Tag archieven: lease

Eindejaarsdrukte: werkgevers jagen run op elektrische auto’s aan door EV-only beleid

De overgang naar elektrisch rijden krijgt dit najaar een flinke impuls.

Steeds meer werkgevers voeren een zogenoemd ‘EV-only’-beleid: zij leasen uitsluitend nog elektrische auto’s voor hun medewerkers. Dit beleid, in combinatie met de aangekondigde stijging van de bijtelling voor elektrische voertuigen vanaf 2026, zorgt volgens leasemaatschappij Ayvens voor een ware eindejaarsrun op elektrische auto’s.

Vanaf 1 januari 2026 stijgt de bijtelling voor elektrische auto’s namelijk van 17 procent naar 22 procent. Wie er dit jaar nog in slaagt om een elektrische auto op kenteken te zetten, profiteert de komende jaren van het lagere bijtellingstarief. Die fiscale prikkel blijkt nu een doorslaggevende reden voor veel zakelijke rijders om nog voor het einde van het jaar de overstap te maken.

hoog tempo

De cijfers van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) laten duidelijk zien dat de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark in hoog tempo doorgaat. Waar in 2022 nog 25 procent van de zakelijke leaseauto’s elektrisch reed, steeg dat aandeel in 2023 naar 31 procent en in 2024 zelfs naar 36 procent. Opvallend is dat in oktober 2025 voor het eerst meer dan de helft van de nieuwe leaseauto’s elektrisch is: maar liefst 51 procent. Ter vergelijking: een jaar eerder lag dat aandeel nog op 44 procent.

Volgens Ayvens is deze eindejaarsdrukte niet nieuw, maar de drijfveren zijn dat wel. Commerce Director Direct bij Ayvens Nederland, Robert Jan Eikelenboom, ziet dat werkgevers dit jaar een veel actievere rol spelen in de overstap. “Steeds meer bedrijven willen hun wagenpark elektrificeren, bijvoorbeeld vanwege duurzaamheidsdoelstellingen of financiële voordelen”, legt hij uit. “Daarom stimuleren veel werkgevers hun medewerkers om nu hun brandstofauto in te ruilen voor een elektrische variant, zodat zij nog jarenlang kunnen profiteren van de lagere bijtelling.”

Foto: © Pitane Blue – showroom

De vraag naar elektrische auto’s is de laatste weken dan ook fors toegenomen. Eikelenboom merkt dat klanten ongerust zijn over levertijden. “Leaserijders weten dat ze nog maar enkele weken hebben om fiscaal voordelig elektrisch te rijden. Daarom krijgen we veel vragen over levertijden. De auto moet uiterlijk 31 december 2025 op kenteken staan om van het lagere bijtellingstarief te profiteren,” zegt hij.

onderzoek

Volgens Ayvens is dit niet de eerste keer dat de leasemarkt een eindejaarsversnelling ziet, maar wel de eerste keer dat werkgeversbeleid daar zo’n belangrijke rol in speelt. In 2019 en 2020 was er eveneens sprake van een piek in aanvragen, toen de bijtelling werd verhoogd van respectievelijk 4 naar 8 procent, en daarna naar 12 procent. “In die jaren was de run vooral fiscaal gedreven. Nu komt de run ook door werkgeversbeleid en de ambitie om het wagenpark elektrisch te maken,” aldus Eikelenboom.

De combinatie van een stijgende bijtelling en het groeiende aantal bedrijven dat duurzaamheid hoog op de agenda heeft staan, zorgt er dus voor dat Nederland in hoog tempo afscheid neemt van de brandstofauto. Waar de overstap naar elektrisch rijden enkele jaren geleden nog vooral werd gestimuleerd door belastingvoordelen, lijkt nu een structurele verschuiving in gang gezet te zijn. Werkgevers zijn daarbij de grote aanjagers: zij bepalen in toenemende mate wat er in het wagenpark rijdt, en daarmee ook hoe snel Nederland zijn klimaatdoelen op de weg kan realiseren.

Consument zoekt zekerheid: private lease maakt elektrische auto eindelijk bereikbaar

De opmars van de elektrische auto in Nederland is niet meer te stoppen.

Waar de benzine- en dieselmodellen jarenlang de toon zetten in de verkoopcijfers, begint dat beeld snel te kantelen. Uit recente cijfers blijkt dat in 2024 al ruim een derde van de nieuw verkochte auto’s volledig elektrisch was. Dat percentage onderstreept de groeiende populariteit van elektrisch rijden, maar laat tegelijk een pijnpunt zien dat veel consumenten herkend zullen hebben bij een bezoek aan de showroom: de prijs.

Elektrische modellen zijn nog altijd fors duurder dan auto’s met een traditionele verbrandingsmotor. Het prijsverschil kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Voor veel gezinnen blijft een volledig elektrische wagen daardoor buiten bereik, zelfs met subsidies of fiscale voordelen. De oplossing die steeds vaker opduikt, is private lease. Daarbij betaalt de rijder geen hoge aanschafprijs, maar een vast maandbedrag waarin vrijwel alles is opgenomen: verzekering, onderhoud, afschrijving en wegenbelasting.

vast maandbedrag

Dat vaste maandbedrag zorgt voor duidelijkheid en maakt elektrisch rijden toegankelijk voor een grotere groep mensen. De stap naar een duurzame auto wordt kleiner, zeker voor wie niet de middelen heeft om een dure EV in één keer aan te schaffen. Toch is private lease niet zonder haken en ogen. De contracten hebben doorgaans een looptijd van drie tot vijf jaar, en wie eerder wil stoppen, moet vaak rekenen op een stevige boete. Ook de kilometerbundel kan beperkingen opleveren. Rijd je meer dan afgesproken, dan lopen de kosten alsnog snel op.

het juiste contract

Deze beperkingen blijven in de wervende reclames meestal buiten beeld, maar ze zijn cruciaal voor wie een eerlijke vergelijking wil maken. Een leasecontract lijkt op papier vaak aantrekkelijk, maar wie niet goed let op de kleine lettertjes, kan onaangenaam verrast worden. Zo rekenen sommige aanbieders extra kosten bij tussentijdse beëindiging of voor extra kilometers. Het loont daarom om aanbieders goed te vergelijken. Platforms zoals HelloLease helpen daarbij door verschillende contracten overzichtelijk naast elkaar te zetten, zodat consumenten een beter beeld krijgen van hun financiële verplichtingen.

