Tag archieven: Leerlingenvervoer

Tilburg op vingers getikt: moeder strijdt tegen gemeente om taxivervoer voor dochter

Gemeente moet opnieuw kijken naar vervoer leerling met beperking.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in Breda een tussenuitspraak gedaan in een slepende kwestie over leerlingenvervoer, waarin een moeder uit de regio Tilburg botst met het college van burgemeester en wethouders over de vergoeding van taxivervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis. De zaak werpt opnieuw licht op de spanningen tussen gemeentelijk beleid en de dagelijkse realiteit van gezinnen die afhankelijk zijn van passend vervoer naar school.

leerlingenvervoer

De moeder had op 16 december 2024 een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2024-2025. Het ging om haar dochter, die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en speciaal onderwijs volgt. Begin januari 2025 werd die aanvraag door de gemeente Tilburg afgewezen, met als reden dat de afstand tussen de woning en de school minder dan zes kilometer bedraagt. Volgens de geldende verordening zou daarmee geen recht bestaan op vergoeding van aangepast vervoer, zoals taxivervoer.

Na bezwaar kwam de gemeente gedeeltelijk terug op dat besluit. In april 2025 verklaarde het college het bezwaar gegrond en werd alsnog een reiskostenvergoeding toegekend, gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer voor het kind en een begeleider. De moeder bleef echter met lege handen staan waar het ging om taxivervoer. Volgens het college voldeed zij niet aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020, waarin is vastgelegd wanneer aangepast vervoer moet worden vergoed.

afwijzing

Die afwijzing liet de moeder niet los. In beroep voerde zij aan dat haar dochter, gezien haar psychische beperking, niet in staat is om ook niet onder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer. Daarmee zou volgens haar zijn voldaan aan de voorwaarden die de verordening stelt. Daarnaast wees zij op de zware belasting voor het gezin. Door de situatie rond haar dochter moet haar andere kind iedere ochtend naar de voorschoolse opvang, een extra kostenpost waar in de toegekende vergoeding geen rekening mee wordt gehouden. Ook stelde zij dat de gemeente te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar en dat daar consequenties aan verbonden zouden moeten worden.

Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar
vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. De
vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om
de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
maken.

Tijdens de zitting in november 2025 bleek dat de kern van het geschil draait om de vraag of de dochter, gelet op haar handicap, daadwerkelijk in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Het college stelde zich op het standpunt dat uit het overgelegde psychologisch onderzoek uit 2023 niet volgt dat sprake is van een onhoudbare situatie bij reizen met bus of trein. Daarbij werd aangevoerd dat ook taxivervoer prikkels met zich meebrengt, bijvoorbeeld doordat een taxi wordt gedeeld met andere kinderen of in de file kan komen te staan.

tussenuitspraak

De rechtbank zette daar stevige vraagtekens bij. In de tussenuitspraak oordeelt de rechter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de relevante bepaling uit de verordening niet van toepassing zou zijn. In de toelichting bij de regels staat juist dat verklaringen van deskundigen zwaar moeten meewegen en dat de gemeente, als die verklaringen onduidelijk of onvolledig zijn, zelf een onafhankelijk deskundig advies kan inwinnen. De moeder had niet alleen een psychologisch rapport ingebracht, maar ook een verklaring van de begeleider van haar dochter. Dat de gemeente die stukken terzijde schoof zonder aanvullend deskundig onderzoek, noemt de rechtbank een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

motivering

Om die reden krijgt het college nu de opdracht om het gebrek te herstellen. Binnen twee weken moet de gemeente laten weten of zij van die mogelijkheid gebruikmaakt en vervolgens heeft zij zes weken de tijd om alsnog een deugdelijke motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Dat kan betekenen dat een onafhankelijk sociaal-medisch advies wordt ingewonnen, zoals de verordening voorschrijft. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan en is er nog geen oordeel over proceskosten of griffierecht.

De zaak laat zien hoe strikt beleid en menselijke maat elkaar kunnen raken. Voor de betrokken moeder staat niet alleen een juridische interpretatie op het spel, maar vooral de dagelijkse haalbaarheid van het schooltraject van haar dochter en de impact daarvan op het hele gezin. De definitieve uitspraak wordt pas verwacht nadat de gemeente haar huiswerk opnieuw heeft gedaan.

Kleinere contracten: landelijke vervoerders verliezen lokale kennis en overzicht

Niet de chauffeur, maar het systeem is het probleem. Chauffeurs moeten tegelijk rijden, begeleiden en verzorgen.

Het vervoer van kwetsbare groepen van zowel Wmo-gebruikers als leerlingen met een beperking  staat in veel gemeenten zwaar onder druk. Klachten over te laat komende taxi’s, ritten die uitvallen en kinderen die uren in de auto zitten, stapelen zich op. Ouders en verzorgers trekken aan de bel, chauffeurs raken overbelast en gemeenten wijzen naar elkaar. Terwijl vervoerders worstelen met lage tarieven en krappe planningen, lijkt bij sommige reizigers en ouders het besef te ontbreken dat dit geen privé-taxidienst is, maar collectief vervoer dat afhankelijk is van vele schakels en onvoorziene omstandigheden.

Toch kan de sector ook met een beschuldigende vinger naar zichzelf wijzen. Want de scherpe tarieven waar vervoerders nu onder zuchten, zijn deels door henzelf in het leven geroepen. Jarenlang hebben grote bedrijven hun offertes ingediend tegen bodemprijzen om de concurrentie af te troeven, met alle gevolgen van dien.

