De treinbotsing bij Meteren zorgt voor flinke logistieke problemen in het zuiden van het land.
Nog zeker een week zal er geen treinverkeer mogelijk zijn tussen Geldermalsen en ’s-Hertogenbosch. Dat bevestigen zowel de NS als spoorbeheerder ProRail. De aanrijding tussen een passagierstrein en een vrachtwagen vond plaats op donderdag 30 oktober, net na 11.00 uur, bij een beveiligde overweg in Meteren. Vijf mensen raakten bij het ongeval lichtgewond, maar de materiële schade blijkt aanzienlijk groter dan aanvankelijk werd gedacht.
Na het wegslepen van de betrokken treinen hebben monteurs en schade-experts pas goed kunnen vaststellen hoe ernstig de schade aan het spoor en de infrastructuur is. ProRail laat weten dat het herstel een “gigantische operatie” wordt. De schade aan de spoorstaven, dwarsliggers en de overweginstallatie is dermate groot dat de herstelwerkzaamheden zeker tot het einde van volgende week zullen duren. “Doordat er specialistische werkzaamheden nodig zijn, duurt het herstel langer dan eerder aangenomen,” aldus een woordvoerder van ProRail.
buiten gebruik
Hoewel de sporen inmiddels zijn vrijgemaakt, is het traject voorlopig nog volledig buiten gebruik. NS zet bussen in om reizigers te vervoeren tussen Geldermalsen en Den Bosch, maar waarschuwt voor extra reistijd en mogelijke vertragingen. De verwachting is dat pas vrijdagochtend volgende week de eerste treinen weer over het traject kunnen rijden.
Het herstelwerk vraagt niet alleen om veel mankracht, maar ook om technisch materieel dat niet overal direct beschikbaar is. De aannemer heeft de afgelopen dagen intensief gezocht naar gespecialiseerd personeel en de juiste machines om de hersteloperatie uit te voeren. “Na veel puzzelwerk is het gelukt om zowel het personeel als de machines in de loop van volgende week in te kunnen zetten,” laat ProRail weten.
Hoewel de exacte oorzaak van de aanrijding nog wordt onderzocht, is duidelijk dat de schade zich niet beperkt tot het rollend materieel. De combinatie van de klap op de overweg en de schade aan de spoorconstructie maakt dat de hersteloperatie ongebruikelijk omvangrijk is.
Ondertussen worden dit weekend al voorbereidende werkzaamheden gestart. Zo moet een enorme hoeveelheid materiaal worden aangevoerd. In totaal gaat het om tweeduizend meter spoorstaven, zeshonderd dwarsliggers en één compleet wissel dat vervangen moet worden. Deze materialen worden komend weekend en begin volgende week naar Meteren gebracht, zodat de aannemer direct kan starten zodra alles aanwezig is.
Niet alleen het spoor zelf, maar ook de overweg bij Meteren moet volledig worden vernieuwd. Dat betekent dat de spoorbomen, de overwegverlichting en de spoorstaven in hun geheel worden vervangen. Vooral dat laatste vergt precisiewerk. De spoorstaven moeten namelijk worden vastgegoten, een proces dat volgens ProRail uiterst secuur moet gebeuren om de veiligheid van toekomstige treinritten te kunnen garanderen.
De gevolgen van de aanrijding zijn groot voor reizigers, maar ook voor het goederenverkeer. Het traject tussen Geldermalsen en Den Bosch is een belangrijke verbinding in het landelijke spoornetwerk. Veel forenzen die dagelijks gebruikmaken van de lijn, zijn de komende week afhankelijk van vervangend busvervoer. ProRail zegt alles in het werk te stellen om het spoor zo snel mogelijk weer veilig in gebruik te nemen, maar benadrukt dat veiligheid voorop staat.
“Wij hebben Europa altijd beschouwd als een van onze meest bepalende markten, niet alleen vanwege het economische potentieel, maar ook doordat de ambities in Europa overeenkomen met onze eigen visie op een groenere, duurzamere toekomst,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy, voorzitter van VinFast.
Als tastbaar bewijs van die betrokkenheid is VinFast begonnen met de inzet van elektrische bussen op Europese wegen, waarmee het zijn intentie toont om verder te gaan dan het leveren van EV’s voor de personenautosector en deel uit te maken van de stedelijke mobiliteit.
Voor het eerst maakte VinFast ook een strategie bekend om voet aan de grond te krijgen in deze markt: het opbouwen van samenwerkingsverbanden met toonaangevende Europese transport- en infrastructuurbedrijven om een blijvende aanwezigheid van zijn elektrische bussen in de regio te garanderen.
Waarom VinFast’s Europese expansie begint met bussen In slechts een paar jaar tijd sinds de volledige overstap naar EV’s is VinFast uitgegroeid tot de leidende autofabrikant van Vietnam die met een opvallend tempo is doorgedrongen tot het wereldtoneel.
Weinig autofabrikanten wereldwijd hebben in zo’n korte tijd zo’n uitgebreid elektrisch ecosysteem opgebouwd. VinFast’s portfolio omvat inmiddels personenauto’s, scooters, fietsen en bussen, ondersteund door een snelgroeiend netwerk van laadstations, dealers en aftersalesbedrijven, terwijl de internationale productiecapaciteit gelijktijdig wordt opgeschaald.
Wat veel waarnemers omschrijven als niets minder dan een ‘wonder’ is niet alleen bereikt door zakelijk inzicht, maar door vastberadenheid in combinatie met nationale ambitie. Vingroup-voorzitter Pham Nhat Vuong benadrukte herhaaldelijk dat VinFast geen conventioneel commercieel project is. Het is eerder opgezet als een hightech nationaal merk met mondiale invloed, dat Vietnam’s ambitie belichaamt om gezien te worden als dynamisch, modern en steeds prominenter op het internationale toneel.
