Categorie archieven: OV

Meer treinen en nieuwe namen: reizigers wennen aan nieuwe dienstregelingen

Uitbreidingen en wisselingen door heel Europa, het OV begint aan een nieuw vervoersjaar.

De wereld van het openbaar vervoer staat vandaag in het teken van verandering nu in de meeste regio’s een nieuwe dienstregeling van kracht is geworden. Op het spoor betekent deze dag traditiegetrouw het begin van een nieuw vervoersjaar, waarin grote en kleine aanpassingen worden doorgevoerd die voor miljoenen reizigers merkbaar zijn. Vrijwel in heel Europa rijden treinen vanaf vandaag volgens aangepaste tijden en frequenties, waarbij vervoerders proberen beter aan te sluiten op de vraag van reizigers en de lessen van de afgelopen jaren.

Bij de Nederlandse Spoorwegen is de start van de nieuwe dienstregeling gepaard gegaan met een uitbreiding van het aantal treinen. Vergeleken met de vorige dienstregeling worden opnieuw meer ritten aangeboden. Met name aan de randen van de dag is het aanbod versterkt, zodat reizigers in de vroege ochtend en late avond meer reismogelijkheden hebben. Gedurende het jaar blijven de aanpassingen niet beperkt tot deze ene datum. NS voert namelijk meerdere zogenoemde wijzigingsbladen door, waarin kleine verschuivingen worden vastgelegd. Dat kan bijvoorbeeld gaan om vertrektijden die één minuut opschuiven of om kleine wijzigingen in aansluitingen, bedoeld om de dienstregeling verder te verfijnen.

dienstregeling

Ook in België is de nieuwe dienstregeling bij de NMBS ingegaan en daar valt eveneens een uitbreiding van het aanbod te noteren. De spoorwegmaatschappij zet extra late treinen in op vrijdag- en zaterdagavond, waardoor uitgaanspubliek en weekendreizigers langer kunnen rekenen op het spoor. Daarnaast komen er extra intercitytreinen in het weekend en wordt het aanbod rond grote steden als Brussel, Antwerpen, Gent en Charleroi opgevoerd. Reizigersvereniging TreinTramBus reageert opgelucht op deze uitbreidingen, maar wijst tegelijkertijd op een hardnekkig knelpunt. Volgens de vereniging “rijden er te weinig treinen tussen Antwerpen en Brussel”, een verbinding die volgens hen beter bediend zou moeten worden om de grote reizigersstromen aan te kunnen.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Voor reizigers betekent dit opnieuw wennen aan nieuwe namen, kleuren en soms andere dienstregelingen.

Het regionale openbaar vervoer loopt traditioneel gelijk op met de nieuwe spoordienstregeling. Dat is logisch, omdat veel reizigers overstappen van bus of tram op de trein en andersom. Sinds de coronaperiode is daarin echter verandering gekomen. Verschillende regio’s hebben ervoor gekozen om pas op de laatste zondag van de kerstvakantie over te stappen op een nieuwe dienstregeling. Hierdoor hoeven reizigers niet slechts een week te wennen aan nieuwe tijden om daarna direct weer met een vakantiedienstregeling te maken te krijgen. Deze verschuiving moet zorgen voor meer rust en duidelijkheid in een periode die voor veel reizigers toch al afwijkt van het normale patroon.

consessie

In de provincie Utrecht is sprake van de grootste verandering. Daar heeft een wisseling van vervoerder plaatsgevonden voor de concessie Utrecht Binnen. Qbuzz b.v. heeft na een lange periode van juridische procedures het stokje daadwerkelijk overgedragen aan Transdev Nederland. Voor Utrecht Buiten is de verandering minder ingrijpend. Daar gaat Syntus Openbaar Vervoer B.V. verder onder de naam Keolis Nederland, wat in de praktijk neerkomt op dezelfde organisatie. Beide vervoerders presenteren zich voortaan onder de gezamenlijke naam U-OV, waarmee één herkenbaar merk voor het openbaar vervoer in de provincie wordt neergezet.

In de provincie Zuid-Holland verandert eveneens een bekende naam. Connexxion rijdt daar voortaan onder de vlag van Transdev Nederland. Hoewel de nieuwe bussen nog niet allemaal beschikbaar zijn, is de nieuwe dienstregeling wel al gestart. Reizigers krijgen dus te maken met aangepaste tijden en routes, terwijl het materieel stap voor stap wordt vernieuwd.

Ook in Gelderland gaat een nieuwe concessie van start. Arriva Nederland neemt daar het openbaar vervoer in de regio Achterhoek-Rivierenland over. Net als in Zuid-Holland zijn nog niet alle nieuwe bussen geleverd, wat betekent dat oud en nieuw materieel voorlopig naast elkaar te zien zal zijn. Een opvallende wijziging betreft het traject Arnhem–Doetinchem, dat overgaat van #Breng naar Arriva en voortaan rijdt onder de naam RRReis NL.

Nieuwe NS dienstregeling: Zeeland krijgt snellere treinverbinding met Brabant

Hogere treinfrequenties zorgen voor grote veranderingen op het spoor.

De Nederlandse Spoorwegen zet met de komst van de nieuwe dienstregeling een forse stap richting een sneller, betrouwbaarder en vooral veelzijdiger spoorwegnet. De wijzigingen reiken veel verder dan een paar extra treinen per dag; het spoor krijgt op meerdere plekken in het land een grondige opfrisbeurt die reizigersstromen opnieuw in beweging zet. Vooral Zeeland en Noord-Brabant profiteren nadrukkelijk van de ingrepen, omdat de verbindingen tussen beide provincies eindelijk worden opgetrokken naar een niveau dat past bij de groeiende vraag.

