Categorie archieven: Opinie

Verbod op steps rukt op: mobiliteitsexpert ziet meer schade dan voordeel

De lijst van steden en landen die een streep zetten door deelsteps groeit gestaag.

Montréal in Canada, Parijs, Madrid en het volledige eiland Malta gingen Brussel al voor. Sinds 1 januari is ook de Tsjechische hoofdstad Praag toegevoegd aan dat rijtje. Het debat over de plaats van deelsteps in het straatbeeld woedt daarmee heviger dan ooit, zeker nu ook in Brussel de problemen rond veiligheid, overlast en criminaliteit blijven aanhouden. Volgens onafhankelijk mobiliteitsexpert Kris Peeters is de conclusie helder en weinig hoopgevend voor de sector. “Ze hebben meer kosten dan baten voor de maatschappij, en de winsten zijn voor de buitenlandse operatoren.”

totaalverbod

Peeters pleit openlijk voor een totaalverbod op deelsteps en ziet weinig redenen om Brussel hiervan uit te sluiten. Volgens Bruzz.be vindt hij dat ook de hoofdstad ernstig moet overwegen om die stap te zetten. Dat standpunt staat haaks op het beleid van de voorbije jaren, waarin vooral werd ingezet op bijsturing en regulering. Meerdere maatregelen moesten de overlast van deel- en privésteps beperken. Sinds 2024 is het parkeren van deelsteps enkel nog toegestaan in speciale dropzones, een maatregel die een einde moest maken aan achteloos achtergelaten steps op trottoirs en kruispunten. Daarnaast werd de maximumsnelheid verlaagd tot 20 kilometer per uur, terwijl in voetgangerszones zelfs een limiet van 8 kilometer per uur geldt.

ongevallencijfers

Ondanks die ingrepen blijven de problemen zich opstapelen. Vooral de ongevallencijfers baren zorgen. Tijdens de eerste helft van 2024 werden in Brussel 234 ongevallen met steps geregistreerd. In dezelfde periode van 2025 liep dat aantal op tot 348. Daarbij viel ook één dodelijk slachtoffer. Die cijfers betekenen een stijging van maar liefst 44 procent. Voor Peeters tonen ze aan dat de huidige aanpak tekortschiet en dat de risico’s structureel zijn.

Naast verkeersveiligheid speelt ook een ander, veel zwaarder thema mee in het debat. Verschillende beleidsmakers en magistraten wijzen op de rol die deelsteps spelen in de aanhoudende golf van schietpartijen die Brussel al twee jaar in de greep houdt. Brussels procureur des Konings Julien Moinil liet daarover geen twijfel bestaan. In een brief aan de Conferentie van Burgemeesters stelde hij dat steps zowel door schutters als door drugdealers worden gebruikt. Die vaststelling zorgde voor een snelle politieke reactie.

Foto: © Pitane Blue – e-step

Tegelijk waarschuwt Peeters voor onbedoelde gevolgen. “Steps zijn populair bij bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde wijken van Brussel. We moeten opletten dat we niet vervallen in maatregelen die als discriminatie kunnen ervaren woren.”

Sinds begin december moeten gebruikers van deelsteps zich identificeren via een scan van hun identiteitskaart of rijbewijs. Op termijn zal die informatie worden vergeleken met een selfie die de gebruiker moet maken. Daarnaast werd beslist om op oudejaarsnacht een tijdelijk verbod in te voeren voor alle steps, zowel deelsteps als privé-exemplaren. “Dat verbod is ingrijpend, maar er zijn goede redenen voor”, zegt Peeters. “Ik sta achter de maatregel, die me voldoende goed beargumenteerd lijkt.” Volgens hem werd het verbod ruim op voorhand aangekondigd en zijn er voldoende alternatieven om zich te verplaatsen. “Ik denk dan aan de fiets, deelfiets, of het openbaar vervoer, dat heel de nacht blijft rijden, en tenslotte taxi’s.”

geen winst

Peeters wijst ook op studies waaruit blijkt dat e-steps vooral worden gebruikt voor verplaatsingen die vroeger te voet gebeurden. Vanuit gezondheids- en duurzaamheidsperspectief levert dat volgens hem geen winst op. Toch beseft hij dat een totaalverbod politiek gevoelig ligt. “Beleidsmakers in Brussel hebben lang gewacht om iets aan de steps te doen, waardoor ze intussen ingeburgerd zijn geraakt.”

Als een volledig verbod niet haalbaar blijkt, ziet Peeters strengere regulering als een alternatief. Hij pleit voor een verplichte helm en voor een nummerplaat op elke step, zodat gebruikers beter identificeerbaar zijn. Ook het verkeersveiligheidsinstituut Vias is voorstander van een helmplicht en van het verplicht dragen van een fluohesje tijdens nachtelijke verplaatsingen. Volgens Het Nieuwsblad werkt federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke van Les Engagés aan zo’n verplichting.

discriminatie

Tegelijk waarschuwt Peeters voor onbedoelde gevolgen. “Steps zijn populair bij bepaalde bevolkingsgroepen in bepaalde wijken van Brussel. We moeten opletten dat we niet vervallen in maatregelen die als discriminatie kunnen ervaren woren.” Hij verwijst daarbij naar een onderzoek van Brussel Mobiliteit uit 2019, waaruit blijkt dat bijna twee keer zoveel mannen als vrouwen een e-step gebruiken en dat 60 procent van de gebruikers jonger was dan 35 jaar. 

Volgens Peeters moet daarom ook worden nagedacht over een ander boetesysteem. “Een boete heeft niet bij iedereen dezelfde impact. In bijvoorbeeld Finand en Zwitserland wordt de hoogte van een verkeersboete afhankelijk gemaakt van het inkomen van de overtreder. Dat zorgt ervoor dat die bij iedereen even hard wordt gevoeld. Ook een rijbewijs met punten kan daarbij helpen. Ten slotte moet de overheid ook zorgen voor voldoende alternatieve vervoerswijzen, zeker in de meest kwetsbare wijken.”

De toekomst rijdt mee: tien gouden regels die steden opnieuw laten ademen

Deelmobiliteit staat steeds vaker in het middelpunt van het gesprek over de toekomst van onze steden en dorpen.

De aanleiding voor het opstellen van de tien gouden regels komt voort uit een groeiende verwarring én urgentie in de wereld van mobiliteit. Steeds meer steden worden geconfronteerd met dichtslibbende straten, een chronisch tekort aan openbare ruimte en inwoners die worstelen met de kosten van autobezit. Intussen groeit de druk om klimaatdoelen te halen en de uitstoot drastisch te verlagen. In dat krachtenveld kreeg het SHARE-North-project te maken met een duidelijke vraag van beleidsmakers, planners en lokale overheden: waar moeten we beginnen?

Terwijl beleidsmakers zoeken naar manieren om ruimte terug te winnen, emissies te verlagen en leefbaarheid te vergroten, vormt een set van tien kernprincipes een houvast voor iedereen die de overstap wil maken naar slimmer reizen. Deze zogenoemde gouden regels schetsen glashelder waarom deelmobiliteit méér is dan een trend: het is een noodzakelijke stap richting een samenleving die niet langer draait om bezit, maar om toegang, vrijheid en slimme keuzes.

