Tag archieven: spoor

Preventie en hulp centraal: zelfdoding op het spoor blijft harde realiteit

Zelfdoding op en rond het spoor blijft in Nederland een zwaar en beladen onderwerp dat diep ingrijpt in levens en dagelijkse routines.

Het gaat om meer dan cijfers alleen. Achter elke melding schuilt verdriet bij nabestaanden, schrik bij reizigers en een zware mentale belasting voor machinisten en ander spoorpersoneel. Tegelijk vraagt het thema om zorgvuldige berichtgeving, waarbij terughoudendheid over locaties en methodes hand in hand gaat met aandacht voor preventie en beschikbare hulp.

De Inspectie Leefomgeving en Transport publiceert jaarlijks uitgebreide informatie over de veiligheid op het spoor. Daarin worden ook de aantallen zelfdodingen meegenomen en wordt een vergelijking gemaakt met het totale aantal zelfdodingen in Nederland. Over de periode van 2020 tot en met 2024 ontstaat een beeld dat op het eerste gezicht relatief stabiel oogt, maar dat in absolute zin onverminderd confronterend is. In deze vijf jaar schommelde het aantal zelfdodingen op het spoor tussen grofweg 186 en 210 per jaar. Het jaar 2022 sprong eruit als een relatief hoger jaar, met 210 geregistreerde overlijdens. In 2020 ging het om 198 gevallen, in 2021 om 186, in 2023 om 190 en in 2024 opnieuw om 186.

tien procent

Wanneer deze aantallen worden afgezet tegen het landelijke totaal, blijkt dat het aandeel zelfdodingen op en rond het spoor structureel rond de tien procent ligt. In 2020 was dat aandeel 10,9 procent, in 2021 exact 10,0 procent, in 2022 ongeveer 11,0 procent, in 2023 9,6 procent en in 2024 opnieuw 10,0 procent. Dat betekent dat ruwweg één op de tien zelfdodingen in Nederland plaatsvindt in de spooromgeving, zoals gerapporteerd door de ILT. Achter deze percentages gaat een maatschappelijke impact schuil die veel verder reikt dan de statistiek.

Naast het aantal overlijdens rapporteert de ILT ook over het bredere aantal incidenten. In 2024 waren er volgens het jaarverslag 276 suïcidevoorvallen op het spoor. Dit cijfer omvat niet alleen fatale afloop, maar ook pogingen en situaties zonder lichamelijk letsel. Voor het treinverkeer en de betrokken medewerkers betekent ieder voorval een acute verstoring, vaak met langdurige nasleep in de vorm van gesprekken, begeleiding en verwerking.

impact

De praktijk laat zien dat stabiliteit in cijfers niet gelijkstaat aan rust. Elk incident leidt tot stilgelegde treinen, omleidingen en grote vertragingen. Reizigers worden plots geconfronteerd met heftige meldingen, terwijl machinisten soms in een fractie van een seconde met een onomkeerbare situatie te maken krijgen. De impact op hun mentale gezondheid kan groot zijn en langdurige ondersteuning is vaak noodzakelijk.

Foto: © Pitane Blue – overweg

De overheid erkent die ernst en spreekt zelf over jaarlijks “ongeveer 200” zelfmoorden op het spoor. Vanuit dat besef is de afgelopen jaren ingezet op een samenhangend pakket aan maatregelen. Daarbij gaat het om fysieke ingrepen zoals hekwerken en afscherming, aanpassingen in de omgeving die de toegang bemoeilijken, verbeterde verlichting en duidelijke verwijzingen naar hulpinstanties. Het doel is niet alleen om incidenten te voorkomen, maar ook om mensen in een crisismoment letterlijk en figuurlijk een andere route te bieden.

spoorbeheerder

ProRail beschrijft in dat kader een gecombineerde aanpak waarin fysieke maatregelen worden gekoppeld aan cameradetectie. Volgens de spoorbeheerder is op locaties waar deze combinatie is toegepast het aantal zelfdodingen “sterk is gedaald”. Die aanpak wordt de komende jaren verder uitgebreid naar andere risicoplekken, met een uitvoering die doorloopt richting 2027. Daarmee wordt geprobeerd om structureel verschil te maken, zonder te vervallen in simplistische oplossingen voor een complex probleem.

Tegenover cijfers en maatregelen staat de menselijke kant. Voor iedereen die zich geraakt voelt door dit onderwerp, of die zich zorgen maakt om iemand in zijn of haar omgeving, is praten essentieel. In Nederland kunnen mensen anoniem terecht bij 113 Zelfmoordpreventie, telefonisch via 113 of 0800-0113. Bij direct gevaar geldt altijd dat 112 gebeld moet worden. Het noemen van die hulp is geen formaliteit, maar een cruciaal onderdeel van verantwoorde berichtgeving.

Hogesnelheidstrein blijft groeien: Eurostar tikt historische mijlpaal aan

Eurostar heeft een historische mijlpaal bereikt die het belang van het internationale spoorvervoer in Europa opnieuw onderstreept.

Meer dan dertig jaar na de eerste rit heeft de hogesnelheidstreinoperator de grens van 400 miljoen vervoerde passagiers overschreden. Die indrukwekkende kaap werd bereikt na een bijzonder sterk jaar, waarin in totaal 20 miljoen reizigers voor Eurostar kozen. Dat aantal ligt 500.000 hoger dan in 2024 en bevestigt dat de trein voor steeds meer mensen een volwaardig alternatief vormt voor andere vormen van vervoer.

