Categorie archieven: Elektrisch vervoer

Nieuwe subsidieregelingen: duurzaam vervoer krijgt stevige impuls

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opent in 2026 opnieuw een brede reeks subsidieregelingen die de overstap naar schoon en emissieloos vervoer moeten versnellen.

De regelingen worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en richten zich op ondernemers, vervoerders en exploitanten van laadinfrastructuur. Met gerichte financiële steun wil het kabinet investeringen in elektrische mobiliteit, waterstof en laadinfrastructuur verder aanjagen en de positie van Nederland als voorloper op het gebied van duurzaam vervoer versterken.

De noodzaak voor deze ondersteuning is volgens het ministerie duidelijk zichtbaar in de praktijk. Bedrijven staan steeds vaker open voor verduurzaming, maar lopen daarbij tegen hoge aanvangsinvesteringen aan. Staatssecretaris Thierry Aartsen, verantwoordelijk voor Openbaar Vervoer en Milieu, verwoordt dit als volgt: “We zien dat bedrijven willen verduurzamen, maar dat de benodigde investeringen soms groot zijn. Met deze regelingen helpen we ondernemers op weg en zorgen we ervoor dat Nederland koploper blijft in schoon vervoer.” Die boodschap vormt de rode draad in het subsidieaanbod dat begin 2026 van start gaat.

mkb-collectieven

Een van de eerste regelingen die wordt opengesteld is Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit, beter bekend als COVER. Deze subsidie is specifiek bedoeld voor mkb-collectieven zoals branche- en bedrijvenverenigingen, BIZ’en, winkeliersverenigingen en parkmanagers van bedrijventerreinen. Het doel is om het woon-werkverkeer en het zakelijke verkeer structureel te verduurzamen door gezamenlijk op te trekken. Daarbij kan worden gedacht aan het stimuleren van slimmer reizen, het gezamenlijk inkopen van fietsen of elektrische voertuigen, het opzetten van deelvervoer of het maken van afspraken over thuiswerken. Door collectieven te ondersteunen wil het kabinet schaalvoordelen benutten en gedragsverandering bevorderen. De regeling opent op 13 januari 2026.

Kort daarna volgt de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven, oftewel SPriLa. Met deze regeling ondersteunt de overheid bedrijven en ondernemers bij de aanleg van private laadinfrastructuur en batterijopslag op eigen terrein. Het beschikbare budget bedraagt 87,5 miljoen euro. De belangstelling voor deze regeling blijkt groot, want sinds de eerste openstelling in september 2024 is al voor ongeveer 12.500 laadstations subsidie aangevraagd. Dat onderstreept volgens betrokken partijen de groeiende behoefte aan betrouwbare laadvoorzieningen bij bedrijven. SPriLa gaat open op 20 januari 2026.

snellaadvoorzieningen

Voor het zware vervoer is er de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer, SPuLa genoemd. Deze regeling richt zich op het realiseren van publiek toegankelijke laadlocaties voor vrachtwagens en ander zwaar elektrisch vervoer. Door te investeren in een landelijk dekkend netwerk van snellaadvoorzieningen moet het voor vervoerders eenvoudiger worden om de overstap naar elektrisch rijden te maken. Sinds de eerste openstelling in 2024 zijn al meer dan 300 laadstations gesubsidieerd, verspreid over 45 locaties in Nederland. Voor 2026 is een budget van 14,5 miljoen euro beschikbaar en de regeling opent op 3 februari.

Foto: Pitane Blue – Jonker Travel

Ook de touringcarsector krijgt gerichte ondersteuning via de subsidie emissieloze touringcars, STour. Deze regeling helpt touringcarbedrijven en OV-concessiehouders bij de aanschaf van elektrische touringcars door een deel van de meerkosten te vergoeden. Het uiteindelijke doel is om in de komende jaren 500 elektrische touringcars op de Nederlandse wegen te laten rijden en zo de transitie naar emissieloos touringcarvervoer te versnellen. Voor 2026 is 10 miljoen euro gereserveerd voor touringcarbedrijven en ruim 2 miljoen euro voor OV-concessiehouders. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 10 februari 2026.

waterstof

Waterstof speelt eveneens een belangrijke rol in het subsidiebeleid. Met de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit, SWiM, stimuleert het ministerie de ontwikkeling van waterstofmobiliteit, waaronder waterstoftankstations, waterstofvoertuigen en logistieke toepassingen. In eerdere openstellingen in 2024 en 2025 zijn via deze regeling al 7 nieuwe waterstoftankstations gerealiseerd, 7 bestaande stations uitgebreid en meer dan 700 waterstofvoertuigen ondersteund. Voor 2026 wordt, onder voorbehoud, een budget van 45 miljoen euro voorzien. De openstelling staat gepland voor het voorjaar van dat jaar.

Meer informatie over de verschillende regelingen en de voorwaarden voor het aanvragen van subsidie is te vinden via de kanalen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Met het pakket aan maatregelen hoopt het kabinet een stevige impuls te geven aan duurzame mobiliteit in alle sectoren van de economie.

Beluister ook onze podcast over dit onderwerp.

Verbod op steps rukt op: mobiliteitsexpert ziet meer schade dan voordeel

De lijst van steden en landen die een streep zetten door deelsteps groeit gestaag.

Montréal in Canada, Parijs, Madrid en het volledige eiland Malta gingen Brussel al voor. Sinds 1 januari is ook de Tsjechische hoofdstad Praag toegevoegd aan dat rijtje. Het debat over de plaats van deelsteps in het straatbeeld woedt daarmee heviger dan ooit, zeker nu ook in Brussel de problemen rond veiligheid, overlast en criminaliteit blijven aanhouden. Volgens onafhankelijk mobiliteitsexpert Kris Peeters is de conclusie helder en weinig hoopgevend voor de sector. “Ze hebben meer kosten dan baten voor de maatschappij, en de winsten zijn voor de buitenlandse operatoren.”

