Tag archieven: tarieven

Laadprijzen: onderzoek toont extreme prijsverschillen tussen laadpalen

Er zijn forse prijsverschillen ontstaan tussen openbare laadpalen voor elektrische auto’s, en wie slim wil laden doet er verstandig aan de tarieven nauwkeurig te vergelijken.

Uit een breed onderzoek van Independer, dat tussen 1 en 3 december 2025 de prijzen van ruim 53.000 laadpalen door heel Nederland analyseerde, komt een beeld naar voren van een markt waarin het verschil tussen goedkoop en duur soms tot extreme hoogten oploopt. Volgens deze analyse varieert de prijs per kWh binnen één gemeente van slechts enkele centen tot meer dan een euro, wat betekent dat een automobilist die op de verkeerde plek inplugt tientallen euro’s duurder uit kan zijn voor exact dezelfde hoeveelheid stroom.

verschillen

Het goedkoopste laadpunt van Nederland staat in het Limburgse Beringe, waar een automobilist slechts 18 cent per kWh betaalt. Aan de andere uiterste kant van het spectrum staat een paal op een parkeerplaats bij Duinrell, waar de prijs oploopt tot 1,41 euro per kWh. Een volle batterij van 75 kWh kan daardoor bij de goedkoopste locatie minder dan vijftien euro kosten, terwijl dezelfde laadbeurt bij Duinrell ruim honderd euro kan aantikken. Dat prijsverschil van meer dan negentig euro laat volgens Independer zien hoeveel winst consumenten kunnen behalen door simpelweg een andere paal te kiezen.

Gemiddeld kost een laadbeurt van 75 kWh in Nederland 35,35 euro. De provincie Zeeland blijkt het duurst voor elektrische rijders, gevolgd door Friesland, Flevoland en Utrecht. Toch moet dit beeld genuanceerd worden, omdat binnen elke provincie grote verschillen bestaan tussen individuele laadpunten. Limburg bewijst dat: hoewel zich daar de duurste paal van het land bevindt, telt de provincie ook de meeste goedkope laadpunten. Daardoor ligt de gemiddelde prijs voor een volledige laadbeurt in Limburg zo’n tien euro onder het landelijke gemiddelde, wat automobilisten in die provincie aanzienlijk in de portemonnee kan schelen.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Volgens energie-expert Joris Kerkhof van Independer wordt een groot deel van de prijsverschillen verklaard door de dichtheid van laadpalen. Kerkhof zegt hierover: “De verschillen hebben te maken met de dichtheid van de laadpalen: in Amsterdam, waar meer palen zijn, is de prijs lager dan in een gemeente waar minder palen zijn.” Daarnaast speelt het beleid van gemeenten een doorslaggevende rol. Zij maken afspraken over zowel de locaties als de tarieven van laadpalen, waardoor de prijsniveaus per wijk, dorp of stad sterk van elkaar kunnen verschillen.

parkeergarages

Bezitters van een elektrische auto doen er daarbij goed aan ook de laadlocatie mee te wegen. Ondergrondse parkeergarages zijn doorgaans een stuk duurder, met tarieven die gemiddeld zeventien procent hoger liggen dan die van laadpalen langs de openbare weg. Zelfs een gewone bovengrondse parkeergarage rekent al snel zo’n achteneenhalf procent meer dan een straatlaadpunt. Wie op de kleintjes let, kan dus beter aan de stoep inpluggen dan in een garagebox.

Voor wie echt goedkoop wil laden, blijft thuisladen de meest voordelige optie. “Het allergoedkoopste is nog steeds een laadpaal aan huis”, benadrukt Kerkhof. “Zeker de combinatie van een elektrische auto en zonnepanelen is ideaal. Dan kun je op een zonnige dag praktisch vrijwel gratis de auto opladen, en dat is natuurlijk het allerbeste voor de portemonnee.” Independer benadrukt daarbij dat de geanalyseerde tarieven per dag, per dagdeel of zelfs per uur kunnen verschillen. Om uitschieters niet te zwaar te laten meetellen, is voor de vergelijking de doorsnee prijs gebruikt: het punt waarbij de helft van de laadpalen goedkoper is en de andere helft duurder. Abonnementskosten of extra kosten van laadpassen zijn buiten beschouwing gelaten.

OV-chipkaart ruzie escaleert: Rover en Translink naar rechter

Translink spreekt van duidelijk signaal aan hardnekkige exploitant.

Reizigersorganisaties Rover en vervoerbedrijf Translink zetten een harde juridische stap om een einde te maken aan een handvol websites die de OV-chipkaart tegen buitensporige tarieven aanbieden. De kwestie speelt al langere tijd, maar na eerdere successen in het overtuigen van diverse aanbieders om hun praktijken te staken, blijft één exploitant – het bedrijf Kings Online – volharden met twee omstreden websites. Op 6 januari 2026 volgt daarom een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad.

Het probleem waar duizenden reizigers onbewust tegenaan lopen, begint zodra zij via een zoekmachine op zoek gaan naar een plek om een persoonlijke OV-chipkaart te bestellen. Bovenaan verschijnen dan opvallend vaak commerciële websites die de indruk wekken officiële verkoopkanalen te zijn. De vormgeving komt volgens gedupeerde reizigers akelig dicht in de buurt van de huisstijl van NS of Translink. Daardoor ontstaat gemakkelijk verwarring en wordt er zonder extra dienstverlening soms tientallen euro’s te veel betaald voor een kaart die bij Translink zelf simpelweg €7,50 kost.

hoge kosten

Rover geeft aan dat inmiddels meer dan zeshonderd reizigers melding hebben gedaan van te hoge kosten. Veel van hen zeggen pas na betaling ontdekt te hebben dat zij niet bij de officiële uitgever bestelden. De bedragen die gemoeid zijn met deze bestellingen lopen behoorlijk uiteen, maar de rode draad is dat consumenten zich misleid voelen en vinden dat de websites een oneerlijke vorm van handel voeren.