Die strategie, ingegeven door de wens om per se marktaandeel te behouden of te vergroten, heeft geleid tot een neerwaartse spiraal. Elke nieuwe aanbesteding werd goedkoper dan de vorige, tot de marges vrijwel verdwenen waren. Het werd een race naar de bodem. We kunnen niet ontkennen dat de sector daar zelf een rol in heeft gespeeld. Bedrijven hebben jarenlang meegeboden op prijzen waarvan ze wisten dat ze eigenlijk niet haalbaar waren.

De aanbestedingen, waarin vaak de laagste prijs de doorslag geeft, zorgen ervoor dat grote landelijke vervoerders enorme percelen binnenhalen. Die moeten vervolgens duizenden ritten per dag organiseren binnen een beperkt tijdsblok. Dat is logistiek bijna ondoenlijk. Bedrijven zitten nu gevangen tussen lage tarieven en hoge verwachtingen. Er wordt te veel gevraagd voor te weinig geld.

het kraakt

Het resultaat is een keten die kraakt. Kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking komen soms te laat op school of dagbesteding. Ouders melden dat hun kind overstuur raakt door lange wachttijden of ritten die plotseling worden geannuleerd. “Mijn dochter van elf met autisme zat vorige week meer dan anderhalf uur in de taxi,” vertelt een moeder uit Utrecht. “Ze was overstuur toen ze aankwam. De chauffeur kon er niets aan doen, maar het systeem werkt gewoon niet.”

Ook bij het Wmo-vervoer, dat ouderen en mensen met een beperking moet helpen om zelfstandig te blijven, klinken soortgelijke verhalen. Reizigers melden ritten die niet worden uitgevoerd, gebrekkige communicatie en chauffeurs die oververmoeid zijn. Een oudere man uit Noord-Brabant zegt: “Ik wachtte bijna twee uur. De taxi kwam niet. Toen ik belde, kreeg ik te horen dat mijn rit ‘vervallen’ was. Zonder bericht.”

Chauffeurs en reizigers de dupe van onhaalbare prijsafspraken. Lokale vervoerders pleiten voor realistische tarieven en menselijker vervoer.

Niet alleen de lage prijs heeft die de problemen veroorzaakt, maar vooral de schaalgrootte van de contracten. Gemeenten kiezen steeds vaker voor één grote aanbieder die het hele gebied moet bedienen. Daardoor verdwijnt de lokale kennis die cruciaal is om het vervoer soepel te laten verlopen. Een lokale vervoerder kent de wegen, de scholen, de cliënten en hun behoeften. Zij weten dat een bepaald kind bang wordt als het te lang moet wachten of dat een oudere passagier moeite heeft met trapjes. Die menselijke kennis kun je niet vangen in een spreadsheet.

Ik pleit er daarom voor om de grote contracten op te knippen in kleinere, regionale percelen. Dat zou niet alleen de kwaliteit verhogen, maar ook lokale ondernemers een eerlijke kans geven. Als gemeenten het vervoer verdelen over kleinere partijen, wordt de planning overzichtelijker en menselijker. Kleine taxibedrijven kunnen veel flexibeler inspelen op onverwachte situaties.

maatwerk

Ook ouders van leerlingen met een beperking pleiten voor meer maatwerk. Een ouderraad van een speciale basisschool in stuurde onlangs een brief naar de gemeente waarin ze klaagden over de ‘onmenselijke planningen’. In de brief staat: “Onze kinderen zijn geen pakketjes die opgehaald en afgeleverd moeten worden. Ze hebben structuur en rust nodig. Die verdwijnt door het jachtige systeem dat nu is ontstaan.”

Gemeenten erkennen dat de problemen toenemen, maar wijzen op de druk van stijgende kosten en krapte op de arbeidsmarkt. “De budgetten staan onder druk,” zegt een gemeentewoordvoerder. “We proberen de balans te vinden tussen betaalbaarheid en kwaliteit, maar het is een ingewikkeld vraagstuk.” Toch groeit ook binnen de politiek het besef dat het anders moet. Gelukkig pleiten diverse raadsleden ervoor om kwaliteit en lokale kennis zwaarder te laten wegen dan prijs bij toekomstige aanbestedingen.

chauffeurs

Chauffeurs, die dagelijks met de passagiers werken, voelen de spanning het sterkst. “Wij worden aangekeken als iets misgaat,” vertelt een chauffeur die al twintig jaar in het leerlingenvervoer werkt. “Maar wij doen wat we kunnen met de planning die we krijgen. De computer bepaalt de route, niet wij.” Niet de chauffeurs zijn het probleem, maar het systeem waarin zij gedwongen werken. Terwijl klachten over lange wachttijden, uitvallende ritten en overspannen planningen zich opstapelen, zijn het juist de chauffeurs die dagelijks proberen het onmogelijke mogelijk te maken. Zij bevinden zich in de frontlinie van een systeem dat door jarenlange bezuinigingen, te lage aanbestedingstarieven en onrealistische verwachtingen van gemeenten én reizigers is vastgelopen.

Het doelgroepenvervoer – bedoeld voor ouderen, mensen met een beperking en kinderen in het speciaal onderwijs – is in de loop der jaren veranderd van een zorgvoorziening in een logistiek rekenmodel. Gemeenten schrijven enorme percelen uit, waarop grote vervoersbedrijven tegen bodemprijzen inschrijven. Wat daarna volgt, is een puzzel van duizenden ritten per dag binnen een paar uur tijd. En wie die puzzel moet leggen? De chauffeurs.

