Tag archieven: BYD

De Lijn: raamovereenkomst met Daimler en afronding BYD-deal versnellen transitie

Miljoeneninjectie zet deur open voor 630 nieuwe elektrische bussen, De Lijn kiest massaal voor e-bussen in grootste vergroening ooit.

De Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn zet een stevige nieuwe stap richting volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035, een doel dat de organisatie al enige tijd naar voren schuift als één van haar belangrijkste pijlers. De recente gunning van een omvangrijke raamovereenkomst aan Daimler Buses Belgium, met een maximale investeringswaarde van 303 miljoen euro, vormt een essentieel onderdeel van deze strategie. Tegelijkertijd worden 268 extra e-bussen besteld bij BYD Europe en ruim 80 voertuigen bij Daimler, een beslissing die mogelijk werd dankzij een gerichte financiële impuls van 400 miljoen euro van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder.

raamovereenkomst

Volgens De Lijn moet de volledige vloot van meer dan tweeduizend voertuigen binnen tien jaar geëlektrificeerd zijn. Het streven naar een stiller, schoner en comfortabeler openbaar vervoer gaat gepaard met de ambitie om meer reizigers aan boord te krijgen. De recente beslissingen vormen een verdere versnelling van het al lopende elektrificatieproces. De bestelling bij Daimler, gebaseerd op een nieuwe raamovereenkomst die ruimte biedt voor de levering van maximaal 500 e-bussen, volgt op een beoordeling waarbij Daimler het hoogste scoorde van alle inschrijvers. De eerste Mercedes-Benz eCitaro’s worden vanaf het eerste kwartaal van 2027 verwacht, waarmee de vernieuwing van de vloot in een nieuwe fase komt.

De aanvullende bestelling bij BYD Europe, goed voor 268 standaard e-bussen van twaalf meter lang, maakt de eerdere overeenkomst uit 2023 volledig rond. Daarmee benut BYD de volle capaciteit van de raamovereenkomst van 500 voertuigen. Volgens De Lijn verlopen de operationele ervaringen met de eerder geleverde voertuigen van BYD positief, wat aanleiding gaf tot een derde bestelling. Deze voertuigen komen gefaseerd toe vanaf het tweede kwartaal van 2027, waardoor de verjonging van de vloot op meerdere fronten tegelijk wordt voortgezet.

modernisering

Vlaams minister Annick De Ridder benadrukt dat de financiële injectie een cruciale rol speelt in de versnelling van het programma. Ze zegt: ‘We zijn blij om te zien dat De Lijn via de nieuwe raamovereenkomst de continuïteit van haar vergroeningsoperatie verzekert. Dankzij de “turbo” van 400 miljoen bestelt De Lijn dit jaar ruim 630 nieuwe e-bussen (de 290 bussen die al in het voorjaar werden besteld en de 268 + 80 nu) moderniseert ze haar aanbod en versterkt ze haar dienstverlening aan haar reizigers. Denk onder meer aan de schermen met real-time ritinformatie aan boord.’ Haar woorden weerspiegelen de overtuiging dat modernisering van het openbaar vervoer niet alleen technologisch maar ook qua dienstverlening vooruitgang moet opleveren.

Foto: © De Lijn – Mercedes eCitaro

De opeenvolgende bestellingen en de grootschalige raamovereenkomst tonen aan dat Vlaanderen niet alleen een ambitieus doel heeft gesteld, maar ook de middelen inzet om de transitie waar te maken. Met de eerste leveringen vanaf 2027 belooft de vernieuwing van het Vlaamse openbaar vervoer zichtbaarder dan ooit te worden.

Directeur-generaal Ann Schoubs licht toe dat nieuwe voertuigen standaard worden uitgerust met voorzieningen die ondertussen als Europese norm gelden. Ze zegt: ‘Zowel de e-bussen van BYD als de voertuigen van Daimler of Mercedes krijgen de typische De Lijn-uitrusting, die intussen zowat de Europese norm is geworden. USB-laadpunten en een elektrische oprijplaat voor minder mobiele reizigers zijn bij ons al vier jaar de norm en vind je hoe langer hoe meer terug bij onze collega’s in binnen- en buitenland. Ook onze verbeterde stuurpost met volledig instelbare en geventileerde en verwarmde chauffeursstoel, zijcamera’s in plaats van spiegels en geavanceerde veiligheidsuitrusting zijn intussen algemeen ingeburgerd.’ De nadruk op comfort, toegankelijkheid en veiligheid toont aan dat de vernieuwde voertuigen meer moeten worden dan enkel een ecologische oplossing.

tevredenheid

Ook vanuit de betrokken leveranciers klinkt tevredenheid over de beslissingen van De Lijn. Steven Somers, CEO van Daimler Buses Belgium, zegt: ‘Met de innovatieve technologie van de Mercedes-Benz eCitaro stadsbus, haar hoog comfortniveau en onze focus op duurzaamheid, draagt Daimler Buses Belgium graag bij aan de ambitie die wij delen met De Lijn om de mobiliteit en het openbaar vervoer in Vlaanderen toekomstbestendig te maken, zowel voor de reizigers, medewerkers en voor onze eigen leefomgeving.’ Daarmee onderstreept hij de lange termijnvisie die de Vlaamse vervoersmaatschappij deelt met haar partners.

Stella Li, Executive Vice-President bij BYD, bevestigt dat haar bedrijf hetzelfde pad bewandelt. Ze zegt: ‘We zijn blij om De Lijn te ondersteunen in haar volgende fase naar een volledig emissievrije vloot tegen 2035. Onze recentste B12.b e-bussen maken gebruik van onze sterke O&O mogelijkheden om geavanceerde veiligheidsstandaarden, grote efficiëntie in energieverbruik en een zuivere en stille ervaring in elektrische mobiliteit te leveren. Dankzij hun hoogstaande comfortuitrusting zowel voor reizigers als voor chauffeurs zijn deze voertuigen ontworpen om een moderner en aantrekkelijker netwerk voor openbaar vervoer in Vlaanderen te helpen scheppen. We kijken ernaar uit om bij te dragen aan de elektrificatiestrategie van De Lijn op de lange termijn en aan de bijdrage van De Lijn voor een groenere mobiliteit in lokale gemeenschappen.’