Voordat het zich op Europa richtte, testte VinFast zijn visie op openbaar vervoer in eigen land. Vier jaar geleden reden de elektrische bussen van het bedrijf voor het eerst op Vietnam’s eerste emissievrije route, een vroege stap die later richting gaf aan de internationale strategie.
Vandaag de dag beheert VinFast in Vietnam een geïntegreerd ecosysteem voor elektrische bussen, inclusief productie, exploitatie en onderhoud, met een groeiende aanwezigheid in de grootste steden van het land. De fabrieken van het bedrijf zijn in staat om jaarlijks tussen de 1.500 en 2.000 bussen te produceren, waarbij elke fase van het proces is afgestemd op CE-certificeringsnormen.
Foto: VinFast electric bus
Die ambitie sluit naadloos aan bij Europa’s eigen klimaatagenda, van het Akkoord van Parijs tot de ambitieuze emissiedoelstellingen van de Europese Unie. De doelen zijn duidelijk: een reductie van 43 procent in uitstoot tegen 2030, waarbij negen op de tien nieuwe stadsbussen tegen die tijd emissievrij moeten zijn, en een volledige overstap naar geëlektrificeerde busvloten tegen 2035.
Op weg naar een volledig elektrische toekomst Elektrische bussen hervormen het Europese openbaar vervoer sneller dan beleidsmakers hadden voorzien. In 2024 was bijna de helft van alle nieuw verkochte stadsbussen in de EU batterij-elektrisch, aldus een rapport van Transport & Environment (T&E). Deze verschuiving markeert een beslissend kantelpunt in het debat over de beste manier om stedelijke mobiliteit koolstofvrij te maken. De markt heeft de doorslag gegeven: batterij-elektrische bussen zijn uitgegroeid tot de dominante technologie. Steden nemen in hoog tempo afscheid van diesel- en hybridevloten en kiezen in plaats daarvan voor elektrische bussen, vanwege hun economische, operationele en ecologische voordelen.
Voor gemeenten en hun inwoners zijn de implicaties groot. Schonere lucht, stillere straten en lagere operationele kosten op de lange termijn zijn tastbare voordelen van deze transitie. De vermindering van transportgerelateerde broeikasgasemissies is daarbij bijzonder betekenisvol en onderstreept dat batterij-elektrische bussen niet slechts aan momentum winnen, maar de toekomst van openbaar vervoer bepalen.
Tegen die achtergrond zal VinFast zijn elektrische buslijn internationaal introduceren op Busworld Europe 2025, dat van 3 tot en met 9 oktober in Brussel plaatsvindt. Door geavanceerde oplossingen voor openbaar vervoer te presenteren, wil de Vietnamese autofabrikant zijn identiteit bevestigen als een volledig elektrische producent met een compleet ecosysteem. VinFast stelt dat zijn bussen in 2026 op Europese wegen zullen gaan rijden, als bijdrage aan de groene transformatie van het continent en als versneller van de overstap naar emissievrij openbaar vervoer.
“De introductie van ons portfolio van elektrische bussen op Busworld is een sterke bevestiging van VinFast’s langetermijnbetrokkenheid bij de regio,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy. “Naast onze elektrische personenauto’s willen we een volledig ecosysteem voor groene mobiliteit opbouwen, zodat elektrificatie toegankelijker wordt dan ooit. Met een steeds breder aanbod zijn wij ervan overtuigd dat wij een emissievrij vervoersnetwerk kunnen realiseren dat schonere en gezondere steden brengt voor de Europese bevolking.”
Foto: VinFast
Op de grootste bus- en touringcarbeurs ter wereld zal VinFast twee modellen tonen: de EB 8 en de EB 12, beide volledig elektrisch en ontworpen om te voldoen aan de strenge normen van de Europese Unie.
De EB 12 heeft al UNECE- en CE-certificering ontvangen. De afmetingen, configuratie, actieradius en laadcompatibiliteit zijn specifiek afgestemd op Europa, waardoor naadloze integratie in bestaande infrastructuur en naleving van lokale regelgeving wordt gegarandeerd.
Beide modellen worden aangedreven door LFP-batterijen, geleverd door toonaangevende internationale producenten zoals CATL en Gotion, met een capaciteit tot 422 kWh en een realistische actieradius van maximaal 400 kilometer. Dankzij snellaadtechnologie tot 140 kW kunnen de voertuigen in slechts twee tot drie uur worden opgeladen.
De bussen van VinFast zijn daarnaast uitgerust met een reeks slimme technologieën, waaronder geavanceerde rijhulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing, intelligente acceleratieondersteuning, botsingswaarschuwing en detectie van slaperigheid bij de bestuurder. Voor passagiers zijn er voorzieningen zoals wifi, USB-oplaadpunten, entertainment aan boord en luchtveringssystemen met een verlaagd chassis om het in- en uitstappen te vergemakkelijken.
Over VinFast VinFast (NASDAQ: VFS), een dochteronderneming van Vingroup JSC, een van de grootste conglomeraatbedrijven van Vietnam, is een fabrikant die zich volledig toelegt op elektrische voertuigen (EV’s) met als missie om elektrische mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken. Het huidige productassortiment van VinFast omvat een breed scala aan elektrische SUV’s, e-scooters en e-bussen. VinFast bevindt zich momenteel in zijn volgende groeifase, gericht op de snelle uitbreiding van zijn distributie- en dealernetwerk wereldwijd en de verhoging van zijn productiecapaciteiten, met een focus op belangrijke markten in Noord-Amerika, Europa en Azië.
Op de stelplaats van De Lijn in Leuven-Noord is deze week een belangrijke mijlpaal bereikt in de verduurzaming van het Vlaamse openbaar vervoer.
