Categorie archieven: Taxi

Digitale rust in de Vlaamse taxiwereld: taxichauffeurs op één lijn met Chiron

Slimme koppeling verandert taxiritten en elimineert boetes tijdens controle.

De Vlaamse taximarkt staat onder hoge druk. Klanten verwachten onmiddellijke duidelijkheid over hun rit, opdrachtgevers willen exact weten waar een wagen zich bevindt en chauffeurs vragen vooral rust, overzicht en een systeem dat hen ondersteunt in plaats van afleidt. Digitalisering speelt daarbij een steeds grotere rol, maar voor veel taxibedrijven blijft de vraag hoe ze kunnen vernieuwen zonder hun bestaande werking overboord te gooien. In dat spanningsveld positioneert Pitane Link zich als een digitale schakel die inspeelt op snelheid, transparantie en realtime opvolging, met een bijzondere rol voor wie in Vlaanderen werkt met Chiron.

dispatch

Pitane Link is ontwikkeld als een directe verbinding tussen dispatch en chauffeur. Het systeem zorgt ervoor dat ritten, wijzigingen en statusupdates zonder ruis worden doorgegeven. Waar telefonische afstemming en losse berichten vroeger de norm waren, ontstaat nu één duidelijke digitale ritflow. Voor centrales die al jaren met Chiron werken, is dat een belangrijk gegeven. De koppeling tussen Pitane Link en Chiron maakt het mogelijk om de vertrouwde dispatchomgeving te behouden, terwijl de uitvoering op de baan volledig wordt gedigitaliseerd.

Een opvallend element van Pitane Link zit aan het einde van de rit. Zodra een rit wordt afgerond, genereert het systeem automatisch een QR-code. De klant kan deze code met zijn eigen smartphone scannen en krijgt zo meteen de digitale ritbon op zijn eigen toestel. Geen papieren bonnetjes meer die verloren raken of later moeten worden opgezocht. Voor de klant betekent dit directe toegang tot zijn ritgegevens, voor de chauffeur een vlottere afhandeling en voor het taxibedrijf een extra stap richting een volledig digitale dienstverlening.

Voor veel taxibedrijven is dat cruciaal. De stap naar een nieuw systeem wordt vaak uitgesteld uit vrees voor complexe migraties en het verlies van opgebouwde routines. Met de koppeling blijft Chiron de cockpit van waaruit de centrale werkt. Ritgegevens worden automatisch doorgestuurd naar Pitane Link op de smartphone of tablet van de chauffeur. Statusupdates zoals aangenomen, onderweg, ter plaatse, opgehaald en afgewerkt keren even vlot terug naar de centrale. Wijzigingen en opmerkingen verdwijnen niet langer in losse gesprekken, maar maken deel uit van één doorlopende keten.

voorspelbaar

Die aanpak vertaalt zich in meer grip op de dagelijkse operatie. Digitale rituitgifte verloopt sneller en nauwkeuriger, misverstanden nemen af en de nood aan voortdurende telefoontjes daalt merkbaar. Dispatchers krijgen realtime inzicht in de voortgang van ritten, terwijl klanten en opdrachtgevers beter geïnformeerd kunnen worden. De werking wordt voorspelbaarder, wat vooral in Vlaanderen, waar contractritten en strakke planningen vaak de norm zijn, een doorslaggevend voordeel vormt.

Wat Pitane Link bijzonder maakt, is dat de digitale logica niet stopt bij de centrale. De chauffeur krijgt namelijk extra mogelijkheden die in de praktijk vooral tijdens de nachtelijke uren een groot verschil maken. Een taxichauffeur kan met Pitane Link zelf ritten registreren en die meteen digitaal doorsturen naar een collega chauffeur. Daarmee wordt elke chauffeur in feite ook een dispatcher. Die werkwijze is ideaal wanneer de centrale onbemand is, bijvoorbeeld ’s nachts of tijdens rustige momenten waarop geen vaste dispatch aanwezig is.

Foto: © Pitane Blue – taxivervoer in Brussel

De kern van het verhaal laat zich eenvoudig samenvatten. Pitane Link moderniseert de chauffeurswerking in Vlaanderen, terwijl de centrale kan blijven werken in Chiron. Het is die combinatie van continuïteit en vernieuwing die het systeem tot een opvallende speler maakt in een sector waar efficiëntie en betrouwbaarheid steeds zwaarder doorwegen.

Ook voor chauffeurs betekent Pitane Link een duidelijke verandering. De applicatie bundelt alle ritdetails op één plek en begeleidt de chauffeur stap voor stap van start tot einde. Dat zorgt voor minder afleiding onderweg en minder onzekerheid over adressen, timing of opmerkingen van de centrale. Administratie wordt tot een minimum beperkt, waardoor chauffeurs zich kunnen concentreren op hun kerntaak: veilig en klantgericht rijden. De eenvoud van de toepassing draagt bij aan minder stress en een vlottere werkdag.

Wat Pitane Link extra relevant maakt voor de Vlaamse markt, is de schaalbaarheid en beschikbaarheid voor chauffeurs in vier talen. Het systeem werkt even goed voor een kleine vloot als voor een organisatie met meerdere wagens en ploegen. De digitale keten van dispatch naar chauffeur, en verder naar opvolging en rapportering, wordt niet alleen sneller maar ook meetbaar. Dat biedt nieuwe mogelijkheden om dienstverlening te verbeteren en processen verder te optimaliseren, zonder dat de centrale haar vertrouwde werkwijze hoeft los te laten.

CDT-koppeling

In Vlaanderen ligt de nadruk op de koppeling met Chiron, maar voor de Nederlandse markt is een andere keuze gemaakt. Het bedrijf uit Eindhoven heeft de focus gelegd op het koppelen van Pitane Link met erkende CDT-leveranciers. Daarmee sluit het systeem naadloos aan op de Nederlandse taxiwetgeving en de bestaande infrastructuur waarin de Centrale Database Taxi een centrale plaats inneemt.

