Tag archieven: deelmobiliteit

De toekomst rijdt mee: tien gouden regels die steden opnieuw laten ademen

Deelmobiliteit staat steeds vaker in het middelpunt van het gesprek over de toekomst van onze steden en dorpen.

De aanleiding voor het opstellen van de tien gouden regels komt voort uit een groeiende verwarring én urgentie in de wereld van mobiliteit. Steeds meer steden worden geconfronteerd met dichtslibbende straten, een chronisch tekort aan openbare ruimte en inwoners die worstelen met de kosten van autobezit. Intussen groeit de druk om klimaatdoelen te halen en de uitstoot drastisch te verlagen. In dat krachtenveld kreeg het SHARE-North-project te maken met een duidelijke vraag van beleidsmakers, planners en lokale overheden: waar moeten we beginnen?

Terwijl beleidsmakers zoeken naar manieren om ruimte terug te winnen, emissies te verlagen en leefbaarheid te vergroten, vormt een set van tien kernprincipes een houvast voor iedereen die de overstap wil maken naar slimmer reizen. Deze zogenoemde gouden regels schetsen glashelder waarom deelmobiliteit méér is dan een trend: het is een noodzakelijke stap richting een samenleving die niet langer draait om bezit, maar om toegang, vrijheid en slimme keuzes.

In gesprekken met beleidsmakers viel één zinnetje steeds opnieuw: “We zien dat het nodig is, maar we weten niet waar we moeten beginnen.” Tegelijkertijd zagen de projectpartners dat inwoners geconfronteerd werden met een explosie aan nieuwe vormen van mobiliteit, zonder duidelijkheid over hun werkelijke impact. Wat is nuttig, wat is bijzaak en wat maakt het verschil?

Binnen de eerste regel klinkt meteen de urgentie door. Deelmobiliteit is volgens de opstellers een middel “om de autoafhankelijkheid te verkleinen, emissies te verminderen en de kwaliteit van leven te vergroten”. Dit is geen vrijblijvende constatering maar een directe boodschap aan steden die gebukt gaan onder parkeerdruk en luchtvervuiling. Wie minder afhankelijk wordt van de auto, krijgt een stad terug die weer ademt.

multimodaliteit

In de tweede regel staat dat deelmobiliteit “bijdraagt aan een verschuiving van autogebruik en -bezit naar multimodaliteit”. Het gaat hierbij om een culturele omslag: wie de vrijheid ontdekt van lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde voertuigen, merkt al snel dat de eigen auto veel vaker stilstaat dan hij rijdt. Precies dat inzicht vormt de motor achter gedragsverandering.

De derde regel zoomt in op de kracht van ruimte. Steden die kampen met een gebrek aan ademruimte kunnen enorm profiteren van deelmobiliteit, want gedeelde voertuigen “maken het mogelijk om stedelijke gebieden te verdichten en tegelijk te vergroenen”. Minder geparkeerde auto’s betekent meer bomen, bredere stoepen en plekken waar mensen elkaar weer kunnen ontmoeten. Daarmee wordt ook “de biodiversiteit vergroot”.

De vierde regel benoemt de dynamiek binnen de markt. Sommige vormen van deelmobiliteit groeien langzaam maar blijken “een sterk positief effect te hebben op autobezit en emissies”. Andere varianten trekken door investeringen van grote bedrijven razendsnel nieuwe gebruikers aan, al is hun daadwerkelijke impact nog niet altijd helder. Dat deze nieuwe vormen wél een belangrijke instap vormen voor een grote groep mensen, staat buiten kijf.

Foto: © Pitane Blue – deelmobiliteit

De projectpartners merkten dat veel professionals wel wisten dát deelmobiliteit potentie had, maar niet precies hóe, waarom of onder welke voorwaarden het systeem echt zou werken. Tegelijkertijd kregen zij vragen van inwoners die de wildgroei aan deelsteps, deelfietsen en deelauto’s zagen verschijnen, zonder dat duidelijk was welke vorm nu werkelijk bijdroeg aan leefbaarheid en duurzaamheid.

Dat succesfactoren elkaar versterken wordt benadrukt in regel vijf: “Hoe meer vormen van deelmobiliteit er beschikbaar komen in een gebied, des te sterker de synergie.” Een buurt waar een deelfiets, deelauto, deelstep en openbaar vervoer soepel op elkaar aansluiten, heeft een aantrekkelijk alternatief voor de eigen auto.

Niet iedere regio heeft dezelfde kansen, blijkt uit regel zes en zeven. Deelmobiliteit floreert in dichtbevolkte steden met een duidelijke visie, maar vraagt in landelijke gebieden om “lokale samenwerking en synergie met het lokale bedrijfsleven”. Zonder vaste ov-verbindingen en langere reisafstanden is het noodzakelijk om maatwerk te bieden.

randvoorwaarden

De achtste regel waarschuwt dat zonder goed beleid deelmobiliteit niet kan ‘rocken’. Overheden moeten randvoorwaarden scheppen, obstakels wegnemen en tegelijk de negatieve bijeffecten – zoals wildparkeren of overlast – aanpakken.

