Categorie archieven: Prorail

Vertrekkende topman ProRail John Voppen bekent: ik brak bewust de regels voor veiligheid

Zonder actie dreigt nederland dezelfde problemen als Duitsland tegemoet te gaan, vertrekkende prorail topman slaat alarm spoor dreigt kapot te gaan.

De vertrekkende topman van ProRail, John Voppen, laat bij zijn afscheid weinig ruimte voor misverstand over de staat van het Nederlandse spoor. Na meer dan twintig jaar in de sector, waarvan zeven jaar als bestuursvoorzitter, trekt hij een duidelijke conclusie: zonder forse investeringen loopt de infrastructuur onherroepelijk vast. “Uiteindelijk gaat de infrastructuur gewoon kapot,” waarschuwt hij nadrukkelijk.

Tijdens zijn periode aan het roer kreeg Voppen te maken met uiteenlopende uitdagingen, van de ongekende terugval in reizigers tijdens de coronapandemie tot de huidige drukte op het spoor, die juist piekt. Toch bleef één strijd onbeslecht: het overtuigen van de politiek in Den Haag van de noodzaak om structureel meer geld vrij te maken voor onderhoud en vernieuwing. Volgens hem is het probleem niet zozeer dat politici het belang niet zien, maar dat investeringen te vaak worden behandeld als kostenposten die kunnen worden uitgesteld.

Die spanning tussen regels en realiteit kwam scherp naar voren in zijn eigen handelen. Voppen erkent openlijk dat hij bewust de Aanbestedingswet heeft overtreden om de veiligheid van het spoor te waarborgen. “Ja. Dat mag je best opschrijven. Uiteindelijk ben ik verantwoordelijk voor een veilig en betrouwbaar spoor. Dan kun je niet zeggen: we laten het maar gebeuren omdat een contract iets niet toestaat.”

leiderschap

Hij verwijst tijdens een interview met de Volkskrant naar een concreet voorbeeld op de Brabantroute, waar slijtage aan de bovenleiding sneller toenam dan verwacht. Volgens de regels mocht ProRail het extra werk niet zomaar door dezelfde aannemer laten uitvoeren, maar Voppen besloot anders. “Als er tijd is om het te maken, dan moet je het fixen.” Die praktische instelling typeert zijn leiderschap, waarin veiligheid en betrouwbaarheid zwaarder wegen dan strikte naleving van procedures.

Ondanks de successen die hij ook benoemt, zoals een hoge punctualiteit en verbeterde samenwerking met de NS, vertrekt Voppen op een precair moment. De komende jaren is volgens ProRail meer dan een miljard euro nodig om verouderde onderdelen van het spoor te vervangen. Daarbovenop komt nog eens circa 600 miljoen euro om het netwerk beter te beschermen tegen sabotage en cyberdreigingen.

Volgens Voppen is het Nederlandse spoor jarenlang ingericht op maximale efficiëntie, met minimale buffers. “Alles zo minimaal mogelijk. Alles just in time.” Die aanpak hield de kosten laag, maar maakt het systeem kwetsbaar. De gevolgen van uitgesteld onderhoud worden pas na jaren zichtbaar, benadrukt hij. “De eerste vier jaar merk je daar nauwelijks iets van. Over acht jaar waarschijnlijk ook nog niet. Maar als je twaalf jaar niet investeert, krijg je een probleem.”

Foto: Prorail

Per 1 juli maakt hij de overstap naar een totaal andere sector als topman van Total Care, een bedrijf in schoonmaak en thuiszorg. Daar wil hij het werk van binnenuit leren kennen door zelf mee te draaien. Het spoor laat hij achter met gemengde gevoelens, maar niet zonder vertrouwen. “Het is allemaal niet perfect, maar ik laat het met een heel gerust hart achter. We hebben een fantastische organisatie.”

De waarschuwing is niet hypothetisch. Voppen wijst naar Duitsland, waar jarenlang te weinig werd geïnvesteerd en het spoor nu kampt met structurele storingen en vertragingen. Nederland dreigt volgens hem dezelfde kant op te gaan als er geen koerswijziging komt. De eerste signalen zijn al zichtbaar: het aantal impactvolle storingen ligt boven de afgesproken norm, met financiële sancties tot gevolg.

kritisch

Tegelijkertijd is hij kritisch op het systeem waarin ProRail opereert. De verzelfstandiging van het spooronderhoud in de jaren negentig noemt hij een “historische fout”. In theorie moest marktwerking leiden tot betere prestaties, maar in de praktijk is ProRail afhankelijk van een klein aantal gespecialiseerde aannemers en kampt de sector met een tekort aan technici. Dat maakt flexibiliteit moeilijk en belemmert innovatie.

Voppen benadrukt dat niet alle verantwoordelijkheid bij de politiek ligt. Ook binnen ProRail worden fouten gemaakt, erkent hij. Toch blijft zijn kernboodschap overeind: zonder tijdige en voldoende investeringen komt de betrouwbaarheid van het spoor in gevaar.

Werkzaamheden: Rotterdam Centraal weekend lang plat door grote werkzaamheden

Geen trein te bekennen rond Rotterdam reiziger moet uitwijken naar bus en metro.

Reizigers die in het weekend van zaterdag 13 en zondag 14 juni via Rotterdam Centraal willen reizen, moeten rekening houden met ingrijpende hinder. Door grootschalige werkzaamheden van spoorbeheerder ProRail ligt het treinverkeer van en naar het station volledig stil. De nationale spoorvervoerder NS zet bussen en alternatieve reisroutes in, maar waarschuwt dat de reistijd aanzienlijk kan oplopen.

De werkzaamheden draaien om de vernieuwing van het treinbeveiligingssysteem, een cruciaal onderdeel van de spoorinfrastructuur. Dit systeem regelt onder meer de aansturing van seinen en wissels en is volgens ProRail dringend aan vervanging toe. Met de ingreep wil de spoorbeheerder de betrouwbaarheid en veiligheid van het treinverkeer op de lange termijn verbeteren. De impact op korte termijn is echter fors, zeker voor een knooppunt als Rotterdam Centraal, waar dagelijks tienduizenden reizigers passeren.

vervoersplan

Gedurende het weekend rijden er geen treinen op meerdere belangrijke trajecten. Zo ligt het treinverkeer stil tussen Rotterdam Centraal en Delft Campus, Gouda en Zwijndrecht. Ook de hogesnelheidslijn tussen Rotterdam Centraal en Breda en Schiphol Airport is buiten gebruik. Daarmee wordt een groot deel van het spoornetwerk in de Randstad geraakt.

Om reizigers toch op hun bestemming te krijgen, heeft NS een uitgebreid vervangend vervoersplan opgesteld. Reizigers kunnen gebruikmaken van bussen en de metro, al vraagt dit vaak om meerdere overstappen. NS adviseert dan ook nadrukkelijk om de reis vooraf goed te plannen via de NS-app of de website. “Tijdens de werkzaamheden adviseren we reizigers tijdig hun reis van deur tot deur te plannen in de NS-App of op ns.nl,” laat de vervoerder weten. “Meer informatie is ook te vinden op NS.nl/beterereis.”

Voor reizigers richting Den Haag is een omweg noodzakelijk. Zij kunnen vanaf Rotterdam Centraal de metro E nemen naar Beurs. Met een geldig NS-vervoersbewijs kan vervolgens de metro worden gepakt naar Schiedam Centrum. Vanaf dat station rijden bussen naar Delft Campus, waar weer treinen vertrekken richting Den Haag Centraal. Deze omleiding zorgt voor extra reistijd en vereist meerdere overstappen.

Ook richting Gouda moeten reizigers rekening houden met een alternatieve route. Via metro E naar Beurs en vervolgens naar Schiedam Centrum kunnen reizigers gebruikmaken van NS-bussen naar Delft Campus. Vanaf daar rijden intercity’s naar Gouda via Den Haag HS. Een alternatief loopt via Capelsebrug: reizigers nemen metro D of E naar Beurs, stappen daar over op metro A, B of C richting Capelsebrug en kunnen daar de NS-snelbus naar Gouda nemen.

Foto: © Pitane Blue – Rotterdam Centraal

Voor reizigers die naar Dordrecht willen, geldt eveneens een aangepaste route. Zij kunnen met de metro via Beurs naar Capelsebrug reizen, waar NS-snelbussen klaarstaan die hen naar Dordrecht brengen. Hoewel de verbindingen in stand blijven, vraagt het van reizigers extra planning en flexibiliteit.

De werkzaamheden maken deel uit van een bredere moderniseringsslag van het Nederlandse spoor. ProRail vervangt op meerdere locaties verouderde systemen om storingen te verminderen en de capaciteit van het spoor te vergroten. Rotterdam Centraal is daarbij een belangrijk knooppunt, waardoor de impact van dit soort werkzaamheden direct merkbaar is voor een groot publiek.

dienstregeling

Reizigers wordt aangeraden om drukte zoveel mogelijk te vermijden en, waar mogelijk, buiten de spits te reizen. Ook wordt geadviseerd om extra reistijd in te plannen en alert te zijn op wijzigingen in de dienstregeling. Ondanks de inzet van vervangend vervoer kan het drukker zijn dan gebruikelijk, zeker op populaire trajecten.

Het weekend zonder treinverkeer onderstreept hoe afhankelijk de regio is van goed functionerend spoorvervoer. Tegelijkertijd benadrukken NS en ProRail dat de tijdelijke hinder noodzakelijk is om het spoor toekomstbestendig te maken. Na afronding van de werkzaamheden moet het vernieuwde beveiligingssysteem zorgen voor een stabieler en veiliger treinverkeer in en rond Rotterdam.

Vertraging door megaklus: treinverkeer plat tussen Amsterdam en Utrecht

Werk aan het spoor zorgt dagenlang voor hinder op druk traject tussen Amsterdam en Utrecht.

ProRail grijpt de periode van 18 tot en met 26 mei aan om grootschalig onderhoud uit te voeren, met als doel de betrouwbaarheid van het treinverkeer op de lange termijn te verbeteren. Reizigers moeten in deze periode rekening houden met aangepaste dienstregelingen en mogelijke vertragingen.

De ingreep richt zich onder meer op het verbeteren van de spoorligging, een probleem dat machinisten al langer signaleren. Op het traject tussen Utrecht en Amsterdam komen regelmatig verzakkingen voor. Door slijtage en intensief gebruik is de kwaliteit van de spoorligging in de loop der jaren achteruitgegaan. ProRail pakt dit nu aan door de twee noordelijke sporen tussen Breukelen en Abcoude grondig te herstellen. Daarbij worden ballaststenen, de stenen die onder het spoor liggen en zorgen voor stabiliteit, aangevuld. Met behulp van een zogenoemde stopmachine wordt het spoor vervolgens weer stevig op zijn plek gelegd.

grote operatie

Volgens ProRail moet deze operatie ervoor zorgen dat het spoor er de komende jaren weer stabiel bij ligt. Daarmee neemt de kans op storingen af en wordt de treindienst tussen Utrecht en Amsterdam betrouwbaarder. Het traject geldt als een van de drukste spoorverbindingen van Nederland, waardoor zelfs kleine verstoringen al snel grote gevolgen kunnen hebben voor reizigers.

