Categorie archieven: Busvervoer

Grote stap bereikbaarheid Brainport: station van Eindhoven op de schop

Gemeente Eindhoven, ProRail, NS, de provincie Noord-Brabant en het Rijk hebben een belangrijke knoop doorgehakt over de toekomst van het openbaar vervoer in de stad.

Er is een voorkeursalternatief gekozen voor de nieuwe OV-knoop Eindhoven, een ingrijpend project dat het huidige stationsgebied moet transformeren tot een modern en toekomstbestendig vervoershart voor de stad en de snel groeiende Brainportregio. Met deze keuze zetten de betrokken overheden gezamenlijk een volgende stap richting een station dat het toenemende aantal reizigers kan verwerken en tegelijkertijd ruimte biedt voor stedelijke ontwikkeling en verblijfskwaliteit.

Wethouder Stijn Steenbakkers, verantwoordelijk voor Brainport en Eindhoven Knoop XL, benadrukt het belang van het besluit voor de stad en de regio. “Deze nieuwe OV-knoop wordt de entree en hub van Eindhoven en de Brainportregio. Ons huidige (bus)station is verouderd en uit zijn jasje gegroeid, maar met het nieuwe ondergrondse busstation – verbonden met het treinstation – brengen we daar écht verandering in”, aldus Steenbakkers. Volgens hem wordt het station niet alleen een plek om over te stappen, maar ook een visitekaartje voor Eindhoven.

ondergronds busstation

De plannen zijn omvangrijk en moeten antwoord geven op de sterke groei van het aantal reizigers. In de spits zullen straks ongeveer 200 bussen per uur van en naar de stad en de regio rijden. Om deze stroom te kunnen verwerken, komt er een ondergronds busstation met meerdere perrons en vaste haltes per lijn. Daarnaast wordt fors ingezet op fietsen. Steenbakkers licht toe: “En met de tweelaagse fietsenstalling komen er, naast de 5400 plekken aan de zuidzijde, nog eens 7900 fietsparkeerplekken. Daarnaast komt er een moderne stationshal en voegen we meer groen toe op het nu versteende plein. Zo ontstaat een plek waar onze inwoners en bezoekers prettig en efficiënt kunnen reizen én verblijven. Dankzij de Brainport- en Beethoven-deal en de samenwerking met onze partners maken we dit enorme project mogelijk. Samen investeren we in betere regionale, nationale én internationale bereikbaarheid.”

De noodzaak voor deze ingreep is groot. De Brainportregio blijft groeien en daarmee ook het aantal mensen dat dagelijks gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Prognoses laten zien dat in 2040 ongeveer 150.000 reizigers per dag gebruik zullen maken van het openbaar vervoer rond station Eindhoven Centraal. Het huidige bus- en stationsgebied kan deze aantallen niet meer aan, wat leidt tot knelpunten in doorstroming, veiligheid en comfort.

heel Brabant

Gedeputeerde Stijn Smeulders onderstreept dat het project niet alleen van belang is voor Eindhoven, maar voor heel Brabant. “Dit is niet alleen een belangrijke mijlpaal voor de bereikbaarheid van Eindhoven, maar voor de bereikbaarheid van heel Brabant”, zegt hij. “Het nieuwe busstation onder Eindhoven Centraal wordt hét kloppende hart van onze nieuwe busconcessie zuidoost. Dé plek waar elke dag duizenden reizigers vertrekken, aankomen of overstappen. Daarmee creëren we ruimte voor stedelijke ontwikkelingen in het hart van onze grootste stad én maken we de regio beter bereikbaar. Zo wordt het openbaar vervoer voor nog meer Brabanders een aantrekkelijke manier van reizen.”

Illustratie: © Movares, KCAP, TEAM V

De komende periode staat in het teken van besluitvorming en verdere uitwerking. Het voorkeursalternatief wordt op 10 februari voorgelegd aan de gemeenteraad van Eindhoven. Bij een positief besluit kan worden gestart met het voorlopig en definitief ontwerp. De verwachting is dat vanaf 2030 de eerste stappen in de realisatie van de nieuwe OV-knoop Eindhoven zichtbaar worden, waarmee de stad zich voorbereidt op decennia van groei en verandering.

Het voorkeursalternatief voor de nieuwe OV-knoop voorziet in een samenhangend geheel van infrastructuur en openbare ruimte. Het ondergrondse busstation krijgt meerdere eilandperrons en wordt via verschillende bustunnels aangesloten op belangrijke verkeersaders rond het centrum. Boven de grond ontstaat ruimte voor een groen en uitnodigend stationsplein aan de noordzijde, met duizenden vierkante meters aan groen en verblijfsruimte. Reizigers kunnen straks droog en comfortabel overstappen tussen bus en trein via een nieuwe, moderne stationshal die direct verbonden is met het busstation.

woningbouw

De ingrepen hebben ook grote gevolgen voor de omgeving. Doordat de huidige bushaltes aan de noordzijde verdwijnen en ondergronds worden gebracht, ontstaat ruimte voor woningbouw. In het gebied Fellenoord, onderdeel van stationsgebied Knoop XL, is plaats voor meer dan 6000 nieuwe woningen. Daarmee verandert het stationsgebied van een plek waar mensen vooral doorheen reizen in een levendige stadswijk waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. De verbindingen tussen omliggende wijken en het centrum worden verbeterd, met veiligere oversteken en logischere looproutes.

Beluister onze podcast over dit onderwerp

Nieuwe contracten: miljardeninvestering verstevigt positie Transdev in Nederland

Transdev verstevigt zijn positie op de Nederlandse ov-markt met nieuwe contracten en de start van twee grote stedelijke netwerken.

Dat blijkt uit een uitgebreide toelichting van het internationale mobiliteitsbedrijf, dat via dochteronderneming Transdev Nederland de komende jaren een sleutelrol blijft spelen in het regionale en stedelijke openbaar vervoer. De totale waarde van de recent verworven concessies en opgestarte netwerken loopt op tot ruim vier miljard euro over de volledige looptijd van de contracten.

De uitbreiding betreft allereerst twee recent toegekende contracten. Eén daarvan is de concessie Arnhem–Nijmegen–Foodvalley in de provincie Gelderland. Transdev is geselecteerd om hier gedurende tien jaar, van juni 2026 tot juni 2036, het busvervoer te verzorgen. De concessie werd in juli 2025 gegund en brengt twee bestaande contracten samen, Arnhem–Nijmegen en Veluwe Zuid, die al door Transdev werden geëxploiteerd. De totale contractwaarde bedraagt meer dan 1,5 miljard euro. De dienstverlening wordt uitgevoerd onder het provinciale merk RRReis en steunt op een volledig nieuwe vloot van meer dan driehonderd emissievrije elektrische bussen, waaronder voertuigen van Yutong, MAN en Solaris. Daarnaast worden vijftig elektrische trolleybussen ingezet.

Valys

Een tweede belangrijke opdracht betreft Valys 2026. De Transdev-dochter Connexxion Taxi Services is voorlopig geselecteerd om deze dienst uit te voeren namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Valys verzorgt landelijk vraagafhankelijk vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking, bedoeld voor sociale en recreatieve reizen door heel Nederland en inclusief sportvervoer. Het contract vertegenwoordigt een waarde van bijna een half miljard euro over een periode van zes jaar, vanaf oktober 2026, met de mogelijkheid tot twee verlengingen van telkens twee jaar. De gunning is nog onder voorbehoud van bezwaarprocedures.

Antoine Grange, CEO Europe van Transdev Group, benadrukt het belang van deze groei. “De groei van Transdev in Nederland weerspiegelt het vertrouwen van overheden in ons vermogen om betrouwbare, duurzame en mensgerichte mobiliteit te leveren. Van stedelijke netwerken met hoge capaciteit tot inclusieve on-demanddiensten, wij zijn er trots op regio’s te ondersteunen die de transitie naar emissievrij vervoer versnellen en tegelijkertijd het dagelijks leven van inwoners verbeteren.,” aldus Grange.

consessie Utrecht

Naast nieuwe contracten zijn op 14 december 2025 twee grote stedelijke netwerken van start gegaan. In Utrecht betreft dit de concessie Utrecht Binnen, die in juni 2024 werd gegund. Deze overeenkomst omvat bus- en tramdiensten in en rond het stadscentrum onder het merk U-OV en heeft een looptijd van tien jaar met een totale waarde van circa 1,7 miljard euro. Onderdeel van het programma is de volledige vervanging van de bestaande busvloot door emissievrije voertuigen. Het gaat om 228 nieuwe elektrische bussen van onder meer Solaris, Yutong, Volvo en VDL, aangevuld met het hergebruik van 69 bestaande elektrische bussen. 

Het netwerk omvat vijftig buslijnen die samen jaarlijks meer dan dertig miljoen reizigers vervoeren. Het tramnet beslaat drie lijnen met een lengte van 18,3 kilometer en maakt gebruik van 54 CAF-tramstellen, goed voor circa tien miljoen passagiers per jaar. Dagelijks worden de diensten gedragen door een team van ongeveer duizend medewerkers, waaronder circa 850 chauffeurs en technici en 150 medewerkers in ondersteunende, operationele en managementfuncties.

Foto: © Pitane Blue – wachten op busvervoer

Volgens André van Schie, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Digitalisering van de provincie Utrecht, is de overgang zorgvuldig verlopen. “Tijdens het 18 maanden durende overgangsproces hebben wij een hoog niveau van professionaliteit waargenomen, wat vertrouwen en een gevoel van rust heeft gecreëerd. Wij willen de passagiers feliciteren, aangezien wij er volledig van overtuigd zijn dat zij zullen profiteren van deze stipte en op maat gemaakte openbaarvervoersdienst binnen de provincie.,” zei Van Schie.

waterstofbussen

Op dezelfde dag ging ook het vernieuwde netwerk in de regio Hoeksche Waard–Goeree-Overflakkee van start. In deze Zuid-Hollandse regio voert Transdev het vervoer uit onder eigen naam, met nadruk op betere dienstverlening, emissievrije mobiliteit en sociale inclusie. Het contract werd in november 2024 gegund en loopt dertien jaar, tot eind 2038. De totale waarde bedraagt bijna een half miljard euro en het netwerk bedient jaarlijks ongeveer vier miljoen reizigers. Het programma voorziet in een groei van twintig procent van het aanbod tegen 2028, met een busvloot die uiteindelijk volledig elektrisch en emissievrij is. Daarbij worden 67 nieuwe batterij-elektrische bussen van Volvo en VDL ingezet, naast twintig bestaande Solaris-waterstofbussen.

Manu Lageirse, CEO van Transdev Nederland, onderstreept het belang van de gelijktijdige start. “De start van Utrecht Binnen en de vernieuwde HWGO-concessie op dezelfde dag is een krachtig signaal van de betrokkenheid en paraatheid van onze teams. Wij zijn dankbaar voor het vertrouwen dat de provincies Utrecht en Zuid-Holland in ons stellen, en zullen vanaf dag één focussen op betrouwbaarheid, reizigersbeleving en het implementeren van schonere mobiliteit binnen beide netwerken.,” aldus Lageirse.

emissievrij

Aan het einde van 2024 beschikte Transdev in Nederland over een emissievrije vloot van circa 1.350 voertuigen, waaronder meer dan zeshonderd elektrische bussen, ruim zeshonderd elektrische taxi’s en meer dan honderdvijftig elektrische ondersteunende voertuigen. Wereldwijd vervoert Transdev dagelijks gemiddeld 12,8 miljoen passagiers en is het actief in negentien landen.

De Lijn: raamovereenkomst met Daimler en afronding BYD-deal versnellen transitie

Miljoeneninjectie zet deur open voor 630 nieuwe elektrische bussen, De Lijn kiest massaal voor e-bussen in grootste vergroening ooit.

De Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn zet een stevige nieuwe stap richting volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035, een doel dat de organisatie al enige tijd naar voren schuift als één van haar belangrijkste pijlers. De recente gunning van een omvangrijke raamovereenkomst aan Daimler Buses Belgium, met een maximale investeringswaarde van 303 miljoen euro, vormt een essentieel onderdeel van deze strategie. Tegelijkertijd worden 268 extra e-bussen besteld bij BYD Europe en ruim 80 voertuigen bij Daimler, een beslissing die mogelijk werd dankzij een gerichte financiële impuls van 400 miljoen euro van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder.

raamovereenkomst

Volgens De Lijn moet de volledige vloot van meer dan tweeduizend voertuigen binnen tien jaar geëlektrificeerd zijn. Het streven naar een stiller, schoner en comfortabeler openbaar vervoer gaat gepaard met de ambitie om meer reizigers aan boord te krijgen. De recente beslissingen vormen een verdere versnelling van het al lopende elektrificatieproces. De bestelling bij Daimler, gebaseerd op een nieuwe raamovereenkomst die ruimte biedt voor de levering van maximaal 500 e-bussen, volgt op een beoordeling waarbij Daimler het hoogste scoorde van alle inschrijvers. De eerste Mercedes-Benz eCitaro’s worden vanaf het eerste kwartaal van 2027 verwacht, waarmee de vernieuwing van de vloot in een nieuwe fase komt.

De aanvullende bestelling bij BYD Europe, goed voor 268 standaard e-bussen van twaalf meter lang, maakt de eerdere overeenkomst uit 2023 volledig rond. Daarmee benut BYD de volle capaciteit van de raamovereenkomst van 500 voertuigen. Volgens De Lijn verlopen de operationele ervaringen met de eerder geleverde voertuigen van BYD positief, wat aanleiding gaf tot een derde bestelling. Deze voertuigen komen gefaseerd toe vanaf het tweede kwartaal van 2027, waardoor de verjonging van de vloot op meerdere fronten tegelijk wordt voortgezet.

modernisering

Vlaams minister Annick De Ridder benadrukt dat de financiële injectie een cruciale rol speelt in de versnelling van het programma. Ze zegt: ‘We zijn blij om te zien dat De Lijn via de nieuwe raamovereenkomst de continuïteit van haar vergroeningsoperatie verzekert. Dankzij de “turbo” van 400 miljoen bestelt De Lijn dit jaar ruim 630 nieuwe e-bussen (de 290 bussen die al in het voorjaar werden besteld en de 268 + 80 nu) moderniseert ze haar aanbod en versterkt ze haar dienstverlening aan haar reizigers. Denk onder meer aan de schermen met real-time ritinformatie aan boord.’ Haar woorden weerspiegelen de overtuiging dat modernisering van het openbaar vervoer niet alleen technologisch maar ook qua dienstverlening vooruitgang moet opleveren.

Foto: © De Lijn – Mercedes eCitaro

De opeenvolgende bestellingen en de grootschalige raamovereenkomst tonen aan dat Vlaanderen niet alleen een ambitieus doel heeft gesteld, maar ook de middelen inzet om de transitie waar te maken. Met de eerste leveringen vanaf 2027 belooft de vernieuwing van het Vlaamse openbaar vervoer zichtbaarder dan ooit te worden.

Directeur-generaal Ann Schoubs licht toe dat nieuwe voertuigen standaard worden uitgerust met voorzieningen die ondertussen als Europese norm gelden. Ze zegt: ‘Zowel de e-bussen van BYD als de voertuigen van Daimler of Mercedes krijgen de typische De Lijn-uitrusting, die intussen zowat de Europese norm is geworden. USB-laadpunten en een elektrische oprijplaat voor minder mobiele reizigers zijn bij ons al vier jaar de norm en vind je hoe langer hoe meer terug bij onze collega’s in binnen- en buitenland. Ook onze verbeterde stuurpost met volledig instelbare en geventileerde en verwarmde chauffeursstoel, zijcamera’s in plaats van spiegels en geavanceerde veiligheidsuitrusting zijn intussen algemeen ingeburgerd.’ De nadruk op comfort, toegankelijkheid en veiligheid toont aan dat de vernieuwde voertuigen meer moeten worden dan enkel een ecologische oplossing.

tevredenheid

Ook vanuit de betrokken leveranciers klinkt tevredenheid over de beslissingen van De Lijn. Steven Somers, CEO van Daimler Buses Belgium, zegt: ‘Met de innovatieve technologie van de Mercedes-Benz eCitaro stadsbus, haar hoog comfortniveau en onze focus op duurzaamheid, draagt Daimler Buses Belgium graag bij aan de ambitie die wij delen met De Lijn om de mobiliteit en het openbaar vervoer in Vlaanderen toekomstbestendig te maken, zowel voor de reizigers, medewerkers en voor onze eigen leefomgeving.’ Daarmee onderstreept hij de lange termijnvisie die de Vlaamse vervoersmaatschappij deelt met haar partners.

Stella Li, Executive Vice-President bij BYD, bevestigt dat haar bedrijf hetzelfde pad bewandelt. Ze zegt: ‘We zijn blij om De Lijn te ondersteunen in haar volgende fase naar een volledig emissievrije vloot tegen 2035. Onze recentste B12.b e-bussen maken gebruik van onze sterke O&O mogelijkheden om geavanceerde veiligheidsstandaarden, grote efficiëntie in energieverbruik en een zuivere en stille ervaring in elektrische mobiliteit te leveren. Dankzij hun hoogstaande comfortuitrusting zowel voor reizigers als voor chauffeurs zijn deze voertuigen ontworpen om een moderner en aantrekkelijker netwerk voor openbaar vervoer in Vlaanderen te helpen scheppen. We kijken ernaar uit om bij te dragen aan de elektrificatiestrategie van De Lijn op de lange termijn en aan de bijdrage van De Lijn voor een groenere mobiliteit in lokale gemeenschappen.’

Schiphol onder vuur: onrust groeit over inzet minder ervaren buschauffeurs

Kritiek op keuze die volgens sommigen doorslaat naar schijnveiligheid terwijl experts waarschuwen voor risico’s in hectische vliegveldomgeving.

Tussen de glimmende vleugels, gierende turbines en haastige grondvoertuigen van Schiphol speelt zich dagelijks een minder charmant, maar onmisbaar ritueel af: het vervoer van passagiers per platformbus. Reizigers worden in compacte voertuigen gezet die zich een weg banen door een omgeving waar elke beweging telt. De lucht trilt er van de warmte van uitlaatstromen, de geuren zijn scherp, de ruimte is beperkt en de marges zijn klein. Tot voor kort vertrouwde men voor dit werk uitsluitend op chauffeurs met een groot rijbewijs, bestuurders die gewend zijn aan deze hectische zone waar een kleine fout al snel grote gevolgen heeft.

De keuze van Schiphol om nu ook chauffeurs met alleen een BE-rijbewijs tot dit werk toe te laten, heeft een debat losgemaakt naar aanleiding van de berichtgeving in de media dat dieper gaat dan een personeelsvraagstuk. De luchthaven kampt aantoonbaar met tekorten, en het besluit past binnen een bredere poging om de operatie draaiende te houden. Maar achter die redenering gaat een ongemakkelijke spanning schuil. Het beeld dat critici schetsen van de financiële druk op het bedrijf, samengevat door een adviseur arbeidsveiligheid in de uitspraak “een Jenga-toren op een trilplaat”, laat zien dat men vreest dat rekbare afwegingen de norm dreigen te worden.

risicobesef

Het vraagstuk draait volgens de adviseur in essentie om de vraag wat ervaring betekent op een terrein waar fysieke risico’s nooit abstract zijn. Het werk tussen taxiënde Boeings, bagagetrekkers, pushbacks en marshallers vraagt niet alleen om stuurmanskunst, maar vooral om intuïtief risicobesef. Een van de betrokkenen somt het scherp op: “Of je aanvoelt hoe gevaarlijk een jetblast is, hoe snel een pushback kan draaien, hoe een marshaller communiceert, en waarom je nooit, echt nóóit, een vliegtuig nadert waarvan de motoren nog draaien.” Het is kennis die niet voortkomt uit een rijbewijs, maar uit gespecialiseerde scholing en herhaalde blootstelling aan dezelfde complexe omgeving.

Foto: Pitane Blue – platformbus Schiphol

Het officiële standpunt van Schiphol is dat de luchthaven een besloten bedrijfsterrein is en dat de directie verantwoordelijk is voor het wegen van risico’s. Intern wordt benadrukt dat aanvullende trainingen borg staan voor veiligheid en dat de inzet van minder ervaren chauffeurs geen afbreuk doet aan de operationele standaarden. Toch wringt het oordeel van degenen die dagelijks met deze realiteit werken. Niet omdat zij twijfelen aan de intentie van de luchthaven, maar omdat ze weten hoe dun de lijn is tussen routine en onderschatting. In gesprekken klinkt de waarschuwing door dat organisaties soms ongemerkt richting schijnveiligheid glijden. Zo wordt letterlijk gezegd: “Alles lijkt te kloppen, totdat het niet meer klopt. Ik vind ’m lastig.”, aldus de deskundige.

vertrouwen

De kern van de discussie wordt gevangen in de stelling die inmiddels herkenbaar rondgaat: “Laat Schiphol hiermee zien dat productie het wint van professie?” De vraag raakt aan de fundamenten van vertrouwen. Wanneer efficiëntie de prioriteit krijgt boven vakmanschap, ontstaat de indruk dat veiligheid niet langer een overtuiging is, maar een variabele. Precies dat maakt de situatie gevoelig, zeker in een omgeving waar passagiers onvermijdelijk moeten kunnen rekenen op een onwrikbare veiligheidsnorm.

De nuchtere constatering van een van de critici vat het dilemma herkenbaar samen: “Veiligheid hoeft geen last te zijn. Het is vooral een keuze.” Juist die keuze is bepalend voor het vertrouwen dat reizigers, medewerkers en partners stellen in de luchthaven. Want vertrouwen is kwetsbaar, en zoals in dezelfde gedachtevorming wordt benadrukt: het komt te voet en gaat te paard.

Van haarlem tot Middenmeer: Noord Holland zet alles op mega netwerk van mobiliteitshubs

Provincie belooft duidelijk netwerk dat reiziger direct moet herkennen.

De provincie Noord-Holland zet de komende jaren stevig in op een toekomstbestendig netwerk van mobiliteitshubs dat het reizen met openbaar vervoer en deelvervoer eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. De plannen, die zich inmiddels in verschillende stadia van uitvoering bevinden, moeten zorgen voor een betere bereikbaarheid van steden, dorpen en natuurgebieden. De provincie benadrukt dat dit nieuwe netwerk reizigers meer gemak en overzicht moet bieden, doordat trein, bus, fiets, auto en diverse vormen van deelvervoer op één plek samenkomen. Volgens de provincie is dit de sleutel om meer mensen te verleiden de auto te laten staan en over te stappen op duurzamere vervoersopties.

De mobiliteitshubs worden ontwikkeld als knooppunten waar reizigers makkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Elke hub krijgt zijn eigen kenmerken, maar een ding staat vast: alle hubs vormen samen een herkenbaar en samenhangend netwerk. Vanuit de provincie wordt niet alleen financieel bijgedragen aan de realisatie van deze knooppunten, maar worden gemeenten ook inhoudelijk geholpen met de zogenoemde handreiking businesscase mobiliteitshubs. Deze handreiking helpt gemeenten inzicht te krijgen in de kosten, baten en de rolverdeling bij de ontwikkeling van een hub. Daardoor worden lokale plannen beter onderbouwd en wordt de uitvoering een stuk toegankelijker, zo stelt de provincie.

regiohub

Aan de zuidkant van Haarlem, op de drukke kruising van de Schipholweg (N205) en de Europaweg, verrijst de komende jaren een van de grootste projecten binnen dit netwerk. De regiohub Haarlem Nieuw-Zuid krijgt acht (metro)bushaltes, 2.250 fietsparkeerplekken en een groot plein waar ruimte komt voor winkels en horeca. De eerste werkzaamheden zijn in september van start gegaan en volgens de planning moet het knooppunt medio tot eind 2028 klaar zijn. Met deze hub wil de provincie een belangrijke schakel creëren tussen de stad, de regio en de vele reizigers die dagelijks langs deze route komen.