Sinds de start in 1994 verbindt Eurostar grote steden in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. Doorheen de jaren groeide het netwerk uit tot een vaste waarde voor zowel zakenreizigers als toeristen. De cijfers van 2025 tonen aan dat die rol alleen maar sterker wordt. Vooral de internationale verbindingen kenden een duidelijke toename, waarbij de route tussen Londen en Amsterdam eruit sprong met een groei van meer dan achttien procent. Ook het traject tussen Londen en Duitsland, via Brussel, liet een stevige stijging optekenen, terwijl de klassieke lijnen Londen–Parijs, Brussel–Parijs en Brussel–Londen hun stabiele populariteit behielden.

toekomstplannen

Volgens CEO Gwendoline Cazenave is de overschrijding van de grens van 400 miljoen passagiers een uitzonderlijk moment in de geschiedenis van het bedrijf. “Al drie decennia lang verbinden we mensen in heel Europa. Het feit dat we 400 miljoen mensen aan boord van Eurostar mochten verwelkomen, is een uitzonderlijke mijlpaal voor ons. Een nieuw jaar van groei met 20 miljoen passagiers motiveert ons om in de komende jaren nog verder te gaan voor onze klanten, met uitbreiding naar nieuwe landen en met de introductie van de nieuwe Celestia-vloot.” Die woorden illustreren hoe Eurostar de blik nadrukkelijk op de toekomst richt.

Die toekomstplannen kregen in oktober 2025 concreet vorm met de aankondiging van een investering van 2 miljard euro in een nieuwe generatie treinen. Eurostar bestelde bij Alstom dertig nieuwe dubbeldekkertreinen, met een optie om het aantal uit te breiden tot vijftig. De zogenaamde Eurostar Celestia-treinen worden de eerste dubbeldekkers die door de Kanaaltunnel en over het Britse spoorwegnet zullen rijden. Elke trein biedt ongeveer twintig procent extra capaciteit, wat essentieel is om de ambitie van dertig miljoen passagiers per jaar waar te maken. De eerste exemplaren worden vanaf 2031 verwacht en zullen worden ingezet op nieuwe rechtstreekse verbindingen, zoals Londen–Frankfurt, Londen–Genève en Amsterdam–Brussel–Genève.

Foto: Pitane Blue – Eurostar

Bij het ontwerp van de nieuwe vloot werd sterk ingezet op duurzaamheid, toegankelijkheid en comfort. De treinen zijn energie-efficiënter en kwamen tot stand na overleg met passagiers, organisaties voor mensen met beperkte mobiliteit en Eurostar-medewerkers. Daarmee wil het bedrijf aantonen dat groei hand in hand kan gaan met maatschappelijke verantwoordelijkheid.

outfit

Naast materiële investeringen bleef Eurostar ook in 2025 werken aan de beleving van reizigers en personeel. Voor het eerst in meer dan tien jaar werd een volledig nieuw uniform gelanceerd. Sinds oktober dragen meer dan 2.600 medewerkers aan boord en in de stations een outfit die werd ontworpen door Emmanuelle Plescoff en ontwikkeld in nauwe samenwerking met het personeel zelf. De collectie is inclusief, functioneel en duurzaam, en versterkt de herkenbaarheid van het merk.

Daarnaast zette Eurostar stappen op het vlak van inclusie. In april 2025 ondertekende het bedrijf het Engagementscharter voor de integratie van reizigers met autisme in de spoorwegomgeving. Dat engagement vertaalt zich in duidelijkere informatie, meer aandacht voor sensorische gevoeligheden en een verdere opleiding van het personeel. Zo wil Eurostar ervoor zorgen dat reizen met de trein voor iedereen toegankelijker wordt.

Al deze initiatieven samen tonen hoe Eurostar zijn indrukwekkende groeicijfers combineert met langetermijninvesteringen in kwaliteit, duurzaamheid en inclusie. Met meer dan 400 miljoen vervoerde passagiers achter de rug en ambitieuze plannen voor de toekomst lijkt de treinoperator klaar voor een nieuw hoofdstuk in het internationale spoorvervoer in Europa.

Sneeuw en strenge vorst: reizigers gewaarschuwd voor vertragingen en uitval

Het winterweer zet dit weekend opnieuw stevig door en dat blijft niet zonder gevolgen voor het treinverkeer in Nederland.

Het KNMI verwacht zaterdag 10 januari vanaf de ochtend nieuwe sneeuwval, terwijl in de nacht van zaterdag op zondag strenge vorst wordt voorspeld. Die combinatie van sneeuw, ijs en lage temperaturen zorgt traditiegetrouw voor extra uitdagingen op en rond het spoor. Reizigers moeten daardoor rekening houden met vertragingen, uitval van treinen en aangepaste dienstregelingen.

spoor

Sneeuw en vorst vormen een bekend risico voor het spoor. Wissels kunnen door sneeuw en ijs vastlopen, waardoor ze niet meer goed schakelen. Daarnaast kan bij vorst en veel vocht in de lucht ijsvorming ontstaan op de bovenleiding. Dat heeft directe gevolgen voor de stroomvoorziening van treinen. ProRail zet daarom extra ploegen in die dag en nacht klaarstaan om storingen zo snel mogelijk te verhelpen. Toch blijkt de praktijk weerbarstig, omdat gladheid het soms lastig maakt om met voertuigen of materieel snel op de juiste plek te komen. Dat kan ertoe leiden dat het oplossen van een storing meer tijd kost dan gewenst.

onderhoud

Naast het winterweer speelt ook gepland onderhoud een rol. Werkzaamheden aan het spoor zijn noodzakelijk om het treinverkeer nu en in de toekomst veilig en betrouwbaar te houden. Dit weekend gaan die werkzaamheden, ondanks de winterse omstandigheden, zo goed mogelijk door. Dat betekent wel dat op sommige trajecten extra beperkingen gelden. Rond Schiphol is bijvoorbeeld sprake van een aangepaste treindienst door werkzaamheden, wat voor reizigers tot langere reistijden of extra overstappen kan leiden.

