De hoofdstad krijgt de komende tijd flink wat veranderingen op het gebied van touringcarhaltes.
Gemeente Amsterdam en het GVB werken samen aan een herinrichting van opstapplaatsen verspreid over de stad, met als doel de drukte rond toeristische knooppunten beter te verdelen en reizigers meer comfort te bieden. De eerste grote aanpassing vindt plaats bij metrostation Gaasperplas, waar vanaf eind 2025 nieuwe haltes worden geopend. Ook bij andere stations, zoals Holendrecht, Sloterdijk en Amstel, zijn of worden de voorzieningen aangepast.
De nieuwe opstapplaats bij metrostation Gaasperplas moet een belangrijk alternatief worden voor de overvolle haltes in het centrum. Vanaf eind volgend jaar kunnen touringcars daar gebruikmaken van twee nieuwe haltes. Later zullen er meer bijkomen, zodat ook grotere groepen gemakkelijk kunnen worden opgehaald en afgezet. De touringcars bereiken het busstation via de Langbroekdreef, een route die speciaal is ingericht om verkeersdrukte te beperken.
Gaasperplas
Reizigers die vanaf het Centraal Station of station Amstel komen, kunnen met metrolijn 53 rechtstreeks naar Gaasperplas reizen. Voor mensen die liever met de auto of taxi naar de opstapplaats komen, is er een parkeerplaats langs de Loosdrechtdreef waar zij kunnen uitstappen. Volgens de gemeente is er bij de uitgang van het metrostation voldoende ruimte om op de touringcar te wachten. Daarnaast ligt het Campanile hotel op loopafstand, waar reizigers kunnen plaatsnemen voor een kop koffie of gebruik kunnen maken van de toiletten. De hele omgeving rond het Gaasperpark krijgt bovendien in 2026 een opknapbeurt, waarmee het gebied nog aantrekkelijker moet worden voor bezoekers.
Bij station Holendrecht blijft de situatie voorlopig grotendeels gelijk. De twee haltes op het bestaande busplatform blijven in 2026 beschikbaar voor touringcars. Onder het viaduct bij het station zijn enkele parkeerplaatsen waar auto’s en taxi’s kort kunnen stoppen om reizigers op te halen of af te zetten. De gemeente benadrukt dat deze plekken bedoeld zijn voor kort gebruik, zodat de doorstroming goed blijft verlopen.
station Lelylaan
Aan de westkant van de stad zijn de veranderingen al merkbaar. Bij station Lelylaan zijn de twee haltes voor touringcars weggehaald. De reden is dat het GVB deze plekken nu gebruikt om elektrische bussen op te laden. Uit evaluaties blijkt bovendien dat touringcars hier nauwelijks gebruik van maakten. Om die reden zijn vier nieuwe haltes toegevoegd bij station Sloterdijk, op het Piarcoplein. Dit station is volgens de gemeente een logische keuze, omdat het een belangrijk vervoersknooppunt is met directe verbindingen per trein, metro en bus, en betere voorzieningen voor reizigers die even willen wachten.
Ook bij het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen. Sinds begin 2024 zijn er op het verhoogde busplatform achter het Meininger hotel twee haltes voor touringcars beschikbaar. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer touringcars deze locatie weten te vinden. De populariteit leidde ertoe dat er later nog twee extra plekken zijn toegevoegd langs het Julianaplein, voor het station.
kort parkeren
Toch is het Amstelstation niet de ideale plek voor reizigers die met de auto worden gebracht. Er zijn nauwelijks Kiss & Ride-plekken aanwezig, waardoor het afzetten van passagiers vaak voor opstoppingen zorgt. Touringcars die te vroeg arriveren, kunnen tegen betaling kort parkeren langs de Hugo de Vrieslaan, vlak bij het station. Daarmee probeert de gemeente ook overlast in de omliggende straten te voorkomen.
De aanpassingen aan de touringcarhaltes maken deel uit van een bredere strategie om het verkeer in Amsterdam beter te spreiden en de leefbaarheid rond drukke toeristische plekken te vergroten. De komende jaren wil de gemeente blijven investeren in plekken waar reizigers comfortabel, veilig en met voldoende voorzieningen kunnen instappen.
De pafbus, een bus die rokers vanuit Nederland naar Luxemburg of Duitsland brengt om daar goedkoop sigaretten te kopen, wordt steeds populairder.
Wat begon als een anekdotisch uitje van een handvol rokers is in 2025 uitgegroeid tot een georganiseerd, winstgevend en politiek beladen fenomeen: Nederlandse touringcars vol rokers die wekelijks koers zetten richting Luxemburg. De reden is glashelder: sigaretten zijn daar de helft goedkoper. Deze ‘pafbus’ is inmiddels meer dan een goedkope rooktrip, het is een rijdende aanklacht tegen het strengere Nederlandse accijnsbeleid.
