Tag archieven: Raad van State

Invoering CDT: Ministerraad bespreekt cruciaal wetsvoorstel voor centrale database taxi

De Centrale Database Taxi (CDT) lijkt nog steeds op koers te liggen voor de geplande invoering op 1 juli 2025.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft afgelopen week een update gegeven over de stand van zaken. Hoewel de technische en wettelijke voorbereidingen in volle gang zijn, blijft de precieze planning afhankelijk van meerdere cruciale stappen, waaronder de goedkeuring van een wetsvoorstel dat momenteel op de agenda staat voor de Ministerraad.

Het betreffende wetsvoorstel, dat een aanpassing van de Wet Personenvervoer 2000 (WP2000) betreft, zal naar verwachting aanstaande vrijdag worden besproken in de Ministerraad. Mocht dit voorstel zonder bezwaren worden goedgekeurd, wordt het doorgestuurd naar de Raad van State. Deze onafhankelijke adviseur van regering en parlement speelt een essentiële rol in het beoordelen van wetgeving en bestuur. De Raad van State heeft doorgaans een termijn van 12 weken om een advies uit te brengen. Dit advies kan vervolgens worden meegenomen bij de verdere besluitvorming over de implementatie van de CDT.

tweede praktijktoets 

Naast de wettelijke voorbereiding is ook de technische implementatie van groot belang. De zogeheten Tweede Praktijktoets, waarin de systemen en processen uitvoerig worden getest, lijkt tegen eind maart te worden afgerond. Deze praktijktoets is bedoeld om alle betrokken partijen, waaronder taxiondernemingen, de mogelijkheid te bieden om hun systemen tijdig op orde te krijgen voor de overstap naar het nieuwe systeem.

Met de introductie van de CDT kunnen zowel de boordcomputer taxi (BCT) als de centrale database gebruikt worden voor het vastleggen van gegevens binnen de taxisector. Dit biedt niet alleen meer flexibiliteit voor de sector, maar maakt ook een efficiëntere controle en handhaving mogelijk. De ILT zal de werk- en rusttijden van taxichauffeurs in de toekomst kunnen controleren via beide systemen, wat een belangrijke stap vooruit betekent in het toezicht op de naleving van regelgeving.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

De CDT is volgens de ILT en brancheverenigingen een aanzienlijke verbetering. Het huidige systeem van de boordcomputers in taxi’s heeft in het verleden te maken gehad met kritiek, onder andere vanwege technische mankementen en onduidelijke regelgeving. Met de introductie van de CDT verwacht men niet alleen een gebruiksvriendelijker systeem, maar ook een meer betrouwbare en uniforme aanpak in de hele sector.

implementatie op koers

Hoewel er dus nog enkele belangrijke stappen genomen moeten worden, lijkt de implementatie van de CDT grotendeels volgens planning te verlopen. Voor zowel de ILT als de branche is dit een opsteker, omdat dit project een einde moet maken aan veel van de praktische problemen waar de sector al jaren mee kampt. De komende maanden blijven echter cruciaal, zowel voor de wettelijke goedkeuring als de technische voorbereidingen.

ViA15: Raad van State geeft na zeven jaar definitief groen licht voor tracébesluit

Na zeven jaar procederen heeft de Raad van State op woensdag 2 oktober 2024 definitief het Tracébesluit voor de ViA15 goedgekeurd.

Hiermee is er eindelijk een einde gekomen aan de langdurige juridische strijd die begon in 2017. Dit besluit betekent dat de langverwachte uitbreiding van de A12 en A15, evenals het doortrekken van de A15 naar de A12, nu daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Het project staat centraal in het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio Arnhem-Nijmegen en het versterken van de verbinding tussen de Rotterdamse haven en Duitsland.

De uitspraak van de Raad van State werd met opluchting ontvangen door zowel betrokken overheidsinstanties als de regio. Minister Madlener van Infrastructuur en Waterstaat sprak zijn tevredenheid uit: “Ik vind het fantastisch nieuws en ben blij dat na een procedure van 7,5 jaar er nu duidelijkheid is. De A15 en A12 zijn drukke wegen en de regio is er dan ook enorm bij gebaat dat we dit project kunnen uitvoeren. Weggebruikers in de regio Arnhem-Nijmegen kunnen straks weer doorrijden.”

Ook de provincie Gelderland, waar de werkzaamheden grotendeels plaatsvinden, reageerde positief. Gedeputeerde voor bereikbaarheid Klaas Ruitenberg benadrukte het belang van de uitspraak: “Blij dat we nu verder kunnen, want de doorgetrokken A15 en verbreding van de A12 zijn hard nodig om het verkeer veiliger te maken, files te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Dat is goed voor de Gelderlanders, de regionale economie én de nationale economie.”

grote impact op de regio

Het project ViA15 is van cruciaal belang voor zowel het regionale als nationale verkeer. De A15 is een van de belangrijkste verkeersaders in Nederland, die niet alleen de haven van Rotterdam verbindt met het binnenland, maar ook een belangrijke schakel vormt in het Europese wegennetwerk. De doortrekking van de A15 naar de A12 moet de doorstroming verbeteren en de verkeersdruk op omliggende wegen verminderen, met name in de regio Arnhem-Nijmegen, waar veel verkeersopstoppingen plaatsvinden. Dit komt niet alleen de automobilisten ten goede, maar ook het vrachtverkeer dat dagelijks goederen vervoert tussen Nederland, Duitsland en andere Europese landen.

