Tag archieven: duurzaam

Duurzaam reizen: Tweede Kamer krijgt fietssleutel voor bereikbaar Nederland

Files zijn een fiscale keuze en werkgevers trekken aan de bel.

De Coalitie Anders Reizen heeft haar resultaten en hoofdaanbevelingen officieel overhandigd aan leden van de Tweede Kamer en daarbij een duidelijke boodschap afgegeven: files zijn geen natuurverschijnsel, maar het gevolg van keuzes. Werkgevers staan klaar om het reisgedrag van honderdduizenden werknemers verder te verduurzamen, maar lopen vast op fiscale en juridische drempels die de auto blijven bevoordelen. Met een symbolisch gebaar, een meterslange fietssleutel, riep directeur Gwen Jansen de politiek op om die blokkades weg te nemen en Nederland bereikbaar te houden.

fietssleutel

Tijdens het overdrachtsmoment ontvingen Kamerleden Robert van Asten, Henk Jumelet, Renilde Huizenga en Dion Huidekooper de sleutel uit handen van Jansen. De fietssleutel stond voor de rol die de Kamer kan spelen als doorslaggevende factor in het versnellen van duurzame mobiliteit. Op de achtergrond presenteerde de coalitie cijfers die volgens de aangesloten werkgevers niet langer te negeren zijn. In tien jaar tijd werd binnen zakelijke mobiliteit meer dan 2 megaton directe CO₂-uitstoot gereduceerd. Het gaat om woon-werkverkeer, dienstreizen en internationale reizen. Die besparing staat gelijk aan de jaarlijkse directe uitstoot van ongeveer 570.000 mensen en laat zien dat gericht werkgeversbeleid daadwerkelijk invloed heeft op het dagelijkse reisgedrag van medewerkers.

De coalitie, een breed netwerk van werkgevers, wil die aanpak nu opschalen naar heel werkgevend Nederland. Dat kan volgens de aangesloten organisaties alleen als fiscale en juridische belemmeringen worden weggenomen. Werkgevers willen hun medewerkers stimuleren om vaker te kiezen voor openbaar vervoer, de fiets, deelmobiliteit of een duurzaam mobiliteitsbudget. In de praktijk stuiten zij echter op de grenzen van de huidige Werkkostenregeling. Duurzame mobiliteit valt daarin vaak onder dezelfde beperkte ruimte als secundaire arbeidsvoorwaarden zoals bedrijfsfitness of een kerstpakket, terwijl traditionele regelingen voor leaseauto’s en woon-werkverkeer grotendeels buiten schot blijven.

frustratie

Gwen Jansen verwoordde die frustratie scherp tijdens de bijeenkomst. Zij zei: “Het is mooi te zien dat de inzet van werkgevers op duurzaam mobiliteitsbeleid ook echt impact heeft op het reisgedrag van medewerkers. En helemaal mooi dat er nog grote kansen zijn om nog meer tempo te maken om Nederland bereikbaar te houden voor iedereen. Maar zolang we autogebruik fiscaal blijven stimuleren, duurzame zakelijke mobiliteit niet fiscaal bevoordeeld wordt, sterker nog, deels wordt weggestopt in de werkkostenregeling (WKR), kiezen we feitelijk voor files.” Volgens Jansen worden werkgevers die het goede willen doen afgeremd door een systeem dat niet meer past bij de maatschappelijke opgave van dit moment.

Zij ging verder met een oproep aan politiek en kabinet om de randvoorwaarden te verbeteren. “Kortom, geef ons de juiste randvoorwaarden, dan leveren wij tempo. Zo kunnen we samen met politiek en overheid niet alleen de bereikbaarheid verbeteren, maar ook ruimte creëren voor woningbouw, het stroomnet ontlasten en zorgen voor een gezondere, veiligere leefomgeving met vitale medewerkers. Zolang onlogische drempels blijven bestaan, remmen we onnodig af. Dat kan en moet anders. In een brief aan de informateur hebben we ook aan het kabinet reeds onze uitgestoken hand aangeboden.”

V.l.n.r. Gwen Jansen, Dion Huidekooper, Henk Jumelet, Renilde Huizenga en Robert van Asten © Sandra Uittenbogaart

De hoofdaanbevelingen van de coalitie zijn gebaseerd op praktijkervaringen van werkgevers met samen ruim 550.000 medewerkers. Op fiscaal vlak pleiten zij ervoor om duurzame mobiliteit aantrekkelijker te maken dan niet-duurzame alternatieven, onder meer door een aparte ruimte binnen de Werkkostenregeling te creëren voor zaken als fietslease en openbaar vervoer.

treinreizen

Tegelijkertijd benadrukken de werkgevers dat investeringen in goed openbaar vervoer, sterke fietsverbindingen en goede last-mile oplossingen noodzakelijk zijn om bereikbaarheid te garanderen. Internationale treinreizen moeten volgens hen een volwaardig alternatief worden voor zakelijk vliegen. Ook op het gebied van regelgeving zien zij kansen, door werkgevers expliciet in te zetten als versnellers van congestieverlichting en door te zorgen voor consistent beleid met geharmoniseerde CO₂-rapportages.

Tien jaar na de oprichting kan Coalitie Anders Reizen terugkijken op tastbare resultaten. Veel organisaties maakten het openbaar vervoer of de fiets tot standaardkeuze, hybride werken werd structureel ingevoerd en korte zakelijke vluchten maakten steeds vaker plaats voor internationale treinreizen. Wagenparken werden grotendeels elektrisch en het aantal auto’s nam af. Eerdere fiscale barrières werden al geslecht dankzij samenwerking met onder meer AWVN, VNO-NCW, het ministerie van Financiën en de Belastingdienst, waardoor verruiming van OV-gebruik en deelfietsen mogelijk werd. Die aanpak geldt inmiddels als bewezen effectief.

Anders Reizen werd opgericht in 2015 door NS, Natuur & Milieu, het ministerie van I&W en VNO-NCW. Tijdens de klimaattop in Parijs committeerden dertien koplopers zich aan een halvering van de CO₂-uitstoot op zakelijke mobiliteit in 2030 ten opzichte van 2016. Meer dan de helft van de aangesloten werkgevers behaalde dat doel al in 2024. Met die voorsprong kijkt de coalitie vooruit naar 2035, met de ambitie om te verkennen of nationale zakelijke mobiliteit CO₂-neutraal kan worden en hoe internationale zakelijke reizen verder kunnen verduurzamen.

Fotomateriaal: © Sandra Uittenbogaart

Consument zoekt zekerheid: private lease maakt elektrische auto eindelijk bereikbaar

De opmars van de elektrische auto in Nederland is niet meer te stoppen.

Waar de benzine- en dieselmodellen jarenlang de toon zetten in de verkoopcijfers, begint dat beeld snel te kantelen. Uit recente cijfers blijkt dat in 2024 al ruim een derde van de nieuw verkochte auto’s volledig elektrisch was. Dat percentage onderstreept de groeiende populariteit van elektrisch rijden, maar laat tegelijk een pijnpunt zien dat veel consumenten herkend zullen hebben bij een bezoek aan de showroom: de prijs.

Elektrische modellen zijn nog altijd fors duurder dan auto’s met een traditionele verbrandingsmotor. Het prijsverschil kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Voor veel gezinnen blijft een volledig elektrische wagen daardoor buiten bereik, zelfs met subsidies of fiscale voordelen. De oplossing die steeds vaker opduikt, is private lease. Daarbij betaalt de rijder geen hoge aanschafprijs, maar een vast maandbedrag waarin vrijwel alles is opgenomen: verzekering, onderhoud, afschrijving en wegenbelasting.

vast maandbedrag

Dat vaste maandbedrag zorgt voor duidelijkheid en maakt elektrisch rijden toegankelijk voor een grotere groep mensen. De stap naar een duurzame auto wordt kleiner, zeker voor wie niet de middelen heeft om een dure EV in één keer aan te schaffen. Toch is private lease niet zonder haken en ogen. De contracten hebben doorgaans een looptijd van drie tot vijf jaar, en wie eerder wil stoppen, moet vaak rekenen op een stevige boete. Ook de kilometerbundel kan beperkingen opleveren. Rijd je meer dan afgesproken, dan lopen de kosten alsnog snel op.

het juiste contract

Deze beperkingen blijven in de wervende reclames meestal buiten beeld, maar ze zijn cruciaal voor wie een eerlijke vergelijking wil maken. Een leasecontract lijkt op papier vaak aantrekkelijk, maar wie niet goed let op de kleine lettertjes, kan onaangenaam verrast worden. Zo rekenen sommige aanbieders extra kosten bij tussentijdse beëindiging of voor extra kilometers. Het loont daarom om aanbieders goed te vergelijken. Platforms zoals HelloLease helpen daarbij door verschillende contracten overzichtelijk naast elkaar te zetten, zodat consumenten een beter beeld krijgen van hun financiële verplichtingen.

Foto: © Pitane Blue – showroom

Private lease schuift zich steeds nadrukkelijker naar voren als alternatief.

Ondanks die valkuilen groeit het aantal elektrische leasecontracten gestaag. Volgens berichtgeving van RTL Nieuws wil het kabinet bovendien dat zakelijke lease vanaf 2027 volledig elektrisch is. Dat beleid zal naar verwachting ook zijn weerslag hebben op de particuliere markt. Zodra bedrijven massaal overstappen, volgen consumenten vaak vanzelf. Daarmee lijkt de toekomst van de private lease-markt onlosmakelijk verbonden met de verdere elektrificatie van het Nederlandse wagenpark.

Voor veel automobilisten voelt private lease als een kans om zonder grote investering te profiteren van de voordelen van elektrisch rijden. Het gemak van laden thuis, de lagere onderhoudskosten en de stillere rijervaring wegen voor velen op tegen de verplichtingen van een meerjarig contract. Tegelijkertijd zijn er ook twijfelaars die zich niet willen vastleggen of vrezen dat de technologie te snel veroudert.

voorzichtig optimisme

Feit blijft dat private lease de drempel voor elektrisch rijden aanzienlijk verlaagt. Waar de aanschafprijs nog altijd een struikelblok vormt, biedt het maandelijkse leasebedrag een haalbaar alternatief. De constructie past bovendien in een bredere trend waarin bezit plaatsmaakt voor gebruik, of het nu om auto’s, fietsen of elektronica gaat.

Nederland lijkt zich in rap tempo aan te passen aan die nieuwe manier van mobiliteit. Elektrisch rijden is allang niet meer enkel voor de zakelijke rijder of de milieubewuste pionier. Met de groei van private lease wordt de elektrische auto steeds meer een optie voor de gewone consument. En naarmate de prijzen van batterijen dalen en de infrastructuur verbetert, zal die beweging alleen maar versnellen.

Waarom elektrische bussen centraal staan in VinFast’s Europese strategie

Advertorial

“Wij hebben Europa altijd beschouwd als een van onze meest bepalende markten, niet alleen vanwege het economische potentieel, maar ook doordat de ambities in Europa overeenkomen met onze eigen visie op een groenere, duurzamere toekomst,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy, voorzitter van VinFast.

Als tastbaar bewijs van die betrokkenheid is VinFast begonnen met de inzet van elektrische bussen op Europese wegen, waarmee het zijn intentie toont om verder te gaan dan het leveren van EV’s voor de personenautosector en deel uit te maken van de stedelijke mobiliteit.

