De elektrische bus is bezig aan een stille revolutie in het Nederlandse straatbeeld.
Voor het eerst rijden er meer dan vijfduizend zero-emissiebussen in het openbaar vervoer. Dat blijkt uit de nieuwste Monitor zero-emissiebussen Nederland van kennisinstituut CROW, die deze maand verscheen.
De ongeveer 5.200 ov-bussen dat in Nederland rijden zijn (helaas) nog niet allemaal zero-emissie, maar de groei van emissievrije bussen in Nederland is opmerkelijk. Inmiddels rijden er 2.418 zero-emissie bussen in het Nederlandse openbaar vervoer. Daarmee behoort Nederland tot de Europese koplopers op het gebied van schoon busvervoer. Alleen Duitsland telt er meer, maar Nederland heeft er naar verhouding de meeste per inwoner.
steden
De overgang naar elektrisch vervoer gaat niet overal even snel. In stedelijke gebieden is de omslag al bijna compleet. In Amstelland-Meerlanden en Amsterdam rijdt inmiddels meer dan tachtig procent van de bussen zonder uitstoot. Ook Arnhem-Nijmegen en Rotterdam scoren hoog.
In landelijke regio’s, zoals Zeeland, Twente en Zuid-Holland Noord, blijft het aandeel emissievrije bussen nog achter. De afstanden zijn daar groter en laadinfrastructuur ontbreekt soms nog. Toch verwacht CROW dat ook deze regio’s de komende jaren versneld zullen overstappen.
pantograaf
Het merendeel van de Nederlandse elektrische bussen laadt met een pantograaf, een soort laadarm die op het dak van de bus klikt. Bij 39 procent van de voertuigen beweegt de pantograaf omlaag, bij 33 procent juist omhoog. Slechts 10 procent van de vloot rijdt op waterstof.
Hoewel waterstofbussen de afgelopen jaren aan terrein winnen, blijft de technologie voorlopig een aanvulling op batterij-elektrisch vervoer. De meeste fabrikanten investeren vooral in accutechniek.
“De elektrificatie van het openbaar vervoer is geen experiment meer, het is de nieuwe standaard,” zegt een woordvoerder van CROW. “Elke nieuwe concessie gaat in principe uit van zero-emissie.”
De monitor besluit optimistisch: als het huidige tempo aanhoudt, rijdt er binnen vijf jaar geen dieselbus meer in Nederland.
De Nederlandse busbouwers VDL en Ebusco zijn de grote winnaars van de elektrificatieronde. Samen leveren zij het grootste deel van de nieuwe bussen. Buitenlandse merken als BYD, Solaris en Mercedes-Benz volgen op afstand.
De vervoerders Arriva, Qbuzz en Connexxion beschikken over de grootste elektrische vloten. In totaal rijden deze bedrijven samen al duizenden bussen op stroom.
Het effect van de transitie is duidelijk zichtbaar in de cijfers. De totale afstand die elektrische bussen jaarlijks afleggen, steeg van 18 miljoen kilometer in 2018 tot 360 miljoen kilometer in 2024. Diesel verdwijnt langzaam uit het straatbeeld, en gas- en waterstofbussen vullen de resterende niches.
Volgens CROW is de milieuwinst aanzienlijk. De uitstoot van fijnstof, stikstof en CO₂ door het busvervoer daalde sinds 2018 met tientallen procenten. “De verbetering van de luchtkwaliteit is vooral in stedelijke gebieden goed merkbaar,” aldus de monitor.
Europa
Nederland loopt met deze cijfers voorop in Europa. Tussen 2012 en 2024 werden in ons land 4.782 zero-emissiebussen geregistreerd, meer dan in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of Noorwegen. Alleen Duitsland noteerde hogere absolute aantallen, maar verspreid over een veel groter land.
De Europese markt voor elektrische bussen groeide vorig jaar tot meer dan 8.000 nieuwe registraties. Daarmee lijkt de overstap naar schoon openbaar vervoer in heel Europa in een stroomversnelling te komen.
De verwachting is dat Nederland tegen 2030 vrijwel volledig uitstootvrij busvervoer heeft. Dat is vijf jaar eerder dan in veel andere Europese landen.
“De uitdaging ligt nu niet meer bij de voertuigen, maar bij de stroomvoorziening,” zegt CROW. “De laadinfrastructuur moet meegroeien, en dat vraagt samenwerking tussen vervoerders, gemeenten en netbeheerders.”
De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn investeert opnieuw in een duurzame toekomst.
Met de bestelling van 32 gelede elektrische bussen bij de Europese busproducent Iveco zet De Lijn een belangrijke stap richting haar ambitieuze doel: volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035. De investering bedraagt ongeveer 24 miljoen euro en maakt deel uit van een groter vergroeningsplan dat Vlaanderen moet voorzien van schoner en milieuvriendelijker openbaar vervoer.
De bestelling bij Iveco is een uitbreiding op een bestaande raamovereenkomst, waarin eerder al 109 gelede elektrische bussen werden vastgelegd. De levering van de nieuwe voertuigen wordt verwacht vanaf de jaarwisseling 2025-2026. Deze bussen, met een lengte van 18 meter, zijn speciaal ontworpen om comfortabel, veilig en gebruiksvriendelijk te zijn. Reizigers zullen onder meer toegang hebben tot oplaadpunten voor hun mobiele apparaten en actuele ritinformatie via brede schermen. Voor mindervaliden wordt er gezorgd met elektrisch bediende oprijplaten, terwijl de chauffeurs kunnen rekenen op een comfortabele en geavanceerde stuurpost.
versnelde vergroening
Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, benadrukt het belang van deze nieuwe investering. “De Vlaamse Regering ondersteunt de verduurzaming van het openbaar vervoer ten volle en heeft hier zelfs een turbo op gezet,” verklaart De Ridder. “We hebben een extra budget van 400 miljoen euro vrijgemaakt om niet alleen de bus- en tramvloot te vernieuwen, maar ook om de bijhorende infrastructuur te moderniseren. Dit maakt De Lijn niet alleen aantrekkelijker voor de reiziger, maar ook voor de chauffeurs.”
