Categorie archieven: Fiets

Lime grijpt hard in bij gebruikers: politiek eist opheldering na meldingen van overlast

Deelfietsaanbieder Lime blokkeert in Utrecht gebruikers die hun fiets herhaaldelijk verkeerd parkeren.

Het gebruik van elektrische deelfietsen in en rond Utrecht blijft groeien, maar brengt ook de nodige problemen met zich mee. Sinds de introductie van de fietsen heeft aanbieder Lime inmiddels 80 gebruikers geblokkeerd omdat zij zich niet aan de parkeerregels hielden. Dat bevestigt een woordvoerder van het bedrijf na vragen vanuit de Utrechtse gemeentepolitiek.

De deelfietsen van Lime zijn sinds januari in groten getale beschikbaar in de regio. In totaal gaat het om ruim 2000 fietsen die verspreid staan over de stad en omliggende gebieden. Het concept blijkt populair, maar tegelijkertijd leidt het gedrag van sommige gebruikers tot frustratie bij bewoners en politici.

hinderlijk geparkeerd

Zorgen in de gemeenteraad nemen toe nu fietsen regelmatig op willekeurige plekken worden achtergelaten. Verschillende partijen, waaronder CDA, ChristenUnie, Student&Starter, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, GroenLinks-PvdA en VVD, trokken gezamenlijk aan de bel. Zij signaleren dat de fietsen geregeld hinderlijk geparkeerd staan en willen duidelijkheid van het college over de aanpak van deze overlast.

Lime benadrukt dat het bedrijf actief optreedt tegen verkeerd parkeren. De fietsen zijn uitgerust met technologie waarmee nauwkeurig kan worden vastgesteld waar een voertuig wordt achtergelaten. Via de bijbehorende app zien gebruikers exact waar zij hun fiets mogen neerzetten. Deze locaties worden aangeduid met een ‘P’, wat staat voor parkeerzone. Daarnaast zijn er ook gebieden waar het volledig verboden is om een fiets achter te laten. Deze zones worden in de app rood gemarkeerd en betreffen onder meer parken en andere kwetsbare plekken in de openbare ruimte.

Een woordvoerder van Lime licht toe hoe het handhavingsproces werkt: “Als een fietser deze regels niet respecteert, volgt eerst een waarschuwing. Daarna worden er boetes uitgedeeld.” Daarmee probeert het bedrijf gebruikers bewust te maken van de regels en hen te stimuleren correct te handelen. Het blijft echter niet bij waarschuwingen en boetes alleen.

Gebruikers zijn verplicht om na het parkeren een foto te maken van de fiets. Die beelden worden vervolgens gecontroleerd door het team van Lime. Op basis daarvan kan worden vastgesteld of de fiets op de juiste plek staat. “Ons team bekijkt de foto. We kunnen uiteindelijk overgaan tot het compleet blokkeren van gebruikers”, aldus de woordvoerder. Die maatregel is inmiddels dus al bij 80 mensen toegepast.

Foto: © Pitane Blue – Lime

Ondanks de problemen blijft de populariteit van de deelfietsen toenemen. Lime wil geen concrete cijfers delen over het gebruik, maar spreekt wel van een duidelijke groei. “Iedere maand zijn er meer gebruikers”, zegt de woordvoerder. “Het aantal ritten met onze fietsen neemt stevig toe.” Daarmee lijkt de vraag naar flexibel en elektrisch vervoer in de regio Utrecht nog lang niet verzadigd.

praktische uitdagingen

De populariteit kan echter ook tot praktische uitdagingen leiden. Zo zijn er momenten waarop in bepaalde delen van de stad nauwelijks nog fietsen beschikbaar zijn. Dat gebeurde eerder bij het technofestival Soenda, dat plaatsvond in een park ten noorden van de wijk Overvecht. Door de grote vraag waren de fietsen in de omgeving tijdelijk volledig uitverkocht.

Het uitbreiden van het aantal beschikbare fietsen is volgens Lime niet zomaar mogelijk. Het bedrijf is gebonden aan afspraken met de gemeente Utrecht. “We hebben een strikt contract met de gemeente Utrecht”, legt de woordvoerder uit. “We hebben daarom nu niet de mogelijkheid om zomaar fietsen toe te voegen.” Dat betekent dat het bedrijf moet balanceren tussen groeiende vraag en de afgesproken limieten.

De discussie over de deelfietsen lijkt daarmee nog niet ten einde. Terwijl gebruikers het gemak omarmen, groeit tegelijkertijd de druk op aanbieders en gemeente om overlast te beperken en de openbare ruimte leefbaar te houden. Vooralsnog lijkt Lime vast te houden aan een streng handhavingsbeleid, waarbij overtredingen uiteindelijk kunnen leiden tot uitsluiting van de dienst.

Extra politie acties: controleweek legt gevaarlijke snelheden op tweewielers bloot

Politiediensten in België en de rest van Europa zetten vanaf maandag 1 juni een week lang extra in op controles van tweewielers.

Onder de noemer ‘2Wheels’ wil het netwerk van Europese verkeerspolitiediensten Roadpol de aandacht vestigen op de risico’s waarmee gebruikers van fietsen, motoren en e-steps dagelijks geconfronteerd worden. De actie loopt tot en met zondag en kadert in een bredere aanpak om het aantal verkeersongevallen met deze kwetsbare weggebruikers terug te dringen.

sensibilisering

De aanleiding voor de gecoördineerde controleweek is duidelijk. Ondanks eerdere campagnes en sensibilisering blijft het aantal ongevallen waarbij steppers, fietsers en motorrijders betrokken zijn hoog. Vooral bij e-steps en elektrische fietsen stellen de politiediensten een zorgwekkende trend vast. Die voertuigen halen steeds vaker snelheden die ver boven de toegelaten limieten liggen, wat de kans op zware ongevallen aanzienlijk vergroot. Het probleem beperkt zich bovendien niet tot België alleen, waardoor een Europese aanpak volgens Roadpol noodzakelijk is.

Tijdens de controleweek zullen agenten extra toezien op het naleven van de verkeersregels door bestuurders van tweewielers. Daarbij ligt de focus niet alleen op snelheid, maar ook op het dragen van de juiste beschermingsmiddelen. Motorrijders worden gecontroleerd op het gebruik van verplichte beschermende kledij, terwijl bij fietsers en steppers vooral gekeken wordt naar veilig rijgedrag en technische conformiteit van het voertuig.

E-steps krijgen daarbij bijzondere aandacht. Volgens de politie blijken veel van deze toestellen opgevoerd te zijn, waardoor ze veel sneller kunnen rijden dan wettelijk toegestaan. De maximale snelheid voor een e-step ligt op 25 kilometer per uur, maar in de praktijk wordt die grens vaak overschreden. Dat blijkt onder meer uit een recente controle waarbij een step werd betrapt die een snelheid van maar liefst 96 kilometer per uur haalde. Dat soort extreme overtredingen onderstreept volgens de politiediensten hoe groot het probleem inmiddels is geworden.

Foto: © Pitane Blue – fietsverkeer

Hoewel de nadruk tijdens deze week ligt op handhaving, benadrukken de politiediensten dat verkeersveiligheid in de eerste plaats een gedeelde verantwoordelijkheid is. Weggebruikers worden dan ook opgeroepen om hun gedrag aan te passen en zich bewust te zijn van de risico’s die gepaard gaan met snelheid en onvoldoende bescherming.

Naast e-steps komen ook fatbikes nadrukkelijk in beeld tijdens de controles. Deze robuuste elektrische fietsen winnen snel aan populariteit, maar worden eveneens regelmatig aangepast om hogere snelheden te halen. Daardoor vallen ze soms buiten de categorie waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn, wat bijkomende risico’s met zich meebrengt op de weg.

bescherming

Met de actie wil de politie niet alleen overtreders betrappen, maar vooral ook sensibiliseren. Zwakke weggebruikers worden gewezen op hun kwetsbaarheid in het verkeer en op het belang van veilig gedrag. Te hoge snelheid, het ontbreken van een helm of beschermende kledij en technische aanpassingen aan voertuigen verhogen het risico op ernstige letsels aanzienlijk bij een ongeval.

De controleweek maakt deel uit van een bredere strategie om de verkeersveiligheid in Europa te verbeteren. Door gelijktijdig in meerdere landen controles uit te voeren, hoopt Roadpol een krachtig signaal te geven aan alle weggebruikers. Het uiteindelijke doel blijft het terugdringen van het aantal slachtoffers in het verkeer, met bijzondere aandacht voor wie zich op twee wielen verplaatst.

Werkgevers slaan handen ineen: grote fietschallenge van start in Utrecht Oost:

Donderdag 21 mei gaat in Utrecht Oost een opvallende mobiliteitsactie van start die duizenden werknemers moet verleiden om vaker de fiets te pakken.

Onder de noemer Expeditie Oost bundelen meer dan tien grote werkgevers hun krachten in een zes maanden durende challenge die niet alleen draait om bereikbaarheid, maar ook om gezondheid en duurzaamheid. Het initiatief komt uit de koker van het UMC Utrecht en samenwerkingsprogramma Goedopweg. 

Met de actie willen zij inspelen op de groeiende drukte in en rond het Utrecht Science Park en Rijnsweerd. Die gebieden blijven zich ontwikkelen, terwijl de infrastructuur niet in hetzelfde tempo meegroeit. Door medewerkers te stimuleren de auto vaker te laten staan, hopen de initiatiefnemers de regio bereikbaar en leefbaar te houden.

breed draagvlak

Deelnemende organisaties zijn onder meer het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, het Hubrecht Instituut, de Provincie Utrecht, ROM Utrecht Region, Danone en a.s.r. Daarmee krijgt de challenge een breed draagvlak onder zowel publieke als private partijen. Medewerkers van deze organisaties kunnen hun fiets- en wandelkilometers registreren via de Da’s zo gefietst-app. Elke rit levert punten op die ingewisseld kunnen worden voor beloningen. Aan het einde van de rit wacht bovendien een extra stimulans: de organisatie die na zes maanden de meeste ritten heeft verzameld, wint een prijs voor alle deelnemende collega’s. Tussendoor worden er elke twee maanden prijzen verloot om de motivatie hoog te houden.

Volgens Celina Kroon, Manager Duurzaamheid bij het UMC Utrecht, is samenwerking cruciaal om echte verandering te realiseren. “Als initiatiefnemer van Expeditie Oost zien we dat de ambities uit de Pledge 2.0, waaronder +10% fiets, +9% OV en –18% auto, alleen haalbaar zijn wanneer organisaties samen optrekken en beleid weten te vertalen naar concreet gedrag in de dagelijkse praktijk. Daarom heeft het UMC Utrecht dit initiatief samen met Goedopweg opgezet. Inmiddels doen meer dan tien organisaties mee en maken we duurzame mobiliteit steeds toegankelijker en aantrekkelijker voor onze collega’s en studenten. Door vaker te kiezen voor de fiets of een wandeling dragen zij niet alleen bij aan een beter bereikbaar en duurzamer Utrecht Oost, maar ook aan hun eigen gezondheid en welzijn.”

De drempel om mee te doen is bewust laag gehouden. Deelname is kosteloos en het registreren van ritten kan automatisch of handmatig via de app. Daar zit nog een extra voordeel aan: slimme verkeerslichten springen bij aankomst van deelnemers sneller op groen, waardoor de fietstocht niet alleen duurzamer maar ook efficiënter wordt.

De officiële aftrap vindt plaats op Fiets naar je Werk Dag, donderdag 21 mei. Om het startschot extra feestelijk te maken, zijn er speciale fietsroutes uitgezet door het Utrecht Science Park. Deze routes zijn ontworpen door fietsdeskundige Merijn Heijne en voeren deelnemers langs een bijzondere tussenstop bij melkveebedrijf ’t Zuivelhoekje in Zeist. Tussen 11.00 en 13.00 uur kunnen fietsers daar terecht voor een kaasproeverij, een vers broodje van de boer en een speels potje boter-kaas-en-eieren. Wie onderweg stopt, wordt bovendien beloond met extra punten in de challenge.

