Tag archieven: goederenvervoer

Goederenvervoer krimpt: dienstregeling 2026 rond bij Prorail na pittige spoorpuzzel

ProRail verdeelt elk jaar in augustus de beschikbare capaciteit op het spoor voor het jaar daarop, en voor de nieuwe jaargang is de verdeling rond.

De dienstregeling voor 2026 gaat van start op zondag 14 december 2025 en loopt door tot en met zaterdag 12 december 2026. Het spoorboekje is het resultaat van een complexe puzzel waarin aanvragen van ruim dertig vervoerders zijn meegewogen, naast de capaciteit die ProRail zelf nodig heeft voor onderhoud en vernieuwing. Die combinatie levert spanningen op, want ruimte op het spoor is eindig en de vraag groeit aan meerdere kanten tegelijk.

De kern van het verdeelproces is dat aanvragen gelijkwaardig worden behandeld en dat zowel reizigers- als goederenvervoerders, nationaal en internationaal, in één transparante afweging terechtkomen. ProRail probeert zoveel mogelijk aanvragen te honoreren, maar de fysieke en operationele grenzen van het netwerk laten zich niet omzeilen. Waar aan het spoor wordt gewerkt, kunnen geen treinen rijden, en precies die werkzaamheden nemen de komende jaren in omvang toe. Veel infrastructuur stamt uit de naoorlogse periode en is toe aan vervanging. Tegelijkertijd is het Nederlandse netwerk verweven met de omliggende landen; een toename van onderhoud over de grens werkt door in de planning hier, met merkbare gevolgen voor rijpaden en keertijd.

open-toegang

Bijzonder voor 2026 is de verdere toename van zogenoemde open-toegang-aanvragen. Dat zijn verzoeken van ondernemingen die eigen treindiensten willen rijden buiten concessies om, als instrument om marktwerking te stimuleren. Het systeem biedt ruimte aan die dynamiek, maar kan niet alle wensen accommoderen. Op het traject Groningen–Zwolle bijvoorbeeld kwamen open-toegangstreinen in botsing met aanvragen van concessiehouders. Omdat het aantal treinen dat over een traject kan rijden per definitie gelimiteerd is, moest worden geprioriteerd. Het resultaat is dat niet iedere open-toegangsaanvraag een plek heeft gekregen in de dienstregeling. Dat is pijnlijk voor de aanvragers die achter het net vissen, maar tegelijkertijd onvermijdelijk binnen de technische en veiligheidsmarges van het netwerk.

De cijfers voor 2026 laten een genuanceerd beeld zien. Het aantal reizigerstreinen stijgt met ongeveer twee procent ten opzichte van 2025. Die groei zit vooral aan de randen van de dag: iets eerder starten in de ochtend en iets langer doorrijden in de late avond. Daarmee wordt in de daluren extra capaciteit toegevoegd zonder het drukste hart van de spits nog verder te belasten. Aan de andere kant daalt het aantal goederentreinen met circa veertien procent. 

Die terugval hangt samen met economische omstandigheden die de vraag naar spoorvervoer van lading drukken. Voor de spoorbouw en het beheer van wissels, seinen en bovenleiding betekent 2026 bovendien een intensiever jaar: er wordt naar verwachting ongeveer drie procent meer aan het spoor gewerkt dan in 2025. Dergelijke werkzaamheden vinden vaker doordeweeks plaats, wat de hinder voor reizigers en verladers voelbaar kan vergroten, maar in planningstermen vaak de minste structurele impact heeft op het totale weekendaanbod.

Foto: Prorail

Die mix van groeiende reizigersvraag, dalende goederenvolumes en toenemend onderhoud vraagt om vooruitkijken. Door meer marktwerking op het spoor hebben vervoerders behoefte aan langetermijnafspraken over beschikbaarheid. ProRail werkt daarom aan een voorspelbaar, transparant en toekomstgericht proces voor capaciteitsverdeling. Het doel is om eerder duidelijkheid te bieden over de ruimte die er op welke tijdstippen is, zodat vervoerders hun materieel, personeel en marketing beter kunnen plannen en investeringsbeslissingen met minder onzekerheid kunnen nemen. 