Rover en Translink geven aan dat zij eerder drie aanbieders, die met soortgelijke websites opereerden, succesvol hebben weten te overtuigen te stoppen na duidelijke sommaties. Beide organisaties wilden daarmee vooral een einde maken aan onnodige kosten voor reizigers, die vaak al weinig zicht hebben op de officiële procedures rondom hun OV-chipkaart. Voor de laatste twee websites, beide beheerd door Kings Online, bleek dat anders te liggen. De exploitant weigert de activiteiten zelf stil te leggen en blijft de kaarten aanbieden voor tarieven die volgens Rover en Translink in geen verhouding staan tot de geboden dienst.

Foto: © Pitane Blue – Translink

De inzet is voor Rover en Translink helder: een transparante markt waar reizigers op een betrouwbare manier en tegen een eerlijke prijs aan een OV-chipkaart kunnen komen zonder dat zij via slimme zoekresultaten of misleidende huisstijlen onnodig worden opgelicht

“Het is positief dat meerdere websites inmiddels zijn gestopt na onze eerdere acties,” verklaart Rover-directeur Freek Bos letterlijk. Hij benadrukt dat de organisaties pas tevreden zijn als alle misleidende praktijken van tafel zijn. “Maar zolang niet alle partijen bereid zijn hun oneerlijke handelspraktijken te beëindigen, blijven wij ons inzetten om reizigers te beschermen. Met de dagvaarding zetten we een noodzakelijke vervolgstap.”

Ook bij Translink is het geduld inmiddels op. Directeur Peter van Dijk laat weten dat de stap onvermijdelijk is geworden om duidelijkheid te creëren voor reizigers en misstanden tegen te gaan. Hij zegt: “Met deze stap geven we een duidelijk signaal: onnodig hoge kosten voor reizigers accepteren we niet. Iedereen moet eenvoudig en betrouwbaar een OV-chipkaart kunnen bestellen – via de website van OV-chipkaart of bij servicepunten van de vervoerders, gewoon voor de adviesprijs van €7,50.”

Bij de rechtbank in Lelystad zal op dinsdag 6 januari 2026 om 13.00 uur het kort geding dienen. De zitting is openbaar, wat betekent dat belangstellenden fysiek kunnen komen kijken hoe de zaak zich ontvouwt. Rover roept reizigers op om zich te blijven melden bij hun meldpunt wanneer zij geconfronteerd zijn met onredelijke kosten. De verklaringen kunnen volgens de organisatie van belang zijn in het verdere verloop van de zaak en vormen bovendien een belangrijk signaal richting bedrijven die volgens hen misbruik maken van de onwetendheid van consumenten.

Maximumtarieven taxi: KNV wil andere rekenmethode voor indexering

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een aanpassing van de maximumtarieven voor taxivervoer die per 1 januari 2026 in werking moet treden.

De jaarlijkse indexering, die wordt berekend via de Landelijke Tarievenindex (LTI), zorgt ervoor dat de tarieven aansluiten bij de actuele prijsontwikkeling binnen de sector. De LTI komt voor 2026 uit op 3,86 procent, wat betekent dat zowel de vaste bedragen als de kilometer- en minuutprijzen met dit percentage omhoog zullen gaan. Ook het tarief dat chauffeurs mogen rekenen voor de wachtperiode bij aanvang van een rit stijgt evenredig, mits dat vooraf met de consument is overeengekomen.

wettelijk proces

De aanpassing maakt deel uit van een wettelijk proces dat jaarlijks plaatsvindt op grond van artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000. Het ministerie consulteert hierbij belanghebbenden, zoals vervoerders, reizigersorganisaties en belangenverenigingen, om hen te informeren en hun reacties op te halen. Tot 3 november 2025 konden betrokkenen reageren op de voorgenomen wijziging.

De Landelijke Tarievenindex is eerder opgesteld door DOVA, het samenwerkingsverband van veertien decentrale ov-autoriteiten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een extra consultatie gehouden om te toetsen of de indexatie goed aansluit bij de realiteit in de markt. Volgens het ministerie zorgt de wijzigingsregeling niet alleen voor marktconforme tarieven, maar ook voor duidelijkheid richting chauffeurs, ondernemers, burgers en toezichthouders over de maximumprijzen die in 2026 mogen worden gehanteerd.