Sinds de verhoging van de tabaksaccijnzen in 2024 is de prijs van een slof sigaretten in Nederland opgelopen tot gemiddeld 111 euro. Luxemburg, waar dezelfde slof voor circa 70 euro van eigenaar wisselt, is daardoor uitgegroeid tot een rookwalhalla voor Nederlanders. Volgens cijfers van de Europese Commissie mag een volwassene volledig legaal binnen de EU tot 800 sigaretten, één kilo shag, 400 cigarillo’s of 200 sigaren voor eigen gebruik meenemen. Daar maken Nederlandse rokers boven de 17 jaar gretig gebruik van, zonder de wet te overtreden.
busbedrijven
Ook busbedrijven spelen hier handig op in. Touroperators zoals Winkelbus.nl bieden inmiddels geprofessionaliseerde trips aan naar Luxemburg of Duitsland met vaste opstapplaatsen, geplande stops en zelfs Nederlandstalig personeel bij tabakswinkels. Anderen reizen dan weer naar onder andere Wemperhardt. Op parkeerplaatsen is ruimte gereserveerd voor tientallen touringcars. Winkels zijn ingericht op bulkverkoop: complete schappen met sloffen, bundelkortingen en kassabonnen afgestemd op douaneregels. Zo kunnen Nederlanders veel geld besparen op rookwaren en boodschappen.
Het ministerie van Financiën ziet ondertussen de miljarden aan accijnsinkomsten verdampen. Waar de bedoeling van het beleid was om roken te ontmoedigen, blijkt uit recente data dat zo’n zestig procent van alle in Nederland geconsumeerde tabak inmiddels uit het buitenland komt. De overheid mist daardoor niet alleen accijnsinkomsten, maar ook de gedragsverandering die het voor ogen had. De roker blijft roken, alleen niet meer in Nederlandse winkels.
De reizigers zijn enthousiast over de busreis, die hen niet enkel in staat stelt goedkoper sigaretten te kopen, maar ook een sociale uitlaatklep biedt.
Luxemburg profiteert intussen maximaal. Volgens de Luxemburgse overheid bracht de tabaksverkoop in 2024 zo’n 1,4 miljard euro op. Verwachting is dat dit in 2025 stijgt naar 1,6 miljard. Een groot deel van de kopers komt uit België, Frankrijk, Duitsland én Nederland. En minder dan vijf procent van de verkochte sigaretten wordt daadwerkelijk in Luxemburg zelf opgestoken.
Op sociale media groeien de groepen waarin reizen worden gedeeld. “Het is gezellig en goedkoop,” zegt Ingrid uit Tilburg, een vaste reiziger. “Voor de prijs van twee sloffen rookwaar in Nederland koop ik hier drie, en ik maak er meteen een dagje uit van.” Een andere roker uit Arnhem beaamt: “Ik bespaar honderden euro’s per jaar. Waarom zou ik dat niet doen?”
activisten
Rokers die deelnemen aan deze reizen zien zichzelf niet als activisten, maar als rationele consumenten. Toch groeit onder politici en experts de zorg dat het beleid zijn geloofwaardigheid verliest. Het ontmoedigingsbeleid lijkt vooral ontmoedigend voor de staatskas. De ‘pafbus’ is daarmee geen relikwie van een nicotineverslaving, maar volgens de rokers een symptoom van beleid dat zijn doel voorbijschiet.
Je mag e-sigaretten en vapes meenemen naar Nederland, zolang dit aantoonbaar voor eigen gebruik is. Het is niet toegestaan deze producten te verhandelen of weg te geven. De e-sigaretten moeten bovendien voldoen aan de Nederlandse regelgeving, zoals een maximale hoeveelheid nicotine, verplichte waarschuwingen en een verbod op smaakjes anders dan tabak.
drank
Ook mag je accijnsgoederen zoals alcohol meenemen uit een EU-land, mits dit voor persoonlijk gebruik is. De richtlijnen zijn: maximaal 110 liter bier, 90 liter wijn (waarvan maximaal 60 liter mousserende wijn), 20 liter lichte likeur (zoals sherry of port) en 10 liter sterke drank (zoals whisky of wodka). Als je meer dan deze hoeveelheden meeneemt, kan de Douane een onderzoek instellen om vast te stellen of de goederen werkelijk voor eigen gebruik zijn. Is dat niet het geval, dan moet je alsnog accijnzen betalen.
Zolang het prijsverschil zo fors blijft en de regelgeving binnen de EU de handel toelaat, zullen de bussen blijven rijden. Elke volle bus die vertrekt uit Nederland richting Luxemburg is een signaal aan Den Haag: het beleid wordt op papier uitgevoerd, maar op de weg massaal omzeild. En wie zijn oren sluit voor die realiteit, hoort uiteindelijk alleen nog het ronkende geluid van een volgepakte touringcar met rokende passagiers die hun eigen grens trekken.
Touringcarbedrijven in Nederland merken een duidelijke afname in het aantal schoolreizen dat per bus wordt geboekt.
Uit een enquête van brancheorganisatie Busvervoer Nederland (BVN) blijkt dat meer dan de helft van de vervoerders een daling ziet in zowel het aantal boekingen als de duur en afstand van de reizen. Steeds vaker kiezen scholen voor goedkopere bestemmingen dichter bij huis, waardoor de omzet van touringcarbedrijven onder druk staat.
De schoolreis is voor veel kinderen een hoogtepunt van het schooljaar. Of het nu gaat om een eendaags uitje naar een pretpark of een meerdaagse educatieve trip naar het buitenland, touringcarbedrijven spelen hierin een cruciale rol. Voor de vervoerssector vormen schoolreizen normaal gesproken tussen de 10 en 25 procent van de omzet, waarbij sommige bedrijven zelfs meer dan de helft van hun inkomsten uit deze reizen halen. De huidige trend baart de sector dan ook zorgen.