Ook de regiohub Crailo, gelegen tussen Blaricum, Laren en Hilversum, is in ontwikkeling. Hier wordt gewerkt aan een reeks verbetermaatregelen die het reizen straks comfortabeler moeten maken, waaronder de uitbreiding van de fietsenstalling, betere toegankelijkheid en verbeterde verlichting rondom het gebied. De oplevering van deze aanpassingen staat gepland voor eind 2025 tot begin 2026. De provincie ziet deze hub als een strategische plek om reizigers in het Gooi beter te bedienen.

Met deze reeks ontwikkelingen groeit het aantal locaties dat zich tot mobiliteitshub ontwikkelt snel. Het doel dat de provincie voor ogen heeft, is een betrouwbaar, herkenbaar en effectief netwerk van overstapplekken dat de bereikbaarheid van Noord-Holland sterk verbetert en het reizen voor iedereen eenvoudiger maakt.

Verder naar het noorden, in de Kop van Noord-Holland, wordt gewerkt aan de zogenoemde Mobipunten. Deze hubs worden de komende tijd omgebouwd naar de landelijke huisstijl, zodat reizigers ze sneller herkennen als onderdeel van het bredere netwerk. Verschillende Mobipunten krijgen bovendien extra voorzieningen, waaronder elektrische auto’s en fietsen als nieuwe vormen van deelmobiliteit. Een doorontwikkeling die volgens de provincie past bij de toenemende vraag naar flexibele vervoersopties in dit deel van de provincie.

In Purmerend wordt ondertussen gewerkt aan de plannen voor hub Waterlandkwartier. De gemeente wil naast het station een nieuwe woonwijk realiseren waar ook ruimte komt voor kantoren, winkels en plekken voor recreatie. De provincie ondersteunt de gemeente bij het ontwerp van een hub die goed aansluit op deze verstedelijking. Dat betekent onder meer voldoende ruimte voor fietsparkeren en de inzet van deelvervoer dat past bij de toekomstige bewoners en bezoekers.

regionaal netwerk

Langs de A1 ligt de regiohub Muiden, ook wel P+R Muiden genoemd. Deze plek is strategisch gepositioneerd tussen twee toekomstige woonwijken: de Krijgsman in het noorden en de Bloemendalerpolder in het zuiden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor deze locatie een bijdrage van zeven miljoen euro toegezegd om het aantal parkeerplekken fors uit te breiden. De provincie spreekt de hoop uit om dit in de komende jaren daadwerkelijk te kunnen realiseren, zodat meer reizigers kunnen overstappen op het openbaar vervoer.

Binnen de Gooi- en Vechtstreek wordt de hubstrategie Gooicorridor verder uitgewerkt. Deze strategie richt zich op de ontwikkeling van dertien hubs die gezamenlijk een sterk regionaal netwerk moeten vormen. Volgens de provincie start de uitvoering hiervan in 2026, in samenwerking met de provincie Utrecht. Hiermee moet een fijnmazig netwerk ontstaan dat aansluit op de dagelijkse reizigersstromen in deze regio.

Tot slot wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de hub Middenmeer-Zuid. Hier begint binnenkort een participatietraject waarbij inwoners en andere gebruikers kunnen meedenken over de uiteindelijke invulling van deze hub. De provincie wil dat de stem van de omgeving een belangrijke rol speelt, zodat de hub straks daadwerkelijk aansluit op de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken.

Kleurrijk eerbetoon: Genkse kinderen kleuren elektrische bus van De Lijn

Winnende schooltekeningen maken van elektrische bus een rijdend kunstwerk.

De elektrische bussen van De Lijn krijgen in Limburg een opvallend kleurrijk jasje dankzij het talent van jonge kunstenaars uit Genk. In samenwerking met de stad organiseerde de vervoersmaatschappij een tekenwedstrijd voor lagereschoolkinderen rond het thema duurzame mobiliteit. De winnende creaties van leerlingen uit drie Genkse scholen prijken nu op één van de gloednieuwe elektrische bussen, die dagelijks het Limburgse straatbeeld doorkruist. Het resultaat is een rijdend kunstwerk dat niet alleen de toekomst van het openbaar vervoer symboliseert, maar ook de verbeeldingskracht van de jeugd eert.

De winnende ontwerpen komen van leerlingen van Leefschool Uniek (Leefgroep 4 en 5) en de Vrije Basisschool Optimum (Jungle Klas en Wonderzoekers). Hun tekeningen, vol kleur, hoop en fantasie, werden professioneel verwerkt tot een bestickering die de volledige buitenkant van de bus siert. Daarmee zijn de ideeën van jonge Genkenaren letterlijk zichtbaar op de weg — een creatieve knipoog naar de mobiliteit van morgen.

vergroenen

Het initiatief kadert in de bredere ambitie van De Lijn om haar vloot te vergroenen. In Winterslag, een deel van Genk, beschikt de vervoersmaatschappij over een van de modernste stelplaatsen van het land, waar elektrische bussen worden gestald en opgeladen. Deze voertuigen worden via geavanceerde laadinfrastructuur van energie voorzien en bedienen heel Limburg. Ze vormen een cruciale stap in de richting van emissievrij openbaar vervoer in Vlaanderen.

De elektrische bussen zijn niet alleen milieuvriendelijk, maar ook bijzonder comfortabel. Reizigers kunnen gebruikmaken van USB-oplaadpunten en zitplaatsen in gerecycleerd leder, terwijl de voertuigen voorzien zijn van een elektrische oprijplaat voor mensen met beperkte mobiliteit. Daarnaast zorgen heldere schermen met realtime ritinformatie voor een vlotte reiservaring. Ook voor de chauffeurs is er gedacht aan veiligheid en comfort, met moderne rijhulpsystemen en cameraspiegels die zorgen voor een beter zicht en meer controle.

Foto: © De Lijn – Leefschool Uniek

De opvallende bus rijdt de komende maanden door verschillende Limburgse gemeenten, waardoor de kunstwerken van de jonge talenten zichtbaar worden voor duizenden reizigers en voorbijgangers. Zo wordt elke rit een ontmoeting tussen technologie en fantasie, tussen ecologische vooruitgang en kinderlijke verbeelding.

Volgens Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, past het project perfect binnen de toekomstgerichte koers van De Lijn. “Overal in Vlaanderen zien we gloednieuwe bussen opduiken, ook de komende maanden en jaren, mede dankzij de heuse turbo van 400 miljoen euro extra die deze Vlaamse Regering investeert in nieuwe, duurzame voertuigen voor De Lijn,” verklaarde ze. “We zetten volop in op de vlootvernieuwing, zodat tegen het einde van deze legislatuur zowat de helft van de bussen van De Lijn nieuw zullen zijn. Goed nieuws voor de reizigers én de chauffeurs!”

trots

Ook binnen de stad Genk heerst trots over het creatieve project. Anniek Nagels, schepen van Talentontwikkeling en Opgroeien, sprak met ontroering over de bijdrage van de kinderen. “Het is hartverwarmend om te zien hoe de Genkse kinderen hun dromen over duurzame mobiliteit tot leven brengen. Hun creaties op de elektrische bussen maken ons straatbeeld niet alleen groener, maar ook kleurrijker. Als stad kunnen we daar alleen maar trots op zijn.”

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, benadrukte dat het project verder gaat dan enkel duurzaamheid. “Met deze nieuwe voertuigen maken we niet alleen werk van duurzame en comfortabele mobiliteit. Door kinderen mee te nemen in ons verhaal, zetten we ook letterlijk hun visie op de toekomst in beweging. De creativiteit van de leerlingen maakt deze bus tot veel meer dan een vervoermiddel: het is een boodschap op wielen.”

Hansea kraakt onder eigen groei: onrust bij personeel en vakbonden

Het moederbedrijf Hansea, dat een twintigtal busbedrijven in Vlaanderen overkoepelt, zit in woelig vaarwater.

De transportgroep, die de voorbije jaren fors groeide door nieuwe contracten met De Lijn, kampt volgens de Gazet van Antwerpen met ernstige groeipijnen. De problemen kwamen opnieuw aan het licht nadat busbedrijf De Polder, een van de filialen van Hansea, recent in opspraak kwam door de inbeslagname van een bus door de politie. Nog geen week na dat incident blijkt dat De Polder afscheid neemt van manager Boris Ploum, wat volgens betrokkenen de onrust binnen het bedrijf alleen maar vergroot.

Uit interne communicatie aan het personeel blijkt dat Ploum niet langer werkzaam is bij De Polder. De Nederlandse manager trad ongeveer een jaar geleden in dienst bij het bedrijf en was aangesteld om de reorganisatie binnen de busmaatschappij in goede banen te leiden. De reden voor zijn vertrek werd niet officieel toegelicht, maar volgens verschillende bronnen binnen het bedrijf heerst er al geruime tijd spanning tussen het management en de werknemers over de werkomstandigheden en de druk die gepaard gaat met de snelle groei van Hansea.

onrust

De onrust binnen het moederbedrijf begon op te lopen nadat de politie vorige week een bus van De Lijn in beslag nam die door De Polder werd uitgebaat. De controleurs stelden toen ernstige technische tekortkomingen vast. Dat voorval leidde tot scherpe kritiek van de vakbonden, die al langer waarschuwen voor de risico’s van de hoge werkdruk bij Hansea. Zij wijzen erop dat chauffeurs volgens hun getuigenissen steeds vaker met defecte bussen de baan op moeten omdat er te weinig tijd en middelen zouden zijn voor onderhoud.

Een vakbondsafgevaardigde zei daarover: “We zien dat het management steeds meer nadruk legt op rendement en minder op veiligheid. Chauffeurs krijgen opdrachten om te rijden met voertuigen waarvan ze weten dat er technische problemen zijn. Dat is onaanvaardbaar.” De bonden maken zich ook zorgen over de financiële kant van het verhaal. “Er zijn signalen dat sommige werknemers hun loon te laat of onvolledig ontvangen. Dat zorgt voor extra frustratie op de werkvloer,” klinkt het verder.

Hansea België

De komende weken beloven cruciaal te worden voor Hansea. Vakbonden hebben al laten weten dat ze aandringen op een overleg met de directie om de problemen structureel aan te pakken. Of dat overleg er snel komt, blijft voorlopig onduidelijk.

Hansea, dat de voorbije jaren veel nieuwe lijnen van De Lijn in handen kreeg, lijkt moeite te hebben om de snelle groei organisatorisch te verwerken. Volgens insiders worden managers onder grote druk gezet om de contracten na te komen, zelfs als dat betekent dat onderhoud of personeelsplanning eronder lijden. De vakbonden vrezen dat het vertrek van Ploum een teken is dat de interne spanningen verder toenemen.

Maandagochtend was er in Limburg nog een incident met een Lijnbus van een onderaannemer van Hansea. Daar reed een chauffeur een uur lang met een niet-sluitend deurtje dat hij met een hand dichthield, en een aanhoudend alarmsignaal.

De top van Hansea heeft voorlopig nog geen publieke verklaring afgelegd over het vertrek van de Nederlandse manager of over de recente incidenten. Medewerkers van De Polder laten intussen weten dat de onzekerheid groot is en dat de werkdruk blijft toenemen. “We weten niet wat er nog gaat volgen,” aldus een chauffeur. “Iedereen voelt dat het fout loopt, maar niemand durft er echt iets van te zeggen uit schrik voor represailles.”

In Nederland kreeg de Hansea groep bekendheid na het bundelen van de krachten met de  Nederlandse specialist in personenvervoer Munckhof. Individueel zijn Hansea en Munckhof vandaag relevante spelers in respectievelijk België en Nederland. Samen verzorgen Munckhof en Hansea jaarlijks het vervoer voor meer dan 47 miljoen mensen vanuit 50 locaties in de Benelux. 

Liever boete: vertraging bij De Lijn vertraagt groene ambities van Gent

Vervoersmaatschappij worstelt met vergunningen en levering van elektrische bussen.

De vervoersmaatschappij De Lijn zal ook volgend jaar nog boetes moeten betalen voor het gebruik van vervuilende bussen in de Gentse lage-emissiezone. Dat bevestigt woordvoerster Ine Pieters. De geplande overstap naar een volledig elektrische busvloot loopt vertraging op, waardoor oudere dieselbussen voorlopig in dienst moeten blijven.