De grootste verandering is zonder twijfel de introductie van de nieuwe, rechtstreekse trein tussen Zwolle en Vlissingen. Waar de huidige rit nu nog in Roosendaal eindigt, zal deze vanaf december elk uur worden doorgetrokken tot aan de Zeeuwse kust. Dat is niet alleen een logistieke verbetering maar ook een politieke beslissing, omdat de verlengde verbinding voortkomt uit het compensatiepakket ‘Wind in de Zeilen’. Dat pakket werd samengesteld nadat eerder was besloten af te zien van de bouw van een marinierskazerne in Vlissingen. Het gevolg is dat Zeeuwen voortaan rechtstreeks kunnen reizen naar knooppunten als Tilburg en Breda, waardoor de provincie steviger wordt ingebed in het nationale treinnetwerk. Voor forenzen, studenten en toeristen betekent dit dat overstappen in Roosendaal tot het verleden behoort en reizen een stuk efficiënter wordt.

structureel

Ook in het oosten van het land verandert de treinloop zichtbaar. Tussen Amersfoort en Deventer rijdt doordeweeks straks de hele dag vier keer per uur een Intercity, waar dat nu nog alleen tijdens de spits gebeurt. De structurele verhoging van drie naar vier treinen per uur geeft met name op de stations Apeldoorn en Deventer extra lucht, omdat overstappen richting Zutphen en Zwolle eenvoudiger aansluit. Toch blijft er een nuance overeind: wanneer internationale treinen van en naar Duitsland passeren, valt de frequentie tijdelijk terug naar drie treinen per uur. Het is een concessie die voortkomt uit de drukke internationale verkeersstroom op dit traject maar voor de rest van de dag blijft de hogere frequentie stevig overeind.

Langs de Zaanlijn wordt in het weekend eveneens een tandje bijgeschakeld. Tussen Uitgeest en Amsterdam Centraal rijden straks op zaterdag en zondag vier Sprinters per uur in plaats van twee. Reizigers merken dat niet alleen langs de Zaanstreek maar ook op stations zoals Amsterdam Amstel, Amsterdam Bijlmer Arena en Abcoude, waar meer treinen zullen stoppen. Een onverwachte bijkomstigheid is dat reizigers tussen Breukelen en Rhenen een directe verbinding met Amsterdam krijgen, waardoor de hoofdstad voor een grotere groep forenzen en studenten gemakkelijker bereikbaar wordt.

woningbouw

Voor de Oude Lijn, het traject tussen Den Haag en Dordrecht, staat op zaterdag een gerichte uitbreiding gepland. Tussen tien uur ’s ochtends en acht uur ’s avonds verdubbelt het aantal Sprinters. Dat is een strategische keuze, omdat langs deze spoorlijn de komende jaren massale woningbouwprojecten van start gaan. De grotere vervoersvraag die daaruit voortvloeit krijgt hiermee alvast een passende infrastructuur.

Foto: © Pitane Blue – stationsbord

Ook Weert ziet een wens vervuld. De in het weekend verbeterde dienst met vier Intercity’s per uur in beide richtingen blijft bestaan. NS en ProRail hebben volgens betrokkenen lang geschoven met planningen en goederentreinen om een optimale balans te vinden op dit drukke spoor. De handhaving van die frequentie onderstreept de positie van Weert als onmisbare schakel tussen het zuiden en de Randstad.

worstenbolus

NS haalt bovendien nog een symbolisch gebaar uit de kast. Om de nieuwe verbinding tussen Zeeland en Noord-Brabant feestelijk te markeren worden reizigers in Vlissingen op 15 december getrakteerd op een ‘worstenbolus’, een opvallende culinaire samensmelting van Brabantse en Zeeuwse tradities. Het gebak staat symbool voor de vernieuwde band tussen de provincies die nu met één overstaploze trein aan elkaar worden geknoopt.

De nieuwe dienstregeling laat zien hoe het spoor zich opnieuw uitvindt in een tijd waarin mobiliteit verandering verlangt. Hogere frequenties, betere aansluitingen en directe routes moeten het reizen eenvoudiger maken en passen in een bredere verschuiving richting duurzamer vervoer. Voor veel treinreizigers zullen de veranderingen direct merkbaar zijn, of het nu gaat om kortere wachttijden, soepelere overstappen of simpelweg minder gedoe tijdens de reis. Het spoor beweegt mee met de samenleving en zet de reiziger nadrukkelijk centraal.

OV-chipkaart ruzie escaleert: Rover en Translink naar rechter

Translink spreekt van duidelijk signaal aan hardnekkige exploitant.

Reizigersorganisaties Rover en vervoerbedrijf Translink zetten een harde juridische stap om een einde te maken aan een handvol websites die de OV-chipkaart tegen buitensporige tarieven aanbieden. De kwestie speelt al langere tijd, maar na eerdere successen in het overtuigen van diverse aanbieders om hun praktijken te staken, blijft één exploitant – het bedrijf Kings Online – volharden met twee omstreden websites. Op 6 januari 2026 volgt daarom een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad.

Het probleem waar duizenden reizigers onbewust tegenaan lopen, begint zodra zij via een zoekmachine op zoek gaan naar een plek om een persoonlijke OV-chipkaart te bestellen. Bovenaan verschijnen dan opvallend vaak commerciële websites die de indruk wekken officiële verkoopkanalen te zijn. De vormgeving komt volgens gedupeerde reizigers akelig dicht in de buurt van de huisstijl van NS of Translink. Daardoor ontstaat gemakkelijk verwarring en wordt er zonder extra dienstverlening soms tientallen euro’s te veel betaald voor een kaart die bij Translink zelf simpelweg €7,50 kost.

hoge kosten

Rover geeft aan dat inmiddels meer dan zeshonderd reizigers melding hebben gedaan van te hoge kosten. Veel van hen zeggen pas na betaling ontdekt te hebben dat zij niet bij de officiële uitgever bestelden. De bedragen die gemoeid zijn met deze bestellingen lopen behoorlijk uiteen, maar de rode draad is dat consumenten zich misleid voelen en vinden dat de websites een oneerlijke vorm van handel voeren.

