Frans Timmermans wil Rotterdam Airport en Maastricht Airport sluiten voor woningbouw.
GroenLinks-PvdA presenteert in haar verkiezingsprogramma een opvallend en ingrijpend voorstel om de woningnood in Nederland aan te pakken: meerdere regionale luchthavens moeten verdwijnen en plaatsmaken voor nieuwbouwwijken. Volgens de partij is het onvermijdelijk dat andere belangen moeten wijken om ruimte te creëren voor woningbouw. Zo wil GroenLinks-PvdA niet alleen landbouwgrond en verloederde bedrijventerreinen inzetten voor woningen, maar ook luchthaventerreinen, waar volgens hen vaak al de basisinfrastructuur aanwezig is.
woningbouw
Frans Timmermans, lijsttrekker van GroenLinks-PvdA, noemt specifiek de luchthaven bij Rotterdam en Maastricht Airport als voorbeelden van locaties die geschikt zouden zijn voor woningbouw. “De luchthaven daar is structureel verliesmakend. Tegelijkertijd hebben we ruimte nodig voor natuur en nieuwe woningen. Ook bij Rotterdam zou de regio opknappen wanneer er in plaats van de luchthaven groen en woningen worden aangelegd,” aldus Timmermans. Door bestaande luchthaventerreinen om te vormen tot woongebieden, kan volgens hem veel sneller worden begonnen met de bouw, omdat er al wegen, riolering en andere voorzieningen aanwezig zijn.
Daarnaast ziet de partij kansen rond Schiphol. Als het aantal vluchten op de nationale luchthaven wordt verminderd, kan er volgens het verkiezingsprogramma ‘veel meer’ gebouwd worden in de regio. Timmermans benadrukt dat het de partij niet gaat om het volledig onmogelijk maken van vliegen: “Er zijn op soms een uur rijden alternatieven als je bijvoorbeeld op vakantie wil.”
sociaal
Een belangrijk onderdeel van het plan van GroenLinks-PvdA is dat nieuwbouwwoningen betaalbaar moeten blijven. In elk nieuwbouwproject moet 40 procent van de huurwoningen een huur van maximaal 900 euro per maand hebben, en nog eens 30 procent moet bestaan uit huurwoningen tot 1200 euro per maand of koopwoningen met een maximumprijs van 405.000 euro. Deze norm ligt aanzienlijk hoger dan de huidige landelijke eisen, waar vaak slechts tot 30 procent sociale woningbouw wordt verplicht.
Lisa Westerveld – Tweede Kamerlid Groenlinks – foto: Pitane Blue
Projectontwikkelaars hebben in het verleden al gewaarschuwd dat strengere eisen tot vertragingen of zelfs afstel van bouwplannen kunnen leiden. Toch blijft Timmermans bij zijn standpunt dat het tempo van vergunningverlening omhoog moet. Daarnaast noemt hij het overbelaste stroomnet als grootste huidige knelpunt. “Het duurt nu echt te lang voordat vergunningen worden verleend. Ook moet het stroomnet sneller worden uitgebreid, want het huidige overbelaste net is nu het grootste probleem.”
corporatiewoningen
Verder wil GroenLinks-PvdA dat middeninkomens vaker in aanmerking komen voor betaalbare corporatiewoningen. Ook moet de jaarlijkse huurstijging wettelijk worden beperkt, zelfs in tijden van hoge inflatie. Het plan komt nadat woningcorporaties eerder dit jaar dreigden met een rechtszaak tegen het demissionaire kabinet, omdat de huren in de sociale sector niet mochten stijgen met de inflatie, wat volgens de corporaties hun investeringsruimte beperkte.
Timmermans stelt voor om de belasting voor woningcorporaties af te schaffen en hen toegang te geven tot goedkopere leningen, zodat zij meer financiële ruimte hebben om te bouwen. Om de ambitieuze bouwplannen te financieren, wil GroenLinks-PvdA onder meer de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afschaffen, het grondbezit zwaarder belasten en de waardestijging van grond afromen. Ook moeten gemeenten opnieuw zelf mogen bepalen of statushouders voorrang krijgen bij de toewijzing van huurwoningen.
Van betaalbaarheid tot duurzaamheid: hoe willen politieke partijen ons land de komende jaren mobiel houden?
