Categorie archieven: Politiek

Oud minister krijgt sleutelrol: Mark Harbers nieuwe sterke man bij Prorail

Mark Harbers wordt per 2 juli 2026 de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen van ProRail.

Daarmee krijgt de spoorbeheerder een ervaren bestuurder aan het roer, die zijn sporen ruimschoots heeft verdiend in zowel de politiek als het bestuurlijke veld. Harbers volgt Hans Alders op, die na twaalf jaar afscheid neemt omdat hij zijn maximale zittingstermijn heeft bereikt. Met het aantreden van Harbers kiest ProRail voor continuïteit, ervaring en een uitgesproken affiniteit met mobiliteit en infrastructuur.

De benoeming van Harbers komt niet uit de lucht vallen. Momenteel is hij voorzitter van Techniek Nederland, een organisatie die een belangrijke rol speelt binnen de technische sector en nauw verbonden is met grote maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming, innovatie en bereikbaarheid. Eerder was Harbers minister van Infrastructuur en Waterstaat in het kabinet-Rutte IV, een functie die hij vervulde van 10 januari 2022 tot 2 juli 2024. In die periode hield hij zich intensief bezig met dossiers rondom spoor, wegen, waterveiligheid en luchtvaart. Die ervaring neemt hij nu mee naar ProRail, een organisatie die midden in de samenleving staat en een cruciale rol vervult in het functioneren van Nederland.

brede blik op mobiliteit

Binnen ProRail wordt zijn komst met vertrouwen tegemoetgezien. Vicevoorzitter van de raad van commissarissen Tjahny Bercx benadrukt de kwaliteiten van Harbers en spreekt haar verwachtingen duidelijk uit. Zij zegt: “Mark heeft laten zien dat hij een brede blik op mobiliteit heeft. Daarnaast brengt hij de nodige politiek-bestuurlijke ervaring mee. Ook beschikt hij over een groot enthousiasme voor en kennis van het spoor, als ook een drijfveer om ProRail nog beter te willen kennen. Ik verwacht dat hij ProRail en Nederland verder kan helpen.” Met die woorden schetst Bercx een beeld van een voorzitter die niet alleen op afstand toezicht houdt, maar ook inhoudelijk betrokken wil zijn bij de toekomst van het spoor.

Ook binnen de dagelijkse leiding van ProRail klinkt waardering. CEO John Voppen reageert positief op de benoeming en ziet uit naar de samenwerking. Hij zegt: “Ik ben blij dat er een opvolger is gevonden met goede politieke ervaring en met passie voor het spoor. Ik kijk ontzettend uit naar de samenwerking.” De woorden van Voppen onderstrepen het belang van een sterke wisselwerking tussen raad van commissarissen en bestuur, zeker in een periode waarin het spoor voor grote uitdagingen staat.

Mark Harbers – VVD

De nalatenschap van Hans Alders is aanzienlijk. Gedurende twaalf jaar gaf hij leiding aan de raad van commissarissen en begeleidde hij ProRail door roerige tijden, met discussies over prestaties, veiligheid en grote investeringen in het spoor. Met het bereiken van zijn maximale zittingstermijn komt er nu een natuurlijk moment van overdracht. Harbers neemt het stokje over op een moment waarop het spoor opnieuw volop in de belangstelling staat, zowel politiek als maatschappelijk.

ervaring en kennis

De combinatie van Haagse ervaring en kennis van Europese besluitvorming maakt Harbers volgens betrokkenen tot een sterke aanwinst. Zijn achtergrond stelt hem in staat om de complexe belangen rond infrastructuur, financiën en beleid te doorgronden en te verbinden. Daarbij wordt verwacht dat hij bruggen kan slaan tussen overheid, sector en samenleving, een rol die voor ProRail van groot belang is.

De komende periode zal Harbers zich voorbereiden op zijn nieuwe functie, die officieel per 2 juli 2026 ingaat. Tot die tijd blijft hij actief in zijn huidige rol, maar achter de schermen zal ongetwijfeld al worden gewerkt aan een zorgvuldige overdracht. Met zijn benoeming zet ProRail in op stabiliteit en ervaring, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken naar de toekomst van het Nederlandse spoor.

Miljarden in spoorlijnen: BBB verklaart auto heilig en schrapt zero emissiezones

Het verkiezingsprogramma van BBB voor de periode 2025 tot 2029 schetst een duidelijke koers op het gebied van mobiliteit.

De partij presenteert een breed pakket aan maatregelen waarin bereikbaarheid, vrijheid en economische kansen centraal staan. Daarbij neemt BBB afstand van wat zij noemt “klimaatgekte” en kiest ze voor praktische oplossingen die uitvoerbaar en betaalbaar zijn.

De auto staat in de visie van BBB onverminderd op nummer één. Vooral in de regio en op het platteland ziet de partij de auto als hét essentiële vervoermiddel. Zero-emissiezones, die in steeds meer binnensteden worden ingevoerd, moeten volgens BBB dan ook van tafel. De partij wil een landelijk verbod op deze zones, omdat ze kleine ondernemers, markthandelaren en transportbedrijven onevenredig hard raken. Tankstations langs snelwegen moeten het complete pakket aan voorzieningen blijven aanbieden, van klassiek tanken en elektrisch laden tot winkels onder één dak. De auto is volgens BBB niet alleen een kwestie van mobiliteit, maar ook van persoonlijke vrijheid.

truckparkings

Naast de auto besteedt BBB uitgebreid aandacht aan weg- en watertransport. Voor vrachtwagenchauffeurs pleit de partij voor de aanleg van meer veilige truckparkings met goede sanitaire voorzieningen. Binnenvaart moet volgens BBB een steviger rol spelen om de druk op het wegennet te verlichten. Bruggen, sluizen en tunnels dienen betrouwbaar en goed onderhouden te zijn, waarbij de binnenvaart altijd voorrang krijgt op de pleziervaart. Voor de Waddeneilanden eist de partij 24 uur per dag bereikbaarheid, inclusief nachtelijke watertaxi’s.

