concessie op dezelfde dag is een krachtig signaal van de betrokkenheid en paraatheid van onze teams. Wij zijn dankbaar voor het vertrouwen dat de provincies Utrecht en Zuid-Holland in ons stellen, en zullen vanaf dag één focussen op betrouwbaarheid, reizigersbeleving en het implementeren van schonere mobiliteit binnen beide netwerken.,” aldus Lageirse.

emissievrij

Aan het einde van 2024 beschikte Transdev in Nederland over een emissievrije vloot van circa 1.350 voertuigen, waaronder meer dan zeshonderd elektrische bussen, ruim zeshonderd elektrische taxi’s en meer dan honderdvijftig elektrische ondersteunende voertuigen. Wereldwijd vervoert Transdev dagelijks gemiddeld 12,8 miljoen passagiers en is het actief in negentien landen.

NMBS zoekt nieuwe toekomst: laatste rit voor Plopsa station in Antwerpen

Heel wat bezoekers haasten zich dezer dagen naar Plopsa Station in Antwerpen, nu het pretpark op 4 januari definitief de deuren sluit.

Het park, gelegen aan de achterkant van het iconische Centraal Station, beleeft zijn laatste weken en dat zorgt voor een opvallende toename van nieuwsgierige gezinnen, nostalgische fans en toevallige passanten die nog één keer willen binnenstappen. Voor velen voelt het bezoek als een afscheid van een plek die ondanks zijn korte bestaan toch een vaste waarde werd in het Antwerpse stationsgebied.

Comics Station

Plopsa Station Antwerpen begon zijn verhaal onder een andere naam. Oorspronkelijk opende het park als Comics Station, met een concept dat inspeelde op bekende stripfiguren en een breed familiepubliek moest aanspreken. In 2019 werd het park overgenomen door de Plopsa Groep, een onderdeel van Studio 100. Met die overname kwam ook een nieuwe invulling, waarbij populaire figuren uit het Plopsa-universum een centrale rol kregen. De hoop was dat de sterke merknaam en de herkenbaarheid van de figuren het bezoekersaantal een stevige duw in de rug zouden geven.

Toch blijkt die strategie onvoldoende succesvol. Na vier jaar onder de vlag van Plopsa valt nu al het doek. Het park trekt structureel te weinig bezoekers en is daardoor niet rendabel. Binnen de Plopsa Groep is het park in Antwerpen het kleinste van allemaal. De ondernemersgroep baat daarnaast nog verschillende andere pretparken uit, waaronder het grote Plopsaland in De Panne, Plopsa Indoor in Hasselt en het park in het Waalse Coo. In vergelijking met die locaties blijft de Antwerpse vestiging duidelijk achter, zowel qua oppervlakte als qua publieksopkomst.

Plopsa Station

De ligging van het park speelt daarbij een dubbele rol. Enerzijds bevindt Plopsa Station zich op een unieke plek, pal aan een van de drukste treinstations van het land. Anderzijds ligt het park aan de achterkant van het Centraal Station, een zone die minder zichtbaar is voor het grote publiek. Hoewel reizigers dagelijks massaal door het station trekken, blijkt het moeilijk om hen effectief te verleiden tot een spontaan bezoek aan het pretpark. Bovendien is de concurrentie van andere vrijetijdsbestedingen in de stad groot.

Foto: © Pitane Blue
– Centraal station Antwerpen

Nu de sluitingsdatum nadert, groeit de interesse van bezoekers die het park nog één keer willen meemaken. Gezinnen maken van de gelegenheid gebruik om herinneringen op te halen, kinderen nemen afscheid van hun favoriete figuren en ouders leggen het moment vast met foto’s. Voor sommigen voelt het alsof een stukje stadsgeschiedenis verdwijnt, ook al was het park slechts enkele jaren actief in zijn huidige vorm. De aankondiging van de sluiting heeft duidelijk een emotionele snaar geraakt bij een deel van het publiek.

nieuwe invulling

Intussen kijkt ook de eigenaar van het gebouw vooruit. De NMBS, die eigenaar is van het pand, is op zoek naar een nieuwe invulling voor de ruimte. Het gaat om een totale oppervlakte van 5.878 vierkante meter, verspreid over vier verdiepingen. Die omvang biedt heel wat mogelijkheden, al is het nog onduidelijk welke functie het gebouw in de toekomst zal krijgen. De ligging aan het station maakt het pand aantrekkelijk voor uiteenlopende projecten, maar concrete plannen zijn voorlopig niet bekendgemaakt.

Met het definitieve afscheid van Plopsa Station Antwerpen verdwijnt opnieuw een opvallend initiatief uit het stadsbeeld. Het park wist nooit helemaal uit te groeien tot de publiekstrekker waarop gehoopt werd, maar laat wel een leegte achter op een plek waar verbeelding en entertainment samenkwamen. De komende maanden zal blijken welke nieuwe bestemming de NMBS voor ogen heeft en hoe deze ruimte opnieuw leven ingeblazen kan worden.