Het is een dringende oproep die klinkt als een alarmbel in de oren van iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland. De vraag is of hetzelfde geluid ook hoorbaar is bij de politieke partijen? “Als er niets gebeurt, komt Nederland letterlijk en economisch stil te staan.” Dat zegt Marga de Jager, de voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, een samenwerkingsverband van 25 organisaties in de vervoerssector, waaronder de ANWB, de Fietsersbond, Schiphol en de NS. De alliantie pleit ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 2 tot 3 miljard euro extra investeert in de vervoersinfrastructuur.
politieke partijen
Nu de politieke partijen hun standpunten over mobiliteit verder hebben verfijnd in hun verkiezingsprogramma’s, wordt het meer dan ooit tijd om deze urgentie te onderkennen en actie te ondernemen. Of zoals De Jager het verwoordt: “Zorg in elk geval dat datgene wat gepland stond ook wordt uitgevoerd de komende jaren.” De mobiliteitsplannen van Nederlandse politieke partijen tonen een scherp contrast in visies en benaderingen. In een land waar mobiliteit een kritieke rol speelt in het dagelijks leven, biedt elk van de grote partijen een unieke draai aan hoe ze deze essentiële sector willen hervormen.
Maar er is meer. De Jager wijst erop dat zonder adequate investeringen in mobiliteit, ook het proces van verduurzaming in gevaar komt. Dit heeft niet alleen ecologische implicaties, maar bedreigt ook de economische vitaliteit van het land. Bovendien ligt er een sociale tijdbom op de loer. Als de kosten voor mobiliteitsdiensten blijven stijgen zonder overheidsinterventie, worden deze diensten onbetaalbaar voor een grote groep mensen. Tijd voor onze redactie in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen voor een analyse en ons samenvattend inzicht in de verschillende partijprogramma’s.
Marga de Jager – CEO ANWB
De VVD richt zich op betaalbaarheid en efficiëntie, ondersteund door technologische innovaties. De partij is daarmee populair onder middengroepen en ondernemers. Maar de VVD’s standpunt om accijnzen op auto’s te verlagen staat op gespannen voet met hun streven naar een snelle overgang naar elektrisch rijden, wat vragen oproept over de consistentie van hun plannen. De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen.
De PvdA–GroenLinks verschuift de aandacht naar sociale inclusiviteit, met een nadruk op het maken van openbaar vervoer dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Deze sociaal gerichte aanpak klinkt mooi, maar critici wijzen erop dat er weinig details zijn over hoe de partij deze plannen denkt te financieren. De politieke alliantie neemt een expliciet milieuvriendelijke houding aan. Hun focus ligt op het verminderen van de CO2-uitstoot door substantiële investeringen in fietsinfrastructuur en de vergroening van het openbaar vervoer. Deze groene agenda krijgt steun onder een jongere demografie, maar stuit ook op weerstand bij diegenen die vrezen voor hogere belastingen en kosten.
D66 probeert een middenweg te vinden tussen economische groei en duurzaamheid. Ze zetten in op waterstof als een potentiële brandstof van de toekomst en willen tegelijkertijd het bestaande openbaar vervoersnetwerk moderniseren. Dit evenwichtige standpunt kan in theorie een breed electoraat aanspreken, maar het brengt het risico met zich mee van niet genoeg focus op één specifiek gebied.
kleinere partijen
Terwijl de grote partijen hun eigen uitgesproken visies op mobiliteit hebben, mogen de standpunten van kleinere en opkomende partijen niet over het hoofd worden gezien, omdat ze vaak nieuwe en innovatieve benaderingen bieden.
Portret van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.
De SP benadrukt een meer gemeenschapsgerichte benadering van mobiliteit. Hun focus ligt op het verbeteren van lokale en regionale vervoersdiensten, waardoor de partij een sterke achterban kan opbouwen in kleinere gemeenschappen. Echter, het gebrek aan aandacht voor nationale en internationale verbindingen kan een beperkende factor zijn in hun mobiliteitsvisie.
Het CDA streeft naar verbeterde bereikbaarheid in minder dichtbevolkte regio’s door substantiële investeringen in belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Bovendien pleit de partij voor financiële steun aan regionale openbaarvervoerprojecten zoals de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster. In een ongebruikelijke beweging kant de partij zich tegen rekeningrijden in dunbevolkte gebieden, kiezend voor een e-vignet om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verwerven voor het onderhoud van wegen.
Forum voor Democratie (FVD) maakt bijvoorbeeld een gedurfde keuze door te pleiten voor de afschaffing van veel bestaande milieuvoorschriften rond mobiliteit. De partij beschouwt deze regelgeving als een belemmering voor economische groei. Dit standpunt kan resoneren bij een groep kiezers die zich gefrustreerd voelen door wat zij zien als overregulering, maar het roept ook vragen op over duurzaamheid en langetermijneffecten op het milieu.
