Tag archieven: PostNL

Rechter laat weinig ruimte: PostNL krijgt harde klap na verbod op Sandd overname

PostNL krijgt opnieuw een stevige tik op de vingers na een lang slepend juridisch gevecht over de overname van Sandd.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft vandaag vastgesteld dat de fusie, die in 2019 ondanks een eerder verbod toch doorgang vond, nooit had mogen plaatsvinden. Daarmee is de overname nu definitief als onrechtmatig bestempeld. De uitspraak werpt een fel licht op de manier waarop toenmalig staatssecretaris Mona Keijzer de overname alsnog mogelijk maakte, terwijl de toezichthouder Autoriteit Consument & Markt zich fel verzette.

Het oordeel van de rechter laat weinig ruimte voor interpretatie. In het vonnis staat dat PostNL op het moment van de overname nog zeker drie tot vijf jaar in staat was om de wettelijk verplichte postbezorging op economisch aanvaardbare wijze uit te voeren. De financiële druk waarop Keijzer zich destijds beriep, werd door het College bestempeld als niet urgent genoeg om een monopoliepositie te rechtvaardigen. Volgens de rechters had de staatssecretaris de situatie te zwaar aangezet bij haar beslissing om de bezwaren van de ACM terzijde te schuiven.

minder lonend

Het postbedrijf Sandd koos in 2019 voor overname omdat het bezorgen van brievenbuspost steeds minder lonend werd. Door de gestage daling van het aantal verstuurde kaarten en brieven kwam het bedrijf onder druk te staan. Toch zag de ACM duidelijke gevaren in het samengaan van de twee postbezorgers. De toezichthouder waarschuwde dat consumenten en bedrijven hun laatste keuze op de postmarkt zouden verliezen. Het risico op hogere prijzen en verslechterde service zou volgens de ACM toenemen zodra PostNL als enige grote aanbieder overbleef.

Ondanks deze bezwaren stelde Keijzer destijds dat de overname noodzakelijk was om de postbezorging “betaalbaar, beschikbaar en betrouwbaar” te houden in een markt die razendsnel kromp. Ze liet weten dat de continuïteit van de postvoorziening anders in gevaar zou komen. De rechter oordeelt vandaag echter dat dit beeld niet strookte met de daadwerkelijke economische situatie. Uit het vonnis blijkt dat de vermeende urgentie niet voldoende onderbouwd was om in te grijpen in de marktwerking.

Dat gebrek aan noodzaak komt overeen met eerdere uitspraken. Zo oordeelde een rechtbank dit jaar, toen PostNL om subsidie vroeg voor de postbezorging, eveneens dat het bedrijf de financiële situatie ernstiger voorstelde dan die in werkelijkheid was. De aanwezigheid van reclamepost en overheidspost zorgde volgens de rechter mede voor een stabielere inkomstenstroom dan PostNL zelf schetste.

Het College van Beroep benadrukt bovendien dat het verdwijnen van Sandd tot “mededingingsproblemen” heeft geleid. Volgens de rechter had Sandd zonder de overname een blijvende druk kunnen uitoefenen op PostNL, vooral binnen de zakelijke markt en de losse post. Die concurrentiedruk verdween volledig door de fusie, waardoor PostNL vrij spel kreeg op een markt waar de keuze voor klanten al beperkt was.

postvolumes

Ondertussen kampt PostNL nog steeds met teruglopende postvolumes. Het bedrijf leegt minder vaak brievenbussen en krijgt de komende jaren meer tijd om post te bezorgen. De ACM waarschuwde recent dat deze maatregelen de service verder onder druk zetten. De uitspraak van vandaag maakt de situatie voor het bedrijf er niet eenvoudiger op. Sandd bestaat niet meer als zelfstandig bedrijf en de integratie is volledig voltooid, waardoor terugdraaien onmogelijk is.

Wat de uitspraak precies betekent voor de postmarkt blijft voorlopig onduidelijk. De rechter geeft geen aanwijzingen over welke stappen nu moeten worden gezet en benadrukt dat dit niet aan het College is, maar aan de spelers op de nationale markt voor postdiensten. Met de juridische kous formeel af, ligt de bal nu bij PostNL, de overheid en de toezichthouders die de markt in de gaten houden.

Einde aan publieke taak: PostNL wil af van dure verplichting voor postbezorging

PostNL kan verliezen door universele postdienst niet langer dragen en vraagt minister om einde te maken aan publieke taak.

PostNL trekt aan de noodrem en heeft minister van Economische Zaken verzocht de verplichting tot het uitvoeren van de Universele Postdienst (UPD) in te trekken. Het verzoek komt na een lange discussie over de houdbaarheid van de postvoorziening in Nederland. Volgens het bedrijf is de situatie onhoudbaar geworden nu de kosten voor de wettelijke taak vanaf dit jaar leiden tot structurele verliezen en er geen enkel vooruitzicht is op een oplossing.

De onderneming wijst erop dat zowel de subsidieaanvraag voor de UPD als een voorschot daarop door de minister en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zijn afgewezen. Daarmee blijft PostNL opgescheept met hoge verplichtingen zonder financiële steun, iets wat het bedrijf als onredelijk en onverantwoord bestempelt. Het gaat om een publieke taak die volgens PostNL niet van een commerciële onderneming mag worden verwacht zolang er geen compensatie tegenover staat.

dalende hoeveelheid

In een persbericht benadrukt topman Pim Berendsen dat het bedrijf jarenlang alles op alles heeft gezet om de dienstverlening in stand te houden. “Alle medewerkers in de postsector zetten zich al jarenlang in om de postdienstverlening in Nederland op een verantwoorde manier en met een hoog serviceniveau in stand te houden. Dat hebben we gedaan ondanks een structureel dalende hoeveelheid post van 8 tot 10 procent per jaar. PostNL heeft voortdurend gezocht naar manieren om de postbezorging betaalbaar en uitvoerbaar te houden. Dat deden we door locaties te sluiten en werkwijzen aan te passen. Dit heeft afgelopen jaren geleid tot een aanzienlijke verlaging van onze kosten. Er zijn geen verdere mogelijkheden om kosten te reduceren en we zijn aan het einde gekomen van de maatregelen die PostNL zelf kan nemen om de UPD verantwoord binnen het verouderde wettelijk kader uit te blijven voeren.”