totaalverbod

Peeters pleit openlijk voor een totaalverbod op deelsteps en ziet weinig redenen om Brussel hiervan uit te sluiten. Volgens Bruzz.be vindt hij dat ook de hoofdstad ernstig moet overwegen om die stap te zetten. Dat standpunt staat haaks op het beleid van de voorbije jaren, waarin vooral werd ingezet op bijsturing en regulering. Meerdere maatregelen moesten de overlast van deel- en privésteps beperken. Sinds 2024 is het parkeren van deelsteps enkel nog toegestaan in speciale dropzones, een maatregel die een einde moest maken aan achteloos achtergelaten steps op trottoirs en kruispunten. Daarnaast werd de maximumsnelheid verlaagd tot 20 kilometer per uur, terwijl in voetgangerszones zelfs een limiet van 8 kilometer per uur geldt.

ongevallencijfers

Ondanks die ingrepen blijven de problemen zich opstapelen. Vooral de ongevallencijfers baren zorgen. Tijdens de eerste helft van 2024 werden in Brussel 234 ongevallen met steps geregistreerd. In dezelfde periode van 2025 liep dat aantal op tot 348. Daarbij viel ook één dodelijk slachtoffer. Die cijfers betekenen een stijging van maar liefst 44 procent. Voor Peeters tonen ze aan dat de huidige aanpak tekortschiet en dat de risico’s structureel zijn.

Naast verkeersveiligheid speelt ook een ander, veel zwaarder thema mee in het debat. Verschillende beleidsmakers en magistraten wijzen op de rol die deelsteps spelen in de aanhoudende golf van schietpartijen die Brussel al twee jaar in de greep houdt. Brussels procureur des Konings Julien Moinil liet daarover geen twijfel bestaan. In een brief aan de Conferentie van Burgemeesters stelde hij dat steps zowel door schutters als door drugdealers worden gebruikt. Die vaststelling zorgde voor een snelle politieke reactie.

Foto: © Pitane Blue – e-step

Tegelijk waarschuwt Peeters voor onbedoelde gevolgen. “Steps zijn populair bij bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde wijken van Brussel. We moeten opletten dat we niet vervallen in maatregelen die als discriminatie kunnen ervaren woren.”

Sinds begin december moeten gebruikers van deelsteps zich identificeren via een scan van hun identiteitskaart of rijbewijs. Op termijn zal die informatie worden vergeleken met een selfie die de gebruiker moet maken. Daarnaast werd beslist om op oudejaarsnacht een tijdelijk verbod in te voeren voor alle steps, zowel deelsteps als privé-exemplaren. “Dat verbod is ingrijpend, maar er zijn goede redenen voor”, zegt Peeters. “Ik sta achter de maatregel, die me voldoende goed beargumenteerd lijkt.” Volgens hem werd het verbod ruim op voorhand aangekondigd en zijn er voldoende alternatieven om zich te verplaatsen. “Ik denk dan aan de fiets, deelfiets, of het openbaar vervoer, dat heel de nacht blijft rijden, en tenslotte taxi’s.”

geen winst

Peeters wijst ook op studies waaruit blijkt dat e-steps vooral worden gebruikt voor verplaatsingen die vroeger te voet gebeurden. Vanuit gezondheids- en duurzaamheidsperspectief levert dat volgens hem geen winst op. Toch beseft hij dat een totaalverbod politiek gevoelig ligt. “Beleidsmakers in Brussel hebben lang gewacht om iets aan de steps te doen, waardoor ze intussen ingeburgerd zijn geraakt.”

Als een volledig verbod niet haalbaar blijkt, ziet Peeters strengere regulering als een alternatief. Hij pleit voor een verplichte helm en voor een nummerplaat op elke step, zodat gebruikers beter identificeerbaar zijn. Ook het verkeersveiligheidsinstituut Vias is voorstander van een helmplicht en van het verplicht dragen van een fluohesje tijdens nachtelijke verplaatsingen. Volgens Het Nieuwsblad werkt federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke van Les Engagés aan zo’n verplichting.

discriminatie

Tegelijk waarschuwt Peeters voor onbedoelde gevolgen. “Steps zijn populair bij bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde wijken van Brussel. We moeten opletten dat we niet vervallen in maatregelen die als discriminatie kunnen ervaren woren.” Hij verwijst daarbij naar een onderzoek van Brussel Mobiliteit uit 2019, waaruit blijkt dat bijna twee keer zoveel mannen als vrouwen een e-step gebruiken en dat 60 procent van de gebruikers jonger was dan 35 jaar. 

Volgens Peeters moet daarom ook worden nagedacht over een ander boetesysteem. “Een boete heeft niet bij iedereen dezelfde impact. In bijvoorbeeld Finand en Zwitserland wordt de hoogte van een verkeersboete afhankelijk gemaakt van het inkomen van de overtreder. Dat zorgt ervoor dat die bij iedereen even hard wordt gevoeld. Ook een rijbewijs met punten kan daarbij helpen. Ten slotte moet de overheid ook zorgen voor voldoende alternatieve vervoerswijzen, zeker in de meest kwetsbare wijken.”

Tonnen schade na fiasco: groene droom verandert in financiële nachtmerrie

Failliete deelscooterbedrijf Go Sharing laat een financiële ravage achter bij de gemeente Hollands Kroon.

Wat begon als een veelbelovende uitbreiding van duurzaam stadsvervoer, eindigt nu in een kostbaar dossier waarin honderden duizenden euro’s aan publieke middelen op het spel staan. Uit het eerste faillissementsverslag blijkt dat een doorstart definitief is mislukt, dat duizenden scooters onder gevaarlijke omstandigheden zijn opgeslagen en dat de schuldenberg fors is opgelopen. Curator Marc Udink schetst een somber beeld van de kansen voor de gemeente om de schade nog vergoed te krijgen.

veiligheidsrisico’s

De gemeente Hollands Kroon wordt geconfronteerd met een rekening die kan oplopen tot ruim 600.000 euro. Dat bedrag hangt samen met het ruimen en afvoeren van ongeveer vierduizend scooters die na het faillissement zijn achtergebleven. De voertuigen stonden opgeslagen op gemeentelijk terrein en moesten worden verwijderd vanwege veiligheidsrisico’s. Volgens het faillissementsverslag was er zelfs sprake van brandgevaarlijke situaties, wat de noodzaak van snel ingrijpen alleen maar vergrootte. De kosten voor deze operatie komen voorlopig volledig voor rekening van de gemeente.