De negende regel benadrukt dat zichtbaarheid essentieel is. Mobipunten vormen het fysieke hart van deelmobiliteit: plekken waar deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer samenkomen. Aanvullend zorgt digitale synergie via Mobility as a Service voor overzicht en gemak.

Tot slot geeft de tiende regel een realistische waarschuwing: “Autobezit is diepgeworteld in onze samenleving. Het kost tijd en moeite om nieuwe manieren van vervoer onder de aandacht te brengen.” Deelmobiliteit vraagt dus om een lange adem, consistente communicatie en een duidelijke boodschap: delen is niet alleen logisch, het is de weg vooruit.

De tien gouden regels van deelmobiliteit zijn opgesteld door het SHARE-North-projectteam en maken deel uit van de gids “Gids voor het universum van de deelmobiliteit”, die binnen dat project is ontwikkeld. Het SHARE-North-project is een door de EU gefinancierde samenwerking tussen steden, regio’s, mobiliteitsorganisaties en kennisinstellingen uit de Noordzeeregio. De regels staan aan het begin van de publicatie en vormen de samenvatting van de inzichten, onderzoeken en praktijkervaringen van de SHARE-North-partners.

Bron: Shared Mobility

Van haarlem tot Middenmeer: Noord Holland zet alles op mega netwerk van mobiliteitshubs

Provincie belooft duidelijk netwerk dat reiziger direct moet herkennen.

De provincie Noord-Holland zet de komende jaren stevig in op een toekomstbestendig netwerk van mobiliteitshubs dat het reizen met openbaar vervoer en deelvervoer eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. De plannen, die zich inmiddels in verschillende stadia van uitvoering bevinden, moeten zorgen voor een betere bereikbaarheid van steden, dorpen en natuurgebieden. De provincie benadrukt dat dit nieuwe netwerk reizigers meer gemak en overzicht moet bieden, doordat trein, bus, fiets, auto en diverse vormen van deelvervoer op één plek samenkomen. Volgens de provincie is dit de sleutel om meer mensen te verleiden de auto te laten staan en over te stappen op duurzamere vervoersopties.

De mobiliteitshubs worden ontwikkeld als knooppunten waar reizigers makkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Elke hub krijgt zijn eigen kenmerken, maar een ding staat vast: alle hubs vormen samen een herkenbaar en samenhangend netwerk. Vanuit de provincie wordt niet alleen financieel bijgedragen aan de realisatie van deze knooppunten, maar worden gemeenten ook inhoudelijk geholpen met de zogenoemde handreiking businesscase mobiliteitshubs. Deze handreiking helpt gemeenten inzicht te krijgen in de kosten, baten en de rolverdeling bij de ontwikkeling van een hub. Daardoor worden lokale plannen beter onderbouwd en wordt de uitvoering een stuk toegankelijker, zo stelt de provincie.

regiohub

Aan de zuidkant van Haarlem, op de drukke kruising van de Schipholweg (N205) en de Europaweg, verrijst de komende jaren een van de grootste projecten binnen dit netwerk. De regiohub Haarlem Nieuw-Zuid krijgt acht (metro)bushaltes, 2.250 fietsparkeerplekken en een groot plein waar ruimte komt voor winkels en horeca. De eerste werkzaamheden zijn in september van start gegaan en volgens de planning moet het knooppunt medio tot eind 2028 klaar zijn. Met deze hub wil de provincie een belangrijke schakel creëren tussen de stad, de regio en de vele reizigers die dagelijks langs deze route komen.

Ook de regiohub Crailo, gelegen tussen Blaricum, Laren en Hilversum, is in ontwikkeling. Hier wordt gewerkt aan een reeks verbetermaatregelen die het reizen straks comfortabeler moeten maken, waaronder de uitbreiding van de fietsenstalling, betere toegankelijkheid en verbeterde verlichting rondom het gebied. De oplevering van deze aanpassingen staat gepland voor eind 2025 tot begin 2026. De provincie ziet deze hub als een strategische plek om reizigers in het Gooi beter te bedienen.

Met deze reeks ontwikkelingen groeit het aantal locaties dat zich tot mobiliteitshub ontwikkelt snel. Het doel dat de provincie voor ogen heeft, is een betrouwbaar, herkenbaar en effectief netwerk van overstapplekken dat de bereikbaarheid van Noord-Holland sterk verbetert en het reizen voor iedereen eenvoudiger maakt.

Verder naar het noorden, in de Kop van Noord-Holland, wordt gewerkt aan de zogenoemde Mobipunten. Deze hubs worden de komende tijd omgebouwd naar de landelijke huisstijl, zodat reizigers ze sneller herkennen als onderdeel van het bredere netwerk. Verschillende Mobipunten krijgen bovendien extra voorzieningen, waaronder elektrische auto’s en fietsen als nieuwe vormen van deelmobiliteit. Een doorontwikkeling die volgens de provincie past bij de toenemende vraag naar flexibele vervoersopties in dit deel van de provincie.

