Categorie archieven: Busvervoer

De Lijn: raamovereenkomst met Daimler en afronding BYD-deal versnellen transitie

Miljoeneninjectie zet deur open voor 630 nieuwe elektrische bussen, De Lijn kiest massaal voor e-bussen in grootste vergroening ooit.

De Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn zet een stevige nieuwe stap richting volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035, een doel dat de organisatie al enige tijd naar voren schuift als één van haar belangrijkste pijlers. De recente gunning van een omvangrijke raamovereenkomst aan Daimler Buses Belgium, met een maximale investeringswaarde van 303 miljoen euro, vormt een essentieel onderdeel van deze strategie. Tegelijkertijd worden 268 extra e-bussen besteld bij BYD Europe en ruim 80 voertuigen bij Daimler, een beslissing die mogelijk werd dankzij een gerichte financiële impuls van 400 miljoen euro van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder.

raamovereenkomst

Volgens De Lijn moet de volledige vloot van meer dan tweeduizend voertuigen binnen tien jaar geëlektrificeerd zijn. Het streven naar een stiller, schoner en comfortabeler openbaar vervoer gaat gepaard met de ambitie om meer reizigers aan boord te krijgen. De recente beslissingen vormen een verdere versnelling van het al lopende elektrificatieproces. De bestelling bij Daimler, gebaseerd op een nieuwe raamovereenkomst die ruimte biedt voor de levering van maximaal 500 e-bussen, volgt op een beoordeling waarbij Daimler het hoogste scoorde van alle inschrijvers. De eerste Mercedes-Benz eCitaro’s worden vanaf het eerste kwartaal van 2027 verwacht, waarmee de vernieuwing van de vloot in een nieuwe fase komt.

De aanvullende bestelling bij BYD Europe, goed voor 268 standaard e-bussen van twaalf meter lang, maakt de eerdere overeenkomst uit 2023 volledig rond. Daarmee benut BYD de volle capaciteit van de raamovereenkomst van 500 voertuigen. Volgens De Lijn verlopen de operationele ervaringen met de eerder geleverde voertuigen van BYD positief, wat aanleiding gaf tot een derde bestelling. Deze voertuigen komen gefaseerd toe vanaf het tweede kwartaal van 2027, waardoor de verjonging van de vloot op meerdere fronten tegelijk wordt voortgezet.

modernisering

Vlaams minister Annick De Ridder benadrukt dat de financiële injectie een cruciale rol speelt in de versnelling van het programma. Ze zegt: ‘We zijn blij om te zien dat De Lijn via de nieuwe raamovereenkomst de continuïteit van haar vergroeningsoperatie verzekert. Dankzij de “turbo” van 400 miljoen bestelt De Lijn dit jaar ruim 630 nieuwe e-bussen (de 290 bussen die al in het voorjaar werden besteld en de 268 + 80 nu) moderniseert ze haar aanbod en versterkt ze haar dienstverlening aan haar reizigers. Denk onder meer aan de schermen met real-time ritinformatie aan boord.’ Haar woorden weerspiegelen de overtuiging dat modernisering van het openbaar vervoer niet alleen technologisch maar ook qua dienstverlening vooruitgang moet opleveren.

Foto: © De Lijn – Mercedes eCitaro

De opeenvolgende bestellingen en de grootschalige raamovereenkomst tonen aan dat Vlaanderen niet alleen een ambitieus doel heeft gesteld, maar ook de middelen inzet om de transitie waar te maken. Met de eerste leveringen vanaf 2027 belooft de vernieuwing van het Vlaamse openbaar vervoer zichtbaarder dan ooit te worden.

Directeur-generaal Ann Schoubs licht toe dat nieuwe voertuigen standaard worden uitgerust met voorzieningen die ondertussen als Europese norm gelden. Ze zegt: ‘Zowel de e-bussen van BYD als de voertuigen van Daimler of Mercedes krijgen de typische De Lijn-uitrusting, die intussen zowat de Europese norm is geworden. USB-laadpunten en een elektrische oprijplaat voor minder mobiele reizigers zijn bij ons al vier jaar de norm en vind je hoe langer hoe meer terug bij onze collega’s in binnen- en buitenland. Ook onze verbeterde stuurpost met volledig instelbare en geventileerde en verwarmde chauffeursstoel, zijcamera’s in plaats van spiegels en geavanceerde veiligheidsuitrusting zijn intussen algemeen ingeburgerd.’ De nadruk op comfort, toegankelijkheid en veiligheid toont aan dat de vernieuwde voertuigen meer moeten worden dan enkel een ecologische oplossing.

tevredenheid

Ook vanuit de betrokken leveranciers klinkt tevredenheid over de beslissingen van De Lijn. Steven Somers, CEO van Daimler Buses Belgium, zegt: ‘Met de innovatieve technologie van de Mercedes-Benz eCitaro stadsbus, haar hoog comfortniveau en onze focus op duurzaamheid, draagt Daimler Buses Belgium graag bij aan de ambitie die wij delen met De Lijn om de mobiliteit en het openbaar vervoer in Vlaanderen toekomstbestendig te maken, zowel voor de reizigers, medewerkers en voor onze eigen leefomgeving.’ Daarmee onderstreept hij de lange termijnvisie die de Vlaamse vervoersmaatschappij deelt met haar partners.

Stella Li, Executive Vice-President bij BYD, bevestigt dat haar bedrijf hetzelfde pad bewandelt. Ze zegt: ‘We zijn blij om De Lijn te ondersteunen in haar volgende fase naar een volledig emissievrije vloot tegen 2035. Onze recentste B12.b e-bussen maken gebruik van onze sterke O&O mogelijkheden om geavanceerde veiligheidsstandaarden, grote efficiëntie in energieverbruik en een zuivere en stille ervaring in elektrische mobiliteit te leveren. Dankzij hun hoogstaande comfortuitrusting zowel voor reizigers als voor chauffeurs zijn deze voertuigen ontworpen om een moderner en aantrekkelijker netwerk voor openbaar vervoer in Vlaanderen te helpen scheppen. We kijken ernaar uit om bij te dragen aan de elektrificatiestrategie van De Lijn op de lange termijn en aan de bijdrage van De Lijn voor een groenere mobiliteit in lokale gemeenschappen.’

