Categorie archieven: Europa

Einde aan doorverkoop: EU grijpt in bij export van sloopauto’s naar Afrika

Auto’s die in Europa worden afgekeurd, blijken nog jarenlang een tweede leven te krijgen buiten de grenzen van de Europese Unie.

Het gaat daarbij niet om kleine mankementen, maar om serieuze gebreken die de verkeersveiligheid en het milieu direct in gevaar brengen. Voertuigen met slecht functionerende remmen, defecte airbags of ontbrekende katalysatoren worden binnen Europa niet meer toegelaten tot de weg, maar verdwijnen vervolgens niet uit beeld. Integendeel, ze worden geëxporteerd en rijden door in andere delen van de wereld, met name in West-Afrika.

Daar zorgen deze auto’s voor groeiende problemen. Niet alleen neemt het risico op verkeersongevallen toe, ook de luchtkwaliteit komt verder onder druk te staan. Oude en slecht onderhouden voertuigen stoten aanzienlijk meer schadelijke stoffen uit. Dit zorgt voor extra belasting van het milieu en heeft gevolgen voor de volksgezondheid in de landen waar deze voertuigen terechtkomen.

nieuwe regelgeving

Er lijkt nu een belangrijke stap gezet te worden om deze praktijk aan banden te leggen. Binnen de Europese Unie is een voorlopig akkoord bereikt over de zogenoemde Circulaire Voertuigenverordening. Deze nieuwe regelgeving moet ervoor zorgen dat voertuigen zonder geldige APK in de toekomst niet langer mogen worden geëxporteerd naar landen buiten de EU. Alleen auto’s die technisch in orde zijn en voldoen aan de Europese veiligheids- en milieueisen, mogen nog de grens over om elders op de weg te verschijnen.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft zich jarenlang hard gemaakt voor strengere regels op dit gebied. Uit eerder onderzoek van de inspectie kwam naar voren dat een aanzienlijk deel van de geëxporteerde voertuigen niet voldoet aan de eisen op het gebied van veiligheid en uitstoot. Deze bevindingen zijn gedeeld met de Europese Commissie en hebben ertoe bijgedragen dat het onderwerp hoger op de internationale agenda is komen te staan.

Volgens Marietta Harjono, coördinerend specialist bij de ILT, is de nieuwe aanpak hard nodig. “Voertuigen die hier niet meer veilig of schoon zijn, horen ook elders niet meer op de weg thuis. Zo dragen we bij aan schoner en veiliger milieu, binnen én buiten Europa.” Met deze woorden onderstreept zij het belang van gelijke normen, ongeacht waar een voertuig uiteindelijk wordt gebruikt.

Foto: © Pitane Blue – sloopwagen klaar voor export

Naast strengere exportregels verandert ook het toezicht op de naleving. De Europese Commissie werkt aan de ontwikkeling van een digitaal en geautomatiseerd informatiesysteem dat controles efficiënter moet maken. Wanneer een voertuig wordt geëxporteerd, kan de Douane straks via het Voertuig Identificatie Nummer, het zogenoemde VIN, automatisch controleren of de auto nog beschikt over een geldige APK. Dit gebeurt door gegevens uit verschillende voertuigenregisters aan elkaar te koppelen.

geldige APK bij export

Deze digitale werkwijze moet ervoor zorgen dat fysieke controles door instanties zoals de ILT en de Douane Nederland minder vaak nodig zijn. Vooral landen met grote exporthavens zullen hiervan profiteren, omdat zij te maken hebben met hoge volumes voertuigen die het continent verlaten. Door het proces te automatiseren, kan sneller en gerichter worden ingegrepen wanneer een voertuig niet aan de eisen voldoet.

Met de invoering van deze maatregelen zet Europa een stap richting een eerlijker en duurzamer systeem. Voertuigen die niet meer geschikt zijn voor gebruik binnen de EU, krijgen niet langer de kans om elders alsnog voor problemen te zorgen. Daarmee wordt niet alleen de verkeersveiligheid verbeterd, maar ook een bijdrage geleverd aan een schonere leefomgeving, zowel binnen als buiten Europa.

Extra politie acties: controleweek legt gevaarlijke snelheden op tweewielers bloot

Politiediensten in België en de rest van Europa zetten vanaf maandag 1 juni een week lang extra in op controles van tweewielers.

Onder de noemer ‘2Wheels’ wil het netwerk van Europese verkeerspolitiediensten Roadpol de aandacht vestigen op de risico’s waarmee gebruikers van fietsen, motoren en e-steps dagelijks geconfronteerd worden. De actie loopt tot en met zondag en kadert in een bredere aanpak om het aantal verkeersongevallen met deze kwetsbare weggebruikers terug te dringen.

sensibilisering

De aanleiding voor de gecoördineerde controleweek is duidelijk. Ondanks eerdere campagnes en sensibilisering blijft het aantal ongevallen waarbij steppers, fietsers en motorrijders betrokken zijn hoog. Vooral bij e-steps en elektrische fietsen stellen de politiediensten een zorgwekkende trend vast. Die voertuigen halen steeds vaker snelheden die ver boven de toegelaten limieten liggen, wat de kans op zware ongevallen aanzienlijk vergroot. Het probleem beperkt zich bovendien niet tot België alleen, waardoor een Europese aanpak volgens Roadpol noodzakelijk is.

Tijdens de controleweek zullen agenten extra toezien op het naleven van de verkeersregels door bestuurders van tweewielers. Daarbij ligt de focus niet alleen op snelheid, maar ook op het dragen van de juiste beschermingsmiddelen. Motorrijders worden gecontroleerd op het gebruik van verplichte beschermende kledij, terwijl bij fietsers en steppers vooral gekeken wordt naar veilig rijgedrag en technische conformiteit van het voertuig.

E-steps krijgen daarbij bijzondere aandacht. Volgens de politie blijken veel van deze toestellen opgevoerd te zijn, waardoor ze veel sneller kunnen rijden dan wettelijk toegestaan. De maximale snelheid voor een e-step ligt op 25 kilometer per uur, maar in de praktijk wordt die grens vaak overschreden. Dat blijkt onder meer uit een recente controle waarbij een step werd betrapt die een snelheid van maar liefst 96 kilometer per uur haalde. Dat soort extreme overtredingen onderstreept volgens de politiediensten hoe groot het probleem inmiddels is geworden.

Foto: © Pitane Blue – fietsverkeer

Hoewel de nadruk tijdens deze week ligt op handhaving, benadrukken de politiediensten dat verkeersveiligheid in de eerste plaats een gedeelde verantwoordelijkheid is. Weggebruikers worden dan ook opgeroepen om hun gedrag aan te passen en zich bewust te zijn van de risico’s die gepaard gaan met snelheid en onvoldoende bescherming.

Naast e-steps komen ook fatbikes nadrukkelijk in beeld tijdens de controles. Deze robuuste elektrische fietsen winnen snel aan populariteit, maar worden eveneens regelmatig aangepast om hogere snelheden te halen. Daardoor vallen ze soms buiten de categorie waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn, wat bijkomende risico’s met zich meebrengt op de weg.

bescherming

Met de actie wil de politie niet alleen overtreders betrappen, maar vooral ook sensibiliseren. Zwakke weggebruikers worden gewezen op hun kwetsbaarheid in het verkeer en op het belang van veilig gedrag. Te hoge snelheid, het ontbreken van een helm of beschermende kledij en technische aanpassingen aan voertuigen verhogen het risico op ernstige letsels aanzienlijk bij een ongeval.

De controleweek maakt deel uit van een bredere strategie om de verkeersveiligheid in Europa te verbeteren. Door gelijktijdig in meerdere landen controles uit te voeren, hoopt Roadpol een krachtig signaal te geven aan alle weggebruikers. Het uiteindelijke doel blijft het terugdringen van het aantal slachtoffers in het verkeer, met bijzondere aandacht voor wie zich op twee wielen verplaatst.

Milaan en Cortina overspoeld: winterspelen jagen huurauto’s en prijzen omhoog

Het vooruitzicht van de Olympische Winterspelen van 2026 in Noord-Italië zorgt nu al voor een ongekende drukte op de verhuurmarkt van auto’s.

Nederlandse reizigers weten de weg naar Milaan, Cortina d’Ampezzo en omliggende plaatsen massaal te vinden. Cijfers van autoverhuurspecialist Sunny Cars laten zien dat het aantal huurauto-boekingen in en rond deze steden tijdens de olympische periode met ruim 300 procent is gestegen ten opzichte van vorig jaar. De enorme toename in vraag gaat hand in hand met fors hogere prijzen, waardoor de Winterspelen niet alleen sportief maar ook financieel hun sporen nalaten.

Met name de luchthavens rond Milaan laten een explosieve groei zien. Milano Malpensa Airport springt eruit als absolute koploper. Het aantal Nederlandse huurauto-boekingen ligt daar maar liefst 420 procent hoger dan een jaar geleden. Ook Milano Linate Airport laat een indrukwekkende stijging zien, waar de vraag met 291 procent toenam. Bergamo Airport volgt op korte afstand met een groei van bijna 193 procent. Deze cijfers onderstrepen dat Milaan voor veel bezoekers het belangrijkste toegangspunt is tot de olympische regio en dat de mobiliteit ter plaatse een cruciale rol speelt.

stevige prijzen

Niet alleen het aantal reserveringen stijgt hard, ook de prijzen van huurauto’s zijn fors omhooggeschoten. Vooral in Bolzano is de impact groot. Daar zijn huurauto’s gemiddeld 200 procent duurder dan vorig jaar. Suzanne Al, Managing Director van Sunny Cars, licht deze stijging toe met concrete cijfers en zegt: “Vorig jaar betaalden autohuurders hier 323 euro voor een week in februari, dat zit dit jaar op 654 euro”. 

Ook rond Milaan moeten reizigers die tijdens de Olympische Winterspelen een auto willen huren dieper in de buidel tasten. Op Milano Malpensa Airport is de prijs per week gestegen van 156 euro naar 292 euro, wat neerkomt op een toename van 188 procent. Bergamo Airport volgt met een stijging van 174 procent, waarbij de prijs opliep van 127 euro naar 221 euro per week. Milano Linate Airport kent een meer gematigde maar nog steeds stevige stijging van 123 procent, waar de huurprijs steeg van 269 euro naar 330 euro per week.

Foto: © Pitane Blue
– Sunny Cars

Huurauto-boekingen in Milaan verdrievoudigd richting Olympische Winterspelen, maar gemiddelde huurautoprijzen bijna verdubbeld.