Voor het eerst zijn er volledig elektrische gelede bussen in gebruik genomen, geleverd door het Italiaanse merk Iveco. Deze nieuwe voertuigen van achttien meter lang kunnen tot 110 passagiers vervoeren en bieden daarmee een aanzienlijke capaciteitsverhoging ten opzichte van de standaard e-bussen die slechts plaats bieden aan tachtig reizigers.
De officiële voorstelling van de voertuigen vond plaats in aanwezigheid van minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA), Leuvens schepen van Mobiliteit Dirk Vansina (CD&V) en Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn. Minister De Ridder benadrukte tijdens de presentatie de forse investering van de Vlaamse regering in de vergroening van het openbaar vervoer. “We zorgen er met de Vlaamse regering voor dat De Lijn dit jaar nog heel wat e-bussen kan bijbestellen, dankzij de turbo van 400 miljoen euro die we in 2025 voorzien voor de bestelling van e-bussen en trams. Het grootste deel daarvan zal naar e-bussen gaan. Met deze forse inhaalbeweging willen we de kwaliteit en de stabiliteit van de dienstverlening verder verbeteren. Samen met de reguliere levering van nieuwe bussen zal tegen het einde van deze legislatuur zowat de helft van de bussen van De Lijn nieuw zijn,” aldus De Ridder.
bredere strategie
De inzet van de nieuwe gelede bussen past binnen de bredere strategie van De Lijn om de volledige busvloot te moderniseren en te elektrificeren. De voertuigen worden geleverd door Iveco, dat zich ontpopt als een belangrijke partner in dit transitieproces. Paul Mechele, Business Director Benelux bij Iveco, verklaarde: “Iveco Bus, als marktleider in het stadsbussensegment, is een van de belangrijkste partners van De Lijn in het realiseren van de vergroening van de vloot. We garanderen dat we alle voertuigen leveren, in overeenstemming met de nieuwe laadinfrastructuur op de stelplaatsen. We hebben de samenwerking met De Lijn als bijzonder prettig ervaren en kijken uit naar verdere invulling van de geplande investeringen.”
Foto: De Lijn – presentatie gelede bussen in Leuven
De nieuwe e-bussen zijn niet alleen groter, maar ook technologisch geavanceerder. Volgens De Lijn-directeur Ann Schoubs werd bij het ontwerp bijzonder veel aandacht besteed aan comfort en veiligheid. “Zo beschikken ze over USB-laadpunten voor gsm’s en smartphones, een elektrisch bediende automatische oprijplaat voor minder mobiele reizigers, zitplaatsen met gerecycleerd leer en ingelegde iconen voor speciale reizigers, een verbeterde vering en klimaatregeling, en twee brede schermen met actuele ritinformatie. Maar ook aan het comfort en de veiligheid van de chauffeurs hebben we gedacht. Hun stoel is verwarmd en geventileerd, de bussen beschikken over alle moderne veiligheidssystemen, hun stuurpost is beveiligd en hun zicht naar achter is veel duidelijker dankzij camera’s in plaats van spiegels.”
pioniersrol
Leuven speelt met deze introductie opnieuw een pioniersrol. Schepen Dirk Vansina wees erop dat de stad al in 2019 als eerste in Vlaanderen elektrische stadsbussen inzette. “Het is fantastisch dat Leuven opnieuw een voortrekkersrol mag spelen. Vijf jaar geleden waren we de eerste stad in Vlaanderen met volledig elektrische bussen en vandaag zetten we opnieuw een belangrijke stap met de allereerste elektrische gelede bus. Dat is niet alleen goed nieuws voor het klimaat, maar ook voor de leefbaarheid in onze stad. Tegen 2035 moeten alle voertuigen in Leuven emissievrij rijden. Elektrische bussen zorgen voor propere lucht en bovendien zijn ze, door de afwezigheid van een dieselmotor, erg stil. Omdat De Lijn alleen groene stroom koopt, is er ook bij de productie van de energie geen uitstoot. Dit is een introductie met héél veel positieve aspecten.”
De 109 reeds bestelde bussen worden de komende maanden geleidelijk ingezet vanuit verschillende stelplaatsen, waaronder Leuven, Brugge, Zomergem, Sint-Niklaas, Hasselt, Genk en Tielt-Winge. Intussen is er al een bijkomende bestelling geplaatst voor 32 extra voertuigen, waarmee het totaal op 141 komt. Om deze e-bussen operationeel te maken, investeert De Lijn ook in de nodige infrastructuur. Zo werd een order geplaatst van 24,2 miljoen euro voor 403 laadstations met vermogens tussen 50 en 180 kW.
De opleiding van chauffeurs en technici is momenteel volop aan de gang, zodat de nieuwe bussen binnenkort probleemloos ingezet kunnen worden in het reguliere lijnennet. Vlaanderen zet hiermee een forse stap vooruit in de ambitie om tegen 2035 volledig emissievrij openbaar vervoer aan te bieden.
Het geduld van de Nederlandse treinreiziger wordt zwaar op de proef gesteld.
Steeds vaker komen zij terecht in een wirwar van spoorwerkzaamheden, vertraagde bussen en gebrekkige informatievoorziening. Reizigersvereniging Rover luidt nu de noodklok en stelt dat de organisatie van vervangend vervoer en communicatie bij werkzaamheden drastisch anders moet. “De huidige praktijk voldoet niet. Het moet anders,” stelt directeur Freek Bos resoluut.