Schiphol onder vuur: onrust groeit over inzet minder ervaren buschauffeurs

Kritiek op keuze die volgens sommigen doorslaat naar schijnveiligheid terwijl experts waarschuwen voor risico’s in hectische vliegveldomgeving.

Tussen de glimmende vleugels, gierende turbines en haastige grondvoertuigen van Schiphol speelt zich dagelijks een minder charmant, maar onmisbaar ritueel af: het vervoer van passagiers per platformbus. Reizigers worden in compacte voertuigen gezet die zich een weg banen door een omgeving waar elke beweging telt. De lucht trilt er van de warmte van uitlaatstromen, de geuren zijn scherp, de ruimte is beperkt en de marges zijn klein. Tot voor kort vertrouwde men voor dit werk uitsluitend op chauffeurs met een groot rijbewijs, bestuurders die gewend zijn aan deze hectische zone waar een kleine fout al snel grote gevolgen heeft.

De keuze van Schiphol om nu ook chauffeurs met alleen een BE-rijbewijs tot dit werk toe te laten, heeft een debat losgemaakt naar aanleiding van de berichtgeving in de media dat dieper gaat dan een personeelsvraagstuk. De luchthaven kampt aantoonbaar met tekorten, en het besluit past binnen een bredere poging om de operatie draaiende te houden. Maar achter die redenering gaat een ongemakkelijke spanning schuil. Het beeld dat critici schetsen van de financiële druk op het bedrijf, samengevat door een adviseur arbeidsveiligheid in de uitspraak “een Jenga-toren op een trilplaat”, laat zien dat men vreest dat rekbare afwegingen de norm dreigen te worden.

risicobesef

Het vraagstuk draait volgens de adviseur in essentie om de vraag wat ervaring betekent op een terrein waar fysieke risico’s nooit abstract zijn. Het werk tussen taxiënde Boeings, bagagetrekkers, pushbacks en marshallers vraagt niet alleen om stuurmanskunst, maar vooral om intuïtief risicobesef. Een van de betrokkenen somt het scherp op: “Of je aanvoelt hoe gevaarlijk een jetblast is, hoe snel een pushback kan draaien, hoe een marshaller communiceert, en waarom je nooit, echt nóóit, een vliegtuig nadert waarvan de motoren nog draaien.” Het is kennis die niet voortkomt uit een rijbewijs, maar uit gespecialiseerde scholing en herhaalde blootstelling aan dezelfde complexe omgeving.

Foto: Pitane Blue – platformbus Schiphol

Het officiële standpunt van Schiphol is dat de luchthaven een besloten bedrijfsterrein is en dat de directie verantwoordelijk is voor het wegen van risico’s. Intern wordt benadrukt dat aanvullende trainingen borg staan voor veiligheid en dat de inzet van minder ervaren chauffeurs geen afbreuk doet aan de operationele standaarden. Toch wringt het oordeel van degenen die dagelijks met deze realiteit werken. Niet omdat zij twijfelen aan de intentie van de luchthaven, maar omdat ze weten hoe dun de lijn is tussen routine en onderschatting. In gesprekken klinkt de waarschuwing door dat organisaties soms ongemerkt richting schijnveiligheid glijden. Zo wordt letterlijk gezegd: “Alles lijkt te kloppen, totdat het niet meer klopt. Ik vind ’m lastig.”, aldus de deskundige.

vertrouwen

De kern van de discussie wordt gevangen in de stelling die inmiddels herkenbaar rondgaat: “Laat Schiphol hiermee zien dat productie het wint van professie?” De vraag raakt aan de fundamenten van vertrouwen. Wanneer efficiëntie de prioriteit krijgt boven vakmanschap, ontstaat de indruk dat veiligheid niet langer een overtuiging is, maar een variabele. Precies dat maakt de situatie gevoelig, zeker in een omgeving waar passagiers onvermijdelijk moeten kunnen rekenen op een onwrikbare veiligheidsnorm.

De nuchtere constatering van een van de critici vat het dilemma herkenbaar samen: “Veiligheid hoeft geen last te zijn. Het is vooral een keuze.” Juist die keuze is bepalend voor het vertrouwen dat reizigers, medewerkers en partners stellen in de luchthaven. Want vertrouwen is kwetsbaar, en zoals in dezelfde gedachtevorming wordt benadrukt: het komt te voet en gaat te paard.

Van haarlem tot Middenmeer: Noord Holland zet alles op mega netwerk van mobiliteitshubs

Provincie belooft duidelijk netwerk dat reiziger direct moet herkennen.

De provincie Noord-Holland zet de komende jaren stevig in op een toekomstbestendig netwerk van mobiliteitshubs dat het reizen met openbaar vervoer en deelvervoer eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. De plannen, die zich inmiddels in verschillende stadia van uitvoering bevinden, moeten zorgen voor een betere bereikbaarheid van steden, dorpen en natuurgebieden. De provincie benadrukt dat dit nieuwe netwerk reizigers meer gemak en overzicht moet bieden, doordat trein, bus, fiets, auto en diverse vormen van deelvervoer op één plek samenkomen. Volgens de provincie is dit de sleutel om meer mensen te verleiden de auto te laten staan en over te stappen op duurzamere vervoersopties.