Ondanks deze forse prijsstijgingen hoeven lastminute reizigers zich nog niet direct zorgen te maken over de beschikbaarheid van huurauto’s. Volgens Sunny Cars is het aanbod voorlopig toereikend. Suzanne Al benadrukt dat de markt nog niet is drooggevallen en zegt: “Hoewel de vraag hoog is, zien we dat het aanbod nog steeds breed is”. Zij voegt daaraan toe: “Er zijn dan ook nog huurauto’s beschikbaar in meerdere categorieën rond de locaties van de Olympische Winterspelen”. Daarmee lijkt het erop dat flexibiliteit en tijdig vergelijken voor reizigers het verschil kunnen maken.

oplopende tarieven

De toenemende prijsdruk beperkt zich niet tot vervoer alleen. Ook de hotelmarkt in de regio voelt de invloed van de Olympische Winterspelen. Wie in de buurt van de wedstrijdlocaties wil overnachten, krijgt te maken met sterk oplopende tarieven. Onderzoek van de Italiaanse consumentenorganisatie Altroconsumo wijst uit dat een hotelovernachting in onder meer Cortina d’Ampezzo tijdens een olympisch weekend gemiddeld meer dan 260 procent duurder is dan tijdens een regulier weekend in dezelfde periode een jaar eerder. In sommige gevallen lopen de prijzen zelfs op tot ruim vier keer het normale niveau. Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat de Winterspelen niet alleen sportliefhebbers trekken, maar ook een forse economische impact hebben op de hele regio.

Alles wijst erop dat de Olympische Winterspelen van 2026 nu al zorgen voor een ongekende dynamiek in Noord-Italië. De combinatie van een explosief stijgende vraag naar huurauto’s, bijna verdubbelde prijzen en sterk oplopende hotelkosten schetst een beeld van een regio die zich opmaakt voor een ongekende toestroom van bezoekers. Voor Nederlandse reizigers betekent dit dat vroeg plannen loont, maar ook dat zelfs op het laatste moment nog mogelijkheden bestaan om mobiel te blijven tijdens een van de grootste sportevenementen ter wereld.

Strengere controles: Marechaussee hield migratiecriminaliteit beter in beeld

Minister David van Weel heeft de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd over de resultaten van een jaar binnengrenscontroles in Nederland.

De bewindsman, verantwoordelijk voor Asiel en Migratie, stuurde een update waarin hij inzicht geeft in de effecten van de controles die sinds eind 2024 zijn uitgevoerd aan de Nederlandse grenzen. Het gaat om maatregelen die zijn genomen in het kader van toezicht op migratie, veiligheid en het tegengaan van grensoverschrijdende criminaliteit.

Sinds 9 december 2024 voert de Koninklijke Marechaussee binnengrenscontroles uit aan de landgrenzen met België en Duitsland. Daarnaast worden ook vluchten vanuit andere Schengenlanden gecontroleerd. Met deze maatregelen wilde het kabinet beter zicht krijgen op migratiestromen en misbruik van het vrije verkeer binnen het Schengengebied tegengaan. In zijn brief aan de Kamer benadrukt Van Weel dat het gaat om tijdelijke en gerichte controles, uitgevoerd binnen de kaders van Europese regelgeving.

migratiecriminaliteit

Uit de cijfers blijkt dat de controles een jaar lang intensief zijn geweest. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 december 2025 is aan 530 vreemdelingen de toegang tot Nederland geweigerd aan de landsgrenzen met België en Duitsland. Daarnaast zijn 250 personen aangehouden. Deze aanhoudingen hadden onder meer betrekking op migratiecriminaliteit. Daarbij gaat het volgens de Koninklijke Marechaussee om zaken als documentfraude en mensensmokkel. De minister laat weten dat deze cijfers aantonen dat de controles bijdragen aan het opsporen van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde.

Naast de controles aan de landsgrenzen zijn er in de loop van 2025 ook maatregelen genomen op luchthavens. Sinds 28 juli 2025 worden binnengrenscontroles uitgevoerd op vliegvelden. In de periode tot en met 8 september zijn daarbij ongeveer 1500 vliegtuigen gecontroleerd. Deze controles hebben geleid tot 50 terugkeerbesluiten. Dat betekent dat betrokken personen Nederland moesten verlaten omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden voor verblijf. Volgens Van Weel laten deze resultaten zien dat ook het luchtverkeer een belangrijke rol speelt bij toezicht binnen het Schengengebied.

Foto: © Pitane Blue – Koninklijke Marechaussee

De Koninklijke Marechaussee heeft in dezelfde periode echter ook een duidelijke afname geconstateerd in het aantal controles, grensweigeringen en aanhoudingen. Die daling deed zich voor tussen 9 september 2025 en 8 december 2025. In de brief aan de Kamer wordt uitgelegd dat deze ontwikkeling meerdere oorzaken heeft. Een belangrijke factor is de verschuiving in de personele inzet van de Marechaussee. Een deel van de capaciteit moest worden vrijgemaakt voor andere taken, waaronder de start van de implementatie van het Europese in- en uitreissysteem, het zogenoemde EES.

binnengrenscontroles

Dit nieuwe systeem moet in de toekomst zorgen voor een betere registratie van in- en uitreizende personen aan de buitengrenzen van de Europese Unie. De voorbereidingen daarop vragen veel van de organisatie, wat tijdelijk gevolgen heeft gehad voor de inzet bij binnengrenscontroles. Desondanks benadrukt de Marechaussee dat de ambitie overeind blijft. In de komende periode wil de dienst weer evenveel controles uitvoeren als voorheen, zodra de personele inzet dat toelaat.

Minister Van Weel geeft in zijn update aan dat hij de Kamer ook in de toekomst zal blijven informeren over de voortgang en resultaten van de binnengrenscontroles. Volgens hem is het belangrijk om transparant te zijn over de effecten van deze maatregelen, zeker gezien de maatschappelijke en politieke gevoeligheid van het onderwerp migratie. De cijfers over het afgelopen jaar vormen volgens de minister een belangrijke basis voor verdere besluitvorming over het voortzetten of aanpassen van de controles.

verlenging

Onlangs verlengde Van Weel de controles tot en met 8 juni 2026. De binnengrenscontroles richten zich op het tegengaan van irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit. Een verslag over de binnengrenscontroles in de periode van 9 december 2024 tot en met 8 december 2025 is te vinden op de websites van de Rijksoverheid.

Brede coalitie: EU-bedrijven slaan alarm over verplichte elektrische wagenparken

Zorgen over concurrentiekracht en infrastructuur domineren brief aan commissie.

Een brede coalitie van Europese bedrijven, actief in mobiliteit, leasing, verhuur en voertuigproductie, heeft in een gezamenlijke brief stevige kritiek geuit op een voorgenomen voorstel van de Europese Commissie om bedrijven te verplichten een vastgesteld aandeel zero-emissievoertuigen aan te schaffen. De brief is gericht aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en mede geadresseerd aan meerdere uitvoerend vicevoorzitters en commissarissen. Volgens de ondertekenaars dreigt het plan een zware wissel te trekken op de concurrentiekracht van Europese ondernemingen en de toekomst van de auto-industrie.

De organisaties achter de brief vertegenwoordigen zowel de productie van voertuigen als het dagelijkse gebruik ervan binnen zakelijke wagenparken. Het gaat om bedrijven die voertuigen inzetten voor het vervoer van werknemers, goederen, diensten en apparatuur, verspreid over alle sectoren van de Europese economie. In de brief wordt benadrukt dat bedrijfswagens een onmisbare schakel vormen in het functioneren van Europa, op elk moment van de dag en in alle lidstaten.

Europese doelstellingen

Volgens de ondertekenaars nemen juist bedrijven momenteel het voortouw bij de overstap naar elektrisch rijden. De brief stelt letterlijk: “Today, companies are leading the switch to electric vehicles in Europe, more so than individual vehicle owners.” De betrokken organisaties geven aan zich aantoonbaar in te zetten voor schonere mobiliteit, binnen de grenzen van wat financieel en praktisch haalbaar is.

De kern van de zorgen richt zich op het verplicht stellen van de aanschaf van zero-emissievoertuigen via nationale of Europese doelstellingen. De brief waarschuwt dat zo’n verplichting, zeker wanneer deze wordt opgenomen in het automotive pakket dat in december wordt verwacht, “highly damaging” zal zijn voor bedrijven. Met name de totale kosten van eigendom van elektrische voertuigen en het gebrek aan geschikte laadinfrastructuur worden genoemd als belangrijke belemmeringen voor verdere versnelling.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De brief wordt ondersteund door een lange lijst van Europese en nationale organisaties, leasemaatschappijen, mobiliteitsaanbieders en autofabrikanten, waaronder ook grote namen uit de auto- en verhuursector. Daarmee onderstrepen de ondertekenaars dat het bezwaar breed wordt gedragen binnen het Europese mobiliteitslandschap.

Bedrijven wijzen erop dat de huidige infrastructuur in veel landen nog onvoldoende is toegerust op grootschalig zakelijk gebruik, zowel voor personenauto’s als lichte bedrijfswagens. Problemen met netcapaciteit, vergunningstrajecten en het aanleggen van voldoende stroomvoorzieningen op bedrijfslocaties maken grootschalige elektrificatie complex en kostbaar. De brief spreekt van “grid capacity and infrastructure permitting issues” die vooral bij grotere wagenparken zwaar wegen.

aankoopverplichting

De ondertekenaars waarschuwen dat een aankoopverplichting kan leiden tot financieel ontwrichtende situaties. Bedrijven zouden dan gedwongen worden oudere voertuigen langer in gebruik te houden of juist minder nieuwe voertuigen aan te schaffen. Dit zou resulteren in een daling van nieuwe voertuigregistraties en een verslechtering van de dienstverlening aan klanten, werknemers en essentiële logistieke processen. Volgens de brief raakt dit niet alleen wagenparkbeheerders, maar ook voertuigfabrikanten en toeleveranciers, juist in een periode die economisch al uitdagend is.

Als alternatief verwijzen de bedrijven naar Europese landen waar de adoptie van zero-emissievoertuigen het snelst verloopt. De brief stelt dat deze successen zijn bereikt door langdurige investeringen in stimuleringsmaatregelen en randvoorwaarden, niet door aankoopverplichtingen. “None of these countries have resorted to purchase mandates,” zo staat letterlijk in de brief. Ook wordt gewezen op het belang van een goed functionerende tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen om overaanbod te voorkomen en nieuwe vraag te stimuleren.

De oproep aan de Europese Commissie is duidelijk. De organisaties vragen om heroverweging van het voorstel en pleiten voor samenwerking met lidstaten en het bedrijfsleven om belemmeringen weg te nemen. Het uiteindelijke doel, zo schrijven zij, moet zijn “to secure the economic strength of the EU, the jobs associated with it and a sustainable path to affordable and fit-for-purpose corporate e-mobility.”

DB en Eurostar: Europese samenwerking moet vliegen op korte afstanden vervangen

Nieuwe trein Eurostar Celestia opent deur naar duurzaam reisalternatief.

Eurostar zet een opvallende nieuwe stap in zijn ambitie om Europa hechter met elkaar te verbinden. Het spoorbedrijf, dat zich al jaren profileert als bruggenbouwer tussen landen, kondigt aan dat het werkt aan directe hogesnelheidsverbindingen tussen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Voor het eerst zouden reizigers zonder overstap vanuit Londen rechtstreeks naar Keulen of Frankfurt kunnen sporen. De aankondiging volgt op de ondertekening van een Memorandum of Understanding dat deze maand tot stand kwam in samenwerking met Deutsche Bahn en met uitgesproken steun van zowel de Britse als de Duitse regering.

groeistrategie

De plannen worden in de sector gezien als een belangrijke mijlpaal, niet alleen vanwege de technische en logistieke uitdaging, maar vooral omdat de verbinding twee grote economieën via duurzame mobiliteit dichter bij elkaar moet brengen. Het initiatief wordt door Eurostar omschreven als een volgende stap in het creëren van “nieuwe verbindingen tussen mensen en landen”, een missie waarin het bedrijf volgens eigen zeggen al jaren investeert. Het spoorbedrijf benadrukt dat het nieuwe traject past in zijn bredere groeistrategie richting dertig miljoen reizigers per jaar.