“De werkdruk is gigantisch,” zegt een chauffeur die al vijftien jaar leerlingen vervoert in Zuid-Holland. “We krijgen een route vanachter een computer voorgeschoteld die in theorie klopt, maar in de praktijk onmogelijk is. Files, kinderen die langer de tijd nodig hebben om in te stappen, of ouders die nog even iets willen zeggen — daar houdt de planning geen rekening mee. En als we vijf minuten te laat zijn, krijgen we de klachten over ons heen.”

opvoeden

De verwachtingen zijn bovendien de laatste jaren alleen maar toegenomen. Van chauffeurs wordt niet alleen gevraagd dat ze veilig en op tijd rijden, maar ook dat ze optreden als begeleider, verzorger en soms zelfs als opvoeder. “We moeten de kinderen helpen uitstappen, begeleiden tot aan de schoolpoort, troosten als ze overstuur zijn en rustig blijven als er iets misgaat onderweg,” vertelt een andere chauffeur. “Dat doen we met liefde, maar het is geen taak die past binnen de tijdsdruk die we krijgen. Soms moeten we kiezen tussen menselijkheid en planning — en dat voelt vreselijk.”

Gemeenten geven intussen toe dat de uitvoering onder druk staat, maar wijzen op budgettaire beperkingen. “We begrijpen de signalen,” zegt een gemeentewoordvoerder. “Maar het is een complexe taak met beperkte middelen.” Een verklaring die binnen de sector met gefronste wenkbrauwen wordt ontvangen. Want de lage tarieven zijn mede het gevolg van aanbestedingen waarbij prijs belangrijker is dan kwaliteit.

Gemeente opgelucht: RMC krijgt groen licht van de rechter voor Rotterdams vervoer

Het Rotterdamse vervoersbedrijf RMC mag zich officieel de nieuwe vervoerder noemen voor ouderen en kwetsbare kinderen in de stad.

De rechtbank heeft alle bezwaren van concurrenten van tafel geveegd, waardoor de gunning van het megacontract van 300 miljoen euro definitief is. De uitspraak betekent een grote opluchting voor zowel de gemeente Rotterdam als voor RMC zelf, dat eerder het contract nog verloor aan Trevvel.

De gemeente besloot eerder dit jaar het contract toe te wijzen aan RMC, nadat het bedrijf volgens de beoordelingscommissie de maximale score behaalde tijdens de aanbestedingsprocedure. Die beslissing stuitte echter op verzet van twee concurrenten, waaronder TWZ Connect — het moederbedrijf van de huidige vervoerder Trevvel. De tegenpartij vond dat RMC niet geschikt was om het vervoer uit te voeren en stapte naar de rechter in een poging de aanbesteding ongeldig te laten verklaren.

Volgens TWZ Connect was RMC onbetrouwbaar, onder meer omdat het jarenlang te laat zijn jaarrekeningen deponeerde en naar verluidt slecht presteerde bij het leerlingenvervoer in de regio Dordrecht. De gemeente zou volgens de klagers niet zorgvuldig genoeg hebben gehandeld bij het beoordelen van deze risico’s.

economisch delict

De rechter ging echter niet mee in die redenering. In het vonnis staat dat het te laat deponeren van jaarrekeningen weliswaar als een economisch delict kan worden aangemerkt, maar dat dit niet kwalificeert als een ‘ernstige beroepsfout’. Ook ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de integriteit van RMC of de betrouwbaarheid van het bedrijf in de uitvoering van het contract. Over de situatie in Dordrecht stelt de rechter dat er wel sprake was van spanningen, maar dat niet bewezen is dat RMC daar daadwerkelijk wanprestatie heeft geleverd.

Met de uitspraak lijkt een einde gekomen aan maanden van onzekerheid over wie het vervoer van ouderen en kwetsbare leerlingen in Rotterdam gaat uitvoeren. De komende tijd werkt de gemeente samen met RMC aan de overgang van de werkzaamheden, zodat gebruikers van het vervoer geen hinder ondervinden.

Voor de gemeente Rotterdam is de uitspraak bijzonder welkom. Een nieuwe aanbestedingsronde zou niet alleen veel tijd kosten, maar ook extra geld. Wethouder Ronald Buijt reageert tevreden: „We hebben altijd vertrouwen gehad in een goede afloop in deze zaak. Het is fijn dat de rechter ons in het gelijk heeft gesteld en ons vertrouwen bevestigt. We gaan nu gunnen en met volle kracht vooruit om dit vervoer voor de Rotterdammers goed te regelen.”

opluchting

Ook bij RMC is de opluchting groot. In een schriftelijke reactie laat het bedrijf weten blij te zijn met de uitspraak, die volgens de directie „nogmaals heeft bevestigd dat RMC de beste inschrijving heeft ingediend en dat de procedure correct en op integere wijze is verlopen.” Het bedrijf zegt de afgelopen periode als zwaar te hebben ervaren door de ophef rondom de gunning, maar wil zich nu volledig richten op de toekomst. „We betreuren de ophef van de afgelopen periode en zijn opgelucht dat er nu eindelijk duidelijkheid is voor de duizenden Rotterdammers die van dit vervoer gebruikmaken,” aldus RMC.

Petitie: helft van ouders ontevreden over vervoer naar speciaal onderwijs

Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.

Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.

De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.

begeleiding

Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.

De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”

Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.

kindvriendelijk

Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.

De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.

overprikkeld

Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.

Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.