Opmars chinese auto: jongere generatie ziet merken als MG en BYD als volwaardig alternatief

Steeds meer Nederlandse automobilisten tonen zich ontvankelijk voor de opkomst van Chinese automerken.

Uit onderzoek van Panelwizard onder 1.010 rijbewijsbezitters, in opdracht van VOYAH Benelux, blijkt dat één op de drie liever een Chinees automerk kiest dan een Amerikaans merk zoals Tesla of Ford. Daarnaast heeft ruim een kwart van de ondervraagden serieus overwogen een Chinese auto aan te schaffen.

De ontwikkeling komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen jaren timmeren Chinese autofabrikanten stevig aan de weg in Europa. Volgens berekeningen van adviesbureau KPMG stijgt hun marktaandeel op de Europese automarkt van vier procent in 2023 naar tien procent in 2030. 

Dat beeld herkent ook Kjeld Riegen, CEO van VOYAH Benelux. “Dit zien wij ook terug in onze showrooms,” zegt hij. “Daarbij hebben de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten ons eerlijk gezegd geen windeieren gelegd. Het verbaast me niet dat automobilisten in het volledig elektrische segment steeds vaker naar alternatieven kijken, en dat Chinese auto’s daarbij steeds vaker een rol spelen. Praktisch alle auto’s daar zijn elektrisch, daar liggen ze qua gebruik en innovatie flink voor op Nederland.”

alternatief

Chinese merken worden inmiddels niet langer alleen vergeleken met Amerikaanse modellen, maar ook steeds vaker naast bekende Europese namen gezet. Fabrikanten als BYD, Dongfeng, MG en Xpeng worden door 51 procent van de ondervraagden gezien als een serieus alternatief voor merken als Volkswagen en Peugeot. Onder automobilisten jonger dan veertig jaar loopt dat percentage zelfs op tot zestig procent. Toch heerst er ook nog altijd twijfel. Zo vreest een derde van de Nederlanders dat Chinese auto’s qua veiligheid, bereik en verbruik niet altijd aan de verwachtingen voldoen. 

Riegen erkent dat beeld, maar benadrukt de vooruitgang: “Consumenten kijken steeds kritischer en objectiever naar auto’s en wegen daarbij zorgvuldig af wat ze krijgen voor hun geld. Aspecten als duurzaamheid, functionaliteit en innovatieve technologie spelen daarbij een grote rol. Dat een aanzienlijk deel van de ondervraagden inmiddels een Chinese auto overweegt, laat zien dat hierbij het kwartje steeds vaker onze kant op valt. Terecht, want op het gebied van veiligheid, bereik en verbruik voldoen we inmiddels aan alle Europese normen.”

Foto: © Mediatic

Naast Amerikaanse auto’s worden Chinese automerken zoals BYD, Dongfeng, MG en Xpeng  inmiddels ook als volwaardig alternatief gezien voor traditionele Europese fabrikanten.

Het belangrijkste argument voor Nederlanders om een Chinees merk te overwegen, is de gunstige prijs-kwaliteitverhouding. “Chinees is betaalbaarder, ook in onderdelen,” zegt een van de respondenten. Anderen wijzen op de technologische voorsprong van Chinese producenten. Vooral de batterijtechnologie, cruciaal bij elektrische auto’s, wordt vaak genoemd. “Bij elektrische auto’s is de batterij het belangrijkst, en die kunnen ze tegenwoordig heel goed maken in China,” merkt een deelnemer op. Weer een ander reageert: “Een auto kopen en je afvragen waar deze vandaan komt, dat is helemaal niet meer zo interessant, vooral omdat de onderdelen wereldwijd worden ingekocht en gemonteerd.”

nieuw en vreemd

Riegen benadrukt dat het onderscheid tussen Europese en Chinese auto’s vervaagt. “Alles wat nieuw is en vreemd, is spannend. Zoals iedere fabrikant die zijn producten in Europa wil verkopen, moeten ook Chinese automerken voldoen aan alle Europese wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en kwaliteit. Bovendien is het onderscheid tussen ‘Westers’ en ‘Chinees’ allang niet meer zo zwart-wit. Veel elektrische auto’s, ook van Europese merken, worden al in China gemaakt. Batterijen zijn bijna altijd van Chinese komaf en ook een groot deel van de nieuwste technologie komt daarvandaan. Wat de consument vaak niet weet, is dat er steeds meer samensmelting ontstaat tussen Europese en Chinese onderdelen en techniek, waardoor juist het beste van twee werelden samenkomt.”

VOYAH Benelux

VOYAH Benelux vertegenwoordigt de merken VOYAH, Dongfeng en MHERO in de Benelux. Deze merken vallen onder Dongfeng Motor Corporation, een van de grootste en oudste autofabrikanten van China, opgericht in 1969. Met een jaarlijkse productie van 3,5 miljoen voertuigen richt Dongfeng zich wereldwijd op elektrische en hybride modellen. Het bedrijf staat bekend om innovatie op het gebied van batterijen en autonome voertuigtechnologie en conformeert zich aan alle Europese richtlijnen, waaronder de WLTP-normen voor actieradius en verbruik. Volgens VOYAH Benelux is het hun missie om elektrische mobiliteit met de nieuwste technologieën toegankelijk te maken voor een breed publiek in de regio.

De Lijn start groene vloot: eerste elektrische BYD-bussen rijden in Antwerpen

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft de week een belangrijke stap gezet in de verduurzaming van haar vloot.

Vanuit de stelplaats in Mortsel zijn de eerste vier elektrische standaardbussen van de Chinese fabrikant BYD officieel in dienst genomen. Deze volledig emissievrije voertuigen zullen in eerste instantie rijden op verschillende trajecten in en rond Antwerpen, waaronder lijn 17 tussen Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis in Edegem. De ingebruikname vormt het begin van een bredere uitrol: in totaal verwacht De Lijn dit jaar nog 88 bijkomende e-bussen van dezelfde leverancier.