Nieuwe plannen: publieke mobiliteit moet OV en zorgvervoer samenbrengen

Afgelopen week heeft staatssecretaris Aartsen de Verkenning Publieke Mobiliteit naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Tweede Kamer werd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geïnformeerd over een ingrijpende herziening van het denken over openbaar vervoer en doelgroepenvervoer in Nederland. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. (Thierry) Aartsen, schetst namens meerdere departementen een toekomstbeeld waarin zogenoemde publieke mobiliteit een centrale rol moet gaan spelen. De brief, mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, vormt de officiële terugkoppeling van een uitgebreide verkenning naar dit onderwerp.

bezettingsgraad

Centraal staat de constatering dat het mobiliteitsgedrag van Nederlanders sinds de COVID-pandemie structureel is veranderd. De bezettingsgraad in het openbaar vervoer is gedaald, terwijl de kosten voor exploitatie juist zijn gestegen. Vooral in regionale gebieden heeft dit geleid tot een versobering van het aanbod en daarmee tot een verminderde bereikbaarheid van essentiële voorzieningen. Ondanks een licht herstel van het aantal reizigers en aanvullende rijksinvesteringen in het regionale openbaar vervoer, blijven vervoersbedrijven kampen met personeelstekorten. Tegelijkertijd zorgt een dubbele vergrijzing voor een toenemende druk op het doelgroepenvervoer, waarvan de kosten naar verwachting in de komende jaren met dertig tot vijftig procent zullen stijgen.

Volgens de staatssecretaris vraagt deze combinatie van ontwikkelingen om een fundamenteel andere inzet van de beschikbare publieke middelen. Vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid ziet hij kansen om openbaar vervoer en doelgroepenvervoer slimmer te combineren, zodat voorzieningen bereikbaar blijven voor alle reizigersgroepen. Deze integratie van vervoersvormen wordt aangeduid als publieke mobiliteit en is de afgelopen periode onderwerp geweest van overleg met medeoverheden, waaronder tijdens het Bestuurlijk Overleg over de Financiële Verhoudingen en het Overhedenoverleg in 2024.

verkenning

De verkenning naar publieke mobiliteit werd uitgevoerd tussen september 2024 en juli 2025 door bureau Berenschot, met kostenneutraliteit als harde randvoorwaarde. Meer dan vijftig organisaties en experts werden geraadpleegd. Het rapport schetst een zogenoemd wenkend perspectief waarin alle reizigers gebruik kunnen maken van publiek gefinancierde mobiliteit. Het systeem is vraagafhankelijk, flexibel en centraal aangestuurd. Reizigers worden, afhankelijk van hun situatie, thuis of bij een nabijgelegen halte opgehaald. Voertuigen zijn toegankelijk voor mensen met en zonder een beperking. Tegelijkertijd blijft een deel van het huidige regionale openbaar vervoer bestaan, zoals drukke buslijnen, metro en tram, aangevuld met deelmobiliteit, mobiliteitshubs, private initiatieven en vrijwilligersvervoer.

De staatssecretaris benadrukt dat publieke mobiliteit geen eenvoudig te realiseren model is. Overheden en vervoerders zullen anders moeten gaan werken en reizigers zullen moeten wennen aan nieuwe reispatronen. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar kwetsbare groepen en naar de verplichtingen die voortvloeien uit het VN-verdrag Handicap. Publieke mobiliteit moet leiden tot betere bereikbaarheid en toegankelijkheid, maar de effecten op reizigersgedrag zijn nog onvoldoende in kaart gebracht. Daarom worden in de komende periode praktijkproeven uitgevoerd in verschillende regio’s.

BO MIRT

Op regionaal niveau zijn inmiddels concrete stappen gezet. Tijdens het vorige BO MIRT werd vijf miljoen euro gereserveerd om ervaring op te doen met publieke mobiliteit. Met de provincie Zeeland en de regio Drechtsteden zijn afspraken gemaakt en gesprekken lopen met Overijssel, Flevoland, Achterhoek, MRDH en Utrecht. Zeeland loopt voorop met het project ‘De Flex’, waarbij een netwerk van busjes op afroep beschikbaar is voor alle reizigers. Vanuit een publieke mobiliteitscentrale worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd. Volgens de staatssecretaris zijn de eerste ervaringen van reizigers positief en draagt het Rijk vijftig procent bij aan deze ontwikkeling, goed voor zes miljoen euro.

Naast de praktische uitvoering speelt ook de financiering een grote rol. Openbaar vervoer en doelgroepenvervoer worden momenteel via verschillende begrotingen en fondsen bekostigd. Berenschot adviseert om deze geldstromen te bundelen, maar de staatssecretaris vindt het daarvoor nog te vroeg. Eerst moeten alle financiële stromen inzichtelijk worden gemaakt, met name binnen het doelgroepenvervoer, waar gemeenten uiteenlopende bedragen uitgeven. Parallel hieraan start een studie naar de macrofinanciering van het openbaar vervoer, waarin ook publieke mobiliteit zal worden meegenomen.

transitie

De verbredingsfase van het traject start begin 2026. Na afronding zal de Kamer worden geïnformeerd over de resultaten en de voortgang van de regionale projecten. Op basis daarvan verwacht de staatssecretaris een Kabinetsstandpunt Publieke Mobiliteit te kunnen vaststellen.

Aan het slot van dit dossier blijft het beeld hangen van een mobiliteitssysteem in transitie, waarin vaste lijnen plaatsmaken voor flexibele verbindingen en waarin bereikbaarheid opnieuw wordt gedefinieerd als publieke verantwoordelijkheid.

Dagelijkse vernielingen: stations geteisterd door vandalisme

Miljoenen euro’s schade door vandalisme op het spoor.