In Purmerend wordt ondertussen gewerkt aan de plannen voor hub Waterlandkwartier. De gemeente wil naast het station een nieuwe woonwijk realiseren waar ook ruimte komt voor kantoren, winkels en plekken voor recreatie. De provincie ondersteunt de gemeente bij het ontwerp van een hub die goed aansluit op deze verstedelijking. Dat betekent onder meer voldoende ruimte voor fietsparkeren en de inzet van deelvervoer dat past bij de toekomstige bewoners en bezoekers.

regionaal netwerk

Langs de A1 ligt de regiohub Muiden, ook wel P+R Muiden genoemd. Deze plek is strategisch gepositioneerd tussen twee toekomstige woonwijken: de Krijgsman in het noorden en de Bloemendalerpolder in het zuiden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor deze locatie een bijdrage van zeven miljoen euro toegezegd om het aantal parkeerplekken fors uit te breiden. De provincie spreekt de hoop uit om dit in de komende jaren daadwerkelijk te kunnen realiseren, zodat meer reizigers kunnen overstappen op het openbaar vervoer.

Binnen de Gooi- en Vechtstreek wordt de hubstrategie Gooicorridor verder uitgewerkt. Deze strategie richt zich op de ontwikkeling van dertien hubs die gezamenlijk een sterk regionaal netwerk moeten vormen. Volgens de provincie start de uitvoering hiervan in 2026, in samenwerking met de provincie Utrecht. Hiermee moet een fijnmazig netwerk ontstaan dat aansluit op de dagelijkse reizigersstromen in deze regio.

Tot slot wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de hub Middenmeer-Zuid. Hier begint binnenkort een participatietraject waarbij inwoners en andere gebruikers kunnen meedenken over de uiteindelijke invulling van deze hub. De provincie wil dat de stem van de omgeving een belangrijke rol speelt, zodat de hub straks daadwerkelijk aansluit op de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken.

De ware toekomst van MaaS: van glimmende apps naar harde infrastructuur

Op de UITP-conferentie van afgelopen maand werd een duidelijke boodschap keer op keer herhaald: “Acht jaar geleden beloofden we bundels. Vandaag bouwen we ruggengraten.”

Met die woorden vat Guillermo Campoamor, CEO en Co-founder of Meep, niet alleen de eigen ontwikkeling samen, maar ook de evolutie van de gehele MaaS-sector. Waar de eerste jaren volledig in het teken stonden van gelikte apps en een perfecte gebruikerservaring, draait het nu om de digitale infrastructuur die onder de oppervlakte schuilgaat.

onweerstaanbaar

Het contrast met de beginperiode is groot. Tussen 2016 en 2018 geloofde vrijwel de hele sector in het idee van één allesomvattende app. Een app waarin je met één druk op de knop een busreis kon plannen, een fiets kon reserveren en een taxi kon bestellen. Voor investeerders leek dit scenario onweerstaanbaar: de belofte van een wereldwijde opschaling en indrukwekkende groeicurves was te mooi om te negeren. 

Toch bleek de praktijk heel anders. Achter de fraaie interfaces zat een onsamenhangend geheel van systemen die niet met elkaar communiceerden. Openbaarvervoerbedrijven, deelstepaanbieders en vervoersautoriteiten gebruikten eigen, vaak gesloten, platformen. Data werd afgeschermd alsof het staatsgeheimen betrof en de consument bleef zitten met apps die simpelweg niet deden wat ze beloofden.

seamless experience

Roelof Hellemans, secretaris-generaal van de MaaS Alliance, benadrukte onlangs in een vooruitblik voor ITS International dat de toekomst van MaaS ligt in naadloze integratie. Die constatering klopt, maar volgens Meep gaat de discussie vaak voorbij aan de kern. Te veel aandacht gaat nog altijd uit naar de ‘seamless experience’, terwijl juist de complexe integratietechniek bepaalt of MaaS daadwerkelijk werkt.

De investeringswereld werd jarenlang verleid door mooie cijfers over gebruikersaantallen, transacties en sessieduur. Maar die zogenoemde vanity metrics maskeerden fundamentele problemen. Wie na een routeplanning alsnog een aparte app moest downloaden om een step te ontgrendelen, haakte snel af. Gebrek aan gedeelde realtime-data leidde bovendien tot onbetrouwbare aanbevelingen, waardoor gebruikers naar concurrenten overstapten. Het resultaat: gefrustreerde consumenten, silo’s bij operators, congestie in steden en investeerders die zich stukbeten op apps die niet schaalbaar bleken.

ruggengraat

Voor Meep kwam de grote omslag in 2019. Het bedrijf besloot niet langer te concurreren met consumenten-apps zoals Uber of Google Maps, maar koos ervoor de technologische ruggengraat te bouwen waarop andere partijen konden voortbouwen. In plaats van een glanzend eindproduct voor de consument, werd Meep de stille kracht achter de schermen: de gestandaardiseerde laag die zorgt dat alles samenwerkt. De vergelijking die het bedrijf zelf maakt, is veelzeggend. Het verschil tussen een enkel restaurant runnen of de keukenapparatuur leveren waarop honderden restaurants kunnen draaien.

