Tag archieven: luchtkwaliteit

Strijd om luchtkwaliteit: Vlaamse regering drukt op stopknop voor strengere LEZ

Jo Brouns houdt vast aan eigen koers ondanks scherpe kritiek.

De Vlaamse regering heeft de voorbije maanden in alle discretie gewerkt aan de definitieve schrapping van de geplande verstrenging van de lage-emissiezones, een beslissing die woensdag officieel werd bevestigd door minister van Omgeving Jo Brouns. Het dossier hing al sinds september boven de markt, toen de regering in uitvoering van het nieuwe regeerakkoord besliste om de bijkomende beperkingen voor oudere diesel- en benzinewagens vanaf 2026 niet in werking te laten treden. De formele bevestiging van die koerswijziging is nu rond, waarmee de Vlaamse regering het oorspronkelijke plan om dieselwagens met euronorm 5 en benzinewagens met euronorm 2 uit Antwerpen en Gent te weren definitief opbergt.

kritiek

De beslissing komt er ondanks stevige kritiek vanuit juridische hoek. De Raad van State waarschuwde in een officieel advies dat de schrapping volgens het rechtscollege neerkomt op “een aanzienlijke achteruitgang” van de bescherming van zowel de gezondheid als het recht op een gezond leefmilieu. Die achteruitgang is volgens de Raad van State moeilijk te rijmen met het in de Grondwet verankerde standstill-principe, dat bepaalt dat bepaalde grondrechten niet zonder grondige en objectieve verantwoording mogen worden uitgehold. Het advies verwijst ook naar het voorbeeld van het Brussels Gewest, dat eerder door het Grondwettelijk Hof werd teruggefloten en daar wél moet verstrengen.

Ondanks die waarschuwingen houdt de Vlaamse regering vast aan haar nieuwe koers. Minister Brouns verwijst naar het bredere luchtkwaliteitsbeleid dat Vlaanderen de komende jaren wil uitrollen. Hij kondigt tweejaarlijkse evaluaties aan, ingebed in het Luchtbeleidsplan, waarvan de eerste in 2027 zal plaatsvinden. Die evaluaties moeten duidelijk maken of Vlaanderen op schema ligt om de toekomstige, strengere Europese luchtkwaliteitsnormen te halen. Indien dat niet zo is, zullen bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn, gaande van zeer gerichte lokale ingrepen tot algemene Vlaamse maatregelen. Een nieuwe evaluatie in 2029 moet vervolgens uitmaken of verdere bijsturing wenselijk is.

haalbaarheid

Brouns benadrukt dat de lage-emissiezone niet het enige instrument is en blijft voorzichtig optimistisch over de evolutie. “LEZ is maar één instrument”, zegt de minister. “We zorgen ervoor dat de bescherming van de luchtkwaliteit correct en haalbaar blijft, en combineren onze inspanningen met andere maatregelen die voor gezonde lucht zorgen zonder onnodige druk op bewoners en bezoekers van onze steden te zetten.” Met die uitspraak onderstreept hij dat de regering haar beleid wil afstemmen op haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak, zonder volgens hem in te boeten aan ambitie.

Foto: © Pitane Blue – Winkelcentrum Gent Zuid

De oppositie reageert scherp op de beslissing. Vooral Groen uit stevige kritiek en spreekt van een gemiste kans voor de volksgezondheid. Fractievoorzitster Mieke Schauvliege zegt dat de feiten voor zich spreken. “De LEZ werkt”, stelt zij. Ze wijst erop dat de eerste fases van de lage-emissiezones al aantoonbare verbeteringen in de luchtkwaliteit opleverden. Volgens haar tonen wetenschappelijke metingen aan dat die vooruitgang groter wordt naarmate de regels strenger worden. “De eerste fases zorgden al voor een sterke verbetering van de luchtkwaliteit, dat werd wetenschappelijk bewezen. Toekomstige verstrengingen zouden die gezondheidswinst nog vergroten, vooral voor de meest kwetsbare bewoners die in de buurten met de ongezondste lucht wonen. Dat die nu geschrapt worden en dat de regering deze mensen in de steek laat, dat is onbegrijpelijk.” Met die woorden onderstreept ze dat vooral mensen die langs drukke invalswegen en in dichtbevolkte stadswijken wonen, de dupe zouden worden van het uitblijven van strengere regels.