De Partij voor de Dieren legt de nadruk juist sterk op duurzaamheid, en wil het gebruik van fossiele brandstoffen fors verminderen. Ze pleiten voor investeringen in alternatieve, duurzamere vormen van transport, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Hoewel deze visie aantrekkelijk kan zijn voor milieubewuste kiezers, lopen ze het risico anderen af te schrikken die vrezen voor een te drastische verandering in hun dagelijks leven.
Om deze doemscenario’s te vermijden, heeft de Mobiliteitsalliantie een aantal concrete voorstellen gedaan. Naast het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en de verbreding van de A4, wordt er gepleit voor het in stand houden van de pontveren die een vitale rol spelen in het vervoer van mensen over water. Dit alles, zegt De Jager, vereist niet alleen plannen, maar vooral ook daadkracht van het nieuwe kabinet.
De ChristenUnie ziet mobiliteit als een manier om de sociale cohesie te bevorderen, waarbij zowel lokale gemeenschappen als het gehele land worden verbonden. Zij focussen op betrouwbaar openbaar vervoer en goede weginfrastructuur als middelen om dit te bereiken. Hoewel deze aanpak minder controversieel is, ontbreekt het aan een duidelijke visie op milieuvraagstukken.
Denk wil het openbaar vervoer toegankelijker maken voor minderbedeelden en pleit voor eerlijkere prijzen. Daarnaast wil de partij dat er meer aandacht komt voor de transportbehoeften van minderheden en nieuwkomers. Deze inclusieve benadering kan een bepaalde niche aanspreken, maar de uitwerking en financiële haalbaarheid blijven vraagstukken.
Foto: SGP – Chris Stoffer
Bij elkaar genomen tonen deze partijen een breed scala aan benaderingen, van deregulering en economische groei tot sociale inclusiviteit en milieuduurzaamheid. Zoals de grotere partijen hun eigen specifieke kiezersgroepen aantrekken, doen ook deze kleinere partijen dat, en hun invloed op het nationale debat over mobiliteit kan niet worden genegeerd.
De SGP, vaak gezien als conservatief en traditioneel, heeft een verrassend pragmatische benadering van mobiliteit. Ze zijn voorstander van een goed onderhouden weginfrastructuur, maar willen ook investeren in nieuwe technologieën om de verkeersdoorstroming te verbeteren. Op deze manier probeert de partij een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie.
Naarmate de verkiezingen naderen, wordt het steeds belangrijker om deze diverse visies te wegen en te overwegen welke het meest coherent en toepasbaar zijn op een nationaal niveau. Terwijl de focus vaak ligt op de grotere en bekendere partijen, dragen ook de kleinere partijen bij aan de veelzijdigheid van het debat rondom mobiliteit. Enkele voorbeelden zijn SGP, 50Plus en BIJ1.
Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga
JA21, een relatief nieuwe speler, houdt er liberale economische ideeën op na, waarbij particulier ondernemerschap in de mobiliteitssector wordt gestimuleerd. Ze willen de markt meer openstellen en bureaucratische belemmeringen verminderen, wat in hun ogen tot meer innovatie en efficiëntie zou leiden.
50Plus legt de nadruk op het verbeteren van de mobiliteit voor ouderen. Dit omvat niet alleen openbaar vervoer, maar ook speciale diensten en voorzieningen voor senioren, zoals buurtbussen en ouderentaxi’s. In een vergrijzende samenleving kan deze focus op ouderen een belangrijk punt van overweging zijn.
BIJ1 richt zich op het creëren van een meer inclusieve samenleving en dit is terug te zien in hun standpunten over mobiliteit. De partij streeft naar betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen, met een speciale focus op kwetsbare groepen. Hiermee wil BIJ1 de mobiliteitskloof verkleinen die vaak te zien is in diverse en ongelijke samenlevingen.
Kortom, de kleinere partijen belichten facetten van het mobiliteitsdebat die soms over het hoofd worden gezien door de grotere partijen. Ze brengen onderwerpen als inclusiviteit, veroudering en efficiëntie naar voren, en voegen daarmee een extra laag van complexiteit toe aan de discussie. In de aanloop naar de verkiezingen zou het onverstandig zijn deze partijen en hun unieke benaderingen te negeren.
Een interessant aspect van het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA is de focus op waterstof als een alternatieve, duurzame energiebron.
Vandaag werd het gezamenlijke verkiezingsprogramma van GroenLinks en de PvdA gepresenteerd. Het programma belicht diverse onderwerpen, maar het deel dat specifiek gericht is op mobiliteit verdient extra aandacht. Met thema’s als duurzaamheid, sociale gelijkheid en bereikbaarheid biedt het programma een frisse blik op hoe mobiliteit in Nederland kan worden getransformeerd.