Het spoor krijgt eveneens een prominente plek in de plannen. Grote infrastructurele projecten zoals de Lelylijn, de Nedersaksenlijn, de Oude Lijn bij Leiden, de verlenging van de Noord/Zuidlijn en de IJmeerverbinding vanuit Almere moeten versneld worden gerealiseerd. BBB ziet deze projecten niet alleen als vervoersoplossingen, maar ook als drijvers van woningbouw, economische ontwikkeling en militaire weerbaarheid. In dunbevolkte regio’s kiest de partij voor kleinschalige alternatieven zoals buurtbussen, deelvervoer en OV-op-afroep. Daarbij is ook de sociale veiligheid in het openbaar vervoer een punt van zorg. Boa’s moeten meer bevoegdheden krijgen om incidenten aan te pakken.

Foto: BBB – Caroline van der Plas

Wat de luchtvaart betreft, erkent BBB de strategische waarde van vliegvelden. Schiphol blijft volgens de partij een onmisbare internationale hub en banenmotor. Wel moet er worden geïnvesteerd in schonere vliegtuigen en vlootvernieuwing bij KLM. Lelystad Airport krijgt vooralsnog een militaire bestemming, en pas wanneer PAS-melders volledig zijn gelegaliseerd en er geen hinderlijke laagvliegroutes zijn, kan worden gesproken over commerciële vluchten. Groningen Airport Eelde wordt ontwikkeld tot een regionaal knooppunt voor het noorden, Eindhoven Airport blijft die rol voor het zuiden vervullen en Den Helder kan mogelijk een luchthaven van nationaal belang worden vanwege de rol in offshore-energie en de kustwacht.

klimaatbeleid

Hoewel BBB fel ageert tegen wat zij beschouwt als doorgeschoten klimaatbeleid, kiest de partij wel voor verduurzaming via innovatie. Schonere brandstoffen zoals biodiesel, synthetische brandstoffen en waterstof krijgen meer ruimte, zonder dat autogebruik wordt ontmoedigd. Ondergrondse infrastructuur voor buisleidingen moet strategisch worden uitgebreid om transport van waterstof, ammoniak en CO₂ mogelijk te maken. Innovatieve oplossingen zoals slimme verkeerslichten en digitale mobiliteitsdiensten worden ondersteund, zolang ze bijdragen aan bereikbaarheid en veiligheid.

Opvallend is dat BBB mobiliteit nadrukkelijk koppelt aan woningbouw. Nieuwe woonwijken moeten vanaf de tekentafel goed ontsloten worden, zodat bewoners niet later geconfronteerd worden met bereikbaarheidsproblemen. Mobiliteit wordt daarmee een integraal onderdeel van ruimtelijke ordening.

De rode draad in het programma is dat BBB mobiliteit niet ziet als een ideologische strijd, maar als een basisbehoefte. De partij zet zwaar in op het herstellen van vertrouwen in infrastructuur en op het versterken van bereikbaarheid buiten de Randstad. Waar andere partijen mobiliteit vaak inbedden in ambitieuze klimaatdoelen, legt BBB de nadruk op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en het behoud van vrijheid voor burgers en ondernemers.

Hatte Van der Woude: politiek moet kiezen voor bewegend Nederland

De roep om politieke steun voor het openbaar vervoer klinkt steeds luider nu de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober naderen.

Voorzitter Hatte van der Woude heeft de afgelopen weken namens de gezamenlijke OV-vervoerders – waaronder Arriva Nederland, EBS, GVB, HTM, Keolis, NS, Qbuzz, RET en Transdev – een krachtig signaal afgegeven aan de verkiezingsprogrammacommissies van alle politieke partijen. Haar boodschap is helder: het openbaar vervoer houdt Nederland draaiende en verdient structurele aandacht in de verkiezingsprogramma’s.

Elke dag stappen meer dan een miljoen mensen in trein, bus, tram of metro om hun bestemming te bereiken. Of het nu gaat om werk, onderwijs, ziekenhuisbezoek of familie, het OV vervult een fundamentele maatschappelijke functie. “Zonder deze publieke dienstverlening loopt het land letterlijk en figuurlijk vast,” stelt Van der Woude. Juist daarom vraagt de sector nadrukkelijk om politieke keuzes die bijdragen aan een toekomstbestendig en betrouwbaar openbaar vervoersysteem.

ingrijpen

De oproep van de branche komt niet uit de lucht vallen. De sector staat al enige tijd onder druk. Stijgende kosten voor energie, personeel en infrastructuur worden niet gecompenseerd door stabiele inkomsten of voldoende overheidsbijdragen. Tegelijkertijd hebben vervoerders te maken met onvoorspelbaar beleid en administratieve bezuinigingen, zoals de foutieve korting op de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. Zonder ingrijpen dreigen lijnen te verdwijnen, tarieven te stijgen en innovaties stil te vallen.

