Lisa van Ginneken is benoemd tot nieuwe voorzitter van OV-NL, de koepelorganisatie van de negen Nederlandse openbaarvervoerbedrijven.
Met haar aanstelling haalt de sector een bestuurder binnen die ruime ervaring meebrengt op het snijvlak van politiek, mobiliteit en digitalisering. Van Ginneken neemt het stokje over van Hatte van der Woude, die de functie tot eind februari vervulde.
De benoeming komt op een moment waarop het openbaar vervoer in Nederland voor ingrijpende keuzes en ontwikkelingen staat. De groei van de bevolking en de toenemende drukte in stedelijke gebieden zorgen voor een stijgende vraag naar efficiënte en duurzame vervoersoplossingen. OV-NL benadrukt dat het openbaar vervoer een sleutelrol speelt bij het bereikbaar houden van steden en regio’s, het verbeteren van de leefomgeving en het stimuleren van economische groei. Tegen deze achtergrond wordt de rol van de voorzitter als richtinggevend en verbindend gezien.
stevige reputatie
Van Ginneken is geen onbekende in het mobiliteitsdomein. Tussen 2021 en haar vertrek uit de politiek was zij Tweede Kamerlid namens D66, waar zij onder meer het openbaar vervoer in haar portefeuille had. In die periode hield zij zich bezig met uiteenlopende vraagstukken rondom bereikbaarheid en infrastructuur. Daarnaast bouwde zij een stevige reputatie op binnen het veld van digitalisering en organisatieverandering. Haar ervaring strekt zich uit tot diverse bestuursfuncties en zij treedt regelmatig op als spreker over thema’s als technologische innovatie en inclusiviteit.
Over haar nieuwe rol zegt Van Ginneken zelf: “Ik ben heel blij dat ik als voorzitter van OV-NL mag helpen de rol van het openbaar vervoer in ons land te versterken. Het was een dierbaar onderdeel van mijn portefeuille in de Kamer, en mooi dat ik die ervaring nu kan inzetten om met ov bij te dragen aan het realiseren van maatschappelijke opgaven.” Met die woorden onderstreept zij haar betrokkenheid bij het onderwerp en haar ambitie om het openbaar vervoer verder te positioneren als onmisbare schakel binnen de Nederlandse samenleving.
GVB en EBS Amterdam
Met de komst van Van Ginneken begint OV-NL aan een nieuwe fase waarin samenwerking, innovatie en belangenbehartiging centraal staan. De uitdagingen zijn groot, maar binnen de sector leeft het vertrouwen dat met haar aan het roer belangrijke stappen kunnen worden gezet richting een toekomst waarin het openbaar vervoer een nog prominentere rol speelt in het dagelijks leven van Nederlanders.
OV-NL vertegenwoordigt de gezamenlijke belangen van alle negen openbaarvervoerbedrijven die met een concessie actief zijn in Nederland. Het gaat om Arriva, EBS, GVB, HTM, Keolis, NS, Qbuzz, RET en Transdev. Binnen deze samenwerking wordt gewerkt aan een toekomstbestendig vervoerssysteem dat niet alleen betrouwbaar en toegankelijk is, maar ook inspeelt op de groeiende behoefte aan duurzaamheid. Voor miljoenen reizigers is het openbaar vervoer dagelijks van groot belang, wat de verantwoordelijkheid van de sector en haar vertegenwoordigers extra benadrukt.
politieke ervaring
De organisatie spreekt dan ook het vertrouwen uit dat Van Ginneken de juiste persoon is om de sector in deze fase te leiden. Haar politieke ervaring wordt gezien als een belangrijke troef in de contacten met Den Haag, waar beslissingen over investeringen, regelgeving en beleid direct van invloed zijn op het functioneren van het openbaar vervoer. Tegelijkertijd biedt haar achtergrond in digitalisering kansen om innovatie binnen de sector te versnellen en beter in te spelen op de wensen van de reiziger.
Linda Boot, algemeen directeur van RET en bestuurslid van OV-NL, reageert positief op de benoeming: “We zijn verheugd met de komst van Lisa van Ginneken. Haar ervaring op het gebied van politiek, digitalisering en veranderprocessen maakt haar bij uitstek geschikt om de sector te vertegenwoordigen. We hebben er alle vertrouwen in dat zij een belangrijke bijdrage zal leveren aan de verdere ontwikkeling en positionering van het openbaar vervoer in Nederland.” Haar woorden weerspiegelen het brede draagvlak binnen de organisatie voor de nieuwe voorzitter.
De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA presenteert zich met een duidelijke ambitie en een uitgesproken toon.
Wat vooral opvalt in de plannen ten aanzien van mobiliteit, is dat bereikbaarheid niet meer als los beleidsdossier wordt behandeld, maar nadrukkelijk wordt gekoppeld aan wonen, veiligheid en economie. Mobiliteit is in het coalitieakkoord geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om andere maatschappelijke problemen op te lossen.
maatregelen
Geen grote woorden over gedragsverandering, maar concrete maatregelen over onderhoud, veiligheid, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Mobiliteit wordt gepresenteerd als iets dat moet werken voor iedereen, in alle regio’s, en dat vooral betrouwbaar en veilig moet zijn. Dat pragmatische karakter is misschien wel het meest opvallende element van het mobiliteitsbeleid in dit coalitieakkoord.
Onder leiding van Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Henri Bontenbal wil het kabinet de komende jaren “bouwen aan een beter Nederland”. In het gezamenlijke voorwoord zetten de drie partijleiders de koers scherp neer. “Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar”, schrijven zij, waarmee direct afstand wordt genomen van de politieke polarisatie die volgens hen het vertrouwen in de overheid heeft uitgehold.
woningmarkt
Centraal in de plannen van de coalitie staat de woningmarkt, die al jaren onder zware druk staat. Het kabinet kiest ervoor om de hypotheekrenteaftrek in stand te houden, een maatregel die vooral huiseigenaren rust moet bieden in een tijd van economische onzekerheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat de problemen op de woningmarkt daarmee niet zijn opgelost. Vanaf 2029 wordt jaarlijks 1 miljard euro vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Daarmee wil de coalitie niet alleen het woningtekort aanpakken, maar ook zorgen dat starters, gezinnen en ouderen weer perspectief krijgen op een passende plek om te wonen.
Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman
Een eerste duidelijke lijn is dat infrastructuur structureel wordt verbonden aan woningbouw. Nieuwe wegen, spoorlijnen en ov-verbindingen worden alleen nog prioriteit gegeven als ze aantoonbaar bijdragen aan de ontsluiting van nieuwe woonwijken en economische ontwikkeling. Daarmee breekt het kabinet met het verleden waarin infrastructuurprojecten vaak op zichzelf stonden. Mobiliteit wordt gepresenteerd als een middel om de woningnood te verlichten en regio’s beter te laten functioneren.
Een belangrijk onderdeel van die aanpak is het bevorderen van doorstroming. Veel huishoudens wonen volgens het kabinet niet meer in een woning die past bij hun inkomen of levensfase. Door beter doorstromen mogelijk te maken en zogenoemd scheefwonen tegen te gaan, moeten woningen vrijkomen voor mensen die daar echt op zijn aangewezen. De coalitie ziet daarbij een duidelijke rol voor zowel gemeenten als woningcorporaties, die samen met het Rijk moeten zorgen voor een evenwichtiger verdeling van de beschikbare woonruimte.
Daarnaast valt op dat het akkoord sterk inzet op onderhoud boven uitbreiding. In meerdere passages wordt benadrukt dat bruggen, tunnels, viaducten en spoorwegen het einde van hun levensduur naderen. Het kabinet kiest er expliciet voor om achterstallig onderhoud de komende jaren voorrang te geven boven grootschalige nieuwe aanleg. Veiligheid, betrouwbaarheid en doorstroming worden daarbij als doorslaggevend genoemd. Dit wijst op een meer nuchtere, beheergerichte mobiliteitsvisie.
Woningbouw wordt in de plannen nadrukkelijk gekoppeld aan bereikbaarheid. Nieuwe infrastructuur moet voortaan hand in hand gaan met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken. De coalitie wil voorkomen dat er wijken ontstaan die slecht ontsloten zijn of waar bewoners afhankelijk blijven van de auto. Tegelijkertijd wordt erkend dat de bestaande infrastructuur in veel delen van het land kampt met achterstallig onderhoud. Wegen, bruggen en viaducten verkeren op sommige plekken in zorgwekkende staat. Het kabinet trekt daarom extra middelen uit om deze knelpunten aan te pakken, met het oog op veiligheid én doorstroming.
brandstofaccijns
Voor automobilisten bevat het akkoord een concrete tegemoetkoming. De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt met nog een jaar verlengd. Daarmee wil de coalitie voorkomen dat autorijden voor grote groepen Nederlanders onbetaalbaar wordt, zeker in regio’s waar het openbaar vervoer geen volwaardig alternatief is. Die maatregel wordt gepresenteerd als tijdelijk, in afwachting van bredere hervormingen op het gebied van mobiliteit en belastingen.
Het openbaar vervoer krijgt eveneens aandacht, met name in de aansluiting op andere vormen van vervoer. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, zodat de combinatie van fiets en trein of bus aantrekkelijker wordt. De fiets wordt door het kabinet gezien als een essentieel onderdeel van duurzame mobiliteit, zeker in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is en de druk op het wegennet groot blijft.
verkeersveiligheid
Op het gebied van verkeersveiligheid kondigt de coalitie een opvallende maatregel aan voor fatbikes. Deze steeds populairder wordende elektrische fietsen zorgen volgens gemeenten en politie voor groeiende zorgen, vooral door hoge snelheden en jonge bestuurders. Het kabinet wil daarom een minimumleeftijd invoeren en een helmplicht instellen. Met deze stap wil de coalitie het aantal ongelukken terugdringen en duidelijkheid scheppen in het verkeersbeeld.
Een opvallend detail is de sterke aandacht voor ketenmobiliteit, met name de fiets. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, waarmee de combinatie fiets-trein wordt gepositioneerd als volwaardig alternatief voor de auto. De fiets wordt niet alleen gezien als duurzaam vervoermiddel, maar ook als praktische oplossing voor bereikbaarheid in stedelijke gebieden.
Op het gebied van verkeersveiligheid springt de fatbike-maatregel eruit. Het akkoord introduceert een aparte voertuigcategorie, met een minimumleeftijd, helmplicht en de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike-vrije zones in te stellen. Dit laat zien dat het kabinet bereid is snel en gericht in te grijpen bij nieuwe mobiliteitsproblemen, in plaats van te wachten op bestaande wetgeving.
Alles bij elkaar schetst het akkoord een coalitie die inzet op stabiliteit en samenwerking, met nadruk op wonen, bereikbaarheid en veiligheid. De woorden uit het voorwoord, waarin Jetten, Yeşilgöz-Zegerius en Bontenbal benadrukken dat politiek weer moet laten zien dat samenwerken loont, vormen de rode draad door de plannen. Of deze ambitie ook in de praktijk waargemaakt kan worden, zal de komende jaren moeten blijken, maar de richting is helder: bouwen, verbinden en herstellen van vertrouwen.
Formatie kraakt maar breekt niet volgens verkenner.