De Europese Commissie werkt intussen aan nieuwe wetgeving die meer ruimte kan bieden voor kaderovereenkomsten met verdere garanties. ProRail ziet hierin een kans om het proces toekomstbestendiger te maken, de internationale afstemming te versterken en de beschikbare spoorcapaciteit nog efficiënter te benutten, zonder af te doen aan de gelijkwaardige behandeling van alle aanvragen.

realistische begrenzing

De nieuwe dienstregeling legt zo een evenwichtige, maar niet frictieloze balans vast tussen ambities en grenzen. Meer treinen voor reizigers waar dat kan, realistische begrenzing voor goederen waar dat moet, en een onderhoudsprogramma dat het fundament van de veiligheid en de capaciteit voor de toekomst legt. Dat dit alles samenvalt in één strakke planning tussen 14 december 2025 en 12 december 2026, illustreert hoe fragiel en precies de puzzel is. 

De komende periode zal moeten blijken hoe de keuzes in de praktijk uitwerken, zeker op knooppunten waar de marges het smalst zijn. Wat vaststaat is dat de vraag naar transparante spelregels en voorspelbare capaciteit alleen maar toeneemt, en dat het spoor, als ruggengraat van mobiliteit en logistiek, daarmee gebaat is.tionale afstemming vergroten

Daling goederenvervoer door Nederlandse vrachtauto’s: laagste sinds 2015

Deze afname komt vooral doordat er minder goederen binnen de Nederlandse landsgrenzen werden vervoerd.

Nederlandse vrachtauto’s vervoerden vorig jaar 642 miljoen ton goederen, een daling van 7 procent ten opzichte van 2022 en daarmee het laagste gewicht sinds 2015, aldus nieuwe cijfers van het CBS. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een vermindering in het binnenlandse transport, waar het vervoerde gewicht met 8,3 procent daalde naar 526 miljoen ton.

Het internationaal vervoer door Nederlandse vrachtauto’s daalde minder scherp, met slechts 0,9 procent naar 116 miljoen ton. Dit is een verbetering ten opzichte van 2022, toen het internationale vervoer met 9,1 procent afnam. Deze cijfers suggereren een stabilisatie in het grensoverschrijdende transport, ondanks de bredere neerwaartse trend.

Bij nadere analyse blijkt dat de bouwsector zwaar getroffen is door deze daling. Het vervoerde gewicht van bouwmaterialen zoals zand, grind en andere benodigdheden voor de bouwnijverheid nam met 12,1 procent af, van 140 miljoen ton in 2022 naar 123 miljoen ton in 2023. Dit weerspiegelt een krimp in de bouwactiviteiten in Nederland, mogelijk als gevolg van stijgende kosten en een afnemende vraag.

Ook het vervoer van landbouwgoederen en overige voedingsproducten liet een daling zien, met een afname van 5,3 procent. Deze vermindering in transport kan wijzen op veranderende agrarische omstandigheden en consumptiepatronen.

Een interessant contrast is te zien in de handel met België en Duitsland. Het vervoerde gewicht van en naar België daalde met 5,9 procent, oftewel 2,3 miljoen ton, een daling die zichtbaar is zowel bij het vervoer naar als vanuit België. Aan de andere kant steeg het transport van en naar Duitsland met 1,6 procent. Opmerkelijk is dat het vervoer vanuit Duitsland sterker toenam dan het vervoer naar Duitsland, wat kan wijzen op een groeiende import vanuit onze oosterburen.

Foto: © Pitane Blue – Frederiksen Transport Eindhoven

De beroepsvervoerders in Nederland, die verantwoordelijk zijn voor bijna 81 procent van het totale vervoerde gewicht, vervoerden in 2023 ruim 519 miljoen ton goederen, een afname van 7,5 procent. Dit toont aan dat de professionele transportsector aanzienlijk geraakt wordt door de dalende transportvolumes. Daarnaast nam het eigen vervoer, waarbij bedrijven hun eigen goederen transporteren, met 5 procent af tot 123 miljoen ton.