Volgens Van der Woude is het moment aangebroken om keuzes te maken. Zij pleit voor een meerjarige, stabiele financiering van zowel de exploitatie als de infrastructuur van het openbaar vervoer. “Een verlies van 335 miljoen euro aan rijksbijdragen kan niet zonder gevolgen blijven,” waarschuwt zij. De sector verwelkomt daarom de aangenomen motie van Kamerleden De Hoop (GL-PvdA), Grinwis (CU) en Van Kent (SP), die een herstel van 225 miljoen euro beoogt. Van der Woude benadrukt dat deze motie ook volledig uitgevoerd moet worden.

Foto: © Pitane Blue – stationshal

De gezamenlijke vervoerders dringen er bij de politiek op aan om het openbaar vervoer niet langer als sluitpost te behandelen. “Neem het OV op in uw verkiezingsprogramma’s als vitale publieke sector. Geef het de plek en middelen die het verdient,” besluit Van der Woude. Want zonder bus, tram of trein is er simpelweg geen Nederland dat beweegt.

Daarnaast vraagt zij aandacht voor samenhangend mobiliteitsbeleid, waarbij OV niet langer als bijzaak wordt gezien. De invoering van een aparte minister van Mobiliteit, met een eigen portefeuille en bevoegdheden, is volgens de sector essentieel om het OV als ruggengraat van de ruimtelijke ontwikkeling te verankeren. “Bij het bouwen van 900.000 nieuwe woningen mag OV niet ontbreken,” aldus de brief die OV-NL naar de partijen stuurde.

veiligheid

Ook de veiligheid van personeel en reizigers staat op de agenda. De toename van agressie in het OV vraagt om gerichte maatregelen. Van der Woude wijst op het belang van betere handhaving, uitbreiding van identificatiemogelijkheden voor boa’s en regionale reisverboden voor overlastgevers. “Investeer in veiligheid, in mensen én in techniek, zoals cameratoezicht en digitale meldsystemen.”

Ten slotte benadrukt de sector het belang van weerbaarheid, zeker in een tijd waarin digitale dreigingen toenemen. Investeringen in cyberveiligheid, fysieke bescherming van infrastructuur en noodcapaciteit zijn volgens Van der Woude geen luxe, maar noodzaak. “Het OV moet bestand zijn tegen sabotage en calamiteiten. Alleen dan blijft Nederland mobiel in crisistijd.”

Reispas voor lage inkomens: gratis OV voor minima dreigt dure sigaar uit eigen doos

Het kabinet overweegt om mensen met een laag inkomen gratis te laten reizen met bus, tram, metro en trein, maar stuit daarbij op felle kritiek uit meerdere hoeken.

Het voorstel, dat beoogt de mobiliteit onder kwetsbare groepen te vergroten, lijkt op papier een sympathiek idee. Toch roept het vooral vragen op over de betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en effectiviteit van het plan.

De ov-sector zelf, vertegenwoordigd door brancheorganisatie OV-NL, uit stevige zorgen. Voorzitter Hatte van der Woude stelt dat het plan losstaat van de harde realiteit waarin de sector verkeert. “Er wordt tegelijkertijd fors bezuinigd op het ov,” benadrukt Van der Woude. Minder reizigers sinds de coronapandemie en stijgende kosten hebben al geleid tot hogere tarieven en het schrappen van buslijnen. Volgens haar betekent de invoering van een gratis ov-pas óf nog hogere prijzen voor andere reizigers óf verdere verschraling van het aanbod. “Dat is niet houdbaar,” aldus Van der Woude.

steun

Ook binnen de politiek ontbreekt de steun. Staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer, PVV) maakt duidelijk dat hij geen voorstander is van gratis openbaar vervoer. Tijdens een debat in de Tweede Kamer liet hij weten dat het voorstel de staatskas te veel zou belasten. “Betaalbaarheid is belangrijk, maar gratis ov is niet de juiste weg,” aldus Jansen.

Foto: © Pitane Blue –
Bravo – busvervoer

Het plan om mensen met een laag inkomen gratis met het openbaar vervoer te laten reizen lijkt op het eerste gezicht sociaal en nobel. Maar bij nadere beschouwing stapelen de bezwaren zich op. De ov-sector zelf slaat alarm over verdere verschraling van het aanbod en duurdere kaartjes voor reguliere reizigers. Politici waarschuwen voor de enorme kosten en wijzen op de schrale resultaten van vergelijkbare initiatieven in het buitenland. Gratis ov klinkt sympathiek, maar in de praktijk betekent het vooral hogere lasten voor iedereen. De overheid zou beter inzetten op gerichte kortingen en versterking van het ov-netwerk, zodat mobiliteit voor iedereen verbetert, niet alleen voor een selecte groep.

Internationale voorbeelden bieden weinig hoop dat het voorgestelde Nederlandse systeem een succes zou worden. In Luxemburg is het openbaar vervoer sinds 2020 gratis, maar het autogebruik is nauwelijks gedaald. In Tallinn, de hoofdstad van Estland, waar sinds 2013 gratis openbaar vervoer wordt aangeboden, steeg het gebruik van bus en tram weliswaar met 14 procent, maar ook daar bleef de auto populair. Hoogleraar transportbeleid Bert van Wee van de TU Delft legt uit dat vooral voormalige wandelaars en fietsers de overstap naar het ov maken. “Het leidt nauwelijks tot minder files,” stelt Van Wee. Sterker nog, het extra energieverbruik van de toegenomen ov-gebruikers kan zelfs hoger uitvallen dan de besparing op autogebruik.

beleid

Dat roept de vraag op wie werkelijk geholpen is met dit beleid. Als het kabinet beoogt sociale mobiliteit te bevorderen, waarom wordt dan niet gekozen voor gerichte korting buiten de spits, zoals Van Wee bepleit? Op die manier zouden mensen met lage inkomens echt profiteren, zonder het toch al krimpende ov-net verder onder druk te zetten.