Naast het aanpakken van de spoorligging worden ook de seinen op het traject vernieuwd. Tussen Breukelen en Amsterdam Bijlmer ArenA worden in totaal 76 seinen vervangen. Deze installaties dateren uit 2007, toen het traject werd uitgebreid met extra sporen. Na ongeveer twintig jaar zijn ze volgens ProRail toe aan vervanging. Door de nieuwe seinen te plaatsen, wil de spoorbeheerder het aantal technische storingen verder terugdringen en de veiligheid en doorstroming verbeteren.

levensduur

De werkzaamheden maken deel uit van een bredere moderniseringsslag die ProRail momenteel uitvoert. Veel delen van het Nederlandse spoor zijn kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd of herbouwd. Spoorinfrastructuur heeft doorgaans een levensduur van ongeveer veertig jaar voordat grootschalig onderhoud nodig is. Inmiddels is Nederland tachtig jaar verder, wat betekent dat veel trajecten toe zijn aan een tweede ronde van ingrijpende vernieuwing.

Utrecht Centraal

Door onderhoud tijdig uit te voeren, probeert ProRail grotere problemen in de toekomst te voorkomen. Het vervangen van onderdelen voordat ze daadwerkelijk falen, moet ervoor zorgen dat het aantal storingen beperkt blijft. Tegelijkertijd betekent dit soort werkzaamheden wel dat reizigers tijdelijk hinder ondervinden.

vervangend vervoer

Tijdens de werkzaamheden is het treinverkeer tussen Utrecht en Amsterdam en tussen Utrecht en Schiphol Airport aangepast. Reizigers wordt aangeraden om voor vertrek hun reis goed te plannen en rekening te houden met extra reistijd. Alternatieve routes, aangepaste dienstregelingen en mogelijk vervangend vervoer maken deel uit van de maatregelen om de impact te beperken.

Hoewel de overlast voor reizigers onvermijdelijk is, benadrukt ProRail dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn om het spoor toekomstbestendig te maken. Met de combinatie van herstelwerkzaamheden en vernieuwing van essentiële onderdelen moet het drukke traject de komende jaren weer beter bestand zijn tegen intensief gebruik.

Aantal incidenten verdubbeld: bijna ongelukken stapelen zich op rond overwegen

Het aantal jongeren dat betrokken raakt bij gevaarlijke situaties rond spoorwegovergangen is de afgelopen jaren flink toegenomen.

Dat blijkt uit recente cijfers van spoorbeheerder ProRail. Waar in 2021 nog 17 procent van de incidenten jongeren betrof, is dat aandeel in 2025 opgelopen tot 33 procent. In diezelfde periode kwamen twaalf jongeren tussen de 10 en 29 jaar om het leven bij ongelukken op overwegen.

De stijging baart zorgen, zeker omdat het vaak gaat om situaties die eenvoudig te voorkomen zijn. Jongeren steken bijvoorbeeld nog snel het spoor over terwijl de slagbomen al naar beneden gaan, of negeren het rode waarschuwingslicht nadat er net een trein is gepasseerd. Dergelijk risicogedrag komt jaarlijks honderden keren voor. Volgens ProRail spelen ongeduld, haast en afleiding door smartphones daarbij een belangrijke rol.

nieuwe campagne

Om die reden start de spoorbeheerder een nieuwe campagne die zich specifiek richt op jongeren tussen de 15 en 21 jaar. In de campagne worden confronterende beelden gebruikt van berichten die worden getypt terwijl een trein nadert. De bedoeling is om jongeren bewust te maken van de gevaren van afleiding op en rond het spoor. Woordvoerder Martijn de Graaf verwoordt het scherp bij de openbare omroep: “Een trein swipe je niet zomaar weg.” Hij voegt daaraan toe: “Je kunt beter een minuutje te laat komen dan nooit aankomen.”

Niet alleen slachtoffers en hun nabestaanden worden geraakt door incidenten op het spoor. Ook machinisten dragen de impact van dit soort momenten met zich mee. Edwin van de Vegte, al 25 jaar werkzaam als machinist, herinnert zich een recent voorval nog levendig. “Laatst zag ik bij Staphorst een joggende dame. Zonder te kijken stak ze doodleuk over. Ik passeerde met 120 kilometer per uur.” De schrik zit er bij hem nog goed in. “Als ik een halve seconde eerder was geweest, had ik haar geraakt. Dan voel je weer precies waar je hart zit, hoor. Bij Steenwijk trilde ik niet meer, maar zulke situaties gaan je niet in de koude kleren zitten.”

Foto: © Pitane Blue – overweg

Ook zijn collega Amber Huigen maakte onlangs een gevaarlijk moment mee. “Een fatbiker reed vlak voor me het spoor over. Gelukkig reed ik maar 40 kilometer per uur en kon de persoon passeren. Maar het hoort natuurlijk niet en je hart zit op zo’n moment in je keel.” Het zijn voorbeelden die duidelijk maken hoe klein de marge soms is tussen een bijna-ongeluk en een tragedie.

aanpassingen

Naast gedragsverandering zet ProRail ook in op aanpassingen aan de infrastructuur. Vooral onbewaakte spoorwegovergangen, waar geen slagbomen of waarschuwingslichten aanwezig zijn, blijken risicovol. Op deze plekken gebeuren relatief veel ongelukken. Daarom worden deze overgangen stap voor stap aangepakt. Zo worden er onder meer slagbomen, bellen en lichtsignalen geplaatst om weggebruikers beter te waarschuwen.

Daarnaast zijn sinds 2024 op tientallen risicovolle overgangen flitscamera’s geïnstalleerd. Deze camera’s registreren overtredingen van automobilisten en andere weggebruikers met een kenteken. Uit eerdere evaluaties van ProRail blijkt dat deze maatregel effect heeft. Op sommige locaties is het aantal overtredingen met maar liefst 60 procent afgenomen.

menselijke factor

Toch blijft de menselijke factor volgens de spoorbeheerder doorslaggevend. Zolang mensen risico’s blijven nemen, blijft het gevaar bestaan. Met de nieuwe campagne hoopt ProRail vooral jongeren te bereiken en hen bewust te maken van de gevolgen van hun gedrag. De boodschap is helder: een moment van onoplettendheid kan levensveranderende gevolgen hebben.

Kabinet worstelt met toekomst: onderzoek zet vraagtekens bij meer concurrentie op rails

Nederland staat voor een fundamentele keuze over de toekomst van het spoor.

Moet het netwerk na 2033 verder worden opengebroken voor concurrentie, of blijft een centraal aangestuurde structuur met één dominante vervoerder de beste garantie voor een betrouwbaar systeem? Uit een omvangrijke studie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat die vraag minder eenvoudig te beantwoorden is dan vaak wordt gedacht.

Het rapport, opgesteld door een consortium van Goudappel, Rebel en APPM, schetst vijf mogelijke modellen voor de organisatie van het spoor. Daarbij variëren de scenario’s van het behoud van het huidige hoofdrailnet met één landelijke concessie tot een vergaand open netwerk waarin tientallen vervoerders actief kunnen zijn. Tussen die uitersten liggen varianten met meerdere concessies, regionale corridors of een functionele scheiding tussen intercity’s en stoptreinen.

de verschillen

Wat opvalt is dat de verschillen voor de reiziger op papier relatief klein lijken. Alle modellen gaan uit van hetzelfde dienstregelingsniveau, het zogenoemde ‘6-basis’-model, waarbij op drukke trajecten elke tien minuten een trein rijdt. Daardoor blijven reistijden, bereikbaarheid en zelfs het aantal reizigers in de meeste varianten vrijwel gelijk. Toch zit de echte spanning niet in de dienstregeling, maar in de organisatie erachter.

Het Nederlandse spoor behoort tot de drukst bereden netwerken van Europa. Treinen rijden met hoge frequenties over een infrastructuur die weinig ruimte laat voor fouten. Juist in zo’n systeem blijkt samenwerking cruciaal. De onderzoekers waarschuwen dat meer vervoerders automatisch leidt tot complexere coördinatie. Denk aan storingen, onderhoud, het verdelen van capaciteit en het afstemmen van dienstregelingen. Hoe meer partijen betrokken zijn, hoe groter de kans op conflicten en vertragingen in de besluitvorming.

Een ander belangrijk punt is de robuustheid van het netwerk. Kleinere concessies kunnen lokaal juist minder gevoelig zijn voor verstoringen, maar verliezen tegelijkertijd flexibiliteit. Materieel en personeel zijn minder uitwisselbaar en bij grote storingen wordt centrale bijsturing lastiger. De studie stelt dan ook dat niet eenduidig kan worden vastgesteld of meer marktwerking de betrouwbaarheid verbetert of verslechtert. Wel wordt duidelijk dat de organisatie complexer wordt.

In het rapport “Toekomstige Marktordening Spoor – Een vergelijking van studievarianten” worden vijf mogelijke modellen onderzocht voor de organisatie van het spoor nadat de huidige concessie van NS afloopt. De studie laat zien dat meer marktwerking kansen biedt, maar ook grote risico’s meebrengt voor een van de drukst bereden spoorwegnetten van Europa.

Foto: © Pitane Blue – ICE station Utrecht

De kernvraag blijft daarmee overeind: hoeveel concurrentie kan het Nederlandse spoor aan zonder de stabiliteit van het systeem te ondermijnen? Het antwoord daarop zal bepalen hoe miljoenen reizigers zich in de toekomst door het land verplaatsen.

Op financieel vlak zet het rapport vraagtekens bij de veronderstelling dat concurrentie automatisch leidt tot lagere prijzen. De onderzoekers schrijven dat “er weinig zekerheid is over de financiële baten van marktwerking”. Hoewel concurrentie theoretisch kan zorgen voor efficiëntere bedrijfsvoering, blijkt uit internationale ervaringen dat dit effect moeilijk aantoonbaar is. Ook kunnen extra kosten ontstaan door aanbestedingen, toezicht en ingewikkeldere systemen.

innovatie

Daar komt bij dat het huidige model schaalvoordelen biedt. Eén grote vervoerder kan kosten spreiden, processen standaardiseren en investeringen efficiënter uitvoeren. Bij opsplitsing van het netwerk verdwijnen deze voordelen deels. Tegelijkertijd kan meer concurrentie juist innovatie stimuleren en nieuwe diensten opleveren. De balans tussen die twee krachten blijft volgens het rapport onzeker.

Voor reizigers speelt eenvoud een grote rol. In varianten met meerdere vervoerders neemt het aantal overstappen toe, en daarmee ook de kans op verwarring. Het rapport wijst erop dat bij meer aanbieders het belang van uniforme systemen groeit, zoals één betaalmethode en duidelijke reisinformatie. Zonder zulke afspraken dreigt versnippering, wat de reiservaring kan verslechteren.

geen voorkeur

Opvallend is dat de studie geen duidelijke voorkeur uitspreekt voor één model. Dat is bewust: het onderzoek moet vooral inzicht geven in de verschillen, niet in de uiteindelijke keuze. Wel valt tussen de regels door te lezen dat vergaande liberalisering risico’s met zich meebrengt, zeker in een dicht en intensief gebruikt netwerk als het Nederlandse spoor.