De situatie zorgt voor wrevel bij zowel de stad Gent als bij de Vlaamse overheid. De Lijn kreeg dit jaar al bijna 125.000 euro aan boetes opgelegd, goed voor ongeveer 800 overtredingen in amper zes maanden tijd. Dat bedrag ligt ruim drie keer hoger dan wat de maatschappij vorig jaar moest betalen. De boetes hebben betrekking op dieselbussen die niet langer in de Gentse lage-emissiezone (LEZ) mogen rijden, maar toch op de route blijven omdat er nog geen vervangende voertuigen beschikbaar zijn.

leveringsproblemen

Volgens De Lijn zou de vernieuwing van het wagenpark aanvankelijk in de loop van 2026 voltooid worden. Door problemen bij de levering van nieuwe elektrische bussen zal dat doel niet gehaald worden. “Door die vertraging stromen de bussen niet zo vlot in als we willen en kunnen de oudere voertuigen niet op tijd vervangen worden door nieuwe,” zegt woordvoerster Ine Pieters.

Ze benadrukt dat de maatschappij voor een moeilijke keuze staat. “We betalen liever een boete dan dat we ritten moeten schrappen,” verklaart Pieters in een gesprek met de nieuwsdienst van VRT NWS. “We zouden natuurlijk liever geen boetes betalen, maar we willen onze reiziger centraal stellen.” Volgens haar is het belangrijker om de dienstverlening te blijven garanderen dan om tijdelijk strengere milieuregels te respecteren, zolang de nieuwe voertuigen nog niet beschikbaar zijn.

stelplaatsen

De vertraging in de levering van de elektrische bussen is niet het enige probleem waar De Lijn mee kampt. Ook de infrastructuur moet worden aangepast om de nieuwe voertuigen operationeel te krijgen. “Een elektrische bus moet ook opgeladen worden,” legt Pieters uit. “Dat betekent dat we aan onze stelplaatsen laadpalen moeten installeren en we hebben af en toe problemen om daar de juiste vergunningen voor te krijgen.”

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Daarnaast moet er in Gent een volledig nieuwe stelplaats komen die uitgerust is voor het opladen van elektrische voertuigen. “Ook daar hebben we een probleem met de vergunning,” zegt Pieters. De vergunningsprocedure voor zowel de laadinstallaties als de nieuwe stelplaats verloopt trager dan verwacht, wat de overstap naar een groene vloot verder bemoeilijkt.

obstakels

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), reageert teleurgesteld op het nieuws. Ze betreurt dat de vertraging bij De Lijn een negatieve impact heeft op de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen. “Elke maand dat oude dieselbussen blijven rijden, vertraagt de overgang naar emissievrij openbaar vervoer,” klinkt het in regeringskringen. Gent is een van de steden die het voortouw wil nemen in de vergroening van stedelijke mobiliteit, maar ziet die ambitie voorlopig afgeremd door praktische obstakels.

Hoewel De Lijn benadrukt dat de bestelling van nieuwe elektrische bussen al geplaatst is, is er geen exacte datum bekend voor wanneer de volledige vervanging rond zal zijn. De vervoersmaatschappij belooft wel dat alle betrokken partijen nauw samenwerken om de vertraging zoveel mogelijk te beperken. Voorlopig lijkt het echter onvermijdelijk dat de oude dieselbussen nog een tijd door de Gentse straten zullen rijden, ondanks de geldende emissieregels.

Elektrisch vervoer rukt op: Nederland rijdt recordaantal emissievrije bussen

De elektrische bus is bezig aan een stille revolutie in het Nederlandse straatbeeld.

Voor het eerst rijden er meer dan vijfduizend zero-emissiebussen in het openbaar vervoer. Dat blijkt uit de nieuwste Monitor zero-emissiebussen Nederland van kennisinstituut CROW, die deze maand verscheen.

De ongeveer 5.200 ov-bussen dat in Nederland rijden zijn (helaas) nog niet allemaal zero-emissie, maar de groei van emissievrije bussen in Nederland is opmerkelijk. Inmiddels rijden er 2.418 zero-emissie bussen in het Nederlandse openbaar vervoer. Daarmee behoort Nederland tot de Europese koplopers op het gebied van schoon busvervoer. Alleen Duitsland telt er meer, maar Nederland heeft er naar verhouding de meeste per inwoner.

steden

De overgang naar elektrisch vervoer gaat niet overal even snel. In stedelijke gebieden is de omslag al bijna compleet. In Amstelland-Meerlanden en Amsterdam rijdt inmiddels meer dan tachtig procent van de bussen zonder uitstoot. Ook Arnhem-Nijmegen en Rotterdam scoren hoog.

In landelijke regio’s, zoals Zeeland, Twente en Zuid-Holland Noord, blijft het aandeel emissievrije bussen nog achter. De afstanden zijn daar groter en laadinfrastructuur ontbreekt soms nog. Toch verwacht CROW dat ook deze regio’s de komende jaren versneld zullen overstappen.

pantograaf

Het merendeel van de Nederlandse elektrische bussen laadt met een pantograaf, een soort laadarm die op het dak van de bus klikt. Bij 39 procent van de voertuigen beweegt de pantograaf omlaag, bij 33 procent juist omhoog. Slechts 10 procent van de vloot rijdt op waterstof. 

Hoewel waterstofbussen de afgelopen jaren aan terrein winnen, blijft de technologie voorlopig een aanvulling op batterij-elektrisch vervoer. De meeste fabrikanten investeren vooral in accutechniek.

Foto: © Pitane Blue –
Bravo – busvervoer

“De elektrificatie van het openbaar vervoer is geen experiment meer, het is de nieuwe standaard,” zegt een woordvoerder van CROW. “Elke nieuwe concessie gaat in principe uit van zero-emissie.”
De monitor besluit optimistisch: als het huidige tempo aanhoudt, rijdt er binnen vijf jaar geen dieselbus meer in Nederland.

De Nederlandse busbouwers VDL en Ebusco zijn de grote winnaars van de elektrificatieronde. Samen leveren zij het grootste deel van de nieuwe bussen. Buitenlandse merken als BYD, Solaris en Mercedes-Benz volgen op afstand.

De vervoerders Arriva, Qbuzz en Connexxion beschikken over de grootste elektrische vloten. In totaal rijden deze bedrijven samen al duizenden bussen op stroom.

Het effect van de transitie is duidelijk zichtbaar in de cijfers. De totale afstand die elektrische bussen jaarlijks afleggen, steeg van 18 miljoen kilometer in 2018 tot 360 miljoen kilometer in 2024. Diesel verdwijnt langzaam uit het straatbeeld, en gas- en waterstofbussen vullen de resterende niches.

Volgens CROW is de milieuwinst aanzienlijk. De uitstoot van fijnstof, stikstof en CO₂ door het busvervoer daalde sinds 2018 met tientallen procenten. “De verbetering van de luchtkwaliteit is vooral in stedelijke gebieden goed merkbaar,” aldus de monitor.

Europa

Nederland loopt met deze cijfers voorop in Europa. Tussen 2012 en 2024 werden in ons land 4.782 zero-emissiebussen geregistreerd, meer dan in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of Noorwegen. Alleen Duitsland noteerde hogere absolute aantallen, maar verspreid over een veel groter land.

De Europese markt voor elektrische bussen groeide vorig jaar tot meer dan 8.000 nieuwe registraties. Daarmee lijkt de overstap naar schoon openbaar vervoer in heel Europa in een stroomversnelling te komen.

De verwachting is dat Nederland tegen 2030 vrijwel volledig uitstootvrij busvervoer heeft. Dat is vijf jaar eerder dan in veel andere Europese landen.

“De uitdaging ligt nu niet meer bij de voertuigen, maar bij de stroomvoorziening,” zegt CROW. “De laadinfrastructuur moet meegroeien, en dat vraagt samenwerking tussen vervoerders, gemeenten en netbeheerders.”

Gemeente wil leefbaarheid: Sloterdijk en Amstel profiteren van herinrichting busplatforms

De hoofdstad krijgt de komende tijd flink wat veranderingen op het gebied van touringcarhaltes.

Gemeente Amsterdam en het GVB werken samen aan een herinrichting van opstapplaatsen verspreid over de stad, met als doel de drukte rond toeristische knooppunten beter te verdelen en reizigers meer comfort te bieden. De eerste grote aanpassing vindt plaats bij metrostation Gaasperplas, waar vanaf eind 2025 nieuwe haltes worden geopend. Ook bij andere stations, zoals Holendrecht, Sloterdijk en Amstel, zijn of worden de voorzieningen aangepast.

De nieuwe opstapplaats bij metrostation Gaasperplas moet een belangrijk alternatief worden voor de overvolle haltes in het centrum. Vanaf eind volgend jaar kunnen touringcars daar gebruikmaken van twee nieuwe haltes. Later zullen er meer bijkomen, zodat ook grotere groepen gemakkelijk kunnen worden opgehaald en afgezet. De touringcars bereiken het busstation via de Langbroekdreef, een route die speciaal is ingericht om verkeersdrukte te beperken.

Gaasperplas

Reizigers die vanaf het Centraal Station of station Amstel komen, kunnen met metrolijn 53 rechtstreeks naar Gaasperplas reizen. Voor mensen die liever met de auto of taxi naar de opstapplaats komen, is er een parkeerplaats langs de Loosdrechtdreef waar zij kunnen uitstappen. Volgens de gemeente is er bij de uitgang van het metrostation voldoende ruimte om op de touringcar te wachten. Daarnaast ligt het Campanile hotel op loopafstand, waar reizigers kunnen plaatsnemen voor een kop koffie of gebruik kunnen maken van de toiletten. De hele omgeving rond het Gaasperpark krijgt bovendien in 2026 een opknapbeurt, waarmee het gebied nog aantrekkelijker moet worden voor bezoekers.

Bij station Holendrecht blijft de situatie voorlopig grotendeels gelijk. De twee haltes op het bestaande busplatform blijven in 2026 beschikbaar voor touringcars. Onder het viaduct bij het station zijn enkele parkeerplaatsen waar auto’s en taxi’s kort kunnen stoppen om reizigers op te halen of af te zetten. De gemeente benadrukt dat deze plekken bedoeld zijn voor kort gebruik, zodat de doorstroming goed blijft verlopen.

station Lelylaan

Aan de westkant van de stad zijn de veranderingen al merkbaar. Bij station Lelylaan zijn de twee haltes voor touringcars weggehaald. De reden is dat het GVB deze plekken nu gebruikt om elektrische bussen op te laden. Uit evaluaties blijkt bovendien dat touringcars hier nauwelijks gebruik van maakten. Om die reden zijn vier nieuwe haltes toegevoegd bij station Sloterdijk, op het Piarcoplein. Dit station is volgens de gemeente een logische keuze, omdat het een belangrijk vervoersknooppunt is met directe verbindingen per trein, metro en bus, en betere voorzieningen voor reizigers die even willen wachten.

Ook bij het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen. Sinds begin 2024 zijn er op het verhoogde busplatform achter het Meininger hotel twee haltes voor touringcars beschikbaar. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer touringcars deze locatie weten te vinden. De populariteit leidde ertoe dat er later nog twee extra plekken zijn toegevoegd langs het Julianaplein, voor het station.

kort parkeren

Toch is het Amstelstation niet de ideale plek voor reizigers die met de auto worden gebracht. Er zijn nauwelijks Kiss & Ride-plekken aanwezig, waardoor het afzetten van passagiers vaak voor opstoppingen zorgt. Touringcars die te vroeg arriveren, kunnen tegen betaling kort parkeren langs de Hugo de Vrieslaan, vlak bij het station. Daarmee probeert de gemeente ook overlast in de omliggende straten te voorkomen.

De aanpassingen aan de touringcarhaltes maken deel uit van een bredere strategie om het verkeer in Amsterdam beter te spreiden en de leefbaarheid rond drukke toeristische plekken te vergroten. De komende jaren wil de gemeente blijven investeren in plekken waar reizigers comfortabel, veilig en met voldoende voorzieningen kunnen instappen.

