Tag archieven: hervorming

Op naar vervoerseilanden: bussen verdwijnen en flexvervoer blijft achter

De balans, twee jaar later: minder haltes, minder bereikbaarheid – vooral op het platteland.

Twee jaar na de invoering van wat door de Vlaamse regering en De Lijn zelf werd aangekondigd als de grootste hervorming ooit, blijft de balans bijzonder scherp. De tweede fase van de zogenoemde basisbereikbaarheid moest het openbaar vervoer in Vlaanderen efficiënter, flexibeler en beter afgestemd op de vraag maken. Dag op dag twee jaar geleden werd het nieuwe systeem uitgerold, met grote gevolgen voor reizigers, lokale besturen en het dagelijkse mobiliteitsleven in steden en gemeenten.

De kern van de hervorming bestond uit een duidelijke keuze. Het aanbod van bussen en trams zou niet langer overal gelijk zijn, maar mee evolueren met het aantal reizigers. Waar meer mensen gebruikmaken van het openbaar vervoer, zouden extra ritten worden voorzien. Waar minder vraag is, zou het aanbod worden afgebouwd. Volgens de toenmalige Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia Peeters van Open VLD was dat noodzakelijk. “We willen de vraag meer volgen en de middelen efficiënt inzetten waar ze nodig zijn”, klonk het bij de voorstelling van het plan. Het uitgangspunt was helder, de praktijk bleek complexer.

flexvervoer

In heel Vlaanderen verdwenen 3.247 bushaltes, goed voor zeventien procent van het totale aantal. Bussen moesten vaker op hoofdwegen blijven om sneller en stipter te rijden. Haltes in woonstraten of afgelegen dorpskernen verdwenen, met de belofte dat flexvervoer het gat zou opvullen. Reizigers die geen vaste buslijn meer hadden, konden een flexbus reserveren, vooraf en op aanvraag. Zo zouden busjes niet langer leeg rondrijden, maar precies daar komen waar iemand ze nodig had.

Twee jaar later is het enthousiasme bij veel lokale besturen volledig weggeëbd. Burgemeester Kenneth Taylor van Wichelen spaart zijn kritiek niet. “De basisbereikbaarheid voor iedereen is er niet op vooruitgegaan”, zegt hij in een reactie bij VRT NWS. Hij wijst erop dat zijn gemeente weinig tot geen inspraak had in beslissingen die nochtans grote impact hebben op het dagelijkse leven van inwoners. “Onze vervoersregio Aalst heeft dit plan niet goedgekeurd. De grootste beslissingen voor mijn gemeente worden trouwens genomen in de vervoersregio Gent, en ik heb helemaal geen vat daarop. De inspraak die wij zouden hebben, is een lege doos.”

Twee jaar na de invoering blijft de vraag hangen of de basisbereikbaarheid werkelijk iedereen bereikt, of vooral een rekensom is geworden waarin efficiëntie zwaarder weegt dan toegankelijkheid.

Het gevoel van machteloosheid leeft niet alleen in Wichelen. In verschillende landelijke gemeenten wordt gesproken over ‘vervoerseilanden’, plekken waar inwoners zonder auto nauwelijks nog van A naar B geraken. In Assenede rijden er bijvoorbeeld wel bussen, maar vooral tijdens de ochtendspits voor schoolgaande kinderen. Overdag, in het weekend en tijdens schoolvakanties valt het aanbod in sommige deelgemeenten bijna volledig stil. Volgens De Lijn is het niet mogelijk om een bus met een beperkte omrijtijd van tien minuten extra haltes te laten bedienen, omdat dat de efficiëntie van het netwerk zou ondermijnen.

budgetneutraal

De hervorming werd van bij het begin als budgetneutraal voorgesteld. Dat betekende dat er geen extra middelen beschikbaar kwamen. Nieuwe lijnen of extra ritten konden enkel als er elders werd bespaard. Dat uitgangspunt blijft zwaar doorwegen op het systeem. Het flexvervoer, bedoeld als vangnet, blijkt ondertussen een zorgenkind. Het aantal gebruikers blijft beperkt, terwijl de kosten oplopen door lege kilometers. Vorig jaar raakte bekend dat flexbusjes gemiddeld slechts 1,2 reizigers vervoeren. Dat cijfer voedt de kritiek dat het systeem zijn doel mist en vooral op papier goed klinkt.

Voor veel reizigers voelt de hervorming als een stap achteruit. De afstand tot de dichtstbijzijnde halte is groter geworden, het plannen van een verplaatsing vraagt meer voorbereiding en spontaniteit lijkt verdwenen. Lokale besturen klagen dat ze verantwoordelijk worden gehouden door hun inwoners, terwijl ze zelf nauwelijks beslissingsmacht hadden. 