De mobiliteitshubs worden ontwikkeld als knooppunten waar reizigers makkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Elke hub krijgt zijn eigen kenmerken, maar een ding staat vast: alle hubs vormen samen een herkenbaar en samenhangend netwerk. Vanuit de provincie wordt niet alleen financieel bijgedragen aan de realisatie van deze knooppunten, maar worden gemeenten ook inhoudelijk geholpen met de zogenoemde handreiking businesscase mobiliteitshubs. Deze handreiking helpt gemeenten inzicht te krijgen in de kosten, baten en de rolverdeling bij de ontwikkeling van een hub. Daardoor worden lokale plannen beter onderbouwd en wordt de uitvoering een stuk toegankelijker, zo stelt de provincie.

regiohub

Aan de zuidkant van Haarlem, op de drukke kruising van de Schipholweg (N205) en de Europaweg, verrijst de komende jaren een van de grootste projecten binnen dit netwerk. De regiohub Haarlem Nieuw-Zuid krijgt acht (metro)bushaltes, 2.250 fietsparkeerplekken en een groot plein waar ruimte komt voor winkels en horeca. De eerste werkzaamheden zijn in september van start gegaan en volgens de planning moet het knooppunt medio tot eind 2028 klaar zijn. Met deze hub wil de provincie een belangrijke schakel creëren tussen de stad, de regio en de vele reizigers die dagelijks langs deze route komen.

Ook de regiohub Crailo, gelegen tussen Blaricum, Laren en Hilversum, is in ontwikkeling. Hier wordt gewerkt aan een reeks verbetermaatregelen die het reizen straks comfortabeler moeten maken, waaronder de uitbreiding van de fietsenstalling, betere toegankelijkheid en verbeterde verlichting rondom het gebied. De oplevering van deze aanpassingen staat gepland voor eind 2025 tot begin 2026. De provincie ziet deze hub als een strategische plek om reizigers in het Gooi beter te bedienen.

Met deze reeks ontwikkelingen groeit het aantal locaties dat zich tot mobiliteitshub ontwikkelt snel. Het doel dat de provincie voor ogen heeft, is een betrouwbaar, herkenbaar en effectief netwerk van overstapplekken dat de bereikbaarheid van Noord-Holland sterk verbetert en het reizen voor iedereen eenvoudiger maakt.

Verder naar het noorden, in de Kop van Noord-Holland, wordt gewerkt aan de zogenoemde Mobipunten. Deze hubs worden de komende tijd omgebouwd naar de landelijke huisstijl, zodat reizigers ze sneller herkennen als onderdeel van het bredere netwerk. Verschillende Mobipunten krijgen bovendien extra voorzieningen, waaronder elektrische auto’s en fietsen als nieuwe vormen van deelmobiliteit. Een doorontwikkeling die volgens de provincie past bij de toenemende vraag naar flexibele vervoersopties in dit deel van de provincie.

In Purmerend wordt ondertussen gewerkt aan de plannen voor hub Waterlandkwartier. De gemeente wil naast het station een nieuwe woonwijk realiseren waar ook ruimte komt voor kantoren, winkels en plekken voor recreatie. De provincie ondersteunt de gemeente bij het ontwerp van een hub die goed aansluit op deze verstedelijking. Dat betekent onder meer voldoende ruimte voor fietsparkeren en de inzet van deelvervoer dat past bij de toekomstige bewoners en bezoekers.

regionaal netwerk

Langs de A1 ligt de regiohub Muiden, ook wel P+R Muiden genoemd. Deze plek is strategisch gepositioneerd tussen twee toekomstige woonwijken: de Krijgsman in het noorden en de Bloemendalerpolder in het zuiden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor deze locatie een bijdrage van zeven miljoen euro toegezegd om het aantal parkeerplekken fors uit te breiden. De provincie spreekt de hoop uit om dit in de komende jaren daadwerkelijk te kunnen realiseren, zodat meer reizigers kunnen overstappen op het openbaar vervoer.

Binnen de Gooi- en Vechtstreek wordt de hubstrategie Gooicorridor verder uitgewerkt. Deze strategie richt zich op de ontwikkeling van dertien hubs die gezamenlijk een sterk regionaal netwerk moeten vormen. Volgens de provincie start de uitvoering hiervan in 2026, in samenwerking met de provincie Utrecht. Hiermee moet een fijnmazig netwerk ontstaan dat aansluit op de dagelijkse reizigersstromen in deze regio.

Tot slot wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de hub Middenmeer-Zuid. Hier begint binnenkort een participatietraject waarbij inwoners en andere gebruikers kunnen meedenken over de uiteindelijke invulling van deze hub. De provincie wil dat de stem van de omgeving een belangrijke rol speelt, zodat de hub straks daadwerkelijk aansluit op de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken.

Kleurrijk eerbetoon: Genkse kinderen kleuren elektrische bus van De Lijn

Winnende schooltekeningen maken van elektrische bus een rijdend kunstwerk.

De elektrische bussen van De Lijn krijgen in Limburg een opvallend kleurrijk jasje dankzij het talent van jonge kunstenaars uit Genk. In samenwerking met de stad organiseerde de vervoersmaatschappij een tekenwedstrijd voor lagereschoolkinderen rond het thema duurzame mobiliteit. De winnende creaties van leerlingen uit drie Genkse scholen prijken nu op één van de gloednieuwe elektrische bussen, die dagelijks het Limburgse straatbeeld doorkruist. Het resultaat is een rijdend kunstwerk dat niet alleen de toekomst van het openbaar vervoer symboliseert, maar ook de verbeeldingskracht van de jeugd eert.