Foto: © Pitane Blue – showroom

Private lease schuift zich steeds nadrukkelijker naar voren als alternatief.

Ondanks die valkuilen groeit het aantal elektrische leasecontracten gestaag. Volgens berichtgeving van RTL Nieuws wil het kabinet bovendien dat zakelijke lease vanaf 2027 volledig elektrisch is. Dat beleid zal naar verwachting ook zijn weerslag hebben op de particuliere markt. Zodra bedrijven massaal overstappen, volgen consumenten vaak vanzelf. Daarmee lijkt de toekomst van de private lease-markt onlosmakelijk verbonden met de verdere elektrificatie van het Nederlandse wagenpark.

Voor veel automobilisten voelt private lease als een kans om zonder grote investering te profiteren van de voordelen van elektrisch rijden. Het gemak van laden thuis, de lagere onderhoudskosten en de stillere rijervaring wegen voor velen op tegen de verplichtingen van een meerjarig contract. Tegelijkertijd zijn er ook twijfelaars die zich niet willen vastleggen of vrezen dat de technologie te snel veroudert.

voorzichtig optimisme

Feit blijft dat private lease de drempel voor elektrisch rijden aanzienlijk verlaagt. Waar de aanschafprijs nog altijd een struikelblok vormt, biedt het maandelijkse leasebedrag een haalbaar alternatief. De constructie past bovendien in een bredere trend waarin bezit plaatsmaakt voor gebruik, of het nu om auto’s, fietsen of elektronica gaat.

Nederland lijkt zich in rap tempo aan te passen aan die nieuwe manier van mobiliteit. Elektrisch rijden is allang niet meer enkel voor de zakelijke rijder of de milieubewuste pionier. Met de groei van private lease wordt de elektrische auto steeds meer een optie voor de gewone consument. En naarmate de prijzen van batterijen dalen en de infrastructuur verbetert, zal die beweging alleen maar versnellen.

Fossiele leaseauto: werkgevers hard geraakt door pseudo-eindheffing vanaf 2027

Het kabinet heeft tijdens Prinsjesdag een opvallende maatregel aangekondigd die voor werkgevers grote financiële gevolgen zal hebben.

Vanaf 1 januari 2027 moeten bedrijven die hun werknemers een fossiele leaseauto ter beschikking stellen, een zogeheten pseudo-eindheffing betalen. Deze extra belasting bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde van de auto en geldt voor alle voertuigen die niet volledig emissievrij zijn. Benzine-, diesel- en hybrideauto’s vallen dus onder de nieuwe regeling. Het kabinet hoopt met deze maatregel zakelijke rijders zo snel mogelijk richting elektrisch rijden te duwen.

De pseudo-eindheffing wordt opgelegd als een werkgever een auto van de zaak aanbiedt die ook privé gebruikt mag worden. Het begrip privégebruik is breed opgevat, want ook woon-werkverkeer telt hieronder. Werkgevers kunnen de belasting dus niet vermijden door auto’s uitsluitend voor zakelijke ritten in te zetten. De heffing wordt verrekend via de loonbelasting en mag niet worden doorberekend aan de werknemer. Dit betekent dat de rekening volledig bij de werkgever terechtkomt.

wagenpark

De berekening van de pseudo-eindheffing is relatief eenvoudig. Voor een auto met een cataloguswaarde van 40.000 euro betaalt de werkgever jaarlijks 4.800 euro extra. Voor een wagen van 50.000 euro loopt dit op tot 6.000 euro per jaar. Deze bedragen komen bovenop de reguliere leasekosten, onderhoud, brandstof en de bijtelling die werknemers zelf al betalen voor privégebruik. Voor werkgevers kan dit een forse extra last betekenen, zeker voor bedrijven die een groot wagenpark beheren.

Er is een overgangsregeling aangekondigd om de maatregel gefaseerd in te voeren. Auto’s die vóór 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, vallen niet direct onder de heffing. Voor deze voertuigen geldt tot 17 september 2030 een vrijstelling. Na die datum wordt de pseudo-eindheffing echter alsnog verplicht, ongeacht wanneer het leasecontract is gestart. Werkgevers die hun wagenpark nu nog grotendeels uit fossiele auto’s laten bestaan, krijgen dus slechts tijdelijk respijt.

belastingplannen

De maatregel is een compromis na eerdere discussies over zwaardere belastingplannen. In een eerder stadium circuleerde het idee om 52 procent te heffen over de bijtelling, wat voor werkgevers nog zwaardere lasten had betekend. Uiteindelijk is gekozen voor een vast percentage van 12 procent over de cataloguswaarde. Daarmee wordt volgens het kabinet een duidelijker en eerlijker systeem gecreëerd.

Foto: © Pitane Blue – stekkeren

Wat vaststaat is dat de pseudo-eindheffing een stevige kostenpost kan worden. Bedrijven die nog massaal inzetten op fossiele leaseauto’s, zullen op termijn zwaar de rekening gepresenteerd krijgen. Het kabinet maakt hiermee duidelijk dat de tijd van zakelijk rijden op benzine of diesel langzaam ten einde loopt en dat elektrisch rijden de nieuwe norm moet worden.

