Tag archieven: duurzaam

Consument zoekt zekerheid: private lease maakt elektrische auto eindelijk bereikbaar

De opmars van de elektrische auto in Nederland is niet meer te stoppen.

Waar de benzine- en dieselmodellen jarenlang de toon zetten in de verkoopcijfers, begint dat beeld snel te kantelen. Uit recente cijfers blijkt dat in 2024 al ruim een derde van de nieuw verkochte auto’s volledig elektrisch was. Dat percentage onderstreept de groeiende populariteit van elektrisch rijden, maar laat tegelijk een pijnpunt zien dat veel consumenten herkend zullen hebben bij een bezoek aan de showroom: de prijs.

Elektrische modellen zijn nog altijd fors duurder dan auto’s met een traditionele verbrandingsmotor. Het prijsverschil kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Voor veel gezinnen blijft een volledig elektrische wagen daardoor buiten bereik, zelfs met subsidies of fiscale voordelen. De oplossing die steeds vaker opduikt, is private lease. Daarbij betaalt de rijder geen hoge aanschafprijs, maar een vast maandbedrag waarin vrijwel alles is opgenomen: verzekering, onderhoud, afschrijving en wegenbelasting.

vast maandbedrag

Dat vaste maandbedrag zorgt voor duidelijkheid en maakt elektrisch rijden toegankelijk voor een grotere groep mensen. De stap naar een duurzame auto wordt kleiner, zeker voor wie niet de middelen heeft om een dure EV in één keer aan te schaffen. Toch is private lease niet zonder haken en ogen. De contracten hebben doorgaans een looptijd van drie tot vijf jaar, en wie eerder wil stoppen, moet vaak rekenen op een stevige boete. Ook de kilometerbundel kan beperkingen opleveren. Rijd je meer dan afgesproken, dan lopen de kosten alsnog snel op.

het juiste contract

Deze beperkingen blijven in de wervende reclames meestal buiten beeld, maar ze zijn cruciaal voor wie een eerlijke vergelijking wil maken. Een leasecontract lijkt op papier vaak aantrekkelijk, maar wie niet goed let op de kleine lettertjes, kan onaangenaam verrast worden. Zo rekenen sommige aanbieders extra kosten bij tussentijdse beëindiging of voor extra kilometers. Het loont daarom om aanbieders goed te vergelijken. Platforms zoals HelloLease helpen daarbij door verschillende contracten overzichtelijk naast elkaar te zetten, zodat consumenten een beter beeld krijgen van hun financiële verplichtingen.

Foto: © Pitane Blue – showroom

Private lease schuift zich steeds nadrukkelijker naar voren als alternatief.

Ondanks die valkuilen groeit het aantal elektrische leasecontracten gestaag. Volgens berichtgeving van RTL Nieuws wil het kabinet bovendien dat zakelijke lease vanaf 2027 volledig elektrisch is. Dat beleid zal naar verwachting ook zijn weerslag hebben op de particuliere markt. Zodra bedrijven massaal overstappen, volgen consumenten vaak vanzelf. Daarmee lijkt de toekomst van de private lease-markt onlosmakelijk verbonden met de verdere elektrificatie van het Nederlandse wagenpark.

Voor veel automobilisten voelt private lease als een kans om zonder grote investering te profiteren van de voordelen van elektrisch rijden. Het gemak van laden thuis, de lagere onderhoudskosten en de stillere rijervaring wegen voor velen op tegen de verplichtingen van een meerjarig contract. Tegelijkertijd zijn er ook twijfelaars die zich niet willen vastleggen of vrezen dat de technologie te snel veroudert.

voorzichtig optimisme

Feit blijft dat private lease de drempel voor elektrisch rijden aanzienlijk verlaagt. Waar de aanschafprijs nog altijd een struikelblok vormt, biedt het maandelijkse leasebedrag een haalbaar alternatief. De constructie past bovendien in een bredere trend waarin bezit plaatsmaakt voor gebruik, of het nu om auto’s, fietsen of elektronica gaat.

Nederland lijkt zich in rap tempo aan te passen aan die nieuwe manier van mobiliteit. Elektrisch rijden is allang niet meer enkel voor de zakelijke rijder of de milieubewuste pionier. Met de groei van private lease wordt de elektrische auto steeds meer een optie voor de gewone consument. En naarmate de prijzen van batterijen dalen en de infrastructuur verbetert, zal die beweging alleen maar versnellen.

Waarom elektrische bussen centraal staan in VinFast’s Europese strategie

Advertorial

“Wij hebben Europa altijd beschouwd als een van onze meest bepalende markten, niet alleen vanwege het economische potentieel, maar ook doordat de ambities in Europa overeenkomen met onze eigen visie op een groenere, duurzamere toekomst,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy, voorzitter van VinFast.

Als tastbaar bewijs van die betrokkenheid is VinFast begonnen met de inzet van elektrische bussen op Europese wegen, waarmee het zijn intentie toont om verder te gaan dan het leveren van EV’s voor de personenautosector en deel uit te maken van de stedelijke mobiliteit.

Voor het eerst maakte VinFast ook een strategie bekend om voet aan de grond te krijgen in deze markt: het opbouwen van samenwerkingsverbanden met toonaangevende Europese transport- en infrastructuurbedrijven om een blijvende aanwezigheid van zijn elektrische bussen in de regio te garanderen.

Waarom VinFast’s Europese expansie begint met bussen
In slechts een paar jaar tijd sinds de volledige overstap naar EV’s is VinFast uitgegroeid tot de leidende autofabrikant van Vietnam die met een opvallend tempo is doorgedrongen tot het wereldtoneel.

Weinig autofabrikanten wereldwijd hebben in zo’n korte tijd zo’n uitgebreid elektrisch ecosysteem opgebouwd. VinFast’s portfolio omvat inmiddels personenauto’s, scooters, fietsen en bussen, ondersteund door een snelgroeiend netwerk van laadstations, dealers en aftersalesbedrijven, terwijl de internationale productiecapaciteit gelijktijdig wordt opgeschaald.

Wat veel waarnemers omschrijven als niets minder dan een ‘wonder’ is niet alleen bereikt door zakelijk inzicht, maar door vastberadenheid in combinatie met nationale ambitie. Vingroup-voorzitter Pham Nhat Vuong benadrukte herhaaldelijk dat VinFast geen conventioneel commercieel project is. Het is eerder opgezet als een hightech nationaal merk met mondiale invloed, dat Vietnam’s ambitie belichaamt om gezien te worden als dynamisch, modern en steeds prominenter op het internationale toneel.