BYD Europe

De elektrische bussen zijn geproduceerd door BYD Europe, met assemblage in het Hongaarse Komárom en technisch onderhoud dat plaatsvindt vanuit Nederland. Het project maakt deel uit van de ambitieuze duurzaamheidsstrategie van De Lijn, die zich richt op volledig emissievrij openbaar vervoer tegen het jaar 2035. De bestelling van de 92 e-bussen bij BYD werd eind januari 2024 goedgekeurd en vertegenwoordigt een investering van ruim 43 miljoen euro.

Voorafgaand aan de ingebruikname werden chauffeurs van de stelplaats Mortsel opgeleid om veilig en efficiënt met de nieuwe technologie om te gaan. “Nu de opleiding voldoende gevorderd is, kunnen de eerste vier e-bussen effectief worden ingezet,” bevestigde Frederik Wittock, woordvoerder van De Lijn. Hij benadrukte dat de nieuwe voertuigen een belangrijke meerwaarde bieden: “Deze bussen zijn stil, volledig elektrisch en dus emissievrij. Ze bieden onze reizigers een veel comfortabelere rit dankzij een stille motor en minder trillingen.”

voorzieningen

De voertuigen zijn uitgerust met moderne voorzieningen zoals USB-laadpunten, een elektrische oprijplaat voor mensen met een beperking, een geavanceerd klimaatsysteem en brede schermen met actuele ritinformatie. “We verwachten opnieuw positieve reacties van onze reizigers, net zoals bij eerdere introducties van e-bussen,” liet Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, optekenen. “Ook onze chauffeurs zijn niet vergeten: zij beschikken over een beveiligde, ergonomische stuurpost met moderne veiligheidsuitrusting.”

Foto: © De Lijn – BYD E‑bussen in Mortsel en Antwerpen

Ruim een derde van de 92 e-bussen van BYD Europe die in productie zijn, komt in de stelplaats Mortsel. Deze aanvulling betekent goed nieuws voor de dienstverlening van De Lijn in het Antwerpse.

Niet minder dan 33 van de 92 bestelde bussen zullen vanuit de stelplaats in Mortsel opereren. Daarmee krijgt de Antwerpse regio het grootste deel van de vloot toegewezen. De overige voertuigen worden later dit jaar verdeeld over de stelplaatsen in Brugge, Hasselt en Winterslag. De keuze voor deze spreiding past binnen de bredere strategie van De Lijn om op meerdere fronten tegelijk werk te maken van duurzamer openbaar vervoer.

kanttekeningen

Toch verloopt de samenwerking met BYD niet zonder kritische kanttekeningen. In Nederland doken eerder al klachten op over stuurproblemen en ergonomische tekortkomingen bij BYD-bussen. In reactie daarop benadrukt De Lijn dat de aanbesteding grondig is verlopen en dat er voldoende Europese kwaliteitsborging is, mede door de assemblage in Hongarije en het onderhoud in Nederland.

Met de inzet van de eerste voertuigen van BYD komt De Lijn opnieuw een stap dichter bij de realisatie van een volledig elektrische vloot. Recent plaatste de vervoersmaatschappij nog een bijkomende bestelling voor 290 extra e-bussen, verdeeld over BYD, VDL en Iveco. De komende maanden zullen dus niet alleen in Antwerpen, maar ook elders in Vlaanderen meer elektrische bussen het straatbeeld kleuren.byds uit hongarije en nederland vormen speerpunt in duurzame mobiliteit

Primeurs: toekomst van openbaar vervoer schittert op Bus Display in Berlijn

InnoTrans 2024 is net afgelopen, en het evenement heeft wederom bewezen een cruciaal platform te zijn voor de toekomst van mobiliteit, met speciale aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in het openbaar vervoer.

InnoTrans 2024, de grootste vakbeurs ter wereld voor transporttechnologie, heeft tijdens haar 14e editie van 24 tot en met 27 september 2024 meerdere records gebroken. De beurs, die plaatsvond op het beursterrein van Messe Berlin, bezette alle tentoonstellingshallen en het volledige buiten- en spoorgebied. Dit jaar bood InnoTrans de grootste expositieruimte sinds de oprichting van het evenement in 1996. 

Volgens Dirk Hoffmann, Chief Operating Officer van Messe Berlin, overtrof het aantal bezoekers en de internationale diversiteit zelfs de niveaus van vóór de coronapandemie. “InnoTrans 2024 was een echte recordbrekende beurs – zowel wat betreft de expositieruimte als het aantal bezoekers. Dit jaar verwelkomden we ongeveer 170.000 bezoekers uit 133 landen op het beursterrein van Messe Berlin. We zijn erin geslaagd om het pre-corona bezoekersniveau en de internationale vertegenwoordiging te verhogen. InnoTrans heeft opnieuw laten zien dat het dé wereldwijde leidende beurs is voor transporttechnologie en mobiliteit,” aldus Hoffmann.

Foto: © Pitane Blue – Innotrans 2024 – Messe Berlijn

Een opvallend kenmerk van de editie van 2024 was de toegenomen internationaliteit. Rond de 600 nieuwe exposanten namen voor het eerst deel aan de beurs, afkomstig uit landen die tot nu toe niet op het evenement vertegenwoordigd waren, zoals Marokko, Maleisië, Indonesië en Zuid-Afrika. Deze nieuwkomers brachten hun eigen innovaties mee en lieten zien hoe verschillende regio’s wereldwijd bijdragen aan de ontwikkeling van transporttechnologie.

Een van de hoogtepunten van deze editie was de Bus Display, waar de nieuwste generatie bussen van zowel internationale als opkomende fabrikanten centraal stond. Het evenement bood niet alleen een blik op de toekomst van bussen en openbaar vervoer, maar gaf ook inzicht in de bijbehorende infrastructuur, zoals oplaadpunten en de meest recente innovaties op het gebied van duurzame aandrijfsystemen.

Dit jaar werden er enkele primeurs gevierd. Zo nam de Chinese busgigant BYD voor het eerst deel aan de Bus Display met drie elektrische modellen, terwijl ook het traditionele Hongaarse merk Ikarus voor het eerst zijn opwachting maakte. Deze deelname onderstreept de diversiteit en de internationale focus van het evenement. Naast de presentatie van nieuwe bussen en oplaadoplossingen, vonden er ook verschillende forums plaats, zoals het Internationale Bus Forum en het Openbaar Vervoer Forum, waar experts de toekomst van mobiliteit bespraken.