Directeur-generaal van De Lijn, Ann Schoubs, sluit zich hierbij aan en wijst op de omvang van de uitdaging. “Het vergroenen van 3.600 bussen en 140 stelplaatsen is een enorme onderneming,” legt Schoubs uit. “Naast de financiële steun van de Vlaamse regering is het cruciaal dat de elektrificatiewerken op de stelplaatsen op tijd worden goedgekeurd, zodat de bussen ook daadwerkelijk opgeladen kunnen worden.”
De keuze voor Iveco past binnen de bredere strategie van De Lijn om samen te werken met partners die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Paul Mechele, General Manager bij Iveco Bus, benadrukt de groene ambities van het bedrijf. “We zijn er trots op dat 99,7% van de onderdelen voor onze bussen uit Europa afkomstig is,” zegt Mechele. “Daarnaast hebben we ons productieproces geoptimaliseerd om de ecologische voetafdruk van onze voertuigen verder te verkleinen.”
Met deze nieuwe bestelling laat De Lijn zien dat het bedrijf niet alleen inzet op emissievrij vervoer, maar ook op innovatie en reizigerscomfort. Zo zijn de nieuwe bussen uitgerust met geavanceerde veiligheidssystemen, zoals camera’s in plaats van spiegels, dodehoekdetectie en sensoren die fietsers en voetgangers herkennen. Dit moet niet alleen bijdragen aan een beter milieu, maar ook aan een veiliger en gebruiksvriendelijker openbaar vervoer.
ambitieus doel
De ambitie van De Lijn om in 2035 volledig emissievrij te zijn, sluit aan bij bredere Europese doelstellingen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Met deze bestelling, en de eerder geplaatste orders, toont de vervoersmaatschappij dat het de vergroeningsdoelstellingen serieus neemt en concrete stappen zet om deze te realiseren.
De vernieuwing en verduurzaming van de vloot is niet alleen goed nieuws voor het milieu, maar ook voor de reiziger. Dankzij moderne technologieën en verbeterde voorzieningen wordt het openbaar vervoer steeds aantrekkelijker. Voor Vlaanderen betekent dit een schonere lucht en minder uitstoot, zonder in te boeten op comfort en veiligheid.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een wetsvoorstel dat het mogelijk moet maken om zwaardere, duurzaam aangedreven voertuigen met een regulier B-rijbewijs te besturen.
Dit voorstel wijzigt het Reglement Rijbewijzen en richt zich op voertuigen die vooral elektrisch of met andere alternatieve brandstoffen worden aangedreven, met een maximumgewicht van 4.250 kilogram. Met deze maatregel wil het ministerie het voor bedrijven aantrekkelijker maken om te verduurzamen, zonder de extra kosten en schaarste van chauffeurs met een C-rijbewijs, wat vaak vereist is voor voertuigen boven de 3.500 kilogram.
Dit initiatief komt voort uit de bredere ambitie om schadelijke emissies in de transportsector te verminderen, een belangrijke pijler binnen het mondiale en Europese klimaatbeleid. De transportsector is immers een grote bron van broeikasgasemissies en schadelijke luchtverontreiniging, die met name in stedelijke gebieden een grote impact heeft op de leefomgeving. De nieuwe regeling sluit aan bij de afspraken in het Klimaatakkoord om tegen 2050 emissievrij transport te realiseren. Vooral in de logistieke sector kan de maatregel bijdragen aan de overstap naar emissieloze voertuigen, wat ook past binnen het Nederlandse beleid om elektrische voertuigen te ondersteunen en de groei van laadinfrastructuur te stimuleren. Dit laatste wordt al gerealiseerd op bedrijventerreinen en langs snelwegen.
flexibiliteit
De wijziging vindt zijn oorsprong in de Europese Derde Rijbewijsrichtlijn, die sinds 2018 lidstaten de optie biedt om voertuigen die met alternatieve brandstoffen worden aangedreven en maximaal 4.250 kilogram wegen, te laten besturen door houders van een B-rijbewijs dat minimaal twee jaar geleden is afgegeven. Dit alternatief moet de lidstaten flexibiliteit bieden in de strijd tegen klimaatverandering en luchtvervuiling. Normaal gesproken zou een C-rijbewijs vereist zijn voor voertuigen boven de 3.500 kilogram, maar dankzij deze richtlijn wordt voor duurzame voertuigen een uitzondering gemaakt. De Nederlandse overheid heeft eerder een tijdelijke vrijstelling verleend voor de periode van 2019 tot eind 2022, waarbij bestuurders een extra rijopleiding van vijf uur moesten volgen voordat zij een voertuig tot 4.250 kilogram mochten besturen.
Het experiment met deze vrijstelling, waaraan 28 voertuigen deelnamen, werd zorgvuldig geëvalueerd. De Europese Commissie stelde als voorwaarde dat verkeersveiligheid gegarandeerd moest blijven, wat werd gemonitord via rapportages over incidenten en ongevallen. Op basis van de verzamelde data kon er echter geen statistisch significante conclusie worden getrokken over de impact van zwaardere voertuigen op de verkeersveiligheid. Toch bleek uit de proef dat er vanuit de sector, politieke partijen en mobiliteitsorganisaties sterke steun is voor een permanente vrijstelling van het C-rijbewijs voor voertuigen met alternatieve aandrijvingen.
De vrijstelling biedt vooral binnen de logistieke sector een broodnodige stimulans om de overstap naar emissieloos rijden te versnellen, terwijl het Nederlandse wegennet veilig blijft voor zwaardere elektrische voertuigen.
