Materiaal bewust op rails gelegd, politie onderzoekt meerdere getroffen locaties.
Het treinverkeer in grote delen van Midden- en Noord-Nederland is dinsdagochtend zwaar ontregeld door problemen op het spoor. ProRail vermoedt dat er sprake is van sabotage. Op meerdere plaatsen is materiaal op de rails aangetroffen dat daar volgens de spoorbeheerder bewust lijkt te zijn neergelegd. De politie is betrokken bij het onderzoek naar de oorzaak en mogelijke verantwoordelijken.
De problemen hebben grote gevolgen voor reizigers. Vooral rond Zwolle, Deventer en Amersfoort is het treinverkeer hard geraakt. Rond Zwolle kwam het treinverkeer tijdens de ochtendspits zelfs grotendeels tot stilstand. Ook op andere belangrijke verbindingen konden treinen niet volgens de normale dienstregeling rijden. Zo reden er onder meer geen treinen tussen Utrecht en Gouda en tussen Apeldoorn en Deventer.
meerdere plekken
Aanvankelijk werd gesproken over een storing op meerdere plekken in het spoor. Het ging om een zogenoemde sectiestoring in het treinbeveiligingssysteem. Bij zo’n storing krijgt het systeem de melding dat een bepaald gedeelte van het spoor bezet is, terwijl daar in werkelijkheid geen trein hoeft te staan.
Een woordvoerder van ProRail legde uit wat daarvan het gevolg is: „Het systeem geeft dan aan dat het spoor bezet is, terwijl dat niet zo is. Dan kun je geen veilige en betrouwbare dienstregeling rijden.”
Later ontstond het vermoeden dat de problemen niet door een gewone technische storing waren veroorzaakt. ProRail trof op verschillende locaties materiaal aan dat kennelijk bewust op het spoor was geplaatst. Tegenover persbureau Associated Press sprak ProRail-woordvoerder Joke van der Cruysen over vermoedelijke sabotage. Volgens haar waren er op 24 locaties verstoringen vastgesteld en leek het aangetroffen materiaal opzettelijk op de rails te zijn gelegd. De politie werd daarop bij het onderzoek betrokken.
ProRail probeert ondertussen de getroffen spoortrajecten zo snel mogelijk weer vrij te geven. Daarbij moet voorzichtig worden gewerkt, omdat aangetroffen materiaal mogelijk belangrijk kan zijn voor het politieonderzoek. Van der Cruysen liet tegenover Associated Press weten dat medewerkers handschoenen dragen, zodat eventueel bewijsmateriaal niet wordt aangetast en de politie bijvoorbeeld onderzoek naar vingerafdrukken kan uitvoeren. Tegelijkertijd probeert de spoorbeheerder het treinverkeer zo snel mogelijk weer op gang te brengen.
vermoedelijke sabotage
Wie achter de vermoedelijke sabotage zit en wat het motief zou kunnen zijn, is nog niet duidelijk. Ook was er volgens de politie geen bekende opeising. Het onderzoek naar wat er precies is gebeurd, loopt. Daarmee blijft voorlopig eveneens onduidelijk waarom juist op meerdere plekken materiaal op het spoor terechtkwam.
De storing kan bovendien gevolgen hebben buiten het treinverkeer. Bij een sectiestoring kunnen spoorbomen bij overwegen gesloten blijven, waardoor ook automobilisten en ander wegverkeer hinder kunnen ondervinden. ProRail waarschuwde reizigers rekening te houden met uitgevallen treinen, vertraging en extra reistijd.
Ondanks de omvangrijke problemen leek de drukte op stations aanvankelijk nog beheersbaar. Een woordvoerder van NS zei daarover: „Het is iets drukker dan normaal, maar wel beheersbaar.”
geen bussen
Vervangend vervoer biedt in dit geval geen eenvoudige oplossing. NS zet geen bussen in om de uitgevallen treinen op grote schaal te vervangen. Daarvoor zijn volgens de vervoerder te veel verschillende trajecten door de problemen getroffen. Reizigers zijn daardoor voor hun reis sterk afhankelijk van de verbindingen die nog wel beschikbaar zijn en van het verdere herstel van het spoor.
Hoe lang de ontregeling precies gaat duren, was dinsdagochtend nog niet duidelijk. NS meldde dat nog niet kon worden aangegeven wanneer de treindienst weer volledig normaal zou verlopen. ProRail richt zich eerst op het veilig vrijgeven van de getroffen spoortrajecten, terwijl tegelijkertijd onderzoek wordt gedaan naar het materiaal dat op verschillende plaatsen is aangetroffen.
De combinatie van de omvang van de storing en het vermoeden van opzet maakt de situatie uitzonderlijk. Waar de problemen aanvankelijk het beeld gaven van een technische storing in het beveiligingssysteem, richt de aandacht zich inmiddels nadrukkelijk op mogelijke sabotage. Zolang het onderzoek loopt, blijft echter onbeantwoord wie verantwoordelijk is voor het neerleggen van het materiaal en waarom dat is gebeurd.