Volgens BVN heeft de terugloop mogelijk te maken met strengere budgetten bij scholen. Ruim 42 procent van de vervoerders wijst op de aanscherping van de Wet op de Vrijwillige Ouderbijdrage in 2021 als belangrijke factor. Deze wet bepaalt dat alle leerlingen, ongeacht de financiële bijdrage van hun ouders, moeten kunnen deelnemen aan schoolactiviteiten. Hierdoor is het voor scholen lastiger geworden om duurdere schoolreizen te bekostigen, omdat zij niet meer afhankelijk kunnen zijn van extra bijdragen van ouders.
BVN-voorzitter Fred Teeven adviseert scholen om hun schoolreizen slimmer te plannen. “Ik zou scholen willen adviseren om hun reizen buiten de drukste maanden mei, juni en september te boeken. In maart, april, oktober of november is er vaak meer beschikbaarheid en zijn de kosten lager,” aldus Teeven. Ook het kiezen van minder populaire bestemmingen zou een manier kunnen zijn om kosten te drukken zonder dat dit ten koste gaat van de ervaring van de leerlingen.
De vraag blijft of de daling zich zal doorzetten of dat scholen in de toekomst weer vaker zullen kiezen voor traditionele schoolreisjes met de bus. Voor de sector is het in ieder geval een zorgelijke ontwikkeling. “Een bus met blije kinderen rondrijden is een geliefd onderdeel van het werk van onze vervoerders. En ook de kinderen zouden het niet mogen missen. Want wat is nou een schoolreis zonder een touringcar?” besluit Teeven.
Een van de concrete punten die Teeven wil aanpakken, is het heropenen van busbanen voor touringcars. In het verleden mochten deze voertuigen gebruikmaken van busbanen, maar tegenwoordig zijn deze vaak voorbehouden aan reguliere lijnbussen.
Fred Teeven, die per 1 december de nieuwe voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) wordt, vertelt met enthousiasme over zijn aanstaande rol bij de brancheorganisatie. KNV vertegenwoordigt een diverse groep vervoerders, waaronder taxi- en touringcarbedrijven, zorgvervoerders, en in beperkte mate ook het openbaar vervoer. Teeven ziet zijn functie als een onafhankelijke rol, wat inhoudt dat hij geen belang heeft bij specifieke bedrijven of organisaties, maar zich inzet voor de gehele sector.
Oud-staatssecretaris Fred Teeven sloot onlangs een opmerkelijk hoofdstuk af: zijn tijd als buschauffeur bij vervoersmaatschappij Connexxion. Het avontuur dat ooit begon als een korte pauze na zijn politieke carrière, groeide uit tot zeven jaren achter het stuur. “Het was eigenlijk net als die zeven jaar daarvoor,” vertelt Teeven over zijn laatste rit aan Jurgen van den Berg, presentator van NPO Radio 1. “Nog steeds leuk om een groot voertuig te besturen.”
Teeven begon zijn werk bij Connexxion na een bewogen politieke carrière en vond in het rijden van een bus rust en eenvoud. Het bleek een bijzondere manier om met mensen in contact te komen, ver weg van de politieke arena. In de eerste maanden wilden reizigers massaal selfies met de bekende oud-politicus. Dat enthousiasme nam in de loop der jaren af, maar de waardering voor zijn werk bleef.
laatste rit zonder ceremonie
Teevens laatste rit vond plaats op een rustige zondag, zonder speciale festiviteiten. “Mijn vrouw was toevallig mee op die rit vanaf Amsterdam-Zuid. Bij Haarlem Station stapten we samen uit, en toen zijn we naar de remise gereden,” aldus Teeven. Pas een dag later ontving hij thuis een bos bloemen van Connexxion. Voor Teeven was zijn vrouw feitelijk de laatste passagier, “een beetje clandestien,” voegt hij lachend toe.
Met zijn kenmerkende nuchterheid vertelde Teeven dat er, ondanks enkele fans, geen groot afscheidsfeest was. In een interview met Van den Berg onthulde hij dat het besluit om te stoppen deels voortkwam uit zijn nieuwe functie als voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), de brancheorganisatie voor onder andere het taxivervoer, openbaar vervoer en touringcars. “Als onafhankelijk voorzitter past het niet meer om in dienst te zijn van Connexxion,” legt hij uit.
Als buschauffeur maakte Teeven ook kennis met tradities binnen de wereld van het openbaar vervoer, zoals het zogenaamde ‘buswuiven’.
Dit groeten van collega’s in tegemoetkomende bussen is een vast ritueel. “In de eerste jaren stak ik gewoon mijn hand op, maar later was het meer een knikje,” vertelt hij. Het wuiven bleek niet alleen een collegiaal gebaar, maar ook een klein verzetje tijdens zijn diensten.
Teeven genoot zichtbaar van het contact met reizigers. Het rijden van een bus bracht hem dagelijks in aanraking met mensen uit alle lagen van de samenleving. “Je krijgt van alles te horen, van mensen die je terug in de politiek willen zien tot mensen die juist blij zijn dat je daar weg bent.” Een van zijn reizigers, een criticus van zijn politieke tijd, weigerde zelfs een keer in te stappen toen hij zag dat Teeven de chauffeur was. “Die heb ik gewoon de deuren dichtgedaan,” lacht hij.