Het vooruitzicht dat reizigers straks vanaf St. Pancras International kunnen instappen en vijf uur later uitstappen in het centrum van Keulen of Frankfurt, wordt omschreven als een “nieuw hoofdstuk” in Europees treinreizen. Eurostar stelt dat de samenwerking met Deutsche Bahn cruciaal is, omdat de Duitse spoorwegmaatschappij een sterke positie heeft op het binnenlandse en grensoverschrijdende netwerk. Door die kennis te combineren met de expertise van Eurostar op het traject door de Kanaaltunnel, moet een volledig nieuwe reizigersstroom ontstaan die een alternatief vormt voor korteafstandsvluchten tussen beide landen.

Eurostar Celestia

Het project wordt opgezet in een periode waarin treinreizen in de lift zit, mede gedreven door een groeiend bewustzijn rond duurzaamheid. Eurostar wijst erop dat een directe verbinding de drempel verlaagt voor reizigers die bewuster willen kiezen voor klimaatvriendelijk transport. Naast het gemak van een directe route zou ook de reiservaring een impuls krijgen. Het bedrijf zegt dat de nieuwe bestemmingen worden bediend door de Eurostar Celestia, de nieuwste dubbeldekstrein die het bedrijf omschrijft als de “vision of the future”. Die volledig nieuwe generatie treinen moet volgens de initiatiefnemers comfort en capaciteit naar een hoger niveau tillen en zo de aantrekkingskracht van internationale spoorverbindingen vergroten.

Foto: Pitane Blue – Eurostar

De samenwerking tussen de twee spoorwegmaatschappijen komt tot stand in een tijd waarin Europese lidstaten de afgelopen jaren herhaaldelijk hebben benadrukt dat grensoverschrijdende treinverbindingen moeten worden uitgebreid om de luchtvaart op korte afstanden te ontlasten. De steun van Londen en Berlijn wordt door waarnemers gezien als een signaal dat beide regeringen bereid zijn administratieve, technische en grenscontrolekwesties gezamenlijk aan te pakken om de route mogelijk te maken. Voor reizigers zou de verbinding bovendien een symbolische lading hebben: een rechtstreekse spoorlijn die twee landen met lange historische, economische en culturele banden op een nieuwe manier samenbrengt.

mogelijkheden

Terwijl het project nog in ontwikkeling is, presenteert Eurostar het als een logische vervolgstap in de evolutie van het bedrijf. De nieuwe verbinding moet het merk verder positioneren als dé Europese hogesnelheidsspeler die grenzen vervaagt en steden dichterbij brengt. Het bedrijf spreekt van “een nieuwe wereld aan mogelijkheden”, en volgens betrokkenen kan het initiatief de Europese reiziger daadwerkelijk een alternatief bieden dat sneller, duurzamer en aantrekkelijker is dan het vliegtuig. Hoe snel de eerste rit zal plaatsvinden, wordt later bekendgemaakt, maar de ambities zijn groot en de toon is gezet voor een nieuwe fase in het internationale spoorverkeer.

Topkwartaal: Schiphol groeit opnieuw en blijft tweede luchthaven van Europa

De Nederlandse luchtvaartsector heeft in het tweede kwartaal van 2025 opnieuw een groei doorgemaakt.

Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) reisden er 20,7 miljoen passagiers van en naar de vijf nationale luchthavens. Dat is 3,1 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Ook het aantal vluchten steeg, met 1,4 procent tot 141.800.

Het zwaartepunt van het vliegverkeer ligt nog altijd bij Amsterdam Schiphol Airport. Met 124.000 vluchten en 17,9 miljoen passagiers nam deze luchthaven maar liefst 87 procent van het totale luchtverkeer in Nederland voor haar rekening. Dat betekende een groei van 1,4 procent in het aantal vluchten en een stijging van 3,1 procent in het aantal reizigers ten opzichte van het tweede kwartaal van 2024.

Schiphol

Schiphol staat binnen Europa op de tweede plaats wat betreft passagiersvervoer. In 2024 vlogen 66,8 miljoen reizigers via Schiphol, waarmee de luchthaven alleen Charles de Gaulle in Parijs voor zich moest dulden. Daar werden 70,3 miljoen passagiers verwerkt. De luchthaven in Madrid volgt met 66,1 miljoen passagiers, terwijl Frankfurt am Main en Barcelona El Prat respectievelijk 61,5 en 54,9 miljoen passagiers ontvingen.

Rotterdam The Hague Airport boekte in het tweede kwartaal van dit jaar een opmerkelijke passagiersgroei van 7,0 procent. Ook het aantal vluchten op deze luchthaven nam toe, met een stijging van 2 procent. Eindhoven Airport verwerkte bijna 2 miljoen passagiers, wat neerkomt op een stijging van 2,2 procent.

Een ander opvallend feit is de flinke toename van het vliegverkeer via Groningen Airport Eelde. Het aantal vluchten steeg daar met maar liefst 10 procent. Het passagiersaantal groeide met 5,5 procent. Ondanks de relatief kleine schaal van deze luchthaven, wijst deze groei op een toenemend regionaal belang.

Maastricht

Tegenover deze positieve ontwikkelingen staat Maastricht Aachen Airport, waar het aantal passagiers met bijna 10 procent daalde. Desondanks nam het vrachtvervoer op deze luchthaven juist toe met 8,3 procent tot 11.200 ton. Daarmee is Maastricht de enige andere luchthaven in Nederland naast Schiphol waar luchtvracht wordt vervoerd. Schiphol zelf verwerkte 344.000 ton vracht, wat een daling van 5 procent betekent ten opzichte van een jaar eerder.

Foto: Pitane Blue – luchthaven Schiphol

De totale luchtvracht in Nederland bedroeg in het tweede kwartaal 355.000 ton. Daarmee blijft Schiphol met 97 procent van het totale vrachtvolume veruit dominant, ondanks de lichte afname.

ontwikkelingen

De cijfers bevestigen een stabiel herstel en verdere groei van de luchtvaart na de pandemiejaren. Sinds 2022 is het passagiersverkeer in Nederland in elk kwartaal toegenomen. Waar in het tweede kwartaal van 2022 nog 17,4 miljoen passagiers werden vervoerd, waren dat er dit jaar 20,7 miljoen. Ook het aantal vluchten is sindsdien gestaag toegenomen, al blijft die groei achter bij het passagiersvervoer.

Met deze ontwikkelingen behoudt Schiphol niet alleen zijn prominente positie binnen Nederland, maar ook zijn status als een van de belangrijkste Europese knooppunten voor internationaal vliegverkeer. Tegelijkertijd laten ook de kleinere regionale luchthavens een voorzichtig herstel en groei zien, al blijft hun aandeel relatief bescheiden.

Reizigersorganisaties slaan alarm: EU zwicht voor luchtvaart en kortwiekt passagiersrechten

De Europese Unie heeft een stap gezet die de rechten van vliegtuigpassagiers flink uitholt.

Na meer dan twaalf jaar onderhandelen hebben de EU-ministers ingestemd met een hervorming van de compensatieregels bij vertragingen en annuleringen, tot grote woede van consumentenorganisaties. De nieuwe afspraken leggen de lat voor schadevergoedingen aanzienlijk hoger en verlagen tegelijkertijd de maximale vergoedingsbedragen. Critici spreken van een ‘monsterlijk plan’ en vrezen dat miljoenen reizigers straks met lege handen komen te staan.

Volgens het compromis, dat na jaren van getouwtrek alsnog werd aangenomen, hebben passagiers op vluchten tot 3.500 kilometer voortaan pas recht op een vergoeding als de vertraging vier uur of meer bedraagt. Voor langere afstanden geldt een minimale vertraging van zes uur. Dat is een aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de huidige situatie, waarin drie uur vertraging al recht geeft op een vergoeding tussen de 250 en 600 euro. Die bedragen worden bovendien ook naar beneden bijgesteld. Korte vluchten leveren straks maximaal 300 euro op, lange afstanden nog maar 500 euro.

De Consumentenbond en claimorganisatie EUclaim reageren bijzonder fel en vinden het een monsterlijk plan.  “Zestig tot vijfentachtig procent van de reizigers die nu nog recht hebben op compensatie, vallen straks buiten de boot.” De vrees is dat luchtvaartmaatschappijen minder druk voelen om op tijd te vertrekken, met meer vertragingen als gevolg. “Er wordt een verkeerd signaal afgegeven aan de luchtvaartsector,” waarschuwt de Consumentenbond. “Het belang van de reiziger wordt volledig genegeerd.”

Foto: Pitane Blue – luchthaven Schiphol

Volgens luchtvaartanalist Paul Vaneker van EUclaim zal het nieuwe voorstel desastreuze gevolgen hebben voor passagiersrechten. “Zestig procent van de reizigers verliest hun recht op vergoeding,” stelt Vaneker. Hij baseert zich op interne analyses van vluchtschema’s en claims van de afgelopen jaren. De Consumentenbond is nog somberder in haar prognose. Op basis van eigen onderzoek komt de organisatie tot de conclusie dat zelfs 85 procent van de huidige compensatiegevallen straks buiten de boot valt.

De politieke steun voor het voorstel is opvallend en laat zien hoe nationale belangen zwaar wegen in de Europese besluitvorming. Landen als Polen, Denemarken, Frankrijk en Nederland, die allemaal staatsbelangen hebben in luchtvaartmaatschappijen zoals LOT, SAS en Air France-KLM, stemden vóór. Duitsland en Spanje, zonder dergelijke belangen, bleven tegen. Opmerkelijk is de late draai van Nederland, dat op het laatste moment alsnog instemde en daarmee het benodigde draagvlak creëerde. Volgens ingewijden woog het belang van KLM zwaar in de afweging.

Luchtvaartmaatschappijen zien zowel voordelen als nadelen in het nieuwe beleid. Positief is dat passagiers bij vertraging of annulering nu zelf alternatieve vluchten mogen boeken, met een vergoeding tot vier keer de ticketprijs. Ook is de verzekering van bagage in deze regeling opgenomen. Tegelijkertijd waarschuwen sommige maatschappijen voor nieuwe coördinatieproblemen. “Het lijkt eenvoudiger, maar het kan juist meer chaos opleveren,” klinkt het uit de sector.

passagiersrechten

De nieuwe regels zijn nog niet definitief. De Europese Commissie, het Europees Parlement en de lidstaten moeten zich er nog over buigen. Vooral het Europees Parlement zou het plan nog kunnen afzwakken of aanscherpen. Toch is de richting duidelijk: de bescherming van passagiersrechten wordt afgebouwd ten gunste van economische belangen.

Ondertussen wijzen luchtvaartanalisten erop dat zelfs onder de huidige regels slechts een beperkt aantal passagiers daadwerkelijk een vergoeding ontvangt. Compensatie wordt alleen betaald als de maatschappij verantwoordelijk is voor de vertraging, dus niet bij overmacht zoals slecht weer of stakingen. De kans bestaat dat het aantal uitbetalingen straks nog verder daalt, terwijl de onduidelijkheid over rechten en plichten toeneemt.