De financiering van het voorstel lijkt bovendien allesbehalve solide. Het kabinet wil 157,5 miljoen euro uit het Klimaatfonds gebruiken en 152,5 miljoen euro uit een Europees sociaal klimaatfonds aanvragen. In tijden waarin overal bezuinigd wordt, lijkt het wrang om geld dat bedoeld is voor verduurzaming in te zetten voor gratis vervoer dat mogelijk weinig klimaateffect heeft.

De zorgen zijn breed gedragen en alles wijst erop dat het plan eerder symboliek dan daadwerkelijk effectieve sociale verbetering oplevert. Gratis is zelden echt gratis, en in dit geval betalen alle ov-gebruikers en de belastingbetaler de rekening. De kans dat het voorstel in deze vorm wordt doorgezet lijkt daarmee klein, zeker nu ook binnen de coalitie de twijfels toenemen.

De gedachte om mobiliteit voor kwetsbare groepen te verbeteren verdient steun. Maar daarvoor is gericht beleid nodig, geen dure cadeautjes die de sector verzwakken en het probleem slechts verplaatsen.

Motie El Abassi onderuit: Kamer kiest voor controle taxichauffeurs boven privacy

De Tweede Kamer heeft de motie van DENK-Kamerlid El Abassi verworpen, waarin hij opriep om voorlopig geen centrale database voor taxichauffeurs in te voeren zonder stevige privacywaarborgen.

De motie, die een duidelijke waarschuwing bevatte over de risico’s van privacyschending en misbruik, kreeg niet voldoende steun van de Kamermeerderheid. Daarmee lijkt het kabinet de handen vrij te hebben om verder te gaan met de geplande invoering van een landelijke databank waarin persoonsgegevens van taxichauffeurs structureel worden opgeslagen.

Het voorstel voor deze centrale database komt van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Volgens het ministerie is de database bedoeld om de handhaving binnen de taxibranche te verbeteren, malafide praktijken te bestrijden en meer transparantie te creëren in het toezicht op de sector. In de database zouden onder andere naam, rijbewijsgegevens en werkvergunningen van taxichauffeurs continu worden bijgehouden.

motie

El Abassi sprak zich tijdens de Kamerbehandeling scherp uit tegen dit plan. Hij benadrukte dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) eerder al expliciet had gewaarschuwd voor de risico’s die kleven aan het structureel opslaan van persoonsgegevens van werknemers in een centraal systeem. “De privacy van duizenden chauffeurs staat hier op het spel,” stelde El Abassi. “We kunnen geen databank aanleggen zonder dat eerst zorgvuldig wordt getoetst of dit juridisch en ethisch wel verantwoord is.”

In zijn motie verzocht El Abassi de regering daarom om niet verder te gaan met de invoering van de database, zolang er geen duidelijke privacywaarborgen zijn vastgesteld en de Autoriteit Persoonsgegevens hierover geen formeel advies heeft uitgebracht. De motie verwees naar de zorgen van de AP over de proportionaliteit van het systeem en het risico dat de verzamelde gegevens kunnen worden misbruikt door onbevoegde partijen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

Op 2 april is de wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit vervoer definitief vastgesteld. Deze beslissing markeert het officiële startpunt van een ingrijpende vernieuwing in de manier waarop arbeids- en rusttijden van taxichauffeurs worden geregistreerd en gecontroleerd. Door deze vaststelling heeft de regering formeel goedkeuring gegeven aan de invoering van de Centrale Database Taxivervoer (CDT), waarmee een nieuw tijdperk aanbreekt in het toezicht binnen de taxibranche.

Schoof baalt van ophef: Faber houdt voet bij stuk in lintjesrel en blijft zitten

Geert Wilders (PVV) verdedigt Marjolein Faber en noemt kritiek ronduit sneu.

De spanningen binnen het kabinet van premier Dick Schoof nemen toe door het aanhoudende optreden van PVV-minister Marjolein Faber. Haar weigering om Koninklijke onderscheidingen toe te kennen aan vijf vrijwilligers die zich hebben ingezet voor de opvang van asielzoekers, leidde tot grote commotie in de Tweede Kamer. Hoewel een motie van wantrouwen het woensdag niet haalde, blijven de vragen over haar functioneren zich opstapelen. Faber hoeft geen excuses te maken, mag bij het toekennen van lintjes afwijken van het kabinetsbeleid en behoudt het vertrouwen van de coalitiepartijen, ondanks het feit dat zij zich niet conformeert aan het gebruikelijke decoratiebeleid.

een lintje

De rel begon toen Faber besloot haar handtekening niet te zetten onder de voordracht van vijf vrijwilligers van het COA voor een lintje. Zij stelde dat het uitreiken van onderscheidingen aan mensen in de asielsector niet strookt met haar beleid en haar missie om de asielinstroom te beperken. Daarmee werd het decoratiestelsel, dat altijd als apolitiek is beschouwd, opeens het toneel van ideologische stellingname.