Reizigers krijgen daarom het dringende advies hun reis goed voor te bereiden en kort voor vertrek de reisplanner te raadplegen. De situatie kan door het weer snel veranderen en actuele informatie is essentieel. Om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de weersverwachting wordt zondag 11 januari bekendgemaakt hoe de verwachte treindienst voor maandag 12 januari eruit zal zien.

NS rijdt dit weekend volgens een winterdienstregeling. Dat houdt in dat op vrijwel alle trajecten minimaal twee treinen per uur rijden en op sommige drukke lijnen zelfs vier. In totaal wordt ongeveer tachtig procent van de normale dienstregeling uitgevoerd. Deze aanpak moet zorgen voor een stabielere dienst bij winterweer, maar heeft ook nadelen. Sommige reizigers moeten vaker overstappen en zijn langer onderweg. Daarnaast kunnen treinen drukker zijn dan normaal, vooral tijdens piekmomenten.

vervoerders

Ook andere vervoerders passen hun dienstregeling aan. Goederenvervoerders ondervinden veel hinder van de sneeuw en proberen met maatwerk toch zoveel mogelijk treinen te laten rijden. Internationale reizigersvervoerders en regionale vervoerders rijden eveneens volgens aangepaste schema’s.

Arriva meldt dat in de noordelijke regio op de meeste lijnen een uurdienstregeling wordt gereden. Alleen op de trajecten Groningen–Leeuwarden en Groningen–Winschoten blijft twee keer per uur een trein rijden. Nachttreinen vanuit Groningen en Zwolle naar Schiphol rijden dit weekend niet vanwege het winterweer. In de regio oost en in Limburg geldt de normale weekenddienstregeling.

Keolis verwacht op de trajecten Zwolle–Kampen en Zwolle–Enschede de normale dienstregeling te kunnen rijden. Ook op de lijn Amersfoort–Ede-Wageningen wordt uitgegaan van een normale dienst, al bestaat de kans dat korte ritten tussen Amersfoort en Barneveld-Zuid vervallen. Door het winterweer was de werkplaats de afgelopen dagen moeilijk bereikbaar, waardoor noodzakelijk onderhoud aan treinmaterieel is uitgesteld. Dat onderhoud wordt waar mogelijk dit weekend ingehaald.

Qbuzz gaat er op de MerwedeLingelijn vanuit dat de normale weekenddienstregeling kan worden gereden. Voor internationale treinen geldt dat reizigers kort voor vertrek de reisplanner moeten raadplegen voor de meest actuele informatie.

Prorail

ProRail heeft voor dit weekend extra sneeuw- en storingsploegen stand-by staan. Ondanks deze inzet kan het winterweer toch leiden tot vertragingen, uitval van treinen of afwijkende vertrektijden. De boodschap aan reizigers blijft daarom duidelijk: bereid de reis goed voor en controleer vlak voor vertrek altijd de actuele reisinformatie.

Winterdienstregeling: opnieuw aangepaste dienstregeling bij NS

Vrijdag 9 januari blijft het winterse weer Nederland in zijn greep houden en dat heeft opnieuw gevolgen voor het treinverkeer.

NS heeft besloten om ook op deze dag de winterdienstregeling van kracht te laten zijn. Die keuze volgt op de verwachting van aanhoudende sneeuwval en stevige windstoten, vooral in de drie noordelijke provincies. De vervoerder wil met deze aangepaste dienstregeling voorkomen dat het spoorverkeer in grote delen van het land ontregeld raakt door winterse storingen.

winterdienstregeling

Reizigers moeten er rekening mee houden dat op vrijwel alle trajecten minimaal twee treinen per uur blijven rijden. Op sommige drukke verbindingen gaat het zelfs om vier treinen per uur. Tegelijkertijd betekent de winterdienstregeling dat op een aantal trajecten minder treinen worden ingezet dan gebruikelijk. Daardoor kunnen overstappen vaker nodig zijn en kan de totale reistijd oplopen. NS waarschuwt bovendien dat treinen drukker kunnen zijn dan reizigers gewend zijn, doordat ritten worden samengevoegd en het materieel soms korter is.

De grootste aanpassing vindt plaats in het noorden van het land. In de nacht voorafgaand aan vrijdag wordt daar veel sneeuwval verwacht in combinatie met harde wind. Om te voorkomen dat eventuele storingen in deze regio het treinverkeer in de rest van Nederland beïnvloeden, heeft NS besloten het treinverkeer boven Zwolle los te koppelen van de overige dienstregeling. Dat betekent concreet dat tussen Zwolle en Groningen en tussen Zwolle en Leeuwarden uitsluitend Sprinters rijden. Reizigers die vanuit Groningen, Friesland of Drenthe verder het land in willen reizen, of juist vanuit andere regio’s naar het noorden gaan, moeten daardoor extra overstappen op station Zwolle.

internationaal

Ook voor internationale treinreizigers zijn er aanpassingen. De meeste internationale treinen proberen volgens de reguliere dienstregeling te rijden, maar de Eurocity Direct vormt een uitzondering. Deze trein rijdt vrijdag niet. NS benadrukt dat deze maatregel noodzakelijk is om de betrouwbaarheid van de overige internationale verbindingen zo groot mogelijk te houden tijdens het winterse weer.