Het partijprogramma stelt dat mobiliteit niet alleen een middel is om van punt A naar punt B te komen, maar dat het een essentieel aspect van ‘brede welvaart’ is. De partij is van mening dat het stimuleren van duurzaam vervoer voordelen zal bieden zoals schonere lucht en minder geluidsoverlast. GroenLinks-PvdA wil het openbaar vervoer toegankelijk maken voor alle inkomensgroepen. Ze stellen een ‘Klimaatticket’ voor, naar Duits voorbeeld, waarbij men voor €49 per maand in de daluren onbeperkt kan reizen. Dit is een duidelijke stap in de richting van het verminderen van de sociale ongelijkheid in het toegang hebben tot mobiliteit.
De partij wil stoppen met de ‘verschraling’ van het openbaar vervoer. Ze stellen voor om nieuwe buslijnen te introduceren, zelfs in kleine dorpen, en om de frequentie van bestaande lijnen te verhogen. Het plan omvat ook een focus op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden in de transportsector, in samenwerking met vakbonden. GroenLinks-PvdA pleit voor een sterke staatsregie op de Nederlandse Spoorwegen en ProRail. Ze onderzoeken zelfs de mogelijkheid om deze twee entiteiten weer samen te voegen in één staatsbedrijf, wat zou kunnen resulteren in een efficiënter en meer geïntegreerd openbaar vervoerssysteem.
Naast milieuoverwegingen is sociale gerechtigheid een andere hoeksteen van het mobiliteitsplan. Door bijvoorbeeld minimale reiskostenvergoedingen in te stellen en reiskosten voor het openbaar vervoer volledig te vergoeden via werkgevers, hoopt de partij het gat tussen hoge en lage inkomens te verkleinen.
Lisa Westerveld – Tweede Kamerlid Groenlinks – foto: Pitane Blue
Een terugkerend thema in het mobiliteitsplan van GroenLinks-PvdA is de actieve rol van de overheid. Of het nu gaat om het beheren van staatsbedrijven, het stimuleren van groene energie, of het aangaan van internationale samenwerkingen, de partij benadrukt de behoefte aan een goed functionerende overheid die kan sturen, reguleren en investeren waar nodig.
Met plannen voor nieuwe spoorlijnen, zoals de Lelylijn, en een focus op internationale treinverbindingen wil de partij de positie van Nederland als een mobiele en verbonden natie versterken. De introductie van accijnzen op kerosine en btw op vliegtickets zou het treinvervoer nog aantrekkelijker kunnen maken. De partij zet ook stappen om het gebruik van de auto te verminderen. Ze pleiten voor een ‘betalen naar gebruik’ beleid, waarbij automobilisten betalen naar de mate van vervuiling die ze veroorzaken. Fiscale voordelen van leaseauto’s worden afgebouwd, en er wordt ingezet op elektrificatie van alle voertuigen tegen 2030.
Het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA biedt een uitgebreide en doordachte visie op de toekomst van mobiliteit in Nederland. Van het streven naar duurzaamheid en sociale gelijkheid tot plannen voor betere lokale, nationale en internationale verbindingen: dit programma heeft het potentieel om de manier waarop we over mobiliteit denken ingrijpend te veranderen. Het is een ambitieus plan dat streeft naar een Nederland dat niet alleen meer verbonden is, maar ook duurzamer en sociaal rechtvaardiger.
Frans Timmermans, nu nog Eurocommissaris in Brussel, wil graag premier van Nederland worden.
Frans Timmermans, Eurocommissaris en eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, heeft bekendgemaakt dat hij de lijsttrekker wil worden voor de PVDA/GroenLinks combinatielijst. “Het is tijd dat we in Nederland weer meer naar elkaar toe groeien in plaats van uit elkaar”, zei Timmermans in een gesprek met de NOS.
Timmermans, die bekend staat om zijn harde werk en duidelijke meningen over verschillende onderwerpen, benadrukte dat hij wil dat “Nederland weer vertrouwen krijgt in zichzelf”. Bij zijn vertrek als Eurocommissaris krijgt het Nederlandse kabinet de mogelijkheid om een nieuwe kandidaat-Eurocommissaris aan te dragen in Brussel.