MaaS, plannen, boeken, betalen en reizen

De verschuiving van bundels naar backbone laat zien dat de belofte van MaaS veel groter is dan een handige app. Het gaat om de stille technologie onder de oppervlakte die mobiliteit écht laat samenwerken en daarmee steden en vervoerders toekomstbestendig maakt.

Deze aanpak sloeg aan bij investeerders. Niet langer werd er geld verbrand aan dure marketing en onzekere verdienmodellen, maar er ontstond vanaf dag één een stabiele inkomstenstroom uit licentie- en integratiecontracten. Iedere nieuwe stad en iedere nieuwe vervoerder die aansluit, betekent niet alleen extra omzet, maar ook hogere overstapkosten en steeds waardevollere databronnen.

één platform

Vandaag de dag draait Meep in meer dan dertig steden en werkt het met ruim 150 integraties. Van openbaar vervoer en micromobiliteit tot parkeren en ride-hailing, alles wordt samengebracht op één platform. Grote partners zoals Alsa en Avanza zijn inmiddels aangesloten, evenals verschillende stedelijke autoriteiten die hun complete mobiliteit via Meep laten orkestreren.

Daarnaast biedt het bedrijf met zijn dataplatform MeePath waardevolle inzichten aan steden. Zo kunnen routes worden geoptimaliseerd, congestie worden aangepakt en de impact op duurzaamheid beter worden gemeten. Hiermee ontstaat niet alleen een extra inkomstenbron, maar ook een groeiende kennisbasis die met elke nieuwe aansluiting waardevoller wordt. Het klassieke netwerk-effect, maar dan toegepast op B2B-infrastructuur in plaats van op sociale media.

Kosten en regelgeving: verzekeraars drukken deelmobiliteit met hoge premies

De groei van deelmobiliteit in Nederland dreigt te stagneren door hoge kosten, toenemende regeldruk en onzekerheid over toekomstig beleid.

Dat stelt de Coalitie van Deelauto-aanbieders (CvD) in reactie op het rapport Staat van de Deelmobiliteit 2024, dat op 7 maart 2025 werd gepubliceerd door kennisplatform CROW en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Natuurlijk! Deelmobiliteit. De CvD, een samenwerkingsverband van zeven deelauto-aanbieders, ziet zowel positieve ontwikkelingen als serieuze knelpunten in de markt.

toenemende interesse

Volgens de CvD groeit de interesse in deelmobiliteit onder zowel consumenten als overheden. Publiekscampagnes, autoluwe wijken en speciale parkeervoorzieningen stimuleren het gebruik van deelauto’s. Uit een landelijk gebruikersonderzoek blijkt dat bijna 70% van de deelnemers door de beschikbaarheid van deelmobiliteit heeft besloten geen eigen auto aan te schaffen of hun voertuig de deur uit te doen. Dit laat zien dat deelmobiliteit daadwerkelijk bijdraagt aan een daling van het autobezit in Nederland.

Tegelijkertijd blijven er grote uitdagingen. De CvD wijst erop dat de businesscase voor elektrische deelauto’s moeilijk rond te krijgen is door hoge motorrijtuigenbelasting (mrb), torenhoge verzekeringskosten en – in steden zoals Amsterdam – extra hoge vergunningskosten. Ook de onzekerheid over toekomstig beleid schrikt investeerders af.

voordelen onder druk

De CvD benadrukt de maatschappelijke voordelen van deelmobiliteit. Uit studies van onder meer het Kennisinstituut voor Mobiliteit, CE Delft en Goudappel blijkt dat het stimuleren van gedeeld autogebruik de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen vermindert, ruimte vrijmaakt voor woningbouw en de uitstoot van broeikasgassen verlaagt. Elektrische deelauto’s vervangen meerdere fossiele voertuigen en voorkomen dat mensen opnieuw een privéauto aanschaffen.

Daarnaast heeft deelmobiliteit een sociale functie. Voor gezinnen met een krap budget biedt het een betaalbaar alternatief voor autobezit, vooral als ze slechts incidenteel een auto nodig hebben. Veel huishoudens zitten vast aan een dure, oude fossiele auto die weinig wordt gebruikt maar wel veel geld kost. Deelauto’s kunnen voor deze groep een uitkomst zijn.

Autodelen biedt beleidsmakers een oplossing voor een aantal maatschappelijke vraagstukken. Ook biedt autodelen veel autobezitters een goedkoper en praktischer alternatief voor de eigen auto.

Om de groei van deelmobiliteit te bevorderen, doet de CvD concrete beleidsvoorstellen. De coalitie pleit onder meer voor het fiscaal aantrekkelijker maken van elektrische deelauto’s. Dit kan volgens de aanbieders door de mrb-korting op elektrische deelauto’s te behouden en deze vorm van vervoer onder het lage btw-tarief van 9% te laten vallen. Uit het landelijke onderzoek blijkt dat kosten voor veel gebruikers de belangrijkste drempel vormen om volledig over te stappen op deelmobiliteit. Een lagere btw zou de prijzen voor consumenten direct verlagen.