Die keuze is strategisch. Nederlandse taxibedrijven en chauffeurs zijn gebonden aan duidelijke wettelijke kaders en erkende systemen. Door Pitane Link te koppelen aan erkende CDT-leveranciers, wordt het slimme portaal toegankelijk voor taxichauffeurs in heel Nederland, zonder dat zij hun vertrouwde manier van werken moeten opgeven. Ritgegevens, statussen en relevante informatie kunnen veilig en correct worden uitgewisseld, terwijl de chauffeur profiteert van een moderne digitale werkomgeving.

Voor Nederlandse taxichauffeurs betekent dit dat zij gebruik kunnen maken van het Pitane Link portaal via een Progressive Web App. Die PWA-toepassingen zijn geschikt voor zowel Android- als iOS-telefoons en tablets. Er is geen ingewikkelde installatie nodig en de toepassing werkt vlot op verschillende toestellen. Dat maakt de instap laag en de dagelijkse werking eenvoudig, zowel voor zelfstandige chauffeurs als voor grotere taxiorganisaties.

Oostende grijpt in: stad wil bestuurderspas intrekken bij aanhoudende taalproblemen

Taxichauffeurs krijgen laatste kans om B1-attest te behalen.

Oostende scherpt het toezicht op taxichauffeurs verder aan en wil voortaan harder optreden tegen bestuurders die het Nederlands onvoldoende beheersen. Het stadsbestuur stelt vast dat gebrekkige taalkennis steeds vaker leidt tot klachten van klanten, misverstanden over bestemmingen en discussies over tarieven. Wie niet voldoet aan de taalvereisten die door Vlaanderen zijn vastgelegd, riskeert zijn erkenning als taxichauffeur te verliezen.

Volgens schepen van Samenleven Maxim Donck van N-VA is de maatregel geen verrassing. Via de ombudsdienst van de stad komen al geruime tijd signalen binnen over problemen in de taxisector. Ook op sociale media circuleren berichten van reizigers die aangeven dat de communicatie met chauffeurs moeilijk verloopt. “We krijgen via onze ombudsdienst heel veel klachten over de kennis van het Nederlands en we zijn ook niet blind voor wat we opvangen via sociale media. Daarom willen we de bestaande Vlaamse regels strikter gaan toepassen”, zegt Donck bij de Vlaamse nieuwszender VRT NWS.

basiskennis

De regelgeving waarnaar hij verwijst, bepaalt dat taxichauffeurs eerst moeten slagen voor een basiskennis Nederlands, het zogenaamde A2-attest. Daarna krijgen zij twee jaar de tijd om een hoger niveau te behalen, het B1-attest. In Oostende werd tot nu toe nauwelijks nagegaan of chauffeurs die stap ook effectief zetten. “Maar in onze stad is eigenlijk nooit gecontroleerd of chauffeurs ook dat B1-niveau hebben behaald”, klinkt het.

Daar wil het stadsbestuur nu verandering in brengen. De voorbije weken werden alle chauffeurs die nog geen B1-attest kunnen voorleggen, gecontacteerd of geprobeerd te contacteren. Volgens Donck heeft een groot deel van hen laten weten dat ze werk zullen maken van hun Nederlands. Voor wie dat niet doet, wordt de procedure opgestart om de bestuurderspas in te trekken. “Voor we dat doen, zullen de chauffeurs eerst nog gehoord worden”, benadrukt hij.

Foto: © Pitane Blue – station Oostende

Binnen de sector zelf klinkt er begrip voor de strengere aanpak. Luc Bogaert, taxichauffeur en bestuurslid van de Oostendse Taxibond, noemt de maatregel een goede zaak. “Het is een goede zaak voor de klant, maar ook voor de chauffeur zelf. Het werk wordt zoveel makkelijker als je Nederlands kent.” Hij wijst erop dat Oostende een stad is met ongeveer 1.100 straten. “Mocht een chauffeur alle straten moeiteloos weten te vinden, dan was het probleem misschien minder groot. Maar dat kan je onmogelijk allemaal kennen. Dus is dat Nederlands belangrijk.”

niet professioneel

Volgens Bogaert leidt een gebrekkige taalkennis soms tot ongemakkelijke situaties. “Een woord als ‘Meibloempjeslaan’, tik dat maar eens in de gps in als je de taal niet machtig bent. Soms vragen taxichauffeurs zelfs of de klant het adres zelf wil intikken. Dat komt toch niet professioneel over?”

Ook Hassib Ghosi van Taxi Anker onderstreept het belang van duidelijke communicatie, maar hij plaatst er een nuance bij. “Het is goed dat de stad strenger zal toezien op het Nederlands, want je moet deftig kunnen communiceren met je klant. Maar dat alleen volstaat niet. Iemand die Nederlands praat maar de straten niet kent, komt misschien nog meer in de problemen dan wie moeite heeft met de taal maar alle straten blindelings vindt.”

Ghosi en Bogaert halen aan dat chauffeurs vroeger in Oostende een examen stratenkennis moesten afleggen voor de stad. Die verplichting bestaat vandaag niet meer. “Dat soort zaken zit allemaal niet in de taaltest die je vandaag moet doen. Daarom doe ik zelf zo’n examen bij chauffeurs die bij mij komen werken”, aldus Ghosi.

knelpunten

Tijdens een recent overleg tussen de stad en de Oostendse taxichauffeurs kwamen nog andere knelpunten naar boven. Een daarvan is het nachttarief. Overdag mogen chauffeurs hun tarieven vrij bepalen, maar ’s nachts geldt een maximumtarief van 15 euro. “Dat nachttarief van maximaal 15 euro wordt lang niet altijd gerespecteerd. Ook voor die inbreuken zullen we de procedure opstarten om bestuurderspassen in te trekken”, zegt Donck.

De vraag of dat maximumtarief nog wel realistisch is, leeft binnen de sector. “We willen zeker overwegen om het maximumtarief op te trekken, want de 15 euro geldt al meerdere jaren. Maar tot dan moeten chauffeurs de geldende tarieven volgen”, maakt Donck duidelijk.

