Tag archieven: budget

Nieuwe subsidieregelingen: duurzaam vervoer krijgt stevige impuls

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opent in 2026 opnieuw een brede reeks subsidieregelingen die de overstap naar schoon en emissieloos vervoer moeten versnellen.

De regelingen worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en richten zich op ondernemers, vervoerders en exploitanten van laadinfrastructuur. Met gerichte financiële steun wil het kabinet investeringen in elektrische mobiliteit, waterstof en laadinfrastructuur verder aanjagen en de positie van Nederland als voorloper op het gebied van duurzaam vervoer versterken.

De noodzaak voor deze ondersteuning is volgens het ministerie duidelijk zichtbaar in de praktijk. Bedrijven staan steeds vaker open voor verduurzaming, maar lopen daarbij tegen hoge aanvangsinvesteringen aan. Staatssecretaris Thierry Aartsen, verantwoordelijk voor Openbaar Vervoer en Milieu, verwoordt dit als volgt: “We zien dat bedrijven willen verduurzamen, maar dat de benodigde investeringen soms groot zijn. Met deze regelingen helpen we ondernemers op weg en zorgen we ervoor dat Nederland koploper blijft in schoon vervoer.” Die boodschap vormt de rode draad in het subsidieaanbod dat begin 2026 van start gaat.

mkb-collectieven

Een van de eerste regelingen die wordt opengesteld is Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit, beter bekend als COVER. Deze subsidie is specifiek bedoeld voor mkb-collectieven zoals branche- en bedrijvenverenigingen, BIZ’en, winkeliersverenigingen en parkmanagers van bedrijventerreinen. Het doel is om het woon-werkverkeer en het zakelijke verkeer structureel te verduurzamen door gezamenlijk op te trekken. Daarbij kan worden gedacht aan het stimuleren van slimmer reizen, het gezamenlijk inkopen van fietsen of elektrische voertuigen, het opzetten van deelvervoer of het maken van afspraken over thuiswerken. Door collectieven te ondersteunen wil het kabinet schaalvoordelen benutten en gedragsverandering bevorderen. De regeling opent op 13 januari 2026.

Kort daarna volgt de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven, oftewel SPriLa. Met deze regeling ondersteunt de overheid bedrijven en ondernemers bij de aanleg van private laadinfrastructuur en batterijopslag op eigen terrein. Het beschikbare budget bedraagt 87,5 miljoen euro. De belangstelling voor deze regeling blijkt groot, want sinds de eerste openstelling in september 2024 is al voor ongeveer 12.500 laadstations subsidie aangevraagd. Dat onderstreept volgens betrokken partijen de groeiende behoefte aan betrouwbare laadvoorzieningen bij bedrijven. SPriLa gaat open op 20 januari 2026.

snellaadvoorzieningen

Voor het zware vervoer is er de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer, SPuLa genoemd. Deze regeling richt zich op het realiseren van publiek toegankelijke laadlocaties voor vrachtwagens en ander zwaar elektrisch vervoer. Door te investeren in een landelijk dekkend netwerk van snellaadvoorzieningen moet het voor vervoerders eenvoudiger worden om de overstap naar elektrisch rijden te maken. Sinds de eerste openstelling in 2024 zijn al meer dan 300 laadstations gesubsidieerd, verspreid over 45 locaties in Nederland. Voor 2026 is een budget van 14,5 miljoen euro beschikbaar en de regeling opent op 3 februari.

Foto: Pitane Blue – Jonker Travel

Ook de touringcarsector krijgt gerichte ondersteuning via de subsidie emissieloze touringcars, STour. Deze regeling helpt touringcarbedrijven en OV-concessiehouders bij de aanschaf van elektrische touringcars door een deel van de meerkosten te vergoeden. Het uiteindelijke doel is om in de komende jaren 500 elektrische touringcars op de Nederlandse wegen te laten rijden en zo de transitie naar emissieloos touringcarvervoer te versnellen. Voor 2026 is 10 miljoen euro gereserveerd voor touringcarbedrijven en ruim 2 miljoen euro voor OV-concessiehouders. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 10 februari 2026.

waterstof

Waterstof speelt eveneens een belangrijke rol in het subsidiebeleid. Met de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit, SWiM, stimuleert het ministerie de ontwikkeling van waterstofmobiliteit, waaronder waterstoftankstations, waterstofvoertuigen en logistieke toepassingen. In eerdere openstellingen in 2024 en 2025 zijn via deze regeling al 7 nieuwe waterstoftankstations gerealiseerd, 7 bestaande stations uitgebreid en meer dan 700 waterstofvoertuigen ondersteund. Voor 2026 wordt, onder voorbehoud, een budget van 45 miljoen euro voorzien. De openstelling staat gepland voor het voorjaar van dat jaar.