Daarnaast roept de CvD op tot maatregelen om de verzekeringskosten te drukken. Deelauto-gebruikers die weinig rijden, veroorzaken relatief veel schade, waardoor verzekeraars hoge premies rekenen. Dit treft niet alleen particuliere gebruikers, maar ook autodeelmodellen met een lage schadelast, zoals besloten deelgroepen. De CvD stelt voor om een garantiefonds op te richten, vergelijkbaar met de Nationale Hypotheek Garantie, om de risico’s voor verzekeraars te beperken. Dit zou de verzekeringskosten voor deelauto-aanbieders en gebruikers aanzienlijk kunnen verlagen.

heldere definitie

Tot slot pleit de CvD voor een duidelijkere juridische definitie van een deelauto. De huidige definitie schiet tekort, omdat deze geen rekening houdt met belangrijke factoren zoals de beschikbaarheid van de deelauto in de publieke ruimte. Dit is van belang voor het verlenen van vergunningen en het toepassen van fiscale voordelen.

Met deze voorstellen wil de CvD bijdragen aan een stabieler beleid voor deelmobiliteit in Nederland. “We hopen dat de overheid zich realiseert hoe groot de impact van deelmobiliteit al is en hoe belangrijk het is om de groei ervan niet te laten stagneren door onnodige kosten en onzekerheid,” aldus de coalitie.

ANWB: Ondernemers kiezen massaal voor deelmobiliteit

Acht op de tien ondernemers verwacht over te stappen op deelmobiliteit.

Ondernemers in Nederland staan op het punt een grote verschuiving te maken van het bezitten naar het delen van vervoersmiddelen, zo blijkt uit recent onderzoek van ANWB Zakelijk. Dit jaar verwacht meer dan 82% van de ondernemers de overstap te maken naar deelmobiliteit, een opmerkelijke toename ten opzichte van de 66% van vorig jaar.

De beweging naar deelmobiliteit is niet beperkt tot een bepaald type voertuig; het omvat auto’s, fietsen, scooters en zelfs bakfietsen. Het merendeel van deze ondernemers verwacht binnen drie tot vijf jaar deze overstap te maken. Dit signaleert een toenemend bewustzijn van en behoefte aan duurzamere en kostenbesparende transportopties binnen de zakelijke gemeenschap.

Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk, geeft aan dat de trend deels wordt gedreven door de stijgende kosten van voertuigbezit, maar ook door praktische overwegingen zoals parkeerproblemen en toenemende verkeersdruk in binnensteden. “Hoewel ondernemers traditioneel erg gehecht zijn aan hun eigen voertuig, openen zij hun ogen voor de mogelijkheden van gedeeld vervoer,” zegt Van Weert.

MyWheels, een aanbieder van deelauto’s, bevestigt deze trend ook in de praktijk. Op dit moment zijn al 20 procent van de ritten via hun platform voor zakelijke doeleinden, en zij verwachten dat dit percentage zal blijven groeien.

Binnen de ondernemerswereld is er een interessant verschil in de snelheid waarmee verschillende groepen verwachten over te stappen op deelmobiliteit. Zo verwachten mkb-bedrijven, die vaak meerdere voertuigen gebruiken of in bezit hebben, sneller de overstap te maken dan zzp’ers. “Een mkb-bedrijf heeft vaak te maken met meerdere voertuigen die afwisselen, wat een grotere investering betekent,” legt Van Weert uit. Daarentegen zou het voor zzp’ers, die meestal maar één voertuig nodig hebben, tot tien jaar kunnen duren om deze transitie te voltooien.

Het onderzoek dat door ANWB Zakelijk is uitgevoerd, betrof 497 ondernemers die betrokken zijn bij zakelijke mobiliteit. Deze studie is niet alleen bedoeld om trends te spotten, maar ook om de grootste uitdagingen en kansen voor ondernemers in de nabije toekomst in kaart te brengen. ANWB Zakelijk heeft ook een speciaal loket geopend voor ondernemers en verantwoordelijken voor het mobiliteitsbeleid om ondersteuning te bieden bij eventuele vragen of zorgen omtrent mobiliteit.

Umob haalt €6 miljoen op: een nieuwe fase voor geïntegreerde mobiliteit

Naast de doelstelling om een volledig en toegankelijk platform voor mobiliteit te bieden, wil umob gemeentes gaan helpen met het verbeteren van de integratie van deelmobiliteit.

In een nieuwe financieringsronde heeft het Nederlandse Mobility-as-a-Service (MaaS) platform umob maar liefst €6 miljoen aan investeringskapitaal weten te vergaren. Met dit kapitaal kan de in augustus gelanceerde app de volgende fase van zijn strategische expansie inluiden. Het platform integreert volledig het gebruik van deelmobiliteit, taxi’s en openbaar vervoer, en werpt zich op als een centrale bemiddelaar tussen gemeenten, mobiliteitsaanbieders en bedrijven.