Voor werkgevers betekent dit dat het aanbieden van fossiele leaseauto’s aanzienlijk duurder wordt. Dat kan er in de praktijk toe leiden dat veel bedrijven sneller overstappen op elektrische voertuigen of zelfs helemaal stoppen met het verstrekken van leaseauto’s. Werknemers zouden daardoor vaker uitwijken naar een mobiliteitsbudget of kiezen voor een privéauto met reiskostenvergoeding.

overgangsregeling

De financiële prikkel voor elektrisch rijden wordt hiermee versterkt. Voor werknemers blijven elektrische leaseauto’s aantrekkelijk, niet alleen vanwege de lagere bijtelling maar ook omdat werkgevers de extra pseudo-eindheffing willen vermijden. Bedrijven die vooruit willen plannen, doen er goed aan om nu al hun wagenpark onder de loep te nemen. Leasecontracten die vóór 2027 worden afgesloten, vallen immers nog een paar jaar onder de overgangsregeling.

Experts wijzen erop dat werkgevers hun administratieve processen moeten voorbereiden. Het wordt belangrijk om privé- en zakelijke ritten goed te onderscheiden en de loonbelasting correct af te handelen. Daarnaast kan het verstandig zijn om alternatieve mobiliteitsoplossingen te onderzoeken, zoals private leaseconstructies of een flexibel mobiliteitsbudget.

Historisch omslagpunt: elektrische bestelbus nu echt goedkoper dan diesel

De elektrische bedrijfsbus heeft het dieselbusje definitief ingehaald als voordeligste keuze voor ondernemers.

Uit berichtgeving van Het Parool blijkt dat elektrische bestelwagens nu tussen de 50 en 150 euro per maand goedkoper zijn dan hun dieselvariant, wanneer gekeken wordt naar de totale kosten. De cijfers zijn afkomstig van Ayvens, de grootste leasemaatschappij van Nederland, die een uitgebreide analyse maakte van de zogeheten total cost of ownership (tco).

Deze kosten omvatten niet alleen de leaseprijs of het aankoopbedrag, maar ook belastingen, onderhoud, afschrijving en brandstof- of stroomverbruik. Juist op die laatste vlakken blijkt de elektrische bedrijfsbus in 2025 plotseling voordeliger uit te pakken. Roy Driessen, sectordirecteur bedrijfswagens bij Ayvens, zegt hierover tegen de krant: “Door de introductie van zero-emissiezones zien we dat inmiddels 60 procent van de bedrijfswagenaanvragen voor elektrisch aangedreven voertuigen zijn. Desondanks zijn veel ondernemers nog verknocht aan diesel, vooral omdat ze denken dat het goedkoper is. Daarin hadden ze tot vorig jaar gelijk, maar voor dit jaar en ook voor 2026 ziet het er heel anders uit.”

forse tegenwind

De timing van dit kantelpunt is opvallend, nu op andere fronten van de energietransitie forse tegenwind waait. Zo zijn elektrische personenauto’s duurder geworden dan benzineauto’s door het wegvallen van subsidies, en leveren zonnepanelen na 2027 aanzienlijk minder op door het schrappen van de salderingsregeling. Toch blijkt elektrisch rijden in de zakelijke sector juist aantrekkelijker geworden, mede dankzij nieuwe regelgeving en gemeentelijk beleid.

Sinds begin 2025 hebben vijftien Nederlandse gemeenten zogenoemde zero-emissiezones ingevoerd. Dat betekent dat bestelbusjes en vrachtwagens met een verbrandingsmotor niet langer welkom zijn in de binnenstad. Nieuwe bedrijfswagens die vanaf volgend jaar op kenteken worden gezet, moeten volledig emissieloos rijden om deze zones binnen te mogen. Die ontwikkeling dwingt ondernemers tot actie.

leasemodellen

De praktijk wijst uit dat de financiële voordelen overtuigend beginnen te werken. Ayvens stelt op basis van de eigen leasemodellen dat een elektrische bestelbus tot 150 euro per maand goedkoper is dan een dieselbusje, afhankelijk van gebruik en uitvoering. De winst zit onder meer in lagere energieprijzen per kilometer, minder onderhoudskosten door het ontbreken van een verbrandingsmotor, en fiscale voordelen zoals vrijstelling van wegenbelasting. Ook de SEBA-subsidie (Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s) speelt een rol in het financieel aantrekkelijk maken van elektrische alternatieven.

Volgens Driessen is er duidelijk sprake van een kentering, ook al zijn ondernemers nog niet massaal overgestapt. “We merken dat zodra ondernemers het rekenwerk doen en de laadmogelijkheden in kaart brengen, ze snel overtuigd zijn,” aldus Driessen. Hij ziet vooral in stedelijke gebieden een sterke stijging in de vraag naar elektrische voertuigen. De verplichting om emissievrij te rijden en de reële kostenbesparing maken het voor veel bedrijven nu simpelweg een logische keuze.

maatschappelijke druk

De verwachting is dat het aandeel elektrische bedrijfswagens de komende jaren explosief blijft groeien. De combinatie van regelgeving, kostenvoordeel en maatschappelijke druk zorgt voor een versnelling van de elektrificatie van het bedrijfsvervoer. Voor wie nog met diesel rijdt, tikt de klok inmiddels hoorbaar door: de grens van de zero-emissiezones komt letterlijk dichterbij.

Werknemers teleurgesteld: grote elektrische bedrijfswagens steeds minder beschikbaar

De bedrijfswagenmarkt ondergaat een opvallende transformatie.

Waar werknemers enkele jaren geleden nog vlot konden kiezen voor ruime elektrische SUV’s, worden ze vandaag vaker geconfronteerd met beperktere modellen. De oorzaak ligt bij de evoluerende markt, gestegen kosten en fiscale regelgeving. Wie na een leaseperiode opnieuw een wagen mag kiezen, merkt dat grote modellen als de BMW iX3 of Audi Q4 plaats hebben moeten maken voor compactere alternatieven zoals de BMW iX1 of de Volvo EV30.

kleinere modellen

Rond de coronapandemie kwam er een opvallende trend op gang in de leasingmarkt. Elektrische wagens werden de norm, mede door de fiscale voordelen die eraan gekoppeld waren. Grote, luxueuze modellen met een ruim rijbereik en veel opties stonden plots bovenaan de lijst met bedrijfswagens. Werknemers die destijds een nieuwe auto mochten kiezen, konden opteren voor wagens zoals de Volvo XC40, VW ID.4, Mercedes EQB of de Skoda Enyaq IV80.