De verhoging geldt uitsluitend voor taxivervoer waarbij een tarief per kilometer of minuut wordt gehanteerd. Voor contractvervoer en voor ritten waarbij vooraf een vaste prijs met de klant is afgesproken, blijven de huidige afspraken ongewijzigd.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Met de aanpassing van de tarieven wil het ministerie de balans behouden tussen kostendekkendheid voor ondernemers en betaalbaarheid voor reizigers. De definitieve regeling zal naar verwachting eind 2025 worden vastgesteld, zodat de nieuwe tarieven per 1 januari 2026 van kracht kunnen worden.

reacties uit de sector

De voorgenomen indexering heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi liet weten blij te zijn met de jaarlijkse aanpassing van de tarieven, maar pleit voor een andere rekenmethode. Volgens de branchevereniging zou de NEA-kostenontwikkelingsindex beter aansluiten bij de werkelijke kostenstructuur van de taxibranche. “De NEA-index is het meest toegesneden op onze sector,” aldus KNV in haar reactie. De organisatie benadrukt bovendien dat zij graag in gesprek wil blijven met het ministerie over toekomstige wijzigingen in de Regeling maximumtarieven. Hoewel de aanpassing van de taxameters door de leden van KNV extra administratieve lasten met zich meebrengt, beschouwt de vereniging dit als een aanvaardbare consequentie van het indexeringsproces.

waarborgen

Ook belangenorganisatie Ieder(in), de koepel voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte, reageerde op de consultatie. De organisatie toont begrip voor het feit dat tarieven kostendekkend moeten blijven, maar benadrukt dat de overheid verplicht is om volgens het VN-Verdrag Handicap de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te waarborgen. “Om mobiliteit betaalbaar en toegankelijk te houden, moet het openbaar vervoer volledig toegankelijk zijn. Zolang dit niet het geval is, zijn veel mensen met een beperking afhankelijk van doelgroepenvervoer,” stelt Ieder(in). De organisatie roept het ministerie daarom op om de financiering van dit vervoer persoonsvolgend te maken en de bestaande kilometerbudgetten af te schaffen. Volgens Ieder(in) zorgt een dergelijke aanpassing ervoor dat mensen daadwerkelijk de vervoersondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

positief

Reizigersvereniging Rover onderschrijft in haar reactie het gebruik van de LTI als juiste systematiek. De vereniging verwijst naar de invoering van deze index in 2017, na een evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector waarover de Tweede Kamer destijds werd geïnformeerd. “De door het ministerie voorgestelde verhoging is gebaseerd op een eerder vastgestelde en gedragen systematiek. De uitkomsten hiervan betwisten wij niet,” aldus Rover. De reizigersvereniging adviseert daarom positief over de voorgenomen wijziging.

NMBS gooit tariefsysteem om: goedkoper reizen, maar niet iedereen wint erbij

Nieuw tariefsysteem belooft eenvoud maar zorgt voor verwarring bij senioren en gezinnen.

Vanaf vandaag hanteert de NMBS een volledig nieuw systeem voor haar ticketprijzen, en dat zorgt voor heel wat vragen bij reizigers. De Belgische spoorwegmaatschappij belooft eenvoudiger tarieven, goedkopere ritten voor de meeste reizigers en meer treinen in de toekomst. Toch blijkt niet iedereen even tevreden. Vooral senioren en grote gezinnen voelen zich benadeeld.

Woordvoerder Dimitri Temmerman verzekert in het consumentenprogramma WinWin dat de hervorming een noodzakelijke stap is richting “een moderner en eerlijker systeem”. Volgens hem moet het nieuwe prijsbeleid tegen 2032 leiden tot 30 procent meer treinreizigers. “Het wordt transparanter en logischer. We willen mensen overtuigen om vaker de trein te nemen, ook buiten de spitsuren,” zegt hij.

afstand

De belangrijkste wijziging is dat de ticketprijs voortaan wordt berekend op basis van de afstand die een reiziger aflegt. Daarbovenop komt een prijsverschil tussen spits- en daluren. De spits loopt van 6 tot 9 uur ’s ochtends en van 16 tot 18 uur ’s avonds. Reizen daarbuiten – dus voor 6 uur, tussen 9 en 16 uur en na 18 uur – wordt beschouwd als daluren.

Volgens Temmerman is de invoering van goedkopere tarieven tijdens daluren bedoeld om “mensen die in hun vrije tijd reizen, aan te moedigen vaker de trein te nemen.” Daarbij komt dat de NMBS vanaf december meer treinen zal inzetten, met extra late ritten naar Brussel en Antwerpen tijdens weekends en vrijdagavonden.

Wie pendelt naar het werk tijdens de spits, blijft dezelfde prijs betalen als vandaag. De abonnementen veranderen voorlopig niet, en ook komt er een vaste maximumprijs voor standaardtickets.

train+kaart

Een opvallende nieuwigheid is de Train+kaart, een voordeelkaart waarmee reizigers 40 procent extra korting krijgen tijdens daluren en in het weekend. Voor volwassenen kost die 6 euro per maand of 48 euro per jaar, terwijl jongeren, senioren en mensen met een verhoogde tegemoetkoming slechts 4 euro per maand of 32 euro per jaar betalen. Wie de kaart vóór 4 januari 2026 koopt, krijgt bovendien 50 procent korting.

Temmerman benadrukt dat de kaart vooral voordelig is voor wie regelmatig reist. “Je kan via onze online prijssimulator berekenen of de kaart voor jouw traject loont,” legt hij uit. De Train+kaart kan online, aan ticketautomaten of aan het loket gekocht worden, en wordt automatisch gekoppeld aan de MoBIB-kaart of een MyNMBS-profiel.

Met het nieuwe tariefsysteem hoopt de spoorwegmaatschappij niet alleen meer reizigers aan te trekken, maar ook het imago van de trein als duurzaam en flexibel vervoermiddel te versterken. Toch zal het nog even duren voor iedereen zijn plek vindt in dit vernieuwde systeem.