De aangepaste dienstregeling blijft waarschijnlijk niet beperkt tot vrijdag alleen. NS volgt de weersontwikkelingen nauwgezet, maar benadrukt dat de situatie onvoorspelbaar is. Op basis van de huidige verwachtingen gaat de vervoerder ervan uit dat ook in het weekend een aangepaste dienstregeling nodig zal zijn. Reizigers die plannen hebben voor zaterdag of zondag wordt aangeraden hier alvast rekening mee te houden.

Foto: © Pitane Blue – stationsbord

Met de winterdienstregeling probeert NS grip te houden op een complexe situatie waarin sneeuw, wind en kou het spoorverkeer blijven uitdagen. Voor reizigers betekent het vooral extra alertheid, flexibiliteit en het regelmatig controleren van de actuele reisinformatie.

Achter de schermen wordt intensief samengewerkt om het spoor zo goed mogelijk beschikbaar te houden. NS en ProRail hebben extra maatregelen getroffen en storingsploegen staan paraat. Bij ProRail zijn extra sneeuw- en storingsploegen ingezet om wisselstoringen snel te verhelpen. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen kan het voorkomen dat treinen uitvallen of vertraging oplopen. De spoorbedrijven benadrukken dat veiligheid en betrouwbaarheid vooropstaan bij alle beslissingen die worden genomen.

NS-reisplanner

NS roept reizigers op om vlak voor vertrek altijd de NS-reisplanner te raadplegen of meldingen in de NS-app aan te zetten. Door de winterdienstregeling kunnen treinen op andere tijden rijden, vanaf andere sporen vertrekken of met ander materieel worden ingezet dan normaal. Ook kan het voorkomen dat treinen korter zijn dan gebruikelijk, wat invloed heeft op de beschikbare zitplaatsen.

Voor reizigers die te maken krijgen met vertraging verandert er niets aan de bestaande regelingen. Tijdens de winterdienstregeling blijft de reguliere regeling Geld terug bij vertraging van kracht. Wie door de aangepaste dienstregeling of winterse omstandigheden te laat op de eindbestemming aankomt, kan dus onder dezelfde voorwaarden een vergoeding aanvragen.

Ontregelt treinverkeer: Nederland hapert en Zwitserland rijdt door

Een paar centimeter sneeuw blijkt in Nederland vaak al genoeg om het treinverkeer flink te ontregelen.

Reizigers worden geconfronteerd met uitgevallen treinen, vastgelopen wissels en een noodregeling die het land urenlang in zijn greep kan houden. Terwijl het Nederlandse spoor zucht onder lichte winterse omstandigheden, rijden treinen in Zwitserland ogenschijnlijk onverstoorbaar door bij hevige sneeuwval in bergachtig gebied. Dat contrast roept al jaren vragen op en raakt aan fundamentele keuzes in de inrichting van het spoor.

weinig routine

Het verschil begint bij de rol die sneeuw speelt in het dagelijks spoorbedrijf. In Nederland is sneeuw een zeldzaam verschijnsel. Het spoor, het materieel en de organisatie zijn afgestemd op een gematigd zeeklimaat waarin winterweer slechts incidenteel voorkomt. Procedures voor sneeuw en ijs liggen grotendeels op de plank en worden maar sporadisch toegepast. Voor personeel betekent dat weinig routine en weinig oefening in het omgaan met winterse verstoringen. Installaties staan het grootste deel van het jaar afgesteld op normaal weer en moeten plotseling omschakelen wanneer de temperatuur daalt.

Nederland is klein, vlak en dichtbevolkt. Steden en dorpen liggen relatief dicht bij elkaar en kennen intensieve onderlinge relaties op het gebied van werk, onderwijs en voorzieningen. Al vroeg ontstond daardoor de wens om vrijwel elke regio rechtstreeks en frequent per trein bereikbaar te maken. Het spoor werd niet alleen gezien als een verbinding tussen grote steden, maar als een fijnmazig openbaar vervoerssysteem voor het hele land.

Zwitserland kent een totaal andere realiteit. Daar is sneeuw geen incident, maar een vast onderdeel van het spoorbedrijf. De Schweizerische Bundesbahnen gaat bij het ontwerp van infrastructuur en materieel uit van langdurige kou, ijs en zware sneeuwval. Winterweer vormt er geen uitzondering, maar de norm. Dat uitgangspunt werkt door in alle lagen van het systeem, van techniek tot planning.

knelpunt

Op het Nederlandse spoor vormen wissels een bekend knelpunt. Veel wissels liggen open en dicht bij de grond, waardoor sneeuw en ijs vrij spel hebben. Wisselverwarming is niet overal aanwezig of onvoldoende krachtig wanneer de kou onverwacht toeslaat. Zodra één wissel vastvriest, kan dat grote gevolgen hebben. Het Nederlandse spoorwegnet is extreem dicht en intensief benut. Treinen volgen elkaar in hoog tempo op, met weinig ruimte om vertragingen op te vangen. Een kleine storing kan daardoor snel uitgroeien tot een landelijke ontregeling, waarbij omleiden of tijdelijk parkeren van treinen nauwelijks mogelijk is.

Illustratie: © Pitane Blue – spoorbeheer meer is dan techniek alleen

De eis van een dicht spoorwegnet komt voort uit een combinatie van geografische, maatschappelijke en economische keuzes die in Nederland al meer dan een eeuw geleden zijn gemaakt en sindsdien zijn doorontwikkeld.