Foto: © Pitane Blue – Innotrans 2024 – Messe Berlijn

De Bus Display is een vaste waarde op de InnoTrans en speelt een belangrijke rol in het tentoonstellen van bussen en innovatieve oplossingen. Bezoekers konden niet alleen de nieuwste modellen bekijken, maar ook een unieke ervaring opdoen dankzij het 500 meter lange circuit waar demonstratieritten werden gehouden. Fabrikanten hadden zo de kans om hun bussen in actie te tonen, wat een dynamische toevoeging was aan de beurs. Van startups tot gevestigde namen, een breed scala aan bedrijven presenteerde hun voertuigen en producten.

waterstofbus

Een van de opvallende deelnemers was ARTHUR BUS GmbH, een relatief jong bedrijf uit München, dat indruk maakte met zijn waterstofbus ARTHUR ZERO. Deze bus is ontworpen voor stedelijk openbaar vervoer en staat bekend om zijn efficiëntie. Het bedrijf claimt dat de ARTHUR ZERO momenteel de meest waterstofefficiënte bus op de markt is in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland), wat het een interessante optie maakt voor steden die inzetten op emissievrije mobiliteit.

BYD, de grootste autofabrikant van China, maakte zijn debuut op InnoTrans met drie elektrische bussen: de BYD B12, B13 en B18. Met een indrukwekkend bereik van 600 kilometer en innovatieve technologie zoals het zelfontwikkelde blade battery-chassis, trokken deze bussen veel aandacht. BYD is al jaren een pionier in de elektrische bussector en heeft wereldwijd meer dan 81.000 elektrische bussen geleverd. Deze deelname aan InnoTrans benadrukt de ambities van BYD om zijn voetafdruk in Europa te vergroten.

Foto: © Pitane Blue – Innotrans 2024 – Ebusco

Patrick Oosterveld, Sales Director van Ebusco, was bijzonder positief over de ervaringen van zijn bedrijf op InnoTrans 2024. “De beurs verliep erg goed voor ons. Het mooie aan dit evenement is dat je niet alleen een statische presentatie van de bussen hebt, maar dat je er ook daadwerkelijk mee kunt rijden,” aldus Oosterveld. Dit interactieve element van de beurs gaf potentiële klanten de kans om de voertuigen echt te ervaren. “Het geeft de klant een gevoel van hoe het voertuig zich gedraagt tijdens de rit en welke geluiden er worden geproduceerd. Dat kun je hier zelf uitproberen,” voegde hij toe.

Ook het Nederlandse bedrijf Ebusco was aanwezig met zijn lichtgewicht model, de Ebusco 3.0. Met een gewicht van slechts 9950 kilogram en een actieradius tot 700 kilometer, biedt deze bus niet alleen lage operationele kosten, maar ook een lange levensduur van 25 jaar. Dit maakt het model aantrekkelijk voor vervoersbedrijven die op zoek zijn naar duurzame en kostenbesparende oplossingen. De bus, die al in verschillende Europese landen operationeel is, werd geprezen om zijn innovatieve ontwerp en efficiëntie. Ebusco, dat zich richt op het ontwikkelen van duurzame elektrische bussen, speelde een prominente rol tijdens de Bus Display in de Summer Garden. Bezoekers konden hun bussen live in actie zien op een speciaal ontworpen 500 meter lange circuit.

RobotTUNER

De technologie van zelfrijdende voertuigen staat volop in de belangstelling, en dat bleek deze week op de internationale vakbeurs Innotrans in Berlijn. Daar werd voor het eerst de twaalf meter lange zelfrijdende streekbus uit Groningen aan het publiek getoond. De bus, die later dit jaar uitgebreid getest gaat worden, is een project van Qbuzz in samenwerking met RobotTUNER, de provincie Groningen en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Een andere opmerkelijke primeur op de beurs was de deelname van Ikarus, een meer dan 125 jaar oude busfabrikant uit Hongarije. Het bedrijf presenteerde twee elektrische bussen: de Ikarus 120e en de Ikarus Midi-bus, waarmee ze hun inzet voor emissievrij openbaar vervoer onderstreepten. Samen met Siemens demonstreerden ze ook geavanceerde oplaadoplossingen, zoals de innovatieve e-Line laadstroomafnemers.

Foto: © Pitane Blue – Innotrans 2024

Naast de voertuigen zelf was er ook aandacht voor bijbehorende infrastructuur en technologie. Zo toonde Mont-Ele zijn nieuwste oplaadsystemen voor elektrische bussen, terwijl Ventura Systems hun innovatieve deursystemen demonstreerde, die zowel de veiligheid als het comfort van passagiers verbeteren. Deze systemen kunnen zelfs op het circuit getest worden, wat bezoekers een hands-on ervaring gaf met de nieuwste technologieën.

toekomst 

De Bus Display van InnoTrans 2024 toonde niet alleen de nieuwste bussen, maar gaf ook een duidelijk beeld van waar de toekomst van het openbaar vervoer naartoe gaat: duurzame, emissievrije mobiliteit met innovatieve technologieën die zowel de efficiëntie als het comfort van passagiers verhogen. Met de deelname van grote namen als BYD en Ikarus, evenals opkomende spelers als ARTHUR BUS GmbH, was deze editie een waardevol platform voor de industrie om de nieuwste ontwikkelingen te presenteren en te netwerken.

De volgende editie, de 15e InnoTrans, zal plaatsvinden van 22 tot en met 25 september 2026 op het beursterrein van Messe Berlin. Aangezien de populariteit van de beurs blijft groeien, belooft ook deze editie weer een platform te zijn voor tal van innovaties en wereldprimeurs in de transporttechnologie. Het is te verwachten dat InnoTrans 2026 de lat opnieuw hoger zal leggen op het gebied van internationale samenwerking en technologische doorbraken binnen de transportsector.

BYD maakt debuut op Innotrans 2024: pionier in elektrische bussen toont nieuwste modellen

InnoTrans 2024, de grootste internationale vakbeurs voor transporttechnologie, zet de schijnwerpers dit jaar op de toekomst van het openbaar vervoer met de nieuwste generatie bussen.