In gesprekken met beleidsmakers viel één zinnetje steeds opnieuw: “We zien dat het nodig is, maar we weten niet waar we moeten beginnen.” Tegelijkertijd zagen de projectpartners dat inwoners geconfronteerd werden met een explosie aan nieuwe vormen van mobiliteit, zonder duidelijkheid over hun werkelijke impact. Wat is nuttig, wat is bijzaak en wat maakt het verschil?

Binnen de eerste regel klinkt meteen de urgentie door. Deelmobiliteit is volgens de opstellers een middel “om de autoafhankelijkheid te verkleinen, emissies te verminderen en de kwaliteit van leven te vergroten”. Dit is geen vrijblijvende constatering maar een directe boodschap aan steden die gebukt gaan onder parkeerdruk en luchtvervuiling. Wie minder afhankelijk wordt van de auto, krijgt een stad terug die weer ademt.

multimodaliteit

In de tweede regel staat dat deelmobiliteit “bijdraagt aan een verschuiving van autogebruik en -bezit naar multimodaliteit”. Het gaat hierbij om een culturele omslag: wie de vrijheid ontdekt van lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde voertuigen, merkt al snel dat de eigen auto veel vaker stilstaat dan hij rijdt. Precies dat inzicht vormt de motor achter gedragsverandering.

De derde regel zoomt in op de kracht van ruimte. Steden die kampen met een gebrek aan ademruimte kunnen enorm profiteren van deelmobiliteit, want gedeelde voertuigen “maken het mogelijk om stedelijke gebieden te verdichten en tegelijk te vergroenen”. Minder geparkeerde auto’s betekent meer bomen, bredere stoepen en plekken waar mensen elkaar weer kunnen ontmoeten. Daarmee wordt ook “de biodiversiteit vergroot”.

De vierde regel benoemt de dynamiek binnen de markt. Sommige vormen van deelmobiliteit groeien langzaam maar blijken “een sterk positief effect te hebben op autobezit en emissies”. Andere varianten trekken door investeringen van grote bedrijven razendsnel nieuwe gebruikers aan, al is hun daadwerkelijke impact nog niet altijd helder. Dat deze nieuwe vormen wél een belangrijke instap vormen voor een grote groep mensen, staat buiten kijf.

Foto: © Pitane Blue – deelmobiliteit

De projectpartners merkten dat veel professionals wel wisten dát deelmobiliteit potentie had, maar niet precies hóe, waarom of onder welke voorwaarden het systeem echt zou werken. Tegelijkertijd kregen zij vragen van inwoners die de wildgroei aan deelsteps, deelfietsen en deelauto’s zagen verschijnen, zonder dat duidelijk was welke vorm nu werkelijk bijdroeg aan leefbaarheid en duurzaamheid.

Dat succesfactoren elkaar versterken wordt benadrukt in regel vijf: “Hoe meer vormen van deelmobiliteit er beschikbaar komen in een gebied, des te sterker de synergie.” Een buurt waar een deelfiets, deelauto, deelstep en openbaar vervoer soepel op elkaar aansluiten, heeft een aantrekkelijk alternatief voor de eigen auto.

Niet iedere regio heeft dezelfde kansen, blijkt uit regel zes en zeven. Deelmobiliteit floreert in dichtbevolkte steden met een duidelijke visie, maar vraagt in landelijke gebieden om “lokale samenwerking en synergie met het lokale bedrijfsleven”. Zonder vaste ov-verbindingen en langere reisafstanden is het noodzakelijk om maatwerk te bieden.

randvoorwaarden

De achtste regel waarschuwt dat zonder goed beleid deelmobiliteit niet kan ‘rocken’. Overheden moeten randvoorwaarden scheppen, obstakels wegnemen en tegelijk de negatieve bijeffecten – zoals wildparkeren of overlast – aanpakken.

De negende regel benadrukt dat zichtbaarheid essentieel is. Mobipunten vormen het fysieke hart van deelmobiliteit: plekken waar deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer samenkomen. Aanvullend zorgt digitale synergie via Mobility as a Service voor overzicht en gemak.

Tot slot geeft de tiende regel een realistische waarschuwing: “Autobezit is diepgeworteld in onze samenleving. Het kost tijd en moeite om nieuwe manieren van vervoer onder de aandacht te brengen.” Deelmobiliteit vraagt dus om een lange adem, consistente communicatie en een duidelijke boodschap: delen is niet alleen logisch, het is de weg vooruit.

De tien gouden regels van deelmobiliteit zijn opgesteld door het SHARE-North-projectteam en maken deel uit van de gids “Gids voor het universum van de deelmobiliteit”, die binnen dat project is ontwikkeld. Het SHARE-North-project is een door de EU gefinancierde samenwerking tussen steden, regio’s, mobiliteitsorganisaties en kennisinstellingen uit de Noordzeeregio. De regels staan aan het begin van de publicatie en vormen de samenvatting van de inzichten, onderzoeken en praktijkervaringen van de SHARE-North-partners.

Bron: Shared Mobility

Taxiwereld schrikt: verzekeraar luidt noodklok over snelle taxi’s in grote steden

Toename jonge chauffeurs in sportieve taxi’s baart zorgen.

De afgelopen dagen hebben onder verzekeraars en taxibedrijven opnieuw de alarmbellen geklonken na een reeks ernstige ongevallen met taxi’s in de grote steden. De betrokken verzekeraar, verantwoordelijk voor de verzekering van ongeveer een derde van alle Nederlandse taxiondernemers, spreekt van een “zorgwekkende ontwikkeling” en benadrukt dat het huidige acceptatiebeleid onder druk staat doordat steeds meer jonge chauffeurs in extreem krachtige voertuigen rijden. Volgens de verzekeraar gaat het daarbij vooral om sportieve elektrische auto’s van circa 1.800 kilo die in een fractie van seconden accelereren naar snelheden die in een druk stadsverkeer nauwelijks verantwoord zijn.

uitgesloten

De verzekeraar wijst erop dat dit soort auto’s door reguliere Nederlandse verzekeraars al jarenlang worden uitgesloten voor taxigebruik, omdat het risico simpelweg te groot wordt geacht. De woordvoerder tipt die lijn letterlijk aan door te stellen: “Een op de drie taxiondernemers in Nederland is bij ons verzekerd, wat ons dé taxiverzekeraar van Nederland maakt.” Het bedrijf stelt dat juist die positie hen een duidelijk beeld geeft van de huidige risico’s. De toestroom van jonge chauffeurs in snelle voertuigen die onder groepsconstructies, verhuur of lease rijden, baart het bedrijf zorgen. Het beleid van de verzekeraar laat daarover geen enkele ruimte open. De woordvoerder benadrukt: “Ons beleid is duidelijk: alleen eigen rijders van minimaal 24 jaar met vier jaar rijervaring komen in aanmerking. Groepscontracten, verhuur en lease van taxi’s? Uitgesloten.”

onervaren

De incidenten van het afgelopen weekend vormen volgens de verzekeraar slechts het topje van de ijsberg. De combinatie van onervaren bestuurders, zware en bijzonder krachtige wagens en de hoge werkdruk in de grote steden vormt een risico dat steeds moeilijker te beheersen valt. De sector ziet bovendien dat veel jonge bestuurders worden aangetrokken door het vooruitzicht van snelle, moderne voertuigen waarmee ze zowel klanten als collega’s kunnen imponeren. De keerzijde daarvan is dat een fout achter het stuur sneller en harder afstraft dan bij een conventionele taxi. Het bedrijf wijst op meerdere ongevallen waarbij voertuigen in een splitsecond ongecontroleerd wegschoten, vaak met forse materiële schade of gewonden tot gevolg.

