Tag archieven: lti

Maximumtarieven taxi: KNV wil andere rekenmethode voor indexering

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een aanpassing van de maximumtarieven voor taxivervoer die per 1 januari 2026 in werking moet treden.

De jaarlijkse indexering, die wordt berekend via de Landelijke Tarievenindex (LTI), zorgt ervoor dat de tarieven aansluiten bij de actuele prijsontwikkeling binnen de sector. De LTI komt voor 2026 uit op 3,86 procent, wat betekent dat zowel de vaste bedragen als de kilometer- en minuutprijzen met dit percentage omhoog zullen gaan. Ook het tarief dat chauffeurs mogen rekenen voor de wachtperiode bij aanvang van een rit stijgt evenredig, mits dat vooraf met de consument is overeengekomen.

wettelijk proces

De aanpassing maakt deel uit van een wettelijk proces dat jaarlijks plaatsvindt op grond van artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000. Het ministerie consulteert hierbij belanghebbenden, zoals vervoerders, reizigersorganisaties en belangenverenigingen, om hen te informeren en hun reacties op te halen. Tot 3 november 2025 konden betrokkenen reageren op de voorgenomen wijziging.

De Landelijke Tarievenindex is eerder opgesteld door DOVA, het samenwerkingsverband van veertien decentrale ov-autoriteiten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een extra consultatie gehouden om te toetsen of de indexatie goed aansluit bij de realiteit in de markt. Volgens het ministerie zorgt de wijzigingsregeling niet alleen voor marktconforme tarieven, maar ook voor duidelijkheid richting chauffeurs, ondernemers, burgers en toezichthouders over de maximumprijzen die in 2026 mogen worden gehanteerd.

De verhoging geldt uitsluitend voor taxivervoer waarbij een tarief per kilometer of minuut wordt gehanteerd. Voor contractvervoer en voor ritten waarbij vooraf een vaste prijs met de klant is afgesproken, blijven de huidige afspraken ongewijzigd.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Met de aanpassing van de tarieven wil het ministerie de balans behouden tussen kostendekkendheid voor ondernemers en betaalbaarheid voor reizigers. De definitieve regeling zal naar verwachting eind 2025 worden vastgesteld, zodat de nieuwe tarieven per 1 januari 2026 van kracht kunnen worden.

reacties uit de sector

De voorgenomen indexering heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi liet weten blij te zijn met de jaarlijkse aanpassing van de tarieven, maar pleit voor een andere rekenmethode. Volgens de branchevereniging zou de NEA-kostenontwikkelingsindex beter aansluiten bij de werkelijke kostenstructuur van de taxibranche. “De NEA-index is het meest toegesneden op onze sector,” aldus KNV in haar reactie. De organisatie benadrukt bovendien dat zij graag in gesprek wil blijven met het ministerie over toekomstige wijzigingen in de Regeling maximumtarieven. Hoewel de aanpassing van de taxameters door de leden van KNV extra administratieve lasten met zich meebrengt, beschouwt de vereniging dit als een aanvaardbare consequentie van het indexeringsproces.

waarborgen

Ook belangenorganisatie Ieder(in), de koepel voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte, reageerde op de consultatie. De organisatie toont begrip voor het feit dat tarieven kostendekkend moeten blijven, maar benadrukt dat de overheid verplicht is om volgens het VN-Verdrag Handicap de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te waarborgen. “Om mobiliteit betaalbaar en toegankelijk te houden, moet het openbaar vervoer volledig toegankelijk zijn. Zolang dit niet het geval is, zijn veel mensen met een beperking afhankelijk van doelgroepenvervoer,” stelt Ieder(in). De organisatie roept het ministerie daarom op om de financiering van dit vervoer persoonsvolgend te maken en de bestaande kilometerbudgetten af te schaffen. Volgens Ieder(in) zorgt een dergelijke aanpassing ervoor dat mensen daadwerkelijk de vervoersondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

positief

Reizigersvereniging Rover onderschrijft in haar reactie het gebruik van de LTI als juiste systematiek. De vereniging verwijst naar de invoering van deze index in 2017, na een evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector waarover de Tweede Kamer destijds werd geïnformeerd. “De door het ministerie voorgestelde verhoging is gebaseerd op een eerder vastgestelde en gedragen systematiek. De uitkomsten hiervan betwisten wij niet,” aldus Rover. De reizigersvereniging adviseert daarom positief over de voorgenomen wijziging.

Nieuwe taxitarieven: branche draagt €814.800 aan kosten bij

Met ingang van 1 januari 2025 worden de maximumtarieven voor taxivervoer in Nederland verhoogd.

Dit besluit is op 12 december 2024 gepubliceerd in de Staatscourant door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De aanpassing is het gevolg van de jaarlijkse indexering op basis van de Landelijke Tarievenindex (LTI), die voor 2025 is vastgesteld op 3,34 procent. Hiermee worden de kostenstijgingen in de taxibranche doorberekend in de tarieven.