De hoop om deze uitgaven te verhalen op Go Sharing is minimaal. Het bedrijf wisselde de afgelopen jaren meerdere keren van eigenaar en ging in november failliet. Daardoor is de juridische positie van schuldeisers zwak. Curator Marc Udink bevestigt dat de kans op compensatie gering is. In een toelichting op het verschenen verslag zegt hij tegen RTL Z: “De vooruitzichten voor de gemeente zijn helemaal niet rooskleurig. Ik ben er maatschappelijk verontwaardigd over dat de voormalige eigenaar en de bank het scooterbedrijf de rug hebben toegekeerd.” Die woorden onderstrepen de frustratie over de gang van zaken rond het bedrijf en de gevolgen die nu op het bordje van de lokale overheid belanden.

Eindhoven

Go Sharing was sinds 2019 actief en groeide in korte tijd uit tot een bekend merk in het straatbeeld van Nederlandse steden. Na een start in Eindhoven doken de felgroene scooters op in tal van gemeenten. Via een app konden gebruikers eenvoudig een scooter ontgrendelen en per rit betalen. Het concept sloot aan bij de toenemende vraag naar flexibel en gedeeld vervoer. Toch bleek het bedrijfsmodel kwetsbaar. Begin 2023 ging Green Mo, het bedrijf achter Go Sharing, failliet. Ook dat faillissement werd afgehandeld door curator Udink, die destijds de scooterdochter verkocht aan de Turkse branchegenoot BinBin.

Foto: © Pitane Blue – vertrek GO Sharing Eindhoven

Voor Hollands Kroon rest voorlopig weinig meer dan afwachten hoe het faillissement verder wordt afgewikkeld, terwijl de financiële wond diep blijft.

De verkoop aan BinBin bood aanvankelijk perspectief. Dankzij die doorstart konden de scooters onder dezelfde naam blijven rijden in Nederland. De praktijk bleek echter weerbarstig. De afgelopen twee jaar lukte het niet om de activiteiten winstgevend te maken. In augustus 2024 kondigde de Turkse eigenaar aan te stoppen in Nederland, met uitzondering van Amsterdam en Haarlem. Vijf maanden later viel ook daar het doek en werden alle activiteiten gestaakt. Als redenen gaf het bedrijf dat de exploitatie niet rendabel was, mede door vernielingen van scooters en de geldende regelgeving, waaronder de helmplicht.

Hollands Kroon

Voor Hollands Kroon heeft deze geschiedenis directe financiële consequenties. De gemeente bleef zitten met een groot aantal scooters waar niemand zich meer verantwoordelijk voor voelde. Het opruimen ervan was onvermijdelijk en kostbaar. Hoewel wordt geprobeerd de schade te verhalen, maakt het faillissementsverslag duidelijk dat de kans klein is dat dit lukt. Daarmee dreigt de rekening uiteindelijk bij de belastingbetaler te belanden.

Het dossier rond Go Sharing laat zien hoe snel innovatieve mobiliteitsconcepten kunnen ontsporen en hoe groot de impact daarvan kan zijn op lokale overheden. De maatschappelijke verontwaardiging die de curator uitspreekt, raakt aan een bredere discussie over verantwoordelijkheid, toezicht en de risico’s van snelgroeiende deelplatforms. 

Half miljoen euro weg: waarom 500 E-steps niet in Nederland mochten rijden

Van RDW hoop naar buitenlandse verkoop, het pijnlijke verhaal achter Selana.

Op sociale media laat Max Schalow, medeoprichter van het bedrijf Selana, ongekend openhartig zien hoe een ambitieus Nederlands e-stepproject uitmondde in een financiële tegenvaller van een half miljoen euro. Zonder omwegen vertelt hij hoe een beslissing die logisch leek, achteraf veranderde in een kostbare les over regelgeving, timing en ondernemersrisico. Het verhaal geeft een zeldzaam inkijkje in de wereld achter de schermen van e-mobiliteit, waar goedkeuringen, certificaten en technische eisen het verschil kunnen maken tussen succes en stilstand.

terugblik

Schalow blikt terug op het jaar 2022, een periode waarin Selana al ver gevorderd was met de ontwikkeling van een eigen e-step. Het bedrijf had op dat moment een RDW-goedkeuring voor het voertuig op zak. Toch was die goedkeuring minder allesomvattend dan veel buitenstaanders zouden denken. “Maar er zit een addertje onder het gras”, aldus Max Schalow. Met die ene zin vat hij de kern van het probleem samen dat later zou uitgroeien tot een financiële strop.

Volgens Schalow werd destijds een ouder prototype van de e-step ter inspectie aangeboden bij de RDW. “Destijds hebben we ons oude prototype ter inspectie bij de RDW ingediend. Het voldeed aan alle eisen! We kregen dus de hardwaregoedkeuring, oftewel: we hoefden geen aanpassingen meer aan de e-step te doen.” Die hardwaregoedkeuring gaf vertrouwen. De techniek was goedgekeurd en voldeed aan de toen geldende regels. Wat minder duidelijk was, is dat deze stap slechts een onderdeel vormde van een veel uitgebreider traject richting volledige toelating.

productie

Toch besloot Selana vooruit te lopen op het proces. “Dit was echter slechts een klein onderdeel van de volledige goedkeuring. Toch namen we een risico en besloten we 500 e-steps te produceren, zodat ze klaar zouden staan zodra we de volledige goedkeuring zouden krijgen.” De keuze bleek achteraf cruciaal. De productie werd opgestart, de e-steps rolden van de band en het team deed waardevolle ervaring op met grootschalige fabricage. Alles leek volgens plan te verlopen.

Daarna sloeg het noodlot toe. Onverwacht ontving Selana bericht dat de hardware-eisen waren aangepast. De gevolgen waren groot. De e-steps, die net waren geproduceerd, voldeden ineens niet meer aan de nieuwe normen. Omdat de volledige goedkeuring nog niet rond was, konden ze niet worden toegelaten. Schalow omschrijft het moment als een harde realiteitscheck. “Dat was een flinke klap, aangezien we €500.000 hadden uitgegeven om alles voor elkaar te krijgen. We zaten ineens met 500 niet-goedgekeurde e-steps.”