gevaarlijke gok

Tegen de achtergrond van deze botsende visies woedt het debat voort, terwijl de formele schrapping nu zwart op wit staat. De komende jaren zullen uitwijzen of de luchtkwaliteit zich voldoende herstelt en of de regering inderdaad kan vasthouden aan het afbouwen van het LEZ-kader, iets waar minister Brouns voorzichtig naar verwijst. Hij herhaalt dat alle beleidsopties openblijven, maar koppelt dat wel aan de voorwaarde dat de luchtkwaliteit “gunstig blijft evolueren”.

Aan de overkant van het politieke spectrum blijft de overtuiging dat dit een gevaarlijke gok is. De vraag hoeveel marge Vlaanderen nog heeft om Europese luchtkwaliteitsnormen te halen, en welke maatregelen dan werkelijk nodig zullen zijn, blijft de komende jaren een van de meest gevoelige milieudossiers.

Minder steun: Heeft de lage-emissiezone zijn beste tijd gehad?

De lage-emissiezones (LEZ) in Vlaanderen lijken op hun retour.

Waar Antwerpen en Gent ooit pioniers waren in het terugdringen van vervuilende voertuigen, worden de regels nu versoepeld, en in Gent overweegt men zelfs om de LEZ volledig af te schaffen. Deze evolutie roept vragen op over de toekomst van de luchtkwaliteit en de duurzaamheid van dit beleid.

In het bestuursakkoord van het Gentse kartel Voor Gent en Groen staat expliciet vermeld dat de meerwaarde van de huidige LEZ geëvalueerd wordt. Indien blijkt dat de impact niet significant genoeg is, wordt de LEZ afgeschaft. Deze mogelijke stap terug wordt mede ingegeven door het Vlaamse regeerakkoord, waarin besloten werd om de bestaande regels niet verder te verstrengen. Dit betekent dat dieselvoertuigen met euronorm 5 of hoger, evenals benzinevoertuigen met euronorm 2, onbeperkt mogen blijven rijden. Dat is opvallend, omdat deze categorieën voertuigen volgens experts nog steeds substantiële hoeveelheden stikstofoxides uitstoten, die schadelijk zijn voor de volksgezondheid.

De invoering van de LEZ in Antwerpen in 2017 en in Gent in 2020 leidde tot een merkbare verbetering van de luchtkwaliteit. Rapporten van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bevestigen dat de concentraties van fijnstof en roet aanzienlijk afnamen. Dit beleid had niet alleen lokaal effect, maar zorgde ook in omliggende gebieden voor veranderingen, doordat mensen hun rijgedrag aanpasten.

laaghangend fruit

Toch lijkt het politieke draagvlak te verkleinen. Joris Vandenbroucke (Vooruit), aankomend schepen van Mobiliteit in Gent, stelt dat het laaghangend fruit al geplukt is. “De meest vervuilende wagens zijn vervangen. Maar de LEZ legt de grootste druk op lage inkomensgroepen, die geen dure elektrische wagens kunnen kopen. Dat is onrechtvaardig. Circulatieplannen zijn eerlijker, omdat ze iedereen even hard treffen.” Deze visie sluit aan bij kritiek dat het beleid sociaal onevenwichtig is.

Niet iedereen is overtuigd dat de LEZ haar nut heeft verloren. Stijn Vranckx, luchtkwaliteitsexpert bij onderzoekscentrum VITO, benadrukt dat vooral bij de uitstoot van stikstofoxides nog grote verbeteringen mogelijk zijn. “De Europese eisen worden vanaf 2030 flink strenger. De LEZ is een belangrijke hefboom om het wagenpark sneller te vergroenen. Zonder dit beleid vertraagt die transitie.”

Foto: Pitane Blue – stadhuis Gent vanuit de lucht

“De LEZ had beter standgehouden totdat ook de sjoemeldiesels volledig verdwenen waren.”