Premier Dick Schoof probeerde de zaak te sussen door de voordrachten alsnog te laten ondertekenen door zichzelf en minister Judith Uitermark van Binnenlandse Zaken. Om verdere schade te voorkomen stuurde Faber op dinsdagavond een brief naar de Kamer waarin zij zich “100 procent” achter de toekenning van de lintjes schaarde. Toch bleef ze volharden in haar beslissing om zelf niet te tekenen. Tijdens het debat gaf ze toe: “Ik heb uitgelegd dat ik heb geworsteld met de voordrachten. Ik denk ook dat deze mensen het doen met alle beste wil van de wereld. Maar in het licht van mijn portefeuille had ik moeite met tekenen.”

scherpe toon

De oppositie liet het er niet bij zitten. Partijen als GroenLinks-PvdA, D66, CDA, ChristenUnie, SP, Volt, Partij voor de Dieren en DENK dienden gezamenlijk een motie van wantrouwen in. Oppositieleider Frans Timmermans zei daarover: “Faber is voor de zoveelste keer uit de bocht gevlogen. En ze heeft niet het moreel besef dat wat ze gedaan heeft niet acceptabel is.” Ondanks de scherpe toon van het debat kreeg de motie geen meerderheid en kon Faber aanblijven.

Premier Schoof, zichtbaar geïrriteerd over de aanhoudende incidenten rond zijn asielminister, moest woensdag alsnog naar de Kamer komen om tekst en uitleg te geven. Aanvankelijk was hij van plan het debat aan zich voorbij te laten gaan, in de hoop dat de brief van Faber de rust zou herstellen. Hij verklaarde later: “Het is af en toe nog steeds een bumpy ride,” waarmee hij erkende dat het samenwerken met de PVV niet altijd vlekkeloos verloopt.

Foto: © Pitane Blue – Geert Wilders (PVV)

PVV-leider Geert Wilders verdedigde zijn partijgenote met volle overtuiging. Volgens hem had Faber “niets verkeerd gedaan” en vond hij de commotie “sneu”. Hij voegde daaraan toe: “Als iemand in het land een lintje verdient, is zij het wel.”

Hoewel Faber deze politieke storm opnieuw overleefde, is duidelijk dat haar optreden niet zonder gevolgen blijft voor de onderlinge verhoudingen in het kabinet. De vraag rijst in toenemende mate hoelang premier Schoof zijn ministersploeg bij elkaar kan houden nu spanningen tussen coalitiepartners steeds openlijker worden.

Alcoholslot keert mogelijk terug: Kamer stemt massaal in

Het alcoholslot lijkt zijn comeback te maken in Nederland.

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van VVD-Kamerlid Hester Veltman om het apparaat opnieuw in te voeren. De steun voor het alcoholslot komt op een moment waarop het aantal verkeersdoden door drankgebruik in de afgelopen jaren fors is gestegen.

Eerder spraken minister Madlener (Infrastructuur) en minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) zich al positief uit over de herinvoering van het alcoholslot. De kans dat de maatregel er daadwerkelijk komt, wordt daardoor steeds groter. Madlener liet onderzoek doen naar de haalbaarheid van een terugkeer, en de resultaten daarvan worden binnenkort naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het alcoholslot werd in 2011 ingevoerd en trof zo’n 12.000 automobilisten die met te veel alcohol op achter het stuur waren betrapt. Bestuurders die weigerden het slot te laten installeren, raakten hun rijbewijs voor vijf jaar kwijt. Uiteindelijk hebben bijna 5000 mensen het systeem in hun auto laten inbouwen.

simpel

Het principe van het alcoholslot is simpel: voordat de motor start, moet de bestuurder in een blaaspijp blazen. Als er alcohol wordt gedetecteerd, start de auto niet. Dit moest voorkomen dat mensen onder invloed toch gingen rijden. De maatregel werd echter in 2014 stopgezet nadat rechters oordeelden dat deze te ingrijpend was. De Raad van State stelde vast dat er onvoldoende rekening werd gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de bestuurders. Vooral mensen die afhankelijk waren van hun rijbewijs voor werk kwamen in de problemen.

Beeld: Martijn Beekman – Barry Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat

Minister Madlener heeft onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van de herinvoering van het alcoholslot.

Een belangrijke reden waarom de Tweede Kamer nu toch weer een alcoholslot wil invoeren, is de stijging van het aantal verkeersdoden door drankgebruik. In 2023 vielen er in Nederland meer dan 750 verkeersdoden, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Hoewel niet alle ongevallen door alcohol komen, blijkt uit politiecijfers dat rijden onder invloed nog steeds een groot probleem is.

Volgens deskundigen kan het alcoholslot een effectief middel zijn om zware drinkers van de weg te houden. “Het zorgt ervoor dat mensen die herhaaldelijk in de fout gaan, daadwerkelijk worden tegengehouden om onder invloed te rijden,” zegt verkeerspsycholoog Cees Wildervanck. “Het werkt niet voor iedereen, maar het kan zeker levens redden.”

kosten alcoholslot

Een ander argument voor de herinvoering is dat de technologie in de afgelopen tien jaar sterk is verbeterd. Het opleggen en uitvoeren van het programma door het CBR kost ongeveer €1.000. Naast deze kosten worden ook de inbouw, uitbouw, kosten voor het uitlezen en een maandelijks lease bedrag in rekening gebracht. Deze kosten bedragen samen over de gehele termijn van twee jaar € 3.000.

Minister Madlener heeft aangekondigd dat hij het onderzoeksrapport over de haalbaarheid van het alcoholslot binnenkort naar de Kamer stuurt. Op basis daarvan zal worden bepaald of en hoe het alcoholslot opnieuw wordt ingevoerd. De verwachting is dat er ook naar een manier wordt gekeken om de maatregel juridisch beter te onderbouwen, zodat deze standhoudt bij een rechterlijke toetsing.

Voor bestuurders die al eerder te maken kregen met een alcoholslot zal de mogelijke herinvoering een déjà vu zijn. Maar met de oplopende verkeerscijfers door drankgebruik lijkt de politieke wil om het systeem opnieuw te introduceren sterker dan ooit.