Politiecontrole: GVB belooft compensatie en strengere controles

Reizigers in Amsterdam-Noord zijn donderdag 25 september 2025 flink gedupeerd geraakt toen er urenlang geen bussen reden.

Ook de dag erna had het openbaar vervoer in de rest van de stad nog te maken met nasleep en vertragingen. De Amsterdamse stadsvervoerder GVB erkent de omvang van de problemen en biedt haar excuses aan voor de overlast.

Volgens GVB kwamen reizigers plotseling zonder vervoer te zitten en moesten zij zelf een alternatieve manier vinden om naar hun werk, school of afspraken te komen. “We realiseren ons dat dit veel ongemak heeft veroorzaakt, en dat spijt ons,” laat het vervoersbedrijf weten. “Als Amsterdamse stadsvervoerder zetten we ons dagelijks in om zo’n 900.000 mensen veilig en op tijd op bestemming te krijgen. Juist daarom vinden we het extra vervelend dat het misging. Het is frustrerend dat we u niet de service konden bieden die u van ons mag verwachten.”

politie

De oorzaak van de plotselinge uitval lag bij een onverwachte politiecontrole op donderdagochtend 25 september in stadsdeel Noord. Agenten controleerden of alle GVB-bussen beschikten over de juiste verplichte documenten, waaronder een kopie van het kentekenbewijs en een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning. Deze papieren moeten altijd fysiek aanwezig zijn in de bus. Hoewel alle voertuigen voldeden aan de veiligheidsnormen en over geldige APK-keuringen beschikten, mochten sommige bussen tijdelijk niet rijden omdat de vereiste documenten ontbraken.

Vanaf donderdagmiddag begon GVB met een grote interne controle. Alle stilstaande bussen in garages en bij busstations werden nagekeken op de aanwezigheid van de juiste papieren. “Als de documenten aanwezig waren, kon de bus weer de weg op,” aldus een woordvoerder van het vervoersbedrijf. Rond 16.00 uur kon de dienstregeling in Noord voorzichtig worden hervat, en een half uur later reden de meeste lijnen weer, al moesten reizigers nog rekening houden met vertragingen.

Het vervoersbedrijf sluit zijn verklaring af met nogmaals zijn spijt te betuigen. “We vinden het enorm vervelend dat het misging,” schrijft GVB. “We doen er alles aan om dit in de toekomst te voorkomen en onze reizigers de service te bieden die zij van ons gewend zijn.”

Na de hectische donderdag besloot GVB in de nacht van 25 op 26 september alle bussen opnieuw te controleren. Hierbij werd niet alleen gekeken of de papieren aanwezig waren, maar ook of deze op de juiste plek in het voertuig lagen. Dankzij die nachtelijke operatie kon de dienstregeling op vrijdag grotendeels doorgaan, al was er nog sprake van beperkte uitval.

Het vervoersbedrijf benadrukt dat de veiligheid van reizigers nooit in het geding is geweest. “De veiligheid van onze reizigers staat altijd voorop,” meldt GVB. “Al onze bussen zijn goedgekeurd door de Inspectie Leefomgeving en Transport en beschikken over een geldige APK. De voertuigen voldoen aan alle veiligheidseisen. In enkele gevallen mochten bussen tijdelijk niet rijden vanwege ontbrekende documentatie aan boord, niet omdat het voertuig onveilig was.”

compensatie

GVB zegt maatregelen te hebben genomen om een herhaling in de toekomst te voorkomen. Tegelijkertijd worden reizigers die hinder hebben ondervonden, gecompenseerd. “We hebben een ruime regeling bij vertraging of uitval van ritten,” aldus de verklaring. “Wie hinder heeft ondervonden van de uitval van onze bussen in Noord, kan een vergoeding aanvragen via onze website. Onder Klantenservice > Onze online formulieren is het vergoedingsformulier te vinden. Ook bij onze loketten helpen onze medewerkers graag bij het indienen van een aanvraag.”

Busworld 2025: VDL Bus Group presenteert trots haar nieuwe vlaggenschip

Tijdens de openingsdag van Busworld 2025 in Brussel heeft VDL Bus Group de internationale vakwereld verrast met een dubbele primeur.

Het Nederlandse busconcern presenteerde niet alleen de gloednieuwe touringcar VDL Futura 3, maar kondigde ook de vorming van een volledig geïntegreerd busbedrijf aan waarin VDL Bus & Coach en het recent verworven VDL Van Hool samen verdergaan onder één naam: VDL Bus Group.

Volgens het vakblad Personenvervoer Magazine is de VDL Futura 3 het resultaat van jarenlang onderzoek, ontwikkeling en nauwe samenwerking met klanten en chauffeurs. De nieuwe generatie touringcars moet een belangrijke stap betekenen in het langeafstandsvervoer, met nadruk op comfort, efficiëntie en duurzaamheid. Een van de meest opvallende verbeteringen is de verlaging van de totale levensduurkosten (TCO), dankzij een brandstofbesparing die kan oplopen tot wel 15 procent.

vlaggenschip

“Wij zijn trots op onze medewerkers die hun vakmanschap hebben getoond tijdens de ontwikkeling én de productie van dit nieuwe vlaggenschip,” zei Marc van Doorn, directeur Coach van VDL Bus Group, tijdens de presentatie in de Belgische hoofdstad. “We hebben er veel vertrouwen in dat we met deze derde generatie VDL Futura onze klanten, hun passagiers en hun chauffeurs een optimale reiservaring gaan bieden.”

Het thema van de presentatie, MOVE.TOGETHER., symboliseert de samensmelting van innovatie en samenwerking binnen het nieuwe VDL Bus Group. De lancering van de Futura 3 markeert niet alleen een technisch hoogtepunt, maar ook het begin van een nieuwe bedrijfsstructuur waarin de krachten van twee gerenommeerde merken worden gebundeld. VDL Bus Group zal voortaan met twee complementaire merken opereren – VDL en Van Hool – elk met een eigen identiteit en marktfocus.

Foto: © Personenvervoer Magazine

Met de Futura 3 zet VDL Bus Group opnieuw een stap richting de toekomst van het personenvervoer: zuiniger, veiliger en comfortabeler dan ooit tevoren.

De Futura 3 is ontworpen met de ervaring van alle betrokken partijen in gedachten. Feedback van chauffeurs, reizigers, klanten en het aftersales-netwerk is geïntegreerd in het ontwerp. De dieselbus is bovendien voorbereid op toekomstige alternatieve aandrijflijnen, zodat de touringcar ook op lange termijn relevant blijft.

gebruiksgemak

Voor chauffeurs biedt de Futura 3 een volledig vernieuwde werkplek. De ergonomie is verbeterd door een geoptimaliseerde indeling, beter zitcomfort en intuïtieve bedieningselementen. Dit zorgt niet alleen voor meer gebruiksgemak, maar vermindert ook de fysieke belasting tijdens lange ritten.

Passagiers profiteren van een interieur waarin comfort en beleving centraal staan. Nieuwe stoelen, sfeervolle LED-verlichting en zorgvuldig gekozen materialen zorgen voor een premium uitstraling. Het interieur ademt rust en ruimte, terwijl het exterieur een strak en modern lijnenspel vertoont dat naadloos aansluit bij de hedendaagse designverwachtingen.

Op het gebied van veiligheid maakt de Futura 3 eveneens een grote sprong voorwaarts. De touringcar is uitgerust met de nieuwste generatie ADAS-rijhulpsystemen, verbeterde zichtlijnen en structurele versterkingen. Daarmee voldoet het voertuig aan de strengste Europese veiligheidsnormen.

Ook aan het comfort is gedacht. Het volledig vernieuwde klimaatsysteem zorgt voor een stille en efficiënte temperatuurregeling, waardoor passagiers onder alle weersomstandigheden aangenaam kunnen reizen.

slimme techniek

VDL Bus Group heeft bij de ontwikkeling veel nadruk gelegd op onderhoudsgemak en lage exploitatiekosten. Door slimme engineering, modulaire componenten en een betere toegankelijkheid van technische systemen wordt de Total Cost of Ownership aanzienlijk verlaagd. Dat maakt de Futura 3 economisch aantrekkelijker voor operators in de touringcarbranche.

Tijdens Busworld 2025 toont VDL Bus Group niet alleen twee exemplaren van de nieuwe Futura 3, maar ook een VDL Citea 13,5 meter Low Entry. Van Hool is vertegenwoordigd met een Astron superhoogdekker en een Astromega dubbeldekker. Daarmee benadrukt de onderneming de kracht van haar gecombineerde portfolio, waarin innovatie, efficiëntie en klantgerichtheid hand in hand gaan.

Busvervoer: Staf Cars rondt miljoeneninvestering af met nieuwe kantoren

Staf Cars kiest resoluut voor elektrificatie en groei en heeft meer dan 25 miljoen geïnvesteerd sinds coronaperiode.

Met de ingebruikname van een nieuw en modern kantoorgebouw in Pelt heeft Staf Cars het sluitstuk geplaatst van een grootschalig investeringsprogramma dat meer dan 15 miljoen euro bedraagt. Het familiebedrijf, dat al sinds 1952 actief is in de sector van bus- en autocarvervoer, zet hiermee volgens Paul Creemers een belangrijke stap richting de toekomst. De strategische investeringen markeren een belangrijke mijlpaal in de verdere verduurzaming en modernisering van het familiebedrijf.

De investering omvat een breed pakket aan vernieuwingen, waaronder de uitbreiding en modernisering van de busvloot, nieuwe laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, de installatie van zonnepanelen, de bouw van gloednieuwe kantoren en de aanleg van extra parkeerfaciliteiten. Daarmee wordt niet alleen de capaciteit uitgebreid, maar wordt ook de nadruk gelegd op duurzaamheid en innovatie, thema’s die steeds meer bepalend zijn voor de mobiliteitssector.

arbeidsplaatsen

Volgens Creemers is vooral de elektrificatie van het wagenpark een belangrijke pijler van het project. Een belangrijk deel van de investering is gericht op de elektrificatie van het wagenpark. De nieuwe elektrische bussen worden ingezet voor een nieuwe opdracht van De Lijn, waarbij Staf Cars als enige nieuwe contractant in Vlaanderen werd toegelaten tot het openbaar vervoer. Deze opdracht gaat gepaard met de creatie van 30 bijkomende arbeidsplaatsen, wat de lokale werkgelegenheid versterkt en het belang van Staf Cars als mobiliteitspartner in Vlaanderen onderstreept.

De introductie van elektrische bussen vraagt uiteraard om aangepaste infrastructuur. Daarom investeerde Staf Cars in moderne laadpunten, zonnepanelen en is er een vergunningsaanvraag lopende voor de installatie van een industriële batterij. Die batterij moet het energieverbruik verder optimaliseren en de balans tussen verbruik en productie beter beheren.

Foto: © Pitane Blue – Flixbus – Staf Cars

Naast de duurzame investeringen in voertuigen en energievoorziening is ook de bedrijfsorganisatie onder handen genomen. De nieuwe kantoren in Pelt, die officieel in gebruik worden genomen op 10 oktober, zorgen voor een centralisatie van de activiteiten. Toch benadrukt de eigenaar dat andere vestigingen niet verdwijnen. “Toch blijft Staf Cars voor operationele en strategische doeleinden ook gebruikmaken van andere locaties, zodat klanten in heel België efficiënt bediend kunnen worden,” aldus Creemers.

mobiliteitsmarkt

De afronding van dit programma van 15 miljoen euro brengt het totale investeringsbedrag sinds de coronaperiode boven de 25 miljoen euro. Daarmee toont Staf Cars dat het bedrijf, ondanks de uitdagingen van de voorbije jaren, volop inzet op groei, modernisering en duurzaamheid. Met meer dan 140 voertuigen in de vloot, samen goed voor bijna 12 miljoen gereden kilometers per jaar, bevestigt het familiebedrijf zijn rol als een van de toonaangevende spelers in de Belgische mobiliteitsmarkt.

Het verhaal van Staf Cars is er één van traditie en toekomstvisie. Waar het bedrijf ruim zeventig jaar geleden begon als een lokale speler, staat het vandaag symbool voor innovatie in de sector. De combinatie van investeringen in mensen, voertuigen en infrastructuur maakt dat Staf Cars klaarstaat om ook de komende decennia een betrouwbare en duurzame partner in het personenvervoer te blijven.