Volgens de schepen weten klanten bovendien vaak niet welke tarieven gelden en welke rechten zij hebben. Dat gebrek aan kennis maakt misbruiken eenvoudiger. De stad werkt daarom aan een infobundel die onder meer op de luchthaven en aan het station beschikbaar zal zijn. Via een QR-code zullen reizigers ook klachten kunnen melden. “Zo willen we transparantie creëren en het vertrouwen tussen klant en chauffeur herstellen”, besluit Donck.

Taxichauffeurs verrast door controles: Chiron koppeling is niet genoeg

Boetes lopen op doordat ritten niet worden ingevoerd in erkende systemen.

Steeds meer taxichauffeurs botsen op onverwachte problemen wanneer politiecontroles uitwijzen dat zij de Vlaamse regelgeving rond ritregistratie niet naleven, ondanks het feit dat zij beschikken over een erkend softwaresysteem. De verwarring ontstaat vaak door een hardnekkig misverstand. Wie werkt met een officieel erkend systeem zoals Pitane Link, voldoet volledig aan de eisen van de Vlaamse overheid, op voorwaarde dat de ritten correct worden ingevoerd en dat er een vooraf vastgelegde prijsafspraak met de klant bestaat. In dat geval is het gebruik van een fysieke taximeter niet nodig. Het systeem zelf fungeert dan als de digitale tegenhanger van de meter, zolang elke rit nauwgezet wordt geregistreerd.

vergunning

Toch blijkt dat heel wat chauffeurs die koppeling wel degelijk hebben aangevraagd en ook verkregen, het systeem nadien in de praktijk niet gebruiken. De vergunningsprocedure wordt door hen netjes doorlopen: de documenten worden ingediend, de rittenstaat en het vervoersbewijs worden voorgelegd en de technische koppeling met Chiron wordt correct voorbereid. Zodra de vergunning binnen is, lijkt echter bij sommigen het idee te leven dat het administratieve luik is afgerond en men zonder verdere digitale verplichtingen opnieuw de baan op kan. De realiteit toont dat deze aanname zwaar kan wegen tijdens een controle.

Het moment van de politiecontrole is voor veel chauffeurs een onaangename verrassing. Wanneer inspecteurs de ritregistraties opvragen, blijken die in het Chiron-systeem vaak leeg te zijn of slechts te bestaan uit enkele testritten die tijdens de koppeling zelf zijn uitgevoerd. Op dat ogenblik brengen chauffeurs steevast naar voren dat ze “wel degelijk een koppeling hebben”. Het probleem zit echter niet in de koppeling, maar in het ontbreken van dagelijkse input. Het systeem kan pas functioneren wanneer een chauffeur elke werkdag zijn dienst start, elke rit registreert en de dienst op het einde correct afsluit.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeur in Antwerpen

Wie zich aan de regels houdt, heeft vaak geen taximeter nodig en vermijdt dat een ogenschijnlijk klein verzuim uitmondt in een dure en problematische controle.

Volgens verstrekte richtlijnen is de werkwijze helder. Een erkend systeem als Pitane Link biedt chauffeurs de mogelijkheid om volledig wettelijk in orde te zijn zonder een taximeter aan boord, zolang er sprake is van een vooraf afgesproken prijs en elke opdracht digitaal wordt ingevoerd. Dat geldt voor reguliere taxiopdrachten én voor ritten via platformen zoals Uber en Bolt. Wie die ritten niet invoert, voldoet niet aan de regelgeving, ongeacht het platform waar de opdracht vandaan komt.

controlesysteem

De ervaringen tonen dat chauffeurs het systeem vaak pas willen activeren wanneer ze geconfronteerd worden met een boete. Op dat moment ontstaat het besef dat een softwarekoppeling op zich geen enkele waarde heeft als die in de dagelijkse werking niet wordt gebruikt. De politie hanteert bovendien een strikt controlesysteem dat geen ruimte laat voor ontbrekende gegevens. Een rit die niet geregistreerd is, wordt beschouwd als een overtreding. Dat levert niet alleen een onmiddellijke boete op, maar kan ook gevolgen hebben voor de geldigheid van de vergunning.

Het advies aan chauffeurs is daarom eenvoudig maar essentieel. Gebruik het erkende systeem niet als formaliteit, maar als vast onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden. Start elke dienst, registreer elke rit en sluit elke dienst af. Op die manier ontstaat een sluitende administratie die voldoet aan alle regels van de Vlaamse overheid. 

Voorlopige gunning: Valys opdracht 2026 levert Connexxion grote erkenning op

Lucien Brouwers spreekt van belangrijke stap richting inclusie.

De voorlopige gunning van de nieuwe Valys-opdracht aan Connexxion Taxi Services zorgt voor zichtbare beweging in het landschap van bovenregionaal vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking. De toekenning, die een looptijd kent van zes jaar en nog eens twee keer twee jaar kan worden verlengd, betekent dat Connexxion Taxi Services – in dezelfde adem genoemd als CTS – verantwoordelijk wordt voor zowel het reguliere Valys-vervoer als het aanvullende Sportvervoer. Het betreft een landelijke opdracht die is bedoeld om sociaal-recreatieve reizen mogelijk te maken voor iedereen die door mobiliteitsproblemen afhankelijk is van aangepast vervoer.

mooie erkenning

De trots binnen het bedrijf klinkt duidelijk door in de woorden van Lucien Brouwers, directeur Transport on Demand, die benadrukt dat dit project een grote stap vooruit betekent. “Successen moet je vieren, en dit is er één. Deze voorlopige gunning is een belangrijke stap. We dragen bij aan inclusieve, toekomstbestendige publieke mobiliteit en realiseren samen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de doelen van het VN-verdrag. Samen met onze partners blijven we werken aan veilige, betrouwbare en toegankelijke mobiliteit voor iedereen. Dit is een mooie erkenning van onze inzet voor kwaliteit en innovatie.” De uitspraak laat zien dat CTS de gunning niet alleen ziet als een zakelijk succes, maar vooral ook als een bevestiging dat de koers richting innovatie en toegankelijkheid door de overheid wordt herkend.

inclusie

De Valys-dienst is al jaren een onmisbare schakel voor mensen die door fysieke beperkingen niet zomaar in het reguliere openbaar vervoer kunnen stappen. Het systeem geeft gebruikers de mogelijkheid om zonder drempels door heel Nederland te reizen voor sociale afspraken, familiebezoek of recreatieve uitstapjes. Brouwers benadrukt dat het project meer behelst dan enkel vervoer van A naar B en noemt daarbij de bredere maatschappelijke betekenis. ”Valys is een instrument voor inclusie en een stap richting systeemverandering: een mobiliteitsbranche die toegankelijk, duurzaam en toekomstgericht is.” Met die woorden maakt hij duidelijk dat CTS het project ziet als een sleutelrol in een bredere transitie naar publieke mobiliteit die een groter publiek kan bedienen dan voorheen.