Kapotte liften die dagenlang buiten werking zijn, ingegooide ruiten die met houten platen worden afgedekt, bekladde muren vol graffiti en vernielde fietsenstallingen waarin geen fiets meer veilig kan worden gestald: vandalisme op Nederlandse stations is geen incidenteel probleem, maar een terugkerend verschijnsel dat dagelijks voelbaar is voor reizigers. Uit cijfers van ProRail blijkt dat er gemiddeld 4300 meldingen per jaar worden gedaan van vandalisme op stations en stationsvoorzieningen. Hoewel het aantal meldingen is gedaald van 4600 in 2024 naar 3600 in 2025, blijft de impact groot. De financiële schade loopt op tot ruim 3 miljoen euro per jaar aan herstelkosten, geld dat volgens ProRail liever wordt geïnvesteerd in betere voorzieningen voor reizigers.

vandalisme

Vandalisme raakt niet alleen de begroting van de spoorbeheerder, maar heeft directe gevolgen voor de dagelijkse reiservaring. Een lift die buiten gebruik raakt door vernieling kan betekenen dat reizigers die slecht ter been zijn, of afhankelijk zijn van een rolstoel of kinderwagen, wekenlang niet zelfstandig het perron kunnen bereiken. Een beschadigde of afgesloten fietsenstalling zorgt ervoor dat mensen hun fiets niet veilig kunnen achterlaten en soms noodgedwongen moeten uitwijken naar andere vervoersmiddelen. Ook graffiti, dat door sommigen misschien wordt gezien als een relatief onschuldige uiting, draagt bij aan een rommelige uitstraling en een gevoel van onveiligheid. Het station, dat voor veel mensen het begin en einde van hun reis vormt, verliest daarmee zijn functie als prettige en toegankelijke plek.

Karen te Boome, directeur Stations bij ProRail, benadrukt dat de gevolgen van vandalisme vaak worden onderschat. “Vandalisme op stations is geen onschuldige baldadigheid. Elke kapotte lift, elk vernield scherm en elke bekladde muur raakt duizenden reizigers en moeten we herstellen. Zó zonde van het geld. Dit besteden we liever aan betere voorzieningen, niet aan herstel van schade.” Haar woorden onderstrepen dat achter elke vernieling niet alleen materiële schade schuilgaat, maar ook hinder voor een grote groep mensen die dagelijks afhankelijk is van het openbaar vervoer.

herstelkosten

De schadeposten lopen uiteen en zijn aanzienlijk. Fietsenstallingen vormen een van de grootste kostenposten, met jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro aan herstelkosten. Bekladding van muren en objecten kost ProRail naar schatting 420.000 euro per jaar. Liften en wachtruimtes worden soms zo ernstig beschadigd dat volledige vervanging noodzakelijk is, wat niet alleen duur is, maar ook veel tijd kost. In de tussentijd moeten reizigers het doen met tijdelijke oplossingen of helemaal zonder bepaalde voorzieningen.

Foto: Pitane Blue – stationshal Den Haag Centraal

Om het probleem aan te pakken zet ProRail verschillende middelen in. Camera’s worden geplaatst om toezicht te houden, er is extra controle op stations en bij ernstige gevallen wordt aangifte gedaan bij de politie. Waar mogelijk probeert ProRail de kosten te verhalen op de daders, al is dat in de praktijk niet altijd eenvoudig. Volgens de spoorbeheerder is het belangrijk dat reizigers zich realiseren dat vandalisme iedereen raakt. Het tast de toegankelijkheid van stations aan, zorgt ervoor dat mensen zich minder prettig voelen en leidt tot hogere kosten die uiteindelijk door de samenleving worden gedragen.

alert blijven

Ook reizigers zelf kunnen een rol spelen bij het tegengaan van vernielingen. Wie iets verdachts ziet op het station, wordt opgeroepen om direct 112 te bellen als er sprake is van spoed. Meldingen van vandalisme kunnen daarnaast worden doorgegeven via het telefoonnummer 0800-7767245. Door alert te zijn en incidenten te melden, kan verdere schade mogelijk worden voorkomen. Alleen samen kan ervoor worden gezorgd dat stations veilige en prettige plekken blijven, waar iedereen zonder hinder zijn reis kan beginnen of beëindigen.

Taxichauffeur worden: zo verschillend zijn Nederland en Vlaanderen

Het beroep van taxichauffeur spreekt al decennia tot de verbeelding.

Vrijheid op de weg, contact met uiteenlopende passagiers en werken in het ritme van de stad maken het vak aantrekkelijk voor velen. Toch blijkt de weg naar het stuur niet overal gelijk. Nederland en Vlaanderen kennen elk hun eigen regels, toetsen en controles, waardoor aspirant-chauffeurs met uiteenlopende eisen te maken krijgen voordat zij passagiers mogen vervoeren.

Wie in Nederland taxichauffeur wil worden, krijgt te maken met een strak gereguleerd stelsel dat grotendeels landelijk is vastgelegd. De basis begint bij het rijbewijs B, dat uiteraard verplicht is. Daarbovenop komt de chauffeurskaart, beter bekend als de taxi­chauffeurspas. Deze pas wordt alleen verstrekt na het succesvol afronden van een theorie- en praktijkexamen waarin kennis van verkeersregels, klantgerichtheid en vakbekwaamheid centraal staan. Ook een medische keuring is verplicht, waarbij onder meer het gezichtsvermogen en de algemene gezondheid worden beoordeeld. Een verklaring omtrent het gedrag vormt eveneens een onmisbare schakel, omdat betrouwbaarheid en veiligheid zwaar wegen in het Nederlandse systeem.

verplichtingen

Naast de persoonlijke eisen gelden er technische en administratieve verplichtingen. Nederlandse taxi’s moeten uitgerust zijn met een boordcomputer taxi of voldoen aan de eisen van de Centrale Database Taxi (CDT), waarin ritgegevens automatisch worden vastgelegd. Deze controle moet fraude tegengaan en transparantie bieden voor zowel de overheid als de klant. Voor wie als zelfstandig ondernemer wil werken, is bovendien een ondernemersvergunning nodig. Die vergunning stelt aanvullende eisen aan kredietwaardigheid en vakbekwaamheid, waardoor niet alleen de chauffeur maar ook het bedrijf onder toezicht staat. Het geheel zorgt voor een uniforme aanpak, waarbij dezelfde regels gelden van Groningen tot Maastricht.