Bestuurster Connexxion claimt parkeerplek bij bewoners: bus moet hier staan

In woonwijken door heel Nederland wordt tijdens de zomervakantie een groeiende bron van ergernis zichtbaar: busjes, bussen en bestelwagens van vervoerders en bouwbedrijven die wekenlang blijven staan, midden in de wijk, pal voor woonhuizen.

Parkeren in een drukke woonwijk is voor veel bewoners al een dagelijkse uitdaging. Laat staan als je dat moet doen tussen de bestelwagens, werkbusjes en busjes voor schoolvervoer die zich tijdens vakanties massaal in de wijk verzamelen. Van schoolbusjes tot werkbusjes — bewoners zien hun uitzicht verdwijnen, hun parkeerplek ingenomen worden en hun woonomgeving in rap tempo veranderen in een bedrijventerrein. En terwijl de overlast groeit, blijven gemeenten machteloos toekijken.

woonwijk

Een steeds terugkerend patroon komt boven: zodra de schoolvakantie of bouwvak begint, verdwijnen de chauffeurs en bouwvakkers, maar blijven hun voertuigen staan. Busjes van het leerlingenvervoer worden bij gebrek aan centrale stallingslocaties door bedrijven bij chauffeurs ‘geparkeerd’. Die nemen de voertuigen noodgedwongen mee naar hun eigen woonwijk. Niet zelden krijgen ze die opdracht van de werkgever, simpelweg omdat het bedrijf geen terrein beschikbaar heeft. De publieke ruimte wordt zo, zonder overleg of vergunning, gebruikt als gratis opslagplaats.

In Eindhoven bereikte de overlast onlangs een nieuw dieptepunt. Een vrouw, bestuurster van busje voor leerlingenvervoer, belde aan bij bewoners met de mededeling dat ze haar bus voor hun deur moest parkeren. Volgens de bewoners was haar verklaring kort en krachtig: “Bij mij thuis is geen plek, dus ik zet ‘m hier neer.” Er werd geen toestemming gevraagd. Integendeel, de toon werd als dwingend en onbeschoft ervaren. “Ze claimde de plek alsof het vanzelfsprekend was,” aldus een van de bewoners. “Alsof wij daar niets over te zeggen hebben. Terwijl het gaat om de plek pal voor onze woonkamer. Je kijkt ineens uit op een wand van reclamebestickering.”

Foto: © Pitane Blue – Connexxion

Kort daarop deed zich opnieuw een incident voor met dezelfde bestuurster. Ze trof een automobilist aan die geparkeerd stond op de plek waar zij normaliter haar busje stalt. Via het open raam van zijn auto vroeg ze de man: “Ga je daar lang staan? Mijn bus moet daar staan.” De verbaasde bestuurder had slechts even stilgestaan om iemand te laten instappen. De impliciete boodschap: die plek is van mij — en wie daar staat, zit fout.

dagenlang

Vergelijkbare taferelen voltrekken zich in Tilburg, waar bewoners van meerdere straten melden dat ze hun eigen straat nauwelijks meer in kunnen. Bestelbussen staan dagenlang geparkeerd, terwijl bewoners hun auto’s straten verderop moeten parkeren. Op forums en lokale platforms wordt volop geklaagd over het gebrek aan actie. “Ze zetten de bussen door heel Tilburg,” schrijft een bewoner. “Bij mij in de straat wonen ze en ze zetten de bussen altijd ergens neer waar geen vergunning is.”

De frustratie in de wijken is des te schrijnender omdat de regelgeving duidelijk is. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het in veel gemeenten verboden een voertuig dat, inclusief lading, langer is dan zes meter of hoger dan 2,4 meter, te parkeren bij een gebouw dat voor bewoning of dagelijks gebruik dient, wanneer dit het uitzicht van bewoners belemmert of hinder veroorzaakt. Maar in de praktijk gebeurt dit dagelijks, met instemming of op zijn minst met medeweten van de gemeente.

Een inwoner van Utrecht laat weten: “We melden het keer op keer. Maar de gemeente zegt dat ze per situatie beoordelen of iets hinderlijk is. Ondertussen staan die bussen hier gewoon wekenlang geparkeerd. Er gebeurt niks.” Ook in Breda uiten bewoners hun frustraties. “Elke ochtend kijken we tegen een bouwbus aan. De zon in de ochtend is verdwenen, kinderen kunnen niet veilig spelen, en de stoep is onbegaanbaar. Wat moeten we nog meer doen om gehoord te worden?”

wetgeving

Voertuigen die langer zijn dan 6 meter, hoger zijn dan 2,40 meter, of een oplegger/aanhangwagen betreffen, mogen binnen de bebouwde kom niet zomaar geparkeerd worden tussen 18:00 en 8:00 uur, tenzij op een daarvoor aangewezen plek. Maar hier wringt de schoen. De busjes die door vervoersbedrijven voor leerlingenvervoer of door kleinere aannemers worden gebruikt, zijn doorgaans net korter dan zes meter en lager dan 2,4 meter. Daardoor vallen ze formeel niet onder het verbod dat bedoeld is om juist deze overlast te voorkomen. En dus kunnen deze voertuigen — ook als ze structureel het uitzicht blokkeren of parkeerplekken innemen — juridisch ongestoord blijven staan. Niet voor een paar uur, maar soms weken achter elkaar.