We dragen bij aan inclusieve, toekomstbestendige publieke mobiliteit en realiseren samen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de doelen van het VN-verdrag.

Lucien Brouwers – directeur Transport on Demand Transdev Nederland

De samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vormt de ruggengraat van de nieuwe uitvoeringsperiode. De keuze van het ministerie om opnieuw met CTS in zee te gaan, wijst volgens betrokkenen op vertrouwen in zowel expertise als uitvoeringscapaciteit. De nadruk ligt daarbij op betrouwbaarheid, comfort en voortdurende verbetering van toegankelijkheid, drie elementen die voor gebruikers essentieel zijn om volwaardig en onbezorgd deel te kunnen nemen aan de samenleving. Door de koppeling met Sportvervoer ontstaat bovendien een breder aanbod dat ook mensen ondersteunt die zich willen inzetten voor sport, recreatie en gezondheidsbevordering.

meer vrijheid

De voorlopige gunning markeert daarmee niet alleen een contractuele stap, maar ook een maatschappelijke. Het vernieuwde Valys-programma moet gebruikers meer vrijheid geven, met diensten die aansluiten op hun dagelijkse realiteit. CTS stelt dat het vervoer zo wordt ingericht dat reizigers zich veilig en welkom voelen, zonder dat praktische beperkingen de nadruk krijgen. Met meer aandacht voor innovatie en duurzaamheid wordt daarnaast gewerkt aan een systeem dat klaar is voor toekomstige generaties reizigers die op aangepaste mobiliteit zullen rekenen.

De komende periode wordt gebruikt om alle voorbereidingen af te ronden zodat de nieuwe fase van Valys in 2026 soepel kan ingaan. Daarmee komt een nieuwe periode van bovenregionale mobiliteit in zicht, waarin de vervoersdienst moet laten zien dat inclusieve mobiliteit geen belofte is maar een dagelijks haalbare realiteit voor iedereen die erop aangewezen is.

Maximumtarieven taxi: KNV wil andere rekenmethode voor indexering

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een aanpassing van de maximumtarieven voor taxivervoer die per 1 januari 2026 in werking moet treden.

De jaarlijkse indexering, die wordt berekend via de Landelijke Tarievenindex (LTI), zorgt ervoor dat de tarieven aansluiten bij de actuele prijsontwikkeling binnen de sector. De LTI komt voor 2026 uit op 3,86 procent, wat betekent dat zowel de vaste bedragen als de kilometer- en minuutprijzen met dit percentage omhoog zullen gaan. Ook het tarief dat chauffeurs mogen rekenen voor de wachtperiode bij aanvang van een rit stijgt evenredig, mits dat vooraf met de consument is overeengekomen.

wettelijk proces

De aanpassing maakt deel uit van een wettelijk proces dat jaarlijks plaatsvindt op grond van artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000. Het ministerie consulteert hierbij belanghebbenden, zoals vervoerders, reizigersorganisaties en belangenverenigingen, om hen te informeren en hun reacties op te halen. Tot 3 november 2025 konden betrokkenen reageren op de voorgenomen wijziging.

De Landelijke Tarievenindex is eerder opgesteld door DOVA, het samenwerkingsverband van veertien decentrale ov-autoriteiten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een extra consultatie gehouden om te toetsen of de indexatie goed aansluit bij de realiteit in de markt. Volgens het ministerie zorgt de wijzigingsregeling niet alleen voor marktconforme tarieven, maar ook voor duidelijkheid richting chauffeurs, ondernemers, burgers en toezichthouders over de maximumprijzen die in 2026 mogen worden gehanteerd.

De verhoging geldt uitsluitend voor taxivervoer waarbij een tarief per kilometer of minuut wordt gehanteerd. Voor contractvervoer en voor ritten waarbij vooraf een vaste prijs met de klant is afgesproken, blijven de huidige afspraken ongewijzigd.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Met de aanpassing van de tarieven wil het ministerie de balans behouden tussen kostendekkendheid voor ondernemers en betaalbaarheid voor reizigers. De definitieve regeling zal naar verwachting eind 2025 worden vastgesteld, zodat de nieuwe tarieven per 1 januari 2026 van kracht kunnen worden.

reacties uit de sector

De voorgenomen indexering heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi liet weten blij te zijn met de jaarlijkse aanpassing van de tarieven, maar pleit voor een andere rekenmethode. Volgens de branchevereniging zou de NEA-kostenontwikkelingsindex beter aansluiten bij de werkelijke kostenstructuur van de taxibranche. “De NEA-index is het meest toegesneden op onze sector,” aldus KNV in haar reactie. De organisatie benadrukt bovendien dat zij graag in gesprek wil blijven met het ministerie over toekomstige wijzigingen in de Regeling maximumtarieven. Hoewel de aanpassing van de taxameters door de leden van KNV extra administratieve lasten met zich meebrengt, beschouwt de vereniging dit als een aanvaardbare consequentie van het indexeringsproces.