Voordat het zich op Europa richtte, testte VinFast zijn visie op openbaar vervoer in eigen land. Vier jaar geleden reden de elektrische bussen van het bedrijf voor het eerst op Vietnam’s eerste emissievrije route, een vroege stap die later richting gaf aan de internationale strategie.

Vandaag de dag beheert VinFast in Vietnam een geïntegreerd ecosysteem voor elektrische bussen, inclusief productie, exploitatie en onderhoud, met een groeiende aanwezigheid in de grootste steden van het land. De fabrieken van het bedrijf zijn in staat om jaarlijks tussen de 1.500 en 2.000 bussen te produceren, waarbij elke fase van het proces is afgestemd op CE-certificeringsnormen.

Foto: VinFast electric bus

Die ambitie sluit naadloos aan bij Europa’s eigen klimaatagenda, van het Akkoord van Parijs tot de ambitieuze emissiedoelstellingen van de Europese Unie. De doelen zijn duidelijk: een reductie van 43 procent in uitstoot tegen 2030, waarbij negen op de tien nieuwe stadsbussen tegen die tijd emissievrij moeten zijn, en een volledige overstap naar geëlektrificeerde busvloten tegen 2035.

Op weg naar een volledig elektrische toekomst
Elektrische bussen hervormen het  Europese openbaar vervoer sneller dan beleidsmakers hadden voorzien. In 2024 was bijna de helft van alle nieuw verkochte stadsbussen in de EU batterij-elektrisch, aldus een rapport van Transport & Environment (T&E). Deze verschuiving markeert een beslissend kantelpunt in het debat over de beste manier om stedelijke mobiliteit koolstofvrij te maken. De markt heeft de doorslag gegeven: batterij-elektrische bussen zijn uitgegroeid tot de dominante technologie. Steden nemen in hoog tempo afscheid van diesel- en hybridevloten en kiezen in plaats daarvan voor elektrische bussen, vanwege hun economische, operationele en ecologische voordelen.

Voor gemeenten en hun inwoners zijn de implicaties groot. Schonere lucht, stillere straten en lagere operationele kosten op de lange termijn zijn tastbare voordelen van deze transitie. De vermindering van transportgerelateerde broeikasgasemissies is daarbij bijzonder betekenisvol en onderstreept dat batterij-elektrische bussen niet slechts aan momentum winnen, maar de toekomst van openbaar vervoer bepalen.

Tegen die achtergrond zal VinFast zijn elektrische buslijn internationaal introduceren op Busworld Europe 2025, dat van 3 tot en met 9 oktober in Brussel plaatsvindt. Door geavanceerde oplossingen voor openbaar vervoer te presenteren, wil de Vietnamese autofabrikant zijn identiteit bevestigen als een volledig elektrische producent met een compleet ecosysteem. VinFast stelt dat zijn bussen in 2026 op Europese wegen zullen gaan rijden, als bijdrage aan de groene transformatie van het continent en als versneller van de overstap naar emissievrij openbaar vervoer.

“De introductie van ons portfolio van elektrische bussen op Busworld is een sterke bevestiging van VinFast’s langetermijnbetrokkenheid bij de regio,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy. “Naast onze elektrische personenauto’s willen we een volledig ecosysteem voor groene mobiliteit opbouwen, zodat elektrificatie toegankelijker wordt dan ooit. Met een steeds breder aanbod zijn wij ervan overtuigd dat wij een emissievrij vervoersnetwerk kunnen realiseren dat schonere en gezondere steden brengt voor de Europese bevolking.”

Foto: VinFast

Op de grootste bus- en touringcarbeurs ter wereld zal VinFast twee modellen tonen: de EB 8 en de EB 12, beide volledig elektrisch en ontworpen om te voldoen aan de strenge normen van de Europese Unie.

De EB 12 heeft al UNECE- en CE-certificering ontvangen. De afmetingen, configuratie, actieradius en laadcompatibiliteit zijn specifiek afgestemd op Europa, waardoor naadloze integratie in bestaande infrastructuur en naleving van lokale regelgeving wordt gegarandeerd.

Beide modellen worden aangedreven door LFP-batterijen, geleverd door toonaangevende internationale producenten zoals CATL en Gotion, met een capaciteit tot 422 kWh en een realistische actieradius van maximaal 400 kilometer. Dankzij snellaadtechnologie tot 140 kW kunnen de voertuigen in slechts twee tot drie uur worden opgeladen.

De bussen van VinFast zijn daarnaast uitgerust met een reeks slimme technologieën, waaronder geavanceerde rijhulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing, intelligente acceleratieondersteuning, botsingswaarschuwing en detectie van slaperigheid bij de bestuurder. Voor passagiers zijn er voorzieningen zoals wifi, USB-oplaadpunten, entertainment aan boord en luchtveringssystemen met een verlaagd chassis om het in- en uitstappen te vergemakkelijken.

Over VinFast
VinFast (NASDAQ: VFS), een dochteronderneming van Vingroup JSC, een van de grootste conglomeraatbedrijven van Vietnam, is een fabrikant die zich volledig toelegt op elektrische voertuigen (EV’s) met als missie om elektrische mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken.
Het huidige productassortiment van VinFast omvat een breed scala aan elektrische SUV’s, e-scooters en e-bussen. VinFast bevindt zich momenteel in zijn volgende groeifase, gericht op de snelle uitbreiding van zijn distributie- en dealernetwerk wereldwijd en de verhoging van zijn productiecapaciteiten, met een focus op belangrijke markten in Noord-Amerika, Europa en Azië.

Antwerpen maakt centrum autoluw: alternatieven ruim voorhanden

Antwerpen is een dynamische en bruisende stad die jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt met haar indrukwekkende geschiedenis, culturele schatten en levendige stadsleven.

Maar al die aantrekkingskracht betekent ook uitdagingen op het gebied van mobiliteit. Antwerpen heeft de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken. Hoe kun je je het beste door Antwerpen verplaatsen, en welke opties biedt de stad aan inwoners en bezoekers?