De Bus Display, een vaste waarde binnen het evenement, biedt een indrukwekkende presentatie van de meest geavanceerde bussen en infrastructuur, waarbij duurzaamheid en innovatie centraal staan. Dit jaar trekt de Bus Display extra aandacht door de deelname van prominente internationale fabrikanten, waaronder enkele nieuwkomers op het evenement. De Bus Display, gelegen in de Zomertuin van het Berlijnse beursterrein, biedt een platform waar vervoersbedrijven en verenigingen de nieuwste modellen bussen kunnen bewonderen. 

Chinese BYD

Op een speciaal aangelegd circuit van 500 meter worden deze bussen niet alleen statisch tentoongesteld, maar kunnen ze ook in actie worden gezien. Deze demonstratieritten stellen fabrikanten in staat om de capaciteiten van hun voertuigen live te tonen, wat een uniek inzicht geeft in de prestaties en mogelijkheden van de nieuwste technologieën. Een van de grootste trekkers dit jaar is de eerste deelname van het Chinese BYD, ’s werelds grootste autofabrikant, die drie elektrische bussen presenteert: de BYD B12, B13 en B18. Met een actieradius van maar liefst 600 kilometer en innovatieve kenmerken zoals het zelfontwikkelde blade battery-chassis, zetten deze bussen een nieuwe standaard voor elektrisch stadsvervoer. BYD heeft wereldwijd al meer dan 81.000 elektrische bussen geleverd en is daarmee een pionier op het gebied van e-mobiliteit.

Ook het Nederlandse Ebusco trekt de aandacht met zijn Ebusco 3.0, de lichtste e-bus in zijn klasse. Dankzij een carrosserie van composietmaterialen weegt deze bus slechts 9950 kilogram en verbruikt hij slechts 0,65 kWh per kilometer. Met een actieradius tot 700 kilometer en een levensduur van 25 jaar, biedt de Ebusco 3.0 een duurzame en kostenefficiënte oplossing voor stedelijk vervoer. De geïntegreerde accu’s in de vlakke vloer en de mogelijkheid om het dak te benutten voor zonne-energie maken deze bus tot een van de meest innovatieve voertuigen op de markt.

Een andere opvallende deelnemer is de Hongaarse busfabrikant Ikarus, die voor het eerst aanwezig is op de InnoTrans. Ikarus, met meer dan 125 jaar ervaring, presenteert twee elektrische bussen: de Ikarus 120e en de Ikarus Midi-bus. Beide modellen zijn ontworpen met het oog op emissievrij openbaar vervoer en zijn uitgerust met de nieuwste laadstroomafnemers van Siemens, wat een naadloze integratie van laadoplossingen mogelijk maakt.

Foto: © Messe Berlin GmbH

Naast de prominente busfabrikanten zijn er ook exposanten die zich richten op ondersteunende technologieën en infrastructuur. Ventura Systems, een toonaangevende fabrikant van deursystemen voor stadsvervoer, presenteert haar nieuwste innovaties op het gebied van veiligheid en comfort. Hun “Seal” deursysteemconcept en het nieuwe ontwerp voor deurpanelen beloven een aanzienlijke verbetering in gebruiksgemak en bescherming voor passagiers.

Mont-Ele, een Italiaanse specialist in elektrische en automatiseringssystemen, introduceert op de Bus Display zijn nieuwste oplaadsysteem voor elektrische bussen. Met meer dan 40 jaar ervaring biedt Mont-Ele op maat gemaakte oplossingen voor de integratie van oplaadinfrastructuur in het openbaar vervoer.

De Bus Display toont niet alleen de nieuwste voertuigen en technologieën, maar biedt ook een platform voor het debat over de toekomst van het openbaar vervoer. Op 26 september zullen experts uit de industrie samenkomen tijdens het Internationale Bus Forum en het Openbaar Vervoer Forum om te discussiëren over de uitdagingen en kansen die de transitie naar duurzame mobiliteit met zich meebrengt.

Met de aanwezigheid van gevestigde namen en innovatieve nieuwkomers belooft de Bus Display op de InnoTrans 2024 een cruciale rol te spelen in de evolutie van het openbaar vervoer. Deze tentoonstelling laat zien hoe technologie, innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan in de ontwikkeling van de mobiliteit van morgen.

InnoTrans is de toonaangevende internationale vakbeurs voor vervoerstechnologie, die om de twee jaar plaatsvindt in Berlijn. De vijf beurssegmenten van InnoTrans zijn Railway Technology, Railway Infrastructure, Public Transport, Interiors en Tunnel Construction. InnoTrans wordt georganiseerd door Messe Berlin. In 2022 presenteerden 2.771 exposanten uit 56 landen hun producten en diensten aan 132.319 vakbezoekers uit 137 landen. Er waren 128 voertuigen en 14 bussen te zien op het buitenterrein en het spoor/busdisplay. De volgende InnoTrans wordt van 24 tot 27 september 2024 gehouden op het beursterrein in Berlijn.

BYD: Chinese bussen onder vuur in Nederland, maar De Lijn rijdt door

Isbrand Ho, managing director van BYD Europe, zei: “Het blijven machines die je maakt en bedient met mensen en je hebt altijd aanloopproblemen. Tegelijk is en was elk issue er een te veel. Wij lopen niet weg voor onze verantwoordelijkheden.”

De elektrische busbouw staat op een keerpunt met de recente aankoop van 92 elektrische bussen door de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn van de Chinese fabrikant BYD, een beweging die zowel lof als kritiek heeft uitgelokt. De Lijn’s keuze voor BYD, ’s werelds grootste producent van elektrische voertuigen, benadrukt de competitieve prijzen en technologische vooruitgang die Chinese bedrijven bieden. Met een besparing van ruim 100.000 euro per bus ten opzichte van Europese fabrikanten, belooft deze deal een significante kostenbesparing. Maar, zoals vaak het geval is bij dergelijke overeenkomsten, rijst de vraag: is goedkoop uiteindelijk duurkoop?

De betrouwbaarheid van BYD’s elektrische bussen is eerder in twijfel getrokken, vooral in Nederland, waar klachten over ergonomische problemen en technische storingen naar voren zijn gekomen. Chauffeurs hebben last van pols-, nek- en rugklachten, en sommige bussen zouden onverwacht stilvallen. Ondanks deze problemen onderstreept Isbrand Ho, managing director van BYD Europe, het belang van het aanpakken van elk probleem, hoe klein ook, en bevestigt dat BYD de kosten voor eventuele problemen draagt.