waarborgen

Ook belangenorganisatie Ieder(in), de koepel voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte, reageerde op de consultatie. De organisatie toont begrip voor het feit dat tarieven kostendekkend moeten blijven, maar benadrukt dat de overheid verplicht is om volgens het VN-Verdrag Handicap de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te waarborgen. “Om mobiliteit betaalbaar en toegankelijk te houden, moet het openbaar vervoer volledig toegankelijk zijn. Zolang dit niet het geval is, zijn veel mensen met een beperking afhankelijk van doelgroepenvervoer,” stelt Ieder(in). De organisatie roept het ministerie daarom op om de financiering van dit vervoer persoonsvolgend te maken en de bestaande kilometerbudgetten af te schaffen. Volgens Ieder(in) zorgt een dergelijke aanpassing ervoor dat mensen daadwerkelijk de vervoersondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

positief

Reizigersvereniging Rover onderschrijft in haar reactie het gebruik van de LTI als juiste systematiek. De vereniging verwijst naar de invoering van deze index in 2017, na een evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector waarover de Tweede Kamer destijds werd geïnformeerd. “De door het ministerie voorgestelde verhoging is gebaseerd op een eerder vastgestelde en gedragen systematiek. De uitkomsten hiervan betwisten wij niet,” aldus Rover. De reizigersvereniging adviseert daarom positief over de voorgenomen wijziging.

NEA-index 2026 vastgesteld: kosten voor taxivervoer stijgen met 4,1 procent

De jaarlijkse vaststelling van de NEA-index, die de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer weergeeft, laat voor 2026 een gemiddelde stijging van 4,1 procent zien.

Onderzoeksbureau Panteia heeft in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) de cijfers voor 2025 en de raming voor 2026 geanalyseerd. De NEA-index is een belangrijk instrument voor zowel opdrachtgevers als vervoerders in de taxibranche. De uitkomst bepaalt immers vaak de aanpassing van tarieven en contracten in de sector.

Het onderzoek, gepubliceerd in oktober 2025, laat zien dat 2025 werd afgesloten met een totale kostenstijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Daarmee lag de werkelijkheid iets boven de eerdere raming van 4,3 procent. De grootste aanjagers van die stijging waren de loonkosten, hogere verzekeringspremies en een forse toename van de rentelasten.

Voor 2026 wordt een gematigder groei verwacht, maar de kosten blijven oplopen. Vooral de loonkosten en de overgang naar duurzamer vervoer drukken op de marges van de ondernemers.

lonen bepalend

Volgens Panteia stijgen de loonkosten in 2026 gemiddeld met 4,1 procent. Dat komt door een loonsverhoging van 3,5 procent in de nieuwe cao, een extra vakantiedag en een vergoeding voor woon-werkverkeer. De verlaging van de sociale lasten met 0,3 procent biedt slechts beperkt tegenwicht. “De loonkosten blijven de grootste kostenpost voor taxibedrijven, goed voor meer dan 65 procent van de totale uitgaven,” stelt het rapport.

De cao voor de sector, die geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, is volgens het Sociaal Fonds Mobiliteit een belangrijke stap richting betere arbeidsvoorwaarden in een branche die kampt met personeelstekorten. De invoering van de woon-werkvergoeding en een extra vakantiedag moeten bijdragen aan het behoud van chauffeurs.

rente stijgt fors

Opmerkelijk is dat de energiekosten volgend jaar naar verwachting dalen met 4,8 procent. Dat komt deels door de verdere toename van het aantal elektrische taxi’s, dat inmiddels goed is voor 41 procent van het totale wagenpark. Het gebruik van CNG-voertuigen daalt juist verder. De prijs van elektriciteit stabiliseert, terwijl diesel iets goedkoper wordt.

De rentelasten stijgen echter flink, met maar liefst 20 procent. Dat heeft alles te maken met de ontwikkeling van de lange rente, die volgens het Centraal Planbureau hoog blijft. Voor veel ondernemers betekent dat hogere financieringskosten bij de aanschaf van nieuwe voertuigen, zeker nu de overstap naar zero-emissie-auto’s investeringen vergt.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

De NEA-index 2026 zal voor veel vervoerders en gemeenten opnieuw de basis vormen voor de herziening van tarieven in contracten. De stijging van 4,1 procent lijkt gematigd, maar komt bovenop eerdere verhogingen. Voor veel taxibedrijven betekent dat een voortdurende zoektocht naar balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en arbeidsvoorwaarden.

Verzekeringspremies nemen in 2026 naar verwachting met 6,6 procent toe. Stalling en overige vaste kosten bewegen met het algemene prijsniveau mee, rond de 2,3 procent. Onderhoud en reparatie stijgen met 4 procent, mede door hogere materiaalkosten en hogere lonen in de technische sector.

De elektrificatie van de sector zet stevig door. Uit onderzoek van Panteia blijkt dat het aandeel zero-emissievoertuigen in 2025 is gestegen van 28 naar 41 procent. Daarmee groeit het belang van elektriciteitsprijzen in de NEA-index. Het aandeel voertuigen op aardgas is verder teruggelopen tot 4 procent. Zero-emissievervoer is sinds enkele jaren structureel onderdeel van de berekeningen. De bijbehorende investerings- en energieontwikkelingen worden meegewogen in de index, die daardoor steeds beter aansluit op de realiteit van de moderne taxivloot.

kostenstructuur

De totale kostenstructuur binnen het taxivervoer verschuift langzaam. Waar brandstofkosten in belang afnemen, groeit het aandeel vaste lasten zoals rente, verzekering en loonkosten. De gemiddelde kostenverdeling voor 2026 bestaat uit 65,8 procent loonkosten, 8,9 procent afschrijving, 6,5 procent energiekosten, 5,6 procent algemene kosten en kleinere posten voor verzekering, onderhoud en stalling.

Volgens Panteia is bij de berekening van de index geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van congestie. Dat betekent dat eventuele vertragingen of langere rijtijden, bijvoorbeeld door druk verkeer of wegwerkzaamheden, buiten beschouwing zijn gelaten.

Gemeente opgelucht: RMC krijgt groen licht van de rechter voor Rotterdams vervoer

Het Rotterdamse vervoersbedrijf RMC mag zich officieel de nieuwe vervoerder noemen voor ouderen en kwetsbare kinderen in de stad.