Meer informatie over de verschillende regelingen en de voorwaarden voor het aanvragen van subsidie is te vinden via de kanalen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Met het pakket aan maatregelen hoopt het kabinet een stevige impuls te geven aan duurzame mobiliteit in alle sectoren van de economie.

Beluister ook onze podcast over dit onderwerp.

Werknemers teleurgesteld: grote elektrische bedrijfswagens steeds minder beschikbaar

De bedrijfswagenmarkt ondergaat een opvallende transformatie.

Waar werknemers enkele jaren geleden nog vlot konden kiezen voor ruime elektrische SUV’s, worden ze vandaag vaker geconfronteerd met beperktere modellen. De oorzaak ligt bij de evoluerende markt, gestegen kosten en fiscale regelgeving. Wie na een leaseperiode opnieuw een wagen mag kiezen, merkt dat grote modellen als de BMW iX3 of Audi Q4 plaats hebben moeten maken voor compactere alternatieven zoals de BMW iX1 of de Volvo EV30.

kleinere modellen

Rond de coronapandemie kwam er een opvallende trend op gang in de leasingmarkt. Elektrische wagens werden de norm, mede door de fiscale voordelen die eraan gekoppeld waren. Grote, luxueuze modellen met een ruim rijbereik en veel opties stonden plots bovenaan de lijst met bedrijfswagens. Werknemers die destijds een nieuwe auto mochten kiezen, konden opteren voor wagens zoals de Volvo XC40, VW ID.4, Mercedes EQB of de Skoda Enyaq IV80.

Dat beeld is vandaag drastisch veranderd. “De wagens die je enkele jaren geleden kon kiezen, zijn opgeschoven in de categorieën van bedrijfswagens”, stelt Hendrik Serruys, partner bij consultancybureau EY. “Het kan nu dus voorvallen dat je promotie maakt en in een hogere categorie toch dezelfde automodellen terugvindt. Of dat je na het aflopen van je leaseperiode niet meer dezelfde wagen kan kiezen.”

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De BMW iX3, destijds een populaire keuze onder elektrische bedrijfswagens, is door prijsstijgingen voor veel werknemers buiten bereik geraakt. De iX1 is intussen een van de meest gekozen modellen in de leasecategorie, samen met de Volvo EV30. Het aanbod in de middenklasse is fors uitgebreid, waardoor luxueuzere en grotere wagens in een hoger prijssegment zijn beland.

fiscale regels

Een belangrijke factor in deze evolutie is de wijzigende fiscaliteit. Sinds midden 2023 zijn auto’s met een verbrandingsmotor niet langer fiscaal aftrekbaar, waardoor veel bedrijven versneld hun wagenpark elektrificeerden. Stijn Blanckaert, directeur van Renta, de federatie van leasingmaatschappijen, bevestigt die tendens: “Op dat moment hadden veel merken slechts één elektrisch model en dat waren doorgaans de duurdere opties. Vandaag is de markt volwassener en zijn er meer betaalbare elektrische modellen beschikbaar.”

Skoda introduceerde bijvoorbeeld de Elroq als alternatief voor grotere modellen. Volkswagen biedt de ID.3 als opvolger van de Golf. Werknemers die vroeger een ruime SUV konden kiezen, moeten zich nu vaak tevreden stellen met een compacter model binnen dezelfde categorie.

impact op de leasingmarkt

Niet alleen de fiscaliteit, maar ook de stijgende kosten spelen een rol. Leasebedrijf Arval analyseerde de evolutie van de kosten en kwam tot opvallende conclusies. “In 2021 kostte een BMW 3 – de fleetwagen bij uitstek – nog 1.009 euro per maand voor een werkgever”, zegt Tony Peetermans van Arval. “Wie toen elektrisch wilde rijden, kon bij BMW enkel kiezen voor de iX3, wat 1.206 euro per maand kostte. Vandaag is dat model nog duurder geworden, en wordt vaker de iX1 gekozen.”