Toch is de keuze voor BYD door De Lijn niet zonder zijn verdediging. De Vlaamse vervoersmaatschappij benadrukt dat de bestelde bussen zullen beschikken over alle nodige comfort voor zowel reizigers als chauffeurs, en zal worden gebouwd in Hongarije, met leveringen gepland vanaf begin 2025. Deze stap is deel van een breder initiatief om te voldoen aan zero-emissiedoelstellingen, iets waarbij de hoeveelheid en de snelheid van levering door Europese fabrikanten zoals Van Hool en VDL, ondanks hun kwaliteit, een beperkende factor blijken te zijn.

Illustratie: © Pitane Blue – BYD

“Van Hool en VDL kunnen nooit de hoeveelheid elektrische bussen aanleveren die De Lijn nodig heeft om zijn zero-emissiedoelstellingen te halen. Het is logisch dat het naar andere busbouwers kijkt. De eerste bestelling van elektrische bussen is trouwens bij hen geplaatst. Ze moesten eind 2022 worden geleverd, maar dat kende een enorme vertraging. Zeker bij VDL, dat nog altijd in een testfase zit, terwijl het 24 bussen had moeten leveren. Als er ook problemen opduiken bij de BYD-bussen, komen andere busconstructeurs weer op de voorgrond.”

Geert Van Lierde, journalist bij Personenvervoer Magazine.

Deskundigen in het personenvervoer, zoals Geert Van Lierde van Personenvervoer Magazine, wijzen op de noodzaak voor De Lijn om zijn vloot te diversifiëren om zijn ambitieuze duurzaamheidsdoelen te bereiken. Van Lierde benadrukt dat hoewel Europese fabrikanten in aanmerking komen voor toekomstige bestellingen, de onvermijdelijke vertragingen en de hogere kosten van hun voertuigen een bredere blik noodzakelijk maken. De keuze voor BYD, ondanks de eerdere problemen, weerspiegelt een pragmatische aanpak om aan de huidige en toekomstige behoeften van openbaar vervoer te voldoen.

Deze ontwikkelingen komen op een moment waarop de transitie naar elektrisch vervoer centraal staat in de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering te bestrijden. Met meer dan 3 miljoen kilometer afgelegd door elektrische bussen en een besparing van 2 miljoen kilo CO2-uitstoot, is de potentiële milieu-impact van dergelijke initiatieven aanzienlijk. Toch blijven de operationele uitdagingen en de noodzaak voor een zorgvuldige afweging van de kosten tegen de baten belangrijke overwegingen voor vervoersbedrijven wereldwijd.

In de context van deze ontwikkelingen blijft de keuze van De Lijn voor BYD een belangrijk discussiepunt, zowel binnen de industrie als onder het publiek. Terwijl sommigen wijzen op de economische voordelen en de vooruitgang op het gebied van duurzaamheid, onderstrepen anderen de mogelijke risico’s en uitdagingen die met dergelijke beslissingen gepaard gaan. Zoals de situatie zich ontvouwt, zal de tijd leren of de strategische gok van De Lijn op BYD een duurzame stap voorwaarts betekent voor het openbaar vervoer in Vlaanderen.

Foto: De Lijn

Vervoersbedrijf De Lijn kiest voor BYD prijs die wint van kwaliteit

Deze beslissing heeft niet alleen financiële, maar ook ecologische en sociale implicaties.

De transitie naar duurzame mobiliteit staat centraal in de strategieën van openbaarvervoersbedrijven wereldwijd, waarbij elektrische bussen een sleutelrol spelen in het verminderen van de ecologische voetafdruk. Recentelijk heeft De Lijn, de Vlaamse vervoersmaatschappij, een grote stap gezet in deze transitie door een omvangrijke bestelling van 92 elektrische bussen. Deze beslissing, echter, heeft een golf van debat en controverse teweeggebracht binnen de sector en daarbuiten, met name rond de keuze voor de Chinese fabrikant Build Your Dreams (BYD) als leverancier.

Het gunningsverslag, dat de Vlaamse krant De Standaard via de wet op openbaarheid van bestuur kon opvragen, onthulde dat BYD’s aanbieding voor de elektrische bussen minstens 20% goedkoper was dan die van de concurrentie. Niettemin, op het vlak van duurzaamheid scoorde BYD het laagste van alle deelnemende partijen. Deze paradox tussen kosten en kwaliteit/sustainability belicht de complexe afwegingen die komen kijken bij publieke aanbestedingen, vooral in sectoren die cruciaal zijn voor de transitie naar een duurzamere toekomst.

investering

De investering, die neerkwam op ruim 43 miljoen euro, of gemiddeld zo’n 470.000 euro per bus, markeert een aanzienlijke financiële inzet voor De Lijn. De keuze voor BYD, ondanks hun lagere score op duurzaamheid, werd gedreven door economische overwegingen, een realiteit waarmee vele openbaarvervoersbedrijven geconfronteerd worden. Het alternatief, dat een kwart duurder was, zou De Lijn hebben gedwongen om met een gelijkaardig budget minder bussen aan te kopen, of meer dan 10 miljoen euro extra uit te geven voor hetzelfde aantal voertuigen.

Deze beslissing heeft niet alleen financiële, maar ook ecologische en sociale implicaties. Enerzijds onderstreept het de druk waaronder openbaarvervoersbedrijven staan om kostenefficiënt te moderniseren en te vergroenen. Anderzijds roept het vragen op over de langetermijneffecten van het prioriteren van kosten boven duurzaamheid en lokale economische ontwikkeling. Het feit dat BYD zijn bussen in Hongarije produceert, voegt een extra dimensie toe aan het debat, gezien de potentiële impact op lokale leveranciers zoals het Belgische bedrijf Van Hool, dat zich in een moeilijke periode bevindt.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Enerzijds is er de druk om te vergroenen en te moderniseren binnen een strak budget, wat de aantrekkelijke prijsstelling van bedrijven zoals BYD zeer verleidelijk maakt. Anderzijds roept het de vraag op over de langetermijngevolgen van dergelijke aankopen op de Europese economie en de lokale industrieën, zoals in het geval van het Belgische Van Hool.