Reorganisatie volgt na discussie: besparingsronde zet vervoerregio’s onder druk

Op 5 januari past De Lijn haar dienstregeling beperkt aan in 5 vervoerregio’s.

De Lijn bereidt zich voor op een nieuwe fase in haar hervormingstraject en kiest daarbij voor een gerichte bijsturing van de dienstregeling in vijf Vlaamse vervoerregio’s. Vanaf 5 januari worden in Brugge, Midwest, Kortrijk, Limburg en de Vlaamse Rand meerdere aanpassingen doorgevoerd die volgens de vervoersmaatschappij noodzakelijk zijn om de budgetten opnieuw te laten aansluiten bij het oorspronkelijke financiële kader van de basisbereikbaarheid. De Lijn benadrukt dat het gaat om een beperkt pakket van zowat twintig ingrepen, vooral op trajecten waar de bezetting laag ligt tijdens verschillende tijdsblokken en typedagen. Reizigers kunnen alle details van de nieuwe regeling raadplegen via de website en de app, waar de updates sinds deze week toegankelijk zijn.

targetbudget

De betrokken vervoerregio’s hadden tijdens de uitrol van de basisbereikbaarheid hoger ingeschreven budgetten dan voorzien. De Lijn kreeg daarom nog eerder dit jaar de opdracht om het aanbod per regio opnieuw af te stemmen op het zogenaamde targetbudget. Volgens de maatschappij werd die oefening deze zomer intensief besproken met de vijf regio’s die nu in januari met de afgesproken correcties van start gaan. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om lijnen of stukken van lijnen waar relatief weinig reizigers gebruik van maken, wat volgens De Lijn een objectief criterium vormde bij de evaluatie.

Los van deze financiële bijsturing lopen na de kerstvakantie ook operationele aanpassingen in bijna alle regio’s. De Lijn spreekt over aanpassingen die vooral bijdragen aan een betere afstemming met treinverbindingen of ontstaan op vraag van scholen die andere begin- of einduren hanteren. De maatschappij stelt dat dergelijke wijzigingen traditioneel in januari plaatsvinden wanneer scholen na de vakantie hun uurroosters definitief vastleggen en NMBS kleine optimalisaties doorvoert in de eigen dienstregeling. Deze operationele wijzigingen staan volgens De Lijn volledig los van de budgetoefening.

Foto: De Lijn – 65+

Reizigers in de betrokken regio’s volgen ondertussen nauwgezet hoe de nieuwe dienstregeling hun dagelijkse verplaatsingen beïnvloedt, terwijl de maatschappij zelf een evenwicht zoekt tussen dienstverlening, efficiëntie en budgettaire haalbaarheid.

Hoewel deze twintig besparingsmaatregelen reeds gecommuniceerd zijn, wijst De Lijn erop dat er nog een andere taak wacht: een bijkomende besparing van dertig miljoen euro die later nog gerealiseerd moet worden. De vervoersmaatschappij geeft mee dat deze oefening nog gedetailleerder zal worden uitgevoerd en dat vooral lijnen met zeer laag gebruik daarbij onder de loep komen. “Deze oefening start zo snel mogelijk en gebeurt in samenspraak met de vervoerregio’s,” klinkt het volgens de interne mededeling die bij de aankondiging werd gedeeld. Extra details over die volgende ronde zijn nog niet bekend, maar De Lijn benadrukt dat het proces samen met de lokale besturen wordt opgezet.

Volgens betrokkenen binnen de regio’s is het belangrijk dat reizigers de wijzigingen tijdig kunnen inkijken en hun verplaatsingen indien nodig aanpassen. De Lijn bevestigde eerder dat alle informatie volledig is opgeladen in de routeplanner en dat reizigers meteen zicht hebben op de invloed van de nieuwe regeling op hun dagelijkse traject. De vervoersmaatschappij gaf verder aan dat ze de effecten van de aanpassingen nauwgezet zal opvolgen wanneer de nieuwe regeling in werking treedt. De nadruk ligt daarbij op het garanderen van een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen binnen het kader van de basisbereikbaarheid, een hervorming die voortaan het volledige Vlaamse openbaar vervoer aanstuurt.

De start van de aangepaste regeling op 5 januari markeert daarmee een nieuwe stap in het grotere hervormingsproject waarbij elke vervoerregio een eigen aanbod tekent binnen zijn budgettaire grenzen. Hoe de bijkomende dertig miljoen besparing eruit zal zien, blijft voorlopig nog onderwerp van overleg, maar duidelijk is dat De Lijn de komende maanden verder zal sleutelen aan haar netwerk. 

NMBS: tot 64 procent korting mogelijk voor jongeren en senioren

Reizigers die de trein nemen buiten de piekuren of tijdens het weekend, zullen binnenkort flink wat minder betalen.