Terwijl de naam van Timmermans circuleerde als mogelijke lijsttrekker, hebben andere prominente politieke figuren zoals de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman en GroenLinks-leider Jesse Klaver hun interesse in de functie ontkend. Klaver gaf zelfs aan Timmermans te steunen in zijn streven. Terwijl Timmermans zich voorbereidt op de politieke strijd in Nederland, wijzen velen op de uitdagingen die hij zal tegenkomen. Zijn beleid heeft hem zowel lof als kritiek opgeleverd, wat aantoont dat hij zich zal moeten inzetten om zowel zijn bondgenoten als de oppositie te overtuigen.
De Italiaanse staatssecretaris voor Transport, Matteo Salvini, was kritisch en tweette: “Hij zal niet gemist worden. Deze meneer heeft veel schade aangericht, we hopen dat de Nederlandse kiezers hem behandelen zoals hij verdient”.
Hoewel Timmermans in zowel Brussel als Den Haag veel lof heeft ontvangen voor zijn speeches, hebben critici gewezen op zijn grote ego en gevoeligheid voor kritiek. De Italiaanse staatssecretaris voor Transport, Matteo Salvini, was kritisch en tweette: “Hij zal niet gemist worden. Deze meneer heeft veel schade aangericht, we hopen dat de Nederlandse kiezers hem behandelen zoals hij verdient”.
Zijn voorstel om na 2035 geen nieuwe diesel- en benzineauto’s meer te verkopen is controversieel, met sommigen die beweren dat hij los staat van de realiteit. Desondanks is Timmermans al jaren een prominente figuur in groene initiatieven op het Europese toneel, vaak bijgestaan door Diederik Samsom.
Timmermans heeft consequent de nadruk gelegd op duurzame mobiliteit, zoals blijkt uit het door het Europees Parlement goedgekeurde verbod op auto’s met verbrandingsmotoren. Hij heeft ook aandacht gevraagd voor de uitdagingen waarmee de lichte elektrische voertuigen (LEV’s) sector wordt geconfronteerd, waarbij Europese regelgeving innovaties zoals elektrische bakfietsen belemmert.
Green Deal
Onder leiding van Timmermans en Samsom werden ambitieuze groene voorstellen en de ‘Green Deal’ geïntroduceerd. Voorstanders van groene initiatieven en duurzaam beleid in Nederland en daarbuiten hun steun uitgesproken. Velen benadrukken het belang van zijn leiderschap in de ‘Green Deal’ en de consequente focus op duurzame mobiliteit. Ondanks de kritiek heeft Timmermans ook aanzienlijke steun, vooral onder degenen die geloven in een groener en duurzamer Europa. En daar hoort ook GroenLinks-leider Jesse Klaver bij die al een belangrijke steun in de rug is.
Frans Timmermans heeft een cruciale rol gespeeld bij de uitvoering van de Europese Green Deal. De Green Deal is het vlaggenschip-initiatief van de Europese Unie om Europa klimaatneutraal te maken tegen 2050 en een duurzame, groene economie te bevorderen. De Green Deal omvat een breed scala aan beleidsmaatregelen en initiatieven om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de energie-efficiëntie te verbeteren, de transitie naar hernieuwbare energie te bevorderen en duurzaamheid in verschillende sectoren van de economie te stimuleren. Zijn rol omvatte het ontwikkelen van wetgeving, het onderhandelen met EU-lidstaten, het samenwerken met belanghebbenden en het stimuleren van de Europese samenwerking om de doelstellingen van de Green Deal te bereiken.
Frans Timmermans is geen onbekende in de Nederlandse politiek.
Na een loopbaan in de diplomatie werd hij Tweede Kamerlid voor de PvdA. Zijn carrière kende vele hoogtepunten, waaronder een emotionele toespraak bij de Verenigde Naties over de tragedie van vlucht MH17 en verschillende kabinetten. Met de aankondiging van Timmermans wacht Nederland op de volgende stappen in de politieke arena en de mogelijke impact daarvan op zowel nationaal als Europees niveau.
Ondanks GroenLinks over het algemeen zeer betrokken bij lokale mobiliteit praat de voorman liever over dividend.
Het verbaast natuurlijk niemand dat tijdens een speciale uitzending (WNL) over provinciale staten verkiezingen, Jesse Klaver (GroenLinks) het liever heeft over het verdelen van dividend. Dat is voor hem veel belangrijker dan datgene wat men op provinciaal niveau besluit en wat daar op de agenda staat. Elk moment grijpt men aan om partijpolitiek in het daglicht te plaatsen.