Volgens Berendsen is het duidelijk dat de huidige wetgeving niet meer aansluit bij de realiteit. “Een wettelijk kader dat overigens ook niet meer past bij de maatschappelijke behoefte aan post. Over de urgente noodzaak tot aanpassing is iedereen het eens. Maar een oplossing vraagt politieke wil en daadkracht en die ontbreekt,” aldus de CEO.

Foto: Pitane Blue – PostNL bezorging

PostNL vraagt de minister binnen twee maanden te reageren op het verzoek. Deze termijn is gekoppeld aan de beslissing op het bezwaar dat het bedrijf eerder indiende tegen de afgewezen subsidieaanvraag. Daarmee legt het bedrijf de bal nadrukkelijk bij het ministerie: het is nu aan de politiek om een helder perspectief te schetsen voor de postvoorziening in Nederland.

De verplichtingen die PostNL momenteel moet uitvoeren, zijn zwaar en kostbaar. Het ophalen en bezorgen van post uit meer dan 10.000 oranje brievenbussen, vijf dagen per week, en de norm dat 95 procent van de post binnen één werkdag moet worden bezorgd, drukken zwaar op de bedrijfsvoering. Zonder deze regels zou PostNL het netwerk anders kunnen inrichten. Om de extra kosten te dekken vroeg het bedrijf om een subsidie van 30 miljoen euro voor 2025 en 38 miljoen euro voor 2026. Dat verzoek werd echter afgewezen, waardoor PostNL nu geen andere optie ziet dan het intrekkingsverzoek.

verruimen

Het voorstel van de minister om de bezorgtermijn te verruimen naar twee of drie dagen ziet het bedrijf niet als oplossing. De aanpassing komt volgens PostNL te laat, biedt geen financiële compensatie en is in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar. De postbezorging is immers arbeidsintensief en de norm van 95 procent blijft volgens het bedrijf economisch onhaalbaar. Ook wijst PostNL op politieke onzekerheid, aangezien de Tweede Kamer nog volop discussie voert over de toekomst van de postmarkt.

Het recente voorstel dat de minister heeft gedaan om de bezorgtermijn te verruimen naar twee, en later drie dagen, is onvoldoende.

Berendsen erkent dat de stap naar een intrekkingsverzoek geen makkelijke is. “Het overgaan tot een intrekkingsverzoek is allesbehalve een makkelijk besluit maar we kunnen niet anders. Op deze manier doorgaan is gewoon niet langer mogelijk en niet verantwoord voor PostNL want de oplopende verliezen als gevolg van de UPD-verplichtingen brengen niet alleen de continuïteit van de postdienstverlening in gevaar maar beperken ook de ontwikkelingen van het e-commercebedrijf.”

PostNL krijgt weer zijn zin: post wordt trager, en straks nóg trager

De bezorgtijd van brieven wordt officieel verlengd van 24 naar 48 uur.

En alsof dat nog niet genoeg is, ligt een nieuwe versoepeling naar 72 uur al op de tekentafel. Het kabinet zwicht opnieuw voor de druk van PostNL, het enige bedrijf dat de Universele Postdienst mag uitvoeren. Daarmee worden niet alleen de burgers maar ook het gezonde verstand collectief aan de kant geschoven.

Vanaf juli 2026 hoeven brieven niet meer binnen één dag bezorgd te worden. Demissionair minister Karremans van Economische Zaken kondigde aan dat de nieuwe norm 48 uur wordt. Volgens hem is deze aanpassing nodig “om de postvoorziening landelijk in stand te houden”. Tegelijkertijd noemt hij het “waarschijnlijk” dat PostNL binnen een paar jaar zelfs drie dagen mag doen over een simpele brief.

versoepeling

PostNL had zelf aangedrongen op deze versoepeling. Het bedrijf, dat ondanks een monopoliepositie zijn postdivisie jaar op jaar verliesgevend ziet worden, klaagt over stijgende kosten en personeelstekorten. In 2024 draaide de posttak een verlies van 30 miljoen euro. De nettowinst van PostNL als geheel kelderde naar 18 miljoen, een daling van bijna 70 procent ten opzichte van 2023.

“We versturen in Nederland steeds minder brieven en kaarten. De postwet die we daarvoor hebben is daarom inmiddels verouderd en past niet meer bij de huidige postmarkt. Als we niks doen, zal de postvoorziening met name buiten de grote steden verder verslechteren. Daarom passen we de postwet aan, zodat deze meegaat met de tijd.”

Minister van Economische Zaken Vincent Karremans

De overheid kiest er nu voor om deze problemen niet aan te pakken met structurele oplossingen of marktwerking, maar door simpelweg de levernorm te verlagen. Dat betekent dat niet het probleem, maar de verwachting wordt aangepast. Een nieuwe norm, zodat falen geen falen meer is maar beleid.

Het voorstel is overigens niet nieuw. In oktober 2024 kwam de toenmalige minister Beljaarts al met een plan om de bezorgtijd te verruimen, maar de Tweede Kamer floot hem toen hardhandig terug. Beljaarts trok het voorstel in, mede omdat PostNL volgens hem “magistraal onderhandeld” had en het voorstel meer een knieval leek dan een beleidsaanpassing. Die kritiek is nu verdwenen als sneeuw voor de zon. Minister Karremans stelt zonder blikken of blozen: “Ik ga ervan uit dat iedereen nu inziet dat het nodig is om bij de tijd te blijven.”

Op basis van de wet is PostNL verplicht om vijf dagen per week poststukken binnen 24 uur te bezorgen. De minister stelt nu voor om die termijn te verruimen naar 48 uur. PostNL noemt dat voorstel echter “volstrekt ontoereikend” en geeft aan dit jaar alleen al 30 miljoen euro subsidie nodig te hebben, omdat het bedrijf nog steeds verlies lijdt.

