Categorie archieven: Voetgangers

Veiligheidsrisico’s overschaduwen de Gentse Winterfeesten

Met de opkomst van dreigingen zoals terrorisme, is de aandacht voor openbare veiligheid aanzienlijk toegenomen.

Terwijl de Gentse Winterfeesten een periode van feestelijke vreugde en samenhorigheid moeten inluiden, rijst de vraag of de veiligheidsmaatregelen in Gent wel toereikend zijn, vooral in het licht van de voortdurende terreurdreiging in Europa. Ondanks de verhoogde waakzaamheid van de politie, blijven er zorgwekkende lacunes in de beveiliging van het evenement.

Het meest verontrustend is onze waarneming van voertuigen die zich toch een weg banen door mensenmassa’s. Het beeld van een verdwaalde automobilist die zich door de menigte in de binnenstad van Gent manoeuvreert, is niet alleen alarmerend maar ook onaanvaardbaar. Deze situaties roepen onmiddellijk herinneringen op aan tragische incidenten op Europese kerstmarkten, waar voertuigen werden gebruikt als middel voor aanslagen, met catastrofale gevolgen.

Het is onbegrijpelijk dat in een stad als Gent, terwijl er een dreigingsniveau voor terreur is, voertuigen, waaronder taxi’s en scooters van pizzabezorgers, ongehinderd rondrijden in gebieden die dichtbevolkt zijn met bezoekers van de Winterfeesten. Dit toont een zorgwekkende discrepantie tussen de theoretische veiligheidsvoorschriften en de praktische uitvoering ervan.

In Gent is deze uitdaging bijzonder relevant tijdens evenementen zoals de Winterfeesten. De historische binnenstad, met zijn nauwe straatjes en open pleinen, is bij uitstek geschikt voor voetgangers, maar vormt ook een uitdaging voor de handhaving van de veiligheid.

Hoewel voor kerstmarkten en eindejaarsevenementen het dreigingsniveau op twee staat, is het evident dat de huidige veiligheidsmaatregelen onvoldoende zijn om de specifieke risico’s die deze evenementen met zich meebrengen, aan te pakken. Het gebruik van betonblokken om bepaalde delen van de stad af te sluiten voor verkeer is een stap in de goede richting, maar deze maatregel verliest zijn effectiviteit als andere drukke gebieden onbeschermd blijven en verstoord worden door trams, verdwaalde auto’s, scooters en taxi’s.

opvallend

De contrasten tussen de veiligheidsmaatregelen tijdens de Gentse Feesten en de Winterfeesten zijn opvallend. Tijdens de Gentse Feesten lijkt er een striktere handhaving van verkeersbeperkingen te zijn, terwijl tijdens de Winterfeesten dergelijke voorzorgsmaatregelen minder evident lijken. Dit gebrek aan consistentie in veiligheidsmaatregelen roept vragen op over de prioriteiten van de stad als het gaat om het waarborgen van de veiligheid van haar burgers en bezoekers tijdens grote evenementen.

Deze veiligheidskwesties onderstrepen een dringende behoefte aan een herziening van de veiligheidsprotocollen tijdens grote publieke evenementen in Gent. Incidenten zoals die in Nice en Berlijn, waarbij voertuigen werden gebruikt om aanslagen te plegen op menigten, hebben steden over de hele wereld doen nadenken over hoe dergelijke tragedies voorkomen kunnen worden.

Digitale waarschuwingen voor schoolzones verhogen verkeersveiligheid

De proefperiode liet zien dat moderne technologie een directe impact kan hebben op het rijgedrag van automobilisten.

De introductie van een digitale waarschuwing voor automobilisten bij het naderen van schoolzones in 2024 is een grote vooruitgang in de verkeersveiligheid rond Nederlandse scholen. Dit initiatief, dat voortkomt uit een succesvolle proefperiode, is gericht op het beschermen van schoolgaande kinderen, een van de meest kwetsbare groepen verkeersdeelnemers.

Een schoolzone, gedefinieerd als een specifiek gebied rondom een school aangewezen door de gemeente, is vaak een centrum van intensieve activiteit, met kinderen en ouders die te voet, per fiets of met de auto arriveren. Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt het belang van deze nieuwe technologie, waarbij data ingezet wordt om automobilisten alert te maken op hun omgeving, vooral tijdens de hectische momenten van begin en einde van de schooldag.

Deze digitale waarschuwingen, die een aanvulling vormen op fysieke wegaanduidingen, zijn getest in vijf Nederlandse gemeenten Amsterdam, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Meijerijstad en Rotterdam. Hierbij speelde de samenwerking met de PO-raad, de sectorvereniging voor primair onderwijs, een cruciale rol. Samen brachten zij de locaties van 190 schoolzones in kaart en creëerden een database met gedetailleerde informatie over schooltijden en vakanties.