GroenLinks die over het algemeen zeer betrokken is bij lokale mobiliteit liet hier een kans liggen om te praten over verschralende mobiliteit in de buitengebieden. Toegegeven, je moet natuurlijk niet dat soort politici voor de camera’s brengen om te praten over lokale thema’s. Die zijn al lang het gevoel verloren met de werkelijkheid, en dat blijkt elke dag opnieuw uit alle dossiers die alle aandacht vragen en dat ook de komende decennia krijgen.
dividend
Ondertussen twittert de GroenLinks-voorman er op los over zijn obsessie winstverdeling en dividendbelasting. Zijn laatste idee is dividend verdelen tussen de aandeelhouders en de werknemers. Dat hierdoor het bijeen gespaarde pensioen van ondernemers halveert is voor Klaver niet van belang. “Tenslotte hebben werknemers er voor gewerkt en gezorgd dat er winst was in het bedrijf “, aldus Jesse Klaver. Dat wellicht zo’n maatregelen grote bedrijven wegjagen uit Nederland ziet Klaver niet als een probleem, integendeel. “Er is werk in overvloed en een groot tekort aan werknemers”, aldus Klaver.
GroenLinks die over het algemeen zeer betrokken is bij lokale mobiliteit liet hier een kans liggen.
Als een politieke partij gericht op groene en duurzame oplossingen, is GroenLinks over het algemeen zeer betrokken bij lokale mobiliteit. De partij pleit voor een vermindering van het aantal auto’s op de weg en een overgang naar duurzame vervoerswijzen zoals openbaar vervoer, fietsen en lopen. Kortom, GroenLinks streeft naar een groenere, duurzamere en gezondere lokale mobiliteit, met meer nadruk op openbaar vervoer, fietsen en lopen, en minder nadruk op auto’s.
Onze leefomgeving staat onder druk en door het verdwijnen van steeds meer buslijnen en bushokjes is mobiliteit in buitengebieden een onderwerp dat alle aandacht moet krijgen de komende weken. Met de Provinciale Staten verkiezingen in aantocht buitelen adviseurs, lokale politici en bestuurders zich over het thema mobiliteit. Het is nu gemakkelijk scoren in begrijpbare taal bij de kiezers, maar wat er daarna nog van overblijft is vaak teleurstellend omdat andere thema’s, die vaak lastiger zijn voor kiezers, prioriteit krijgen. En toch is je verdiepen in de programma’s van politieke partijen belangrijker dan ooit.
Het openbaar vervoer is de afgelopen tientallen jaren verschraald, wat betekent dat veel inwoners in buitengebieden niet meer met de bus kunnen reizen.
Nog niet zo lang schreven wij over het stemhokje waar we op 15 maart kunnen bepalen wat met onze mobiliteit kan gebeuren in eigen regio. Een goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen als zorg, onderwijs, culturele instellingen en sportverenigingen, vinden we voor de leefbaarheid van groot belang. Bij het bepalen van je keuze is ons advies je vooral niet te laten leiden door de landelijke politiek. Die gaat immers niet over een buslijn die wordt geschrapt. Dat doen Provinciale Staten.
De Provinciale Staten spelen dus een belangrijke rol in de besluitvorming over zaken die van invloed zijn op de provincie en haar inwoners, zoals mobiliteit, ruimtelijke ordening, economie en milieu. Verkiezingen voor de Provinciale Staten vinden eens in de vier jaar plaats en worden georganiseerd op 15 maart 2023. Tijdens de Provinciale Staten worden afgevaardigden gekozen die belangrijke beslissingen nemen over de toekomst van de provincie waarin ze gekozen zijn. Elke stem is belangrijk voor het bepalen van een nieuwe kans om te werken aan betere bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio.
Bij de Provinciale Statenverkiezingen die op 15 maart worden gehouden mogen bijna 13,3 miljoen mensen stemmen. Van de kiesgerechtigden mogen 800 duizend jongeren voor het eerst voor de Provinciale Staten stemmen. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS.
Het Centraal Planbureau heeft berekend dat het terugdraaien van die prijsverhogingen 400 miljoen euro kost.
De PvdA en GroenLinks willen dat er experimenten komen waarin de laagst betaalden gratis mogen reizen met het openbaar vervoer. Kamerleden Habtamu de Hoop (PvdA) en Kauthar Bouchallikht (GroenLinks) willen de ‘kaalslag in het ov’ te lijf gaan en de prijsverhogingen ongedaan maken door rijke burgers en bedrijven meer belasting te laten betalen. Volgens het AD presenteren de twee samenwerkende linkse fracties vandaag hun plan ‘Iedereen stapt in’. Daarin stellen ze voor 400 miljoen euro uit te trekken om ‘vervoersarmoede’ tegen te gaan
“Het ov moet een primair basisrecht zijn, niet iets waarmee geld wordt verdiend. Er zijn kleine groepen die het ov heel hard nodig hebben. Mensen in een rolstoel en slechtzienden worden heel hard vergeten.”