De komende jaren moet Den Haag knopen doorhakken. De huidige concessie van NS loopt tot 2033, waarna een nieuw systeem moet worden ingevoerd. Daarbij spelen niet alleen economische overwegingen een rol, maar ook politieke keuzes over publieke belangen zoals bereikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid.

de praktijk

De discussie over de toekomst van het Nederlandse spoor krijgt ook een stem vanuit de praktijk. Wouter van Gessel, voorzitter van Stichting Freedom of Mobility, spreekt zich fel uit tegen verdere liberalisering van het spoor. Volgens hem staat de kern van het openbaar vervoer haaks op het idee van concurrentie.

Van Gessel benadrukt dat het openbaar vervoer in de eerste plaats een publieke taak heeft. “OV heeft een publieke taak en daarmee ook een verantwoordelijkheid,” stelt hij. Daarmee raakt hij aan een punt dat ook in recente beleidsstudies terugkomt: het spoor is niet zomaar een markt, maar een systeem waarin maatschappelijke belangen centraal staan.

Volgens de voorzitter van de stichting functioneert het spoor als een samenhangend geheel waarin alles met elkaar verbonden is. “OV is een mechaniek dat serieel geschakeld is waar alles met elkaar samenvalt,” zegt hij. Juist die samenhang maakt het volgens hem kwetsbaar voor versnippering. Waar één vervoerder het netwerk integraal kan aansturen, leidt concurrentie volgens Van Gessel tot een parallel aanbod dat moeilijk op elkaar af te stemmen is.

extra complexiteit

Met die opvatting zet hij zich af tegen het idee dat marktwerking automatisch leidt tot betere dienstverlening. Zijn redenering sluit aan bij zorgen die breder leven binnen de sector, namelijk dat meer aanbieders kunnen zorgen voor extra complexiteit, meer afstemming en mogelijk minder betrouwbaarheid.

Van Gessel waarschuwt bovendien voor een te theoretische benadering van het spoor. “Spoor is niet te benaderen als een modelbaan waar je maar wat kan doen,” stelt hij scherp. Daarmee doelt hij op beleidskeuzes die volgens hem onvoldoende rekening houden met de operationele realiteit van het netwerk, waar kleine verstoringen grote gevolgen kunnen hebben.

Ook de rol van Europa komt in zijn kritiek naar voren. Hij vindt dat er op Europees niveau nog onvoldoende begrip is voor de specifieke kenmerken van nationale spoorsystemen. “Ook op dit dossier moet Europa nog veel leren,” aldus Van Gessel. Daarmee plaatst hij vraagtekens bij de Europese trend richting verdere liberalisering van het spoorvervoer.

ProRail zet alles op alles: spoorproblemen Vught zorgen voor grote hinder

Een flinke spoorverzakking bij Vught heeft vrijdag voor grote ontregeling op het spoor gezorgd.

De problemen op het spoor bij Vught, waardoor er vrijdagmiddag en avond urenlang geen treinen van Den Bosch richting het zuiden konden rijden, zijn vrijdagnacht opgelost. Het treinverkeer tussen Den Bosch en Tilburg en tussen Den Bosch en Boxtel kwam volledig stil te liggen, met lange wachttijden en overvolle bussen tot gevolg. Reizigers strandden massaal op station Den Bosch, waar de rijen zich volgens een verslaggever uitstrekten van de perrons tot ver voorbij de bushaltes achter het station.

De problemen ontstonden nadat het spoor bij Vught verzakte als gevolg van heiwerkzaamheden in de directe omgeving. Door het heien, waarbij palen diep de grond in worden geslagen, is de bodem volgens ProRail licht ingeklonken. Daardoor kwam het spoor scheef te liggen, wat direct risico’s opleverde voor de veiligheid van het treinverkeer. Om die reden werd besloten het treinverkeer volledig stil te leggen.

onder controle

ProRail liet vrijdagavond weten dat de situatie inmiddels onder controle is en dat de verzakking is gestopt. In een update om 21.00 uur meldde de spoorbeheerder dat ook de oorzaak definitief is vastgesteld. “Door heiwerk dat daar in de buurt uitgevoerd werd, is de bodem iets ingeklonken.” Om het spoor weer veilig en stabiel te maken, wordt een speciale machine ingezet. “Deze zogenaamde stopmachine voert de komende uren dit werk uit. Dit gaat vannacht gebeuren en is naar verwachting voor het einde van de buitendienststelling gereed. Morgenochtend kunnen er dan weer treinen rijden.”

Eerder op de avond, rond 19.00 uur, werd al duidelijk dat de situatie ernstig was. ProRail voerde toen onderzoek uit met een graafmachine om de toestand van de bodem te analyseren. “Zulke verzakkingen maken veilig treinverkeer helaas onmogelijk en dat betekent veel hinder voor reizigers in de omgeving,” aldus de spoorbeheerder. Reizigers kregen het dringende advies om de reisplanner goed in de gaten te houden en waar mogelijk alternatieve vervoersmiddelen te gebruiken.

Foto: © Pitane Blue – NS-bus

Tot die tijd blijft de hinder aanzienlijk en wordt reizigers aangeraden goed voorbereid op pad te gaan en rekening te houden met vertragingen.

Hoewel er bussen werden ingezet om gestrande reizigers te vervoeren, bleken die verre van toereikend. Volgens een woordvoerder komt dat doordat er normaal gesproken veel treinen rijden op dit traject, terwijl bussen een veel beperktere capaciteit hebben. Het gevolg was dat veel reizigers lang moesten wachten of zelfs geen plek meer konden krijgen in de vervangende bussen.

De impact was duidelijk zichtbaar op station Den Bosch, waar zich gedurende de dag een chaotisch beeld ontvouwde. Reizigers probeerden massaal een alternatief te vinden, terwijl de wachtrijen voor de bussen snel opliepen. Sommigen kozen ervoor om hun reis uit te stellen of op eigen gelegenheid verder te reizen.

traject

Opvallend is dat het niet de eerste keer is dat dit traject met grote problemen kampt. Slechts drie weken geleden lag het treinverkeer op dezelfde lijnen ook al meerdere dagen stil. Toen ontspoorde een werktrein en raakte een wissel beschadigd. Net als nu hield ook dat incident verband met werkzaamheden rond de onderdoorgang bij Vught.

Volgens de laatste update van ProRail rond 22.00 uur verlopen de herstelwerkzaamheden voorspoedig. Er wordt zelfs nog gekeken of er later op de avond mogelijk beperkt treinverkeer kan worden opgestart. De verwachting blijft echter dat het spoor in de nacht volledig wordt hersteld en dat reizigers zaterdagochtend weer volgens de normale dienstregeling kunnen reizen.

Aanpassingen Centraal Station Amsterdam: metro en bus nemen het tijdelijk over

Treinreizigers staan aan de vooravond van een avond en meerdere dagen vol aanpassingen op het spoor rond Centraal Station.

Door omvangrijke bouwwerkzaamheden wordt het treinverkeer vanaf donderdagavond 21.45 uur volledig stilgelegd van en naar het station. Reizigers die normaal gesproken afhankelijk zijn van de trein, worden gedwongen uit te wijken naar metro’s en bussen, wat volgens de betrokken partijen onvermijdelijk is om de geplande vernieuwingen mogelijk te maken.

De werkzaamheden maken deel uit van een langdurig project dat al in 2022 van start is gegaan en dat uiteindelijk moet leiden tot een volledig vernieuwd Centraal Station in 2030. ProRail voert in deze nieuwe fase opnieuw ingrepen uit aan de infrastructuur van het station. Daarbij ligt de focus onder meer op het vervangen en aanpassen van kabels die essentieel zijn voor de veiligheid en betrouwbaarheid van het treinverkeer. Door deze werkzaamheden worden verschillende perrons tijdelijk afgesloten en zijn ook trappen niet toegankelijk voor reizigers.

hinder en extra reistijd

De ingrepen zijn niet beperkt tot één avond. Ook op vrijdag, zaterdag en zondag blijft het station het toneel van werkzaamheden. Het gevolg is dat er gedurende het hele weekend minder treinen rijden in meerdere richtingen. Treinverbindingen richting Alkmaar, Breukelen, Haarlem, Schiphol, Hoofddorp, Uitgeest en Weesp worden aangepast of gedeeltelijk geschrapt. Reizigers die normaal via deze trajecten reizen, krijgen te maken met omleidingen en aangepaste dienstregelingen.

Alternatief vervoer wordt ingezet om de overlast enigszins te beperken. Metro’s en bussen nemen een deel van de reizigersstromen over, maar daarbij moet rekening worden gehouden met extra reistijd. De vervoerders waarschuwen dat het drukker kan zijn dan gebruikelijk en dat overstappen meer tijd kunnen kosten. Wie afhankelijk is van aansluitingen of strakke reisschema’s, doet er goed aan zijn reis vooraf zorgvuldig te plannen en ruim op tijd te vertrekken.

Foto: © Pitane Blue – Centraal Station

De hernieuwing van Centraal Station is een grootschalige operatie die stap voor stap wordt uitgevoerd om het station toekomstbestendig te maken. Het doel is een betere doorstroming van reizigers, modernere voorzieningen en een veiligere infrastructuur. Dat betekent echter ook dat reizigers de komende jaren vaker te maken zullen krijgen met tijdelijke hinder. ProRail benadrukt dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn om het station klaar te maken voor de groeiende stroom treinreizigers en de toenemende druk op het spoor.

flexibiliteit

Tijdens eerdere fases van de verbouwing werd al duidelijk dat dergelijke ingrepen een flinke impact hebben op het dagelijks reisgedrag. Ook nu wordt van reizigers flexibiliteit gevraagd. Wie geen alternatief vervoer kan of wil gebruiken, zal zijn reis mogelijk moeten uitstellen. Voor anderen betekent het wennen aan andere routes en langere reistijden, vooral tijdens de spitsuren en in het weekend wanneer veel mensen op pad gaan voor ontspanning of familiebezoek.

Ondanks het ongemak blijft het perspectief op een vernieuwd en efficiënter Centraal Station overeind. De werkzaamheden van dit weekend vormen opnieuw een zichtbare stap richting de geplande oplevering in 2030. Tot die tijd zullen reizigers vaker worden geconfronteerd met afsluitingen en aangepaste dienstregelingen, maar volgens de betrokken partijen is dit de prijs die betaald moet worden voor een station dat klaar is voor de toekomst.

ProRail ziet geen gedragsverandering: veiligheid bij overwegen blijft punt van zorg

De spooroverwegen in Almelo en Borne staan al geruime tijd nadrukkelijk in de schijnwerpers.

Nieuwe flitscamera’s moeten daar het gevaarlijke gedrag van weggebruikers terugdringen, maar de cijfers laten zien dat dit niet overal het gewenste effect heeft. Volgens regionale nieuwszender RTV Oost zijn in het afgelopen jaar honderden boetes uitgedeeld aan automobilisten, fietsers en andere weggebruikers die rode knipperlichten en dalende spoorbomen negeren. ProRail ziet echter nog geen eenduidige gedragsverandering en spreekt zelfs van een zorgwekkend beeld.