De binnenstad van Antwerpen heeft recent aanzienlijke veranderingen doorgemaakt. Sinds augustus 2023 is parkeren in het historische centrum uitsluitend voor bewoners met een vergunning. Deze maatregel moedigt bezoekers aan om alternatieven te zoeken buiten het centrum, zoals de vele publieke parkeergarages en de goed uitgeruste P+R-terreinen aan de rand van de stad. Hierdoor wordt niet alleen de verkeersdrukte verminderd, maar krijgt de stad ook meer ruimte voor voetgangers, fietsers en leefbaarheid.

kleurcodes

Parkeren in Antwerpen is duidelijk georganiseerd volgens verschillende kleurcodes. In de rode zone, dicht bij het stadscentrum, gelden hoge tarieven en korte parkeertijden om snelle rotatie te verzekeren. Oranje zones zijn bedoeld voor kortparkeren (30 minuten), ideaal voor snelle boodschappen. Groene zones bieden langere parkeertijden (tot 10 uur) tegen meer betaalbare tarieven, terwijl gele zones nog voordeliger zijn en vooral gericht op lang parkeren gedurende de dag. Parkeren op straat blijft gratis op zondagen en officiële feestdagen, hoewel in sommige gebieden nog steeds een parkeerschijf verplicht is.

LEZ

Bovendien hanteert Antwerpen sinds enkele jaren een strikte Lage-Emissiezone (LEZ). Deze milieuzone heeft tot doel vervuilende voertuigen uit het centrum te weren, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Momenteel worden oudere diesel- en benzinevoertuigen al geweerd, maar vanaf 2026 zullen alleen nog dieselwagens met Euronorm 6 of hoger en benzinevoertuigen vanaf Euronorm 3 toegestaan zijn. Automatische kentekencamera’s controleren voortdurend, en overtredingen resulteren in forse boetes.

Foto: © Pitane Blue – Antwerpen
Beluister onze podcast over Antwerpen dat de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen heeft gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken.

Naast beperkingen stimuleert Antwerpen actief alternatieve vervoersmiddelen. Het openbaar vervoer, verzorgd door De Lijn, is uitgebreid en efficiënt. Antwerpen beschikt over een uitgebreid netwerk van trams en bussen, inclusief de snelle premetro (ondergrondse tram), die frequente en betrouwbare verbindingen bieden met alle stadsdelen en attracties. Daarnaast is het hoofdstation Antwerpen-Centraal een belangrijk internationaal treinknooppunt, waardoor Antwerpen goed bereikbaar is vanuit andere steden en landen.

Voor wie graag actief en duurzaam reist, is de fiets een uitstekend alternatief. Antwerpen heeft een uitstekend ontwikkeld netwerk van veilige fietspaden en biedt het stadsbrede systeem van deelfietsen, ‘Velo Antwerpen’. Met meer dan 300 stations in en rond de stad biedt Velo een zeer praktische optie voor korte verplaatsingen tegen een geringe kostprijs. Daarnaast zijn er talrijke fietsverhuurbedrijven die stadsfietsen, elektrische fietsen, en zelfs tandems aanbieden voor wie een langere periode wil fietsen.

autoluwer

Ook voor wandelaars is Antwerpen aantrekkelijk gemaakt. Het centrum wordt steeds autoluwer en voetgangersvriendelijker. Populaire straten zoals de Meir, de Kammenstraat en het gebied rond de Grote Markt zijn vrijwel geheel autovrij gemaakt, wat een veilige en ontspannen wandelervaring oplevert. Verder zijn recent heraangelegde wandelzones, zoals de Scheldekaaien, perfect om te genieten van panoramische uitzichten op de stad en de rivier.

Tot slot biedt Antwerpen ook innovatieve opties zoals de Waterbus, een snelle en ontspannende bootverbinding die verschillende delen van de stad en de haven met elkaar verbindt. Dit biedt een unieke kans om de stad vanuit een ander perspectief te bekijken.

parkeernamagement

Door deze combinatie van parkeermanagement, strengere milieunormen, uitgebreide voorzieningen voor openbaar vervoer, fietsen en wandelen, toont Antwerpen een duidelijke visie op de toekomst. De stad werkt aan een schonere, veiligere en aangenamere leefomgeving, waarbij alternatieven voor de auto sterk gestimuleerd worden. Hoewel dat soms wat gewenning vraagt, zeker voor bezoekers die gewend zijn met de auto te reizen, resulteert het uiteindelijk in een aangenamer stadsbeeld en betere levenskwaliteit voor iedereen.

Zonder actie dreigt terugval: oproep tot hervorming van het Engelse spoorwegnet

Het openbaar vervoer in Engelse steden laat een opmerkelijk herstel zien.

Uit een rapport van de Urban Transport Group, gepubliceerd op 11 maart 2025, blijkt dat het aantal passagiers op bussen, treinen en lightrail-systemen bijna terug is op het niveau van voor de coronapandemie. De organisatie pleit voor verdere devolutie, vooral in de spoorsector, om deze groei vast te houden en het netwerk toekomstbestendig te maken.

De impact van de pandemie op het openbaar vervoer was enorm. Tijdens de lockdowns kelderden de passagiersaantallen, en veel mensen bleven nadien nog lange tijd thuiswerken of gebruikten vaker de auto. Toch wijst het rapport op een gestage stijging van het aantal reizigers, wat suggereert dat het vertrouwen in het openbaar vervoer terugkeert. Vooral verbeterde dienstregelingen, een hernieuwde kantoorcultuur en een toenemend milieubewustzijn lijken een rol te spelen in deze groei.

oproep tot devolutie

Het rapport wijst op een belangrijke kwestie: zonder structurele veranderingen blijft het herstel kwetsbaar. De huidige organisatie van de spoorwegen in Engeland wordt vaak bekritiseerd vanwege versnipperde verantwoordelijkheid. Sinds de privatisering in de jaren negentig zijn er verschillende treinmaatschappijen actief, elk met hun eigen dienstregelingen en prijzen. Dit leidt tot inconsistentie tussen regio’s en maakt het moeilijk om snel in te spelen op lokale behoeften.

De Urban Transport Group pleit daarom voor devolutie: het overdragen van de verantwoordelijkheid over het openbaar vervoer van de centrale overheid naar lokale autoriteiten. Dit zou steden zoals Manchester, Birmingham en Leeds meer controle geven over hun spoorwegen, waardoor zij hun dienstregelingen beter kunnen afstemmen op lokale reizigers. Ook zou het hen in staat stellen om gerichter te investeren in infrastructuur, zoals de modernisering van stations of het vervangen van verouderde treinen.

Foto: © Pitane Blue – Londen metro

Met name stedelijke gebieden zoals Londen, Manchester en Birmingham zien hun vervoerssystemen herstellen. In Londen werkt Transport for London (TfL) al jaren met een geïntegreerd model, waarin verschillende vervoersvormen soepel op elkaar aansluiten. De Urban Transport Group stelt dat een vergelijkbare aanpak in andere steden gunstig zou kunnen zijn voor zowel de service als de efficiëntie van het openbaar vervoer.