Rover en Translink geven aan dat zij eerder drie aanbieders, die met soortgelijke websites opereerden, succesvol hebben weten te overtuigen te stoppen na duidelijke sommaties. Beide organisaties wilden daarmee vooral een einde maken aan onnodige kosten voor reizigers, die vaak al weinig zicht hebben op de officiële procedures rondom hun OV-chipkaart. Voor de laatste twee websites, beide beheerd door Kings Online, bleek dat anders te liggen. De exploitant weigert de activiteiten zelf stil te leggen en blijft de kaarten aanbieden voor tarieven die volgens Rover en Translink in geen verhouding staan tot de geboden dienst.

Foto: © Pitane Blue – Translink

De inzet is voor Rover en Translink helder: een transparante markt waar reizigers op een betrouwbare manier en tegen een eerlijke prijs aan een OV-chipkaart kunnen komen zonder dat zij via slimme zoekresultaten of misleidende huisstijlen onnodig worden opgelicht

“Het is positief dat meerdere websites inmiddels zijn gestopt na onze eerdere acties,” verklaart Rover-directeur Freek Bos letterlijk. Hij benadrukt dat de organisaties pas tevreden zijn als alle misleidende praktijken van tafel zijn. “Maar zolang niet alle partijen bereid zijn hun oneerlijke handelspraktijken te beëindigen, blijven wij ons inzetten om reizigers te beschermen. Met de dagvaarding zetten we een noodzakelijke vervolgstap.”

Ook bij Translink is het geduld inmiddels op. Directeur Peter van Dijk laat weten dat de stap onvermijdelijk is geworden om duidelijkheid te creëren voor reizigers en misstanden tegen te gaan. Hij zegt: “Met deze stap geven we een duidelijk signaal: onnodig hoge kosten voor reizigers accepteren we niet. Iedereen moet eenvoudig en betrouwbaar een OV-chipkaart kunnen bestellen – via de website van OV-chipkaart of bij servicepunten van de vervoerders, gewoon voor de adviesprijs van €7,50.”

Bij de rechtbank in Lelystad zal op dinsdag 6 januari 2026 om 13.00 uur het kort geding dienen. De zitting is openbaar, wat betekent dat belangstellenden fysiek kunnen komen kijken hoe de zaak zich ontvouwt. Rover roept reizigers op om zich te blijven melden bij hun meldpunt wanneer zij geconfronteerd zijn met onredelijke kosten. De verklaringen kunnen volgens de organisatie van belang zijn in het verdere verloop van de zaak en vormen bovendien een belangrijk signaal richting bedrijven die volgens hen misbruik maken van de onwetendheid van consumenten.

Prorail: John Voppen wil steviger stempel drukken op grensoverschrijdend spoor

Nederlandse spoorambities krijgen duw richting Europa.

Een aankondiging die in Warschau meteen de aandacht trok, kwam van Prorail-topman John Voppen. Hij maakte bekend dat hij zich beschikbaar stelt als co-voorzitter van het European Network for Infrastructure Managers, het samenwerkingsverband dat binnen de Europese spoorsector steeds meer gewicht in de schaal legt. De mededeling, gedaan op 20 november tijdens een internationale bijeenkomst, onderstreepte zijn bereidheid om samen met Johannes Pluy van de Oostenrijkse ÖBB leiding te geven aan het netwerk. De formele beslissing valt pas in 2026, maar de richting die Voppen hiermee inzet, laat weinig twijfel bestaan over de ambities van de Nederlandse spoorbeheerder binnen het Europese krachtenveld.

cruciale spil

Het netwerk waarbij Voppen zich wil aansluiten, ENIM, wordt door insiders al langer beschouwd als een cruciale spil in de uitvoering van de Europese capaciteitsverordening die eraan komt. Deze verordening zal spoorbeheerders verplichten om nationale processen beter op elkaar af te stemmen, zodat internationale treinverbindingen soepeler en betrouwbaarder kunnen worden gepland. De verwachting is dat dit op termijn het Europese treinverkeer aanzienlijk zal versnellen, niet alleen voor reizigers maar ook voor de goederenstroom die over het spoor steeds belangrijker wordt.

De rol van ENIM is daarbij essentieel. Door infrastructuurbeheerders bijeen te brengen en afspraken te maken over harmonisatie van capaciteitsplanning en afstemming van werkzaamheden, ontstaat een structuur waarin internationale treinen niet langer hoeven te struikelen over landsgrenzen. Volgens betrokkenen moet dit leiden tot een Europees spoornetwerk dat beter functioneert als geheel, met minder vertragingen en meer ruimte voor treinen die verschillende landen doorkruisen.

actieplan

De Europese Commissie heeft onlangs een actieplan gepresenteerd dat deze ambities verder moet ondersteunen. Het plan is gericht op het aantrekkelijker maken van de trein als vervoersmiddel voor internationale reizen en bevat voorstellen voor uitbreiding van hogesnelheidslijnen tussen grote Europese steden. Daarnaast wordt gewerkt aan de introductie van één centraal boekingsplatform waarmee reizigers grensoverschrijdende treintickets eenvoudiger kunnen aanschaffen. Ook wordt ingezet op stimulering van de trein als schoon alternatief voor korte afstandsvluchten, een thema dat in veel lidstaten steeds hoger op de agenda staat.

Foto: © Pitane Blue – hogesnelheidstrein Eurostar

Voor Nederland opent dit nieuwe perspectieven. ProRail ziet kansen om het land nog steviger te verbinden met grote Europese bestemmingen zoals Brussel, Parijs, Londen, Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn. De inzet is om op korte termijn de bestaande infrastructuur intensiever te benutten, zodat het aantal internationale treinverbindingen verder kan groeien. Het streven is helder: meer treinen naar het buitenland betekent minder korte afstandsvluchten, en dat draagt bij aan de nationale én Europese klimaatdoelen.