Het politiek trefpunt in Den Haag kleurde vanochtend al vroeg in met gespannen gezichten en een overvolle publieke tribune. Vanaf 10.15 uur stond het debat met verkenner Wouter Koolmees op de agenda, een zitting die tot 14.00 uur doorging en waarin de recente adviezen van de verkenner centraal staan. Koolmees nam plaats in de Kamer om, in zijn eigen woorden, helder uiteen te zetten waarom hij heeft geadviseerd dat D66 en het CDA als eerste gezamenlijk een inhoudelijke basis moeten smeden om de vastgelopen formatie weer in beweging te krijgen.
dezelfde wens
Koolmees schetste een beeld van partijen die, ondanks de politieke verschillen, allemaal dezelfde wens delen: zo snel mogelijk een stabiel kabinet op de rails krijgen. In zijn uitleg aan de Kamer benadrukte hij dat er volgens hem aanzienlijk veel raakvlakken zijn op thema’s die al maanden het politieke debat domineren. Hij wees op onderwerpen als wonen, asiel, stikstof en veiligheid, onderwerpen waar, naar zijn observatie, “veel overeenkomsten” liggen tussen fracties.
Toch erkende de verkenner dat de schaduwkanten van het proces minstens zo groot zijn. Hij maakte duidelijk dat de onderlinge verschillen tussen de potentiële coalitiepartners nog steeds scherp en soms hardnekkig zijn. Koolmees sprak van “blokkades” die de vorming van een duurzame samenwerking in de weg staan. Hij lichtte daarbij toe dat het in zijn ogen riskant zou zijn om op dit moment vier partijen gelijktijdig om tafel te zetten, omdat de verschillen dan direct onder een vergrootglas komen te liggen. Volgens hem zou het proces daardoor al in de eerste fase kunnen “vastlopen op varianten” en de verhoudingen onnodig op scherp kunnen zetten. Dat scenario zou, aldus Koolmees, “heel slecht voor het proces zijn”.
Door eerst D66 en CDA samen te brengen hoopt hij een opening te creëren waarbij beide partijen vanuit het politieke midden kunnen zoeken naar bredere steun. In zijn toelichting klonk herhaaldelijk dat verbreding van het draagvlak essentieel is, niet alleen in de Tweede Kamer maar vooral ook in de Eerste Kamer, waar geen enkele combinatie kan rekenen op een automatische meerderheid. Het voorstel van de verkenner moet volgens hem helpen het fundament te verstevigen voordat de volgende partijen worden betrokken.
VVD kritisch
Die aanpak levert echter niet van alle kanten applaus op. Met name de VVD liet zich kritisch uit, omdat die partij graag al in deze fase wilde aanschuiven. Koolmees reageerde op de kritiek met de woorden: “Formeren is faseren, zei een voorganger van mij.” Vervolgens legde hij de nadruk op een andere realiteit van het formatieproces door daaraan toe te voegen: “Maar formeren is soms ook elimineren.” Met die uitspraak maakte hij duidelijk dat een zorgvuldige volgorde soms onvermijdelijk is om de impasse te doorbreken.
Toch benadrukte de verkenner dat zijn advies geen uitnodiging is voor gesloten deuren of achterkamertjes. Volgens hem moeten D66 en CDA tijdens het opstellen van hun inhoudelijke agenda een zichtbare “uitgestoken hand” houden naar de overige partijen. Alleen op die manier kan volgens hem het gewenste brede draagvlak ontstaan dat nodig is om de formatie uiteindelijk tot een goed einde te brengen. Hoe de Kamer die boodschap ontvangt, blijkt pas later op de dag wanneer de verdere debatten en interrupties hun beslag krijgen.
De verkiezingsnacht van 2025 is achter de rug. Een definitieve uitslag laat waarschijnlijk nog dagen op zich wachten.
Er worden nog stemmen geteld, maar de voorlopige prognose van de uitslag is bekend en laat een grote overwinning zien voor D66. Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.
In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.
innovatie
D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.
De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.
Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.
vliegbelasting
Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.
Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.
Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”
Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.
Europese agenda
Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.
Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.
Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.
D66 zet in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 stevig in op een toekomst waarin mobiliteit schoon, slim en sociaal is.
Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.
In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.
innovatie
D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.
De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.
Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.
vliegbelasting
Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.
Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.
Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”
Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.
Europese agenda
Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.
Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.
Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.
Van betaalbaarheid tot duurzaamheid: hoe willen politieke partijen ons land de komende jaren mobiel houden?
Het is een dringende oproep die klinkt als een alarmbel in de oren van iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland. De vraag is of hetzelfde geluid ook hoorbaar is bij de politieke partijen? “Als er niets gebeurt, komt Nederland letterlijk en economisch stil te staan.” Dat zegt Marga de Jager, de voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, een samenwerkingsverband van 25 organisaties in de vervoerssector, waaronder de ANWB, de Fietsersbond, Schiphol en de NS. De alliantie pleit ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 2 tot 3 miljard euro extra investeert in de vervoersinfrastructuur.
politieke partijen
Nu de politieke partijen hun standpunten over mobiliteit verder hebben verfijnd in hun verkiezingsprogramma’s, wordt het meer dan ooit tijd om deze urgentie te onderkennen en actie te ondernemen. Of zoals De Jager het verwoordt: “Zorg in elk geval dat datgene wat gepland stond ook wordt uitgevoerd de komende jaren.” De mobiliteitsplannen van Nederlandse politieke partijen tonen een scherp contrast in visies en benaderingen. In een land waar mobiliteit een kritieke rol speelt in het dagelijks leven, biedt elk van de grote partijen een unieke draai aan hoe ze deze essentiële sector willen hervormen.
Maar er is meer. De Jager wijst erop dat zonder adequate investeringen in mobiliteit, ook het proces van verduurzaming in gevaar komt. Dit heeft niet alleen ecologische implicaties, maar bedreigt ook de economische vitaliteit van het land. Bovendien ligt er een sociale tijdbom op de loer. Als de kosten voor mobiliteitsdiensten blijven stijgen zonder overheidsinterventie, worden deze diensten onbetaalbaar voor een grote groep mensen. Tijd voor onze redactie in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen voor een analyse en ons samenvattend inzicht in de verschillende partijprogramma’s.