De winnende ontwerpen komen van leerlingen van Leefschool Uniek (Leefgroep 4 en 5) en de Vrije Basisschool Optimum (Jungle Klas en Wonderzoekers). Hun tekeningen, vol kleur, hoop en fantasie, werden professioneel verwerkt tot een bestickering die de volledige buitenkant van de bus siert. Daarmee zijn de ideeën van jonge Genkenaren letterlijk zichtbaar op de weg — een creatieve knipoog naar de mobiliteit van morgen.

vergroenen

Het initiatief kadert in de bredere ambitie van De Lijn om haar vloot te vergroenen. In Winterslag, een deel van Genk, beschikt de vervoersmaatschappij over een van de modernste stelplaatsen van het land, waar elektrische bussen worden gestald en opgeladen. Deze voertuigen worden via geavanceerde laadinfrastructuur van energie voorzien en bedienen heel Limburg. Ze vormen een cruciale stap in de richting van emissievrij openbaar vervoer in Vlaanderen.

De elektrische bussen zijn niet alleen milieuvriendelijk, maar ook bijzonder comfortabel. Reizigers kunnen gebruikmaken van USB-oplaadpunten en zitplaatsen in gerecycleerd leder, terwijl de voertuigen voorzien zijn van een elektrische oprijplaat voor mensen met beperkte mobiliteit. Daarnaast zorgen heldere schermen met realtime ritinformatie voor een vlotte reiservaring. Ook voor de chauffeurs is er gedacht aan veiligheid en comfort, met moderne rijhulpsystemen en cameraspiegels die zorgen voor een beter zicht en meer controle.

Foto: © De Lijn – Leefschool Uniek

De opvallende bus rijdt de komende maanden door verschillende Limburgse gemeenten, waardoor de kunstwerken van de jonge talenten zichtbaar worden voor duizenden reizigers en voorbijgangers. Zo wordt elke rit een ontmoeting tussen technologie en fantasie, tussen ecologische vooruitgang en kinderlijke verbeelding.

Volgens Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, past het project perfect binnen de toekomstgerichte koers van De Lijn. “Overal in Vlaanderen zien we gloednieuwe bussen opduiken, ook de komende maanden en jaren, mede dankzij de heuse turbo van 400 miljoen euro extra die deze Vlaamse Regering investeert in nieuwe, duurzame voertuigen voor De Lijn,” verklaarde ze. “We zetten volop in op de vlootvernieuwing, zodat tegen het einde van deze legislatuur zowat de helft van de bussen van De Lijn nieuw zullen zijn. Goed nieuws voor de reizigers én de chauffeurs!”

trots

Ook binnen de stad Genk heerst trots over het creatieve project. Anniek Nagels, schepen van Talentontwikkeling en Opgroeien, sprak met ontroering over de bijdrage van de kinderen. “Het is hartverwarmend om te zien hoe de Genkse kinderen hun dromen over duurzame mobiliteit tot leven brengen. Hun creaties op de elektrische bussen maken ons straatbeeld niet alleen groener, maar ook kleurrijker. Als stad kunnen we daar alleen maar trots op zijn.”

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, benadrukte dat het project verder gaat dan enkel duurzaamheid. “Met deze nieuwe voertuigen maken we niet alleen werk van duurzame en comfortabele mobiliteit. Door kinderen mee te nemen in ons verhaal, zetten we ook letterlijk hun visie op de toekomst in beweging. De creativiteit van de leerlingen maakt deze bus tot veel meer dan een vervoermiddel: het is een boodschap op wielen.”

Hansea kraakt onder eigen groei: onrust bij personeel en vakbonden

Het moederbedrijf Hansea, dat een twintigtal busbedrijven in Vlaanderen overkoepelt, zit in woelig vaarwater.

De transportgroep, die de voorbije jaren fors groeide door nieuwe contracten met De Lijn, kampt volgens de Gazet van Antwerpen met ernstige groeipijnen. De problemen kwamen opnieuw aan het licht nadat busbedrijf De Polder, een van de filialen van Hansea, recent in opspraak kwam door de inbeslagname van een bus door de politie. Nog geen week na dat incident blijkt dat De Polder afscheid neemt van manager Boris Ploum, wat volgens betrokkenen de onrust binnen het bedrijf alleen maar vergroot.

Uit interne communicatie aan het personeel blijkt dat Ploum niet langer werkzaam is bij De Polder. De Nederlandse manager trad ongeveer een jaar geleden in dienst bij het bedrijf en was aangesteld om de reorganisatie binnen de busmaatschappij in goede banen te leiden. De reden voor zijn vertrek werd niet officieel toegelicht, maar volgens verschillende bronnen binnen het bedrijf heerst er al geruime tijd spanning tussen het management en de werknemers over de werkomstandigheden en de druk die gepaard gaat met de snelle groei van Hansea.

onrust

De onrust binnen het moederbedrijf begon op te lopen nadat de politie vorige week een bus van De Lijn in beslag nam die door De Polder werd uitgebaat. De controleurs stelden toen ernstige technische tekortkomingen vast. Dat voorval leidde tot scherpe kritiek van de vakbonden, die al langer waarschuwen voor de risico’s van de hoge werkdruk bij Hansea. Zij wijzen erop dat chauffeurs volgens hun getuigenissen steeds vaker met defecte bussen de baan op moeten omdat er te weinig tijd en middelen zouden zijn voor onderhoud.

Een vakbondsafgevaardigde zei daarover: “We zien dat het management steeds meer nadruk legt op rendement en minder op veiligheid. Chauffeurs krijgen opdrachten om te rijden met voertuigen waarvan ze weten dat er technische problemen zijn. Dat is onaanvaardbaar.” De bonden maken zich ook zorgen over de financiële kant van het verhaal. “Er zijn signalen dat sommige werknemers hun loon te laat of onvolledig ontvangen. Dat zorgt voor extra frustratie op de werkvloer,” klinkt het verder.

Hansea België

De komende weken beloven cruciaal te worden voor Hansea. Vakbonden hebben al laten weten dat ze aandringen op een overleg met de directie om de problemen structureel aan te pakken. Of dat overleg er snel komt, blijft voorlopig onduidelijk.