Andy Burnham, de burgemeester van Manchester, is een uitgesproken voorstander van deze aanpak. “Als we het openbaar vervoer serieus willen verbeteren, moeten we af van de centrale controle en ervoor zorgen dat steden zelf kunnen beslissen over hun vervoersnetwerken,” stelde hij eerder in een interview.

Lokale controle over het spoor kan verschillende voordelen bieden, zoals beter afgestemde dienstregelingen die aansluiten op de specifieke behoeften van forenzen en lokale reizigers, in plaats van een generiek nationaal schema te volgen. Daarnaast zou de integratie met andere vervoersmiddelen verbeteren, waardoor een soepele overstap tussen trein, bus en tram mogelijk wordt, vergelijkbaar met het systeem in Londen waar de Oyster Card toegang biedt tot alle vervoersopties. 

Ook kunnen lokale overheden flexibelere prijsstrategieën hanteren, bijvoorbeeld door goedkopere tickets tijdens daluren of kortingen voor studenten en ouderen aan te bieden. Bovendien krijgen steden meer vrijheid om gericht te investeren in hun infrastructuur, zoals het moderniseren van stations of het inzetten van duurzamere treinen, zonder afhankelijk te zijn van nationale prioriteiten. Een concreet voorbeeld hiervan is het Bee Network in Manchester, waar bussen al onder publieke controle zijn gebracht en dit systeem uiteindelijk ook moet worden uitgebreid naar treinen, zodat reizigers met één kaartje toegang krijgen tot een volledig geïntegreerd netwerk.

uitdagingen bij de invoering

Hoewel devolutie veel voordelen kan bieden, zijn er ook enkele obstakels. Financiering is een grote uitdaging, aangezien lokale overheden doorgaans minder budget hebben dan de centrale overheid. Zonder extra financiële steun vanuit Westminster zou het lastig worden om grote investeringen te doen.

Daarnaast is er de kwestie van coördinatie. Als elke regio zijn eigen systeem hanteert, bestaat het risico dat er een gebrek aan samenhang ontstaat, bijvoorbeeld door verschillende tarieven of slecht afgestemde aansluitingen. Ook vraagt het beheren van een spoorwegnetwerk om expertise die niet overal aanwezig is.

Toch lijkt de urgentie hoog. Als het openbaar vervoer nu niet wordt verbeterd, bestaat het risico dat reizigers opnieuw afhaken en vaker voor de auto kiezen, wat leidt tot meer files en hogere CO₂-uitstoot. Volgens het rapport is dit het moment om actie te ondernemen en het momentum van het herstel te benutten.

Goedkoop en duurzaam: Flixtrain nu ook bereikbaar vanuit Arnhem en Enschede

FlixTrain, de betaalbare treinservice die bekendstaat om haar snelle en duurzame mobiliteitsoplossingen, heeft haar netwerk uitgebreid naar Nederland.

Dankzij een nauwe samenwerking met regionale vervoerspartners in Duitsland kunnen reizigers nu voor het eerst met een combiticket van FlixTrain eenvoudig van en naar Nederland reizen. Volgens het digitaal Magazine Personenvervoer richt de uitbreiding zich op verbindingen tussen grote steden in Noordrijn-Westfalen en drie strategische locaties in Nederland: Arnhem, Enschede en Venlo.

Met deze uitbreiding biedt FlixTrain reizigers toegang tot meer dan 550 bestemmingen in Duitsland en Nederland, met de mogelijkheid om slechts één keer over te stappen. Deze ontwikkeling betekent een aanzienlijke vergroting van de reismogelijkheden voor miljoenen passagiers, volgens Matthias Müller, Managing Director van FlixTrain. “Dankzij de nieuwe samenwerking hebben meer dan 18 miljoen extra mensen toegang tot goedkope en snelle langeafstandsverbindingen. Het is bijzonder spannend dat we nu ook Nederland aan ons netwerk kunnen toevoegen, waardoor Nederlandse passagiers tickets kunnen boeken naar meer dan 500 Duitse bestemmingen,” aldus Müller.

breed netwerk

Het nieuwe netwerk omvat een breed scala aan steden in Duitsland, verspreid over verschillende regio’s. In Noordrijn-Westfalen worden populaire bestemmingen zoals Bonn, Düsseldorf Airport, Dortmund Airport en Oberhausen met elkaar verbonden. In Oost-Westfalen en het Münsterland krijgen steden als Herford, Paderborn en Detmold een rechtstreekse aansluiting op het FlixTrain-netwerk. Ook grensregio’s zoals het Bergisches Land en het Ruhrgebied profiteren van deze nieuwe verbindingen, met haltes in onder andere Solingen, Bottrop en Mülheim (Ruhr). Voor reizigers in Nederland zijn er opstappunten in Arnhem, Enschede en Venlo, die rechtstreeks in verbinding staan met het uitgebreide Duitse netwerk.

Foto: © Pitane Blue – Flixtrain

FlixTrain staat bekend om zijn inzet voor duurzaamheid en betaalbare mobiliteit. De treinmaatschappij biedt een goedkoper alternatief voor andere langeafstandsvervoerders, zonder in te leveren op comfort. Elke passagier krijgt een gegarandeerde zitplaats bij het boeken van een ticket, een service die uniek is binnen de Duitse markt. Bovendien zijn de reistijden competitief. Een rit van Arnhem naar Berlijn duurt bijvoorbeeld slechts 6 uur en 20 minuten en is te boeken vanaf €25. Dit maakt FlixTrain een aantrekkelijke optie voor zowel vakantiegangers als zakelijke reizigers.

De uitbreiding naar Nederland is een belangrijke mijlpaal in de groei van FlixTrain. Het bedrijf zet hiermee niet alleen in op grensoverschrijdend reizen, maar versterkt ook zijn positie als duurzame mobiliteitsaanbieder in Europa. Het bedrijf maakt gebruik van elektrische treinen, waardoor de CO2-uitstoot per reiziger aanzienlijk wordt verminderd in vergelijking met reizen per auto of vliegtuig.

boekingsopties

Reizigers kunnen hun reis eenvoudig plannen met behulp van combitickets, die toegang bieden tot zowel de regionale treinen als de langeafstandsdiensten van FlixTrain. Deze tickets zijn beschikbaar via de officiële website van FlixTrain of de FlixBus & FlixTrain-app. Het boekingssysteem is intuïtief en biedt real-time informatie over routes, prijzen en beschikbaarheid.