Haagse politiek
De overstap van politiek naar buschauffeur kwam in 2017 als een verrassing voor velen. Teeven, die eerder staatssecretaris was, besloot om na zijn vertrek uit de politiek tijd te nemen om na te denken. “Ik wilde gewoon een tijdje geen gezeik aan mijn kop,” vertelde hij. Na een kort intermezzo waarin hij zijn eigen bedrijf oprichtte, koos hij voor het rijden van een bus als afleiding en reflectiemoment.
Toch gaf hij toe dat de ervaring op de bus nuttige vaardigheden bood, ook voor zijn vorige functie in Den Haag. “Op die bus leer je om te incasseren. Als het een keer onvriendelijk wordt, lig je daar niet meteen wakker van,” zegt hij, een eigenschap die volgens hem ook van pas kwam als officier van justitie.
politieke ambities
Hoewel Teeven in de bus regelmatig opmerkingen kreeg over een mogelijke politieke terugkeer, zijn die ambities definitief verleden tijd. Op de vraag van Van den Berg of hij ooit premier had willen worden, antwoordt hij schertsend: “Als ik 67 was en ze vroegen het, zou ik waarschijnlijk geen nee zeggen.” Maar de functie blijft vooralsnog een hypothetisch idee, en zijn toekomst ligt voorlopig buiten de politiek.
Met zijn aanstaande voorzitterschap bij KNV verwacht Teeven zich in te zetten voor efficiënter vervoer, vooral in dunbevolkte gebieden. “Je kunt op het platteland beter kleine busjes op afroep laten rijden dan grote, lege bussen rond laten rijden,” zegt hij. Hij hoopt daarbij ook te kunnen pleiten voor het heropenen van busbanen voor touringcars, die vroeger wel op deze rijbanen mochten rijden.
dubbel klutsen
Naast zijn nieuwe functie bij KNV is Teeven sinds kort voorzitter van het NZH Vervoer Museum, waar hij af en toe achter het stuur kruipt van de klassieke stadsbussen. “Dat is dubbel klutsen,” vertelt hij enthousiast over het rijden van deze oude modellen, waarbij het schakelen een stuk minder soepel gaat dan bij moderne bussen. Tijdens evenementen zoals de Kids Night in Haarlem vervoert hij kinderen met deze historische voertuigen, iets waar hij zichtbaar plezier aan beleeft.
Met zijn afscheid van Connexxion komt er een einde aan een periode van zeven jaar waarin Teeven een verrassende, maar voor velen sympathieke weg koos buiten de politiek. “Het was mooi geweest,” sluit hij af, met de bescheidenheid die zijn tweede carrière kenmerkte. Vooralsnog rijdt hij verder, nu niet meer in de dienst van Connexxion, maar als vrijwilliger in een rol die eer betoont aan de bus als iconisch vervoermiddel.
Met zijn komst als voorzitter verwacht Teeven dus een frisse blik en praktische benadering toe te voegen aan KNV. Hij begrijpt zowel de dagelijkse praktijk van chauffeurs als de complexiteit van beleidskwesties door zijn ervaring in de politiek.
Fred Teeven, die per 1 december de nieuwe voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) wordt, vertelt met enthousiasme over zijn aanstaande rol bij de brancheorganisatie. KNV vertegenwoordigt een diverse groep vervoerders, waaronder taxi- en touringcarbedrijven, zorgvervoerders, en in beperkte mate ook het openbaar vervoer. Teeven ziet zijn functie als een onafhankelijke rol, wat inhoudt dat hij geen belang heeft bij specifieke bedrijven of organisaties, maar zich inzet voor de gehele sector.
klantgerichter
Een van de belangrijkste uitdagingen waar KNV voor staat, is het efficiënter en klantgerichter maken van het vervoersaanbod, met name in dunbevolkte gebieden. Teeven benadrukt dat het niet effectief is om grote, lege bussen op het platteland te laten rijden, zoals hij zelf ook vaak meemaakte tijdens zijn tijd als buschauffeur. Volgens Teeven zou vervoer op maat, bijvoorbeeld door middel van kleine busjes op afroep, een betere oplossing zijn. Hij vindt dat de branche zich moet aanpassen aan de wensen van de klant en beter moet inspelen op veranderende behoeften.
Daarnaast heeft de sector te maken met personeelstekorten en krappe budgetten, vooral binnen het zorgvervoer, waar vraag en verwachtingen van klanten stijgen. Teeven begrijpt dat vervoersbedrijven onder druk staan door de hoge eisen vanuit aanbestedingen en de toenemende complexiteit van het personeelsbeleid. Hierin hoopt hij als voorzitter een bemiddelende en ondersteunende rol te spelen, waarbij hij de stem van de vervoerders kan vertegenwoordigen richting de overheid en andere betrokken partijen.
busbanen
Een van de concrete punten die Teeven wil aanpakken, is het heropenen van busbanen voor touringcars. In het verleden mochten deze voertuigen gebruikmaken van busbanen, maar tegenwoordig zijn deze vaak voorbehouden aan reguliere lijnbussen. Teeven ziet hierin een mogelijkheid om het verkeer efficiënter te maken voor touringcarbedrijven, die vaak stuiten op vertragingen door gebrek aan toegang tot dergelijke rijstroken. Hij hoopt dat KNV hierin een brug kan slaan tussen de vervoersbedrijven en beleidsmakers.