Het probleem ligt dus niet alleen bij het ontbreken van handhaving. Dieper ligt het structurele tekort aan stallingsruimte bij vervoers- en bouwbedrijven. Bedrijven bezuinigen op terreinhuur en rekenen erop dat chauffeurs hun voertuigen wel meenemen. Dat deze keuze de verantwoordelijkheid én de overlast bij de wijkbewoners neerlegt, lijkt voor veel ondernemers van ondergeschikt belang.

vergunning

Het is een kwalijke ontwikkeling. De openbare ruimte is bedoeld voor bewoners, niet als verlengstuk van het wagenpark van bedrijven. Bedrijven zouden bij het aanvragen van opdrachten of vergunningen verplicht moeten aantonen dat zij beschikken over voldoende stallingscapaciteit. Geen plek? Dan ook geen vergunning.

Toch blijft gemeentelijke actie uit. Gemeenten geven aan dat de beoordeling subjectief is en dat zij handhaven op basis van meldingen en capaciteit. Ondertussen blijft het voor bewoners dweilen met de kraan open. Klachten worden niet of nauwelijks opgevolgd, en elke vakantieperiode herhaalt het patroon zich.

parkeerbeleid

De situatie raakt aan meer dan alleen parkeerbeleid. Het tast het woongenot aan, beïnvloedt de verkeersveiligheid en ondermijnt het vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming. In veel wijken groeit het gevoel dat bedrijven mogen doen wat ze willen, zonder dat bewoners enige bescherming genieten.

Zolang er geen duidelijke landelijke richtlijnen komen of gemeenten geen striktere eisen stellen bij aanbestedingen en vergunningverlening, blijven woonwijken ongewild het toneel van wildparkerende busjes, tot grote frustratie van hen die er wonen.

Pijnlijk en misplaatst: Fred Teeven noemt eisen te hoog, LBVSO woest

De woede bij ouders en leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs is groot.

Aanleiding zijn uitspraken van Fred Teeven, voorzitter van branchevereniging Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), die zich op kwalitatief platform voor ambtenaren en bestuurders Binnenlands Bestuur uitliet over de in zijn ogen “te hoge eisen” die gemeenten stellen aan het leerlingenvervoer. Teeven suggereerde dat elektrische fietsen en openbaar vervoer prima alternatieven zijn voor het taxivervoer waar duizenden kwetsbare jongeren dagelijks op zijn aangewezen.

De belangenorganisatie LBVSO, die opkomt voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, reageerde fel via sociale media. “Sorry dat we bestaan, meneer Teeven. Sorry dat we leerlingenvervoer nodig hebben. Sorry dat wij niet in uw efficiency- en lobbyclubmodel passen,” schrijven zij in een vlammende verklaring. Volgens de organisatie bewijzen meer dan 1.500 meldingen dit schooljaar alleen al dat het huidige systeem structureel tekortschiet. Leerlingen worden te laat opgehaald, instappunten zijn onveilig en aanvragen voor vervoer worden regelmatig afgewezen.

schrijnende situaties

In diezelfde verklaring laat LBVSO weten dat hun achterban vaak schrijnende situaties rapporteert. Leerlingen die door hun beperking niet zelfstandig kunnen reizen, missen tientallen uren onderwijs per jaar omdat het vervoer niet op orde is. “Mijn kind heeft ruim 100 lesuren gemist door te late bussen,” luidt een van de citaten. “Ze vonden mijn beperking niet ernstig genoeg,” zegt een andere leerling. LBVSO stelt dat het systeem doelbewust wordt uitgekleed en noemt het “besparen over de rug van kwetsbare kinderen.”

De uitspraken van Teeven zijn volgens LBVSO pijnlijk en misplaatst. Hij verklaarde dat de eisen van gemeenten – zoals vaste chauffeurs of gespecialiseerde begeleiding – te kostbaar en inefficiënt zouden zijn. “Zelden zagen we het masker zo snel vallen,” reageert LBVSO. De suggestie dat leerlingen zelf maar met de bus of fiets moeten, is volgens hen niet alleen onrealistisch, maar ook gevaarlijk.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De kritiek staat niet op zichzelf. Al in september 2023 was eer sprake dat veel leerlingen in het speciaal onderwijs dagelijks vervoer misten. Sommige kinderen werden zelfs dagenlang niet opgehaald. Gemiddeld ging het om honderden gemiste lesuren per leerling per jaar. Ouders trokken steeds vaker aan de bel over falend vervoer, soms met inzet van touringcars als noodoplossing.

beleidsvorming

Wat LBVSO het meest steekt, is dat zij als vertegenwoordigers van de grootste doelgroep binnen het leerlingenvervoer niet zijn betrokken bij de beleidsvorming. “U heeft ons, de eindgebruikers, niet eens gesproken!” luidt hun aanklacht aan het adres van Teeven. Die zou vooral geluisterd hebben naar lobbyclubs en vervoerders, niet naar de kinderen en ouders die dagelijks afhankelijk zijn van het systeem.

Op de zogeheten ‘Leerlingenvervoerdag’, georganiseerd door vervoerders en lobbyisten, was LBVSO zelfs niet welkom. “Uw boodschap is luid en duidelijk: wij zijn nog minder dan een postpakket,” stellen ze in hun reactie. Ze eisen dat het beleid niet langer draait om marges en marktaandeel, maar om de behoeften van kinderen.

Ministeriële bemoeienis blijft tot nu toe uit, maar de roep om structurele verandering groeit. LBVSO wil niet langer als kostenpost worden gezien, maar als wat ze zijn: leerlingen die recht hebben op veilig, waardig en passend onderwijs. “Wij laten ons niet uitroken. Wij bestaan. En we gaan nergens heen,” luidt het slot van hun verklaring.