Europa: AI-regels verstikken innovatie en zetten toekomst van mobiliteit op het spel

Europa is goed op weg om de eigen mobiliteit met strikte AI-regelgeving dwars te zitten en mist alle technologische voorsprong.

De Europese lidstaten lijken vastbesloten om kunstmatige intelligentie (AI) te reguleren tot de innovatie eruit verdwijnt, terwijl China en de Verenigde Staten zich positioneren als wereldleiders op dit gebied. De Europese Unie presenteert haar wetgeving als een beschermingsmechanisme voor burgers en bedrijven, maar in werkelijkheid dreigt het een blok aan het been te worden voor technologische vooruitgang en economische groei. Vooral de impact op mobiliteit en transport kan rampzalig uitpakken als Europa zijn strikte regelgeving blijft doorduwen.

van regulering naar stagnatie

Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven in rap tempo AI integreren in zelfrijdende voertuigen, logistieke systemen en transportinfrastructuur, legt Europa steeds meer beperkingen op. De AI Act, een wet die de risico’s van kunstmatige intelligentie wil inperken, wordt gepresenteerd als een noodzakelijke bescherming, maar brengt juist innovatieve sectoren in gevaar. In de mobiliteitsbranche betekent dit dat Europese autofabrikanten en techbedrijven minder vrijheid krijgen om autonome voertuigen te ontwikkelen en testen.

Tesla en Waymo testen al jaren in de VS met zelfrijdende taxi’s, terwijl China experimenteert met grootschalige AI-gestuurde verkeerssystemen. Europa daarentegen blijft steken in ethische discussies en regelgeving, waardoor bedrijven niet de ruimte krijgen om te innoveren. De focus ligt niet op het creëren van een concurrerende markt, maar op het minimaliseren van risico’s – met als gevolg dat Europese bedrijven achterblijven en afhankelijk worden van buitenlandse technologie.

mobiliteit onder druk

Zelfrijdende auto’s, slimme verkeerslichten en geautomatiseerd openbaar vervoer kunnen het Europese verkeer efficiënter en veiliger maken. Minder files, lagere CO₂-uitstoot en minder verkeersongelukken zijn haalbare doelen met AI-technologie. Maar als Europese regelgeving strikter is dan elders in de wereld, dan zullen bedrijven ervoor kiezen om hun innovaties buiten Europa te testen en uit te rollen.

Nederlandse en Duitse autofabrikanten, ooit koplopers in technologie en innovatie, waarschuwen al langer voor de gevolgen van strikte regelgeving. Volkswagen en BMW investeren steeds vaker in AI-technologie buiten Europa, waar minder juridische beperkingen gelden. Dat is niet alleen een verlies voor de Europese economie, maar ook voor de burgers, die langer moeten wachten op de voordelen van AI in transport.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De keuze is simpel: of Europa blijft een speler op het wereldtoneel, of het wordt een afnemer van buitenlandse innovaties en verliest de controle over zijn eigen mobiliteit.

De Europese Commissie verdedigt haar regelgeving met de bewering dat strikte controle nodig is om misbruik en ethische problemen te voorkomen. Maar deze benadering negeert de wereldwijde realiteit: AI blijft zich ontwikkelen, ongeacht Europese beperkingen. Het enige verschil is dat Europese bedrijven geen leiderschapsrol krijgen en dat technologische vooruitgang elders plaatsvindt.

China en de VS hanteren een pragmatische aanpak. Ze erkennen de risico’s van AI, maar begrijpen dat het uitsluiten van innovatie hen op achterstand zou zetten. Europa daarentegen lijkt vast te houden aan een moreel superieur standpunt, zonder rekening te houden met de economische en strategische gevolgen.

Europese mobiliteit op het spel

Als Europa zijn concurrentiepositie wil behouden, moet het niet alleen reguleren, maar ook actief investeren in AI-ontwikkeling. De toekomst van mobiliteit hangt af van geavanceerde technologieën die verkeersstromen optimaliseren, auto’s veiliger maken en logistieke processen efficiënter laten verlopen. Dat kan alleen als er ruimte is voor experiment en innovatie.

In plaats van een verstikkend reguleringsbeleid, zou Europa een slimme balans moeten vinden tussen toezicht en stimulering. Overheden moeten investeren in AI-onderzoek, samenwerking tussen techbedrijven en autofabrikanten bevorderen en testfaciliteiten creëren waar nieuwe technologieën veilig kunnen worden ontwikkeld.

Zonder deze omslag dreigt Europa zijn technologische voorsprong definitief kwijt te raken. In een wereld waar AI de sleutel is tot economische en geopolitieke macht, kan het continent zich geen afwachtende houding meer permitteren. 

Belastingverlaging en mobiliteitshervormingen: dit zijn de plannen van de Arizona-coalitie

De nieuwe federale regering van België, beter bekend als de Arizona-coalitie, heeft haar regeerakkoord gepresenteerd.

Onder leiding van premier Bart De Wever (N-VA) zet de coalitie in op een reeks fiscale hervormingen en mobiliteitsmaatregelen die zowel de koopkracht van werkende Belgen als de concurrentiekracht van de economie moeten versterken. De regeringspartijen – N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V – hebben ambitieuze plannen, maar stuiten ook op stevige kritiek vanuit de oppositie en maatschappelijke organisaties.

economie stimuleren

Een van de speerpunten van het nieuwe regeerakkoord is de verlaging van de belastingdruk op arbeid. De regering wil dit realiseren door een verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage en een versterking van de sociale werkbonus. Hierdoor zouden nettolonen stijgen, wat vooral werkende Belgen ten goede moet komen.