Illustratie: © Pitane Blue – Selana

Met zijn openheid hoopt Schalow inzicht te geven in de risico’s die horen bij innovatie. Het verhaal van Selana laat zien hoe dun de lijn kan zijn tussen vooruitgang en tegenslag, en hoe één wijziging in regels een half miljoen euro kan laten verdampen.

Het probleem bleek niet eenvoudig op te lossen. Aanpassen of ombouwen van de voertuigen was financieel niet haalbaar. Tegelijkertijd was onduidelijk hoe lang het nog zou duren voordat de volledige goedkeuring binnen zou komen. “Ombouwen was te duur en we wisten niet wanneer we de volledige goedkeuring zouden krijgen (dat duurde uiteindelijk nog 2 jaar”, aldus Schalow. De onderneming stond voor een keuze zonder goede opties.

verkopen

Uiteindelijk restte er maar één mogelijkheid. “Op dat moment konden ze maar één ding doen: ze verkopen.” Omdat Selana geen illegale voertuigen op de Nederlandse markt wilde brengen, werd gekeken naar het buitenland. Dat bleek geen makkelijke weg. Schalow benadrukt dat de concurrentie daar groot is en dat Selana bewust kiest voor hoogwaardige onderdelen en uitgebreide veiligheidscertificeringen. Daardoor was het bedrijf niet de goedkoopste aanbieder, wat de verkoop bemoeilijkte.

Toch bracht de beslissing onverwachte resultaten. “Nu is het eigenlijk best gaaf om te kunnen zeggen dat je onze e-steps in 11 landen kunt vinden (zelfs in Oman en het Caribisch gebied). En we hebben ons nieuwste model kunnen verbeteren op basis van feedback van gebruikers.” Wat begon als een noodoplossing, groeide uit tot internationale zichtbaarheid en waardevolle gebruikerservaring.

weerbarstig

Schalow wijst erop dat veel mensen onderschatten hoe ingewikkeld en tijdrovend het goedkeuringsproces is. Concurrenten die nog aan het begin staan, hebben volgens hem een lange weg te gaan. Het is geen kwestie van simpelweg investeren en wachten op succes. De realiteit is weerbarstig en vraagt om geduld, precisie en een diep begrip van regelgeving.

Fotomateriaal: Go Tulip B.V. – Selana

Brede coalitie: EU-bedrijven slaan alarm over verplichte elektrische wagenparken

Zorgen over concurrentiekracht en infrastructuur domineren brief aan commissie.

Een brede coalitie van Europese bedrijven, actief in mobiliteit, leasing, verhuur en voertuigproductie, heeft in een gezamenlijke brief stevige kritiek geuit op een voorgenomen voorstel van de Europese Commissie om bedrijven te verplichten een vastgesteld aandeel zero-emissievoertuigen aan te schaffen. De brief is gericht aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en mede geadresseerd aan meerdere uitvoerend vicevoorzitters en commissarissen. Volgens de ondertekenaars dreigt het plan een zware wissel te trekken op de concurrentiekracht van Europese ondernemingen en de toekomst van de auto-industrie.

De organisaties achter de brief vertegenwoordigen zowel de productie van voertuigen als het dagelijkse gebruik ervan binnen zakelijke wagenparken. Het gaat om bedrijven die voertuigen inzetten voor het vervoer van werknemers, goederen, diensten en apparatuur, verspreid over alle sectoren van de Europese economie. In de brief wordt benadrukt dat bedrijfswagens een onmisbare schakel vormen in het functioneren van Europa, op elk moment van de dag en in alle lidstaten.

Europese doelstellingen

Volgens de ondertekenaars nemen juist bedrijven momenteel het voortouw bij de overstap naar elektrisch rijden. De brief stelt letterlijk: “Today, companies are leading the switch to electric vehicles in Europe, more so than individual vehicle owners.” De betrokken organisaties geven aan zich aantoonbaar in te zetten voor schonere mobiliteit, binnen de grenzen van wat financieel en praktisch haalbaar is.

De kern van de zorgen richt zich op het verplicht stellen van de aanschaf van zero-emissievoertuigen via nationale of Europese doelstellingen. De brief waarschuwt dat zo’n verplichting, zeker wanneer deze wordt opgenomen in het automotive pakket dat in december wordt verwacht, “highly damaging” zal zijn voor bedrijven. Met name de totale kosten van eigendom van elektrische voertuigen en het gebrek aan geschikte laadinfrastructuur worden genoemd als belangrijke belemmeringen voor verdere versnelling.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De brief wordt ondersteund door een lange lijst van Europese en nationale organisaties, leasemaatschappijen, mobiliteitsaanbieders en autofabrikanten, waaronder ook grote namen uit de auto- en verhuursector. Daarmee onderstrepen de ondertekenaars dat het bezwaar breed wordt gedragen binnen het Europese mobiliteitslandschap.

Bedrijven wijzen erop dat de huidige infrastructuur in veel landen nog onvoldoende is toegerust op grootschalig zakelijk gebruik, zowel voor personenauto’s als lichte bedrijfswagens. Problemen met netcapaciteit, vergunningstrajecten en het aanleggen van voldoende stroomvoorzieningen op bedrijfslocaties maken grootschalige elektrificatie complex en kostbaar. De brief spreekt van “grid capacity and infrastructure permitting issues” die vooral bij grotere wagenparken zwaar wegen.

aankoopverplichting

De ondertekenaars waarschuwen dat een aankoopverplichting kan leiden tot financieel ontwrichtende situaties. Bedrijven zouden dan gedwongen worden oudere voertuigen langer in gebruik te houden of juist minder nieuwe voertuigen aan te schaffen. Dit zou resulteren in een daling van nieuwe voertuigregistraties en een verslechtering van de dienstverlening aan klanten, werknemers en essentiële logistieke processen. Volgens de brief raakt dit niet alleen wagenparkbeheerders, maar ook voertuigfabrikanten en toeleveranciers, juist in een periode die economisch al uitdagend is.