Aanleiding voor de scherpe analyse is een omvangrijk reizigersonderzoek dat Rover het afgelopen half jaar uitvoerde onder 3700 treinreizigers. Zij werden bevraagd over hun ervaringen bij grootschalige werkzaamheden op het spoor. De uitkomsten zijn volgens Rover alarmerend en wijzen op een patroon van gebrekkige voorbereiding en weinig empathie voor de dagelijkse reiziger.
informatie
Op dit moment krijgen reizigers doorgaans pas tien dagen voor aanvang van werkzaamheden te horen dat hun traject wordt onderbroken of dat ze op een bus moeten overstappen. Volgens Bos is dat “echt niet meer van deze tijd.” Reizigers zouden minimaal drie maanden van tevoren geïnformeerd moeten worden, zodat ze de kans krijgen hun reisgedrag aan te passen of alternatieven te overwegen. “De spoorsector moet fundamenteel anders omgaan met werkzaamheden. Het is de hoogste tijd om het gemak van de reiziger voorop te zetten in plaats van het gemak van de organisatie,” aldus Bos.
De komende jaren neemt het aantal werkzaamheden alleen maar toe, mede door de grootschalige modernisering van het spoor, het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) en onderhoud aan verouderde infrastructuur. Daarbij komen de werkzaamheden ook steeds vaker voor op doordeweekse dagen, waardoor forenzen en scholieren direct worden getroffen. Rover ziet daarin een directe noodzaak om de hele aanpak opnieuw tegen het licht te houden.
Een van de grootste pijnpunten is de gebrekkige afstemming van vervangend vervoer.
Reizigers worden nu vaak gedwongen meerdere keren over te stappen, bijvoorbeeld van trein op bus en dan weer terug naar de trein, ook bij korte trajecten. Rover pleit ervoor dat vervangende bussen niet alleen op het getroffen deeltraject rijden, maar ook doorrijden naar populaire eindbestemmingen. Daarmee kan veel frustratie en tijdverlies worden voorkomen. Ook moet er meer worden gekeken naar samenwerking met bestaande streekvervoerders om de capaciteit en dekking te verbeteren.
onderzoek
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de timing en omstandigheden van werkzaamheden zelden worden afgestemd op de ervaring van de reiziger. Zo vinden werkzaamheden regelmatig plaats in de wintermaanden, waarbij reizigers op tochtig perrons moeten wachten zonder binnenruimte of verwarming. “Soms vereist het creatief denken in oplossingen zoals samenwerken met bestaande streekbussen. Soms kan het ook zo simpel zijn als het aanbieden van een kopje koffie en uitleggen wat er aan de hand is,” aldus Bos.
Rover is inmiddels begonnen met het zelf publiceren van geplande werkzaamheden op hun website. De pagina is sinds de lancering al 10.000 keer bekeken, wat volgens de vereniging aantoont dat er een grote behoefte is aan transparante en tijdige informatie. Het volledige onderzoeksrapport is gedeeld met vervoerders, provincies en ProRail, in de hoop dat zij de aanbevelingen ter harte nemen.
De roep om verandering is helder. De reiziger wil duidelijkheid, comfort en vooral: serieus genomen worden. Zolang de spoorsector blijft redeneren vanuit interne planningen in plaats van vanuit de dagelijkse realiteit van de reiziger, zal de frustratie alleen maar toenemen.
Sinds de invoering van het vervoersplan ‘basisbereikbaarheid’ is het flexvervoer een sleutelinstrument geworden om moeilijk bereikbare regio’s in Vlaanderen beter te bedienen.
Waar reguliere bussen de kerntrajecten voor hun rekening nemen, zijn het vooral de flexbussen – kleine voertuigen met plaats voor gemiddeld acht passagiers – die ingezet worden om landelijke gebieden te ontsluiten. Deze bussen zijn enkel op aanvraag beschikbaar en kunnen tot dertig minuten voor vertrek gereserveerd worden. Het systeem is flexibel, maar vraagt ook verantwoordelijk gedrag van de reizigers: wie een rit boekt en die niet meer nodig heeft, moet tijdig annuleren.
Dat laatste gebeurt in de overgrote meerderheid van de gevallen correct. In het jaar 2024 werden meer dan een half miljoen ritten geannuleerd, gemiddeld zo’n 1.395 per dag. Meer dan 95 procent van die annulaties gebeurde netjes op tijd door de reizigers zelf. Toch blijft er een kleine groep over die ondanks een reservering simpelweg niet opdaagt aan de halte. Dat gebeurde in 2024 in totaal 299 keer, waarvan 114 keer in de provincie Limburg. Die cijfers vallen op omdat Limburg de grootste vervoerregio van Vlaanderen is en dus ook het grootste aantal flexritten verwerkt.
no-show
Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) wil die structurele no-shows niet langer onbestraft laten. Tijdens een commissievergadering benadrukte ze dat wie herhaaldelijk een flexbus boekt en vervolgens niet komt opdagen, zijn recht op het gebruik van het systeem kan verliezen. Volgens haar moet het mogelijk worden om reizigers die vijf keer niet opdagen voor hun gereserveerde rit tijdelijk de toegang tot het flexvervoer te ontzeggen. “Het kan gebeuren dat je eens vergeet om een rit te annuleren, maar de mensen die dat regelmatig vergeten, moeten gesanctioneerd worden. Als iemand vijf keer belt en vijf keer niet komt opdagen, dan moet hij, wat mij betreft, de eerstkomende maanden niet een zesde keer bellen. Misschien moet de toegang naar flexvervoer die persoon dan even worden ontzegd.”
Maar het probleem van niet-opdagende reizigers is niet de enige uitdaging waar het systeem mee kampt schrijft het Belang van Limburg afgelopen week. Jaarlijks worden miljoenen kilometers gereden met lege voertuigen. Alleen al in Limburg legden de flexbussen in 2024 meer dan twee miljoen kilometer af zonder ook maar één passagier aan boord. In totaal ging het in Vlaanderen om 7,5 miljoen lege kilometers op een totaal van 13,4 miljoen. De efficiëntie van het systeem staat daarmee onder druk, zeker in regio’s zoals de Kempen en Mechelen waar meer dan de helft van de ritten zonder reizigers gebeurt.