Deze cijfers wijzen op een bredere economische trend waarbij diverse sectoren in Nederland minder goederen vervoeren, mogelijk als gevolg van economische onzekerheden, stijgende kosten en veranderende marktbehoeften. Het is van belang om te monitoren hoe deze trends zich ontwikkelen in 2024 en welke maatregelen mogelijk nodig zijn om de transportsector te ondersteunen en te versterken.

CBS: goederenvervoer per spoor fors gedaald in 2023

Het binnenlands vervoer en de doorvoer van goederen, oftewel het vervoer tussen twee buitenlandse plaatsen via het Nederlandse spoor zijn het afgelopen jaar gedaald.

In 2023 werden er 39,3 miljoen ton aan goederen over het Nederlandse spoor vervoerd, een daling van 11,5 procent ten opzichte van het recordjaar 2022. Deze terugval wordt vooral toegeschreven aan de afname in het vervoer van kolen en goederen in containers, zo blijkt uit recente cijfers van het CBS.

Containers vormen een groot deel van het totale goederenvervoer per trein, bijna 44 procent van het totale gewicht. In 2023 verminderde het vervoer van containergoederen met 11,5 procent tot 17,3 miljoen ton. Het aantal vervoerde containers nam eveneens met 11,5 procent af. De meeste containergoederen hebben hun oorsprong of bestemming in Duitsland en Italië. Binnen Nederland nam het gewicht van in containers vervoerde goederen met 27,9 procent af, van 2,2 miljoen ton in 2022 naar 1,6 miljoen ton in 2023.

Na containergoederen zijn kolen en metaalertsen de meest vervoerde goederen per spoor. Het vervoer van kolen daalde significant met 22,1 procent ten opzichte van 2022, terwijl het vervoer van metaalertsen met 4,6 procent afnam. Ook andere goederensoorten zoals chemische producten en metalen, waaronder staal, werden minder over het spoor vervoerd. Chemische producten zagen een daling van 3,7 procent en metalen 10 procent minder.

Foto: Pitane Blue

Het grootste deel van de over het spoor vervoerde goederen wordt in Nederland geladen en in het buitenland gelost. In 2023 daalde deze goederenstroom tot 24,0 miljoen ton, een afname van 12,0 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Met name de afvoer van kolen naar Duitsland nam af, met een daling van 22,3 procent.

De aanvoer van goederen naar Nederland, goed voor 10,1 miljoen ton, daalde in 2023 met 4,0 procent. Deze afname betrof vooral goederen in containers (-10,1 procent) en metaalertsen en andere delfstoffen (-38,3 procent). Daarentegen steeg de aanvoer van bulkgoederen binnen de landbouw, bosbouw en visserij, zoals graan en mais, met maar liefst 45,3 procent.

Het binnenlands vervoer en de doorvoer van goederen, oftewel het transport tussen twee buitenlandse locaties via het Nederlandse spoor, daalden in 2023 eveneens. Het binnenlands vervoer verminderde met 27,3 procent, terwijl de doorvoer van goederen met 15,8 procent afnam.

CBS: Nederland koploper in statistiek goederenvervoer buisleidingen

Een succesvolle pilot en samenwerking tussen het CBS en VELIN hebben bijgedragen aan deze nieuwe statistiek. De verkregen inzichten helpen bij het verder ontwikkelen van transportbeleid en het monitoren van toekomstige ontwikkelingen.

Het CBS heeft recent een nieuwe statistiek gelanceerd die het goederenvervoer via buisleidingen in kaart brengt. Nederland is hiermee het eerste land in Europa dat deze stap zet. “We pleiten er op Europees niveau voor dat ook andere landen dit gaan doen, want buisleidingen stoppen niet bij de grens,” aldus Marly Odekerken, directeur Statistieken Verkeer en Vervoer bij het CBS.

De lancering van deze statistiek is een belangrijke ontwikkeling, zeker in het kader van de energietransitie. “Veel mensen weten niet waar in ons land buisleidingen liggen, wat ze vervoeren en wat hun potentieel is,” zegt Klaas Winters, directeur van de Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland (VELIN). Deze vereniging, bestaande uit 23 bedrijven met een gezamenlijk netwerk van 22.000 kilometer aan buisleidingen, heeft data aangeleverd voor de nieuwe statistiek.