De NMBS voert op 15 oktober een volledig nieuw tarievenstelsel in dat volgens de spoorwegmaatschappij de grootste hervorming in decennia vormt. Met het nieuwe systeem wil de NMBS niet alleen het treinverkeer beter spreiden, maar ook meer mensen overtuigen om tijdens de rustiger momenten de trein te nemen.

De kern van de hervorming is de introductie van de voordeelkaart Train+, die recht geeft op een korting van 40 procent tijdens daluren en weekends. Wie deze kaart aankoopt, betaalt 6 euro per maand of 48 euro per jaar. Bovendien geldt er tot het einde van dit jaar een promotietarief van 50 procent op de prijs van Train+, wat betekent dat reizigers tijdelijk nog voordeliger kunnen reizen.

daluren

De NMBS benadrukt dat het gemiddelde tarief zal dalen. Vooral wie vaak reist tijdens daluren of in het weekend, zal dat volgens de maatschappij duidelijk merken in de portemonnee. “We willen meer mensen op de trein krijgen op momenten dat er nog voldoende capaciteit is,” klinkt het bij de spoorwegmaatschappij. “De meeste treinen zitten tijdens de spits goed vol, maar daarbuiten is er nog veel ruimte. Met Train+ willen we dat evenwicht verbeteren.”

Voor jongeren, senioren en reizigers met recht op een verhoogde tegemoetkoming verandert er nog meer ten goede. Zij behouden hun bestaande korting van 40 procent, maar kunnen die voortaan combineren met de Train+ korting, waardoor de totale besparing kan oplopen tot 64 procent op het standaardtarief. Voor deze groepen is ook de prijs van de voordeelkaart lager vastgesteld: 4 euro per maand of 32 euro per jaar.

trajecten

Een opvallende nieuwigheid in het systeem is dat de tarieven voortaan per kilometer worden berekend. Dat betekent dat reizigers nauwkeuriger betalen voor de afstand die ze effectief afleggen. Tegelijk verlaagt de NMBS de maximumafstand waarop de prijs berekend wordt: die daalt van 150 naar 120 kilometer. In de praktijk zullen dus vooral reizigers die langere trajecten afleggen, minder betalen dan vandaag.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Een extra stimulans is de prijsplafondregeling: wie met Train+ reist, betaalt als volwassene nooit meer dan 14 euro per rit, ook niet tijdens de spitsuren. Op die manier wil de NMBS transparantie en voorspelbaarheid bieden aan wie regelmatig de trein neemt.

losse tickets

Het nieuwe systeem geldt enkel voor losse tickets en niet voor abonnementen. Voor pendelaars die dagelijks dezelfde route nemen, blijft alles dus zoals het is. Toch verwacht de NMBS dat 70 tot 80 procent van de reizigers er financieel op vooruit zal gaan of minstens evenveel zal betalen als nu.

De Train+ kaart is vanaf 15 oktober te koop via alle gebruikelijke kanalen: online, aan de ticketautomaten en aan de loketten. Reizigers kunnen de kaart koppelen aan hun MoBIB-kaart, hun onlineprofiel op MyNMBS, of ze kunnen ervoor kiezen om een losse QR-code te gebruiken.

De NMBS ziet deze hervorming als een belangrijke stap in de modernisering van haar tariefstructuur. Door de prijzen te verlagen wanneer de treinen minder druk bezet zijn, hoopt de maatschappij de efficiëntie van haar netwerk te vergroten en tegelijk nieuwe reizigers aan te trekken.

Hervorming Vlaamse autokeuring: ook garages mogen straks auto controleren

Wachten in lange rijen voor een jaarlijks bezoek aan het keuringsstation lijkt binnenkort verleden tijd.

De Vlaamse regering heeft een ingrijpende hervorming van de autokeuring goedgekeurd. Binnenkort zal het mogelijk zijn om ook bij erkende garages een officieel keuringsbewijs te krijgen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) bevestigt dat garages met de juiste uitrusting en erkenning dezelfde keuringen mogen uitvoeren als de klassieke keuringsstations.

“Door ook garages de kans te geven auto’s te keuren, willen we de keuring toegankelijker en klantgerichter maken,” verklaart De Ridder. “Het bestaande model bleef met lange wachttijden kampen en bood ook weinig ruimte voor verbetering.”

kritiek

De hervorming komt er nadat al jarenlang kritiek klinkt op de beperkte klantvriendelijkheid en de rigide structuur van de huidige keuringscentra. De plannen van De Ridder zijn een voortzetting van eerdere voorstellen onder voormalig minister Lydia Peeters (Open VLD), maar zijn nu concreet uitgewerkt en goedgekeurd.