ERTMS

Parallel daaraan werkt ProRail samen met buitenlandse partners aan de verdere uitrol van ERTMS, het beveiligingssysteem dat in heel Europa de standaard moet worden. Ook worden stappen gezet richting verbeteringen aan de HSL Zuid en investeringen in een robuustere energievoorziening. Door via ENIM actief mee te praten over Europese standaarden, wil ProRail ervoor zorgen dat deze aansluiten op de eigen ambities en op de Nederlandse positie binnen het internationale spoorverkeer.

Het voornemen van Voppen om het co-voorzitterschap op zich te nemen, plaatst Nederland nadrukkelijker in het centrum van de Europese discussie over de toekomst van de trein. Het is een signaal dat ProRail niet alleen wil volgen wat er in Brussel wordt besloten, maar nadrukkelijk wil meebouwen aan de contouren van een moderner, efficiënter en duurzamer spoornetwerk voor heel Europa.

Een ijzige verrassing: winterse rijplaag legt treinverkeer plat rond Utrecht

Gestrande treinen en lange wachttijden door plotselinge winterkou.

Een dunne winterprik heeft donderdagochtend voor grote problemen gezorgd op en rond het spoor bij Utrecht, waar een hardnekkige laag rijp op de bovenleiding het treinverkeer bijna tot stilstand heeft gebracht. Reizigers die vroeg op pad gingen, troffen een spoorlandschap aan waarin treinen haperden, stilvielen en soms helemaal niet meer verder konden. De NS spreekt van een ernstige verstoring die vooral de routes rond Utrecht treft en op diverse plekken tot vastgelopen treinen heeft geleid.

De problemen ontstonden door een dikke laag aangevroren vocht op de bovenleidingen. Volgens een woordvoerder van ProRail kan te veel ijsvorming ervoor zorgen dat treinen moeilijk of zelfs helemaal geen stroom meer kunnen afnemen, waardoor ze plots tot stilstand komen. De woordvoerder legt uit dat de omstandigheden van de afgelopen nacht cruciaal waren. De combinatie van neerslag en temperaturen die ruim onder het vriespunt doken, heeft volgens hem “ongelukkig uitgepakt”. Doordat er ’s nachts nauwelijks treinen reden, werd de laag rijp op de kabels niet weggeschraapt door pantografen die normaal gesproken tijdens de nachtelijke treinritten het ijs van de bovenleiding halen. Daardoor kon het ijs zich ophopen en werd de laag steeds dikker, met alle gevolgen van dien voor de ochtendspits.

spoorbeheerder

Op verschillende plekken rond Utrecht zijn treinen gestrand. Drie stuks kwamen stil te staan, waarvan twee met passagiers aan boord. ProRail benadrukt dat er voortdurend wordt gekeken naar de beste manier om deze reizigers te helpen. Wanneer het niet lukt om de treinen snel weer in beweging te krijgen, worden de passagiers geëvacueerd naar een veilige en warme plek. De woordvoerder geeft aan dat dit proces zorgvuldig moet gebeuren om de veiligheid te waarborgen. De vertragingen en uitval zullen naar verwachting tot ongeveer 10.00 uur aanhouden, maar de spoorbeheerder waarschuwt dat het herstel afhankelijk blijft van de omstandigheden op de bovenleiding en de snelheid waarmee het ijs smelt of kan worden verwijderd.

Foto: © Pitane Blue – overweg Rhenen

Op de trajecten Utrecht–Nijmegen rijden minder intercity’s dan gebruikelijk, terwijl reizigers tussen Utrecht en Rhenen helemaal geen sprinters kunnen nemen. Voor veel forensen betekent dit dat hun reistijd aanzienlijk oploopt. De NS adviseert reizigers om de reisplanner voortdurend te controleren, omdat de situatie snel kan wijzigen wanneer het ProRail lukt om delen van het spoor weer vrij te geven. Het ongemak komt op een moment dat de winter zich na een zachte periode plots laat gelden, met lage temperaturen die de spoorinfrastructuur flink op de proef stellen.

stroomkabels

Rijp op de bovenleiding is een bekend winterverschijnsel dat ontstaat wanneer vochtige lucht vastvriest op de stroomkabels. Wanneer er ’s nachts weinig treinen rijden, blijft dat ijs zitten en kan de laag zich verder ophopen. Tegen de ochtend, wanneer het treinverkeer op gang komt, merken treinen dat de stroomafname hapert doordat de pantograaf onvoldoende contact maakt met de bovenleiding. Het gevolg is dat locomotieven kracht verliezen, stilvallen of zelfs defect raken. De situatie van vandaag is volgens ProRail een typisch voorbeeld van hoe kwetsbaar het spoor kan zijn wanneer natuur en techniek elkaar op een ongelukkig moment treffen.

Na de eerste meldingen van problemen werd meteen gestart met inspecties en materieelcontroles langs de getroffen trajecten. Technici van ProRail werken sinds de vroege ochtend aan het oplossen van de ijsproblemen en doen dat vaak op hoogte of met speciale voertuigen die ontworpen zijn om bovenleidingen vrij te maken. Een structurele oplossing ligt echter vooral bij de weersomstandigheden: zodra de temperatuur iets oploopt of het zonlicht de rijplaag aantast, zullen de treinen beter stroom kunnen afnemen en kan het netwerk zich herstellen.

ochtendspits

De ochtendspits verloopt door al deze omstandigheden chaotischer dan normaal en vooral reizigers in de regio Utrecht ondervinden de gevolgen. Veel van hen zoeken alternatieven of wachten geduldig op een oplossing terwijl ze via apps en borden op de hoogte blijven van wat er mogelijk is. Het ongemak lijkt voorlopig nog niet voorbij, maar de verwachting is dat de grootste hinder na de ochtend geleidelijk zal afnemen

Gezinnen en kinderen worden ontzien: treinkaartje weer duurder in 2026

Meer dan een miljoen vroegboektickets verkocht ondanks stijgende kosten.