Volgens Odekerken was de aanleiding voor deze statistiek de verplichting van EU-landen om jaarlijks vervoersdata aan Eurostat te leveren. Hoewel de verplichting niet geldt voor buisleidingen, zijn deze net zo belangrijk als andere vervoersmodaliteiten zoals zee-, lucht-, en binnenvaart, en weg- en spoorverkeer. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) verzocht het CBS daarom enkele jaren geleden om officiële statistieken over het goederenvervoer via buisleidingen op te stellen.

“Nederland is het eerste land in Europa dat deze stap heeft gezet. Op Europees niveau dringen we erop aan dat ook de andere landen dit gaan doen. Buisleidingen stoppen immers niet bij een grens.”

Marly Odekerken, directeur Statistieken Verkeer en Vervoer bij het CBS.

In april 2024 publiceerde het CBS voor het eerst gegevens over het jaar 2022. Deze data worden voortaan jaarlijks toegevoegd aan de andere vervoersstatistieken. Privacy van de bedrijven die data leveren, is daarbij een prioriteit. Winters benadrukt dat de sector het nut inziet van deze statistiek en graag verantwoordelijkheid neemt om de data te centraliseren en beschikbaar te stellen.

De statistiek biedt inzicht in wat er door de buisleidingen stroomt: CO2, aardgas, aardolieproducten, chemische producten, (industrieel) water en warmte. De meeste leidingen bevinden zich 1 tot 2 meter onder de grond, maar sommige lopen zelfs 20 tot 30 meter diep onder rivieren door. VELIN-leden hebben niet alleen de soorten goederen, maar ook de transportvolumes en de multifunctionaliteit van leidingen gerapporteerd.

Foto: vervoer via buisleiding

“Buisleidingen spelen een essentiële rol als achterlandverbinding voor de grote havens en voorzien de grote industrieclusters in Nederland van energie en grondstoffen. ”

Maarten van Kesteren, beleidsmedewerker Directie Maritieme Zaken

Voor de overheid, zowel landelijk als regionaal, zijn deze gegevens van groot belang voor beleidsbeslissingen. De nieuwe statistiek kan helpen bij het bepalen van de mogelijkheden en beperkingen van buisleidingen. Odekerken legt uit dat het voor het ministerie van IenW cruciaal is te weten wat er door de leidingen stroomt en of er capaciteit is voor uitbreiding of alternatieve goederenstromen. Buisleidingen kunnen bijvoorbeeld een veiliger alternatief bieden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door stedelijke gebieden.

Winters juicht de komst van de statistiek toe omdat deze helpt bij genuanceerde en realistische besluitvorming. Hij legt uit dat hoge verwachtingen vaak niet realistisch zijn. Een buisleiding die vandaag benzine vervoert, is morgen niet geschikt voor warmtetransport. Specifieke leidingen zijn afgestemd op bepaalde goederen, met bijbehorende materialen, druk en pompsystemen. Ondanks hun voordelen, zoals 24/7 operationele capaciteit en geen last van verkeersopstoppingen, zijn er beperkingen waar rekening mee gehouden moet worden.

De data tonen het belang van buisleidingen in het Nederlandse goederenvervoer, dat 16 procent van het totale transport uitmaakt. Dit is iets meer dan de binnenvaart (15 procent) en veel meer dan het spoorvervoer (2 procent). Odekerken benadrukt dat Nederland met deze statistiek een voorbeeld is voor Europa. Ze pleiten ervoor dat andere landen dit voorbeeld volgen, gezien de grensoverschrijdende aard van buisleidingen.

Het ministerie van IenW, vertegenwoordigd door Maarten van Kesteren, beleidsmedewerker Directie Maritieme Zaken, bevestigt het belang van buisleidingen als verbinding voor grote havens en industrieclusters. Hun rol in het transport van CO2 en waterstofdragers is essentieel, en daarom zijn ze opgenomen in de beleidsagenda voor goederenvervoer en mobiliteit. Het is ook goed dat deze samenwerking tussen het CBS en VELIN wordt voortgezet, zodat we kunnen monitoren wat de verdere toekomstige ontwikkelingen zijn.