Antwerpen, waar de LEZ zeven jaar geleden onder burgemeester Bart De Wever (N-VA) werd ingevoerd, voldoet momenteel aan de Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstof. Maar als de strengere normen van 2030 vandaag zouden gelden, zouden ze op meer dan de helft van de meetlocaties in Antwerpen overschreden worden. “De grootste winsten zijn geboekt, maar dat betekent niet dat het verhaal af is,” stelde De Wever eerder, al ziet hij de LEZ nu als een afgesloten hoofdstuk.

In Brussel is de situatie vergelijkbaar. De Franstalige partijen MR, Les Engagés en PS stelden recentelijk de verstrenging van de LEZ uit tot 2027. Dit betekent dat ook de zogenaamde sjoemeldiesels, die tijdens Dieselgate aan het licht kwamen, voorlopig mogen blijven rijden. Toch wijst Elke Van den Brandt (Groen) erop dat de luchtkwaliteit in Brussel sinds de invoering van de LEZ met 40 procent verbeterd is. Vooral sociaal kwetsbare groepen en kinderen profiteren hiervan. “De luchtkwaliteit is nog steeds twee tot drie keer slechter dan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie. Jaarlijks sterven meer dan 900 Brusselaars vroegtijdig door luchtvervuiling,” aldus Van den Brandt in het Nieuwsblad.

Wat nu?

De elektrificatie van het wagenpark zet door en zal naar verwachting veel vervuilende voertuigen vanzelf van de weg halen. Toch zijn experts kritisch over het opgeven van een beleid dat aantoonbare voordelen heeft opgeleverd. Een nieuw rapport van de VMM benadrukt dat verdere verlaging van stikstofoxideconcentraties aanzienlijke gezondheidswinsten kan opleveren, vooral voor kwetsbare groepen. “Het is spijtig dat de volgende fase is stopgezet,” zegt Frans Fierens van de Intergewestelijke Cel voor Leefmilieu. “De LEZ had beter standgehouden totdat ook de sjoemeldiesels volledig verdwenen waren.”

Hoewel het Vlaams regeerakkoord stelt dat Vlaanderen “op goede weg” is om de Europese luchtkwaliteitsdoelstellingen te behalen, lijkt het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de LEZ steeds verder af te brokkelen. De vraag blijft of het schrappen van dit beleid een stap vooruit of achteruit is voor de volksgezondheid en de milieuambities van Vlaanderen.

Omruilsubsidie dieselvoertuigen Den Haag verhoogd

Bij inlevering van een dieselvoertuig krijgt men een tegoed dat besteed kan worden aan reizen met het openbaar vervoer of met een deelvoertuig, het gebruik van een transportdienst of als bijdrage aan de aanschaf van een fiets of een elektrische (brom- of snor)fiets.

Om de luchtkwaliteit in Den Haag te verbeteren is er ook begin dit jaar gekozen voor een subsidieregeling voor het laten demonteren en omruilen van diesel (bestel)auto’s en brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor. Deze omruilsubsidie is een succes, het subsidieplafond van € 325.000 is bereikt en wordt daarom verhoogd met € 250.000.

In 2022 zijn met deze subsidie al 540 dieselvoertuigen van de weg gehaald. Dat is goed nieuws voor iedereen die hierdoor een elektrische (brom)fiets kan aanschaffen, de luchtkwaliteit van Den Haag én voor het klimaat. Ik ben dan ook blij dat we de subsidie tot 31 maart kunnen voortzetten.

Wethouder duurzaamheid Arjen Kapteijns.

Om de luchtkwaliteit in Den Haag te verbeteren is er ook begin dit jaar gekozen voor een subsidieregeling voor het laten demonteren en omruilen van diesel (bestel)auto’s en brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor.

Bij inlevering van een dieselvoertuig krijgt men een tegoed dat besteed kan worden aan reizen met het openbaar vervoer of met een deelvoertuig, het gebruik van een transportdienst of als bijdrage aan de aanschaf van een fiets of een elektrische (brom- of snor)fiets. De gemeente wil het aandeel dieselvoertuigen en brom- en snorfietsen in de stad verkleinen en zo de lucht in de stad schoner maken en stikstofuitstoot te verlagen. 

Voor deze doeleinden wordt er nu ook door de gemeente gekeken naar de haalbaarheid van een zero emissie-zone voor stadslogistiek in de kustzone van Den Haag. Voor het centrum van de stad gaat zo’n zero emissiezone in 2025 van start, aldus de gemeente.