Foto: © Pitane Blue – PostNL

De Universele Postdienst (UPD) is een pakket aan postdiensten die volgens de wet in heel Nederland beschikbaar moeten zijn voor iedereen. Deze diensten moeten geleverd worden tegen gelijke en betaalbare tarieven, ongeacht waar iemand woont. De Nederlandse overheid heeft deze taak toegewezen aan PostNL, dat momenteel de enige aangewezen uitvoerder is van de UPD in Nederland.

Maar waar blijven de belangen van de burger? De betrouwbaarheid van de post, ooit een fundament van communicatie in Nederland, wordt nu systematisch uitgehold. En dat terwijl PostNL in de praktijk al jaren niet voldoet aan de eisen. In 2023 werd slechts 88 procent van de brieven op tijd bezorgd – ver onder de norm van 95 procent. Zakelijke post scoorde met 91 procent ook onder de maat, ondanks een wettelijke eis van 97,5 procent.

De overheid doet dit alles onder de vlag van continuïteit. De post moet immers “landelijk beschikbaar” blijven. Maar door de normen te verlagen in plaats van het systeem te hervormen, wordt de post vooral minder waardevol. Rouwpost en medische post blijven volgens het kabinet wél binnen 24 uur vallen. Een schrale troost voor wie niet rouwt, ziek is of zakelijke documenten verstuurt.

visie

Wat ontbreekt is visie. Geen enkele serieuze afweging lijkt te zijn gemaakt over alternatieven: differentiatie van tarieven, digitalisering van brievenbuslocaties, of zelfs concurrentie op de UPD-markt. In plaats daarvan krijgt het zieltogende PostNL opnieuw vrij spel, terwijl de Kamer ditmaal vooral zwijgt.

Met de keuze voor gemak boven kwaliteit worden vooral de mensen buiten de Randstad opnieuw benadeeld. Daar waar digitale post moeilijker is en waar de brievenbus nog een sociale functie heeft, voelt deze verlaging als een volgende stap in de afbraak van publieke diensten.

Het is duidelijk: Nederland zit opgescheept met een postbedrijf dat niet kan leveren en een regering die liever meebuigt dan corrigeert.

Hoger beroep DHL afgewezen: pakketbezorgers moeten zich aan verkeersregels houden

Het hoger beroep van DHL eCommerce (Services) B.V. tegen de minister van Infrastructuur en Waterstaat is ongegrond verklaard.

DHL had bij de minister een verzoek ingediend voor een landelijke vrijstelling van bepaalde verkeersregels, zodat hun pakketbezorgers flexibeler konden parkeren en rijden. Dit verzoek werd in 2020 afgewezen, en nu heeft de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, geoordeeld dat de minister terecht heeft gehandeld.

DHL is een grote speler in de Nederlandse pakketbezorgmarkt en levert dagelijks duizenden pakketten af bij consumenten en servicepunten. Het bedrijf vroeg de minister om vrijstelling van een aantal bepalingen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Concreet wilde DHL dat hun bezorgers mochten parkeren en rijden op locaties waar dat normaal gesproken verboden is, zoals stoepen en fietspaden.

De logistieke gigant stelde dat het zoeken naar een legale parkeerplek in drukke binnensteden en woonwijken tijdrovend is en de efficiëntie van de bezorgdiensten belemmert. Een vrijstelling zou volgens DHL bijdragen aan een snellere en soepelere pakketbezorging.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat wees het verzoek af. Volgens de minister is de dienstverlening van DHL niet aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst, zoals bedoeld in artikel 147 van de Wegenverkeerswet 1994. Dat artikel biedt de mogelijkheid om uitzonderingen te maken op verkeersregels, maar alleen voor specifieke diensten met een openbaar belang.

ongelijke behandeling

DHL ging tegen de beslissing in beroep en stelde dat de minister met twee maten meet. Het bedrijf wees erop dat PostNL wel een vrijstelling heeft gekregen en betoogde dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Volgens DHL zou hun pakketbezorgdienst niet wezenlijk verschillen van die van PostNL, waardoor het ongerechtvaardigd is om DHL de gevraagde vrijstelling te onthouden.

De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in 2023 echter dat er wél een wezenlijk verschil is. PostNL is namelijk door de minister aangewezen als het postvervoerbedrijf dat verantwoordelijk is voor de Universele Postdienst (UPD). Dit betekent dat PostNL wettelijk verplicht is om tegen gereguleerde tarieven post te bezorgen, ook in dunbevolkte en minder rendabele gebieden. Deze verplichting wordt door de overheid gezien als een openbare dienst, en daarom heeft PostNL voor UPD-werkzaamheden een vrijstelling gekregen.

PostNL pakketbezorger sorteert pakjes op fietspad

DHL heeft nog niet gereageerd op de uitspraak. Het is onduidelijk of het bedrijf verdere stappen overweegt of zich zal aanpassen aan de geldende verkeersregels.

DHL levert geen UPD-diensten en is volledig commercieel actief in de pakketbezorging. De rechtbank vond daarom dat de minister terecht een onderscheid had gemaakt tussen PostNL en DHL. DHL legde zich niet neer bij de uitspraak en ging in hoger beroep bij de Raad van State. Op 12 maart 2025 vond de zitting plaats, waarbij DHL werd vertegenwoordigd door advocaat mr. M.J. van Joolingen. De minister werd bijgestaan door jurist mr. D. Rietberg.

Tijdens de zitting probeerde DHL opnieuw aan te tonen dat de vrijstelling van PostNL in de praktijk ook gebruikt wordt voor niet-UPD-werkzaamheden. Volgens DHL is PostNL in feite bevoordeeld, omdat hun pakketbezorging grotendeels vergelijkbaar is met die van DHL.

De Raad van State volgde deze redenering niet en benadrukte dat de vrijstelling voor PostNL strikt beperkt is tot UPD-werkzaamheden. Als PostNL die vrijstelling onterecht ook voor andere bezorgdiensten zou gebruiken, zou dat niet betekenen dat DHL daar automatisch ook recht op heeft. De minister had daarom een legitieme reden om DHL de gevraagde vrijstelling te weigeren.