VELIN

De Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland (VELIN) is opgericht in 1978. Bij VELIN zijn 23 bedrijven aangesloten die samen beschikken over zo’n 22.000 kilometer buisleidingen binnen Nederland; 15.500 kilometer hoge druk buisleidingen voor het langeafstandstransport van gassen en daarnaast 6.000 km voor het langeafstandstransport van aardolie, aardolieproducten en andere chemicaliën. Het werkterrein van VELIN is beperkt tot deze grote buisleidingsystemen die over het algemeen in gebruik zijn voor interregionaal transport.

Autonoom: ID. Buzz AD zet nieuwe norm samen met Mobileye

De toekomst van autonoom rijden neemt gestalte aan door een baanbrekende samenwerking tussen Volkswagen ADMT GmbH, een dochteronderneming van Volkswagen AG, en het Israëlische technologiebedrijf Mobileye Global Inc.

Volkswagen ADMT en Mobileye Global Inc. hebben de krachten gebundeld in een grensverleggende stap richting de toekomst van mobiliteit. Deze samenwerking markeert een sleutelmoment in de automobielindustrie, aangezien het de weg vrijmaakt voor de lancering van de eerste volledig autonome bedrijfswagen die aan de Level 4-norm voldoet. Deze historische ontwikkeling belooft een revolutie te ontketenen in hoe we denken over transport en mobiliteit, zowel in Europa als in de Verenigde Staten.

De ID. Buzz AD, een speciale versie van Volkswagen’s iconische busje, staat in het middelpunt van deze innovatieve onderneming. De volledig elektrische en autonoom rijdende bedrijfswagen is sinds 2021 in ontwikkeling en wordt aangedreven door een geavanceerd Self-Driving System (SDS). Dit systeem, een product van de samenwerking met Mobileye, een toonaangevend Israëlisch technologiebedrijf, combineert cutting-edge software en hardwarecomponenten, waaronder krachtige computers, camera’s, lidar- en radarunits. Deze technologie stelt de ID. Buzz AD in staat zelfstandig te navigeren binnen afgebakende stedelijke gebieden.

Christian Senger, lid van de Raad van Bestuur bij Volkswagen Bedrijfswagens, benadrukt het belang van samenwerking met sterke partners om autonome shuttles op grote schaal te implementeren. “We ontwikkelen het eerste volledig autonoom rijdende model voor serieproductie met behulp van de digitale bestuurder van Mobileye,” zegt Senger. Deze samenwerking bevordert niet alleen de integratie en optimalisatie van geautomatiseerde rijsystemen binnen het Volkswagen-concern, maar draagt ook bij aan een verlaging van de kosten en vergemakkelijkt schaalvergroting.

Foto: © Pitane Blue – Volkswagen ID. Buzz

Na een uitgebreide pilotfase, met wegtests in Duitsland en de Verenigde Staten, slaan deze twee titanen van de industrie de handen ineen om een nieuw tijdperk van mobiliteit in te luiden.

De ID. Buzz AD, die naar verwachting vanaf 2026 ingezet zal worden in mobiliteits- en transportdiensten, belooft een sleutelrol te spelen in de toekomst van autonoom goederenvervoer. De opkomst van e-commerce heeft geleid tot een explosieve groei van de logistieke markt en een toenemend tekort aan chauffeurs, waardoor de bezorgcapaciteit onder druk staat. Autonome voertuigen, zoals de ID. Buzz AD, bieden een duurzame oplossing voor deze uitdagingen door de leveringscapaciteit op lange termijn te waarborgen en bij te dragen aan de groei van de markt voor goederenbezorging.

Mobileye, wereldleider op het gebied van autonome rijtechnologie, speelt een cruciale rol in deze samenwerking. Het bedrijf, gespecialiseerd in computergestuurde detectie, machine learning, data-analyse, lokalisering en mapping, maakt gebruik van gegevens van honderden miljoenen voertuigen. De technologie van Mobileye stelt voertuigen in staat de wereld om hen heen nauwkeurig waar te nemen en te interpreteren, wat essentieel is voor de veiligheid en betrouwbaarheid van autonome voertuigen.