Rotterdam: ouders kunnen vergoeding blijven krijgen voor zelf regelen leerlingenvervoer

Ouders in Rotterdam die hun kind met recht op aangepast vervoer zelf naar school brengen en ophalen, blijven een kilometervergoeding van €0,38 ontvangen.

De gemeente heeft besloten deze regeling, die sinds 2022 bestaat, te handhaven als alternatief voor het omstreden leerlingenvervoer via Trevvel, zo meldt Dagblad010.

De vergoeding werd eind 2022 verhoogd om ouders te stimuleren hun kind zelf te vervoeren in plaats van gebruik te maken van taxivervoer. Financieel gezien is deze regeling voordeliger voor de gemeente, omdat de kosten per leerling lager uitvallen dan bij het inhuren van Trevvel.

Zorgwethouder Ronald Buijt spreekt van positieve ervaringen met deze kilometervergoeding. Hij heeft echter geen inzicht in de vraag of steeds meer ouders overstappen op deze regeling sinds de vele klachten over Trevvel zich opstapelden. Al jarenlang ligt Trevvel onder vuur vanwege problemen met stiptheid, communicatie en incidenten waarbij kwetsbare leerlingen niet op tijd of zelfs helemaal niet werden opgehaald.

De gemeenteraad klaagt al sinds de vorige coalitieperiode (2018-2022) over de gebrekkige prestaties van Trevvel. Desondanks blijft het vervoersbedrijf voorlopig actief in Rotterdam. De gemeente heeft een overbruggingsovereenkomst gesloten die de continuïteit van het leerlingenvervoer waarborgt tot maximaal de zomer van 2026. Dit betekent dat de nieuwe vervoersovereenkomst, die uit een lopende aanbestedingsprocedure voortkomt, pas op 21 juli 2026 ingaat.

Wethouder Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam)

Politieke partijen zoals Leefbaar Rotterdam en de Jongere Ouderen Unie hadden liever gezien dat Trevvel eerder zou worden vervangen. De wens om het contract versneld te beëindigen strandde echter op de complexiteit en de risico’s die zo’n stap met zich meebrengt. Het voortijdig ontbinden van het contract zou juridische en praktische complicaties kunnen veroorzaken, waardoor de continuïteit van het leerlingenvervoer in gevaar zou komen.

Ouders die voor de kilometervergoeding kiezen, blijven zo de mogelijkheid behouden om hun kind zelf te vervoeren en tegelijkertijd financieel gecompenseerd te worden. Hoeveel ouders hier daadwerkelijk gebruik van maken en of deze regeling in de toekomst verder wordt uitgebreid, blijft voorlopig onduidelijk.

College Rotterdam terechtgewezen: leerling had recht op taxivervoer

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 januari 2025 een belangrijke uitspraak gedaan in een geschil over aangepast leerlingenvervoer in Rotterdam.

De zaak betrof een moeder die bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag had ingediend voor aangepast vervoer voor haar zoon naar speciaal basisonderwijs, maar deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen. De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd, wat betekent dat het college onterecht heeft gehandeld bij het afwijzen van de aanvraag.

De kern van de zaak draaide om de vraag of de zoon van de moeder recht had op aangepast vervoer, zoals taxivervoer, omdat hij door een verstandelijke en lichamelijke handicap niet zelfstandig of met begeleiding gebruik kon maken van openbaar vervoer. De afstand tussen de woning van het gezin en de school bedraagt 5,17 kilometer, en de moeder stelde dat deze reis niet haalbaar was zonder aangepast vervoer.

aanvraag en afwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag in september 2021 af, evenals het bezwaar dat de moeder daarna indiende. Volgens het college was er geen sprake van een situatie waarin de leerling, op basis van artikel 12 van de Verordening leerlingenvervoer Rotterdam 2015, recht zou hebben op aangepast vervoer. Het college vond dat de leerling wel onder begeleiding met het openbaar vervoer naar school kon reizen, ondanks de medische en psychologische problemen die door de moeder en deskundigen werden aangevoerd.

De moeder ging tegen deze beslissing in beroep bij de rechtbank Rotterdam. In april 2023 oordeelde de rechtbank dat het college niet correct had gehandeld en dat de aanvraag voor aangepast vervoer ten onrechte was afgewezen. De rechtbank baseerde zich op verschillende medische verklaringen, waaronder een rapport van een orthopedagoog en een psycholoog, waaruit bleek dat de zoon door een autismespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en posttraumatische stressstoornis niet in staat was om zelfstandig of met begeleiding van het openbaar vervoer gebruik te maken. De rechtbank gaf het college de opdracht om een nieuw besluit te nemen en daarbij de uitspraak mee te nemen.

Foto: © Pitane Blue – Raad van State

Het college bleef echter volhouden dat niet aan alle voorwaarden van de verordening was voldaan en ging in hoger beroep bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelde dat het college opnieuw in de fout was gegaan en dat het besluit om aangepast vervoer te weigeren onterecht was. De hoogste bestuursrechter baseerde zich op een medisch advies uit augustus 2023, waarin expliciet werd geconcludeerd dat de zoon vanwege zijn beperkingen zelfs onder begeleiding niet in staat was om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ook werd vastgesteld dat de problematiek van de zoon al tijdens het schooljaar 2021-2022 aanwezig was en dat er sprake was van structurele reisbeperkingen. Het argument van het college dat de beperkingen pas later relevant zouden zijn geworden, werd door de Raad van State verworpen.