Almelo kreeg vorig jaar als eerste gemeente in de regio Noord-Oost te maken met deze vorm van handhaving. De overweg aan de Rietstraat stond al langer bekend als een plek waar regelmatig risicovol gedrag werd vertoond. ProRail besloot daarom speciale flitscamera’s te plaatsen die voortdurend de situatie rondom de overweg monitoren. Deze camera’s analyseren de beelden automatisch en slaan fragmenten op zodra er sprake lijkt te zijn van een overtreding. Vervolgens beoordeelt een boa de vastgelegde beelden en wordt bij een bevestigde overtreding een boete thuisgestuurd naar de bestuurder.

veel boetes

Handhaving in Almelo ging midden januari 2025 van start en leverde in korte tijd opvallend veel boetes op. Over het hele jaar gezien werden maar liefst 519 bekeuringen uitgeschreven voor het negeren van rode knipperlichten en dalende spoorbomen. De hoogte van de boete kan oplopen tot 300 euro, een bedrag dat bedoeld is om weggebruikers af te schrikken en bewust te maken van het gevaar. Toch blijkt uit de cijfers dat deze aanpak niet automatisch leidt tot veiliger gedrag. Opvallend genoeg was er rond augustus en september zelfs sprake van een toename van het aantal overtredingen. Waarom juist in die periode meer mensen de regels aan hun laars lapten, wordt nog onderzocht door ProRail.

Foto: © Pitane Blue – overweg

Borne volgde later met de plaatsing van flitscamera’s bij meerdere spoorwegovergangen. Ook daar was het wachten op daadwerkelijke handhaving. Halverwege vorig jaar begon ProRail met bekeuren aan de Deldensestraat. Sinds dat moment zijn op deze locatie 387 boetes uitgedeeld. In tegenstelling tot Almelo ziet de spoorwegbeheerder hier wel een lichte daling in het aantal overtredingen, wat erop zou kunnen wijzen dat de aanwezigheid van de camera’s en de boetes langzaam effect begint te sorteren.

handhavingsnetwerk

Begin november werd ook de overweg aan de Azelosestraat toegevoegd aan het handhavingsnetwerk. In minder dan twee maanden tijd werden daar al 99 boetes uitgeschreven. Deze cijfers onderstrepen volgens ProRail hoe hardnekkig het probleem is en hoe vaak weggebruikers toch nog proberen om snel over te steken terwijl de waarschuwingssignalen al actief zijn.

Aan de Bornerbroeksestraat staat eveneens een flitscamera opgesteld. Of deze camera daadwerkelijk wordt gebruikt voor handhaving en of er op basis van de beelden al boetes zijn uitgedeeld, blijft vooralsnog onduidelijk. Dat zorgt voor vragen bij omwonenden en weggebruikers, zeker nu op andere locaties wel actief wordt opgetreden.

De situatie in Almelo en Borne laat zien dat technologische middelen alleen niet altijd voldoende zijn om gedrag direct te veranderen. ProRail blijft daarom kijken naar aanvullende maatregelen en analyses om het aantal gevaarlijke situaties bij spoorwegovergangen terug te dringen. Het doel blijft helder: voorkomen dat een moment van onoplettendheid of haast eindigt in een ernstig ongeval.

Grote stap bereikbaarheid Brainport: station van Eindhoven op de schop

Gemeente Eindhoven, ProRail, NS, de provincie Noord-Brabant en het Rijk hebben een belangrijke knoop doorgehakt over de toekomst van het openbaar vervoer in de stad.

Er is een voorkeursalternatief gekozen voor de nieuwe OV-knoop Eindhoven, een ingrijpend project dat het huidige stationsgebied moet transformeren tot een modern en toekomstbestendig vervoershart voor de stad en de snel groeiende Brainportregio. Met deze keuze zetten de betrokken overheden gezamenlijk een volgende stap richting een station dat het toenemende aantal reizigers kan verwerken en tegelijkertijd ruimte biedt voor stedelijke ontwikkeling en verblijfskwaliteit.

Wethouder Stijn Steenbakkers, verantwoordelijk voor Brainport en Eindhoven Knoop XL, benadrukt het belang van het besluit voor de stad en de regio. “Deze nieuwe OV-knoop wordt de entree en hub van Eindhoven en de Brainportregio. Ons huidige (bus)station is verouderd en uit zijn jasje gegroeid, maar met het nieuwe ondergrondse busstation – verbonden met het treinstation – brengen we daar écht verandering in”, aldus Steenbakkers. Volgens hem wordt het station niet alleen een plek om over te stappen, maar ook een visitekaartje voor Eindhoven.

ondergronds busstation

De plannen zijn omvangrijk en moeten antwoord geven op de sterke groei van het aantal reizigers. In de spits zullen straks ongeveer 200 bussen per uur van en naar de stad en de regio rijden. Om deze stroom te kunnen verwerken, komt er een ondergronds busstation met meerdere perrons en vaste haltes per lijn. Daarnaast wordt fors ingezet op fietsen. Steenbakkers licht toe: “En met de tweelaagse fietsenstalling komen er, naast de 5400 plekken aan de zuidzijde, nog eens 7900 fietsparkeerplekken. Daarnaast komt er een moderne stationshal en voegen we meer groen toe op het nu versteende plein. Zo ontstaat een plek waar onze inwoners en bezoekers prettig en efficiënt kunnen reizen én verblijven. Dankzij de Brainport- en Beethoven-deal en de samenwerking met onze partners maken we dit enorme project mogelijk. Samen investeren we in betere regionale, nationale én internationale bereikbaarheid.”

De noodzaak voor deze ingreep is groot. De Brainportregio blijft groeien en daarmee ook het aantal mensen dat dagelijks gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Prognoses laten zien dat in 2040 ongeveer 150.000 reizigers per dag gebruik zullen maken van het openbaar vervoer rond station Eindhoven Centraal. Het huidige bus- en stationsgebied kan deze aantallen niet meer aan, wat leidt tot knelpunten in doorstroming, veiligheid en comfort.

heel Brabant

Gedeputeerde Stijn Smeulders onderstreept dat het project niet alleen van belang is voor Eindhoven, maar voor heel Brabant. “Dit is niet alleen een belangrijke mijlpaal voor de bereikbaarheid van Eindhoven, maar voor de bereikbaarheid van heel Brabant”, zegt hij. “Het nieuwe busstation onder Eindhoven Centraal wordt hét kloppende hart van onze nieuwe busconcessie zuidoost. Dé plek waar elke dag duizenden reizigers vertrekken, aankomen of overstappen. Daarmee creëren we ruimte voor stedelijke ontwikkelingen in het hart van onze grootste stad én maken we de regio beter bereikbaar. Zo wordt het openbaar vervoer voor nog meer Brabanders een aantrekkelijke manier van reizen.”

Illustratie: © Movares, KCAP, TEAM V

De komende periode staat in het teken van besluitvorming en verdere uitwerking. Het voorkeursalternatief wordt op 10 februari voorgelegd aan de gemeenteraad van Eindhoven. Bij een positief besluit kan worden gestart met het voorlopig en definitief ontwerp. De verwachting is dat vanaf 2030 de eerste stappen in de realisatie van de nieuwe OV-knoop Eindhoven zichtbaar worden, waarmee de stad zich voorbereidt op decennia van groei en verandering.

Het voorkeursalternatief voor de nieuwe OV-knoop voorziet in een samenhangend geheel van infrastructuur en openbare ruimte. Het ondergrondse busstation krijgt meerdere eilandperrons en wordt via verschillende bustunnels aangesloten op belangrijke verkeersaders rond het centrum. Boven de grond ontstaat ruimte voor een groen en uitnodigend stationsplein aan de noordzijde, met duizenden vierkante meters aan groen en verblijfsruimte. Reizigers kunnen straks droog en comfortabel overstappen tussen bus en trein via een nieuwe, moderne stationshal die direct verbonden is met het busstation.

woningbouw

De ingrepen hebben ook grote gevolgen voor de omgeving. Doordat de huidige bushaltes aan de noordzijde verdwijnen en ondergronds worden gebracht, ontstaat ruimte voor woningbouw. In het gebied Fellenoord, onderdeel van stationsgebied Knoop XL, is plaats voor meer dan 6000 nieuwe woningen. Daarmee verandert het stationsgebied van een plek waar mensen vooral doorheen reizen in een levendige stadswijk waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. De verbindingen tussen omliggende wijken en het centrum worden verbeterd, met veiligere oversteken en logischere looproutes.

Beluister onze podcast over dit onderwerp

Monteurs werken dag en nacht: honderden treinstellen wachten op herstel

Het onderhoud dat afgelopen week niet kon plaatsvinden, moet nu worden ingehaald.

Nu de dooi voorzichtig inzet, werken NS en ProRail onder hoge druk samen om het spoorverkeer weer zo snel mogelijk terug te brengen naar de reguliere dienstregeling. Dat herstel verloopt echter minder eenvoudig dan veel reizigers hopen. De gevolgen van een week lang winters weer zijn diep doorgedrongen in het spoorbedrijf en laten zich niet in één keer herstellen. Achter de schermen wordt dag en nacht gewerkt om de schade in te halen, maar tijd blijkt een onvermijdelijke factor.

Om volgens de normale dienstregeling te kunnen rijden, is een minimumaantal inzetbare treinstellen nodig. Dat aantal wordt momenteel bij lange na niet gehaald. De oorzaak ligt in een samenloop van omstandigheden die ontstond tijdens de periode van sneeuw en aanhoudende vorst. Om de winterdienstregeling überhaupt te kunnen uitvoeren en grootschalige storingen te voorkomen, zijn veel wissels op het spoor vastgezet. Deze maatregel was noodzakelijk om treinen veilig te laten rijden, maar had grote gevolgen voor het onderhoudsproces.

onderhoudsbeurten

Doordat wissels die toegang geven tot onderhoudslocaties niet meer de juiste kant op konden, werd het vrijwel onmogelijk om treinen naar de werkplaatsen te rijden voor geplande onderhoudsbeurten. Daar kwam bij dat andere wissels alsnog in storing raakten of volledig ondergesneeuwd raakten. Het gevolg was dat treinen letterlijk vast kwamen te staan op plekken waar ze niet verder konden. Gedurende de afgelopen week was het daardoor nauwelijks mogelijk om regulier onderhoud uit te voeren.

Het achterstallige onderhoud heeft zich inmiddels opgestapeld tot een ongekende omvang. Waar normaal gesproken ongeveer 400 treinstellen per week onderhoud of herstel nodig hebben, is dat aantal opgelopen tot circa 700 treinen die nu op een beurt wachten. Deze piek wordt niet alleen veroorzaakt door uitgesteld onderhoud, maar ook door extra defecten die zijn ontstaan door het winterse weer. Kou, sneeuw en ijs maken treinen kwetsbaarder en zorgen ervoor dat onderdelen sneller slijten of uitvallen. Het winterweer heeft daarmee duidelijke sporen achtergelaten in het materieelpark.

Onder normale omstandigheden krijgt een trein ongeveer eens per drie maanden een onderhoudsbeurt. Deze beurten zijn strak ingepland en nauw verweven met de reguliere dienstregeling. Wanneer zo’n geplande onderhoudsbeurt niet kan doorgaan, levert het opnieuw inplannen grote problemen op. Het schema is zo vol dat het vinden van een nieuw tijdslot een flinke puzzel wordt. Het laat zich vergelijken met het verzetten van een Apk-keuring bij een drukke garage, waarbij een gemiste afspraak vaak betekent dat je pas veel later weer terechtkunt.