De reactie van De Lijn-voorzitter Johan Sauwens, die aangeeft dat de prijs inderdaad een doorslaggevende factor was, benadrukt de realiteit waarmee vele bedrijven en overheidsinstanties geconfronteerd worden bij het balanceren tussen kosten, kwaliteit en duurzaamheid. Het ontbreken van bezwaren tegen de gunning suggereert een acceptatie van deze realiteit, hoewel het de onderliggende spanningen niet wegneemt.

De keuze van De Lijn voor BYD roept fundamentele vragen op over de criteria die gebruikt worden bij openbare aanbestedingen, met name de weging van economisch voordelige inschrijvingen tegenover duurzaamheidsdoelstellingen. Het illustreert de complexiteit van besluitvorming in een tijdperk waarin de urgentie van klimaatactie botst met economische realiteiten en budgettaire beperkingen.

zorgen

De zorgen van de Europese Commissie weerspiegelen een diepere bezorgdheid over de potentieel verstoorde concurrentie op de Europese markt, veroorzaakt door buitenlandse subsidies aan Chinese producenten zoals BYD. Deze subsidies kunnen de marktcondities vertekenen en Europese bedrijven in een nadelige positie plaatsen. Het geval van de Bulgaarse spoorwegen dient als een concreet voorbeeld van hoe Chinese bedrijven met aanzienlijke financiële steun van hun overheid, producten tegen aanzienlijk lagere prijzen kunnen aanbieden, wat leidt tot vragen over de eerlijkheid van concurrentie binnen de Europese Unie.

Het debat rond BYD en de aankoop van De Lijn illustreert de bredere kwesties van globalisering, handel, en economische strategieën. Het onderstreept de noodzaak voor een evenwichtige benadering die niet alleen de directe kosten en baten in overweging neemt, maar ook de bredere economische, sociale en ecologische implicaties. Het benadrukt ook het belang van internationale samenwerking en regelgeving om een gelijk speelveld te waarborgen en duurzame groei en ontwikkeling te bevorderen.

Vlaamse regering aan zet, toekomst busbouwer Van Hool wankelt

Een derde van het personeel is tijdelijk werkloos en er zijn te weinig bestellingen.

De busbouwer Van Hool in Koningshooikt bij Lier bevindt zich in het oog van de storm, geconfronteerd met financiële tegenslagen en een veranderend landschap binnen de busindustrie. De recente ontwikkelingen rond dit bedrijf hebben geleid tot verhitte debatten op politiek niveau en roepen vragen op over de toekomst van de maakindustrie in Vlaanderen. Het is een verhaal dat de complexiteit illustreert van het balanceren tussen globalisering en het ondersteunen van lokale industrieën.

Van Hool, een naam synoniem met kwaliteit en innovatie in de busbouwsector, staat voor een significante uitdaging. De onderneming, met 2.500 werknemers in België en meer dan 1.000 in een vestiging in Macedonië, heeft te kampen met teruglopende orders en een verschuiving in de marktvraag naar elektrische bussen. Een ontwikkeling die pijnlijk duidelijk werd toen de Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn koos voor 92 elektrische bussen van het Chinese BYD, ten koste van de lokale busbouwers Van Hool en VDL.

“De problemen bij Van Hool kunnen niet los gezien worden van het Vlaamse regeringsbeleid”, zegt Verheyden. “Hoewel we met Van Hool een wereldspeler op vlak van bussen in Vlaanderen hebben, kiest de Vlaamse regering voor goedkope Chinese bussen. Dit mede ingegeven door de groene elektrificatiewoede die handenvol geld kost.”

Het Vlaams Belang vindt dat de Vlaamse regering Van Hool moet redden.

Deze situatie heeft niet alleen impact op Van Hool, maar werpt ook een breder licht op de uitdagingen waarmee de Vlaamse maakindustrie te maken heeft. Factoren zoals strenge milieuregels, hoge energieprijzen en het gerichte ondersteuningsbeleid van industrieën door landen als de VS en China, beïnvloeden de internationale concurrentiepositie van lokale ondernemingen

Het besluit van De Lijn wordt door velen gezien als symptomatisch voor een groter beleidsprobleem. Vlaams Parlementslid Wim Verheyden benadrukt dat de keuze voor Chinese bussen en de uitdagingen van Van Hool niet los kunnen worden gezien van het beleid van de Vlaamse regering. “We moeten onze eigen industrie koesteren,” stelt hij, pleitend voor een herziening van het gunningsbeleid om lokale bedrijven te ondersteunen.

Crisismanager Marc Zwaaneveld zal volgens De Tijd midden maart op een bijzondere ondernemingsraad een stevige herstructurering aankondigen.

In reactie op de crisis bij Van Hool is een bijzondere ondernemingsraad gepland op 11 maart, waar een herstelplan voor het bedrijf zal worden gepresenteerd. Dit volgt op de recente aanstelling van een crisismanager, een stap die de ernst van de situatie onderstreept. De problematiek rond Van Hool is ook indicatief voor de bredere uitdagingen van de transitie naar groene mobiliteit. Terwijl de vraag naar elektrische bussen toeneemt, worstelt Van Hool om zijn plaats in dit nieuwe landschap te vinden, mede doordat het bedrijf de trein van elektrificatie gemist lijkt te hebben.

De situatie bij Van Hool roept belangrijke vragen op over de toekomst van de Vlaamse maakindustrie en de rol van de overheid in het ondersteunen van lokale ondernemingen te midden van globalisering en ecologische transitie. Het illustreert de noodzaak voor een strategische visie die zowel economische levensvatbaarheid als ecologische duurzaamheid waarborgt. Het Nederlandse Qbuzz bestelde in januari wel 112 elektrische bussen bij Van Hool.

Halte halvering nu De Lijn verstoppertje speelt

Breng je zwembandjes mee naar de stad want zinkgaten zijn de nieuwe toeristische attractie.