Deze samenwerking tussen Volkswagen ADMT en Mobileye vertegenwoordigt een significante stap voorwaarts in de realisatie van autonoom rijden op grote schaal. Het belooft niet alleen de manier waarop we denken over persoonlijk en goederenvervoer te transformeren, maar zet ook een nieuwe standaard voor innovatie en samenwerking in de automobielindustrie.

Volvo Trucks start verkoop zware elektrische trucks

Dit jaar nog start de officiële verkoop van de complete range zware elektrische Volvo-trucks. Volgens Volvo Trucks is de tijd rijp voor een snelle toename van het aantal elektrische voertuigen in het zwaardere wegtransport. Deze positieve vooruitzichten zijn gebaseerd op het feit dat de elektrische Volvo-trucks een breed scala van transportbehoeften aankunnen. In de nabije toekomst kan in bijvoorbeeld de EU al bijna de helft van al het vervoer met elektrische trucks worden uitgevoerd.

Grote nationale en internationale vervoerders tonen veel belangstelling voor elektrische voertuigen. Dit wordt gestimuleerd door de overheid die binnensteden vrij van dieseltrucks wil maken, ambitieuze klimaatdoelen van transporteurs zelf, maar ook door de vraag van consumenten naar CO2-vrije en schonere transporten.

“Steeds meer transportbedrijven realiseren zich dat ze nu moeten beginnen met elektrische voertuigen, zowel vanuit milieu-oogpunt als vanwege concurrentie en omdat steeds meer van hun klanten duurzame transporten eisen. Met ons uitgebreide productaanbod is het voor transportbedrijven haalbaar om voor elektrisch te kiezen”, zegt Roger Alm, CEO van Volvo Trucks.

Dekt bijna de helft van de transportbehoeften in de EU
De nieuwe trucks leveren een groter laadvermogen, krachtigere aandrijflijnen en een actieradius tot 300 km (bij een GCW van 40 ton). Bij lichtere vrachten kan de actieradius toenemen. Het elektrische productaanbod van Volvo Trucks kan hiermee ongeveer 45% van alle huidige transporten in Europa dekken.* Een andere planning en soms andere configuratie maakt meer mogelijk en levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de impact op het klimaat door wegtransport: volgens officiële statistieken verantwoordelijk voor zo’n 6% van de totale CO2-uitstoot in de EU.

“Er zijn enorm veel mogelijkheden om het transport per truck in Europa elektrisch te laten verlopen en ook in andere delen van de wereld in de zeer nabije toekomst”, zegt Roger Alm. “Om dit te bewijzen, hebben we het ambitieuze doel gesteld dat tegen 2030 de helft van onze omzet moet worden gerealiseerd door elektrische trucks. En deze drie nieuwe zware trucks die we nu introduceren, zijn een enorme stap in de richting van het bereiken van dit doel.”

*Volgens statistieken van Eurostat uit 2018 voor het goederenvervoer over de weg legt 45% van al het goederenvervoer in Europa een afstand af van minder dan 300 km per dag. 

Foto boven: Volvo Trucks Beeldbank.

Lees ook: KNV ondertekent routekaart Zero Emissie Taxivervoer

ILT start met controle verhuisbedrijven


Consumenten die gaan verhuizen kunnen hiervoor een gerenommeerd verhuisbedrijf inschakelen. Ook is het mogelijk om op een verhuisplatform op internet iemand te vinden die goedkoop verhuisdiensten aanbiedt. Uit een inventarisatie blijkt dat veel aanbieders van verhuisdiensten niet over de vereiste vergunning beroepsvervoer beschikken. ”Een consument loopt daarmee het risico dat zijn inboedel langs de weg komt vast te staan.” De ILT gaat daarom verhuisbedrijven controleren en voorlichten, dit meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport middels dit nieuwsbericht op hun website.