“Als scholen beginnen of eindigen, krioelt het van de ouders en kinderen rondom elke school. Op de fiets, te voet of op weg naar de auto. Dit kan onverwachte situaties opleveren, want kinderen zijn nog bezig met het begrijpen van de situaties in het verkeer. Ik vind het een hele mooie uitkomst dat nu blijkt dat data hierbij kan helpen. Als mensen hun rijgedrag aanpassen door een alarm dat ze krijgen in hun auto, zijn ze extra scherp en daarmee wordt de kans op ongelukken kleiner.”

Mark Harbers – Minister Infrastructuur en Waterstaat

Tijdens de proefperiode van december 2022 tot juni 2023 ontvingen automobilisten bij het naderen van een schoolzone een gesproken bericht of een tekstwaarschuwing via hun (navigatie)app, met de duidelijke boodschap om vaart te minderen. Deze waarschuwingen werden mogelijk gemaakt door de samenwerking van verschillende organisaties, waaronder ANWB, Be-Mobile, Tripservice, Locatienet en GeoJunxion, die de data deelden via hun respectievelijke reisapps.

De resultaten van de proef zijn veelbelovend: uit enquêtes onder 3500 gebruikers blijkt dat meer dan de helft van de automobilisten aangeeft alerter te zijn en hun rijgedrag aan te passen door langzamer te rijden. Deze positieve reactie op de digitale waarschuwingen heeft geleid tot het besluit de proef landelijk uit te rollen.

In de volgende fase van dit project zullen alle Nederlandse scholen hun gegevens over schooltijden, vakanties en vrije dagen aanleveren aan de PO-raad. Deze informatie wordt vervolgens gedeeld met het Nationale Dataportaal Wegverkeer (NDW), dat de verantwoordelijkheid draagt om deze te combineren met de locatiedata van schoolzones. Het NDW zal deze gecombineerde gegevens vervolgens toegankelijk maken voor alle navigatieapps en autofabrikanten, inclusief de logistieke sector.

Vlaamse overheid zet in op veiligheid van kruispunten en schoolomgevingen

De cijfers liegen er niet om. De overheid investeert in veiligere kruispunten en schoolroutes, en de resultaten beginnen zichtbaar te worden.

Vlaanderen kan zich op de borst kloppen als het gaat om verkeersveiligheid op de gewestwegen. Met 1.728 kruispunten onder haar beheer, maakte Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters bekend dat bijna 93% van deze kruispunten gedeeltelijk conflictvrij of beveiligd zijn. Het cijfer kwam aan het licht tijdens een vergadering van de commissie in het Vlaams Parlement.

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) hanteert een actieplan waarmee jaarlijks 125 kruispunten worden gescreend en aangepast. Tot op heden zijn er al 816 van de 1.728 lichtengeregelde kruispunten in overeenstemming gebracht met de principes van dit Actieplan Verkeerslichten. Lydia Peeters legt uit dat Vlaanderen verscheidene initiatieven neemt om de veiligheid te verhogen. “Jaarlijks maken we gemiddeld zo’n 125 kruispunten maximaal conflictvrij, dat is één kruispunt om de drie dagen,” zei ze.

Het indrukwekkende cijfer is des te relevanter als je bedenkt dat er in 2022 een recordaantal van 142 kruispunten volledig conflictvrij werd gemaakt. Maar de focus ligt niet alleen op de kruispunten. Er worden jaarlijks aanpassingen doorgevoerd aan de lichtenregeling van 350 tot 400 kruispunten op basis van meldingen en andere beslissingen.

Hoewel het Actieplan Verkeerslichten de aandacht trekt, mogen we de lokale inspanningen niet vergeten.

En de verkeersveiligheid beperkt zich niet tot de gewestwegen. Vlaamse steden en gemeenten hebben de afgelopen vier jaar ongeveer 1.500 schoolomgevingen en 102 schoolroutes veiliger gemaakt. Voor deze inspanningen is bijna 9 miljoen euro aan Vlaamse subsidies verstrekt.

Een subsidie is bedoeld voor kleine, snel uitvoerbare maatregelen zoals verkeerssignalisatie en kleine infrastructuurprojecten. Steden en gemeenten kunnen elk kalenderjaar één subsidieaanvraag indienen voor maximaal 10 schoolomgevingen.