Vlaanderen kiest voor een andere benadering, waarbij de regionale en lokale overheden een grotere rol spelen. Ook daar is een rijbewijs B vereist en moet de chauffeur medisch geschikt zijn. Daarnaast vraagt men om een bestuurderskaart of vergunning, die wordt afgeleverd na controle van onder meer de strafrechtelijke achtergrond. De verklaring omtrent het gedrag kent een Vlaamse tegenhanger, waarbij de betrouwbaarheid van de chauffeur wordt getoetst voordat hij of zij de weg op mag.

Foto: © Pitane Blue – Tesla is een populaire taxi

Wie droomt van een carrière als taxichauffeur doet er daarom goed aan zich grondig te verdiepen in de regels aan weerszijden van de grens. Het beroep mag dan hetzelfde lijken, de administratieve en wettelijke realiteit laat zien dat Nederland en Vlaanderen ieder hun eigen koers varen. Die verschillen maken het vak niet alleen uitdagend, maar ook tekenend voor hoe beide regio’s omgaan met mobiliteit en toezicht.

Opvallend is dat Vlaanderen meer ruimte laat aan steden en gemeenten om aanvullende voorwaarden te stellen. Gemeenten kunnen bepalen hoeveel taxi’s actief mogen zijn en welke kwaliteitseisen zij stellen aan voertuigen en chauffeurs. Die lokale autonomie leidt tot verschillen tussen bijvoorbeeld Antwerpen en kleinere gemeenten, terwijl Nederland juist inzet op landelijke uniformiteit. Ook de manier van examinering verschilt. Waar Nederland werkt met centraal georganiseerde examens, kan Vlaanderen vaker leunen op administratieve controles en lokale procedures.

marktstructuur

Een ander verschil zit in de marktstructuur. Nederland kent al jaren een geliberaliseerde taximarkt, wat betekent dat concurrentie tussen aanbieders groot is en toetreding in principe mogelijk blijft zolang aan de eisen wordt voldaan. Vlaanderen heeft stappen gezet richting modernisering, maar houdt meer vast aan vergunningenplafonds en gemeentelijke sturing. Voor chauffeurs kan dat betekenen dat de wachttijd om te mogen starten langer is, maar ook dat de markt minder verzadigd raakt.

De verschillen in regelgeving hebben directe gevolgen voor het dagelijks werk. Nederlandse chauffeurs opereren in een omgeving met strikte technische controle en landelijke handhaving, terwijl Vlaamse chauffeurs vaker te maken krijgen met lokale inspecties en gemeentelijke voorschriften. Beide systemen hebben als doel de kwaliteit van het vervoer en de veiligheid van passagiers te waarborgen, maar de weg daarheen verschilt duidelijk.

Oostende grijpt in: stad wil bestuurderspas intrekken bij aanhoudende taalproblemen

Taxichauffeurs krijgen laatste kans om B1-attest te behalen.

Oostende scherpt het toezicht op taxichauffeurs verder aan en wil voortaan harder optreden tegen bestuurders die het Nederlands onvoldoende beheersen. Het stadsbestuur stelt vast dat gebrekkige taalkennis steeds vaker leidt tot klachten van klanten, misverstanden over bestemmingen en discussies over tarieven. Wie niet voldoet aan de taalvereisten die door Vlaanderen zijn vastgelegd, riskeert zijn erkenning als taxichauffeur te verliezen.

Volgens schepen van Samenleven Maxim Donck van N-VA is de maatregel geen verrassing. Via de ombudsdienst van de stad komen al geruime tijd signalen binnen over problemen in de taxisector. Ook op sociale media circuleren berichten van reizigers die aangeven dat de communicatie met chauffeurs moeilijk verloopt. “We krijgen via onze ombudsdienst heel veel klachten over de kennis van het Nederlands en we zijn ook niet blind voor wat we opvangen via sociale media. Daarom willen we de bestaande Vlaamse regels strikter gaan toepassen”, zegt Donck bij de Vlaamse nieuwszender VRT NWS.

basiskennis

De regelgeving waarnaar hij verwijst, bepaalt dat taxichauffeurs eerst moeten slagen voor een basiskennis Nederlands, het zogenaamde A2-attest. Daarna krijgen zij twee jaar de tijd om een hoger niveau te behalen, het B1-attest. In Oostende werd tot nu toe nauwelijks nagegaan of chauffeurs die stap ook effectief zetten. “Maar in onze stad is eigenlijk nooit gecontroleerd of chauffeurs ook dat B1-niveau hebben behaald”, klinkt het.

Daar wil het stadsbestuur nu verandering in brengen. De voorbije weken werden alle chauffeurs die nog geen B1-attest kunnen voorleggen, gecontacteerd of geprobeerd te contacteren. Volgens Donck heeft een groot deel van hen laten weten dat ze werk zullen maken van hun Nederlands. Voor wie dat niet doet, wordt de procedure opgestart om de bestuurderspas in te trekken. “Voor we dat doen, zullen de chauffeurs eerst nog gehoord worden”, benadrukt hij.