Foto: © Pitane Blue – Telegram

De verzekeraar roept taxibedrijven, gemeenten en beleidsmakers op om gezamenlijk naar oplossingen te kijken, omdat het probleem volgens hen breder is dan alleen verzekeringsvoorwaarden. Het bedrijf merkt op dat het aantal aanvragen van jonge chauffeurs met snelle voertuigen de afgelopen jaren steeds verder is gestegen, terwijl het risico op schade – zeker in dichtbevolkte gebieden – fors blijft toenemen. Een woordvoerder legt via de sociale media de vraag daarom bewust bij het publiek neer om mee te denken over mogelijke maatregelen die de veiligheid op straat kunnen vergroten. In de oproep staat: “Jouw mening telt: Welke maatregelen moeten er volgens jou komen om taxi’s veiliger te maken en dit soort dramatische weekenden te voorkomen?”

constructies

De verzekeraar wijst erop dat het probleem niet alleen ligt bij de keuze voor snelle auto’s, maar ook bij de constructies waarmee jonge chauffeurs via lease of groepsverbanden tóch toegang krijgen tot voertuigen die door de meeste verzekeraars worden geweigerd. Die omzeiling moet volgens het bedrijf worden aangepakt om de veiligheid echt te kunnen verbeteren. De woordvoerder benadrukt dat beleid alleen effect heeft wanneer het breed wordt gedragen en geïmplementeerd, niet wanneer individuele bedrijven proberen mazen in het systeem te benutten.

Het debat dat nu ontstaat, gaat volgens betrokkenen niet alleen over regels, maar vooral over verantwoordelijkheid. De verzekeraar wil de discussie breed voeren en hoopt dat zowel chauffeurs als ondernemers zich bewust worden van de risico’s. De vraag die blijft hangen is hoe de branche een balans kan vinden tussen modernisering, marktwerking en veiligheid, zonder dat elke weekend opnieuw wordt overschaduwd door incidenten die voorkomen hadden kunnen worden wanneer er strenger zou worden toegezien op de toelating en begeleiding van chauffeurs.

Gemeenteraadsverkiezingen: lector pleit voor centrale rol logistiek

Zijn boodschap aan politieke partijen is kort maar krachtig: wie in 2026 een toekomstbestendige binnenstad wil, moet investeren in slimme logistiek. “Zonder die stille motor valt de stad stil.”

De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 beloven meer te worden dan een strijd om zetels en stemmen. Volgens lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, Walther Ploos van Amstel, draait het dit keer om een veel fundamentelere vraag: hoe houden we onze binnensteden leefbaar, bereikbaar en economisch vitaal? Zijn waarschuwing is helder: zonder slimme logistiek valt de binnenstad stil.

De binnenstad is het hart van elke gemeente. Het is de plek waar historie, cultuur, handel en ontmoeting samenkomen. Maar achter die bruisende gevels schuilt een logistieke machinekamer die op volle toeren draait. Elke dag rijden er vrachtwagens, bestelbusjes, bakfietsen en zelfs boten om winkels te bevoorraden, horecazaken van verse producten te voorzien, onderhoudswerk te doen en afval op te halen. “Zonder logistiek komt alles letterlijk tot stilstand,” zegt Ploos van Amstel.

politieke debatten

Toch wordt juist die onzichtbare stroom vaak vergeten in politieke debatten over leefbaarheid. Gemeenten zetten volop in op vergroening, autoluwe zones en een aantrekkelijker verblijfsklimaat. Maar waar de ruimte voor voetgangers en fietsers groeit, wordt die voor logistiek steeds schaarser. Laden en lossen wordt een dagelijks gevecht om een paar vierkante meter stoep. En vanaf 2026 komt daar nog een uitdaging bij: de invoering van zero-emissiezones in steeds meer binnensteden.

Elektrische bestelwagens en vrachtwagens zijn een stap vooruit voor het klimaat, maar vormen een forse investering voor ondernemers. “Niet iedere winkelier of transporteur kan zomaar overstappen,” benadrukt Ploos van Amstel. Zonder slimme samenwerking tussen gemeenten en het bedrijfsleven dreigt de bevoorrading duurder te worden en de keuze voor ondernemers kleiner.

slimme stadslogistiek

Daarom pleit hij ervoor dat logistiek een volwaardige plek krijgt in elk verkiezingsprogramma. Bevoorrading is geen detail in de marge, maar een voorwaarde voor een vitale stad. “Wie kiest voor een leefbare en bereikbare binnenstad, moet ook kiezen voor slimme stadslogistiek,” stelt hij resoluut.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Die slimme logistiek begint met duidelijke en eenvoudige regels. Eén loket voor vergunningen, goede communicatie bij wegwerkzaamheden en voldoende laad- en losplekken kunnen veel frustratie voorkomen. Gemeenten zouden bovendien schone voertuigen moeten belonen met privileges of slimme toegangsregelingen. “Dat bespaart tijd en kosten, en maakt verduurzaming aantrekkelijker,” aldus Ploos van Amstel.

leefbaarheid

Niet alleen grote steden kampen met logistieke vraagstukken. Ook middelgrote gemeenten met compacte centra hebben moeite om de balans te bewaren tussen leefbaarheid, bezoekers en bevoorrading. Daar is de ruimte nog beperkter en de afhankelijkheid van lokale ondernemers vaak groter. Maatwerk is volgens Ploos van Amstel noodzakelijk, maar dan wel binnen een landelijk kader. “Ondernemers die in meerdere steden actief zijn, hebben behoefte aan eenduidige regels. Anders wordt het onwerkbaar.
”Elke sector heeft bovendien eigen logistieke noden. Supermarkten vragen om leveringen buiten de drukke uren, winkels en horeca hebben behoefte aan ruime loslocaties, terwijl pakketdiensten hubs aan de rand van de stad willen. Voor de bouwsector is coördinatie cruciaal, en afvalinzameling kan slimmer met data en ruimere venstertijden.

kennisdeling

De sleutel tot succes ligt in samenwerking en kennisdeling. Gemeenten moeten van elkaar leren wat werkt en wat niet. “Veel steden staan voor dezelfde uitdagingen. Door ervaringen te delen, voorkomen we dat iedereen opnieuw het wiel uitvindt,” zegt Ploos van Amstel. Dat bespaart niet alleen tijd en geld, maar zorgt ook voor consistent beleid.