Teeven ziet zijn rol bij KNV als vergelijkbaar met zijn voorzitterschap bij de Nederlandse Brouwers, waarin hij eveneens een onafhankelijk voorzitterschap vervult. Hij omschrijft deze functie als “van iedereen en van niemand,” wat inhoudt dat hij opkomt voor de algemene belangen zonder directe binding aan individuele leden. Dit onafhankelijk voorzitterschap stelt hem in staat om een neutrale positie in te nemen en tegelijkertijd effectief voor de sector te kunnen lobbyen.
Deze kerstmarkten zijn niet alleen een viering van de feestdagen, maar ook van de Duitse cultuur en traditie, en bieden bezoekers van over de hele wereld een onvergetelijke ervaring.
De decembermaand en de kerstperiode is een tijd van magie en verwondering, en nergens is dat gevoel sterker dan op de kerstmarkten in Duitsland. Deze markten zijn een waar spektakel van licht, kleur en traditionele gezelligheid, en trekken jaarlijks vele bezoekers uit binnen- en buitenland.
In Keulen, bijvoorbeeld, zijn er maar liefst zes verschillende kerstmarkten, elk met hun eigen unieke sfeer en attracties. De markt bij de Dom is een hoogtepunt, met zijn gigantische kerstboom en 160 kraampjes vol kerstdecoratie en ambachtelijke producten. De Neumarkt biedt een feeëriek tafereel met de Engeltjesmarkt, terwijl de markt bij het Rathaus, met zijn schaatsbaan, bijzonder populair is bij kinderen.
Frankfurt, bereikbaar via een directe ICE-trein vanuit Brussel, transformeert in een winters wonderland tijdens de kerstperiode. De kerstmarkt op de Römerberg is een romantisch tafereel met 240 kraampjes, omgeven door de geur van glühwein, gebrande amandelen en geroosterde kastanjes.
Hamburg, met zijn historische Altstadt, biedt een verrassende variëteit met maar liefst dertig kerstmarkten, waaronder de historische markt bij het stadhuis en de levendige Santa Pauli-markt. De Speicherstadt en HafenCity zijn omgetoverd tot trendy gebieden met restaurants, musea en hotels.
De kerstmarkt in Dresden, bekend als de Striezelmarkt, is de oudste in Duitsland en biedt traditionele attracties zoals het Stollenfestival en de grootste notenkraker ter wereld. In Düsseldorf en Erfurt vinden bezoekers verspreid over verschillende locaties kerstmarkten, elk met een eigen thema, terwijl de Leipziger Weihnachtsmarkt in Leipzig bekend staat om zijn grote adventskalender en het Finse dorp.
De kerstmarkt van Oberhausen is een unieke bestemming voor liefhebbers van kerstmarkten. Deze markt, gelegen bij het winkelcentrum CentrO, biedt een authentieke kerstsfeer met meer dan 150 kraampjes, allemaal opgebouwd in een sfeervolle setting met houten huisjes. Interessant is dat Oberhausen eigenlijk drie verschillende kerstmarkten heeft: de Bergkerstmarkt, Santa’s Village en de Kaboutermarkt, elk met hun eigen unieke thema en attractie.
De kerstmarkt in Duisburg biedt een authentieke Duitse kerstervaring. De kerstmarkt in Duisburg kenmerkt zich door tientallen sfeervol gedecoreerde kraampjes die kerstdecoraties, artikelen, gesneden houten speelgoed en ambachtelijk vervaardigde handwerken verkopen.
Nürnberg’s Christkindlesmarkt, een van de beroemdste ter wereld, biedt een charmante ervaring met pittoreske houten kraampjes en traditionele carrousels. In Berlijn, vaak de hoofdstad van de kerstmarkten genoemd, vindt men een grote diversiteit aan markten, waaronder die bij het kasteel van Charlottenburg en de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche.
In steden als Trier en Stuttgart zijn de kerstmarkten ingebed in de historische architectuur, terwijl Lübeck, de ‘Kerststad van het Noorden’, en Rothenburg ob der Tauber, met zijn Reiterlesmarkt, bezoekers verwelkomen in een sprookjesachtige setting. Essen en Duisburg bieden ook unieke kerstervaringen, met een breed scala aan kraampjes en activiteiten, van schaatsbanen tot concerten.
De kerstmarkten in Duitsland bieden niet alleen een visueel spektakel, maar ook een smaakvolle ervaring. Van dampende glühwein tot gebrande amandelen, de geuren en smaken zijn net zo divers en rijk als de markten zelf. Elke markt heeft zijn eigen specialiteiten, of het nu gaat om lokale delicatessen of internationale lekkernijen.
De kerstmarkt van Aken, die dit jaar haar 50ste editie viert, is een van de sfeervolste en meest traditionele kerstmarkten in Duitsland. Deze markt, die plaatsvindt van tot en met 23 december 2023, verandert de pleinen en steegjes rondom de Dom van Aken en het stadhuis in een betoverend kerstdorp. Deze kerstmarkt is populair onder Nederlandse bezoekers vanwege zijn authentieke en traditionele sfeer, die als een aangenaam contrast wordt gezien met de kerstmarkten in Maastricht en Valkenburg.
In Hamburg bieden de dertig kerstmarkten een enorme variëteit, van de historische markt bij het stadhuis tot de levendige Santa Pauli-markt. De Speicherstadt en HafenCity, met hun industriële charme, zijn moderne hoogtepunten.
De Striezelmarkt in Dresden staat bekend om zijn authentieke Saksische sfeer en ambachten, met hoogtepunten zoals het Stollenfestival en de grootste notenkraker ter wereld. Düsseldorf en Erfurt bieden elk een unieke ervaring met hun thematische markten, van traditioneel Duits tot Scandinavisch geïnspireerd.