Toch zorgt het nieuwe systeem voor wrevel, vooral bij 65-plussers. Tot gisteren betaalden senioren een vast tarief van 8,50 euro voor een ticket, enkel geldig tijdens de daluren. Dat systeem verdwijnt. Senioren krijgen voortaan altijd 40 procent korting, ongeacht de afstand of het tijdstip van de rit. Maar wie slechts af en toe reist, bijvoorbeeld tijdens de spits, kan uiteindelijk meer betalen dan vroeger.

Temmerman begrijpt de ongerustheid maar nuanceert: “De vroegere vaste prijs was voordelig voor wie lange afstanden aflegde, maar minder interessant voor korte ritten. Nu krijgen senioren altijd korting, ook vóór 9 uur ’s ochtends. Met de Train+kaart komt daar nog eens extra korting bovenop.”

Om reizigers te helpen, heeft de NMBS een online prijssimulator gelanceerd die automatisch het goedkoopste tarief toont, mét of zonder Train+kaart. Daarnaast zijn er vandaag 250 extra NMBS-medewerkers in Belgische stations aanwezig om uitleg te geven. “Mensen zullen hun weg nog moeten vinden in het nieuwe systeem, maar ze hoeven zich geen zorgen te maken dat ze te veel betalen,” zegt Temmerman geruststellend.

NMBS: tot 64 procent korting mogelijk voor jongeren en senioren

Reizigers die de trein nemen buiten de piekuren of tijdens het weekend, zullen binnenkort flink wat minder betalen.

De NMBS voert op 15 oktober een volledig nieuw tarievenstelsel in dat volgens de spoorwegmaatschappij de grootste hervorming in decennia vormt. Met het nieuwe systeem wil de NMBS niet alleen het treinverkeer beter spreiden, maar ook meer mensen overtuigen om tijdens de rustiger momenten de trein te nemen.

De kern van de hervorming is de introductie van de voordeelkaart Train+, die recht geeft op een korting van 40 procent tijdens daluren en weekends. Wie deze kaart aankoopt, betaalt 6 euro per maand of 48 euro per jaar. Bovendien geldt er tot het einde van dit jaar een promotietarief van 50 procent op de prijs van Train+, wat betekent dat reizigers tijdelijk nog voordeliger kunnen reizen.

daluren

De NMBS benadrukt dat het gemiddelde tarief zal dalen. Vooral wie vaak reist tijdens daluren of in het weekend, zal dat volgens de maatschappij duidelijk merken in de portemonnee. “We willen meer mensen op de trein krijgen op momenten dat er nog voldoende capaciteit is,” klinkt het bij de spoorwegmaatschappij. “De meeste treinen zitten tijdens de spits goed vol, maar daarbuiten is er nog veel ruimte. Met Train+ willen we dat evenwicht verbeteren.”

Voor jongeren, senioren en reizigers met recht op een verhoogde tegemoetkoming verandert er nog meer ten goede. Zij behouden hun bestaande korting van 40 procent, maar kunnen die voortaan combineren met de Train+ korting, waardoor de totale besparing kan oplopen tot 64 procent op het standaardtarief. Voor deze groepen is ook de prijs van de voordeelkaart lager vastgesteld: 4 euro per maand of 32 euro per jaar.

trajecten

Een opvallende nieuwigheid in het systeem is dat de tarieven voortaan per kilometer worden berekend. Dat betekent dat reizigers nauwkeuriger betalen voor de afstand die ze effectief afleggen. Tegelijk verlaagt de NMBS de maximumafstand waarop de prijs berekend wordt: die daalt van 150 naar 120 kilometer. In de praktijk zullen dus vooral reizigers die langere trajecten afleggen, minder betalen dan vandaag.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Een extra stimulans is de prijsplafondregeling: wie met Train+ reist, betaalt als volwassene nooit meer dan 14 euro per rit, ook niet tijdens de spitsuren. Op die manier wil de NMBS transparantie en voorspelbaarheid bieden aan wie regelmatig de trein neemt.

losse tickets

Het nieuwe systeem geldt enkel voor losse tickets en niet voor abonnementen. Voor pendelaars die dagelijks dezelfde route nemen, blijft alles dus zoals het is. Toch verwacht de NMBS dat 70 tot 80 procent van de reizigers er financieel op vooruit zal gaan of minstens evenveel zal betalen als nu.

De Train+ kaart is vanaf 15 oktober te koop via alle gebruikelijke kanalen: online, aan de ticketautomaten en aan de loketten. Reizigers kunnen de kaart koppelen aan hun MoBIB-kaart, hun onlineprofiel op MyNMBS, of ze kunnen ervoor kiezen om een losse QR-code te gebruiken.

De NMBS ziet deze hervorming als een belangrijke stap in de modernisering van haar tariefstructuur. Door de prijzen te verlagen wanneer de treinen minder druk bezet zijn, hoopt de maatschappij de efficiëntie van haar netwerk te vergroten en tegelijk nieuwe reizigers aan te trekken.

Tijd voor prijsborden: bij tanken is de prijs heilig maar laden blijft vaag

Wie met een volle tank benzine of diesel op weg wil, weet precies waar hij aan toe is.

De prijs per liter staat groot aangegeven langs de snelweg, en automobilisten kijken daar steevast naar voordat ze hun auto volgooien. Het is een ritueel dat diepgeworteld zit in het rijgedrag van miljoenen Nederlanders. Toch lijken deze vanzelfsprekende verwachtingen volledig te verdwijnen zodra men overstapt op elektrisch rijden.