De prijs van een treinkaartje gaat vanaf 1 januari 2026 met gemiddeld 6,52 procent omhoog. Dat betekent dat reizigers die dagelijks de trein nemen opnieuw dieper in de buidel moeten tasten. De Nederlandse Spoorwegen benadrukken dat deze stijging noodzakelijk is om de inflatie van de afgelopen jaren te compenseren. Een eerdere verhoging van 12 procent bleek uiteindelijk niet nodig, waardoor de pijn voor reizigers enigszins wordt verzacht.

Volgens NS is de prijsstijging opgebouwd uit twee delen: de verwachte inflatie van 2026 en de achterstallige inflatie van de afgelopen jaren. Die laatste mocht het bedrijf destijds niet doorberekenen vanwege strikte regels die in de concessie met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn vastgelegd. Daardoor bleef de ontwikkeling van de kaartprijs flink achter bij de daadwerkelijke inflatie. In overleg met het ministerie is nu besloten om die inhaalslag over vier jaar te verdelen.

Bertien van Baak, directeur Commercie bij NS, legt uit dat de verhoging onvermijdelijk was. “De overheid stelt dit jaar geen middelen beschikbaar om de prijs verder te dempen,” zegt zij. “De prijsverhoging is daardoor hoger dan we hadden gewild, maar wel een stuk lager dan eerder gevreesd. We vinden het belangrijk om de gemiddelde prijsverhoging te beperken. Daarnaast zorgen we voor betaalbare opties met specifieke abonnementen en acties zoals de NS PrijsTijd Deals.”

Een opvallend detail is dat het prijsverschil tussen de 1e en 2e klas niet overal gelijk blijft. Tijdens doordeweekse dagen stijgt de prijs van een 1e klas kaartje meer dan die van de 2e klas, terwijl in het weekend het verschil juist kleiner wordt. NS wil hiermee de eerste klas aantrekkelijker maken voor weekendreizigers, omdat er dan vaak nog voldoende zitplaatsen zijn.

Voor gezinnen met jonge kinderen verandert er niets. Kinderen tot en met 11 jaar kunnen, net als dit jaar, gratis blijven meereizen met het Kids Vrij-abonnement. Ook de populaire Railrunner, waarmee kinderen voor €2,50 onbeperkt kunnen reizen, blijft even duur. NS benadrukt dat het belangrijk is dat de trein bereikbaar blijft voor gezinnen. Op dit moment hebben zo’n 250.000 kinderen een Kids Vrij-abonnement, een stijging van tien procent ten opzichte van vorig jaar. Bovendien blijft het Dal Voordeel-abonnement voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar gratis.

Toch verdwijnen er ook twee bekende abonnementen. Vanaf 1 februari 2026 stopt NS met de verkoop van Weekend Voordeel en Altijd Voordeel. Reizigers die deze abonnementen al hebben, kunnen er nog tot 1 juli 2026 gebruik van maken. Uit onderzoek blijkt dat veel klanten het huidige aanbod te uitgebreid en verwarrend vinden. Volgens NS zal voor het merendeel van de reizigers een alternatief abonnement straks voordeliger uitpakken. Het bedrijf belooft actieve begeleiding bij het vinden van een passend alternatief.

Foto: © Pitane Blue – NS klantendienst

Zo’n 250.000 kinderen hebben momenteel een Kids Vrij-abonnement bij NS. Een toename van 10 procent ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast reizen per maand zo’n 120.000 kinderen met een Railrunner van €2,50. De prijs van een Railrunner blijft komend jaar gelijk.

Naast de prijsstijgingen voor kaartjes worden ook andere diensten iets duurder. Zo gaat de huurprijs van een OV-fiets van €4,65 naar €4,80. Wie vergeet uit te checken, krijgt voortaan een maximale ritprijs van €33,30 in rekening, in plaats van de huidige €20,00. Dat bedrag kan echter nog altijd worden teruggevraagd via MijnNS of de klantenservice.

Ondanks de stijgende kosten benadrukt NS dat er nog steeds betaalbare opties zijn voor wie slim boekt. De zogenoemde NS PrijsTijd Deals – voordelige tickets die met vroegboekkorting worden aangeboden – blijken een groot succes. In 2025 werden meer dan een miljoen van deze treinkaartjes verkocht, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. Jongeren profiteren sinds dit najaar bovendien van een extra korting van 20 procent op deze deals.

Het aantal reizigers met een kortingsabonnement groeit eveneens. Vooral het Dal Voordeel-abonnement, waarmee in de daluren en het weekend met 40 procent korting kan worden gereisd, blijft populair. De kosten bedragen €6,35 per maand, een bedrag dat volgens NS vaak al met één retourrit in de daluren wordt terugverdiend.

Hoewel de trein voor veel Nederlanders dus opnieuw duurder wordt, lijkt de pijn enigszins gespreid. De NS wijst erop dat het bedrijf met deze tariefsverhoging zowel de gestegen kosten wil opvangen als de trein aantrekkelijk en betaalbaar wil houden. De komende weken worden alle reizigers persoonlijk geïnformeerd over de exacte prijs van hun nieuwe treinreis.

Betalen blijft gedoe: grensoverschrijdend OV groeit hard, maar informatie blijft achter

Dagelijks rijden honderden Nederlandse bussen en treinen de grens over naar Duitsland en België, en omgekeerd.

Het internationale openbaar vervoer tussen Nederland en haar buurlanden is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Toch blijft het vinden van juiste reisinformatie en tarieven voor veel reizigers een uitdaging.