Met dit oordeel werd de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd en bleef het besluit van de minister overeind. DHL zal dus geen speciale parkeerrechten krijgen voor haar bezorgers.

consequenties

Nu de hoogste bestuursrechter zich over de zaak heeft uitgesproken, lijkt er voor DHL geen juridische route meer open om alsnog een vrijstelling af te dwingen. Dit betekent dat hun bezorgers zich aan dezelfde verkeersregels moeten blijven houden als andere weggebruikers.

Voor consumenten betekent dit dat DHL-bezorgers mogelijk langer onderweg zijn, vooral in drukke steden waar parkeerplekken schaars zijn. Dit zou de bezorgtijden kunnen beïnvloeden en mogelijk extra kosten met zich meebrengen als DHL alternatieve oplossingen moet zoeken, zoals extra parkeerplaatsen of kleinere bezorgvoertuigen.

PostNL onder vuur: veel slechter kon het toch al niet

PostNL, ooit geprezen als een betrouwbare speler in de Nederlandse post- en pakketbezorging, staat de laatste jaren onder zware druk.

De stroom aan klachten over vertraagde leveringen, zoekgeraakte pakketten en een ontoegankelijke klantenservice lijkt niet te stoppen. Terwijl de behoefte aan efficiënte en betrouwbare bezorgdiensten blijft groeien, komt het bedrijf steeds verder onder vuur te liggen. Vertraagde kerstkaarten en post die in de app staat komt soms niet aan.

De meest recente controverse rond PostNL ontstond door een besluit dat vanaf februari van kracht gaat. Brievenbussen worden voortaan al overdag geleegd, een maatregel die bedoeld is om kosten te besparen. Waar voorheen 25 procent van de brievenbussen na 17.00 uur werd geleegd, moeten gebruikers nu rekening houden met langere verwerkingstijden van hun post. Dit nieuws veroorzaakte grote onvrede, vooral onder ouderen en kleine ondernemers die afhankelijk zijn van een goed werkend postsysteem. Sylvia Oosterhuis, voorzitter van ouderenbond ANBO-PCOB in Groningen, liet zich kritisch uit over deze wijziging: “Veel slechter kon het toch al niet.”

ANBO-PCOB maakt zich zorgen om de verdere uitholling van de dienstverlening van PostNL. Het lijkt wel of de organisatie vergeet dat er nog veel mensen in Nederland zijn die niet digitaal actief zijn. Zij zijn afhankelijk van de papieren post en moeten dus langer op berichten wachten.

klantenservice in het nauw

Naast de operationele wijzigingen stapelen de klachten over de klantenservice zich op. Consumenten klagen over lange wachttijden, onduidelijke communicatie en personeel dat niet altijd professioneel overkomt. De ervaring van een klant die zijn frustratie uitte op een online platform spreekt boekdelen: “PostNL neemt de klant niet serieus. Afhaalbericht voor een pakketje 8 dagen te laat ontvangen, hierdoor is het pakket door het afhaalpunt retour PostNL gestuurd.”

De feestdagen horen een tijd van gezelligheid en samenzijn te zijn, maar voor veel Nederlanders leverde de kerstperiode dit jaar frustraties op door late bezorging van kerstkaarten. Waar menig Nederlander de moeite neemt om hun familie en vrienden in december een kaartje te sturen, kwamen veel van deze kaarten pas weken na de feestdagen aan. Klanten uiten hun onvrede en verwijten PostNL het falen van een traditie die diep geworteld is in de Nederlandse cultuur.

Op recensiewebsites zoals Ervaringen.nl wordt de klantenservice van PostNL massaal negatief beoordeeld. Lange wachttijden en gebrekkige bereikbaarheid leiden tot toenemende irritatie onder consumenten. Veel klanten voelen zich niet gehoord en melden dat klachten zelden adequaat worden opgelost.

problemen bij de bezorging

Niet alleen de klantenservice, maar ook de bezorging zelf blijft een bron van ergernis. Regelmatig komen klachten binnen over pakketten die te laat, helemaal niet of op het verkeerde adres worden bezorgd. Een klant meldde: “Pakket niet bezorgd na 14 dagen.” Zulke incidenten zetten de betrouwbaarheid van de dienstverlening verder onder druk.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Opnieuw kwam PostNL onder kritiek te staan vanwege de wijziging in het legen van brievenbussen, wat vanaf februari eerder op de dag zal gebeuren. Deze maatregel, bedoeld om miljoenen euro’s te besparen, heeft geleid tot verontwaardiging bij klanten die nu mogelijk langer moeten wachten op hun post.

De toenemende stroom aan klachten over PostNL kan niet los worden gezien van de uitdagingen waar het bedrijf mee te maken heeft in de huidige tijd. Een combinatie van structurele problemen en veranderende omstandigheden zorgt ervoor dat de post- en pakketbezorger steeds vaker onder vuur ligt. De oorzaken achter de klachten lopen uiteen, van personele tekorten tot operationele uitdagingen, en worden versterkt door de hoge verwachtingen van consumenten in een tijdperk waarin snelle levering de norm is geworden.

groei door e-commerce

De e-commercemarkt is sinds de coronapandemie explosief gegroeid. Consumenten zijn gewend geraakt aan het gemak van online winkelen, wat resulteert in een gigantische toename van pakketvolumes. Vooral in piekperiodes zoals Black Friday en de feestdagen wordt PostNL overspoeld met bestellingen. Hoewel deze groei kansen biedt, brengt het ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee. Logistieke netwerken worden tijdens deze pieken zwaar belast, wat leidt tot vertragingen en fouten.

Volgens cijfers van de Thuiswinkel Markt Monitor steeg het aantal online bestellingen in Nederland met meer dan 20 procent tijdens de pandemie. PostNL heeft moeite gehad om deze stijging bij te benen, ondanks investeringen in capaciteit. Het volume van pakketten is structureel hoger dan vóór 2020, waardoor vertragingen vaker voorkomen.

hoge werkdruk

Een ander knelpunt is het tekort aan personeel. Vooral in stedelijke gebieden kampt PostNL met een gebrek aan bezorgers en sorteerders. Dit leidt niet alleen tot vertragingen, maar vergroot ook de kans op fouten in de bezorging. De hoge werkdruk in de logistieke sector, gecombineerd met relatief lage lonen, zorgt bovendien voor een hoog personeelsverloop.