De wijziging, zoals vastgesteld door staatssecretaris C.A. Jansen, treft zowel de starttarieven als de kilometer- en tijdtarieven. Het starttarief voor een taxi stijgt van €4,02 naar €4,15, terwijl het kilometertarief toeneemt van €2,96 naar €3,05. Ook het wachttarief, dat in rekening wordt gebracht tijdens stilstand of vertraging, gaat licht omhoog van €0,49 naar €0,50 per minuut. Voor grotere voertuigen of groepsvervoer zijn de nieuwe tarieven navenant aangepast.

kwetsbare reizigers

Volgens de toelichting bij het besluit is de jaarlijkse indexering bedoeld om de tariefstructuur in de taxisector transparant en eerlijk te houden. Hoewel de tarieven gemaximeerd zijn, hebben taxiondernemers de vrijheid om lagere prijzen aan te bieden of vooraf vaste ritprijzen overeen te komen met klanten. Het reguleren van de maximumtarieven is volgens het ministerie noodzakelijk om met name kwetsbare consumenten, zoals toeristen en ouderen, te beschermen tegen buitensporige kosten.

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2025, conform de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen.

Staatssecretaris Jansen benadrukt dat de tarieven uitsluitend gelden voor regulier taxivervoer zonder vooraf overeengekomen prijs. Contractvervoer en andere vormen van taxidiensten vallen buiten deze regeling.

reacties vanuit de sector

De wijziging heeft tot reacties geleid vanuit de taxibranche en andere belanghebbenden. Tijdens de internetconsultatie, die liep van 18 oktober tot en met 15 november 2024, werden acht reacties ingediend. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), de belangenorganisatie voor de transportsector, pleit voor een andere indexeringsmethode, waarbij de zogenoemde NEA-kostenontwikkelingsindex als uitgangspunt wordt genomen. Volgens KNV sluit deze beter aan op de werkelijke kostenontwikkelingen in de branche. Daarnaast dringt de organisatie aan op het afschaffen van wettelijke maximumtarieven, omdat deze niet zouden passen binnen een geliberaliseerde markt.

Hoewel het ministerie deze punten erkent, blijft het vasthouden aan de huidige tariefstructuur. “Het afschaffen van maximumtarieven zou consumenten, vooral kwetsbare groepen, blootstellen aan financiële risico’s,” stelt de toelichting.

Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), de belangenorganisatie voor de transportsector, pleit voor een andere indexeringsmethode, waarbij de zogenoemde NEA-kostenontwikkelingsindex als uitgangspunt wordt genomen.

De aanpassing van de tarieven brengt eenmalige nalevingskosten met zich mee voor taxiondernemers. Zo moeten taxameters worden herijkt en nieuwe tariefkaarten worden uitgegeven. Het ministerie heeft berekend dat de totale nalevingskosten voor de sector ongeveer €814.800 bedragen, wat neerkomt op een gemiddelde van €21 per voertuig. Dit bedrag omvat onder meer het aanpassen van de taxameters en het vernieuwen van de tariefkaarten die verplicht zichtbaar moeten zijn in de voertuigen.

Volgens de toelichting zal de werkelijke impact op de sector lager uitvallen, omdat niet alle taxi’s onder het maximumtariefregime vallen. Zo zijn bijvoorbeeld contractvervoer en vooraf afgesproken vaste ritprijzen vrijgesteld van deze regelgeving.

toekomstplannen

De nieuwe tarieven worden per 1 januari 2025 van kracht en zullen daarna jaarlijks opnieuw worden beoordeeld op basis van de LTI. Het ministerie heeft aangegeven dat het rekenmodel voor nalevingskosten in 2026 opnieuw zal worden geëvalueerd. Voor dit jaar zijn de berekeningen gebaseerd op het aantal actieve taxi’s in Nederland, vastgesteld op 38.800 voertuigen, zoals bevestigd door gegevens van de RDW.

Met de jaarlijkse indexering wil de overheid een balans behouden tussen redelijke prijzen voor consumenten en eerlijke inkomsten voor taxiondernemers. De sector zelf blijft echter aandringen op meer flexibiliteit en een herziening van de tariefstructuur.

Maximum tarieven voor taxivervoer conform LTI index

Op 1 januari worden de maximum tarieven voor de taxi geïndexeerd met de LTI-index van 2,23%. In een reactie op het voornemen van het ministerie van I&W, dat een internetconsultatie openstelde, stelde KNV Taxi gebruik van de NEA-index voor. Deze index is meer toegesneden op de reële kostensituatie in de taxibedrijfstak. 

LTI versus NEA index

Sinds 2010 worden de maximumtarieven voor taxivervoer jaarlijks geïndexeerd. Per 1 januari 2017 gebeurt dit op basis van de Landelijke Tarievenindex (LTI). Aanleiding hiervoor is de evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector, waarover de Tweede Kamer bij brief van 16 juni 2016 is geïnformeerd.