500 kilo laadvermogen

De ILT denkt dat veel aanbieders van verhuisdiensten zich niet realiseren dat er regels zijn voor goederenvervoer tegen betaling. “Voor het commercieel vervoeren van goederen met een voertuig met een laadvermogen van meer dan 500 kg heb je al een vergunning nodig”, licht inspecteur en projectleider Danique van Broekhoven toe. “Dat geldt niet alleen voor bedrijven met grote vrachtauto’s, ook bedrijven met kleinere verhuiswagens hebben in veel gevallen een vergunning nodig. De vergunning zorgt ervoor dat de bedrijven voldoen aan eisen van vakbekwaamheid, betrouwbaarheid en kredietwaardigheid.”

Vergelijking gegevens

De ILT heeft de gegevens verzameld van bedrijven die zich bij de Kamer van Koophandel hebben ingeschreven. Deze gegevens zijn vergeleken met de gegevens van vergunninghouders bij het NIWO (Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie). Bij verhuizers zonder vergunning is vervolgens bij het RDW het laadvermogen van hun voertuigen geverifieerd. Uit de inventarisatie van de ILT blijkt dat ruim 60% van de verhuizers niet over een vergunning beschikt.

Risico’s

Verhuizen zonder vergunning gaat vaak hand in hand met het niet naleven van andere regels, zoals de cao. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie ten opzichte van verhuisbedrijven die zich wel netjes aan de regels houden. Deze aantasting van een gelijk speelveld is een van de redenen dat de ILT hier toezicht op houdt. “Als de ILT een vervoerder langs de weg controleert en deze zonder vergunning betrapt, dan krijgt deze een boete van € 4.400 voor de eerste overtreding.” Ook voor de klanten kan het vervelend uitpakken als hun verhuizing strandt langs de weg. “Je moet je realiseren dat je inboedel niet verzekerd is tijdens de rit als je met een beunhaas in zee gaat. Hier loopt de consument een reëel risico.”

Voorlichtingsactie

Om verhuizers te wijzen op hun plichten en de risico’s, start de ILT een telefonische actie. De komende maanden worden zo’n 85 verhuisbedrijven gebeld en geïnformeerd over de regels. Het doel is tweeledig, enerzijds informatie verzamelen en registreren en anderzijds bedrijven informeren en stimuleren om aan de vervoerswetgeving te voldoen. Van Broekhoven: “Later kunnen we controleren of de verhuizers in actie zijn gekomen en een vergunning hebben aangevraagd.”

Tips voor klanten

Ook consumenten die een verhuisbedrijf inschakelen, kunnen er iets aan doen om te voorkomen dat hun inboedel langs de kant van de weg strandt. Van Broekhoven: “Klanten doen er goed aan om te controleren of ze met een bonafide bedrijf in zee gaan. Via de website van het NIWO kun je nakijken of het bedrijf een vergunning heeft. Vermoed je dat een bedrijf verhuizingen uitvoert zonder vergunning? Meld dit dan bij de ILT of bij de NIWO”.

Samenwerking

Deze voorlichtings- en controleactie is onderdeel van een samenwerking tussen de ILT, de brancheorganisatie voor Erkende Verhuizers (OEV), Codekamer Verhuizen, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), Stichting Vervoersbond Naleving Beroepsgoederenvervoer over de weg (VNB) en Transport en Logistiek Nederland (TLN) om oneerlijke concurrentie en misstanden in de verhuisbranche aan te pakken.

Lees ook: ILT controleert naleving arbeids- en rusttijden taxichauffeurs

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Inspectie Leefomgeving en Transport




Pitane Driver Tikkie

€18,5 mln Europese subsidie voor spoorverbindingen

Nederland krijgt dit jaar 18,5 miljoen euro subsidie uit Brussel voor internationale spoorverbindingen. 12,6 miljoen hiervan gaat naar de snelle directe verbinding tussen Groningen en Bremen, de zogeheten Wunderline. Nog eens 5,9 miljoen wordt uitgetrokken voor de spoorgoederenverbinding tussen Venlo en Kaldenkirchen. 

Daarnaast gaat er nog eens 19,5 miljoen euro Europees subsidiegeld naar het stiller maken van goederentreinen uit de landen om ons heen. Hier heeft Nederland ook belang bij, omdat internationale treinen meer dan 90 procent uitmaken van het spoorgoederenvervoer over ons spoor. Dat meldt de Rijksoverheid.