Vakbonden wijzen erop dat het moeilijk is om mensen te werven voor zwaar werk tegen lage tarieven. Bezorgers ervaren veel druk om aan strakke deadlines te voldoen, wat de kwaliteit van de dienstverlening niet ten goede komt.

bezuinigingen

Om winstgevend te blijven in een markt met stijgende kosten en hevige concurrentie heeft PostNL de afgelopen jaren kostenbesparende maatregelen doorgevoerd. Dit heeft gevolgen gehad voor de kwaliteit van de dienstverlening. Het uitbesteden van werk aan onderaannemers, zoals zzp’ers en kleinere bedrijven, zorgt soms voor minder controle op de uitvoering.

Consumenten zijn door de komst van bedrijven als Bol.com en Amazon gewend geraakt aan razendsnelle leveringen. Een vertraging van één dag kan al leiden tot klachten, zeker in een tijdperk waarin negatieve ervaringen gemakkelijk gedeeld worden via sociale media. Het imago van PostNL lijdt hieronder: klantenserviceproblemen worden breed uitgemeten op platforms zoals X en Ervaringen.nl, waar het bedrijf steevast lage scores ontvangt.

Hoger beroep: strijd over aangetekende post eindigt in overwinning PostNL

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 17 december 2024 uitspraak gedaan in een langlopende zaak rond de bezorgkwaliteit van aangetekende poststukken.

De klacht van een particulier over de bezorging van medische hulpmiddelen en aangetekende stukken door PostNL is ongegrond verklaard. Het CBb oordeelde dat de klager geen belanghebbende is en dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) onterecht maatregelen tegen PostNL heeft getroffen. Daarmee komt er een einde aan een juridische strijd die al sinds 2021 speelt.

medische hulpmiddelen

De zaak begon toen een particulier de ACM verzocht om handhavend op te treden tegen PostNL. Hij of zij stelde dat aangetekende poststukken, waaronder medische hulpmiddelen, structureel niet correct werden bezorgd. De klachten omvatten onder meer onbeheerd achtergelaten post, onrechtmatig zetten van handtekeningen door bezorgers en afleveringen bij buren zonder toestemming.

De klager betoogde dat dit tot ernstige gevolgen leidde, omdat een gezinslid afhankelijk is van medische hulpmiddelen die per post worden verzonden. Hij benadrukte dat hij als verzender van aangetekende stukken bovendien financieel werd geraakt wanneer zendingen niet correct aankwamen. De klachten waren volgens hem structureel en niet incidenteel, wat hij onderbouwde met stukken en correspondentie met PostNL.

eerdere uitspraak 

In eerste instantie oordeelde de rechtbank Rotterdam dat de klager wel als belanghebbende kon worden beschouwd. De rechtbank vond dat hij door de bezorgproblemen persoonlijk werd geraakt in zijn belangen. Dit gold zowel voor zijn rol als ontvanger van medische hulpmiddelen als voor zijn rol als verzender van aangetekende stukken, waaronder proefschriften. De rechtbank droeg de ACM vervolgens op om het handhavingsverzoek van de klager opnieuw te beoordelen.

De ACM legde PostNL daarop een last onder dwangsom op. PostNL werd verplicht om de kwaliteit van aangetekende zendingen te verbeteren en te voldoen aan een norm van 99% correcte bezorging vanaf maart 2024. Voor iedere dag dat PostNL niet aan deze norm voldeed, zou een dwangsom van 50.000 euro volgen, met een maximum van 1 miljoen euro.

Levering zorgproducten PostNL aan huis

In hoger beroep werd het oordeel van de rechtbank echter vernietigd. Het CBb oordeelde dat de klager geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een belanghebbende moet een persoonlijk, actueel en voldoende onderscheidend belang hebben. Het feit dat het hier ging om medische hulpmiddelen gaf de klager volgens het CBb geen onderscheidend belang ten opzichte van andere ontvangers van aangetekende post.

Het CBb overwoog daarbij dat aangetekende poststukken per definitie waardevol of belangrijk zijn, wat ook de reden is dat afzenders kiezen voor deze duurdere dienst. De problemen die de klager ervoer, hoe ernstig ook, maken zijn belang niet uniek of bijzonder ten opzichte van andere klanten van PostNL.

Daarnaast stelde het CBb vast dat de meeste medische hulpmiddelen en zakelijke zendingen niet via de Universele Postdienst (UPD) werden verstuurd, maar als partijenpost. Partijenpost valt buiten de reikwijdte van de Postwet 2009 en kan daarom niet leiden tot handhaving door de ACM.

handhaving zonder grondslag

Een ander belangrijk onderdeel van de uitspraak betreft de bevoegdheid van de ACM om de bezorgkwaliteit van aangetekende UPD-post te handhaven. Het CBb stelde vast dat artikel 16, zesde lid, van de Postwet 2009 geen grondslag biedt voor het handhavend optreden van de ACM in deze zaak. Volgens het CBb bevat de Postwet weliswaar een algemene kwaliteitsnorm, maar ontbreekt een concrete wettelijke norm waaraan aangetekende post moet voldoen. De ACM mag zelf geen kwaliteitseisen formuleren of operationaliseren, zoals het instellen van een ondergrens van 99% correcte bezorging. Dat zou via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) moeten gebeuren, wat hier niet het geval was.

Met deze uitspraak komt de last onder dwangsom die de ACM aan PostNL had opgelegd te vervallen. Het CBb vernietigde bovendien alle eerdere besluiten van de ACM in deze zaak, inclusief het herstelbesluit van september 2022 en de nadere besluitvorming van mei 2023.

reactie PostNL en ACM

PostNL toonde zich tevreden met de uitspraak. Het bedrijf benadrukte dat het continu werkt aan de verbetering van de bezorgkwaliteit, maar dat incidentele fouten nooit volledig kunnen worden uitgesloten. De bezorging van aangetekende poststukken blijft volgens PostNL een intensief en zorgvuldig proces.

De ACM gaf aan kennis te nemen van de uitspraak en zich te beraden op mogelijke vervolgstappen. Hoewel de uitspraak duidelijk maakt dat er momenteel geen grondslag is voor handhaving, blijft de toezichthouder betrokken bij de naleving van de regels binnen de postsector.

Met deze uitspraak komt er een einde aan een juridische strijd die ruim drie jaar duurde. De klager, die in eerste instantie nog gelijk kreeg bij de rechtbank, zag zijn hoger beroep ongegrond verklaard en zijn bezwaren verworpen. De uitspraak van het CBb heeft grote gevolgen voor toezicht op de kwaliteit van de aangetekende UPD-post. Zolang er geen concrete wettelijke norm wordt vastgesteld, kan de ACM hier niet handhavend optreden.

Bestuurderswissel bij PostNL: Pim Berendsen volgt Herna Verhagen op

PostNL kondigt een strategische verandering in de top aan. Na meer dan twaalf jaar als CEO geeft Herna Verhagen haar positie op tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 15 april 2025.

Zij draagt het stokje over aan Pim Berendsen, die momenteel als CFO fungeert. Met deze stap zet PostNL in op continuïteit en versterking van de huidige koers, gericht op verdere groei in de e-commerce en postsector, en het verhogen van klanttevredenheid. De Raad van Commissarissen (RvC) benadrukt dat de keuze voor Berendsen zorgvuldig en weloverwogen is gemaakt. 

Jan Nooitgedagt, voorzitter van de RvC, geeft aan dat de langdurige samenwerking tussen Verhagen en Berendsen en de successen die zij gezamenlijk hebben geboekt een belangrijke rol hebben gespeeld in de benoeming. “Toen Herna haar voornemen om terug te treden als CEO kenbaar maakte, trad ons opvolgingsplan in werking. Herna is een uitzonderlijk goede leider in een uitdagende sector in transitie. Zij heeft PostNL getransformeerd tot een toonaangevende speler op het gebied van e-commerce logistiek,” aldus Nooitgedagt.

transformatie

Onder leiding van Verhagen heeft PostNL een indrukwekkende transformatie doorgemaakt. Sinds haar aantreden in 2012 heeft Verhagen het bedrijf door een complex traject geleid waarin de focus verschoof naar de groeiende e-commercemarkt, zonder de traditionele postdiensten uit het oog te verliezen. “PostNL heeft zich onder haar leiding ontwikkeld tot een betrokken en verantwoordelijke werkgever voor tienduizenden medewerkers,” vervolgt Nooitgedagt. “De afgelopen zes jaar hebben Herna en Pim gezamenlijk de koers van het bedrijf vormgegeven, met een focus op digitalisering, netwerkuitbreiding en internationale groei. Pim’s brede kennis van de internationale markt en zijn ervaring met diverse stakeholders maken hem de geschikte persoon om deze strategie voort te zetten.”

Herna Verhagen zelf benadrukt dat het besluit om terug te treden weloverwogen is genomen. “Sinds 2012 ben ik CEO van PostNL, een fantastisch bedrijf midden in de samenleving, waar we met tienduizenden collega’s elke dag werken voor miljoenen klanten. Dat was en is een eer,” zegt Verhagen. “Mijn besluit om terug te treden heb ik weloverwogen genomen met alle vertrouwen in een goede opvolging. Ik ben er trots op dat de RvC voor Pim kiest als mijn opvolger – uit de eigen gelederen van PostNL – en daarmee kiest voor continuïteit van de gekozen strategie.”

waardering

Pim Berendsen, die Verhagen opvolgt, spreekt met groot respect over haar leiderschap. “Herna en ik werken iedere dag samen met ons team aan de kansen en uitdagingen die er voor dit prachtige bedrijf altijd zijn en blijven. Ik kijk met ongelofelijk veel waardering en respect naar hoe Herna de rol van CEO vervult. We hebben samen bijzondere resultaten weten te realiseren en onderweg heb ik heel veel van haar geleerd,” aldus Berendsen. Hij kijkt uit naar zijn nieuwe rol en benadrukt dat hij de strategische koers van PostNL zal voortzetten. “De combinatie van het zakelijke en het menselijke, haar scherpte, vasthoudendheid en aanpassingsvermogen maken Herna tot een unieke persoonlijkheid. Die ervaring neem ik mee naar deze nieuwe rol als CEO van PostNL.”

Foto: Pitane Blue – PostNL bezorging

De derdekwartaalcijfers van PostNL tonen een gemengd beeld van aanhoudende problemen in de postsector naast positieve ontwikkelingen in de pakkettendivisie. Terwijl PostNL vooruitgang ziet in de efficiëntie en capaciteit van zijn pakketdiensten, blijft het wachten op een structurele aanpassing van de regelgeving om de postdiensten financieel levensvatbaar te houden. Met verdere kostenbesparende maatregelen, volumegroei bij pakketten en een mogelijke hervorming in de postdienstverlening, kijkt PostNL met vertrouwen naar een beter resultaat in het vierde kwartaal van 2024.

rode cijfers

PostNL heeft ondertussen de resultaten over het derde kwartaal van 2024 gepubliceerd. Ondanks tegenvallende cijfers in de postsector, toont de groei in pakketvolumes een lichtpunt in de toekomstverwachtingen van het bedrijf. De genormaliseerde EBIT voor het derde kwartaal van 2024 bleef negatief, met een verlies van € 19 miljoen voor Mail in Nederland. Deze cijfers onderstrepen volgens CEO Herna Verhagen de dringende noodzaak tot hervormingen binnen de postsector en aanpassing van regelgeving om een financieel gezonde postdienst te waarborgen.

In haar verklaring benadrukte Verhagen dat PostNL te kampen heeft met structurele uitdagingen binnen de traditionele postmarkt. “Het verlies van € 19 miljoen over de eerste negen maanden van 2024, dat € 15 miljoen lager ligt dan vorig jaar, geeft de dringende noodzaak weer om het huidige bedrijfsmodel voor Mail in Nederland te herzien,” aldus Verhagen. Ze wijst hierbij op de voortdurende daling in postvolumes, de verschuiving naar minder tijdgevoelige postleveringen en stijgende kosten als belangrijke factoren die het bedrijfsresultaat negatief beïnvloeden.

PostNL plan afgewezen: kamermeerderheid zegt nee tegen vertraagde bezorging

Minister Dirk Beljaarts heeft voorlopig geen groen licht gekregen van de Tweede Kamer om PostNL meer tijd te geven voor het bezorgen van brieven.

Een ruime meerderheid van de Kamer sprak zich tegen het plan uit, waarmee een verlenging van de bezorgtijd naar 48 uur van de baan lijkt. Veel partijen in de Kamer zien in deze maatregel geen oplossing voor de al jaren teruglopende betrouwbaarheid van de postbezorging in Nederland. Het kabinet hoopte met het voorstel tegemoet te komen aan de problemen bij PostNL, maar kreeg weinig steun.

Het kabinet had eerder dit jaar aangekondigd dat het de postbezorging in Nederland wilde verbeteren door de bezorgtijd onder bepaalde voorwaarden te verlengen van 24 naar 48 uur. Dit zou het bedrijf meer ademruimte geven om aan de eisen te voldoen en de dienstverlening te verbeteren. Minister Beljaarts van Economische Zaken presenteerde deze maatregel in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij uitlegde dat het voorstel noodzakelijk was om de huidige problemen op te lossen.

ingrijpen

De slechte bezorgprestaties van PostNL zijn al geruime tijd een punt van zorg voor zowel de overheid als toezichthouders. Uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) blijkt dat de postkwaliteit in Nederland de laatste jaren is verslechterd. Veel gebruikers klagen over te late of helemaal niet bezorgde poststukken, en deze klachten nemen toe. Daarom vond het kabinet het belangrijk was om nu in te grijpen, voordat de situatie verder verslechtert.

De belangrijkste reden achter deze voorgestelde wijziging is dat PostNL, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de postbezorging, al langere tijd niet voldoet aan de wettelijke normen. Minister Dirk Beljaarts van Economische Zaken kondigde eerder de nieuwe maatregel aan in een brief aan de Tweede Kamer.

De maatregel was bedoeld om de betrouwbaarheid van de postbezorging te verbeteren, een probleem dat door veel gebruikers als een groot gebrek wordt ervaren. Volgens Beljaarts hebben zowel consumenten als zakelijke gebruikers aangegeven dat ze betrouwbaarheid belangrijker vinden dan snelheid. De wijziging, die naar verwachting begin 2026 zal ingaan, biedt PostNL de ruimte om de dienstverlening te verbeteren. Het is echter geen vrijbrief: PostNL moet nog steeds aan strenge eisen voldoen.

Zo moet het postbedrijf minimaal 95% van de post binnen 48 uur bezorgen. Ook blijft de prijs van postzegels gereguleerd door de overheid en mag PostNL geen excessief rendement behalen. Bovendien blijft de bezorging van post vijf dagen per week doorgaan, van dinsdag tot en met zaterdag. Voor medische post en rouwpost gelden strengere regels: deze moeten binnen 24 uur worden bezorgd, zes dagen per week.

geen voorbode

Minister Beljaarts benadrukte wel dat de voorgestelde versoepeling geen voorbode was van een verdere verlenging van de bezorgtijd naar 72 uur, een voorstel dat PostNL zelf eerder had gedaan. “Voor mij staat voorop dat consumenten en kleinzakelijke gebruikers een betrouwbare, betaalbare en bereikbare postvoorziening verdienen,” zei Beljaarts. Hij voegde daaraan toe dat de verlenging van de bezorgtijd van 24 naar 48 uur een noodzakelijke maatregel is om de huidige problemen aan te pakken en de postdienstverlening toekomstbestendig te maken.

Postbezorging vertraagd naar 48 uur: kabinet stelt harde eisen

Het kabinet heeft besloten om de problemen met de postbezorging in Nederland aan te pakken door de bezorgtijd van brieven en pakketten onder bepaalde voorwaarden te verlengen van 24 naar 48 uur.

De belangrijkste reden achter deze wijziging is dat PostNL, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de postbezorging, al langere tijd niet voldoet aan de wettelijke normen. Minister Dirk Beljaarts van Economische Zaken kondigde de nieuwe maatregel aan in een brief aan de Tweede Kamer.

De maatregel is bedoeld om de betrouwbaarheid van de postbezorging te verbeteren, een probleem dat door veel gebruikers als een groot gebrek wordt ervaren. Volgens Beljaarts hebben zowel consumenten als zakelijke gebruikers aangegeven dat ze betrouwbaarheid belangrijker vinden dan snelheid. De wijziging, die naar verwachting begin 2026 zal ingaan, biedt PostNL de ruimte om de dienstverlening te verbeteren. Het is echter geen vrijbrief: PostNL moet nog steeds aan strenge eisen voldoen.

Zo moet het postbedrijf minimaal 95% van de post binnen 48 uur bezorgen. Ook blijft de prijs van postzegels gereguleerd door de overheid en mag PostNL geen excessief rendement behalen. Bovendien blijft de bezorging van post vijf dagen per week doorgaan, van dinsdag tot en met zaterdag. Voor medische post en rouwpost gelden strengere regels: deze moeten binnen 24 uur worden bezorgd, zes dagen per week.

geen voorbode

Minister Beljaarts benadrukte dat deze versoepeling geen voorbode is van een verdere verlenging van de bezorgtijd naar 72 uur, een voorstel dat PostNL zelf eerder had gedaan. “Voor mij staat voorop dat consumenten en kleinzakelijke gebruikers een betrouwbare, betaalbare en bereikbare postvoorziening verdienen,” zei Beljaarts. Hij voegde daaraan toe dat de verlenging van de bezorgtijd van 24 naar 48 uur een noodzakelijke maatregel is om de huidige problemen aan te pakken en de postdienstverlening toekomstbestendig te maken.

De slechte bezorgprestaties van PostNL zijn al geruime tijd een punt van zorg voor zowel de overheid als toezichthouders. Uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) blijkt dat de postkwaliteit in Nederland de laatste jaren is verslechterd. Veel gebruikers klagen over te late of helemaal niet bezorgde poststukken, en deze klachten nemen toe. Daarom vindt het kabinet het belangrijk om nu in te grijpen, voordat de situatie verder verslechtert.

Foto: Herna Verhagen, de CEO van PostNL

PostNL heeft inmiddels aangegeven de plannen van de minister te zullen bestuderen. Het bedrijf blijft echter van mening dat een bezorgtijd van 72 uur de beste oplossing zou zijn om aan de veranderende marktomstandigheden te kunnen voldoen. Voorlopig blijft de focus echter op de overgang naar een bezorgtijd van 48 uur, waarbij PostNL nauwlettend in de gaten zal worden gehouden door de ACM om te zorgen dat de kwaliteitseisen worden gehaald.

Hoewel de overheid begrip toont voor de uitdagingen waar PostNL mee te maken heeft, zoals de afname van het aantal fysieke poststukken door digitalisering, ziet het kabinet toch geen reden om het postbedrijf financieel te ondersteunen. “PostNL krijgt geen overheidssubsidie,” zei Beljaarts duidelijk in zijn Kamerbrief. De minister gaf aan dat de voorwaarden die nu aan PostNL worden gesteld, voldoende moeten zijn om de kwaliteit van de bezorging te verbeteren zonder extra middelen van de overheid.

brief

Met het oog op het Commissiedebat over post op 9 oktober a.s. informeerde Minister Dirk Beljaarts de Voorzitter van de Tweede Kamer in deze brief over de situatie bij de uitvoering van de wettelijke taak van de Universele Postdienst (UPD) door PostNL. In 2025 komt het ministerie van Economische Zaken met een bredere visie op de toekomst van de postdienstverlening, gebaseerd op onderzoek van de ACM. Dit onderzoek zal zich richten op de lange termijn, waarbij wordt gekeken naar de positie van PostNL in een veranderende markt en de vraag of de huidige wettelijke kaders nog passend zijn.

Rechtbank: ACM hoeft niet in te grijpen bij klachten over postbezorging door PostNL

De rechtbank in Rotterdam heeft uitspraak gedaan in een zaak die draaide om de vraag of de Autoriteit Consument & Markt (ACM) handhavend zou moeten optreden tegen PostNL voor het niet bezorgen van niet-aangetekende post.

De eiser had verzocht om ingrijpen van de ACM, omdat hij van mening was dat PostNL in gebreke bleef bij het leveren van poststukken. De rechtbank oordeelde echter dat de ACM niet bevoegd is om in dit geval handhavend op te treden. Dit komt omdat de wet de ACM niet de mogelijkheid biedt om zelfstandig nieuwe kwaliteitseisen op te stellen naast de al bestaande regels uit het Postbesluit 2009.

De zaak vond plaats op 13 september 2024, onder zaaknummer ROT 23/7398, en werd behandeld door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Rotterdam. De eiser, wiens naam niet openbaar is gemaakt, was persoonlijk aanwezig bij de rechtszitting. Namens de ACM verschenen de advocaten mr. T. Sahabi en mr. S.A. van der Does, terwijl PostNL vertegenwoordigd werd door mr. D.P. Kuipers en andere juridische vertegenwoordigers.

niet bezorgen

De aanleiding voor deze zaak ligt in een eerder verzoek van de eiser waarin hij de ACM verzocht om PostNL aan te pakken vanwege het niet bezorgen van aangetekende post. De ACM had dat verzoek aanvankelijk afgewezen, maar de rechtbank oordeelde op 20 juni 2022 dat de eiser een persoonlijk belang had in de zaak. Zijn gezinslid was afhankelijk van medische hulpmiddelen, wat de zaak voor hem urgenter maakte dan voor een willekeurige ontvanger van aangetekende post. Na deze uitspraak kreeg de ACM de opdracht om het besluit te herzien. Desondanks oordeelde de ACM in een later besluit dat de Postwet en het Postbesluit 2009 geen specifieke eisen stellen aan de afhandeling van aangetekende post en dat er geen overtreding was begaan.

In de huidige zaak ging het niet om aangetekende, maar om niet-aangetekende post. De eiser beweerde dat PostNL ook hierbij niet voldeed aan de kwaliteitseisen van artikel 5 van het Postbesluit 2009, dat gaat over de universele postdienst (UPD). De rechtbank oordeelde echter dat de ACM niet bevoegd is om de naleving van de algemene voorwaarden van PostNL af te dwingen, zelfs als deze niet volledig in overeenstemming zijn met artikel 5. De rechtbank wees ook de stelling van de eiser af dat elke klacht na 2 september 2022 een nieuwe aanvraag om handhaving zou zijn.

De ACM stelde dat de door de eiser aangedragen voorbeelden van verkeerd bezorgde post onvoldoende waren om te concluderen dat er sprake was van een structurele overtreding door PostNL. Volgens de rechtbank heeft de ACM gelijk met deze redenering, omdat de incidenten die de eiser aanhaalde – enkele verkeerd bezorgde poststukken – geen bewijs vormen van een breder probleem.

De rechtbank benadrukte daarnaast dat de ACM volgens de Postwet 2009 en het Postbesluit 2009 weliswaar toeziet op de naleving van de regels voor de UPD, maar dat zij niet zelf nieuwe normen mag opstellen. De regels zijn vastgelegd in wet- en regelgeving en de ACM kan alleen optreden als er een specifieke overtreding van die regels wordt vastgesteld.

De rechtbank oordeelde verder dat de ACM niet te laat had gereageerd op de aanvragen van de eiser en dat er dus geen dwangsom aan hem verschuldigd was. De rechtbank wees de overige argumenten van de eiser tegen het besluit van de ACM af en verklaarde het beroep ongegrond. Dit betekent dat de ACM geen verdere actie hoeft te ondernemen tegen PostNL voor de bezorgingsproblemen die de eiser heeft ondervonden.