Met nieuwe versie van Snuffelfiets fijnstof meten

Met een nieuwe sensor die fijnstof meet kunnen burgers in Europa, de VS en andere landen een wereldwijd netwerk vormen om zelf de luchtkwaliteit te monitoren. Deze SODAQ AIR is een nieuwe versie van de Snuffelfiets, een sensorkast op het stuur waarmee 500 fietsers in de provincie Utrecht sinds 2019 al fietsend de hoeveelheid fijnstof in de lucht meten.

Jaarlijks sterven zeven miljoen mensen aan de gevolgen van luchtvervuiling. Wereldgezondheidsorganisatie WHO noemt het een van de ernstigste bedreigingen van de menselijke gezondheid door het milieu en wil de normen aanscherpen. In 2015 besloot SODAQ om, met de eerste versie van de AIR, burgers de instrumenten te geven om zelf de luchtkwaliteit te meten.

Sinds 2017 werkt SODAQ, als producent en IoT-specialist, samen met de provincie Utrecht en dataspecialist Civity in het Snuffelfietsproject. Eind 2018 gingen tien fietsers met een Snuffelfiets de weg op, een sensorkast op hun stuur waarmee ze de luchtkwaliteit langs fietsroutes in kaart brengen. In juni 2019 werd het aantal fietsers uitgebreid tot 500. In anderhalf jaar tijd hebben de deelnemers circa 750.000 kilometer gefietst en 20 gigabyte aan data verzameld. Het RIVM heeft vastgesteld dat de mobiele sensoren op de fiets aan zijn eisen voldoen en een goede aanvulling vormen op het bestaande net van vaste luchtmeetpunten.

De mobiele luchtmeetkastjes worden inmiddels ook gebruikt in Noorwegen, Zweden, delen van Italië en Frankrijk. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de Nederlandse innovatie geïntroduceerd in diverse landen die graag hun luchtkwaliteit monitoren. Dat was voor SODAQ reden om samen met de TU Delft en de provincie Utrecht het prototype verder door te ontwikkelen.

“Hoe meer er gemeten wordt, hoe beter. Alle gebruikers vormen samen een community van pleitbezorgers van schone lucht. Onze ambitie is om die community uit te breiden tot een wereldwijd netwerk van fietsers die de luchtkwaliteit controleren. Ook op plekken waar nu niet gemeten wordt”.

CEO Ollie Smeenk van SODAQ.

De nieuwe AIR

Er kwam een kleinere, slimmere versie van de sensor met een nieuw montagesysteem, waardoor deze SODAQ AIR nog makkelijker op het stuur te zetten of eraf te halen is dan de Snuffelfiets. Het apparaatje ziet eruit als een grote fietsbel. Het meet elke tien seconden, ongeveer om de vijftig meter, de concentratie fijnstof (PM2.5), de temperatuur en de luchtvochtigheid. De sensor zendt die data via het Internet of Things (IoT) door naar een online platform. Daar worden zowel de resultaten getoond en is voor elk gebied waar gefietst wordt per uur te zien of de luchtkwaliteit goed of slecht is.

Op verzoek van de gebruikers kan deze SODAQ AIR ook luchtvervuiling meten als hij stilstaat, dus kan hij ook in huis of in de tuin gebruikt worden. Het apparaat heeft geen batterij, maar een oplaadbare supercondensator, die opgeladen kan worden. Daardoor neemt de levensduur en de duurzaamheid toe. Ook geven lampjes op de sensor meteen de situatie ter plekke aan. Met behulp van het platform kunnen gebruikers overal ter wereld de luchtkwaliteit zien en door het invoeren van een unieke identificatiecode de luchtkwaliteit van hun eigen routes, terwijl ze volledige anonimiteit behouden. Omdat de sensor ook temperatuur meet, kan hij ingezet worden bij de ontdekking van zogeheten hitte-eilanden; stedelijke gebieden waar het warmer is dan elders, wat tot hittestress kan leiden.

Sinds de eerste prototypes is de prijs van de sensor meer dan gehalveerd. SODAQ deelt de techniek erachter via open source op internet, zodat andere partijen de sensor zelf kunnen produceren of aanpassen. Om de AIR naar een wereldwijd publiek te brengen start het bedrijf op 16 November een crowdfunding campagne op het platform Kickstarter.