Hansea, dat de voorbije jaren veel nieuwe lijnen van De Lijn in handen kreeg, lijkt moeite te hebben om de snelle groei organisatorisch te verwerken. Volgens insiders worden managers onder grote druk gezet om de contracten na te komen, zelfs als dat betekent dat onderhoud of personeelsplanning eronder lijden. De vakbonden vrezen dat het vertrek van Ploum een teken is dat de interne spanningen verder toenemen.

Maandagochtend was er in Limburg nog een incident met een Lijnbus van een onderaannemer van Hansea. Daar reed een chauffeur een uur lang met een niet-sluitend deurtje dat hij met een hand dichthield, en een aanhoudend alarmsignaal.

De top van Hansea heeft voorlopig nog geen publieke verklaring afgelegd over het vertrek van de Nederlandse manager of over de recente incidenten. Medewerkers van De Polder laten intussen weten dat de onzekerheid groot is en dat de werkdruk blijft toenemen. “We weten niet wat er nog gaat volgen,” aldus een chauffeur. “Iedereen voelt dat het fout loopt, maar niemand durft er echt iets van te zeggen uit schrik voor represailles.”

In Nederland kreeg de Hansea groep bekendheid na het bundelen van de krachten met de  Nederlandse specialist in personenvervoer Munckhof. Individueel zijn Hansea en Munckhof vandaag relevante spelers in respectievelijk België en Nederland. Samen verzorgen Munckhof en Hansea jaarlijks het vervoer voor meer dan 47 miljoen mensen vanuit 50 locaties in de Benelux. 

Liever boete: vertraging bij De Lijn vertraagt groene ambities van Gent

Vervoersmaatschappij worstelt met vergunningen en levering van elektrische bussen.

De vervoersmaatschappij De Lijn zal ook volgend jaar nog boetes moeten betalen voor het gebruik van vervuilende bussen in de Gentse lage-emissiezone. Dat bevestigt woordvoerster Ine Pieters. De geplande overstap naar een volledig elektrische busvloot loopt vertraging op, waardoor oudere dieselbussen voorlopig in dienst moeten blijven.

De situatie zorgt voor wrevel bij zowel de stad Gent als bij de Vlaamse overheid. De Lijn kreeg dit jaar al bijna 125.000 euro aan boetes opgelegd, goed voor ongeveer 800 overtredingen in amper zes maanden tijd. Dat bedrag ligt ruim drie keer hoger dan wat de maatschappij vorig jaar moest betalen. De boetes hebben betrekking op dieselbussen die niet langer in de Gentse lage-emissiezone (LEZ) mogen rijden, maar toch op de route blijven omdat er nog geen vervangende voertuigen beschikbaar zijn.

leveringsproblemen

Volgens De Lijn zou de vernieuwing van het wagenpark aanvankelijk in de loop van 2026 voltooid worden. Door problemen bij de levering van nieuwe elektrische bussen zal dat doel niet gehaald worden. “Door die vertraging stromen de bussen niet zo vlot in als we willen en kunnen de oudere voertuigen niet op tijd vervangen worden door nieuwe,” zegt woordvoerster Ine Pieters.

Ze benadrukt dat de maatschappij voor een moeilijke keuze staat. “We betalen liever een boete dan dat we ritten moeten schrappen,” verklaart Pieters in een gesprek met de nieuwsdienst van VRT NWS. “We zouden natuurlijk liever geen boetes betalen, maar we willen onze reiziger centraal stellen.” Volgens haar is het belangrijker om de dienstverlening te blijven garanderen dan om tijdelijk strengere milieuregels te respecteren, zolang de nieuwe voertuigen nog niet beschikbaar zijn.

stelplaatsen

De vertraging in de levering van de elektrische bussen is niet het enige probleem waar De Lijn mee kampt. Ook de infrastructuur moet worden aangepast om de nieuwe voertuigen operationeel te krijgen. “Een elektrische bus moet ook opgeladen worden,” legt Pieters uit. “Dat betekent dat we aan onze stelplaatsen laadpalen moeten installeren en we hebben af en toe problemen om daar de juiste vergunningen voor te krijgen.”

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Daarnaast moet er in Gent een volledig nieuwe stelplaats komen die uitgerust is voor het opladen van elektrische voertuigen. “Ook daar hebben we een probleem met de vergunning,” zegt Pieters. De vergunningsprocedure voor zowel de laadinstallaties als de nieuwe stelplaats verloopt trager dan verwacht, wat de overstap naar een groene vloot verder bemoeilijkt.

obstakels

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), reageert teleurgesteld op het nieuws. Ze betreurt dat de vertraging bij De Lijn een negatieve impact heeft op de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen. “Elke maand dat oude dieselbussen blijven rijden, vertraagt de overgang naar emissievrij openbaar vervoer,” klinkt het in regeringskringen. Gent is een van de steden die het voortouw wil nemen in de vergroening van stedelijke mobiliteit, maar ziet die ambitie voorlopig afgeremd door praktische obstakels.

Hoewel De Lijn benadrukt dat de bestelling van nieuwe elektrische bussen al geplaatst is, is er geen exacte datum bekend voor wanneer de volledige vervanging rond zal zijn. De vervoersmaatschappij belooft wel dat alle betrokken partijen nauw samenwerken om de vertraging zoveel mogelijk te beperken. Voorlopig lijkt het echter onvermijdelijk dat de oude dieselbussen nog een tijd door de Gentse straten zullen rijden, ondanks de geldende emissieregels.

Elektrisch vervoer rukt op: Nederland rijdt recordaantal emissievrije bussen

De elektrische bus is bezig aan een stille revolutie in het Nederlandse straatbeeld.