Foto: © Pitane Blue – station Oostende

Binnen de sector zelf klinkt er begrip voor de strengere aanpak. Luc Bogaert, taxichauffeur en bestuurslid van de Oostendse Taxibond, noemt de maatregel een goede zaak. “Het is een goede zaak voor de klant, maar ook voor de chauffeur zelf. Het werk wordt zoveel makkelijker als je Nederlands kent.” Hij wijst erop dat Oostende een stad is met ongeveer 1.100 straten. “Mocht een chauffeur alle straten moeiteloos weten te vinden, dan was het probleem misschien minder groot. Maar dat kan je onmogelijk allemaal kennen. Dus is dat Nederlands belangrijk.”

niet professioneel

Volgens Bogaert leidt een gebrekkige taalkennis soms tot ongemakkelijke situaties. “Een woord als ‘Meibloempjeslaan’, tik dat maar eens in de gps in als je de taal niet machtig bent. Soms vragen taxichauffeurs zelfs of de klant het adres zelf wil intikken. Dat komt toch niet professioneel over?”

Ook Hassib Ghosi van Taxi Anker onderstreept het belang van duidelijke communicatie, maar hij plaatst er een nuance bij. “Het is goed dat de stad strenger zal toezien op het Nederlands, want je moet deftig kunnen communiceren met je klant. Maar dat alleen volstaat niet. Iemand die Nederlands praat maar de straten niet kent, komt misschien nog meer in de problemen dan wie moeite heeft met de taal maar alle straten blindelings vindt.”

Ghosi en Bogaert halen aan dat chauffeurs vroeger in Oostende een examen stratenkennis moesten afleggen voor de stad. Die verplichting bestaat vandaag niet meer. “Dat soort zaken zit allemaal niet in de taaltest die je vandaag moet doen. Daarom doe ik zelf zo’n examen bij chauffeurs die bij mij komen werken”, aldus Ghosi.

knelpunten

Tijdens een recent overleg tussen de stad en de Oostendse taxichauffeurs kwamen nog andere knelpunten naar boven. Een daarvan is het nachttarief. Overdag mogen chauffeurs hun tarieven vrij bepalen, maar ’s nachts geldt een maximumtarief van 15 euro. “Dat nachttarief van maximaal 15 euro wordt lang niet altijd gerespecteerd. Ook voor die inbreuken zullen we de procedure opstarten om bestuurderspassen in te trekken”, zegt Donck.

De vraag of dat maximumtarief nog wel realistisch is, leeft binnen de sector. “We willen zeker overwegen om het maximumtarief op te trekken, want de 15 euro geldt al meerdere jaren. Maar tot dan moeten chauffeurs de geldende tarieven volgen”, maakt Donck duidelijk.

Volgens de schepen weten klanten bovendien vaak niet welke tarieven gelden en welke rechten zij hebben. Dat gebrek aan kennis maakt misbruiken eenvoudiger. De stad werkt daarom aan een infobundel die onder meer op de luchthaven en aan het station beschikbaar zal zijn. Via een QR-code zullen reizigers ook klachten kunnen melden. “Zo willen we transparantie creëren en het vertrouwen tussen klant en chauffeur herstellen”, besluit Donck.

Chaos op Schiphol: duizenden koffers missen vlucht en zorgen voor frustratie

Duizenden reizigers zijn vrijdag vanaf Schiphol vertrokken zonder hun koffer, nadat een langdurige technische storing het bagagesysteem van de luchthaven ontregelde.

Terwijl vliegtuigen opstegen richting uiteenlopende bestemmingen in Europa en ver daarbuiten, bleven naar schatting 20.000 koffers achter op de luchthaven. De storing hield uren aan en zorgde voor grote logistieke problemen op een van de drukste reisdagen van deze periode.

Volgens een woordvoerder van Schiphol ging het mis in het bagagesysteem, waardoor ruimbagage niet meer op de gebruikelijke geautomatiseerde manier verwerkt kon worden. De gevolgen waren direct merkbaar voor reizigers die hun vlucht niet wilden missen en noodgedwongen zonder hun persoonlijke bezittingen het vliegtuig instapten. “Dat kost meer tijd dan het automatisch inchecken”, verklaarde de woordvoerder over de noodmaatregel om bagage handmatig in te checken. Deze handmatige procedure werd ingezet in vertrekhal 2, een hal die onder meer door KLM wordt gebruikt.

aanzienlijk

De storing werd pas aan het eind van de middag verholpen, maar toen waren de gevolgen al aanzienlijk. Schiphol verwerkt op een dag als deze normaal gesproken ongeveer 150.000 koffers. Door het plotselinge uitvallen van het systeem ontstond een opeenstapeling van bagage die niet meer op tijd aan boord van de juiste vliegtuigen kon worden geladen. Reizigers op zowel Europese als intercontinentale vluchten werden hierdoor geraakt, wat de impact van het incident verder vergrootte.

Om de schade te beperken, zette Schiphol extra personeel in om zo veel mogelijk ruimbagage alsnog te verwerken. Medewerkers probeerden onder hoge druk koffers te sorteren en te koppelen aan de juiste vluchten, maar de tijd werkte niet in hun voordeel. Vliegtuigen konden niet eindeloos aan de grond blijven staan en vertrokken in veel gevallen zonder de volledige bagage van hun passagiers.

reizigers vertrekken zonder bagage net voor kerstvakantie

Reizigers die zonder koffer zijn vertrokken, hoeven hun spullen niet als verloren te beschouwen. De achtergebleven bagage wordt nagestuurd naar de plaats van bestemming. Schiphol werkt hiervoor samen met de betrokken luchtvaartmaatschappijen. Toch wordt rekening gehouden met een lange afhandeling. De luchthaven verwacht dat het “minstens een aantal dagen gaat duren” voordat iedereen zijn eigendommen weer terug heeft. Voor veel vakantiegangers, zeker aan het begin van de kerstvakantie, betekent dit een valse start van hun reis.

buitengewoon vervelend

KLM reageerde eveneens op de situatie en benadrukte de ernst van de gevolgen voor haar passagiers. De luchtvaartmaatschappij noemt het “buitengewoon vervelend” dat er bagage op Schiphol is blijven staan, “zeker gezien de start van de kerstvakantie”. Tegelijkertijd laat KLM weten alles op alles te zetten om de koffers zo snel mogelijk op de juiste bestemming te krijgen. Daarmee probeert de maatschappij het ongemak voor reizigers te beperken, al blijft het wachten voor velen onvermijdelijk.