Dat beeld is vandaag drastisch veranderd. “De wagens die je enkele jaren geleden kon kiezen, zijn opgeschoven in de categorieën van bedrijfswagens”, stelt Hendrik Serruys, partner bij consultancybureau EY. “Het kan nu dus voorvallen dat je promotie maakt en in een hogere categorie toch dezelfde automodellen terugvindt. Of dat je na het aflopen van je leaseperiode niet meer dezelfde wagen kan kiezen.”

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De BMW iX3, destijds een populaire keuze onder elektrische bedrijfswagens, is door prijsstijgingen voor veel werknemers buiten bereik geraakt. De iX1 is intussen een van de meest gekozen modellen in de leasecategorie, samen met de Volvo EV30. Het aanbod in de middenklasse is fors uitgebreid, waardoor luxueuzere en grotere wagens in een hoger prijssegment zijn beland.

fiscale regels

Een belangrijke factor in deze evolutie is de wijzigende fiscaliteit. Sinds midden 2023 zijn auto’s met een verbrandingsmotor niet langer fiscaal aftrekbaar, waardoor veel bedrijven versneld hun wagenpark elektrificeerden. Stijn Blanckaert, directeur van Renta, de federatie van leasingmaatschappijen, bevestigt die tendens: “Op dat moment hadden veel merken slechts één elektrisch model en dat waren doorgaans de duurdere opties. Vandaag is de markt volwassener en zijn er meer betaalbare elektrische modellen beschikbaar.”

Skoda introduceerde bijvoorbeeld de Elroq als alternatief voor grotere modellen. Volkswagen biedt de ID.3 als opvolger van de Golf. Werknemers die vroeger een ruime SUV konden kiezen, moeten zich nu vaak tevreden stellen met een compacter model binnen dezelfde categorie.

impact op de leasingmarkt

Niet alleen de fiscaliteit, maar ook de stijgende kosten spelen een rol. Leasebedrijf Arval analyseerde de evolutie van de kosten en kwam tot opvallende conclusies. “In 2021 kostte een BMW 3 – de fleetwagen bij uitstek – nog 1.009 euro per maand voor een werkgever”, zegt Tony Peetermans van Arval. “Wie toen elektrisch wilde rijden, kon bij BMW enkel kiezen voor de iX3, wat 1.206 euro per maand kostte. Vandaag is dat model nog duurder geworden, en wordt vaker de iX1 gekozen.”

Uit een artikel in de Gazet van Anwerpen ligt de oorzaak volgens Hendrik Serruys deels bij de lagere restwaarde van elektrische wagens. “Leasebedrijven dachten aanvankelijk dat elektrische wagens een restwaarde zouden hebben vergelijkbaar met die van verbrandingsmotoren. In realiteit is de tweedehandsmarkt voor elektrische bedrijfswagens minder aantrekkelijk. Daardoor moeten leasingmaatschappijen die kosten doorrekenen in het maandelijkse leasebedrag. Een andere optie is de leaseperiode te verlengen van vier naar vijf jaar om de maandelijkse kosten te drukken.”

mobiliteitsbudgetten

Hoewel de inflatie de lonen de afgelopen jaren heeft opgedreven, blijven mobiliteitsbudgetten vaak achter. “Budgetten zijn wel gestegen,” zegt Serruys, “maar niet overal in hetzelfde tempo als de lonen.” Werknemers die hun leasewagen willen vernieuwen, krijgen vaak te horen dat de duurdere modellen niet langer binnen het beschikbare budget passen.

Wie zich niet kan neerleggen bij de beperktere keuze, kan overwegen om van werkgever te veranderen. “Stel dat je elders wél die auto kan krijgen, dan zal je misschien sneller overstappen. Maar je kan bij hr niet gaan eisen dat je een ander model wil”, stelt Serruys.

De bedrijfswagenmarkt blijft in beweging. Waar enkele jaren geleden grote elektrische SUV’s nog de norm waren, verschuift de focus steeds meer naar compacte en efficiëntere modellen. De opmars van kleinere elektrische bedrijfswagens lijkt dan ook onomkeerbaar.

Duurzame mobiliteit: Rentacab breidt uit naar Eindhoven met elektrisch taxi-verhuurmodel

Vanaf 1 november breidt RentaCab, een verhuurbedrijf van elektrische taxi’s, uit naar Eindhoven.

Dit initiatief, dat al enkele jaren succesvol in Amsterdam draait, biedt zelfstandige taxichauffeurs een alternatief voor traditionele taxi’s door hen toegang te geven tot emissievrije voertuigen zonder lange-termijnverplichtingen. Chauffeurs betalen alleen voor het daadwerkelijke gebruik van de taxi, wat hen niet alleen flexibiliteit biedt, maar ook helpt om onnodige kosten te vermijden tijdens rustige periodes. Hiermee speelt RentaCab in op de groeiende behoefte aan betaalbare en milieuvriendelijke mobiliteitsoplossingen in Nederland.

geen taxicentrale

In tegenstelling tot een conventionele taxicentrale, waar chauffeurs vaste ritten en routes toegewezen krijgen, profileert RentaCab zich als een facilitaire dienstverlener voor zzp-chauffeurs. Hun vloot bestaat volledig uit elektrische en waterstofauto’s, waaronder modellen als de Tesla Model 3 en Hyundai Nexo. Volgens RentaCab past deze opzet naadloos binnen hun missie om duurzame stedelijke mobiliteit te stimuleren. Door chauffeurs de mogelijkheid te bieden om een taxi per uur te reserveren, kunnen zij efficiënt inspelen op vraagfluctuaties en hun werktijden afstemmen op drukke periodes, zoals tijdens grote evenementen of in het hoogseizoen.