Voor het eerst rijden er meer dan vijfduizend zero-emissiebussen in het openbaar vervoer. Dat blijkt uit de nieuwste Monitor zero-emissiebussen Nederland van kennisinstituut CROW, die deze maand verscheen.

De ongeveer 5.200 ov-bussen dat in Nederland rijden zijn (helaas) nog niet allemaal zero-emissie, maar de groei van emissievrije bussen in Nederland is opmerkelijk. Inmiddels rijden er 2.418 zero-emissie bussen in het Nederlandse openbaar vervoer. Daarmee behoort Nederland tot de Europese koplopers op het gebied van schoon busvervoer. Alleen Duitsland telt er meer, maar Nederland heeft er naar verhouding de meeste per inwoner.

steden

De overgang naar elektrisch vervoer gaat niet overal even snel. In stedelijke gebieden is de omslag al bijna compleet. In Amstelland-Meerlanden en Amsterdam rijdt inmiddels meer dan tachtig procent van de bussen zonder uitstoot. Ook Arnhem-Nijmegen en Rotterdam scoren hoog.

In landelijke regio’s, zoals Zeeland, Twente en Zuid-Holland Noord, blijft het aandeel emissievrije bussen nog achter. De afstanden zijn daar groter en laadinfrastructuur ontbreekt soms nog. Toch verwacht CROW dat ook deze regio’s de komende jaren versneld zullen overstappen.

pantograaf

Het merendeel van de Nederlandse elektrische bussen laadt met een pantograaf, een soort laadarm die op het dak van de bus klikt. Bij 39 procent van de voertuigen beweegt de pantograaf omlaag, bij 33 procent juist omhoog. Slechts 10 procent van de vloot rijdt op waterstof. 

Hoewel waterstofbussen de afgelopen jaren aan terrein winnen, blijft de technologie voorlopig een aanvulling op batterij-elektrisch vervoer. De meeste fabrikanten investeren vooral in accutechniek.

Foto: © Pitane Blue –
Bravo – busvervoer

“De elektrificatie van het openbaar vervoer is geen experiment meer, het is de nieuwe standaard,” zegt een woordvoerder van CROW. “Elke nieuwe concessie gaat in principe uit van zero-emissie.”
De monitor besluit optimistisch: als het huidige tempo aanhoudt, rijdt er binnen vijf jaar geen dieselbus meer in Nederland.

De Nederlandse busbouwers VDL en Ebusco zijn de grote winnaars van de elektrificatieronde. Samen leveren zij het grootste deel van de nieuwe bussen. Buitenlandse merken als BYD, Solaris en Mercedes-Benz volgen op afstand.

De vervoerders Arriva, Qbuzz en Connexxion beschikken over de grootste elektrische vloten. In totaal rijden deze bedrijven samen al duizenden bussen op stroom.

Het effect van de transitie is duidelijk zichtbaar in de cijfers. De totale afstand die elektrische bussen jaarlijks afleggen, steeg van 18 miljoen kilometer in 2018 tot 360 miljoen kilometer in 2024. Diesel verdwijnt langzaam uit het straatbeeld, en gas- en waterstofbussen vullen de resterende niches.

Volgens CROW is de milieuwinst aanzienlijk. De uitstoot van fijnstof, stikstof en CO₂ door het busvervoer daalde sinds 2018 met tientallen procenten. “De verbetering van de luchtkwaliteit is vooral in stedelijke gebieden goed merkbaar,” aldus de monitor.

Europa

Nederland loopt met deze cijfers voorop in Europa. Tussen 2012 en 2024 werden in ons land 4.782 zero-emissiebussen geregistreerd, meer dan in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of Noorwegen. Alleen Duitsland noteerde hogere absolute aantallen, maar verspreid over een veel groter land.

De Europese markt voor elektrische bussen groeide vorig jaar tot meer dan 8.000 nieuwe registraties. Daarmee lijkt de overstap naar schoon openbaar vervoer in heel Europa in een stroomversnelling te komen.

De verwachting is dat Nederland tegen 2030 vrijwel volledig uitstootvrij busvervoer heeft. Dat is vijf jaar eerder dan in veel andere Europese landen.

“De uitdaging ligt nu niet meer bij de voertuigen, maar bij de stroomvoorziening,” zegt CROW. “De laadinfrastructuur moet meegroeien, en dat vraagt samenwerking tussen vervoerders, gemeenten en netbeheerders.”

Gemeente wil leefbaarheid: Sloterdijk en Amstel profiteren van herinrichting busplatforms

De hoofdstad krijgt de komende tijd flink wat veranderingen op het gebied van touringcarhaltes.

Gemeente Amsterdam en het GVB werken samen aan een herinrichting van opstapplaatsen verspreid over de stad, met als doel de drukte rond toeristische knooppunten beter te verdelen en reizigers meer comfort te bieden. De eerste grote aanpassing vindt plaats bij metrostation Gaasperplas, waar vanaf eind 2025 nieuwe haltes worden geopend. Ook bij andere stations, zoals Holendrecht, Sloterdijk en Amstel, zijn of worden de voorzieningen aangepast.

De nieuwe opstapplaats bij metrostation Gaasperplas moet een belangrijk alternatief worden voor de overvolle haltes in het centrum. Vanaf eind volgend jaar kunnen touringcars daar gebruikmaken van twee nieuwe haltes. Later zullen er meer bijkomen, zodat ook grotere groepen gemakkelijk kunnen worden opgehaald en afgezet. De touringcars bereiken het busstation via de Langbroekdreef, een route die speciaal is ingericht om verkeersdrukte te beperken.