Het incident legt opnieuw de kwetsbaarheid bloot van complexe logistieke systemen op grote luchthavens. Wanneer techniek faalt, zijn de gevolgen direct zichtbaar en voelbaar voor duizenden mensen. Voor Schiphol en de betrokken maatschappijen wacht nu de taak om de achterstand weg te werken en het vertrouwen van reizigers te herstellen, terwijl passagiers hopen hun koffers snel weer in handen te hebben.

Verplichte CBR cursussen: meer bestuurders naar cursus na rijden onder invloed

Tienduizenden verkeersdeelnemers moeten op eigen kosten terug naar de schoolbanken.

Het aantal verkeersdeelnemers dat na rijden onder invloed van alcohol of drugs verplicht wordt doorverwezen naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is dit jaar sterk toegenomen. De cijfers laten een duidelijke en zorgwekkende trend zien, waarbij vooral het gebruik van drugs in het verkeer een forse rol speelt. Duizenden bestuurders kregen te maken met een onderzoek, een cursus of een combinatie daarvan, allemaal met als doel de verkeersveiligheid te verbeteren en herhaling te voorkomen.

Ruim 31.000 mensen moesten zich dit jaar melden bij het CBR na een overtreding waarbij sprake was van rijden onder invloed. Dat betekent een stijging van 26 procent ten opzichte van 2024. Het gaat hierbij om automobilisten, maar ook om andere verkeersdeelnemers die onder invloed deelnamen aan het verkeer. Het merendeel van deze groep werd verplicht om een cursus te volgen, terwijl een aanzienlijk deel daarnaast ook medisch werd onderzocht.

drugsgebruik

De sterkste toename is zichtbaar bij overtredingen waarbij drugsgebruik werd vastgesteld. Het aantal mensen dat na rijden onder invloed van drugs een verplichte cursus moest volgen, steeg met maar liefst 68 procent. In totaal ging het om 6070 personen. Volgens het CBR is deze stijging deels te verklaren door een wijziging in de werkwijze. Sinds 1 april worden meldingen van drugsgebruik in het verkeer automatisch door de politie doorgestuurd naar het CBR. Daardoor komt een groter deel van de overtredingen direct in beeld en volgen er sneller maatregelen.

Naast de cursussen werd ook vaker besloten tot een nader onderzoek naar mogelijke verslavingsproblematiek. Wanneer er bij een bestuurder het vermoeden bestaat van alcohol- of drugsverslaving, is een psychiatrisch onderzoek verplicht. Dit jaar gebeurde dat bijna 7000 keer. In 2024 lag dat aantal nog op 4932. Het onderzoek moet duidelijk maken of iemand veilig kan deelnemen aan het verkeer en of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals een langere begeleiding of het ongeldig verklaren van het rijbewijs.

campagnes

CBR-directeur Jan Jurgen Huizing spreekt van een zorgelijke ontwikkeling. Hij benadrukt dat de stijging aantoont dat voorlichting en controles nog altijd onvoldoende effect hebben. “Ondanks campagnes als BOB, de politiecontroles, en onlangs nog de dag voor verkeersslachtoffers denken mensen nog steeds dat ze na alcohol- en drugsgebruik kunnen deelnemen aan het verkeer,” zegt Huizing. Volgens hem laten de cijfers zien dat de boodschap over de gevaren van rijden onder invloed nog lang niet bij iedereen doordringt.

Foto: © Pitane Blue – CBR

Het CBR hoopt dat de combinatie van strengere controles, automatische meldingen en verplichte cursussen uiteindelijk leidt tot veiliger verkeer. Toch laten de cijfers zien dat het probleem hardnekkig is en dat rijden onder invloed nog steeds veel voorkomt. De forse stijging van het aantal cursussen en onderzoeken onderstreept volgens betrokkenen de noodzaak om te blijven investeren in preventie, handhaving en bewustwording.

De gevolgen voor betrapte bestuurders zijn ingrijpend. Wie onder invloed van drugs wordt aangehouden, moet deelnemen aan de cursus drugs en verkeer. Deze cursus bestaat uit drie bijeenkomsten bij het CBR, elk van vier uur, aangevuld met thuisopdrachten. De bijeenkomsten zijn gericht op bewustwording van risico’s, inzicht in eigen gedrag en het voorkomen van herhaling.

trajecten

Voor bestuurders die onder invloed van alcohol zijn betrapt, zijn er verschillende trajecten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gemeten alcoholpromillage kan een korte of een lange cursus worden opgelegd. De korte cursus bestaat uit twee sessies van vier uur en een aanvullende opdracht. De langere cursus omvat naast meerdere bijeenkomsten ook een voorgesprek en een extra cursusdag van acht uur. Daarnaast bestaan er speciale gedragscursussen voor mensen die ernstige verkeersovertredingen hebben begaan, los van alcohol of drugs.

Alle kosten voor deze maatregelen komen volledig voor rekening van de overtreder. De prijzen lopen uiteen van 818 euro tot 1316 euro, afhankelijk van het type cursus en het bijbehorende traject. Voor veel mensen vormt dit een zware financiële last, bovenop de mogelijke boetes en andere gevolgen zoals het tijdelijk verliezen van het rijbewijs.