Photo: © Goedopweg

Johannes van de Water, gebiedsregisseur Utrecht Oost voor Goedopweg, benadrukt het belang van collectieve actie. “Utrecht Oost groeit. Meer mensen, meer organisaties, maar dezelfde wegen. De enige manier om dat op te lossen is door het samen anders te doen. Expeditie Oost laat zien dat werkgevers in een gebied enorme kracht hebben als ze gezamenlijk optrekken. Geen beleidsnotitie, maar gewoon: collega’s die elkaar aansteken om op de fiets te stappen. Dat is precies het soort beweging dat beklijft.”

samenwerkingsverband

Goedopweg speelt al langer een actieve rol in het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio Utrecht en Amersfoort. De organisatie is een samenwerkingsverband van onder meer de Provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort, Regio Amersfoort, MRU West, Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met praktische en vernieuwende oplossingen probeert Goedopweg reizigers en werkgevers te stimuleren om slimmer en duurzamer te reizen.

Met Expeditie Oost krijgt die ambitie een concreet gezicht. De komende maanden zal moeten blijken of de gezamenlijke inspanning van werkgevers en medewerkers daadwerkelijk leidt tot minder autoverkeer en een blijvende gedragsverandering in Utrecht Oost.

Strenge voorwaarden: Fontys legt mobiliteitsmarkt langs meetlat met harde eisen

Fontys wil altijd beschikbare deelauto en schuift risico naar leverancier, de onderwijsinstelling kiest voor één partij en maximale controle.

Fontys Hogescholen zet een grote en opvallende stap richting de toekomst van mobiliteit met een ambitieuze aanbesteding voor een geïntegreerd MaaS-platform. Met de publicatie van de eerste Nota van Inlichtingen wordt duidelijk dat de onderwijsinstelling niet kiest voor een voorzichtige tussenoplossing, maar nadrukkelijk inzet op één partij die zowel de technologie als de volledige uitvoering van mobiliteitsdiensten op zich neemt. Daarmee legt Fontys de lat hoog voor marktpartijen die willen inschrijven.

digitaal platform

Centraal in de plannen staat het bundelen van verschillende vervoersvormen in één digitaal platform. Openbaar vervoer, deelauto’s en op termijn ook deelfietsen en scooters moeten samenkomen in een overzichtelijke omgeving. Medewerkers krijgen daarmee één plek waar zij hun reizen kunnen plannen, boeken, registreren en declareren. Tegelijkertijd wil Fontys meer controle krijgen over kosten, duurzaamheid en beleidsdoelstellingen. Het platform moet dus niet alleen gebruiksvriendelijk zijn, maar ook een krachtig sturingsinstrument vormen voor de organisatie.

Opvallend is de keuze voor een constructie waarbij één opdrachtnemer als hoofdaannemer optreedt. Dat betekent dat deze partij niet alleen verantwoordelijk is voor de software, maar ook voor de prestaties van alle aangesloten vervoerspartners. De regie ligt volledig bij de leverancier, inclusief het waarborgen van kwaliteit en beschikbaarheid. Hiermee verschuift een groot deel van het operationele risico van Fontys naar de marktpartij.

vervoersgarantie

Een van de meest in het oog springende eisen is de zogeheten vervoersgarantie. Leveranciers moeten garanderen dat medewerkers altijd gebruik kunnen maken van deelauto’s, zelfs op momenten van grote vraag. Als de beschikbare voertuigen niet toereikend zijn, wordt verwacht dat de opdrachtnemer direct opschaalt of alternatieven aanbiedt. Deze verplichting vraagt om een robuuste organisatie en een flexibele aanpak, zeker omdat deelmobiliteit vaak afhankelijk is van externe factoren en fluctuaties in vraag en aanbod.

Ook op financieel vlak stelt Fontys duidelijke eisen. Het prijsmodel moet volledig transparant zijn, waarbij alle kosten – inclusief brandstof en laadkosten – in de tarieven zijn verwerkt. Vooruitbetalingen zijn niet toegestaan; de dienstverlening wordt achteraf gefactureerd. Dit vraagt van inschrijvers niet alleen scherpe prijsstelling, maar ook voldoende financiële slagkracht om de dienstverlening voor te financieren.

Illustratie: © Pitane Blue

De beoordeling van de inschrijvingen draait niet uitsluitend om prijs. De gebruiksvriendelijkheid van het platform weegt zwaar mee in de uiteindelijke keuze. Medewerkers van Fontys krijgen een actieve rol in het testen van de systemen, waardoor de praktijkervaring een doorslaggevende factor wordt. Daarmee verschuift de nadruk van theoretische beloftes naar daadwerkelijke prestaties in de dagelijkse praktijk.

duurzaamheid

Daarnaast speelt data een cruciale rol in de aanbesteding. Het platform moet uitgebreide rapportages kunnen leveren over reisgedrag, kostenverdeling en CO₂-uitstoot. Deze gegevens zijn essentieel voor zowel interne besluitvorming als externe verplichtingen, waaronder duurzaamheidsrapportages. De technische uitdaging wordt vergroot door de noodzaak om te integreren met bestaande HR- en financiële systemen, waarin een groot aantal kostenplaatsen en projectcodes actief is.

Hoewel Fontys duidelijke kaders stelt, krijgen leveranciers ruimte om zelf invulling te geven aan de technische en organisatorische aanpak. Die vrijheid gaat echter gepaard met een zware verantwoordelijkheid. De aansprakelijkheid is stevig geregeld en kan oplopen tot aanzienlijke bedragen per incident, wat de risico’s voor de opdrachtnemer verder vergroot.

De aanbesteding heeft een looptijd van maximaal tien jaar en moet uitgroeien tot een strategische pijler binnen de organisatie. De implementatie staat gepland vanaf de zomer van 2026, met als doel een volledige ingebruikname begin 2027. Daarmee kiest Fontys voor een langetermijnvisie waarin mobiliteit niet langer versnipperd is, maar integraal wordt aangestuurd.

geïntegreerd platform

Deze stap laat zien hoe grote organisaties hun mobiliteitsbeleid herdefiniëren. Losse oplossingen maken plaats voor geïntegreerde platforms, waarbij één partij verantwoordelijk is voor het geheel. Voor de markt betekent dit dat alleen aanbieders met een volwassen MaaS-oplossing en voldoende organisatorische en financiële capaciteit kans maken om aan de hoge eisen te voldoen.

Luister naar onze podcast over dit onderwerp.

Lage Weide slaat alarm: Utrechtse bedrijven trekken aan de bel over bereikbaarheid

Machinekamer van de stad dreigt vast te lopen door slechte infrastructuur.

De noodkreet uit het Utrechtse bedrijventerrein Lage Weide klinkt steeds luider. Bijna negenhonderd bedrijven, goed voor zo’n 19.000 werknemers, trekken gezamenlijk aan de bel over de bereikbaarheid van het gebied. Volgens hen is de situatie zo verslechterd dat personeel niet langer wordt aangemoedigd om met de fiets of het openbaar vervoer naar het werk te komen. De infrastructuur zou ernstig tekortschieten en zelfs gevaarlijk zijn, met alle gevolgen van dien.

brandbrief

De bedrijven hebben hun zorgen gebundeld in een brandbrief aan de Utrechtse politiek. Daarin spreken zij van een ‘alarmerende situatie’ op een plek die zij zelf omschrijven als de ‘machinekamer van Utrecht’. Het bedrijventerrein vervult een cruciale rol in de stad, met activiteiten variërend van stadsverwarming en afvalverwerking tot logistiek en bevoorrading van winkels en huishoudens. Grote namen als DHL, HEMA, Picnic en Strukton zijn er gevestigd, evenals tal van andere ondernemingen die dagelijks afhankelijk zijn van een goed functionerende infrastructuur.

Volgens parkmanager Roeland Tameling is de maat vol. “We maken ons ernstig zorgen over de veiligheid op ons bedrijventerrein. Veel fietsroutes zijn onveilig tot levensgevaarlijk. We hebben al te veel ernstige en dodelijke verkeersongelukken gezien. Daarom stimuleren we ons personeel niet langer om met de fiets naar Lage Weide te komen.” Met die woorden onderstreept hij de ernst van de situatie, die volgens de bedrijven al jaren speelt maar nu een kritiek punt heeft bereikt.

Niet alleen fietsers ondervinden problemen. Ook het openbaar vervoer biedt volgens de bedrijven onvoldoende uitkomst. “Het ov is voor veel van onze werknemers geen aantrekkelijk alternatief voor de auto. Looproutes van veel bushaltes naar de bedrijven toe zijn gevaarlijk, bijvoorbeeld door het ontbreken van een middenberm om veilig wegen te kunnen oversteken. Ook zijn voor veel van onze bedrijven bushaltes te ver weg of sluiten niet aan op werktijden,” aldus Tameling in de brandbrief.

© Copyright Gazette – Roeland Tameling – parkmanager van Lage Weide.

De negenhonderd bedrijven op bedrijventerrein Lage Weide stimuleren hun 19.000 werknemers niet meer om met de fiets of het openbaar vervoer naar het werk te komen. Daarom hebben deze bedrijven samen een brandbrief opgesteld.

De gevolgen reiken verder dan alleen de dagelijkse bereikbaarheid. Bedrijven geven aan dat de huidige situatie het steeds moeilijker maakt om personeel aan te trekken en te behouden. Theo Pouw, oprichter van de Theo Pouw Groep, schetst een zorgwekkend beeld: “Met de bus of de fiets is Lage Weide een soort onneembare vesting geworden. Dit terwijl Utrecht de bewoners juist wil ontmoedigen om met de auto naar het werk te komen. En de gemeente Utrecht wil de vele nieuwe bewoners juist een baan dicht bij huis bieden. Op Lage Weide kan dat streven bij lange na niet worden waargemaakt.”

bereikbare werklocaties

Ook vanuit andere bedrijven klinkt dezelfde zorg. Michiel Muller, medeoprichter van online supermarkt Picnic, benadrukt het belang van goede bereikbaarheid voor zijn personeel. “Wij vinden het heel belangrijk dat onze collega’s veilig op de fiets of met ov naar hun werk kunnen komen. Voor werknemers heeft Lage Weide helaas hoge drempels om er te kunnen komen!” Picnic bedient vanuit het distributiecentrum op Lage Weide tienduizenden huishoudens, wat de afhankelijkheid van goed bereikbare werklocaties nog eens onderstreept.

De urgentie neemt bovendien toe door de toekomstplannen voor het gebied. De gemeente Utrecht rekent op zo’n 4.000 extra banen op Lage Weide richting 2040. Tegelijkertijd zet de stad in op autoluwe woonwijken, waardoor alternatieve vervoersmiddelen juist belangrijker worden. Volgens de bedrijven dreigt een kloof te ontstaan tussen beleid en praktijk. Zonder ingrijpende verbeteringen aan fietspaden en openbaar vervoer zouden die extra banen simpelweg niet gerealiseerd kunnen worden.

Daar komt bij dat een nieuwe generatie werknemers andere eisen stelt. In de brandbrief staat: “Er komt ook een nieuwe generatie werknemers aan. Jonge mensen die geen auto (willen) bezitten, maar fietsen en met het ov reizen vanzelfsprekend vinden. Wij willen die jonge mensen graag aan onze bedrijven binden. En ons huidige personeel vasthouden. Dat gaat ons niet lukken met de huidige staat van fietsinfrastructuur en OV-aanbod.”

politiek in actie

John Faas, Business Unit Manager van Stiho, sluit zich daarbij aan en wijst op het belang van personeel voor de continuïteit van bedrijven. “Ons grootste kapitaal als 100-jarig familiebedrijf zijn onze medewerkers. Voor collega’s die fietsen of met de bus komen zien wij nu te veel uitdagingen. Dat vinden wij zorgelijk.”

De bedrijven hopen dat de Utrechtse politiek snel in actie komt. In eerdere plannen, zoals de Omgevingsvisie Lage Weide, werd al gesproken over een investering van circa 200 miljoen euro om het gebied toekomstbestendig te maken. Volgens de ondernemers is het nu tijd om die plannen om te zetten in concrete maatregelen. Om de urgentie te benadrukken nodigen zij het nieuwe college en de gemeenteraad uit om zelf poolshoogte te nemen op het terrein, tijdens een symbolische ‘safari’ over Lage Weide.

Brussel zet stevig in op microprojecten: focus op scholen fietsers en openbaar vervoer

Brussel zet steeds nadrukkelijker in op kleine, gerichte ingrepen om de verkeersveiligheid snel en zichtbaar te verbeteren.

Waar grootschalige herinrichtingsprojecten vaak jaren in beslag nemen, kiest Brussel Mobiliteit er bewust voor om daarnaast ook volop te investeren in zogenaamde microprojecten. Dat zijn praktische aanpassingen die op korte termijn een merkbaar verschil maken voor weggebruikers, van voetgangers tot fietsers en openbaarvervoergebruikers.

microprojecten

Afgelopen jaar werden meer dan dertig van deze microprojecten gerealiseerd in de hoofdstad. Daarbij lag de focus op locaties die bekendstaan als ongevallenhotspots. Zo werden onder meer het Stefaniaplein, de Jules De Troozsquare en verschillende drukke kruispunten aangepakt. Het gaat onder andere om de kruisingen van de Louizalaan met de Vleurgatsesteenweg, van de Bergensesteenweg met de Liverpoolstraat en van de Havenlaan met het Redersplein. Op deze plekken werden de verkeersstromen verduidelijkt door nieuwe wegmarkeringen, werd de signalisatie aangescherpt en kregen verkeerslichten een aangepaste regeling.

Ook voor zwakke weggebruikers zijn de veranderingen duidelijk merkbaar. Oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers werden beter zichtbaar gemaakt en haltes van het openbaar vervoer werden toegankelijker ingericht, met bijzondere aandacht voor personen met beperkte mobiliteit. Het doel is helder: de openbare ruimte moet veiliger en inclusiever worden voor iedereen die zich in de stad verplaatst.

Mobiliteitsminister Elke Van den Brandt benadrukt het belang van deze aanpak. “Met kleine en doelgerichte ingrepen verhogen we elke dag de verkeersveiligheid in Brussel. Bredere stoepen aan de school, betere fietspaden, toegankelijke haltes voor minder mobiele personen, verkeersdrempels en zichtbaardere oversteekplaatsen: onze microprojecten zorgen ervoor dat veilige mobiliteit een recht wordt voor iedereen, niet alleen voor de snelste.”

Foto: © Brussel Mobiliteit

De blik is ondertussen al gericht op de toekomst. Ook in 2026 staan tal van nieuwe microprojecten op de planning, waarmee Brussel het pad van snelle, doelgerichte verbeteringen verder wil bewandelen. Daarmee kiest de stad duidelijk voor een pragmatische aanpak waarbij veiligheid en toegankelijkheid centraal staan, zonder te wachten op grootschalige hertekeningen van het straatbeeld.

Een belangrijk speerpunt binnen deze projecten is de omgeving rond scholen. Kinderen en hun ouders moeten zich veilig kunnen verplaatsen, zeker tijdens de drukke begin- en einduren van de schooldag. Rond het GO! Unesco Atheneum Koekelberg in de Kasteellaan werd daarom de stoep verbreed en de ventweg aangepast om de snelheid van het verkeer te verlagen. Tegelijk werd de schoolomgeving beter zichtbaar gemaakt voor automobilisten. Extra fietsinfrastructuur, fietsnietjes en groenvoorziening zorgen er bovendien voor dat de omgeving niet alleen veiliger, maar ook aangenamer wordt.

schoolomgevingen

Ook andere schoolomgevingen werden aangepakt, onder meer langs de Ninoofsesteenweg, de Roodebeeklaan en op het kruispunt van de Internationalelaan met de Verwelkomingsstraat. Deze ingrepen tonen aan dat de stad inzet op een structurele verbetering van de dagelijkse leefomgeving van jonge Brusselaars.

Fietsers krijgen eveneens extra aandacht binnen de microprojecten. Op de Lambermontlaan ter hoogte van de Teichmannbrug en op de Landsroemlaan werd een busbaan aangelegd die ook toegankelijk is voor fietsers. Daarnaast werden de markeringen van fietspaden verbeterd op de Koningin Maria-Hendrikalaan en de Koning Albert II-laan. Aan de Charles Woestelaan werden de fietsvoorzieningen op het voorplein van de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes-kerk beter beveiligd, wat de veiligheid op een druk punt aanzienlijk verhoogt.

verkeersdrempels

Naast deze gerichte ingrepen werden ook bredere verkeersveiligheidsmaatregelen genomen. Op het kruispunt van de Picardstraat met de Jubelfeestlaan werd de middenberm afgesloten voor autoverkeer, waardoor het oversteken van tramsporen veiliger verloopt. Verkeersdrempels moeten er dan weer voor zorgen dat snelheidsbeperkingen beter worden nageleefd.

Op de Van Volxemlaan werd opnieuw een opstelvak voor fietsers aangebracht aan de verkeerslichten, terwijl paaltjes en Sint-Andrieskruisen moeten voorkomen dat auto’s op de stoep parkeren. Ook het openbaar vervoer werd verder aangepast: op de Tervurenlaan werden tramhaltes vernieuwd volgens de nieuwste toegankelijkheidsnormen. Gelijkaardige verbeteringen vonden plaats in de Marcel Thirylaan en in de tunnel Koningin – Thomas.

Miljoenenplan tegen dramatische fietscijfers: subsidiepot moet fietsongevallen aanpakken

41 miljoen euro moet stijgend aantal slachtoffers keren.

Minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat heeft het officiële startsein gegeven voor het nieuwe subsidieprogramma ‘Fietsveiligheid Voorop’. Met een bedrag van maar liefst 41 miljoen euro wil het kabinet een krachtige impuls geven aan initiatieven die de veiligheid van fietsers in Nederland moeten verbeteren. Het geld is bedoeld voor organisaties met concrete en doordachte plannen om het aantal ongelukken terug te dringen en de risico’s op de fiets te verkleinen.

meedenken

De noodzaak is volgens de minister overduidelijk. “De cijfers liegen er niet om. Het aantal verkeersdoden onder fietsers stijgt al jaren, en bij ernstig verkeersgewonden zijn fietsers met 71% veruit de grootste groep slachtoffers. Er is hier een wereld te winnen. Het Rijk investeert al in veiligere fietspaden, stelt eisen aan voertuigen voordat ze veilig de weg op mogen én voert campagnes over fietshelmgebruik en tegen appen-achter-het-stuur. Daar komt deze subsidie nu bij: met ‘Fietsveiligheid Voorop’ stimuleren we overheden, kennisinstellingen, marktpartijen en maatschappelijke organisaties om mee te denken hoe we het tij kunnen keren.” Met die woorden onderstreepte Tieman dat het probleem structureel is en om een brede aanpak vraagt.

Het subsidieprogramma wordt uitgevoerd door ZonMw, de organisatie die zich richt op gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Algemeen directeur Véronique Timmerhuis benadrukt het belang van samenwerking tussen verschillende disciplines. “Met Fietsveiligheid Voorop brengen we wetenschap, praktijk en beleid samen. ZonMw zorgt ervoor dat de opgedane kennis direct daar terechtkomt waar het verschil wordt gemaakt: op straat, bij professionals en in het leven van fietsers. Zo verbinden en versnellen we effectieve maatregelen om de fietsveiligheid te verbeteren.” Volgens Timmerhuis draait het niet alleen om onderzoek op papier, maar juist om tastbare verbeteringen in het dagelijks verkeer.

valrisico

De eerste twee subsidierondes staan gepland voor het tweede kwartaal van 2026. Eén van de rondes richt zich op het verminderen van risicogedrag en het verkleinen van het valrisico bij fietsers. Daarbij gaat het om initiatieven die al in de samenleving bestaan, maar waarvan de effectiviteit nog niet wetenschappelijk is vastgesteld. Voorbeelden die worden genoemd zijn het gebruik van driewielfietsen, speciale trainingen voor ouderen en lokale gedragscampagnes. Met behulp van subsidie kunnen deze projecten in de praktijk worden getest en grondig worden geëvalueerd.

De tweede subsidieronde focust op het vergroten van kennis over fietsveiligheid en het ontwikkelen van nieuwe, effectieve maatregelen. Daarbij wordt gekeken naar oplossingen om de drukte op fietspaden te verminderen, enkelvoudige fietsongevallen terug te dringen en de inrichting van wegen veiliger te maken. Vooral dat laatste speelt een belangrijke rol nu het steeds drukker wordt op de fietspaden, waar traditionele fietsen, e-bikes en andere gemotoriseerde tweewielers elkaar ontmoeten.

‘Fietsveiligheid Voorop’ maakt deel uit van het Meerjarenplan Fietsveiligheid. Tussen 2026 en 2030 worden meerdere subsidierondes georganiseerd, zodat projecten over een langere periode ondersteund kunnen worden. Naast financiële steun voor concrete maatregelen komt er ook subsidie beschikbaar om kennisdeling tussen beleid, praktijk en onderzoek te verbeteren. Daarbij kan gedacht worden aan het organiseren van congressen en kennissessies waar verschillende partijen elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen.

prioriteit

Met het bedrag van 41 miljoen euro wil het kabinet een duidelijke boodschap afgeven: de veiligheid van fietsers verdient prioriteit. Het programma moet ervoor zorgen dat goede ideeën niet op de plank blijven liggen, maar daadwerkelijk worden uitgevoerd en getest. Door wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen, hopen de betrokken partijen het stijgende aantal slachtoffers een halt toe te roepen en de Nederlandse fietscultuur veiliger te maken voor jong en oud.

Provincie betaalt helft van kosten: grote stap richting snelle fietsverbinding langs N279

Gemeenten en provincie tekenen overeenkomst voor nieuwe snelfietsroute en moet regio Helmond Gemert bereikbaarder maken.

De gemeenten Helmond, Laarbeek en Gemert-Bakel hebben samen met de provincie Noord-Brabant een duidelijke stap gezet richting de komst van een nieuwe snelfietsroute tussen Helmond en Gemert. Met het ondertekenen van een bestuursovereenkomst is de basis gelegd voor de verdere uitwerking en uiteindelijke realisatie van het project. De overeenkomst markeert het begin van een traject waarin overheden gezamenlijk optrekken om fietsen in de regio aantrekkelijker, veiliger en efficiënter te maken.

forenzen

De geplande snelfietsroute loopt vanaf de Wolfsputterbaan in Helmond en volgt grotendeels het tracé langs de N279. Vandaar gaat het traject door tot aan de aansluiting met de N272 richting Gemert. Daarmee ontstaat een directe en comfortabele fietsverbinding tussen meerdere gemeenten in de regio. De route richt zich nadrukkelijk op forenzen die dagelijks tussen woon- en werklocaties reizen, maar ook recreatieve fietsers moeten profiteren van de verbeterde infrastructuur. Door een vlot en overzichtelijk fietsnetwerk te creëren, willen de betrokken partijen een aantrekkelijk alternatief bieden voor de auto, vooral tijdens drukke spitsuren.

Het doel van de snelfietsroute is om reizen per fiets sneller, veiliger en comfortabeler te maken. Door meer ruimte te geven aan de fiets wordt niet alleen de verkeersdruk op de wegen verminderd, maar wordt ook een bijdrage geleverd aan een gezondere en leefbaardere omgeving. Minder autoverkeer betekent minder uitstoot en meer ruimte in steden en dorpen. De snelfietsroute past daarmee binnen bredere ambities op het gebied van duurzaamheid en bereikbaarheid.

Op de foto van links naar rechts: Stijn Smulders (gedeputeerde Mobiliteit), wethouder Martijn de Kort (Mobiliteit, Helmond), wethouder Hanneke Coppens (mobiliteit, Gemert-Bakel), wethouder Ron van de Berkmortel (Mobiliteit, Laarbeek)

Gedeputeerde Stijn Smeulders, verantwoordelijk voor Mobiliteit en Stedelijke Ontwikkeling, benadrukt het belang van deze ontwikkeling. “Met snelfietsroutes maken we de (elektrische) fiets voor steeds meer Brabanders een aantrekkelijk en realistisch alternatief voor de auto.” Volgens Smeulders is investeren in goede fietsverbindingen essentieel voor een provincie die groeit en waar de bereikbaarheid onder druk staat. “Ons (snel)fietsnetwerk groeit hard. Goede fietsverbindingen zijn onmisbaar voor een bereikbaar Brabant. Met snelfietsroutes maken we de (elektrische) fiets voor steeds meer Brabanders een aantrekkelijk en realistisch alternatief voor de auto. We hoeven daarbij niet te wachten op andere infrastructuurprojecten: we kunnen nu al aan de slag met betere fietsverbindingen.”

hele provincie

De provincie Noord-Brabant werkt al langer aan een samenhangend netwerk van snelfietsroutes dat zich uitstrekt over de hele provincie. Deze routes zijn zo ontworpen dat fietsers zo min mogelijk hinder ondervinden van kruisingen, obstakels en omwegen. Het doel is om snel en comfortabel van A naar B te kunnen fietsen, zonder concessies te doen aan veiligheid. Scholieren, forenzen en recreanten moeten hierdoor steeds vaker kiezen voor de fiets in plaats van de auto.

De bestuursovereenkomst bevat afspraken over het ontwerp van de route, de planning, de verdeling van de kosten en de wijze van samenwerking tussen de betrokken overheden. Afgesproken is dat de provincie Noord-Brabant minimaal vijftig procent van de investeringskosten voor haar rekening neemt. Daarmee onderstreept de provincie het belang dat zij hecht aan de ontwikkeling van het snelfietsnetwerk.

De voorbereidingen voor het project starten in 2026. Vanaf 2026 en 2027 wordt de snelfietsroute vervolgens in fases aangelegd. Tijdens dit proces blijven de gemeenten en de provincie nauw samenwerken om het project zorgvuldig uit te voeren en eventuele knelpunten gezamenlijk op te lossen. Met deze eerste stap komt de realisatie van een belangrijke fietsverbinding in de regio een stuk dichterbij.

Afbeeldingen: Provicie Noord-Brabant

Rebirth neemt Cowboy over: oude aandeelhouders verliezen miljoenen

Fransen grijpen macht bij Cowboy na jaren van miserie.

Het Brusselse e-bikebedrijf Cowboy, jarenlang het zorgenkindje van de Belgische start-upwereld, belandt definitief in Franse handen. De reddingsboei komt van Rebirth, een fietsenconcern onder leiding van Grégory Trebaol, dat eerder al noodlijdende merken onder zijn vleugels nam. Voor Cowboy is dit geen moment te vroeg, want het bedrijf balanceerde al maandenlang op de rand van de afgrond.

“Wij gaan 80 procent van Cowboy kopen,” verklaarde topman Trebaol tegenover de Franse krant Le Figaro. Voor dat meerderheidsbelang legt Rebirth zo’n 15 miljoen euro op tafel. Dat bedrag volgt na een eerder verstrekt noodkrediet, waarmee het Franse bedrijf zich al als redder in nood positioneerde. De operatie past bovendien perfect in de strategie van Rebirth, dat zich de afgelopen jaren meermaals ontfermde over wankelende fietsfabrikanten. Onder de overnames bevindt zich ook Angell, ooit een directe concurrent van Cowboy in het segment van de hippe en technisch vernieuwende e-bikes.

crowdfunding

Voor de bestaande aandeelhouders en crowdfunders van Cowboy is het verhaal veel minder rooskleurig. Het bedrijf wist in de afgelopen jaren met flair en beloftes ruim 130 miljoen euro op te halen via acht institutionele en vier crowdfundingrondes. Investeerders die destijds hun vertrouwen en geld in het merk staken, lijken nu echter hun volledige inleg kwijt te zijn.

Cowboy stond bekend als een ambitieuze speler die hoog mikte maar zijn beloftes nooit wist waar te maken. Het plan om tegen 2030 wereldwijd miljoenen fietsen te verkopen, vervloog al snel. Het beste verkoopjaar leverde slechts 19.000 exemplaren op. Sinds de oprichting in 2017 stapelden de verliezen zich op tot net geen 100 miljoen euro. Hoewel het voor jonge bedrijven gebruikelijk is om aanvankelijk rode cijfers te schrijven, wist Cowboy de ommekeer nooit te realiseren.

bedrijfsmodel

Het bedrijfsmodel bleek bovendien te ambitieus. Klanten konden de fietsen uitsluitend via de eigen webwinkel aanschaffen, terwijl onderhoud en herstellingen ook enkel door Cowboy zelf mochten worden uitgevoerd. Al snel bleek deze strategie onhoudbaar en moest het bedrijf toch een beroep doen op fietsenwinkels om de producten aan de man te brengen. De organisatie van bestellingen verliep eveneens stroef: klachten over maandenlange wachttijden en het moeizaam terugkrijgen van geld overspoelden het internet.

Foto: © Pitane Blue – Cowboy

De marktomstandigheden maakten de situatie nog moeilijker. Tijdens de coronapandemie kende de fietsindustrie hoogtijdagen, maar die boost sloeg na de crisis om in een zware terugval. Verschillende vernieuwende merken konden die klap niet opvangen. In Nederland ging bijvoorbeeld ook VanMoof, de bekende stadsgenoot van Cowboy, failliet.

terugroepactie

Alsof de financiële problemen nog niet genoeg waren, kreeg Cowboy in mei 2025 te maken met een kostbare terugroepactie. Een Chinese leverancier had ondeugdelijke frames geleverd die na ongeveer 2.500 kilometer scheurtjes konden vertonen. Klanten moesten hun fietsen aan de kant zetten totdat de frames gratis vervangen konden worden. De operatie bezorgde Cowboy niet alleen een flinke kras op het imago, maar ook een financiële aderlating van 5,6 miljoen euro.

Met de overname door Rebirth komt er een nieuwe fase voor het Belgische merk. De Fransen willen de kosten structureel verlagen door meer gebruik te maken van gestandaardiseerde onderdelen. Dat moet jaarlijks zo’n 2 miljoen euro besparen. Het doel is duidelijk: tegen 2027 moet Cowboy eindelijk winstgevend zijn. Voor het bedrijf dat jarenlang gold als beloftevolle uitdager van de traditionele fietswereld, betekent dit de laatste kans om zich daadwerkelijk te bewijzen.

Gevaar op fietspad: verbod op fatbikes en e-steps helpt niet zonder handhaving

Vijf grote gemeenten willen de mogelijkheid krijgen om e-steps, fatbikes en andere elektrische voertuigen van het fietspad te weren.

De discussie over fietsveiligheid in Amsterdam heeft een nieuwe dimensie gekregen door de scherpe observaties van verkeersexpert Walther Ploos van Amstel. Terwijl stadsbestuurders zich richten op nieuwe regelgeving voor snelle fietsen, wijst hij op een fundamenteler probleem: het structureel negeren van verkeersregels door fietsers van alle types.

Het debat ontstond toen wethouders voorstelden om bepaalde snelle fietsen te weren van de fietspaden. Hun argument was helder: “Het fietspad moet een veilige plek blijven voor alle fietsers, niet alleen voor de grootste, sterkste en snelste.” Een nobel streven, maar volgens Ploos van Amstel mist dit voorstel de kern van het probleem.

observatie

Om zijn punt te onderbouwen, deed de verkeersexpert een eenvoudig maar onthullend experiment: een observatie van een half uur bij zijn lokale fietspad. De resultaten waren onthutsend. Meer dan tachtig procent van de fietsers bleek zich niet aan de basisregels te houden. Het meest voorkomende vergrijp was het gebruik van mobiele telefoons tijdens het fietsen, maar de lijst van overtredingen was veel langer: door rood rijden, geen richting aangeven, voetgangers negeren bij zebrapaden, spookrijden, over de stoep fietsen, en ’s avonds zonder verlichting rijden.

Deze anarchistische situatie wordt nog verergerd door de diversiteit aan voertuigen op het fietspad. Ploos van Amstel observeerde een bonte verzameling van speedpedelecs, opgevoerde e-bikes, racende fatbikes en scooters. Het probleem was niet zozeer de aanwezigheid van deze verschillende vervoermiddelen, maar de mentaliteit van de bestuurders. Zoals hij het treffend verwoordt: “Allemaal dachten ze: de regels zijn voor een ander.”

De dagelijkse realiteit op de Amsterdamse fietspaden is volgens hem vergelijkbaar met een racecircuit. Hij beschrijft zijn eigen fietsroute als “breed, strak en snel” – een combinatie die gedrag uitlokt “waar Max Verstappen nog zenuwachtig van zou worden.” Deze situatie creëert een gevaarlijke dynamiek waarin het recht van de sterkste lijkt te heersen. Het resultaat is wat hij noemt “verkeersgeweld op twee wielen.”

Foto: © Pitane Blue – fatbikes zijn voor iedereen


Zijn conclusie is helder: “Gemeenten mogen gerust die e-step of fatbike verbieden. Maar als we niet tegelijk werken aan gedrag, aan een menselijke maat in de groeiende stedelijke mobiliteit, blijft het oorlog op het fietspad. Met of zonder nieuwe regels.”

De gevolgen van deze ontwikkeling zijn merkbaar. Amsterdammers voelen zich steeds onveiliger op de fiets, en het aantal ongevallen met gewonden neemt toe. Ploos van Amstel is stellig in zijn conclusie: “Veilige fietspaden bestaan niet” – tenminste niet zolang het gedrag van fietsers niet verandert.

handhaving

Een cruciale observatie in zijn analyse betreft de handhaving van bestaande regels. Hij stelt de retorische vraag of er werkelijk meer regels nodig zijn, zoals de wethouders suggereren. Zijn ervaring is dat er nauwelijks wordt gehandhaafd op de huidige regelgeving. “Ik zie nooit handhaving,” merkt hij op. Nieuwe regels invoeren is volgens hem vooral “mooi voor de bühne” zolang gedrag de spreekwoordelijke “olifant in de kamer” blijft.

Als alternatief voor nieuwe regelgeving pleit Ploos van Amstel voor een fundamentelere aanpak: een maatschappelijk gesprek over fietsetiquette. Hij introduceert hiervoor de term “sociale hygiëne op twee wielen” – een concept dat draait om bewustwording van het eigen gedrag en de impact daarvan op anderen. Hij stelt concrete vragen die elke fietser zichzelf zou moeten stellen: “Waar ben ik nu eigenlijk mee bezig? Wat vindt die ander ervan dat ik door rood knal of met 35 km/u langs een kind fiets?”

Deze benadering sluit aan bij een eerder initiatief van Het Parool, die in 2022 een lijst publiceerde met negentien praktische gedragsregels voor fietsers. Deze richtlijnen waren niet ingewikkeld: gebruik je bel wanneer nodig, houd voldoende afstand van andere fietsers, en zorg dat het gezellig blijft op het fietspad. Zoals Ploos van Amstel het samenvat: “Geen hogere wiskunde, gewoon normaal doen. Je bent niet alleen op de wereld.”

verkeersbeleid

De analyse van Ploos van Amstel legt een belangrijk spanningsveld bloot in het stedelijk verkeersbeleid. Terwijl beleidsmakers zich richten op het reguleren van specifieke voertuigen, suggereert de praktijk dat het werkelijke probleem dieper ligt: in de mentaliteit en het gedrag van fietsers. Deze inzichten zijn niet alleen relevant voor Amsterdam, maar voor alle steden die worstelen met de uitdagingen van toenemend fietsverkeer en diverse vervoermiddelen op het fietspad.

Het debat over fietsveiligheid vraagt dus om meer dan alleen nieuwe regels of verboden. Het vereist een fundamentele discussie over hoe we met elkaar omgaan in het verkeer, over wederzijds respect tussen verschillende weggebruikers, en over de vraag hoe we een veiligheidscultuur kunnen creëren die verder gaat dan alleen het naleven van regels. Alleen door deze bredere benadering kunnen we werken aan werkelijk veiligere fietspaden voor iedereen.

Beluister de podcast over dit onderwerp of luister naar Pitane Blue Nieuwsradio.

Harde aanpak: helmplicht voor jongeren en nieuw keurmerk in de maak

Aantal slachtoffers met hersenletsel in vier jaar tijd verzesvoudigd.

Minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangekondigd dat hij een reeks maatregelen gaat invoeren om het aantal gevaarlijke situaties met fatbikes en andere elektrische fietsen terug te dringen. De bewindsman wil onder meer een helmplicht invoeren voor kinderen en jongeren tot 18 jaar die gebruikmaken van een e-bike. Ook wordt gewerkt aan een gedragsaanpak voor bestuurders en aan de invoering van een keurmerk dat meer duidelijkheid moet geven over de veiligheid van elektrische fietsen.

Volgens Tieman zijn de nieuwe maatregelen noodzakelijk, omdat het aantal ernstige ongelukken met fatbikes en e-bikes de afgelopen jaren schrikbarend is toegenomen. Uit cijfers blijkt dat jongeren steeds vaker met zwaar letsel in het ziekenhuis belanden na een val of botsing met een elektrische fiets. “Ik maak me grote zorgen over de fatbike. De laatste cijfers tonen dat er in 2024 zes keer zo veel jongeren op de elektrische fiets op de spoedeisende hulp zijn beland met hersenletsel. We kennen deze verhalen allemaal, en zijn vaak zelf ook een keer geschrokken van een fatbiker die over de stoep scheurde of die illegaal hard over het fietspad reed. Ik vind het belangrijk om hierop in te grijpen, dat ga ik doen met uitvoerbare maatregelen. Daarom zet ik in op een leeftijdsgebonden helmplicht, op een gedragsaanpak én op een keurmerk,” aldus de minister.

niet uitvoerbaar

De Tweede Kamer had eerder gevraagd om specifieke regels voor fatbikes, zoals een helmplicht en een minimumleeftijd voor bestuurders. Daarbij werd voorgesteld om fatbikes te onderscheiden van andere e-bikes door te kijken naar gewicht en trapondersteuning. Onafhankelijk onderzoek heeft echter uitgewezen dat dit praktisch niet uitvoerbaar is. Fabrikanten kunnen hun modellen eenvoudig aanpassen, waardoor ze alsnog onder de categorie reguliere e-bikes zouden vallen. Ook is handhaving volgens de onderzoekers technisch te complex en ontbreekt er overtuigend bewijs dat fatbikes gevaarlijker zijn dan andere elektrische fietsen. Bovendien zouden nieuwe regels ook andere elektrische voertuigen raken, zoals bakfietsen en driewielers.

Daarom kiest Tieman voor een bredere benadering die niet alleen fatbikes treft, maar alle lichte elektrische voertuigen. De helmplicht wordt leeftijdsgebonden ingevoerd en mogelijk later uitgebreid naar bijvoorbeeld e-steps. Het ministerie wil het wetsvoorstel hierover in de loop van 2026 aan de Kamer voorleggen. Daarnaast komt er een gedragsaanpak die moet achterhalen welke factoren leiden tot roekeloos rijgedrag en welke campagnes of maatregelen dit kunnen beperken. De bestaande campagne ‘t kan hard gaan’ krijgt daarbij een grotere rol en gemeenten worden opnieuw aangespoord deze breder uit te zetten.

Foto: © Pitane Blue – fatbike

Verder krijgt de fietsindustrie steun bij de ontwikkeling van een nieuw keurmerk. Dat keurmerk moet consumenten, producenten en handhavers meer zekerheid bieden over de veiligheid en betrouwbaarheid van elektrische fietsen. Het ministerie wil daarbij helpen met de uitwerking en de bekendmaking ervan.

Tieman sluit aanvullende maatregelen niet uit, zoals een minimumleeftijd voor e-bikegebruikers of een officiële typegoedkeuring voor dit soort voertuigen. Een minimumleeftijd vereist echter een wetswijziging die zeker twee jaar in beslag neemt, terwijl een typegoedkeuring praktische problemen oproept, omdat bestaande e-bikes daarmee buiten de regels zouden vallen en de maatregel alleen in Nederland zou gelden.

VeiligheidNL

Uit cijfers van VeiligheidNL blijkt dat het aantal slachtoffers op de spoedeisende hulp tussen 2020 en 2024 is verdubbeld. Vooral jongeren tussen de 12 en 18 jaar lopen steeds vaker ernstig hersenletsel op. In die leeftijdsgroep is het aantal gevallen zelfs verzesvoudigd. Het aantal ongevallen met fatbikes steeg in die periode van nul in 2020 naar 301 in 2024.

Het ministerie benadrukt dat het opvoeren van e-bikes een groot probleem blijft. Fietsen die harder rijden dan wettelijk toegestaan leiden volgens Tieman tot levensgevaarlijke situaties. Het bezit van voorzieningen waarmee controles kunnen worden omzeild, is inmiddels verboden. De handhaving daarop is geïntensiveerd en moet samen met de nieuwe maatregelen bijdragen aan een forse daling van de ongevalscijfers.

Slechts één legale e-step op de weg: monopoliepositie roept vragen op

Jaar na jaar werd het uitgesteld maar sinds 1 juli 2025 geldt er in Nederland een nieuwe wettelijke regeling voor elektrische steps die op de openbare weg rijden.

Alleen e-steps die zijn goedgekeurd door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) mogen sindsdien legaal de straat op. Ze moeten daarbij beschikken over een blauw kenteken, verlichting, knipperlichten, reflectoren, een spiegel en een WA-verzekering. De bestuurder moet minstens zestien jaar oud zijn, maar heeft geen rijbewijs of helm nodig. Het gevolg van deze wetgeving is opmerkelijk: tot dusver is er maar één model dat aan deze eisen voldoet en dus legaal is. De Selana Alpha.

goedgekeurd

De Selana Alpha, verkocht door Go Tulip B.V., is door de RDW als eerste goedgekeurd en is daarmee voorlopig de enige elektrische step waarmee legaal gereden mag worden op de openbare weg. Deze status is uniek, want waar in andere Europese landen tientallen modellen circuleren, is Nederland teruggebracht tot één enkele optie. Het heeft geleid tot duidelijke regels voor zowel consument als handhaving, maar roept ook vragen op over de wenselijkheid van een eenmerkmarkt.

Het voordeel van deze situatie is helder. De nieuwe regelgeving rond e-steps werd lange tijd verwacht, maar nu deze er is, zorgt het goedkeuringsproces via de RDW voor transparantie. Gebruikers weten precies welk voertuig wel en niet toegestaan is. Dat voorkomt verwarring en beperkt het aantal onveilige of ondeugdelijke voertuigen in het verkeer. Ook de politie kan handhaven zonder ruimte voor interpretatie. Eén model betekent ook dat alle betrokkenen kunnen wennen aan de nieuwe norm, zonder dat er direct sprake is van een wildgroei aan varianten

innovatie.

Maar dat voordeel kent ook een keerzijde. Omdat alleen de Selana Alpha de keuring heeft doorstaan, zijn consumenten momenteel afhankelijk van één leverancier. De prijs van het model ligt met €1.800 tot €1.900 relatief hoog. Inclusief WA-verzekering komt het totaalbedrag voor aanschaf en ingebruikname op ongeveer €2.000. Dat is aanzienlijk duurder dan de meeste e-bikes en vele malen duurder dan buitenlandse e-stepmodellen, die vaak voor enkele honderden euro’s worden aangeboden. De monopoliepositie van Selana beperkt concurrentie, drukt innovatie en houdt de prijzen hoog.

Foto: © Selana

Eén van de oprichters laat aan BNR Mobility weten dat er inmiddels 27.000 pre-orders binnen zijn voor de e-step.

Een ander risico ligt in de leveringsketen. Als Selana te maken krijgt met leveringsproblemen, vertraging in productie of logistieke obstakels, dan staat de hele markt stil. Er is immers geen alternatief dat legaal gebruikt mag worden. En hoewel inmiddels vijf andere fabrikanten een aanvraag hebben ingediend bij de RDW, is het nog onduidelijk wanneer hun modellen op de markt komen. Tot die tijd is de keuze voor de consument dus beperkt tot die ene goedgekeurde step.

prijsdaling

Op de lange termijn is een breder aanbod essentieel. Concurrentie zorgt voor prijsdaling, innovatie en maatwerk voor de consument. Verschillende modellen bieden keuze in actieradius, gewicht, snelheid en technische snufjes. Ze dwingen elkaar ook tot verbetering. Een markt met slechts één toegestane speler werkt vertragend en maakt de weg vrij voor frustratie bij gebruikers die zich willen verplaatsen met een moderne, duurzame en toegankelijke mobiliteitsoplossing.

Voor nu lijkt het monopolie van Selana nog een tijdelijke fase te zijn. De verwachting is dat meerdere merken de komende maanden zullen worden goedgekeurd. Zodra dat gebeurt, kan de markt zich normaliseren en krijgt de consument eindelijk de vrijheid om te kiezen. Tot die tijd blijft de vraag hangen: is veiligheid gebaat bij overzicht of heeft regelgeving geleid tot een rem op vooruitgang?

https://youtu.be/xy675CZ3XF8?si=OelosGfxz1hvMxbL

Toename ongelukken: fietsers racen door steden zonder oog voor omgeving

Nederland, ooit het toonbeeld van rustig en sociaal fietsen, verandert razendsnel in een land waar snelheid en egoïsme het verkeer domineren.

De hedendaagse fietser lijkt steeds minder aandacht te hebben voor zijn omgeving en des te meer voor zijn eigen tijdswinst. Wat ooit een vervoersmiddel was dat ruimte en rust bood in de stad, is in korte tijd verworden tot een gevaarlijk projectiel in het verkeer. Opvallend is de rol die technologie speelt in deze ontwikkeling. Koptelefoons, oordopjes en zelfs grote noise cancelling-headsets zijn eerder regel dan uitzondering geworden in het straatbeeld. 

gevaarlijk

Daarmee onttrekt de fietser zich niet alleen auditief aan het verkeer, maar ook sociaal. De blik strak vooruit, de muziek op maximaal volume, geen oogcontact meer met anderen op de weg. Niet zelden leidt dat tot gevaarlijke situaties waarbij voorrang wordt genegeerd, signalen van medeverkeersdeelnemers worden gemist en reflexen uitblijven. Wie een fietser probeert te waarschuwen met een belletje, krijgt zelden reactie. De muziek wint het van het gezonde verstand.

Daarbij komt de toenemende drang naar snelheid. De opmars van de elektrische fiets en varianten als fatbikes heeft geleid tot een nieuwe generatie fietsers die zich haast alsof ze op een scooter rijden. Het klassieke beeld van een rustig peddelende Nederlander maakt plaats voor jonge en oudere weggebruikers die met 25 kilometer per uur of meer door smalle straten en over drukke kruispunten jagen. Een rit naar school of werk is geen dagelijkse gewoonte meer, maar een wedstrijd tegen de klok.

letsel

De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Het aantal fietsongelukken blijft stijgen, het letsel wordt ernstiger, en de kwetsbaarheid van oudere verkeersdeelnemers neemt zienderogen toe. Toch blijft de roep om meer persoonlijke verantwoordelijkheid opvallend stil. Er wordt gekeken naar gemeenten, naar infrastructuur, naar verkeersborden en boetes. Maar zelden wordt de fietser zelf aangesproken op zijn gedrag.

Foto: © Pitane Blue – fietsverkeer
[radio_player id=12]

Zolang snelheid, persoonlijk comfort en individualistisch gedrag de dominante factoren blijven in het fietsverkeer, zullen aanvullende maatregelen slechts symptoombestrijding zijn

De sociale etiquette heeft een dramatische verschuiving ondergaan. Waar fietsers vroeger een bescheiden verontschuldiging aanboden bij een te krappe passage, hoor je nu eerder een geïrriteerde zucht of zelfs een scheldwoord als iemand hun weg kruist.

Het gedrag van veel fietsers weerspiegelt een bredere maatschappelijke trend: haast is belangrijker dan harmonie, en individualisme wint het van rekening houden met een ander. De openbare ruimte lijkt vooral een plek waar iedereen zijn eigen gang gaat, zolang het maar snel gaat. Verkeersregels worden als optioneel beschouwd zolang de route maar korter of sneller wordt. De smartphone wordt tijdens het fietsen nog steeds massaal gebruikt, terwijl de handen van het stuur verdwijnen en de blik op het scherm blijft hangen.

sentiment

De stille verontschuldiging die een fietser vroeger gaf wanneer hij per ongeluk te dicht langs een voetganger reed, is vervangen door een zucht of scheldwoord als iemand zijn pad durft te kruisen. Een zelden uitgesproken maar veel gevoeld sentiment is dat wie zich niet snel beweegt, beter aan de kant kan gaan staan. De fietser van nu eist de ruimte op en duldt weinig correctie.

Het is de hoogste tijd dat het gesprek over fietsveiligheid niet langer wordt afgedaan met plannen over infrastructuur of nieuwe boetes. De kern van het probleem ligt bij de fietser zelf. Het besef dat je als weggebruiker ook verantwoordelijkheid draagt voor anderen, lijkt te zijn verdwenen. Fietsen is niet alleen een recht, het is ook een sociale handeling. En wie zich afsluit van zijn omgeving, met muziek op de oren en haast in het hoofd, draagt bij aan een cultuur waarin ongelukken niet de uitzondering maar de verwachting zijn.

lapmiddelen

Zolang snelheid, comfort en individualisme de boventoon voeren in het fietsverkeer, zullen maatregelen slechts lapmiddelen zijn. Wat ontbreekt, is de bereidheid tot zelfreflectie en gedragsverandering. Wie werkelijk veilig wil fietsen, zal eerst moeten leren kijken, luisteren en rekening houden met een ander.

Fatbike debat: verkeerd beeld zet gebruikers ten onrechte weg als probleem

Het beeld van jongeren op opgevoerde fatbikes die zonder helm, met oortjes in en op hoge snelheid door drukke winkelstraten slingeren, is inmiddels wijdverbreid.

De elektrische fietsen met brede banden zijn razend populair geworden, vooral onder jongeren, en worden steeds vaker in verband gebracht met gevaarlijk rijgedrag en overlast. Maar dat beeld is niet compleet. Terwijl in media en politiek de nadruk ligt op incidenten en excessen, raakt een groeiende groep gebruikers – waaronder ouderen – tussen wal en schip.

Fatbikes zijn technisch gezien elektrische fietsen, en zolang ze niet harder gaan dan 25 kilometer per uur en geen gashendel hebben, vallen ze gewoon onder de regels voor gewone fietsen. Toch wordt dat onderscheid in de praktijk vaak genegeerd. Vooral opgevoerde modellen zorgen voor overlast, maar de roep om een verbod of beperking treft ook de groep gebruikers die zich keurig aan de regels houdt.

dikke banden

Op plekken zoals de Oude Bosschebaan in Eindhoven is dat dagelijks zichtbaar. Daar fietsen ouderen op fatbikes naar de markt of naar familie. Ze doen dat juist omdat de dikke banden zorgen voor extra stabiliteit, en de elektrische ondersteuning hen helpt bij langere ritten of tegenwind. “Ik ben 72 en fiets nu vaker en verder dan vroeger,” zegt een vrouw die al maanden een standaard fatbike gebruikt. “Maar als mensen me zien, denken ze meteen dat ik iets illegaals doe.”

Het probleem is dat het beeld van de fatbike steeds vaker samenvalt met dat van een scooter zonder regels. In winkelcentra en voetgangersgebieden leidt dat tot spanningen. Het valt op dat veel mensen de fiets niet herkennen als legaal vervoermiddel. Het ontbreken van een helm, verzekeringsplaatje of duidelijk geluid maakt het moeilijk te plaatsen. En als jongeren met hoge snelheid door winkelstraten rijden, versterkt dat het gevoel van onveiligheid – zelfs als het incidentloos verloopt.

Foto: © Pitane Blue – fatbikes zijn voor iedereen

[radio_player id=9]

Een oudere dame vat het samen bij een fietsenstalling: “Ik voel me soms bekeken alsof ik iets verkeerd doe, terwijl ik gewoon rustig rijd, op een legale fiets. Het zou jammer zijn als dat niet meer mag, alleen omdat anderen zich niet aan de regels houden.”

“Er is een verschil tussen wat mensen zien en wat de regels zeggen. De perceptie is dat fatbikes gevaarlijk zijn. In werkelijkheid zijn veel modellen technisch identiek aan gewone e-bikes. Het zijn de opgevoerde fietsen die de discussie vervuilen.”

Volgens cijfers van de RDW is een aanzienlijk deel van de fatbikes die in beslag worden genomen, illegaal aangepast. Het gaat dan om snelheid, vermogen of een gashendel. Maar voor elke opgevoerde fiets zijn er ook tientallen die gewoon aan de wettelijke normen voldoen. De groep die daarvan gebruikmaakt, is divers: scholieren, forenzen, en dus ook steeds meer ouderen. Zij worden nu, net als de probleemgevallen, geconfronteerd met strengere regels of zelfs een verbod.

dilemma

Het spanningsveld tussen beeld en werkelijkheid zorgt voor een lastig dilemma. Handhaving is moeilijk, omdat niet aan de buitenkant te zien is of een fiets is opgevoerd. Voor veel gemeenten is dat aanleiding om te pleiten voor een breed verbod in bepaalde gebieden, ongeacht de technische specificaties. Tegelijkertijd is er weinig oog voor de gebruikers die juist dankzij fatbikes mobiel blijven.

De roep om regulering klinkt steeds luider dat de categorieën e-bikes, speed pedelecs en fatbikes scherper moeten onderscheiden. Tot die tijd blijft het lokale overheden vrij om eigen maatregelen te nemen. Maar de angst bestaat dat het verkeerde beeld van de fatbike leidend blijft in het beleid.

regels

Het debat over fatbikes is daarmee niet alleen een kwestie van techniek of regelgeving, maar ook van beeldvorming. Zolang het verschil tussen de rustige gebruiker en de hardrijdende overtreder niet helder wordt erkend, dreigt een hele groep onterecht te worden buitengesloten van een vorm van vervoer die voor hen juist uitkomst biedt.

Verzekeraars keren niets uit: ouders schrikken van financiële risico’s opgevoerde fatbikes

Steeds meer jongeren rijden rond op opgevoerde e-bikes en fatbikes, maar beseffen nauwelijks welke risico’s ze daarmee lopen.

Ook ouders blijken vaak niet op de hoogte van de mogelijke financiële en juridische gevolgen wanneer hun kind betrokken raakt bij een ongeluk op een opgevoerde elektrische fiets. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van Ipsos I&O, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De bevindingen zijn aanleiding voor de lancering van de campagne ‘t kan hard gaan’, waarin met behulp van een E-bike Reality Checklist voorlichting wordt gegeven aan jongeren en ouders.

Een van de meest schokkende uitkomsten uit het onderzoek is dat vier op de tien jongeren tussen de 12 en 24 jaar niet weten dat ze niet verzekerd zijn wanneer ze een ongeval krijgen met een opgevoerde e-bike. Die onwetendheid kan ernstige gevolgen hebben. Ouders zijn vaak evenmin goed geïnformeerd: slechts 9 procent van hen beseft dat hun kind aansprakelijk gesteld kan worden voor de volledige schade, ook wanneer die het ongeval niet heeft veroorzaakt.

niet mals

De gevolgen zijn niet mals. Wie op een opgevoerde e-bike rijdt die harder kan dan 25 kilometer per uur, begeeft zich volgens de wet op een grijs gebied. De helft van de opgevoerde fietsen uit het onderzoek rijdt zelfs sneller dan 35 kilometer per uur. Voor zulke voertuigen geldt een helmplicht, een rijbewijsplicht en een minimumleeftijd. Overtreding kan leiden tot een boete van 320 euro. Bij herhaling kan de fiets zelfs in beslag worden genomen. Jongeren van 12 jaar en ouder riskeren daarnaast een strafblad.

Acht op de tien ouders weten dat hun kind niet verzekerd is als het op zo’n opgevoerde fiets rijdt, maar slechts 9 procent denkt dat hun kind aansprakelijk gesteld kan worden voor alle schade, ook als het niet zelf het ongeluk heeft veroorzaakt.

De juridische valkuilen zijn aanzienlijk. Als een kind op een opgevoerde e-bike rijdt en betrokken raakt bij een ongeluk, kan niet alleen het kind aansprakelijk zijn voor de schade, maar ook de ouders. Zeker als zij wisten of hadden kunnen weten dat hun kind op een opgevoerd voertuig reed en daar niets aan deden. In sommige gevallen gaat het om schadevergoedingen die kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s. Toch acht meer dan de helft van de jongeren de kans klein dat ze bij een ongeluk daadwerkelijk aansprakelijk worden gesteld of een strafblad krijgen.

Foto: © Pitane Blue – controle

Behalve het betalen van de schade riskeren jongeren een boete van 320 euro voor rijden met een verboden voertuig en kunnen jongeren boven de 12 jaar zelfs een strafblad krijgen. Als ze voor de tweede keer worden aangehouden kan hun fiets in beslag worden genomen.

Ervaringen van jongeren onderstrepen de ernst van de situatie. Zo vertelt Eva, die op haar opgevoerde fatbike werd aangereden op een kruispunt: „De verzekeraar heeft enkel de ziekenhuiskosten vergoed, maar niet mijn gederfde winst. Dit kwam omdat mijn fatbike met slechts 5 km per uur te veel was opgevoerd.” Ze liep een hersenschudding en een gebroken arm op, en kon een maand niet werken als zzp’er.

Ook Mirjam ondervond de harde realiteit van het opvoeren. Haar fatbike, die 38 kilometer per uur kon rijden, werd op een kruising aangereden door een automobilist. „Tot mijn verbazing bleek mijn verzekering niets te vergoeden, omdat mijn fatbike door de opgevoerde snelheid niet meer als reguliere e-bike werd beschouwd,” aldus Mirjam. Ze moest zelf opdraaien voor de kosten van de schade aan haar fiets, fysiotherapie en haar kapotte telefoon. „In totaal zo’n 1.000 euro. Voor mij was dit een confronterende ervaring.”

terugdraaien

Hoewel het opvoeren van e-bikes op korte termijn aantrekkelijk lijkt voor jongeren, blijkt uit de cijfers dat driekwart uiteindelijk afziet van het opvoeren na het horen van de risico’s. Van de jongeren met een opgevoerde fiets zegt 58 procent dat ze de snelheid willen terugdraaien.

Met de campagne wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat jongeren en ouders bewust maken van de gevaren. De E-bike Reality Checklist biedt concrete handvatten, van het herkennen van een opgevoerde fiets tot de wettelijke regels en de mogelijke sancties. De campagne is zichtbaar op radio, sociale media en via posters in het straatbeeld en hoopt zo ongevallen en financiële drama’s te voorkomen.

Antwerpen maakt centrum autoluw: alternatieven ruim voorhanden

Antwerpen is een dynamische en bruisende stad die jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt met haar indrukwekkende geschiedenis, culturele schatten en levendige stadsleven.

Maar al die aantrekkingskracht betekent ook uitdagingen op het gebied van mobiliteit. Antwerpen heeft de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken. Hoe kun je je het beste door Antwerpen verplaatsen, en welke opties biedt de stad aan inwoners en bezoekers?

De binnenstad van Antwerpen heeft recent aanzienlijke veranderingen doorgemaakt. Sinds augustus 2023 is parkeren in het historische centrum uitsluitend voor bewoners met een vergunning. Deze maatregel moedigt bezoekers aan om alternatieven te zoeken buiten het centrum, zoals de vele publieke parkeergarages en de goed uitgeruste P+R-terreinen aan de rand van de stad. Hierdoor wordt niet alleen de verkeersdrukte verminderd, maar krijgt de stad ook meer ruimte voor voetgangers, fietsers en leefbaarheid.

kleurcodes

Parkeren in Antwerpen is duidelijk georganiseerd volgens verschillende kleurcodes. In de rode zone, dicht bij het stadscentrum, gelden hoge tarieven en korte parkeertijden om snelle rotatie te verzekeren. Oranje zones zijn bedoeld voor kortparkeren (30 minuten), ideaal voor snelle boodschappen. Groene zones bieden langere parkeertijden (tot 10 uur) tegen meer betaalbare tarieven, terwijl gele zones nog voordeliger zijn en vooral gericht op lang parkeren gedurende de dag. Parkeren op straat blijft gratis op zondagen en officiële feestdagen, hoewel in sommige gebieden nog steeds een parkeerschijf verplicht is.

LEZ

Bovendien hanteert Antwerpen sinds enkele jaren een strikte Lage-Emissiezone (LEZ). Deze milieuzone heeft tot doel vervuilende voertuigen uit het centrum te weren, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Momenteel worden oudere diesel- en benzinevoertuigen al geweerd, maar vanaf 2026 zullen alleen nog dieselwagens met Euronorm 6 of hoger en benzinevoertuigen vanaf Euronorm 3 toegestaan zijn. Automatische kentekencamera’s controleren voortdurend, en overtredingen resulteren in forse boetes.

Foto: © Pitane Blue – Antwerpen

[radio_player id=6]

Beluister onze podcast over Antwerpen dat de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen heeft gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken.

Naast beperkingen stimuleert Antwerpen actief alternatieve vervoersmiddelen. Het openbaar vervoer, verzorgd door De Lijn, is uitgebreid en efficiënt. Antwerpen beschikt over een uitgebreid netwerk van trams en bussen, inclusief de snelle premetro (ondergrondse tram), die frequente en betrouwbare verbindingen bieden met alle stadsdelen en attracties. Daarnaast is het hoofdstation Antwerpen-Centraal een belangrijk internationaal treinknooppunt, waardoor Antwerpen goed bereikbaar is vanuit andere steden en landen.

Voor wie graag actief en duurzaam reist, is de fiets een uitstekend alternatief. Antwerpen heeft een uitstekend ontwikkeld netwerk van veilige fietspaden en biedt het stadsbrede systeem van deelfietsen, ‘Velo Antwerpen’. Met meer dan 300 stations in en rond de stad biedt Velo een zeer praktische optie voor korte verplaatsingen tegen een geringe kostprijs. Daarnaast zijn er talrijke fietsverhuurbedrijven die stadsfietsen, elektrische fietsen, en zelfs tandems aanbieden voor wie een langere periode wil fietsen.

autoluwer

Ook voor wandelaars is Antwerpen aantrekkelijk gemaakt. Het centrum wordt steeds autoluwer en voetgangersvriendelijker. Populaire straten zoals de Meir, de Kammenstraat en het gebied rond de Grote Markt zijn vrijwel geheel autovrij gemaakt, wat een veilige en ontspannen wandelervaring oplevert. Verder zijn recent heraangelegde wandelzones, zoals de Scheldekaaien, perfect om te genieten van panoramische uitzichten op de stad en de rivier.

Tot slot biedt Antwerpen ook innovatieve opties zoals de Waterbus, een snelle en ontspannende bootverbinding die verschillende delen van de stad en de haven met elkaar verbindt. Dit biedt een unieke kans om de stad vanuit een ander perspectief te bekijken.

parkeernamagement

Door deze combinatie van parkeermanagement, strengere milieunormen, uitgebreide voorzieningen voor openbaar vervoer, fietsen en wandelen, toont Antwerpen een duidelijke visie op de toekomst. De stad werkt aan een schonere, veiligere en aangenamere leefomgeving, waarbij alternatieven voor de auto sterk gestimuleerd worden. Hoewel dat soms wat gewenning vraagt, zeker voor bezoekers die gewend zijn met de auto te reizen, resulteert het uiteindelijk in een aangenamer stadsbeeld en betere levenskwaliteit voor iedereen.

Recordaantal mensen pakt fiets: fietsforens massaal terug in het straatbeeld

Vandaag maakt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend dat het ambitieuze doel om 100.000 extra forenzen op de fiets naar het werk te krijgen, ruimschoots is overtroffen.

De cijfers spreken voor zich: sinds het tweede kwartaal van 2022 zijn er maar liefst 380.000 nieuwe fietsforenzen bijgekomen. Daarmee komt het totaal op bijna 2,8 miljoen Nederlanders die op de fiets naar hun werk gaan. Een forse stijging ten opzichte van de periode voor corona, toen het aantal rond de 2,4 miljoen lag.

De cijfers zijn afkomstig uit de jaarlijkse monitor van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer, die wordt uitgevoerd door Dat.mobility in opdracht van het ministerie. Voor deze monitor wordt gebruik gemaakt van data uit het Nederlands Verplaatsingspanel, waarbij kwartaalcijfers over meerdere jaren worden vergeleken.

gedragsverandering

De groei is opvallend en valt samen met de toename van het aantal banen. Sinds 2022 is de werkzame beroepsbevolking met 4 procent gegroeid. Toch verklaart dat niet volledig de forse stijging van het aantal fietsende forenzen. Volgens de monitor zijn er duidelijke tekenen van gedragsverandering: meer mensen kiezen bewust voor de fiets, met name in stedelijke gebieden en op middellange afstanden tussen de 15 en 25 kilometer.

Ook de combinatie van fiets en openbaar vervoer wint aan populariteit. Sinds 2022 is het spitsgebruik van trein en bus merkbaar toegenomen, waarbij forenzen vaker de fiets gebruiken om van en naar het station te reizen. Deze multimodale manier van reizen lijkt bij te dragen aan het succes van de fiets als vervoersmiddel voor woon-werkverkeer.

Foto: © Pitane Blue – Chris Jansen Staatssecretaris van Openbaar Vervoer en Milieu

Staatssecretaris Jansen van Infrastructuur en Waterstaat laat weten trots te zijn op de ontwikkeling: “Steeds meer mensen kiezen ervoor om naar het werk te fietsen. Dat is een mooie ontwikkeling die laat zien hoe stevig de fiets verankerd is in het dagelijks leven van veel Nederlanders. En de fiets pakken geeft niet alleen een gevoel van vrijheid, het ontlast ook het wegennetwerk en zorgt daarmee voor een beter bereikbaar Nederland.”

fietsforensen

Toch is er ook een opvallende kanttekening. Hoewel het aantal fietsforensen in absolute aantallen stijgt, blijft het aandeel van de fiets in de totale verdeling van vervoersmiddelen stabiel. Een eenduidige verklaring is er niet, maar het weer lijkt een rol te spelen. Zo viel er in de laatste maanden van 2023 veel regen, wat mogelijk invloed heeft gehad op de bereidheid van mensen om de fiets te pakken. Nieuwe fietsers blijken gevoeliger voor weersomstandigheden dan de doorgewinterde fietsende forens. Ook de veranderende aard van werkafspraken speelt mogelijk mee, waarbij de fiets niet altijd een praktische optie is.

Het ministerie blijft ondertussen inzetten op stimulering van het fietsgebruik. Met campagnes als ‘Da’s zo gefietst!’ en regelingen voor leasefietsen worden mensen aangespoord om vaker de fiets te pakken. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in fietsinfrastructuur, vaak in samenwerking met provincies, gemeenten en werkgevers. Het beleid lijkt zijn vruchten af te werpen, maar het ministerie blijft alert om deze positieve trend vast te houden.

Circulatieplan werkt: trams en trappen winnen van taxi’s in historisch Gent

Het lijkt een paradox: hoe meer auto’s worden geweerd uit een stad, hoe aantrekkelijker die wordt voor bezoekers.

Toch is dat precies wat in Gent is gebeurd. De Oost-Vlaamse stad is in de laatste jaren tijd uitgegroeid tot een voorbeeld van doordachte stedelijke mobiliteit die hand in hand gaat met economische en toeristische bloei. Terwijl andere steden nog worstelen met een balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, oogst Gent nu de vruchten van een mobiliteitsplan dat mobiliteit opnieuw in dienst stelt van de mens.

Gent heeft de voorbije jaren een ware toeristische remonte doorgemaakt. De stad kende, net als de rest van Vlaanderen, een zware terugval tijdens de coronapandemie, maar sinds 2022 is er sprake van een sterk herstel. Met ongeveer 840.000 toeristische aankomsten in 2023 evenaart Gent de cijfers van topjaar 2019. Tegelijkertijd groeide het aantal overnachtingen in hotels met 10 procent ten opzichte van 2022, wat leidde tot een record van 1,4 miljoen hotelovernachtingen. De heropleving was niet alleen kwantitatief; ook de beleving van toeristen is merkbaar verbeterd.

mobiliteitsbeleid

Volgens het stadsbestuur is een cruciale factor achter dit succes het mobiliteitsbeleid dat al in 2017 werd uitgerold. Dat jaar ging het zogeheten circulatieplan van start, waarmee de historische binnenstad grotendeels autovrij werd. Vroeger reden toeristen en inwoners elkaar in de wielen in smalle middeleeuwse straten. Vandaag is er plaats voor voetgangers, fietsers, terrasjes en lokale winkels – en het werkt.

Foto: © Pitane Blue – Gent Graslei

In het hart van Gent, waar historische charme en moderne mobiliteit samenkomen, speelt de taxisector een cruciale rol in het vervoerslandschap. Voor zowel toeristen als inwoners biedt de stad een divers aanbod aan taxidiensten, die zich de afgelopen jaren hebben aangepast aan nieuwe regelgeving, technologische innovaties en duurzaamheidsdoelstellingen.

Het Gentse mobiliteitsplan is gestoeld op een eenvoudige logica: wie de stad wil doorkruisen met de auto, moet dat via de stadsring (R40) doen. Doorgaand verkeer door het centrum is niet langer mogelijk. Het stadsgebied is opgedeeld in sectoren met knips – zones waar verkeer niet zomaar doorheen kan – waardoor doorgaand verkeer ontmoedigd wordt en alternatieven zoals openbaar vervoer, fiets en voetgangersverkeer meer ruimte krijgen.

Het resultaat: het aantal auto’s in de binnenstad is drastisch gedaald, terwijl het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer aanzienlijk is toegenomen. Trams en bussen rijden nu sneller door, zonder vertragingen door files. Het aantal verkeersongevallen daalde, de luchtkwaliteit verbeterde en de publieke ruimte werd opnieuw ingedeeld in functie van verblijfskwaliteit in plaats van doorstroming. De stad oogt rustiger, veiliger en aantrekkelijker voor toeristen én inwoners.

toerisme zonder auto

De mobiliteitsrevolutie heeft ook het toerisme fundamenteel veranderd. Gent bewijst dat een stad toeristen niet hoeft te ontvangen met brede toegangswegen en parkeerplaatsen, maar dat een voetgangersvriendelijke omgeving net meer aantrekkingskracht biedt. Bezoekers komen nu vooral met de trein of parkeren hun auto aan de rand van de stad in Park & Ride-zones, waarna ze per tram of bus het centrum inrijden. De Lijn heeft de frequentie en doorstroming van haar netwerk afgestemd op deze toestroom.

Voor internationale bezoekers biedt station Gent-Sint-Pieters een knooppunt met directe verbindingen naar Brussel-Zuid (Thalys/Eurostar) en de luchthaven. Vanuit het station brengt tram 1 je binnen tien minuten naar de Korenmarkt – het hart van de stad. De reistijd is betrouwbaar en nauwelijks beïnvloed door verkeersdrukte, iets wat in andere steden vaak een pijnpunt blijft.

Foto: © Pitane Blue – Gentse Waterzooi

Gent is niet alleen een stad van cultuur en geschiedenis, maar ook van smaak. Naast het rijke aanbod aan restaurants biedt Gent een aantal iconische streekgerechten die je als culinaire liefhebber niet mag missen. Proef de Gentse Waterzooi in het restaurant De Graslei, een romige stoofpot die oorspronkelijk met vis werd bereid maar tegenwoordig vaak met kip op tafel komt. 

De klassieke stoverij met friet, een hartige rundvleesstoofpot geserveerd met krokant gebakken Belgische frieten, blijft een publieksfavoriet. Zoetekauwen kunnen hun hart ophalen aan cuberdons – ook wel Gentse neuzen genoemd – kegelvormige snoepjes met een smeuïge frambozenvulling. En wie van pittig houdt, mag de beroemde Tierenteyn-mosterd niet overslaan, die al sinds 1790 volgens traditioneel recept in het hart van de stad wordt gemaakt. Deze lokale lekkernijen zijn volop te vinden in de vele eetgelegenheden, speciaalzaken en markten verspreid over Gent.

Foto: © Pitane Blue – Ghent Marriott

Het mobiliteitsplan en de lage-emissiezone (LEZ) hebben ook invloed gehad op de ontwikkeling van nieuwe verblijfsinfrastructuur. Sinds 2023 geldt een hotelstop binnen de stadsring voor nieuwe projecten met meer dan 16 kamers. Daardoor zijn investeerders uitgeweken naar zones net buiten het centrum – zoals The Loop, Gent-Dampoort en het station Gent-Sint-Pieters – waar nog ruimte is voor grootschalige logies en de bereikbaarheid via tram en fiets optimaal is.

Deze strategische spreiding betekent minder druk op het centrum, minder verkeer in historische wijken en een betere verdeling van toeristen over de stad. Voor de bezoeker verandert er weinig: dankzij goede OV-verbindingen en de compacte stadsstructuur is men op een kwartier toch weer midden in de historische kern.

fiets en voetgangers als leidraad

De fiets speelt een centrale rol in Gent. De stad beschikt over een uitgebreid netwerk aan fietspaden, stallingen en verhuurpunten. Toeristen kunnen zowel klassieke als elektrische fietsen huren om de stad of omgeving te verkennen. Dankzij de infrastructuur is fietsen veilig en comfortabel. Voor wie liever wandelt, biedt Gent een van de best toegankelijke historische centra in Europa – alles ligt binnen wandelafstand en zonder verkeershinder.

Het succes van het mobiliteitsbeleid is zichtbaar in cijfers, maar ook voelbaar in de sfeer van de stad. De Graslei, ooit geplaagd door parkeerdruk en lawaaiig verkeer, is nu een kalm decor voor boottochten, wandelingen en gesprekken op een terras. Dat gevoel wordt versterkt door stadsbrede maatregelen: het gebruik van CityCards voor OV en toegang tot musea, de invoering van nachtbussen in het weekend, en de duurzame inbedding van mobiliteit in toeristische beleving.

voorbeeld voor andere steden

Gent laat zien dat een autovrije stad niet gelijkstaat aan onbereikbaarheid. Integendeel, door slim in te zetten op multimodale bereikbaarheid en een ruimtelijk beleid dat verblijfstoerisme aanmoedigt buiten de centrale kern, werd de stad juist aantrekkelijker voor bezoekers. De leefkwaliteit ging omhoog, de verkeersdruk omlaag en de economische impact bleef positief.

Gent kiest er resoluut voor om voetganger, fietser en tramreiziger voorop te zetten – en doet dat met succes. Het mobiliteitsmodel van Gent zou wel eens de blauwdruk kunnen worden voor andere steden die zoeken naar balans tussen toerisme, bereikbaarheid en leefbaarheid. De cijfers, maar vooral de ervaring ter plaatse, tonen aan: duurzame mobiliteit is geen beperking, maar een troef.

Geneesmiddelen per cargofiets: Multipharma schakelt fietscouriers in voor leveringen

De Belgische apotheekcoöperatie Multipharma zet een nieuwe stap richting duurzaamheid.

Waar het bedrijf zich al jarenlang inzet voor de eerstelijnszorg van meer dan 1,3 miljoen patiënten, breidt het nu ook zijn ecologische engagement verder uit. Vanaf mei 2025 worden geneesmiddelen voor rusthuizen in Brussel niet langer met bestelwagens geleverd, maar met cargofietsen. De samenwerking met de Brusselse fietscourierdienst Urbike, die vorig jaar begon met leveringen aan apotheken, wordt nu uitgebreid naar rust- en verzorgingstehuizen.

Multipharma beheert een netwerk van meer dan 320 apotheken, waarvan 46 in Brussel, en levert via zijn divisie Residential Care aan ongeveer 25.000 patiënten in zorginstellingen. De coöperatie heeft de ambitie om niet alleen medische zorg van hoge kwaliteit te bieden, maar ook actief bij te dragen aan een duurzamere samenleving.

partnerschap

Het partnerschap met Urbike werd in maart 2023 opgestart voor leveringen aan zeven apotheken in het centrum van Brussel. Met de uitbreiding naar zeven rusthuizen bereikt dit project nu ongeveer 900 bewoners. Daarbij worden elektrisch aangedreven cargofietsen gebruikt die uitgerust zijn met geïsoleerde aanhangwagens, ontworpen om de temperatuurgevoeligheid van geneesmiddelen te waarborgen.

Philippe Lovens, medeoprichter van Urbike, spreekt van een belangrijke stap: “Het is een groot genoegen om te zien hoe onze samenwerking met Multipharma zich ontwikkelt en verankert. De beslissing van Multipharma om ons niet alleen de dagelijkse leveringen aan apotheken toe te vertrouwen, maar nu ook die aan rusthuizen, toont aan dat cyclo-logistiek een geloofwaardig alternatief is voor stedelijke goederenstromen in hun geheel.”

Foto: Multipharma – Frank Abbeloos

De keuze om leveringen via de fiets te laten verlopen is geen op zichzelf staand initiatief. Eind 2022 ontwikkelde Multipharma een duurzaamheidsplan met tal van acties op korte en lange termijn. Mobiliteit speelt daarin een centrale rol. Door over te schakelen op fietslogistiek, wil de apotheekketen haar ecologische voetafdruk verkleinen en bijdragen aan een gezondere leefomgeving.

Quentin Van Buylaere, verantwoordelijk voor de supply chain en duurzaamheid bij Multipharma, benadrukt het bredere plaatje: “We zoeken voortdurend het evenwicht tussen onze economische, ecologische en sociale langetermijndoelen. Het bereiken van die doelstellingen is uiteraard belangrijk, maar we willen tegelijk ook onze impact op het milieu beperken om zo positief bij te dragen aan de maatschappij.”

stedelijke logistiek

Urbike, dat zichzelf omschrijft als een aanjager van verandering in stedelijke logistiek, richt zich op duurzame en competitieve oplossingen voor stadsdistributie. De onderneming biedt een waaier aan diensten, waaronder uitstootvrije leveringen voor de last mile, logistiek advies, opleidingen in fietstransport en de verkoop van gespecialiseerd materiaal. Het doel: bijdragen aan mensvriendelijke en klimaatbewuste steden.

De keuze voor cargofietsen is niet alleen goed voor het milieu, maar biedt ook voordelen op vlak van bereikbaarheid in de drukke Brusselse binnenstad. Cargofietsen geraken vlot door het verkeer en kunnen sneller op hun bestemming zijn dan klassieke bestelwagens, zeker in tijden van verkeersdrukte en lage-emissiezones.

Door het bundelen van krachten tussen twee Brusselse coöperaties wordt een sterk signaal gegeven dat duurzaamheid en gezondheidszorg hand in hand kunnen gaan. Voor Multipharma is deze samenwerking met Urbike een voorbeeld van hoe innovatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid samenkomen in de praktijk.

Gevaarlijke scheurtjes: Cowboy roept e-bikes terug vanwege risico op framebreuk

De Brusselse fabrikant van elektrische fietsen, Cowboy, heeft aangekondigd dat het een reeks van zijn e-bikes terugroept na het ontdekken van een potentieel gevaarlijk productiefout.

Het gaat specifiek om het model C4 ST (Edition MR), dat volgens het bedrijf gevoelig is voor structurele schade die in ernstige gevallen tot een breuk van het frame en valpartijen kan leiden. Eigenaars van deze fietsen worden met klem aangeraden hun voertuig onmiddellijk niet meer te gebruiken.

Cowboy bracht het nieuws naar buiten via zijn eigen communicatiekanalen. “Na uitgebreide kwaliteitstests heeft Cowboy vastgesteld dat sommige exemplaren van het model C4 ST (Edition MR) niet voldoen aan de hoge veiligheids- en kwaliteitsnormen die we hanteren,” klinkt het in een verklaring. De betrokken fietsen werden geproduceerd door een externe partner. Net op de las tussen de balhoofdbuis en de onderbuis kunnen er vermoeidheidsscheurtjes ontstaan, aldus de fabrikant. Die scheurtjes kunnen zich ontwikkelen na zo’n 2.500 kilometer gebruik, met alle risico’s van dien.

ernstig letsel

“Loop je het risico op een plotse breuk van het frame en ernstig letsel,” waarschuwt Cowboy. Volgens het bedrijf is de terugroepactie een proactieve maatregel die deel uitmaakt van hun veiligheidsbeleid. Getroffen klanten worden rechtstreeks gecontacteerd via e-mail en de Cowboy-app, waarbij het bedrijf belooft de betrokken frames gratis te vervangen. De prioriteit gaat naar fietsen die al een hoge kilometerstand hebben behaald.

Op online fora als Reddit zijn intussen ook meerdere meldingen opgedoken van daadwerkelijke breuken. Een gebruiker deelde er een foto van zijn C4 ST-frame dat volledig doormidden brak na 11.000 kilometer. “Dat doet pijn om zelfs maar naar te kijken,” reageerde een andere gebruiker. “Cowboy heeft een terugroepactie lopen voor de C4 ST Edition MR juist vanwege het breken van het frame op die plek,” merkte een ander op. De verhalen benadrukken het ernstige karakter van het probleem.

Foto: © Pitane Blue – Comboy C4

Cowboy blijft benadrukken dat de veiligheid van zijn gebruikers centraal staat. “We nemen proactief maatregelen,” klinkt het. “We vervangen alle getroffen frames dit jaar en zorgen ervoor dat gebruikers met veel kilometers voorrang krijgen.” Het bedrijf stelt duidelijk dat enkel het frame vervangen zal worden, terwijl alle andere onderdelen behouden blijven. Het nieuwe frame wordt geleverd met een garantie van twee jaar.

ongenoegen

Toch uiten sommige klanten hun ongenoegen over de manier waarop Cowboy de situatie aanpakt. Zo liet een gebruiker op Reddit weten: “Ik betaal 8 maanden lease zonder de fiets te kunnen gebruiken, dus ja, als ik besluit om ermee te rijden, beschermen ze zichzelf op deze manier, maar deze oplossing is niet oké in mijn opinie.” De combinatie van lange wachttijden en de afhankelijkheid van de fiets voor dagelijks vervoer zorgt voor frustraties.

Om het proces vlot te laten verlopen, heeft Cowboy een speciaal recall-platform opgezet waar gebruikers hun serienummer kunnen invoeren om na te gaan of hun fiets bij de terugroepactie hoort. Cowboy benadrukt dat eigenaars niet zelf hoeven te betalen voor de vervanging, en dat de wissel zo snel mogelijk wordt ingepland.