Umob maakt een verscheidenheid aan reisopties naadloos toegankelijk via een enkele interface. Na het verkrijgen van een account kunnen gebruikers reizen plannen, boeken en betalen tegen dezelfde tarieven als die rechtstreeks door de aanbieders worden aangeboden, en dit alles zonder de noodzaak van afzonderlijke apps voor elke dienst. Deze ontwikkeling komt op een moment dat de populariteit van deelmobiliteitsdiensten in Nederland groeit, maar nog steeds een klein deel van de totale vervoersmix uitmaakt.

Raymon Pouwels, medeoprichter van umob en voormalig oprichter en ceo van GO Sharing, benadrukte het belang van het verhogen van de toegankelijkheid van deelmobiliteit als een haalbaar alternatief voor het bezit van een eigen auto. “Om van deelmobiliteit een aantrekkelijke optie te maken, moet een voertuig altijd binnen drie minuten loopafstand beschikbaar zijn. Enkelvoudige aanbieders kunnen dit niet alleen bereiken, maar door ze allemaal in één app te integreren, bieden we gebruikers toegang tot ruim 200.000 voertuigen,” legt Pouwels uit.

Foto: umob – Raymon Pouwels en Bibi Jorissen

De ambities van umob reiken echter verder dan alleen het samenbrengen van verschillende vervoersdiensten. Het platform wil een sleutelrol spelen bij het coördineren van gemeentelijke inspanningen om de acceptatie van gedeelde vervoersmodi te vergroten. Dit omvat het identificeren van optimale locaties voor mobiliteitshubs, het faciliteren van gesprekken tussen aanbieders en het delen van geanonimiseerde data en inzichten.

Medeoprichter Bibi Jorissen onderstreept het belang van deze samenwerking: “Naast een breed en divers aanbod moeten we praktische zaken als parkeerplaatsen en hotspots aanpakken. Met de data die we verzamelen, kunnen we een waardevolle rol spelen bij het inrichten van de toekomstige mobiliteitsinfrastructuur van gemeenten.”

Bovendien wil umob zijn voetafdruk uitbreiden tot buiten de Nederlandse grenzen. De recent opgehaalde €6 miljoen volgt op een eerdere investering van €2 miljoen in 2022 en zal worden gebruikt om het platform internationaal op te schalen. “Ons platform is klaar om onze service internationaal aan te bieden. We beginnen volgend jaar met België en onze driejarenplanning voorziet in activiteiten in zes verschillende Europese landen,” aldus Pouwels.

Leuven van studentenstad tot pionier in deelmobiliteit is een echte autodeelstad

Leuven heeft bewezen dat een stad niet groot hoeft te zijn om grootse ideeën te realiseren.

Vooral bekend als studentenstad en thuisbasis van de oudste universiteit van België, voegt Leuven een nieuwe titel aan zijn lijst toe: een voorloper in deelmobiliteit. De stad heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet in het promoten van autodelen en heeft onlangs haar aanbod uitgebreid met nieuwe partners zoals Poppy en Dégage.

Een van de belangrijkste trekpleisters in Leuven’s autodeelproject is het gemak en de flexibiliteit die het biedt aan zijn bewoners. Met diensten als Poppy, waar je een auto kunt nemen en achterlaten waar je maar wilt, is het makkelijker dan ooit om een ritje te maken zonder de verplichtingen van autobezit. Dégage gaat nog een stap verder door een platform te bieden waar particulieren hun auto kunnen delen met buren.

Leuven is geen nieuwkomer als het gaat om autodelen. De stad heeft al meer dan 200 deelwagens in omloop, zowel op particuliere als commerciële basis. Dat heeft indrukwekkende resultaten opgeleverd: meer dan 4.700 gezinnen en bedrijven maken gebruik van deelwagens en het aantal autodelers is in vier jaar tijd met 55% gestegen.

Naast gezinnen zien ook lokale bedrijven de voordelen van autodelen. Veel bedrijven hebben eigen parkeerplaatsen opgegeven ten gunste van deelauto-abonnementen voor hun werknemers. Dit draagt niet alleen bij aan de bedrijfscultuur rond duurzaamheid, maar leidt ook tot aanzienlijke kostenbesparingen.

De inspanningen zijn niet onopgemerkt gebleven. Vorig jaar ontving Leuven de ‘Elke buurt deelt’-award voor haar proactieve rol in het stimuleren van autodelen. Schepen van mobiliteit David Dessers is optimistisch over de toekomst. “We erkennen Poppy en Dégage als nieuwe autodeelorganisaties in onze stad om het aanbod te vergroten. Elk van deze diensten heeft een unieke aanpak en spreekt verschillende doelgroepen aan.”

​”We starten een proefproject van anderhalf jaar met zowel Poppy als Dégage. De komende maanden bekijken we of het aanbod aanslaat en we gaan de impact en het gebruik van de wagens na”

David Dessers – schepen van mobiliteit Leuven

In het kader van het proefprojecten krijgen de wagens een parkeerkaart waarmee gebruikers in de blauwe en betalende zones onbeperkt mogen parkeren. Volgens Dessers is een van de grootste voordelen van autodelen dat het helpt om de openbare ruimte beter te benutten. “Een deelwagen vervangt ongeveer tien particuliere auto’s. Dat betekent meer ruimte voor recreatie en minder parkeerdruk,” legt hij uit. 