Naast het openstellen van de keuring voor garages verandert er nog meer. De huidige 70 verschillende vaste tarieven worden afgeschaft. In de plaats komt een prijsvork, waarbij garages een tarief mogen bepalen binnen vooraf vastgelegde grenzen. “In plaats van vaste tarieven komt er een prijsvork. Maar de burger blijft beschermd via maximumtarieven”, aldus De Ridder. Volgens haar moet dit het systeem transparanter en eenvoudiger maken voor de consument.

Opvallend is dat ook de keuringsfrequentie wordt versoepeld. Voertuigen met meer dan 160.000 kilometer op de teller hoeven niet langer elk jaar naar de keuring, maar voortaan slechts om de twee jaar. De verplichte identificatiekeuring bij inschrijving van een wagen wordt afgeschaft, en ook voor het monteren van een trekhaak hoeft de auto niet langer gekeurd te worden.

verzekering

Een andere belangrijke verandering betreft de hersteltijd na een negatieve beoordeling. Waar die vandaag nog beperkt is tot vijftien dagen, krijgen automobilisten in de toekomst twee maanden de tijd om hun wagen in orde te brengen. Ook wordt de controle op de verzekering geschrapt, die vandaag nog deel uitmaakt van de keuring.

“Er bestonden in Vlaanderen heel wat regels die strenger waren dan wat Europa voorschrijft,” zegt De Ridder. “Tenzij er een significante meerwaarde is voor de veiligheid of de luchtkwaliteit, maken we daar nu komaf mee. Waarom strenger zijn, wanneer die regels nergens toe leiden, behalve tot frustratie?”

Een maatregel die zeker opvalt is de afschaffing van de tweedehandskeuring. Bij verkoop van een wagen volstaat voortaan een geldig keuringsbewijs. Volgens De Ridder is dat “zoals ook in veel andere Europese landen” de gangbare praktijk.

minder streng

Niet enkel personenwagens profiteren van de versoepelingen. Ook voor bestelwagens, taxi’s, ambulances, landbouwvoertuigen, bussen en kermiswagens worden de regels minder streng.

De hervorming wordt gefaseerd ingevoerd. Sommige maatregelen gaan al komende zomer van start. De volledige hervorming moet in 2028 volledig operationeel zijn. In juli 2024 startte al de eerste fase, waarbij jonge voertuigen onder bepaalde voorwaarden maar om de twee jaar gekeurd moeten worden.

monopolie

Hoe de bestaande keuringsstations zullen reageren op de hervorming, is voorlopig onduidelijk. In het verleden uitte sectorfederatie GOCA zich bijzonder kritisch over soortgelijke plannen. De hervorming zou hun jarenlang monopolie op de technische keuring deels doorbreken.

Volgens de Vlaamse regering is de hervorming broodnodig. “De klant staat centraal,” klinkt het. En wie binnenkort nog uren moet aanschuiven, zal daar vooral zelf voor kiezen.

Belastingverlaging en mobiliteitshervormingen: dit zijn de plannen van de Arizona-coalitie

De nieuwe federale regering van België, beter bekend als de Arizona-coalitie, heeft haar regeerakkoord gepresenteerd.

Onder leiding van premier Bart De Wever (N-VA) zet de coalitie in op een reeks fiscale hervormingen en mobiliteitsmaatregelen die zowel de koopkracht van werkende Belgen als de concurrentiekracht van de economie moeten versterken. De regeringspartijen – N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V – hebben ambitieuze plannen, maar stuiten ook op stevige kritiek vanuit de oppositie en maatschappelijke organisaties.

economie stimuleren

Een van de speerpunten van het nieuwe regeerakkoord is de verlaging van de belastingdruk op arbeid. De regering wil dit realiseren door een verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage en een versterking van de sociale werkbonus. Hierdoor zouden nettolonen stijgen, wat vooral werkende Belgen ten goede moet komen.

Daarnaast zet de coalitie in op een bredere fiscale hervorming om ondernemerschap te stimuleren. De focus ligt op het verhogen van de koopkracht en het aantrekkelijker maken van België als investeringsland. In dat kader worden de regels voor expats versoepeld. Zo wordt de belastingvrije vergoeding verhoogd van 30% naar 35%, het jaarlijkse plafond van €90.000 wordt afgeschaft en de minimale bruto bezoldiging verlaagd van €75.000 naar €70.000. De regering hoopt hiermee hoogopgeleide buitenlandse werknemers en investeerders aan te trekken.

Ook de investeringsaftrek wordt aangepast. Ondernemingen die bijdragen aan de energie- en klimaattransitie krijgen een verhoogde aftrek. Voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling vervalt de gewestelijke attestvereiste, en bedrijven kunnen zich laten erkennen als onderzoekscentrum, wat zorgt voor een stabieler fiscaal kader op lange termijn.