De Raad van State ging verder dan de rechtbank door te bepalen dat de moeder recht had op een vergoeding van €1.540 voor de reiskosten in het schooljaar 2021-2022. Deze vergoeding is gebaseerd op de werkelijke benzinekosten die de moeder maakte, aangezien het college destijds geen aangepast vervoer had toegekend. Het eerdere bedrag van €580, dat het college had toegekend op basis van de kosten van openbaar vervoer, werd als onvoldoende beschouwd.

bredere impact

Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor de betrokken familie, maar biedt ook een precedent voor andere ouders die met vergelijkbare situaties kampen. De Raad van State benadrukte dat bij de beoordeling van aanvragen voor aangepast vervoer medische en sociale omstandigheden van de leerling zwaar moeten meewegen. Het college van Rotterdam is verplicht om bij toekomstige aanvragen zorgvuldiger te toetsen en medische adviezen serieuzer mee te nemen in de besluitvorming.

De uitspraak onderstreept daarnaast het belang van duidelijke communicatie en adequate ondersteuning van ouders in complexe procedures rondom leerlingenvervoer. Het college werd ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de moeder, die werden vastgesteld op €1.312,50.

Rotterdam past eisen aan: onzekerheid over nieuw contract na rechtszaak Trevvel

De gemeente Rotterdam heeft de voorwaarden voor het vervoer van ouderen en kwetsbare kinderen aangepast.

Deze wijzigingen volgen op een kort geding dat vervoersbedrijf Trevvel in november aanspande tegen de gemeente. De aanpassing van de eisen komt slechts tien dagen voor de rechtszaak, een signaal dat de gemeente lijkt in te spelen op de kritiek van Trevvel en andere betrokkenen.

De controverse draait om de nieuwe aanbesteding van het vervoer, die volgens betrokkenen vooral gericht was op de laagste prijs en onvoldoende rekening hield met kwaliteit. Het maximumtarief waarop bedrijven konden inschrijven, lag onder het bedrag waarvoor Trevvel momenteel werkt. Tegelijkertijd zijn de operationele kosten voor vervoerders de afgelopen jaren gestegen. Trevvel, dat tot de zomer verantwoordelijk blijft voor het vervoer, uitte ook zorgen over de al bestaande klachten over de dienstverlening en stelde dat een lagere prijs ten koste zou gaan van de kwaliteit.

Wethouder Ronald Buijt laat de media weten dat de gemeente na bestudering van de dagvaarding en ingewonnen adviezen heeft besloten enkele voorwaarden te versoepelen. Zo wordt het maximumtarief losgelaten. Hoewel inschrijvingen boven het oude maximum minder kans maken, biedt deze wijziging meer speelruimte voor bedrijven om hun kosten te dekken. Daarnaast is besloten dat bedrijven niet meermaals worden beboet voor dezelfde overtreding, een ander belangrijk bezwaar van Trevvel.

onzekerheid blijft

Mirl de Bruin, directeur van Trevvel, reageert tegenover het AD terughoudend op de aanpassingen. “Ik heb kennisgenomen van het bericht dat de gemeente naar aanleiding van onze bezwaren meerdere aanpassingen heeft gedaan. De komende dagen zullen wij inhoudelijk bestuderen of deze aanpassingen voldoende zijn om de kwaliteit van het vervoer voor Rotterdammers te waarborgen.” Het blijft daarmee onduidelijk of het kort geding van de baan is.

PvdA-raadslid Dennis Tak noemt de wijzigingen op zich positief, maar uitte ook zijn twijfels over de mogelijke gevolgen. “Al lijkt het me sterk dat Trevvel de rechtszaak nu stopt. Mijn inschatting is dat ze de boel vooral willen traineren.” Door deze onzekerheid bestaat de kans dat er geen nieuw contract beschikbaar is wanneer de huidige overeenkomst met Trevvel afloopt.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft inmiddels gesprekken gevoerd met andere vervoersbedrijven over een mogelijke tijdelijke oplossing, mocht de situatie escaleren. Dit zou betekenen dat een nieuw bedrijf het vervoer van ouderen en kwetsbare kinderen tijdelijk overneemt tot de aanbesteding definitief is afgerond. Het blijft echter een uitdaging om een snelle en kwalitatieve overgang te garanderen.

Met de aanpassingen probeert de gemeente een balans te vinden tussen prijs en kwaliteit. Toch wordt het hele proces overschaduwd door de tijdsdruk en de juridische strijd met Trevvel. Voor nu blijft het onzeker of de wijzigingen voldoende zijn om toekomstige problemen te voorkomen, en of de kwaliteit van het vervoer daadwerkelijk gewaarborgd zal zijn.

Leerlingenvervoer: kleine vervoerders verdwijnen door complexe aanbestedingen

Het leerlingenvervoer in Nederland kampt met grote problemen die directe gevolgen hebben voor kinderen die afhankelijk zijn van deze essentiële dienst.

Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), luidt de noodklok in de ochtenduitzending van WNL en wijst op twee kernproblemen: een schrijnend personeelstekort en de ingewikkelde aanbestedingsregels die de sector verstikken.

Volgens Teeven is het tekort aan gekwalificeerd personeel een van de grootste obstakels voor een goed functionerend leerlingenvervoer. “Met meer personeel kunnen vervoerders flexibeler inspelen op de specifieke behoeften van leerlingen, zoals kinderen met een beperking of andere speciale vereisten. Dat lukt nu vaak niet,” stelt hij. Het tekort heeft bovendien een domino-effect: routes worden langer, wachttijden nemen toe en chauffeurs staan onder enorme druk, wat de kwaliteit van het vervoer niet ten goede komt.