Voor het eerst maakte VinFast ook een strategie bekend om voet aan de grond te krijgen in deze markt: het opbouwen van samenwerkingsverbanden met toonaangevende Europese transport- en infrastructuurbedrijven om een blijvende aanwezigheid van zijn elektrische bussen in de regio te garanderen.

Waarom VinFast’s Europese expansie begint met bussen
In slechts een paar jaar tijd sinds de volledige overstap naar EV’s is VinFast uitgegroeid tot de leidende autofabrikant van Vietnam die met een opvallend tempo is doorgedrongen tot het wereldtoneel.

Weinig autofabrikanten wereldwijd hebben in zo’n korte tijd zo’n uitgebreid elektrisch ecosysteem opgebouwd. VinFast’s portfolio omvat inmiddels personenauto’s, scooters, fietsen en bussen, ondersteund door een snelgroeiend netwerk van laadstations, dealers en aftersalesbedrijven, terwijl de internationale productiecapaciteit gelijktijdig wordt opgeschaald.

Wat veel waarnemers omschrijven als niets minder dan een ‘wonder’ is niet alleen bereikt door zakelijk inzicht, maar door vastberadenheid in combinatie met nationale ambitie. Vingroup-voorzitter Pham Nhat Vuong benadrukte herhaaldelijk dat VinFast geen conventioneel commercieel project is. Het is eerder opgezet als een hightech nationaal merk met mondiale invloed, dat Vietnam’s ambitie belichaamt om gezien te worden als dynamisch, modern en steeds prominenter op het internationale toneel.

Voordat het zich op Europa richtte, testte VinFast zijn visie op openbaar vervoer in eigen land. Vier jaar geleden reden de elektrische bussen van het bedrijf voor het eerst op Vietnam’s eerste emissievrije route, een vroege stap die later richting gaf aan de internationale strategie.

Vandaag de dag beheert VinFast in Vietnam een geïntegreerd ecosysteem voor elektrische bussen, inclusief productie, exploitatie en onderhoud, met een groeiende aanwezigheid in de grootste steden van het land. De fabrieken van het bedrijf zijn in staat om jaarlijks tussen de 1.500 en 2.000 bussen te produceren, waarbij elke fase van het proces is afgestemd op CE-certificeringsnormen.

Foto: VinFast electric bus

Die ambitie sluit naadloos aan bij Europa’s eigen klimaatagenda, van het Akkoord van Parijs tot de ambitieuze emissiedoelstellingen van de Europese Unie. De doelen zijn duidelijk: een reductie van 43 procent in uitstoot tegen 2030, waarbij negen op de tien nieuwe stadsbussen tegen die tijd emissievrij moeten zijn, en een volledige overstap naar geëlektrificeerde busvloten tegen 2035.

Op weg naar een volledig elektrische toekomst
Elektrische bussen hervormen het  Europese openbaar vervoer sneller dan beleidsmakers hadden voorzien. In 2024 was bijna de helft van alle nieuw verkochte stadsbussen in de EU batterij-elektrisch, aldus een rapport van Transport & Environment (T&E). Deze verschuiving markeert een beslissend kantelpunt in het debat over de beste manier om stedelijke mobiliteit koolstofvrij te maken. De markt heeft de doorslag gegeven: batterij-elektrische bussen zijn uitgegroeid tot de dominante technologie. Steden nemen in hoog tempo afscheid van diesel- en hybridevloten en kiezen in plaats daarvan voor elektrische bussen, vanwege hun economische, operationele en ecologische voordelen.

Voor gemeenten en hun inwoners zijn de implicaties groot. Schonere lucht, stillere straten en lagere operationele kosten op de lange termijn zijn tastbare voordelen van deze transitie. De vermindering van transportgerelateerde broeikasgasemissies is daarbij bijzonder betekenisvol en onderstreept dat batterij-elektrische bussen niet slechts aan momentum winnen, maar de toekomst van openbaar vervoer bepalen.

Tegen die achtergrond zal VinFast zijn elektrische buslijn internationaal introduceren op Busworld Europe 2025, dat van 3 tot en met 9 oktober in Brussel plaatsvindt. Door geavanceerde oplossingen voor openbaar vervoer te presenteren, wil de Vietnamese autofabrikant zijn identiteit bevestigen als een volledig elektrische producent met een compleet ecosysteem. VinFast stelt dat zijn bussen in 2026 op Europese wegen zullen gaan rijden, als bijdrage aan de groene transformatie van het continent en als versneller van de overstap naar emissievrij openbaar vervoer.

“De introductie van ons portfolio van elektrische bussen op Busworld is een sterke bevestiging van VinFast’s langetermijnbetrokkenheid bij de regio,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy. “Naast onze elektrische personenauto’s willen we een volledig ecosysteem voor groene mobiliteit opbouwen, zodat elektrificatie toegankelijker wordt dan ooit. Met een steeds breder aanbod zijn wij ervan overtuigd dat wij een emissievrij vervoersnetwerk kunnen realiseren dat schonere en gezondere steden brengt voor de Europese bevolking.”

Foto: VinFast

Op de grootste bus- en touringcarbeurs ter wereld zal VinFast twee modellen tonen: de EB 8 en de EB 12, beide volledig elektrisch en ontworpen om te voldoen aan de strenge normen van de Europese Unie.

De EB 12 heeft al UNECE- en CE-certificering ontvangen. De afmetingen, configuratie, actieradius en laadcompatibiliteit zijn specifiek afgestemd op Europa, waardoor naadloze integratie in bestaande infrastructuur en naleving van lokale regelgeving wordt gegarandeerd.

Beide modellen worden aangedreven door LFP-batterijen, geleverd door toonaangevende internationale producenten zoals CATL en Gotion, met een capaciteit tot 422 kWh en een realistische actieradius van maximaal 400 kilometer. Dankzij snellaadtechnologie tot 140 kW kunnen de voertuigen in slechts twee tot drie uur worden opgeladen.

De bussen van VinFast zijn daarnaast uitgerust met een reeks slimme technologieën, waaronder geavanceerde rijhulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing, intelligente acceleratieondersteuning, botsingswaarschuwing en detectie van slaperigheid bij de bestuurder. Voor passagiers zijn er voorzieningen zoals wifi, USB-oplaadpunten, entertainment aan boord en luchtveringssystemen met een verlaagd chassis om het in- en uitstappen te vergemakkelijken.

Over VinFast
VinFast (NASDAQ: VFS), een dochteronderneming van Vingroup JSC, een van de grootste conglomeraatbedrijven van Vietnam, is een fabrikant die zich volledig toelegt op elektrische voertuigen (EV’s) met als missie om elektrische mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken.
Het huidige productassortiment van VinFast omvat een breed scala aan elektrische SUV’s, e-scooters en e-bussen. VinFast bevindt zich momenteel in zijn volgende groeifase, gericht op de snelle uitbreiding van zijn distributie- en dealernetwerk wereldwijd en de verhoging van zijn productiecapaciteiten, met een focus op belangrijke markten in Noord-Amerika, Europa en Azië.

Antwerpen maakt centrum autoluw: alternatieven ruim voorhanden

Antwerpen is een dynamische en bruisende stad die jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt met haar indrukwekkende geschiedenis, culturele schatten en levendige stadsleven.

Maar al die aantrekkingskracht betekent ook uitdagingen op het gebied van mobiliteit. Antwerpen heeft de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken. Hoe kun je je het beste door Antwerpen verplaatsen, en welke opties biedt de stad aan inwoners en bezoekers?

De binnenstad van Antwerpen heeft recent aanzienlijke veranderingen doorgemaakt. Sinds augustus 2023 is parkeren in het historische centrum uitsluitend voor bewoners met een vergunning. Deze maatregel moedigt bezoekers aan om alternatieven te zoeken buiten het centrum, zoals de vele publieke parkeergarages en de goed uitgeruste P+R-terreinen aan de rand van de stad. Hierdoor wordt niet alleen de verkeersdrukte verminderd, maar krijgt de stad ook meer ruimte voor voetgangers, fietsers en leefbaarheid.

kleurcodes

Parkeren in Antwerpen is duidelijk georganiseerd volgens verschillende kleurcodes. In de rode zone, dicht bij het stadscentrum, gelden hoge tarieven en korte parkeertijden om snelle rotatie te verzekeren. Oranje zones zijn bedoeld voor kortparkeren (30 minuten), ideaal voor snelle boodschappen. Groene zones bieden langere parkeertijden (tot 10 uur) tegen meer betaalbare tarieven, terwijl gele zones nog voordeliger zijn en vooral gericht op lang parkeren gedurende de dag. Parkeren op straat blijft gratis op zondagen en officiële feestdagen, hoewel in sommige gebieden nog steeds een parkeerschijf verplicht is.

LEZ

Bovendien hanteert Antwerpen sinds enkele jaren een strikte Lage-Emissiezone (LEZ). Deze milieuzone heeft tot doel vervuilende voertuigen uit het centrum te weren, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Momenteel worden oudere diesel- en benzinevoertuigen al geweerd, maar vanaf 2026 zullen alleen nog dieselwagens met Euronorm 6 of hoger en benzinevoertuigen vanaf Euronorm 3 toegestaan zijn. Automatische kentekencamera’s controleren voortdurend, en overtredingen resulteren in forse boetes.

Foto: © Pitane Blue – Antwerpen

[radio_player id=6]

Beluister onze podcast over Antwerpen dat de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen heeft gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken.

Naast beperkingen stimuleert Antwerpen actief alternatieve vervoersmiddelen. Het openbaar vervoer, verzorgd door De Lijn, is uitgebreid en efficiënt. Antwerpen beschikt over een uitgebreid netwerk van trams en bussen, inclusief de snelle premetro (ondergrondse tram), die frequente en betrouwbare verbindingen bieden met alle stadsdelen en attracties. Daarnaast is het hoofdstation Antwerpen-Centraal een belangrijk internationaal treinknooppunt, waardoor Antwerpen goed bereikbaar is vanuit andere steden en landen.

Voor wie graag actief en duurzaam reist, is de fiets een uitstekend alternatief. Antwerpen heeft een uitstekend ontwikkeld netwerk van veilige fietspaden en biedt het stadsbrede systeem van deelfietsen, ‘Velo Antwerpen’. Met meer dan 300 stations in en rond de stad biedt Velo een zeer praktische optie voor korte verplaatsingen tegen een geringe kostprijs. Daarnaast zijn er talrijke fietsverhuurbedrijven die stadsfietsen, elektrische fietsen, en zelfs tandems aanbieden voor wie een langere periode wil fietsen.

autoluwer

Ook voor wandelaars is Antwerpen aantrekkelijk gemaakt. Het centrum wordt steeds autoluwer en voetgangersvriendelijker. Populaire straten zoals de Meir, de Kammenstraat en het gebied rond de Grote Markt zijn vrijwel geheel autovrij gemaakt, wat een veilige en ontspannen wandelervaring oplevert. Verder zijn recent heraangelegde wandelzones, zoals de Scheldekaaien, perfect om te genieten van panoramische uitzichten op de stad en de rivier.

Tot slot biedt Antwerpen ook innovatieve opties zoals de Waterbus, een snelle en ontspannende bootverbinding die verschillende delen van de stad en de haven met elkaar verbindt. Dit biedt een unieke kans om de stad vanuit een ander perspectief te bekijken.

parkeernamagement

Door deze combinatie van parkeermanagement, strengere milieunormen, uitgebreide voorzieningen voor openbaar vervoer, fietsen en wandelen, toont Antwerpen een duidelijke visie op de toekomst. De stad werkt aan een schonere, veiligere en aangenamere leefomgeving, waarbij alternatieven voor de auto sterk gestimuleerd worden. Hoewel dat soms wat gewenning vraagt, zeker voor bezoekers die gewend zijn met de auto te reizen, resulteert het uiteindelijk in een aangenamer stadsbeeld en betere levenskwaliteit voor iedereen.