Want als iedere stad eigen regels en venstertijden hanteert, ontstaat volgens hem een “lappendeken van beleid” die duurzame investeringen juist ontmoedigt. Door gezamenlijk te leren van pilots, monitoring en praktijkervaringen kan beleid ontstaan dat wél werkt.

Fotorechten: Jhr. Dr. Walther Ploos van Amstel (1962).

Goud waard: miljoenenbesparing door gestandaardiseerde vrachtwagens

Hoe bedrijven miljoenen laten liggen door gemengde wagenparken.

Logistieke bedrijven staan op een kantelpunt zodra hun vrachtwagens hun economische levensduur bereiken.  De keuze lijkt eenvoudig: voertuigen één voor één vervangen of het complete wagenpark in één keer vernieuwen. Maar achter die beslissing gaat een complexe afweging schuil die over miljoenen euro’s aan operationele efficiëntie kan gaan.

Volgens Luuk Roelofs, directeur bij ClassTrucks Netherlands, onderschatten veel transportbedrijven de financiële impact van een gemengd wagenpark. “De realiteit op de markt is dat als je tien, dertig of zelfs meer identieke vrachtwagens wilt aankopen, je meestal beperkt bent tot het rechtstreeks bestellen bij fabrikanten tegen hoge prijzen, vaak met lange wachttijden”, legt hij uit. “De meeste dealers en handelaren hebben simpelweg niet dat volume aan overeenkomende specificaties. Je moet hard werken om de juiste partner te vinden, maar het is de moeite waard – de besparingen komen uit meerdere gebieden die zich in de loop van de tijd opstapelen.”

voorspelbaar

Bedrijven die kiezen voor standaardisatie profiteren van voorspelbare prestaties, lagere onderhoudskosten en eenvoudigere planning. “Met een gestandaardiseerd wagenpark werk je met bekende variabelen: een brandstofverbruikverschil van minder dan drie procent tussen voertuigen en gesynchroniseerde onderhoudsschema’s om de zestigduizend kilometer,” zegt Roelofs. “Alleen al deze voorspelbaarheid kan de planningstijd verkorten en de leveringsnauwkeurigheid verbeteren. En hoe groter het wagenpark, hoe groter het effect.”

De voordelen reiken verder dan alleen de planning. Routeoptimalisatie wordt eenvoudiger omdat alle combinaties van trekkers en opleggers compatibel zijn en identieke prestaties leveren. Dit zorgt ervoor dat planners zich volledig kunnen richten op efficiëntie, vooral tijdens piekperiodes of bij afwezigheid van chauffeurs.

Ook op administratief vlak blijkt standaardisatie een gamechanger. Het verwerken van één grote bestelling met identieke specificaties betekent minder contractonderhandelingen, minder leveringsafspraken en minder facturen. “Door voertuigen in bulk bij één partner in te kopen, minimaliseren bedrijven de tijd en logistieke kosten die gepaard gaan met het werken met meerdere leveranciers,” legt Roelofs uit. “Deze consistentie zorgt voor een uniform kwaliteitsniveau voor alle voertuigen, waardoor mogelijke verschillen in prestaties en onderhoudsvereisten later worden verminderd.”

uiterst effectief

Een van de duidelijkste voordelen is zichtbaar in de werkplaats. Gestandaardiseerde voertuigen maken voorspellend onderhoud niet alleen mogelijk, maar ook uiterst effectief. Onderzoek van het Deloitte Analytics Institute laat zien dat dit type onderhoud de productiviteit met 25 procent verhoogt, het aantal storingen met 70 procent vermindert en de onderhoudskosten met een kwart terugdringt. Roelofs geeft een concreet voorbeeld: “Het repatriëren van een pechgeval langs de weg kan snel tweeduizend euro kosten, tegenover vijfhonderd euro voor gepland onderhoud. Als u dertig identieke vrachtwagens exploiteert, kunt u defecten voorspellen op basis van patronen in het hele wagenpark. Als tien vrachtwagens bij 180.000 kilometer vergelijkbare slijtage vertonen, kunt u de overige twintig proactief onderhouden voordat er problemen ontstaan.”

Daarnaast leidt standaardisatie tot een efficiënter voorraadbeheer. Waar een gemengd wagenpark soms vijftien verschillende typen filters nodig heeft, volstaan er bij een gestandaardiseerde vloot vaak drie. Dat betekent minder opslagkosten en korting bij bulkinkoop.

De conclusie is helder: gemengde wagenparken veroorzaken een opeenstapeling van inefficiënties – van onderhoud en training tot planning en inkoop – die de winstgevendheid aantasten. Standaardisatie biedt een structurele manier om deze verliezen om te zetten in besparingen, operationele rust en betere prestaties op lange termijn.

Ook de training van chauffeurs verloopt soepeler. Nieuwe bestuurders hoeven zich slechts één keer in te werken in een specifiek type vrachtwagen. “De veiligheidsvoordelen zijn duidelijk,” stelt Roelofs. “Wanneer een chauffeur in dezelfde week wisselt tussen een Scania en een Volvo, neemt het risico op operationele fouten toe. Verschillende remreacties, dode hoeken en bedieningsindelingen dragen allemaal bij aan veiligheidsrisico’s en efficiëntieverlies.” Chauffeurs die werken met vertrouwde voertuigen voelen zich bovendien comfortabeler en blijven langer bij hun werkgever, blijkt uit meerdere enquêtes in de sector.

uitdaging

Toch blijft de zoektocht naar voldoende identieke vrachtwagens een uitdaging. De tweedehandsmarkt is versnipperd en de meeste dealers beschikken slechts over een handvol voertuigen met dezelfde specificaties. “Deze marktleemte is precies de reden waarom gespecialiseerde leveranciers zoals ClassTrucks zich richten op jong gebruikte vrachtwagens in grote volumes,” zegt Roelofs. “Wij hebben voorraden van tien, dertig of meer identieke eenheden – hetzelfde model, bouwjaar en dezelfde specificaties. Voor bedrijven die hun wagenpark willen standaardiseren en tegelijkertijd de premies en wachttijden voor nieuwe voertuigen willen vermijden, is dit de optimale oplossing: onmiddellijke beschikbaarheid, vijftien tot vijfentwintig procent kostenbesparing ten opzichte van nieuwe voertuigen en alle operationele voordelen van standaardisatie.”

Wanneer klanten specifieke eisen hebben die verder gaan dan de beschikbare voorraad, biedt de samenwerking binnen de Girteka Group extra flexibiliteit. “In gevallen waarin we niet over de beschikbare voorraad ter plaatse beschikken, kunnen we klanten meestal de mogelijkheid bieden om een extra aantal vrachtwagens te reserveren die binnen enkele maanden worden geleverd,” besluit Roelofs. “Die vrachtwagens ondergaan uiteraard dezelfde onderhoudscontroles en -procedures als de vrachtwagens die we direct uit voorraad aanbieden.”

Kleinere contracten: landelijke vervoerders verliezen lokale kennis en overzicht

Niet de chauffeur, maar het systeem is het probleem. Chauffeurs moeten tegelijk rijden, begeleiden en verzorgen.