Lees ook: Velen vullen enquête Fietsstad 2022 in

Ebusco levert elektrische bussen met de Transdev Group

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Ebusco levert eind 2020 13 elektrische bussen aan Frankfurt met de Transdev Group in Duitsland. Vanaf eind 2020 zullen 13 gloednieuwe elektrische Ebusco 2.2 bussen in Frankfurt in gebruik worden genomen bij Transdev Rhein-Main GmbH onder het merk Alpina, die de huidige dieselbussen zullen vervangen. De Transdev Group is de grootste particuliere aanbieder van mobiliteit in Duitsland.

Ebusco is bijzonder trots om partner te zijn van Transdev Duitsland om bij te dragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. De elektrische bussen van Ebusco hebben geen uitstoot zoals NOx, CO2 of fijnstof. Transdev heeft voor Ebusco gekozen vanwege de grote range van de Ebusco-bussen zonder tussentijds te hoeven laden. Dit verlaagt de totale bedrijfskosten als gevolg van laadinfrastructuur en de vermindering van het aantal keren dat men een bus moet opladen.

over de elektrische bussen

Deze 13 bussen zijn de 12 meter lange Ebusco 2.2 low floor bussen. Deze bussen hebben hun succes al bewezen in verschillende Duitse steden (o.a. in München, Wartburg en op het eiland Borkum) en in Nederlandse steden (zoals in Groningen, Dordrecht en Utrecht). Eind 2020 rijden er nog 156 meer in de Nederlandse steden Haarlem en Amsterdam, die worden geëxploiteerd door Transdev Nederland.

de schone luchtambities van de stad Frankfurt

De stad Frankfurt am Main streeft ernaar om in 2030 al het busverkeer te laten rijden met alternatieve rijtypes. Transdev Rhein-Main GmbH, met het merk Alpina, gaat de A- en G-lijnbundels exploiteren. Deze bussen worden de elektrische Ebusco 2.2-bussen. Passagiers in Frankfurt am Main zullen voor het eerst het comfort van moderne elektrische bussen gaan ervaren. De operatie start vanaf december 2020.

“Met onze Europese ervaring op het gebied van e-mobiliteit ondersteunen we lokale overheden actief bij de ommekeer in het verkeer en dragen we tegelijkertijd bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.” Henrik Behrens, Managing Director Bus van de Transdev Group in Duitsland

hoge kwaliteit E-bussen 

De Ebusco 2.2 bussen zijn Europese elektrische bussen van hoge kwaliteit. Ze zijn onder meer uitgerust met de LFP-technologie, een van de beste en veiligste batterijtechnologieën in de branche. Daarnaast ontwikkelt Ebusco continu aan gewichtsvermindering om de beste elektrische bus te kunnen leveren. Door de combinatie van technologieën en innovaties kan deze Ebusco 2.2 bus 350 km rijden op één lading. Ook voor passagiers zullen de e-bussen zeker opvallen in Frankfurt, aangezien de bussen worden uitgerust met tal van kwaliteitskenmerken zoals airco.

Ebusco-bussen in Duitsland

Eind dit jaar rijden er al 40 elektrische bussen van Ebusco rond in verschillende steden in Duitsland en in 2021 zullen meer bussen hun weg naar Duitsland vinden (onder andere in andere grote steden zoals München en Bonn).

Lees ook: Emirates ontslaat 30.000 medewerkers de komende jaren






CENT-R klaar voor smart city toepassingen van de toekomst

Tijdens de Smart City Expo 2019 in Barcelona hebben de gemeente Rotterdam en Lightwell de CENT-R gelanceerd, een multifunctionele en modulaire unit die de standaard drager moet gaan worden voor smart city toepassingen in de stad. CENT-R staat voor Connective Energy Network Tool – Rotterdam. De CENT-R kan uitgerust worden met allerlei smart city toepassingen en kan door het modulaire ontwerp continu worden aangepast aan behoeften en nieuwe toepassingen.