Tegelijkertijd worden bijna tien procent van de aanvragen voor flexritten geweigerd omdat er op dat moment geen voertuigen beschikbaar zijn. Voor wie afhankelijk is van deze service, vaak in gebieden waar alternatieve vervoersmiddelen beperkt zijn, zorgt dat voor frustraties. Reizigers klagen over te vroege vertrektijden, lange wachttijden in de kou en onlogische routes die de flexbussen volgen. Sinds de lancering van het systeem zijn er al zeker 818 officiële klachten ingediend.
aanpassingen
Om het systeem te verbeteren, werden recent enkele aanpassingen doorgevoerd. Zo rijden de flexbussen sinds oktober 2024 ook tijdens de avonduren, tot 22.30 uur op weekdagen en zaterdagen, en vanaf 8 uur op zondag. Er werden bovendien extra voertuigen ingezet tijdens de ochtend- en avondspits om de capaciteit te verhogen. Toch blijft de roep om een grondige evaluatie luid. Critici noemen het systeem duur en inefficiënt, terwijl de minister blijft benadrukken dat het flexvervoer een noodzakelijke oplossing is voor wie niet in de buurt van reguliere buslijnen woont.
Wat ooit werd gepresenteerd als een flexibel antwoord op het tekort aan openbaar vervoer in landelijke regio’s, staat vandaag symbool voor een strijd tussen bereikbaarheid en efficiëntie. Of het opleggen van sancties het gedrag van gebruikers zal verbeteren, valt nog te bezien. Vast staat dat de huidige aanpak onder druk staat en de verwachtingen voor de toekomst torenhoog zijn.
Treinreizigers in het noorden van Nederland moeten komende week rekening houden met flinke hinder.
Tussen Assen en Hoogeveen rijden van zaterdag 15 tot en met vrijdag 21 februari bussen in plaats van treinen. Ook tussen Groningen, Veendam en Bad Nieuweschans wordt het spoor aangepakt en wordt het treinverkeer tussen 15 en 23 februari vervangen door bussen. ProRail grijpt de voorjaarsvakantie aan om grootschalige werkzaamheden uit te voeren.
vernieuwing dwarsliggers
Op het traject tussen Wijster en Hoogeveen worden vier kilometer aan dwarsliggers vervangen. Dit is nodig om de spoorconstructie te versterken en toekomstbestendig te maken. In Beilen ondergaat het station een flinke transformatie. Niet alleen wordt het spoor vernieuwd, maar ook het perron krijgt een opknapbeurt. Daarnaast worden de bovenleidingen aangepakt om de betrouwbaarheid van het netwerk te vergroten.
Opmerkelijk is dat ProRail ervoor kiest om de wissels aan beide zijden van station Beilen volledig te verwijderen, evenals het derde spoor. De wissels worden nauwelijks gebruikt en blijken vooral een bron van extra onderhoud en energieverspilling. In de afgelopen tien maanden zijn de wissels slechts 250 keer gebruikt, waarvan ruim 200 keer voor ‘roestrijden’ – een methode waarbij treinen over ongebruikte sporen rijden om te voorkomen dat roestvorming de treinbeveiliging verstoort. Dit proces is niet alleen tijdrovend, maar veroorzaakt ook geluidsoverlast voor omwonenden en vertraagt treinen die het traject gebruiken.
nieuwe overloopwissels
Het verdwijnen van de wissels in Beilen betekent echter niet dat treinen geen mogelijkheid meer hebben om van spoor te wisselen. In het buitengebied tussen Beilen en Hoogeveen zijn met het project ‘Spoorboog Hoogeveen’ nieuwe overloopwissels aangelegd. Dit systeem, dat al in Meppel en Assen wordt gebruikt, maakt het mogelijk om treinen met hoge snelheid van spoor te laten wisselen.
Foto: Prorail
Nu moeten treinen die wisselen bij Beilen hun snelheid verlagen tot slechts 40 kilometer per uur. Na de aanpassingen kan dit met een baanvaksnelheid van 140 kilometer per uur, wat de reistijd verkort en de doorstroming van het treinverkeer verbetert. Daarnaast draagt het weghalen van de wissels bij aan de veiligheid van de overweg bij de Oosterstraat in Beilen. Momenteel moeten voetgangers en voertuigen hier drie sporen oversteken, maar na de aanpassingen blijft er slechts één over.
bussen als vervangend vervoer
Voor reizigers betekent dit ingrijpende maatregelen in de dienstregeling. NS zet stop- en snelbussen in om de getroffen trajecten te overbruggen. Tussen Assen, Beilen en Hoogeveen rijden stopbussen, terwijl snelbussen beschikbaar zijn tussen Assen en Hoogeveen en tussen Groningen en Hoogeveen. Voor reizigers die de route tussen Zwolle en Groningen afleggen, wordt aangeraden de snelbus tussen Groningen en Hoogeveen te nemen om de reistijd zo veel mogelijk te beperken.
Naast de werkzaamheden op het traject Assen-Hoogeveen wordt er ook verder gewerkt aan het spoor tussen Hoogezand-Sappemeer en Zuidbroek. Ook hier worden bussen ingezet om treinreizigers op hun bestemming te krijgen. De volledige informatie over het vervangend busvervoer en de aangepaste dienstregeling is te vinden op de website van de NS.
omleidingen voor autoverkeer
De werkzaamheden zorgen niet alleen voor hinder op het spoor, maar ook voor wegverkeer. Diverse spoorwegovergangen worden tijdelijk afgesloten, waardoor automobilisten en fietsers rekening moeten houden met omleidingen. Weggebruikers worden via borden en via de website van wegbeheerder Melvin op de hoogte gehouden van de actuele routes en afsluitingen.
De ingrepen van ProRail zijn een belangrijke stap in het moderniseren van het noordelijke spoorwegnet. Door verouderde wissels te verwijderen en snellere spoorwisselingen mogelijk te maken, wordt het traject veiliger en efficiënter. Hoewel reizigers tijdelijk overlast ervaren, zal het treinverkeer op de lange termijn profiteren van een verbeterde infrastructuur.