Het resultaat is een Europese regeling die steeds minder reizigers daadwerkelijk beschermt. Terwijl luchtvaartmaatschappijen zich verzekeren van meer flexibiliteit en lagere lasten, verliezen passagiers grip op hun rechten. De vraag is of het Europees Parlement de balans alsnog weet te herstellen.

NAVO-top legt Randstad plat: Den Haag wekenlang moeilijk bereikbaar

De NAVO-top die op 24 en 25 juni 2025 plaatsvindt in Den Haag, zal het verkeer in de Randstad ernstig verstoren. Rijkswaterstaat voorspelt dat de verkeersdrukte tijdens de spits op kan lopen tot drie keer de normale hoeveelheid.

In het zwartste scenario betekent dit dat er tot 450 kilometer file kan ontstaan. Automobilisten die hun gebruikelijke route volgen, worden dringend geadviseerd hun reisgedrag aan te passen om een verkeersinfarct te voorkomen.

Nederland verwelkomt tijdens deze top tientallen wereldleiders en ministers, vergezeld door duizenden delegatieleden. Het Haagse World Forum is hiervoor het decor. Om hun verplaatsingen tussen Schiphol en Den Haag soepel en veilig te laten verlopen, worden ingrijpende verkeers- en veiligheidsmaatregelen genomen. Die maatregelen raken niet alleen de directe omgeving van het conferentiecentrum, maar hebben ook invloed op de rest van de Randstad.

beperkt toegankelijk

De snelwegen A5, A4, A44, N44 en N14 krijgen tijdelijk te maken met gedeeltelijke of volledige afsluitingen. Daarnaast zijn op- en afritten, tunnels en viaducten in de regio Den Haag beperkt toegankelijk. Ook lokale en regionale wegen in Wassenaar, Katwijk, Noordwijk, Haarlemmermeer, Leiden en Rotterdam worden getroffen. De Johan de Wittlaan, één van de hoofdwegen in Den Haag, wordt van 14 april tot begin augustus volledig afgesloten om de veiligheid rond het World Forum te waarborgen. Hulpdiensten zoals politie, brandweer en ambulance krijgen op al deze wegen voorrang, zodat zij in noodgevallen snel ter plaatse kunnen zijn.

De eerste verkeershinder wordt verwacht vanaf zondagmiddag 22 juni. Die dag starten de voorbereidende werkzaamheden, waaronder het plaatsen van afzettingen. Deze hinder houdt naar verwachting aan tot en met vrijdag 27 juni. Automobilisten in de regio wordt geadviseerd om hun reisgedrag drastisch aan te passen. Thuiswerken van maandag 23 tot en met donderdag 26 juni wordt sterk aanbevolen. Wie toch de weg op moet, wordt verzocht om buiten de spitsuren te reizen of gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Foto: © Pitane Blue – iconische toegangspoort richting Den Haag

Hoewel er op het spoor geen beperkingen zijn aangekondigd, wordt het ook daar drukker. De NS rijdt de reguliere dienstregeling en heeft geen extra treinen beschikbaar. Ook bij regionale vervoerders zoals HTM en EBS wordt rekening gehouden met extra drukte. Mogelijk vallen sommige tramlijnen uit als gevolg van wegafsluitingen, maar hierover is nog geen definitieve informatie beschikbaar.

advies

Reizigers die in deze periode toch de weg op moeten, wordt aangeraden hun reis zorgvuldig voor te bereiden. Rijkswaterstaat adviseert om vooraf actuele informatie te checken via de websites van VanAnaarBeter, de gemeenten, openbaar vervoermaatschappijen of Schiphol. Ook moeten automobilisten alert zijn op verkeersborden en omleidingen die ter plekke worden aangegeven.

De NAVO-top in Den Haag belooft een groot logistiek en verkeerskundig evenement te worden, met flinke gevolgen voor het dagelijkse leven in de Randstad. Alleen met brede medewerking van het publiek, door massaal thuis te werken of alternatieve vervoersmiddelen te gebruiken, kan de verwachte verkeerschaos beperkt blijven.

Europa pakt verkeershufters hard aan: verbod in één land straks ook geldig in eigen land

Onder Europese wegpiraten heerst binnenkort geen straffeloze vrijheid meer zodra ze over de grens verdwijnen.

Tot nu toe konden bestuurders die zich misdroegen in een ander EU-land, simpelweg naar huis rijden zonder dat de gevolgen hen daar achtervolgden. Die maas in de wet wordt binnenkort gedicht. Tegen 2030 wordt in alle lidstaten een digitaal rijbewijs ingevoerd en dat betekent dat een rijverbod in het ene land automatisch zal gelden in alle andere EU-landen. De Europese Commissie zet daarmee een grote stap in de strijd tegen verkeershufters.

Wie nu in Frankrijk dronken achter het stuur wordt betrapt of in Duitsland meer dan vijftig kilometer per uur te hard rijdt, hoeft in veel gevallen alleen in dat land op de blaren te zitten. In eigen land kon men daarna vaak zonder belemmering weer achter het stuur plaatsnemen. De straf bleef vaak onopgemerkt, zeker wanneer de overtreder het land allang verlaten had voordat de uitspraak officieel werd. Met het nieuwe systeem komt daar een einde aan.

De EU werkt aan een centraal systeem waarbij de uitgifte en handhaving van rijverboden wordt gedeeld tussen de lidstaten. Zodra iemand in één van de landen zijn of haar rijbevoegdheid kwijtraakt, wordt dit via het digitale systeem direct doorgespeeld naar alle andere landen. Ook het land van herkomst moet die straf dan erkennen en handhaven. De gevolgen zijn concreet: wie in Italië zijn rijbewijs verliest wegens roekeloos rijden, mag dus ook in België of Nederland niet meer achter het stuur kruipen.

Foto: © European Union 2025 – Apostolos Tzitzikostas – Fotograaf: Alain ROLLAND

De Europese commissaris voor Transport, Apostolos Tzitzikostas, is duidelijk over de noodzaak van de nieuwe regels. “Met de nieuwe regels voorkomen we dat gevaarlijke bestuurders straffen kunnen ontlopen door grenzen over te steken,” stelt hij. “Met bijna 20.000 levens die vorig jaar verloren gingen op wegen in de EU, zal dit initiatief cruciaal zijn bij het bereiken van ons doel: het aantal verkeersdoden met 50% te verminderen tegen 2030.”

De ongelijkheid in straffen tussen de verschillende EU-landen wordt hiermee eveneens aangepakt. Tot nu toe kon een zware verkeersdelict in het ene land leiden tot maandenlang rijverbod, terwijl datzelfde vergrijp elders slechts een boete opleverde. Straks telt de strengste straf voor álle lidstaten, wat een eerlijker en consistenter verkeersbeleid moet opleveren.

Hoewel het rijbewijs digitaal wordt, blijft het fysieke document wel bestaan. Burgers behouden het recht om een papieren versie aan te vragen, al zal het digitale exemplaar leidend zijn in de handhaving. Dit digitale rijbewijs maakt het eenvoudiger voor autoriteiten om de geldigheid en eventuele beperkingen te controleren, ook buiten de landsgrenzen.

Het nieuwe systeem betekent niet alleen meer rechtvaardigheid, maar ook een gevoel van veiligheid voor weggebruikers die zich wél aan de regels houden. De weg wordt letterlijk een stukje veiliger, nu asociale bestuurders niet meer kunnen schuilen achter nationale grenzen.

Van Val Thorens tot Vail: de mooiste wintersportbestemmingen ter wereld

Val Thorens, gelegen op een indrukwekkende hoogte van 2300 meter, behoort tot de meest populaire dorpen in Les Trois Vallées, ’s werelds grootste aaneengesloten skigebied.

Zodra de eerste sneeuwvlokken vallen, stijgt de spanning bij wintersportliefhebbers. De gedachte aan perfect geprepareerde pistes, knusse berghutten en avonturen in een besneeuwd landschap zorgt voor een onmiskenbare aantrekkingskracht. Wintersport is al decennialang een geliefde vakantiekeuze, waarbij sport, natuur en gezelligheid samenkomen.

populairste wintersportgebieden

Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland zijn al jaren toonaangevende bestemmingen voor wintersporters. In Frankrijk behoren Chamonix, Val Thorens en Les Trois Vallées tot de absolute top. Oostenrijk trekt vooral veel Nederlandse wintersporters naar Sölden, Saalbach-Hinterglemm en het populaire skigebied van Gerlos. Zwitserland biedt exclusieve skidorpen zoals Zermatt en St. Moritz, waar luxe en wintersport hand in hand gaan. Italië wordt steeds geliefder met bestemmingen als Livigno en Cortina d’Ampezzo, waar Italiaanse charme de skivakantie een extra dimensie geeft.

Buiten Europa zijn Canada en de Verenigde Staten favoriet bij fanatieke skiërs en snowboarders. De Canadese Rocky Mountains bieden adembenemende uitzichten en uitstekende sneeuwcondities, terwijl Aspen en Vail in de VS bekendstaan om hun luxe resorts en gevarieerde afdalingen.

van skiën tot rodelen

Skiën en snowboarden zijn zonder twijfel de populairste activiteiten in de bergen, maar wintersport biedt veel meer dan alleen snelheid en techniek op de piste. Langlaufen is ideaal voor wie de rust van besneeuwde bossen wil ervaren, terwijl toerskiën en freeriden een uitdaging vormen voor avonturiers die buiten de gebaande paden willen gaan.

Gezinnen en vriendengroepen genieten vaak van rodelen, een activiteit die zowel overdag als ’s avonds op verlichte banen voor hilariteit zorgt. Ook schaatsen op een bevroren bergmeer blijft een magische ervaring. Voor wie iets unieks zoekt, zijn er hondensledetochten en sneeuwschoenwandelingen die een andere kant van het winterlandschap laten zien.

après-ski

Na een dag vol actie op de pistes is er niets beter dan de après-ski in te duiken. Oostenrijk staat bekend om zijn legendarische après-ski feesten, waarbij feesttenten als de MooserWirt in St. Anton en de Hofstadl in Flachau tot de populairste trekpleisters behoren. In Frankrijk en Zwitserland gaat het er vaak iets rustiger aan toe, met gezellige wijnbars en knusse berghutten waar fondue en raclette centraal staan.

Voor velen is de après-ski net zo belangrijk als het skiën zelf. De mix van muziek, dans en gezelligheid zorgt voor een unieke sfeer die een wintersportvakantie onvergetelijk maakt.

voorbereiding

Een goede voorbereiding is essentieel voor een geslaagde wintersportvakantie. De juiste uitrusting, waaronder goed passende skischoenen, een stevige helm en kleding die bestand is tegen de kou, maken een groot verschil. Daarnaast is het belangrijk om fysiek voorbereid te zijn. Skiën en snowboarden vragen veel van spieren en gewrichten, en een goede conditie kan blessures helpen voorkomen.

Ook een reisverzekering met wintersportdekking is geen overbodige luxe. Een ongeluk op de piste kan snel gebeuren, en medische kosten in wintersportgebieden kunnen flink oplopen. Met de juiste verzekering ben je beschermd tegen onverwachte uitgaven.

duurzame wintersport

De impact van wintersport op het milieu wordt steeds duidelijker. Kunstsneeuwproductie, autoverkeer en massatoerisme belasten de natuur in de bergen. Gelukkig zetten steeds meer skigebieden in op duurzaamheid. Resorts investeren in zonne- en windenergie, beperken het autoverkeer en beschermen lokale flora en fauna.

Als wintersporter kun je zelf ook bijdragen door bewuste keuzes te maken. Kies voor accommodaties met een duurzaam beleid, vermijd wegwerpplastic en neem het openbaar vervoer in plaats van de auto. Zo blijft de magie van de bergen behouden voor toekomstige generaties.

een unieke ervaring

Wintersport is meer dan alleen een vakantie; het is een totaalbeleving waarin sport, natuur en gezelligheid samenkomen. Of je nu kiest voor de steile afdalingen van de Alpen, de uitgestrekte sneeuwvlaktes van Scandinavië of de poedersneeuw van Noord-Amerika, de combinatie van avontuur en ontspanning maakt iedere wintersportreis uniek. Met de juiste voorbereiding en een milieubewuste instelling blijft deze geliefde wintertraditie nog jarenlang een magische ervaring.

Europa: AI-regels verstikken innovatie en zetten toekomst van mobiliteit op het spel

Europa is goed op weg om de eigen mobiliteit met strikte AI-regelgeving dwars te zitten en mist alle technologische voorsprong.

De Europese lidstaten lijken vastbesloten om kunstmatige intelligentie (AI) te reguleren tot de innovatie eruit verdwijnt, terwijl China en de Verenigde Staten zich positioneren als wereldleiders op dit gebied. De Europese Unie presenteert haar wetgeving als een beschermingsmechanisme voor burgers en bedrijven, maar in werkelijkheid dreigt het een blok aan het been te worden voor technologische vooruitgang en economische groei. Vooral de impact op mobiliteit en transport kan rampzalig uitpakken als Europa zijn strikte regelgeving blijft doorduwen.

van regulering naar stagnatie

Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven in rap tempo AI integreren in zelfrijdende voertuigen, logistieke systemen en transportinfrastructuur, legt Europa steeds meer beperkingen op. De AI Act, een wet die de risico’s van kunstmatige intelligentie wil inperken, wordt gepresenteerd als een noodzakelijke bescherming, maar brengt juist innovatieve sectoren in gevaar. In de mobiliteitsbranche betekent dit dat Europese autofabrikanten en techbedrijven minder vrijheid krijgen om autonome voertuigen te ontwikkelen en testen.

Tesla en Waymo testen al jaren in de VS met zelfrijdende taxi’s, terwijl China experimenteert met grootschalige AI-gestuurde verkeerssystemen. Europa daarentegen blijft steken in ethische discussies en regelgeving, waardoor bedrijven niet de ruimte krijgen om te innoveren. De focus ligt niet op het creëren van een concurrerende markt, maar op het minimaliseren van risico’s – met als gevolg dat Europese bedrijven achterblijven en afhankelijk worden van buitenlandse technologie.

mobiliteit onder druk

Zelfrijdende auto’s, slimme verkeerslichten en geautomatiseerd openbaar vervoer kunnen het Europese verkeer efficiënter en veiliger maken. Minder files, lagere CO₂-uitstoot en minder verkeersongelukken zijn haalbare doelen met AI-technologie. Maar als Europese regelgeving strikter is dan elders in de wereld, dan zullen bedrijven ervoor kiezen om hun innovaties buiten Europa te testen en uit te rollen.

Nederlandse en Duitse autofabrikanten, ooit koplopers in technologie en innovatie, waarschuwen al langer voor de gevolgen van strikte regelgeving. Volkswagen en BMW investeren steeds vaker in AI-technologie buiten Europa, waar minder juridische beperkingen gelden. Dat is niet alleen een verlies voor de Europese economie, maar ook voor de burgers, die langer moeten wachten op de voordelen van AI in transport.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De keuze is simpel: of Europa blijft een speler op het wereldtoneel, of het wordt een afnemer van buitenlandse innovaties en verliest de controle over zijn eigen mobiliteit.

De Europese Commissie verdedigt haar regelgeving met de bewering dat strikte controle nodig is om misbruik en ethische problemen te voorkomen. Maar deze benadering negeert de wereldwijde realiteit: AI blijft zich ontwikkelen, ongeacht Europese beperkingen. Het enige verschil is dat Europese bedrijven geen leiderschapsrol krijgen en dat technologische vooruitgang elders plaatsvindt.

China en de VS hanteren een pragmatische aanpak. Ze erkennen de risico’s van AI, maar begrijpen dat het uitsluiten van innovatie hen op achterstand zou zetten. Europa daarentegen lijkt vast te houden aan een moreel superieur standpunt, zonder rekening te houden met de economische en strategische gevolgen.

Europese mobiliteit op het spel

Als Europa zijn concurrentiepositie wil behouden, moet het niet alleen reguleren, maar ook actief investeren in AI-ontwikkeling. De toekomst van mobiliteit hangt af van geavanceerde technologieën die verkeersstromen optimaliseren, auto’s veiliger maken en logistieke processen efficiënter laten verlopen. Dat kan alleen als er ruimte is voor experiment en innovatie.

In plaats van een verstikkend reguleringsbeleid, zou Europa een slimme balans moeten vinden tussen toezicht en stimulering. Overheden moeten investeren in AI-onderzoek, samenwerking tussen techbedrijven en autofabrikanten bevorderen en testfaciliteiten creëren waar nieuwe technologieën veilig kunnen worden ontwikkeld.

Zonder deze omslag dreigt Europa zijn technologische voorsprong definitief kwijt te raken. In een wereld waar AI de sleutel is tot economische en geopolitieke macht, kan het continent zich geen afwachtende houding meer permitteren. 

Kritiek op nieuwe EU-verkeersregels: veiligheid ondergeschikt aan economische belangen

De Europese Unie staat op het punt om ingrijpende wijzigingen door te voeren in de rijbewijsrichtlijn, maar de voorgestelde maatregelen zorgen voor veel controverse.

Het plan om de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs te verlagen en 16-jarigen toe te staan om gemotoriseerde voertuigen te besturen, roept felle kritiek op. Verkeersveiligheidsdeskundigen waarschuwen dat deze versoepelingen vooral economische belangen dienen en niet de veiligheid op de weg.

Een van de meest besproken wijzigingen is het voorstel om de minimumleeftijd voor vrachtwagenchauffeurs te verlagen naar 17 jaar, mits ze onder begeleiding rijden. Daarnaast zouden 18-jarigen bussen met passagiers mogen besturen. Dit baart zorgen, vooral omdat wetenschappelijk onderzoek in onder meer Finland en Duitsland aantoont dat jonge bestuurders een hoger ongevalsrisico hebben.

Jonge chauffeurs missen vaak de rijervaring die nodig is om grote voertuigen veilig te besturen. De complexe besturing van vrachtwagens en bussen vereist snelle reacties en een sterk inschattingsvermogen, vaardigheden die zich pas ontwikkelen door jarenlange ervaring op de weg. Daarnaast vertonen jongeren vaker risicogedrag. Studies wijzen uit dat jonge bestuurders sneller geneigd zijn om te hard te rijden of afgeleid te raken.

Vooral het verlagen van de leeftijd voor buschauffeurs leidt tot onbegrip. Een buschauffeur is niet alleen verantwoordelijk voor het besturen van een groot voertuig, maar ook voor de veiligheid van tientallen passagiers. Verkeersveiligheidsorganisaties pleiten juist voor strengere eisen en een betere opleiding van chauffeurs, in plaats van versoepelingen die mogelijk levens in gevaar brengen.

risicovolle maatregel

Een andere opvallende verandering is het voorstel om 16-jarigen toe te staan om voertuigen tot 2500 kilogram te besturen met een B1-rijbewijs, mits deze zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer. Dit lijkt op het Zweedse model van ‘A-tractors’, voertuigen die niet harder mogen dan 30 km/u. In Zweden heeft deze regeling echter al geleid tot grote problemen:

Veel jongeren omzeilen de snelheidsbegrenzers, waardoor ze alsnog te snel rijden. Andere bestuurders raken gefrustreerd door extreem langzame voertuigen, wat leidt tot gevaarlijke inhaalmanoeuvres. De handhaving van de regels blijkt moeilijk, waardoor de politie voor extra uitdagingen komt te staan.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De EU moet ervoor zorgen dat verkeersveiligheid geen ondergeschikte rol speelt in de besluitvorming. Veiligheid op de weg mag niet het slachtoffer worden van politieke compromissen en economische belangen.

Volgens de EU moet deze maatregel jongeren meer mobiliteit geven, vooral in landelijke gebieden. Toch stellen critici dat mobiliteit niet ten koste mag gaan van verkeersveiligheid. Een betere oplossing zou zijn om te investeren in veilige en duurzame vervoersopties, zoals verbeterd openbaar vervoer of alternatieve rijopleidingen.

alcoholverbod 

Een van de weinige voorstellen die wél door verkeersveiligheidsorganisaties wordt gesteund, is het algehele alcoholverbod voor jonge en beginnende bestuurders. Alcohol speelt een grote rol bij verkeersongevallen onder jongeren, en een nul-alcoholbeleid zou het aantal ongelukken kunnen verminderen. Toch lijkt deze maatregel te stranden door politieke weerstand. Sommige lidstaten willen hun eigen regels behouden, waardoor een uniforme en effectieve aanpak op Europees niveau uitblijft.

Het gebrek aan brede steun voor een alcoholverbod is opvallend, vooral omdat onderzoek aantoont dat een strikte alcoholgrens levens kan redden. In Nederland geldt momenteel een limiet van 0,2 promille voor beginnende bestuurders, terwijl in andere EU-landen nog steeds 0,5 promille is toegestaan. Verkeersdeskundigen pleiten voor een Europese standaard waarbij jonge bestuurders helemaal geen alcohol mogen drinken als ze achter het stuur kruipen.

politieke belangen

De voorgestelde wijzigingen in de rijbewijsrichtlijn lijken vooral te zijn ingegeven door economische en politieke overwegingen. Transportbedrijven kampen met een nijpend tekort aan vrachtwagenchauffeurs en hopen dat een lagere leeftijdsgrens dit probleem deels kan oplossen. Maar experts waarschuwen dat veiligheidseisen verlagen niet de juiste oplossing is voor personeelsproblemen.

Het voorstel om 16-jarigen een B1-rijbewijs te geven, lijkt vooral bedoeld om mobiliteitsproblemen in landelijke gebieden op te lossen. Toch zijn verkeersveiligheidsorganisaties sceptisch. In plaats van extra risico’s op de weg te creëren, zou de EU moeten focussen op het verbeteren van verkeerseducatie en alternatieve vervoersopties.

veiligheid moet voorop staan

Hoewel de Europese Unie streeft naar een geharmoniseerd rijbewijssysteem, lijken de voorgestelde wijzigingen meer gericht op economische belangen dan op verkeersveiligheid. Beleidsmakers zouden hun plannen moeten heroverwegen en maatregelen invoeren die daadwerkelijk bijdragen aan een veiliger wegverkeer.

