Categorie archieven: spoor

Hogesnelheidstrein blijft groeien: Eurostar tikt historische mijlpaal aan

Eurostar heeft een historische mijlpaal bereikt die het belang van het internationale spoorvervoer in Europa opnieuw onderstreept.

Meer dan dertig jaar na de eerste rit heeft de hogesnelheidstreinoperator de grens van 400 miljoen vervoerde passagiers overschreden. Die indrukwekkende kaap werd bereikt na een bijzonder sterk jaar, waarin in totaal 20 miljoen reizigers voor Eurostar kozen. Dat aantal ligt 500.000 hoger dan in 2024 en bevestigt dat de trein voor steeds meer mensen een volwaardig alternatief vormt voor andere vormen van vervoer.

Sinds de start in 1994 verbindt Eurostar grote steden in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. Doorheen de jaren groeide het netwerk uit tot een vaste waarde voor zowel zakenreizigers als toeristen. De cijfers van 2025 tonen aan dat die rol alleen maar sterker wordt. Vooral de internationale verbindingen kenden een duidelijke toename, waarbij de route tussen Londen en Amsterdam eruit sprong met een groei van meer dan achttien procent. Ook het traject tussen Londen en Duitsland, via Brussel, liet een stevige stijging optekenen, terwijl de klassieke lijnen Londen–Parijs, Brussel–Parijs en Brussel–Londen hun stabiele populariteit behielden.

toekomstplannen

Volgens CEO Gwendoline Cazenave is de overschrijding van de grens van 400 miljoen passagiers een uitzonderlijk moment in de geschiedenis van het bedrijf. “Al drie decennia lang verbinden we mensen in heel Europa. Het feit dat we 400 miljoen mensen aan boord van Eurostar mochten verwelkomen, is een uitzonderlijke mijlpaal voor ons. Een nieuw jaar van groei met 20 miljoen passagiers motiveert ons om in de komende jaren nog verder te gaan voor onze klanten, met uitbreiding naar nieuwe landen en met de introductie van de nieuwe Celestia-vloot.” Die woorden illustreren hoe Eurostar de blik nadrukkelijk op de toekomst richt.

Die toekomstplannen kregen in oktober 2025 concreet vorm met de aankondiging van een investering van 2 miljard euro in een nieuwe generatie treinen. Eurostar bestelde bij Alstom dertig nieuwe dubbeldekkertreinen, met een optie om het aantal uit te breiden tot vijftig. De zogenaamde Eurostar Celestia-treinen worden de eerste dubbeldekkers die door de Kanaaltunnel en over het Britse spoorwegnet zullen rijden. Elke trein biedt ongeveer twintig procent extra capaciteit, wat essentieel is om de ambitie van dertig miljoen passagiers per jaar waar te maken. De eerste exemplaren worden vanaf 2031 verwacht en zullen worden ingezet op nieuwe rechtstreekse verbindingen, zoals Londen–Frankfurt, Londen–Genève en Amsterdam–Brussel–Genève.

Foto: Pitane Blue – Eurostar

Bij het ontwerp van de nieuwe vloot werd sterk ingezet op duurzaamheid, toegankelijkheid en comfort. De treinen zijn energie-efficiënter en kwamen tot stand na overleg met passagiers, organisaties voor mensen met beperkte mobiliteit en Eurostar-medewerkers. Daarmee wil het bedrijf aantonen dat groei hand in hand kan gaan met maatschappelijke verantwoordelijkheid.

outfit

Naast materiële investeringen bleef Eurostar ook in 2025 werken aan de beleving van reizigers en personeel. Voor het eerst in meer dan tien jaar werd een volledig nieuw uniform gelanceerd. Sinds oktober dragen meer dan 2.600 medewerkers aan boord en in de stations een outfit die werd ontworpen door Emmanuelle Plescoff en ontwikkeld in nauwe samenwerking met het personeel zelf. De collectie is inclusief, functioneel en duurzaam, en versterkt de herkenbaarheid van het merk.

Daarnaast zette Eurostar stappen op het vlak van inclusie. In april 2025 ondertekende het bedrijf het Engagementscharter voor de integratie van reizigers met autisme in de spoorwegomgeving. Dat engagement vertaalt zich in duidelijkere informatie, meer aandacht voor sensorische gevoeligheden en een verdere opleiding van het personeel. Zo wil Eurostar ervoor zorgen dat reizen met de trein voor iedereen toegankelijker wordt.

Al deze initiatieven samen tonen hoe Eurostar zijn indrukwekkende groeicijfers combineert met langetermijninvesteringen in kwaliteit, duurzaamheid en inclusie. Met meer dan 400 miljoen vervoerde passagiers achter de rug en ambitieuze plannen voor de toekomst lijkt de treinoperator klaar voor een nieuw hoofdstuk in het internationale spoorvervoer in Europa.

Sneeuw en strenge vorst: reizigers gewaarschuwd voor vertragingen en uitval

Het winterweer zet dit weekend opnieuw stevig door en dat blijft niet zonder gevolgen voor het treinverkeer in Nederland.