Bron: made in

Waarom elektrische bussen centraal staan in VinFast’s Europese strategie

Advertorial

“Wij hebben Europa altijd beschouwd als een van onze meest bepalende markten, niet alleen vanwege het economische potentieel, maar ook doordat de ambities in Europa overeenkomen met onze eigen visie op een groenere, duurzamere toekomst,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy, voorzitter van VinFast.

Als tastbaar bewijs van die betrokkenheid is VinFast begonnen met de inzet van elektrische bussen op Europese wegen, waarmee het zijn intentie toont om verder te gaan dan het leveren van EV’s voor de personenautosector en deel uit te maken van de stedelijke mobiliteit.

Voor het eerst maakte VinFast ook een strategie bekend om voet aan de grond te krijgen in deze markt: het opbouwen van samenwerkingsverbanden met toonaangevende Europese transport- en infrastructuurbedrijven om een blijvende aanwezigheid van zijn elektrische bussen in de regio te garanderen.

Waarom VinFast’s Europese expansie begint met bussen
In slechts een paar jaar tijd sinds de volledige overstap naar EV’s is VinFast uitgegroeid tot de leidende autofabrikant van Vietnam die met een opvallend tempo is doorgedrongen tot het wereldtoneel.

Weinig autofabrikanten wereldwijd hebben in zo’n korte tijd zo’n uitgebreid elektrisch ecosysteem opgebouwd. VinFast’s portfolio omvat inmiddels personenauto’s, scooters, fietsen en bussen, ondersteund door een snelgroeiend netwerk van laadstations, dealers en aftersalesbedrijven, terwijl de internationale productiecapaciteit gelijktijdig wordt opgeschaald.

Wat veel waarnemers omschrijven als niets minder dan een ‘wonder’ is niet alleen bereikt door zakelijk inzicht, maar door vastberadenheid in combinatie met nationale ambitie. Vingroup-voorzitter Pham Nhat Vuong benadrukte herhaaldelijk dat VinFast geen conventioneel commercieel project is. Het is eerder opgezet als een hightech nationaal merk met mondiale invloed, dat Vietnam’s ambitie belichaamt om gezien te worden als dynamisch, modern en steeds prominenter op het internationale toneel.

Voordat het zich op Europa richtte, testte VinFast zijn visie op openbaar vervoer in eigen land. Vier jaar geleden reden de elektrische bussen van het bedrijf voor het eerst op Vietnam’s eerste emissievrije route, een vroege stap die later richting gaf aan de internationale strategie.

Vandaag de dag beheert VinFast in Vietnam een geïntegreerd ecosysteem voor elektrische bussen, inclusief productie, exploitatie en onderhoud, met een groeiende aanwezigheid in de grootste steden van het land. De fabrieken van het bedrijf zijn in staat om jaarlijks tussen de 1.500 en 2.000 bussen te produceren, waarbij elke fase van het proces is afgestemd op CE-certificeringsnormen.

Foto: VinFast electric bus

Die ambitie sluit naadloos aan bij Europa’s eigen klimaatagenda, van het Akkoord van Parijs tot de ambitieuze emissiedoelstellingen van de Europese Unie. De doelen zijn duidelijk: een reductie van 43 procent in uitstoot tegen 2030, waarbij negen op de tien nieuwe stadsbussen tegen die tijd emissievrij moeten zijn, en een volledige overstap naar geëlektrificeerde busvloten tegen 2035.

Op weg naar een volledig elektrische toekomst
Elektrische bussen hervormen het  Europese openbaar vervoer sneller dan beleidsmakers hadden voorzien. In 2024 was bijna de helft van alle nieuw verkochte stadsbussen in de EU batterij-elektrisch, aldus een rapport van Transport & Environment (T&E). Deze verschuiving markeert een beslissend kantelpunt in het debat over de beste manier om stedelijke mobiliteit koolstofvrij te maken. De markt heeft de doorslag gegeven: batterij-elektrische bussen zijn uitgegroeid tot de dominante technologie. Steden nemen in hoog tempo afscheid van diesel- en hybridevloten en kiezen in plaats daarvan voor elektrische bussen, vanwege hun economische, operationele en ecologische voordelen.

Voor gemeenten en hun inwoners zijn de implicaties groot. Schonere lucht, stillere straten en lagere operationele kosten op de lange termijn zijn tastbare voordelen van deze transitie. De vermindering van transportgerelateerde broeikasgasemissies is daarbij bijzonder betekenisvol en onderstreept dat batterij-elektrische bussen niet slechts aan momentum winnen, maar de toekomst van openbaar vervoer bepalen.

Tegen die achtergrond zal VinFast zijn elektrische buslijn internationaal introduceren op Busworld Europe 2025, dat van 3 tot en met 9 oktober in Brussel plaatsvindt. Door geavanceerde oplossingen voor openbaar vervoer te presenteren, wil de Vietnamese autofabrikant zijn identiteit bevestigen als een volledig elektrische producent met een compleet ecosysteem. VinFast stelt dat zijn bussen in 2026 op Europese wegen zullen gaan rijden, als bijdrage aan de groene transformatie van het continent en als versneller van de overstap naar emissievrij openbaar vervoer.

“De introductie van ons portfolio van elektrische bussen op Busworld is een sterke bevestiging van VinFast’s langetermijnbetrokkenheid bij de regio,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy. “Naast onze elektrische personenauto’s willen we een volledig ecosysteem voor groene mobiliteit opbouwen, zodat elektrificatie toegankelijker wordt dan ooit. Met een steeds breder aanbod zijn wij ervan overtuigd dat wij een emissievrij vervoersnetwerk kunnen realiseren dat schonere en gezondere steden brengt voor de Europese bevolking.”

Foto: VinFast

Op de grootste bus- en touringcarbeurs ter wereld zal VinFast twee modellen tonen: de EB 8 en de EB 12, beide volledig elektrisch en ontworpen om te voldoen aan de strenge normen van de Europese Unie.

De EB 12 heeft al UNECE- en CE-certificering ontvangen. De afmetingen, configuratie, actieradius en laadcompatibiliteit zijn specifiek afgestemd op Europa, waardoor naadloze integratie in bestaande infrastructuur en naleving van lokale regelgeving wordt gegarandeerd.

Beide modellen worden aangedreven door LFP-batterijen, geleverd door toonaangevende internationale producenten zoals CATL en Gotion, met een capaciteit tot 422 kWh en een realistische actieradius van maximaal 400 kilometer. Dankzij snellaadtechnologie tot 140 kW kunnen de voertuigen in slechts twee tot drie uur worden opgeladen.

De bussen van VinFast zijn daarnaast uitgerust met een reeks slimme technologieën, waaronder geavanceerde rijhulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing, intelligente acceleratieondersteuning, botsingswaarschuwing en detectie van slaperigheid bij de bestuurder. Voor passagiers zijn er voorzieningen zoals wifi, USB-oplaadpunten, entertainment aan boord en luchtveringssystemen met een verlaagd chassis om het in- en uitstappen te vergemakkelijken.

Over VinFast
VinFast (NASDAQ: VFS), een dochteronderneming van Vingroup JSC, een van de grootste conglomeraatbedrijven van Vietnam, is een fabrikant die zich volledig toelegt op elektrische voertuigen (EV’s) met als missie om elektrische mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken.
Het huidige productassortiment van VinFast omvat een breed scala aan elektrische SUV’s, e-scooters en e-bussen. VinFast bevindt zich momenteel in zijn volgende groeifase, gericht op de snelle uitbreiding van zijn distributie- en dealernetwerk wereldwijd en de verhoging van zijn productiecapaciteiten, met een focus op belangrijke markten in Noord-Amerika, Europa en Azië.

Miljoenenproject HOV3-busbaan: eindelijk open maar kritiek blijft aanhouden

Na ruim twee jaar van afsluitingen, omleidingen en verkeerschaos is de nieuwe HOV3-busbaan tussen Eindhoven Airport en het noorden van de stad klaar voor gebruik.

Vanaf september kunnen reizigers met de bussen van Hermes gebruikmaken van deze snelle verbinding. Het project kostte in totaal 38 miljoen euro en werd gefinancierd door de gemeente Eindhoven, de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Met de aanleg van de HOV3 wordt opnieuw een stap gezet in het uitbreiden van het netwerk van hoogwaardige openbaarvervoerlijnen in de regio, waarin ook de HOV1 en HOV2 al operationeel zijn en de voorbereidingen voor de HOV4 volop gaande zijn. Die laatste lijn moet straks Eindhoven Centrum verbinden met onder meer ASML en bedrijventerrein De Run in Veldhoven.

forse kritiek

De feestelijke bekendmaking van de ingebruikname van de HOV3 wordt echter niet door iedereen met open armen ontvangen. Onder Eindhovenaren klinkt forse kritiek. Een van de inwoners reageerde verontwaardigd na berichtgeving in de lokale media: “Wij burgers betalen even 35 miljoen voor een busbaan die paar arbeidsmigranten naar de noordwestelijke industriegebieden moet brengen. Alles om het de auto’s steeds moeilijker te maken in Eindhoven, het is geen doorkomen aan.” Een ander voegde daar cynisch aan toe: “Lekker belangrijk dat je in 10 minuten van Woensel XL in Eindhoven Airport bent. Wie heeft daar nu iets aan? Het heeft de inwoners van Eindhoven weer veel geld gekost.”

Ook de situatie in Eindhoven-Noord tijdens de aanleg heeft kwaad bloed gezet. Bewoners van de Achtse Barrier en omliggende wijken zagen jarenlang hoe hun verkeersroutes drastisch werden ingeperkt. Waar automobilisten voorheen op de Montpellierlaan twee banen de wijk in en uit konden nemen, is dat nu teruggebracht naar één rijstrook per richting. Hetzelfde geldt voor de Marathonloop, waar het aantal rijbanen richting Huizingalaan en Boschdijk eveneens werd gehalveerd. Het gevolg: dagelijkse files vanaf de sportparken richting de snelweg. “Ruim twee jaar ellende hebben we gehad voor die HOV3-lijn. Hoe frustrerend is het ook nog dat je er zelden een bus ziet, en als er dan een bus rijdt zit er bijna niemand in. En dat allemaal voor €38.000.000,- publiek geld,” klaagt een buurtbewoner.

Foto: © Pitane Blue – Bravo

De nieuwe routes worden de komende weken verwerkt in de bekende reisplanners, waaronder Google Maps, 9292OV en de website van Hermes.

Ondertussen wordt er op regionaal niveau stevig geïnvesteerd in openbaar vervoer. Naast de HOV3 en de voorbereidingen voor de HOV4 wordt gewerkt aan de Brainportlijn, een busbaan die langs de A2/N2 gaat lopen en belangrijke locaties als station Best, Brainport Industries Campus, High Tech Campus en het ASML-hoofdkwartier met elkaar moet verbinden. Voor de exploitatie van de HOV3 is de provincie verantwoordelijk, met Hermes als vervoerder. Volgens berekeningen zijn er dagelijks minstens 1500 reizigers nodig om het project rendabel te houden. Hermes verwacht daar ruimschoots aan te voldoen met een prognose van circa 4000 passagiers per dag.

Airport Express

Vanaf 3 september rijden er vier buslijnen over (delen van) de nieuwe HOV3-busbaan. Lijn 8, die twee keer per uur naar Acht Waalstraat rijdt, maakt gebruik van de halte Leo van Dorstpad. Lijn 9, eveneens twee keer per uur rijdend tussen Best station en Eindhoven, stopt bij de halte Estafettelaan. De veelgebruikte Airport Express, lijn 400, rijdt zes keer per uur rechtstreeks naar Eindhoven Airport en stopt niet op tussenliggende haltes. Vanaf 19 oktober voegt ook lijn 10 zich bij de HOV3. Deze verbinding, die in de spits twee keer per uur rijdt tussen De Schakel en Oirschot Kazerne, zal gebruikmaken van de haltes Estafettelaan, Cor Gehrelslaan en De Schakel. Tot die datum blijft lijn 10 zijn huidige route volgen.

