Tag archieven: prijsverschillen

Laadprijzen: onderzoek toont extreme prijsverschillen tussen laadpalen

Er zijn forse prijsverschillen ontstaan tussen openbare laadpalen voor elektrische auto’s, en wie slim wil laden doet er verstandig aan de tarieven nauwkeurig te vergelijken.

Uit een breed onderzoek van Independer, dat tussen 1 en 3 december 2025 de prijzen van ruim 53.000 laadpalen door heel Nederland analyseerde, komt een beeld naar voren van een markt waarin het verschil tussen goedkoop en duur soms tot extreme hoogten oploopt. Volgens deze analyse varieert de prijs per kWh binnen één gemeente van slechts enkele centen tot meer dan een euro, wat betekent dat een automobilist die op de verkeerde plek inplugt tientallen euro’s duurder uit kan zijn voor exact dezelfde hoeveelheid stroom.

verschillen

Het goedkoopste laadpunt van Nederland staat in het Limburgse Beringe, waar een automobilist slechts 18 cent per kWh betaalt. Aan de andere uiterste kant van het spectrum staat een paal op een parkeerplaats bij Duinrell, waar de prijs oploopt tot 1,41 euro per kWh. Een volle batterij van 75 kWh kan daardoor bij de goedkoopste locatie minder dan vijftien euro kosten, terwijl dezelfde laadbeurt bij Duinrell ruim honderd euro kan aantikken. Dat prijsverschil van meer dan negentig euro laat volgens Independer zien hoeveel winst consumenten kunnen behalen door simpelweg een andere paal te kiezen.

Gemiddeld kost een laadbeurt van 75 kWh in Nederland 35,35 euro. De provincie Zeeland blijkt het duurst voor elektrische rijders, gevolgd door Friesland, Flevoland en Utrecht. Toch moet dit beeld genuanceerd worden, omdat binnen elke provincie grote verschillen bestaan tussen individuele laadpunten. Limburg bewijst dat: hoewel zich daar de duurste paal van het land bevindt, telt de provincie ook de meeste goedkope laadpunten. Daardoor ligt de gemiddelde prijs voor een volledige laadbeurt in Limburg zo’n tien euro onder het landelijke gemiddelde, wat automobilisten in die provincie aanzienlijk in de portemonnee kan schelen.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Volgens energie-expert Joris Kerkhof van Independer wordt een groot deel van de prijsverschillen verklaard door de dichtheid van laadpalen. Kerkhof zegt hierover: “De verschillen hebben te maken met de dichtheid van de laadpalen: in Amsterdam, waar meer palen zijn, is de prijs lager dan in een gemeente waar minder palen zijn.” Daarnaast speelt het beleid van gemeenten een doorslaggevende rol. Zij maken afspraken over zowel de locaties als de tarieven van laadpalen, waardoor de prijsniveaus per wijk, dorp of stad sterk van elkaar kunnen verschillen.

parkeergarages

Bezitters van een elektrische auto doen er daarbij goed aan ook de laadlocatie mee te wegen. Ondergrondse parkeergarages zijn doorgaans een stuk duurder, met tarieven die gemiddeld zeventien procent hoger liggen dan die van laadpalen langs de openbare weg. Zelfs een gewone bovengrondse parkeergarage rekent al snel zo’n achteneenhalf procent meer dan een straatlaadpunt. Wie op de kleintjes let, kan dus beter aan de stoep inpluggen dan in een garagebox.

Voor wie echt goedkoop wil laden, blijft thuisladen de meest voordelige optie. “Het allergoedkoopste is nog steeds een laadpaal aan huis”, benadrukt Kerkhof. “Zeker de combinatie van een elektrische auto en zonnepanelen is ideaal. Dan kun je op een zonnige dag praktisch vrijwel gratis de auto opladen, en dat is natuurlijk het allerbeste voor de portemonnee.” Independer benadrukt daarbij dat de geanalyseerde tarieven per dag, per dagdeel of zelfs per uur kunnen verschillen. Om uitschieters niet te zwaar te laten meetellen, is voor de vergelijking de doorsnee prijs gebruikt: het punt waarbij de helft van de laadpalen goedkoper is en de andere helft duurder. Abonnementskosten of extra kosten van laadpassen zijn buiten beschouwing gelaten.

Taxitarieven op luchthavens vertonen stabiele trend en grote prijsverschillen

Het is waarschijnlijk dat de prijzen in de nabije toekomst zullen stabiliseren, of zelfs dalen, als reactie op de groeiende concurrentie.

Europa heeft altijd bekend gestaan om zijn rijke erfgoed, diverse cultuur en adembenemende steden. Elk jaar landen miljoenen reizigers op de Europese luchthavens met het verlangen de schoonheid van deze steden te verkennen. En hoe reizen ze meestal van het vliegveld naar het stadscentrum? Door middel van een taxi.

Na een scherpe stijging vorig jaar waarin de taxitarieven op Europese luchthavens gemiddeld met 10 procent stegen, toont recent onderzoek aan dat er dit jaar sprake lijkt te zijn van een stabilisatie. De stijging is hooguit licht te noemen.

Vliegveldinfo.nl heeft onlangs gegevens gepresenteerd waaruit blijkt dat reizigers deze zomer op de 50 drukste luchthavens van Europa gemiddeld 46 euro betalen voor een taxirit naar het centrum van de stad, direct na aankomst op het vliegveld. Een verhoging van slechts 2,7 procent in vergelijking met het voorgaande jaar.