InnoTrans 2024, de grootste internationale vakbeurs voor transporttechnologie, zet de schijnwerpers dit jaar op de toekomst van het openbaar vervoer met de nieuwste generatie bussen.
De Bus Display, een vaste waarde binnen het evenement, biedt een indrukwekkende presentatie van de meest geavanceerde bussen en infrastructuur, waarbij duurzaamheid en innovatie centraal staan. Dit jaar trekt de Bus Display extra aandacht door de deelname van prominente internationale fabrikanten, waaronder enkele nieuwkomers op het evenement. De Bus Display, gelegen in de Zomertuin van het Berlijnse beursterrein, biedt een platform waar vervoersbedrijven en verenigingen de nieuwste modellen bussen kunnen bewonderen.
Chinese BYD
Op een speciaal aangelegd circuit van 500 meter worden deze bussen niet alleen statisch tentoongesteld, maar kunnen ze ook in actie worden gezien. Deze demonstratieritten stellen fabrikanten in staat om de capaciteiten van hun voertuigen live te tonen, wat een uniek inzicht geeft in de prestaties en mogelijkheden van de nieuwste technologieën. Een van de grootste trekkers dit jaar is de eerste deelname van het Chinese BYD, ’s werelds grootste autofabrikant, die drie elektrische bussen presenteert: de BYD B12, B13 en B18. Met een actieradius van maar liefst 600 kilometer en innovatieve kenmerken zoals het zelfontwikkelde blade battery-chassis, zetten deze bussen een nieuwe standaard voor elektrisch stadsvervoer. BYD heeft wereldwijd al meer dan 81.000 elektrische bussen geleverd en is daarmee een pionier op het gebied van e-mobiliteit.
Ook het Nederlandse Ebusco trekt de aandacht met zijn Ebusco 3.0, de lichtste e-bus in zijn klasse. Dankzij een carrosserie van composietmaterialen weegt deze bus slechts 9950 kilogram en verbruikt hij slechts 0,65 kWh per kilometer. Met een actieradius tot 700 kilometer en een levensduur van 25 jaar, biedt de Ebusco 3.0 een duurzame en kostenefficiënte oplossing voor stedelijk vervoer. De geïntegreerde accu’s in de vlakke vloer en de mogelijkheid om het dak te benutten voor zonne-energie maken deze bus tot een van de meest innovatieve voertuigen op de markt.
Een andere opvallende deelnemer is de Hongaarse busfabrikant Ikarus, die voor het eerst aanwezig is op de InnoTrans. Ikarus, met meer dan 125 jaar ervaring, presenteert twee elektrische bussen: de Ikarus 120e en de Ikarus Midi-bus. Beide modellen zijn ontworpen met het oog op emissievrij openbaar vervoer en zijn uitgerust met de nieuwste laadstroomafnemers van Siemens, wat een naadloze integratie van laadoplossingen mogelijk maakt.
Naast de prominente busfabrikanten zijn er ook exposanten die zich richten op ondersteunende technologieën en infrastructuur. Ventura Systems, een toonaangevende fabrikant van deursystemen voor stadsvervoer, presenteert haar nieuwste innovaties op het gebied van veiligheid en comfort. Hun “Seal” deursysteemconcept en het nieuwe ontwerp voor deurpanelen beloven een aanzienlijke verbetering in gebruiksgemak en bescherming voor passagiers.
Mont-Ele, een Italiaanse specialist in elektrische en automatiseringssystemen, introduceert op de Bus Display zijn nieuwste oplaadsysteem voor elektrische bussen. Met meer dan 40 jaar ervaring biedt Mont-Ele op maat gemaakte oplossingen voor de integratie van oplaadinfrastructuur in het openbaar vervoer.
De Bus Display toont niet alleen de nieuwste voertuigen en technologieën, maar biedt ook een platform voor het debat over de toekomst van het openbaar vervoer. Op 26 september zullen experts uit de industrie samenkomen tijdens het Internationale Bus Forum en het Openbaar Vervoer Forum om te discussiëren over de uitdagingen en kansen die de transitie naar duurzame mobiliteit met zich meebrengt.
Met de aanwezigheid van gevestigde namen en innovatieve nieuwkomers belooft de Bus Display op de InnoTrans 2024 een cruciale rol te spelen in de evolutie van het openbaar vervoer. Deze tentoonstelling laat zien hoe technologie, innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan in de ontwikkeling van de mobiliteit van morgen.
InnoTrans is de toonaangevende internationale vakbeurs voor vervoerstechnologie, die om de twee jaar plaatsvindt in Berlijn. De vijf beurssegmenten van InnoTrans zijn Railway Technology, Railway Infrastructure, Public Transport, Interiors en Tunnel Construction. InnoTrans wordt georganiseerd door Messe Berlin. In 2022 presenteerden 2.771 exposanten uit 56 landen hun producten en diensten aan 132.319 vakbezoekers uit 137 landen. Er waren 128 voertuigen en 14 bussen te zien op het buitenterrein en het spoor/busdisplay. De volgende InnoTrans wordt van 24 tot 27 september 2024 gehouden op het beursterrein in Berlijn.
De brand woedde in een werkplaats voor elektrische bussen.
Een hevige brand heeft meerdere bussen verwoest in een pand van Arriva aan de Korvetweg in Maastricht. In dit pand werden onder andere elektrische bussen gestald. De brand, die deed denken aan een eerdere verwoestende brand bij Multiobus in het Vlaamse Tienen waarbij 24 bussen, waaronder 13 gloednieuwe elektrische exemplaren, verloren gingen, heeft een aanzienlijke schade veroorzaakt.