Het vervoer van kwetsbare groepen van zowel Wmo-gebruikers als leerlingen met een beperking  staat in veel gemeenten zwaar onder druk. Klachten over te laat komende taxi’s, ritten die uitvallen en kinderen die uren in de auto zitten, stapelen zich op. Ouders en verzorgers trekken aan de bel, chauffeurs raken overbelast en gemeenten wijzen naar elkaar. Terwijl vervoerders worstelen met lage tarieven en krappe planningen, lijkt bij sommige reizigers en ouders het besef te ontbreken dat dit geen privé-taxidienst is, maar collectief vervoer dat afhankelijk is van vele schakels en onvoorziene omstandigheden.

Toch kan de sector ook met een beschuldigende vinger naar zichzelf wijzen. Want de scherpe tarieven waar vervoerders nu onder zuchten, zijn deels door henzelf in het leven geroepen. Jarenlang hebben grote bedrijven hun offertes ingediend tegen bodemprijzen om de concurrentie af te troeven, met alle gevolgen van dien.

Die strategie, ingegeven door de wens om per se marktaandeel te behouden of te vergroten, heeft geleid tot een neerwaartse spiraal. Elke nieuwe aanbesteding werd goedkoper dan de vorige, tot de marges vrijwel verdwenen waren. Het werd een race naar de bodem. We kunnen niet ontkennen dat de sector daar zelf een rol in heeft gespeeld. Bedrijven hebben jarenlang meegeboden op prijzen waarvan ze wisten dat ze eigenlijk niet haalbaar waren.

De aanbestedingen, waarin vaak de laagste prijs de doorslag geeft, zorgen ervoor dat grote landelijke vervoerders enorme percelen binnenhalen. Die moeten vervolgens duizenden ritten per dag organiseren binnen een beperkt tijdsblok. Dat is logistiek bijna ondoenlijk. Bedrijven zitten nu gevangen tussen lage tarieven en hoge verwachtingen. Er wordt te veel gevraagd voor te weinig geld.

het kraakt

Het resultaat is een keten die kraakt. Kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking komen soms te laat op school of dagbesteding. Ouders melden dat hun kind overstuur raakt door lange wachttijden of ritten die plotseling worden geannuleerd. “Mijn dochter van elf met autisme zat vorige week meer dan anderhalf uur in de taxi,” vertelt een moeder uit Utrecht. “Ze was overstuur toen ze aankwam. De chauffeur kon er niets aan doen, maar het systeem werkt gewoon niet.”

Ook bij het Wmo-vervoer, dat ouderen en mensen met een beperking moet helpen om zelfstandig te blijven, klinken soortgelijke verhalen. Reizigers melden ritten die niet worden uitgevoerd, gebrekkige communicatie en chauffeurs die oververmoeid zijn. Een oudere man uit Noord-Brabant zegt: “Ik wachtte bijna twee uur. De taxi kwam niet. Toen ik belde, kreeg ik te horen dat mijn rit ‘vervallen’ was. Zonder bericht.”

Chauffeurs en reizigers de dupe van onhaalbare prijsafspraken. Lokale vervoerders pleiten voor realistische tarieven en menselijker vervoer.

Niet alleen de lage prijs heeft die de problemen veroorzaakt, maar vooral de schaalgrootte van de contracten. Gemeenten kiezen steeds vaker voor één grote aanbieder die het hele gebied moet bedienen. Daardoor verdwijnt de lokale kennis die cruciaal is om het vervoer soepel te laten verlopen. Een lokale vervoerder kent de wegen, de scholen, de cliënten en hun behoeften. Zij weten dat een bepaald kind bang wordt als het te lang moet wachten of dat een oudere passagier moeite heeft met trapjes. Die menselijke kennis kun je niet vangen in een spreadsheet.

Ik pleit er daarom voor om de grote contracten op te knippen in kleinere, regionale percelen. Dat zou niet alleen de kwaliteit verhogen, maar ook lokale ondernemers een eerlijke kans geven. Als gemeenten het vervoer verdelen over kleinere partijen, wordt de planning overzichtelijker en menselijker. Kleine taxibedrijven kunnen veel flexibeler inspelen op onverwachte situaties.

maatwerk

Ook ouders van leerlingen met een beperking pleiten voor meer maatwerk. Een ouderraad van een speciale basisschool in stuurde onlangs een brief naar de gemeente waarin ze klaagden over de ‘onmenselijke planningen’. In de brief staat: “Onze kinderen zijn geen pakketjes die opgehaald en afgeleverd moeten worden. Ze hebben structuur en rust nodig. Die verdwijnt door het jachtige systeem dat nu is ontstaan.”

Gemeenten erkennen dat de problemen toenemen, maar wijzen op de druk van stijgende kosten en krapte op de arbeidsmarkt. “De budgetten staan onder druk,” zegt een gemeentewoordvoerder. “We proberen de balans te vinden tussen betaalbaarheid en kwaliteit, maar het is een ingewikkeld vraagstuk.” Toch groeit ook binnen de politiek het besef dat het anders moet. Gelukkig pleiten diverse raadsleden ervoor om kwaliteit en lokale kennis zwaarder te laten wegen dan prijs bij toekomstige aanbestedingen.

chauffeurs

Chauffeurs, die dagelijks met de passagiers werken, voelen de spanning het sterkst. “Wij worden aangekeken als iets misgaat,” vertelt een chauffeur die al twintig jaar in het leerlingenvervoer werkt. “Maar wij doen wat we kunnen met de planning die we krijgen. De computer bepaalt de route, niet wij.” Niet de chauffeurs zijn het probleem, maar het systeem waarin zij gedwongen werken. Terwijl klachten over lange wachttijden, uitvallende ritten en overspannen planningen zich opstapelen, zijn het juist de chauffeurs die dagelijks proberen het onmogelijke mogelijk te maken. Zij bevinden zich in de frontlinie van een systeem dat door jarenlange bezuinigingen, te lage aanbestedingstarieven en onrealistische verwachtingen van gemeenten én reizigers is vastgelopen.

Het doelgroepenvervoer – bedoeld voor ouderen, mensen met een beperking en kinderen in het speciaal onderwijs – is in de loop der jaren veranderd van een zorgvoorziening in een logistiek rekenmodel. Gemeenten schrijven enorme percelen uit, waarop grote vervoersbedrijven tegen bodemprijzen inschrijven. Wat daarna volgt, is een puzzel van duizenden ritten per dag binnen een paar uur tijd. En wie die puzzel moet leggen? De chauffeurs.

“De werkdruk is gigantisch,” zegt een chauffeur die al vijftien jaar leerlingen vervoert in Zuid-Holland. “We krijgen een route vanachter een computer voorgeschoteld die in theorie klopt, maar in de praktijk onmogelijk is. Files, kinderen die langer de tijd nodig hebben om in te stappen, of ouders die nog even iets willen zeggen — daar houdt de planning geen rekening mee. En als we vijf minuten te laat zijn, krijgen we de klachten over ons heen.”

opvoeden

De verwachtingen zijn bovendien de laatste jaren alleen maar toegenomen. Van chauffeurs wordt niet alleen gevraagd dat ze veilig en op tijd rijden, maar ook dat ze optreden als begeleider, verzorger en soms zelfs als opvoeder. “We moeten de kinderen helpen uitstappen, begeleiden tot aan de schoolpoort, troosten als ze overstuur zijn en rustig blijven als er iets misgaat onderweg,” vertelt een andere chauffeur. “Dat doen we met liefde, maar het is geen taak die past binnen de tijdsdruk die we krijgen. Soms moeten we kiezen tussen menselijkheid en planning — en dat voelt vreselijk.”