Volgens de regering moeten deze maatregelen België concurrerender maken en de economie op lange termijn versterken. Critici stellen echter dat de hervormingen te weinig doen om de fiscale druk op de middenklasse te verlagen en vooral gunstig zijn voor bedrijven en hoge inkomens.

verplicht mobiliteitsbudget

Naast fiscale hervormingen besteedt het regeerakkoord veel aandacht aan mobiliteit. Zo blijven de fiscale voordelen voor plug-inhybrides grotendeels behouden. Het maximale aftrekpercentage van 75% blijft tot eind 2027, waarna het stapsgewijs wordt afgebouwd naar 65% in 2028 en 57,5% in 2029. Brandstofkosten voor deze voertuigen blijven tot eind 2027 voor 50% aftrekbaar.

Een opvallende maatregel is de hervorming van het mobiliteitsbudget. Bedrijven die bedrijfswagens aanbieden, worden verplicht om werknemers een mobiliteitsbudget te geven. Dit budget kan worden gebruikt voor alternatieve mobiliteitsopties zoals openbaar vervoer, fietsen en deelauto’s. Hiermee hoopt de regering de mobiliteitskeuzes van werknemers te verbreden en de files te verminderen.

Foto: © Pitane Blue – Regeerverklaring Bart de Wever

In Brussel wordt echter gesnoeid in de Beliris-middelen, het federale fonds dat investeert in Brusselse infrastructuur en mobiliteitsprojecten. Hierdoor dreigen onder meer de uitbreidingsplannen voor het metronetwerk in gevaar te komen. Vooral in het Brusselse Gewest klinkt kritiek op deze besparing, omdat mobiliteit in de hoofdstad al jarenlang een heikel punt is.

politieke samenstelling

Hoewel de Arizona-coalitie ambitieuze hervormingen aankondigt, blijft kritiek niet uit. Oppositiepartijen twijfelen aan de haalbaarheid van de voorgestelde begroting. Er wordt gevreesd dat de hervormingen onvoldoende gefinancierd zijn en de schuldpositie van België verder zal verslechteren.

Daarnaast wordt het tempo van de hervormingen als te traag beschouwd, met name op het gebied van pensioenen. Volgens critici had de regering sneller moeten schakelen om het vergrijzingsprobleem aan te pakken.

Sommige organisaties en economen spreken van gemiste kansen. Zij vinden dat het regeerakkoord geen fundamentele structurele hervormingen doorvoert, terwijl de Belgische economie voor grote uitdagingen staat. Ook de politieke samenstelling van de coalitie roept vragen op. De regering bestaat uit partijen van links (Vooruit) tot rechts-liberaal (MR) en Vlaams-nationalistisch (N-VA), wat de interne cohesie onder druk zou kunnen zetten.

Arizona-coalitie: ambitieus

De Arizona-coalitie, die op 3 februari 2025 werd geïnstalleerd, moet een complex evenwicht bewaren tussen verschillende politieke stromingen en regionale belangen. De naam van de coalitie verwijst naar de kleuren van de vlag van de Amerikaanse staat Arizona, die overeenkomen met de politieke kleuren van de deelnemende partijen: geel voor de Vlaams-nationalisten (N-VA), blauw voor de liberalen (MR), oranje voor de christendemocraten (CD&V en Les Engagés) en rood voor de socialisten (Vooruit).

De komende maanden zullen uitwijzen of de regering-De Wever haar ambitieuze plannen kan realiseren en voldoende draagvlak kan behouden. Ondertussen blijft de kritiek op de begroting, de mobiliteitsplannen en de interne samenhang van de coalitie een belangrijke uitdaging.

Taxihervorming: grondwettelijk hof stelt taxisector Brussel grotendeels in het gelijk

Het Grondwettelijk Hof heeft afgelopen donderdag de meeste bezwaren tegen de hervorming van de Brusselse taxisector verworpen, aldus de Belgische taxiorganisatie GTL.

De ordonnantie van 9 juni 2022 creëert een eengemaakte taxisector, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen standplaatstaxi’s, straattaxi’s en ceremoniële taxi’s, waarop verschillende regels van toepassing zijn. Het Hof vindt wel dat een samenwerkingsakkoord had moeten zijn gesloten tussen de drie gewesten over intergewestelijke ritten. 

In de ordonnantie wordt ook in overgangsmaatregelen voorzien, met name voor de houders van een onder de vroegere wetgeving toegekende vergunning voor de exploitatie van traditionele taxidiensten.

Verschillende marktspelers vroegen de gedeeltelijke vernietiging van de ordonnantie. Het Hof verwerpt grotendeels de bezwaren van de verzoekende partijen, onder meer over de onmogelijkheid voor rechtspersonen om een exploitatievergunning voor taxi’s te verkrijgen, de regels met betrekking tot de reserveringstussenpersonen en de overgangsmaatregelen.  