Met de nieuwe dienst kunnen reizigers bijvoorbeeld gemakkelijk van Enschede naar steden zoals Keulen, Bonn of Hamburg reizen. Voor Duitse reizigers wordt het eveneens eenvoudiger om een uitstapje naar Nederland te plannen, bijvoorbeeld voor een bezoek aan Arnhem of Venlo. De uitbreiding biedt ook een economische impuls voor de aangesloten steden, doordat het toerisme en grensoverschrijdende handel worden gestimuleerd.

verdere uitbreiding

Hoewel FlixTrain zich momenteel richt op het consolideren van de nieuwe verbindingen, lijkt verdere uitbreiding niet uitgesloten. Het bedrijf blijft investeren in haar netwerk en onderzoekt mogelijkheden om nog meer steden in Nederland en andere Europese landen op te nemen. Met het groeiende bewustzijn rondom klimaatverandering en de toenemende vraag naar betaalbare en duurzame vervoersopties, lijkt FlixTrain goed gepositioneerd om een sleutelrol te spelen in de toekomst van Europees reizen.

Müller benadrukt dat de uitbreiding naar Nederland een natuurlijke stap was in de groei van het bedrijf. “We willen duurzame mobiliteit toegankelijk maken voor iedereen, ongeacht de bestemming. Deze uitbreiding is een logische stap om dat doel te bereiken,” zegt hij.

Tweedehands elektrische auto: veel automobilisten blijven twijfelen

Ondanks de groeiende populariteit van elektrische voertuigen (EV’s) blijft een aanzienlijke groep automobilisten in Nederland twijfelen over de overstap naar elektrisch rijden.

Diverse obstakels, waaronder financiële en praktische aspecten, houden consumenten tegen om hun benzine- of dieselauto in te ruilen voor een duurzamer alternatief. Een van de grootste redenen waarom consumenten aarzelen, is de hogere aanschafprijs van elektrische auto’s. De gemiddelde EV is aanzienlijk duurder dan een traditionele auto op fossiele brandstoffen, wat vooral te wijten is aan de kosten van de batterijen. Hoewel de operationele kosten, zoals energie en onderhoud, vaak lager liggen, blijven veel mensen opzien tegen de initiële investering. 

Bovendien wordt de situatie verergerd door het afbouwen van subsidies door de overheid. Tot enkele jaren geleden werden kopers van elektrische voertuigen flink beloond met financiële tegemoetkomingen, maar deze voordelen zijn de laatste tijd aanzienlijk verminderd. Het verdwijnen van subsidies maakt elektrisch rijden voor veel Nederlanders minder aantrekkelijk.

laadmogelijkheden

Hoewel Nederland een van de dichtste netwerken van laadpalen ter wereld heeft, is het gebrek aan laadmogelijkheden een belangrijke reden voor terughoudendheid. Vooral mensen zonder eigen oprit of parkeerplaats ervaren dit als een probleem. “Ik moet altijd een laadpaal zoeken in mijn buurt, en dat is niet altijd eenvoudig,” verklaart een automobilist uit Amsterdam. Dit probleem is vooral nijpend in dichtbevolkte stedelijke gebieden, waar publieke laadpalen vaak volgeboekt zijn. Ook op vakantie of tijdens langere ritten roept het vinden van een laadpunt stress op bij potentiële kopers.

De zorgen over de batterijprestaties van elektrische auto’s spelen eveneens een rol. Hoewel fabrikanten doorgaans lange garanties bieden op batterijen, twijfelen consumenten aan de levensduur en vervangingskosten ervan. Vooral bij de aankoop van een tweedehands EV heerst er onzekerheid. Een batterijtje dat niet meer naar behoren functioneert, kan duizenden euro’s kosten om te vervangen. Deze twijfel weerhoudt veel kopers ervan om over te stappen.

Een automobilist die overwoog een tweedehands elektrische auto te kopen, merkte op: “Ik vond een mooie auto binnen mijn budget, maar na het lezen over mogelijke accuproblemen heb ik het niet gedaan. Het risico voelde te groot.”

persoonlijke voorkeuren

Los van de praktische en financiële aspecten geven sommige automobilisten simpelweg de voorkeur aan de rijervaring van een traditionele auto. Het geluid en de sensatie van een krachtige verbrandingsmotor worden door liefhebbers vaak als een gemis ervaren in elektrische voertuigen. “Het voelt alsof ik een deel van mijn rijplezier opgeef,” aldus een autoliefhebber die al jaren fan is van sportwagens met een benzinemotor.

Foto: © Pitane Blue – Pitane Mobility laadpalen opzoeken

De verschillen tussen de Randstad en de Achterhoek maken duidelijk dat de overstap naar elektrisch rijden maatwerk vereist. In stedelijke gebieden,

Voor wie toch de stap naar elektrisch rijden overweegt, biedt de tweedehandsmarkt een interessant alternatief. Hier liggen de prijzen vaak lager, maar extra voorzichtigheid is geboden. Deskundigen raden aan om bij tweedehands elektrische auto’s altijd een accudegradatietest uit te laten voeren. Zo krijgt de koper inzicht in de resterende capaciteit van de batterij. Andere tips, zoals het controleren van de onderhoudshistorie en een uitgebreide proefrit, zijn eveneens cruciaal.

toekomst van elektrisch rijden

Elektrisch rijden is in opkomst, maar de mogelijkheden om een elektrische auto te gebruiken verschillen sterk per regio in Nederland. De Randstad, met zijn stedelijke karakter en uitgebreide infrastructuur, biedt volop kansen voor elektrisch rijden. Daarentegen ervaart de meer landelijke Achterhoek duidelijke uitdagingen, vooral door het gebrek aan een uitgebreid laadnetwerk. Deze verschillen tonen hoe de overgang naar duurzaam vervoer voor iedereen anders verloopt.

De Randstad, bestaande uit steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, is een van de drukst bevolkte regio’s van Nederland. Deze stedelijke omgeving is een broedplaats voor innovatie en economische activiteit, wat duidelijk zichtbaar is in de ontwikkeling van elektrische mobiliteit. Het laadnetwerk in de Randstad is een van de meest uitgebreide in Europa. Overal in de steden zijn laadpalen te vinden, waardoor bewoners en bezoekers eenvoudig hun voertuigen kunnen opladen.