Het verlagen van de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs zonder extra veiligheidsmaatregelen is risicovol.
16-jarigen toestaan om voertuigen te besturen met een B1-rijbewijs kan leiden tot gevaarlijke situaties en is moeilijk te handhaven. Een nul-alcoholbeleid voor jonge bestuurders is een effectieve maatregel, maar wordt onvoldoende gesteund door alle EU-lidstaten.

Tweedehands elektrische auto: veel automobilisten blijven twijfelen

Ondanks de groeiende populariteit van elektrische voertuigen (EV’s) blijft een aanzienlijke groep automobilisten in Nederland twijfelen over de overstap naar elektrisch rijden.

Diverse obstakels, waaronder financiële en praktische aspecten, houden consumenten tegen om hun benzine- of dieselauto in te ruilen voor een duurzamer alternatief. Een van de grootste redenen waarom consumenten aarzelen, is de hogere aanschafprijs van elektrische auto’s. De gemiddelde EV is aanzienlijk duurder dan een traditionele auto op fossiele brandstoffen, wat vooral te wijten is aan de kosten van de batterijen. Hoewel de operationele kosten, zoals energie en onderhoud, vaak lager liggen, blijven veel mensen opzien tegen de initiële investering. 

Bovendien wordt de situatie verergerd door het afbouwen van subsidies door de overheid. Tot enkele jaren geleden werden kopers van elektrische voertuigen flink beloond met financiële tegemoetkomingen, maar deze voordelen zijn de laatste tijd aanzienlijk verminderd. Het verdwijnen van subsidies maakt elektrisch rijden voor veel Nederlanders minder aantrekkelijk.

laadmogelijkheden

Hoewel Nederland een van de dichtste netwerken van laadpalen ter wereld heeft, is het gebrek aan laadmogelijkheden een belangrijke reden voor terughoudendheid. Vooral mensen zonder eigen oprit of parkeerplaats ervaren dit als een probleem. “Ik moet altijd een laadpaal zoeken in mijn buurt, en dat is niet altijd eenvoudig,” verklaart een automobilist uit Amsterdam. Dit probleem is vooral nijpend in dichtbevolkte stedelijke gebieden, waar publieke laadpalen vaak volgeboekt zijn. Ook op vakantie of tijdens langere ritten roept het vinden van een laadpunt stress op bij potentiële kopers.

De zorgen over de batterijprestaties van elektrische auto’s spelen eveneens een rol. Hoewel fabrikanten doorgaans lange garanties bieden op batterijen, twijfelen consumenten aan de levensduur en vervangingskosten ervan. Vooral bij de aankoop van een tweedehands EV heerst er onzekerheid. Een batterijtje dat niet meer naar behoren functioneert, kan duizenden euro’s kosten om te vervangen. Deze twijfel weerhoudt veel kopers ervan om over te stappen.

Een automobilist die overwoog een tweedehands elektrische auto te kopen, merkte op: “Ik vond een mooie auto binnen mijn budget, maar na het lezen over mogelijke accuproblemen heb ik het niet gedaan. Het risico voelde te groot.”

persoonlijke voorkeuren

Los van de praktische en financiële aspecten geven sommige automobilisten simpelweg de voorkeur aan de rijervaring van een traditionele auto. Het geluid en de sensatie van een krachtige verbrandingsmotor worden door liefhebbers vaak als een gemis ervaren in elektrische voertuigen. “Het voelt alsof ik een deel van mijn rijplezier opgeef,” aldus een autoliefhebber die al jaren fan is van sportwagens met een benzinemotor.

Foto: © Pitane Blue – Pitane Mobility laadpalen opzoeken

De verschillen tussen de Randstad en de Achterhoek maken duidelijk dat de overstap naar elektrisch rijden maatwerk vereist. In stedelijke gebieden,

Voor wie toch de stap naar elektrisch rijden overweegt, biedt de tweedehandsmarkt een interessant alternatief. Hier liggen de prijzen vaak lager, maar extra voorzichtigheid is geboden. Deskundigen raden aan om bij tweedehands elektrische auto’s altijd een accudegradatietest uit te laten voeren. Zo krijgt de koper inzicht in de resterende capaciteit van de batterij. Andere tips, zoals het controleren van de onderhoudshistorie en een uitgebreide proefrit, zijn eveneens cruciaal.

toekomst van elektrisch rijden

Elektrisch rijden is in opkomst, maar de mogelijkheden om een elektrische auto te gebruiken verschillen sterk per regio in Nederland. De Randstad, met zijn stedelijke karakter en uitgebreide infrastructuur, biedt volop kansen voor elektrisch rijden. Daarentegen ervaart de meer landelijke Achterhoek duidelijke uitdagingen, vooral door het gebrek aan een uitgebreid laadnetwerk. Deze verschillen tonen hoe de overgang naar duurzaam vervoer voor iedereen anders verloopt.

De Randstad, bestaande uit steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, is een van de drukst bevolkte regio’s van Nederland. Deze stedelijke omgeving is een broedplaats voor innovatie en economische activiteit, wat duidelijk zichtbaar is in de ontwikkeling van elektrische mobiliteit. Het laadnetwerk in de Randstad is een van de meest uitgebreide in Europa. Overal in de steden zijn laadpalen te vinden, waardoor bewoners en bezoekers eenvoudig hun voertuigen kunnen opladen.

In contrast met de Randstad staat de Achterhoek, een regio die bekendstaat om zijn rust, natuur en kleine dorpsgemeenschappen. De lage bevolkingsdichtheid is een van de redenen waarom de laadinfrastructuur hier minder ontwikkeld is. In sommige dorpen zijn slechts een of twee laadpalen beschikbaar, wat voor veel inwoners een struikelblok vormt. Wie in een dorp woont en niet de mogelijkheid heeft om een laadpunt op eigen terrein te plaatsen, moet vaak op zoek naar een publieke laadpaal die misschien al bezet is.

Hoewel de obstakels reëel zijn, groeit het aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen gestaag. Innovaties in batterijtechnologie, de uitbreiding van het laadnetwerk en prijsdalingen maken elektrisch rijden steeds toegankelijker. Experts verwachten dat de drempels in de komende jaren verder zullen verdwijnen, waardoor steeds meer consumenten de overstap zullen maken. Voor nu blijft het echter belangrijk om potentiële kopers beter te informeren en de laadinfrastructuur verder te verbeteren.

IRIS2 versus Starlink: Europa daagt Musk uit met eigen satellietnetwerk

De Europese Unie zet steeds steviger in op onafhankelijkheid van de invloed van miljardair Elon Musk, wiens satellietnetwerk Starlink momenteel domineert in de sector van lage-aardbaan (LEO) internetdiensten.

Brussel heeft op 16 december een belangrijke stap gezet door contracten te tekenen met een consortium van Europese bedrijven om een alternatief te ontwikkelen: het IRIS2-programma. Deze ambitieuze poging moet een solide pijler vormen voor een digitaal, veerkrachtig en veiliger Europa. Het IRIS2-project werd in november 2022 aangekondigd en had als doel om in 2024 operationeel te zijn.

Hoewel dat doel niet gehaald is, blijft de Europese Commissie vastberaden. Het consortium, bestaande uit het Luxemburgse SES, het Franse Eutelsat en het Spaanse Hispasat, is recentelijk gestart met de voorbereidingen. SES-CEO Adel Al-Saleh benadrukte dat het een complex project is, mede door de coördinatie tussen de verschillende EU-lidstaten. Hij roemde de vastberadenheid van de Europese Commissie om het programma van de grond te krijgen.

In vergelijking met Musk’s Starlink, dat al meer dan 6.000 satellieten in de ruimte heeft, loopt IRIS2 achter. Starlink profiteert van gunstige regelgeving, royale financiële steun en grootschalige contracten vanuit de Amerikaanse overheid, factoren die in Europa nog ontbreken. Toch biedt de vertraging ook mogelijkheden. Analisten van ING wijzen erop dat Starlink in sommige markten, zoals Londen, de vraag niet kan bijbenen. Dit schept kansen voor alternatieve modellen zoals de satellietdiensten van SES, die opereren op een middelhoge baan (MEO) en meer capaciteit bieden.

Europese raketten en afhankelijkheid

De IRIS2-satellieten zullen worden gelanceerd met de Europese Ariane 6-raket, die al meerdere keren is vertraagd. Na een eerste vlucht in juli is de volgende pas gepland in februari 2025. Voor een recente lancering op 17 december van twee MEO-satellieten koos SES daarom voor de betrouwbaardere Falcon 9 van SpaceX, ironisch genoeg eigendom van Elon Musk.

De Europese Unie heeft €6 miljard gereserveerd voor het IRIS2-project, een aanzienlijk bedrag, maar nog steeds kleiner dan de steun die SpaceX ontvangt van NASA, het Pentagon en andere Amerikaanse overheidsinstanties. Volgens experts zoals Micah Walter-Range van Caelus Partners is het eenvoudiger zaken te doen in de VS, waar één regelgevend kader geldt. In Europa moeten bedrijven rekening houden met verschillende talen, regelgeving en politieke belangen, wat projecten zoals IRIS2 complex maakt.

Foto: © Pitane Blue
– Europees parlement Brussel

Toch blijft Europa optimistisch. Lokale startups, zoals The Exploration Company, werken aan technologieën die kunnen concurreren met die van SpaceX. Het doel is niet alleen onafhankelijkheid van Musk’s invloed, maar ook herstel van Europa’s leiderschap in de ruimtevaartsector.

Apple en Globalstar

Naast Starlink blijven andere bedrijven innoveren. Apple, in samenwerking met Globalstar, breidt zijn satellietdiensten uit. Vanaf volgend jaar kunnen sommige Apple Watch-gebruikers tekstberichten verzenden via Globalstar-satellieten. Hoewel Globalstar terughoudend is in het noemen van Apple in publieke uitingen, toont de samenwerking aan hoe technologie en connectiviteit steeds verder samensmelten.

De concurrentie in de directe-toestel-satellietconnectiviteit neemt toe. Starlink werkt samen met T-Mobile, terwijl AST SpaceMobile deals heeft met AT&T en Verizon. Globalstar positioneert zich echter uniek door rechtstreeks samen te werken met hardwarefabrikanten zoals Apple, wat volgens CEO Paul Jacobs een aantrekkelijkere strategie is.

ruimtepuin

Ondertussen werkt het Japanse Astroscale aan innovatieve technologieën om ruimtepuin op te ruimen. Het bedrijf kondigde aan dat hun Adras-J-ruimtevaartuig op 11 december tot op 15 meter van een verlaten Japanse raket is genaderd. Dit markeert een stap vooruit in het aanpakken van een groeiend probleem in de ruimtevaartsector.

Hoewel Europa en andere spelers zoals Astroscale vooruitgang boeken, blijft de dominantie van SpaceX en andere Amerikaanse bedrijven een stevige uitdaging. De komende jaren zullen cruciaal zijn voor de Europese ruimtevaartsector om te bewijzen dat het kan concurreren op een wereldtoneel dat wordt gedomineerd door Musk en andere grootmachten.

