Luchtvaartsector keert zich tegen bureaucratie, “dit is geen incident meer maar een structureel probleem”.
Vincent Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, draagt de verantwoordelijkheid voor de instantie die onder vuur ligt vanwege forse vertragingen bij vergunningaanvragen in de luchtvaart. Een ogenschijnlijk standaardbrief van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in de luchtvaartwereld voor flinke beroering gezorgd. Uit de brief, gedateerd op 6 juli 2026, blijkt dat een aanvraag voor een zogeheten Flight Crew Licence (FCL) niet binnen de gebruikelijke termijn van acht weken kan worden afgehandeld. De aanvrager moet volgens de ILT wachten tot uiterlijk 18 januari 2027 op een besluit. Dat vooruitzicht leidt tot frustratie en groeiende zorgen binnen de sector.
De brief, afkomstig van de ILT namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, laat weinig aan duidelijkheid te wensen over. “Ondanks dat alle inspanningen hierop gericht zijn, ben ik helaas niet in staat uw aanvraag binnen de termijn van acht weken af te handelen,” staat er te lezen. Verder wordt expliciet vermeld dat het besluit “uiterlijk op 18 januari 2027” kan worden verwacht. Voor professionals die afhankelijk zijn van actuele bevoegdheden en certificeringen, betekent zo’n vertraging in de praktijk dat hun papieren mogelijk verlopen voordat ze überhaupt verwerkt zijn.
publiekelijke frustratie
De kwestie kwam aan het rollen nadat een gezagvoerder zijn frustratie publiekelijk deelde. Hij stelde dat vergelijkbare procedures in andere Europese landen aanzienlijk sneller verlopen. Volgens hem duurt het in Oostenrijk slechts enkele dagen om een typebevoegdheid bij te schrijven, terwijl hij zijn aanvraag al in april 2026 had ingediend en nu mogelijk negen maanden moet wachten. “Tegen die tijd zijn de behaalde kwalificaties waarvoor de aanvraag is ingediend alweer verlopen,” schreef hij. Ook wees hij op de financiële gevolgen: “Dat is niet alleen frustrerend, maar ook buitengewoon inefficiënt en kost beroepsvliegers en werkgevers veel tijd, geld en inzet. De kosten van mijn opleiding zijn exorbitant hoog geweest! En ik kan nu niet aan t werk.”
Zijn bericht leidde tot een stroom aan reacties vanuit de luchtvaart- en technische sector, waar vergelijkbare ervaringen worden gedeeld. Een anonieme technicus met jarenlange ervaring bevestigt dat het probleem breder speelt: “Laten we vooral ook niet vergeten dat veel nieuwe techneuten die iedere dag het vliegtuig opnieuw luchtwaardig verklaren in hetzelfde schuitje zitten.” Hij verwijst naar een collega die “pas na bijna 1,5 jaar zijn AML (aircraft maintenance licence) ontvangen” heeft. Volgens hem stopt het daar niet: “Op deze AML kan dan straks zijn eerste vliegtuigtype autorisatie bijgeschreven worden en je raadt het al, dan kom je weer in hetzelfde circus terecht.”
Andere betrokkenen opperen mogelijke oplossingen, al klinkt daarin ook de wanhoop door. Zo stelt een reactie: “Al eens overwogen om een procedure aan te spannen, bijvoorbeeld een kort geding vanwege zwaarwegend belang namelijk het verlopen van de papieren?” Weer een ander wijst op alternatieven buiten Nederland: “Wist je dat je ook van EASA-land kunt wisselen als je denkt dat het elders beter zal gaan? Tsjechië bijvoorbeeld. Daar heb je tegen het eind van de dag al een antwoord.”
kritiek niet mals
De kritiek op de werkwijze van de ILT en de bredere overheid is niet mals. Reacties variëren van scherpe observaties tot ronduit cynische opmerkingen. “Typisch bureaucratisch Nederland,” klinkt het in een bijdrage. Een ander noemt de situatie zelfs “werkelijk beschamend.” Weer iemand vat het bondig samen met één woord: “Kafka!” Ook wordt de vrees uitgesproken dat de vertragingen uiteindelijk de veiligheid kunnen raken. “Uiteindelijk komt dit veiligheid niet ten goede,” aldus een bezorgde stem.
Voorlopig blijft de onzekerheid voor aanvragers bestaan. De brief maakt duidelijk dat de wachttijden voorlopig niet worden ingekort, terwijl de roep om verbetering steeds luider klinkt. Of en wanneer er daadwerkelijk verandering komt, is nog onduidelijk. Ondertussen groeit de druk op de verantwoordelijke instanties om met oplossingen te komen die recht doen aan zowel de veiligheid als de belangen van professionals in de sector.
Tegelijkertijd zijn er ook geluiden die wijzen op de complexiteit van het probleem. Een reactie stelt de vraag of juridische stappen de situatie daadwerkelijk verbeteren: “Zodat die mensen straks tijd kwijt zijn aan juridische procedures in plaats van processen te verbeteren?” Daarmee wordt een gevoelige snaar geraakt: de balans tussen druk uitoefenen en het risico dat de toch al overbelaste organisatie verder vastloopt.
breder probleem
De situatie bij de ILT lijkt daarmee symbool te staan voor een breder probleem binnen de publieke sector, waar capaciteitstekorten en oplopende werkdruk steeds vaker leiden tot vertragingen. Voor de luchtvaartsector, waar certificeringen en bevoegdheden direct gekoppeld zijn aan inzetbaarheid, heeft dat echter directe en soms ingrijpende gevolgen.