Daarnaast zet de coalitie in op een bredere fiscale hervorming om ondernemerschap te stimuleren. De focus ligt op het verhogen van de koopkracht en het aantrekkelijker maken van België als investeringsland. In dat kader worden de regels voor expats versoepeld. Zo wordt de belastingvrije vergoeding verhoogd van 30% naar 35%, het jaarlijkse plafond van €90.000 wordt afgeschaft en de minimale bruto bezoldiging verlaagd van €75.000 naar €70.000. De regering hoopt hiermee hoogopgeleide buitenlandse werknemers en investeerders aan te trekken.

Ook de investeringsaftrek wordt aangepast. Ondernemingen die bijdragen aan de energie- en klimaattransitie krijgen een verhoogde aftrek. Voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling vervalt de gewestelijke attestvereiste, en bedrijven kunnen zich laten erkennen als onderzoekscentrum, wat zorgt voor een stabieler fiscaal kader op lange termijn.

Volgens de regering moeten deze maatregelen België concurrerender maken en de economie op lange termijn versterken. Critici stellen echter dat de hervormingen te weinig doen om de fiscale druk op de middenklasse te verlagen en vooral gunstig zijn voor bedrijven en hoge inkomens.

verplicht mobiliteitsbudget

Naast fiscale hervormingen besteedt het regeerakkoord veel aandacht aan mobiliteit. Zo blijven de fiscale voordelen voor plug-inhybrides grotendeels behouden. Het maximale aftrekpercentage van 75% blijft tot eind 2027, waarna het stapsgewijs wordt afgebouwd naar 65% in 2028 en 57,5% in 2029. Brandstofkosten voor deze voertuigen blijven tot eind 2027 voor 50% aftrekbaar.

Een opvallende maatregel is de hervorming van het mobiliteitsbudget. Bedrijven die bedrijfswagens aanbieden, worden verplicht om werknemers een mobiliteitsbudget te geven. Dit budget kan worden gebruikt voor alternatieve mobiliteitsopties zoals openbaar vervoer, fietsen en deelauto’s. Hiermee hoopt de regering de mobiliteitskeuzes van werknemers te verbreden en de files te verminderen.

Foto: © Pitane Blue – Regeerverklaring Bart de Wever

In Brussel wordt echter gesnoeid in de Beliris-middelen, het federale fonds dat investeert in Brusselse infrastructuur en mobiliteitsprojecten. Hierdoor dreigen onder meer de uitbreidingsplannen voor het metronetwerk in gevaar te komen. Vooral in het Brusselse Gewest klinkt kritiek op deze besparing, omdat mobiliteit in de hoofdstad al jarenlang een heikel punt is.

politieke samenstelling

Hoewel de Arizona-coalitie ambitieuze hervormingen aankondigt, blijft kritiek niet uit. Oppositiepartijen twijfelen aan de haalbaarheid van de voorgestelde begroting. Er wordt gevreesd dat de hervormingen onvoldoende gefinancierd zijn en de schuldpositie van België verder zal verslechteren.

Daarnaast wordt het tempo van de hervormingen als te traag beschouwd, met name op het gebied van pensioenen. Volgens critici had de regering sneller moeten schakelen om het vergrijzingsprobleem aan te pakken.

Sommige organisaties en economen spreken van gemiste kansen. Zij vinden dat het regeerakkoord geen fundamentele structurele hervormingen doorvoert, terwijl de Belgische economie voor grote uitdagingen staat. Ook de politieke samenstelling van de coalitie roept vragen op. De regering bestaat uit partijen van links (Vooruit) tot rechts-liberaal (MR) en Vlaams-nationalistisch (N-VA), wat de interne cohesie onder druk zou kunnen zetten.

Arizona-coalitie: ambitieus

De Arizona-coalitie, die op 3 februari 2025 werd geïnstalleerd, moet een complex evenwicht bewaren tussen verschillende politieke stromingen en regionale belangen. De naam van de coalitie verwijst naar de kleuren van de vlag van de Amerikaanse staat Arizona, die overeenkomen met de politieke kleuren van de deelnemende partijen: geel voor de Vlaams-nationalisten (N-VA), blauw voor de liberalen (MR), oranje voor de christendemocraten (CD&V en Les Engagés) en rood voor de socialisten (Vooruit).

De komende maanden zullen uitwijzen of de regering-De Wever haar ambitieuze plannen kan realiseren en voldoende draagvlak kan behouden. Ondertussen blijft de kritiek op de begroting, de mobiliteitsplannen en de interne samenhang van de coalitie een belangrijke uitdaging.

Agema over stijgende prijzen: ‘iedereen schrikt in de supermarkt’

Viceminister-president Fleur Agema trad vrijdag op de voorgrond tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

Door de afwezigheid van de zieke premier Dick Schoof nam Agema de honneurs waar en besprak ze een breed scala aan onderwerpen, variërend van de financiële koers van het kabinet tot de recente kunstroof in Assen. Met de Voorjaarsnota in aantocht en een verhitte discussie over een mogelijke btw-verhoging, stond de bijeenkomst in het teken van politieke en economische spanningen.

De griepepidemie die Nederland in zijn greep houdt, heeft ook de premier getroffen. Agema begon de persconferentie met een persoonlijke noot door haar beste wensen over te brengen aan Schoof en alle andere Nederlanders die momenteel ziek zijn. Ze sprak de hoop uit dat de minister-president spoedig herstelt en weer de leiding kan nemen.