Het KNMI verwacht zaterdag 10 januari vanaf de ochtend nieuwe sneeuwval, terwijl in de nacht van zaterdag op zondag strenge vorst wordt voorspeld. Die combinatie van sneeuw, ijs en lage temperaturen zorgt traditiegetrouw voor extra uitdagingen op en rond het spoor. Reizigers moeten daardoor rekening houden met vertragingen, uitval van treinen en aangepaste dienstregelingen.

spoor

Sneeuw en vorst vormen een bekend risico voor het spoor. Wissels kunnen door sneeuw en ijs vastlopen, waardoor ze niet meer goed schakelen. Daarnaast kan bij vorst en veel vocht in de lucht ijsvorming ontstaan op de bovenleiding. Dat heeft directe gevolgen voor de stroomvoorziening van treinen. ProRail zet daarom extra ploegen in die dag en nacht klaarstaan om storingen zo snel mogelijk te verhelpen. Toch blijkt de praktijk weerbarstig, omdat gladheid het soms lastig maakt om met voertuigen of materieel snel op de juiste plek te komen. Dat kan ertoe leiden dat het oplossen van een storing meer tijd kost dan gewenst.

onderhoud

Naast het winterweer speelt ook gepland onderhoud een rol. Werkzaamheden aan het spoor zijn noodzakelijk om het treinverkeer nu en in de toekomst veilig en betrouwbaar te houden. Dit weekend gaan die werkzaamheden, ondanks de winterse omstandigheden, zo goed mogelijk door. Dat betekent wel dat op sommige trajecten extra beperkingen gelden. Rond Schiphol is bijvoorbeeld sprake van een aangepaste treindienst door werkzaamheden, wat voor reizigers tot langere reistijden of extra overstappen kan leiden.

Reizigers krijgen daarom het dringende advies hun reis goed voor te bereiden en kort voor vertrek de reisplanner te raadplegen. De situatie kan door het weer snel veranderen en actuele informatie is essentieel. Om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de weersverwachting wordt zondag 11 januari bekendgemaakt hoe de verwachte treindienst voor maandag 12 januari eruit zal zien.

NS rijdt dit weekend volgens een winterdienstregeling. Dat houdt in dat op vrijwel alle trajecten minimaal twee treinen per uur rijden en op sommige drukke lijnen zelfs vier. In totaal wordt ongeveer tachtig procent van de normale dienstregeling uitgevoerd. Deze aanpak moet zorgen voor een stabielere dienst bij winterweer, maar heeft ook nadelen. Sommige reizigers moeten vaker overstappen en zijn langer onderweg. Daarnaast kunnen treinen drukker zijn dan normaal, vooral tijdens piekmomenten.

vervoerders

Ook andere vervoerders passen hun dienstregeling aan. Goederenvervoerders ondervinden veel hinder van de sneeuw en proberen met maatwerk toch zoveel mogelijk treinen te laten rijden. Internationale reizigersvervoerders en regionale vervoerders rijden eveneens volgens aangepaste schema’s.

Arriva meldt dat in de noordelijke regio op de meeste lijnen een uurdienstregeling wordt gereden. Alleen op de trajecten Groningen–Leeuwarden en Groningen–Winschoten blijft twee keer per uur een trein rijden. Nachttreinen vanuit Groningen en Zwolle naar Schiphol rijden dit weekend niet vanwege het winterweer. In de regio oost en in Limburg geldt de normale weekenddienstregeling.

Keolis verwacht op de trajecten Zwolle–Kampen en Zwolle–Enschede de normale dienstregeling te kunnen rijden. Ook op de lijn Amersfoort–Ede-Wageningen wordt uitgegaan van een normale dienst, al bestaat de kans dat korte ritten tussen Amersfoort en Barneveld-Zuid vervallen. Door het winterweer was de werkplaats de afgelopen dagen moeilijk bereikbaar, waardoor noodzakelijk onderhoud aan treinmaterieel is uitgesteld. Dat onderhoud wordt waar mogelijk dit weekend ingehaald.

Qbuzz gaat er op de MerwedeLingelijn vanuit dat de normale weekenddienstregeling kan worden gereden. Voor internationale treinen geldt dat reizigers kort voor vertrek de reisplanner moeten raadplegen voor de meest actuele informatie.

Prorail

ProRail heeft voor dit weekend extra sneeuw- en storingsploegen stand-by staan. Ondanks deze inzet kan het winterweer toch leiden tot vertragingen, uitval van treinen of afwijkende vertrektijden. De boodschap aan reizigers blijft daarom duidelijk: bereid de reis goed voor en controleer vlak voor vertrek altijd de actuele reisinformatie.

Winterdienstregeling: opnieuw aangepaste dienstregeling bij NS

Vrijdag 9 januari blijft het winterse weer Nederland in zijn greep houden en dat heeft opnieuw gevolgen voor het treinverkeer.

NS heeft besloten om ook op deze dag de winterdienstregeling van kracht te laten zijn. Die keuze volgt op de verwachting van aanhoudende sneeuwval en stevige windstoten, vooral in de drie noordelijke provincies. De vervoerder wil met deze aangepaste dienstregeling voorkomen dat het spoorverkeer in grote delen van het land ontregeld raakt door winterse storingen.

winterdienstregeling

Reizigers moeten er rekening mee houden dat op vrijwel alle trajecten minimaal twee treinen per uur blijven rijden. Op sommige drukke verbindingen gaat het zelfs om vier treinen per uur. Tegelijkertijd betekent de winterdienstregeling dat op een aantal trajecten minder treinen worden ingezet dan gebruikelijk. Daardoor kunnen overstappen vaker nodig zijn en kan de totale reistijd oplopen. NS waarschuwt bovendien dat treinen drukker kunnen zijn dan reizigers gewend zijn, doordat ritten worden samengevoegd en het materieel soms korter is.

De grootste aanpassing vindt plaats in het noorden van het land. In de nacht voorafgaand aan vrijdag wordt daar veel sneeuwval verwacht in combinatie met harde wind. Om te voorkomen dat eventuele storingen in deze regio het treinverkeer in de rest van Nederland beïnvloeden, heeft NS besloten het treinverkeer boven Zwolle los te koppelen van de overige dienstregeling. Dat betekent concreet dat tussen Zwolle en Groningen en tussen Zwolle en Leeuwarden uitsluitend Sprinters rijden. Reizigers die vanuit Groningen, Friesland of Drenthe verder het land in willen reizen, of juist vanuit andere regio’s naar het noorden gaan, moeten daardoor extra overstappen op station Zwolle.

internationaal

Ook voor internationale treinreizigers zijn er aanpassingen. De meeste internationale treinen proberen volgens de reguliere dienstregeling te rijden, maar de Eurocity Direct vormt een uitzondering. Deze trein rijdt vrijdag niet. NS benadrukt dat deze maatregel noodzakelijk is om de betrouwbaarheid van de overige internationale verbindingen zo groot mogelijk te houden tijdens het winterse weer.