Het wetsvoorstel biedt enkel vrijstelling voor voertuigen waarvan het gewicht de 3.500 kilogram overschrijdt door het zwaardere aandrijfsysteem van bijvoorbeeld batterijen of waterstoftanks, zonder dat het laadvermogen toeneemt ten opzichte van een dieselvoertuig van dezelfde afmetingen. Door het verlaagde laadvermogen van deze voertuigen en de stijgende vraag naar emissievrije logistiek, wordt de vrijstelling breed gezien als een oplossing om bedrijven te helpen verduurzamen zonder verlies van operationele efficiëntie.
verduurzaming
Naast de klimaatvoordelen biedt de vrijstelling ook economisch voordeel voor bedrijven die verduurzaming overwegen. Chauffeurs met een C-rijbewijs zijn vaak moeilijker te vinden en duurder in te huren, terwijl de inzet van duurzame voertuigen met een standaard B-rijbewijs kosten kan verlagen. Bovendien bespaart het gebruik van zwaardere elektrische voertuigen op brandstofkosten, ondanks de vaak hogere aanschafprijs en beperkte actieradius bij volledige belading.
Met het oog op verkeersveiligheid werkt het ministerie nauw samen met brancheorganisaties in de logistieke sector aan een convenant. Hierin worden afspraken vastgelegd om bestuurders bewust te maken van de specifieke verkeersregels en veiligheidsaspecten bij het rijden in voertuigen die zwaarder zijn dan 3.500 kilogram maar nog onder de 4.250 kilogram blijven. Deze samenwerking moet ervoor zorgen dat bestuurders de juiste kennis hebben en veiligheidsvoorschriften volgen, wat bijdraagt aan de veilige integratie van deze voertuigen in het dagelijkse verkeer.
brede steun
Het voorstel voor deze permanente vrijstelling kreeg brede steun in de Tweede Kamer, waar een motie van de partijen BBB, VVD, SGP en ChristenUnie werd aangenomen met 142 stemmen voor en slechts 8 tegen. De motie verzoekt de minister zich in te spannen om de huidige gedoogmaatregel vast te leggen in de wet, vooruitlopend op de Vierde Rijbewijsrichtlijn, die mogelijk verdere versoepelingen zal bieden.
Met dit besluit zet Nederland een stap dichter bij zijn klimaatdoelstellingen, terwijl de transportsector de kans krijgt zich verder te ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid. Voor bedrijven betekent dit niet alleen een kans om kosten te besparen, maar ook om in te spelen op een groeiende vraag naar milieuvriendelijk transport. U kunt tot en met 11 november 2024 via deze website reageren op alle onderdelen van het besluit en de toelichting.
De Tweede Kamer wil dat ondernemers voorlopig worden uitgezonderd van de invoering van zero-emissiezones in binnensteden.
Een voorstel van de VVD, dat pleit voor een landelijke uitzondering tot 2029, kan rekenen op brede steun van verschillende partijen zoals de PVV, BBB, SGP, Forum voor Democratie, Denk en JA21. Dit voorstel zou een uitstel betekenen van de invoering van emissievrije zones, waar alleen elektrische bedrijfswagens zonder uitstoot worden toegelaten, een maatregel die per 1 januari 2025 in veertien Nederlandse steden in werking zou treden.
Voor veel ondernemers, met name kleine zelfstandigen en marktkooplieden, is de overstap naar elektrische voertuigen een kostbare investering. Zij betogen dat ze maar sporadisch in de binnenstad werken, en de aanschaf van een duur elektrisch busje niet opweegt tegen het aantal dagen dat ze er daadwerkelijk gebruik van zouden maken. Hoewel er ontheffingen kunnen worden aangevraagd, bijvoorbeeld vanwege financiële redenen, pleit de Kamer nu voor een uniforme aanpak, waarbij ondernemers nog vier jaar worden uitgezonderd van de strenge regels.
uitstel
In het hoofdlijnenakkoord van de coalitiepartijen was al opgenomen dat er gekeken zou worden naar de mogelijkheden voor uitstel van deze milieumaatregelen. Staatssecretaris Chris Jansen (PVV), die verantwoordelijk is voor dit dossier, gaf echter eerder deze maand aan dat de gemeenten het recht hebben om de emissievrije zones vanaf 1 januari 2025 in te voeren. “Voor ingrijpen vanuit Den Haag is het te laat,” aldus Jansen. Hij erkende dat de bevoegdheid voor deze beslissingen bij de lokale overheden ligt, maar tegelijkertijd lijkt hij de deur op een kier te zetten voor verdere discussie.
Vorige week leidde een Kamerdebat over dit onderwerp tot onduidelijkheid. VVD, BBB en zelfs Jansens eigen PVV herinnerden het kabinet aan de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord, waarin een mogelijkheid voor uitstel werd genoemd. Jansen herhaalde dat gemeenten juridisch gezien het recht hebben om de maatregelen door te voeren, maar hij gaf ook aan dat het kabinet kan proberen “bij te sturen”, vooral met oog op kleine ondernemers en marktkooplieden. Dit leidde tot verwarring, omdat het leek alsof er toch ruimte was voor een vertraging van de invoering.
Vorige week gaf staatssecretaris Jansen al aan dat het terugdraaien van de invoering van de uitstootvrije zones voor bestelwagens in binnensteden niet volledig uitgesloten is.
Ondertussen eist een meerderheid in de Kamer nu dat Jansen voor 1 november met een concreet plan komt waarbij álle ondernemers in aanmerking kunnen komen voor uitstel. Dit betekent dat niet alleen de kleine bedrijven, maar ook grotere ondernemingen de tijd krijgen om zich aan te passen aan de emissievrije regelgeving. De vraag is of de staatssecretaris hier gehoor aan zal geven, gezien zijn eerdere opmerkingen dat de gemeenten de bevoegdheid hebben om de regels zelf te bepalen.