Voor de haven van Rotterdam betekent de uitspraak een belangrijke verbetering van de infrastructuur. Door de betere verbinding met Duitsland kan het goederenvervoer efficiënter verlopen, wat essentieel is voor de concurrentiepositie van de haven. Het versnellen van de transportstromen richting het achterland zorgt voor een betere concurrentiepositie van Nederland binnen de Europese markt.

Foto: © Pitane Blue – werkzaamheden wegennet

De weg naar dit besluit was echter allesbehalve eenvoudig. De beroepsprocedure startte in 2017, nadat het eerste tracébesluit werd genomen. Een belangrijk twistpunt tijdens deze procedure was de stikstofdepositie en de impact hiervan op Natura 2000-gebieden, beschermde natuurgebieden in Nederland en Europa. De manier waarop de stikstofuitstoot werd berekend en de mogelijke schade aan de natuur werd beoordeeld, vormde een slepende kwestie binnen de juridische strijd.

De Raad van State had meerdere keren tussenuitspraken gedaan waarin het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de opdracht kreeg om het besluit beter te onderbouwen of aan te passen. Elke keer kregen betrokken partijen, waaronder milieuorganisaties, de kans om te reageren. Uiteindelijk heeft de Raad van State nu geoordeeld dat het ministerie voldoende maatregelen heeft genomen om de effecten van stikstofuitstoot op de natuurgebieden te beperken, waardoor de weg vrij is gemaakt voor de uitvoering van het project.

voorbereidingen

Hoewel de juridische obstakels nu zijn weggenomen, betekent dit niet dat de werkzaamheden meteen kunnen beginnen. De lange duur van de beroepsprocedure heeft ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke projectorganisatie, die verantwoordelijk was voor de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden, grotendeels is afgebouwd. Deze organisatie moet nu opnieuw worden opgebouwd, wat tijd zal vergen.

Rijkswaterstaat en de betrokken aannemers moeten nieuwe afspraken maken en een bijgewerkte planning opstellen. Hierdoor zal het nog enige tijd duren voordat de eerste graafmachines daadwerkelijk aan de slag kunnen op het tracé. Toch overheerst optimisme, zowel bij de overheid als in de regio. De weg naar een betere infrastructuur ligt nu open, en na jaren van onzekerheid kan de regio Arnhem-Nijmegen uitkijken naar een toekomst met minder verkeersopstoppingen en een betere doorstroming van verkeer.

Wetgeving: Raad van State kritisch op nieuwe verkeersveiligheidsmaatregelen

De Raad heeft ook opmerkingen gemaakt over de minimumduur van de vervangende hechtenis.

Om de verkeersveiligheid te verbeteren, hebben de ministeries van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat een wetsvoorstel ingediend dat de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering wijzigt. De voorgestelde wijzigingen richten zich vooral op een strengere aanpak van rijden onder invloed en het afschaffen van de huidige recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten.

Uit onderzoek blijkt dat rijden onder invloed een groeiend probleem vormt op de Nederlandse wegen. In 2022 bleek 2,6% van de automobilisten tijdens weekendnachten onder invloed van alcohol te rijden, een stijging ten opzichte van 1,4% in 2017. Deze alarmerende cijfers vragen om drastische maatregelen om de verkeersveiligheid te waarborgen. De toename van het aantal ernstig verkeersgewonden en verkeersdoden versterkt de noodzaak voor strengere regelgeving en effectieve handhaving.

Het huidige wetsvoorstel introduceert drie belangrijke maatregelen om de aanpak van rijden onder invloed te versterken. Allereerst krijgt de rechter de bevoegdheid om de ontzegging van de rijbevoegdheid direct uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast kan de rechter, bij oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid, het rijbewijs direct ongeldig verklaren, zelfs bij een eerste veroordeling. Ten slotte wordt de mogelijkheid gecreëerd om vervangende hechtenis toe te passen in geval van schending van de rijontzegging.

Deze maatregelen zijn gekoppeld aan de ontzegging van de rijbevoegdheid en gelden dus niet alleen voor rijden onder invloed, maar ook voor andere ernstige verkeersdelicten zoals het veroorzaken van gevaar op de weg of het verlaten van de plaats van een ongeval. Dit is een aanzienlijke uitbreiding ten opzichte van de huidige recidiveregeling, die alleen ziet op rijden onder invloed.