Volgens cijfers van CROW-KpVV telt Nederland in 2025 in totaal 80 ov-verbindingen over de weg of het spoor die doorlopen tot over de grens. Die verbindingen variëren van internationale hogesnelheidstreinen tot regionale bussen die slechts enkele keren per dag rijden. Ook belbussen en flexbussen maken deel uit van dit netwerk, al worden die alleen op aanvraag ingezet. Opvallend is dat een derde van alle grensverbindingen wordt verzorgd door de vervoersmaatschappijen Arriva en De Lijn. Beide bedrijven onderhouden veertien lijnen die dagelijks de grens oversteken.

grensverkeer

De ontwikkeling van nieuwe regionale treinverbindingen is volgens experts cruciaal voor het verbeteren van het grensverkeer. Zo rijdt inmiddels de RB61 vanuit Bielefeld naar Hengelo en de RE19 van Düsseldorf naar Arnhem. Deze lijnen bieden niet alleen een alternatief voor automobilisten, maar zijn ook aantrekkelijk voor reizigers die op grotere afstand onderweg zijn. De komende jaren wordt het aanbod verder uitgebreid. Naar verwachting komt er in december 2026 een nieuwe verbinding tussen Coevorden, Nordhorn, Bad Bentheim en Rheine bij. Die route biedt aansluiting op de intercity’s richting Münster en Keulen, wat het reiscomfort aanzienlijk vergroot.

Naast het regionale netwerk groeit ook het aantal internationale langeafstandstreinen. De Eurostar rijdt inmiddels vier keer per dag van Amsterdam naar Londen in ongeveer vier uur tijd. Daarnaast zijn er nachttreinen van ÖBB en NS Internationaal die reizigers dagelijks van Nederland naar Zürich, Wenen en Innsbruck brengen. Sinds mei 2023 rijdt ook de European Sleeper, een nachttrein die via Brussel en Nederland doorrijdt naar Praag. Deze treinen beschikken over reguliere zitplaatsen, maar ook over comfortabele lig- en slaapcoupés, wat het aantrekkelijk maakt voor reizigers die de auto of het vliegtuig willen vermijden.

betaalapparatuur

Voor Nederlandse reizigers is de OV-chipkaart, inclusief het moderne OVpay, nog steeds het meest gebruikte betaalmiddel in het openbaar vervoer. Deze kaart kan op een aantal grensoverschrijdende trajecten gewoon worden gebruikt, zoals Groningen–Leer, Enschede–Gronau, Arnhem–Emmerich en Heerlen–Aachen. Op deze buitenlandse stations zijn zelfs speciale OV-chipkaartzuilen geplaatst. Ook grensbussen hebben vaak al Nederlandse betaalapparatuur aan boord, omdat ze ook binnen Nederland rijden. Wanneer dat niet het geval is, kan de reiziger soms het OV-chipkaarttarief contant betalen of geldt de kaart als zichtbewijs.

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Het streven van vervoersorganisaties is helder: grensoverschrijdend reizen moet net zo eenvoudig, betaalbaar en overzichtelijk worden als binnenlands reizen. Tot die tijd blijft het voor de reiziger een kwestie van goed zoeken, of het risico lopen op een duurder ticket dan nodig.

Voor buitenlandse vervoerders is de situatie minder eenduidig. Hun voertuigen zijn doorgaans niet uitgerust met Nederlandse validators. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals de Duitse lijn SB58 tussen Nijmegen en Kleve en de Belgische lijn 42 van Breskens naar Brugge. In de meeste andere gevallen geldt echter het lokale tarief van de buitenlandse vervoerder of een speciaal overgangstarief.

Hoewel het grensoverschrijdend openbaar vervoer dus volop in beweging is, blijft volgens CROW de informatievoorziening achter. Voor vliegreizen is het voor consumenten eenvoudig om prijzen te vergelijken op verschillende websites, maar voor internationale buslijnen is dat veel lastiger. De vertrektijden en tarieven zijn vaak alleen te vinden op de website van de betreffende vervoerder of in de nationale reisplanner van dat land. Hierdoor moeten reizigers vaak al weten bij welke maatschappij ze moeten zoeken, wat het gebruik van grensbussen niet bevordert.

planningssysteem

Treinreizigers hebben het iets makkelijker: regionale treinen worden opgenomen in een Europees planningssysteem. Daardoor verschijnen ze in de reisplanners van NS Internationaal en andere Europese spoorwegmaatschappijen. Toch zijn ook hier de tarieven lang niet altijd duidelijk. Goedkopere regionale tickets bestaan wel, maar zijn niet altijd eenvoudig te vinden of te kopen. Dat maakt dat reizigers soms onnodig veel betalen voor een relatief korte rit. Sinds een aantal jaar maken ze bij CROW een poster over het internationale openbaar vervoer. Door in beeld te brengen wat er is hopen ze een bijdrage te geven aan de ontwikkeling van dit stukje collectief vervoer. 

Juridische ruimte geschetst: mensenrechten onder de bus bij aanbesteding

De verhitte discussie over de vraag of bedrijven die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen uitgesloten mogen worden van OV-concessies blijft de gemoederen bezighouden.

Het politieke probleem werd ooit aangewakkerd door vragen van de Partij voor de Dieren. Zij wilden van het provinciebestuur weten of vervoerbedrijven – of hun moedermaatschappijen – die actief zijn in bezette gebieden zoals Palestina, toch mogen meedingen bij aanbestedingen. Dit alles naar aanleiding van een juridisch advies van Van Doorne Advocaten over de toepasbaarheid van uitsluitingsgronden op basis van internationaal recht.

De conclusie van het provinciebestuur was glashelder: er is weinig ruimte om op ethische gronden te weigeren en het risico bij uitsluiting is groot – in juridische zin. Dat beeld klopt op het eerste gezicht. Het Europees aanbestedingsrecht stelt namelijk dat uitsluiting alleen mogelijk is op objectieve en neutrale gronden, en laat nauwelijks ruimte voor morele overwegingen. Zulke uitsluitingsgronden moeten juridisch stevig onderbouwd zijn, aldus de provincie.

mogelijkheden

Toch blijkt uit het Van Doorne-advies dat er wél mogelijkheden bestaan, mits die zorgvuldig en feitelijk goed worden onderbouwd. In sommige gevallen kan betrokkenheid bij schendingen van internationaal recht, zoals activiteiten in bezet gebied, een grond voor uitsluiting vormen – op voorwaarde dat vooraf een gedegen risicoanalyse en juridische onderbouwing plaatsvindt. 