Marga de Jager – CEO ANWB
De VVD richt zich op betaalbaarheid en efficiëntie, ondersteund door technologische innovaties. De partij is daarmee populair onder middengroepen en ondernemers. Maar de VVD’s standpunt om accijnzen op auto’s te verlagen staat op gespannen voet met hun streven naar een snelle overgang naar elektrisch rijden, wat vragen oproept over de consistentie van hun plannen. De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen.
De PvdA–GroenLinks verschuift de aandacht naar sociale inclusiviteit, met een nadruk op het maken van openbaar vervoer dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Deze sociaal gerichte aanpak klinkt mooi, maar critici wijzen erop dat er weinig details zijn over hoe de partij deze plannen denkt te financieren. De politieke alliantie neemt een expliciet milieuvriendelijke houding aan. Hun focus ligt op het verminderen van de CO2-uitstoot door substantiële investeringen in fietsinfrastructuur en de vergroening van het openbaar vervoer. Deze groene agenda krijgt steun onder een jongere demografie, maar stuit ook op weerstand bij diegenen die vrezen voor hogere belastingen en kosten.
D66 probeert een middenweg te vinden tussen economische groei en duurzaamheid. Ze zetten in op waterstof als een potentiële brandstof van de toekomst en willen tegelijkertijd het bestaande openbaar vervoersnetwerk moderniseren. Dit evenwichtige standpunt kan in theorie een breed electoraat aanspreken, maar het brengt het risico met zich mee van niet genoeg focus op één specifiek gebied.
kleinere partijen
Terwijl de grote partijen hun eigen uitgesproken visies op mobiliteit hebben, mogen de standpunten van kleinere en opkomende partijen niet over het hoofd worden gezien, omdat ze vaak nieuwe en innovatieve benaderingen bieden.
Portret van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.
De SP benadrukt een meer gemeenschapsgerichte benadering van mobiliteit. Hun focus ligt op het verbeteren van lokale en regionale vervoersdiensten, waardoor de partij een sterke achterban kan opbouwen in kleinere gemeenschappen. Echter, het gebrek aan aandacht voor nationale en internationale verbindingen kan een beperkende factor zijn in hun mobiliteitsvisie.
Het CDA streeft naar verbeterde bereikbaarheid in minder dichtbevolkte regio’s door substantiële investeringen in belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Bovendien pleit de partij voor financiële steun aan regionale openbaarvervoerprojecten zoals de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster. In een ongebruikelijke beweging kant de partij zich tegen rekeningrijden in dunbevolkte gebieden, kiezend voor een e-vignet om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verwerven voor het onderhoud van wegen.
Forum voor Democratie (FVD) maakt bijvoorbeeld een gedurfde keuze door te pleiten voor de afschaffing van veel bestaande milieuvoorschriften rond mobiliteit. De partij beschouwt deze regelgeving als een belemmering voor economische groei. Dit standpunt kan resoneren bij een groep kiezers die zich gefrustreerd voelen door wat zij zien als overregulering, maar het roept ook vragen op over duurzaamheid en langetermijneffecten op het milieu.
De Partij voor de Dieren legt de nadruk juist sterk op duurzaamheid, en wil het gebruik van fossiele brandstoffen fors verminderen. Ze pleiten voor investeringen in alternatieve, duurzamere vormen van transport, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Hoewel deze visie aantrekkelijk kan zijn voor milieubewuste kiezers, lopen ze het risico anderen af te schrikken die vrezen voor een te drastische verandering in hun dagelijks leven.
Om deze doemscenario’s te vermijden, heeft de Mobiliteitsalliantie een aantal concrete voorstellen gedaan. Naast het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en de verbreding van de A4, wordt er gepleit voor het in stand houden van de pontveren die een vitale rol spelen in het vervoer van mensen over water. Dit alles, zegt De Jager, vereist niet alleen plannen, maar vooral ook daadkracht van het nieuwe kabinet.
De ChristenUnie ziet mobiliteit als een manier om de sociale cohesie te bevorderen, waarbij zowel lokale gemeenschappen als het gehele land worden verbonden. Zij focussen op betrouwbaar openbaar vervoer en goede weginfrastructuur als middelen om dit te bereiken. Hoewel deze aanpak minder controversieel is, ontbreekt het aan een duidelijke visie op milieuvraagstukken.
Denk wil het openbaar vervoer toegankelijker maken voor minderbedeelden en pleit voor eerlijkere prijzen. Daarnaast wil de partij dat er meer aandacht komt voor de transportbehoeften van minderheden en nieuwkomers. Deze inclusieve benadering kan een bepaalde niche aanspreken, maar de uitwerking en financiële haalbaarheid blijven vraagstukken.
Foto: SGP – Chris Stoffer
Bij elkaar genomen tonen deze partijen een breed scala aan benaderingen, van deregulering en economische groei tot sociale inclusiviteit en milieuduurzaamheid. Zoals de grotere partijen hun eigen specifieke kiezersgroepen aantrekken, doen ook deze kleinere partijen dat, en hun invloed op het nationale debat over mobiliteit kan niet worden genegeerd.
De SGP, vaak gezien als conservatief en traditioneel, heeft een verrassend pragmatische benadering van mobiliteit. Ze zijn voorstander van een goed onderhouden weginfrastructuur, maar willen ook investeren in nieuwe technologieën om de verkeersdoorstroming te verbeteren. Op deze manier probeert de partij een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie.
Naarmate de verkiezingen naderen, wordt het steeds belangrijker om deze diverse visies te wegen en te overwegen welke het meest coherent en toepasbaar zijn op een nationaal niveau. Terwijl de focus vaak ligt op de grotere en bekendere partijen, dragen ook de kleinere partijen bij aan de veelzijdigheid van het debat rondom mobiliteit. Enkele voorbeelden zijn SGP, 50Plus en BIJ1.
Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga
JA21, een relatief nieuwe speler, houdt er liberale economische ideeën op na, waarbij particulier ondernemerschap in de mobiliteitssector wordt gestimuleerd. Ze willen de markt meer openstellen en bureaucratische belemmeringen verminderen, wat in hun ogen tot meer innovatie en efficiëntie zou leiden.
50Plus legt de nadruk op het verbeteren van de mobiliteit voor ouderen. Dit omvat niet alleen openbaar vervoer, maar ook speciale diensten en voorzieningen voor senioren, zoals buurtbussen en ouderentaxi’s. In een vergrijzende samenleving kan deze focus op ouderen een belangrijk punt van overweging zijn.
BIJ1 richt zich op het creëren van een meer inclusieve samenleving en dit is terug te zien in hun standpunten over mobiliteit. De partij streeft naar betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen, met een speciale focus op kwetsbare groepen. Hiermee wil BIJ1 de mobiliteitskloof verkleinen die vaak te zien is in diverse en ongelijke samenlevingen.
Kortom, de kleinere partijen belichten facetten van het mobiliteitsdebat die soms over het hoofd worden gezien door de grotere partijen. Ze brengen onderwerpen als inclusiviteit, veroudering en efficiëntie naar voren, en voegen daarmee een extra laag van complexiteit toe aan de discussie. In de aanloop naar de verkiezingen zou het onverstandig zijn deze partijen en hun unieke benaderingen te negeren.
Je ziet ze steeds vaker in het straatbeeld: elektrische steps. Op dit moment zijn de meeste elektrische steps niet legaal in Nederland.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt momenteel aan een wetsvoorstel waarmee licht elektrische voertuigen (LEV’s), zoals e-steps, legaal zullen worden. Wie nu met een e-step op de openbare weg zoeft riskeert een boete van 280 euro en een inbeslagname van de step. Nu bereiden steden zich voor tegen de mogelijke komst van de e-steps.
Je mag alleen de weg op wanneer de step door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RDW is aangewezen als bijzondere bromfiets.
Ondertussen ziet de politie steeds meer e-steps rijden en deelt ze ook vaker boetes uit. Toch blijft het dweilen met de kraan open. Vooral jongeren zweren bij het vervoermiddel bij kortere afstanden want het is gewoon heel makkelijk en handig. Het uitblijven van regelgeving en de bijbehorende risico’s houden de meeste jongeren niet tegen om op een e-step te rijden.
Foto: Pitane Blue – Bolt e-steps
Ondanks jongeren al massaal de e-steps omarmen wil naar alle waarschijnlijkheid wethouder Van der Horst de gevreesde e-steps weren in haar stad Amsterdam, dit in tegenstelling tot steden als Rijsel, Berlijn, Parijs en Rome. Ook andere steden morren over de komst. Een woordvoerder van de gemeente Den Haag zei tegen BNR dat de deelsteps daar ‘in ieder geval niet de straat op gaan’.
Een elektrische step heet ook wel e-step. Aanbieders als Lime, Tier en Bolt kunnen wellicht vanaf 2025 ook in Nederland hun tweewielers aanbieden. Een elektrische step gaat niet harder dan 25 kilometer per uur en hoort tot de bijzondere bromfietsen. Als de e-step niet gekeurd is dan mag het niet op de openbare weg en loop je de kans dat hij in beslag wordt genomen.
De gemeente heeft de taak om dit leerlingenvervoer beschikbaar te stellen en moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van dit vervoer goed is.
Volgens de fractievoorzitter Jacqueline Höcker van de lokale partij Goed voor Amstelveen (GvA) en Saloua Chaara, die sinds 2014 gemeenteraadslid is voor D66, moet er meer aandacht zijn voor inclusiever onderwijs in Amstelveen, zodat meer leerlingen dichtbij huis naar school kunnen. Zij hebben om opheldering gevraagd en willen dat problemen snel worden opgelost.
leerlingenvervoer
Problemen met het leerlingenvervoer hebben impact op de ontwikkeling van leerlingen en hun recht op onderwijs. Daarom werden er per brief vragen over gesteld. De problemen moeten snel worden opgelost. Met aandacht voor beter passend onderwijs in Amstelveen. Het leerlingenvervoer voor de gemeente Amstelveen wordt sinds 2021 uitgevoerd door vervoersbedrijf Munckhof. D66 en Goed voor Amstelveen krijgen in toenemende mate signalen van ouders en scholen over een niet goed functionerend vervoerssysteem. Daarom hebben zij het college van burgemeester en wethouders om opheldering gevraagd..
“Wij hebben de indruk dat de situatie steeds meer verslechtert. Daardoor missen kinderen met bijvoorbeeld autisme of een fysieke beperking steeds meer schooluren en worden zij in hun ontwikkeling belemmerd. Soms zitten leerlingen drie kwartier tot anderhalf uur in een busje omdat de vervoerder in een lus rijdt. Hierdoor worden ook ouders in hun werkzaamheden beperkt omdat er onzekerheid is over of het vervoer wel op tijd komt”
Jacqueline Höcker, fractievoorzitter van Goed voor Amstelveen.
“Laat duidelijk zijn dat niet optimaal functionerend leerlingenvervoer echt impact kan hebben op de ontwikkeling van leerlingen en hun recht op onderwijs. Daarom moeten de problemen wat ons betreft snel worden opgelost. Hoe klein het aantal leerlingen mogelijk ook is dat door de problemen wordt geraakt.”
Saloua Chaara, gemeenteraadslid voor D66.
D66 en Goed voor Amstelveen willen daarom weten hoe groot de problemen zijn en wat het college doet om de problemen op te lossen. Beide fracties willen dat het college van burgemeester en wethouders hierbij niet alleen kijkt naar het vervoersprobleem op zich. Maar dat het college, samen met het onderwijs, óók kijkt naar meer mogelijkheden voor beter passend onderwijs in Amstelveen. D66 en Goed voor Amstelveen hebben het college opgeroepen om hier mee aan de slag te gaan.