Uit een artikel in de Gazet van Anwerpen ligt de oorzaak volgens Hendrik Serruys deels bij de lagere restwaarde van elektrische wagens. “Leasebedrijven dachten aanvankelijk dat elektrische wagens een restwaarde zouden hebben vergelijkbaar met die van verbrandingsmotoren. In realiteit is de tweedehandsmarkt voor elektrische bedrijfswagens minder aantrekkelijk. Daardoor moeten leasingmaatschappijen die kosten doorrekenen in het maandelijkse leasebedrag. Een andere optie is de leaseperiode te verlengen van vier naar vijf jaar om de maandelijkse kosten te drukken.”

mobiliteitsbudgetten

Hoewel de inflatie de lonen de afgelopen jaren heeft opgedreven, blijven mobiliteitsbudgetten vaak achter. “Budgetten zijn wel gestegen,” zegt Serruys, “maar niet overal in hetzelfde tempo als de lonen.” Werknemers die hun leasewagen willen vernieuwen, krijgen vaak te horen dat de duurdere modellen niet langer binnen het beschikbare budget passen.

Wie zich niet kan neerleggen bij de beperktere keuze, kan overwegen om van werkgever te veranderen. “Stel dat je elders wél die auto kan krijgen, dan zal je misschien sneller overstappen. Maar je kan bij hr niet gaan eisen dat je een ander model wil”, stelt Serruys.

De bedrijfswagenmarkt blijft in beweging. Waar enkele jaren geleden grote elektrische SUV’s nog de norm waren, verschuift de focus steeds meer naar compacte en efficiëntere modellen. De opmars van kleinere elektrische bedrijfswagens lijkt dan ook onomkeerbaar.

Stormloop op Vlaamse premies voor elektrische auto’s

Zodra de regelgeving over de premie in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd, kan de volgende stap in de aanvraag gezet worden.

De lancering van de nieuwe premie voor elektrische voertuigen in Vlaanderen heeft geleid tot een ongekende stormloop op het digitale loket van de Vlaamse overheid. Binnen slechts enkele dagen na de opening van het loket op 1 januari 2024, hebben maar liefst 2.733 aanvragers zich gemeld voor een financiële tegemoetkoming bij de aanschaf van een elektrische wagen. Dit initiatief, bedoeld om de transitie naar een duurzamer mobiliteitssysteem te stimuleren, lijkt zijn vruchten af te werpen, ondanks eerdere zorgen over de haalbaarheid van het project.

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Lydia Peeters, heeft voor deze regeling een budget van 20 miljoen euro gereserveerd. Met bijna 3.000 aanvragen lijkt dit budget voorlopig toereikend, hoewel de exacte kosten pas duidelijk zullen zijn nadat alle aanvragen beoordeeld zijn. Het merendeel van de aanvragen, 85,4%, betreft nieuwe voertuigen, wat aantoont dat de premie vooral een stimulans is voor de aanschaf van nieuwe, schone auto’s. Daarnaast hebben ook 56 autodeelsystemen en 22 non-profitorganisaties gebruikgemaakt van de regeling, wat de breedte van het initiatief onderstreept.

Ondanks het enthousiasme dat uit de snelle toename van het aantal aanvragen spreekt, blijven er vragen bestaan over de langetermijnviabiliteit van het premiesysteem. Adviezen van de Raad van State en berekeningen van EV Belgium, de federatie voor elektrische mobiliteit, suggereren dat het toegewezen budget mogelijk ontoereikend zal zijn om aan de vraag te voldoen. Met een verwachte verkoop van 9.000 elektrische voertuigen in 2024, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor, zou de benodigde som voor premies oplopen tot wel 45 miljoen euro.

Foto: minister Lydia Peeters

Minister Peeters heeft echter aangegeven dat, mocht het budget niet toereikend zijn, er naar oplossingen gezocht zal worden zonder de hoogte van de premies aan te passen. Dit zou kunnen gebeuren tijdens de begrotingscontroles later dit jaar. Het doel is duidelijk: de Vlaamse regering is vastberaden om elektrische mobiliteit te bevorderen als onderdeel van haar klimaatstrategie en is bereid om daarvoor de nodige middelen vrij te maken.

Deze situatie werpt licht op een bredere trend in Europa, waar steeds meer overheden stimuleringsmaatregelen introduceren om de overstap naar elektrische voertuigen te versnellen. De vraag die nu voorligt, is hoe deze initiatieven duurzaam gefinancierd kunnen worden om te zorgen dat de transitie naar een groenere mobiliteit niet alleen enthousiasme wekt, maar ook op de lange termijn houdbaar is.

Laatste kans op 1.000 euro STAP budget van het Rijk

Vanaf 1 mei kan iedereen die dat wil een aanvraag doen voor een tegemoetkoming van maximaal 1.000 euro in studiekosten.

Vanuit de onderhandelingen rond de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet besloten om het STAP-budget te beëindigen. Het Rijk maakt hier vanaf 2024 geen middelen meer voor vrij. Ondanks de beëindiging van het STAP-budget, blijft de noodzaak voor een leven lang ontwikkelen bestaan. 