Anderzijds oordeelt het Grondwettelijk Hof dat een samenwerkingsakkoord gesloten had moeten worden tussen de drie gewesten met betrekking tot intergewestelijke ritten. Het vernietigt dus de bepaling van de ordonnantie die dit punt “eenzijdig” regelt. Het gaat om artikel 3, 1°, tweede lid. Let wel, deze bepaling wordt nietig verklaard, maar het Hof handhaaft de gevolgen ervan tot uiterlijk 30 juni 2027. 

Verzoekende partijen bekritiseerden de Brusselse voorwaarden waaronder houders van een Vlaamse of Waalse vergunning taxiritten mogen uitvoeren op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Volgens hen hadden de drie Gewesten hierover eerst een samenwerkingsakkoord moeten sluiten, overeenkomstig een bepaling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de institutionele hervormingen. Het Hof volgt deze argumentatie. Dit moet worden geregeld in een samenwerkingsakkoord. 

Conclusie: bij gebrek aan een intergewestelijk samenwerkingsakkoord verandert er niets tot 30 juni 2027 voor houders van een Vlaamse of Waalse vergunning die taxiritten uitvoeren op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Karremans introduceert maatregelen voor een eerlijke Rotterdamse taximarkt

Een aandachtspunt voor de wethouder is de overvloed aan taxi’s in Rotterdam.

Wethouder van Handhaving, Buitenruimte & Mobiliteit, Vincent Karremans, heeft een uitgebreid plan onthuld op zijn sociale media om de veelvuldige problemen binnen deze sector aan te pakken. Deze hervormingen, die gericht zijn op het verbeteren van de servicekwaliteit en het waarborgen van eerlijke prijzen voor consumenten, zijn een reactie op de toenemende klachten over de huidige stand van zaken in de taxibranche van Rotterdam.

De wethouder schetst een beeld van de huidige situatie in de Rotterdamse taximarkt: te dure ritten, chauffeurs die weigeren op de meter te rijden, wat vaak voordeliger is, en een gebrek aan handhaving. Karremans benadrukt het belang van de taxi als waardevol onderdeel van het stedelijk vervoer, maar erkent dat er momenteel te veel misgaat.

Rotterdams wethouder Vincent Karremans introduceert maatregelen voor een eerlijke Rotterdamse taximarkt en tackelt overvloed taxi’s.

Een van de kernmaatregelen die worden ingevoerd, is de oprichting van een centraal Rotterdams taxiloket voor klachtenafhandeling. Deze stap is bedoeld om de communicatie tussen klanten en de taxidienst te verbeteren. Elke taxichauffeur zal verplicht een zichtbare sticker met een QR-code in zijn of haar voertuig moeten plaatsen, die rechtstreeks verwijst naar het loket.

Vincent Karremans is wethouder namens de VVD in Rotterdam. Hij is verantwoordelijk voor de onderwerpen Handhaving, Buitenruimte en Mobiliteit.

Verder wil de wethouder de handhaving intensiveren. Bij herhaaldelijke overtredingen zullen zowel de taxichauffeur als de taxiorganisatie waarvoor deze werkt, beboet worden. De organisatie loopt ook het risico haar vergunning te verliezen. Deze maatregel is ontworpen om taxibedrijven aan te moedigen de kwaliteit van hun dienstverlening te waarborgen.

Daarnaast zal er bij standplaatsen informatieve borden worden geplaatst. Deze borden zullen klanten bewust maken van hun rechten en zullen voorzien zijn van een rekentool waarmee klanten het maximale bedrag kunnen uitrekenen dat een taxichauffeur mag vragen voor de geplande rit. Een ander aandachtspunt voor Karremans is de overvloed aan taxi’s in Rotterdam. De wethouder overweegt een vergunningenplafond in te stellen, waardoor de focus meer op de kwaliteit van de dienstverlening kan liggen.

Ten slotte benadrukt Karremans het bestaan van vele goede en integere taxichauffeurs in Rotterdam, die hij beschouwt als ware ambassadeurs van de stad. De nieuwe maatregelen zijn niet alleen bedoeld om problemen aan te pakken, maar ook om deze betrouwbare chauffeurs te ondersteunen door de ‘rotte appels’ te verwijderen die de reputatie van de hele branche schaden. Deze hervormingen zijn een duidelijk teken dat Rotterdam serieus werk maakt van de verbetering van de taximarkt, met als doel een betrouwbaarder, eerlijker en klantvriendelijker taxisysteem te creëren.