Zonder actie dreigt terugval: oproep tot hervorming van het Engelse spoorwegnet

Het openbaar vervoer in Engelse steden laat een opmerkelijk herstel zien.

Uit een rapport van de Urban Transport Group, gepubliceerd op 11 maart 2025, blijkt dat het aantal passagiers op bussen, treinen en lightrail-systemen bijna terug is op het niveau van voor de coronapandemie. De organisatie pleit voor verdere devolutie, vooral in de spoorsector, om deze groei vast te houden en het netwerk toekomstbestendig te maken.

De impact van de pandemie op het openbaar vervoer was enorm. Tijdens de lockdowns kelderden de passagiersaantallen, en veel mensen bleven nadien nog lange tijd thuiswerken of gebruikten vaker de auto. Toch wijst het rapport op een gestage stijging van het aantal reizigers, wat suggereert dat het vertrouwen in het openbaar vervoer terugkeert. Vooral verbeterde dienstregelingen, een hernieuwde kantoorcultuur en een toenemend milieubewustzijn lijken een rol te spelen in deze groei.

oproep tot devolutie

Het rapport wijst op een belangrijke kwestie: zonder structurele veranderingen blijft het herstel kwetsbaar. De huidige organisatie van de spoorwegen in Engeland wordt vaak bekritiseerd vanwege versnipperde verantwoordelijkheid. Sinds de privatisering in de jaren negentig zijn er verschillende treinmaatschappijen actief, elk met hun eigen dienstregelingen en prijzen. Dit leidt tot inconsistentie tussen regio’s en maakt het moeilijk om snel in te spelen op lokale behoeften.

De Urban Transport Group pleit daarom voor devolutie: het overdragen van de verantwoordelijkheid over het openbaar vervoer van de centrale overheid naar lokale autoriteiten. Dit zou steden zoals Manchester, Birmingham en Leeds meer controle geven over hun spoorwegen, waardoor zij hun dienstregelingen beter kunnen afstemmen op lokale reizigers. Ook zou het hen in staat stellen om gerichter te investeren in infrastructuur, zoals de modernisering van stations of het vervangen van verouderde treinen.

Foto: © Pitane Blue – Londen metro

Met name stedelijke gebieden zoals Londen, Manchester en Birmingham zien hun vervoerssystemen herstellen. In Londen werkt Transport for London (TfL) al jaren met een geïntegreerd model, waarin verschillende vervoersvormen soepel op elkaar aansluiten. De Urban Transport Group stelt dat een vergelijkbare aanpak in andere steden gunstig zou kunnen zijn voor zowel de service als de efficiëntie van het openbaar vervoer.

Andy Burnham, de burgemeester van Manchester, is een uitgesproken voorstander van deze aanpak. “Als we het openbaar vervoer serieus willen verbeteren, moeten we af van de centrale controle en ervoor zorgen dat steden zelf kunnen beslissen over hun vervoersnetwerken,” stelde hij eerder in een interview.

Lokale controle over het spoor kan verschillende voordelen bieden, zoals beter afgestemde dienstregelingen die aansluiten op de specifieke behoeften van forenzen en lokale reizigers, in plaats van een generiek nationaal schema te volgen. Daarnaast zou de integratie met andere vervoersmiddelen verbeteren, waardoor een soepele overstap tussen trein, bus en tram mogelijk wordt, vergelijkbaar met het systeem in Londen waar de Oyster Card toegang biedt tot alle vervoersopties. 

Ook kunnen lokale overheden flexibelere prijsstrategieën hanteren, bijvoorbeeld door goedkopere tickets tijdens daluren of kortingen voor studenten en ouderen aan te bieden. Bovendien krijgen steden meer vrijheid om gericht te investeren in hun infrastructuur, zoals het moderniseren van stations of het inzetten van duurzamere treinen, zonder afhankelijk te zijn van nationale prioriteiten. Een concreet voorbeeld hiervan is het Bee Network in Manchester, waar bussen al onder publieke controle zijn gebracht en dit systeem uiteindelijk ook moet worden uitgebreid naar treinen, zodat reizigers met één kaartje toegang krijgen tot een volledig geïntegreerd netwerk.

uitdagingen bij de invoering

Hoewel devolutie veel voordelen kan bieden, zijn er ook enkele obstakels. Financiering is een grote uitdaging, aangezien lokale overheden doorgaans minder budget hebben dan de centrale overheid. Zonder extra financiële steun vanuit Westminster zou het lastig worden om grote investeringen te doen.

Daarnaast is er de kwestie van coördinatie. Als elke regio zijn eigen systeem hanteert, bestaat het risico dat er een gebrek aan samenhang ontstaat, bijvoorbeeld door verschillende tarieven of slecht afgestemde aansluitingen. Ook vraagt het beheren van een spoorwegnetwerk om expertise die niet overal aanwezig is.

Toch lijkt de urgentie hoog. Als het openbaar vervoer nu niet wordt verbeterd, bestaat het risico dat reizigers opnieuw afhaken en vaker voor de auto kiezen, wat leidt tot meer files en hogere CO₂-uitstoot. Volgens het rapport is dit het moment om actie te ondernemen en het momentum van het herstel te benutten.

Goedkoop en duurzaam: Flixtrain nu ook bereikbaar vanuit Arnhem en Enschede

FlixTrain, de betaalbare treinservice die bekendstaat om haar snelle en duurzame mobiliteitsoplossingen, heeft haar netwerk uitgebreid naar Nederland.

Dankzij een nauwe samenwerking met regionale vervoerspartners in Duitsland kunnen reizigers nu voor het eerst met een combiticket van FlixTrain eenvoudig van en naar Nederland reizen. Volgens het digitaal Magazine Personenvervoer richt de uitbreiding zich op verbindingen tussen grote steden in Noordrijn-Westfalen en drie strategische locaties in Nederland: Arnhem, Enschede en Venlo.

Met deze uitbreiding biedt FlixTrain reizigers toegang tot meer dan 550 bestemmingen in Duitsland en Nederland, met de mogelijkheid om slechts één keer over te stappen. Deze ontwikkeling betekent een aanzienlijke vergroting van de reismogelijkheden voor miljoenen passagiers, volgens Matthias Müller, Managing Director van FlixTrain. “Dankzij de nieuwe samenwerking hebben meer dan 18 miljoen extra mensen toegang tot goedkope en snelle langeafstandsverbindingen. Het is bijzonder spannend dat we nu ook Nederland aan ons netwerk kunnen toevoegen, waardoor Nederlandse passagiers tickets kunnen boeken naar meer dan 500 Duitse bestemmingen,” aldus Müller.

breed netwerk

Het nieuwe netwerk omvat een breed scala aan steden in Duitsland, verspreid over verschillende regio’s. In Noordrijn-Westfalen worden populaire bestemmingen zoals Bonn, Düsseldorf Airport, Dortmund Airport en Oberhausen met elkaar verbonden. In Oost-Westfalen en het Münsterland krijgen steden als Herford, Paderborn en Detmold een rechtstreekse aansluiting op het FlixTrain-netwerk. Ook grensregio’s zoals het Bergisches Land en het Ruhrgebied profiteren van deze nieuwe verbindingen, met haltes in onder andere Solingen, Bottrop en Mülheim (Ruhr). Voor reizigers in Nederland zijn er opstappunten in Arnhem, Enschede en Venlo, die rechtstreeks in verbinding staan met het uitgebreide Duitse netwerk.

Foto: © Pitane Blue – Flixtrain

FlixTrain staat bekend om zijn inzet voor duurzaamheid en betaalbare mobiliteit. De treinmaatschappij biedt een goedkoper alternatief voor andere langeafstandsvervoerders, zonder in te leveren op comfort. Elke passagier krijgt een gegarandeerde zitplaats bij het boeken van een ticket, een service die uniek is binnen de Duitse markt. Bovendien zijn de reistijden competitief. Een rit van Arnhem naar Berlijn duurt bijvoorbeeld slechts 6 uur en 20 minuten en is te boeken vanaf €25. Dit maakt FlixTrain een aantrekkelijke optie voor zowel vakantiegangers als zakelijke reizigers.

De uitbreiding naar Nederland is een belangrijke mijlpaal in de groei van FlixTrain. Het bedrijf zet hiermee niet alleen in op grensoverschrijdend reizen, maar versterkt ook zijn positie als duurzame mobiliteitsaanbieder in Europa. Het bedrijf maakt gebruik van elektrische treinen, waardoor de CO2-uitstoot per reiziger aanzienlijk wordt verminderd in vergelijking met reizen per auto of vliegtuig.

boekingsopties

Reizigers kunnen hun reis eenvoudig plannen met behulp van combitickets, die toegang bieden tot zowel de regionale treinen als de langeafstandsdiensten van FlixTrain. Deze tickets zijn beschikbaar via de officiële website van FlixTrain of de FlixBus & FlixTrain-app. Het boekingssysteem is intuïtief en biedt real-time informatie over routes, prijzen en beschikbaarheid.

Met de nieuwe dienst kunnen reizigers bijvoorbeeld gemakkelijk van Enschede naar steden zoals Keulen, Bonn of Hamburg reizen. Voor Duitse reizigers wordt het eveneens eenvoudiger om een uitstapje naar Nederland te plannen, bijvoorbeeld voor een bezoek aan Arnhem of Venlo. De uitbreiding biedt ook een economische impuls voor de aangesloten steden, doordat het toerisme en grensoverschrijdende handel worden gestimuleerd.

verdere uitbreiding

Hoewel FlixTrain zich momenteel richt op het consolideren van de nieuwe verbindingen, lijkt verdere uitbreiding niet uitgesloten. Het bedrijf blijft investeren in haar netwerk en onderzoekt mogelijkheden om nog meer steden in Nederland en andere Europese landen op te nemen. Met het groeiende bewustzijn rondom klimaatverandering en de toenemende vraag naar betaalbare en duurzame vervoersopties, lijkt FlixTrain goed gepositioneerd om een sleutelrol te spelen in de toekomst van Europees reizen.

Müller benadrukt dat de uitbreiding naar Nederland een natuurlijke stap was in de groei van het bedrijf. “We willen duurzame mobiliteit toegankelijk maken voor iedereen, ongeacht de bestemming. Deze uitbreiding is een logische stap om dat doel te bereiken,” zegt hij.

Tweedehands elektrische auto: veel automobilisten blijven twijfelen

Ondanks de groeiende populariteit van elektrische voertuigen (EV’s) blijft een aanzienlijke groep automobilisten in Nederland twijfelen over de overstap naar elektrisch rijden.

Diverse obstakels, waaronder financiële en praktische aspecten, houden consumenten tegen om hun benzine- of dieselauto in te ruilen voor een duurzamer alternatief. Een van de grootste redenen waarom consumenten aarzelen, is de hogere aanschafprijs van elektrische auto’s. De gemiddelde EV is aanzienlijk duurder dan een traditionele auto op fossiele brandstoffen, wat vooral te wijten is aan de kosten van de batterijen. Hoewel de operationele kosten, zoals energie en onderhoud, vaak lager liggen, blijven veel mensen opzien tegen de initiële investering. 