In Zwitserland ligt de nadruk minder op maximale benutting en meer op robuustheid. Wissels zijn daar vaak beter afgeschermd of zelfs overdekt en beschikken over zware, soms dubbele verwarming. Op cruciale trajecten staan sneeuwploegen en railfrezen permanent paraat om het spoor vrij te houden. Ook het materieel is ontworpen om betrouwbaar te functioneren bij extreme kou en dikke sneeuwlagen. Storingen worden daarmee niet altijd voorkomen, maar hun impact blijft beperkt.

punctualiteit

De dienstregeling weerspiegelt diezelfde filosofie. Waar in Nederland wordt gereden op efficiëntie en punctualiteit tot op de minuut, bevat de Zwitserse dienstregeling bewust buffers. Treinen rijden minder strak op elkaar, waardoor vertragingen eenvoudiger kunnen worden opgevangen. Dat betekent een lagere theoretische capaciteit, maar levert in de praktijk een hogere betrouwbaarheid op, juist wanneer het weer tegenzit.

Achter deze verschillen schuilt ook een duidelijke kostenafweging. Investeren in zware wintervoorzieningen is duur en in Nederland maar een paar dagen per jaar volledig nodig. Daarom wordt het spoor hier ingericht op gemiddeld weer. In Zwitserland bestaat er politiek en maatschappelijk draagvlak voor hogere kosten per kilometer spoor. Betrouwbaarheid onder alle omstandigheden wordt gezien als een essentiële publieke waarde, ook als dat extra investeringen vergt.

spoorbeheer

Het contrast tussen Nederland en Zwitserland laat zien dat spoorbeheer meer is dan techniek alleen. Het weerspiegelt een keuze tussen efficiëntie en robuustheid. Zolang sneeuw in Nederland een uitzondering blijft en het spoor vooral is geoptimaliseerd voor goede omstandigheden, zal een winterse dag het systeem kwetsbaar houden. Zelfs een dunne laag sneeuw kan dan voldoende zijn om het treinverkeer tot stilstand te brengen.

U kunt ook luisteren naar onze podcast over dit onderwerp.

Sleeën vandaag files morgen: code geel houdt land in de greep

Nederland wordt vandaag wakker in een decor dat eerder doet denken aan een wintersportgebied dan aan een doorsnee doordeweekse dag.

Sneeuwvlokken dwarrelen uit de lucht en zorgen op veel plekken voor een wit tapijt. Voor liefhebbers van winterweer voelt het als een cadeautje, zeker voor kinderen die massaal de parken opzoeken om met hun slee van heuvels af te glijden. Gelach, rode wangen en natte wanten bepalen het straatbeeld, terwijl ouders toekijken hoe de winterpret zich vanzelf ontvouwt.

De idylle staat echter in scherp contrast met de realiteit die morgen weer begint. De eerste werkdag na de kerstvakantie staat voor de deur en dat betekent dat werkend Nederland en Vlaanderen opnieuw de wekker zetten. Thuiswerken is voor een deel van de bevolking een logische keuze, maar voor velen blijft woon-werkverkeer onvermijdelijk. De weersverwachtingen voorspellen weinig goeds voor het wegdek, waardoor de zorgen over bereikbaarheid toenemen.

storingen

Door de sneeuwval zijn op meerdere plekken in het land storingen ontstaan. Het spoorverkeer ondervindt hinder en op diverse trajecten rijden minder of geen treinen. Reizigers die uitwijken naar alternatief vervoer moeten rekening houden met extra wachttijd. Ook het busvervoer past zich aan de winterse omstandigheden aan en houdt rekening met uitval en vertraging. Wanneer treinen niet rijden, laat vervangend busvervoer vaak langer op zich wachten, wat vooral tijdens de ochtend- en avondspits voor extra drukte kan zorgen.

In het hele land is code geel van kracht tot dinsdagochtend vroeg. Volgens het weerinstituut is de kans groot dat er maandag diverse buien met hagel en natte sneeuw over het land trekken. Plaatselijk kan de sneeuw blijven liggen, vooral landinwaarts. Daar wordt gerekend op een sneeuwdek van één tot drie centimeter. Dat lijkt misschien onschuldig, maar in combinatie met lage temperaturen kan het verraderlijk zijn.

Foto: © Pitane Blue – winterse omstandigheden

De komende dagen blijft het opletten geblazen, want zolang de winter zich laat gelden, blijft gladheid een serieuze factor van betekenis.

Wegen zijn nat en kunnen in de loop van de dag en vooral in de avond en nacht bevriezen. Die overgang van nat naar glad maakt het verkeer onvoorspelbaar. Automobilisten krijgen het advies om hun rijstijl aan te passen en voldoende afstand te houden. Fietsers en voetgangers moeten extra alert zijn op gladde bruggen en fietspaden, waar een dun laagje ijs al snel voor gevaarlijke situaties kan zorgen.

thuiswerken

Ook werkgevers volgen de ontwikkelingen op de voet. Waar mogelijk wordt thuiswerken aangemoedigd om de druk op de wegen en het openbaar vervoer te verminderen. Toch zal een groot deel van de beroepsbevolking de weg op moeten. Dat betekent rekening houden met een langere reistijd en onverwachte vertragingen. De winterse omstandigheden vragen om geduld, iets wat na een vakantieperiode niet altijd vanzelfsprekend is.

Ondertussen blijft de sneeuw voor velen een welkome afwisseling. Kinderen benutten elk vrij moment om buiten te spelen en ook volwassenen staan even stil bij het winterse tafereel. De witte wereld zorgt voor rust en saamhorigheid, maar herinnert tegelijkertijd aan de kwetsbaarheid van het dagelijks verkeer.