De aangepaste dienstregeling blijft waarschijnlijk niet beperkt tot vrijdag alleen. NS volgt de weersontwikkelingen nauwgezet, maar benadrukt dat de situatie onvoorspelbaar is. Op basis van de huidige verwachtingen gaat de vervoerder ervan uit dat ook in het weekend een aangepaste dienstregeling nodig zal zijn. Reizigers die plannen hebben voor zaterdag of zondag wordt aangeraden hier alvast rekening mee te houden.

Foto: © Pitane Blue – stationsbord

Met de winterdienstregeling probeert NS grip te houden op een complexe situatie waarin sneeuw, wind en kou het spoorverkeer blijven uitdagen. Voor reizigers betekent het vooral extra alertheid, flexibiliteit en het regelmatig controleren van de actuele reisinformatie.

Achter de schermen wordt intensief samengewerkt om het spoor zo goed mogelijk beschikbaar te houden. NS en ProRail hebben extra maatregelen getroffen en storingsploegen staan paraat. Bij ProRail zijn extra sneeuw- en storingsploegen ingezet om wisselstoringen snel te verhelpen. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen kan het voorkomen dat treinen uitvallen of vertraging oplopen. De spoorbedrijven benadrukken dat veiligheid en betrouwbaarheid vooropstaan bij alle beslissingen die worden genomen.

NS-reisplanner

NS roept reizigers op om vlak voor vertrek altijd de NS-reisplanner te raadplegen of meldingen in de NS-app aan te zetten. Door de winterdienstregeling kunnen treinen op andere tijden rijden, vanaf andere sporen vertrekken of met ander materieel worden ingezet dan normaal. Ook kan het voorkomen dat treinen korter zijn dan gebruikelijk, wat invloed heeft op de beschikbare zitplaatsen.

Voor reizigers die te maken krijgen met vertraging verandert er niets aan de bestaande regelingen. Tijdens de winterdienstregeling blijft de reguliere regeling Geld terug bij vertraging van kracht. Wie door de aangepaste dienstregeling of winterse omstandigheden te laat op de eindbestemming aankomt, kan dus onder dezelfde voorwaarden een vergoeding aanvragen.

Ontregelt treinverkeer: Nederland hapert en Zwitserland rijdt door

Een paar centimeter sneeuw blijkt in Nederland vaak al genoeg om het treinverkeer flink te ontregelen.

Reizigers worden geconfronteerd met uitgevallen treinen, vastgelopen wissels en een noodregeling die het land urenlang in zijn greep kan houden. Terwijl het Nederlandse spoor zucht onder lichte winterse omstandigheden, rijden treinen in Zwitserland ogenschijnlijk onverstoorbaar door bij hevige sneeuwval in bergachtig gebied. Dat contrast roept al jaren vragen op en raakt aan fundamentele keuzes in de inrichting van het spoor.

weinig routine

Het verschil begint bij de rol die sneeuw speelt in het dagelijks spoorbedrijf. In Nederland is sneeuw een zeldzaam verschijnsel. Het spoor, het materieel en de organisatie zijn afgestemd op een gematigd zeeklimaat waarin winterweer slechts incidenteel voorkomt. Procedures voor sneeuw en ijs liggen grotendeels op de plank en worden maar sporadisch toegepast. Voor personeel betekent dat weinig routine en weinig oefening in het omgaan met winterse verstoringen. Installaties staan het grootste deel van het jaar afgesteld op normaal weer en moeten plotseling omschakelen wanneer de temperatuur daalt.

Nederland is klein, vlak en dichtbevolkt. Steden en dorpen liggen relatief dicht bij elkaar en kennen intensieve onderlinge relaties op het gebied van werk, onderwijs en voorzieningen. Al vroeg ontstond daardoor de wens om vrijwel elke regio rechtstreeks en frequent per trein bereikbaar te maken. Het spoor werd niet alleen gezien als een verbinding tussen grote steden, maar als een fijnmazig openbaar vervoerssysteem voor het hele land.

Zwitserland kent een totaal andere realiteit. Daar is sneeuw geen incident, maar een vast onderdeel van het spoorbedrijf. De Schweizerische Bundesbahnen gaat bij het ontwerp van infrastructuur en materieel uit van langdurige kou, ijs en zware sneeuwval. Winterweer vormt er geen uitzondering, maar de norm. Dat uitgangspunt werkt door in alle lagen van het systeem, van techniek tot planning.

knelpunt

Op het Nederlandse spoor vormen wissels een bekend knelpunt. Veel wissels liggen open en dicht bij de grond, waardoor sneeuw en ijs vrij spel hebben. Wisselverwarming is niet overal aanwezig of onvoldoende krachtig wanneer de kou onverwacht toeslaat. Zodra één wissel vastvriest, kan dat grote gevolgen hebben. Het Nederlandse spoorwegnet is extreem dicht en intensief benut. Treinen volgen elkaar in hoog tempo op, met weinig ruimte om vertragingen op te vangen. Een kleine storing kan daardoor snel uitgroeien tot een landelijke ontregeling, waarbij omleiden of tijdelijk parkeren van treinen nauwelijks mogelijk is.

Illustratie: © Pitane Blue – spoorbeheer meer is dan techniek alleen

De eis van een dicht spoorwegnet komt voort uit een combinatie van geografische, maatschappelijke en economische keuzes die in Nederland al meer dan een eeuw geleden zijn gemaakt en sindsdien zijn doorontwikkeld.