Een van de belangrijkste onderwerpen die ter sprake kwam, was de oprichting van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel. Deze commissie, waarin meerdere bewindspersonen zitting hebben, werd in het leven geroepen om een antwoord te formuleren op recente rechterlijke uitspraken in het stikstofdossier. Volgens Agema ligt er een immense uitdaging voor het kabinet: enerzijds moeten natuurherstelmaatregelen worden doorgevoerd, anderzijds moet de economie blijven draaien. “Dit is geen probleem dat binnen een week opgelost kan worden, maar de urgentie is duidelijk en we werken er hard aan,” stelde ze.

regeerakkoord

In de ministerraad werd ook de route uitgestippeld voor de voorjaarsbesluitvorming. De prioriteiten uit het regeerakkoord moeten worden afgewogen tegen financiële tegenvallers en de politieke realiteit in de Kamer. Agema gaf aan dat alle ministeries beleidsbrieven zullen opstellen met hun budgettaire voorstellen en dat minister van Financiën Heinen in maart bilaterale gesprekken zal voeren om de begroting verder uit te werken. In april volgt een raming van het Centraal Planbureau (CPB), waarna een concept van de Voorjaarsnota zal worden opgesteld. Dit document, cruciaal voor het verdere regeringsbeleid, wordt eind april naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. Agema vergeleek het proces met een treinreis: “De rails zijn gelegd, de eindbestemming is bereikt en vandaag hebben we de trein op gang gebracht.”

Een emotioneel moment in de persconferentie was Agema’s reactie op de kunstroof in het Drents Museum in Assen. Ze sprak haar afschuw uit over de gewelddadige diefstal, waarbij waardevolle Roemeense kunstobjecten werden ontvreemd. “Dit is een slag in het gezicht van de cultuursector, zeker omdat het om geleende werken gaat,” aldus Agema. Ze prees de snelle actie van de politie, die drie verdachten wist op te pakken, en sprak de hoop uit dat de kunstwerken spoedig ongeschonden worden teruggevonden.

Het onderwerp dat de meeste politieke spanning opriep, was de mogelijke verhoging van de btw. Frits Wester van RTL Nieuws vroeg Agema naar het plan dat momenteel in de Tweede Kamer ter discussie staat. Ze bevestigde dat dit deel uitmaakt van de voorjaarsbesluitvorming en dat de gesprekken nog in volle gang zijn. De oppositie en zelfs enkele coalitiepartijen uitten al stevige kritiek en dienden een motie in om het plan te blokkeren. “Natuurlijk moet daar rekening mee worden gehouden,” erkende Agema. “De financiële puzzel is complex en draagvlak is essentieel.”

Foto: © Pitane Blue – Dick Schoof – Minister President

Politieke spanning stijgt: coalitie verdeeld over BTW-verhoging en voorjaarsnota

Wester confronteerde haar ook met de felle kritiek van PVV-leider Geert Wilders, die zich op X fel uitsprak tegen de belastingverhoging. Agema bleef diplomatiek en benadrukte dat het kabinet een evenwichtige beslissing moet nemen, waarbij de wensen van de Tweede Kamer serieus worden gewogen. “We nemen alle moties serieus en zoeken naar een oplossing die breed gedragen kan worden,” zei ze.

Een ander financieel vraagstuk dat ter tafel kwam, was de 165 miljoen euro die nodig is voor de opleiding van verpleegkundigen. Agema verzekerde dat hier niet op zal worden bezuinigd en dat het bedrag tijdelijk geparkeerd wordt, zodat er voldoende tijd is om de begroting in balans te brengen. “De zorg mag niet de dupe worden van de financiële situatie,” stelde ze.

BTW-discussie

Laurens Boven van BNR Nieuwsradio vroeg naar de verantwoordelijkheid voor de btw-discussie. Agema maakte duidelijk dat minister Heinen de leiding heeft over het proces, maar dat uiteindelijk alle vier de coalitiepartijen zich achter de Voorjaarsnota moeten scharen. Boven bracht vervolgens de kritiek van BBB’er Henk Vermeer ter sprake, die beweerde dat de ramingen niet kloppen en dat er miljarden euro’s over zijn. Agema gaf toe dat er een verschil is tussen ramingen en realisaties en dat Heinen een expertcommissie heeft ingesteld om dit nader te onderzoeken. “De financiële realiteit is ingewikkeld en we moeten alle mee- en tegenvallers meenemen,” aldus Agema.

Op de vraag van een journalist over de samenwerking tussen het CDU en de radicaal-rechtse AfD in Duitsland, antwoordde Agema dat dit niet besproken was in de ministerraad. Ze erkende dat het een opvallende ontwikkeling was, maar wees erop dat Nederland in het verleden ook te maken heeft gehad met politieke samenwerking tussen partijen van uiteenlopende signatuur.

Tot slot werd Agema gevraagd naar de geruchten dat ze gepasseerd zou zijn toen de ministerraad werd verschoven vanwege de afwezigheid van premier Schoof. Ze ontkende dit stellig en gaf aan dat het een bewuste keuze was om de ministerraad zoveel mogelijk door de premier zelf te laten leiden. “Dat scheelt mij als minister van Volksgezondheid tijd en voorbereiding,” voegde ze eraan toe.

De persconferentie van Agema bood een diepgaand inzicht in de politieke en financiële uitdagingen waar het kabinet voor staat. Met de Voorjaarsnota in zicht en de btw-discussie in volle gang, is duidelijk dat de komende maanden cruciaal worden voor de stabiliteit van de coalitie.