Grote progressieve hervorming openbaar vervoer start op 1 juli

In Limburg wordt in een eerste fase een kwart van alle buslijnen hertekend en er komt een nieuwe ‘Kothopper’ voor studenten.

De Vlaamse regering heeft de ambitie om het openbaar vervoer in Vlaanderen te hervormen. Het doel van de hervorming is om het openbaar vervoer te verbeteren, efficiënter te maken en beter af te stemmen op de behoeften van de reizigers. We praten er al lang over maar op 1 juli 2023 gaat het dan toch gebeuren. De start van de langverwachte hervorming van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De invoering van de basisbereikbaarheid is de grootste hervorming ooit van het Vlaamse bus- en tramvervoer.

De hervorming van het openbaar vervoer in Vlaanderen is een belangrijk initiatief dat tot doel heeft het openbaar vervoer te verbeteren, efficiënter te maken en beter af te stemmen op de behoeften van de reizigers. Ondanks aanbestedingen van totaal andere deadlines uitgingen werd de ‘big bang’ theorie door praktische moeilijkheden en procedures bij de Raad van State tot twee keer toe worden uitgesteld.

fases

Vlaanderen koestert al jaren plannen om het concept basisbereikbaarheid in te voeren. De Minister van Mobiliteit Lydia Peeters stapte af van die ‘big bang’ theorie en vroeg De Lijn en de vervoerregio’s om in verschillende fases te werken. Op 1 juli is het zo ver en worden de plannen basisbereikbaarheid, een grote hervorming van het openbaar vervoer in Vlaanderen die al dateert vanuit 2015, progressief uitgerold. Vanaf 1 juli kunnen reizigers terecht bij de nieuwe Mobiliteitscentrale.

Lydia Peeters stapte af van de ‘big bang’ theorie en vroeg De Lijn en de vervoerregio’s om in verschillende fases te werken.

Via een gefaseerd implementatieplan zullen we binnen enkele jaren stedelijke gebieden optimaal emissievrij bedienen. Tegen 2035 wordt het openbaar vervoer volledig emissievrij. Zo besparen we meer dan 37 miljoen liter diesel per jaar en stoten we jaarlijks 95.000 ton minder CO₂ uit.

De Lijn

Het openbaar vervoer nemen in plaats van de auto is sowieso een milieuvriendelijke keuze. En binnenkort nog meer! Want tegen 2035 wordt de volledige vloot van De Lijn volledig emissievrij. Al die toekomstige elektrische bussen hebben heel wat extra troeven voor reizigers. Een elektrische bus ziet er op het eerste gezicht niet zoveel anders. Maar zodra hij begint te rijden, merk je meteen het verschil. Bij een klassieke bus schakelen de chauffeurs manueel en je voelt de snokken bij het schakelen naar een andere versnelling. De automatische versnelling van de e-bus maakt de rit alvast aangenamer.

mobiliteitshubs

Onderdeel van de hervorming is de introductie van deelfietsen en deelauto’s. Deze vervoersmodi moeten het openbaar vervoer aanvullen en zorgen voor een betere mobiliteit in stedelijke gebieden. Het is de bedoeling dat er meer deelfietsen en deelauto’s beschikbaar komen en dat deze beter op elkaar worden afgestemd.

Het idee achter de mobiliteitshubs is om een multimodaal vervoerssysteem te creëren waarbij verschillende vervoersmodi op een efficiënte manier worden gecombineerd. Dit moet zorgen voor een betere mobiliteit en een vermindering van de congestie op de wegen.

Door verschillende vervoersmodi op een efficiënte manier te combineren wordt het voor reizigers makkelijker om hun bestemming te bereiken en wordt de mobiliteit in Vlaanderen naar een hoger niveau getild.

Het succes van de hervorming van het openbaar vervoer in Vlaanderen zal afhangen van verschillende factoren, zoals de bereidheid van verschillende stakeholders om samen te werken, de beschikbaarheid van financiering, de implementatie van technologische innovaties en de acceptatie door de bevolking. 

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Het is dus moeilijk om te zeggen of de Minister van Mobiliteit Lydia Peeters zal slagen in haar opzet, maar het is wel duidelijk dat de hervorming van het openbaar vervoer in Vlaanderen een belangrijk en zeer uitdagend initiatief is. De Lijn is een belangrijke openbaarvervoersmaatschappij in Vlaanderen en speelt een belangrijke rol. Als zodanig kan De Lijn een belangrijke partner zijn bij het aanpakken van politieke doelstellingen met betrekking tot basisbereikbaarheid in Vlaanderen.

taxi’s

Taxi’s kunnen een rol spelen bij het verbeteren van de basisbereikbaarheid in Vlaanderen, vooral in gebieden waar het openbaar vervoer minder frequent is of minder beschikbaar is. Ze kunnen als aanvulling op het openbaar vervoer dienen en kunnen het voor reizigers makkelijker maken om hun bestemming te bereiken.