Van btw tot box 3: nieuwe belastingregels raken portemonnee en klimaat

Het kabinet zet per 1 januari 2026 een brede stap richting een beter functionerend belastingstelsel.

Met een groot pakket aan wijzigingen wil de regering tegelijkertijd oog houden voor de koopkracht van Nederlanders, de klimaatdoelen en een eerlijkere belasting van inkomen en vermogen. De maatregelen vloeien voort uit eerder aangenomen wetsvoorstellen en het Belastingplan 2026, dat op 16 december door de Eerste Kamer is goedgekeurd. Daarmee krijgt een reeks fiscale aanpassingen definitief groen licht.

Volgens staatssecretaris Eugène Heijnen van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane is het verbeteren van het belastingstelsel een doorlopend proces. “Het verbeteren van het belastingstelsel gaat continu door. Zo schrappen of wijzigen we belastingmaatregelen waarvan duidelijk is dat ze niet bereiken waarvoor ze bedoeld zijn. Dit geldt ook voor maatregelen waarbij blijkt dat het geen efficiënte manier is om het doel te bereiken. Er is in het parlement brede steun voor deze maatregelen. Tot het aantreden van het nieuwe kabinet blijf ik mij inzetten voor het verbeteren van het belastingstelsel”, aldus Heijnen. Die inzet vertaalt zich in ingrepen die vrijwel alle Nederlanders op de een of andere manier gaan raken.

evaluaties

Uit evaluaties blijkt dat sommige regelingen hun doel voorbijschieten. Daarom wordt vanaf 2026 het lage tarief in de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s verder versoberd en volledig geschrapt voor paardenvervoer. Ook het verlaagde btw-tarief voor logies verdwijnt. Overnachtingen in hotels, vakantiewoningen en stacaravans vallen niet langer onder het 9 procenttarief, maar onder het algemene btw-tarief van 21 procent. Die verhoging geldt eveneens voor kortdurend logies, tot maximaal zes maanden, voor bijvoorbeeld werknemers, studenten, asielzoekers en dak- en thuislozen.

bijtelling

Daarnaast wordt een onduidelijkheid rond de bijtelling voor zakelijke fietsen opgeheven. Werknemers die hun fiets van de zaak ook privé gebruiken, hoeven daarover vanaf 2026 geen 7 procent bijtelling meer te betalen. Dat moet zorgen voor meer duidelijkheid en minder administratieve rompslomp.

Op het gebied van inkomen en ondernemen kiest het kabinet voor een aantal pijnlijke maar volgens de regering noodzakelijke keuzes. Om de btw-verhoging op cultuur, media en sport terug te draaien, worden de schijven van de inkomstenbelasting en de heffingskortingen niet volledig geïndexeerd. Daardoor vallen mensen iets eerder in een hogere belastingschijf. De eerste schijf stijgt naar 39.357 euro, terwijl de tweede schijf uitkomt op 79.137 euro.

De arbeidskorting wordt aangepast, waarbij de inkomensgrenzen per 1 januari 2026 omlaag gaan. Dit pakt gunstig uit voor mensen die in deeltijd werken en minder verdienen dan het minimumloon, omdat zij meer arbeidskorting krijgen. Tegelijkertijd wordt de accijnskorting op benzine, diesel en LPG met een jaar verlengd tot 1 januari 2027. De korting valt wel lager uit, waardoor de accijns op benzine 0,84 euro per liter wordt, op diesel 0,55 euro en op LPG 0,20 euro.

Foto: © Pitane Blue – snellader De Vleute

Zelfstandigen krijgen te maken met een verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek, die in 2026 daalt naar 1.200 euro. Daar staat tegenover dat het vrijgestelde maandbedrag voor vervroegd pensioen met 300 euro bruto omhooggaat. Werkgevers betalen hierover geen extra belasting, wat oudere werknemers met zwaar werk meer ruimte geeft om eerder te stoppen.

Wet Hillen

Ook vermogen blijft niet buiten schot. Binnen de erf- en schenkbelasting worden constructies aangepakt waarbij partners vlak voor overlijden of scheiding het vermogen ongelijk verdelen om belasting te ontwijken. Voortaan wordt belasting geheven over de helft van de gemeenschap van goederen. De aangiftetermijn voor de erfbelasting wordt verruimd van acht naar twintig maanden, zodat erfgenamen meer tijd krijgen om hun zaken op orde te brengen. Daarnaast wordt de Wet Hillen versneld afgebouwd, waardoor de belastingkorting voor mensen met een afgeloste hypotheek sneller verdwijnt en in 2041 helemaal eindigt.

Voor de woningmarkt is er ook een lichtpuntje. Wie in 2026 een tweede woning koopt als belegging of vakantiewoning, betaalt minder overdrachtsbelasting. Het tarief daalt van 10,4 procent naar 8 procent.

BPM-tarief

Op het gebied van klimaat en mobiliteit zet het kabinet verdere stappen richting vergroening. Het verlaagde bpm-tarief voor emissievrije auto’s gaat ook gelden voor motoren en bijzondere voertuigen zoals kampeerauto’s en rolstoelauto’s. Tegelijkertijd blijven brandstofauto’s via aangepaste bpm-tarieven worden aangespoord om zuiniger te worden. De korting op de bijtelling voor elektrische auto’s van de zaak wordt met twee jaar verlengd, terwijl de youngtimerregeling wordt aangescherpt door de minimumleeftijd te verhogen naar zestien jaar.