Schengenzone: Roemenië en Bulgarije mogen eindelijk vrij reizen in Europa

Vanaf 1 januari 2024 mogen inwoners van Roemenië en Bulgarije vrij reizen naar bijna alle Europese landen.

Met de toetreding van deze twee landen wordt de Schengenzone uitgebreid naar 29 landen, wat de grensvrije samenwerking binnen Europa verder versterkt. De beslissing werd mogelijk na jaren van onderhandelingen en het wegnemen van bezwaren van Nederland en Oostenrijk, die lange tijd tegenstand boden uit vrees voor illegale migratie en gebrekkige grenscontrole.

veel obstakels

Het toetredingsproces van Roemenië en Bulgarije tot Schengen sleept al sinds 2011 voort. Nederland en Oostenrijk voerden jarenlang aan dat de landen onvoldoende deden tegen corruptie, georganiseerde misdaad en het versterken van hun grenscontrole. Deze kritiek leidde tot herhaaldelijke blokkades, ondanks steun van andere EU-lidstaten. De afgelopen jaren zijn echter diverse stappen gezet door Roemenië en Bulgarije om aan de voorwaarden te voldoen.

Een belangrijke doorbraak kwam eerder dit jaar, toen inwoners van beide landen al vrij konden reizen via vlieg- en zeehavens binnen Schengen. Met de definitieve toetreding per 1 januari 2024 vervallen nu ook de grenscontroles voor reizen over land, waarmee het vrije verkeer van personen volledig wordt gerealiseerd.

Een van de belangrijkste redenen waarom Nederland en Oostenrijk hun verzet opgaven, is de aanzienlijke daling in het aantal migranten dat via de Oost-Europese grensroutes Europa binnenkomt. De grens tussen Oostenrijk en Hongarije, lange tijd een brandpunt van illegale migratie, liet een daling zien van 70.000 onderschepte migranten in 2022 naar slechts 4.000 in 2023. Deze cijfers overtuigden Oostenrijk uiteindelijk om zijn veto in te trekken.

grensbewaking

Ook in Nederland leidde de dalende migratiecijfers en verbeterde samenwerking op het gebied van grensbewaking tot een koerswijziging. Minister Marjolein Faber, verantwoordelijk voor Asiel en Migratie, gaf namens Nederland groen licht, ondanks tegenstand binnen haar eigen partij, de PVV.

Foto: © Pitane Blue – grens Bulgarije

De uitbreiding met Roemenië en Bulgarije markeert een belangrijke mijlpaal, maar legt ook de kwetsbaarheden van het Schengensysteem bloot. Hoewel het gebied met zijn 420 miljoen inwoners het grootste grensvrije samenwerkingsverband ter wereld is, worden interne grenscontroles steeds vaker tijdelijk heringevoerd. Tijdens de coronapandemie en recent door zorgen over irreguliere migratie namen meerdere lidstaten maatregelen die de principes van Schengen op de proef stelden.

Ook Nederland besloot deze week tijdelijke grenscontroles in te voeren aan de grenzen met Duitsland en België. De marechaussee is extra personeel ingezet om irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden, al betreft het een relatief beperkte inzet: zo’n vijftig extra medewerkers zijn vrijgemaakt voor het bewaken van 840 grensovergangen.

solidariteit als fundament

Ondanks de uitdagingen blijft de uitbreiding van Schengen een krachtig symbool van Europese solidariteit. Voor Roemenië en Bulgarije is de toetreding niet alleen een erkenning van hun hervormingsinspanningen, maar ook een teken van vertrouwen in hun rol binnen de Europese samenwerking. De volledige integratie in Schengen opent voor hun inwoners de deur naar meer economische kansen en makkelijker contact met familie en vrienden elders in Europa.

Europa: Chinese dominantie dwingt Duitse autofabrikanten tot samenwerking

De e-mobiliteit wordt wereldwijd gezien als een cruciale technologie voor de toekomst, en de race om innovatie in batterijtechnologie en laadinfrastructuur wordt steeds intenser.

Vooral in deze twee gebieden is de concurrentie tussen de leidende landen hevig, en ook Duitsland speelt hierin een belangrijke rol. Hoewel Duitse autofabrikanten zoals Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz zwaar investeren in onderzoek en ontwikkeling, wordt de voorsprong van China steeds duidelijker. De laadtechniek heeft zich internationaal ontwikkeld tot het dominante onderzoeksthema binnen de e-mobiliteit. 

Dit blijkt uit het aantal wereldwijde octrooiaanvragen, dat in dit gebied sterk is toegenomen. Tussen 2016 en 2022 steeg het aantal aanvragen voor laadpatenten van 2.000 naar bijna 16.000. Uit de cijfers blijkt bovendien dat elke tweede octrooiaanvraag in de e-mobiliteit inmiddels betrekking heeft op de optimalisatie van batterijen en de uitbreiding van laadstations. In 2014 maakte laadtechniek slechts tien procent van de octrooiaanvragen uit, terwijl dat aandeel in 2022 is gestegen naar 39 procent. Onderzoekers richten zich hierbij op onder andere het beheer van energie- en datastromen tussen auto’s en het energienetwerk, evenals de koeling van batterijen in elektrische voertuigen.

prominente rol

Duitsland speelt een prominente rol in dit veld. In de wereldwijde ranglijst staan met Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz drie Duitse bedrijven in de top tien van grootste octrooiaanvragers. Toch is het Japanse Toyota de absolute koploper. Ook China is sterk vertegenwoordigd in de top tien, met bedrijven als Aulton, BYD en Beijing Electric Vehicle.

Het indienen van octrooien is een essentiële stap voor bedrijven om concurrentievoordelen te behalen. Octrooien worden in principe nationaal verleend, maar kunnen na een jaar wereldwijd worden uitgebreid. De Duitse autofabrikanten hebben hun octrooiaanvragen fors opgevoerd, maar China leidt met grote voorsprong in het totale aantal aanvragen. Dit blijkt uit een uitgebreide analyse van octrooiaanvragen door het advocatenkantoor Grünecker uit München, die exclusief werd gedeeld met het Handelsblatt. Ondanks de sterke positie van de Duitse industrie in Europa, blijft hun invloed op de grootste e-mobiliteitsmarkt ter wereld, China, beperkt.

dicht netwerk

China heeft dankzij een dicht netwerk van autofabrikanten, toeleveranciers, universiteiten en start-ups de leiding genomen in laadtechnologie. Volgens Grünecker bezitten Chinese bedrijven inmiddels meer dan 62.000 patenten op dit gebied, een aantal dat indrukwekkend wordt genoemd door Jens Koch, leider van het onderzoek. Ter vergelijking: in Duitsland zijn er slechts ongeveer 4.000 octrooiaanvragen in deze sector. 

De dominantie van China op de binnenlandse markt wordt mede verklaard door de grootschalige staatssteun. Het land heeft zich ten doel gesteld om via de voorsprong in e-mobiliteit een leidende rol te spelen in de wereldwijde auto-industrie. De focus ligt hierbij vooral op laadstations en de datacommunicatie met elektrische voertuigen. “Hun doel is de slimme, communicerende hoogvermogenspaal”, aldus Koch.

Foto: © Pitane Blue – BMW München

Ook Duitse fabrikanten werken nauw samen met Chinese bedrijven om hun positie op de markt te versterken. BMW heeft bijvoorbeeld een joint venture met het Chinese Great Wall Motors voor de productie van elektrische Mini’s, die voor de wereldwijde markt worden geproduceerd. Audi gaat zelfs nog verder: in november zullen zij elektrische auto’s presenteren die zijn ontwikkeld in samenwerking met hun Chinese partner Saic. Ook moederbedrijf Volkswagen zoekt de samenwerking met de Chinese elektro-aanbieder Xpeng, en samen willen ze tegen 2026 twee modellen voor de middenklasse introduceren.

China zet bovendien sterk in op het wisselen van batterijen in plaats van het opladen, een concept dat in Duitsland nog niet veel voet aan de grond heeft gekregen. Chinese bedrijven, zoals Aulton, hebben van dit batterijwisselconcept een populaire en veelgebruikte methode gemaakt. Hierdoor is Aulton de op één na grootste aanvrager van laadgerelateerde patenten wereldwijd.

dominantie

De dominantie van China in batterij- en laadtechnologie dwingt de Duitse industrie steeds vaker tot samenwerking. Zo zijn de Chinese batterijcelproducenten CATL en Eve de belangrijkste leveranciers van BMW’s nieuwe generatie elektrische voertuigen, die vanaf 2025 op de markt komt. De wereldwijde afhankelijkheid van China op dit gebied leidt tot politieke spanningen. Zo heeft de Europese Unie recent besloten om invoerheffingen tot 35,3 procent op Chinese elektrische auto’s in te voeren, als reactie op de staatssteun van de Chinese overheid aan hun industrie.

Interessant genoeg heeft Duitsland, in tegenstelling tot landen zoals Frankrijk, tegen deze invoerheffingen gestemd. Dit komt doordat veel Duitse autofabrikanten hun elektrische voertuigen in China produceren voor de Europese markt, zoals BMW, dat de elektrische versie van de iX3 in China bouwt voor Europa.

Bart Groothuis: ‘china werpt technologische muren op, wij moeten volgen’

De groeiende complexiteit van moderne auto’s heeft niet alleen voordelen op het gebied van comfort en technologie, maar brengt ook aanzienlijke risico’s met zich mee.

Volgens VVD-parlementariër Bart Groothuis functioneren auto’s tegenwoordig als “rijdende computers” en dit maakt ze kwetsbaar voor cyberaanvallen en spionage. De digitale systemen in voertuigen verzamelen continu gegevens en kunnen, als ze niet goed beveiligd zijn, gemakkelijk worden gehackt of overgenomen door kwaadwillenden. Dit vormt niet alleen een gevaar voor de privacy van de eigenaar, maar ook voor de veiligheid van de bestuurder en andere weggebruikers.

De opkomst van verbonden voertuigen, die afhankelijk zijn van software en internetverbindingen, heeft een nieuw type dreiging geïntroduceerd. Moderne auto’s zijn vaak uitgerust met sensoren, GPS-systemen en ingebouwde communicatietechnologieën, waardoor ze potentieel doelwit zijn voor hackers die deze systemen kunnen misbruiken om toegang te krijgen tot gevoelige gegevens of zelfs de controle over het voertuig over te nemen. Groothuis wijst op deze gevaren en benadrukt dat het van cruciaal belang is dat overheden en fabrikanten de veiligheid van deze technologieën prioriteit geven.

potentiële dreiging

Een van de meest zorgwekkende aspecten die Groothuis aankaart, is de mogelijkheid van spionage door buitenlandse mogendheden, in het bijzonder China. Groothuis wijst erop dat landen zoals China al verregaande maatregelen hebben genomen om westerse technologieën te beperken in gevoelige gebieden, zoals militaire installaties en overheidsgebouwen. “De Chinezen zelf zijn verre van naïef,” zegt Groothuis. Hij verwijst naar het beleid van China om auto’s van bijvoorbeeld Tesla en andere westerse merken te weren van militaire bases en ministeries, uit angst voor spionage. Groothuis stelt voor dat westerse landen een vergelijkbare aanpak zouden moeten hanteren om zichzelf te beschermen tegen potentiële dreigingen.