Oud minister krijgt sleutelrol: Mark Harbers nieuwe sterke man bij Prorail

Mark Harbers wordt per 2 juli 2026 de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen van ProRail.

Daarmee krijgt de spoorbeheerder een ervaren bestuurder aan het roer, die zijn sporen ruimschoots heeft verdiend in zowel de politiek als het bestuurlijke veld. Harbers volgt Hans Alders op, die na twaalf jaar afscheid neemt omdat hij zijn maximale zittingstermijn heeft bereikt. Met het aantreden van Harbers kiest ProRail voor continuïteit, ervaring en een uitgesproken affiniteit met mobiliteit en infrastructuur.

De benoeming van Harbers komt niet uit de lucht vallen. Momenteel is hij voorzitter van Techniek Nederland, een organisatie die een belangrijke rol speelt binnen de technische sector en nauw verbonden is met grote maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming, innovatie en bereikbaarheid. Eerder was Harbers minister van Infrastructuur en Waterstaat in het kabinet-Rutte IV, een functie die hij vervulde van 10 januari 2022 tot 2 juli 2024. In die periode hield hij zich intensief bezig met dossiers rondom spoor, wegen, waterveiligheid en luchtvaart. Die ervaring neemt hij nu mee naar ProRail, een organisatie die midden in de samenleving staat en een cruciale rol vervult in het functioneren van Nederland.

brede blik op mobiliteit

Binnen ProRail wordt zijn komst met vertrouwen tegemoetgezien. Vicevoorzitter van de raad van commissarissen Tjahny Bercx benadrukt de kwaliteiten van Harbers en spreekt haar verwachtingen duidelijk uit. Zij zegt: “Mark heeft laten zien dat hij een brede blik op mobiliteit heeft. Daarnaast brengt hij de nodige politiek-bestuurlijke ervaring mee. Ook beschikt hij over een groot enthousiasme voor en kennis van het spoor, als ook een drijfveer om ProRail nog beter te willen kennen. Ik verwacht dat hij ProRail en Nederland verder kan helpen.” Met die woorden schetst Bercx een beeld van een voorzitter die niet alleen op afstand toezicht houdt, maar ook inhoudelijk betrokken wil zijn bij de toekomst van het spoor.

Ook binnen de dagelijkse leiding van ProRail klinkt waardering. CEO John Voppen reageert positief op de benoeming en ziet uit naar de samenwerking. Hij zegt: “Ik ben blij dat er een opvolger is gevonden met goede politieke ervaring en met passie voor het spoor. Ik kijk ontzettend uit naar de samenwerking.” De woorden van Voppen onderstrepen het belang van een sterke wisselwerking tussen raad van commissarissen en bestuur, zeker in een periode waarin het spoor voor grote uitdagingen staat.

Mark Harbers – VVD

De nalatenschap van Hans Alders is aanzienlijk. Gedurende twaalf jaar gaf hij leiding aan de raad van commissarissen en begeleidde hij ProRail door roerige tijden, met discussies over prestaties, veiligheid en grote investeringen in het spoor. Met het bereiken van zijn maximale zittingstermijn komt er nu een natuurlijk moment van overdracht. Harbers neemt het stokje over op een moment waarop het spoor opnieuw volop in de belangstelling staat, zowel politiek als maatschappelijk.

ervaring en kennis

De combinatie van Haagse ervaring en kennis van Europese besluitvorming maakt Harbers volgens betrokkenen tot een sterke aanwinst. Zijn achtergrond stelt hem in staat om de complexe belangen rond infrastructuur, financiën en beleid te doorgronden en te verbinden. Daarbij wordt verwacht dat hij bruggen kan slaan tussen overheid, sector en samenleving, een rol die voor ProRail van groot belang is.

De komende periode zal Harbers zich voorbereiden op zijn nieuwe functie, die officieel per 2 juli 2026 ingaat. Tot die tijd blijft hij actief in zijn huidige rol, maar achter de schermen zal ongetwijfeld al worden gewerkt aan een zorgvuldige overdracht. Met zijn benoeming zet ProRail in op stabiliteit en ervaring, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken naar de toekomst van het Nederlandse spoor.

Prorail: spoorprestaties verbeteren maar incidenten blijven stijgen

NS en Prorail boeken resultaat maar strijd tegen storingen gaat door

Treinen op het hoofdrailnet laten de afgelopen periode een duidelijk betere punctualiteit zien. De verbetering komt voort uit het gezamenlijke programma Betrouwbaar Beter, waarin NS en ProRail onder regie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nauw samenwerkten aan betrouwbaardere prestaties. Volgens extern onderzoek heeft deze samenwerking daadwerkelijk geleid tot merkbaar resultaat, al blijft het aantal storingen op het spoor opvallend hoog en veroorzaakt dat nog steeds forse hinder voor reizigers.

punctualiteit

Het programma Betrouwbaar Beter richtte zich op concrete maatregelen die de ruggengraat van de dagelijkse dienstregeling moeten versterken. ProRail pakte onder meer 46 tijdelijke snelheidsbeperkingen aan. Door die beperkingen op te lossen kon het treinverkeer op meerdere trajecten weer in een normaal ritme rijden, wat volgens spoorprofessionals direct merkbare winst opleverde in de punctualiteit. 

NS zorgde tegelijkertijd voor voldoende inzetbaar materieel, waardoor het risico op uitvallende treinen of onnodig drukke sprinters en intercity’s werd teruggebracht. Samen bewaakten de twee organisaties de continuïteit van de dienstregeling tijdens omvangrijke werkzaamheden aan het spoor.