De rechtbank heeft alle bezwaren van concurrenten van tafel geveegd, waardoor de gunning van het megacontract van 300 miljoen euro definitief is. De uitspraak betekent een grote opluchting voor zowel de gemeente Rotterdam als voor RMC zelf, dat eerder het contract nog verloor aan Trevvel.

De gemeente besloot eerder dit jaar het contract toe te wijzen aan RMC, nadat het bedrijf volgens de beoordelingscommissie de maximale score behaalde tijdens de aanbestedingsprocedure. Die beslissing stuitte echter op verzet van twee concurrenten, waaronder TWZ Connect — het moederbedrijf van de huidige vervoerder Trevvel. De tegenpartij vond dat RMC niet geschikt was om het vervoer uit te voeren en stapte naar de rechter in een poging de aanbesteding ongeldig te laten verklaren.

Volgens TWZ Connect was RMC onbetrouwbaar, onder meer omdat het jarenlang te laat zijn jaarrekeningen deponeerde en naar verluidt slecht presteerde bij het leerlingenvervoer in de regio Dordrecht. De gemeente zou volgens de klagers niet zorgvuldig genoeg hebben gehandeld bij het beoordelen van deze risico’s.

economisch delict

De rechter ging echter niet mee in die redenering. In het vonnis staat dat het te laat deponeren van jaarrekeningen weliswaar als een economisch delict kan worden aangemerkt, maar dat dit niet kwalificeert als een ‘ernstige beroepsfout’. Ook ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de integriteit van RMC of de betrouwbaarheid van het bedrijf in de uitvoering van het contract. Over de situatie in Dordrecht stelt de rechter dat er wel sprake was van spanningen, maar dat niet bewezen is dat RMC daar daadwerkelijk wanprestatie heeft geleverd.

Met de uitspraak lijkt een einde gekomen aan maanden van onzekerheid over wie het vervoer van ouderen en kwetsbare leerlingen in Rotterdam gaat uitvoeren. De komende tijd werkt de gemeente samen met RMC aan de overgang van de werkzaamheden, zodat gebruikers van het vervoer geen hinder ondervinden.

Voor de gemeente Rotterdam is de uitspraak bijzonder welkom. Een nieuwe aanbestedingsronde zou niet alleen veel tijd kosten, maar ook extra geld. Wethouder Ronald Buijt reageert tevreden: „We hebben altijd vertrouwen gehad in een goede afloop in deze zaak. Het is fijn dat de rechter ons in het gelijk heeft gesteld en ons vertrouwen bevestigt. We gaan nu gunnen en met volle kracht vooruit om dit vervoer voor de Rotterdammers goed te regelen.”

opluchting

Ook bij RMC is de opluchting groot. In een schriftelijke reactie laat het bedrijf weten blij te zijn met de uitspraak, die volgens de directie „nogmaals heeft bevestigd dat RMC de beste inschrijving heeft ingediend en dat de procedure correct en op integere wijze is verlopen.” Het bedrijf zegt de afgelopen periode als zwaar te hebben ervaren door de ophef rondom de gunning, maar wil zich nu volledig richten op de toekomst. „We betreuren de ophef van de afgelopen periode en zijn opgelucht dat er nu eindelijk duidelijkheid is voor de duizenden Rotterdammers die van dit vervoer gebruikmaken,” aldus RMC.

Loonsverhoging: CNV-leden stemmen massaal in met nieuwe cao voor zorgvervoer en taxi

Loonsverhoging en extra vakantiedagen voor zorgchauffeurs na akkoord nieuwe cao.

De leden van vakbond CNV hebben met ruime meerderheid ingestemd met de nieuwe tweejarige cao voor de sector Zorgvervoer en Taxi. Daarmee komt een intensieve periode van onderhandelingen tot een einde, waarbij ook niet-vakbondsleden nauw betrokken werden om tot een breed gedragen resultaat te komen. De nieuwe cao betekent voor duizenden chauffeurs in Nederland onder meer een structurele loonsverhoging van 3,5 procent per jaar, extra vakantiedagen, en een eerste stap richting betere regelingen rond reiskosten en onregelmatigheidstoeslagen.

twee jaar

Volgens CNV is de uitkomst van deze cao een belangrijk signaal dat de maatschappelijke waarde van zorgchauffeurs en taxichauffeurs eindelijk meer erkenning krijgt. “Het was hoog tijd dat de mensen die dagelijks kwetsbare reizigers veilig van A naar B brengen, beter beloond worden voor hun werk,” aldus een woordvoerder van de bond. De cao heeft een looptijd van twee jaar en bevat afspraken die gericht zijn op structurele verbeteringen binnen de sector, niet alleen op financieel vlak, maar ook qua werkdruk, roosterplanning en functiewaardering.

Voorafgaand aan de onderhandelingen hebben zowel CNV als FNV een uitgebreide peiling uitgevoerd onder alle chauffeurs, ook degenen die geen lid zijn van een vakbond. Uit die peiling kwam duidelijk naar voren dat de behoefte groot was aan een “volwassen cao” waarin onder andere eerlijke toeslagen voor onregelmatigheid, een degelijke reiskostenvergoeding en een beter werkrooster centraal zouden staan. Hoewel de vakbonden aanvankelijk mikten op een langjarige cao, bleek dat tijdens de gesprekken met de werkgevers lastig te realiseren.

vakantiedagen

Het uiteindelijke resultaat is een compromis dat volgens de bonden de juiste balans biedt tussen haalbaarheid en vooruitgang. Zo krijgen chauffeurs in de komende twee jaar een gematigde reiskostenvergoeding, bouwen zij twee extra vakantiedagen op en start een uitgebreid functiewaarderingstraject. Dat traject moet inzicht geven in de werkdruk, verantwoordelijkheden en beloning van zowel zorg- als taxichauffeurs.

Illustratie: © Pitane Blue

De cao geldt voor alle werknemers in het zorgvervoer en de taxisector en wordt gezien als een stap richting meer waardering voor een beroepsgroep die onmisbaar is voor talloze mensen die dagelijks afhankelijk zijn van vervoer naar zorglocaties, scholen en dagbesteding.