Leipzig’s Weihnachtsmarkt, met zijn grote adventskalender en Scandinavische dorp, biedt een mix van Duitse en Finse tradities. Nürnberg’s Christkindlesmarkt, met zijn ouderwetse carrousels en houten kraampjes, is een tijdloze ervaring. Lübeck en Rothenburg ob der Tauber nodigen bezoekers uit in hun middeleeuwse sferen, terwijl Essen en Duisburg zich onderscheiden met hun grote diversiteit en unieke attracties, zoals een reuzenrad en schaatsbanen.
Berlijn, als de onofficiële ‘hoofdstad’ van de kerstmarkten, biedt een breed scala aan markten, van de historische sfeer bij het kasteel van Charlottenburg tot de trendy markten in stedelijke centra. Trier en Stuttgart combineren de charme van hun historische settings met een uitgebreid aanbod aan kerstactiviteiten en -producten.
Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak in de strijd tegen armoede.
Het demissionaire kabinet heeft haar handen vol na de zomerpauze. Met een duidelijke waarschuwing van het Centraal Planbureau (CPB) over toenemende armoede en een begroting voor 2024 die in aantocht is, zijn de zorgen groot. Ook binnen de vervoerssector ziet men een dringende noodzaak voor een verhoging van het minimumloon.
Vakbond FNV trekt terecht aan de bel. Volgens de vakbond moet het minimumloon omhoog naar € 16 per uur om de groeiende armoede in Nederland tegen te gaan. Daarnaast pleiten ze voor een verdere verhoging van de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Tuur Elzinga, voorzitter van de FNV, spreekt duidelijke taal: “Het kabinet is weliswaar demissionair, maar het mag zich hier niet achter verstoppen. Er is een grondwettelijke taak om iedereen in dit land bestaanszekerheid te bieden.”
Het CPB onderstreept de urgentie van deze boodschap door te waarschuwen dat als er geen actie wordt ondernomen door het demissionaire kabinet, de armoede in Nederland snel zal toenemen. Met bedrijven die recordwinsten noteren, ligt het gevaar op de loer dat in 2024 een miljoen mensen onder de armoedegrens leven.
De FNV heeft in het verleden al aangedrongen op een minimumloon van € 14, wat overeenkwam met 60% van het mediaan inkomen. Maar inflatie heeft deze norm achterhaald, waardoor dit bedrag nu ontoereikend is voor velen.
Het beeld van werknemers uit de sociale werkvoorziening die op het Plein in Den Haag kamperen uit protest tegen hun lage lonen is hartverscheurend. En zoals Elzinga terecht opmerkt, kan het zijn dat als er geen actie wordt ondernomen, dit niet slechts een protest is, maar een harde realiteit voor velen.
Hoewel het CPB stelt dat er enige verbetering is in de koopkracht, is het niet voldoende om de financiële tegenslagen van de afgelopen jaren te compenseren. Degenen die het hardst worden getroffen zijn de mensen met lagere inkomens en uitkeringsgerechtigden.
Hoewel het demissionaire kabinet terughoudendheid moet betrachten, wijst het CPB op het toenemende gevaar van armoede. Als er geen actie wordt ondernomen, kan armoede een realiteit worden voor 5,7% van de totale bevolking en groeit 7% van alle kinderen op in armoede.
Terwijl we uitkijken naar de details van de begroting voor 2024 en Prinsjesdag, is het duidelijk dat er actie moet worden ondernomen. Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak. Het is tijd voor het kabinet om haar grondwettelijke plicht na te komen en voor alle Nederlanders te zorgen.
Met deze samenwerking bereikt Solmar.nl een groter publiek en hoeven de klanten van Flixbus niet meer over te stappen in Parijs of Frankfurt.
Vervoersbedrijven Solmar.nl en Flixbus zullen extra capaciteit inzetten om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar busvervoer. Reizigers kunnen al vanaf 49 euro een busreis boeken voor een enkele reis. De recente ontwikkelingen op luchthavens wereldwijd hebben geleid tot beperkte capaciteit en vertragingen in de reisindustrie. Als reactie hierop hebben Solmar.nl en Flixbus, vooraanstaande aanbieders van busvervoer, besloten om samen te werken.
Met deze samenwerking kan Solmar.nl een breder publiek bereiken en hoeven Flixbus-klanten niet langer over te stappen in Parijs of Frankfurt. Dit zal de reistijd voor Flixbus-reizigers aanzienlijk verminderen. Van oktober 2023 tot minstens april 2024 zal Solmar.nl blijven rijden naar Benidorm op maandagen en vrijdagen, wat vooral interessant is voor reizigers die op zoek zijn naar de winterzon.
reizigers
De beperkte capaciteit op luchthavens heeft talloze uitdagingen voor reizigers met zich meegebracht, variërend van hoge ticketprijzen tot onzekerheid over vluchten. Door gebruik te maken van het uitgebreide busnetwerk van Solmar.nl en Flixbus kunnen reizigers deze problemen vermijden en alsnog genieten van hun geplande reis naar Spanje. Bovendien hoeven reizigers zich geen zorgen te maken over de beperkingen op luchthavens.
Door gebruik te maken van het uitgebreide busnetwerk van Solmar.nl en Flixbus kunnen reizigers deze problemen vermijden en alsnog genieten van hun geplande reis naar Spanje.