In Zwitserland ligt de nadruk minder op maximale benutting en meer op robuustheid. Wissels zijn daar vaak beter afgeschermd of zelfs overdekt en beschikken over zware, soms dubbele verwarming. Op cruciale trajecten staan sneeuwploegen en railfrezen permanent paraat om het spoor vrij te houden. Ook het materieel is ontworpen om betrouwbaar te functioneren bij extreme kou en dikke sneeuwlagen. Storingen worden daarmee niet altijd voorkomen, maar hun impact blijft beperkt.

punctualiteit

De dienstregeling weerspiegelt diezelfde filosofie. Waar in Nederland wordt gereden op efficiëntie en punctualiteit tot op de minuut, bevat de Zwitserse dienstregeling bewust buffers. Treinen rijden minder strak op elkaar, waardoor vertragingen eenvoudiger kunnen worden opgevangen. Dat betekent een lagere theoretische capaciteit, maar levert in de praktijk een hogere betrouwbaarheid op, juist wanneer het weer tegenzit.

Achter deze verschillen schuilt ook een duidelijke kostenafweging. Investeren in zware wintervoorzieningen is duur en in Nederland maar een paar dagen per jaar volledig nodig. Daarom wordt het spoor hier ingericht op gemiddeld weer. In Zwitserland bestaat er politiek en maatschappelijk draagvlak voor hogere kosten per kilometer spoor. Betrouwbaarheid onder alle omstandigheden wordt gezien als een essentiële publieke waarde, ook als dat extra investeringen vergt.

spoorbeheer

Het contrast tussen Nederland en Zwitserland laat zien dat spoorbeheer meer is dan techniek alleen. Het weerspiegelt een keuze tussen efficiëntie en robuustheid. Zolang sneeuw in Nederland een uitzondering blijft en het spoor vooral is geoptimaliseerd voor goede omstandigheden, zal een winterse dag het systeem kwetsbaar houden. Zelfs een dunne laag sneeuw kan dan voldoende zijn om het treinverkeer tot stilstand te brengen.

U kunt ook luisteren naar onze podcast over dit onderwerp.

Gezinnen en kinderen worden ontzien: treinkaartje weer duurder in 2026

Meer dan een miljoen vroegboektickets verkocht ondanks stijgende kosten.

De prijs van een treinkaartje gaat vanaf 1 januari 2026 met gemiddeld 6,52 procent omhoog. Dat betekent dat reizigers die dagelijks de trein nemen opnieuw dieper in de buidel moeten tasten. De Nederlandse Spoorwegen benadrukken dat deze stijging noodzakelijk is om de inflatie van de afgelopen jaren te compenseren. Een eerdere verhoging van 12 procent bleek uiteindelijk niet nodig, waardoor de pijn voor reizigers enigszins wordt verzacht.

Volgens NS is de prijsstijging opgebouwd uit twee delen: de verwachte inflatie van 2026 en de achterstallige inflatie van de afgelopen jaren. Die laatste mocht het bedrijf destijds niet doorberekenen vanwege strikte regels die in de concessie met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn vastgelegd. Daardoor bleef de ontwikkeling van de kaartprijs flink achter bij de daadwerkelijke inflatie. In overleg met het ministerie is nu besloten om die inhaalslag over vier jaar te verdelen.

Bertien van Baak, directeur Commercie bij NS, legt uit dat de verhoging onvermijdelijk was. “De overheid stelt dit jaar geen middelen beschikbaar om de prijs verder te dempen,” zegt zij. “De prijsverhoging is daardoor hoger dan we hadden gewild, maar wel een stuk lager dan eerder gevreesd. We vinden het belangrijk om de gemiddelde prijsverhoging te beperken. Daarnaast zorgen we voor betaalbare opties met specifieke abonnementen en acties zoals de NS PrijsTijd Deals.”

Een opvallend detail is dat het prijsverschil tussen de 1e en 2e klas niet overal gelijk blijft. Tijdens doordeweekse dagen stijgt de prijs van een 1e klas kaartje meer dan die van de 2e klas, terwijl in het weekend het verschil juist kleiner wordt. NS wil hiermee de eerste klas aantrekkelijker maken voor weekendreizigers, omdat er dan vaak nog voldoende zitplaatsen zijn.

Voor gezinnen met jonge kinderen verandert er niets. Kinderen tot en met 11 jaar kunnen, net als dit jaar, gratis blijven meereizen met het Kids Vrij-abonnement. Ook de populaire Railrunner, waarmee kinderen voor €2,50 onbeperkt kunnen reizen, blijft even duur. NS benadrukt dat het belangrijk is dat de trein bereikbaar blijft voor gezinnen. Op dit moment hebben zo’n 250.000 kinderen een Kids Vrij-abonnement, een stijging van tien procent ten opzichte van vorig jaar. Bovendien blijft het Dal Voordeel-abonnement voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar gratis.

Toch verdwijnen er ook twee bekende abonnementen. Vanaf 1 februari 2026 stopt NS met de verkoop van Weekend Voordeel en Altijd Voordeel. Reizigers die deze abonnementen al hebben, kunnen er nog tot 1 juli 2026 gebruik van maken. Uit onderzoek blijkt dat veel klanten het huidige aanbod te uitgebreid en verwarrend vinden. Volgens NS zal voor het merendeel van de reizigers een alternatief abonnement straks voordeliger uitpakken. Het bedrijf belooft actieve begeleiding bij het vinden van een passend alternatief.

Foto: © Pitane Blue – NS klantendienst

Zo’n 250.000 kinderen hebben momenteel een Kids Vrij-abonnement bij NS. Een toename van 10 procent ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast reizen per maand zo’n 120.000 kinderen met een Railrunner van €2,50. De prijs van een Railrunner blijft komend jaar gelijk.