Langs de weg, bij tankstations, vormen transparantie en prijsbewustzijn de norm. Iedere automobilist vergelijkt, al is het maar onbewust, de prijs van een liter brandstof voordat hij beslist waar te stoppen. Zo’n heldere prijsaanduiding ontbreekt volledig bij het laden van een elektrische auto. Terwijl de kosten per kilowattuur net zo belangrijk zijn als de prijs per liter, blijft die informatie op veel laadlocaties een raadsel.

display

Veel laadpunten beschikken niet over een display waarop tarieven worden weergegeven. Vaak is er geen enkele informatie over de actuele prijs te vinden op de locatie zelf. Wat het nog complexer maakt, is dat de tarieven ook nog eens variëren per aanbieder, per tijdstip, per laadpas en zelfs per abonnementsvorm. Een automobilist die zijn elektrische voertuig oplaadt, heeft zelden een idee wat hem dat precies gaat kosten.

Toch laden duizenden Nederlanders dagelijks hun EV op zonder stil te staan bij de prijs die zij betalen. De vanzelfsprekendheid waarmee dit gebeurt, staat in schril contrast met het gedrag bij tankstations. De vraag dringt zich op waarom er bij elektrische mobiliteit zo laks wordt omgegaan met prijstransparantie, terwijl die bij fossiele brandstoffen een absolute norm is.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft al meerdere malen aangegeven dat er meer duidelijkheid moet komen over laadtarieven. In 2023 bracht de ACM naar buiten dat veel aanbieders van laadinfrastructuur tekortschieten in transparantie. “Consumenten moeten gemakkelijk kunnen achterhalen wat zij betalen voor het laden van hun elektrische auto. Dat is nu vaak niet het geval,” stelde een woordvoerder van de toezichthouder.

Brancheorganisaties erkennen het probleem, maar wijzen ook op de complexiteit van het huidige systeem. Zo stelt ElaadNL, het kennis- en innovatiecentrum voor smart charging, dat de wildgroei aan laadpassen en variabele tarieven deels te wijten is aan de snelle groei van de markt. “We zitten in een transitiefase,” aldus directeur Onoph Caron. “Maar uiteindelijk moet het systeem overzichtelijker worden voor de gebruiker.”

Ondertussen groeit de onvrede onder gebruikers. Op fora en sociale media klagen EV-rijders regelmatig over onduidelijke facturen, onverwacht hoge kosten en het gebrek aan duidelijke informatie op locatie. Een veelgehoorde klacht is dat er pas na afloop duidelijk wordt hoeveel er precies betaald is voor een laadsessie. “Je staat daar maar, je plugt in en je hoopt dat het een beetje meevalt,” schreef een gebruiker op het forum.

transparantie

De roep om transparantie wordt dan ook luider. Experts en belangenorganisaties pleiten voor verplichte prijsaanduiding bij laadpunten, vergelijkbaar met tankstations. Het zou de consument meer grip geven op zijn uitgaven en de markt eerlijker maken. De vraag is: waarom bestaat deze verplichting nog niet?

Zolang duidelijkheid ontbreekt, blijft elektrisch laden voor veel mensen een ondoorgrondelijke bezigheid. In een tijd waarin duurzaamheid en betaalbaarheid steeds belangrijker worden, lijkt het moment aangebroken om ook in deze sector transparantie de standaard te maken.

Stadsbestuur grijpt in: woekerritten in Oostende kost reizigers geld

In Oostende stapelen de klachten zich op over taxichauffeurs die hogere tarieven aanrekenen dan wettelijk is toegestaan.

Volgens de geldende afspraken met de stad mag een rit binnen het stadsgebied maximaal 15 euro kosten, ook tijdens nachtelijke uren. Toch lijken sommige chauffeurs zich weinig aan te trekken van deze regels, tot frustratie van klanten én stadsbestuur.

Het reglement is nochtans duidelijk. Sinds de invoering in 2022 gelden er vaste tarieven voor ritten binnen de grenzen van Oostende. Overdag wordt per kilometer 2,60 euro aangerekend, met een limiet van 15 euro. Tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends geldt een startbedrag van 10 euro, waarna hetzelfde kilometertarief wordt toegepast tot het maximum bereikt is.

Toch circuleren er steeds meer meldingen van klanten die tot 20 of zelfs 25 euro moesten betalen voor korte ritten. Een vrouw getuigde over een incident: “De chauffeur vroeg 20 euro voor een rit die normaal 15 euro zou moeten kosten. Toen ik dreigde met de politie, ging hij akkoord met het juiste bedrag.” Haar ervaring is geen alleenstaand geval.

standplaats

Taxi’s die geen vaste standplaats hebben blijken moeilijker te controleren. Zij zouden vaker geneigd zijn om hogere prijzen te vragen, zonder de verplichte tarieven zichtbaar te afficheren. De nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met Chauffeur (GTL) wijst erop dat het Oostendse taxibeleid in een complexe wettelijke context opereert. Volgens GTL mogen steden sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020 enkel tarieven opleggen aan ritten die worden aangeboden vanop officiële taxistandplaatsen, zoals aan het station of op pleinen en markten. 

De stad Oostende beschikt volgens de sectororganisatie GTL over een belangrijk controlemiddel om grip te houden op de werking van taxi’s binnen haar grondgebied. Via de Chiron-databank, het centrale Vlaamse registratiesysteem voor taxi’s, kunnen lokale besturen nagaan of een chauffeur al dan niet een vooraf gereserveerde rit uitvoert. Op die manier kunnen politiediensten en controleurs handhaven tegen chauffeurs van buiten Oostende die zich ophouden in de buurt van taxistandplaatsen, zonder een vooraf bevestigde rit.