Foto: © Pitane Blue – overweg

De sneeuw verdwijnt dankzij de dooi wel langzaam, de kans op storingen aan wissels en bovenleiding is daarmee nog niet gelijk verleden tijd.

Het inhalen van dit achterstallige onderhoud vraagt om een enorme inspanning. Monteurs van NS werken daarom dag en nacht keihard om zoveel mogelijk treinen weer veilig en betrouwbaar inzetbaar te maken. In de werkplaatsen wordt in hoog tempo gesleuteld, gecontroleerd en hersteld, terwijl planners proberen het onderhoudsschema opnieuw te ordenen zonder de dienstregeling verder te ontwrichten. Elke trein die terugkeert op het spoor, helpt om stap voor stap richting normaal te bewegen.

geduld

Tegelijkertijd is duidelijk dat het herstel niet van vandaag op morgen voltooid zal zijn. Zolang niet voldoende treinstellen beschikbaar zijn, blijft het rijden van de volledige reguliere dienstregeling onmogelijk. NS en ProRail zetten alles op alles om de impact voor reizigers zo beperkt mogelijk te houden, maar waarschuwen dat geduld noodzakelijk is. De combinatie van vastgezette wissels, gemiste onderhoudsbeurten en extra winterse schade maakt deze situatie uitzonderlijk.

Het spoorbedrijf laat daarmee zien hoe kwetsbaar de balans is tussen dienstregeling, onderhoud en weersomstandigheden. Terwijl de dooi inzet en de sneeuw langzaam verdwijnt, wordt achter de schermen hard gewerkt aan herstel. Pas wanneer het achterstallige onderhoud is weggewerkt en voldoende treinen weer inzetbaar zijn, kan het spoorverkeer echt terugkeren naar de normale gang van zaken.

Sneeuw en strenge vorst: reizigers gewaarschuwd voor vertragingen en uitval

Het winterweer zet dit weekend opnieuw stevig door en dat blijft niet zonder gevolgen voor het treinverkeer in Nederland.

Het KNMI verwacht zaterdag 10 januari vanaf de ochtend nieuwe sneeuwval, terwijl in de nacht van zaterdag op zondag strenge vorst wordt voorspeld. Die combinatie van sneeuw, ijs en lage temperaturen zorgt traditiegetrouw voor extra uitdagingen op en rond het spoor. Reizigers moeten daardoor rekening houden met vertragingen, uitval van treinen en aangepaste dienstregelingen.

spoor

Sneeuw en vorst vormen een bekend risico voor het spoor. Wissels kunnen door sneeuw en ijs vastlopen, waardoor ze niet meer goed schakelen. Daarnaast kan bij vorst en veel vocht in de lucht ijsvorming ontstaan op de bovenleiding. Dat heeft directe gevolgen voor de stroomvoorziening van treinen. ProRail zet daarom extra ploegen in die dag en nacht klaarstaan om storingen zo snel mogelijk te verhelpen. Toch blijkt de praktijk weerbarstig, omdat gladheid het soms lastig maakt om met voertuigen of materieel snel op de juiste plek te komen. Dat kan ertoe leiden dat het oplossen van een storing meer tijd kost dan gewenst.

onderhoud

Naast het winterweer speelt ook gepland onderhoud een rol. Werkzaamheden aan het spoor zijn noodzakelijk om het treinverkeer nu en in de toekomst veilig en betrouwbaar te houden. Dit weekend gaan die werkzaamheden, ondanks de winterse omstandigheden, zo goed mogelijk door. Dat betekent wel dat op sommige trajecten extra beperkingen gelden. Rond Schiphol is bijvoorbeeld sprake van een aangepaste treindienst door werkzaamheden, wat voor reizigers tot langere reistijden of extra overstappen kan leiden.

Reizigers krijgen daarom het dringende advies hun reis goed voor te bereiden en kort voor vertrek de reisplanner te raadplegen. De situatie kan door het weer snel veranderen en actuele informatie is essentieel. Om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de weersverwachting wordt zondag 11 januari bekendgemaakt hoe de verwachte treindienst voor maandag 12 januari eruit zal zien.

NS rijdt dit weekend volgens een winterdienstregeling. Dat houdt in dat op vrijwel alle trajecten minimaal twee treinen per uur rijden en op sommige drukke lijnen zelfs vier. In totaal wordt ongeveer tachtig procent van de normale dienstregeling uitgevoerd. Deze aanpak moet zorgen voor een stabielere dienst bij winterweer, maar heeft ook nadelen. Sommige reizigers moeten vaker overstappen en zijn langer onderweg. Daarnaast kunnen treinen drukker zijn dan normaal, vooral tijdens piekmomenten.

vervoerders

Ook andere vervoerders passen hun dienstregeling aan. Goederenvervoerders ondervinden veel hinder van de sneeuw en proberen met maatwerk toch zoveel mogelijk treinen te laten rijden. Internationale reizigersvervoerders en regionale vervoerders rijden eveneens volgens aangepaste schema’s.

Arriva meldt dat in de noordelijke regio op de meeste lijnen een uurdienstregeling wordt gereden. Alleen op de trajecten Groningen–Leeuwarden en Groningen–Winschoten blijft twee keer per uur een trein rijden. Nachttreinen vanuit Groningen en Zwolle naar Schiphol rijden dit weekend niet vanwege het winterweer. In de regio oost en in Limburg geldt de normale weekenddienstregeling.

Keolis verwacht op de trajecten Zwolle–Kampen en Zwolle–Enschede de normale dienstregeling te kunnen rijden. Ook op de lijn Amersfoort–Ede-Wageningen wordt uitgegaan van een normale dienst, al bestaat de kans dat korte ritten tussen Amersfoort en Barneveld-Zuid vervallen. Door het winterweer was de werkplaats de afgelopen dagen moeilijk bereikbaar, waardoor noodzakelijk onderhoud aan treinmaterieel is uitgesteld. Dat onderhoud wordt waar mogelijk dit weekend ingehaald.

Qbuzz gaat er op de MerwedeLingelijn vanuit dat de normale weekenddienstregeling kan worden gereden. Voor internationale treinen geldt dat reizigers kort voor vertrek de reisplanner moeten raadplegen voor de meest actuele informatie.

Prorail

ProRail heeft voor dit weekend extra sneeuw- en storingsploegen stand-by staan. Ondanks deze inzet kan het winterweer toch leiden tot vertragingen, uitval van treinen of afwijkende vertrektijden. De boodschap aan reizigers blijft daarom duidelijk: bereid de reis goed voor en controleer vlak voor vertrek altijd de actuele reisinformatie.

Dagelijkse vernielingen: stations geteisterd door vandalisme

Miljoenen euro’s schade door vandalisme op het spoor.

Kapotte liften die dagenlang buiten werking zijn, ingegooide ruiten die met houten platen worden afgedekt, bekladde muren vol graffiti en vernielde fietsenstallingen waarin geen fiets meer veilig kan worden gestald: vandalisme op Nederlandse stations is geen incidenteel probleem, maar een terugkerend verschijnsel dat dagelijks voelbaar is voor reizigers. Uit cijfers van ProRail blijkt dat er gemiddeld 4300 meldingen per jaar worden gedaan van vandalisme op stations en stationsvoorzieningen. Hoewel het aantal meldingen is gedaald van 4600 in 2024 naar 3600 in 2025, blijft de impact groot. De financiële schade loopt op tot ruim 3 miljoen euro per jaar aan herstelkosten, geld dat volgens ProRail liever wordt geïnvesteerd in betere voorzieningen voor reizigers.

vandalisme

Vandalisme raakt niet alleen de begroting van de spoorbeheerder, maar heeft directe gevolgen voor de dagelijkse reiservaring. Een lift die buiten gebruik raakt door vernieling kan betekenen dat reizigers die slecht ter been zijn, of afhankelijk zijn van een rolstoel of kinderwagen, wekenlang niet zelfstandig het perron kunnen bereiken. Een beschadigde of afgesloten fietsenstalling zorgt ervoor dat mensen hun fiets niet veilig kunnen achterlaten en soms noodgedwongen moeten uitwijken naar andere vervoersmiddelen. Ook graffiti, dat door sommigen misschien wordt gezien als een relatief onschuldige uiting, draagt bij aan een rommelige uitstraling en een gevoel van onveiligheid. Het station, dat voor veel mensen het begin en einde van hun reis vormt, verliest daarmee zijn functie als prettige en toegankelijke plek.

Karen te Boome, directeur Stations bij ProRail, benadrukt dat de gevolgen van vandalisme vaak worden onderschat. “Vandalisme op stations is geen onschuldige baldadigheid. Elke kapotte lift, elk vernield scherm en elke bekladde muur raakt duizenden reizigers en moeten we herstellen. Zó zonde van het geld. Dit besteden we liever aan betere voorzieningen, niet aan herstel van schade.” Haar woorden onderstrepen dat achter elke vernieling niet alleen materiële schade schuilgaat, maar ook hinder voor een grote groep mensen die dagelijks afhankelijk is van het openbaar vervoer.

herstelkosten

De schadeposten lopen uiteen en zijn aanzienlijk. Fietsenstallingen vormen een van de grootste kostenposten, met jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro aan herstelkosten. Bekladding van muren en objecten kost ProRail naar schatting 420.000 euro per jaar. Liften en wachtruimtes worden soms zo ernstig beschadigd dat volledige vervanging noodzakelijk is, wat niet alleen duur is, maar ook veel tijd kost. In de tussentijd moeten reizigers het doen met tijdelijke oplossingen of helemaal zonder bepaalde voorzieningen.

Foto: Pitane Blue – stationshal Den Haag Centraal

Om het probleem aan te pakken zet ProRail verschillende middelen in. Camera’s worden geplaatst om toezicht te houden, er is extra controle op stations en bij ernstige gevallen wordt aangifte gedaan bij de politie. Waar mogelijk probeert ProRail de kosten te verhalen op de daders, al is dat in de praktijk niet altijd eenvoudig. Volgens de spoorbeheerder is het belangrijk dat reizigers zich realiseren dat vandalisme iedereen raakt. Het tast de toegankelijkheid van stations aan, zorgt ervoor dat mensen zich minder prettig voelen en leidt tot hogere kosten die uiteindelijk door de samenleving worden gedragen.

alert blijven

Ook reizigers zelf kunnen een rol spelen bij het tegengaan van vernielingen. Wie iets verdachts ziet op het station, wordt opgeroepen om direct 112 te bellen als er sprake is van spoed. Meldingen van vandalisme kunnen daarnaast worden doorgegeven via het telefoonnummer 0800-7767245. Door alert te zijn en incidenten te melden, kan verdere schade mogelijk worden voorkomen. Alleen samen kan ervoor worden gezorgd dat stations veilige en prettige plekken blijven, waar iedereen zonder hinder zijn reis kan beginnen of beëindigen.

Oud minister krijgt sleutelrol: Mark Harbers nieuwe sterke man bij Prorail

Mark Harbers wordt per 2 juli 2026 de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen van ProRail.

Daarmee krijgt de spoorbeheerder een ervaren bestuurder aan het roer, die zijn sporen ruimschoots heeft verdiend in zowel de politiek als het bestuurlijke veld. Harbers volgt Hans Alders op, die na twaalf jaar afscheid neemt omdat hij zijn maximale zittingstermijn heeft bereikt. Met het aantreden van Harbers kiest ProRail voor continuïteit, ervaring en een uitgesproken affiniteit met mobiliteit en infrastructuur.