Bovendien wordt de situatie verergerd door het afbouwen van subsidies door de overheid. Tot enkele jaren geleden werden kopers van elektrische voertuigen flink beloond met financiële tegemoetkomingen, maar deze voordelen zijn de laatste tijd aanzienlijk verminderd. Het verdwijnen van subsidies maakt elektrisch rijden voor veel Nederlanders minder aantrekkelijk.

laadmogelijkheden

Hoewel Nederland een van de dichtste netwerken van laadpalen ter wereld heeft, is het gebrek aan laadmogelijkheden een belangrijke reden voor terughoudendheid. Vooral mensen zonder eigen oprit of parkeerplaats ervaren dit als een probleem. “Ik moet altijd een laadpaal zoeken in mijn buurt, en dat is niet altijd eenvoudig,” verklaart een automobilist uit Amsterdam. Dit probleem is vooral nijpend in dichtbevolkte stedelijke gebieden, waar publieke laadpalen vaak volgeboekt zijn. Ook op vakantie of tijdens langere ritten roept het vinden van een laadpunt stress op bij potentiële kopers.

De zorgen over de batterijprestaties van elektrische auto’s spelen eveneens een rol. Hoewel fabrikanten doorgaans lange garanties bieden op batterijen, twijfelen consumenten aan de levensduur en vervangingskosten ervan. Vooral bij de aankoop van een tweedehands EV heerst er onzekerheid. Een batterijtje dat niet meer naar behoren functioneert, kan duizenden euro’s kosten om te vervangen. Deze twijfel weerhoudt veel kopers ervan om over te stappen.

Een automobilist die overwoog een tweedehands elektrische auto te kopen, merkte op: “Ik vond een mooie auto binnen mijn budget, maar na het lezen over mogelijke accuproblemen heb ik het niet gedaan. Het risico voelde te groot.”

persoonlijke voorkeuren

Los van de praktische en financiële aspecten geven sommige automobilisten simpelweg de voorkeur aan de rijervaring van een traditionele auto. Het geluid en de sensatie van een krachtige verbrandingsmotor worden door liefhebbers vaak als een gemis ervaren in elektrische voertuigen. “Het voelt alsof ik een deel van mijn rijplezier opgeef,” aldus een autoliefhebber die al jaren fan is van sportwagens met een benzinemotor.

Foto: © Pitane Blue – Pitane Mobility laadpalen opzoeken

De verschillen tussen de Randstad en de Achterhoek maken duidelijk dat de overstap naar elektrisch rijden maatwerk vereist. In stedelijke gebieden,

Voor wie toch de stap naar elektrisch rijden overweegt, biedt de tweedehandsmarkt een interessant alternatief. Hier liggen de prijzen vaak lager, maar extra voorzichtigheid is geboden. Deskundigen raden aan om bij tweedehands elektrische auto’s altijd een accudegradatietest uit te laten voeren. Zo krijgt de koper inzicht in de resterende capaciteit van de batterij. Andere tips, zoals het controleren van de onderhoudshistorie en een uitgebreide proefrit, zijn eveneens cruciaal.

toekomst van elektrisch rijden

Elektrisch rijden is in opkomst, maar de mogelijkheden om een elektrische auto te gebruiken verschillen sterk per regio in Nederland. De Randstad, met zijn stedelijke karakter en uitgebreide infrastructuur, biedt volop kansen voor elektrisch rijden. Daarentegen ervaart de meer landelijke Achterhoek duidelijke uitdagingen, vooral door het gebrek aan een uitgebreid laadnetwerk. Deze verschillen tonen hoe de overgang naar duurzaam vervoer voor iedereen anders verloopt.

De Randstad, bestaande uit steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, is een van de drukst bevolkte regio’s van Nederland. Deze stedelijke omgeving is een broedplaats voor innovatie en economische activiteit, wat duidelijk zichtbaar is in de ontwikkeling van elektrische mobiliteit. Het laadnetwerk in de Randstad is een van de meest uitgebreide in Europa. Overal in de steden zijn laadpalen te vinden, waardoor bewoners en bezoekers eenvoudig hun voertuigen kunnen opladen.

In contrast met de Randstad staat de Achterhoek, een regio die bekendstaat om zijn rust, natuur en kleine dorpsgemeenschappen. De lage bevolkingsdichtheid is een van de redenen waarom de laadinfrastructuur hier minder ontwikkeld is. In sommige dorpen zijn slechts een of twee laadpalen beschikbaar, wat voor veel inwoners een struikelblok vormt. Wie in een dorp woont en niet de mogelijkheid heeft om een laadpunt op eigen terrein te plaatsen, moet vaak op zoek naar een publieke laadpaal die misschien al bezet is.

Hoewel de obstakels reëel zijn, groeit het aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen gestaag. Innovaties in batterijtechnologie, de uitbreiding van het laadnetwerk en prijsdalingen maken elektrisch rijden steeds toegankelijker. Experts verwachten dat de drempels in de komende jaren verder zullen verdwijnen, waardoor steeds meer consumenten de overstap zullen maken. Voor nu blijft het echter belangrijk om potentiële kopers beter te informeren en de laadinfrastructuur verder te verbeteren.

Innovatie: Barry Callebaut verlaagt ecologische voetafdruk met elektrische vrachtwagens

Barry Callebaut, een van ’s werelds grootste chocoladeproducenten, heeft onlangs een belangrijke stap gezet in de richting van duurzaam transport .

Door elektrische vrachtwagens in te zetten voor het vervoer van verse chocolade tussen zijn fabriek in Wieze en het distributiecentrum in Lokeren past deze groene innovatie in de bredere strategie van het bedrijf om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en logistieke processen te verduurzamen.

Het opladen van deze elektrische vrachtwagens gebeurt via snelladers die zijn geïnstalleerd op de site in Lokeren, waar Barry Callebaut drie jaar geleden een ultramodern distributiecentrum opende. Dit distributiecentrum, gelegen naast de E17, werd ontwikkeld door WDP, een toonaangevende ontwikkelaar van logistiek vastgoed.

“We bekijken constant alle noden van onze klanten om hun logistieke activiteiten niet alleen zo efficiënt mogelijk, maar ook zo milieuvriendelijk mogelijk te maken. Daarom hebben we met WDP ook voluit geïnvesteerd in de laadinfrastructuur om de trucks snel en efficiënt te kunnen laden,” verklaarde Svetlana Nikolayonok, businessdeveloper bij WDP Energy, tegenover Made in, het regionaal betrokken nieuwsmerk voor inspiratie en nieuws van en voor ondernemend Vlaanderen.

Om de elektrificatie van het logistieke transport tussen Wieze en Lokeren te ondersteunen, heeft Barry Callebaut twee Alpitronic Hyperchargers geïnstalleerd. Deze laders, met een indrukwekkende capaciteit van 300kW per stuk, zorgen ervoor dat de elektrische vrachtwagens snel kunnen worden opgeladen. 

Foto: Svetlana Nikolayonok

Hoewel het precieze aantal elektrische vrachtwagens dat bij deze operatie is betrokken niet openbaar is gemaakt, is het duidelijk dat de belangrijkste uitdaging in het project ligt in het minimaliseren van de uitvaltijd van de trucks voor het opladen.

Wannes van Rysselberghe, logistiek manager bij het Barry Callebaut Global Distribution Center, benadrukte de complexiteit van deze operatie: “Er is zeer weinig tijd om op te laden.” Om aan deze uitdaging te voldoen, werd een innovatieve planningsstrategie ontwikkeld, gecombineerd met de installatie van krachtige oplaadstations, waardoor de trucks vrijwel ononderbroken kunnen rijden.

Dit nieuwe elektrische transportinitiatief past in een bredere duurzaamheidsstrategie van Barry Callebaut, die ook zichtbaar is in het ontwerp van het distributiecentrum in Lokeren. Het magazijn is uitgerust met zonnepanelen die op piekmomenten tot 4 MW aan zonne-energie opwekken. Daarnaast maakt het gebruik van geothermie voor het verwarmen en koelen van het gebouw. Deze energiezuinige technieken dragen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot en het verhogen van de energie-efficiëntie van het bedrijf.

Foto: Barry Callebaut

Met deze stap zet Barry Callebaut een belangrijk voorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie, waar duurzaamheid steeds meer een kritische factor wordt in de waardeketen. Door te investeren in groene technologieën, zoals elektrische vrachtwagens en hernieuwbare energie, toont het bedrijf zijn toewijding om niet alleen hoogwaardige chocolade te produceren, maar dit ook op een manier te doen die het milieu zo min mogelijk belast.

De implementatie van elektrische vrachtwagens en de bijbehorende infrastructuur is een belangrijke mijlpaal voor Barry Callebaut en kan mogelijk een precedent scheppen voor andere bedrijven in de sector om soortgelijke stappen te ondernemen. De combinatie van snelle laadinfrastructuur en een energiebewust distributiecentrum zorgt ervoor dat het bedrijf zijn logistieke operaties niet alleen duurzamer, maar ook efficiënter maakt.

Verkiezingen: Europa investeert miljoenen in duurzaam vervoer in Nederland

Nederland profiteert van miljarden euro’s aan eu-subsidies voor infrastructuur.

De Europese Unie heeft vorig jaar aangekondigd dat zij 6,2 miljard euro investeert in duurzame, veilige en efficiënte vervoersinfrastructuur in verschillende lidstaten, waaronder Nederland. Deze investering komt voort uit het EU-financieringsprogramma Connecting Europe Facility (CEF), dat bedoeld is om vervoersverbindingen tussen EU-landen te verbeteren en de integratie van verschillende transportmiddelen te bevorderen. Nederland zal een aanzienlijk deel van deze fondsen ontvangen voor diverse transportprojecten, met een sterke nadruk op duurzaamheid en verkeersveiligheid.

Een van de meest opvallende projecten in Nederland is de uitbreiding en modernisering van de spoorweginfrastructuur rond Amsterdam Centraal Station. Dit project, dat 70.275.540,30 euro aan EU-steun ontvangt en gecoördineerd wordt door ProRail, moet leiden tot een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding. Er worden onder andere nieuwe sporen aangelegd, perrons en trappen uitgebreid en passagierstunnels gemoderniseerd. Het doel is om de toenemende spoorverkeersstromen, inclusief internationaal goederenvervoer, efficiënter te beheren.

Daarnaast wordt er 9.045.338,00 euro geïnvesteerd in de opheffing van knelpunten op het grensoverschrijdende spoorwegtraject tussen Venlo en Kaldenkirchen. Dit project, gecoördineerd door de gemeente Venlo, richt zich op de verwijdering van een complexe spoorwegovergang bij ‘de Vierpaardjes’. Door een onderdoorgang voor wegverkeer te creëren, wordt de verkeersveiligheid verhoogd en het concurrentievermogen van het spoorvervoer verbeterd.

Ook de Energiehaven IJmond in Ijmuiden ontvangt aanzienlijke steun met een subsidie van 2.037.610,00 euro voor voorbereidende studies naar de aanleg van basishaveninfrastructuur voor de offshore-windindustrie. Dit project, gecoördineerd door Havenbedrijf Amsterdam N.V., is gericht op de ontwikkeling van infrastructuur die nodig is voor de groei van windmolenparken op zee, wat bijdraagt aan de duurzame energievoorziening van Nederland.

In Limburg wordt het project Rhombus UPSIDE II ondersteund met 37.395.885,00 euro. Dit project, gecoördineerd door de Provincie Limburg, richt zich op de opschaling van binnenhaveninfrastructuur in Stein, Roermond en Maastricht. Door de versterking van het binnenvaartsysteem tussen Nederland, België en Duitsland, wordt een ‘modal shift’ bevorderd van wegverkeer naar binnenvaart, wat bijdraagt aan regionale duurzame ontwikkeling.