“Wat de Chinezen in Polen zelf doen, is zeggen van Tesla en allerlei westerse producten dat deze niet welkom zijn op militaire installaties of niet welkom bij Chinese ministeries,” aldus Groothuis. Hij benadrukt dat dit een duidelijk voorbeeld is van hoe een land zichzelf probeert te beschermen tegen buitenlandse inmenging. “Onze producten van Nokia en Ericsson zijn niet welkom in hun telecominfrastructuur. En ik vind dat we dat moeten spiegelen. Dan zijn jullie producten ook niet welkom op onze markt. Zij zijn aan het ontkoppelen van ons. En het enige wat wij doen, is dat spiegelen.”

Foto: © Pitane Blue – Bart Groothuis (VVD)

Volgens Groothuis gaat het echter niet alleen om economische belangen of protectionisme, maar vooral om nationale veiligheid. Hij maakt zich zorgen over de afhankelijkheid van buitenlandse technologieën en de mogelijke gevolgen als deze worden misbruikt voor spionage of andere schadelijke doeleinden. “Je toont hiermee heel snel aan wat economisch protectionisme is en wat echt nationale veiligheid betekent,” waarschuwt hij.

De dreiging van buitenlandse inmenging is volgens Groothuis vooral zorgwekkend omdat moderne auto’s niet alleen afhankelijk zijn van westerse technologie, maar ook van buitenlandse fabrikanten en softwareleveranciers. Hij roept op tot strengere regelgeving en maatregelen om ervoor te zorgen dat gevoelige informatie die via auto’s wordt verzameld, veilig blijft en niet in handen valt van kwaadwillenden of vijandige staten.

gehackt

De oproep van Groothuis komt op een moment waarop steeds meer landen zich bewust worden van de risico’s van digitale spionage en cyberaanvallen. In het verleden zijn er al meerdere gevallen geweest waarin systemen van auto’s op afstand zijn gehackt, wat leidde tot bezorgdheid over de veiligheid van de bestuurders en hun passagiers. Daarnaast worden er wereldwijd steeds meer zorgen geuit over de invloed van China op kritieke infrastructuren, zoals telecommunicatie en transport.

Groothuis’ pleidooi voor een strengere aanpak en een spiegelbeleid met landen zoals China sluit aan bij de bredere discussie over de bescherming van nationale belangen en de toenemende zorgen over de afhankelijkheid van buitenlandse technologieën. De balans tussen economische samenwerking en nationale veiligheid wordt steeds moeilijker te handhaven, zeker in een wereld waarin technologieën zoals die in moderne auto’s steeds meer verweven raken met geopolitieke spanningen.

Chinese subsidies zorgen voor verdeeldheid binnen EU: heffingen dreigen

Volgens een van de bronnen, die net als de anderen anoniem wil blijven, wordt momenteel gewerkt aan een bepaling in de wetgeving die de gesprekken in stand moet houden.

De gesprekken tussen de Europese Unie en China over een oplossing voor de heffingen op elektrische voertuigen gaan door, zelfs als de lidstaten binnenkort beslissen om extra heffingen in te voeren. Dit blijkt uit bronnen die nauw betrokken zijn bij de onderhandelingen. Er is afgesproken dat, ongeacht de uitslag van de stemming, de dialoog tussen beide partijen zal worden voortgezet in de hoop een alternatief voor de heffingen te vinden.

Deze wetgeving, waar de lidstaten naar verwachting begin volgende maand over zullen stemmen, was oorspronkelijk gepland voor een stemming op woensdag. Deze timing is echter iets opgeschoven nadat de EU en China hadden afgesproken de gesprekken te intensiveren. Vorige week vond er een ontmoeting plaats tussen de handelscommissaris van de EU, Valdis Dombrovskis, en de Chinese minister van Handel, Wang Wentao. De twee partijen onderzoeken nu een mechanisme om prijzen en exportvolumes te controleren, zodat anti-subsidieheffingen kunnen worden vermeden.

subsidies

Tot dusver heeft de EU voorstellen van China afgewezen. De Europese Commissie benadrukt dat elke oplossing in lijn moet zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de impact van Chinese subsidies moet aanpakken en door de EU gecontroleerd moet kunnen worden op naleving. Dit blijft een cruciaal punt in de onderhandelingen, omdat de Europese markt overspoeld dreigt te worden met goedkope Chinese elektrische auto’s, wat volgens sommige lidstaten oneerlijke concurrentie zou creëren.

China daarentegen heeft de anti-subsidieonderzoeken bestempeld als een protectionistische maatregel van de EU. Om lidstaten voor zich te winnen, biedt China zowel wortel als stok. Enerzijds belooft Peking extra investeringen in autofabrieken in landen zoals Spanje en Hongarije. Anderzijds dreigt China met tegenmaatregelen, zoals heffingen op Europese producten als zuivel, brandewijn, varkensvlees en zelfs auto’s met grote motoren. Deze mogelijke tegenmaatregelen zouden een aanzienlijke impact kunnen hebben op de Europese export naar China.

geloofwaardigheid

Verschillende lidstaten maken zich zorgen dat het verwerpen van de heffingen de geloofwaardigheid van de EU op handelsgebied zou kunnen schaden, zowel in de relatie met China als met de Verenigde Staten. Dit wordt gezien als een bijzonder gevoelig onderwerp, vooral nu de Amerikaanse verkiezingen naderen en een mogelijke overwinning van Donald Trump extra druk op de handelsrelaties zou kunnen leggen.

Hoewel er vertrouwen is dat de EU genoeg stemmen heeft om de heffingen door te voeren, is er toch enige voorzichtigheid. Dit komt onder meer door de onverwachte uitspraken van de Spaanse premier Pedro Sánchez, die zich uitsprak tegen de heffingen. Bovendien blijft Duitsland, de grootste economie van de EU, aandringen op een deal met China. Dit maakt de uitkomst van de stemming minder voorspelbaar.

Illustratie: © Pitane Blue – EV industrie

De Duitse minister van Economie, Robert Habeck, sprak zich maandag in Berlijn uit tegen het idee van heffingen. “Ik ben geen fan van compenserende heffingen, omdat dit waarschijnlijk zal leiden tot tegenmaatregelen en ons zal betrekken bij een tariefconflict, mogelijk zelfs een handelsoorlog, met China,” zei Habeck. Hij benadrukte dat hij werkt aan een politieke oplossing om een handelsoorlog te vermijden.

Volgens een bron dicht bij de onderhandelingen neigt Berlijn ernaar zich te onthouden van stemming. Een formele beslissing is echter nog niet genomen, omdat de Duitse regering nog niet de definitieve versie van de wetgeving heeft gezien. Andere lidstaten, waaronder Italië en Denemarken, staan wel positief tegenover de invoering van de heffingen. Denemarken is een van de grootste exporteurs van varkensvlees naar China en heeft dus ook een direct economisch belang in deze discussie.

handelsoorlog

De Deense premier, Mette Frederiksen, benadrukte in een interview met Bloomberg dat de EU moet reageren wanneer internationale handelsregels worden geschonden. “Ik wil geen handelsoorlog, maar Europa kan niet stil blijven wanneer anderen de internationale spelregels overtreden,” zei Frederiksen in Kopenhagen op 20 september. “Wie is hier begonnen? In mijn ogen is dat niet Europa, maar China. En natuurlijk moet de Europese Commissie, en daarmee de lidstaten, daarop reageren.”

Als de EU besluit de heffingen door te voeren, zullen deze vanaf november van kracht worden en gedurende vijf jaar blijven gelden, tenzij een gekwalificeerde meerderheid – 15 lidstaten die 65% van de bevolking van de EU vertegenwoordigen – tegen de maatregelen stemt. De nieuwe heffingen zouden oplopen tot 35% en komen bovenop het huidige tarief van 10%.

Nieuwe CT-scanners ten spijt: oude vloeistoffenregels opnieuw van kracht

Vanaf 1 september moeten reizigers op Schiphol, Eindhoven en Rotterdam opnieuw hun flesjes water legen of weggooien voordat ze door de veiligheidscontrole gaan.

Dit besluit volgt op nieuwe richtlijnen van de Europese Commissie, die de regels voor het meenemen van vloeistoffen in handbagage weer gelijk willen trekken in heel Europa. De maatregel beëindigt een kortdurende versoepeling die mogelijk werd gemaakt door de introductie van nieuwe CT-scanners op Schiphol, waarmee vloeistoffen en elektronica in handbagage zonder problemen konden worden gescand.

De nieuwe CT-scanners, geïntroduceerd in 2021, boden reizigers tijdelijk de mogelijkheid om vloeistoffen in grotere verpakkingen mee te nemen zonder dat deze uit de handbagage hoefden te worden gehaald. Deze technologie zorgde niet alleen voor een soepelere doorstroom bij de veiligheidscontrole, maar verminderde ook het aantal halfvolle flesjes water dat in de vuilnisbak belandde. Deze vooruitgang kwam echter tot stilstand door de Europese regels die vloeistoffen in verpakkingen groter dan 100 milliliter verbieden, tenzij ze zijn verpakt in doorzichtige, afsluitbare zakken.

De vloeistoffenregel is niet nieuw. Sinds 2006, na het verijdelen van een terroristisch complot waarbij vloeistoffen als explosieven zouden worden gebruikt, zijn strikte regels ingevoerd. De introductie van kleine flesjes en verpakkingen werd destijds een noodzakelijk kwaad voor reizigers. Hoewel de technologie sindsdien is geëvolueerd en moderne scanners in staat zijn om grotere verpakkingen effectief te analyseren, blijft de regelgeving ongewijzigd om uniformiteit en duidelijkheid te waarborgen.

Foto: © Pitane Blue – Schiphol Plaza

Een woordvoerder van Schiphol licht toe: “Hoewel de CT-scanners bewezen effectief zijn in het controleren van vloeistoffen, moeten we ons houden aan de Europese regels. Dit betekent dat reizigers opnieuw hun vloeistoffen moeten verpakken volgens de oude richtlijnen.” Dit besluit leidt tot teleurstelling bij veel reizigers die hoopten op een permanent soepelere controle. Een frequent flyer reageerde: “Het is frustrerend. Net nu het makkelijker leek, moeten we weer terug naar de oude situatie.”

De maatregel roept vragen op over de balans tussen veiligheid en efficiëntie op luchthavens. Ondanks de verbeterde technologie blijft veiligheid de hoogste prioriteit. De Europese Commissie benadrukt dat uniforme regels essentieel zijn om verwarring te voorkomen en de veiligheid op alle Europese luchthavens te garanderen. “We begrijpen dat het voor reizigers een stap terug lijkt, maar deze maatregelen zijn noodzakelijk om de hoogste veiligheidsnormen te handhaven,” aldus een woordvoerder van de Commissie.

Naast de hervatting van de vloeistoffenregel wordt er gewerkt aan verdere optimalisatie van de veiligheidsprocessen op Europese luchthavens. Innovaties in scan- en detectietechnologieën blijven een focusgebied, met het doel om op termijn een balans te vinden tussen gebruiksgemak en veiligheid. In de tussentijd worden reizigers geadviseerd om zich goed voor te bereiden en de regels omtrent vloeistoffen in handbagage te volgen om vertragingen en ongemakken te minimaliseren.