Het maatschappelijk debat vraagt beleidsmakers nu helder rekenschap af te leggen. Want reizigers reizen niet alleen duurzaam, ze willen ook rechtvaardig reizen. En zij mogen verlangen dat hun overheid hier verantwoordelijk in handelt.

De kwestie draaide toen onder meer om Egged Bus Systems (EBS), het OV-bedrijf dat onderdeel is van het Israëlische concern Egged. Egged onderhoudt buslijnen in bezette gebieden zoals de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem en staat daarom op de VN-database van bedrijven die betrokken zijn bij kolonisering. Ondanks die status kreeg EBS delen van de concessie in regio’s als Rotterdam-Den Haag en Utrecht toegewezen. The Rights Forum bekritiseerde daarop dat Zuid-Holland EBS gewoon toeliet tot de aanbesteding van Zuid-Holland Noord, ondanks de opname op de VN-zwarte lijst. Zij noemen dat onverantwoord en onacceptabel.

Linkse partijen en bezorgde inwoners spraken zich fel uit tegen de deelname van EBS aan de aanbesteding voor openbaar vervoer in de regio, omdat het bedrijf een dochteronderneming is van het Israëlische vervoersconcern Egged, dat actief is in bezet Palestijns gebied. Zij wezen daarbij op het feit dat Egged voorkomt op de zwarte lijst van de Verenigde Naties, die bedrijven vermeldt die economische activiteiten ontplooien in illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem. De vrees bestond dat belastinggeld indirect zou bijdragen aan mensenrechtenschendingen.

Volgens de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UN GPPs) moeten overheden bedrijven uitsluiten van overheidscontracten als die bijdragen aan mensenrechtenschendingen. Eisen vanuit nationaal beleid, zoals het Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en het Nationaal Actieplan Mensenrechten, leggen decentrale overheden op om gepaste zorgvuldigheid toe te passen op mensenrechtenrisico’s. Weigert een bedrijf verbetermaatregelen door te voeren, dan moet uitsluiting volgen.

In overeenstemming met het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, erkent het kabinet dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Dit is in aanvulling op het al jarenlang bestaande kabinetsstandpunt dat de nederzettingen en het uitbreiden daarvan in de bezette gebieden in strijd zijn met internationaal recht

Ondanks de visie van het kabinet kan de provincie dan wel erkennen dat een inschrijver banden heeft met schendingen in bezet gebied, maar stelt toch nog steeds dat het juridisch te riskant is uit te sluiten zonder precedent en zonder afgeronde analyse. Die voorzichtigheid noopt tot stilstand, zeggen critici. The Rights Forum wijst erop dat overheden met een voorbeeldrol juist expliciet geacht worden ketens ‘schoon’ te houden en verantwoordelijkheid te nemen – niet alleen financieel, maar ook moreel.

neutraal beleid

De provincie benadrukt dat uitsluiting moet gebeuren op basis van objectieve criteria, niet op subjectieve morele oordelen. Dat klinkt verantwoord, maar roept vragen op: hoe neutraal is het om in zee te gaan met bedrijven die actief profiteren van illegale kolonisering? Politici kunnen dit presenteren als ‘juridische neutraliteit’, maar geluiden uit de samenleving stellen dat zulke ‘neutrale’ keuzes eigenlijk politieke keuzes zijn – alleen zonder ruggengraat.

Bij beleidsmakers groeit ondertussen het argument dat aanbestedingen niet louter over prijs en planning moeten gaan. Waarden als rechtvaardigheid dienen expliciet een rol te krijgen. Dat vraagt lef en bereidheid om – weloverwogen en onderbouwd – de juridische grenzen op te zoeken. Reizigers mogen verwachten dat hun belastinggeld niet bijdraagt aan schending van mensenrechten. 

Hatte Van der Woude: politiek moet kiezen voor bewegend Nederland

De roep om politieke steun voor het openbaar vervoer klinkt steeds luider nu de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober naderen.

Voorzitter Hatte van der Woude heeft de afgelopen weken namens de gezamenlijke OV-vervoerders – waaronder Arriva Nederland, EBS, GVB, HTM, Keolis, NS, Qbuzz, RET en Transdev – een krachtig signaal afgegeven aan de verkiezingsprogrammacommissies van alle politieke partijen. Haar boodschap is helder: het openbaar vervoer houdt Nederland draaiende en verdient structurele aandacht in de verkiezingsprogramma’s.

Elke dag stappen meer dan een miljoen mensen in trein, bus, tram of metro om hun bestemming te bereiken. Of het nu gaat om werk, onderwijs, ziekenhuisbezoek of familie, het OV vervult een fundamentele maatschappelijke functie. “Zonder deze publieke dienstverlening loopt het land letterlijk en figuurlijk vast,” stelt Van der Woude. Juist daarom vraagt de sector nadrukkelijk om politieke keuzes die bijdragen aan een toekomstbestendig en betrouwbaar openbaar vervoersysteem.

ingrijpen

De oproep van de branche komt niet uit de lucht vallen. De sector staat al enige tijd onder druk. Stijgende kosten voor energie, personeel en infrastructuur worden niet gecompenseerd door stabiele inkomsten of voldoende overheidsbijdragen. Tegelijkertijd hebben vervoerders te maken met onvoorspelbaar beleid en administratieve bezuinigingen, zoals de foutieve korting op de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. Zonder ingrijpen dreigen lijnen te verdwijnen, tarieven te stijgen en innovaties stil te vallen.