Foto: Prorail

Extern onderzoek bevestigt dat deze gezamenlijke aanpak heeft gewerkt. In het najaar van 2024 reden treinen volgens de onderzoekers “voldoende op tijd”, terwijl reizigers bovendien “voldoende zitplaatskans” hadden. Ook in de eerste helft van 2025 blijven de prestaties, ondanks zwaardere prestatie-eisen sinds 1 januari 2025, boven verwachting. Het aantal treinen dat op tijd rijdt en voldoende plekken biedt, ligt volgens de rapportages “regelmatig boven de streefwaarde”. Het ministerie stemde daarom in met het afronden van het programma, dat als geslaagd wordt beschouwd.

complex samenspel

Toch staat tegenover die positieve uitkomsten een zorgelijke ontwikkeling: het aantal impactvolle storingen op het spoor stijgt. ProRail meldt dat het in 2025, tot en met oktober, niet voldoet aan de afgesproken normen voor dit type verstoringen. De oorzaken blijken divers en volgens de spoorbeheerder is de stijging “het gevolg van een complex samenspel van factoren”. De hinder voor reizigers ontstaat uit vier categorieën: storingen door derden met 42 procent, procesmatige oorzaken met 10 procent, weersomstandigheden met 4 procent en technische problemen met 44 procent. Deze percentages geven volgens ProRail een duidelijk beeld van de breedte van het probleem.

Vooral de categorie storingen door derden valt op, met ruim een derde van alle incidenten. Binnen deze groep bestaat volgens de huidige cijfers bijna 59 procent uit (bijna-)aanrijdingen met personen. Daarbij gaat het volgens de spoorsector in grote mate om suïcide. ProRail zegt dat het aantal verwarde personen in de spooromgeving zichtbaar toeneemt, een ontwikkeling die ook door politieorganisaties in landelijke rapportages wordt bevestigd. De impact van dergelijke incidenten is groot: niet alleen door de directe gevolgen, maar ook door de langdurige stremmingen die ze veroorzaken en de emotionele belasting voor machinisten en hulpdiensten.

storingscijfers

Ondanks de stijgende storingscijfers blijft ProRail werken aan maatregelen om de hinder voor reizigers terug te dringen. De spoorbeheerder benadrukt dat er wordt ingezet op zowel technische verbeteringen als aanpak van externe oorzaken, al geeft men toe dat sommige problemen – zoals de toename van incidenten met personen – niet uitsluitend binnen de eigen invloedssfeer liggen. De combinatie van betere prestaties binnen de dienstregeling en oplopende verstoringen maakt de situatie op het spoor op dit moment complex. Tegelijkertijd wijzen deskundigen erop dat resultaten zoals de verbeterde punctualiteit laten zien dat gerichte samenwerking wel degelijk effect heeft.

Proef met 75 boa’s: staatssecretaris keurt wapenstok voor NS goed

Het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid maakt de weg vrij voor een opvallende stap binnen de Nederlandse Spoorwegen.

Met het officiële “Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep N.V. (korte wapenstok) 2025” is vastgelegd dat maximaal 75 medewerkers van de afdeling Veiligheid & Service (V&S) bij de NS voortaan tijdelijk gebruik mogen maken van de korte wapenstok. De maatregel, ondertekend op 17 oktober 2025 door de staatssecretaris A.C.L. Rutte en namens haar door S. Klok van de afdeling V&T, geldt voor een periode van twee jaar.

Het besluit volgt op een verzoek dat de NS op 9 juli 2025 indiende bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. De spoorwegmaatschappij vroeg daarin om toestemming voor een proef waarbij medewerkers van Veiligheid & Service — die de status hebben van buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) — mochten worden uitgerust met een wapenstok. De aanleiding voor het verzoek ligt in de toenemende agressie en het stijgende aantal geweldsincidenten waarmee treinpersoneel te maken krijgt.

beperkte groep

De staatssecretaris baseerde haar besluit op verschillende wettelijke bepalingen, waaronder artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 7 van de Politiewet 2012. Volgens het document geldt de bevoegdheid voor het gehele grondgebied van Nederland, maar uitsluitend voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de functie. De maatregel betreft een beperkte groep: maximaal 75 medewerkers mogen worden beëdigd als buitengewoon opsporingsambtenaar en uitgerust met de korte wapenstok en handboeien.

De NS krijgt met deze aanwijzing officieel de bevoegdheid om haar V&S-medewerkers, operationeel coördinatoren en teammanagers binnen dit domein te laten optreden als BOA’s. In het besluit wordt duidelijk gesteld dat zij zich mogen bezighouden met de opsporing van strafbare feiten binnen het zogenoemde domein IV: openbaar vervoer. Dat omvat onder meer de handhaving van orde, veiligheid en naleving van regelgeving in en rond treinen en stations.

opsporingsambtenaar

In artikel 6 van het besluit staat dat de betrokken BOA’s bevoegd zijn om bepaalde bevoegdheden uit te oefenen op basis van artikel 7 van de Politiewet 2012, waaronder het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen zoals handboeien en het geweldmiddel korte wapenstok. Dit gebruik is echter strikt gebonden aan de voorwaarden zoals vastgelegd in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Er wordt bovendien voorzien in regelmatig overleg tussen toezichthouders en direct toezichthouders om het gebruik en de proportionaliteit van de maatregel te bewaken.