Een ander belangrijk project is de modernisering van de grensoverschrijdende spoorwegverbinding tussen Gent en Terneuzen. Met een EU-steun van 3.367.083,00 euro, gecoördineerd door North Sea Port Netherlands N.V., wordt gewerkt aan juridische procedures en aanvullende studies die nodig zijn voor verdere ontwikkeling. Dit zal leiden tot een betere spoorwegverbinding tussen België en Nederland.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

Naast transportprojecten ontvangt Nederland ook aanzienlijke EU-subsidies voor andere sectoren. In 2022 ontving Nederland bijvoorbeeld 2,9 miljard euro aan subsidies van de Europese Commissie. Hiervan ging het grootste deel, 38 procent, naar onderzoek en innovatie, vooral ten behoeve van universiteiten en hogescholen. Andere belangrijke ontvangers waren landbouw- en maritiem beleid (29 procent) en investeringen in mensen, sociale cohesie en waarden (9 procent).

De Europese Unie geeft in totaal het meest uit aan landbouw- en maritiem beleid en regionale ontwikkeling en cohesie. Deze uitgaven zijn bedoeld om economische en sociale ongelijkheden tussen regio’s te verminderen en de veiligheid te verbeteren. Nederland ontvangt relatief weinig voor regionale ontwikkeling en cohesie, terwijl landen als Polen hier een groot deel van hun EU-subsidies voor krijgen.

Interessant is dat Nederland, samen met Duitsland, per inwoner het minst aan EU-subsidies ontvangt. In 2022 kreeg Nederland ongeveer 200 euro per inwoner, terwijl Luxemburg, België en de Baltische staten aanzienlijk meer ontvingen. Dit verschil is deels te verklaren door de focus van de subsidies; Luxemburg krijgt bijvoorbeeld relatief veel voor onderzoek en innovatie en voor de financiering van Europese instellingen die in dat land gevestigd zijn.

Ondanks de aanzienlijke subsidies blijft Nederland een nettobetaler aan de Europese Unie. In 2022 droeg Nederland per inwoner ongeveer 557 euro af aan de EU, wat 357 euro meer is dan het bedrag dat het land terugkreeg. Dit geldt echter niet alleen voor Nederland; ook Duitsland, Ierland en Zweden zijn nettobetalers. Het betekent echter niet dat deze landen niet profiteren van de EU-lidmaatschap, aangezien de voordelen vaak indirect en op lange termijn merkbaar zijn.

Gaiyo en GO Sharing slaan handen ineen voor groenere steden

Met deze toevoeging hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren.

In een tijd waarin steden over de hele wereld zich buigen over de uitdagingen van mobiliteit en duurzaamheid, neemt Gaiyo een voortrekkersrol in met innovatieve oplossingen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de recente samenwerking tussen Gaiyo en GO Sharing, die de weg vrijmaakt voor een groenere en meer verbonden stedelijke mobiliteit.

Gaiyo, bekend als het meest complete mobiliteitsplatform voor zowel bedrijven als consumenten in Nederland, heeft aangekondigd dat het zijn reeds indrukwekkende aanbod van deelmobiliteit uitbreidt door de volledige integratie van GO Sharing’s e-bikes en e-scooters. Deze toevoeging brengt meer dan 3.600 e-scooters en meer dan 2.650 e-bikes van GO Sharing onder de aandacht van de gebruikers van de Gaiyo App, waardoor de beschikbaarheid van duurzame vervoersmiddelen in Nederlandse steden verder wordt vergroot.

GO Sharing, opgericht in 2019 en inmiddels onderdeel van de Turkse investeringsmaatschappij 1000 Yatirimlar Holding, is geen onbekende in de wereld van duurzaam vervoer. Met een missie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling, biedt het bedrijf 100% elektrische fietsen en scooters aan, die via een app beschikbaar zijn in verschillende Nederlandse steden, waaronder Breda, Delft, ‘s-Hertogenbosch, Haarlem, Leeuwarden, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, en binnenkort ook Amsterdam. Deze uitbreiding naar Amsterdam, een stad bekend om zijn drukke straten en hoge mobiliteitsbehoeften, onderstreept de ambitie van GO Sharing om duurzame mobiliteitsopties toegankelijker te maken voor een breder publiek.

Gaiyo is er voor bedrijven die de flexibele mobiliteit van hun medewerkers beter en duurzamer willen organiseren met zakelijke mobiliteitsdiensten en -producten zoals de CO2-registratie en declaratietool voor woon-werkverkeer en thuiswerk, de Gaiyo Card

De integratie van GO Sharing binnen de Gaiyo App is niet alleen een technologische vooruitgang, maar ook een stap vooruit in de missie van Gaiyo om de meest complete oplossing te bieden voor duurzame mobiliteit. Lucien Groenhuijzen, CEO van Gaiyo, benadrukt het belang van deze mijlpaal: “Met de toevoeging van GO Sharing hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren, waardoor Gaiyo een uitstekende optie is voor iedereen die op zoek is naar duurzame en flexibele mobiliteit in stedelijke gebieden.”

Voor zakelijke en privé gebruikers biedt de Gaiyo App een alles-in-één-oplossing voor het boeken, betalen en gebruiken van diverse vormen van deelvervoer. Dit omvat niet alleen e-bikes en e-scooters, maar ook openbaar vervoer, deelscooters, deelfietsen, en deelbakfietsen, waardoor Gaiyo zich positioneert als de goedkoopste parkeerapp van Nederland. Deze integratie biedt gebruikers een ongekende flexibiliteit en keuzevrijheid, waardoor de overstap naar duurzamer vervoer gemakkelijker wordt dan ooit tevoren.

In lijn met de visie van GO Sharing om een groene planeet te realiseren met mobiliteit voor iedereen, bevestigt Mudzahid Beslija, CEO van BinBin en GO Sharing, de waarde van de samenwerking met Gaiyo: “Bij GO Sharing geloven we in een groene planeet met mobiliteit van iedereen, voor iedereen. Door onze krachten te bundelen met Gaiyo, willen we verder bouwen aan onze visie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling door iedereen toegang te geven tot onze vervoersopties.”

Met de integratie van GO Sharing in de Gaiyo App zet Nederland wederom een stap vooruit in de richting van een duurzame, flexibele en toegankelijke mobiliteitstoekomst. Dit initiatief illustreert hoe technologie en samenwerking kunnen leiden tot praktische oplossingen voor enkele van de meest urgente uitdagingen van onze tijd.

Staatssecretaris Heijnen belicht hindernissen in duurzame mobiliteit

Nederland zet in op duurzame mobiliteit met focus op elektrisch rijden, maar staatssecretaris Vivianne Heijnen onderstreept uitdagingen.

In het plenaire debat sprak staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, over de cruciale rol van de mobiliteitssector in de strijd tegen klimaatverandering. De ambitie van Nederland om klimaatverandering tegen te gaan wordt weerspiegeld in de zero emissiezones, zoals vastgelegd in het klimaatakkoord, het coalitieakkoord en op Europees niveau. Heijnen benadrukte dat Nederland, vooral op het gebied van elektrisch rijden en duurzame mobiliteit, tot de koplopers behoort, mede dankzij een uitgebreide laadinfrastructuur.

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, benadrukte de voortrekkersrol van Nederland in de transitie naar duurzame mobiliteit. Heijnen zei: “We willen klimaatverandering tegengaan en dan zal ook de mobiliteitssector haar steentje moeten bijdragen. En gelukkig zien we dat ons land bijvoorbeeld wat betreft elektrisch rijden en duurzame mobiliteit al tot de koplopers behoort. We hebben een goede laadinfrastructuur.” Ze gaf ook toe dat er uitdagingen zijn, vooral op het gebied van snelladers: “Toch zijn in Nederland snelladers echt nog wel een uitdaging.”

De staatssecretaris gaf echter aan dat de uitrol van snelladers in Nederland nog een uitdaging vormt. Ze erkende dat de sector vooruitgang boekt met betrekking tot het slimmer, schoner en veiliger maken van vrachtwagens, bussen en auto’s, wat bijdraagt aan de vermindering van uitstoot en schonere lucht. Uit een berekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de klimaat- en energieverkenning blijkt dat de reductiedoelen voor de mobiliteitssector binnen handbereik zijn. 

laadpalen

Heijnen bevestigde echter dat er nog een weg te gaan is en benadrukte de noodzaak van blijvende inspanningen. Ze wees op het belang van een goed functionerende en groeiende infrastructuur voor elektrische voertuigen, met name voor de uitrol van laadpalen. In gesprek met minister Rob Jetten over de uitdagingen rondom de laadinfrastructuur, wees Heijnen op de specifieke problemen rond snelladers. Ze onderstreepte de noodzaak van deze gesprekken, gezien het belang van laadpalen voor elektrische auto’s.

Foto: © Pitane Blue – Fastned laadstation

Over de inspanningen op het gebied van elektrische voertuigen zei Heijnen: “Op het gebied van vrachtwagens, bussen en auto’s wordt alles steeds slimmer, schoner en veiliger en daarmee werkt de sector mee aan minder uitstoot en aan schonere lucht.”

Pieter Grinwis van de ChristenUnie richtte zich op de fiscale kant van elektrisch rijden. Hij bracht een specifiek probleem naar voren met betrekking tot de fiscale voordelen die vanaf 2026 zullen verdwijnen: “Nou wil het geval dat vanaf 2026 alle fiscale voordelen voor elektrisch rijden verdwijnen. Dat is natuurlijk aan een volgend kabinet om op te lossen, dat begrijp ik, maar is het mogelijk om in aanloop naar de begroting naar de volgende begroting uit te werken? Wat ja wat het nodig is om dat fiscale nadeel wat dreigt omdat het een batterij ongeveer 400 kg weegt op te heffen.”

Heijnen reageerde op de opmerkingen van Grinwis en erkende dat er plannen zijn om elektrisch rijden aantrekkelijk te blijven maken na 2026. Ze zei: “Volgens Heijnen zijn natuurlijk allerlei ideeën al beschikbaar om ook na 2026 elektrisch rijden aantrekkelijk te houden. Maar het is uiteindelijk ook aan het kabinet en aan een meerderheid in de Kamer om daar iets van te vinden.”

De staatssecretaris sprak ook over de perceptie dat elektrisch rijden alleen voor de welgestelden is: “Want er wordt ook gezegd door een aantal mensen van elektrisch rijden alleen maar voor de rijken is. En ja, het is inderdaad best wel kostbaar voor voor een hele grote groep. Maar die Tesla subsidies, dat is echt verleden tijd. We hebben al subsidies teruggeschroefd naar € 45.000 voor een nieuwe auto.”

Heijnen benadrukte het belang van toegankelijkheid van elektrische voertuigen voor iedereen: “We hebben ook subsidies gegeven, omdat ik het belangrijk vind dat iedereen mee kan doen aan tweedehands elektrische auto’s bijvoorbeeld. En ik heb zelfs uitgezocht of het nut had om een subsidie te geven op tweede op elektrische snorscooters.”

Tot slot sprak Heijnen over een voorstel om leaseauto’s te verplichten elektrisch te rijden. Hoewel dit plan niet is doorgegaan, had het volgens haar de uitrol van tweedehands elektrische auto’s kunnen versnellen, waardoor elektrisch rijden toegankelijker zou worden voor een breder publiek.