Zeker binnen de huidige situatie op de arbeidsmarkt. Daarom bekijkt minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de komende periode op welke manier zij dit kan blijven stimuleren. Het aanvraagtijdvak van maandag 1 mei gaat door zoals gepland. Voor dit tijdvak is 32 miljoen euro beschikbaar. Geïnteresseerden kunnen zich via het STAP-portaal van UWV aanmelden voor STAP-budget.

Vorig jaar hebben meer dan 214.000 mensen met succes een beroep gedaan op het studiepotje van de overheid. Zij kregen gemiddeld 800 euro voor bij- of omscholing.

Het scholingsbudget STAP komt te vervallen. Die boodschap dat het Rijk vanaf volgend jaar geen geld meer vrijmaakt voor STAP, is hard aangekomen in de Avérotoren, waar uitkeringsinstantie UWV de regeling uitvoert voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de toren in Leeuwarden zitten meerdere divisies van UWV, waaronder dus STAP. Vanaf eind 2021 zijn ongeveer 150 mensen opgeleid om de regeling – die in maart vorig jaar inging – te kunnen uitvoeren. Het is nog onduidelijk of de verdiepingen waar STAP zit, leeg komen te staan of op een andere manier worden ingevuld.

Zelfstandigheid in het leerlingenvervoer kan taxisector veel omzet kosten

Voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen of ver weg wonen, komen gemeenten nu met een speciaal programma.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn gemeenten helemaal niet verplicht om kinderen met taxibusjes naar het speciaal onderwijs te brengen. Vervoer is kostbaar en wettelijk heeft de gemeente de taak om het goedkoopst mogelijke vervoer te bekostigen. Sommige kinderen kunnen prima op een andere manier naar school en steeds meer gemeenten doen onderzoek naar de mogelijkheden om kinderen te stimuleren om zelfstandiger te worden zodat ze zelf naar school kunnen reizen.

Daarbij wordt niet enkel gekeken naar de mogelijkheden om openbaar vervoer in te zetten, maar ook zijn elektrische fietsen steeds meer in trek om zelfstandigheid nog aantrekkelijker te maken. Ondertussen zijn Amersfoort en Oldenzaal als voortrekkers om samen met de ouders te kijken naar andere vervoersvormen voorbeelden voor veel verantwoordelijken binnen andere gemeenten.

bekostiging

Sinds 1987 zijn gemeenten financieel verantwoordelijk voor het bieden van een bekostiging leerlingenvervoer en krijgen zij hiervoor middelen in het gemeentefonds. Sindsdien heeft ze de wettelijke taak om, weliswaar binnen criteria, te zorgen voor een vergoeding voor passend vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school, die aansluit op de levensovertuiging van de ouders en/of de leerling. 

Dennis Wiersma – minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs – foto: Pitane Blue

Kwetsbare kinderen zitten soms uren in een busje op weg naar en van school, waardoor ze vervolgens overprikkeld en moe in de klas zitten.

Pas de laatste tijd, mede door de negatieve publiciteit in de pers, de aandacht in de Tweede Kamer en het advies van de verantwoordelijke Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs Dennis Wiersma, is het besef gekomen dat er vaak voorbij werd gegaan aan de volgorde van mogelijkheden bekijken om kinderen op maat naar school te brengen.

vertrouwen

Het leerlingenvervoer in Nederland heeft te lang onder druk gestaan door grote personeelstekorten in de taxisector. Te veel leerlingen kwamen te laat op school en ouders konden niet meer vertrouwen op de vervoerders, die op hun beurt in een aantal gevallen de schuld bij de gemeenten teruglegden. 

Over de reistijd, wisselende chauffeurs, drukte in het busje en de kwaliteit van de chauffeur zijn ouders het vaakst ontevreden. Verder worden zaken genoemd als: wisselende routes, ontbrekende communicatie, busjes die te laat komen, fouten in de planning, problemen met gebruik van een opstaphalte en het ontbreken van begeleiding in het taxibusje. 

Het zoeken naar alternatieven voor de gemeenten is geen gemakkelijke klus maar zal de taxisector geld kosten, met name in het doelgroepenvervoer. Voor de toekomst kunnen aanbestedingen er anders uit zien, en is aangepast vervoer niet zo vanzelfsprekend taxivervoer.