Het binnenhalen van de Europese subsidies is een welkome steun in de rug voor staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat), die werkt aan betere en snellere spoorverbindingen met de landen om ons heen. De komende jaren wil zij twee miljoen reizigers extra verleiden de trein te kiezen op korte afstanden binnen Europa. Als de nieuwe Europese Commissie straks geïnstalleerd is, zal Van Veldhoven zich in Brussel hard maken voor goede en snelle internationale spoorverbindingen.

Het formele besluit voor de komst van de snelle Wunderline tussen Groningen en Bremen werd eerder dit jaar genomen. Met de trein die hier gaat rijden, zijn reizigers straks in zo’n twee uur van de ene- in de andere stad. Het kabinet investeert hier 17 miljoen euro in. Spoorbeheerder ProRail en de Duitse collega starten uiterlijk in 2021 met de benodigde werkzaamheden om de verbinding tot stand te brengen.

Voor Venlo – Kaldenkirchen wordt het subsidiegeld besteed aan het oplossen van knelpunten die er nu nog zijn op het grensoverschrijdende traject. De verbeterde verbinding moet straks bijdragen aan een betere internationale bereikbaarheid van Venlo en de omliggende regio. Concreet gaat het onder meer om de uitbreiding van sporen en emplacementen die geschikt gemaakt moeten worden voor langere goederentreinen.

TEN-T netwerk

In totaal is dit jaar 97,5 miljoen euro Europees subsidiegeld uitgekend. Het Nederlandse aandeel van 16 procent hierin is daarmee hoog. De subsidies komen uit het Europese programma voor het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T). Dit programma heeft als doel om binnen de Europese Unie tot één grensoverschrijdend netwerk voor het vervoer over land, water en door de lucht te komen. 

Elk jaar worden door het ministerie van Infrastructuur en Milieu projecten voorgedragen. Vandaag gingen de Europese lidstaten akkoord met het voorgenomen besluit rondom de subsidieverdeling van de Europese Commissie.

Lees ook: Eurostar en Thalys gaan met hoge snelheid fuseren






Spoor in 2025 aan plafond zonder forse aanpassingen

Steeds meer Nederlanders kiezen voor de trein. In de eerste jaarhelft steeg het aantal reizigerskilometers bij de NS met bijna 5%, blijkt uit de halfjaarcijfers die het vervoerbedrijf vrijdag bekendmaakte. Dat is veel meer dan eerder werd geraamd.

Volgens het FD is de NS blij met die toestroom, maar ziet zich ook voor een probleem gesteld. Het spoornet van Nederland, een van de dichtste netwerken ter wereld, raakt overvol. In eerdere prognoses zou het plafond in 2030 worden bereikt, maar die raming is volgens de NS achterhaald. Dit is waarschijnlijk al in 2025 het geval, zegt het bedrijf vrijdag. Zonder forse aanpassingen kunnen er dan niet méér reizigers worden vervoerd.

Meer capaciteit nodig.

Roger van Boxtel, president‐directeur van de NS, schrijft in een toelichting:

‘Nu het spoorplafond vervroegd in zicht komt, hebben we dringend meer capaciteit nodig om meer treinen te kunnen rijden. NS pleit er daarom samen met de Mobiliteitsalliantie voor dat het budget voor ProRail versneld beschikbaar komt om knelpunten in de infrastructuur voor 2027 op te lossen.’

NS bereidt zelf zijn capaciteit fors uit door nieuwe treinen aan te schaffen. Maar op termijn kan het bedrijf de dienstregeling nog nauwelijks uitbreiden en treinen op de drukste trajecten niet meer verlengen. Daarom doet de NS een beroep op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om versneld middelen ter beschikking te stellen.

De NS heeft een investeringsprogramma lopen tot 2024 van in totaal €3,8 mrd voor vernieuwing en aanschaf van treinen, zowel sprinters als intercity’s.

Lees ook: NS bestelt achttien nieuwe treinstellen voor IC grensoverschrijdende verbinding