Hij volgt de naar KLM vertrokken Marjan Rintel op en begint op 1 november.
Ex-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte III Wouter Koolmees wordt per 1 november de nieuwe president-directeur van de NS. Koolmees weet als grootverbruiker van de trein als geen ander hoe goed we het in Nederland geregeld hebben. Hij wijst ook op het feit dat de NS “steeds meer onder druk” staat en wijst erop dat “dat ook geldt voor haar prestaties”. De D66’er wacht de zware uitdaging om de vervoerder weer op de rails te krijgen.
De Centrale Ondernemingsraad van NS heeft positief geadviseerd over de aanstelling van Koolmees. „De Centrale Ondernemingsraad heeft vertrouwen in de nieuwe president-directeur. En ziet uit naar de samenwerking met hem in deze uitdagende tijd voor NS”, stelt voorzitter Bas Kuperus van de ondernemingsraad.
Ook felicitaties aan het adres van Wouter Koolmees van Staatssecretaris Vivianne Heijnen van ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Het ov is prachtig om aan te werken, en er is genoeg te doen. Ik kijk er echt naar uit om, met Koolmees aan het roer, samen met NS aan de slag te gaan om de trein voor de reiziger aantrekkelijker te maken”.
onrust
In ieder geval start Wouter Koolmees niet met personele problemen die voor stakingen zorgen. De spoorbonden stemden dinsdag 11 oktober 2022 in met een structurele loonsverhoging van 9,25 procent, een van de royaalste cao’s van dit jaar. Daarmee is staken bij de NS van de baan. Ook wordt het minimumuurloon verhoogd naar 14 euro, meer dan de 10 procent die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde. Henri Janssen, bestuurder FNV Spoor: ‘Wij zijn ontzettend trots. Niet alleen op het resultaat, maar vooral op onze actieleiders en alle stakende leden. Zonder hen was deze cao nooit tot stand gekomen.’
opgeklommen
Vakbond FNV heeft vertrouwen in Wouter Koolmees als nieuwe topman van de Nederlandse Spoorwegen. Volgens bestuurder Henri Janssen is de oud-minister de „verbinder” die zijn voorganger Marjan Rintel niet was. Zo kan Koolmees de onder Rintel ontstane problemen met het personeel helpen oplossen, denkt de vakbond. Koolmees is een stapelaar: via de mavo en de havo is hij opgeklommen naar een universitaire studie.
In politiek Den Haag wordt hij gezien als financieel brein. Hij werkte zeven jaar op het ministerie van Financiën, onder andere als hoofd begrotingsbeleid. In 2010, zijn eerste jaar als Kamerlid, werd hij verkozen tot politiek talent van dat jaar. Koolmees (1977) was van 26 oktober 2017 tot 10 januari 2022 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte III. Van 1 november 2019 tot 14 mei 2020 was hij tevens (tweede) viceminister-president. Van 17 juni 2010 tot 26 oktober 2017 was de heer Koolmees Tweede Kamerlid voor D66. Hij was toen financieel woordvoerder en vicefractievoorzitter. Na zijn studie werd de heer Koolmees economisch onderzoeker en daarna ambtenaar op het ministerie van Financiën en laatstelijk hoofd begrotingsbeleid bij het directoraat-generaal van de Rijksbegroting.
Hij volgt de naar KLM vertrokken Marjan Rintel op en begint op 1 november.
Grote maatschappelijke ophef hebben geleid tot het openbaar maken.
Diverse fracties hebben vragen gesteld naar aanleiding van berichtgeving dat hoge ambtenaren de regels schonden om Uber te bevoordelen. In de Kamerbrief schrijft Van Rij dat de Belastingdienst nu onderzoek doet naar deze casus. Hoewel het in beginsel niet gebruikelijk is om met de Kamer in discussie te gaan over individuele belastingplichtigen, kan dit anders zijn in zaken die tot grote maatschappelijke ophef hebben geleid aldus de bewindsman.
Staatssecretaris Van Rij stuurt de antwoorden op vragen over de fiscale behandeling van Uber naar de Tweede Kamer. Ook biedt de staatssecretaris een vertrouwelijke briefing over dit onderwerp aan. Wij doken in de antwoorden op de vragen van de verschillende fracties en zetten ze op een rijtje. Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) geeft antwoord op vragen over de fiscale behandeling van Uber. De Tweede Kamerleden Omtzigt (Omtzigt), Nijboer (PvdA), Grinwis (ChristenUnie), Maatoug (GroenLinks), Stoffer (SGP), Dassen (Volt) en Van Dijk (CDA) hebben deze vragen gesteld.
In de Kamerbrief schrijft Van Rij dat de Belastingdienst nu onderzoek doet naar deze casus. De bevindingen worden getoetst door onafhankelijke experts. Marnix van Rij (1960) is sinds 10 januari 2022 staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst in het kabinet-Rutte IV.
De VVD boekt bij de Tweede Kamerverkiezingen een ruime overwinning. Mark Rutte kan met deze uitslag de langstzittende premier ooit worden. Tweede partij in Nederland is D66 en werd de grote verrassing bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. Sigrid Kaag ging dansend de tafel op bij de exitpoll. Tegelijkertijd ziet Kaag ook de noodzaak tot samenwerking, ook met de VVD van demissionair premier Mark Rutte die eveneens winst heeft geboekt.