Voorstanders hopen dat de snelheid en betrouwbaarheid van de nieuwe busbaan meer reizigers naar het openbaar vervoer trekken, terwijl critici vrezen dat de investering vooral leidt tot lege bussen en nog meer verkeersdruk op de toch al overbelaste wegen in Eindhoven-Noord.

Buschauffeurs leven in angst: dagelijkse aanvallen op De Lijn

Geweld tegen buschauffeurs blijft toenemen in Vlaanderen en de incidenten stapelen zich in sneltempo op.

Op de lijn tussen Gent-Sint-Pieters en de Blaarmeersen liep het voor een vrouwelijke chauffeur volledig uit de hand nadat ze drie jongeren aansprak op hun storend gedrag. Het groepje drukte herhaaldelijk op de stopknop, hoewel ze helemaal niet van plan waren uit te stappen. Toen de chauffeur hen hierover aansprak, sloeg de sfeer om. De vrouw werd bespuwd, fysiek aangevallen en bij het verlaten van de bus vernielden de jongeren ook nog een ruitenwisser. Lichamelijk hield de chauffeur niets over aan het incident, maar de mentale schade is groot en ze is diep geschokt door de manier waarop de situatie escaleerde.

gewelddadig

Slechts enkele dagen later volgde een tweede gewelddadig incident in het centrum van Oudenaarde. Dit keer raakte een buschauffeur in conflict met een autobestuurder toen hij, zoals de verkeersregels voorschrijven, zijn voorrang nam bij het wegrijden van de halte. De autobestuurder kon dat niet verkroppen, volgde de bus tot bij de volgende stop en stapte daar woedend op. Voor de ogen van passagiers ging hij de chauffeur te lijf. De klappen waren zo hevig dat de buschauffeur achterbleef met een gebroken neus.

Vakbond BTB-ABVV luidt de alarmbel en benadrukt dat dit geen geïsoleerde feiten zijn. “Dit is slechts het topje van de ijsberg,” stelt de vakbond. Volgens hun cijfers werden in 2024 gemiddeld zes agressie-incidenten per dag gemeld tegen buschauffeurs in Vlaanderen. De vormen van agressie variëren van grove scheldpartijen en bedreigingen tot rake klappen. In sommige gevallen werd er zelfs vuurwerk afgestoken in een rijdende bus, met levensgevaarlijke situaties tot gevolg.

Foto: © De Lijn – Controleur en reiziger

De situatie op de bussen wordt door velen omschreven als onhoudbaar. Chauffeurs voelen zich steeds minder veilig tijdens hun werk en spreken van een groeiend klimaat van disrespect en agressie tegenover hen. De recente incidenten zijn volgens de vakbond slechts voorbeelden van wat zich dagelijks afspeelt. Er wordt al langer aangedrongen op strengere maatregelen om de veiligheid van het personeel te garanderen, maar volgens BTB-ABVV blijven concrete oplossingen voorlopig uit.

vijandigheid

De chauffeurs van De Lijn moeten niet alleen omgaan met een grote verantwoordelijkheid voor hun passagiers en het verkeer, maar krijgen er steeds vaker vijandigheid en geweld bovenop. De mentale tol van deze aanvallen is groot. De vakbond wijst erop dat sommige chauffeurs het werk niet langer zien zitten en kampen met angstgevoelens en stress. Het vooruitzicht dat elk ritje kan omslaan in een gewelddadige confrontatie maakt de job steeds minder aantrekkelijk.

De oproep van BTB-ABVV aan de bevoegde instanties is duidelijk: er moeten harde maatregelen volgen om het personeel beter te beschermen. Extra bewaking, strengere controles en een kordate aanpak van daders worden naar voren geschoven als mogelijke stappen. Tot er daadwerkelijk actie wordt ondernomen, vrezen de chauffeurs dat het geweld alleen maar verder zal toenemen en dat het vertrouwen in hun veiligheid volledig zal wegvallen.

Pukkelpop: gratis vervoer en fietsenstalling zorgen voor duurzaam vervoer

Het Limburgse muziekfestival Pukkelpop zet dit jaar opnieuw zwaar in op slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen.

Naast het indrukwekkende muziekprogramma draait het evenement ook om een sterke samenwerking tussen overheden, vervoersmaatschappijen en de organisatie zelf. Het resultaat is een uitgekiend netwerk van gratis pendelbussen, nachtbussen en veilige fietsroutes, waarmee tienduizenden bezoekers op een comfortabele en milieuvriendelijke manier naar het festivalterrein in Kiewit en weer veilig thuis worden gebracht.

De samenwerking tussen Pukkelpop, vervoersmaatschappij De Lijn, provincie Limburg, stad Hasselt en maar liefst 33 andere Limburgse gemeenten wordt inmiddels gezien als een voorbeeldproject. Vlaams minister van Mobiliteit, Annick De Ridder, benadrukt het belang hiervan: “Een hele zomer lang vervoert De Lijn op een veilige en duurzame manier festivalgangers. De combinatie van pendel- en nachtbussen tijdens Pukkelpop is de garantie op een lang festivalweekend met een vlotte en veilige mobiliteit. Het festival, provincie Limburg, de lokale besturen en De Lijn bewijzen al jaren consequent dat slim openbaar vervoer een garantie is voor een vlotte organisatie.”

pendelbussen

Het systeem van gratis pendelbussen vormt een belangrijk onderdeel van deze aanpak. Van donderdag 14 augustus tot en met maandag 18 augustus rijden de bussen van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht tussen station Hasselt en de festivalweide. De dienst is volledig gratis en sluit naadloos aan op de treinverbindingen. Pukkelpop-woordvoerder Frederik Luyten ziet vooral de praktische voordelen: “De pendelbussen rijden letterlijk tot aan de ingang van het festival. Geen parkeerproblemen, geen stress. Trein en bus, maar ook de fiets, zijn de vlotste, veiligste en milieuvriendelijkste keuzes.”

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Naast de pendelbussen spelen de nachtbussen een cruciale rol in de veiligheid van de festivalgangers. Vijftien nachtlijnen brengen bezoekers na afloop van de laatste optredens rechtstreeks naar tientallen gemeenten verspreid over de regio. Deze service is gratis voor inwoners van de deelnemende gemeenten, mits zij hun PKP25-polsbandje tonen. De bussen vertrekken op vaste tijden, variërend van 0.30 uur tot 2.30 uur, afhankelijk van de dag. Volgens gedeputeerde voor Mobiliteit Laura Olaerts is het project een groot succes: “Sinds 2014 zorgen we ervoor dat duizenden jongeren veilig thuiskomen na een nacht vol muziek. Het gebruik stijgt elk jaar, en dat bevestigt dat we echt inspelen op een reële behoefte.”

fietsers

Ook de fiets krijgt dit jaar weer een prominente plaats in de mobiliteitsaanpak van Pukkelpop. Met meer dan 15.000 bezoekers per dag die voor de fiets kiezen, is het tweewielige vervoermiddel uitgegroeid tot een onmisbare pijler. De provincie Limburg, bekend als fietsprovincie, heeft samen met de stad Hasselt en de festivalorganisatie gezorgd voor een grote, bewaakte fietsenstalling vlak bij het terrein. Deze faciliteit sluit aan op een uitgebreid netwerk van fietssnelwegen, waardoor bezoekers snel en veilig het festival kunnen bereiken.

De gezamenlijke inspanningen van alle betrokken partijen tonen aan dat grootschalige evenementen niet per se synoniem hoeven te zijn met verkeerschaos en milieubelasting. Door het aanbieden van aantrekkelijke, gratis alternatieven voor de auto, wordt niet alleen de veiligheid van bezoekers verhoogd, maar ook de ecologische voetafdruk van het festival aanzienlijk verkleind. Met deze aanpak bewijst Pukkelpop dat een goed doordacht mobiliteitsplan net zo belangrijk kan zijn als de line-up zelf.en.

Transdev blijft vervoerder : rechter fluit Qbuzz opnieuw terug in concessiestrijd

De juridische strijd om het busvervoer in de provincie Utrecht heeft geen onverwachte wending gekregen.

De voorzieningenrechter in Den Haag heeft het verzoek van Qbuzz om de concessieverlening aan Transdev voorlopig op te schorten, resoluut van tafel geveegd. Daarmee blijft de concessie voor het openbaar vervoer in het gebied Utrecht Binnen in handen van Transdev, ondanks hernieuwde pogingen van Qbuzz om dat besluit onderuit te halen.

Qbuzz, dat de gunning in eerste instantie verloor, stelde dat de inschrijving van Transdev gebaseerd zou zijn op plannen die in de praktijk niet uitvoerbaar zijn. Het zou onder meer gaan om onhaalbare tijdschema’s, problemen met laadinfrastructuur en vergunningen die volgens Qbuzz niet tijdig gerealiseerd konden worden. Volgens de vervoerder heeft Transdev bovendien op meerdere punten haar oorspronkelijke plannen aangepast, iets wat volgens hen in strijd is met de aanbestedingsregels.

argumentatie

De voorzieningenrechter liet zich niet overtuigen door deze argumentatie. Volgens de uitspraak, die op 6 augustus 2025 openbaar werd gemaakt, is er geen sprake van wezenlijke wijzigingen in het aanbod van Transdev. De rechter concludeerde dat de aanpassingen die Transdev heeft doorgevoerd – zoals het wijzigen van de locatie van de busremise en het terugbrengen van het aantal laadpunten – passen binnen de toegestane bandbreedte van de aanbestedingsleidraad.

“De aanbestedingsleidraad biedt expliciet ruimte voor onvoorziene omstandigheden, mits de inschrijving in de kern blijft voldoen aan de gestelde eisen,” aldus de voorzieningenrechter. Qbuzz voerde onder andere aan dat Transdev niet beschikte over de benodigde vergunningen op het moment van inschrijving en dat het realiseren van de benodigde laadinfrastructuur binnen de gestelde termijn niet haalbaar zou zijn. Maar volgens de rechter is het niet aan hem, maar aan de beoordelingscommissie om te beoordelen of een inschrijving uitvoerbaar is.

De rechter herhaalde bovendien dat in een eerdere uitspraak van 16 januari 2025 al was vastgesteld dat de inschrijving van Transdev aan de eisen voldeed. De nieuwe informatie die Qbuzz had ingebracht – waaronder recente vergunningen en wijzigingen in het plan van aanpak – gaf volgens de rechter geen aanleiding om dat oordeel te herzien.

In de uitspraak wordt ook verwezen naar de bredere context waarin Transdev opereert. Het bedrijf kampt, net als andere vervoerders, met structurele uitdagingen op het gebied van personeelstekorten en verduurzaming. Toch heeft Transdev volgens de rechter voldoende onderbouwd hoe zij met deze risico’s omgaat. “Het enkele feit dat een inschrijving ambitieus is, maakt die nog niet irreëel,” staat in de uitspraak te lezen.

geen sprake van

Een opvallend punt in de juridische strijd is dat Qbuzz eerder al naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stapte. Ook die beroepsprocedure leverde Qbuzz niets op. In een uitspraak van het CBb van 6 augustus 2025 werd vastgesteld dat de provincie Utrecht de aanbestedingsprocedure correct heeft uitgevoerd en dat er geen sprake is van discriminatie of willekeur in de gunning aan Transdev.

Transdev heeft inmiddels laten weten blij te zijn met de bevestiging van de rechter. “Wij kunnen ons nu volledig richten op de uitvoering van het openbaar vervoer in Utrecht, in samenwerking met de provincie,” aldus een woordvoerder van het vervoersbedrijf. De provincie Utrecht zelf spreekt van een “duidelijke uitspraak die rust brengt in het concessieproces.”

nederlaag

Voor Qbuzz is het een nieuwe nederlaag in een langslepende strijd. Het bedrijf overweegt nog of verdere stappen volgen, al lijkt de juridische ruimte daarvoor uiterst beperkt nu zowel de voorzieningenrechter als het CBb geen reden zien om de gunning aan Transdev ongedaan te maken.