Kauthar Bouchallikht – GroenLinks
De Kamerleden willen een jaar lang experimenteren in steden en op het platteland. Wanneer de proeven goed uitpakken, kan het openbaar vervoer daarna eventueel gratis worden wat hen betreft. Het Centraal Planbureau heeft berekend dat het terugdraaien van die prijsverhogingen 400 miljoen euro kost, maar dat geld willen de partijen bijeenbrengen door de winstbelasting en de belasting op vermogen te verhogen.
buitenland
Bouchallikht en De Hoop zijn enthousiast over experimenten in Duitsland met het bijna gratis openbaar vervoer in de vorm van een ticket dat maar 9 euro per maand kost. De Minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) legde eerder ook een opmerkelijk voorstel op tafel binnen de Vlaamse regering. Elke Vlaming zou voor 1 euro per dag onbeperkt met de bus of tram kunnen reizen. De maatregel moest de koopkracht van gezinnen ondersteunen.
Kamerleden Habtamu de Hoop (PvdA) en Kauthar Bouchallikht (GroenLinks) willen de ‘kaalslag in het ov’ te lijf gaan.
Nog even en we gaan weer het stemhokje in. Een goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen als zorg, onderwijs, culturele instellingen en sportverenigingen, vinden we voor de leefbaarheid van groot belang. De Provinciale Staten spelen dus een belangrijke rol in de besluitvorming over zaken die van invloed zijn op de provincie en haar inwoners, zoals mobiliteit, ruimtelijke ordening, economie en milieu.
Verkiezingen voor de Provinciale Staten vinden eens in de vier jaar plaats en worden georganiseerd op 15 maart 2023. Tijdens de Provinciale Staten worden afgevaardigden gekozen die belangrijke beslissingen nemen over de toekomst van de provincie waarin ze gekozen zijn. Elke stem is belangrijk voor het bepalen van een nieuwe kans om te werken aan betere bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio.
Dit kan ook van invloed zijn op de mobiliteit in de eigen regio, omdat de afgevaardigden beslissingen kunnen nemen over hoe geld wordt besteed aan infrastructuurprojecten, zoals de bouw of verbreding van wegen, het opzetten van openbaar vervoer en het bevorderen van alternatieve vervoersmiddelen, zoals fietsen. Daarnaast kunnen de afgevaardigden ook wetten opstellen of aanpassen die van invloed zijn op de mobiliteit in de regio, zoals wetten over parkeren of het gebruik van bepaalde vervoersmiddelen.
GroenLinks wil dat iedereen snel, betaalbaar en comfortabel kan reizen, zonder dat dit ten koste gaat van onze schone lucht. Daarom is GroenLinks al jaren voorstander van rekeningrijden. Je betaalt voor het gebruik van je auto. Hoeveel je betaalt, is afhankelijk van je auto en wanneer je reist. Mensen die buiten de spits reizen, in rustige gebieden of met een schone elektrische of hybride auto, betalen minder dan mensen die in de spits reizen, in drukke gebieden of met vervuilende auto’s. GroenLinks wil dat het gemakkelijker wordt om thuis of op flexibele tijden te werken, zodat mensen niet altijd in spits hoeven te reizen.
Het wordt aantrekkelijker om een elektrische en hybride auto aan te schaffen en de infrastructuur hiervoor wordt dekkend. Het openbaar vervoer wordt een volwaardig alternatief voor de auto. Groenlinks wil veel geld uittrekken, wel 11 miljard euro, uit om het spoor en de treinen beter te maken. In de plannen van GroenLinks gaan autorijders in de spits dus wat meer betalen per kilometer. Maar ook deze mensen gaan er over het geheel genomen in hun besteedbaar inkomen bij GroenLinks op vooruit. Zij betalen minder belasting en gaan bijvoorbeeld fors minder voor de zorg betalen.
GroenLinks wil dat de vervuiler gaat betalen, zodat bijvoorbeeld snelle treinen een eerlijke kans krijgen. Ook moeten de geluidsnormen rond Schiphol controleerbaar en gehandhaafd worden. Er moet een verbod op nachtvluchten komen, en het aantal korte afstandsvluchten moet drastisch verminderen. GroenLinks vindt dat dit moet stoppen en wil bovendien niet nog meer overheidsgeld verspillen aan luchthavens die niet levensvatbaar zijn.