Gaasperplas

Reizigers die vanaf het Centraal Station of station Amstel komen, kunnen met metrolijn 53 rechtstreeks naar Gaasperplas reizen. Voor mensen die liever met de auto of taxi naar de opstapplaats komen, is er een parkeerplaats langs de Loosdrechtdreef waar zij kunnen uitstappen. Volgens de gemeente is er bij de uitgang van het metrostation voldoende ruimte om op de touringcar te wachten. Daarnaast ligt het Campanile hotel op loopafstand, waar reizigers kunnen plaatsnemen voor een kop koffie of gebruik kunnen maken van de toiletten. De hele omgeving rond het Gaasperpark krijgt bovendien in 2026 een opknapbeurt, waarmee het gebied nog aantrekkelijker moet worden voor bezoekers.

Bij station Holendrecht blijft de situatie voorlopig grotendeels gelijk. De twee haltes op het bestaande busplatform blijven in 2026 beschikbaar voor touringcars. Onder het viaduct bij het station zijn enkele parkeerplaatsen waar auto’s en taxi’s kort kunnen stoppen om reizigers op te halen of af te zetten. De gemeente benadrukt dat deze plekken bedoeld zijn voor kort gebruik, zodat de doorstroming goed blijft verlopen.

station Lelylaan

Aan de westkant van de stad zijn de veranderingen al merkbaar. Bij station Lelylaan zijn de twee haltes voor touringcars weggehaald. De reden is dat het GVB deze plekken nu gebruikt om elektrische bussen op te laden. Uit evaluaties blijkt bovendien dat touringcars hier nauwelijks gebruik van maakten. Om die reden zijn vier nieuwe haltes toegevoegd bij station Sloterdijk, op het Piarcoplein. Dit station is volgens de gemeente een logische keuze, omdat het een belangrijk vervoersknooppunt is met directe verbindingen per trein, metro en bus, en betere voorzieningen voor reizigers die even willen wachten.

Ook bij het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen. Sinds begin 2024 zijn er op het verhoogde busplatform achter het Meininger hotel twee haltes voor touringcars beschikbaar. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer touringcars deze locatie weten te vinden. De populariteit leidde ertoe dat er later nog twee extra plekken zijn toegevoegd langs het Julianaplein, voor het station.

kort parkeren

Toch is het Amstelstation niet de ideale plek voor reizigers die met de auto worden gebracht. Er zijn nauwelijks Kiss & Ride-plekken aanwezig, waardoor het afzetten van passagiers vaak voor opstoppingen zorgt. Touringcars die te vroeg arriveren, kunnen tegen betaling kort parkeren langs de Hugo de Vrieslaan, vlak bij het station. Daarmee probeert de gemeente ook overlast in de omliggende straten te voorkomen.

De aanpassingen aan de touringcarhaltes maken deel uit van een bredere strategie om het verkeer in Amsterdam beter te spreiden en de leefbaarheid rond drukke toeristische plekken te vergroten. De komende jaren wil de gemeente blijven investeren in plekken waar reizigers comfortabel, veilig en met voldoende voorzieningen kunnen instappen.

Politiecontrole: GVB belooft compensatie en strengere controles

Reizigers in Amsterdam-Noord zijn donderdag 25 september 2025 flink gedupeerd geraakt toen er urenlang geen bussen reden.

Ook de dag erna had het openbaar vervoer in de rest van de stad nog te maken met nasleep en vertragingen. De Amsterdamse stadsvervoerder GVB erkent de omvang van de problemen en biedt haar excuses aan voor de overlast.

Volgens GVB kwamen reizigers plotseling zonder vervoer te zitten en moesten zij zelf een alternatieve manier vinden om naar hun werk, school of afspraken te komen. “We realiseren ons dat dit veel ongemak heeft veroorzaakt, en dat spijt ons,” laat het vervoersbedrijf weten. “Als Amsterdamse stadsvervoerder zetten we ons dagelijks in om zo’n 900.000 mensen veilig en op tijd op bestemming te krijgen. Juist daarom vinden we het extra vervelend dat het misging. Het is frustrerend dat we u niet de service konden bieden die u van ons mag verwachten.”

politie

De oorzaak van de plotselinge uitval lag bij een onverwachte politiecontrole op donderdagochtend 25 september in stadsdeel Noord. Agenten controleerden of alle GVB-bussen beschikten over de juiste verplichte documenten, waaronder een kopie van het kentekenbewijs en een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning. Deze papieren moeten altijd fysiek aanwezig zijn in de bus. Hoewel alle voertuigen voldeden aan de veiligheidsnormen en over geldige APK-keuringen beschikten, mochten sommige bussen tijdelijk niet rijden omdat de vereiste documenten ontbraken.

Vanaf donderdagmiddag begon GVB met een grote interne controle. Alle stilstaande bussen in garages en bij busstations werden nagekeken op de aanwezigheid van de juiste papieren. “Als de documenten aanwezig waren, kon de bus weer de weg op,” aldus een woordvoerder van het vervoersbedrijf. Rond 16.00 uur kon de dienstregeling in Noord voorzichtig worden hervat, en een half uur later reden de meeste lijnen weer, al moesten reizigers nog rekening houden met vertragingen.

Het vervoersbedrijf sluit zijn verklaring af met nogmaals zijn spijt te betuigen. “We vinden het enorm vervelend dat het misging,” schrijft GVB. “We doen er alles aan om dit in de toekomst te voorkomen en onze reizigers de service te bieden die zij van ons gewend zijn.”

Na de hectische donderdag besloot GVB in de nacht van 25 op 26 september alle bussen opnieuw te controleren. Hierbij werd niet alleen gekeken of de papieren aanwezig waren, maar ook of deze op de juiste plek in het voertuig lagen. Dankzij die nachtelijke operatie kon de dienstregeling op vrijdag grotendeels doorgaan, al was er nog sprake van beperkte uitval.