In contrast met de Randstad staat de Achterhoek, een regio die bekendstaat om zijn rust, natuur en kleine dorpsgemeenschappen. De lage bevolkingsdichtheid is een van de redenen waarom de laadinfrastructuur hier minder ontwikkeld is. In sommige dorpen zijn slechts een of twee laadpalen beschikbaar, wat voor veel inwoners een struikelblok vormt. Wie in een dorp woont en niet de mogelijkheid heeft om een laadpunt op eigen terrein te plaatsen, moet vaak op zoek naar een publieke laadpaal die misschien al bezet is.

Hoewel de obstakels reëel zijn, groeit het aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen gestaag. Innovaties in batterijtechnologie, de uitbreiding van het laadnetwerk en prijsdalingen maken elektrisch rijden steeds toegankelijker. Experts verwachten dat de drempels in de komende jaren verder zullen verdwijnen, waardoor steeds meer consumenten de overstap zullen maken. Voor nu blijft het echter belangrijk om potentiële kopers beter te informeren en de laadinfrastructuur verder te verbeteren.

Innovatie: Barry Callebaut verlaagt ecologische voetafdruk met elektrische vrachtwagens

Barry Callebaut, een van ’s werelds grootste chocoladeproducenten, heeft onlangs een belangrijke stap gezet in de richting van duurzaam transport .

Door elektrische vrachtwagens in te zetten voor het vervoer van verse chocolade tussen zijn fabriek in Wieze en het distributiecentrum in Lokeren past deze groene innovatie in de bredere strategie van het bedrijf om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en logistieke processen te verduurzamen.

Het opladen van deze elektrische vrachtwagens gebeurt via snelladers die zijn geïnstalleerd op de site in Lokeren, waar Barry Callebaut drie jaar geleden een ultramodern distributiecentrum opende. Dit distributiecentrum, gelegen naast de E17, werd ontwikkeld door WDP, een toonaangevende ontwikkelaar van logistiek vastgoed.

“We bekijken constant alle noden van onze klanten om hun logistieke activiteiten niet alleen zo efficiënt mogelijk, maar ook zo milieuvriendelijk mogelijk te maken. Daarom hebben we met WDP ook voluit geïnvesteerd in de laadinfrastructuur om de trucks snel en efficiënt te kunnen laden,” verklaarde Svetlana Nikolayonok, businessdeveloper bij WDP Energy, tegenover Made in, het regionaal betrokken nieuwsmerk voor inspiratie en nieuws van en voor ondernemend Vlaanderen.

Om de elektrificatie van het logistieke transport tussen Wieze en Lokeren te ondersteunen, heeft Barry Callebaut twee Alpitronic Hyperchargers geïnstalleerd. Deze laders, met een indrukwekkende capaciteit van 300kW per stuk, zorgen ervoor dat de elektrische vrachtwagens snel kunnen worden opgeladen. 

Foto: Svetlana Nikolayonok

Hoewel het precieze aantal elektrische vrachtwagens dat bij deze operatie is betrokken niet openbaar is gemaakt, is het duidelijk dat de belangrijkste uitdaging in het project ligt in het minimaliseren van de uitvaltijd van de trucks voor het opladen.

Wannes van Rysselberghe, logistiek manager bij het Barry Callebaut Global Distribution Center, benadrukte de complexiteit van deze operatie: “Er is zeer weinig tijd om op te laden.” Om aan deze uitdaging te voldoen, werd een innovatieve planningsstrategie ontwikkeld, gecombineerd met de installatie van krachtige oplaadstations, waardoor de trucks vrijwel ononderbroken kunnen rijden.

Dit nieuwe elektrische transportinitiatief past in een bredere duurzaamheidsstrategie van Barry Callebaut, die ook zichtbaar is in het ontwerp van het distributiecentrum in Lokeren. Het magazijn is uitgerust met zonnepanelen die op piekmomenten tot 4 MW aan zonne-energie opwekken. Daarnaast maakt het gebruik van geothermie voor het verwarmen en koelen van het gebouw. Deze energiezuinige technieken dragen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot en het verhogen van de energie-efficiëntie van het bedrijf.

Foto: Barry Callebaut

Met deze stap zet Barry Callebaut een belangrijk voorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie, waar duurzaamheid steeds meer een kritische factor wordt in de waardeketen. Door te investeren in groene technologieën, zoals elektrische vrachtwagens en hernieuwbare energie, toont het bedrijf zijn toewijding om niet alleen hoogwaardige chocolade te produceren, maar dit ook op een manier te doen die het milieu zo min mogelijk belast.

De implementatie van elektrische vrachtwagens en de bijbehorende infrastructuur is een belangrijke mijlpaal voor Barry Callebaut en kan mogelijk een precedent scheppen voor andere bedrijven in de sector om soortgelijke stappen te ondernemen. De combinatie van snelle laadinfrastructuur en een energiebewust distributiecentrum zorgt ervoor dat het bedrijf zijn logistieke operaties niet alleen duurzamer, maar ook efficiënter maakt.

Verkiezingen: Europa investeert miljoenen in duurzaam vervoer in Nederland

Nederland profiteert van miljarden euro’s aan eu-subsidies voor infrastructuur.

De Europese Unie heeft vorig jaar aangekondigd dat zij 6,2 miljard euro investeert in duurzame, veilige en efficiënte vervoersinfrastructuur in verschillende lidstaten, waaronder Nederland. Deze investering komt voort uit het EU-financieringsprogramma Connecting Europe Facility (CEF), dat bedoeld is om vervoersverbindingen tussen EU-landen te verbeteren en de integratie van verschillende transportmiddelen te bevorderen. Nederland zal een aanzienlijk deel van deze fondsen ontvangen voor diverse transportprojecten, met een sterke nadruk op duurzaamheid en verkeersveiligheid.

Een van de meest opvallende projecten in Nederland is de uitbreiding en modernisering van de spoorweginfrastructuur rond Amsterdam Centraal Station. Dit project, dat 70.275.540,30 euro aan EU-steun ontvangt en gecoördineerd wordt door ProRail, moet leiden tot een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding. Er worden onder andere nieuwe sporen aangelegd, perrons en trappen uitgebreid en passagierstunnels gemoderniseerd. Het doel is om de toenemende spoorverkeersstromen, inclusief internationaal goederenvervoer, efficiënter te beheren.

Daarnaast wordt er 9.045.338,00 euro geïnvesteerd in de opheffing van knelpunten op het grensoverschrijdende spoorwegtraject tussen Venlo en Kaldenkirchen. Dit project, gecoördineerd door de gemeente Venlo, richt zich op de verwijdering van een complexe spoorwegovergang bij ‘de Vierpaardjes’. Door een onderdoorgang voor wegverkeer te creëren, wordt de verkeersveiligheid verhoogd en het concurrentievermogen van het spoorvervoer verbeterd.