Groenlinks wil stoppen met korte vluchten waarvoor de trein een alternatief is en de vrijkomende ruimte niet vullen met andere bestemmingen. Lelystad Airport gaat niet open. Schiphol en de regionale vliegvelden worden kleiner en concentreren zich op de luchtvaart die voor Nederland belangrijk is. Groenlinks gaat niet met subsidies en belastingvoordelen onrendabele vliegvelden overeind houden. Nachtvluchten zijn niet meer toegestaan. De luchtvaart moet verplicht en wettelijk afdwingbaar geluidsoverlast en uitstoot van stikstof en (ultra)fijnstof verminderen en voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. De luchtvaart kan en mag niet terug naar het niveau van voor corona.
Tweede Kamerverkiezingen
Elektrisch autorijden moet op korte termijn even makkelijk worden als rijden in een benzine- of dieselauto. Het aantal laadpalen neemt flink toe en in steeds meer steden krijgen elektrische auto’s voorrang bij parkeervergunningen. De aanschafkosten van een volledig elektrische auto zijn nu voor de meeste gezinnen nog te hoog, terwijl iedereen voordeel heeft van schone lucht en een goed klimaat. Daarom wil GroenLinks een aanschafpremie voor kleine en middenklasse elektrische auto’s en een lagere bijtelling voor elektrische leaseauto’s. Ook moet de aanschafbelasting voor nieuwe auto’s veel meer afhankelijk worden van de CO2-uitstoot. Met een grotere instroom van nieuwe elektrische auto’s komen er op termijn ook meer 2e handsauto’s beschikbaar.
Vanaf 2025 worden veel stadscentra gesloten voor dieselbusjes en vrachtwagens. Daar is GroenLinks groot voorstander van. Deze zorgen immers voor veel uitstoot en daarmee voor erg slechte luchtkwaliteit in steden. Vanaf 2030 mogen er wat GroenLinks betreft geen auto’s op fossiele brandstoffen meer worden verkocht. GroenLinks wil onafhankelijk Europees toezicht op de typegoedkeuring van de laatste generatie fossiel aangedreven auto’s en vrachtwagens.
Lijsttrekker voor GroenLinks Jesse Klaver is sinds 2010 Tweede Kamerlid voor GroenLinks en sinds 2015 fractievoorzitter. Als meest progressieve oppositieleider heeft hij in de Kamer onderwerpen als belastingontwijking en de oneerlijke verdeling van vermogen op de agenda gezet. Hij was een van de auteurs van de historische Klimaatwet, die in 2019 werd aangenomen door een meerderheid van de Kamer.
Jesse Klaver werd op 1 mei 1986 geboren in Roosendaal. Zijn moeder was van Nederlands-Indische afkomst, zijn vader is Marokkaans. Sinds het overlijden van zijn moeder in 2017, heeft Jesse weer contact met zijn vader en zijn Marokkaans-Nederlandse broertje en zusjes. Optimistisch, idealistisch en ambitieus. Dat is Jesse Klaver.
De leden van de GroenLinks-fractie missen ambitie op de internationale trein. De fractie stelt dat als we minder willen vliegen en kortere afstanden per trein afleggen, dan moet het aanbod fors verbeteren. Meer doorgaande lijnen die grensoverschrijdend de bevolkingscentra met elkaar verbinden, meer HSL-verbindingen die kunnen concurreren met de luchtvaart, betere afstemming op techniek en groeiagenda’s.
De tariefstructuren en passagiersrechten moeten doorzichtiger en beter afgestemd op de reiziger en nationale aanbestedingen gaan nu grotendeels voorbij aan internationale verbindingen. De Europese transportraad zal wat GroenLinks betreft een stevige groeiagenda voor het Europese treinnetwerk moeten formuleren. De leden vragen de minister om zich hiervoor hard te maken.
In reactie op de Green Deal heeft het kabinet eerder aangegeven het teleurstellend te vinden dat personenvervoer per spoor niet concreet is opgenomen in de Green Deal. Om het internationaal personenvervoer per spoor alsnog hoog op de Europese agenda te krijgen, zodat het met prioriteit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de Europese Green Deal, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een position paper opgesteld. Dit position paper is aangeboden aan de Europese Commissaris voor Vervoer en de uitvoerend vicevoorzitter voor de Green Deal.
Het position paper is in lijn met de Nederlandse ambities op het gebied van internationaal personenvervoer per spoor. Er wordt beschreven welke stappen afgelopen jaren gezet zijn, waarom meer en vernieuwde actie nodig is op Europees niveau, welke onderwerpen aangepakt moeten worden. Nederland doet hierbij een concreet voorstel hoe dit kan worden vormgegeven. Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft toegezegd de Kamer dit voorjaar te informeren over de voortgang van het internationale spoordossier.