Een opvallende afspraak in de nieuwe cao is dat 1 procent van de loonruimte apart wordt gezet om de toeslagen voor onregelmatigheid verder uit te werken. Mochten de partijen er vóór 1 juli 2027 niet in slagen om tot goede afspraken te komen over deze toeslagen, dan krijgen de chauffeurs automatisch nog eens 1 procent extra loon erbij. Daarmee willen CNV en FNV druk houden op de voortgang van het overleg met de werkgevers.

onderzoek

Daarnaast is afgesproken dat vakbonden en werkgevers de komende jaren werk zullen maken van de hoge ziekteverzuimcijfers binnen de sector. Er komt onderzoek naar de oorzaken van dit verzuim en naar de vraag of de huidige roosterafspraken wel eerlijk en werkbaar zijn. Ook wordt gewerkt aan een aanpassing van de pensioenregeling: alle loononderdelen worden voortaan pensioengevend, wat tijdelijk wordt gefinancierd door een verhoging van de franchise.

Nu de cao officieel is goedgekeurd, breekt volgens CNV een belangrijke nieuwe fase aan. “De handtekeningen zijn gezet, maar het echte werk begint nu pas,” stelt de bond. “We gaan samen met onze leden en de werkgevers aan de slag met de uitvoering van de afspraken. Of het nu gaat om betere roosters, eerlijke betaling of vermindering van ziekteverzuim – onze leden denken en doen actief mee.”

Rotterdam in opspraak: oud-adviseur RMC betrokken bij omstreden aanbesteding

RMC moet verklaring aanpassen na onthulling over contacten met oud-collega, schijn van belangenverstrengeling bij miljoenencontract.

De gemoederen in de Rotterdamse politiek lopen hoog op na nieuwe onthullingen over de toekenning van het contract voor het doelgroepenvervoer in de stad. Het bedrijf Rotterdamse Mobiliteits Centrale (RMC) sleepte eerder dit jaar een megacontract van maar liefst 300 miljoen euro in de wacht. Maar de rol van een oud-medewerker van RMC, die later als adviseur betrokken was bij de gemeente Rotterdam bij diezelfde aanbesteding, roept vragen op over mogelijke belangenverstrengeling.

De zaak draait om een adviseur die in het onderzoek van Rijnmond wordt aangeduid als meneer X. Hij werkte twaalf jaar bij RMC en verliet het bedrijf begin 2022. Niet lang daarna werd hij actief voor verschillende andere vervoersbedrijven, waaronder Stroomlijn, dat in de Drechtsteden het doelgroepenvervoer coördineert. Vanuit die functie begeleidde hij ook RMC, zijn voormalige werkgever. “Als contractmanager bij Stroomlijn begeleid ik het vervoer van alle gecontracteerde vervoerders, waaronder tot voor kort RMC,” bevestigde hij in een reactie aan Rijnmond.

verwevenheid

Toch lijkt de verwevenheid tussen meneer X en zijn oude werkgever verder te gaan dan de betrokken partijen aanvankelijk wilden toegeven. RMC verklaarde nog in september dat meneer X “sinds zijn vertrek geen contact meer had met collega’s binnen de organisatie.” Maar na nieuwe informatie moest het bedrijf die verklaring terugdraaien. “Navraag maakt duidelijk dat we ons hebben vergist,” liet RMC later weten. “Er is wel degelijk zakelijk contact geweest op operationeel niveau tussen de teams van RMC en Drechtsteden waarvan hij onderdeel was.”

De reconstructie van Rijnmond laat zien dat meneer X na zijn vertrek bij RMC eerst bij Maasstad Regie Centrale (MRC) aan de slag ging. Dat bedrijf kampte in 2022 met grote problemen bij de uitvoering van contracten in onder meer Amstelveen, Aalsmeer en de Drechtsteden. Volgens oud-directeur van de Rotterdamse Taxi Centrale (RTC) Sjaak de Winter moest er toen met spoed worden ingegrepen. “We zaten met de handen in het haar. Meneer X en ik zijn toen meegegaan om de boel over te dragen. Hij weet hoe de hazen lopen. Toen is het contract overgedragen aan de RMC,” aldus De Winter.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Wat begon als een technische aanbesteding is inmiddels uitgegroeid tot een politieke en juridische kwestie.

Ook Gerry Oosterbaan, destijds directeur van RMC, bevestigt dat er in die periode contact is geweest. “Begin 2022 is hij vertrokken bij RMC. Eind dat jaar kwamen we weer in contact toen RMC het WMO-vervoer in Amstelveen en Aalsmeer overnam. We hebben toen gesproken over personeel en materieel.” Volgens Oosterbaan was meneer X ook betrokken bij de overdracht van het contract in de Drechtsteden. Meneer X zelf ontkent dat hij een rol speelde bij de keuze van vervoersmaatschappijen.

conclusies

De huidige RMC-topman Ties de Ruyter de Wildt, die het stokje in 2024 overnam, bevestigt dat meneer X aanwezig was bij vergaderingen over het verliesgevende contract in de Drechtsteden. “Bij al die meetings zat die meneer aan tafel. Hij heeft gewerkt in verschillende rollen bij RMC, MRC en Stroomlijn. Daar moet een ieder zelf maar z’n conclusies uit trekken.”

Opmerkelijk is ook dat meneer X via het bedrijf Stroomlijn de gemeente Rotterdam adviseerde bij de aanbesteding van het nieuwe contract voor doelgroepenvervoer voor de periode 2026 tot 2034. Dat contract, ter waarde van 300 miljoen euro, werd uiteindelijk opnieuw gewonnen door RMC. Dezelfde meneer X zal, via zijn eigen bv, de winnende partij straks begeleiden bij de start van het project. Bovendien werkt zijn partner bij de inkoopafdeling van de gemeente Rotterdam, wat de schijn van belangenverstrengeling alleen maar versterkt.

integriteitsprobleem

De gemeente stelt echter dat er geen sprake is van een integriteitsprobleem. “Het contact van meneer X met RMC vanuit zijn werkzaamheden bij Maasstad Regie Centrale vond plaats ruim voordat hij voor de gemeente werkzaamheden verrichtte,” laat een woordvoerder weten. “Dat achten wij niet relevant.” Ook ziet de gemeente geen probleem in zijn huidige functie bij Stroomlijn. “Het feit dat iemand contractmanager is voor een andere aanbestedende dienst is geen signaal van belangenverstrengeling, omdat hij daar de belangen van de opdrachtgever behartigt.”