Voor ritten die via apps, telefonisch of op straat worden geregeld geldt dat lokale overheden geen maximumtarieven meer mogen vastleggen. Daardoor ontstaat een grijze zone waarin bepaalde chauffeurs, ondanks de verordening van de stad Oostende, hogere bedragen kunnen vragen zonder formeel de regels te overtreden. Deze hervorming ondermijnt volgens GTL de controleerbaarheid van het systeem en leidt tot verwarring bij klanten die denken beschermd te zijn door uniforme tarieven, terwijl dat wettelijk slechts deels het geval is.

Foto: © Pitane Blue – Marie-Joséplein Oostende

Bij vooraf bestelde taxiritten via een app of taxicentrale geldt een vrij tariefregime, wat betekent dat de prijs niet wordt beperkt door het stedelijke taxireglement. Dit systeem, ingevoerd sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020, laat toe dat tarieven fluctueren afhankelijk van de vraag. Wanneer er meer vraag is naar taxi’s, zoals tijdens grote evenementen of op drukke uitgaansavonden, kunnen de prijzen voor app-ritten gevoelig stijgen. Hierdoor ontstaan situaties waarin klanten voor eenzelfde traject tot dubbel zoveel betalen als bij een standplaatstaxi.

Het merendeel van de vergunde chauffeurs houden zich wél aan de afspraken. Maar bij de straattaxi’s loopt het soms fout. Die zijn moeilijker te controleren en veroorzaken nu deze negatieve beeldvorming. Het stadsbestuur is op de hoogte van de situatie en onderneemt actie. Volgens schepen Maxim Donck wordt er gewerkt aan een nieuw reglement voor taxivergunningen.

Ook burgemeester John Crombez bevestigt in de media dat er aan een nieuw kader wordt gewerkt. Naast strengere eisen voor licentiehouders, wil de stad ook het toezicht op straat opvoeren. Politie en stadsdiensten voeren al steekproefsgewijs controles uit en chauffeurs die betrapt worden op overtredingen riskeren boetes of sancties.

vraag en aanbod

Tijdens het zomerseizoen en bij drukke evenementen nemen de meldingen toe, blijkt uit cijfers van het stadsbestuur. Vooral ’s nachts, wanneer het openbaar vervoer stilligt, grijpen klanten naar de taxi en worden ze soms geconfronteerd met prijzen die niet in verhouding staan tot het traject. 

Deze vrije tariefzetting voor straattaxi trekt ook chauffeurs van buiten Oostende aan, die via platformen als Bolt of Uber naar de kuststad komen om tijdens piekmomenten extra inkomsten te genereren. Hoewel zij wettelijk gezien niet gebonden zijn aan de Oostendse maximumtarieven, zorgt hun aanwezigheid wel voor toenemende concurrentie voor lokale taxibedrijven. Bovendien hangen zij vaak in de buurt van taxistandplaatsen rond, in afwachting van een digitale ritboeking, wat de indruk wekt van illegaal klanten ronselen.

Volgens de verordening zijn alle taxi’s verplicht hun tarieven zichtbaar in de wagen aan te brengen. In realiteit blijkt dat niet elke chauffeur zich aan die regel houdt. Klanten worden daarom aangespoord om altijd vooraf naar de prijs te vragen en verdachte praktijken te melden bij de stad of de politie.

Hervorming Vlaamse autokeuring: ook garages mogen straks auto controleren

Wachten in lange rijen voor een jaarlijks bezoek aan het keuringsstation lijkt binnenkort verleden tijd.

De Vlaamse regering heeft een ingrijpende hervorming van de autokeuring goedgekeurd. Binnenkort zal het mogelijk zijn om ook bij erkende garages een officieel keuringsbewijs te krijgen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) bevestigt dat garages met de juiste uitrusting en erkenning dezelfde keuringen mogen uitvoeren als de klassieke keuringsstations.

“Door ook garages de kans te geven auto’s te keuren, willen we de keuring toegankelijker en klantgerichter maken,” verklaart De Ridder. “Het bestaande model bleef met lange wachttijden kampen en bood ook weinig ruimte voor verbetering.”

kritiek

De hervorming komt er nadat al jarenlang kritiek klinkt op de beperkte klantvriendelijkheid en de rigide structuur van de huidige keuringscentra. De plannen van De Ridder zijn een voortzetting van eerdere voorstellen onder voormalig minister Lydia Peeters (Open VLD), maar zijn nu concreet uitgewerkt en goedgekeurd.

Naast het openstellen van de keuring voor garages verandert er nog meer. De huidige 70 verschillende vaste tarieven worden afgeschaft. In de plaats komt een prijsvork, waarbij garages een tarief mogen bepalen binnen vooraf vastgelegde grenzen. “In plaats van vaste tarieven komt er een prijsvork. Maar de burger blijft beschermd via maximumtarieven”, aldus De Ridder. Volgens haar moet dit het systeem transparanter en eenvoudiger maken voor de consument.