Leuven is nog steeds in een proefperiode van anderhalf jaar om te evalueren hoe goed de nieuwe diensten worden ontvangen en wat de impact zal zijn op autobezit in de stad. Maar met een dergelijk robuust en divers aanbod lijkt de toekomst van autodelen in Leuven veelbelovend.

Poppy

Poppy Mobility is al aanwezig in Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent en Luik en de Belgische luchthavens en vanaf morgen 1 september dus ook in Leuven met 35 voertuigen. Het gaat over een mix van types voertuigen. Als Poppy aanslaat in Leuven, wordt het aanbod mogelijk op termijn verder uitgebreid naar 60 wagens. Bijzonder aan Poppy is dat je de wagens kunt nemen en achterlaten op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen. Het is ook mogelijk om een rit te starten in Leuven en deze te beëindigen in één van de andere steden en luchthavens waar Poppy actief is.

“Poppy wil iedere Leuvenaar toegang geven tot een wagen zonder alle nadelen van wagenbezit of de beperkingen van deelwagens met vaste staanplaatsen”, legt Pierre de Schaetzen, CMO van Poppy Mobility uit. “Je neemt de dichtstbijzijnde wagen, die je op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen kan achterlaten, in Leuven en in alle andere steden en luchthavens waar we aanwezig zijn.”

Dégage

Dégage is een deelplatform waarbij particulieren hun wagen of (bak-)fiets kunnen delen met andere Dégage-leden. Autokosten kunnen hoog oplopen maar voor een eigenaar is de auto wegdoen soms een brug te ver. Door je auto te delen, staat je auto minder stil, deel je de kosten en kun je je wagen blijven gebruiken. Voor elke kilometer die iemand anders met de wagen rijdt, krijgt de eigenaar kosten terugbetaald. Gebruikers betalen een kilometervergoeding gebaseerd op de werkelijke kosten van de wagen.

Eline Snacken van Dégage: “Dégage is blij met de erkenning door stad Leuven. Dankzij de parkeerkaarten kunnen onze deelwagens nu een waardig alternatief zijn voor de eigen wagen. Dégage is voor een stad of gemeente een laagdrempelige manier van autodelen. We zijn ervan overtuigd dat de samenwerking met stad Leuven onze missie kracht bij zet. Dégage streeft geen winst na, wel leefbare en sociale buurten.”

Afspraken gemaakt met aanbieders deeltweewielers Haagse Kuststrook

Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen. Om dit groeiende gebruik in goede banen te leiden zijn onlangs opnieuw afspraken gemaakt met aanbieders van deeltweewielers voor de Haagse Kuststrook. Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

”In 2021 is begonnen met de samenwerking tussen deeltweewielers en Gemeente Den Haag. Dit is van beide kanten goed bevallen en heeft gezorgd voor veel verbeteringen, daarom zijn er opnieuw afspraken gemaakt. Dit keer voor de gehele kuststrook, in plaats voor alleen Scheveningen. Met de gemaakte afspraken wil de gemeente samen met de aanbieders de overlast van rondslingerende deelvoertuigen terugbrengen.”

Wethouder Anne Mulder.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen.

Afspraken

Gemeente Den Haag, Go Sharing, felyx, Check, BAQME, Cargoroo en Donkey Republics hebben onder andere de volgende afspraken gemaakt:

  • Het deelvervoer aan de kust mag uitsluitend worden geparkeerd in de daartoe bestemde parkeervakken. Het parkeren buiten de vakken wordt technisch onmogelijk gemaakt.
  • De vakken worden afgesloten voor gebruikers wanneer deze vol zijn.
  • De aanbieders hebben gezamenlijke parkeercoaches op drukke dagen die de gebruikers helpen om de voertuigen netjes te parkeren en verwijzen naar vakken waar nog ruimte is om te parkeren.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een gezamenlijke whatsapp groep om elkaar makkelijk en tijdig te kunnen informeren.
  • In de zomer vindt een wekelijks overleg plaats tussen de aanbieders en de gemeente waarin belangrijke informatie gedeeld wordt en maatregelen verscherpt kunnen worden wanneer dit nodig blijkt te zijn.
  • Om te zorgen dat er iedere dag voldoende ruimte is in de parkeervakken worden deze voor de ochtend leeggemaakt.
  • De gemeente gaat op zoek naar extra parkeerruimte (overlooplocaties). Deze kan geopend worden op de hele drukke dagen.