D66
De kandidaten van de lijst D66 komen uit alle vier windstreken, en zelfs de overzeese delen van ons koninkrijk. Bij investeringen in mobiliteit staan bereikbaarheid en duurzaamheid voorop. D66 wil dat het openbaar vervoer in de stedelijke omgeving aantrekkelijker wordt dan de auto. De partij wil investeren in een snellere OV-verbinding naar Noord- en Zuid-Nederland en onze Oosterburen. D66 vindt dat de kansen van waterstof als energiedrager verder en concreter moeten worden ontwikkeld. Voor diverse vormen van mobiliteit wil D66 binnen een straal van elke 100 km een waterstoftankstation. De partij stimuleert ook de grote innovaties die worden verwacht met schoner, zelfrijdend vervoer. Zij bieden reizigers meer vervoers- en overstapmogelijkheden, bijvoorbeeld via de fiets, elektrische scooters of (deel)auto’s. Dit vraagt om grote investeringen, maar die zijn noodzakelijk, ook voor een schonere lucht.
VVD
VVD wil meer concurrentie in het openbaar vervoer. Zeker in drukke gebieden als de Randstad is het onmisbaar. VVD wil meer overstappunten waar allerlei vormen van vervoer samenkomen. Zo kun je makkelijk overstappen van de trein naar bijvoorbeeld een deelauto. Van tevoren plan, boek en betaal je de volledige reis via een app. In niet-stedelijke gebieden wil de grootste partij van Nederland het openbaar vervoer klantvriendelijker maken. De vraag van de reiziger moet centraal staan en niet het aanbod van de vervoerder. Lege bussen zijn zonde van het geld en het milieu. De partij wil ook meer concurrentie in het openbaar vervoer. Door openbare aanbestedingen krijgen reizigers meer en beter openbaar vervoer.
De standpunten van de VVD lezen we dat als toegangspoort naar West-Europa Schiphol cruciaal voor onze economie. Zeker de hub functie lokt verschillende bedrijven naar ons land. Dat is de reden voor het steunpakket voor KLM in de coronacrisis. Een faillissement van KLM zou dramatische gevolgen hebben voor Schiphol.
Vervoer is belangrijk om naar je werk, opleiding, vrienden of familie te gaan. Ook als we vaker thuiswerken, zal Nederland vastlopen als wij nu niets doen. We moeten anders en slimmer naar alle modaliteiten (auto, fiets, OV) van vervoer kijken, zodat we ook in de nieuwe realiteit op een duurzame en verantwoorde manier onze bestemmingen kunnen bereiken. Mobiliteit staat bij ons de komende weken centraal in de aanloop naar de verkiezingen. De kandidaten, de ideeën waar zij voor staan en hun partijprogramma. In de eerste publicatie van een reeks politieke ambities ten aanzien van mobiliteit gaan we in op de idealen van D66.
De kandidaten van de lijst D66 komen uit alle vier windstreken, en zelfs de overzeese delen van ons koninkrijk. Er is spreiding in leeftijd, de jongste kandidaat is 19 en de oudste 64. In 2017 kwam lijsttrekker Sigrid Kaag terug naar Nederland. D66 wil de klimaatcrisis zo stevig aanpakken dat Nederland eraan gaat verdienen. Alleen met een nieuwe economie kunnen we volgens de partij floreren in een tijd van technologische en industriële revolutie. Van vliegen naar treinen. Dat is een van de idealen uit het D66 partijprogramma.
De vliegtuigen van Fokker domineerden met veel lawaai en uitstoot het luchtruim. Nou, dan kunnen de Flying-V’s uit Delft stiller en schoner het stokje overnemen. DAF en Spyker konden Nederland veroveren. Nou, dan kunnen de schone auto’s van Lightyear en Luca uit Brabant dat ook.
Bij investeringen in mobiliteit staan bereikbaarheid en duurzaamheid bij ons voorop. D66 wil dat het openbaar vervoer in de stedelijke omgeving aantrekkelijker wordt dan de auto. De partij wil investeren in een snellere OV-verbinding naar Noord- en Zuid-Nederland en onze Oosterburen. De partij stimuleert ook de grote innovaties die worden verwacht met schoner, zelfrijdend vervoer. Zij bieden reizigers meer vervoers- en overstapmogelijkheden, bijvoorbeeld via de fiets, elektrische scooters of (deel)auto’s. Dit vraagt om grote investeringen, maar die zijn noodzakelijk, ook voor een schonere lucht.
Tweede Kamerverkiezingen
Enkele programmapunten van D66 zijn – investeren in schone energie – hogere klimaatdoelen – van vliegen naar treinen – sneller en schoner van A naar B – veel meer OV en opvallend gratis kinderopvang. Wij bouwden de Delta werken, dus we kunnen toch ook de waterstoffabriek van Europa worden? D66 wil investeren in publiek werk, het werk dat samenleven mogelijk maakt. Want niemand kan leven van waardering alleen. Dat weten we. Maar we kunnen de problemen ook niet alleen afdoen met een salarisverhoging. Er moet voor D66 een einde komen aan strikte voorschriften uit de torens van Den Haag, waardoor er bijna meer tijd gaat zitten in gedetailleerde verantwoording dan waar het echt om gaat.
Het is aan de politiek om mensen weer perspectief te geven. Dat begint zo vroeg mogelijk. Door gratis kinderopvang. Door flink te investeren in goed onderwijs.
D66 vindt dat de kansen van waterstof als energiedrager verder en concreter moeten worden ontwikkeld. De partij liet eerder in de provincie Overijssel en Flevoland een duidelijk signaal horen. Voor diverse vormen van mobiliteit wil D66 binnen een straal van elke 100 km een waterstoftankstation. Om waterstof breed beschikbaar te maken staat D66 open voor opslag van waterstof en onder voorwaarden eventueel in de (diepe) ondergrond. We sluiten tegelijk opslag voor afval en CO2 in de diepe ondergrond uit. De fractie van D66 Deventer stelt het college schriftelijke vragen over de kansen en mogelijkheden om waterstof beter te benutten voor de energietransitie. D66 wijst op de vele actuele ontwikkelingen omtrent het gebruik van waterstof in het verkeer, openbaar vervoer en het verwarmen van woningen.
van Beiroet naar Binnenhof
Regisseur Shuchen Tan volgde de afgelopen vijf jaar de transformatie van Sigrid Kaag van diplomaat naar minister en uiteindelijk D66 lijsttrekker. Het hoort bij de democratie dat media laten zien hoe het politiek werkt. Daarbij zijn dit soort documentaires belangrijk, ze geven meer inzicht dan een tweet of een snelle quote. Centraal thema van de film werd dan ook hoe Kaag deze grote overgang van het Midden-Oosten naar de Haagse politiek ervaart.