Foto: © Pitane Blue – Tweede kamer

De Raad van State heeft kritisch gereageerd op het wetsvoorstel en wijst op enkele belangrijke aandachtspunten. Zo vindt de Raad dat de noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit van de uitbreiding van de maatregelen onvoldoende zijn toegelicht. Bovendien is niet duidelijk welke consequenties de uitbreiding heeft voor de uitvoerbaarheid van het voorstel en hoe bestuurders worden geïnformeerd over de nieuwe maatregelen die een afschrikkende werking moeten hebben.

Een ander belangrijk punt van kritiek is de koppeling van vervangende hechtenis aan de ontzegging van de rijbevoegdheid. De Raad adviseert om de toelichting aan te passen en daarin de noodzaak en proportionaliteit van deze maatregel te motiveren in het licht van de Grondwet, het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (EU-Handvest).

De Raad heeft ook opmerkingen gemaakt over de minimumduur van de vervangende hechtenis. De voorgestelde minimumduur van twee weken zou de straftoemetingsvrijheid van de rechter beperken en kan leiden tot disproportionele uitkomsten. De Raad adviseert daarom om geen minimumduur vast te stellen of de duur te heroverwegen.

In reactie op de kritiek van de Raad van State zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting. Zo is de minimumduur van de vervangende hechtenis verlaagd naar drie dagen, vergelijkbaar met de vervangende hechtenis bij niet-naleving van een vrijheidsbeperkende maatregel. Daarnaast is verduidelijkt dat de rechter in elk individueel geval de duur van de vervangende hechtenis bepaalt, rekening houdend met de omstandigheden van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.

Verder is in de memorie van toelichting opgenomen dat de vervangende hechtenis geen punitieve sanctie is voor het overtreden van de rijontzegging, maar een middel om de naleving van de rijontzegging te verzekeren. Ook is de mogelijkheid van een dubbele bestraffing, wat in strijd zou zijn met het ne bis in idem-beginsel, verder uitgewerkt en verduidelijkt dat vervolging voor overtreding van de rijontzegging en de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis gescheiden trajecten zijn.

Het wetsvoorstel biedt de rechter tevens de mogelijkheid om buitenlandse rijbewijzen ongeldig te verklaren, mits de houder ervan in Nederland woonachtig is. Dit zorgt voor een gelijk speelveld tussen Nederlandse en buitenlandse rijbewijshouders en versterkt de handhaving van verkeersveiligheid op de Nederlandse wegen.

VVD – Dilan Yeşilgöz-Zegerius

Samenvattend schrijft de voormalig Minister van Justitie en Veiligheid Yesilgöz-Zegerius dat de Raad van State enkele belangrijke bezwaren heeft geuit bij het wetsvoorstel, maar na aanpassingen door de ministeries lijkt het voorstel klaar om ingediend te worden bij de Tweede Kamer. De wijzigingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering zijn cruciaal voor een effectievere aanpak van rijden onder invloed en andere ernstige verkeersdelicten, met als doel de verkeersveiligheid in Nederland aanzienlijk te verbeteren.

Raad van State vernietigde het uitvoeringsbesluit taxisector

Voorlopig geen vergunningen en bestuurderspassen meer voor taxi’s, de vernietiging heeft een grote impact.

Voor bestaande houders van taxivergunningen en bestuurderspassen verandert niets maar de Raad van State vernietigde het uitvoeringsbesluit, in navolging van een verzoekschrift van de taxisector. Dat meldde het kabinet van Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD).

Volgens Peeters werd het uitvoeringsbesluit om ‘zuiver procedurele’ redenen vernietigd. De nietigverklaring heeft wel tot gevolg dat er geen vergunningen en bestuurderspassen meer kunnen worden afgeleverd. Daar zijn door het arrest op dit moment juridische risico’s aan verbonden.

De vernietiging heeft een grote impact. Op dit moment gelden geen vereisten voor het voertuig en voor de dienstverlening. De perimeter rond de standplaatsen én rond de luchthaven Brussels Airport is ook vernietigd. Straattaxi’s kunnen nu dus tijdelijk stationeren aan en rond die locaties, maar niet op de standplaatsen.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters

Concreet betekent dit dat de exploitatievoorwaarden van het besluit, maar ook de procedures voor het verkrijgen van vergunningen en bestuurderspassen, momenteel niet langer van kracht zijn. Tot een nieuw besluit van kracht is, vraagt de Vlaamse overheid aan elke stad en gemeente om geen nieuwe bestuurderspassen of vergunningen af te leveren aan taxibestuurders of -exploitanten

Het decreet individueel bezoldigd personenvervoer (IBPV) blijft bestaan. Het is dus nog altijd vereist om een IBPV-vergunning en een bestuurderspas te hebben vooraleer je een taxidienst kan uitvoeren in Vlaanderen. Taxibestuurders en -exploitanten die al een bestuurderspas en vergunningen hebben, kunnen en mogen hun job blijven uitoefenen conform het decreet individueel bezoldigd personenvervoer. Hun vergunningen en bestuurderspassen blijven geldig.