De nadruk ligt in Nederland dus op het bevorderen van duurzame mobiliteit, met elektrisch rijden als speerpunt. Ondanks de uitdagingen en het voortdurende debat over fiscale maatregelen en subsidies, blijft de overheid zich inzetten voor een groenere en duurzamere toekomst in de mobiliteitssector.

Vlaanderen accelereert naar emissievrij openbaar vervoer met nieuwe e-bussen

De Lijn versterkt duurzaam transport met een investering van ruim 33 miljoen euro in elektrische gelede bussen.

Vlaanderen maakt grote stappen richting een groenere toekomst met de nieuwste investering van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn in elektrisch openbaar vervoer. In een streven naar een volledig emissievrij wagenpark tegen 2035, heeft De Lijn een overeenkomst met Iveco bekrachtigd voor de levering van 44 gelede elektrische bussen. Deze bestelling, ter waarde van meer dan 33 miljoen euro, onderstreept het engagement voor klimaatdoelstellingen en de visie op duurzame mobiliteit.

Vlaams minister van Mobiliteit, Lydia Peeters, benadrukt de positieve impact van deze beslissing, die niet alleen het milieu ten goede komt maar ook de luchtkwaliteit verbetert en geluidsoverlast vermindert. De minister heeft het verder over een ombouw van stelplaatsen om deze nieuwe bussen te faciliteren en de bijbehorende laadinfrastructuur te ondersteunen.

De Lijn, die ook investeert in moderne voorzieningen voor een verhoogd reiscomfort en veiligheid, verwacht dat de nieuwe bussen in het eerste kwartaal van 2025 geleverd zullen worden. Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, licht toe dat de nieuwe voertuigen, naast milieuvriendelijkheid, ook uitgerust zullen zijn met de nieuwste passagiersvoorzieningen. Paul Mechele, Business Director van Iveco Bus in de Benelux, uit zijn enthousiasme over de groeiende industriële aanwezigheid van elektrische busproductie in Europa.

Dit besluit van De Lijn gaat hand in hand met haar rol als een van de grootste werkgevers in het land en bevordert de transitie naar een geïntegreerd systeem van gecombineerde mobiliteit. Met een jaarlijkse dienstverlening aan miljoenen gebruikers en een uitgebreid netwerk, markeert deze stap een mijlpaal voor De Lijn en het Vlaamse openbaar vervoer.

foto: persdienst De Lijn

Met een huidige vloot van 2.250 bussen en 400 trams speelt De Lijn een cruciale rol in het dagelijks leven van de Vlaamse bevolking, waarbij ongeveer 3,5 miljoen mensen afhankelijk zijn van hun diensten voor mobiliteit.

“Met deze bijkomende bestelling wordt de vergroening van de vloot verdergezet”, zegt Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn.  De voortdurende inzet voor de vergroening van de vloot weerspiegelt zich niet alleen in de aanschaf van nieuwe bussen maar ook in de uitbreiding en aanpassing van de bestaande infrastructuur. De moderne bussen zullen voorzien zijn van faciliteiten die comfort en toegankelijkheid garanderen, zoals USB-laders, brede informatieschermen, een elektrische oprijplaat voor rolstoelgebruikers, en zitplaatsen bekleed met gerecycled leder.

“Zo koopt de vervoermaatschappij alleen nog volledig elektrische bussen, ook haar exploitanten zetten volop in op de vergroening van hun busvloot. Deze transitie heeft zowel voor het klimaat als voor de gezondheid een groot voordeel. Een bijkomend voordeel is dat e-bussen ook erg stil zijn. Op het recent voorgestelde ontwerp-investeringsplan voor 2024 werd opnieuw meer dan 300 miljoen euro aan investeringsmiddelen voorzien voor De Lijn, o.a. voor de verdere vergroening,” aldus minister Peeters.

De reisindustrie en reizigers worstelen met de complexe realiteit van duurzaam reizen

Grote reisorganisaties hebben weliswaar stappen gezet naar het meer duurzaam maken van hun aanbod, maar ze zijn doorgaans gebonden aan commerciële belangen die hen verhinderen te focussen op kleinschaligheid.

De notie van ‘duurzaam reizen’ leidt tot aanzienlijke verwarring. Toeristen zelf hebben hier een belangrijke rol te spelen. Velen zouden verrast zijn te ontdekken hoe een kleine aanpassing in hun reisplannen, zoals kiezen voor lokaal transport of het vermijden van toeristenvallen, kan bijdragen aan een betere wereld. Terwijl velen duurzaamheid associëren met eco-vriendelijk transport, gaat het concept veel verder. Duurzaam reizen roept op tot een heel andere benadering die mens, dier en natuur omvat. Maar ondanks goede bedoelingen stuiten reizigers op praktische hindernissen, zoals de noodzaak van vliegreizen om bepaalde bestemmingen te bereiken. Bedrijven zoals TUI, die stappen hebben gezet in het promoten van duurzaamheid, vinden het moeilijk om deze filosofie te handhaven, vooral wanneer de vakantieganger Schiphol binnenstapt.

TUI, met zijn 680 duurzaam gelabelde accommodaties, erkent dat de weg naar duurzaamheid lang en bochtig is. Ze houden zich aan keurmerken erkend door de Global Sustainable Tourism Council en richten zich op zowel milieu- als sociale aspecten zoals water- en afvalbeheer en het stimuleren van de lokale economie. Maar dit zijn slechts druppels op een gloeiende plaat als we naar het grotere plaatje kijken.

De duurzaamheidsreis begint al bij aankomst op het vliegveld, waar je wordt begroet door rijen ronkende dieselbussen. Deze discrepantie tussen marketing en realiteit is moeilijk te negeren. En als je besluit een elektrische auto te huren op je bestemming, zoals Willemstad in Curaçao, merk je dat de infrastructuur je plannen omzeilt. Het overbruggen van de 35 kilometer naar Westpunt is met een elektrische wagen een bijna onmogelijke opgave.

ethische kwesties

Er zijn ook ethische kwesties die onder de radar vallen. Een kamelentocht in Tunesië die door de lokale bevolking wordt aangeboden, kan in strijd zijn met dierenwelzijnsrichtlijnen. TUI volgt sinds 2013 internationale richtlijnen en was de eerste reisorganisatie die stopte met het aanbieden van olifantenritjes. Toch blijven de grijze gebieden in de definitie van wat echt ‘duurzaam’ is.

Ondanks de aerodynamische verbeteringen in vliegtuigen die leiden tot minder brandstofverbruik, blijft vliegen een heikel punt. Alternatieve reisopties zoals treinen zijn beter voor het milieu. Een treinreis stoot 7 tot 11 keer minder CO₂ uit dan een vliegreis en biedt extra voordelen zoals het ontbreken van parkeertarieven en geen twee uur wachttijd op een luchthaven.

Hoewel de wereld langzaam maar zeker groene stappen zet, met meer accommodaties die laadfaciliteiten aanbieden en een toename in populariteit van elektrische auto’s, is de reis naar duurzaam toerisme nog verre van compleet. Er is een acute behoefte aan een genuanceerd begrip van wat duurzaam reizen echt inhoudt, gaande van ethische keuzes tot het kiezen voor kleinschalige, lokaal bezeten accommodaties.

Foto: Pitane Blue – De Visserij Piscadera

In plaats van een avondmaal in een ketenrestaurant, kan een diner in een lokaal restaurant een wereld van verschil maken voor de gemeenschap die je bezoekt. Niet alleen leer je de lokale keuken kennen, maar je geld gaat direct naar mensen die het verschil voelen van elke toeristische euro.

En laten we niet vergeten over de werknemers in deze lokale ondernemingen. Ze verdienen vaak een meer rechtvaardig loon in kleinere, lokale zaken dan in grote internationale ketens, waar de winst waarschijnlijk naar een hoofdkantoor in een ander land gaat. Bovendien zijn kleine lokale bedrijven meestal sneller geneigd om duurzame praktijken te volgen, simpelweg omdat ze een directere band met de gemeenschap hebben.

De complexiteit van duurzaam reizen beperkt zich niet tot de grote spelers in de reisindustrie zoals TUI. Individuele reizigers ervaren net zo goed de spagaat tussen duurzame idealen en de praktische realiteit. Bijvoorbeeld, fietsvakanties in Nederland of treinreizen door het pittoreske Zwitserse landschap worden vaak aangehaald als minder milieubelastende alternatieven. Deze opties zijn aantrekkelijk, maar ze vereisen een mentaliteitsverandering. Voor velen is het idee van een ‘droomvakantie’ nog steeds synoniem met exotische, verre bestemmingen.

natuurvriendelijk

Kanoën in de Zweedse archipel kan een laag-impact, natuurvriendelijk alternatief zijn voor een cruise door het Caribisch gebied. Niet alleen laat je een kleinere koolstofvoetafdruk achter, maar je draagt ook bij aan lokale economieën die wellicht meer afhankelijk zijn van toerisme dan de grote havens aangedaan door cruiseschepen. In Spanje zijn er boerderijen die ‘agrotoerisme’ aanbieden, waar toeristen kunnen leren over duurzame landbouwpraktijken terwijl ze genieten van een rustieke vakantie.

Zelfs op populaire Europese bestemmingen zoals Barcelona, waar overtoerisme een bekend probleem is, kan men duurzamere keuzes maken. In plaats van te verblijven in een groot hotel in het stadscentrum, zou je kunnen kiezen voor een bed-and-breakfast gerund door locals. Dit draagt bij aan een eerlijkere verdeling van toeristische inkomsten en stelt reizigers in staat een authentiekere ervaring te hebben.

bewust reizen

Ook zijn er steeds meer apps en online platforms die je helpen om duurzame keuzes te maken. Websites als “The Good Trade” of “EcoCult” bieden talrijke tips en bestemmingen voor de bewuste reiziger. Van eco-vriendelijke resorts tot gidsen voor duurzaam eten en winkelen, de informatie is beschikbaar voor wie bereid is een beetje onderzoek te doen. En toch zijn er grotere structurele problemen die aangepakt moeten worden. Duurzaamheid in het toerisme is niet alleen de verantwoordelijkheid van individuele reizigers maar vereist een industriebrede aanpak. 

Van luchtvaartmaatschappijen en oliebedrijven tot lokale overheden, alle partijen moeten de handen ineen slaan om het toerisme duurzamer te maken. Terwijl zowel grote organisaties als TUI als individuele reizigers stappen in de goede richting zetten, moet de industrie als geheel versneld evolueren om de breedte en diepte van duurzaamheid te omvatten die echt noodzakelijk is.

Cooltra haalt 22 miljoen euro op voor internationale expansie in duurzame mobiliteit

Het bedrijf heeft al een voetafdruk in Duitsland, Italië en Frankrijk, maar het heeft grotere ambities.

Cooltra, Europa’s pionier in tweewielige, duurzame mobiliteit, heeft een indrukwekkende financiering van 22 miljoen euro afgesloten. Met dit nieuwe kapitaal zal het bedrijf zijn vloot van elektrische voertuigen uitbreiden en zijn voetafdruk op de internationale markt vergroten.

Het bedrijf, opgericht door Timo Buetefisch, is al een tijdje een naam die synoniem is met duurzame mobiliteit in Europa. Het bedrijf heeft recentelijk 10 miljoen euro geïnvesteerd in de aankoop en vernieuwing van zijn voertuigen. De nieuwste financieringsronde toont niet alleen de financiële levensvatbaarheid van Cooltra maar ook het groeiende belang van duurzame vervoersoplossingen.