Naast de prijsstijgingen voor kaartjes worden ook andere diensten iets duurder. Zo gaat de huurprijs van een OV-fiets van €4,65 naar €4,80. Wie vergeet uit te checken, krijgt voortaan een maximale ritprijs van €33,30 in rekening, in plaats van de huidige €20,00. Dat bedrag kan echter nog altijd worden teruggevraagd via MijnNS of de klantenservice.

Ondanks de stijgende kosten benadrukt NS dat er nog steeds betaalbare opties zijn voor wie slim boekt. De zogenoemde NS PrijsTijd Deals – voordelige tickets die met vroegboekkorting worden aangeboden – blijken een groot succes. In 2025 werden meer dan een miljoen van deze treinkaartjes verkocht, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. Jongeren profiteren sinds dit najaar bovendien van een extra korting van 20 procent op deze deals.

Het aantal reizigers met een kortingsabonnement groeit eveneens. Vooral het Dal Voordeel-abonnement, waarmee in de daluren en het weekend met 40 procent korting kan worden gereisd, blijft populair. De kosten bedragen €6,35 per maand, een bedrag dat volgens NS vaak al met één retourrit in de daluren wordt terugverdiend.

Hoewel de trein voor veel Nederlanders dus opnieuw duurder wordt, lijkt de pijn enigszins gespreid. De NS wijst erop dat het bedrijf met deze tariefsverhoging zowel de gestegen kosten wil opvangen als de trein aantrekkelijk en betaalbaar wil houden. De komende weken worden alle reizigers persoonlijk geïnformeerd over de exacte prijs van hun nieuwe treinreis.

NS vervangt oude treinen: nieuwe ICE-trein maakt debuut tussen Amsterdam en Berlijn

Vanaf 1 november stappen reizigers tussen Amsterdam en Berlijn in de allernieuwste generatie ICE-treinen.

Daarmee komt een einde aan het tijdperk van de verouderde C-treinen die jarenlang het internationale spoor tussen Nederland en Duitsland bedienden. NS en Deutsche Bahn maakten vanochtend op station Amersfoort, samen met vertegenwoordigers van de gemeente, feestelijk de officiële start bekend van de moderne verbinding.

De overgang naar de nieuwe treinen verloopt stapsgewijs sinds 18 oktober, maar vanaf nu rijdt elke verbinding tussen Amsterdam en Berlijn met de nieuwe ICE. Zeven keer per dag vertrekt er een trein via Hilversum, Amersfoort, Apeldoorn, Deventer en Hengelo richting de Duitse hoofdstad. De reistijd blijft ongewijzigd, net onder de zes uur, maar de beleving aan boord belooft volgens NS een flinke sprong vooruit.

comfort

De nieuwe ICE is volledig opnieuw ontworpen met oog voor comfort, duurzaamheid en betrouwbaarheid. De trein beschikt over de nieuwste technologieën en, niet onbelangrijk, het geliefde barrijtuig is terug van weggeweest. Daarmee keren ook de verse koffie en warme maaltijden terug op de route. De interieurs zijn moderner ingericht, met stillere cabines en betere wifi, terwijl ook het energieverbruik flink lager ligt dan bij de voorgangers.

Heike Luiten, directeur van NS International, benadrukte tijdens de presentatie het belang van deze vernieuwing: “Deze nieuwe treinen zijn een grote vooruitgang voor reizigers qua comfort en betrouwbaarheid. Treinreizigers hebben de laatste periode te vaak te maken gehad met storingen aan de oude treinen. We kijken er naar uit om reizigers te verwelkomen en op een duurzame en comfortabele manier naar hun bestemming te brengen. Met de start van de ICE-treinen naar Berlijn markeren we tegelijk een bijzonder moment: ICE verbindt Nederland en Duitsland al 25 jaar. Alle dagtreinen vanuit Nederland naar Duitsland worden nu met ICE-treinen gereden, dus naast de route naar Frankfurt en München, rijden we nu ook alle treinen naar Berlijn met ICE.”

Foto: © Pitane Blue – ICE station Utrecht

De verbinding Amsterdam–Berlijn krijgt door deze overstap de officiële status van ICE-verbinding, net als de trajecten naar Frankfurt en München. Voor reizigers verandert er op het gebied van tarieven weinig. Wie een NS-abonnement heeft, zoals een Voordeelabonnement of KidsVrij, reist voor hetzelfde bedrag als in een binnenlandse trein. Ook het populaire Railrunnerkaartje blijft geldig. Alleen reizigers met een los internationaal ticket betalen voortaan een kleine toeslag van drie euro per rit.

zitplaatsen

Toch kent de komst van de nieuwe treinen niet alleen voordelen. De ICE-treinen hebben minder zitplaatsen dan de oude C-treinen die ze vervangen, wat in drukke vakantieperiodes tot overvolle wagons kan leiden. NS zegt de bezetting nauwlettend in de gaten te houden en raadt reizigers aan om tijdig te reserveren voor internationale ritten. Vooral tijdens schoolvakanties en feestdagen, wanneer de trein naar Berlijn populair is bij stedentrippers en gezinnen, kan het druk worden.

Ondanks die kanttekening overheerst het optimisme bij zowel NS als Deutsche Bahn. De twee spoorbedrijven zien de ICE als een symbool van Europese verbinding en duurzaam reizen. Met de overstap naar de nieuwste generatie treinen wordt de samenwerking tussen Nederland en Duitsland opnieuw versterkt. Voor de reiziger betekent dat een comfortabelere reis, minder technische problemen en een stukje luxe terug op het spoor.

Betalen blijft gedoe: grensoverschrijdend OV groeit hard, maar informatie blijft achter

Dagelijks rijden honderden Nederlandse bussen en treinen de grens over naar Duitsland en België, en omgekeerd.

Het internationale openbaar vervoer tussen Nederland en haar buurlanden is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Toch blijft het vinden van juiste reisinformatie en tarieven voor veel reizigers een uitdaging.