Deze week stond in het teken van diverse belangrijke ontwikkelingen. Ten eerste kwam de toenemende problematiek van zinkgaten aan het licht, die wijst op een verzwakte staat van de rioleringssystemen in Nederland. Deze gevaarlijke zinkgaten zijn met name in stedelijke gebieden ontstaan, veroorzaakt door hevige regenval en verwaarlozing van het onderhoud aan rioleringen.

Een andere grote verandering is de aanpassing in het openbaar vervoer van De Lijn in Vlaanderen. Vanaf 6 januari 2024 worden meer dan 3.200 haltes geschrapt, ongeveer 17 procent van het totaal. Als alternatief introduceert De Lijn ‘flexvervoer’ met ‘flexbussen’, die meer flexibiliteit en bereikbaarheid beloven.

Eindhoven Airport kende een recordjaar in 2023, met een stijging van het aantal passagiers naar meer dan 6,8 miljoen. De luchthaven bereikte bijna haar maximale capaciteit qua vliegbewegingen en breidde haar bestemmingen uit, wat wijst op een sterke post-pandemische herstel.

foto: Pitane Blue – werkzaamheden aan het rioolstelsel

In Gent gaat tramlijn 1 voor minstens vier jaar uit de roulatie voor de vernieuwing van de tramsporen. Dit heeft aanzienlijke impact op het openbaar vervoer in de stad, hoewel een pendelbus de dienst tijdelijk zal overnemen.

Tegelijkertijd is er groeiende onvrede onder reizigers over nieuwe busdiensten in Nederland, met klachten over vertragingen en uitvallen, vooral in regio’s waar recentelijk nieuwe vervoerders zijn gestart.

Tot slot, De Lijn zet een grote stap in de richting van duurzaamheid met de aankoop van 92 elektrische bussen van BYD Europe, als onderdeel van hun plan voor emissievrij openbaar vervoer tegen 2035. Deze bussen worden vanaf begin 2025 geleverd en zijn uitgerust met moderne voorzieningen.

De Lijn zet groene stap met 92 e-bussen van BYD Europe

“Met deze bestelling gaat De Lijn resoluut door met de vergroening van de vloot, met als doelstelling om tegen 2035 volledig emissievrij openbaar vervoer aan te bieden,” zegt Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn.

De Vlaamse Vervoermaatschappij heeft een grote stap gezet richting een duurzamere toekomst door de aankoop van 92 standaard e-bussen van BYD Europe. Deze investering van ruim 43 miljoen euro markeert een belangrijke mijlpaal in hun streven naar volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035.

Ann Schoubs, de directeur-generaal van De Lijn, benadrukt de significante impact van deze bestelling op de vergroening van hun vloot. Deze aanschaf past perfect binnen de lange termijn visie van De Lijn om een milieuvriendelijkere dienstverlening te bieden. De nieuwe bussen, die vanaf begin 2025 geleverd worden, zijn van alle moderne gemakken voorzien. Denk hierbij aan USB-laadpunten, een elektrische oprijplaat, extra brede schermen, LED-verlichting en zetels bekleed met gerecycled leer. Niet alleen de passagiers, maar ook de buschauffeurs zullen van aanzienlijk meer comfort genieten.

Lydia Peeters, de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, onderstreept het belang van deze stap. Zij ziet het als uitstekend nieuws voor zowel de reizigers als het behalen van klimaatdoelstellingen. De overgang van dieselbussen naar emissievrije voertuigen is een voorbeeld van hoe De Lijn met succes de investeringsmiddelen voor vergroening inzet.

Terwijl De Lijn streeft naar een duurzamere toekomst met de aanschaf van elektrische bussen, roept de keuze voor een niet-lokale leverancier vragen op over de verantwoordelijkheden van publieke entiteiten tegenover de lokale economie.

De Lijn – elektrisch laden van bussen

“Deze BYD voertuigen worden geproduceerd in Hongarije en worden geleverd vanaf begin 2025,” zegt Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn. Ondertussen hekelt de vakbond De Lijn om het chinees buscontract en voert aan dat lokale jobs in gevaar komen door de buitenlandse deal.

Voor toekomstige aankopen behoudt De Lijn de optie om te kiezen tussen de nieuwe overeenkomst met BYD Europe en de eerdere overeenkomst die in 2021 werd gesloten met Van Hool en VDL. Kosten, technische kwaliteit en levertermijnen zullen hierbij cruciale factoren zijn. De komende maanden zullen ook de nieuwe e-bussen van Van Hool en VDL, besteld in het kader van de eerdere overeenkomst, in dienst worden genomen. Deze bussen zijn al een bekend gezicht in de regio’s Genk en Kortrijk, en de eerste voertuigen van VDL worden momenteel grondig getest.

Deze ontwikkelingen bij De Lijn zijn een duidelijk teken van de groeiende trend richting duurzame en milieuvriendelijke openbaar vervoer oplossingen in Vlaanderen. Het toont de vastberadenheid van De Lijn om een voortrekkersrol te spelen in de transitie naar een groenere toekomst. Met de nieuwe e-bussen neemt De Lijn een grote stap voorwaarts in het aanbieden van een comfortabele, efficiënte en vooral duurzamere reiservaring voor haar passagiers.

kritiek

De beslissing om de elektrische bussen aan te kopen bij BYD Europe heeft een golf van kritiek teweeggebracht, vooral van vakbondszijde. Hans Vaneerdewegh, secretaris van de socialistische vakbond ABVV, heeft zijn bezorgdheid uitgesproken over de impact van deze deal op de lokale werkgelegenheid. Zijn kritiek richt zich op het feit dat De Lijn, een organisatie gefinancierd door belastinggeld, zou moeten bijdragen aan het behoud van banen in eigen land.

De kern van Vaneerdewegh’s bezorgdheid ligt in het mogelijke verlies van banen bij Van Hool, een Belgisch busbedrijf, als gevolg van het mislopen van overheidsopdrachten. Dit zou niet alleen leiden tot meer werkloosheid maar zou uiteindelijk ook extra kosten voor de belastingbetaler met zich meebrengen. Van Hool, bekend om zijn bijdrage aan de productie van elektrische bussen, voert een deel van deze productie uit in Macedonië. Echter, het essentiële onderzoek en de ontwikkeling van deze bussen vinden plaats in Koningshooikt, België.

Foto’s ter illustratie: De Lijn