Als alternatief verwijzen de bedrijven naar Europese landen waar de adoptie van zero-emissievoertuigen het snelst verloopt. De brief stelt dat deze successen zijn bereikt door langdurige investeringen in stimuleringsmaatregelen en randvoorwaarden, niet door aankoopverplichtingen. “None of these countries have resorted to purchase mandates,” zo staat letterlijk in de brief. Ook wordt gewezen op het belang van een goed functionerende tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen om overaanbod te voorkomen en nieuwe vraag te stimuleren.

De oproep aan de Europese Commissie is duidelijk. De organisaties vragen om heroverweging van het voorstel en pleiten voor samenwerking met lidstaten en het bedrijfsleven om belemmeringen weg te nemen. Het uiteindelijke doel, zo schrijven zij, moet zijn “to secure the economic strength of the EU, the jobs associated with it and a sustainable path to affordable and fit-for-purpose corporate e-mobility.”

Laadprijzen: onderzoek toont extreme prijsverschillen tussen laadpalen

Er zijn forse prijsverschillen ontstaan tussen openbare laadpalen voor elektrische auto’s, en wie slim wil laden doet er verstandig aan de tarieven nauwkeurig te vergelijken.

Uit een breed onderzoek van Independer, dat tussen 1 en 3 december 2025 de prijzen van ruim 53.000 laadpalen door heel Nederland analyseerde, komt een beeld naar voren van een markt waarin het verschil tussen goedkoop en duur soms tot extreme hoogten oploopt. Volgens deze analyse varieert de prijs per kWh binnen één gemeente van slechts enkele centen tot meer dan een euro, wat betekent dat een automobilist die op de verkeerde plek inplugt tientallen euro’s duurder uit kan zijn voor exact dezelfde hoeveelheid stroom.

verschillen

Het goedkoopste laadpunt van Nederland staat in het Limburgse Beringe, waar een automobilist slechts 18 cent per kWh betaalt. Aan de andere uiterste kant van het spectrum staat een paal op een parkeerplaats bij Duinrell, waar de prijs oploopt tot 1,41 euro per kWh. Een volle batterij van 75 kWh kan daardoor bij de goedkoopste locatie minder dan vijftien euro kosten, terwijl dezelfde laadbeurt bij Duinrell ruim honderd euro kan aantikken. Dat prijsverschil van meer dan negentig euro laat volgens Independer zien hoeveel winst consumenten kunnen behalen door simpelweg een andere paal te kiezen.

Gemiddeld kost een laadbeurt van 75 kWh in Nederland 35,35 euro. De provincie Zeeland blijkt het duurst voor elektrische rijders, gevolgd door Friesland, Flevoland en Utrecht. Toch moet dit beeld genuanceerd worden, omdat binnen elke provincie grote verschillen bestaan tussen individuele laadpunten. Limburg bewijst dat: hoewel zich daar de duurste paal van het land bevindt, telt de provincie ook de meeste goedkope laadpunten. Daardoor ligt de gemiddelde prijs voor een volledige laadbeurt in Limburg zo’n tien euro onder het landelijke gemiddelde, wat automobilisten in die provincie aanzienlijk in de portemonnee kan schelen.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Volgens energie-expert Joris Kerkhof van Independer wordt een groot deel van de prijsverschillen verklaard door de dichtheid van laadpalen. Kerkhof zegt hierover: “De verschillen hebben te maken met de dichtheid van de laadpalen: in Amsterdam, waar meer palen zijn, is de prijs lager dan in een gemeente waar minder palen zijn.” Daarnaast speelt het beleid van gemeenten een doorslaggevende rol. Zij maken afspraken over zowel de locaties als de tarieven van laadpalen, waardoor de prijsniveaus per wijk, dorp of stad sterk van elkaar kunnen verschillen.

parkeergarages

Bezitters van een elektrische auto doen er daarbij goed aan ook de laadlocatie mee te wegen. Ondergrondse parkeergarages zijn doorgaans een stuk duurder, met tarieven die gemiddeld zeventien procent hoger liggen dan die van laadpalen langs de openbare weg. Zelfs een gewone bovengrondse parkeergarage rekent al snel zo’n achteneenhalf procent meer dan een straatlaadpunt. Wie op de kleintjes let, kan dus beter aan de stoep inpluggen dan in een garagebox.

Voor wie echt goedkoop wil laden, blijft thuisladen de meest voordelige optie. “Het allergoedkoopste is nog steeds een laadpaal aan huis”, benadrukt Kerkhof. “Zeker de combinatie van een elektrische auto en zonnepanelen is ideaal. Dan kun je op een zonnige dag praktisch vrijwel gratis de auto opladen, en dat is natuurlijk het allerbeste voor de portemonnee.” Independer benadrukt daarbij dat de geanalyseerde tarieven per dag, per dagdeel of zelfs per uur kunnen verschillen. Om uitschieters niet te zwaar te laten meetellen, is voor de vergelijking de doorsnee prijs gebruikt: het punt waarbij de helft van de laadpalen goedkoper is en de andere helft duurder. Abonnementskosten of extra kosten van laadpassen zijn buiten beschouwing gelaten.

Politiek draait aan fiscale knoppen: nieuwe regeling houdt bijtelling lager

Youngtimerregeling wordt duurder om korting te financieren.

De beslissing van de Tweede Kamer om de stijging van de bijtelling voor elektrische auto’s af te remmen, zorgt voor een opvallende draai in het fiscale beleid rond elektrisch rijden. Kamerleden Pieter Grinwis van de ChristenUnie en Henk-Jan Oosterhuis van D66 hebben met hun amendement een maatregel door het parlement gekregen die de snelle toename van de bijtelling vanaf 2026 moet temperen. De regeling, die onderdeel is geworden van het Belastingplan 2026, houdt de bijtelling volgend jaar op 18 procent voor de eerste 30.000 euro cataloguswaarde. Daarmee wordt voorkomen dat het percentage in één klap zou worden verhoogd naar het algemene tarief van 22 procent.

amandement

De indieners van het amendement benadrukten eerder dat zonder ingreep elektrische rijders harder zouden worden geraakt dan bezitters van conventionele auto’s. Zij waarschuwden dat kleine elektrische modellen, die nu al kampen met hogere aanschafkosten, onevenredig de dupe zouden worden. In hun toelichting schreven zij dat hun voorstel ervoor moet zorgen dat «elektrische auto’s (EV’s) in één klap de facto zwaarder worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineauto’s» wordt voorkomen. De kern van hun boodschap was dat een geleidelijke aanpak noodzakelijk is om het gebruik van elektrische voertuigen aantrekkelijk te houden. Volgens het aangenomen amendement gaat de bijtelling daarom in 2027 naar 20 procent en pas vanaf 2028 naar 22 procent, maar alleen voor de eerste 30.000 euro cataloguswaarde van elektrische auto’s. De regeling blijft voor nieuw toegelaten auto’s die in 2026 onder deze aangepaste tarieven vallen gedurende zestig maanden gelden.

draagvlak

De steun voor dit voorstel kwam van acht fracties. GroenLinks-PvdA, de Partij voor de Dieren, DENK, Volt, D66, de ChristenUnie, de SGP en het CDA stemden voor, waardoor het amendement voldoende draagvlak kreeg. De overige fracties stemden tegen. Omdat de wijziging onderdeel werd van het bredere Belastingplan 2026, werd ook gekeken naar het lot van dat wetsvoorstel. Uiteindelijk stemden onder meer 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, de VVD, BBB, JA21 en de PVV voor het Belastingplan 2026. Zodra ook de Eerste Kamer haar akkoord geeft, wordt de aanpak definitief.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Het geheel vormt een politiek compromis waarin stimulering van elektrisch rijden, het behoud van fiscale voordelen en het aanpassen van verouderde regelingen samenkomen. Voor automobilisten en werkgevers verandert er de komende jaren veel, maar dankzij dit besluit blijft de overgang naar volledig elektrisch rijden voorlopig financieel aantrekkelijker dan eerder was voorzien.

Het amendement bevatte daarnaast een opmerkelijke ingreep in de youngtimerregeling, die al jaren populair is onder automobilisten die een oudere, maar fiscaal gunstige auto van de zaak rijden. De huidige regeling kent een bijtelling van 35 procent van de waarde in het economische verkeer voor auto’s ouder dan vijftien jaar, een systeem dat gul uitpakt bij voertuigen met een lage dagwaarde. De indieners stellen dat deze regeling moet worden versoberd om de kosten van de lagere bijtelling voor elektrische voertuigen te dekken. In de toelichting staat letterlijk dat de indieners «voorstellen de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar». Ze benadrukken dat deze «geleidelijke versobering» eigenaren een jaar de tijd biedt om «hierop desgewenst te anticiperen». De verhoging van de leeftijdsgrens moet volgens hen bovendien bijdragen aan de vergroening van het Nederlandse wagenpark.

belastingplan 2026

In de technische toelichting maken Grinwis en Oosterhuis duidelijk dat hun wijzigingsvoorstel nauw samenhangt met de aanpassingen binnen het Belastingplan 2026. Ze stellen dat enkele technische onderdelen uit de oorspronkelijke wet achterhaald worden door het verlengen van de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s. Hun uitleg luidt dat «als echter de looptijd van de korting op de bijtelling wordt verlengd, het ook nodig is dat een aantal van de in dit wetsvoorstel opgenomen technische wijzigingen niet worden doorgevoerd». Het amendement schrapt daarom diverse passages die betrekking hadden op de eerdere plannen van het kabinet om de kortingsregeling per 2026 volledig te beëindigen. Wat na 2028 moet gebeuren, laten de indieners bewust over aan een volgend wetsvoorstel, iets wat zij toelichten met de woorden dat die wijzigingen «relatief veel» zijn en beter afzonderlijk kunnen worden behandeld.

Juridische strijd laait op: Amsterdam wil fatbikes uit parken weren

Amsterdam wil fatbikes weren uit de drukste parken van de stad en ziet het Vondelpark als eerste proefgebied voor een maatregel die al jaren onderwerp van discussie is.

De irritatie over de snelle, brede fietsen loopt op, maar tot nu toe bleek ingrijpen juridisch lastig. Verkeerswethouder Melanie van der Horst kiest nu voor een route die eerder succesvol bleek bij het weren van de bierfiets: een beroep op een artikel uit de algemene plaatselijke verordening. Daarmee kan de gemeente zelf optreden op plekken waar veel overlast en gevaarlijke situaties worden gemeld. De wethouder benadrukt dat het verbod zich specifiek richt op fatbikes met banden breder dan zeven centimeter en dat het Vondelpark naar verwachting in het voorjaar van 2026 het eerste gebied wordt waar de maatregel ingaat, nadat de stadsdelen zijn gehoord en de gemeenteraad heeft ingestemd.

Melanie van der Horst zegt al jaren berichten en petities binnen te krijgen van Amsterdammers die aangeven dat zij zich niet meer veilig voelen. Zij zegt: “We vragen het Rijk al drie jaar om maatregelen om fatbikes aan te kunnen pakken. Ondertussen zijn de problemen de afgelopen jaren alleen maar erger geworden. Het is nu tijd om naar onorthodoxe maatregelen te kijken.” Volgens haar kan “iedereen zien” dat fatbikes duidelijk afwijken van gewone elektrische fietsen. Zij wijst daarbij op de veel bredere banden, het zwaardere frame en het feit dat veel modellen vooruitkomen zonder dat de berijder hoeft te trappen.

ongevallen

Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt dat het aantal spoedeisendehulpmeldingen na ongevallen met fatbikes de afgelopen jaren sterk is gestegen. In de eerste helft van 2025 registreerden ambulancediensten in Amsterdam 241 slachtoffers op e-bikes, van wie ten minste 103 op een fatbike reden. Dat is volgens de gemeente een zorgelijke ontwikkeling die mede het gevolg is van de huidige landelijke wetgeving. Het ministerie van Infrastructuur houdt al jaren vol dat gemeenten binnen de categorie e-bikes geen onderscheid mogen maken. Daardoor konden steden nauwelijks gerichte maatregelen treffen, wat leidde tot een impasse tussen lokale overheden en het Rijk.