Volgens cijfers van CROW-KpVV telt Nederland in 2025 in totaal 80 ov-verbindingen over de weg of het spoor die doorlopen tot over de grens. Die verbindingen variëren van internationale hogesnelheidstreinen tot regionale bussen die slechts enkele keren per dag rijden. Ook belbussen en flexbussen maken deel uit van dit netwerk, al worden die alleen op aanvraag ingezet. Opvallend is dat een derde van alle grensverbindingen wordt verzorgd door de vervoersmaatschappijen Arriva en De Lijn. Beide bedrijven onderhouden veertien lijnen die dagelijks de grens oversteken.

grensverkeer

De ontwikkeling van nieuwe regionale treinverbindingen is volgens experts cruciaal voor het verbeteren van het grensverkeer. Zo rijdt inmiddels de RB61 vanuit Bielefeld naar Hengelo en de RE19 van Düsseldorf naar Arnhem. Deze lijnen bieden niet alleen een alternatief voor automobilisten, maar zijn ook aantrekkelijk voor reizigers die op grotere afstand onderweg zijn. De komende jaren wordt het aanbod verder uitgebreid. Naar verwachting komt er in december 2026 een nieuwe verbinding tussen Coevorden, Nordhorn, Bad Bentheim en Rheine bij. Die route biedt aansluiting op de intercity’s richting Münster en Keulen, wat het reiscomfort aanzienlijk vergroot.

Naast het regionale netwerk groeit ook het aantal internationale langeafstandstreinen. De Eurostar rijdt inmiddels vier keer per dag van Amsterdam naar Londen in ongeveer vier uur tijd. Daarnaast zijn er nachttreinen van ÖBB en NS Internationaal die reizigers dagelijks van Nederland naar Zürich, Wenen en Innsbruck brengen. Sinds mei 2023 rijdt ook de European Sleeper, een nachttrein die via Brussel en Nederland doorrijdt naar Praag. Deze treinen beschikken over reguliere zitplaatsen, maar ook over comfortabele lig- en slaapcoupés, wat het aantrekkelijk maakt voor reizigers die de auto of het vliegtuig willen vermijden.

betaalapparatuur

Voor Nederlandse reizigers is de OV-chipkaart, inclusief het moderne OVpay, nog steeds het meest gebruikte betaalmiddel in het openbaar vervoer. Deze kaart kan op een aantal grensoverschrijdende trajecten gewoon worden gebruikt, zoals Groningen–Leer, Enschede–Gronau, Arnhem–Emmerich en Heerlen–Aachen. Op deze buitenlandse stations zijn zelfs speciale OV-chipkaartzuilen geplaatst. Ook grensbussen hebben vaak al Nederlandse betaalapparatuur aan boord, omdat ze ook binnen Nederland rijden. Wanneer dat niet het geval is, kan de reiziger soms het OV-chipkaarttarief contant betalen of geldt de kaart als zichtbewijs.

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Het streven van vervoersorganisaties is helder: grensoverschrijdend reizen moet net zo eenvoudig, betaalbaar en overzichtelijk worden als binnenlands reizen. Tot die tijd blijft het voor de reiziger een kwestie van goed zoeken, of het risico lopen op een duurder ticket dan nodig.

Voor buitenlandse vervoerders is de situatie minder eenduidig. Hun voertuigen zijn doorgaans niet uitgerust met Nederlandse validators. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals de Duitse lijn SB58 tussen Nijmegen en Kleve en de Belgische lijn 42 van Breskens naar Brugge. In de meeste andere gevallen geldt echter het lokale tarief van de buitenlandse vervoerder of een speciaal overgangstarief.

Hoewel het grensoverschrijdend openbaar vervoer dus volop in beweging is, blijft volgens CROW de informatievoorziening achter. Voor vliegreizen is het voor consumenten eenvoudig om prijzen te vergelijken op verschillende websites, maar voor internationale buslijnen is dat veel lastiger. De vertrektijden en tarieven zijn vaak alleen te vinden op de website van de betreffende vervoerder of in de nationale reisplanner van dat land. Hierdoor moeten reizigers vaak al weten bij welke maatschappij ze moeten zoeken, wat het gebruik van grensbussen niet bevordert.

planningssysteem

Treinreizigers hebben het iets makkelijker: regionale treinen worden opgenomen in een Europees planningssysteem. Daardoor verschijnen ze in de reisplanners van NS Internationaal en andere Europese spoorwegmaatschappijen. Toch zijn ook hier de tarieven lang niet altijd duidelijk. Goedkopere regionale tickets bestaan wel, maar zijn niet altijd eenvoudig te vinden of te kopen. Dat maakt dat reizigers soms onnodig veel betalen voor een relatief korte rit. Sinds een aantal jaar maken ze bij CROW een poster over het internationale openbaar vervoer. Door in beeld te brengen wat er is hopen ze een bijdrage te geven aan de ontwikkeling van dit stukje collectief vervoer. 

Strijd om het spoor: Flix wil concurrentie met NS aangaan

Flixtrain richt pijlen op routes tussen Rotterdam en Berlijn.

Het Duitse vervoersbedrijf Flix, bekend van de felgroene langeafstands­bussen die inmiddels een vertrouwd beeld zijn op Europese snelwegen, richt zijn pijlen nu op het Nederlandse spoor. Topman André Schwämmlein bevestigt dat het bedrijf plannen heeft om binnen afzienbare tijd met zijn FlixTrain-treinen in Nederland te gaan rijden. Daarbij belooft hij, geheel in lijn met de formule van het merk, scherpe prijzen en een toegankelijke dienstverlening.

Volgens Schwämmlein past de uitbreiding in een veel groter Europees plan waarbij Flix een belangrijke speler wil worden op het spoor, naast de nationale treinmaatschappijen. Het bedrijf uit München haalde onlangs maar liefst 2,4 miljard euro op bij investeerders, geld dat volgens de topman volledig wordt ingezet voor de uitbreiding van de treinactiviteiten. “Onze nieuwe treinen zullen in veel Europese landen, waaronder Nederland, worden goedgekeurd”, verklaart hij.