Wat passend vervoer is, is niet bij wet gedefinieerd en moet per leerling onderzocht worden. Gebruikelijke vergoedingen zijn een fietskilometervergoeding voor de leerling en al dan niet een begeleider, een vergoeding voor het gebruik van het openbaar vervoer voor de leerling en al dan niet een begeleider, een vergoeding voor het gecombineerd of aangepast taxivervoer en een vergoeding voor de inzet van de eigen auto van de ouder/verzorger.

vervoer met de fiets

De gemeente kijkt eerst of de leerling zelfstandig of eventueel onder begeleiding met de fiets naar school kan gaan. De leerling kan dan in aanmerking komen voor een fietsvergoeding. Als er begeleiding nodig is, dan is de ouder daar zelf verantwoordelijk voor. Als de gemeente vindt dat begeleiding noodzakelijk is, dan wordt zowel een fietsvergoeding uitbetaald voor de leerling als voor de begeleider.

openbaar vervoer

Kan de leerling niet met de fiets naar school, dan kijkt de gemeente of de leerling met het openbaar vervoer kan reizen. Ook hier geldt dat als begeleiding noodzakelijk is, er ook een vergoeding wordt uitbetaald voor de kosten van de reis met het openbaar vervoer van de begeleider.

aangepast vervoer

In een aantal gevallen kunnen leerlingen niet met de fiets of het openbaar vervoer naar school. Dan regelt de gemeente aangepast vervoer. De leerling wordt dan met een taxi of een busje naar school gebracht. De ouder zorgt ervoor dat het kind op tijd klaar staat als hij of zij wordt opgehaald en dat er iemand bij de opstapplaats of thuis aanwezig is als het kind wordt teruggebracht.

eigen vervoer/vervoersvergoeding

Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouder(s) op aanvraag toestaan de leerling zelf te vervoeren of te laten vervoeren. De vervoerskosten worden dan door de gemeente vergoed. Voorwaarde die daaraan wordt verbonden is dat dit goedkoper is dan het vervoer dat op grond van de Verordening kan worden verstrekt (openbaar vervoer of aangepast vervoer), dan wel, dat andere vervoersvoorzieningen niet toegankelijk of geschikt zijn. Met dat laatste wordt bedoeld, dat deze vormen van vervoer redelijkerwijs niet van de leerling kunnen worden verlangd, gelet op zijn handicap. Dit moet door de ouder(s) onderbouwd worden met objectieve gegevens van deskundigen.

Subsidiebudget nieuwe elektrische auto’s na een week op

Sinds 4 Juni heeft de overheid een subsidiebudget van vierduizend euro bij aankoop van een nieuwe elektrische personenauto voor particulieren mogelijk gemaakt. Bij aankoop van een tweedehandse elektrische personenauto voor particulieren heeft de overheid een subsidiebudget mogelijk gemaakt van tweeduizend euro. De zogenaamde SEPP regeling, Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren. Mensen die particulier in de periode van 1 juli 2020 tot en met 1 juli 2025 een nieuwe elektrische personenauto zouden aanschaffen komen in aanmerking voor deze subsidie van vierduizend euro. 

Particulieren die in deze periode een tweedehandse elektrische personenauto kopen krijgen tweeduizend euro subsidie. Het subsidiebudget wat de overheid beschikbaar heeft voor tweedehandse elektrische auto’s is 7,2 miljoen euro. De overheid wilde op deze manier elektrisch rijden stimuleren en aantrekkelijk maken, dat is uiteindelijk ook beter voor het milieu.

Wat blijkt nu, na een week is het subsidiebudget van 10 miljoen euro van 2020 voor nieuwe elektrische personenauto’s al op. Er is een enorme stormloop geweest voor deze subsidieregeling. Vanaf woensdag 1 juli 9:00 konden mensen hun aanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) indienen. Op 6 juli waren er om 9:00 al 2094 subsidie aanvragen voor nieuwe elektrische auto’s en 732 subsidie aanvragen voor tweedehandse elektrische auto’s geweest. 

Het jaarbudget voor nieuwe elektrische auto’s is dan al bijna overtekend. Iedereen die een aanvraag voor subsidie van een nieuwe elektrische auto indient nadat het jaarbudget op is wordt doorgeschoven naar 2021. Het doorschuiven geldt overigens alleen als er voldoende budget is voor dat jaar. Het subsidiebudget voor 2021 is nog niet bekend. Het subsidiebudget voor tweedehands elektrische auto’s is gelukkig nog niet op. Niet alle elektrische auto’s komen in aanmerking voor de subsidieregeling, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een lijst op hun website staan van modellen die goedgekeurd zijn.

Lees ook: Vliegverkeer op Schiphol neemt weer toe deze maand

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp