Tag archieven: mobiliteit

Brede coalitie: EU-bedrijven slaan alarm over verplichte elektrische wagenparken

Zorgen over concurrentiekracht en infrastructuur domineren brief aan commissie.

Een brede coalitie van Europese bedrijven, actief in mobiliteit, leasing, verhuur en voertuigproductie, heeft in een gezamenlijke brief stevige kritiek geuit op een voorgenomen voorstel van de Europese Commissie om bedrijven te verplichten een vastgesteld aandeel zero-emissievoertuigen aan te schaffen. De brief is gericht aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en mede geadresseerd aan meerdere uitvoerend vicevoorzitters en commissarissen. Volgens de ondertekenaars dreigt het plan een zware wissel te trekken op de concurrentiekracht van Europese ondernemingen en de toekomst van de auto-industrie.

De organisaties achter de brief vertegenwoordigen zowel de productie van voertuigen als het dagelijkse gebruik ervan binnen zakelijke wagenparken. Het gaat om bedrijven die voertuigen inzetten voor het vervoer van werknemers, goederen, diensten en apparatuur, verspreid over alle sectoren van de Europese economie. In de brief wordt benadrukt dat bedrijfswagens een onmisbare schakel vormen in het functioneren van Europa, op elk moment van de dag en in alle lidstaten.

Europese doelstellingen

Volgens de ondertekenaars nemen juist bedrijven momenteel het voortouw bij de overstap naar elektrisch rijden. De brief stelt letterlijk: “Today, companies are leading the switch to electric vehicles in Europe, more so than individual vehicle owners.” De betrokken organisaties geven aan zich aantoonbaar in te zetten voor schonere mobiliteit, binnen de grenzen van wat financieel en praktisch haalbaar is.

De kern van de zorgen richt zich op het verplicht stellen van de aanschaf van zero-emissievoertuigen via nationale of Europese doelstellingen. De brief waarschuwt dat zo’n verplichting, zeker wanneer deze wordt opgenomen in het automotive pakket dat in december wordt verwacht, “highly damaging” zal zijn voor bedrijven. Met name de totale kosten van eigendom van elektrische voertuigen en het gebrek aan geschikte laadinfrastructuur worden genoemd als belangrijke belemmeringen voor verdere versnelling.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De brief wordt ondersteund door een lange lijst van Europese en nationale organisaties, leasemaatschappijen, mobiliteitsaanbieders en autofabrikanten, waaronder ook grote namen uit de auto- en verhuursector. Daarmee onderstrepen de ondertekenaars dat het bezwaar breed wordt gedragen binnen het Europese mobiliteitslandschap.

Bedrijven wijzen erop dat de huidige infrastructuur in veel landen nog onvoldoende is toegerust op grootschalig zakelijk gebruik, zowel voor personenauto’s als lichte bedrijfswagens. Problemen met netcapaciteit, vergunningstrajecten en het aanleggen van voldoende stroomvoorzieningen op bedrijfslocaties maken grootschalige elektrificatie complex en kostbaar. De brief spreekt van “grid capacity and infrastructure permitting issues” die vooral bij grotere wagenparken zwaar wegen.

aankoopverplichting

De ondertekenaars waarschuwen dat een aankoopverplichting kan leiden tot financieel ontwrichtende situaties. Bedrijven zouden dan gedwongen worden oudere voertuigen langer in gebruik te houden of juist minder nieuwe voertuigen aan te schaffen. Dit zou resulteren in een daling van nieuwe voertuigregistraties en een verslechtering van de dienstverlening aan klanten, werknemers en essentiële logistieke processen. Volgens de brief raakt dit niet alleen wagenparkbeheerders, maar ook voertuigfabrikanten en toeleveranciers, juist in een periode die economisch al uitdagend is.

Als alternatief verwijzen de bedrijven naar Europese landen waar de adoptie van zero-emissievoertuigen het snelst verloopt. De brief stelt dat deze successen zijn bereikt door langdurige investeringen in stimuleringsmaatregelen en randvoorwaarden, niet door aankoopverplichtingen. “None of these countries have resorted to purchase mandates,” zo staat letterlijk in de brief. Ook wordt gewezen op het belang van een goed functionerende tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen om overaanbod te voorkomen en nieuwe vraag te stimuleren.

De oproep aan de Europese Commissie is duidelijk. De organisaties vragen om heroverweging van het voorstel en pleiten voor samenwerking met lidstaten en het bedrijfsleven om belemmeringen weg te nemen. Het uiteindelijke doel, zo schrijven zij, moet zijn “to secure the economic strength of the EU, the jobs associated with it and a sustainable path to affordable and fit-for-purpose corporate e-mobility.”

RDW onderzoekt landelijke keuring: snelle gehandicaptenvoertuigen aangepakt

Tot nu toe geldt er voor geen enkel gehandicaptenvoertuig een typegoedkeuring, terwijl sommige modellen veel weg hebben van brommobielen.

De aankondiging van minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat brengt een duidelijke koerswijziging teweeg voor iedereen die afhankelijk is van een gehandicaptenvoertuig of ermee te maken heeft in het verkeer. De overheid wil dat deze voertuigen veiliger worden en dat het gebruik ervan beter aansluit bij het doel waarvoor ze ooit zijn bedoeld. Die omslag komt voort uit een groeiende zorg over zowel het toenemende aantal voertuigen in deze categorie als het opvallend hoge aantal incidenten in het verkeer.

Het ministerie maakt voortaan onderscheid tussen twee soorten gehandicaptenvoertuigen: de voertuigen die harder kunnen dan twintig kilometer per uur en de veel langzamere scootmobielen die onder deze snelheid blijven. Deze tweedeling moet de basis vormen voor een nieuw systeem dat zowel veiligheid als duidelijkheid moet garanderen.

keuringsplicht

Voertuigen die meer dan twintig kilometer per uur rijden, krijgen te maken met een landelijke keuringsplicht. Minister Tieman heeft laten weten dat de RDW momenteel onderzoekt hoe die keuring precies moet worden vormgegeven. Het gaat dan vooral om voertuigen die qua uiterlijk en rijgedrag dicht tegen brommobielen aan liggen, zoals de bekende Canta-achtige modellen. Hoewel deze voertuigen nu geen enkele vorm van typegoedkeuring nodig hebben, ziet het ministerie dat dit leidt tot een onwenselijke situatie. Brommobielen moeten wél aan Europese keuringsregels voldoen, maar soortgelijke gehandicaptenvoertuigen worden zonder enige controle toegelaten. De nieuwe verplichte keuring moet dat gat dichten en zorgt volgens het ministerie voor een veiliger en eerlijker systeem voor alle gebruikers en fabrikanten.

Tegelijkertijd onderzoekt het ministerie of aanvullende regels noodzakelijk zijn voor deze snellere categorie voertuigen. De aanleiding daarvoor is het groeiende aantal mensen dat een dergelijk voertuig aanschaft terwijl zij niet behoren tot de doelgroep waarvoor het bedoeld is. Sommige kopers kiezen bewust voor deze voertuigen omdat ze voordelen bieden die reguliere weggebruikers niet hebben, zoals parkeren op de stoep of deelname aan het verkeer zonder rijbewijs. Dat misbruik kan volgens het ministerie leiden tot gevaarlijke situaties en tot een scheef gebruik van de uitzonderingspositie die de voertuigen hebben.

Foto: Pitane Blue – Canta

Het ministerie verwacht in de zomer van 2026 meer duidelijkheid te kunnen geven over de aanvullende regels die gaan gelden voor de snellere voertuigen. Zodra alle beleidskeuzes zijn uitgewerkt, start het wetgevingstraject dat de nieuwe regels definitief moet vastleggen.

Voor de voertuigen die maximaal twintig kilometer per uur rijden, verandert er niets in de manier waarop ze worden toegelaten. De verantwoordelijkheid blijft daar volledig bij de fabrikant, die moet garanderen dat het voertuig technisch veilig is en zonder risico’s de weg op kan. Scootmobielen vormen veruit de grootste groep binnen deze langzamere categorie en blijven daarmee buiten de nieuwe nationale keuring. 

Minister Tieman benadrukt dat juist deze groep essentieel is voor de zelfstandigheid van veel gebruikers. Hij zegt hierover: “Gehandicaptenvoertuigen zijn voor hun gebruikers essentieel in het dagelijks leven. Sommige mensen kunnen zonder deze voertuigen helemaal niet meer naar buiten. Ik vind het dan ook belangrijk dat we als Rijk de drempel voor toelating laag houden, tegelijkertijd zie ik ook dat er relatief veel slachtoffers vallen met deze voertuigen. Juist daarom is het cruciaal om goed te kijken naar de voorwaarden: niet meer regels dan noodzakelijk, maar wel voldoende om de veiligheid te waarborgen.”

Brussel slaat alarm: bijna helft gecontroleerde voertuigen niet in orde

Brusselse controleurs trokken in 2025 het hele gewest door om een duidelijk signaal te geven aan bouwbedrijven, transporteurs en bestuurders van personenvervoer: de regels gelden voor iedereen die zich op de openbare weg begeeft.

Het controleorgaan van Brussel Mobiliteit, de Gewestelijke Controle-eenheid voor de Exploitatie van het Wegverkeer, zette opnieuw stevig in op dagelijkse patrouilles, gerichte acties en omvangrijke gezamenlijke operaties. Tussen 1 januari en 1 december werden uiteindelijk bijna vijftienduizend controles uitgevoerd, een cijfer dat de intensiteit van het toezicht treffend illustreert. Doel is onder meer nagaan of werkzaamheden op de wegen correct zijn vergund en uitgevoerd, of bouwplaatsen de voorwaarden naleven, en of voertuigen die goederen of personen vervoeren voldoen aan de normen die voor hen gelden.

vergunningen

Controleurs gingen systematisch na of bouwplaatsen goed waren afgebakend, of de bereikbaarheid voor omwonenden verzekerd bleef en of eventuele omleidingen duidelijk waren aangegeven. Daarnaast werden voertuigen op allerlei punten doorgelicht. Ze controleerden onder meer de manier waarop ladingen waren vastgezet, of het gewicht correct was verdeeld en of chauffeurs beschikten over de vereiste vergunningen. De nadruk lag niet alleen op zware inbreuken, maar ook op kleine nalatigheden die volgens de controleurs in het drukke Brusselse verkeer eveneens voor onveilige situaties kunnen zorgen.

Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt benadrukte dat het naleven van de regels een basisvoorwaarde is voor een veilige openbare ruimte. Zij verklaarde: “Verkeersveiligheid betekent ook ervoor zorgen dat de regels worden nageleefd door iedereen die gebruikmaakt van de openbare ruimte. Door de geluidsnormen te handhaven, te controleren of de documenten in orde zijn en of de bouwplaatsen aan de normen voldoen, kan iedereen zich veiliger verplaatsen in het Brussels Gewest en blijven we onze Vision Zero naleven.” De minister koppelde de controles nadrukkelijk aan de ambitie om het aantal verkeersslachtoffers tot nul te herleiden.

geluidsnormen

Uit de 14.605 uitgevoerde controles bleek dat 46 procent leidde tot een overtreding. Afhankelijk van de ernst van de situatie volgde een waarschuwing, een proces-verbaal of een onmiddellijke inning. Bij voertuigen varieerden de vastgestelde inbreuken sterk. Controleurs noteerden lichte overschrijdingen van de geldigheid van de technische keuring en het ontbreken van veiligheidsaccessoires, maar troffen eveneens zware overtredingen aan, zoals een overbelasting van meer dan zeventig procent, kritieke tekorten in de ladingzekering of taxi’s die zonder vergunning rondreden.

Controleteamhoofd Emel Ziylan wees op een opvallende nieuwigheid binnen de aanpak van het voorbije jaar. Zij legde uit: “Nieuw dit jaar is dat de motorrijders van de GECV ook mobiele controles uitvoeren om de geluidsnormen van brom- en motorfietsen te controleren. Bijna een derde van alle gecontroleerde motorfietsen overschrijdt de toegestane geluidsnormen.” Volgens Ziylan tonen deze cijfers aan dat lawaaihinder en technische nonchalance bij tweewielers nog steeds een hardnekkig probleem vormen.

Foto: © Brussel Mobiliteit – Brusselse controleur controleert taxichauffeur.

De balans van 2025 toont volgens de bevoegde diensten aan dat intensief toezicht noodzakelijk blijft, niet alleen om overtredingen vast te stellen, maar vooral om via onmiddellijke bijsturing de veiligheid en leefbaarheid van de stad te versterken. De verwachting is dat deze aanpak in de komende jaren verder wordt verfijnd en uitgebreid.

Brussel Mobiliteit benadrukt dat het voorkeur geeft aan onmiddellijke naleving van de voorschriften. Wanneer ter plaatse kan worden bijgestuurd, gebeurt dat meteen. De organisatie stelt dat deze werkwijze niet alleen de leefbaarheid van het wegennet bevordert, maar ook de verkeersveiligheid en de strijd tegen oneerlijke concurrentie versterkt. Voor veel voertuigen en bouwplaatsen betekent dit dat kleine correcties meteen kunnen worden uitgevoerd zonder dat daar zware administratieve gevolgen aan verbonden zijn.

megacontroles

Op vier momenten in 2025 werden grootschalige megacontroles georganiseerd. De laatste vond plaats op 9 december, vroeg in de ochtend, waarbij op twee controleplaatsen tientallen medewerkers van verschillende diensten samenwerkten. Aan de Hembeekkaai werden 47 vrachtwagens aan een grondige inspectie onderworpen. Meer dan de helft bleek niet in orde. De bevindingen gingen van te zware ladingen en ontbrekende technische keuringen tot technische mankementen en zelfs gevallen van rijden onder invloed. De inspecteurs noemden het aantal inbreuken zorgwekkend, zeker omdat het om voertuigen ging die zich door dichtbevolkte en drukke stadsdelen bewegen.

In de de Koninckstraat lag de focus op voertuigen voor personenvervoer. Van de 78 gecontroleerde wagens was ongeveer 22 procent niet in orde. De problemen varieerden van ontbrekende verplichte documenten tot chauffeurs die niet officieel waren aangegeven of hun rijbewijs niet konden voorleggen. De betrokken diensten benadrukten dat deze controles essentieel zijn voor een veilige vervoerssector die volgens de regels werkt en zo het vertrouwen van reizigers behoudt.

samenwerking

De samenwerking tussen bijna dertig partners speelde een grote rol in het welslagen van de controleacties. Lokale en gewestelijke instellingen, politiezones, federale diensten en gespecialiseerde inspectiediensten maakten gebruik van de expertise en de middelen van de GECV, waaronder dispatching, ASTRID-radio’s, drones en een mobiele controle-eenheid. Dankzij een nauwe samenwerking met de Haven van Brussel konden controleurs op strategische plaatsen aanwezig zijn en beschikten ze over geschikte locaties voor diepgaande inspecties.

Bron en fotomateriaal: Brussel Mobiliteit

De toekomst rijdt mee: tien gouden regels die steden opnieuw laten ademen

Deelmobiliteit staat steeds vaker in het middelpunt van het gesprek over de toekomst van onze steden en dorpen.

De aanleiding voor het opstellen van de tien gouden regels komt voort uit een groeiende verwarring én urgentie in de wereld van mobiliteit. Steeds meer steden worden geconfronteerd met dichtslibbende straten, een chronisch tekort aan openbare ruimte en inwoners die worstelen met de kosten van autobezit. Intussen groeit de druk om klimaatdoelen te halen en de uitstoot drastisch te verlagen. In dat krachtenveld kreeg het SHARE-North-project te maken met een duidelijke vraag van beleidsmakers, planners en lokale overheden: waar moeten we beginnen?

Terwijl beleidsmakers zoeken naar manieren om ruimte terug te winnen, emissies te verlagen en leefbaarheid te vergroten, vormt een set van tien kernprincipes een houvast voor iedereen die de overstap wil maken naar slimmer reizen. Deze zogenoemde gouden regels schetsen glashelder waarom deelmobiliteit méér is dan een trend: het is een noodzakelijke stap richting een samenleving die niet langer draait om bezit, maar om toegang, vrijheid en slimme keuzes.

In gesprekken met beleidsmakers viel één zinnetje steeds opnieuw: “We zien dat het nodig is, maar we weten niet waar we moeten beginnen.” Tegelijkertijd zagen de projectpartners dat inwoners geconfronteerd werden met een explosie aan nieuwe vormen van mobiliteit, zonder duidelijkheid over hun werkelijke impact. Wat is nuttig, wat is bijzaak en wat maakt het verschil?

Binnen de eerste regel klinkt meteen de urgentie door. Deelmobiliteit is volgens de opstellers een middel “om de autoafhankelijkheid te verkleinen, emissies te verminderen en de kwaliteit van leven te vergroten”. Dit is geen vrijblijvende constatering maar een directe boodschap aan steden die gebukt gaan onder parkeerdruk en luchtvervuiling. Wie minder afhankelijk wordt van de auto, krijgt een stad terug die weer ademt.

multimodaliteit

In de tweede regel staat dat deelmobiliteit “bijdraagt aan een verschuiving van autogebruik en -bezit naar multimodaliteit”. Het gaat hierbij om een culturele omslag: wie de vrijheid ontdekt van lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde voertuigen, merkt al snel dat de eigen auto veel vaker stilstaat dan hij rijdt. Precies dat inzicht vormt de motor achter gedragsverandering.

De derde regel zoomt in op de kracht van ruimte. Steden die kampen met een gebrek aan ademruimte kunnen enorm profiteren van deelmobiliteit, want gedeelde voertuigen “maken het mogelijk om stedelijke gebieden te verdichten en tegelijk te vergroenen”. Minder geparkeerde auto’s betekent meer bomen, bredere stoepen en plekken waar mensen elkaar weer kunnen ontmoeten. Daarmee wordt ook “de biodiversiteit vergroot”.

De vierde regel benoemt de dynamiek binnen de markt. Sommige vormen van deelmobiliteit groeien langzaam maar blijken “een sterk positief effect te hebben op autobezit en emissies”. Andere varianten trekken door investeringen van grote bedrijven razendsnel nieuwe gebruikers aan, al is hun daadwerkelijke impact nog niet altijd helder. Dat deze nieuwe vormen wél een belangrijke instap vormen voor een grote groep mensen, staat buiten kijf.

Foto: © Pitane Blue – deelmobiliteit

De projectpartners merkten dat veel professionals wel wisten dát deelmobiliteit potentie had, maar niet precies hóe, waarom of onder welke voorwaarden het systeem echt zou werken. Tegelijkertijd kregen zij vragen van inwoners die de wildgroei aan deelsteps, deelfietsen en deelauto’s zagen verschijnen, zonder dat duidelijk was welke vorm nu werkelijk bijdroeg aan leefbaarheid en duurzaamheid.

Dat succesfactoren elkaar versterken wordt benadrukt in regel vijf: “Hoe meer vormen van deelmobiliteit er beschikbaar komen in een gebied, des te sterker de synergie.” Een buurt waar een deelfiets, deelauto, deelstep en openbaar vervoer soepel op elkaar aansluiten, heeft een aantrekkelijk alternatief voor de eigen auto.

Niet iedere regio heeft dezelfde kansen, blijkt uit regel zes en zeven. Deelmobiliteit floreert in dichtbevolkte steden met een duidelijke visie, maar vraagt in landelijke gebieden om “lokale samenwerking en synergie met het lokale bedrijfsleven”. Zonder vaste ov-verbindingen en langere reisafstanden is het noodzakelijk om maatwerk te bieden.

randvoorwaarden

De achtste regel waarschuwt dat zonder goed beleid deelmobiliteit niet kan ‘rocken’. Overheden moeten randvoorwaarden scheppen, obstakels wegnemen en tegelijk de negatieve bijeffecten – zoals wildparkeren of overlast – aanpakken.

De negende regel benadrukt dat zichtbaarheid essentieel is. Mobipunten vormen het fysieke hart van deelmobiliteit: plekken waar deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer samenkomen. Aanvullend zorgt digitale synergie via Mobility as a Service voor overzicht en gemak.

Tot slot geeft de tiende regel een realistische waarschuwing: “Autobezit is diepgeworteld in onze samenleving. Het kost tijd en moeite om nieuwe manieren van vervoer onder de aandacht te brengen.” Deelmobiliteit vraagt dus om een lange adem, consistente communicatie en een duidelijke boodschap: delen is niet alleen logisch, het is de weg vooruit.

De tien gouden regels van deelmobiliteit zijn opgesteld door het SHARE-North-projectteam en maken deel uit van de gids “Gids voor het universum van de deelmobiliteit”, die binnen dat project is ontwikkeld. Het SHARE-North-project is een door de EU gefinancierde samenwerking tussen steden, regio’s, mobiliteitsorganisaties en kennisinstellingen uit de Noordzeeregio. De regels staan aan het begin van de publicatie en vormen de samenvatting van de inzichten, onderzoeken en praktijkervaringen van de SHARE-North-partners.

Bron: Shared Mobility

TOMP-API: steun van Maas Alliance moet standaard naar hoger niveau tillen

De aankondiging van de oprichting van de nieuw geregistreerde non-profitorganisatie House of TOMP heeft de mobiliteitswereld deze week in beweging gebracht.

De initiatiefnemers spreken van een volgende stap in de verdere groei van open standaarden binnen de Europese mobiliteitsmarkt. De organisatie richt zich volledig op het ondersteunen van de ontwikkeling, toepassing en bekendheid van de TOMP-API, een technische standaard die de communicatie tussen vervoersaanbieders en MaaS-aanbieders stroomlijnt. Volgens de initiatiefnemers moet deze structuur ertoe leiden dat reizigers eenvoudiger kunnen plannen, boeken en betalen binnen één geïntegreerd platform.

fundament

Het uitgangspunt van de TOMP-API is dat verschillende mobiliteitsdiensten zonder haperingen gekoppeld kunnen worden, waardoor een reiziger niet telkens opnieuw hoeft over te stappen op andere apps of informatiesystemen. Door één uniforme specificatie kunnen vervoerders, deelmobiliteitsaanbieders en platforms makkelijker met elkaar communiceren. In de eigen woorden van de initiatiefnemers maakt de TOMP-API het mogelijk dat reizigers “kunnen plannen, boeken, betalen voor verschillende reismodi, toegang krijgen tot informatie over diverse vervoersopties en in één omgeving contact opnemen met de klantenservice”. Deze letterlijke omschrijving vormt al jaren de kern van het gedachtegoed achter de standaard en krijgt met de oprichting van House of TOMP een steviger organisatorisch fundament.

bundeling

De technische doorontwikkeling van de API blijft in handen van de open-sourcegemeenschap binnen de TOMP-Werkgroep (TOMP-WG). Die werkgroep onderhoudt de specificatie en zorgt dat deze actueel blijft in een snel veranderende mobiliteitsmarkt. House of TOMP krijgt een andere rol. De organisatie moet alle partijen bijeenbrengen die de API niet alleen gebruiken, maar samen verder willen brengen. Door die bundeling, zo stellen de initiatiefnemers, kan de standaard zich ontwikkelen tot een breed gedragen Europees instrument dat de interoperabiliteit tussen mobiliteitsdiensten versterkt.

Illustratie: Pitane Blue – TOMP-API

De MaaS Alliance staat expliciet achter het initiatief en ondersteunt de ambities van House of TOMP. Volgens de initiatiefnemers moet de organisatie een krachtige pleitbezorger worden van open en neutrale Europese standaarden. Zij benadrukken dat de experts van de nieuwe organisatie zullen bijdragen aan relevante standaardisatieprojecten en initiatieven, altijd met het oog op de Europese strategie voor duurzame mobiliteit en open distributie. De verwachting is dat deze gezamenlijke inzet een impuls geeft aan de verdere uitbouw van MaaS-ecosystemen waarin consumenten toegang hebben tot een breed scala aan vervoersopties via één kanaal.

non-profit

Het eerste jaar staat volledig in het teken van het vormen van een solide bestuursstructuur en het opstarten van de non-profit. De initiatiefnemers geven aan dat zij de komende maanden alle partijen die de TOMP-API al toepassen actief zullen benaderen om samen een sterke gemeenschap te bouwen. Daarbij is het duidelijk dat de nieuwe organisatie vanaf het begin wil inzetten op een breed en representatief ledenveld. Met deze oproep opent House of TOMP de deur voor bedrijven, organisaties en instellingen die het belang van een open, toekomstbestendige digitale mobiliteitsinfrastructuur delen.

De oprichting van House of TOMP markeert daarmee een nieuw hoofdstuk voor partijen die al langer werken aan transparantie, interoperabiliteit en eenvoud binnen de Europese mobiliteitsketen. De komende maanden moeten uitwijzen hoe snel de gemeenschap zich ontwikkelt en welke rol de organisatie zal spelen in de verdere standaardisatie van MaaS-systemen binnen Europa. Voor nu lijkt het enthousiasme groot en de ambitie helder: een stevigere verankering van de TOMP-API en een solide basis voor open mobiliteitstoepassingen die voor iedere reiziger toegankelijk zijn.

Kleurrijk eerbetoon: Genkse kinderen kleuren elektrische bus van De Lijn

Winnende schooltekeningen maken van elektrische bus een rijdend kunstwerk.

De elektrische bussen van De Lijn krijgen in Limburg een opvallend kleurrijk jasje dankzij het talent van jonge kunstenaars uit Genk. In samenwerking met de stad organiseerde de vervoersmaatschappij een tekenwedstrijd voor lagereschoolkinderen rond het thema duurzame mobiliteit. De winnende creaties van leerlingen uit drie Genkse scholen prijken nu op één van de gloednieuwe elektrische bussen, die dagelijks het Limburgse straatbeeld doorkruist. Het resultaat is een rijdend kunstwerk dat niet alleen de toekomst van het openbaar vervoer symboliseert, maar ook de verbeeldingskracht van de jeugd eert.

De winnende ontwerpen komen van leerlingen van Leefschool Uniek (Leefgroep 4 en 5) en de Vrije Basisschool Optimum (Jungle Klas en Wonderzoekers). Hun tekeningen, vol kleur, hoop en fantasie, werden professioneel verwerkt tot een bestickering die de volledige buitenkant van de bus siert. Daarmee zijn de ideeën van jonge Genkenaren letterlijk zichtbaar op de weg — een creatieve knipoog naar de mobiliteit van morgen.

vergroenen

Het initiatief kadert in de bredere ambitie van De Lijn om haar vloot te vergroenen. In Winterslag, een deel van Genk, beschikt de vervoersmaatschappij over een van de modernste stelplaatsen van het land, waar elektrische bussen worden gestald en opgeladen. Deze voertuigen worden via geavanceerde laadinfrastructuur van energie voorzien en bedienen heel Limburg. Ze vormen een cruciale stap in de richting van emissievrij openbaar vervoer in Vlaanderen.

De elektrische bussen zijn niet alleen milieuvriendelijk, maar ook bijzonder comfortabel. Reizigers kunnen gebruikmaken van USB-oplaadpunten en zitplaatsen in gerecycleerd leder, terwijl de voertuigen voorzien zijn van een elektrische oprijplaat voor mensen met beperkte mobiliteit. Daarnaast zorgen heldere schermen met realtime ritinformatie voor een vlotte reiservaring. Ook voor de chauffeurs is er gedacht aan veiligheid en comfort, met moderne rijhulpsystemen en cameraspiegels die zorgen voor een beter zicht en meer controle.

Foto: © De Lijn – Leefschool Uniek

De opvallende bus rijdt de komende maanden door verschillende Limburgse gemeenten, waardoor de kunstwerken van de jonge talenten zichtbaar worden voor duizenden reizigers en voorbijgangers. Zo wordt elke rit een ontmoeting tussen technologie en fantasie, tussen ecologische vooruitgang en kinderlijke verbeelding.

Volgens Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, past het project perfect binnen de toekomstgerichte koers van De Lijn. “Overal in Vlaanderen zien we gloednieuwe bussen opduiken, ook de komende maanden en jaren, mede dankzij de heuse turbo van 400 miljoen euro extra die deze Vlaamse Regering investeert in nieuwe, duurzame voertuigen voor De Lijn,” verklaarde ze. “We zetten volop in op de vlootvernieuwing, zodat tegen het einde van deze legislatuur zowat de helft van de bussen van De Lijn nieuw zullen zijn. Goed nieuws voor de reizigers én de chauffeurs!”

trots

Ook binnen de stad Genk heerst trots over het creatieve project. Anniek Nagels, schepen van Talentontwikkeling en Opgroeien, sprak met ontroering over de bijdrage van de kinderen. “Het is hartverwarmend om te zien hoe de Genkse kinderen hun dromen over duurzame mobiliteit tot leven brengen. Hun creaties op de elektrische bussen maken ons straatbeeld niet alleen groener, maar ook kleurrijker. Als stad kunnen we daar alleen maar trots op zijn.”

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, benadrukte dat het project verder gaat dan enkel duurzaamheid. “Met deze nieuwe voertuigen maken we niet alleen werk van duurzame en comfortabele mobiliteit. Door kinderen mee te nemen in ons verhaal, zetten we ook letterlijk hun visie op de toekomst in beweging. De creativiteit van de leerlingen maakt deze bus tot veel meer dan een vervoermiddel: het is een boodschap op wielen.”

Van asfalt naar algoritme: D66 kiest voor slimme mobiliteit

De mobiliteitssector staat voor een uitdaging die verder reikt dan technologische vernieuwing alleen.

Met de verkiezingsoverwinning van D66 lijkt Nederland zich op te maken voor een nieuwe koers in mobiliteit. De partij, die mobiliteit ziet als een voorwaarde voor vrijheid en deelname aan de samenleving, wil minder investeren in asfalt en meer in duurzame en slimme vervoersoplossingen. Dat heeft gevolgen voor de hele sector — van openbaar vervoer tot taxibedrijven en aanbieders van mobiliteitssoftware.

D66 maakt geen geheim van haar ambities: Nederland moet af van het klassieke idee dat bereikbaarheid gelijkstaat aan meer wegen. De partij wil de focus verleggen naar hoogwaardig openbaar vervoer, fietsinfrastructuur en deelmobiliteit. Daarmee verschuift de nadruk van het uitbreiden van capaciteit naar het slimmer gebruiken van bestaande middelen.

Een opvallend voorstel is de Nederlandpas, waarmee reizigers buiten de spits voor een vaste lage prijs gebruik kunnen maken van bus, tram, metro en trein. Volgens D66 maakt zo’n systeem het openbaar vervoer toegankelijker, stimuleert het duurzaam reizen en vermindert het de druk op het wegennet.

gevolgen

Voor de mobiliteitssector betekent dit een duidelijke koerswijziging. Minder asfaltprojecten betekent dat traditionele aannemers en infrastructuurbedrijven hun aandacht moeten verleggen. Daartegenover ontstaan kansen voor partijen die zich richten op data, digitalisering en gedeelde mobiliteit.

Taxibedrijven en vervoersplatforms krijgen te maken met strengere eisen op het gebied van duurzaamheid. De nadruk op zero-emissie voertuigen en elektrificatie van wagenparken zal verder toenemen. Bedrijven die tijdig inspelen op deze omslag, bijvoorbeeld door elektrische voertuigen te integreren of gebruik te maken van slimme planningssoftware, hebben straks een voorsprong.

De komende jaren zullen bepalend zijn voor de manier waarop Nederland zich verplaatst. Wie durft te investeren in innovatie, transparantie en flexibiliteit, bepaalt straks niet alleen de snelheid van reizen, maar ook het ritme van een toekomstbestendig mobiliteitslandschap.

D66 benadrukt dat mobiliteit niet alleen een stedelijk vraagstuk is. Ook in landelijke gebieden moeten mensen kunnen rekenen op betrouwbare vervoersoplossingen. De partij ziet toekomst in regionale knooppunten, deelauto’s en flexibele vormen van openbaar vervoer.

Voor softwareontwikkelaars en vervoerders opent dit nieuwe mogelijkheden: lokale mobiliteitsoplossingen op maat, die vraaggestuurd werken en naadloos aansluiten op het reguliere OV. Gemeenten en provincies zullen hierbij een belangrijke rol spelen in de financiering en organisatie.

verschuiving in denken

Met D66 aan de leiding krijgt Nederland te maken met een mobiliteitsbeleid waarin verduurzaming en bereikbaarheid centraal staan. Dat vraagt om een andere manier van denken — niet langer vanuit kilometers asfalt, maar vanuit verbinding en toegankelijkheid.

Of de partij al haar ambities kan waarmaken, zal afhangen van de samenstelling van de nieuwe coalitie. Toch lijkt de richting helder: mobiliteit wordt schoner, slimmer en socialer.

Voor wie actief is in de sector is het moment nu om vooruit te kijken. De mobiliteit van morgen draait niet meer alleen om vervoer van A naar B, maar om de integratie van technologie, data en menselijk gedrag. En precies daar liggen de kansen voor bedrijven die durven te vernieuwen.

D66: Uitslag van verkiezingen zorgt voor minder asfalt en meer spoor

De verkiezingsnacht van 2025 is achter de rug. Een definitieve uitslag laat waarschijnlijk nog dagen op zich wachten.

Er worden nog stemmen geteld, maar de voorlopige prognose van de uitslag is bekend en laat een grote overwinning zien voor D66. Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

D66: Rob Jetten kiest voor minder asfalt en meer spoor in mobiliteitsplan

D66 zet in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 stevig in op een toekomst waarin mobiliteit schoon, slim en sociaal is.

Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

Spoor, asfalt of fiets: buiten de Randstad telt ook mee zo kies je de juiste partij

Nederland staat voor een keuze die de komende jaren voelbaar is op elke rotonde, perron en provinciale weg.

De vraag wie het best aangewezen is om onze mobiliteit vlotter, schoner en betaalbaarder te maken, hangt minder af van politieke kleur dan van wat jij zwaarder laat wegen: minder files op de snelweg, méér treinen en bussen die echt rijden, of juist een harde sprint in duurzaamheid en innovatie. Het politieke speelveld laat duidelijke profielen zien, maar het uiteindelijke antwoord is onvermijdelijk gelaagd, omdat bereikbaarheid in de Randstad iets anders vraagt dan een rit naar werk in krimpregio’s, en omdat een elektrisch wagenpark zonder laadpleinen en netcapaciteit slechts een mooi plan op papier blijft.

Wie zweert bij sneller asfalt, extra rijstroken waar de druk het grootst is en het versoepelen van autobelastingen, vindt traditioneel steun bij partijen die de auto als ruggengraat van de economie zien. Zij hameren op onderhoud van bruggen en viaducten, op voorspelbare doorstroming voor logistiek en forenzen, en op terughoudendheid met nieuwe heffingen. De gedachte is dat de meeste verplaatsingen nu eenmaal per auto plaatsvinden en dat Nederland draaiende blijft als het wegennet topfit is. Tegelijk erkennen deze partijen steeds vaker dat slimme verkeerssturing, knooppuntaanpak en modernisering van het vrachtvervoer nodig zijn om niet vast te lopen in eigen succes.

klimaatdoelen

Partijen die het openbaar vervoer en de fiets op één zetten, tekenen voor een ander landbeeld: strakke kwartiersdiensten op hoofdassen, snelle sprinters tussen regio en stad, een stevig investeringsfonds voor spoorverdubbelingen en stations, plus een fietsnetwerk dat woonwijken, campussen en bedrijventerreinen als een puzzel in elkaar laat klikken. Zij koppelen mobiliteit direct aan klimaatdoelen, luchtkwaliteit en woningbouw: zonder betrouwbaar OV stokt de bouw van nieuwe wijken, zonder aantrekkelijke fietsroutes blijft de korte rit per auto te verleidelijk. Hier hoor je pleidooien voor betaalbare abonnementen, integrale concessies en een overheid die regie neemt over dienstregeling, tarief en kwaliteit in plaats van de markt het laatste woord te geven.

Wie buiten de stadsring woont, kent een andere prioriteit: bereikbaar blijven als de laatste bus verdwijnt. Regionaal georiënteerde en sociaal-bewogen partijen leggen de nadruk op landelijk dekkend ov, buurtbussen die écht rijden, deelmobiliteit met zekerheid in plaats van alleen een app, en het opknappen van N-wegen die de levenslijn vormen voor dorpen en landbouw. Zij willen budgetten naar buiten de Randstad sturen en het prijskaartje voor ov omlaag om scholieren, ouderen en forenzen niet in de kou te laten staan. Betaalbaarheid is daarbij geen bijzaak maar het fundament: een dienstregeling die niet te betalen is, telt niet mee.

integrale regie

Er is ook een stroming die vooral inzet op bestuurlijke betrouwbaarheid en integrale regie. Minder versnippering tussen provincies, stadsregio’s en vervoerders, één programmatische aanpak over spoor, weg, fiets en energie-infrastructuur, en scherpe afspraken met het Rijk over doorlooptijd en vergunningen. Dit kamp wil eerst de basics op orde brengen: onderhoudsachterstanden wegwerken, netbeheer en laadinfrastructuur tijdig uitbreiden, en pas daarna grootse beloftes doen. Het lijkt soms saai, maar zonder deze laag van degelijkheid lopen de mooiste ambities vast in stikstof, personeelstekorten of netcongestie.

Illustratie: © Pitane Blue

Het eerlijke antwoord op de vraag wie “het best aangewezen” is, luidt daarom dat de beste partij die is die jouw hoogste prioriteit ononderhandelbaar maakt en tegelijk geloofwaardig is op uitvoering. Mobiliteit is geen folder, maar beton, staal, draden en dienstregelingen. Kies de club die niet alleen belooft, maar kan laten zien hoe de schop de grond in gaat, wie het doet, met welk geld en in welke volgorde. Daar rijdt Nederland uiteindelijk beter van.

Duurzaamheid tenslotte weegt bij menig partij zwaar, maar de route verschilt. Voor de één is dat het versneld elektrificeren van het wagenpark met gerichte subsidies, stevige laadinvesteringen en schoon vrachtvervoer langs zero-emissiezones in steden. Voor de ander begint het met minder autokilometers door ruimtelijke ordening: bouwen bij knooppunten, parkeernormen omlaag en het aantrekkelijker maken van alternatieven. Innovatie – zoals slimme verkeerslichten, mobility as a service, Europese nachttreinen en waterstof in zwaar vervoer – fungeert als lijm tussen de ambities, mits pilots op tijd doorgroeien naar praktijk.

de meetlat

De vraag wie “het best” is, vraagt dus om een eerlijk oordeel langs jouw meetlat. Als jouw prioriteit boven alles doorstroming op de snelweg en logistieke slagkracht is, kom je logischerwijs uit bij partijen die uitbreiden, onderhouden en lasten verlagen voor automobilisten en ondernemers, met flankerende technologische oplossingen. Als je juist wil dat de trein het ruggengraatnet wordt, met frequente verbindingen en scherpe tarieven, en dat fietsen de standaardkeuze wordt binnen tien kilometer, dan ligt een keuze voor partijen die fors investeren in spoor, regionale lijnen, fiets en strikte klimaatdoelen voor de hand. Staat bereikbaarheid van platteland en kleinere steden op één, met betaalbaar ov en veilige N-wegen, dan is de logische match met partijen die regionaal denken en sociale betaalbaarheid centraal zetten. En als je allergisch bent voor grote woorden zonder uitvoeringsmacht, is een formatie met een partij die de regie en de degelijkheid bewaakt waarschijnlijk het meest passend.

coalitie

Coalitiepolitiek maakt dit alles minder zwart-wit. Mobiliteit wordt zelden door één partij bepaald; het is het compromis tussen asfalt, rails en ruimte. Juist daarom is het verstandig te kiezen op het aspect dat jij absoluut niet wilt inleveren. Wil je kortere reistijd met de trein boven alles, dan heb je stevige investeerders in het spoor nodig aan tafel. Wil je dat je bedrijf niet stilvalt door files en omleidingen, dan heb je wegbouwers en beheerders nodig met budget en mandaat. Wil je dat je dorp niet van de kaart verdwijnt, dan heb je pleitbezorgers nodig voor landelijke dekking en fatsoenlijke tarieven.