Solmar.nl en Flixbus hebben besloten om voornamelijk extra bussen in te zetten tijdens het hoogseizoen. Deze extra capaciteit biedt reizigers de flexibiliteit om op verschillende tijdstippen te reizen. Bovendien zorgt het feit dat ze Spanje kunnen bereiken zonder afhankelijk te zijn van de beperkte beschikbaarheid van vluchten ervoor dat reizigers meer rust ervaren.
“Als toonaangevende spelers in de reisbranche begrijpen we als geen ander welke uitdagingen reizigers momenteel tegenkomen. Door extra capaciteit in te zetten en onze busdiensten uit te breiden, willen we ervoor zorgen dat reizigers comfortabel en betrouwbaar kunnen reizen,” aldus de woordvoerder van Solmar.nl.
Reizigers kunnen profiteren van het uitgebreide busnetwerk van Solmar.nl en Flixbus, dat verschillende steden en vakantiebestemmingen in Spanje met elkaar verbindt. Of het nu gaat om een ontspannen strandvakantie of het verkennen van culturele hoogtepunten, de busdiensten bieden een betrouwbaar en betaalbaar alternatief voor vliegreizen. Voor meer informatie over de busdiensten en het boeken van tickets kunnen reizigers terecht op de officiële websites van Solmar.nl en Flixbus.
Het chronische wereldwijde tekort aan professionele vrachtwagen-, bus-, touringcar- en taxichauffeurs versnelt en treft miljoenen werknemers in het wegvervoer, werkgevers en diensten.
IRU, de wereldwijde werkgeversorganisatie voor wegvervoer, die meer dan 3,5 miljoen wegvervoerders vertegenwoordigt, en ITF, de International Transport Workers’ Federation, die 18,5 miljoen transportarbeiders vertegenwoordigt, hebben vandaag een driepuntenplan gelanceerd om het chauffeurstekort op te lossen.
De nieuwe aanpak heeft tot doel het tekort aan chauffeurs en de onevenwichtigheden op de vervoersmarkt te verminderen, te zorgen voor behoorlijke arbeidsomstandigheden en normen voor chauffeurs die buiten hun eigen land werken, en de regels voor werknemers en werkgevers te vereenvoudigen en te handhaven.
“Het chauffeurstekort loopt snel uit de hand. Het in evenwicht brengen van het wereldwijde arbeidsaanbod en de vraag via eenvoudige maatregelen om legale immigratie te vergemakkelijken en een einde te maken aan de uitbuiting van niet-ingezeten chauffeurs, is een manier om het probleem op te lossen, fatsoenlijk werk te ondersteunen en vitale wegvervoersdiensten in beweging te houden.”
IRU-secretaris-generaal Umberto de Pretto.
Het plan schetst actie voor de VN, nationale regeringen en de industrie:
VN en internationale organisaties – ontwikkel een mondiaal kader met duidelijke richtlijnen om niet-ingezeten chauffeurs te beschermen; de rijomstandigheden verbeteren en de sociale cohesie vergroten; en harmonisatie van kwalificatienormen en grensoverschrijdende erkenning.
Nationale regeringen – arbeidsimmigratieprocedures wijzigen en handhaven om niet-ingezeten chauffeurs te beschermen, bureaucratie verminderen om legale immigratie voor huidige en potentiële chauffeurs te vergemakkelijken; de erkenning van kwalificaties uit derde landen stimuleren via bilaterale overeenkomsten; investeren in en de handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van wegvervoer verbeteren; en subsidiëring van binnenlandse opleidings- en integratieprogramma’s.
Wegvervoerders – ontwikkel operationele integratieprogramma’s voor niet-ingezeten chauffeurs om dezelfde voorwaarden te krijgen als hun binnenlandse werknemers; en ondersteuning van training, vaardighedenbeheer en certificeringsprocessen.
De nieuwe aanpak heeft tot doel het tekort aan chauffeurs en de onevenwichtigheden op de vervoersmarkt te verminderen.
ITF-secretaris-generaal Stephen Cotton zei: “Overheden, transportwerkgevers en de multinationale klanten van transport moeten samenwerken met vakbonden om fatsoenlijk werk te creëren om een einde te maken aan het tekort aan chauffeurs. Het wegvervoer zal alleen chauffeurs kunnen aantrekken en behouden als het gebaseerd is op samenwerking tussen alle belanghebbenden en rechthebbenden om fatsoenlijk werk, fundamentele arbeidsrechten en echte sociale bescherming te garanderen.”
Het plan heeft tot doel de nationale arbeidspools beter in evenwicht te brengen – tussen die met een overschot en die met een tekort aan chauffeurstalent – zonder problemen van het ene land naar het andere te exporteren. Het mag bestaande nationale initiatieven niet terzijde schuiven of de veiligheidsnormen of de arbeidsomstandigheden schaden.
Het chronische wereldwijde tekort aan professionele vrachtwagen-, bus-, touringcar- en taxichauffeurs versnelt en treft miljoenen werknemers in het wegvervoer, werkgevers en diensten. In 2022 was ongeveer 11% van de chauffeursposities onvervuld. Aangezien in veel landen tot een derde van de chauffeurs binnen de komende drie jaar met pensioen gaat, zouden de onvervulde chauffeursposities tegen 2026 meer dan kunnen verdubbelen.