De aangekondigde koerswijziging in Amsterdam staat niet op zichzelf. In Enschede werd eerder dit jaar bekend dat ook daar wordt gekeken naar de apv om fatbikes uit winkelstraten en horecagebieden te weren. Het verbod is nog niet ingevoerd, maar leidt al tot discussie. Hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer benadrukt dat een verbod juridisch gedetailleerd moet worden omschreven en waarschuwt dat nauwkeurige definities nodig zijn. Brouwer zegt: “Denk aan bandenmaat, framevorm, aandrijving. En het verbod mag ook niet botsen met Europese grondrechten.” Hij stelt dat dit in de praktijk vaak tot problemen leidt en dat het ook in Amsterdam nog moet blijken of de maatregel juridisch standhoudt.

Foto: Melanie van der Horst – wethouder Verkeer, vervoer en luchtkwaliteit in Amsterdam.

Demissionair minister Robert Tieman begrijpt waarom Amsterdam nu doorpakt. Hij zegt: “Het is zeer begrijpelijk dat de gemeente Amsterdam alles uit de kast trekt om fatbikes te weren.” Volgens hem veroorzaken fatbikes geregeld onveiligheid en overlast, variërend van te hard rijden tot het lastigvallen van vrouwen. Tegelijk wijst hij op drie wetenschappelijke onderzoeken waaruit zou blijken dat een aparte landelijke categorie voor fatbikes geen zin heeft, omdat fabrikanten de voertuigen eenvoudig kunnen aanpassen zodat zij formeel gelden als gewone e-bikes. Daarom zet hij in op een helmplicht voor alle e-bikes, extra handhaving en mogelijk een keurmerk of minimumleeftijd.

De gemeente Amsterdam benadrukt dat het niet om een totaalverbod gaat. Het Vondelpark is gekozen vanwege de combinatie van brede paden en grote drukte, met voetgangers, sporters en spelende kinderen die zich soms verrast zien door snelle fatbikes. De ambulancedata tonen aan dat in het park relatief veel ongelukken plaatsvinden; in september moest zelfs een traumahelikopter landen na een botsing tussen een voetganger en een fatbike. Na invoering volgt een evaluatie, waarna wordt bekeken of andere plekken in aanmerking komen.

De urgentie stijgt door meldingen van aanrandingen in verschillende parken, waarbij vrouwen tijdens het hardlopen op de billen werden geslagen door jongens op fatbikes. In april stond de teller op veertig meldingen. De incidenten vonden vooral plaats in het Rembrandtpark, maar ook in het Vondelpark, Erasmuspark en Flevopark.

helmplicht

Het kabinet stelde deze zomer voor om een helmplicht in te voeren voor kinderen op alle e-bikes, maar die gaat pas in 2027 in. Vanaf 2026 mogen gemeenten wel experimenteren met een maximumsnelheid van twintig kilometer per uur op fietspaden en onderzoeken of vrachtfietsen, vanwege hun gewicht en snelheid, naar de rijbaan kunnen worden verplaatst.

Einde salderingsregeling: kabels over de stoep zorgen voor strijd in gemeenten

De discussie rond het gebruik van privé-laadkabels voor elektrische auto’s krijgt in steeds meer Nederlandse gemeenten een urgente lading.

Het vraagstuk is inmiddels ook doorgedrongen tot Oss, waar SP-raadslid Adrie Geerts recent vragen stelde over de mogelijke risico’s en ongelijkheden die het opladen via particuliere kabels met zich meebrengt. Wethouder Kees van Geffen kondigde daarop aan bij buurgemeenten zoals Best, Dongen, Oosterhout en Dordrecht te gaan informeren hoe zij dit probleem hebben aangepakt.

De timing van dit debat is allesbehalve toevallig. Vanaf 1 januari verdwijnt de huidige salderingsregeling, waardoor het financieel minder interessant wordt om zelf opgewekte zonnestroom terug te leveren aan het net. Voor veel huishoudens betekent dit dat men juist vaker direct de eigen elektrische auto wil opladen met de zonnestroom die overdag wordt opgewekt. Voor wie geen oprit of eigen terrein heeft, resteert echter vaak maar één optie: een laadkabel over de stoep naar de auto leggen. Dit brengt niet alleen veiligheidsrisico’s mee voor voetgangers, maar legt ook een juridisch mijnenveld bloot waar gemeenten nauwelijks omheen kunnen.

kabelgoten

Dat dit geen theoretisch probleem is, blijkt uit de praktijk in Zuid-Holland en Zeeland. Daar heeft inmiddels ongeveer de helft van de gemeenten beleid opgesteld om laadkabels op de stoep in goede banen te leiden. Oplossingen variëren van het verzonken aanleggen van kabelgoten tot het verplicht gebruik van kabelmatten. Het initiatief is niet alleen praktisch ingegeven, maar ook juridisch noodzakelijk. De landsadvocaat waarschuwde namelijk dat gemeenten aansprakelijk kunnen worden gesteld bij ongelukken als zij dit vraagstuk ongereguleerd laten.

Die waarschuwing is gestoeld op twee toonaangevende rechtszaken uit het verleden. Allereerst het bekende ‘kelderluikarrest’ uit 1965, waarbij een cafébezoeker in een openstaand kelderluik viel dat door een leverancier was geopend. Daarnaast het ‘marktkraamarrest’ uit 2009, waarin een voetganger in Nijmegen struikelde over stroomkabels van marktkramen. Hoewel in dat laatste geval de gemeente niet aansprakelijk werd gesteld, benadrukken beide arresten de zorgplicht die gemeenten hebben voor de veiligheid van de openbare ruimte. Hoe meer laadkabels er op straat verschijnen, zo waarschuwt de landsadvocaat, hoe groter de kans dat gemeenten alsnog juridisch verantwoordelijk worden gehouden bij ongelukken.

Illustratie: © Pitane Blue – laadkabel over de stoep

Gemeenten die volstaan met een verbod en geen alternatieven aanbieden, zetten zichzelf klem tussen juridische risico’s, maatschappelijke ongelijkheid en onvrede bij inwoners. Alleen door beleid te maken dat veiligheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid combineert, kan dit vraagstuk duurzaam worden opgelost.