Aan de andere kant van het politieke spectrum is er weerstand tegen het uitstel van de emissievrije zones. Linkse oppositiepartijen wijzen erop dat er al tien jaar wordt gesproken over de invoering van deze maatregelen, en dat ondernemers voldoende tijd hebben gehad om zich voor te bereiden. Zij benadrukken dat het klimaatprobleem niet langer kan worden uitgesteld en dat het noodzakelijk is om door te pakken met de verduurzaming van het bedrijfsleven.
brancheorganisaties
Ook diverse brancheorganisaties, zoals de Bovag, de RAI Vereniging en Transport en Logistiek Nederland, hebben zich uitgesproken tegen verder uitstel. Deze organisaties roepen de overheid op om juist door te gaan met de invoering van de emissievrije zones. Volgens hen is het belangrijk dat er duidelijkheid komt, zodat ondernemers weten waar ze aan toe zijn. In een verklaring riepen ze de politiek op om “gemeenten te ondersteunen bij de invoer en geen twijfel meer te zaaien rondom de invoering”.
Sinds 2014 werken bedrijven, overheden en kennisinstellingen intensief samen aan de verduurzaming van stadslogistiek via de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (ZES). Deze samenwerking legt de basis voor de invoering van zero-emissiezones in Nederlandse binnensteden. Het doel van deze zones is om de luchtkwaliteit aanzienlijk te verbeteren en de CO2-uitstoot te verminderen, door vervuilende voertuigen uit de stadskernen te weren. In de afgelopen vijf jaar is de voorbereiding voor de invoering van deze zones in volle gang geweest. Gemeenten hebben hierbij nauw samengewerkt met verschillende belanghebbenden, zoals de logistieke sector, ondernemers, de autobranche, de milieuorganisatie Natuur & Milieu en het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Samen hebben ze het beleid voor de invoering van zero-emissiezones vormgegeven.
De zero-emissiezones, die per 1 januari 2025 in veertien steden zullen worden ingevoerd, zijn onderdeel van een zorgvuldig uitgedacht en gebalanceerd beleid. Dit beleid is niet alleen bedoeld om vervuilende voertuigen te weren, maar ook om ondernemers voldoende tijd en ruimte te geven om zich aan te passen aan de nieuwe regels. Daarbij zijn vrijstellingen en overgangsregelingen opgenomen, zodat niet alle voertuigen direct vanaf 2025 verboden worden.
landelijke afstemming
Een van de belangrijkste aspecten van het beleid is de landelijke afstemming van de toegangsregels voor de zero-emissiezones. Dit betekent dat dezelfde regels gelden in alle gemeenten die een emissievrije zone invoeren. Zo is er een overgangsregeling van kracht waarbij de meest vervuilende dieselbusjes en vrachtwagens vanaf 2025 worden geweerd. Schoonste dieselvoertuigen, zoals Euro 6-bestelbussen, mogen echter nog enkele jaren blijven rijden in de emissievrije zones. Deze overgangsperiode geeft ondernemers de kans om gefaseerd hun voertuigenpark te verduurzamen.
Er zijn vrijstellingen voor specifieke voertuigcategorieën, zoals kermiswagens of voertuigen met speciale uitrusting zoals laadkranen. Ondernemers die minder dan twaalf keer per jaar in een zero-emissiezone moeten zijn, kunnen een ontheffing aanvragen.
Ook is er een ontheffingsmogelijkheid voor ondernemers die door financiële redenen nog niet in staat zijn om over te stappen op elektrische voertuigen. Op deze manier is geprobeerd om een geleidelijke overgang naar volledig emissievrije stadslogistiek te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de ondernemers. Het onderzoeksbureau Berenschot heeft in juni van dit jaar een onafhankelijke toets uitgevoerd, waaruit bleek dat het beleid goed gebalanceerd en redelijk is.
De uiteindelijke beslissing om de zero-emissiezones in te voeren ligt bij de gemeenten zelf. Veertien gemeenten hebben inmiddels besloten om de zones per 1 januari 2025 in te voeren. Dit besluit is genomen na jarenlange voorbereiding, in nauwe samenwerking met zowel de logistieke sector als milieuorganisaties. Twee maanden voor de geplande invoering het beleid nog willen wijzigen, zoals sommige partijen in de Tweede Kamer nu voorstellen, zou volgens critici een teken zijn van slecht bestuur. Het zou niet alleen nadelig zijn voor de bewoners en bezoekers van binnensteden, die nu nog dagelijks te maken hebben met slechte luchtkwaliteit, maar ook voor de betrokken gemeenten en ondernemers die al grote investeringen hebben gedaan om zich voor te bereiden op de nieuwe regelgeving.
snelle invoering
De afgelopen jaren hebben veel ondernemers, in anticipatie op de nieuwe regels, al stappen gezet om hun wagenpark te verduurzamen. Zo zijn er inmiddels ruim 32.000 elektrische bestelbussen en 1000 elektrische vrachtwagens aangeschaft. Ook zijn er veel dieselvoertuigen van de vervuilende Euro 4- en Euro 5-categorieën vervangen door Euro 6-voertuigen, die nog tot 2028 toegang zullen krijgen tot de zero-emissiezones. Ondernemers die deze investeringen al hebben gedaan, zouden benadeeld worden als de invoering van de emissievrije zones alsnog wordt uitgesteld.
Hoewel de roep om uitstel van de zero-emissiezones steeds luider klinkt vanuit bepaalde ondernemersgroepen en politieke partijen, benadrukken zowel gemeenten als milieuorganisaties het belang van een snelle invoering. De discussie blijft dus voortduren, maar met de deadline van 1 januari 2025 in zicht, lijken de vooruitzichten voor een verdere vertraging klein.