Sigrid Kaag
Ik herkende nog steeds veel. Overwegend gelukkige mensen in een vrij en veilig land – en geloof me, ik heb anders gezien in deze wereld.
Tweede kamer Politieke partijen Christen Unie en D66 hebben een voorstel gedaan bij minister Cora van Nieuwenhuizen om een minimumprijs in te voeren voor vliegtickets. Ze willen dat vliegtickets in Nederland niet goedkoper worden aangeboden dan 34 euro. Ze willen dit omdat ze bang zijn dat vliegmaatschappijen na de coronacrisis tickets aan gaan bieden voor dumpprijzen om vliegtuigen vol te krijgen. Ze zijn ook bang dat vliegmaatschappijen een strijd onderling aangaan om hun vliegrechten op Schiphol te behouden. Veel vliegen is weer slecht voor het milieu.
“De kans is groot dat maatschappijen na de crisis gaan proberen om routes vast te houden”, zegt D66-Kamerlid Jan Paternotte tegen de NOS. “Om die vliegtuigen te vullen, gaan ze enorm stunten met tickets. Ze gaan ze dumpen ver onder de kostprijs.” Veel vliegen, vooral op korte afstanden, heeft volgens Paternotte grote gevolgen voor het milieu”.
De twee partijen vinden dat de dumpprijzen voor vliegtickets een oneerlijke strijd is ten opzichte van reizen met de bus en reizen per trein. Vandaag is er een overleg in de Tweede Kamer over de luchtvaartnota met de minister van Infrastructuur en Waterstaat. In diverse media hebben vliegmaatschappijen hun mening gegeven over deze kwestie. Verschillende luchtvaartmaatschappijen denken niet dat de prijsverhoging maatregel voordelen voor het milieu heeft en luchtvaartmaatschappijen ook niet extra gestimuleerd worden om zuiniger te vliegen, integendeel zelfs. De Oostenrijkse regering kondigde eerder ook al aan dat hun als voorwaarde stellen dat een vliegticket voortaan minstens 40 euro moet gaan kosten in ruil voor staatssteun voor luchtvaartmaatschappij Austrian Airlines. Het is nu afwachten wat onze regering besluit.
Transavia bestrijdt dat het tickets verkoopt voor dumpprijzen. “Wij hebben eerlijke prijzen voor onze producten. We willen ook winstgevend zijn om te kunnen investeren, bijvoorbeeld in duurzaamheid. Van buitenaf sturen op prijsfixatie helpt de markt niet om zo optimaal mogelijk te kunnen presteren”, zegt een woordvoerder.
Vandaag debatteerde de Tweede Kamer met het kabinet over het coronabeleid. Zorgen over het pakket aan maatregelen voor ondernemers zoals taxichauffeurs. Rob Jetten, Fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van D66, heeft geconstateerd dat er wellicht de afgelopen week te snel een beslissing werd genomen. Voor aanpassing van de lijst van sectoren of SBI codes die voor het economisch steunpakket in aanmerking komen werd vooralsnog geen toezegging gedaan aan Farid Azarkan.
Farid Azarkan (DENK) stelde de vraag aan de Minister waarom taxichauffeurs niet kunnen rekenen op overheidssteun. Ondanks het kabinet dit weekend nog extra steunmaatregelen heeft genomen om ondernemers te helpen, blijven de aanspraken die de taxi- en touringcarbedrijven kunnen maken op 4.000 euro ongewijzigd. Het kabinet maakte onlangs de eerste regelingen bekend voor ondernemers die getroffen worden door de coronacrisis. Felle kritiek van VNO-NCW en het branchevereniging KNV. Steun van D66 zou hier welkom zijn.
De kritiek van het Forum voor Democratie was de afgelopen weken niet mals, maar partijleider Baudet staat nu duidelijk achter het kabinet. “Het is nu geen tijd voor eenkennig drammen”. Thierry Baudet, fractievoorzitter van Forum voor Democratie (FVD) , wil wel dat er meer getest wordt.
antwoorden van de Minister-president Mark Rutte
Reizen in Nederland blijft ontraden. De veiligheidsregio’s gaan zelfs verder in het sluiten van voorzienningen dan de eisen van het kabinet. De communicatie over het mooie weekend wat er aan komt is een zorg. Er wordt extra geattendeerd op thuisblijven. Via influensers heeft het kabinet een bereik van 3.8 miljoen volgers die worden ingezet om jongeren te bereiken.
“We hebben een intelligente ‘lock-down’ in Nederland, dus we rekenen een beetje op het gezond verstand van Nederland – ga alleen naar de winkel en maak er geen uitje van – de kerken blijven dicht en geloofsgemeenschappen doen het echt verstandig – we organiseren het als samenleving met elkaar” , aldus Rutte.
Wel lof voor de persconferentie van afgelopen dinsdag, met name de duidelijkheid was stukken beter dan vorige edities. PVV-voorman Geert Wilders ging meteen in de aanval naar fractievoorzitter Klaas Dijkhoff om het kabinet in te wrijven dat er de laatste jaren ontzettend werd bezuinigd op de zorg. Hij wil het kabinet niet de coronacrisis verwijten maar heeft wel aandacht voor 1.9 miljard die werd bezuinigd op de zorg.
De kracht van de boodschap gisteren was een duidelijke boodschap na 6 april. We gaan met elkaar door op een slimme wijze tot en met 28 april.