De benoeming van Harbers komt niet uit de lucht vallen. Momenteel is hij voorzitter van Techniek Nederland, een organisatie die een belangrijke rol speelt binnen de technische sector en nauw verbonden is met grote maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming, innovatie en bereikbaarheid. Eerder was Harbers minister van Infrastructuur en Waterstaat in het kabinet-Rutte IV, een functie die hij vervulde van 10 januari 2022 tot 2 juli 2024. In die periode hield hij zich intensief bezig met dossiers rondom spoor, wegen, waterveiligheid en luchtvaart. Die ervaring neemt hij nu mee naar ProRail, een organisatie die midden in de samenleving staat en een cruciale rol vervult in het functioneren van Nederland.

brede blik op mobiliteit

Binnen ProRail wordt zijn komst met vertrouwen tegemoetgezien. Vicevoorzitter van de raad van commissarissen Tjahny Bercx benadrukt de kwaliteiten van Harbers en spreekt haar verwachtingen duidelijk uit. Zij zegt: “Mark heeft laten zien dat hij een brede blik op mobiliteit heeft. Daarnaast brengt hij de nodige politiek-bestuurlijke ervaring mee. Ook beschikt hij over een groot enthousiasme voor en kennis van het spoor, als ook een drijfveer om ProRail nog beter te willen kennen. Ik verwacht dat hij ProRail en Nederland verder kan helpen.” Met die woorden schetst Bercx een beeld van een voorzitter die niet alleen op afstand toezicht houdt, maar ook inhoudelijk betrokken wil zijn bij de toekomst van het spoor.

Ook binnen de dagelijkse leiding van ProRail klinkt waardering. CEO John Voppen reageert positief op de benoeming en ziet uit naar de samenwerking. Hij zegt: “Ik ben blij dat er een opvolger is gevonden met goede politieke ervaring en met passie voor het spoor. Ik kijk ontzettend uit naar de samenwerking.” De woorden van Voppen onderstrepen het belang van een sterke wisselwerking tussen raad van commissarissen en bestuur, zeker in een periode waarin het spoor voor grote uitdagingen staat.

Mark Harbers – VVD

De nalatenschap van Hans Alders is aanzienlijk. Gedurende twaalf jaar gaf hij leiding aan de raad van commissarissen en begeleidde hij ProRail door roerige tijden, met discussies over prestaties, veiligheid en grote investeringen in het spoor. Met het bereiken van zijn maximale zittingstermijn komt er nu een natuurlijk moment van overdracht. Harbers neemt het stokje over op een moment waarop het spoor opnieuw volop in de belangstelling staat, zowel politiek als maatschappelijk.

ervaring en kennis

De combinatie van Haagse ervaring en kennis van Europese besluitvorming maakt Harbers volgens betrokkenen tot een sterke aanwinst. Zijn achtergrond stelt hem in staat om de complexe belangen rond infrastructuur, financiën en beleid te doorgronden en te verbinden. Daarbij wordt verwacht dat hij bruggen kan slaan tussen overheid, sector en samenleving, een rol die voor ProRail van groot belang is.

De komende periode zal Harbers zich voorbereiden op zijn nieuwe functie, die officieel per 2 juli 2026 ingaat. Tot die tijd blijft hij actief in zijn huidige rol, maar achter de schermen zal ongetwijfeld al worden gewerkt aan een zorgvuldige overdracht. Met zijn benoeming zet ProRail in op stabiliteit en ervaring, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken naar de toekomst van het Nederlandse spoor.

Prorail: John Voppen wil steviger stempel drukken op grensoverschrijdend spoor

Nederlandse spoorambities krijgen duw richting Europa.

Een aankondiging die in Warschau meteen de aandacht trok, kwam van Prorail-topman John Voppen. Hij maakte bekend dat hij zich beschikbaar stelt als co-voorzitter van het European Network for Infrastructure Managers, het samenwerkingsverband dat binnen de Europese spoorsector steeds meer gewicht in de schaal legt. De mededeling, gedaan op 20 november tijdens een internationale bijeenkomst, onderstreepte zijn bereidheid om samen met Johannes Pluy van de Oostenrijkse ÖBB leiding te geven aan het netwerk. De formele beslissing valt pas in 2026, maar de richting die Voppen hiermee inzet, laat weinig twijfel bestaan over de ambities van de Nederlandse spoorbeheerder binnen het Europese krachtenveld.

cruciale spil

Het netwerk waarbij Voppen zich wil aansluiten, ENIM, wordt door insiders al langer beschouwd als een cruciale spil in de uitvoering van de Europese capaciteitsverordening die eraan komt. Deze verordening zal spoorbeheerders verplichten om nationale processen beter op elkaar af te stemmen, zodat internationale treinverbindingen soepeler en betrouwbaarder kunnen worden gepland. De verwachting is dat dit op termijn het Europese treinverkeer aanzienlijk zal versnellen, niet alleen voor reizigers maar ook voor de goederenstroom die over het spoor steeds belangrijker wordt.

De rol van ENIM is daarbij essentieel. Door infrastructuurbeheerders bijeen te brengen en afspraken te maken over harmonisatie van capaciteitsplanning en afstemming van werkzaamheden, ontstaat een structuur waarin internationale treinen niet langer hoeven te struikelen over landsgrenzen. Volgens betrokkenen moet dit leiden tot een Europees spoornetwerk dat beter functioneert als geheel, met minder vertragingen en meer ruimte voor treinen die verschillende landen doorkruisen.

actieplan

De Europese Commissie heeft onlangs een actieplan gepresenteerd dat deze ambities verder moet ondersteunen. Het plan is gericht op het aantrekkelijker maken van de trein als vervoersmiddel voor internationale reizen en bevat voorstellen voor uitbreiding van hogesnelheidslijnen tussen grote Europese steden. Daarnaast wordt gewerkt aan de introductie van één centraal boekingsplatform waarmee reizigers grensoverschrijdende treintickets eenvoudiger kunnen aanschaffen. Ook wordt ingezet op stimulering van de trein als schoon alternatief voor korte afstandsvluchten, een thema dat in veel lidstaten steeds hoger op de agenda staat.

Foto: © Pitane Blue – hogesnelheidstrein Eurostar

Voor Nederland opent dit nieuwe perspectieven. ProRail ziet kansen om het land nog steviger te verbinden met grote Europese bestemmingen zoals Brussel, Parijs, Londen, Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn. De inzet is om op korte termijn de bestaande infrastructuur intensiever te benutten, zodat het aantal internationale treinverbindingen verder kan groeien. Het streven is helder: meer treinen naar het buitenland betekent minder korte afstandsvluchten, en dat draagt bij aan de nationale én Europese klimaatdoelen.

ERTMS

Parallel daaraan werkt ProRail samen met buitenlandse partners aan de verdere uitrol van ERTMS, het beveiligingssysteem dat in heel Europa de standaard moet worden. Ook worden stappen gezet richting verbeteringen aan de HSL Zuid en investeringen in een robuustere energievoorziening. Door via ENIM actief mee te praten over Europese standaarden, wil ProRail ervoor zorgen dat deze aansluiten op de eigen ambities en op de Nederlandse positie binnen het internationale spoorverkeer.

Het voornemen van Voppen om het co-voorzitterschap op zich te nemen, plaatst Nederland nadrukkelijker in het centrum van de Europese discussie over de toekomst van de trein. Het is een signaal dat ProRail niet alleen wil volgen wat er in Brussel wordt besloten, maar nadrukkelijk wil meebouwen aan de contouren van een moderner, efficiënter en duurzamer spoornetwerk voor heel Europa.

Sluiting van overwegen: NABO aanpak richting eindstreep ondanks jaren strijd

Laatste negen nabo’s wachten op uitvoering, Prorail ziet effect van jarenlange onderhandelingen.

De afgelopen jaren schoof het spoorbeheer stap voor stap een groot en omstreden dossier richting afronding: de aanpak van 180 Niet Actief Beveiligde Overwegen, beter bekend als NABO’s. Het programma dat in 2018 in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van start ging, is uitgegroeid tot een meerjarig traject vol technische, juridische en soms zelfs ecologische hindernissen. Toch komt de eindstreep in zicht, nu ProRail meldt dat vrijwel alle onbeveiligde overwegen op het reizigersnet zijn aangepakt en slechts negen locaties nog wachten op uitvoering. Het doel blijft onveranderd: het spoor veiliger maken en de risico’s van onbeveiligde kruisingen definitief terugdringen voor 2027.

weerbarstig

Het besluit om tientallen overwegen te sluiten of te beveiligen lijkt op papier eenvoudig, maar de praktijk bleek weerbarstig. Een overweg is zelden een locatie waarvan ProRail simpelweg de sleutel kan omdraaien. Iedere afsluiting raakt eigenaren, agrariërs, gemeenten, buurtbewoners en wegbeheerders. Daardoor werd de oorspronkelijke deadline van 2023 vier jaar opgeschoven. Volgens betrokkenen kwam dat niet alleen door de ingewikkelde eigendomsverhoudingen, maar ook doordat de kosten gedeeld moeten worden tussen spoorbeheerder en wegbeheerder. Pas wanneer beide partijen overeenstemming bereiken, kan een plan tot uitvoering komen.

Een locatie waar dat proces duidelijk zichtbaar werd, ligt in Ruurlo. Daar werd in juli een onbeveiligde overweg definitief opgeheven na een traject van vier jaar, waarin zes verschillende ontwerpen voorbij kwamen. De woning die jarenlang direct aan de overweg lag, kreeg een nieuwe ontsluitingsweg zodat de leefbaarheid behouden bleef. Het voorbeeld illustreert hoe elke NABO een oplossing op maat vraagt. Sommige worden gesaneerd zonder verdere aanpassingen, andere krijgen een nieuwe toegangsweg, een brug, een onderdoorgang of worden alsnog beveiligd.

Foto: © Pitane Blue – overweg

Uit de laatste cijfers blijkt dat van de 171 tot nu toe aangepakte NABO’s inmiddels 133 zijn opgeheven en 33 beveiligd. Van de opgeheven locaties kregen 57 een alternatieve ontsluiting, 17 een onderdoorgang en 2 een spoortrap. Nog eens 57 zijn volledig verdwenen zonder aanvullende infrastructuur. De effecten blijven niet alleen zichtbaar in de statistieken, maar ook in de landelijke veiligheidsontwikkelingen. De laatste jaren vielen er volgens betrokkenen geen dodelijke slachtoffers meer op dergelijke onbeveiligde overwegen, terwijl dat eerder jaarlijks twee tot drie keer voorkwam.

betrouwbaarder

Staatssecretaris Thierry Aartsen prees de gezamenlijke inspanningen van alle betrokken partijen. Hij zei: “Het is een mooie mijlpaal dat we binnen het NABO-programma bijna alle onbeveiligde overwegen op het gemengde net hebben aangepakt. Dat draagt direct bij aan de veiligheid van weg- en spoorgebruikers. Deze voortgang laat zien dat samenwerking tussen ProRail, gemeenten en omwonenden loont. Samen zorgen we ervoor dat het spoor steeds veiliger en betrouwbaarder wordt.”