Met de uitspraak lijkt de weg definitief vrij voor Transdev om de concessie voor de komende jaren gestalte te geven. Daarmee komt er voorlopig een einde aan een hoogoplopende strijd om een miljardencontract dat van groot belang is voor de toekomst van duurzaam en betrouwbaar openbaar vervoer in de provincie Utrecht.

Chauffeurs krijgen training: criminelen rijden niet meer ongezien mee met Flixbus

Veiligheid op de weg wordt vaak als vanzelfsprekend beschouwd, maar het internationale busvervoer blijkt al jaren een blinde vlek in de aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Terwijl luchtreizigers op vliegvelden systematisch worden gecontroleerd, stappen dagelijks duizenden passagiers probleemloos in internationale bussen, zonder enige screening. Criminelen maken hier dankbaar gebruik van. Wapens, drugs en valse identiteitsdocumenten vinden moeiteloos hun weg via buslijnen door Europa. Die ontwikkeling heeft inmiddels geleid tot een unieke samenwerking tussen FlixBus, de Koninklijke Marechaussee en de politie.

samenwerking

De eerste aanleiding voor die samenwerking gaat terug naar 2019. Tijdens grensoverschrijdende controles werden meerdere ernstige incidenten vastgesteld. Het ging niet alleen om drugssmokkel of wapenvervoer. In één bus werden zelfs elf levende gifslangen aangetroffen in bagageruimte. Ook nam het aantal gevallen van identiteits- en documentfraude onder busreizigers toe. Deze incidenten bleken geen uitzondering, maar symptomen van een structureel probleem.

In reactie daarop ontwikkelden de Marechaussee en politie een speciale eendaagse training, in samenwerking met FlixBus. De training is gericht op buschauffeurs en stewards van de vervoersmaatschappij. Adjudant Edwin van de Koninklijke Marechaussee, werkzaam bij de sectie Operationele Intelligence, en wijkagent Tom verzorgen de opleiding. “Een buschauffeur is géén agent,” benadrukt Edwin. “Hij of zij moet niet optreden, maar wel signaleren. En vooral: doorgeven.”

gedragspatronen

Tijdens de training leren chauffeurs verdachte gedragspatronen te herkennen. Bijvoorbeeld wanneer passagiers ogenschijnlijk samen reizen, maar dit verbergen zodra ze instappen. Of wanneer bagage op de plaats van bestemming wordt opgehaald door iemand die niet heeft meegereden. Ook wordt er geoefend met scenario’s rondom identiteitsdocumenten. Zo zijn er gevallen bekend waarbij reizigers andere passagiers moesten vragen om hun documenten, wat kan duiden op mensenhandel of -smokkel.

Een opvallende en groeiende vorm van fraude is het gebruik van ‘lookalikes’. Daarbij reizen criminelen met het echte paspoort of ID-kaart van iemand anders, en passen zij hun uiterlijk aan om op de foto te lijken. Dat kan door bijvoorbeeld het laten staan van een baard, het verven van haar of het dragen van contactlenzen. In 2024 registreerde FlixBus meerdere gevallen van deze identiteitsfraude op haar lijnen.

KCC

Om de meldingsstructuur sluitend te maken, is een speciaal Klantcontactcentrum (KCC) ingericht, dat 24 uur per dag bereikbaar is. Chauffeurs kunnen tijdens veilige stops vanuit binnen- en buitenland contact opnemen met het KCC. Meldingen worden dagelijks geanalyseerd door de Marechaussee, die waar mogelijk terugkoppeling geeft aan de melders. “Dat is essentieel,” aldus Edwin. “Het versterkt het vertrouwen en zorgt dat informatie blijft stromen.”

Foto: © Pitane Blue – Flixbus

[radio_player id=13]

“Duizenden buschauffeurs wereldwijd vervoeren voor FlixBus jaarlijks tientallen miljoenen passagiers. Iedereen is welkom. Maar voor criminelen is in onze bussen geen plek”, zegt Fokke Wim, directeur FlixBus Benelux.

FlixBus, dat jaarlijks tientallen miljoenen passagiers vervoert, werkt bovendien met lokale vervoerders om de training breed uit te rollen. Medewerkers met een groot netwerk krijgen een sleutelrol in het verspreiden van kennis. Directeur Fokke Wim van FlixBus Benelux stelt dat veiligheid geen onderhandelingspunt is. “Iedereen is welkom in onze bussen, behalve criminelen. Door samen te werken vergroten we de pakkans en ontmoedigen we misbruik.”

routeplanning

Maandelijks deelt FlixBus zijn routeplanning met de autoriteiten. Zo kunnen gerichte controles en analyses plaatsvinden op basis van actuele informatie. De training, die inmiddels bij meerdere vervoerders belangstelling wekt, wordt mogelijk om de twee jaar herhaald.

De Marechaussee ziet de aanpak als model voor andere sectoren in het grensoverschrijdend vervoer. Vrachtverkeer, dat vaak nauwelijks gecontroleerd wordt, biedt eveneens kansen voor crimineel misbruik. “Voor informatiegestuurd werken hebben wij de ogen en oren van anderen nodig,” besluit Edwin.

De samenwerking heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen. De meldingsbereidheid onder chauffeurs neemt toe, net als de kwaliteit van de informatie. Door training, samenwerking en heldere communicatie groeit de weerbaarheid van het Europese busvervoer – en dat is precies de bedoeling.

Bestuurster Connexxion claimt parkeerplek bij bewoners: bus moet hier staan

In woonwijken door heel Nederland wordt tijdens de zomervakantie een groeiende bron van ergernis zichtbaar: busjes, bussen en bestelwagens van vervoerders en bouwbedrijven die wekenlang blijven staan, midden in de wijk, pal voor woonhuizen.

Parkeren in een drukke woonwijk is voor veel bewoners al een dagelijkse uitdaging. Laat staan als je dat moet doen tussen de bestelwagens, werkbusjes en busjes voor schoolvervoer die zich tijdens vakanties massaal in de wijk verzamelen. Van schoolbusjes tot werkbusjes — bewoners zien hun uitzicht verdwijnen, hun parkeerplek ingenomen worden en hun woonomgeving in rap tempo veranderen in een bedrijventerrein. En terwijl de overlast groeit, blijven gemeenten machteloos toekijken.

woonwijk

Een steeds terugkerend patroon komt boven: zodra de schoolvakantie of bouwvak begint, verdwijnen de chauffeurs en bouwvakkers, maar blijven hun voertuigen staan. Busjes van het leerlingenvervoer worden bij gebrek aan centrale stallingslocaties door bedrijven bij chauffeurs ‘geparkeerd’. Die nemen de voertuigen noodgedwongen mee naar hun eigen woonwijk. Niet zelden krijgen ze die opdracht van de werkgever, simpelweg omdat het bedrijf geen terrein beschikbaar heeft. De publieke ruimte wordt zo, zonder overleg of vergunning, gebruikt als gratis opslagplaats.

In Eindhoven bereikte de overlast onlangs een nieuw dieptepunt. Een vrouw, bestuurster van busje voor leerlingenvervoer, belde aan bij bewoners met de mededeling dat ze haar bus voor hun deur moest parkeren. Volgens de bewoners was haar verklaring kort en krachtig: “Bij mij thuis is geen plek, dus ik zet ‘m hier neer.” Er werd geen toestemming gevraagd. Integendeel, de toon werd als dwingend en onbeschoft ervaren. “Ze claimde de plek alsof het vanzelfsprekend was,” aldus een van de bewoners. “Alsof wij daar niets over te zeggen hebben. Terwijl het gaat om de plek pal voor onze woonkamer. Je kijkt ineens uit op een wand van reclamebestickering.”

Foto: © Pitane Blue – Connexxion

Kort daarop deed zich opnieuw een incident voor met dezelfde bestuurster. Ze trof een automobilist aan die geparkeerd stond op de plek waar zij normaliter haar busje stalt. Via het open raam van zijn auto vroeg ze de man: “Ga je daar lang staan? Mijn bus moet daar staan.” De verbaasde bestuurder had slechts even stilgestaan om iemand te laten instappen. De impliciete boodschap: die plek is van mij — en wie daar staat, zit fout.

dagenlang

Vergelijkbare taferelen voltrekken zich in Tilburg, waar bewoners van meerdere straten melden dat ze hun eigen straat nauwelijks meer in kunnen. Bestelbussen staan dagenlang geparkeerd, terwijl bewoners hun auto’s straten verderop moeten parkeren. Op forums en lokale platforms wordt volop geklaagd over het gebrek aan actie. “Ze zetten de bussen door heel Tilburg,” schrijft een bewoner. “Bij mij in de straat wonen ze en ze zetten de bussen altijd ergens neer waar geen vergunning is.”

De frustratie in de wijken is des te schrijnender omdat de regelgeving duidelijk is. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het in veel gemeenten verboden een voertuig dat, inclusief lading, langer is dan zes meter of hoger dan 2,4 meter, te parkeren bij een gebouw dat voor bewoning of dagelijks gebruik dient, wanneer dit het uitzicht van bewoners belemmert of hinder veroorzaakt. Maar in de praktijk gebeurt dit dagelijks, met instemming of op zijn minst met medeweten van de gemeente.

Een inwoner van Utrecht laat weten: “We melden het keer op keer. Maar de gemeente zegt dat ze per situatie beoordelen of iets hinderlijk is. Ondertussen staan die bussen hier gewoon wekenlang geparkeerd. Er gebeurt niks.” Ook in Breda uiten bewoners hun frustraties. “Elke ochtend kijken we tegen een bouwbus aan. De zon in de ochtend is verdwenen, kinderen kunnen niet veilig spelen, en de stoep is onbegaanbaar. Wat moeten we nog meer doen om gehoord te worden?”

wetgeving

Voertuigen die langer zijn dan 6 meter, hoger zijn dan 2,40 meter, of een oplegger/aanhangwagen betreffen, mogen binnen de bebouwde kom niet zomaar geparkeerd worden tussen 18:00 en 8:00 uur, tenzij op een daarvoor aangewezen plek. Maar hier wringt de schoen. De busjes die door vervoersbedrijven voor leerlingenvervoer of door kleinere aannemers worden gebruikt, zijn doorgaans net korter dan zes meter en lager dan 2,4 meter. Daardoor vallen ze formeel niet onder het verbod dat bedoeld is om juist deze overlast te voorkomen. En dus kunnen deze voertuigen — ook als ze structureel het uitzicht blokkeren of parkeerplekken innemen — juridisch ongestoord blijven staan. Niet voor een paar uur, maar soms weken achter elkaar.

Het probleem ligt dus niet alleen bij het ontbreken van handhaving. Dieper ligt het structurele tekort aan stallingsruimte bij vervoers- en bouwbedrijven. Bedrijven bezuinigen op terreinhuur en rekenen erop dat chauffeurs hun voertuigen wel meenemen. Dat deze keuze de verantwoordelijkheid én de overlast bij de wijkbewoners neerlegt, lijkt voor veel ondernemers van ondergeschikt belang.

vergunning

Het is een kwalijke ontwikkeling. De openbare ruimte is bedoeld voor bewoners, niet als verlengstuk van het wagenpark van bedrijven. Bedrijven zouden bij het aanvragen van opdrachten of vergunningen verplicht moeten aantonen dat zij beschikken over voldoende stallingscapaciteit. Geen plek? Dan ook geen vergunning.

Toch blijft gemeentelijke actie uit. Gemeenten geven aan dat de beoordeling subjectief is en dat zij handhaven op basis van meldingen en capaciteit. Ondertussen blijft het voor bewoners dweilen met de kraan open. Klachten worden niet of nauwelijks opgevolgd, en elke vakantieperiode herhaalt het patroon zich.

parkeerbeleid

De situatie raakt aan meer dan alleen parkeerbeleid. Het tast het woongenot aan, beïnvloedt de verkeersveiligheid en ondermijnt het vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming. In veel wijken groeit het gevoel dat bedrijven mogen doen wat ze willen, zonder dat bewoners enige bescherming genieten.

Zolang er geen duidelijke landelijke richtlijnen komen of gemeenten geen striktere eisen stellen bij aanbestedingen en vergunningverlening, blijven woonwijken ongewild het toneel van wildparkerende busjes, tot grote frustratie van hen die er wonen.