Foto: © Pitane Blue – NS

De hoofdofficier van Justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is in dit besluit aangewezen als toezichthouder, terwijl de korpschef van de politie als direct toezichthouder zal optreden. De NS moet daarnaast jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een uitgebreid verslag indienen bij het ministerie. In dat verslag moet worden opgenomen hoeveel BOA’s actief zijn, welke activiteiten zij hebben uitgevoerd en hoeveel medewerkers de vereiste opleidingen en examens hebben afgerond.

proefperiode

De aanwijzing van de NS-medewerkers als buitengewoon opsporingsambtenaren treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant en vervalt automatisch twee jaar later. Daarmee is de proefperiode officieel begrensd en moet na afloop worden beoordeeld of de wapenstok structureel binnen de organisatie mag blijven.

Het besluit benadrukt dat het gebruik van de korte wapenstok alleen in uitzonderlijke situaties is toegestaan en altijd proportioneel moet zijn. De NS zal de komende maanden in samenwerking met het ministerie en de politie bepalen op welke locaties de proef van start gaat. De verwachting is dat dit begin 2026 zal gebeuren, zoals eerder al door NS-directeur sociale veiligheid Itai Birger werd bevestigd.

Wie het niet eens is met het besluit, kan binnen zes weken na publicatie bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Strijd om het spoor: Flix wil concurrentie met NS aangaan

Flixtrain richt pijlen op routes tussen Rotterdam en Berlijn.

Het Duitse vervoersbedrijf Flix, bekend van de felgroene langeafstands­bussen die inmiddels een vertrouwd beeld zijn op Europese snelwegen, richt zijn pijlen nu op het Nederlandse spoor. Topman André Schwämmlein bevestigt dat het bedrijf plannen heeft om binnen afzienbare tijd met zijn FlixTrain-treinen in Nederland te gaan rijden. Daarbij belooft hij, geheel in lijn met de formule van het merk, scherpe prijzen en een toegankelijke dienstverlening.

Volgens Schwämmlein past de uitbreiding in een veel groter Europees plan waarbij Flix een belangrijke speler wil worden op het spoor, naast de nationale treinmaatschappijen. Het bedrijf uit München haalde onlangs maar liefst 2,4 miljard euro op bij investeerders, geld dat volgens de topman volledig wordt ingezet voor de uitbreiding van de treinactiviteiten. “Onze nieuwe treinen zullen in veel Europese landen, waaronder Nederland, worden goedgekeurd”, verklaart hij.

Spaanse Talgo

De nieuwe generatie FlixTreinen is besteld bij de Spaanse fabrikant Talgo. In totaal gaat het om 65 langeafstandstreinen die een topsnelheid van 230 kilometer per uur kunnen halen. De bedoeling is dat deze moderne treinen de komende jaren geleidelijk op diverse trajecten in Europa worden ingezet. Ook Nederland staat daarbij nadrukkelijk op de kaart. “We willen het reizen per trein betaalbaar maken, net zoals we dat met onze bussen hebben gedaan”, aldus Schwämmlein.

De Flix-topman benadrukt dat prijsbewust reizen een belangrijk onderdeel van de bedrijfsfilosofie blijft. Als voorbeeld noemt hij de huidige verbinding tussen Amsterdam en Berlijn, waar reizigers een combinatie van Flixbus en Flixtrein kunnen gebruiken voor een bedrag van ongeveer 67 euro. “We zijn doorgaans aanzienlijk goedkoper dan andere aanbieders,” zegt hij. “Op bepaalde trajecten, zoals Berlijn–Frankfurt, rijden we zelfs meerdere keren per dag met regelmatige tussenpozen. Dat laat zien dat we ook in frequentie kunnen concurreren met gevestigde vervoerders.”

Op dit moment rijdt FlixTrain slechts beperkt vanaf de Nederlandse grens, met verbindingen via plaatsen als Arnhem en Venlo. Toch zijn dat volgens Schwämmlein geen volwaardige routes. Reizigers moeten onderweg namelijk overstappen in onder meer Essen of Krefeld. De ambitie ligt daarom duidelijk hoger: het bedrijf wil eigen, directe verbindingen realiseren tussen Nederlandse steden en belangrijke Europese bestemmingen.

Foto: © Pitane Blue – Flixtrain

Met de miljardeninvestering en de komst van tientallen nieuwe treinen lijkt FlixTrain klaar om de strijd aan te gaan met gevestigde namen. Voor reizigers zou dat wel eens kunnen betekenen dat de treinreis tussen Nederlandse en Europese steden binnenkort niet alleen sneller, maar vooral ook een stuk goedkoper wordt.

Hoewel concrete routes nog niet officieel zijn aangekondigd, ligt het voor de hand dat Flix inzet op trajecten zoals Oberhausen–Rotterdam, via Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Twee jaar geleden vroeg het bedrijf al toestemming aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en spoorbeheerder ProRail om tweemaal per dag door Nederland te rijden. Die plannen strandden toen door grootschalige werkzaamheden aan het spoor. De route die ProRail destijds toekende, bleek in de praktijk niet werkbaar, omdat de Flixtreinen tussen Arnhem en Utrecht meerdere keren per rit voorrang moesten verlenen aan NS-intercity’s. “Het resultaat zou een slecht product voor reizigers zijn,” aldus Schwämmlein, die destijds besloot de start uit te stellen.

concurrentie

Toch laat de ondernemer zich niet uit het veld slaan. Hij ziet juist kansen nu er in Nederland en de rest van Europa steeds vaker wordt gesproken over het openstellen van het spoor voor meer concurrentie. “Het is goed voor reizigers als nationale vervoerders zoals NS concurrentie krijgen,” stelt Schwämmlein. “Nu concurreren Europese landen nog met elkaar, maar eigenlijk zouden Europese bedrijven met elkaar moeten concurreren. Als dat lukt, kunnen mensen zich in het hart van Europa veel makkelijker verplaatsen.”