Ook de Energiehaven IJmond in Ijmuiden ontvangt aanzienlijke steun met een subsidie van 2.037.610,00 euro voor voorbereidende studies naar de aanleg van basishaveninfrastructuur voor de offshore-windindustrie. Dit project, gecoördineerd door Havenbedrijf Amsterdam N.V., is gericht op de ontwikkeling van infrastructuur die nodig is voor de groei van windmolenparken op zee, wat bijdraagt aan de duurzame energievoorziening van Nederland.

In Limburg wordt het project Rhombus UPSIDE II ondersteund met 37.395.885,00 euro. Dit project, gecoördineerd door de Provincie Limburg, richt zich op de opschaling van binnenhaveninfrastructuur in Stein, Roermond en Maastricht. Door de versterking van het binnenvaartsysteem tussen Nederland, België en Duitsland, wordt een ‘modal shift’ bevorderd van wegverkeer naar binnenvaart, wat bijdraagt aan regionale duurzame ontwikkeling.

Een ander belangrijk project is de modernisering van de grensoverschrijdende spoorwegverbinding tussen Gent en Terneuzen. Met een EU-steun van 3.367.083,00 euro, gecoördineerd door North Sea Port Netherlands N.V., wordt gewerkt aan juridische procedures en aanvullende studies die nodig zijn voor verdere ontwikkeling. Dit zal leiden tot een betere spoorwegverbinding tussen België en Nederland.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

Naast transportprojecten ontvangt Nederland ook aanzienlijke EU-subsidies voor andere sectoren. In 2022 ontving Nederland bijvoorbeeld 2,9 miljard euro aan subsidies van de Europese Commissie. Hiervan ging het grootste deel, 38 procent, naar onderzoek en innovatie, vooral ten behoeve van universiteiten en hogescholen. Andere belangrijke ontvangers waren landbouw- en maritiem beleid (29 procent) en investeringen in mensen, sociale cohesie en waarden (9 procent).

De Europese Unie geeft in totaal het meest uit aan landbouw- en maritiem beleid en regionale ontwikkeling en cohesie. Deze uitgaven zijn bedoeld om economische en sociale ongelijkheden tussen regio’s te verminderen en de veiligheid te verbeteren. Nederland ontvangt relatief weinig voor regionale ontwikkeling en cohesie, terwijl landen als Polen hier een groot deel van hun EU-subsidies voor krijgen.

Interessant is dat Nederland, samen met Duitsland, per inwoner het minst aan EU-subsidies ontvangt. In 2022 kreeg Nederland ongeveer 200 euro per inwoner, terwijl Luxemburg, België en de Baltische staten aanzienlijk meer ontvingen. Dit verschil is deels te verklaren door de focus van de subsidies; Luxemburg krijgt bijvoorbeeld relatief veel voor onderzoek en innovatie en voor de financiering van Europese instellingen die in dat land gevestigd zijn.

Ondanks de aanzienlijke subsidies blijft Nederland een nettobetaler aan de Europese Unie. In 2022 droeg Nederland per inwoner ongeveer 557 euro af aan de EU, wat 357 euro meer is dan het bedrag dat het land terugkreeg. Dit geldt echter niet alleen voor Nederland; ook Duitsland, Ierland en Zweden zijn nettobetalers. Het betekent echter niet dat deze landen niet profiteren van de EU-lidmaatschap, aangezien de voordelen vaak indirect en op lange termijn merkbaar zijn.

Gaiyo en GO Sharing slaan handen ineen voor groenere steden

Met deze toevoeging hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren.

In een tijd waarin steden over de hele wereld zich buigen over de uitdagingen van mobiliteit en duurzaamheid, neemt Gaiyo een voortrekkersrol in met innovatieve oplossingen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de recente samenwerking tussen Gaiyo en GO Sharing, die de weg vrijmaakt voor een groenere en meer verbonden stedelijke mobiliteit.

Gaiyo, bekend als het meest complete mobiliteitsplatform voor zowel bedrijven als consumenten in Nederland, heeft aangekondigd dat het zijn reeds indrukwekkende aanbod van deelmobiliteit uitbreidt door de volledige integratie van GO Sharing’s e-bikes en e-scooters. Deze toevoeging brengt meer dan 3.600 e-scooters en meer dan 2.650 e-bikes van GO Sharing onder de aandacht van de gebruikers van de Gaiyo App, waardoor de beschikbaarheid van duurzame vervoersmiddelen in Nederlandse steden verder wordt vergroot.

GO Sharing, opgericht in 2019 en inmiddels onderdeel van de Turkse investeringsmaatschappij 1000 Yatirimlar Holding, is geen onbekende in de wereld van duurzaam vervoer. Met een missie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling, biedt het bedrijf 100% elektrische fietsen en scooters aan, die via een app beschikbaar zijn in verschillende Nederlandse steden, waaronder Breda, Delft, ‘s-Hertogenbosch, Haarlem, Leeuwarden, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, en binnenkort ook Amsterdam. Deze uitbreiding naar Amsterdam, een stad bekend om zijn drukke straten en hoge mobiliteitsbehoeften, onderstreept de ambitie van GO Sharing om duurzame mobiliteitsopties toegankelijker te maken voor een breder publiek.

Gaiyo is er voor bedrijven die de flexibele mobiliteit van hun medewerkers beter en duurzamer willen organiseren met zakelijke mobiliteitsdiensten en -producten zoals de CO2-registratie en declaratietool voor woon-werkverkeer en thuiswerk, de Gaiyo Card

De integratie van GO Sharing binnen de Gaiyo App is niet alleen een technologische vooruitgang, maar ook een stap vooruit in de missie van Gaiyo om de meest complete oplossing te bieden voor duurzame mobiliteit. Lucien Groenhuijzen, CEO van Gaiyo, benadrukt het belang van deze mijlpaal: “Met de toevoeging van GO Sharing hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren, waardoor Gaiyo een uitstekende optie is voor iedereen die op zoek is naar duurzame en flexibele mobiliteit in stedelijke gebieden.”