Denk aan elektrisch laden, het omzetten van continu naar gelijkspanning netwerk, 5G, camera’s, verlichting en een diversiteit aan sensoren (lucht, geluid, et cetera). Naar verwachting start eind januari een pilot met drie CENT-R units in de Rotterdamse wijk Reyeroord s. Deze faciliteren mogelijk een grootschalige uitrol van Rotterdamse smart city toepassingen.

Schoolvoorbeeld van de digitaliseringsaanpak

Wethouder Barbara Kathmann (Economie) geeft aan dat de multifunctionele en modulaire unit en de manier waarop de CENT-R tot stand is gekomen typerend is voor de digitaliseringsaanpak van Rotterdam: 

“Rotterdam heeft grote ambitiesop dit vlak: we willen in 2025 een digitale voorbeeldstad zijn. Met de nieuwste ontwikkelingen bouwen we een duurzame stad, waar je graag woont en werkt. Daarvoor werken we samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Eén van de uitgangspunten van de pilot is om de technische mogelijkheden te laten zien en vervolgens het gesprek aan te gaan met betrokkenen in de wijk over beheer, veiligheid, datamanagement, 5G, mobiliteit en de energietransitie.”, aldus Wethouder Barbara Kathmann.

Hoe zorg je er als stad voor dat grootschalige uitrol van 5G succesvol wordt? 

Hoe faciliteren we elektrisch rijden om bij te dragen aan een duurzame stad? Met de CENT-R is het mogelijk om snel veel laadpunten voor elektrische auto’s te realiseren en de luchtkwaliteit continu te monitoren. Daarbij komt dat de CENT-R verschillende masten en elektriciteitsunits combineert in één unit. 

Door het circulaire en modulaire ontwerp zin toekomstige aanpassingen makkelijk te realiseren, waardoor continu kan worden ingesprongen op de nieuwste technische innovaties. Rotterdam werkt met de pilot toe naar een infrastructuur die als basis dient voor een grootschalige uitrol van smart city toepassingen. Daarnaast biedt de pilot mogelijk een oplossing om de hoeveelheid objecten in de buitenruimte te beperken. De pilot in Reyeroord is het startpunt op weg naar een buitenruimte die future proof is. 

Door in te spelen op de realisatie van klimaatambities is Rotterdam een voorloper waar het gaat om het toepassen en faciliteren van technologie in de openbare ruimte. In Reyeroord, voorbeeldwijk van de toekomst, komen diverse beheer- en sociale opgaven samen waar meerdere innovatieve stad-ups worden ‘getest’.

Co-creatie

De CENT-R is tot stand gekomen door middel van co-creatie tussen de gemeente Rotterdam en Lightwell. Hierbij werd ook samengewerkt met opleidingsinstituten Da Vinci College Dordrecht en de Hogeschool Rotterdam. Virgil Warnars, verkoopdirecteur bij Lightwell, geeft aan dat deze samenwerkingsvorm erg uniek is voor de branche. 

“Ik geloof dat een smart city realisatie alleen kans van slagen heeft als je heel nauw en transparant samenwerkt met alle denkbare partijen en daarmee een duurzaam partnership opbouwt. De lessen die we uit dit traject gaan trekken, zullen straks universeel toepasbaar zijn.” 

Volgens Objectbeheerder openbare verlichting Peter Wijnands begint het proces pas echt zodra de eerste units in Reyeroord worden geplaatst. 

“We willen een toekomstbestendige plug and play oplossing voor gecombineerde laadtoepassingen en smart city/smart light toepassingen. We gaan onderzoeken welke vraagstukken er opgelost moeten worden om dit voor elkaar te krijgen voor een grootschalige uitrol in de stad. Veel objecten met een elektrische aansluiting kunnen gecombineerd worden tot één standaard object. De pilot zal tot ver in 2020 doorlopen. De ervaring die we dan hebben opgedaan, is enorm waardevol omdat dan de route naar 2030 grotendeels helder is. Dat is het jaar dat we als gemeente echt klimaatneutraal willen zijn.”

De pilot is een project van opdrachtgever gemeente Rotterdam en ontwikkelaar Lightwell in samenwerking met producent Valmont, het Da Vinci College Dordrecht, Hogeschool Rotterdam en installateur Citytec.

Lees ook: DPD start pilot emissievrij pakket bezorgen in Rotterdam

Barbara Kathmann – PVDA