De komende weken zullen cruciaal zijn voor de toekomst van de zero-emissiezones in Nederland. Met de druk vanuit de Kamer om een uitstel te realiseren en de tegenstand van linkse partijen en brancheorganisaties, lijkt staatssecretaris Jansen voor een lastige keuze te staan. Ondernemers hopen op meer tijd, maar de klok tikt richting de invoering van de zones op 1 januari 2025. Wat de uitkomst ook zal zijn, één ding is zeker: de discussie over hoe Nederland zijn binnensteden schoner kan maken, is nog lang niet voorbij.
De Nederlandse vervoerssector krijgt de komende jaren een flinke impuls richting verduurzaming en innovatie, dankzij de invoering van de vrachtwagenheffing.
Van 2026 tot 2030 wordt naar schatting meer dan €1,6 miljard opgehaald met deze heffing, die specifiek bedoeld is om investeringen in schonere en efficiëntere transportoplossingen mogelijk te maken. Dit werd bekendgemaakt door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Minister Madlener, verantwoordelijk voor Infrastructuur en Waterstaat, benadrukt dat de vrachtwagenheffing niet alleen een noodzakelijke stap is, maar ook een kans voor de sector. “Met de vrachtwagenheffing zetten we samen met de sector een belangrijke stap naar de toekomst. We investeren in innovatie en verduurzaming, zodat onze vervoerssector voorbereid is op de toekomst,” aldus de minister. De maatregel is volgens haar bedoeld om de sector in staat te stellen schoner, efficiënter en klaar voor de toekomst te opereren.
Een van de speerpunten van de verduurzamingsplannen is de zogenoemde Aanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET). Deze regeling heeft als doel bedrijven te stimuleren om over te stappen op emissievrije vrachtwagens, zoals volledig elektrische trucks. AanZET is sinds de lancering een groot succes. Zo was er op 1 oktober van dit jaar nog €22 miljoen beschikbaar voor de aanschaf van deze voertuigen. Maar net als bij eerdere openstellingen, was dit budget binnen enkele dagen volledig uitgeput. Het enorme enthousiasme vanuit de sector illustreert de groeiende vraag naar emissievrije transportmiddelen, iets wat door de overheid duidelijk wordt onderkend en gestimuleerd.
subsidieregeling
In totaal wordt meer dan de helft van het totale budget van de vrachtwagenheffing, ongeveer €980 miljoen, in de komende jaren besteed aan deze subsidieregeling. Dat bedrag moet ervoor zorgen dat bedrijven makkelijker de overstap kunnen maken naar duurzamere alternatieven. Maar AanZET is niet het enige programma dat profiteert van de opbrengsten van de heffing.
Het ministerie heeft vijf belangrijke maatregelen aangekondigd om de transitie van de vervoerssector te ondersteunen. Naast de aanschafsubsidies worden er ook fondsen vrijgemaakt voor de aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens en waterstoftankstations. Deze faciliteiten zijn cruciaal om de verdere verspreiding van emissievrije trucks mogelijk te maken.
Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van het budget geïnvesteerd in onderzoek naar innovaties, zoals technologieën die vrachtwagens in staat stellen op te laden tijdens het rijden. Dit zou niet alleen de actieradius van vrachtwagens vergroten, maar ook de efficiëntie van langeafstandstransport sterk verbeteren. Verder is er aandacht voor maatregelen die de efficiëntie in de logistiek moeten verbeteren, zoals het optimaliseren van routes en het verminderen van lege kilometers.
De vrachtwagenheffing zelf zal vanaf 2026 van kracht worden en geldt voor zowel binnenlandse als buitenlandse vrachtwagens die de Nederlandse wegen gebruiken.
De heffing geldt voor vrachtwagens met een gewicht van 3.500 kilogram of meer, en de hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het type vrachtwagen en het aantal afgelegde kilometers. Het tarief is vastgesteld op gemiddeld €0,167 per kilometer (prijspeil 2023). Vrachtwagens die lichter en schoner zijn, betalen minder. Deze variabele heffing is bedoeld om bedrijven te stimuleren te investeren in duurzamere voertuigen en operaties.
klimaatdoelen
Het kabinet verwacht met deze maatregelen niet alleen bij te dragen aan de klimaatdoelen van Nederland, maar ook aan de positie van de Nederlandse vervoerssector op de internationale markt. Innovaties zoals elektrisch laden tijdens het rijden kunnen bijvoorbeeld een belangrijke concurrentievoordeel bieden voor Nederlandse bedrijven in Europa. Met deze investeringen hoopt de overheid een klimaat te creëren waarin duurzaamheid en innovatie hand in hand gaan, terwijl de transportsector blijft groeien en concurrerend blijft.
Hoewel de invoering van de vrachtwagenheffing een controversieel onderwerp is geweest in de afgelopen jaren, lijken de voordelen voor de sector steeds zichtbaarder te worden. De forse investeringen in emissievrije voertuigen, infrastructuur en technologische innovaties tonen aan dat de heffing veel meer is dan enkel een belastingmaatregel; het is een motor voor verandering en vernieuwing in de vervoerssector.
De komende jaren zullen cruciaal zijn voor de uitrol van deze plannen. Als de sector erin slaagt om de geboden kansen te grijpen, kan Nederland zich profileren als een van de koplopers in duurzame logistiek en transport in Europa.
Lokale en nationale overheden, samen met de private sector, staan voor de uitdaging om de snelle veranderingen in elektrische mobiliteit bij te benen.
Tijdens de Nationale Conferentie Duurzame Mobiliteit in Utrecht, tekenden diverse stakeholders een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst die de toon zet voor de toekomst van elektrisch vervoer in Nederland. Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, gedeputeerden, wethouders en netbeheerders gaven hun fiat aan een verlenging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) tot 2030. Het pact komt op een kritiek moment, aangezien Nederland zich ambitieus richt op een emissievrije mobiliteitssector in 2050.