Het andere grote probleem is volgens Teeven het complexe aanbestedingssysteem. Europese aanbestedingsregels dwingen gemeenten om vervoersopdrachten openbaar aan te besteden, wat vaak ten koste gaat van lokale vervoerders die al jarenlang vertrouwd zijn met de omgeving en de specifieke behoeften van de leerlingen. “Kleine, betrouwbare vervoerders worden vervangen door grotere bedrijven die minder binding hebben met de gemeenschap. Dit leidt niet alleen tot onzekerheid voor ouders en kinderen, maar kan ook de continuïteit en kwaliteit van het vervoer in gevaar brengen,” aldus Teeven.

chaos in leerlingenvervoer

De problemen in het leerlingenvervoer hebben zowel ouders, scholen als vervoerders op scherp gezet. De KNV voorzitter ziet mogelijkheden voor de staatssecretaris om in te grijpen en het tij te keren, ondanks de beperkingen die de Europese aanbestedingsregels met zich meebrengen. Met gerichte acties kan volgens Teeven niet alleen de kwaliteit van het vervoer verbeteren, maar ook het personeelstekort worden aangepakt.

Een van de belangrijkste stappen die de staatssecretaris kan nemen, is het aanpassen van de aanbestedingspraktijken. Teeven benadrukt dat gemeenten vaak te veel gericht zijn op de laagste prijs, wat leidt tot een “race to the bottom”. “Het gaat niet alleen om wat goedkoop is, maar om wat werkt,” stelt hij. Volgens hem zouden gemeenten moeten worden aangemoedigd om eerlijke prijzen te betalen aan vervoerders. Dit zou hen niet alleen de middelen geven om betere service te leveren, maar ook om voldoende personeel aan te trekken en te behouden.

Foto: © KNV – Fred Teeven bij WNL

Het televisieprogramma Zembla bracht deze week een onthullende uitzending over de groeiende problemen in het leerlingenvervoer. Aan de hand van persoonlijke verhalen en deskundige analyses werd pijnlijk duidelijk hoe ernstig de situatie is. Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), leverde scherpe kritiek op het huidige systeem en wees op de diepgaande gevolgen voor kwetsbare kinderen.

Een andere suggestie van Teeven is om het beroep van chauffeur aantrekkelijker te maken. Hij stelt voor om het leerlingenvervoer te combineren met andere vormen van zorgvervoer, zoals het vervoer dat wordt geregeld onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). “Door de werkzaamheden te combineren, kunnen chauffeurs een stabieler inkomen krijgen en wordt het vak aantrekkelijker,” legt Teeven uit. Dit zou niet alleen helpen om nieuwe mensen te werven, maar ook om de flexibiliteit binnen de sector te vergroten.

Het personeelstekort is een van de grootste knelpunten binnen het leerlingenvervoer en heeft verregaande gevolgen voor de kinderen en hun ouders. Lange wachttijden, onregelmatige ophaaltijden en stressvolle situaties voor kwetsbare leerlingen worden hierdoor steeds vaker de norm. Door chauffeurs betere arbeidsvoorwaarden en meer variatie in hun werk te bieden, kan een structurele verbetering worden bereikt.

Zembla

Een terugkerend thema in de Zembla uitzending was de benadering van kinderen die louter als “pakketjes” die van A naar B gebracht moeten worden. Deze vergelijking, vaak door meerdere ouders en betrokkenen gebruikt, onderstreepte hoe gevoelloos het systeem soms opereert. “Kinderen moeten met zorg en aandacht worden vervoerd, niet als pakketjes in een busje worden gepropt,” benadrukte Teeven. Vooral voor kinderen met speciale behoeften, zoals een handicap of autisme, is een persoonlijke en gestructureerde aanpak essentieel.

Een van de meest opvallende voorbeelden die in de uitzending aan bod kwam was de zogenaamde “touringcar” in de provincie Utrecht, een noodoplossing die werd ingezet na een mislukte aanbesteding. Deze tijdelijke maatregel werd in de uitzending beschreven als een symbool voor hoe het misgaat in het leerlingenvervoer.

warme overdracht

Een ander belangrijk punt dat Teeven naar voren brengt, is de zogenoemde “warme overdracht” van kinderen. Dit houdt in dat er meer aandacht moet zijn voor de begeleiding van kinderen vanaf het moment dat ze worden opgehaald tot het moment dat ze veilig op school arriveren. “Het gaat erom dat kinderen niet alleen veilig vervoerd worden, maar ook op een rustige en prettige manier de schooldag beginnen,” legt hij uit.

Teeven legt uit dat sommige kinderen alleen op de voorbank kunnen zitten of geen andere kinderen naast zich kunnen hebben. Dit benadrukt de noodzaak voor voldoende personeel, zodat vervoerders flexibeler kunnen inspelen op de specifieke behoeften van de kinderen. Als je voldoende personeel hebt, dan ben je als vervoerder flexibeler. 

“En als laatste, ik denk dat ook een warme overdracht van kinderen belangrijk is”, besluit Fred Teeven. “Dat betekent als een vervoerder bij een school aankomt met vijf kinderen in een busje en hij moet tien minuten door een school lopen om te zorgen dat het kind kan worden begeleid en naar de klas gaat, dan zitten er vier andere kinderen in zo’n busje.”