Bij de brand in Maastricht raakte gelukkig niemand gewond. Dankzij snel handelen van de medewerkers konden meerdere bussen op tijd van het terrein gehaald worden, al is het exacte aantal bussen dat door de vlammen werd verwoest nog niet bekend. De oorzaak van de brand is eveneens nog in onderzoek.
De hulpdiensten waren snel ter plaatse en voerden in de omgeving metingen uit om te controleren of er schadelijke stoffen, zoals asbest, waren vrijgekomen. Volgens de Brandweer Zuid-Limburg leverden deze metingen geen alarmerende waarden op. Rond 02.00 uur werd het sein brand meester gegeven, waarmee de brand onder controle was. Ondanks de grote brand kon de dienstregeling van Arriva zoals gepland worden opgestart, aldus een woordvoerster van het bedrijf.
Deze brand roept herinneringen op aan de verwoestende brand in Tienen, België, waar een vergelijkbare situatie plaatsvond. In die brand gingen 24 bussen verloren, waaronder 13 elektrische bussen die nog maar net in gebruik waren genomen.
Dit incident benadrukt opnieuw de kwetsbaarheid van busstallingen voor dergelijke branden, vooral wanneer er elektrische voertuigen betrokken zijn. Hoewel de oorzaak van de brand in Maastricht nog niet is vastgesteld, zullen de autoriteiten waarschijnlijk onderzoeken of er overeenkomsten zijn met de brand in Tienen.
voorzorgsmaatregelen
De brandweer heeft de situatie de hele nacht nauwlettend gemonitord en er werden voorzorgsmaatregelen getroffen om de verspreiding van mogelijk schadelijke stoffen te voorkomen. Omwonenden werden geïnformeerd en gerustgesteld over de situatie. De brandweer blijft echter alert en zal de komende dagen extra controles uitvoeren om er zeker van te zijn dat er geen verborgen brandhaarden meer zijn.
Arriva heeft aangekondigd dat ze de schade zullen opnemen en zo snel mogelijk zullen beginnen met de herstelwerkzaamheden. Het bedrijf heeft zijn klanten verzekerd dat de dienstverlening zoveel mogelijk normaal zal blijven verlopen, ondanks de aanzienlijke schade aan het pand en de voertuigen.
Het onderzoek naar de oorzaak van de brand is nog in volle gang. De autoriteiten zullen nauw samenwerken met Arriva om de exacte omstandigheden te achterhalen en om herhaling in de toekomst te voorkomen. Tot die tijd blijft de gemeenschap in spanning afwachten op verdere details en resultaten van het onderzoek.
De eerste elektrische bussen worden gebruikt om buschauffeurs op te leiden in de maand juni.
Op vrijdag 14 juni 2024 hebben Jaap Bierman, algemeen directeur van HTM, en Joost van der Bijl, directeur van Daimler Buses Nederland, de nieuwste bussen van HTM gepresenteerd. Het gaat om 102 eCitaro- en eCitaro-G-bussen, de eerste zero-emissiebussen in de vloot van HTM, die vanaf de zomer van 2023 geleverd worden door Daimler. Deze bussen vormen een belangrijke stap in de verduurzaming van het openbaar vervoer in de regio Den Haag.
“Met deze nieuwe bussen bieden wij niet alleen onze reizigers meer comfort, maar zeker ook onze buschauffeurs een prachtige, nieuwe werkplek. De bussen hebben een modern en fris interieur en zijn ook stiller. Wij zijn dan ook blij dat we dat mede dankzij onze opdrachtgever MRDH mogelijk hebben gemaakt, want het is een verrijking voor onze mooie stad Den Haag en de Haagse regio,” aldus Jaap Bierman tijdens de presentatie.
De investering in deze elektrische bussen is een resultaat van de samenwerking tussen HTM en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Jeffrey Keus, portefeuillehouder OV van MRDH, benadrukte het belang van deze samenwerking: “Het is de bedoeling dat in 2030 er alleen nog zero-emissiebussen rijden in de 21 gemeenten die samenwerken in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Daarmee dragen de OV-bedrijven aan een regio waarin je prettig kunt wonen en werken.”
De eerste elektrische bussen zijn sinds juni in gebruik genomen voor de opleiding van buschauffeurs. Bierman legt uit: “De buschauffeurs en onze technici zijn vanaf het begin betrokken en benieuwd hoe de eCitaro-bussen in de praktijk functioneren.” De komende maanden zullen deze bussen intensief worden getest, bijvoorbeeld op het gebied van batterijduur en actieradius. “Dit najaar verwachten we de eerste 12 meter eCitaro fasegewijs in onze dienstregeling op te nemen, gevolgd door de 18 meter bussen aan het einde van dit jaar. Over ongeveer een jaar zijn we dan de eerste stadsvervoerder die volledig emissieloos openbaar vervoer aanbiedt,” aldus Bierman.
Foto: Wethouder Arjen Kapteijns (Groenlinks)
Wethouder Arjen Kapteijns (mobiliteit) van Den Haag is enthousiast over de nieuwe bussen: “De introductie van deze milieuvriendelijke bussen is een prachtig voorbeeld van innovatie op het gebied van duurzame mobiliteit. Het verkeer in Den Haag willen we emissievrij krijgen, vrij van schadelijke uitstoot en dat kunnen we alleen samen. Dat de bussen dan ook nog stil en comfortabel zijn, maakt het nog mooier. Ik ben blij dat HTM met deze nieuwe bussen een steentje bijdraagt aan de transitie naar een duurzaam en leefbaar Den Haag.”