Gemeenten geven intussen toe dat de uitvoering onder druk staat, maar wijzen op budgettaire beperkingen. “We begrijpen de signalen,” zegt een gemeentewoordvoerder. “Maar het is een complexe taak met beperkte middelen.” Een verklaring die binnen de sector met gefronste wenkbrauwen wordt ontvangen. Want de lage tarieven zijn mede het gevolg van aanbestedingen waarbij prijs belangrijker is dan kwaliteit.

Parkeersessie loopt door bij Flitsmeister Dash: gebruikers voelen zich misleid

De populaire Flitsmeister Dash, die belooft het parkeren eenvoudiger te maken met één druk op de knop, ligt toch onder vuur.

Het apparaatje, dat parkeersessies automatisch registreert, blijkt namelijk ook buiten de officiële betaaluren vrolijk door te rekenen. Verschillende automobilisten ontdekken tot hun frustratie dat ze ongemerkt tientallen euro’s te veel betalen voor parkeertijd die volgens de gemeentelijke regels eigenlijk gratis zou moeten zijn.

Een automobilist die zijn auto parkeerde bij het Kloosterhotel De Soete Moeder in de Nemiusstraat in ’s-Hertogenbosch, kreeg onlangs een onaangename verrassing. Daar geldt betaald parkeren van 09.00 tot 24.00 uur, maar wie na middernacht blijft staan, hoeft in principe niets meer te betalen. Toch liep zijn parkeersessie gewoon door. De man startte zijn sessie via de Flitsmeister Dash om 15.30 uur en stopte die pas de volgende ochtend om 9.30 uur na zijn overnachting. De rekening was ruim € 41,- voor ruim twintig uur parkeren, terwijl negen daarvan buiten de betaalperiode vielen.

handmatig stoppen

De automobilist ontdekte tot zijn verbazing dat de Dash simpelweg de hele nacht bleef doorlopen, ondanks dat de parkeerzone vanaf middernacht gratis was. De teller hield pas op toen de gebruiker de sessie handmatig beëindigde. Dat roept vragen op over de transparantie van het systeem en over de verantwoordelijkheid die bij de gebruiker wordt neergelegd.

Volgens Flitsmeister werkt de Dash “zoals bedoeld”. Het apparaat stopt pas met rekenen zodra de bestuurder de parkeersessie zelf beëindigt. Alleen in zones waar gemeenten een maximale parkeertijd hanteren, stopt het systeem automatisch. Dat betekent dat in de meeste steden en dorpen de Dash ook tijdens gratis parkeeruren doorloopt. De website van Flitsmeister laat weten dat “de gebruiker altijd zelf verantwoordelijk blijft voor het stopzetten van de sessie”.

valkuil

Voor veel automobilisten voelt dat echter als een valkuil. Zeker bij parkeerzones met specifieke tijden — zoals in het centrum van ’s-Hertogenbosch — kan de gebruiker moeilijk inschatten wanneer de betaalperiode precies eindigt. Een vergissing of simpelweg vergeten om de sessie te stoppen, kan zomaar leiden tot onnodige kosten. Tenslotte stap je ’s nachts niet uit je bed om de Dash handmatig uit te schakelen.

Wie denkt recht te hebben op een terugbetaling, komt bovendien terecht in een bureaucratisch doolhof. Klachten over foutief doorlopende parkeersessies moeten via een zogenoemd diagnoseformulier bij Flitsmeister worden ingediend. Vaak verwijst het bedrijf vervolgens naar betaaldienstverlener 4411, die verantwoordelijk is voor de financiële afhandeling. Volgens verschillende gebruikers op sociale media is het proces “traag en frustrerend”, met wisselende resultaten.

Foto: © Pitane Blue – Kloosterhotel de Soete Moeder

“De Flitsmeister Dash is handig – totdat hij je een nacht lang laat betalen voor gratis parkeren,” vat een gebruiker zijn ervaring samen.

Het probleem zit hem volgens techkenners in de manier waarop de Dash ontworpen is. Het apparaat maakt geen koppeling met gemeentelijke parkeertijden, maar rekent puur op basis van start- en stopmomenten. Dat is technisch eenvoudig, maar in de praktijk onhandig, omdat het geen rekening houdt met het feit dat veel steden ’s nachts gratis parkeren toestaan.

geen plannen

“De Dash doet wat hij moet doen, maar niet wat gebruikers verwachten,” zegt een lokale IT-specialist. “De gemiddelde automobilist denkt dat het apparaat automatisch stopt als parkeren gratis wordt, maar dat gebeurt niet. Daardoor betaal je feitelijk voor niet-bestaande uren.”

Tot nu toe heeft Flitsmeister geen plannen aangekondigd om het systeem aan te passen. Wel raadt het bedrijf aan om de parkeersessie altijd handmatig te stoppen zodra de auto niet meer binnen de betaaluren staat. Gebruikers doen er dus verstandig aan om even te controleren wanneer betaald parkeren afloopt — en eventueel een herinnering in te stellen.

De belofte van gemak die de Flitsmeister Dash ooit zo aantrekkelijk maakte, blijkt in de praktijk een dure valstrik. Het apparaat is handig voor wie vaak onderweg is, maar wie niet oplet, kan zomaar de volgende ochtend wakker worden met een flink hogere parkeerrekening dan verwacht.

abonnement

De Flitsmeister DASH kan men niet gebruiken zonder een abonnement. Het apparaat werkt via een eigen internetverbinding (eSIM) en vereist een maandelijks DASH-abonnement om te functioneren, te updaten en de functies te gebruiken. Dit is anders dan de gratis Flitsmeister app of de Flitsmeister ONE, waarvoor geen abonnement nodig is. Je kunt geen eigen simkaart gebruiken of verbinding maken met de hotspot van je telefoon. Zonder abonnement zijn de functies van de DASH niet beschikbaar, zoals het ontvangen van meldingen en het bijwerken van informatie. 

Dirk-Jan de Haan: ‘digitale contracten worden straks de standaard’

Van OV-fiets tot Europa-brede standaarden, dit is de visie van Openwheels.

Het mobiliteitslandschap verandert razendsnel. Met de opkomst van Mobility as a Service (MaaS) groeit de behoefte aan samenwerking tussen vervoerders en MaaS-aanbieders. Toch blijken juridische en technische obstakels vaak een remmende factor. Precies daar speelt OpenWheels 2.0 op in. Het initiatief, onder aanvoering van Dirk-Jan de Haan van de Projective Group, wil contracten standaardiseren en digitaliseren, waardoor samenwerking eenvoudiger en efficiënter wordt.