Overheden, vakbonden en exploitanten voeren meerdere acties uit, maar het is niet genoeg. Andere oplossingen zijn onder meer het subsidiëren van licentie- en opleidingskosten, het aanleggen van veiligere en beveiligde parkeerplaatsen met betere faciliteiten, het stimuleren van meer vrouwen en jongeren voor het beroep, en het verbeteren van de behandeling van chauffeurs en het verbeteren van het begrip van het beroep, aldus de IRU.
Vanaf juni 2023 reis je vanaf Eindhoven Airport met Flixbus naar Amsterdam, Antwerpen, Brussel en Parijs.
Busvervoerorganisatie Flixbus biedt binnenkort dagelijks busvervoer aan tussen Eindhoven Airport en diverse steden. De dienstregeling start in juni en wordt in de loop van de zomer opgeschaald naar Amsterdam-Brussel/Antwerpen-Parijs. In de zomer en in de loop van het najaar worden de frequentie en het aantal bestemmingen verder uitgewerkt. Daarna wordt bekeken of uitbreiding van het aantal bestemmingen van Flixbus vanaf/naar Eindhoven Airport met bijvoorbeeld Hamburg, München en Berlijn haalbaar is.
Met het aangaan van deze strategische samenwerking dient Eindhoven Airport als mobiliteitshub waarbij de luchthaven en Flixbus tegemoet komen aan de mobiliteitsbehoefte van de regio Brainport. Flixbus biedt vanaf/naar Eindhoven Airport bestemmingen aan die mede vanwege duurzaamheidsredenen niet zijn opgenomen in het vliegbestemmingennetwerk van Eindhoven Airport. Door de overeenkomst versterkt de luchthaven haar bijdrage aan de mobiliteitsbehoefte van de regio. Daarnaast draagt de luchthaven nog beter bij aan de verbinding van de regio.
Foto: Pitane Blue – Flixbus
De luchthaven biedt reizigers de mogelijkheid om te kiezen uit diverse mobiliteitsvormen. Naast haar uitgebreide netwerk aan vliegbestemmingen zijn op de luchthaven een OV-busstation, elektrische deelfietsen en elektrische deelscooters, fietsvoorzieningen, taxi’s en parkeergelegenheid voor auto’s beschikbaar. Daaraan worden nu dus ook door Flixbus uitgevoerde busverbindingen van en naar diverse steden toegevoegd.
Op de site van Eindhoven Airport is vermeld welke bestemmingen vanaf/naar Eindhoven Airport via Flixbus bereikbaar zijn.
Vanaf 1 januari 2024 mogen de touringcars dus de stad niet meer in en mogen ze alleen nog naar de rand van Amsterdam rijden, buiten de centrumring S100.
De gemeente Amsterdam meldt dat er vanaf 1 januari 2024 binnen de ring rond het centrum van Amsterdam geen zware touringcars vanaf 7,5 ton meer welkom zijn. De zware touringcars zorgen namelijk voor veel overlast voor de bewoners in Amsterdam. De touringcars zorgen onder andere voor onveilige verkeerssituaties voor fietsers en voetgangers en opstoppingen in smalle straatjes. Dit tot grote ergernis van omwonenden. Het gewicht van de zware touringcars is ook niet goed voor de vele kades en bruggen in de stad. En al wachtend op de passagiers stoten ze ook veel schadelijke gassen uit met hun draaiende motoren.
“Touringcars zijn handig voor bijvoorbeeld het vervoer van schoolklassen of ouderen naar culturele plekken in de stad. Maar 300 tot 450 touringcars per dag zijn er te veel voor het centrum, waar juist weinig plek is. Daar gaan we vanaf volgend jaar een eind aan maken.”
Wethouder Melanie van der Horst van Verkeer en Vervoer.
De touringcars zorgen onder andere voor onveilige verkeerssituaties voor fietsers en voetgangers en opstoppingen in smalle straatjes.
Vanaf 1 januari 2024 mogen de touringcars dus de stad niet meer in en mogen ze alleen nog naar de rand van Amsterdam rijden, buiten de centrumring S100. Vanuit daar kunnen bezoekers verder reizen met het openbaar vervoer.
overlast
Bewoners ervaren overlast van de zware touringcars. Volgens de stad Amsterdam zorgen zij voor opstoppingen in smalle straatjes en maken het verkeer voor fietsers en voetgangers onveiliger. Ook zijn ze te zwaar voor de kades en bruggen, en stoten ze veel schadelijke gassen uit als ze met een draaiende motor staan te wachten op hun passagiers. Daarom mogen zware touringcars het centrum niet meer in. Ze moeten buiten de centrumring S100 blijven. Amsterdam gaat aan de slag met extra op- en uitstapplekken. Ook verbeteren ze bestaande plekken. Er komt bijvoorbeeld een extra op- en uitstapplek op de De Ruijterkade Oost. Daarnaast werken ze aan goede parkeerplekken bij stations, van waar bezoekers met het openbaar vervoer naar het centrum kunnen gaan.
uitzonderingen
Er zal uitzondering worden gemaakt voor de Weesperstraat, Valkenburgerstraat en Kattenburgerstraat. Hier liggen veel culturele organisaties, zoals het Nemo, het Joods Historisch Museum, de Hermitage en de Joods Portugese Synagoge. Grote touringcars die basisschoolleerlingen, ouderen, mensen met een beperking of artiesten naar bepaalde (kunst, educatieve of culturele) locaties rijden, kunnen een ontheffing aanvragen.