Een belangrijke verbetering van de nieuwe eCitaro is de toegankelijkheid voor gebruikers van elektrische rolstoelen. Bierman: “Ik ben blij en trots te kunnen melden dat dit met de komst van de eCitaro tot de verleden tijd behoort. Dankzij een simpele constructie zijn gebruikers van ook elektrische rolstoelen dan van harte welkom. We hebben deze vastzetmogelijkheid uitgebreid getest met positief resultaat.” Voor de komst van de gelede bussen van 18 meter worden enkele bushaltes aangepast in samenwerking met de gemeente Den Haag. Dit zorgt ervoor dat reizigers van buslijnen 23, 24, 25 en 26, waar de 18 meter bussen gaan rijden, gemakkelijk kunnen in- en uitstappen.
De nieuwe bussen zijn ook uitgerust met moderne voorzieningen zoals usb-oplaadpunten en camera’s in plaats van zijspiegels. Daarnaast speelt HTM in op de trend van contactloos reizen. “Veel busreizigers hebben het gemak ontdekt van het in- en uitchecken met de betaalpas. Via de vernieuwde HTM app kan je ook snel het gewenste kaartje aanschaffen. Een kaartje kopen bij de buschauffeur is straks dan ook niet meer mogelijk,” aldus Bierman.
De renovatie van de busgarage aan de Telexstraat in 2023 was cruciaal voor de ingebruikname van de eCitaro’s. Het terrein is volledig vernieuwd met laadpalen en andere voorzieningen. ABB E-Mobility en Batenburg Techniek hebben de installatie verzorgd. “Een knap staaltje werk want het was wel passen en meten met de ruimte. Onze OV-collega EBS gaan op termijn dan ook verhuizen naar een nieuwe busgarage in Poeldijk. Want als we alle eCitaro’s hebben ontvangen, is die ruimte echt nodig,” aldus Bierman.
Hou rekening met eventuele wachttijden en maak, vanwege beperkte capaciteit, zoveel mogelijk gebruik van fietsverhuur op de Waddeneilanden.
Van maandag 17 juni tot en met dinsdag 9 juli 2024 zullen ProRail en aannemer Strukton Rail intensief werken aan de verbetering van het spoor in en rondom Leeuwarden. Deze noodzakelijke werkzaamheden hebben aanzienlijke gevolgen voor het treinverkeer. Gedurende deze periode zullen er geen treinen rijden tussen Leeuwarden en Harlingen Haven, Leeuwarden en Stavoren, en tussen Leeuwarden en Akkrum. Daarnaast zal er van 17 tot 20 juni 2024 en op 9 juli geen treinverkeer mogelijk zijn tussen Leeuwarden en Hurdegaryp. Om de reizigers toch van dienst te kunnen zijn, zullen zowel NS als Arriva bussen inzetten. Beide vervoersmaatschappijen adviseren reizigers rekening te houden met een langere reistijd, variërend van 15 tot 60 minuten.
Op het traject tussen Zwolle en Leeuwarden, dat door NS wordt bediend, zal er vanaf Akkrum geen treinverkeer mogelijk zijn. In plaats daarvan worden snel- en stopbussen ingezet tussen Akkrum en Leeuwarden. Deze stopbussen maken ook een tussenstop op station Grou-Jirnsum. Arriva neemt de busvervoer taken op zich voor de overige trajecten vanuit Leeuwarden. Reizigers wordt aangeraden om voor vertrek de NS Reisapp of de NS Reisplanner te raadplegen om op de hoogte te blijven van de laatste reisinformatie.
Om fietsers tegemoet te komen heeft NS speciale bussen met aanhangers voor fietsen geregeld. Deze bussen zijn afgestemd op de vertrektijden van de boten naar de Waddeneilanden. Dezelfde regels die gelden voor het meenemen van fietsen in de trein zijn ook van toepassing op deze bussen. Op de stations van Akkrum, Leeuwarden en Harlingen Haven zullen medewerkers van zowel Arriva als NS aanwezig zijn om reizigers met fietsen te helpen. Ondanks deze maatregelen, waarschuwt NS voor mogelijke wachttijden en adviseert reizigers om, waar mogelijk, gebruik te maken van fietsverhuur op de Waddeneilanden vanwege de beperkte capaciteit.
NS zet stop- en snelbussen in tussen Akkrum en Leeuwarden. De stopbussen stoppen ook in Grou-Jirnsum. De bussen vind je aan de voorkant van het station.
Bekijk de vertrektijden via de Reisplanner. De bussen rijden in de spits 4 keer per uur en buiten de spits 2 keer per uur.
Deze grootschalige spoorwerkzaamheden maken deel uit van een breder plan om de infrastructuur te moderniseren en de betrouwbaarheid van het spoorvervoer in de regio te verbeteren. ProRail heeft verklaard dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn om toekomstige verstoringen te minimaliseren en de reiservaring voor passagiers te verbeteren. Volgens ProRail-woordvoerder Hans Peters: “We begrijpen dat deze werkzaamheden overlast veroorzaken, maar ze zijn van cruciaal belang om het spoorvervoer in deze regio te optimaliseren en klaar te maken voor de toekomst.”
Reizigers worden geadviseerd hun reis zorgvuldig te plannen en rekening te houden met mogelijke vertragingen. De inzet van bussen is een tijdelijke maatregel om de overlast te beperken, maar het blijft belangrijk om extra tijd in te plannen voor de reis. “We doen er alles aan om de overlast voor onze reizigers zoveel mogelijk te beperken,” aldus Peters.
Het is belangrijk op te merken dat deze werkzaamheden plaatsvinden tijdens de zomermaanden, een periode waarin veel mensen reizen voor vakantie of dagjes uit. NS en Arriva zetten daarom extra personeel in om reizigers te informeren en te ondersteunen tijdens hun reis. Ook wordt er extra informatie verstrekt via sociale media en de websites van beide vervoersbedrijven om reizigers zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de actuele situatie.
Met deze uitgebreide maatregelen hopen ProRail, NS en Arriva de hinder tot een minimum te beperken en ervoor te zorgen dat reizigers zo soepel mogelijk hun bestemming kunnen bereiken, ondanks de werkzaamheden.