De uitbreiding naar Eindhoven komt op een strategisch moment. Steeds meer steden voeren strengere emissienormen in om de luchtkwaliteit te verbeteren en klimaatdoelen te behalen. RentaCab speelt hier handig op in door volledig uitstootvrije voertuigen aan te bieden die passen bij de ambitie van Nederlandse steden om de CO₂-uitstoot drastisch te verminderen. “We willen bijdragen aan schonere lucht in de steden en een leefbaardere omgeving creëren,” zegt een woordvoerder van RentaCab.

Een van de opvallende aspecten van RentaCab is het aanbieden van waterstofvoertuigen, een segment waarin het bedrijf nog steeds een pionierspositie inneemt. Vooral de samenwerking met Toyota maakt het aanbod bijzonder, aangezien hun Mirai-model is uitgerust met technologie die de omgevingslucht zuivert tijdens het rijden. In Amsterdam heeft dit al geleid tot een merkbare toename in populariteit onder chauffeurs die waarde hechten aan milieubewuste oplossingen. “Het is niet alleen een taxi, maar een rijdend luchtfilter,” aldus een chauffeur die gebruikmaakt van een waterstofauto uit de RentaCab-vloot.

RentaCab is geen taxicentrale, maar zij kennen de branche en weten wat taxiondernemers op dit moment nodig hebben: de mogelijkheid om omzet te draaien zonder investeringen en zonder vaste lasten.

Voor zelfstandige chauffeurs biedt het flexibele model van RentaCab aanzienlijke voordelen. Tijdens de coronapandemie werden veel chauffeurs zwaar getroffen door de afname in vraag en de financiële druk van eigendoms- en onderhoudskosten. Door deze flexibele huuroptie hebben zzp-chauffeurs nu een alternatief dat hen in staat stelt om hun werk voort te zetten zonder grote investeringen in een eigen voertuig. RentaCab stelt dat dit model in de toekomst nog verder uitgebreid kan worden, zeker nu de vraag naar elektrische en waterstofvoertuigen toeneemt.

Uber

Daarnaast past de samenwerking van RentaCab met platformen als Uber perfect in het streven naar een emissievrije taxivloot in Europese steden tegen 2030. Uber heeft namelijk ambitieuze plannen aangekondigd om binnen vijf jaar 100.000 elektrische voertuigen op de Europese wegen te krijgen. Voor chauffeurs die voor Uber rijden maar geen eigen elektrische auto willen aanschaffen, biedt RentaCab een uitkomst: zij kunnen een volledig elektrische of waterstofauto huren en betalen alleen voor de tijd dat zij deze gebruiken. Het partnerschap met RentaCab stelt onze chauffeurs in staat om bij te dragen aan de verduurzaming van het Uber platform, zonder dat ze zelf een grote investering hoeven te doen.

Belastingplan treft ondernemers hard: hogere kosten voor elektrisch wagenpark

Het Belastingplan voor 2025 brengt flinke veranderingen met zich mee voor Nederlandse ondernemers, met name op het gebied van zakelijke mobiliteit.

Terwijl de overheid blijft inzetten op de elektrificatie van het wagenpark, worden de fiscale voordelen voor elektrische voertuigen stapsgewijs afgebouwd. Deze veranderingen hebben een directe impact op de totale eigendomskosten (TCO) van bedrijfsvoertuigen, wat de keuze voor een nieuwe auto aanzienlijk beïnvloedt.

Een van de belangrijkste aanpassingen in het nieuwe belastingplan is de afbouw van de motorrijtuigenbelastingkorting voor volledig elektrische personenauto’s. Tot nu toe genoten eigenaren van deze voertuigen een flinke korting, maar dit voordeel zal langzaam verdwijnen. Waar de korting in 2025 nog op 75% ligt, zal deze vanaf 2026 worden teruggeschroefd naar 25%. Deze situatie blijft zo tot en met 2029, waarna de korting volledig zal verdwijnen in 2030. Dit betekent dat ondernemers die nu nog profiteren van een aanzienlijk lagere belasting voor hun elektrische auto’s, vanaf 2030 dezelfde kosten zullen hebben als bezitters van auto’s met een verbrandingsmotor.

bedrijfswagens

De veranderingen beperken zich echter niet tot personenauto’s. Ook voor elektrische bedrijfswagens verandert er veel. In 2025 geldt nog een korting van 75% op de motorrijtuigenbelasting, maar vanaf 2026 vervalt dit voordeel volledig en geldt het standaardtarief. Dit is een flinke kostenverhoging voor bedrijven die nu hun vloot willen verduurzamen. Daarnaast komt er een verandering voor plug-in hybride elektrische voertuigen (PHEV’s), waarvan de korting op de motorrijtuigenbelasting in 2025 nog 25% bedraagt. Ook hier wordt de korting in 2026 volledig afgeschaft.

Een ander punt van aandacht in het Belastingplan 2025 is de verhoging van de aanschafbelasting (bpm) voor alle personenauto’s, inclusief elektrische. De vaste voet stijgt naar €667, wat vooral gevolgen heeft voor bedrijven die regelmatig nieuwe voertuigen aanschaffen. Voor plug-in hybrides vervalt bovendien de speciale bpm-berekening vanaf 2025, waarna deze voertuigen onder het reguliere tarief vallen. Deze veranderingen kunnen het aantrekkelijker maken voor ondernemers om hun aankoopbeslissingen te heroverwegen, vooral als zij nu profiteren van deze fiscale voordelen.

bpm-vrijstelling

Het afschaffen van de bpm-vrijstelling voor bedrijfswagens is een andere maatregel die ondernemers zal raken. Vanaf 2025 wordt bpm voor bedrijfswagens bepaald op basis van de CO2-uitstoot van het voertuig, met een tarief van €74,41 per gram CO₂. Deze maatregel zal vooral bedrijven met grote wagenparken van traditionele bedrijfswagens hard treffen, aangezien de kosten voor voertuigen met een hogere CO₂-uitstoot flink zullen toenemen.

Foto: Pitane Blue – leasewagens

Naast deze belastingen en heffingen, stopt ook de subsidie voor elektrische voertuigen. Zowel de Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) als de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) wordt vanaf volgend jaar stopgezet. Dit betekent dat bedrijven geen financiële tegemoetkoming meer krijgen voor de aanschaf van elektrische bedrijfswagens, wat de drempel voor het investeren in deze voertuigen verhoogt.

leasemarkt

Een van de maatregelen die vooral ondernemers in de leasemarkt treft, is de bijtelling voor elektrische leaseauto’s. Deze wordt in de komende jaren stapsgewijs verhoogd. In 2024 bedraagt de bijtelling nog 16%, maar in 2025 stijgt dit naar 17% voor elektrische auto’s tot 30.000 euro. Voor bedragen boven de 30.000 euro geldt een bijtelling van 22%. Vanaf 2026 wordt het bijtellingstarief voor elektrische auto’s gelijk aan dat van auto’s met een verbrandingsmotor, namelijk 22%. Hiermee verdwijnt een van de grootste fiscale voordelen voor elektrische auto’s in de zakelijke markt.

Het Belastingplan 2025 introduceert ook nieuwe regels rondom zero-emissiezones, die door gemeenten worden ingesteld om de uitstoot van schadelijke stoffen in binnensteden te beperken. Tegen het einde van 2024 komt er een nieuw convenant rondom de invoering van deze zones en eventuele uitzonderingen. Dit kan betekenen dat ondernemers die afhankelijk zijn van voertuigen voor leveringen in stedelijke gebieden, binnenkort te maken krijgen met strengere regels voor hun wagenpark.

belastingplan

Al met al lijkt het Belastingplan 2025 vooral een einde te maken aan een aantal fiscale voordelen die elektrische en plug-in hybride auto’s lange tijd aantrekkelijk maakten voor ondernemers. Deze veranderingen maken het voor bedrijven lastiger om kosten te besparen door over te stappen op emissievrije voertuigen, zeker omdat de overheid zich duidelijk richt op het verhogen van belastingen en het afbouwen van subsidies. Voor veel ondernemers is het nu de vraag of zij hun wagenpark tijdig kunnen aanpassen om te blijven voldoen aan de steeds strengere eisen, terwijl de financiële prikkels steeds verder afnemen.

Wet-lease maakt comeback: German Airways speelt in op groeiende vraag

German Airways, de luchtvaartmaatschappij van de logistieke groep Zeitfracht, wil de vliegtuigen die het momenteel leaset, overnemen.

De vliegtuigen die German Airways wil overnemen, zijn niet de nieuwste. Het gaat om Embraer E190-toestellen die tussen de twaalf en vijftien jaar oud zijn, gehuurd van de Amerikaanse leasemaatschappij Azorra. Hoewel het verlengen van de leasecontracten waarschijnlijk geen probleem zou zijn geweest, kiest German Airways ervoor om deze jets definitief over te nemen. De reden achter deze beslissing is volgens Simon-Schröter economisch van aard. “De transactie is voor ons economisch gunstig omdat we de vliegtuigen langer willen gebruiken. Bovendien krijgen we hiermee afschrijvingspotentieel in onze balans,” aldus Wolfram Simon-Schröter, CEO van Zeitfracht.

“We zullen onze vliegtuigen uit de leasecontracten kopen,” verklaarde de CEO van Zeitfracht, aan het Handelsblatt. Deze beslissing komt op een moment dat veel bedrijven huiverig zijn om dergelijke waardevolle activa op hun balans te plaatsen, maar Simon-Schröter ziet juist kansen in deze stap.

verwachte groei

German Airways speelt hiermee in op de verwachte groei van de wet-lease-markt. Tijdens de coronapandemie leek het erop dat deze markt op sterven na dood was, maar inmiddels heeft deze vorm van luchtvaartverhuur een opmerkelijke comeback gemaakt. Wet-lease, waarbij een luchtvaartmaatschappij complete vliegtuigen inclusief bemanning verhuurt aan andere maatschappijen, werd tijdens de pandemie massaal geannuleerd. Ook de voorganger van German Airways, WDL Aviation, was hiervan de dupe. Toch besloot Zeitfracht in 2020, midden in de pandemie, opnieuw in te stappen in dit risicovolle segment.

De heropleving van de wet-lease-markt heeft alles te maken met de strategie van grote luchtvaartmaatschappijen om hun eigen capaciteit te beperken. In plaats van grote vloten het hele jaar door te onderhouden, huren ze tijdens de piekperiodes in de zomer extra capaciteit in. Lufthansa, een van de grootste spelers in Europa, doet bijvoorbeeld tijdens het drukke zomerseizoen een beroep op maatschappijen als Air Baltic uit Letland. Voor luchtvaartmaatschappijen biedt wet-lease het voordeel dat ze hun capaciteit kunnen afstemmen op de seizoensgebonden vraag.

Foto: © Pitane Blue – Embraer

wet-leaseovereenkomsten, ook wel ACMI-leases genoemd, die vaak voor periodes van één maand tot twee jaar worden afgesloten, bieden luchtvaartmaatschappijen de flexibiliteit om in te spelen op pieken in de vraag, bijvoorbeeld tijdens drukke zomermaanden of wanneer een deel van hun eigen vloot uit de roulatie is voor groot onderhoud. German Airways speelt hierbij een belangrijke rol als lessor door vliegtuigen, bemanning, onderhoud en verzekering aan te bieden aan grote maatschappijen die tijdelijk extra capaciteit nodig hebben.

Volgens Gerald Wissel van het luchtvaartadviesbureau Airborne Consulting biedt wet-lease luchtvaartmaatschappijen veel flexibiliteit. “Voor een luchtvaartmaatschappij heeft wet-lease het grote voordeel dat de capaciteit kan worden aangepast aan de seizoensgebonden vraag,” zegt Wissel. Maar voor passagiers kan dit voor verwarring zorgen. “Ze kunnen soms in een vliegtuig van een andere maatschappij zitten dan ze hadden geboekt, wat tot frustraties kan leiden als de kwaliteit van de dienstverlening niet voldoet aan de verwachtingen.”

German Airways heeft echter bewezen een betrouwbare partner te zijn in de wet-lease-markt. “We hebben vorig jaar zo’n 800.000 passagiers vervoerd, en dit jaar zullen dat er meer dan een miljoen zijn,” verklaarde Maren Wolters, de CEO van German Airways. Ondanks het succes waarschuwt Wissel voor al te veel optimisme. “Op dit moment kunnen wet-lease-bedrijven hun vliegtuigen gemakkelijk meerdere keren verhuren omdat er een tekort is aan vliegtuigen bij luchtvaartmaatschappijen,” zegt de expert. “Maar zodra Boeing weer op schema ligt met leveringen, kunnen er overcapaciteiten ontstaan, wat de tarieven flink zal drukken.”

KLM

Hoewel Wolters niet wil onthullen voor welke luchtvaartmaatschappijen German Airways vliegt, is bekend dat KLM, onderdeel van Air France-KLM, de diensten van German Airways blijft gebruiken. De Nederlandse maatschappij heeft bevestigd dat het ook in de winterdienstregeling van 2024-2025 zal samenwerken met German Airways. Dit betekent dat passagiers die bij KLM een vlucht boeken vanaf luchthavens zoals Bremen, Düsseldorf, Frankfurt of Hamburg, waarschijnlijk aan boord van een toestel van German Airways zullen stappen. De Embraer E190-jets van German Airways, die ruimte bieden aan 88 passagiers, staan bekend om hun comfortabele indeling.

De overname van de vliegtuigen door German Airways heeft volgens Simon-Schröter twee belangrijke voordelen. Ten eerste kan de maatschappij gebruikmaken van aantrekkelijke financieringsopties die door hun financiële partners worden aangeboden. Dit is mogelijk doordat German Airways organisch groeit en een stabiel bedrijfsmodel heeft. Ten tweede heeft de luchtvaartmaatschappij een eigen onderhoudsafdeling, waardoor ze erop vertrouwen dat ze de oudere vliegtuigen nog jarenlang veilig en efficiënt kunnen inzetten.

German Airways heeft bovendien plannen om zijn vloot verder uit te breiden. De onderhoudsafdeling van de luchtvaartmaatschappij is in staat om tot vijftien vliegtuigen te onderhouden, wat verdere groei mogelijk maakt. “We kunnen, gemeten aan onze capaciteit, nog meer vliegtuigen onderhouden in ons eigen onderhoudsbedrijf,” zei Wolters. Simon-Schröter voegde eraan toe dat German Airways niet slechts een onderaannemer wil zijn, maar zichzelf ziet als een strategische partner. “We zijn geen eenvoudige dienstverlener, we werken samen met onze partners aan een langetermijnplanning.”

Gerald Wissel merkt op dat er wel een spanningsveld bestaat tussen de wens van wet-lease-bedrijven om langdurige partnerschappen aan te gaan en de behoefte van luchtvaartmaatschappijen aan flexibiliteit. Toch blijft Simon-Schröter optimistisch. “Hoewel het wet-lease-model niet eenvoudig is, zijn de tarieven niet altijd de belangrijkste factor in gesprekken met onze klanten. Het draait vaak om kwaliteit en betrouwbaarheid.”

Paniek: prijzen voor elektrische leaseauto’s schieten omhoog

Leasemaatschappijen in Europa bevinden zich momenteel in een benarde situatie nu de prijzen voor het leasen van elektrische voertuigen de pan uit rijzen.

Volgens een recente studie van het Center for Automotive Research in Duitsland zijn de leasingprijzen voor elektrische wagens sinds 2021 bijna verdubbeld. Terwijl de kosten voor het leasen van voertuigen met fossiele brandstoffen relatief stabiel zijn gebleven, voelen zowel bedrijven als consumenten de druk van de stijgende prijzen voor elektrische auto’s. Deze ontwikkeling heeft ook in Nederland en België zijn sporen nagelaten, waar bedrijven een gelijkaardige stijging in leasingkosten melden.

De kern van het probleem ligt bij de onverwacht lage tweedehandswaarde van elektrische voertuigen. Veel leasingmaatschappijen hadden hoge verwachtingen van de restwaarde van deze wagens, gebaseerd op de veronderstelling dat elektrische auto’s minder slijtage vertonen en daardoor meer kilometers kunnen maken dan voertuigen met een verbrandingsmotor. Deze verwachting is echter niet uitgekomen, wat nu voor grote zorgen zorgt binnen de sector.

Tim Albertsen, CEO van Ayvens, een van de grootste leasingmaatschappijen in Europa, windt er geen doekjes om. In een interview met persbureau Reuters sprak hij zijn bezorgdheid uit over de toekomst van zijn bedrijf en de sector als geheel. “Als we onder druk gezet worden om al onze auto’s elektrisch te maken, zullen mijn aandeelhouders het risico niet willen nemen en zullen ze willen dat we uit de markt stappen,” verklaarde Albertsen.

paniek

Deze uitspraak benadrukt de groeiende paniek binnen de sector. Ayvens, dat in Europa momenteel een vloot van 3,4 miljoen auto’s beheert, waarvan 10 procent elektrisch is, heeft te maken met aanzienlijke financiële risico’s door de lage restwaarde van elektrische voertuigen. In de leasemarkt is de restwaarde van een voertuig aan het einde van het leasecontract van cruciaal belang. Het maandelijkse leasingbedrag is onder andere gebaseerd op de verwachte restwaarde van de auto. Wanneer deze waarde wordt overschat, kan dit leiden tot aanzienlijke verliezen voor de leasemaatschappij.