Wat echter intrigeert, zijn de enorme prijsverschillen die blijven bestaan. Luchthavens zoals Genève, Zürich, Kopenhagen, Amsterdam-Schiphol en Brussel-Zaventem staan bekend om hun hoge taxitarieven per kilometer. Dit is opmerkelijk omdat deze vliegvelden relatief dicht bij het stadscentrum liggen en bovendien zijn uitgerust met hun eigen treinstations.

Het is waarschijnlijk dat de prijzen in de nabije toekomst zullen stabiliseren, of zelfs dalen, als reactie op de groeiende concurrentie en de vraag naar transparantie. De traditionele taxidiensten zullen wellicht hun bedrijfsmodellen moeten herzien, investeren in technologie en misschien zelfs hun prijzen aanpassen om concurrerend te blijven.

Deze discrepantie in prijzen roept vragen op over de factoren die bijdragen aan dergelijke hoge tarieven. Is het de kwaliteit van de dienstverlening, de kosten van levensonderhoud in die specifieke regio’s of eenvoudigweg de wet van vraag en aanbod op zijn best?

Voor de budgetbewuste reiziger is het echter goed om te weten dat er in veel van deze steden uitstekende openbaar vervoerssystemen beschikbaar zijn. In steden als Amsterdam, Brussel en Zürich is het openbaar vervoer niet alleen kosteneffectief, maar ook efficiënt en betrouwbaar, waardoor het een uitstekend alternatief vormt voor de dure taxi’s.

Uber en Lyft

De stabilisatie van de taxitarieven op de Europese luchthavens kan worden gezien als een reactie op verschillende factoren. In de eerste plaats heeft de enorme groei van rideshare-diensten zoals Uber en Lyft in veel Europese steden de traditionele taxi-industrie opgeschud. Deze diensten bieden vaak concurrerende prijzen en kunnen direct via een smartphone-app worden besteld, wat veel reizigers aantrekt.

ANWB Kampioen Tanktest laat grote prijsverschillen zien

De brandstofprijzen waren nog nooit zo hoog als afgelopen jaar. De allerduurste liter benzine kostte in 2021 maar liefst €2,21. Door het forse prijsniveau waren de verschillen tussen de tankstations onderling nog nooit zo hoog. 

Zoals bekend zijn stations langs de snelweg duurder dan stations elders, maar ook de verschillen tussen regio’s, gemeenten en zelfs stations van dezelfde keten kunnen flink oplopen. Kijken en vergelijken loont dus meer dan ooit voor de consument: met een beetje speurwerk of het gebruik van een brandstofapp levert een besparing op van honderden euro’s per jaar. Dat blijkt uit een test van de Kampioen, waarin de prijzen van alle 3839 tankstations in Nederland zijn meegenomen.

Er zijn steeds grotere prijsverschillen tussen diverse provincies, tussen stad en dorp en tussen de verschillende ketens die brandstof verkopen. Groningen was het afgelopen jaar de goedkoopste provincie om te tanken. Voor automobilisten die elders wonen kan het voordelig zijn om te kijken naar de prijzen bij de buurgemeenten. Amsterdam is bijvoorbeeld de duurste plek om te tanken in Nederland, terwijl Zaanstad juist in de top 10 ‘goedkoop’ staat.

Buiten de snelweg kunnen weggebruikers – zeker bij onbemande tankstations – vaak nog goedkoper tanken. Zowel diesel als benzine zijn per liter gemiddeld nu veertien cent duurder dan bij tankstations buiten de snelwegen. In 2019 was dat verschil nog tien cent. Tanken buiten de snelwegen loont dus nóg meer.

Opvallend zijn de prijsverschillen tussen stations aan de snelweg. De A32 (Drenthe/Friesland) is de ‘goedkoopste’ snelweg om te tanken en de A6 (Noord-Holland/Flevoland/Friesland) is gemiddeld de duurste in Nederland. Nog opvallender zijn de brandstofprijzen tussen tankstations langs dezelfde snelweg, soms zelfs van dezelfde keten. Zo was een liter diesel gedurende de onderzochte periode bij Esso Galgeveld (A27, bij Breda) 26 cent goedkoper per liter dan Esso Nijpoort (ook A27, bij Maartensdijk). Dat scheelt € 13 op een tank van vijftig liter. 

Het prijsverschil tussen de duurste stations van Nederland (vier Essostations en één Texacostation) en het goedkoopste station (Fieten Olie, Uithuizen/Groningen) was 31 cent per liter diesel en 34 cent per liter benzine. De grotendeels in het noorden vertegenwoordigde keten Fieten Olie is de goedkoopste met meer dan 25 stations en gemiddeld BP de duurste.

De ANWB vindt dat de actuele brandstofprijzen openbaar gemaakt moeten worden zodat de prijsbewuste automobilist voor het goedkoopste tankstation kan kiezen. Automobilisten weten namelijk vaak wel waar zij dicht bij huis het goedkoopst uit zijn, maar onderweg of in een onbekende omgeving niet, aldus de ANWB.

Lees ook: Wegbeheerders elke winter druk op Nederlandse wegen

De brandstofprijzen waren nog nooit zo hoog als afgelopen jaar.