De deal omvat een ‘Green Loan’ van 18 miljoen euro, gefaciliteerd door Santander Corporate and Investment Banking. Dit financiële instituut speelt tevens een cruciale rol als coördinator van duurzaamheidsinitiatieven in de deal. Andere deelnemers zijn COFIDES, Institut Català de Finances, Deutsche Bank, Bankinter en Arquia. Bovenop deze 18 miljoen is nog eens 4 miljoen euro toegevoegd als herfinanciering van bestaande schulden, waarmee het totale financieringsvolume op 22 miljoen euro komt.

meer dan alleen geld

Francesc Madurell, Chief Financial Officer van Cooltra, benadrukt het unieke karakter van deze financiering. “Dit is de eerste keer dat een bedrijf in onze sector toegang krijgt tot dit type lening, wat het vertrouwen weerspiegelt dat diverse instanties hebben in de toekomst van duurzame mobiliteit,” zegt Madurell. Vorig jaar maakte Cooltra zijn debuut op de Duitse markt, gericht op bedrijven en overheidsorganisaties. Het bedrijf heeft sindsdien zijn aanwezigheid versterkt in landen als Italië en Frankrijk. In Italië is Cooltra reeds een marktleider in scooter-sharing in steden als Rome, Milaan en Turijn.

De ‘Green Loan’ is een cruciaal onderdeel van de financiering en geeft Cooltra niet alleen de financiële armslag om te groeien, maar onderschrijft ook de duurzame doelstellingen van het bedrijf.

Recentelijk heeft het bedrijf ook een aanbesteding gewonnen om voor de komende vijf jaar scooter-sharing diensten te leveren in Parijs, een markt die duidelijk groeit in de wereld van duurzame mobiliteit. Deze financiering komt kort na een kapitaalverhoging van 25 miljoen euro afgelopen november. Het bedrijf heeft een omzet van 47 miljoen euro geregistreerd in het laatste boekjaar en verwacht dit cijfer te overtreffen in het lopende boekjaar. Cooltra heeft duidelijke plannen om het voortouw te nemen in de decarbonisatie van Europese steden door middel van zero-emissie mobiliteitsoplossingen.

Cooltra

Cooltra is een in Barcelona gevestigd bedrijf dat zich richt op duurzame mobiliteitsoplossingen, voornamelijk door het aanbieden van scooterdeelprogramma’s. Het bedrijf is actief in verschillende Europese steden en biedt zowel elektrische als conventionele scooters aan voor huur of deelgebruik. Ze richten zich op het vereenvoudigen van stedelijke mobiliteit en het verminderen van de ecologische voetafdruk van vervoer.

Generatie Z en toenemende vraag naar zorgvervoer, een intrigerende observatie

Een verkenning van hedendaagse uitdagingen: inflatie, arbeidskrapte, en de rol van Technologie in de toekomst van zorgvervoer.

Faillissementen, inflatie en de onverminderde vraag naar zorgvervoer zijn een intrigerende observatie. De toenemende vraag naar personeel binnen het zorgvervoer kan zeker vragen oproepen over hoe de sector zich moet aanpassen om aantrekkelijk te blijven voor jongere generaties. Jonge mensen zijn vaak op zoek naar banen die zinvol, flexibel en duurzaam zijn. Ze willen werken in sectoren die positieve veranderingen in de samenleving bewerkstelligen.

Hoewel de dag gemarkeerd werd door aanhoudende regen, wisten de organisatoren en de dagvoorzitter, Jeroen Smit, de sfeer op te houden en het evenement tot een succes te maken.

Het Credit Summer Event, dat onlangs in Veghel heeft plaatsgevonden, richtte zich op de uitdagingen die bedrijven momenteel ervaren, met name in de context van inflatie en de impact ervan op het bedrijfsleven, de krapte op de arbeidsmarkt en veranderingen in de internationale handelsstromen. Dit alles werd besproken onder het thema ‘Triple Threat in Credit Management’.

Ondanks positieve macro-economische indicatoren, waarschuwt het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) in haar jaarverslag dat het aantal faillissementen in de taxibranche waarschijnlijk zal stijgen, grotendeels als gevolg van de huidige inflatie en hoge kosten. Henk van Gelderen, de directeur van het SFM, benadrukte echter dat de vraag naar zorgvervoer niet zal afnemen. Integendeel, gezien de groeiende en vergrijzende bevolking, zal de vraag naar zorgvervoer naar verwachting toenemen, wat zal leiden tot een hogere vraag naar personeel en chauffeurs in de branche.

Desondanks uitdagingen zoals de nasleep van de coronapandemie, het Rusland-Oekraïne conflict, de stijging van de energietarieven, en de stijgende rentevoet, was het evenement een inspirerende bijeenkomst voor alle aanwezigen, mede dankzij de inspanningen van Jeroen Smit, de dagvoorzitter.


Foto: Pitane Blue – Onderzoeksjournalist en bestseller auteur Jeroen Smit

Tijdens het Credit Summer Event hebben verschillende prominente sprekers en experts, zoals Han Mesters (sector banker bij ABN AMRO), Annemie Pelgrims (TriFinance) en John Lorié (chief economist bij Atradius), hun inzichten gedeeld over de huidige economische situatie en de gevolgen daarvan voor bedrijven.

Triple Threats

Ze hebben bijvoorbeeld gesproken over de effecten van de hoge inflatie, de stijgende rentetarieven en de krapte op de arbeidsmarkt. Deze factoren zetten bedrijven onder druk en kunnen van invloed zijn op hun vermogen om schulden af te betalen en nieuwe investeringen te doen. Dit zijn de ’triple threats’ in credit management.

Hoewel de dag gemarkeerd werd door aanhoudende regen, wisten de organisatoren en de dagvoorzitter, Jeroen Smit, de sfeer erin te houden en het evenement tot een succes te maken. Mijn positieve waardering voor de kwaliteit van de presentaties en de discussies, die naar verwachting ook de deelnemers waardevolle inzichten en inspiratie zullen bieden voor het omgaan met de huidige economische uitdagingen.

Generatie Z

Over het algemeen lijkt het erop dat ondanks de turbulente economische situatie, er mogelijkheden en hoop zijn. Zoals het Sociaal Fonds Mobiliteit aangeeft, zijn er groeimogelijkheden in sectoren als het zorgvervoer, ondanks het verwachte stijgende aantal faillissementen in de taxibranche. Dit toont aan dat veerkracht en aanpassingsvermogen cruciaal zijn in deze onzekere tijden.


Foto: Pitane Blue – Jos Ahlers, auteur van het boek: Generatie Z

Verlangen naar verandering, vertelt ons meer over hoe jonge generaties in de wereld staan en hoe ze de wereld gaan veranderen. Hoe trek je als bedrijf jonge fprofessionals aan?

Jos Ahlers,  auteur van het boek Generatie Z, stelt een belangrijke vraag in de context van zijn werk rond Generatie Z, de generatie geboren tussen het midden van de jaren ’90 tot het begin van de jaren 2010. Deze generatie komt nu de arbeidsmarkt op en het is cruciaal voor bedrijven, inclusief die in de vervoersector, om te begrijpen hoe ze deze jonge professionals kunnen aantrekken en behouden.

milieukwesties

Generatie Z geeft veel om milieukwesties. Bedrijven in de vervoersector kunnen jonge professionals aantrekken door te investeren in milieuvriendelijke praktijken en technologieën, zoals elektrische voertuigen. Deze aanstormende generatie waardeert diversiteit en inclusiviteit. Bedrijven moeten inzetten op diversiteit en inclusie, zowel in hun personeelsbestand als in hun beleid en cultuur.

Generatie Z waardeert een goede balans tussen werk en privé. Bedrijven moeten flexibele werkschema’s en mogelijkheden voor afstandswerk aanbieden waar mogelijk. Deze generatie is opgegroeid met technologie. Ze verwachten dat hun werkplek technologie omarmt en gebruikt om efficiëntie en flexibiliteit te verhogen. Bedrijven moeten nadenken over hoe ze technologie kunnen integreren in hun bedrijfsvoering.

Het is duidelijk dat de krapte op de arbeidsmarkt, met name in bepaalde sectoren zoals zorgvervoer, een belangrijk gespreksonderwerp is. Het betrekken van jonge generaties en het aanpakken van hun behoeften en verwachtingen is ongetwijfeld een deel van de oplossing. Technologie, en met name Kunstmatige Intelligentie (AI), kan zeker een rol spelen in het aanpakken van deze uitdagingen. Vergeet niet, dat technologie op zichzelf geen wondermiddel is. 

Credit Summer Event

Altares Dun & Bradstreet, Bierens Incasso Advocaten, Trifinance en de Vereniging voor Credit Management sloegen de handen ineen voor een dagvullend programma met interessante keynotes. De centrale vraag was hoe de inflatie impact heeft op het bedrijfsleven.

Schiphol maakt keuzes voor een schonere en betere luchtvaart

Lawaaiige vliegtuigen worden strenger aangepakt en er wordt een omgevingsfonds gestart waarmee geïnvesteerd kan worden in de omgeving om de leefomgeving te verbeteren.

Schiphol heeft keuzes gepresenteerd die moeten leiden tot een schonere, stillere en betere luchtvaart. Schiphol wil onder andere uiterlijk in 2025-2026 een stelsel waarbij gestuurd wordt op structurele vermindering van geluid en uitstoot van CO2 in lijn met het klimaatakkoord van Parijs en niet op het aantal vliegtuigbewegingen. Ook willen ze dat er geen vliegtuigen meer opstijgen tussen 0.00u-06.00u en tussen 0.00u-05.00u geen toestellen meer landen. Er komt geen extra start- en landingsbaan (de parallelle Kaagbaan). Klein zakelijk verkeer en privévliegtuigen worden voortaan geweerd. Lawaaiige vliegtuigen worden strenger aangepakt en er wordt een omgevingsfonds gestart waarmee geïnvesteerd kan worden in de omgeving om de leefomgeving te verbeteren. Schiphol wil vracht behouden en beschermen en zet in op betere beloning en bescherming van de medewerkers in alle sectoren.

“Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Dat willen we blijven doen, maar dat moet op een betere manier. De enige weg vooruit is om sneller stiller en schoner te worden. Te lang hebben we alleen gedacht aan groei en te weinig aan de tol daarvan.  We moeten duurzaam zijn voor onze medewerkers, de omgeving en de wereld. Ik realiseer me dat onze keuzes forse effecten kunnen hebben voor de sector, maar ze zijn wel nodig. Onze inbreng laat zien dat het ons menens is. Het is de enige manier om, gebaseerd op concrete maatregelen, vertrouwen van medewerkers, passagiers, buren, politiek en samenleving terug te winnen”.

Ruud Sondag, CEO Royal Schiphol Group.

Onlangs heeft Schiphol keuzes gepresenteerd die tot een stillere, schonere en betere luchtvaart moeten leiden.

Royal Schiphol Group kiest voor stiller, schoner en beter en zet dat nu kracht bij met een aantal duidelijke keuzes. De luchthaven kan zo Nederland goed blijven verbinden met de wereld:  

Een stiller, schoner en beter Schiphol betekent:  

1: Nieuwe regels met heldere grenzen voor geluid en de uitstoot van CO2.  

2: De meest lawaaiige vliegtuigen zijn niet meer welkom.  

3: Niet meer starten tussen 00.00 en 06.00, niet meer landen tussen 00.00 en 05.00.  

4: Geen privévliegtuigen en klein zakelijk verkeer meer op Schiphol.  