Toch moeten we erop wijzen dat het gebruik van taxi’s als onderdeel van de basisbereikbaarheid afhangt van verschillende factoren, waaronder de beschikbaarheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid en veiligheid van taxi’s. Bovendien moeten we ook nadenken over de duurzaamheid van taxi’s en hun impact op het milieu. 

Hoewel taxi’s een nuttige aanvulling kunnen zijn op het openbaar vervoer, moeten er ook stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat taxi’s op een duurzame manier worden gebruikt en dat de uitstoot van broeikasgassen tot een minimum wordt beperkt.

Vraagtekens na goedkeuring hervorming taxisector

Goedkeuring voor hervorming Brusselse taxisector, maar er blijven nog veel vraagtekens,

Dinsdagmiddag heeft de commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement na een uitputtende vergadering het ontwerp van ordonnantie, dat de Brusselse taxisector moet hervormen, goedgekeurd (meerderheid tegen oppositie). Maar er blijven nog heel veel vraagtekens volgens het vakblad Personenvervoer Magazine. Er zal nog veel discussie aan vooraf gaan voordat de ordonnantie op 22 oktober de huidige ‘plakpleister’-noodordonnantie (snel in elkaar gestoken toen het Hof van Beroep Uber in Brussel verbood als ‘illegaal’) kan vervangen.

Eigenlijk had het ‘Taxiplan’ van minister-president Vervoort (PS) al vorige week dinsdag gestemd moeten zijn, maar door het groot aantal amendementen is dat toen niet gebeurd. Gisteren duurde het van 9.30 uur tot 14.15 uur voordat alle resterende amendementen besproken waren en de hele ordonnantie gestemd werd. De nieuwe taxi-ordonnantie moet zorgen voor één statuut voor alle chauffeurs, of ze nu met een taxi of met een huurauto voor een platform rijden. Dat betekent dat de toegang tot het beroep, de opleiding en voorwaarden en het vereiste bekwaamheidsattest voor alle chauffeurs dezelfde zijn.

Er komen straks drie soorten voertuigen: de standplaatstaxi’s (de huidige klassieke taxi’s), de straattaxi’s (de vroegere platformtaxi’s, veelal van Uber) en de ceremoniële wagens (voor evenementen en gereserveerd voor een minimum van 3 uur). De laatste twee categorieën moeten van te voren gereserveerd worden en kunnen geen aanspraak maken op privileges zoals gebruik van standplaatsen of van de bus- en tramstroken.

De huidige chauffeurs van de nieuwe taxi’s hebben een voorsprong bij het bemachtigen van de toekomstige taxivergunningen, een voornaam kritiekpunt van de oppositie, die betoogde dat de taxichauffeurs worden voorgetrokken. De N-VA betoogde dat er geen garantie was dat huidige Uber- of Heetch-chauffeurs in de toekomst even gemakkelijk een vergunning zullen krijgen als taxichauffeurs. Hoeveel taxilicenties er in de toekomst zullen zijn, de befaamde numerus clausus, is trouwens nog altijd niet bekend. Dat wordt later nog via een uitvoeringsbesluit geregeld – via de regering dus, en niet via het parlement.

De regering moet ook de minimum- en maximumtarieven bepalen. Ook hier kritiek van N-VA en MR, die niet willen dat de regering zich met de prijszetting bemoeit. Net als in Vlaanderen zou de markt moeten spelen. Toch stemde de meerderheid wel in met minimum-en maximumtarieven, dit om zowel de chauffeur als consument tegen uitwassen te beschermen.

De tarieven van de ceremoniële taxi’s, de limousines, zijn  minimumtarieven en geen vaste tarieven met een minimumcontractduur van 3 uur. De PVDA wilde de commissies regelen die chauffeurs moeten afstaan aan platformen als Uber of Heetch. De partij wilde daar die commissie plafonneren, ter bescherming van de chauffeurs. Maar volgens Vervoort kan dat niet want zo’n commissie is onderdeel van het commercieel recht en vrijheid van contract, waar de overheid zich niet in te bemoeien heeft.

Komende vrijdag buigt de plenaire vergadering zich over de tekst. Commissievoorzitter Guy Vanhengel (Open VLD) wees erop dat de ordonnantie snel moet worden goedgekeurd om een juridisch vacuüm te vermijden. Op 12 juni spreekt het Grondwettelijk Hof zich uit over de ‘plakpleister’-ordonnantie – die het de Uberchauffeurs mogelijk maakt om toch nog verder te blijven werken na een eerder vonnis van de rechtbank. Mocht het Hof die ordonnantie vernietigen, dan zou dat tot problemen kunnen leiden.