Tot slot wordt gewerkt aan het versterken van het vertrouwen in het belastingstelsel. Crypto-aanbieders worden verplicht om persoonsgegevens en transactiegegevens van klanten te verzamelen en te rapporteren aan de Belastingdienst. Daarmee wil de overheid belastingontduiking beter aanpakken en zorgen dat iedereen zijn eerlijke deel bijdraagt.

Half miljoen euro weg: waarom 500 E-steps niet in Nederland mochten rijden

Van RDW hoop naar buitenlandse verkoop, het pijnlijke verhaal achter Selana.

Op sociale media laat Max Schalow, medeoprichter van het bedrijf Selana, ongekend openhartig zien hoe een ambitieus Nederlands e-stepproject uitmondde in een financiële tegenvaller van een half miljoen euro. Zonder omwegen vertelt hij hoe een beslissing die logisch leek, achteraf veranderde in een kostbare les over regelgeving, timing en ondernemersrisico. Het verhaal geeft een zeldzaam inkijkje in de wereld achter de schermen van e-mobiliteit, waar goedkeuringen, certificaten en technische eisen het verschil kunnen maken tussen succes en stilstand.

terugblik

Schalow blikt terug op het jaar 2022, een periode waarin Selana al ver gevorderd was met de ontwikkeling van een eigen e-step. Het bedrijf had op dat moment een RDW-goedkeuring voor het voertuig op zak. Toch was die goedkeuring minder allesomvattend dan veel buitenstaanders zouden denken. “Maar er zit een addertje onder het gras”, aldus Max Schalow. Met die ene zin vat hij de kern van het probleem samen dat later zou uitgroeien tot een financiële strop.

Volgens Schalow werd destijds een ouder prototype van de e-step ter inspectie aangeboden bij de RDW. “Destijds hebben we ons oude prototype ter inspectie bij de RDW ingediend. Het voldeed aan alle eisen! We kregen dus de hardwaregoedkeuring, oftewel: we hoefden geen aanpassingen meer aan de e-step te doen.” Die hardwaregoedkeuring gaf vertrouwen. De techniek was goedgekeurd en voldeed aan de toen geldende regels. Wat minder duidelijk was, is dat deze stap slechts een onderdeel vormde van een veel uitgebreider traject richting volledige toelating.

productie

Toch besloot Selana vooruit te lopen op het proces. “Dit was echter slechts een klein onderdeel van de volledige goedkeuring. Toch namen we een risico en besloten we 500 e-steps te produceren, zodat ze klaar zouden staan zodra we de volledige goedkeuring zouden krijgen.” De keuze bleek achteraf cruciaal. De productie werd opgestart, de e-steps rolden van de band en het team deed waardevolle ervaring op met grootschalige fabricage. Alles leek volgens plan te verlopen.

Daarna sloeg het noodlot toe. Onverwacht ontving Selana bericht dat de hardware-eisen waren aangepast. De gevolgen waren groot. De e-steps, die net waren geproduceerd, voldeden ineens niet meer aan de nieuwe normen. Omdat de volledige goedkeuring nog niet rond was, konden ze niet worden toegelaten. Schalow omschrijft het moment als een harde realiteitscheck. “Dat was een flinke klap, aangezien we €500.000 hadden uitgegeven om alles voor elkaar te krijgen. We zaten ineens met 500 niet-goedgekeurde e-steps.”


Illustratie: © Pitane Blue – Selana

Met zijn openheid hoopt Schalow inzicht te geven in de risico’s die horen bij innovatie. Het verhaal van Selana laat zien hoe dun de lijn kan zijn tussen vooruitgang en tegenslag, en hoe één wijziging in regels een half miljoen euro kan laten verdampen.

Het probleem bleek niet eenvoudig op te lossen. Aanpassen of ombouwen van de voertuigen was financieel niet haalbaar. Tegelijkertijd was onduidelijk hoe lang het nog zou duren voordat de volledige goedkeuring binnen zou komen. “Ombouwen was te duur en we wisten niet wanneer we de volledige goedkeuring zouden krijgen (dat duurde uiteindelijk nog 2 jaar”, aldus Schalow. De onderneming stond voor een keuze zonder goede opties.

verkopen

Uiteindelijk restte er maar één mogelijkheid. “Op dat moment konden ze maar één ding doen: ze verkopen.” Omdat Selana geen illegale voertuigen op de Nederlandse markt wilde brengen, werd gekeken naar het buitenland. Dat bleek geen makkelijke weg. Schalow benadrukt dat de concurrentie daar groot is en dat Selana bewust kiest voor hoogwaardige onderdelen en uitgebreide veiligheidscertificeringen. Daardoor was het bedrijf niet de goedkoopste aanbieder, wat de verkoop bemoeilijkte.

Toch bracht de beslissing onverwachte resultaten. “Nu is het eigenlijk best gaaf om te kunnen zeggen dat je onze e-steps in 11 landen kunt vinden (zelfs in Oman en het Caribisch gebied). En we hebben ons nieuwste model kunnen verbeteren op basis van feedback van gebruikers.” Wat begon als een noodoplossing, groeide uit tot internationale zichtbaarheid en waardevolle gebruikerservaring.

weerbarstig

Schalow wijst erop dat veel mensen onderschatten hoe ingewikkeld en tijdrovend het goedkeuringsproces is. Concurrenten die nog aan het begin staan, hebben volgens hem een lange weg te gaan. Het is geen kwestie van simpelweg investeren en wachten op succes. De realiteit is weerbarstig en vraagt om geduld, precisie en een diep begrip van regelgeving.

Fotomateriaal: Go Tulip B.V. – Selana