5: Geen extra start- en landingsbanen.  

6: Jaarlijkse investering van € 10 miljoen in omgeving en bewoners.  

7: Bescherming van vracht. 

8: Mensen centraal.

Winnaar European Mobility Week in maart bekend

De twee winnaars worden op 23 maart 2023 bekend gemaakt in Gent, België tijdens de prijsuitreiking.

De European Mobility Week is de Europese campagne rond duurzame stedelijke mobiliteit, georganiseerd met de politieke en financiële steun van het directoraat-generaal Mobiliteit en Transport van de Europese Commissie. De Europese mobiliteitsweek vindt elk jaar plaats van 16-22 september en biedt steden de kans om innovatieve verkeers- en vervoersplanning uit te proberen, nieuw gebruik van infrastructuur te promoten en het bewustzijn over duurzame mobiliteit binnen hun gemeenschappen te vergroten. In 2022 namen bijna 3000 dorpen en steden uit 51 landen deel aan de European Mobility Week.

Mobiliteitsacties bieden een breed scala aan organisaties de kans om het hele jaar door best practices op het gebied van mobiliteitsmanagement te delen. De campagne moedigt mensen ook aan om te kiezen voor actieve en duurzame mobiliteit zoals openbaar vervoer, lopen en fietsen. Duurzame mobiliteit kan helpen brandstof te besparen, de CO2-uitstoot te verminderen, de luchtkwaliteit te verbeteren en de stedelijke gebieden van Europa aangenamer te maken om in te wonen en te werken.

De campagne moedigt mensen ook aan om te kiezen voor actieve en duurzame mobiliteit zoals openbaar vervoer, lopen en fietsen.

Voor de European Mobility Week-prijs 2022 zijn Braga (Portugal), Sofia (Bulgarije) en Zagreb (Kroatië) genomineerd. Voor de eerste editie van de Mobility Action-prijs zijn Ar2gether (Rome, Italië), Metropolia GZM (Katowice, Polen) en UCB Pharma (Braine-L’Alleud, België) genomineerd. Beide prijzen worden uitgereikt als erkenning voor gemeenten die zich in de week van 16-22 september tot het uiterste hebben ingespannen om duurzame stedelijke mobiliteit te promoten en om excellentie in mobiliteitsmanagement te erkennen. De twee winnaars worden op 23 maart 2023 bekend gemaakt in Gent, België tijdens de prijsuitreiking.

Regio Foodvalley schoon op weg met waterstof

Toyota dealer Van Gent uit Ede presenteerde na de bijeenkomst deze schone en duurzame waterstofauto. Deze waterstofauto sluit als ‘gebruiker’ van waterstof perfect aan bij de inzet van de Regio Foodvalley om waterstof van opwek tot aan het gebruik voor verschillende doeleinden te stimuleren.

Na afloop van de bijeenkomst ‘Werkplaats Waterstof: Innovatie & Businesscases’ nam wethouder Engbert Stroobosscher (Veenendaal), bestuurlijk verantwoordelijk voor Mobiliteit in Regio Foodvalley, de sleutel van de Toyota Mirai in ontvangst. Toyota dealer Van Gent uit Ede presenteerde na de bijeenkomst deze schone en duurzame waterstofauto. Deze waterstofauto sluit als ‘gebruiker’ van waterstof perfect aan bij de inzet van de Regio Foodvalley om waterstof van opwek tot aan het gebruik voor verschillende doeleinden te stimuleren.

Schoon op weg

Regio Foodvalley rijdt het komende jaar schoon en duurzaam. Wethouder Engbert Stroobosscher, bestuurlijk verantwoordelijk voor het thema Mobiliteit in Regio Foodvalley: “Er rijden nu nog maar weinig voertuigen op waterstof en Regio Foodvalley wil bijdragen aan het opstarten van een regionale waterstof economie. Als meer mensen op waterstof gaan rijden, breng je de markt en de benodigde infrastructuur op gang.” De waterstofauto wekt in de brandstofcel, uit waterstof, elektriciteit op en stoot alleen waterdamp uit. De actieradius is veel hoger dan bij een elektrische auto en waterstof kan snel en eenvoudig getankt worden bij een vulpunt.

“Ik ben trots dat wij als organisatie met een waterstofauto gaan rijden. De waterstofauto wordt ingezet als deelauto. Daarmee rijden wij schone zakelijke kilometers die anders met een benzine- of dieselauto worden gereden. De waterstofauto stoot geen CO2 maar waterdamp uit en zo dragen we bij aan schonere lucht”.

Arjen Droog, directeur Regio Foodvalley.

Groepsfoto met deelnemers werkplaats Waterstof: ‘Innovatie & Businesscases’.

Waterstof is een kansrijke energiedrager voor de toekomst

Waterstof is een energiedrager die ingezet kan worden in meerdere toepassingen. Bijvoorbeeld voor voertuigen die lange afstanden moeten afleggen. Maar kan ook worden ingezet als energieopslag in een duurzaam energiesysteem, waarbij energie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (zoals zon en wind). Het kan als oplossing dienen om de kloof tussen het aanbod van groene energie en de vraag ernaar te verkleinen door buffer. Er zijn diverse stappen nodig om waterstof daadwerkelijk toe te passen. Denk aan de opwek van duurzame energie, de omzetting naar waterstof, opslag, distributie en uiteindelijk eindgebruik in bijvoorbeeld een vrachtwagen.

In Regio Foodvalley zijn al volop initiatieven, zoals het project ‘Milkrun’ in Ede of de ontwikkeling van tankstations in Ede en Veenendaal. In Arnhem en Nieuwegein zijn er al vulpunten en in Amersfoort wordt gebouwd aan een waterstoftankstation. Deze is in maart 2023 operationeel. Dat zijn goede stappen om het befaamde ‘kip-ei’ probleem bij nieuwe mobiliteit op te lossen. Je hebt voertuigen nodig om de marktvraag te ontwikkelen en vulpunten om gebruikers te overtuigen om daadwerkelijk over te stappen. Als beide op elkaar wachten, dan leidt dat tot vertraging. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven is onontbeerlijk om dit te doorbreken.

Vanuit het Living Lab Regio Foodvalley Circulair worden een aantal keer per jaar werkplaatsbijeenkomsten op het gebied van waterstof georganiseerd. De toenemende waterstofinitiatieven rondom transport, opslag en distributie in de regio worden gesignaleerd en waar mogelijk ondersteund. Bedrijfsleven, overheid, en kennisinstellingen werken samen om de ontwikkeling te versnellen en om innovatie een boost te geven. De werkplaats Waterstof op 25 januari stond in het teken van innovatie over de hele keten en toepassing van waterstof in de agrarische sector. Elke keer wordt een ander aspect uitgelicht, zo is het o.a. in eerdere werkplaatsen gegaan over regelgeving, financiering en onderwijs.

Foto boven en beneden: Beeldbank Foodvalley.

Nederlands Paviljoen op Autonomy Mobility 2023

In 7 jaar tijd is Autonomy Mobility Parijs uitgegroeid tot ’s werelds grootste bijeenkomst op het gebied van duurzame stedelijke mobiliteit.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Parijs organiseren samen het paviljoen tijdens de beurs. Bent u actief in de sector stedelijke en duurzame mobiliteit en bent u op zoek naar mogelijkheden op de Franse markt? Neem dan op 22 en 23 maart deel aan het Nederlandse Paviljoen tijdens de beurs Autonomy Mobility World Expo 2023 in Parijs.

In 7 jaar tijd is Autonomy Mobility Parijs uitgegroeid tot ’s werelds grootste bijeenkomst op het gebied van duurzame stedelijke mobiliteit. In 2 dagen komen er 8.000 deelnemers uit 92 landen, en er zijn 200 exposanten en 700 zakelijke bijeenkomsten. Tijdens de Autonomy Mobility World Expo 2023 treft u er interessante presentaties, conferenties en zakelijke ontmoetingen over ontwikkelingen in duurzame stedelijke mobiliteit. Het Nederlandse paviljoen is de uitgelezen plaats voor een netwerkevenement met Franse experts, professionals en mogelijke zakenpartners.

paviljoen

Het Nederlands Paviljoen op Autonomy Mobility Parijs 2023 is bedoeld voor stakeholders die actief zijn in duurzame mobiliteit en geïnteresseerd in export naar of samenwerking met Frankrijk. Bedrijven die producten of oplossingen aanbieden die goed aansluiten bij duurzame mobiliteit in Frankrijk of al actief zijn in Frankrijk op het gebied van duurzame mobiliteit zijn van harte welkom.

Daarbij kan je denken aam de fietsindustrie (klassieke, elektrische, cargo-, deelfietsen) of EV’s (elektrische auto’s, laadstations). Maar ook Mass Transit (treinen, trams, e-bussen, kabelbanen, veerboten, zelfrijdende auto’s) en Urban Logistic (eVans, Delivery Equipment). Aanbieders van applicaties (Wayfinding, Maas, Parking, Traffic Monitoring) of andere vormen van actieve mobiliteit (scooters, retail bikes, brommers, motoren) behoren tot de doelgroep.

podium Autonomy Mobility
World Expo

Havenbedrijf Rotterdam geeft korting aan schepen

Onder de naam ESI Noise gaat Havenbedrijf Rotterdam scheepvaart een financiële korting geven indien aan de hand van een internationaal aanvaarde maatstaf inzichtelijk is gemaakt hoeveel geluid het schip produceert op het moment dat het afgemeerd ligt.

De incentive (beloning) past in het beleid van het Havenbedrijf Rotterdam om de haven duurzaam te ontwikkelen in harmonie met de omgeving. Zeeschepen kennen nu enkel geluidseisen op het gebied van arbeidsomstandigheden aan boord, maar niet voor de geluidproductie richting de (woon)omgeving. Met de incentive op basis van ESI-noise stimuleert het Havenbedrijf Rotterdam de aandacht voor de geluidproductie van schepen richting de omgeving.

Neptunes

De geluidsrapportage moet worden opgesteld volgens het zogenaamde internationale Neptunes protocol. De score die hieruit volgt, is overgenomen door de Environmental Ship Index (ESI). In Rotterdam kunnen schepen vanaf nu per bezoek een korting ontvangen van €312,50 met een maximum van €1.250,- per jaar voor het hebben van een ESI-geluidsrapportage. Deze kortingsregeling geldt in ieder geval tot eind 2023.

Regionaal meetprogramma

Naast de stimuleringsregeling voor individuele schepen op basis van ESI-noise, start het Havenbedrijf, in samenwerking met de gemeente Rotterdam, Provincie Zuid-Holland en DCMR, binnenkort met een regionaal meetprogramma naar het geluid van afgemeerde schepen in zijn algemeenheid. ESI-noise én het regionale meetprogramma dragen beide bij aan zowel het vergroten van de kennis over het geluid van afgemeerde schepen als het vergroten van (internationale) aandacht voor het geluid van afgemeerde schepen.

Environmental Ship Index

Dit is een internationaal aanvaarde maatstaf die zich tot nu toe enkel richtte op de uitstoot van zeeschepen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaat. De nieuwe ESI-noise index geeft de prestatie van schepen ook weer op het gebied van geluid. De ESI is een index waar wereldwijd gebruik van wordt gemaakt. Medio 2022 hadden bijna 7.000 zeeschepen een ESI-score waarmee ze in bijna 60 havens een korting kunnen krijgen. Rotterdam is na Hamburg de tweede haven die op deze wijze de aandacht voor stillere scheepvaart stimuleert, aldus de Rotterdamse haven.