Spaanse Talgo

De nieuwe generatie FlixTreinen is besteld bij de Spaanse fabrikant Talgo. In totaal gaat het om 65 langeafstandstreinen die een topsnelheid van 230 kilometer per uur kunnen halen. De bedoeling is dat deze moderne treinen de komende jaren geleidelijk op diverse trajecten in Europa worden ingezet. Ook Nederland staat daarbij nadrukkelijk op de kaart. “We willen het reizen per trein betaalbaar maken, net zoals we dat met onze bussen hebben gedaan”, aldus Schwämmlein.

De Flix-topman benadrukt dat prijsbewust reizen een belangrijk onderdeel van de bedrijfsfilosofie blijft. Als voorbeeld noemt hij de huidige verbinding tussen Amsterdam en Berlijn, waar reizigers een combinatie van Flixbus en Flixtrein kunnen gebruiken voor een bedrag van ongeveer 67 euro. “We zijn doorgaans aanzienlijk goedkoper dan andere aanbieders,” zegt hij. “Op bepaalde trajecten, zoals Berlijn–Frankfurt, rijden we zelfs meerdere keren per dag met regelmatige tussenpozen. Dat laat zien dat we ook in frequentie kunnen concurreren met gevestigde vervoerders.”

Op dit moment rijdt FlixTrain slechts beperkt vanaf de Nederlandse grens, met verbindingen via plaatsen als Arnhem en Venlo. Toch zijn dat volgens Schwämmlein geen volwaardige routes. Reizigers moeten onderweg namelijk overstappen in onder meer Essen of Krefeld. De ambitie ligt daarom duidelijk hoger: het bedrijf wil eigen, directe verbindingen realiseren tussen Nederlandse steden en belangrijke Europese bestemmingen.

Foto: © Pitane Blue – Flixtrain

Met de miljardeninvestering en de komst van tientallen nieuwe treinen lijkt FlixTrain klaar om de strijd aan te gaan met gevestigde namen. Voor reizigers zou dat wel eens kunnen betekenen dat de treinreis tussen Nederlandse en Europese steden binnenkort niet alleen sneller, maar vooral ook een stuk goedkoper wordt.

Hoewel concrete routes nog niet officieel zijn aangekondigd, ligt het voor de hand dat Flix inzet op trajecten zoals Oberhausen–Rotterdam, via Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Twee jaar geleden vroeg het bedrijf al toestemming aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en spoorbeheerder ProRail om tweemaal per dag door Nederland te rijden. Die plannen strandden toen door grootschalige werkzaamheden aan het spoor. De route die ProRail destijds toekende, bleek in de praktijk niet werkbaar, omdat de Flixtreinen tussen Arnhem en Utrecht meerdere keren per rit voorrang moesten verlenen aan NS-intercity’s. “Het resultaat zou een slecht product voor reizigers zijn,” aldus Schwämmlein, die destijds besloot de start uit te stellen.

concurrentie

Toch laat de ondernemer zich niet uit het veld slaan. Hij ziet juist kansen nu er in Nederland en de rest van Europa steeds vaker wordt gesproken over het openstellen van het spoor voor meer concurrentie. “Het is goed voor reizigers als nationale vervoerders zoals NS concurrentie krijgen,” stelt Schwämmlein. “Nu concurreren Europese landen nog met elkaar, maar eigenlijk zouden Europese bedrijven met elkaar moeten concurreren. Als dat lukt, kunnen mensen zich in het hart van Europa veel makkelijker verplaatsen.”

Verbouwing: Prorail verplaatst station Vught naar bedrijventerrein Bestevaer

De komende vier jaar staat het spoor rond Vught volledig in het teken van een grootschalige verbouwing.

ProRail gaat aan de slag met het spoortraject en station, zodat er in de toekomst aanzienlijk meer treinen kunnen rijden tussen Geldermalsen en Boxtel. Het project is onderdeel van het landelijke Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, dat gericht is op het vergroten van de capaciteit en het verbeteren van de doorstroming op drukke trajecten.

Voor de reizigers in Vught betekent dit dat zij vanaf 20 oktober gebruik zullen maken van een tijdelijk station. Dat tijdelijke station ligt ongeveer 500 meter verderop, op bedrijventerrein Bestevaer. ProRail heeft daar in de afgelopen periode zowel een tijdelijk spoor als een compleet station aangelegd, inclusief alle noodzakelijke voorzieningen. Het nieuwe, tijdelijke station krijgt twee perrons die zowel met een trap als met een lift toegankelijk zijn. Ook zijn er wachthuisjes, check-in palen, stationsbebording, een AED en een watertappunt aanwezig. Een groot deel van deze voorzieningen is afkomstig van het huidige station en wordt hergebruikt. Daarnaast worden er weer OV-fietsen en fietskluizen beschikbaar gesteld voor reizigers.

tijdelijk spoor

Voordat het tijdelijke station daadwerkelijk in gebruik kan worden genomen, moet er nog flink gewerkt worden. Van 4 tot en met 19 oktober sluit ProRail het huidige spoor aan op het tijdelijke spoor en worden de laatste werkzaamheden verricht. Dit betekent wel dat er gedurende zestien dagen helemaal geen treinverkeer mogelijk is tussen Den Bosch en Boxtel en tussen Den Bosch en Tilburg. Gedurende deze periode zet NS bussen in, die rijden vanaf het huidige P+R terrein bij station Vught. Reizigers worden met behulp van duidelijke bewegwijzering naar de bushaltes geleid. NS adviseert reizigers bovendien om, indien mogelijk, de spits te mijden, omdat bussen aanzienlijk minder capaciteit hebben dan treinen.