Ook ecologie bleek een verrassende factor die het tempo soms drukte. Tijdens onderzoeken en vergunningsprocedures kwamen beschermde soorten voorbij die op verschillende plekken moesten worden ontzien, variërend van hazelworm tot kamsalamander. Programmamanager Matthijs Bessems beschreef dat proces openhartig: “Toen we in 2018 begonnen, dachten we eerlijk gezegd dat het sluiten van 180 onbeveiligde overwegen vooral een kwestie van goed plannen zou zijn. Maar al snel bleek dat het door veel factoren om intensieve trajecten ging: van eigendomsverhoudingen en vergunningen tot ecologie en draagvlak bij omwonenden. We opereren steeds op het snijvlak van spoorwegveiligheid en individuele belangen. Door die factoren snel te herkennen en samen met onze partners op te lossen, kwamen we echt op stoom. We leerden van elkaar, keken steeds verder vooruit en gingen slimmer samenwerken. Daardoor kunnen we nu in hoog tempo NABO na NABO saneren of beveiligen.”

laatste negen

Terwijl de laatste negen overwegen de komende jaren verdwijnen of worden beveiligd, blijft een deel van de Nederlandse NABO’s bestaan. In totaal zijn er nog 67 die niet openbaar toegankelijk zijn, veelal agrarische overwegen. Deze vallen buiten het oorspronkelijke programma. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft ProRail inmiddels gevraagd te onderzoeken hoe dertig van deze locaties in de toekomst toch kunnen worden aangepakt.

De combinatie van veiligheid, leefbaarheid en langdurige samenwerking markeert de kracht én de complexiteit van de operatie. Met de naderende afronding van de publieke overwegen lijkt een van de grootste spoorveiligheidsprojecten van het laatste decennium zijn voltooiing te naderen.

Treinbotsing: spoortraject tussen Geldermalsen en Den Bosch nog week buiten gebruik

De treinbotsing bij Meteren zorgt voor flinke logistieke problemen in het zuiden van het land.

Nog zeker een week zal er geen treinverkeer mogelijk zijn tussen Geldermalsen en ’s-Hertogenbosch. Dat bevestigen zowel de NS als spoorbeheerder ProRail. De aanrijding tussen een passagierstrein en een vrachtwagen vond plaats op donderdag 30 oktober, net na 11.00 uur, bij een beveiligde overweg in Meteren. Vijf mensen raakten bij het ongeval lichtgewond, maar de materiële schade blijkt aanzienlijk groter dan aanvankelijk werd gedacht.

Na het wegslepen van de betrokken treinen hebben monteurs en schade-experts pas goed kunnen vaststellen hoe ernstig de schade aan het spoor en de infrastructuur is. ProRail laat weten dat het herstel een “gigantische operatie” wordt. De schade aan de spoorstaven, dwarsliggers en de overweginstallatie is dermate groot dat de herstelwerkzaamheden zeker tot het einde van volgende week zullen duren. “Doordat er specialistische werkzaamheden nodig zijn, duurt het herstel langer dan eerder aangenomen,” aldus een woordvoerder van ProRail.

buiten gebruik

Hoewel de sporen inmiddels zijn vrijgemaakt, is het traject voorlopig nog volledig buiten gebruik. NS zet bussen in om reizigers te vervoeren tussen Geldermalsen en Den Bosch, maar waarschuwt voor extra reistijd en mogelijke vertragingen. De verwachting is dat pas vrijdagochtend volgende week de eerste treinen weer over het traject kunnen rijden.

Het herstelwerk vraagt niet alleen om veel mankracht, maar ook om technisch materieel dat niet overal direct beschikbaar is. De aannemer heeft de afgelopen dagen intensief gezocht naar gespecialiseerd personeel en de juiste machines om de hersteloperatie uit te voeren. “Na veel puzzelwerk is het gelukt om zowel het personeel als de machines in de loop van volgende week in te kunnen zetten,” laat ProRail weten.

Foto: © Pitane Blue – NS vervangend vervoer

Hoewel de exacte oorzaak van de aanrijding nog wordt onderzocht, is duidelijk dat de schade zich niet beperkt tot het rollend materieel. De combinatie van de klap op de overweg en de schade aan de spoorconstructie maakt dat de hersteloperatie ongebruikelijk omvangrijk is.

Ondertussen worden dit weekend al voorbereidende werkzaamheden gestart. Zo moet een enorme hoeveelheid materiaal worden aangevoerd. In totaal gaat het om tweeduizend meter spoorstaven, zeshonderd dwarsliggers en één compleet wissel dat vervangen moet worden. Deze materialen worden komend weekend en begin volgende week naar Meteren gebracht, zodat de aannemer direct kan starten zodra alles aanwezig is.

Niet alleen het spoor zelf, maar ook de overweg bij Meteren moet volledig worden vernieuwd. Dat betekent dat de spoorbomen, de overwegverlichting en de spoorstaven in hun geheel worden vervangen. Vooral dat laatste vergt precisiewerk. De spoorstaven moeten namelijk worden vastgegoten, een proces dat volgens ProRail uiterst secuur moet gebeuren om de veiligheid van toekomstige treinritten te kunnen garanderen.

De gevolgen van de aanrijding zijn groot voor reizigers, maar ook voor het goederenverkeer. Het traject tussen Geldermalsen en Den Bosch is een belangrijke verbinding in het landelijke spoornetwerk. Veel forenzen die dagelijks gebruikmaken van de lijn, zijn de komende week afhankelijk van vervangend busvervoer. ProRail zegt alles in het werk te stellen om het spoor zo snel mogelijk weer veilig in gebruik te nemen, maar benadrukt dat veiligheid voorop staat.

Nieuwe megastalling: plaats voor 5400 fietsen bij Eindhoven Centraal

De langverwachte uitbreiding van de fietsenstallingen bij station Eindhoven Centraal komt een stap dichterbij.

ProRail is op verzoek van de gemeente Eindhoven gestart met de voorbereidingen voor de aanbesteding van een nieuwe ondergrondse fietsenstalling aan de zuidzijde van het station. Het project moet de druk op de huidige stallingscapaciteit verlichten en wordt een belangrijk onderdeel van de grootschalige gebiedsontwikkeling Knoop XL, die de komende jaren het stationsgebied ingrijpend zal veranderen.

De geplande fietsenstalling komt onder het Stationsplein, direct aan de voorzijde van het station. Na oplevering biedt de stalling ruimte aan maar liefst 5.400 fietsen, waarmee het een van de grootste ondergrondse fietsenstallingen van Nederland wordt. De toegang tot de stalling krijgt een moderne en transparante uitstraling, met glazen wanden en een overzichtelijke route voor reizigers.

ondergronds verbinding

Een belangrijke troef van het ontwerp is de ondergrondse verbinding met de bestaande fietsenstalling onder het station. Reizigers kunnen straks eenvoudig oversteken van de noordzijde naar de zuidzijde zonder het drukke Stationsplein te hoeven kruisen. Deze verbinding moet niet alleen het gebruiksgemak vergroten, maar ook bijdragen aan de veiligheid en doorstroming rondom het station.

Volgens Bart Hofsink, projectmanager bij ProRail, is een snelle start van de bouw cruciaal. “De fietsenstalling maakt deel uit van de gebiedsontwikkeling Knoop XL,” legt hij uit. “Aan de zuidzijde van het station wordt de komende jaren intensief gebouwd. Op het Stationsplein verrijzen woontorens van onder andere District E en Lightyards. Het is belangrijk dat de bouw van de fietsenstalling tijdig start, zodat werkzaamheden voor de woontorens niet in de knel komen. Voor de aanleg zijn graafwerkzaamheden nodig op het Stationsplein en de Stationsweg. We willen hier zo snel mogelijk mee beginnen, zodat reizigers snel gebruik kunnen maken van een veilige en comfortabele stalling en de bouwhinder zoveel mogelijk beperkt blijft.”

Foto: Pitane Blue – Eindhoven Centraal

Met de realisatie van de nieuwe ondergrondse fietsenstalling krijgt het drukke stationsgebied van Eindhoven een belangrijke impuls. De combinatie van een moderne uitstraling, een betere doorstroming voor reizigers en een aanzienlijke uitbreiding van de fietsparkeerplaatsen past binnen de ambitie van de stad om het gebied rond het station toekomstbestendig en aantrekkelijk te maken.

De aanbesteding van het project kent nog wel enkele juridische hobbels. Tegen de plannen voor de nieuwe fietsenstalling lopen momenteel twee beroepsprocedures bij de Raad van State. De gemeente Eindhoven wacht al meer dan tweeënhalf jaar op een zittingsdatum. Ondanks deze onzekerheid bereidt ProRail het aanbestedingsdossier alvast voor, in de hoop dat er spoedig duidelijkheid komt.

“Zodra er uitsluitsel is over de beroepen, kunnen we verder,” zegt Hofsink. “We verwachten dat de aanbesteding later dit jaar gepubliceerd wordt en dat de gunning in de loop van 2026 volgt.”

Volgens Hofsink is zorgvuldige samenwerking met de markt een essentieel onderdeel van het proces. “Samen met de gemeente Eindhoven, onze opdrachtgever, stemmen we de risico’s voor aannemers daarin goed af. Goed opdrachtgeverschap is voor ProRail zeer belangrijk en vormt een kernonderdeel van onze manier van werken. Het is niet alleen essentieel voor het realiseren van onze publieke taken, maar ook voor het bouwen aan duurzame relaties met marktpartijen.”

Knoop XL is een grootschalige gebiedsontwikkeling in het hart van Eindhoven, rondom station Eindhoven Centraal. Het project beoogt een transformatie van het huidige kantorengebied tot een levendig, groen en internationaal stadsdeel. Naast woningen en kantoren omvat het plan onder meer:

  • Een vernieuwde stationshal aan de noordzijde
  • Een ondergronds busstation
  • Een fietsenstalling voor meer dan 7.000 fietsen aan de kant van Neckerspoel
  • Aanpassingen aan de spoorindeling ten westen van het station, waaronder de toevoeging van één of twee zijperrons

Verbouwing: Prorail verplaatst station Vught naar bedrijventerrein Bestevaer

De komende vier jaar staat het spoor rond Vught volledig in het teken van een grootschalige verbouwing.

ProRail gaat aan de slag met het spoortraject en station, zodat er in de toekomst aanzienlijk meer treinen kunnen rijden tussen Geldermalsen en Boxtel. Het project is onderdeel van het landelijke Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, dat gericht is op het vergroten van de capaciteit en het verbeteren van de doorstroming op drukke trajecten.