De inschattingsfout van de sector heeft meerdere oorzaken. In de beginjaren van elektrische auto’s waren de eerste tweedehands Tesla’s zeer gewild, wat leidde tot hoge prijzen op de tweedehandsmarkt. Dit was deels te wijten aan het feit dat Tesla destijds bijna een monopolie had op elektrische voertuigen en de vraag veel groter was dan het aanbod. Deze situatie gaf de leasingmaatschappijen de indruk dat elektrische auto’s over het algemeen een hoge restwaarde zouden behouden. Echter, nu het aanbod van elektrische auto’s sterk is toegenomen en de technologie snel veroudert, is de tweedehandsmarkt veel minder rooskleurig dan verwacht.

Foto: © Pitane Blue – BMW

Een bijkomend probleem is dat de batterij van een elektrische auto na verloop van tijd degradeert, wat de waarde van de wagen verder drukt. Dit in tegenstelling tot een klassieke verbrandingsmotor, die bij goed onderhoud jaren mee kan gaan. Bovendien zijn consumenten nog steeds terughoudend om tweedehands elektrische wagens te kopen vanwege onzekerheid over de levensduur van de batterij en de kosten voor vervanging ervan.

nieuwe realiteit

De toekomst van de leasingsector hangt in grote mate af van hoe snel en effectief bedrijven zich kunnen aanpassen aan deze nieuwe realiteit. De noodzaak om realistischere inschattingen te maken van de restwaarde van elektrische voertuigen en de mogelijke kosten die daarmee gepaard gaan, wordt steeds urgenter. Als de sector hierin faalt, kunnen we een aanzienlijke verschuiving zien in de strategieën van leasemaatschappijen, mogelijk met een terugtrekking uit de markt voor elektrische voertuigen tot gevolg.

Ondanks de huidige uitdagingen blijven sommige experts optimistisch over de toekomst van elektrische voertuigen in de leasingmarkt. Innovaties op het gebied van batterijtechnologie en een toenemende vraag naar duurzame mobiliteitsoplossingen zouden op termijn de tweedehandswaarde van elektrische auto’s kunnen verbeteren. Echter, voor nu blijft het voor leasemaatschappijen een delicaat evenwicht tussen het beheren van risico’s en het profiteren van de groeiende markt voor elektrische voertuigen.

Elektrische wagens drijven kosten op: bedrijven herzien mobiliteitsbeleid

Tesla verliest terrein terwijl Chinese elektrische wagens winnen aan populariteit.

De prijs van bedrijfswagens is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld, een stijging die bedrijven dwingt hun mobiliteitsbeleid te herzien. De hoofdreden voor deze kostenstijging is de verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektrische voertuigen. Dit brengt echter ook nieuwe opties met zich mee voor werknemers die geen grote wagen nodig hebben, of kiezen voor een kleiner model. Veel bedrijven kunnen het zich niet langer veroorloven om het mobiliteitsbudget van hun werknemers mee te laten stijgen met de prijs van nieuwe wagens, en kiezen daarom steeds vaker voor kleinere modellen.

De ooit zo populaire Tesla heeft aan aantrekkingskracht verloren, mede door problemen met onderhoud en service na verkoop. De restwaarde van Tesla’s is gedaald door de onvoorspelbare acties van Elon Musk, wat heeft geleid tot hogere kosten voor leasingmaatschappijen. Deze hogere kosten worden doorberekend aan bedrijven, wat de aantrekkelijkheid van Tesla’s verder vermindert.

populariteit

Ondertussen winnen Chinese elektrische auto’s aan populariteit. Ze bieden grote, goed uitgeruste voertuigen tegen een veel lagere prijs dan Europese merken. Bijvoorbeeld, een kleine Opel Corsa kost ongeveer evenveel als een veel grotere BYD met lederen zetels. De Europese Unie overweegt invoerheffingen op Chinese auto’s, wat de prijs kan beïnvloeden. Maar als Chinese fabrikanten besluiten hun productie in Europa op te voeren, kan dit effect beperkt blijven.

Elektrische wagens zullen bovendien niet voor altijd fiscaal gestimuleerd worden, omdat dit onhoudbaar blijkt voor de overheid. Werknemers die gewend zijn aan grotere modellen kunnen teleurgesteld zijn als ze moeten overstappen op kleinere auto’s. Sommigen kiezen ervoor om een kleinere auto te rijden of zelfs een eigen wagen aan te schaffen en het vrijgekomen mobiliteitsbudget anders te besteden.

Illustratie: © Pitane Blue – zakelijke parkeerplaats

De populairste bedrijfswagens van 2024, gebaseerd op de meest bestelde modellen bij mobiliteitsaanbieder Athlon Belgium, zijn allemaal volledig elektrisch. De top tien bestaat uit de BMW iX1, Audi Q4 e-tron, BMW i4, Mercedes-Benz EQB, Tesla Model Y, Volvo EX30, Skoda Enyaq, Mercedes-Benz EQA, BMW iX3 en Tesla Model 3. Opvallend is dat de BMW X1 PHEV, in 2023 nog de best verkochte bedrijfswagen en de enige plug-in hybride in de top tien, dit jaar uit het lijstje is verdwenen, samen met de laatste benzine- en dieselmodellen.

De opkomst van elektrische voertuigen en de daarbij horende prijsstijgingen zetten bedrijven onder druk om hun mobiliteitsstrategieën te herzien. De traditionele voorkeur voor grote, luxe wagens maakt steeds vaker plaats voor kleinere en efficiëntere modellen. Werknemers kunnen teleurgesteld zijn door deze veranderingen, maar het biedt ook nieuwe mogelijkheden voor persoonlijke mobiliteitskeuzes en budgetoptimalisatie.