Opvallend is dat ook de keuringsfrequentie wordt versoepeld. Voertuigen met meer dan 160.000 kilometer op de teller hoeven niet langer elk jaar naar de keuring, maar voortaan slechts om de twee jaar. De verplichte identificatiekeuring bij inschrijving van een wagen wordt afgeschaft, en ook voor het monteren van een trekhaak hoeft de auto niet langer gekeurd te worden.

verzekering

Een andere belangrijke verandering betreft de hersteltijd na een negatieve beoordeling. Waar die vandaag nog beperkt is tot vijftien dagen, krijgen automobilisten in de toekomst twee maanden de tijd om hun wagen in orde te brengen. Ook wordt de controle op de verzekering geschrapt, die vandaag nog deel uitmaakt van de keuring.

“Er bestonden in Vlaanderen heel wat regels die strenger waren dan wat Europa voorschrijft,” zegt De Ridder. “Tenzij er een significante meerwaarde is voor de veiligheid of de luchtkwaliteit, maken we daar nu komaf mee. Waarom strenger zijn, wanneer die regels nergens toe leiden, behalve tot frustratie?”

Een maatregel die zeker opvalt is de afschaffing van de tweedehandskeuring. Bij verkoop van een wagen volstaat voortaan een geldig keuringsbewijs. Volgens De Ridder is dat “zoals ook in veel andere Europese landen” de gangbare praktijk.

minder streng

Niet enkel personenwagens profiteren van de versoepelingen. Ook voor bestelwagens, taxi’s, ambulances, landbouwvoertuigen, bussen en kermiswagens worden de regels minder streng.

De hervorming wordt gefaseerd ingevoerd. Sommige maatregelen gaan al komende zomer van start. De volledige hervorming moet in 2028 volledig operationeel zijn. In juli 2024 startte al de eerste fase, waarbij jonge voertuigen onder bepaalde voorwaarden maar om de twee jaar gekeurd moeten worden.

monopolie

Hoe de bestaande keuringsstations zullen reageren op de hervorming, is voorlopig onduidelijk. In het verleden uitte sectorfederatie GOCA zich bijzonder kritisch over soortgelijke plannen. De hervorming zou hun jarenlang monopolie op de technische keuring deels doorbreken.

Volgens de Vlaamse regering is de hervorming broodnodig. “De klant staat centraal,” klinkt het. En wie binnenkort nog uren moet aanschuiven, zal daar vooral zelf voor kiezen.

Waddeneilanden: rederijen verdedigen prijsstijging, reiziger draait op voor kosten

Een overtocht naar de Waddeneilanden is dit seizoen een stuk prijziger geworden.

Zowel Texel, Terschelling, Vlieland, Ameland als Schiermonnikoog zagen hun veerdiensten de tarieven verhogen, al verschillen de prijsverhogingen per eiland flink. Opvallend is vooral hoe sterk de tarieven uiteenlopen. Voor een retourtje Texel betaal je als voetganger amper drie euro, terwijl je voor dezelfde reis naar Terschelling al snel het tienvoudige neertelt. Vakantiegangers trekken dan ook massaal aan de bel, want het verschil is volgens velen niet meer uit te leggen.

Rederij Teso, die de veerboot naar Texel exploiteert, verhoogde per 1 april al haar tarieven met tien procent. De prijsverhoging is volgens Teso nodig door ‘de afvlakking van de stijging van de vervoerscijfers’ en de aanhoudend hoge inflatie. De onderneming, opgericht door de bewoners van Texel, benadrukt dat zij geen winstoogmerk heeft en winst investeert in veiligheid, kwaliteit en continuïteit. Ook wil Teso de overtocht naar Texel betaalbaar houden, vooral voor eilandbewoners en regelmatige gebruikers. Reizigers kunnen bovendien profiteren van 30 procent korting op de autovervoerprijzen wanneer zij op dinsdag, woensdag of donderdag reizen. Voor voetgangers en fietsers blijft het lage tarief altijd gelden.

Bij de commerciële veerdiensten naar de andere eilanden ligt dat anders. Rederij Doeksen, verantwoordelijk voor de overtochten naar Terschelling en Vlieland, verhoogde haar prijzen met vier procent. De stijgende brandstof- en personeelskosten zijn volgens Doeksen de aanleiding. De overtocht naar Terschelling kost nu 36,76 euro per persoon. Voor een gezin van vier personen met auto komt een retourtje uit op liefst 350,40 euro. Datzelfde gezin betaalt voor Texel slechts 46,75 euro.

opmerkelijk

Rederij Wagenborg, actief op de trajecten naar Ameland en Schiermonnikoog, voerde eveneens een prijsverhoging van vier procent door. Een retour voor een gezin met auto naar Ameland kost inmiddels 209,36 euro, terwijl hetzelfde gezin zonder auto 80,16 euro betaalt. Korting op de overtochten is hier nauwelijks te vinden. Wel kunnen veelreizigers een tienrittenkaart kopen voor 182,75 euro, maar het voordeel komt pas na meerdere overtochten tot zijn recht.

Jan Willem van Tilburg van Ferrygogo, een online veerbotengids, noemt de in een reactie bij Tubantia verschillen tussen de eilanden opmerkelijk. „Wat mij ieder jaar weer opvalt, is hoe groot de verschillen zijn tussen Texel en de andere eilanden. Voor de boot naar Texel betaal je als voetganger drie euro. Voor Terschelling is dat 36,76 euro. Natuurlijk is de afstand naar Terschelling groter, maar korte overtochten zijn altijd inefficiënter voor een veerdienst.”

Doeksen biedt reizigers wel een alternatief via het zomerdaltarief. Wie tussen 1 april en 30 september de laatste boot van 19.55 uur vanuit Harlingen neemt, betaalt 29,96 euro voor een retour, bijna acht euro goedkoper. Daartegenover staat wel een late aankomsttijd op Terschelling van rond 21.30 uur, en een extreem vroege terugreis: de boot vertrekt al om 07.20 uur. Voor wie flexibel is, kan het wel degelijk lonen.