Voor de reizigers in Vught betekent dit dat zij vanaf 20 oktober gebruik zullen maken van een tijdelijk station. Dat tijdelijke station ligt ongeveer 500 meter verderop, op bedrijventerrein Bestevaer. ProRail heeft daar in de afgelopen periode zowel een tijdelijk spoor als een compleet station aangelegd, inclusief alle noodzakelijke voorzieningen. Het nieuwe, tijdelijke station krijgt twee perrons die zowel met een trap als met een lift toegankelijk zijn. Ook zijn er wachthuisjes, check-in palen, stationsbebording, een AED en een watertappunt aanwezig. Een groot deel van deze voorzieningen is afkomstig van het huidige station en wordt hergebruikt. Daarnaast worden er weer OV-fietsen en fietskluizen beschikbaar gesteld voor reizigers.

tijdelijk spoor

Voordat het tijdelijke station daadwerkelijk in gebruik kan worden genomen, moet er nog flink gewerkt worden. Van 4 tot en met 19 oktober sluit ProRail het huidige spoor aan op het tijdelijke spoor en worden de laatste werkzaamheden verricht. Dit betekent wel dat er gedurende zestien dagen helemaal geen treinverkeer mogelijk is tussen Den Bosch en Boxtel en tussen Den Bosch en Tilburg. Gedurende deze periode zet NS bussen in, die rijden vanaf het huidige P+R terrein bij station Vught. Reizigers worden met behulp van duidelijke bewegwijzering naar de bushaltes geleid. NS adviseert reizigers bovendien om, indien mogelijk, de spits te mijden, omdat bussen aanzienlijk minder capaciteit hebben dan treinen.

Foto: © Pitane Blue – Sprinter Lighttrain

De afsluiting van het spoor heeft ook gevolgen voor de voorzieningen op het huidige station. De OV-fietsen en fietskluizen zijn in deze periode niet bereikbaar, evenals de AED en het watertappunt. De bestaande fietsenstalling wordt afgesloten en er wordt nog onderzocht of er een tijdelijke oplossing kan komen voor het stallen van fietsen. Voor veel van de circa 1.500 reizigers die dagelijks gebruikmaken van station Vught zal dit de nodige aanpassing vragen, al probeert ProRail de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.

verhuizing

Het project in Vught is meer dan alleen een tijdelijke verhuizing. Uiteindelijk wordt het spoor in Vught deels verdiept aangelegd. Deze ingreep moet niet alleen bijdragen aan een betere doorstroming van het treinverkeer, maar ook aan de leefbaarheid en veiligheid in de directe omgeving. Door de verdiepte ligging wordt de overlast van geluid en spoorwegovergangen verminderd, wat voor bewoners een flinke verbetering zal betekenen. De komende jaren zullen reizigers echter eerst moeten wennen aan het tijdelijke station en de bijkomende omleidingen.

Vanaf 20 oktober is het tijdelijke station officieel operationeel en zullen reizigers hun weg moeten vinden naar de nieuwe locatie bij Bestevaer. Wie de komende weken nog vanuit het huidige station reist, doet er goed aan rekening te houden met de geplande buitendienststelling en de beperkte capaciteit van de bussen. ProRail benadrukt dat dit alles nodig is om in de toekomst een betrouwbaarder en sneller treintraject te kunnen aanbieden, waar zowel reizigers als omwonenden uiteindelijk de vruchten van zullen plukken.

Goederenvervoer krimpt: dienstregeling 2026 rond bij Prorail na pittige spoorpuzzel

ProRail verdeelt elk jaar in augustus de beschikbare capaciteit op het spoor voor het jaar daarop, en voor de nieuwe jaargang is de verdeling rond.

De dienstregeling voor 2026 gaat van start op zondag 14 december 2025 en loopt door tot en met zaterdag 12 december 2026. Het spoorboekje is het resultaat van een complexe puzzel waarin aanvragen van ruim dertig vervoerders zijn meegewogen, naast de capaciteit die ProRail zelf nodig heeft voor onderhoud en vernieuwing. Die combinatie levert spanningen op, want ruimte op het spoor is eindig en de vraag groeit aan meerdere kanten tegelijk.

De kern van het verdeelproces is dat aanvragen gelijkwaardig worden behandeld en dat zowel reizigers- als goederenvervoerders, nationaal en internationaal, in één transparante afweging terechtkomen. ProRail probeert zoveel mogelijk aanvragen te honoreren, maar de fysieke en operationele grenzen van het netwerk laten zich niet omzeilen. Waar aan het spoor wordt gewerkt, kunnen geen treinen rijden, en precies die werkzaamheden nemen de komende jaren in omvang toe. Veel infrastructuur stamt uit de naoorlogse periode en is toe aan vervanging. Tegelijkertijd is het Nederlandse netwerk verweven met de omliggende landen; een toename van onderhoud over de grens werkt door in de planning hier, met merkbare gevolgen voor rijpaden en keertijd.

open-toegang

Bijzonder voor 2026 is de verdere toename van zogenoemde open-toegang-aanvragen. Dat zijn verzoeken van ondernemingen die eigen treindiensten willen rijden buiten concessies om, als instrument om marktwerking te stimuleren. Het systeem biedt ruimte aan die dynamiek, maar kan niet alle wensen accommoderen. Op het traject Groningen–Zwolle bijvoorbeeld kwamen open-toegangstreinen in botsing met aanvragen van concessiehouders. Omdat het aantal treinen dat over een traject kan rijden per definitie gelimiteerd is, moest worden geprioriteerd. Het resultaat is dat niet iedere open-toegangsaanvraag een plek heeft gekregen in de dienstregeling. Dat is pijnlijk voor de aanvragers die achter het net vissen, maar tegelijkertijd onvermijdelijk binnen de technische en veiligheidsmarges van het netwerk.

De cijfers voor 2026 laten een genuanceerd beeld zien. Het aantal reizigerstreinen stijgt met ongeveer twee procent ten opzichte van 2025. Die groei zit vooral aan de randen van de dag: iets eerder starten in de ochtend en iets langer doorrijden in de late avond. Daarmee wordt in de daluren extra capaciteit toegevoegd zonder het drukste hart van de spits nog verder te belasten. Aan de andere kant daalt het aantal goederentreinen met circa veertien procent. 

Die terugval hangt samen met economische omstandigheden die de vraag naar spoorvervoer van lading drukken. Voor de spoorbouw en het beheer van wissels, seinen en bovenleiding betekent 2026 bovendien een intensiever jaar: er wordt naar verwachting ongeveer drie procent meer aan het spoor gewerkt dan in 2025. Dergelijke werkzaamheden vinden vaker doordeweeks plaats, wat de hinder voor reizigers en verladers voelbaar kan vergroten, maar in planningstermen vaak de minste structurele impact heeft op het totale weekendaanbod.

Foto: Prorail

Die mix van groeiende reizigersvraag, dalende goederenvolumes en toenemend onderhoud vraagt om vooruitkijken. Door meer marktwerking op het spoor hebben vervoerders behoefte aan langetermijnafspraken over beschikbaarheid. ProRail werkt daarom aan een voorspelbaar, transparant en toekomstgericht proces voor capaciteitsverdeling. Het doel is om eerder duidelijkheid te bieden over de ruimte die er op welke tijdstippen is, zodat vervoerders hun materieel, personeel en marketing beter kunnen plannen en investeringsbeslissingen met minder onzekerheid kunnen nemen. 

De Europese Commissie werkt intussen aan nieuwe wetgeving die meer ruimte kan bieden voor kaderovereenkomsten met verdere garanties. ProRail ziet hierin een kans om het proces toekomstbestendiger te maken, de internationale afstemming te versterken en de beschikbare spoorcapaciteit nog efficiënter te benutten, zonder af te doen aan de gelijkwaardige behandeling van alle aanvragen.

realistische begrenzing

De nieuwe dienstregeling legt zo een evenwichtige, maar niet frictieloze balans vast tussen ambities en grenzen. Meer treinen voor reizigers waar dat kan, realistische begrenzing voor goederen waar dat moet, en een onderhoudsprogramma dat het fundament van de veiligheid en de capaciteit voor de toekomst legt. Dat dit alles samenvalt in één strakke planning tussen 14 december 2025 en 12 december 2026, illustreert hoe fragiel en precies de puzzel is. 

De komende periode zal moeten blijken hoe de keuzes in de praktijk uitwerken, zeker op knooppunten waar de marges het smalst zijn. Wat vaststaat is dat de vraag naar transparante spelregels en voorspelbare capaciteit alleen maar toeneemt, en dat het spoor, als ruggengraat van mobiliteit en logistiek, daarmee gebaat is.tionale afstemming vergroten

Verdeling van spoorcapaciteit: vervolgklacht Arriva bij ACM

Arriva heeft opnieuw hard uitgehaald naar ProRail en dient voor de tweede keer een klacht in bij toezichthouder ACM.

De reden? Wéér kreeg de vervoerder nauwelijks ruimte op het spoor om extra spitstreinen te rijden tussen Groningen en Zwolle. En wéér noemt Arriva de toewijzing ondoorzichtig en oneerlijk. De ACM geeft nu voor een deel gehoor aan die kritiek: ProRail had simpelweg beter moeten uitleggen waarom negen van de elf aangevraagde treinritten zijn afgewezen.

Het geschil draait om een fundamentele spanning in het Nederlandse spoor: de NS heeft op basis van haar concessie voorrang bij de verdeling van capaciteit. Bedrijven als Arriva, die zogeheten open‑toegangsdiensten rijden, staan achteraan in de rij. ProRail hanteert bovendien een strenge norm: zolang er geen officiële grens bestaat voor het aantal toegestane treinen per uur, mag de hoeveelheid ritten niet toenemen ten opzichte van voorgaande jaren. Die voorzichtigheid moet voorkomen dat het spoor te zwaar wordt belast en dat de veiligheid op overwegen of in de energievoorziening in gevaar komt.

meer treinen

Maar Arriva pikt dat niet langer. De vervoerder wijst erop dat in 2023 al veel meer treinen reden op het traject Groningen–Zwolle, zónder dat er zich ongelukken of storingen voordeden. Volgens Arriva toont dat aan dat het spoor die drukte prima aankan. Bovendien zijn de treinen van NS, die wél werden toegelaten, zwaarder dan de voertuigen van Arriva. “We laten het er niet bij zitten”, zei een woordvoerder eerder al.

Toch blijft de ACM grotendeels aan de kant van ProRail staan. De toezichthouder oordeelt dat het gebruik van het ‘bewezen aantal treinen’ uit eerdere jaren voorlopig een logische keuze is, omdat er simpelweg geen beter alternatief beschikbaar is. Een norm op basis van berekeningen ontbreekt nog: de data daarvoor zijn er niet, en het onderzoek ernaar is duur en tijdrovend.

Maar op één punt moet ProRail wél door het stof. De toezichthouder vindt dat ProRail onvoldoende heeft toegelicht waarom juist het traject Groningen–Meppel zo zwaar is belast dat slechts twee ritten per dag konden worden toegewezen. In de toekomst moet de spoorbeheerder verplicht uitleg geven bij zulke besluiten, en die meteen opnemen in het coördinatiedossier.

niet ongegrond

De klacht van Arriva is dus niet volledig ongegrond, maar leidt voorlopig niet tot extra rijmogelijkheden. Dat steekt bij de vervoerder, die naar verwachting alsnog naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stapt om verdere juridische stappen te zetten.

Deze zaak legt pijnlijk bloot hoe star het Nederlandse spoorstelsel nog steeds functioneert. Nieuwe spelers als Arriva worden netjes gedoogd, zolang ze maar niet in de weg rijden van de gevestigde orde. En dat terwijl de roep om meer treinen in de spits — en dus meer concurrentie — almaar luider klinkt. Zolang ProRail blijft vasthouden aan onzichtbare normen en een gesloten uitleg, is het de reiziger die blijft wachten op het perron.