Voor zakelijke en privé gebruikers biedt de Gaiyo App een alles-in-één-oplossing voor het boeken, betalen en gebruiken van diverse vormen van deelvervoer. Dit omvat niet alleen e-bikes en e-scooters, maar ook openbaar vervoer, deelscooters, deelfietsen, en deelbakfietsen, waardoor Gaiyo zich positioneert als de goedkoopste parkeerapp van Nederland. Deze integratie biedt gebruikers een ongekende flexibiliteit en keuzevrijheid, waardoor de overstap naar duurzamer vervoer gemakkelijker wordt dan ooit tevoren.

In lijn met de visie van GO Sharing om een groene planeet te realiseren met mobiliteit voor iedereen, bevestigt Mudzahid Beslija, CEO van BinBin en GO Sharing, de waarde van de samenwerking met Gaiyo: “Bij GO Sharing geloven we in een groene planeet met mobiliteit van iedereen, voor iedereen. Door onze krachten te bundelen met Gaiyo, willen we verder bouwen aan onze visie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling door iedereen toegang te geven tot onze vervoersopties.”

Met de integratie van GO Sharing in de Gaiyo App zet Nederland wederom een stap vooruit in de richting van een duurzame, flexibele en toegankelijke mobiliteitstoekomst. Dit initiatief illustreert hoe technologie en samenwerking kunnen leiden tot praktische oplossingen voor enkele van de meest urgente uitdagingen van onze tijd.

Staatssecretaris Heijnen belicht hindernissen in duurzame mobiliteit

Nederland zet in op duurzame mobiliteit met focus op elektrisch rijden, maar staatssecretaris Vivianne Heijnen onderstreept uitdagingen.

In het plenaire debat sprak staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, over de cruciale rol van de mobiliteitssector in de strijd tegen klimaatverandering. De ambitie van Nederland om klimaatverandering tegen te gaan wordt weerspiegeld in de zero emissiezones, zoals vastgelegd in het klimaatakkoord, het coalitieakkoord en op Europees niveau. Heijnen benadrukte dat Nederland, vooral op het gebied van elektrisch rijden en duurzame mobiliteit, tot de koplopers behoort, mede dankzij een uitgebreide laadinfrastructuur.

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, benadrukte de voortrekkersrol van Nederland in de transitie naar duurzame mobiliteit. Heijnen zei: “We willen klimaatverandering tegengaan en dan zal ook de mobiliteitssector haar steentje moeten bijdragen. En gelukkig zien we dat ons land bijvoorbeeld wat betreft elektrisch rijden en duurzame mobiliteit al tot de koplopers behoort. We hebben een goede laadinfrastructuur.” Ze gaf ook toe dat er uitdagingen zijn, vooral op het gebied van snelladers: “Toch zijn in Nederland snelladers echt nog wel een uitdaging.”

De staatssecretaris gaf echter aan dat de uitrol van snelladers in Nederland nog een uitdaging vormt. Ze erkende dat de sector vooruitgang boekt met betrekking tot het slimmer, schoner en veiliger maken van vrachtwagens, bussen en auto’s, wat bijdraagt aan de vermindering van uitstoot en schonere lucht. Uit een berekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de klimaat- en energieverkenning blijkt dat de reductiedoelen voor de mobiliteitssector binnen handbereik zijn. 

laadpalen

Heijnen bevestigde echter dat er nog een weg te gaan is en benadrukte de noodzaak van blijvende inspanningen. Ze wees op het belang van een goed functionerende en groeiende infrastructuur voor elektrische voertuigen, met name voor de uitrol van laadpalen. In gesprek met minister Rob Jetten over de uitdagingen rondom de laadinfrastructuur, wees Heijnen op de specifieke problemen rond snelladers. Ze onderstreepte de noodzaak van deze gesprekken, gezien het belang van laadpalen voor elektrische auto’s.

Foto: © Pitane Blue – Fastned laadstation

Over de inspanningen op het gebied van elektrische voertuigen zei Heijnen: “Op het gebied van vrachtwagens, bussen en auto’s wordt alles steeds slimmer, schoner en veiliger en daarmee werkt de sector mee aan minder uitstoot en aan schonere lucht.”

Pieter Grinwis van de ChristenUnie richtte zich op de fiscale kant van elektrisch rijden. Hij bracht een specifiek probleem naar voren met betrekking tot de fiscale voordelen die vanaf 2026 zullen verdwijnen: “Nou wil het geval dat vanaf 2026 alle fiscale voordelen voor elektrisch rijden verdwijnen. Dat is natuurlijk aan een volgend kabinet om op te lossen, dat begrijp ik, maar is het mogelijk om in aanloop naar de begroting naar de volgende begroting uit te werken? Wat ja wat het nodig is om dat fiscale nadeel wat dreigt omdat het een batterij ongeveer 400 kg weegt op te heffen.”

Heijnen reageerde op de opmerkingen van Grinwis en erkende dat er plannen zijn om elektrisch rijden aantrekkelijk te blijven maken na 2026. Ze zei: “Volgens Heijnen zijn natuurlijk allerlei ideeën al beschikbaar om ook na 2026 elektrisch rijden aantrekkelijk te houden. Maar het is uiteindelijk ook aan het kabinet en aan een meerderheid in de Kamer om daar iets van te vinden.”

De staatssecretaris sprak ook over de perceptie dat elektrisch rijden alleen voor de welgestelden is: “Want er wordt ook gezegd door een aantal mensen van elektrisch rijden alleen maar voor de rijken is. En ja, het is inderdaad best wel kostbaar voor voor een hele grote groep. Maar die Tesla subsidies, dat is echt verleden tijd. We hebben al subsidies teruggeschroefd naar € 45.000 voor een nieuwe auto.”

Heijnen benadrukte het belang van toegankelijkheid van elektrische voertuigen voor iedereen: “We hebben ook subsidies gegeven, omdat ik het belangrijk vind dat iedereen mee kan doen aan tweedehands elektrische auto’s bijvoorbeeld. En ik heb zelfs uitgezocht of het nut had om een subsidie te geven op tweede op elektrische snorscooters.”

Tot slot sprak Heijnen over een voorstel om leaseauto’s te verplichten elektrisch te rijden. Hoewel dit plan niet is doorgegaan, had het volgens haar de uitrol van tweedehands elektrische auto’s kunnen versnellen, waardoor elektrisch rijden toegankelijker zou worden voor een breder publiek.

De nadruk ligt in Nederland dus op het bevorderen van duurzame mobiliteit, met elektrisch rijden als speerpunt. Ondanks de uitdagingen en het voortdurende debat over fiscale maatregelen en subsidies, blijft de overheid zich inzetten voor een groenere en duurzamere toekomst in de mobiliteitssector.