In de nabije toekomst worden nog meer schoolomgevingen veilig gemaakt. Er lopen momenteel 77 dossiers voor 297 veilige schoolomgevingen, waarvoor Lydia Peeters 2,1 miljoen euro aan subsidie heeft gereserveerd. Daarnaast zijn er 73 steden en gemeenten die een dossier hebben voor het veiliger maken van 229 schoolroutes, met een budget van bijna 10 miljoen euro aan voorziene subsidies.

Wandelaars starten de Nijmeegse Vierdaagse onder stralende zonneschijn

Bijna 43.400 wandelaars zijn vanochtend begonnen aan de 105e editie van de Nijmeegse Vierdaagse.

Maandagavond gaven de weergoden hun zegen aan de start van de 105e editie van de Nijmeegse Vierdaagse. De hemel boven de Wedren bleef helder en droog, wat een opgeluchte sfeer bracht na dagen van vluchten voor regenbuien. De weersverwachting voor dinsdag blijft even gunstig, met voorspellingen van 24 graden en geen druppel regen. De Vierdaagse van Nijmegen kende dit jaar een ongelooflijk aantal van bijna 43.400 deelnemers, die dinsdagochtend aan hun wandelavontuur begonnen. 

Tranen, blaren, lachen, praten, feesten en duizenden kilometers lopen.

De ‘safetycar’ is een nieuwe toevoeging aan de Nijmeegse Vierdaagse, geïntroduceerd door de organisatie om te garanderen dat wandelaars die voor een snelle finish gaan niet in riskante situaties belanden. Het is niet toegestaan voor de vlotte lopers om deze veiligheidsauto te passeren. Deze actie is voornamelijk gericht op een selecte groep wandelaars, inclusief een rolstoelgebruiker, die ieder jaar als doel stellen om als eersten de finishlijn bij de Wedren te bereiken. Ze voltooien de 50 kilometer route zo snel dat de koplopers reeds voor 10.00 uur ’s ochtends in Nijmegen arriveren.

diskwalificatie 

Het is niet alleen verboden om de ‘safetycar’ in te halen, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Snelle wandelaars die ervoor kiezen de ‘safetycar’ te negeren, lopen het risico een mobiele controlepost te missen. Dit kan leiden tot diskwalificatie bij aankomst. Het is belangrijk op te merken dat de regels van het evenement hardlopen of snelwandelen expliciet verbieden.

Het KRO-NCRV programma ‘Het Gevoel van de Vierdaagse’ met Fons de Poel, Sosha Duysker en boswachter Tim Hogenbosch aan het roer, biedt dagelijkse verslaggeving van het evenement. Hun missie? De betekenis van ’s werelds grootste wandelevenement naar de kijkers brengen door middel van reportages, portretten en historische notities.

De eerste dag van de 105e editie, beter bekend als de Dag van Elst, voert de wandelaars door het centrum van Elst, de Betuwe en over de dijk tussen Lent en Oosterhout. Maar wat is een vierdaagse zonder feest? Het dorp Elst heeft zijn naam gegeven aan de Blauwe Dinsdag, en het centrum van het dorp bruist van de festiviteiten. De straten zijn versierd, de muziek klinkt luid en duidelijk en de supporters staan ​​klaar om de wandelaars met vreugde en enthousiasme toe te juichen.

Tranen, blaren, lachen, praten, feesten en duizenden kilometers lopen: dit zijn de ingrediënten die de Vierdaagse zo’n bijzondere gebeurtenis maken. Het gevoel van de Vierdaagse is weer terug en belooft nog vier dagen van opwindende gebeurtenissen, adembenemende landschappen en onvergetelijke momenten voor zowel de deelnemers als de toeschouwers.

Reactie op rapport: Perspectief voor de veren

De Veerpontencoalitie, bestaande uit ANWB, Fietsplatform, Fietsersbond, NTFU, Te Voet, Vrienden van de Veerponten en Wandelnet, komt met een reactie op het rapport.

Op 9 maart 2023 publiceerde VNG Gelderland het rapport ‘Perspectief voor de veren’. In de rapportage wordt een beeld gegeven van het verenbestand in Gelderland en de ontwikkeling van het Verenfonds. Er is de afgelopen vier jaar veel gesproken over de veren en er is veel onderzoek gedaan, maar voor de oplossingen werd vooral naar elkaar gewezen. Het rapport is voorzien van een advies en geeft een indruk van de discussies. Ook wordt er een beeld geschetst van oplossingsrichtingen. De Veerpontencoalitie, bestaande uit ANWB, Fietsplatform, Fietsersbond, NTFU, Te Voet, Vrienden van de Veerponten en Wandelnet, komt met een reactie op het rapport.