De uitgebreide overeenkomst onder de paraplu van de NAL is bedoeld om een landelijk dekkend netwerk van laadstations voor alle soorten elektrische vervoermiddelen te realiseren. En dat is geen sinecure. Naast elektrische personenauto’s zijn er bestelbussen, vrachtwagens, bussen, bouwmachines en zelfs binnenvaartschepen die de overstap naar elektrisch moeten maken. Zoals Vivianne Heijnen aangaf: “De komende jaren komen er meer en meer elektrische vrachtwagens bij; in 2030 rijdt tien procent elektrisch. Voldoende laadinfrastructuur is daarom essentieel. Bovendien wordt de Europese regelgeving op dit gebied in 2024 van kracht.”
Met de vernieuwde overeenkomst hebben alle betrokken partijen de intentie om het laden van een elektrisch voertuig net zo toegankelijk te maken als het opladen van een smartphone. Uit voorlopige cijfers blijkt dat Nederland op schema ligt. Volgens Gerben Jan Gerbrandy, voorzitter van de NAL, zullen er per 1 september 2023 bijna 590.000 laadpunten zijn, waaronder 442.000 thuislaadpunten en 4.500 semi-publieke snellaadpunten.
De aanpak is opgedeeld in zes NAL-samenwerkingsregio’s, waar provincies, gemeenten en netbeheerders hun krachten bundelen. Dit omvat gedetailleerde plannen voor het plaatsen van laadpunten en het bepalen van de benodigde elektriciteitscapaciteit. Eva Oosters, wethouder van Utrecht en bestuurlijk vertegenwoordiger van NAL G4, benadrukte dat schone lucht en emissievrije mobiliteit hand in hand gaan. “Als Utrecht en G4 zijn wij blij met deze samenwerking tot 2030. Hiermee kunnen we onze ambitie voor een emissievrije stadslogistiek waarmaken.”
Zoals Gerben Jan Gerbrandy opmerkte: “Politiek-bestuurlijke samenwerking met alle betrokkenen is cruciaal om de noodzakelijke vervolgstappen te kunnen zetten.”
Deze nieuwe samenwerkingsovereenkomst maakt duidelijk dat Nederland niet alleen de transitie naar elektrische mobiliteit serieus neemt, maar ook bereid is om samen te werken aan een robuuste infrastructuur die dit mogelijk maakt. Het is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere toekomst, maar de werkelijke toetssteen zal zijn hoe snel en efficiënt deze plannen worden omgezet in tastbare resultaten.
Busvervoer Nederland
Ook werden handtekeningen gezet onder het afsprakenkader voor Emissievrij Touringcarvervoer. Bertho Eckhardt, voorzitter van Busvervoer Nederland, vergezelde staatssecretaris Vivianne Heijnen en wethouders van Utrecht, Den Haag, Amsterdam en Eindhoven, alsook RAI-directeur Olaf de Bruijn, om deze historische overeenkomst te bekrachtigen.
Het doel is ambitieus maar glashelder: de complete touringcarsector moet tegen 2030 emissievrij zijn. Dit is met name relevant voor steden die al een zero-emissiezone hebben of plannen om deze in te stellen. De weg naar deze groene transformatie wordt geplaveid met een reeks maatregelen, waaronder een subsidieprogramma dat in het voorjaar van 2024 van start gaat en een evaluatie in 2025 om de haalbaarheid van de doelstellingen te toetsen.
Foto: Pitane Blue – Voorzitter Koninklijk Nederlands Vervoer Bertho Eckhardt
Eckhardt benadrukte echter dat de sector op dit moment nog tegen flinke obstakels aanloopt. Bedrijven in de touringcarsector hebben tijdens de coronacrisis een grote klap gekregen en moesten hun financiële reserves aanspreken. In deze context zijn investeringen in nieuwe, schone technologieën geen vanzelfsprekende zaak. “De subsidieregeling die onderdeel is van het afsprakenkader is daarom cruciaal”, aldus Eckhardt.
De uitdagingen waar de touringcarsector voor staat, zijn zeker niet minimaal, en dit afsprakenkader onderkent dat. Het biedt niet alleen financiële stimulansen, maar ook een structuur voor voortdurende evaluatie. Zo kan tijdig worden ingegrepen als de doelstellingen voor 2030 onrealistisch blijken te zijn. Wat deze overeenkomst echter vooral symboliseert, is de erkenning van alle betrokken partijen dat de tijd voor halfslachtige maatregelen voorbij is. De klok tikt, en als de sector de klimaatdoelen wil halen, moet iedereen aan boord zijn. En die boodschap heeft nu een officieel stempel.
over de NAL
De Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is een meerjarige beleidsagenda die is ontstaan vanuit het Klimaatakkoord in 2019. In de NAL-regio’s werken provincies, gemeenten en netbeheerders samen aan het realiseren van een landelijk dekkend, betrouwbaar en toekomstbestendig laadnetwerk. Er zijn in totaal zes NAL-samenwerkingsregio’s: Noord Nederland (provincies Groningen, Fryslân en Drenthe), Oost Nederland (provincies Gelderland en Overijssel), Zuid Nederland (provincies Limburg, Noord-Brabant), Zuidwest Nederland (provincies Zuid-Holland en Zeeland), Noordwest Nederland (MRA-Elektrisch – Flevoland, Noord-Holland en Utrecht) en de G4 (de samenwerking van de vier grote steden). Samenwerkende netbeheerders zijn: Stedin, Alliander, Enexis, Juva, Coteq, Rendo.
Dertien jaar lang gaan uitsluitend emissievrije bussen rijden.
Qbuzz wordt vanaf 15 december 2024 de nieuwe vervoerder in Zuid-Holland Noord voor een periode van dertien jaar. De provincie Zuid-Holland kondigde dinsdag aan dat het busvervoer volledig emissievrij zal zijn. Dit nieuws komt na een succesvolle openbare Europese aanbesteding waarbij Qbuzz als beste uit de bus kwam.