De kwestie houdt ook de politiek in zijn greep. Donderdag 9 oktober debatteert de gemeenteraad over de zaak, op initiatief van de Jongere Ouderen Unie (JOU). Tegelijkertijd ligt de zaak ook juridisch onder een vergrootglas: op 14 oktober doet de rechtbank Rotterdam uitspraak in een kort geding dat is aangespannen door de vervoersbedrijven TWZ Connect en Transvision. Zij vinden dat RMC het contract nooit had mogen krijgen, omdat cruciale informatie over de rol van meneer X zou zijn achtergehouden.

Of er daadwerkelijk sprake is van belangenverstrengeling, moet de komende weken blijken. Feit is wel dat de verwevenheid tussen oud-medewerkers, gemeentelijke adviseurs en commerciële vervoerders in Rotterdam een pijnlijk beeld schetst van hoe dicht de lijnen in de vervoerswereld soms bij elkaar liggen.

Bron: Rijnmond

Principeakkoord CAO: hogere lonen en meer vakantiedagen voor zorgchauffeurs

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor de sector Zorgvervoer en Taxi hebben geleid tot een principeakkoord.

Op 24 september kwamen de vakbonden CNV en FNV en werkgeversorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) na intensieve gesprekken tot overeenstemming. Het akkoord geldt voor twee jaar, vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, en moet nog worden goedgekeurd door de leden. Alle partijen spreken van een stevig resultaat na lange en soms zware onderhandelingen, waarbij een breed pakket aan afspraken is vastgelegd.

Het principeakkoord wordt de komende weken aan de leden van de betrokken organisaties voorgelegd ter goedkeuring.

Een van de meest in het oog springende afspraken is de loonsverhoging. Werknemers in de sector kunnen rekenen op een verhoging van 3,5 procent per 1 januari 2026 en nogmaals 3,5 procent per 1 januari 2027. Daarnaast komt er vanaf 1 juli 2027 een reservering van één procent die kan worden ingezet als toeslag. Ook is afgesproken dat werknemers vanaf 1 januari 2026 een reiskostenvergoeding ontvangen voor woon-werkverkeer, iets waar al langere tijd op werd aangedrongen.

pensioenregeling

De pensioenregeling verandert eveneens. Vanaf 1 januari 2027 gaat een nieuwe regeling in die gebaseerd is op het brutoloon in de loonaangifteketen. Omdat deze overstap leidt tot hogere kosten, worden werkgevers hiervoor gecompenseerd. Voor werknemers die actief zijn bij de Huisartsenspoedposten, de zogeheten HAP-bedrijven, is een speciale garantieregeling afgesproken. Verder krijgen alle werknemers er extra vrije dagen bij: een vakantiedag in 2026 en nog één in 2027.

Naast deze concrete verbeteringen zijn er ook afspraken gemaakt om de sector toekomstbestendig te maken. Er wordt een onderzoek gestart naar toeslagen voor onregelmatige werktijden en de manier waarop flexibiliteit in de sector wordt beloond. Ook komt er een studie naar de functiewaardering en de mogelijke overstap naar een nieuw loongebouw. Het ziekteverzuim in de sector wordt nader in kaart gebracht, inclusief de oorzaken en mogelijke oplossingen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over werkzaamheden die in relatie staan tot het openbaar vervoer en komt er aandacht voor opleidingen, beroepskwalificaties en het bevorderen van instroom van nieuwe chauffeurs.

raadpleging

De komende weken volgt de cruciale fase waarin de leden zich mogen uitspreken over het principeakkoord. De werkgeversorganisatie KNV bespreekt de cao tijdens de algemene ledenvergadering op 30 september. De leden van de bonden hebben tot en met 13 oktober de mogelijkheid om via een raadpleging hun stem te laten horen. Zowel de werkgevers als de bonden laten weten vertrouwen te hebben in de uitkomst.

Foto: © Pitane Blue – Fred Teeven – voorzitter KNV

Indien de leden instemmen, wordt het akkoord definitief gemaakt en daarna ter goedkeuring ingediend bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met die stap kan de cao algemeen verbindend worden verklaard en officieel ingaan per 1 januari 2026.

Fred Teeven, voorzitter van KNV, reageerde na afloop van de onderhandelingen tevreden. “Met dit principeakkoord zetten we een belangrijke stap richting een evenwichtige cao die zowel werkgevers als werknemers perspectief biedt. We zijn tevreden dat er aandacht blijft voor de toekomst van de sector en de uitdagingen waar werkgevers dagelijks mee te maken hebben.”

doorbraak

Ook CNV-onderhandelaar Erik Honkoop spreekt van een doorbraak. “Tientallen jaren aanbesteden en marktwerking hebben de arbeidsvoorwaarden van zorgchauffeurs uitgehold. Onze chauffeurs geven kwetsbare groepen mobiliteit en verdienen meer waardering. Met dit akkoord zetten we een eerste stap naar volwassen arbeidsvoorwaarden. Nu moeten gemeenten volgen met realistische tarieven, daarin trekken wij als vakbonden graag samen op met de werkgevers.”

Meindert Gorter van FNV Zorgvervoer en Taxi benadrukt het maatschappelijke belang van de sector. “Ruim 80% van het werk in deze sector draait om het vervoer van leerlingen, kwetsbare jongeren, mensen met een beperking en ouderen. Dagelijks zetten zo’n 25.000 chauffeurs zich hiervoor in. Zij verdienen fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en respect. Met dit principeakkoord zetten we een duidelijke stap in die richting.”

De nieuwe cao Zorgvervoer en Taxi treedt in werking per 1 januari 2026.