Foto: © Pitane Blue – Sprinter Lighttrain

De afsluiting van het spoor heeft ook gevolgen voor de voorzieningen op het huidige station. De OV-fietsen en fietskluizen zijn in deze periode niet bereikbaar, evenals de AED en het watertappunt. De bestaande fietsenstalling wordt afgesloten en er wordt nog onderzocht of er een tijdelijke oplossing kan komen voor het stallen van fietsen. Voor veel van de circa 1.500 reizigers die dagelijks gebruikmaken van station Vught zal dit de nodige aanpassing vragen, al probeert ProRail de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.

verhuizing

Het project in Vught is meer dan alleen een tijdelijke verhuizing. Uiteindelijk wordt het spoor in Vught deels verdiept aangelegd. Deze ingreep moet niet alleen bijdragen aan een betere doorstroming van het treinverkeer, maar ook aan de leefbaarheid en veiligheid in de directe omgeving. Door de verdiepte ligging wordt de overlast van geluid en spoorwegovergangen verminderd, wat voor bewoners een flinke verbetering zal betekenen. De komende jaren zullen reizigers echter eerst moeten wennen aan het tijdelijke station en de bijkomende omleidingen.

Vanaf 20 oktober is het tijdelijke station officieel operationeel en zullen reizigers hun weg moeten vinden naar de nieuwe locatie bij Bestevaer. Wie de komende weken nog vanuit het huidige station reist, doet er goed aan rekening te houden met de geplande buitendienststelling en de beperkte capaciteit van de bussen. ProRail benadrukt dat dit alles nodig is om in de toekomst een betrouwbaarder en sneller treintraject te kunnen aanbieden, waar zowel reizigers als omwonenden uiteindelijk de vruchten van zullen plukken.

Nieuwe nachttrein: Leo Express en Renfe werken aan nachttrein dwars door europa

Renfe zet in op megaproject met nachttrein van kust België naar Slowakije.

Renfe werkt via haar Tsjechische dochteronderneming Leo Express aan een van de meest ambitieuze spoorprojecten van de afgelopen jaren: een nieuwe nachttrein die het uiterste westen en oosten van Europa met elkaar moet verbinden. De verbinding moet dagelijks gaan rijden tussen het Belgische Oostende en de Slowaakse hoofdstad Bratislava, met onderweg meer dan vijftig tussenstops in vier landen. Het plan wordt gepresenteerd als een duurzaam alternatief voor korteafstandsvluchten en lange busreizen, en sluit aan bij de heropleving van het nachttreinverkeer in Europa.

negentien uur

Het traject, dat volledig per spoor wordt afgelegd, voert vanuit de Belgische kust via Brussel, Luik en Aken Duitsland binnen. Daar doet de trein onder meer Keulen en Leipzig aan, om vervolgens via Tsjechië – met haltes in Praag en Olomouc – uit te komen in Bratislava. De totale reistijd bedraagt ongeveer negentien uur. Vertrek vanuit Oostende is gepland om 19.10 uur, waarna aankomst in de Slowaakse hoofdstad rond 14.18 uur volgt. In de omgekeerde richting vertrekt de trein om 14.44 uur uit Bratislava, met een geplande aankomst om 21.52 uur in Oostende.

Voor het materieel kiest Leo Express voor gemoderniseerde RIC-rijtuigen, getrokken door Siemens Vectron-locomotieven die een maximumsnelheid van 160 kilometer per uur kunnen halen. De trein zal plaats bieden aan circa 450 reizigers, verdeeld over slaaprijtuigen met bedden en coupés met zitplaatsen. Tegen 2028 moet de capaciteit worden verhoogd naar ongeveer 550 zit- en slaapplaatsen. Deze uitbreiding is afhankelijk van de groei in vraag en de beschikbaarheid van geschikt materieel.

toestemming

Om het project te kunnen realiseren heeft Leo Express inmiddels een formele aanvraag ingediend bij de Belgische spoorwegautoriteiten voor de benodigde rijpaden. Zonder deze toestemming kan de trein niet rijden. Volgens de huidige planning moet de eerste rit plaatsvinden op 13 december 2026. Dat betekent dat de komende anderhalf jaar in het teken zullen staan van vergunningstrajecten, logistieke voorbereidingen en de modernisering van het materieel.

Foto: © Pitane Blue – station Oostende

De Spaanse treinmaatschappij Renfe wil in 2026 een dagelijkse nachttrein laten rijden van Oostende naar Bratislava.

De nachttrein van Renfe en Leo Express past in een bredere Europese trend. Steeds meer spoorwegmaatschappijen zien kansen in het herintroduceren of uitbreiden van nachttreinen. De populariteit neemt toe nu reizigers zoeken naar duurzamere alternatieven voor het vliegtuig, zeker op afstanden waar de trein competitief kan zijn in reistijd wanneer de overnachting wordt meegeteld. Ook de Europese Unie stimuleert deze ontwikkeling met subsidies en samenwerkingsprogramma’s om grensoverschrijdend treinverkeer te verbeteren.

nachttreinen

Voor Renfe is dit project meer dan alleen een nieuwe verbinding. Het is een strategische zet om de aanwezigheid buiten Spanje te vergroten en in te spelen op de groeiende internationale vraag naar comfortabele, langeafstandstreinen. Met Leo Express, dat al actief is op het traject Praag–Oostende, heeft het bedrijf een ervaren speler in huis die bekend is met de logistiek van internationale spoorverbindingen.

De vraag naar nachttreinen kent de laatste jaren een duidelijke opleving. Nieuwe initiatieven zoals European Sleeper tussen Brussel en Berlijn, de herintroductie van ÖBB Nightjet-verbindingen en plannen voor extra routes vanuit Parijs laten zien dat er een markt is voor deze vorm van reizen. Mocht Renfe erin slagen om de Oostende–Bratislava-verbinding op tijd te lanceren, dan kan het een belangrijke nieuwe schakel worden in het Europese spoornetwerk.