Het contract omvat het busvervoer in de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland, met de grotere steden Leiden, Alphen aan den Rijn en Gouda. Andere inschrijvers waren de huidige vervoerder Arriva, EBS Public Transportation, en Transdev Nederland Mobility Services. De totale contractwaarde bedraagt meer dan €1 miljard. De verliezers van de aanbesteding hebben nog zes weken de tijd om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit.
Het totaal aantal uren dat de bussen van Qbuzz op de weg zijn, zal weer terugkeren naar het niveau van vóór de coronapandemie, een stijging van 20% ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast biedt het bedrijf in de nieuwe bussen meer zitplaatsen, een betere toegankelijkheid en extra comfort, zoals individuele stoelverwarming.
Frederik Zevenbergen, Zuid-Hollandse gedeputeerde van verkeer en vervoer, is blij met de beslissing omdat het vervoersaanbod stijgt ten opzichte van nu. Met de focus op nieuwe technieken en innovatie voor zero-emissievervoer draagt dit bij aan de klimaatdoelen van de provincie. Ook maken ze een grote stap in het verbeteren van de toegankelijkheid voor reizigers met een beperking.
Het winnen van de aanbesteding door Qbuzz is een belangrijke mijlpaal in de transitie naar duurzaam openbaar vervoer in Zuid-Holland. Met de inzet van uitsluitend emissievrije bussen draagt Qbuzz bij aan de ambitie van de provincie om de CO2-uitstoot in het openbaar vervoer aanzienlijk te verminderen.
Het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2023 anticipeert op een initiatief voor de vergroening van bedrijfsvloten.
Vervoerders moeten kunnen kiezen uit de mogelijkheden die op een vrije markt beschikbaar zijn. Het Greening Corporate Fleets-initiatief van de Europese Commissie moet vervoerders stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen, niet dwingen. Het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2023 anticipeert op een initiatief voor de vergroening van bedrijfsvloten. IRU (International Road Transport Union) verwelkomt dit nieuwe initiatief voorzichtig, dat een niet-bindend kader zou kunnen bieden voor de lidstaten om particuliere exploitanten te stimuleren schone technologieën toe te passen.
“Kleine en middelgrote ondernemingen opereren met dunne marges. Ze zijn verantwoordelijk voor hun winstgevendheid en dragen alle financiële verliezen volledig. De EU kan hen niet vertellen hoe ze moeten investeren en hun marktkeuzes niet dicteren. Het werk van de Europese Commissie op het gebied van de vergroening van bedrijfsvloten zou echt ten goede komen aan de sector en aan de bredere decarbonisatiedoelstellingen van de EU, als het resultaat een aanbeveling voor de lidstaten zou zijn om positieve overheidsstimulansen te gebruiken om de acceptatie van voertuigen op basis van koolstofneutrale technologieën aan te moedigen”.
IRU EU Advocacy Director, Raluca Marian.
Het Greening Corporate Fleets-initiatief van de Europese Commissie moet vervoerders stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen, niet dwingen.
Het initiatief zou echter kunnen leiden tot het tegenovergestelde, waardoor particuliere exploitanten worden gedwongen emissievrije voertuigen te kopen, wat volledig in strijd is met de principes van een markteconomie. IRU en Taxis 4 Smart Mobility hebben vervoerscommissaris Adina Vălean opgeroepen om vervoerders te stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen zonder inbreuk te maken op eigendomsrechten en de vrijheid om particulier kapitaal te investeren.
Het ministerie van IenW zet in op schoon, slim en veilig autovervoer én goede bereikbaarheid en leefbaarheid in alle delen van Nederland.
De auto is Nederlands populairste vervoermiddel. In Nederland rijden zo’n 9 miljoen personenauto’s rond. Deze rijden zo’n 70% van alle afgelegde kilometers in Nederland en 43% van alle verplaatsingen. Minister Harbers maakt vandaag zijn Ontwikkelagenda Automobiliteit openbaar, waarin hij oproept de auto de ruimte te blijven geven, in alle delen van ons land. De auto wordt steeds slimmer, schoner en veiliger en heeft ook in de toekomst een belangrijke rol in de bereikbaarheid van Nederland. Voor iedereen op elke plek.
groei van autokilometers
Het ministerie van IenW wil dat voorzieningen zoals werk, zorg, onderwijs en winkels, maar ook familie, vrienden en de sportclub, voor iedereen bereikbaar zijn en blijven. Dat is van groot sociaal en economisch belang, maar niet vanzelfsprekend. Waar steden steeds dichter bevolkt raken, de bevolking de komende decennia groeit en wegen rondom steden vaak al druk bereden zijn, is het bieden van bereikbaarheid steeds belangrijker. Ook moeten er de komende jaren 900.000 extra woningen worden gebouwd. Daarmee groeit de behoefte aan bereikbaarheid en komen er naar verwachting meer auto’s bij.
Bij de bereikbaarheid van binnensteden zijn alle vormen van vervoer nodig en spelen het openbaar vervoer, deelmobiliteit en de fiets een grote rol. Daarnaast hebben veel inwoners nog behoefte of noodzaak aan een eigen auto en worden pakketten bezorgd en binnensteden bevoorraad per auto. Ook in voorsteden wordt steeds meer gebruik gemaakt van elektrische fietsen en bijvoorbeeld deelscooters. Buiten de stad speelt de auto vaak een grotere rol in de bereikbaarheid en daarom is het belangrijk om hierin te blijven investeren.
schoon, slim en veilig
Het ministerie van IenW zet in op schoon, slim en veilig autovervoer én goede bereikbaarheid en leefbaarheid in alle delen van Nederland. Het streven van het kabinet is dat vanaf 2030 alle nieuw verkochte auto’s op het Nederlandse wegennet emissievrij zijn. Het ministerie verleent subsidies om de aanschaf van nieuwe en tweedehands elektrische auto’s te stimuleren. Daarnaast voert het gesprekken met ontwikkelaars en uitgevers van navigatieapps om bijvoorbeeld schoolzones in routeplanners te vermijden. Door nieuwe functies in de auto zoals remassistentie en vermoeidheidsherkenning verbetert de verkeersveiligheid rond de auto.