Het vervoersbedrijf benadrukt dat de veiligheid van reizigers nooit in het geding is geweest. “De veiligheid van onze reizigers staat altijd voorop,” meldt GVB. “Al onze bussen zijn goedgekeurd door de Inspectie Leefomgeving en Transport en beschikken over een geldige APK. De voertuigen voldoen aan alle veiligheidseisen. In enkele gevallen mochten bussen tijdelijk niet rijden vanwege ontbrekende documentatie aan boord, niet omdat het voertuig onveilig was.”

compensatie

GVB zegt maatregelen te hebben genomen om een herhaling in de toekomst te voorkomen. Tegelijkertijd worden reizigers die hinder hebben ondervonden, gecompenseerd. “We hebben een ruime regeling bij vertraging of uitval van ritten,” aldus de verklaring. “Wie hinder heeft ondervonden van de uitval van onze bussen in Noord, kan een vergoeding aanvragen via onze website. Onder Klantenservice > Onze online formulieren is het vergoedingsformulier te vinden. Ook bij onze loketten helpen onze medewerkers graag bij het indienen van een aanvraag.”

Busworld 2025: VDL Bus Group presenteert trots haar nieuwe vlaggenschip

Tijdens de openingsdag van Busworld 2025 in Brussel heeft VDL Bus Group de internationale vakwereld verrast met een dubbele primeur.

Het Nederlandse busconcern presenteerde niet alleen de gloednieuwe touringcar VDL Futura 3, maar kondigde ook de vorming van een volledig geïntegreerd busbedrijf aan waarin VDL Bus & Coach en het recent verworven VDL Van Hool samen verdergaan onder één naam: VDL Bus Group.

Volgens het vakblad Personenvervoer Magazine is de VDL Futura 3 het resultaat van jarenlang onderzoek, ontwikkeling en nauwe samenwerking met klanten en chauffeurs. De nieuwe generatie touringcars moet een belangrijke stap betekenen in het langeafstandsvervoer, met nadruk op comfort, efficiëntie en duurzaamheid. Een van de meest opvallende verbeteringen is de verlaging van de totale levensduurkosten (TCO), dankzij een brandstofbesparing die kan oplopen tot wel 15 procent.

vlaggenschip

“Wij zijn trots op onze medewerkers die hun vakmanschap hebben getoond tijdens de ontwikkeling én de productie van dit nieuwe vlaggenschip,” zei Marc van Doorn, directeur Coach van VDL Bus Group, tijdens de presentatie in de Belgische hoofdstad. “We hebben er veel vertrouwen in dat we met deze derde generatie VDL Futura onze klanten, hun passagiers en hun chauffeurs een optimale reiservaring gaan bieden.”

Het thema van de presentatie, MOVE.TOGETHER., symboliseert de samensmelting van innovatie en samenwerking binnen het nieuwe VDL Bus Group. De lancering van de Futura 3 markeert niet alleen een technisch hoogtepunt, maar ook het begin van een nieuwe bedrijfsstructuur waarin de krachten van twee gerenommeerde merken worden gebundeld. VDL Bus Group zal voortaan met twee complementaire merken opereren – VDL en Van Hool – elk met een eigen identiteit en marktfocus.

Foto: © Personenvervoer Magazine

Met de Futura 3 zet VDL Bus Group opnieuw een stap richting de toekomst van het personenvervoer: zuiniger, veiliger en comfortabeler dan ooit tevoren.

De Futura 3 is ontworpen met de ervaring van alle betrokken partijen in gedachten. Feedback van chauffeurs, reizigers, klanten en het aftersales-netwerk is geïntegreerd in het ontwerp. De dieselbus is bovendien voorbereid op toekomstige alternatieve aandrijflijnen, zodat de touringcar ook op lange termijn relevant blijft.

gebruiksgemak

Voor chauffeurs biedt de Futura 3 een volledig vernieuwde werkplek. De ergonomie is verbeterd door een geoptimaliseerde indeling, beter zitcomfort en intuïtieve bedieningselementen. Dit zorgt niet alleen voor meer gebruiksgemak, maar vermindert ook de fysieke belasting tijdens lange ritten.

Passagiers profiteren van een interieur waarin comfort en beleving centraal staan. Nieuwe stoelen, sfeervolle LED-verlichting en zorgvuldig gekozen materialen zorgen voor een premium uitstraling. Het interieur ademt rust en ruimte, terwijl het exterieur een strak en modern lijnenspel vertoont dat naadloos aansluit bij de hedendaagse designverwachtingen.

Op het gebied van veiligheid maakt de Futura 3 eveneens een grote sprong voorwaarts. De touringcar is uitgerust met de nieuwste generatie ADAS-rijhulpsystemen, verbeterde zichtlijnen en structurele versterkingen. Daarmee voldoet het voertuig aan de strengste Europese veiligheidsnormen.

Ook aan het comfort is gedacht. Het volledig vernieuwde klimaatsysteem zorgt voor een stille en efficiënte temperatuurregeling, waardoor passagiers onder alle weersomstandigheden aangenaam kunnen reizen.

slimme techniek

VDL Bus Group heeft bij de ontwikkeling veel nadruk gelegd op onderhoudsgemak en lage exploitatiekosten. Door slimme engineering, modulaire componenten en een betere toegankelijkheid van technische systemen wordt de Total Cost of Ownership aanzienlijk verlaagd. Dat maakt de Futura 3 economisch aantrekkelijker voor operators in de touringcarbranche.

Tijdens Busworld 2025 toont VDL Bus Group niet alleen twee exemplaren van de nieuwe Futura 3, maar ook een VDL Citea 13,5 meter Low Entry. Van Hool is vertegenwoordigd met een Astron superhoogdekker en een Astromega dubbeldekker. Daarmee benadrukt de onderneming de kracht van haar gecombineerde portfolio, waarin innovatie, efficiëntie en klantgerichtheid hand in hand gaan.