Foto: © Pitane Blue -Wagenborg Passagiersdiensten

Wie de wekker vroeg zet of zijn trip slim plant, kan nog altijd profiteren van voordelige tarieven naar de Waddeneilanden. De eerste of laatste veerboot van de dag blijkt in veel gevallen goedkoper. Voor wie gebruikmaakt van het daltarief betekent dit wel dat je soms al om 07.00 uur op de veerboot moet zitten, of pas laat in de avond aankomt op het eiland. Het is een keuze die steeds meer reizigers bewust maken, zeker nu de standaardtarieven fors zijn gestegen.

Naast de veerdiensten verschillen ook de parkeertarieven bij de vertrekpunten flink. Bij Holwerd, waar de boten naar Ameland vertrekken, betaal je slechts 3 euro per dag op het terrein van Holwerd Ameland Carpark, inclusief shuttleservice naar de boot. Bij Lauwersoog, vertrekpunt voor Schiermonnikoog, variëren de kosten tussen 6 en 8 euro per dag, afhankelijk van overdekte of buitenstalling. Harlingen, vertrekpunt voor Terschelling en Vlieland, biedt geen dergelijke lage tarieven.

Het prijsverschil tussen de Waddeneilanden blijft voor veel reizigers een doorn in het oog. De unieke structuur van Teso, zonder winstoogmerk, staat haaks op de commerciële aanpak van Doeksen en Wagenborg. Wie goed plant, kan nog wel besparen, maar voor wie met het hele gezin naar een verder gelegen eiland wil, blijft het een prijzige onderneming.

Beurzen kelderen: VS zet mes in wereldhandel met nieuwe tarieven

De Verenigde Staten hebben vanochtend een universeel invoertarief van tien procent ingevoerd op goederen die het land binnenkomen vanuit het buitenland.

Het nieuwe tarief geldt bovenop de bestaande douanerechten en zorgt voor wereldwijde beroering, met zware verliezen op de aandelenmarkten als direct gevolg. Enkel een select aantal producten blijft voorlopig vrijgesteld, terwijl de verhoogde tarieven voor specifieke handelspartners zoals de Europese Unie en China pas op 9 april in werking treden.

De maatregel trad in werking om zes uur en één minuut Nederlandse tijd en geldt voor een breed scala aan importproducten. Vrijgesteld zijn onder andere olie, gas, koper, goud, zilver, platina, palladium, hout, halfgeleiders, farmaceutische producten en bepaalde zeldzame mineralen die niet op Amerikaanse bodem worden gewonnen. Daarnaast blijven producten zoals staal, aluminium en auto’s onderworpen aan een eerder vastgesteld invoertarief van 25 procent.

beurzen

Op de beurzen was de schok direct voelbaar. De S&P 500, de breed samengestelde graadmeter van de Amerikaanse beurs, verloor bijna zes procent en noteerde daarmee het grootste verlies over twee dagen sinds maart 2020, toen de coronacrisis wereldwijd voor paniek zorgde. De Dow-Jonesindex kelderde met 5,5 procent naar een niveau dat sinds het midden van vorig jaar niet meer werd bereikt. Op weekbasis leverde de Dow zelfs acht procent in, wat het slechtste resultaat in jaren betekent. Ook de technologiebeurs Nasdaq moest stevig inleveren en sloot 5,8 procent lager.

De nervositeit op de markten wordt gevoed door toenemende zorgen over een mogelijke wereldwijde recessie. De nieuwe tarieven worden gezien als een signaal dat de Amerikaanse regering onder leiding van Donald Trump vastberaden is om zijn handelsbeleid te verharden. Volgens de president zijn de invoerrechten onderdeel van een ‘wederkerig handelsbeleid’, waarmee hij naar eigen zeggen de binnenlandse economie wil beschermen tegen wat hij noemt oneerlijke concurrentie uit het buitenland.

Foto: © Pitane Blue – transport USA – Miami

Hoewel bepaalde producten tijdelijk worden gespaard, is het voor veel internationale handelspartners duidelijk dat het niet bij deze eerste stap zal blijven. Voor onder meer China en de Europese Unie zijn er vanaf 9 april al hogere tarieven aangekondigd: respectievelijk 34 procent voor Chinese producten en 24 procent voor Europese goederen. China heeft inmiddels gereageerd door aan te kondigen dat het vanaf 10 april op zijn beurt een invoertarief van 34 procent zal heffen op Amerikaanse producten.

tegenmaatregelen

De Europese Unie werkt eveneens aan tegenmaatregelen, en binnen de diplomatieke kringen groeit de vrees voor een kettingreactie van protectionistische maatregelen wereldwijd. Ondertussen verliezen beleggers het vertrouwen en zoeken zij massaal hun toevlucht tot veiliger investeringen, wat de volatiliteit op de markten verder aanjaagt.

De aankondiging van de invoertarieven en de reactie daarop markeren een nieuwe fase in het internationale handelsklimaat. Economische grootmachten lijken zich op te maken voor een langdurige confrontatie, waarbij wederzijdse heffingen het handelsverkeer ernstig kunnen verstoren. Wat begon als een strategisch politiek signaal dreigt nu uit te monden in een wereldwijde economische clash, met gevolgen die ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten voelbaar zijn.