Snel commitment van de provincie

De Veerpontencoalitie waardeert de visie van VNG Gelderland op de waarde en het belang van ponten zoals uiteen gezet in het rapport. Ze delen het besef van urgentie om nu met spoed tot een oplossing te komen voor het verdwijnen van het Verenfonds. Het rapport legt een basis voor een spoedige oplossing. In de reactie is te lezen dat voor een volgende stap volgens de coalitie snel commitment van de provincie nodig is. Ook is nader overleg met de gebruikers noodzakelijk.

Knoppenmodel biedt geen oplossing maar analysemogelijkheid

Het VNG Gelderland rapport komt met een aantal aanbevelingen om veren in Gelderland overeind te houden. Een zogenoemd ‘knoppenmodel’ en de verschillende rollen van de overheden, exploitanten en gebruikers moeten uitkomst bieden. De VNG stelt voorop dat bijdragen aan de instandhouding van de veren een maatschappelijk belang dient. De Veerpontencoalitie wil nog een stap verder gaan dan VNG Gelderland. “Wij stellen dat de provincie een duidelijke verantwoordelijkheid heeft die tot uiting moet komen in een actieve regierol die partijen bij elkaar brengt en houdt. En die op basis van het door de VNG geopperde ‘knoppenmodel’ een structurele oplossing voor de veerpontenproblematiek garandeert”, aldus Peter Leonhart, ANWB.

De Veerpontencoalitie stelt dat de provincie haar rol moet nemen en moet staan voor de bevordering van de leefbaarheid

Het geopperde model en de aanbevelingen bieden op zichzelf geen oplossing, maar een voor alle ponten hanteerbaar analysemodel. Marina van Dijk, Fietsplatform: “De provincie neemt een groot risico met de Gelderse veren door via de exploitanten de druk bij gebruikers en oevergemeenten te leggen.” De Veerpontencoalitie vindt dat de provincie Gelderland haar verantwoordelijkheid moet nemen door niet alleen de regie te nemen, maar ook door een lange termijnvisie op de veerponten te ontwikkelen. Deze moet de veerponten structureel steunen als blijkt dat naar aanleiding van het knoppenmodel een sluitende exploitatie niet mogelijk blijkt.

Betaalbaarheidsijkpunt voor veelgebruikers

In de reactie geeft de Veerpontencoalitie aan begrip te hebben voor een geleidelijke tariefsverhoging, maar wensen een ijkpunt voor de betaalbaarheid voor veelgebruikers. Het voorstel om de zorg voor de veerweg, bewegwijzering, veerstoep en aankleding met de exploitant te delen vinden ze nog onduidelijk. ‘Volgens ons is dit een taak van de oevergemeenten. Natuurlijk in overleg met, maar niet samen, met de exploitant”, aldus Eef Meijerman Vrienden van de Veerponten.

Veerponten essentieel voor prettige leefomgeving

De Veerpontencoalitie stelt dat de provincie haar rol moet nemen en moet staan voor de bevordering van de leefbaarheid; meer lopen en fietsen, kortere autoritten en vracht- en landbouwverbindingen faciliteren. Dit zorgt voor meer binnenlandse en lokale recreatie. Daarmee worden de lokale economie en voorzieningen versterkt, is de gezondheid gebaat door meer beweging én als laatste en zeker niet onbelangrijk, het behoud van typische Gelderse cultuurhistorie.

Mobiliteitsexpert Goudappel verstevigt marktpositie

Adviesbureau Goudappel heeft onlangs alle aandelen overgenomen van Meet4research: een marktonderzoekbureau, gespecialiseerd in belevingsonderzoek in het openbaar vervoer en de openbare ruimte.

Adviesbureau Goudappel heeft onlangs alle aandelen overgenomen van Meet4research: een marktonderzoekbureau, gespecialiseerd in belevingsonderzoek in het openbaar vervoer en de openbare ruimte. Directeur Wim Korver: “Wij hadden al een 49% belang in Meet4research en door dit belang te verhogen naar 100% kunnen we belevingsonderzoek aan al onze klanten aanbieden. Hiermee geven we invulling aan de groeiende behoefte aan kennis en inzicht op het gebied van beleving.”

Meet4research is gespecialiseerd in kwalitatief en kwantitatief onderzoek en verricht metingen zoveel mogelijk op het moment van beleving. Hiermee worden handvatten geboden om te komen tot beleidsadviezen die de leefomgeving verbeteren. Wim Korver: “Dit sluit aan op onze visie: Wij verbeteren de leefomgeving met onze mobiliteitskennis, en dragen zo bij aan het vergroten van de brede welvaart in de samenleving.”

Beleving is een ‘zacht’ begrip dat ‘hard’ meetbaar is.

Rick Schotman, trekker van het belevingsonderzoek binnen Goudappel: “Beleving en gedrag worden in de praktijk vaak op één hoop gegooid. Toch gaat het hier om verschillende aspecten die in elkaars verlengde liggen. Menselijk gedrag wordt beïnvloed door prikkels uit de omgeving, vaak zonder dat wij ons hiervan bewust zijn. Ruim 95% van de omgevingsprikkels (zoals geluid, temperatuur, kleur en geur) nemen we onbewust waar, maar beïnvloeden wel onze gevoelens (beleving) en daarmee ons gedrag. Beleving is een ‘zacht’ begrip dat ‘hard’ meetbaar is. Meet4research doet hier voor uiteenlopende opdrachtgevers onderzoek naar: in het openbaar vervoer (reis- en stationsbeleving), onder fietsers (stedelijk en buitenstedelijk) en voetgangers ten behoeve van hinderbeleving (wegonderhoud), en in stadscentra en specifieke openbare ruimtes.”

Groeiende behoefte aan inzicht op het gebied van beleving.

Rick Schotman van Goudappel ziet veel mogelijkheden: “Wij merken een groeiende behoefte aan kennis en inzicht op het gebied van beleving. En dan met name hoe beleving ingezet kan worden als sturingselement. Het concept van Meet4research heeft een aanzienlijke groeipotentie en sluit goed aan op het werk dat we al doen op het gebied van mobiliteit, infrastructuur en openbare ruimte. Op deze wijze kunnen we onze klanten nog meer expertise bieden. Beleving kan ingezet worden om op kostenefficiënte wijze sturing te geven. In onze werkzaamheden onderzoeken we hoe die sturingsdimensies ingevuld kunnen worden wat we vervolgens vertalen in concrete adviezen.”

Den Haag zet in op verbetering verkeersveiligheid

Om de verkeersveiligheid in de stad verder te verbeteren is door het college van B&W een uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2023-2026 vastgesteld.

Om de verkeersveiligheid in de stad verder te verbeteren is door het college van B&W een uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid (UVP) (externe link)2023-2026 vastgesteld. In het programma wordt onder meer ingezet om per jaar de omgeving van 20 scholen verkeersveiliger te maken, onveilige zebrapaden aan te pakken en verkeerseducatie te verzorgen voor jonge en oude Hagenaars. Ook wordt er met partners verder gegaan met de zogeheten ‘hufteraanpak’ om ongewenst gedrag in het verkeer tegen te gaan. In totaal wordt ruim 25 miljoen euro uitgetrokken voor het programma.

‘‘De gemeente Den Haag maakt een punt van 0 verkeersslachtoffers en zet hiervoor in op verbetering van de verkeersveiligheid. Iedereen in onze stad moet zich namelijk veilig kunnen verplaatsen in de stad. Waar ik blij mee ben is dat in het programma klachten en meldingen van bewoners over verkeersveiligheid zijn meegenomen. Binnen de uitvoering van alle projecten wordt gekeken hoe Hagenaars het beste kunnen worden betrokken. Alleen samen maken kunnen we de stad verkeersveiliger maken”.

Wethouder Anne Mulder.

Thema’s

Het UVP is opgesteld aan de hand van meerdere thema’s. Voorbeelden van deze thema’s zijn veilige infrastructuur voor fietsers en voetgangers, veilige snelheden, verkeersveilig gedrag aanleren en ongewenst en asociaal verkeersgedrag afleren. Per thema worden meerdere concrete maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Voor het thema veilige infrastructuur voor fietsers en voetgangers wordt bijvoorbeeld ingezet op het aanpakken van zogeheten black spots. Dit zijn plekken waar veel ongelukken gebeuren. Ook wordt gekeken naar het verbeteren van de verkeersveiligheid bij winkelcentra. Op een aantal van de Haagse 50-kilometerwegen worden verkeersveiligheidsmaatregelen genomen die ook de doorstroming ten goede komen. De meest onveilige plekken worden het eerste aangepakt.

Gedrag speelt een grote rol binnen verkeersveiligheid. De gemeente Den Haag vindt het daarom belangrijk aandacht te geven aan verkeersveilig gedrag en Hagenaars te ondersteunen om veilig aan het verkeer deel te nemen.

Leven lang leren

Gedrag speelt een grote rol binnen verkeersveiligheid. De gemeente Den Haag vindt het daarom belangrijk aandacht te geven aan verkeersveilig gedrag en Hagenaars te ondersteunen om veilig aan het verkeer deel te nemen. Voor basisschoolleerlingen wordt daarom bijvoorbeeld het programma ‘Veilig Leren Fietsen’ voortgezet. Jaarlijks worden lessen uit dit programma aan ruim dertig scholen aangeboden, waaraan ongeveer 10.000 kinderen deelnemen.

De gemeente Den Haag biedt voor ouderen een pakket verkeerscursussen aan voor het veilig gebruik van de fiets, e-bike en scootmobiel en het bijhouden van de rijvaardigheid voor de auto. Ook het opfrissen van kennis van verkeersregels is onderdeel van de cursussen. Dit wordt gedaan in een wijkgerichte benadering, deze blijkt effectief en het aanbod voorziet in een behoefte van Haagse senioren.

Hufteraanpak

Samen met politie, Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland en gemeente Rotterdam is in 2021 gestart met de ontwikkeling van een hufteraanpak. Het race- en patsergedrag van vooral jonge mannen staat centraal in een campagne die oproept tot zelfreflectie. Deze campagne wordt versterkt door de inzet van handhaving waarbij streng opgetreden wordt. De komende tijd gaat de gemeente Den Haag verder met deze aanpak, aldus de gemeente.

Provincie Utrecht waarborgt routenetwerken

Het Routebureau Utrecht wordt in de huidige vorm per 2023 ondergebracht bij de provincie Utrecht.

Per 1 januari 2023 hernieuwen de provincie Utrecht en 26 Utrechtse gemeenten de samenwerking in het Routebureau Utrecht voor het beheer en onderhoud, de ontwikkeling en de informatievoorziening en marketing voor de recreatieve fiets-, wandel- en vaarroutes in de provincie Utrecht. Het Routebureau Utrecht wordt in de huidige vorm per 2023 ondergebracht bij de provincie Utrecht.

Routebureau Utrecht

Sinds 2018 is het Routebureau Utrecht het centrale aanspreekpunt voor ‘routegebonden recreatie’ in de provincie Utrecht. Met een focus op kwaliteit, uniformiteit en toegankelijkheid van routes beheert het Routebureau Utrecht de bewegwijzerde recreatieve routenetwerken, waaronder het fietsroutenetwerk met fietsknooppunten en de bewegwijzerde wandelroutenetwerken. Het Routebureau Utrecht is verbinder tussen provincie, gemeenten, routeontwikkelaars, terreinbeherende organisaties, landgoedeigenaren, marketingorganisaties en partijen die zich bezighouden met recreatieve routes.

Bestuurders van de gemeenten en de provincie Utrecht herbevestigen de samenwerking in het Routebureau Utrecht.

Nieuwe organisatie

Afgelopen jaren was het Routebureau Utrecht operationeel onderdeel van Recreatie Midden-Nederland, tevens uitvoeringsorganisatie van de recreatieschappen. In verband met de aanstaande opheffing van RMN is gezocht naar een nieuwe organisatievorm, waarbij de samenwerking tussen provincie en gemeenten gelijkwaardig blijft en het Routebureau vanuit dezelfde identiteit blijft functioneren. Per 1 januari 2023 zal het Routebureau Utrecht, in de huidige vorm, worden ondergebracht bij de provincie Utrecht.

Herbevestiging samenwerking

Tijdens het bestuurlijk overleg op 25 november 2022 is het hernieuwde convenant ondertekend door de portefeuillehouders recreatie van alle gemeenten en door de gedeputeerde Rob van Muilekom van de provincie Utrecht. Hiermee herbevestigen zij de samenwerking in recreatieve routes en zijn de routenetwerken voor fietsen, wandel en varen in de provincie Utrecht ook komende jaren gewaarborgd.

Fietsen en wandelen tijdens renovatie Afsluitdijk

Er moeten meer mogelijkheden komen om fietsen en wandelen mogelijk te maken tijdens de renovatie van de Afsluitdijk.

Er moeten meer mogelijkheden komen om fietsen en wandelen mogelijk te maken tijdens de renovatie van de Afsluitdijk. Zo laten Fietsplatform, Wandelnet, wielersportbond NTFU en Fietsersbond onlangs weten in een brief aan de leden van de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer. De organisaties zijn intensief betrokken geweest bij de verkenning van alle mogelijkheden om het fietsen en wandelen uit te breiden, maar zijn teleurgesteld in de uitkomsten van de besluitvorming door minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat). Daarom vragen ze aandacht voor de adviezen die begin dit jaar gedaan zijn aan Rijkswaterstaat.

Teleurstellende uitkomsten
De brief van minister Harbers om uitvoering te geven aan de motie-Bromet voorziet slechts in één openstelling van de Afsluitdijk voor fietsers en wandelaars voor aankomend jaar. De openstelling vindt plaats in het derde kwartaal van 2023. De fietsbus blijft gratis beschikbaar, ook na 2023. Door het ontbreken van fietsbruggen ter hoogte van de spuisluizen (en de lopende nieuwe aanbesteding hiervoor) is nog onbekend hoe lang de inzet van de fietsbus gaat duren, maar in elk geval tot 2025. Vanaf 2024 is het wel mogelijk om tussen de spuisluizen een stuk van 24 kilometer op de Afsluitdijk te fietsen en wandelen. Om de spuisluizen te passeren, worden twee extra bushaltes aan de Waddenzijde gerealiseerd. Het advies voorziet niet in verdere openstellingen van de Afsluitdijk. Fietsplatform, Wandelnet, wielersportbond NTFU en Fietsersbond zijn teleurgesteld over deze uitkomst.

Afsluitdijk zesenhalf jaar dicht voor fietsers en wandelaars
Het voor binnen- en buitenlandse recreatieve en sportieve fietsers en wandelaars iconische fietspad is al afgesloten sinds april 2019. Dat betekent dat het in totaal meer dan zesenhalf jaar dicht zal zijn, met uitzondering van vier openstellingen in de afgelopen jaren en één openstelling in 2023. Volgens Esther van Garderen, directeur Fietsersbond, is dat uitzonderlijk lang. Zo lang is geen enkele weg voor autoverkeer in Nederland ooit gesloten geweest vanwege werkzaamheden. “Bovendien kan de nieuwe aanbesteding rond de spuisluizen volgens de minister tot extra vertraging leiden, waardoor de afsluiting voor fietsers en wandelaars nog langer gaat duren.” Eric Nijland, directeur Fietsplatform vult aan: “Wij juichen het toe dat de fietsbus blijft rijden, maar hebben steeds benadrukt dat dit voor recreatieve en sportieve gebruikers geen volwaardige oplossing is. Naar ons oordeel geeft de minister hiermee onvoldoende uitvoering aan de aangenomen motie Bromet.”

De fietsbus blijft gratis beschikbaar, ook na 2023.

Extra openstellingen, bushaltes en loopbruggen
Volgens van Garderen moeten de uitkomsten opnieuw overwogen worden. “Mensen willen daar kunnen fietsen en lopen. Fietsers en wandelaars worden hier achteloos opzijgeschoven. Het is kennelijk een vanzelfsprekendheid dat auto’s altijd boven fietsers en wandelaars gaan. Dat zou in Nederland toch wel voorbij moeten zijn? Daarom willen we onze adviezen extra onder de aandacht brengen.” Het advies van de gezamenlijke partijen voorziet in vier openstellingen in 2023, en eenmaal in de fase vanaf 2024. Ook moeten er vier extra bushaltes komen om het fietspad tussen de sluizen vanaf 2024 optimaal te kunnen gebruiken in beide richtingen. Twee aan de Waddenzeekant en twee aan de IJsselmeerkant, gecombineerd met twee loopbruggen over de A7. Zo hoeft men niet meerdere delen te bereizen met de fietsbus. “De totale kosten van de renovatie lopen in de miljarden euro’s. De uitgaven van de loopbruggen vallen daarbij in het niet. Gezien de langdurige hinder voor fietsers en wandelaars vinden wij onze oplossing alleszins realistisch”, aldus Nijland.

Bredere fietsbrug spuisluizen
Tenslotte wijzen de partijen op de situatie die ontstaat na afronding van het werk aan de spuisluizen. Eerder is gepleit voor een fietspad breder dan 2 meter op de nieuwe fietsbruggen, gezien de te verwachten aantallen fietsers en wandelaars en het comfort en vooral de veiligheid van het pad. Vanwege constructieve redenen zou dit niet mogelijk zijn. Dit wordt onwaarschijnlijk geacht: de extra belasting door een bredere fietsbrug is heel gering in relatie tot die van de spuisluis en de brug autoweg. De partijen dringen in een brief aan om bij de nieuwe aanbesteding opnieuw te bezien of een breder fietspad mogelijk is, aldus het fietsplatform. Van Garderen: “Over tien of vijfentwintig jaar verbreden kost een veelvoud van deze verbetering nú meenemen.” 

Foto midden: Bert e Boer/ Shutterstock.com

KiM kijkt terug op ontwikkelingen in de mobiliteit

In deze publicatie kijkt het kennisinstituut terug op de ontwikkelingen in de mobiliteit tussen 2010 en 2021.

De totale afstand die Nederlanders aflegden met de auto, openbaar vervoer, vliegtuig, fiets of lopend lag in 2021 iets hoger dan in 2020. Ook de door het goederenvervoer afgelegde afstand nam iets toe. Dit staat in de Kerncijfers Mobiliteit 2022 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). In deze publicatie kijkt het kennisinstituut terug op de ontwikkelingen in de mobiliteit tussen 2010 en 2021. Ook schetst het KiM een beeld voor de korte en middellange termijn aan de hand van 3 scenario’s.

Ontwikkelingen tot en met 2021

De personenmobiliteit werd in 2021 nog duidelijk beïnvloed door de COVID-pandemie. Hoewel de afgelegde afstand van personen iets hoger uitviel dan in 2020, lag deze nog wel duidelijk onder het niveau van 2019, zo blijkt uit de Kerncijfers Mobiliteit. Ook het goederenvervoer nam in 2021 weer iets toe. Hier kwam de vervoersprestatie (in tonkm) ondanks de COVID-pandemie in 2021 zelfs iets boven die van 2019 uit. Als gevolg van meer personen- en goederenvervoer waren de verkeersomvang en het reistijdverlies op hoofdwegen in 2021 (ook) iets groter dan in 2020, maar kleiner dan in 2019. De vertraging per treinreis neemt af.

Ondanks de lichte stijging van de wegmobiliteit, lag het aantal verkeersdoden in 2021 iets lager dan in 2020. Sinds 2018 is een daling zichtbaar. Ook de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof door verbranding (PM10) door het wegverkeer laten al langere tijd een dalende trend zien. De CO2-uitstoot door wegverkeer daalde de laatste jaren eveneens. De uitstoot van fijnstof door bandenslijtage (PM10-slijtage) houdt gelijke tred met de omvang van het wegverkeer.

Scenario’s voor de korte en middellange termijn

Voor de ontwikkelingen op de korte en middellange termijn (tot en met 2027) schetst het KiM vanwege de grote onzekerheid 3 scenario’s. Deze verschillen in omgevingsonzekerheden (economische en demografische ontwikkelingen), tijdelijke en structurele corona-effecten en (potentiële) aanbodtekorten, zoals de afschaling in het ov en het onderdelentekort bij de e-fiets. Aannames die leiden tot minder mobiliteitsgroei, zijn gegroepeerd in het minder-scenario en de aannames die leiden tot meer mobiliteitsgroei in het meer-scenario. Het basisscenario zit globaal in het midden. 

De totale afstand die Nederlanders aflegden met de auto, openbaar vervoer, vliegtuig, fiets of lopend lag in 2021 iets hoger dan in 2020.

Toekomst weg- en fietsverkeer

Voor het wegverkeer op hoofdwegen raamt het KiM een groei van de afgelegde afstand in 2027 van 14% (basis-scenario), 20% (meer-scenario) en 7% (minder-scenario) ten opzichte van 2019. In hoeverre dit ook tot meer files leidt, beschrijft het KiM kwalitatief. Mogelijk is de filevorming op sommige dagen minder sterk dan voorheen door een betere spreiding van het verkeer over de uren van de dag en de dagen van de week als gevolg van meer thuiswerken. Ook de afgelegde afstand per fiets toont in alle scenario’s groei, en komt in 2027 ten opzichte van 2019 tot een groei van 9% (basis-scenario), 12% (meer-scenario) en 8% (minder-scenario). 

Toekomst openbaar vervoer

Het treinverkeer komt volgens het KiM in het basis-scenario in 2026 weer boven het niveau van 2019 uit. In het meer-scenario is dit in 2024. Het bus-, tram- en metro verkeer (btm) komt in het basis-scenario in 2024 weer boven het niveau van 2019 uit en in het meer-scenario in 2023. In het minder-scenario ligt zowel het treinverkeer als het btm-verkeer in 2027 nog onder het niveau van 2019.

Toekomst luchtvaart en goederenvervoer

Voor het aantal vliegtuigpassagiers en de goederenvervoersprestatie beperkt het KiM zich tot 1 scenario. Voor 2027 raamt het KiM een groei van 7% van het aantal vliegtuigpassagiers ten opzichte van 2019. Deze raming is gebaseerd op het vastgestelde beleid uit de Klimaat- en Energieverkenning 2022 (KEV2022) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het KiM heeft hierbij nog geen rekening gehouden met een capaciteitsrestrictie van 440.000 vluchten op Schiphol, een verhoging van de luchtvaartbelasting, de ingebruikname van Lelystad Airport en bijvoorbeeld ook niet met een verhoging van de bijmengverplichting van duurzame brandstoffen. Voor de goederenvervoersprestatie wordt voor 2027 een groei geraamd van 8% ten opzichte van 2019.