Toekomst

De uitbreiding van het aanbod van deelmobiliteit is belangrijk voor de gewenste mobiliteitstransitie van de gemeente Den Haag. Delen maakt ruimte, deelfietsen en deelscooters zorgen voor een efficiënter gebruik van de ruimte. Daarnaast geeft deelmobiliteit extra en snellere reisopties, waardoor de afhankelijkheid van de (eigen) auto of tweede fiets afneemt, aldus de gemeente Den Haag

Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit

Alleen gaan we sneller, samen komen we verder

Staatssecretaris Vivianne Heijnen informeerde in een brief aan de Tweede Kamer over het opzetten van het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit. Het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit betreft een samenwerking tussen lokale en regionale overheden en het Rijk. De brief schetst de eerste lijnen van het samenwerkingsprogramma.

Het programma biedt goede kansen voor bereikbaarheids- en klimaat-opgaven, ondersteunt de ruimtelijke opgave (deelmobiliteitshubs, woningbouwopgave, ruimte in stad) en zorgt voor meer uniforme marktcondities (harmonisatie, standaardisatie) met een samenhangende aanpak en regie voor deelmobiliteit. Het advies over een samenwerkingsprogramma is een uitkomst van gesprekken gevoerd door kwartiermaker Maarten van Biezen. Deze gesprekken heeft hij gevoerd met onder andere gemeenten en regio’s en sluit aan bij het advies van de voormalige voorzitter van de Green Deal Autodelen II (Betty de Boer).

Deelmobiliteit is voor het Rijk relevant omdat het bijdraagt aan verschillende maatschappelijke doelen zoals de woningbouwopgave in stedelijk gebied die beter wordt mogelijk gemaakt door lagere bouwkosten, verbeterde bereikbaarheid en minder ruimtebeslag van auto’s. Ander doel is de afname van emissies (zoals CO2 en stikstof) van automobiliteit en het versnellen van zero-emissie mobiliteit. Dit komt doordat deelauto’s vaker elektrisch zijn dan auto’s in privébezit en doordat gebruikers van deelauto’s minder kilometers afleggen in auto’s in vergelijking met bezitters van een privéauto. Het versterkt de kwaliteit van het openbaar vervoer doordat de first/last mile met deelmobiliteit kan worden afgelegd.

deelmobiliteit

Deelmobiliteit, ook wel deelvervoer, is een verzamelterm voor alle vervoersmiddelen die gebruikt kunnen worden door meerdere gebruikers waarbij de gebruiker ook de bestuurder is maar deze niet zelf bezit. Voorbeelden zijn deelfietsen, -scooters en -auto’s. Het belangrijkste verschil met “traditionele” huurvoertuigen is dat bij deelvoertuigen het gebruik 24 uur per dag toegankelijk is (vaak via een app) zonder de tussenkomst van een persoon. Deelmobiliteit kan een rol spelen als voor- en natransport in het openbaar vervoer. Met deelmobiliteit wordt in deze definitie expliciet niet carpoolen of taxi-diensten bedoeld, aangezien de gebruiker daarbij niet de bestuurder is. Deelmobiliteitsaanbieders zijn vaak commerciële partijen.

Proef gedeelde elektrische bestelbus Den Haag

De gemeente Den Haag start met een proef waarbij de ondernemers van de Denneweg twee maanden lang gebruik kunnen maken van een gedeelde elektrische bestelbus.

De gemeente Den Haag start met een proef waarbij de ondernemers van de Denneweg twee maanden lang gebruik kunnen maken van een gedeelde elektrische bestelbus. Het gebruik van de bus is gratis en de afstemming van gebruik gaat via een app. Op deze manier wordt onderzocht hoe de overstap naar elektrisch rijden bevalt en hoe deelmobiliteit wordt ervaren. Dit is nodig omdat Den Haag in 2025 emissievrije stadslogistiek moet hebben in de binnenstad.

Vanaf 1 januari 2025 krijgen Den Haag en 26 andere gemeenten in Nederland een zero-emissiezone voor stadslogistiek. Dit betekent dat logistiek alleen met uitstootvrije vrachtwagens en bestelbussen gedaan mag worden en op de meest efficiënte manier.

We willen stevig inzetten op de overgang naar emissievrij vervoer in de stad. Zo krijgen we een leefbaarder Den Haag met schone lucht en minder verkeer in de binnenstad. Dit soort initiatieven juich ik dan ook ten harte toe.

Wethouder duurzaamheid Arjen Kapteijns.
Vanaf 1 januari 2025 krijgen Den Haag en 26 andere gemeenten in Nederland een zero-emissiezone voor stadslogistiek.

Overstappen op uitstootvrij vervoer

2025 Lijkt nog ver weg, maar voor ondernemers kan het betekenen dat zij met hun huidige voertuig niet meer binnen de centrumring tot aan het Telderstracé kunnen komen. Het is daarom goed om op tijd na te denken over het meest geschikte vervoermiddel. De gemeente sloot de handen ineen met Leaseplan en Zeeuw en Zeeuw voor deze pilot.

Schone en gezonde lucht

Den Haag wil een schone en gezonde stad zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Schone lucht is daarvoor een voorwaarde. Logistiek veroorzaakt vieze lucht en uitstoot van CO2. Tegelijkertijd zijn transport en diensten natuurlijk wel nodig in de stad. Daarom gaat Den Haag voor schone en efficiënte logistiek, aldus de gemeente.