“Mensen willen en kunnen vaak niet zonder hun auto. Vanuit ons ministerie wordt geïnvesteerd in alle vormen van mobiliteit en dus zeker ook in autobereikbaarheid. Het wordt weer tijd dat de auto de prominente plek ook weer aan de gesprekstafels van de overheid krijgt waarbij we kijken naar hoe de kracht van de auto kan worden ingezet om Nederland zo goed mogelijk bereikbaar te krijgen. De auto is niet weg te denken uit ons straatbeeld, sterker nog, nu de auto ook nog steeds schoner, stiller en veiliger wordt ligt het beste tijdperk van de auto nog voor ons!”
Minister Mark Harbers
Een betrouwbaar, veilig en toekomstbestendig hoofdwegennet is een voorwaarde om automobilisten goede bereikbaarheid te bieden. Er wordt onder andere geïnvesteerd in verkeersmanagement en smart mobility-oplossingen rond grote steden en er wordt fors geïnvesteerd in beheer, onderhoud, vervanging en renovatie om te zorgen dat het wegennet zoveel mogelijk beschikbaar is en blijft.
Het ministerie van IenW investeert in alle soorten vervoer en vraagt met deze ontwikkelagenda ruimte voor het voertuig dat Nederlanders verreweg het meest gebruiken. Dit jaar zal het ministerie de ontwikkelagenda gaan uitwerken in samenwerking met partners, waaronder ook belangenorganisaties.
Het idee is dat de partijen tegen eind 2024 demonstratievluchten van Rotterdam The Hague Airport naar bestemmingen in Europa zullen uitvoeren en zich voorbereiden op commerciële passagiersvluchten in 2025.
ZeroAvia is een leider op het gebied van emissievrije luchtvaart, gericht op waterstof-elektrische luchtvaartoplossingen om een verscheidenheid aan markten aan te spreken. De aankomende maanden gaat ZeroAvia met Rotterdam The Hague Airport, Shell en Rotterdam The Hague Innovation Airport voorbereidingen treffen voor de eerste proefvluchten met een waterstofvliegtuig.
“Als een stichting die wordt ondersteund door Rotterdam The Hague Airport en de gemeente Rotterdam, wil RHIA altijd innovatie en duurzame luchtvaartontwikkelingen bij RTHA stimuleren, samen met en voor een netwerk van partners. RHIA werkt actief samen met partners binnen haar DutcH2 Aviation Hub-programma om vluchten op waterstof vanuit RTHA te ontwikkelen. Deze samenwerking is een van de projecten binnen het programma die ons helpt de open-access infrastructuur te creëren die nodig is voor de sector. RHIA helpt graag om dit specifieke partnerschap te faciliteren en het project tot leven te brengen, en om de basis te leggen voor de partners binnen de gemeenschap”.
Miranda Janse, CEO Rotterdam The Hague Innovation Airport.
Vorig jaar sloten de partijen al een overeenkomst met elkaar om de eerste commerciële vlucht op waterstof/elektrisch mogelijk te maken. Onlangs is een samenwerkingsovereenkomst getekend door bovenstaande partijen. Het idee is dat de partijen tegen eind 2024 demonstratievluchten van Rotterdam The Hague Airport naar bestemmingen in Europa zullen uitvoeren en zich voorbereiden op commerciële passagiersvluchten in 2025.
“Waterstof is de sleutel tot het koolstofarm maken van de luchtvaart. Deze samenwerking helpt ons bij het demonstreren en valideren van nieuwe luchthaveninfrastructuurvereisten en operationele concepten. En daarmee de luchthaventransformatie richting Zero-Emission versnellen en stimuleren”.
Wilma van Dijk, CEO Rotterdam The Hague Airport van Royal Schiphol Group.
Ook willen ze Waterstof op de luchthaven beschikbaar maken. De vluchten zullen uitgevoerd gaan worden met vliegtuigen met ZA600 motoren (waterstof/elektrisch) van ZeroAvia. De demonstratievluchten moeten naar bestemmingen binnen een straal van 250 zeemijl (460 kilometer) van Rotterdam.
“Dit project en deze samenwerking is een mijlpaal omdat het een snelle decarbonisatie van een moeilijk te elektrificeren sector zoals de luchtvaart mogelijk maakt. Het biedt ook de kans om één van de eerste internationale emissievrije passagiersroutes te ondersteunen. Bovendien biedt het de mogelijkheid om multi-fuel en multimodaal tanken op de weg te testen in een live luchthavenomgeving. Dit is een grote stap voorwaarts voor de waterstofluchtvaart en voor de plannen van Shell op dit gebied.”
Oliver Bishop, General Manager Waterstof bij Shell.
Het project richt zich ook op de ontwikkeling van luchtvaartspecifieke normen en protocollen rond veiligheid, tanken en waterstofbeheer. De partijen zullen samenwerken in gesprekken met potentiële luchtvaartmaatschappijen voor de eerste demonstratie en daaropvolgende commerciële vluchten. Het doel is het koolstofvrij maken van het hele luchtvaartecosysteem.
“Met dit consortium, inclusief Rotterdam The Hague Innovation Airport en Shell, wordt de bal een aanzienlijk eind verder over het veld verplaatst naar onze doellijn van commerciële operaties. Enkele eerste passagiers op emissievrije vluchten ter wereld zouden vanuit Rotterdam kunnen vliegen. Er is nog veel werk aan de winkel, maar met duidelijke mijlpalen en doelstellingen, begint het harde werk nu echt om de infrastructuur op te leveren en de vereiste protocollen en standaarden te verkennen.”