Voor 2020 komt uit de berekening een LTI van 2,23%. Dit betekent dat de vaste bedragen, de bedragen per kilometer en de bedragen per minuut hiermee worden verhoogd. Hetzelfde geldt voor het tarief dat de vervoerder, mits afgesproken met de consument, in rekening mag brengen voor de wachtperiode bij aanvang van de rit.

Resultaten internetconsultatie

Door middel van internetconsultatie is aan eenieder de gelegenheid geboden om te reageren op een concept van deze regeling. Hiermee wordt voldaan aan artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000.

In een reactie wordt gepleit voor indexering met de NEA-kostenontwikkelingsindex, aangezien deze het meest toegesneden zou zijn op de taxibranche en voor het afschaffen van de wettelijke maximumtarieven omdat deze niet zouden passen bij een geliberaliseerde markt. Bovendien zou in de indexering van de wettelijke maximumtarieven rekening gehouden moeten worden met de toenemende congestie en de afschaffing van de BPM-teruggaaf voor taxi’s vanaf 2020.

Het zij benadrukt dat de maximumtarieven niet gelden voor contractvervoer en voor taxivervoer dat wordt aangeboden tegen een vast tarief per rit dat vooraf met de reiziger is overeengekomen. Deze regeling regelt bovendien enkel een jaarlijkse indexering en beoogt geen wijzigingen in de bestaande tariefstructuur. In de voorgenoemde evaluatie is de opbouw van de maximumtarieven, alsook het bestaansrecht hiervan, aan de orde geweest.

Hieruit bleek dat het reguleren van de maximumtarieven een belangrijk middel blijft om met name kwetsbare consumenten, zoals ouderen en toeristen, te beschermen wanneer zij een taxi nemen op straat. Eveneens werd geadviseerd om de LTI te hanteren voor de indexering. De genoemde ontwikkelingen vormen geen aanleiding om daarvan af te wijken.

Met congestie wordt in de maximumtarieven in die zin rekening gehouden dat de rechtstreeks aan een rit toe te wijzen (extra) reistijd als gevolg van congestie met de tariefcomponent ‘bedrag per minuut van de duur van de taxirit’ aan de reiziger kan worden belast. Gelet op de met de regeling beoogde reizigersbescherming en temeer nu voor een aanzienlijk deel van het taxivervoer de maximumtarieven niet gelden, is het onwenselijk om ook de zogenoemde ‘onbeladen tijd’ aan de reiziger door te kunnen belasten.

Het doorbelasten aan de reiziger van de eventuele financiële gevolgen van het afschaffen van de BPM-teruggaaf zou bovendien de ermee beoogde financiële vergroeningsprikkel beperken.

In de andere reactie wordt gepleit voor een apart tarief voor incidentele gebruikers van een rolstoeltaxibus, en met name voor de groep mensen met een fysieke beperking die geen pas hebben voor het aanvullend openbaar vervoer (AOV) of besloten hebben niet van het AOV gebruik te maken. Hiervoor wordt geen aanleiding gezien.

De regeling bepaalt immers niet de tarieven die vervoerders moeten hanteren, maar stelt slechts maximumtarieven vast. Reizigers kunnen dus een vervoerder kiezen die lagere tarieven rekent, of met een vervoerder een lager vast tarief afspreken. Voor reizigers met een beperking zijn voor specifieke doeleinden bovendien specifieke regelingen beschikbaar. Naast het AOV zijn dit bijvoorbeeld Valys, Wmo-vervoer en zittend ziekenvervoer.

Nalevingslasten

Als taxiondernemers op basis van de nieuwe (geïndexeerde) maximumtarieven kiezen voor het aanpassen van hun tarieven, dan kan dit nalevingslasten tot gevolg hebben. Deze lasten hangen samen met de volgende handelingen: het (laten) aanpassen van de taxameter, het downloaden, printen en invullen van nieuwe tariefkaarten en het vervangen van tariefkaarten binnen en buiten het taxivoertuig

De eenmalige lasten die samenhangen met de aanpassing van de taxameters zijn: 41.000 taxi’s x 0,25 uur x € 28 = € 287.000. De eenmalige lasten die samenhangen met de nieuwe taxi-informatiekaarten zijn: 41.000 taxi’s x 0,5 uur x € 28 = € 574.000. Als alle taxiondernemingen deze handelingen verrichten zijn de totale lasten € 861.000. Per taxivoertuig zou dit neerkomen op € 21,00. De feitelijke lasten zullen echter lager uitvallen. 

Niet alle taxi’s verrichten vervoer waarvoor de maximumtarieven gelden. Dit geldt voor contractvervoer en in het geval uitsluitend taxivervoer wordt verricht waarbij de prijs vooraf is overeengekomen. Bovendien is het mogelijk dat in de praktijk niet alle taxiondernemers de (geïndexeerde) maximumtarieven doorberekenen.

Lees ook: Tarief stijgt met 2,6 procent voor Waddenveren