De Haan is al veertien jaar actief in de mobiliteitswereld en kent de uitdagingen van binnenuit. Hij begon zijn loopbaan bij de NS, waar hij verantwoordelijk was voor de integratie van treinreizen met de OV-fiets. “Dat was lang voordat MaaS breed omarmd werd, maar eigenlijk was het hetzelfde idee: verschillende vormen van vervoer in één reis combineren,” vertelt hij. De resultaten waren indrukwekkend. “We zagen een grafiek die eruitzag als een hockeystick. Het gebruik van de OV-fiets schoot omhoog zodra de koppeling met de trein eenvoudiger werd. Beter bewijs dat MaaS kan werken is nauwelijks te vinden.”

standaardisatie

Met die ervaring op zak zette De Haan zich later bij de Projective Group in voor oplossingen in een gefragmenteerde markt. Waar vervoersdiensten niet langer onder één paraplu vallen, zoals bij de NS, is standaardisatie cruciaal. OpenWheels wil daarin voorzien door middel van modelcontracten die de samenwerking tussen vervoerders en MaaS-providers vastleggen.

“Het kernidee van OpenWheels is het wegnemen van juridische en operationele barrières,” legt De Haan uit. “Dankzij standaardisatie kunnen ook kleinere spelers aan tafel meedoen, zonder dat de grootste partij altijd de dienst uitmaakt.” Daarmee wordt volgens hem een gelijk speelveld gecreëerd dat de hele sector vooruithelpt.

De eerste versie van OpenWheels focuste op een uniform contractmodel. Inmiddels is het tijd voor de volgende stap: OpenWheels 2.0. Deze richt zich op digitale contractering en technische integratie. “Een digitaal contract moet dezelfde kracht hebben als een fysiek ondertekend document, maar dan zonder elkaar daadwerkelijk te ontmoeten,” aldus De Haan. “Het lijkt misschien minder spannend, maar zodra je ermee werkt, vraag je je af waarom het ooit anders ging.”

machtspositie

Toch zijn er uitdagingen. Bedrijven die zich niet in de MaaS-keten willen positioneren, hebben weinig baat bij de nieuwe aanpak. Bovendien blijft er altijd een risico dat grote spelers hun machtspositie benutten. Volgens De Haan kan regelgeving dit risico verkleinen. “In de betaalwereld bestaan al regels om het speelveld gelijk te trekken. Het zou logisch zijn als er ook voor mobiliteit Europese afspraken komen.”

Illustratie: © Pitane Blue

De Nederlandse overheid toont belangstelling en leverde via het Ministerie van Infrastructuur een financiële bijdrage om de strategische architectuur van OpenWheels 2.0 uit te werken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar bouwstenen zoals de EUID, de European Unified ID. Voor verdere ontwikkeling blijft de werkgroep echter afhankelijk van steun van bedrijven en overheid.

TOMP

De samenwerking met de TOMP-werkgroep speelt hierin eveneens een belangrijke rol. Waar TOMP zich richt op standaardisatie van technische API’s, legt OpenWheels de nadruk op juridische en operationele processen. “Samen vormen ze de perfecte tweeling,” zegt De Haan. Beiden streven naar hetzelfde doel: een efficiënte, multimodale mobiliteitsmarkt.

Volgens De Haan is standaardisatie onmisbaar. “Zonder standaardisatie stijgen de kosten enorm. Het gaat niet alleen om het vinden van een match tussen aanbieder en afnemer, maar ook om het afsluiten en onderhouden van overeenkomsten. Die zijn nooit statisch. Een eenvoudig, gestandaardiseerd raamwerk is noodzakelijk.”

Kijkend naar de toekomst is hij optimistisch. “Over tien jaar is het de normaalste zaak van de wereld. Net zoals sms’jes ooit een vanzelfsprekend communicatiemiddel werden. Voor operators die nog twijfelen, zijn er twee sterke argumenten: lagere kosten en een exponentiële groei van je marktbereik.”

budget

Die groei is volgens hem gestoeld op vertrouwen. Hij vergelijkt het met een hotel boeken via een vertrouwd platform: reizigers gebruiken liever een bekende app, ook in het buitenland. “De MaaS-provider brengt de klantkennis en het vertrouwen, de vervoerder levert de middelen en vergunningen. Samen ontstaat er een ecosysteem waarin samenwerking de norm wordt.”

Toch plaatst De Haan een kanttekening. “Helaas is er geen structureel budget voor de werkgroep. Veel tijd die ik investeer, wordt niet betaald. Met meer steun en middelen zouden we sneller en verder kunnen komen.” Zijn wens is duidelijk: OpenWheels verder ontwikkelen, zodat multimodaal reizen in Europa niet alleen gemakkelijker maar ook eerlijker wordt. “Het draait om samenwerking. Wie denkt het alleen te kunnen, mist de essentie van wat MaaS echt kan zijn.”

Bron: OpenWheels

No-shows in de horeca: de pot verwijt de ketel?

In Amsterdam belt een chef wanhopig zijn reserveringslijst af. Zes van de vijftien tafels zijn leeg, omdat gasten simpelweg niet komen opdagen. Het personeel staat klaar, de voorraad ligt in de keuken – maar de avond is financieel gezien verloren.

Het is de nieuwe favoriete klaagzang van menig restaurateur en hotelier: de no-shows. Gasten die reserveren, niet komen opdagen en dan ook nog eens vergeten te bellen. “Een ramp voor onze omzet,” klinkt het. En eerlijk is eerlijk: als je op een zaterdagavond een tafel leeg hebt terwijl je tien mensen hebt moeten teleurstellen, doet dat pijn.

Maar wie al wat langer meedraait, weet dat dit verhaal twee kanten heeft. Want was het niet diezelfde sector die jarenlang schaamteloos overboekte? Hoe vaak stonden reizigers niet aan een balie in een hotel, restaurant of Schiphol om te horen dat hun kamer of tafel tóch niet beschikbaar was, of dat hun stoel in het vliegtuig al door een ander was ingenomen? Dan werd er met de schouders opgehaald, kreeg je een tegoedbon of een ander hotel in een buitenwijk. Dat was ook een no-show – maar dan van de aanbieder zelf.

boetes en aanbetalingen

En nu? Nu klinken er serieuze plannen voor boetes, aanbetalingen en blokkades via reserveringsplatforms zoals Iens. Drie keer niet komen opdagen en je ligt eruit. Dat klinkt stoer, maar het ademt vooral wantrouwen richting de gast. Alsof de klant standaard de boosdoener is die in toom gehouden moet worden.

Natuurlijk, wie zonder bericht wegblijft, zadelt een ondernemer op met lege stoelen en verlies. Maar moet de rekening van deze mentaliteitskwestie volledig bij de consument liggen? Zeker als we weten dat dezelfde klant in het verleden vaak genoeg de dupe was van restaurants, hotelketens en luchtvaartmaatschappijen die hun eigen marges veiligstelden met overboekingen. Daar werd geen moreel vingertje geheven richting de sector zelf, hooguit een procedure om een compensatie te regelen na veel gedoe.