Volgens Van der Woude is het moment aangebroken om keuzes te maken. Zij pleit voor een meerjarige, stabiele financiering van zowel de exploitatie als de infrastructuur van het openbaar vervoer. “Een verlies van 335 miljoen euro aan rijksbijdragen kan niet zonder gevolgen blijven,” waarschuwt zij. De sector verwelkomt daarom de aangenomen motie van Kamerleden De Hoop (GL-PvdA), Grinwis (CU) en Van Kent (SP), die een herstel van 225 miljoen euro beoogt. Van der Woude benadrukt dat deze motie ook volledig uitgevoerd moet worden.

Foto: © Pitane Blue – stationshal

De gezamenlijke vervoerders dringen er bij de politiek op aan om het openbaar vervoer niet langer als sluitpost te behandelen. “Neem het OV op in uw verkiezingsprogramma’s als vitale publieke sector. Geef het de plek en middelen die het verdient,” besluit Van der Woude. Want zonder bus, tram of trein is er simpelweg geen Nederland dat beweegt.

Daarnaast vraagt zij aandacht voor samenhangend mobiliteitsbeleid, waarbij OV niet langer als bijzaak wordt gezien. De invoering van een aparte minister van Mobiliteit, met een eigen portefeuille en bevoegdheden, is volgens de sector essentieel om het OV als ruggengraat van de ruimtelijke ontwikkeling te verankeren. “Bij het bouwen van 900.000 nieuwe woningen mag OV niet ontbreken,” aldus de brief die OV-NL naar de partijen stuurde.

veiligheid

Ook de veiligheid van personeel en reizigers staat op de agenda. De toename van agressie in het OV vraagt om gerichte maatregelen. Van der Woude wijst op het belang van betere handhaving, uitbreiding van identificatiemogelijkheden voor boa’s en regionale reisverboden voor overlastgevers. “Investeer in veiligheid, in mensen én in techniek, zoals cameratoezicht en digitale meldsystemen.”

Ten slotte benadrukt de sector het belang van weerbaarheid, zeker in een tijd waarin digitale dreigingen toenemen. Investeringen in cyberveiligheid, fysieke bescherming van infrastructuur en noodcapaciteit zijn volgens Van der Woude geen luxe, maar noodzaak. “Het OV moet bestand zijn tegen sabotage en calamiteiten. Alleen dan blijft Nederland mobiel in crisistijd.”

Deskundigen waarschuwen: spoorverkeer meteen opnieuw getroffen door een seinstoring

Hoewel de kabelstoring die maandagnacht het treinverkeer tussen Schiphol en Amsterdam Centraal ontregelde inmiddels is hersteld, werd het spoorverkeer woensdag meteen opnieuw getroffen door een seinstoring.

Het nieuwe incident roept vragen op over de algehele technische staat van de infrastructuur op dit drukbereden traject. Volgens deskundigen is de verwoestende brand van begin deze week waarschijnlijk eerder te herleiden tot structurele gebreken dan tot doelgerichte sabotage, ondanks de aanvankelijke verdenkingen in die richting.

Er ontstond brand in de Schipholtunnel. Het gevolg was dat alle treinen tot stilstand kwamen, honderden reizigers strandden op stations en het spoorverkeer tussen de luchthaven en de hoofdstad werd volledig stilgelegd. ProRail, verantwoordelijk voor de infrastructuur op en om het spoor, constateerde om 04.40 uur brand in meerdere kabels. De brand was om 05.30 uur geblust. De forensische opsporing stelde ter plaatse sporen veilig en startte direct een onderzoek. Deze sporen worden meegenomen in het lopende rechercheonderzoek. De politie houdt nadrukkelijk rekening met een misdrijf en onderzoekt de toedracht van het incident verder. Daarbij wordt onder meer gekeken of er camerabeelden beschikbaar zijn van de omgeving en of getuigen iets verdachts hebben gezien voor, tijdens of na de brand.

geopolitieke klimaat

De politie gaf kort na het incident aan dat sabotage niet kon worden uitgesloten. Sporen van beschadiging aan de bovenleiding en de gevoeligheid van de locatie deden alarmbellen rinkelen bij de veiligheidsdiensten. Binnen het huidige geopolitieke klimaat, waarin kritieke infrastructuur vaker doelwit is van digitale of fysieke aanvallen, leek een gerichte actie geen vergezochte gedachte.

Toch is er vooralsnog geen forensisch bewijs dat wijst op sabotage. Technisch specialisten waarschuwen inmiddels voor het gevaar van speculatie. De verouderde staat van delen van het Nederlandse spoornet kunnrn een reëler probleem vormen dan buitenlandse sabotage. Volgens experts is het netwerk op meerdere punten kwetsbaar, mede door uitgestelde modernisering en beperkte capaciteit voor structureel onderhoud.

Volgens experts kunnen hoge temperaturen, intensief treinverkeer en gebrekkige koeling bijdragen aan oververhitting van leidingen. In combinatie met verouderde isolatoren en aansluitingen, vormt dat een bekend risico voor brand. De huidige infrastructuur, ontworpen voor een lager gebruiksvolume, wordt inmiddels dagelijks belast tot aan de grenzen van haar capaciteit.

Spoorbeheerder ProRail kondigde intussen verscherpte inspecties aan op vergelijkbare trajecten in het land. Ook wordt gekeken naar de inzet van sensortechnologie om overbelasting sneller te detecteren. De politie houdt alle scenario’s open, maar liet dinsdagavond weten dat “er op dit moment geen directe aanwijzingen zijn voor kwaad opzet.”

frustratie

Voor de honderden reizigers die maandagavond werden getroffen, blijft de ervaring vooral frustrerend. Velen kwamen laat thuis of moesten terugvallen op noodvervoer. Met het spoorverkeer inmiddels hersteld, blijft de vraag overeind of Nederland zijn vitale infrastructuur nog voldoende beschermt tegen zowel interne slijtage als externe bedreigingen.

Zodra het volledige technische onderzoeksrapport beschikbaar is, moet blijken wat de daadwerkelijke oorzaak van de brand was. Tot die tijd luidt de boodschap van experts en betrokkenen unaniem: “Laten we niet te snel wijzen, maar grondig onderzoeken.”