Naast het juridische en praktische aspect speelt ook de economische kant een grote rol. Thuisladen is doorgaans veel goedkoper dan gebruikmaken van publieke laadpalen. Daarmee ontstaat een ongelijkheid tussen inwoners die wel een eigen oprit hebben en dus goedkoop kunnen laden, en mensen die daarvan afhankelijk zijn van dure publieke laadvoorzieningen. Kennisplatform CROW wees hier in juni nadrukkelijk op. Bovendien kan een te soepele houding van gemeenten richting privé-laadkabels leiden tot terughoudendheid bij exploitanten van publieke laadpalen om nog te investeren in bepaalde wijken.

kabelmatten

Daar komt bij dat belangenorganisaties zoals de Oogvereniging hun zorgen hebben geuit over de veiligheid van kabelmatten. Voor mensen die afhankelijk zijn van een blindenstok blijven deze matten hinderlijk obstakels. Het is voor gemeenten dus noodzakelijk om niet alleen naar de technische en economische aspecten te kijken, maar ook naar de gevolgen voor kwetsbare groepen in de samenleving.

De opgave waar gemeenten voor staan, is er een van balanceren tussen uiteenlopende belangen. Enerzijds moet de groeiende behoefte aan laadinfrastructuur voor elektrische auto’s worden gefaciliteerd. Anderzijds moet de veiligheid van voetgangers gewaarborgd blijven en moeten juridische en economische risico’s zoveel mogelijk worden beperkt. Voorbeelden uit gemeenten die al beleid hebben opgesteld, laten zien dat duidelijke regels, strikte voorwaarden en handhaving onvermijdelijk zijn.

regelgeving

Duidelijk is dat een afwachtende houding niet langer volstaat. Met het verdwijnen van de salderingsregeling en de toenemende druk van de elektrificatie van het wagenpark zal het aantal laadkabels in de openbare ruimte alleen maar toenemen. Gemeenten zullen daarom moeten investeren in heldere regelgeving, praktische oplossingen zoals verzonken goten, en een consequente handhaving. Alleen op die manier kan een balans worden gevonden tussen betaalbaar laden, veiligheid op straat en een toekomstbestendige laadinfrastructuur.

Slechts één legale e-step op de weg: monopoliepositie roept vragen op

Jaar na jaar werd het uitgesteld maar sinds 1 juli 2025 geldt er in Nederland een nieuwe wettelijke regeling voor elektrische steps die op de openbare weg rijden.

Alleen e-steps die zijn goedgekeurd door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) mogen sindsdien legaal de straat op. Ze moeten daarbij beschikken over een blauw kenteken, verlichting, knipperlichten, reflectoren, een spiegel en een WA-verzekering. De bestuurder moet minstens zestien jaar oud zijn, maar heeft geen rijbewijs of helm nodig. Het gevolg van deze wetgeving is opmerkelijk: tot dusver is er maar één model dat aan deze eisen voldoet en dus legaal is. De Selana Alpha.

goedgekeurd

De Selana Alpha, verkocht door Go Tulip B.V., is door de RDW als eerste goedgekeurd en is daarmee voorlopig de enige elektrische step waarmee legaal gereden mag worden op de openbare weg. Deze status is uniek, want waar in andere Europese landen tientallen modellen circuleren, is Nederland teruggebracht tot één enkele optie. Het heeft geleid tot duidelijke regels voor zowel consument als handhaving, maar roept ook vragen op over de wenselijkheid van een eenmerkmarkt.

Het voordeel van deze situatie is helder. De nieuwe regelgeving rond e-steps werd lange tijd verwacht, maar nu deze er is, zorgt het goedkeuringsproces via de RDW voor transparantie. Gebruikers weten precies welk voertuig wel en niet toegestaan is. Dat voorkomt verwarring en beperkt het aantal onveilige of ondeugdelijke voertuigen in het verkeer. Ook de politie kan handhaven zonder ruimte voor interpretatie. Eén model betekent ook dat alle betrokkenen kunnen wennen aan de nieuwe norm, zonder dat er direct sprake is van een wildgroei aan varianten

innovatie.

Maar dat voordeel kent ook een keerzijde. Omdat alleen de Selana Alpha de keuring heeft doorstaan, zijn consumenten momenteel afhankelijk van één leverancier. De prijs van het model ligt met €1.800 tot €1.900 relatief hoog. Inclusief WA-verzekering komt het totaalbedrag voor aanschaf en ingebruikname op ongeveer €2.000. Dat is aanzienlijk duurder dan de meeste e-bikes en vele malen duurder dan buitenlandse e-stepmodellen, die vaak voor enkele honderden euro’s worden aangeboden. De monopoliepositie van Selana beperkt concurrentie, drukt innovatie en houdt de prijzen hoog.

Foto: © Selana

Eén van de oprichters laat aan BNR Mobility weten dat er inmiddels 27.000 pre-orders binnen zijn voor de e-step.

Een ander risico ligt in de leveringsketen. Als Selana te maken krijgt met leveringsproblemen, vertraging in productie of logistieke obstakels, dan staat de hele markt stil. Er is immers geen alternatief dat legaal gebruikt mag worden. En hoewel inmiddels vijf andere fabrikanten een aanvraag hebben ingediend bij de RDW, is het nog onduidelijk wanneer hun modellen op de markt komen. Tot die tijd is de keuze voor de consument dus beperkt tot die ene goedgekeurde step.

prijsdaling

Op de lange termijn is een breder aanbod essentieel. Concurrentie zorgt voor prijsdaling, innovatie en maatwerk voor de consument. Verschillende modellen bieden keuze in actieradius, gewicht, snelheid en technische snufjes. Ze dwingen elkaar ook tot verbetering. Een markt met slechts één toegestane speler werkt vertragend en maakt de weg vrij voor frustratie bij gebruikers die zich willen verplaatsen met een moderne, duurzame en toegankelijke mobiliteitsoplossing.

Voor nu lijkt het monopolie van Selana nog een tijdelijke fase te zijn. De verwachting is dat meerdere merken de komende maanden zullen worden goedgekeurd. Zodra dat gebeurt, kan de markt zich normaliseren en krijgt de consument eindelijk de vrijheid om te kiezen. Tot die tijd blijft de vraag hangen: is veiligheid gebaat bij overzicht of heeft regelgeving geleid tot een rem op vooruitgang?

https://youtu.be/xy675CZ3XF8?si=OelosGfxz1hvMxbL