De horeca heeft recht van klagen, maar zou er niet ook zelfreflectie mogen zijn? Vertrouwen werkt twee kanten op. Ja, herinner gasten via sms of mail. Ja, maak annuleren zo makkelijk mogelijk. En ja, een redelijke aanbetaling kan een oplossing zijn. Maar boetes en zwarte lijsten? Dat ruikt meer naar strafexpeditie dan naar gastvrijheid.

Denk terug aan de keren dat hotels bewust méér kamers verkochten dan ze daadwerkelijk beschikbaar hadden. Ze gingen er simpelweg vanuit dat er altijd wel iemand niet kwam opdagen. En als de rekensom niet klopte? Dan stond je na een lange reis doodleuk voor een volgeboekt hotel. Met een beetje geluk werd je doorgeschoven naar een andere locatie – vaak slechter, soms kilometers verderop.

Als we iets hebben geleerd van de jaren waarin restaurants, hotels en luchtvaartmaatschappijen massaal overboekten, dan is het wel dat een eenzijdig “beschermingsmechanisme” de relatie met de klant schaadt. Gastvrijheid vraagt om meer dan omzetdenken – het vraagt om wederzijds respect.

De oplossing ligt niet in eenzijdige sancties. Natuurlijk mogen restaurants en hotels van hun gasten vragen dat ze hun reservering nakomen of tijdig annuleren. Natuurlijk is het legitiem om bij grotere groepen een aanbetaling te vragen of een redelijke annuleringsregeling op te nemen. Maar het klakkeloos doorbelasten van de hele rekening bij een vergeten telefoontje? Dat wekt meer kwaad bloed dan loyaliteit.

een paar tips

Leg duidelijk uit wat er gebeurt als iemand niet komt opdagen, en maak onderscheid tussen een no-show en een late annulering door overmacht. Als een hotel overboekt is en je kamer niet beschikbaar, zou je net zo goed recht moeten hebben op een substantiële compensatie. Wat voor de gast geldt, moet ook voor de ondernemer gelden. Stuur herinneringsmails, maak annuleren eenvoudig, bel gasten persoonlijk na. Vaak gaat het niet om kwade wil, maar om gemakzucht of een misverstand.

No-shows zijn vervelend. Voor een klein restaurant met zes tafels kan één niet verschenen reservering de avond maken of breken. Maar het is wel erg kortzichtig om de oplossing alleen te zoeken in boetes en blokkades, zeker in een sector die zelf jarenlang winst maakte op overboekingen en daarmee klanten in de kou liet staan.

Als we werkelijk een gastvrije horeca willen, dan hoort daar ook wederkerigheid bij: eerlijke afspraken, redelijke annuleringsvoorwaarden en het lef om als ondernemer ook zelf verantwoordelijkheid te nemen wanneer het misgaat. Want vertrouwen is wederkerig. En zonder vertrouwen, geen gastvrijheid.

Zwarte lijst: mag een luchtvaartmaatschappij passagiers zomaar weren?

Volgens de rechter in Haarlem is het opvolgen van instructies cruciaal voor orde en veiligheid op luchthavens, en was het gedrag van de man ernstig genoeg voor de zwaarste sanctie.

Een Belgische passagier die begin dit jaar in een verhitte discussie belandde in juli 2024 met een medewerker van Transavia op Eindhoven Airport, belandde prompt op de zwarte lijst van zowel Transavia als moedermaatschappij KLM. Het gevolg: vijf jaar lang geen toegang tot vluchten bij beide maatschappijen. Het voorval – ontstaan uit onenigheid over handbagagekosten – roept vragen op over proportionaliteit, privacy en de juridische basis van zulke zwarte lijsten.

de rolkoffer-rel

Volgens berichten in onder meer Eindhovens Dagblad en AD liep de situatie uit de hand toen de passagier weigerde extra te betalen voor het meenemen van zijn rolkoffer. Wat begon als een discussie, mondde uit in een incident waarbij de maatschappij besloot hard op te treden: de man werd geweigerd en voor vijf jaar op een interne zwarte lijst geplaatst.

Het bijhouden van interne zwarte lijsten is niet nieuw. Bedrijven mogen dit doen om overlast, fraude of veiligheidsrisico’s te voorkomen. Maar er gelden strikte voorwaarden onder de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Zo moet er een gerechtvaardigd belang zijn, het middel moet noodzakelijk en proportioneel zijn en de betrokkene heeft recht op inzage en bezwaar.

delen van lijsten

Het delen van zwarte lijsten tussen bedrijven – zoals tussen Transavia en KLM – mag niet zomaar. In principe is hiervoor een vergunning van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nodig, omdat het gaat om het uitwisselen van persoonsgegevens die mogelijk gevoelig liggen.

Foto: © Pitane Blue – Eindhoven Airport

De kwestie laat zien hoe dun de scheidslijn is tussen legitieme veiligheidsmaatregelen en mogelijke inbreuk op grondrechten. Voor passagiers blijft de vraag: hoe ver mag een maatschappij gaan in het weren van reizigers – en wie bepaalt of dat gerechtvaardigd is?

Volgens privacyjuristen wringt hier iets. “Een interne lijst kan, maar een vijfjarige uitsluiting na een relatief klein incident roept vragen op. Was dit echt proportioneel? En is de passagier goed geïnformeerd over zijn rechten?” zegt een privacyrechtadvocaat. Ook de mogelijkheid om bezwaar te maken of correctie te vragen moet volgens de wet altijd bestaan.

juridische waarde

Het plaatsen van iemand op een zwarte lijst is in essentie een bedrijfsbesluit. Het heeft geen officiële juridische status, zoals een rechterlijk verbod of strafblad. Wel kan het grote gevolgen hebben: iemand kan jarenlang geen gebruik maken van bepaalde diensten, zonder dat er een rechter aan te pas komt. Dit kan leiden tot klachten bij de AP of zelfs tot schadeclaims.

Het incident heeft de discussie over passagiersrechten opnieuw aangewakkerd. Consumentenorganisaties pleiten voor duidelijkere regels rond handbagage om conflicten te voorkomen. Ook wordt er opgeroepen tot meer transparantie bij sancties als zwarte lijsten. De maatschappijen zelf benadrukken dat veiligheid en orde aan boord vooropstaan. “Wij behouden ons het recht voor om passagiers te weigeren wanneer hun gedrag de veiligheid in gevaar brengt,” laat Transavia weten.

rechter

De Belg vond die straf buiten proportie. Volgens hem kreeg hij onvoldoende kans zijn kant van het verhaal te doen en liep hij bovendien forse schade op door gemiste reizen. Hij claimde ruim 10.000 euro schadevergoeding, onder meer voor een geannuleerde KLM-reis naar Zuid-Afrika.

De rechtbank in Haarlem wees die claim echter af. Volgens de rechter is het opvolgen van instructies cruciaal voor orde en veiligheid op luchthavens. Het gedrag van de man werd ernstig genoeg bevonden om de zwaarste sanctie te rechtvaardigen. Het vliegverbod tot 2029 blijft in stand. De passagier draait daarnaast op voor de proceskosten van ruim 4.400 euro.