Tag archieven: TOMP

TOMP-API: steun van Maas Alliance moet standaard naar hoger niveau tillen

De aankondiging van de oprichting van de nieuw geregistreerde non-profitorganisatie House of TOMP heeft de mobiliteitswereld deze week in beweging gebracht.

De initiatiefnemers spreken van een volgende stap in de verdere groei van open standaarden binnen de Europese mobiliteitsmarkt. De organisatie richt zich volledig op het ondersteunen van de ontwikkeling, toepassing en bekendheid van de TOMP-API, een technische standaard die de communicatie tussen vervoersaanbieders en MaaS-aanbieders stroomlijnt. Volgens de initiatiefnemers moet deze structuur ertoe leiden dat reizigers eenvoudiger kunnen plannen, boeken en betalen binnen één geïntegreerd platform.

fundament

Het uitgangspunt van de TOMP-API is dat verschillende mobiliteitsdiensten zonder haperingen gekoppeld kunnen worden, waardoor een reiziger niet telkens opnieuw hoeft over te stappen op andere apps of informatiesystemen. Door één uniforme specificatie kunnen vervoerders, deelmobiliteitsaanbieders en platforms makkelijker met elkaar communiceren. In de eigen woorden van de initiatiefnemers maakt de TOMP-API het mogelijk dat reizigers “kunnen plannen, boeken, betalen voor verschillende reismodi, toegang krijgen tot informatie over diverse vervoersopties en in één omgeving contact opnemen met de klantenservice”. Deze letterlijke omschrijving vormt al jaren de kern van het gedachtegoed achter de standaard en krijgt met de oprichting van House of TOMP een steviger organisatorisch fundament.

bundeling

De technische doorontwikkeling van de API blijft in handen van de open-sourcegemeenschap binnen de TOMP-Werkgroep (TOMP-WG). Die werkgroep onderhoudt de specificatie en zorgt dat deze actueel blijft in een snel veranderende mobiliteitsmarkt. House of TOMP krijgt een andere rol. De organisatie moet alle partijen bijeenbrengen die de API niet alleen gebruiken, maar samen verder willen brengen. Door die bundeling, zo stellen de initiatiefnemers, kan de standaard zich ontwikkelen tot een breed gedragen Europees instrument dat de interoperabiliteit tussen mobiliteitsdiensten versterkt.

Illustratie: Pitane Blue – TOMP-API

De MaaS Alliance staat expliciet achter het initiatief en ondersteunt de ambities van House of TOMP. Volgens de initiatiefnemers moet de organisatie een krachtige pleitbezorger worden van open en neutrale Europese standaarden. Zij benadrukken dat de experts van de nieuwe organisatie zullen bijdragen aan relevante standaardisatieprojecten en initiatieven, altijd met het oog op de Europese strategie voor duurzame mobiliteit en open distributie. De verwachting is dat deze gezamenlijke inzet een impuls geeft aan de verdere uitbouw van MaaS-ecosystemen waarin consumenten toegang hebben tot een breed scala aan vervoersopties via één kanaal.

non-profit

Het eerste jaar staat volledig in het teken van het vormen van een solide bestuursstructuur en het opstarten van de non-profit. De initiatiefnemers geven aan dat zij de komende maanden alle partijen die de TOMP-API al toepassen actief zullen benaderen om samen een sterke gemeenschap te bouwen. Daarbij is het duidelijk dat de nieuwe organisatie vanaf het begin wil inzetten op een breed en representatief ledenveld. Met deze oproep opent House of TOMP de deur voor bedrijven, organisaties en instellingen die het belang van een open, toekomstbestendige digitale mobiliteitsinfrastructuur delen.

De oprichting van House of TOMP markeert daarmee een nieuw hoofdstuk voor partijen die al langer werken aan transparantie, interoperabiliteit en eenvoud binnen de Europese mobiliteitsketen. De komende maanden moeten uitwijzen hoe snel de gemeenschap zich ontwikkelt en welke rol de organisatie zal spelen in de verdere standaardisatie van MaaS-systemen binnen Europa. Voor nu lijkt het enthousiasme groot en de ambitie helder: een stevigere verankering van de TOMP-API en een solide basis voor open mobiliteitstoepassingen die voor iedere reiziger toegankelijk zijn.

Dirk-Jan de Haan: ‘digitale contracten worden straks de standaard’

Van OV-fiets tot Europa-brede standaarden, dit is de visie van Openwheels.

Het mobiliteitslandschap verandert razendsnel. Met de opkomst van Mobility as a Service (MaaS) groeit de behoefte aan samenwerking tussen vervoerders en MaaS-aanbieders. Toch blijken juridische en technische obstakels vaak een remmende factor. Precies daar speelt OpenWheels 2.0 op in. Het initiatief, onder aanvoering van Dirk-Jan de Haan van de Projective Group, wil contracten standaardiseren en digitaliseren, waardoor samenwerking eenvoudiger en efficiënter wordt.

De Haan is al veertien jaar actief in de mobiliteitswereld en kent de uitdagingen van binnenuit. Hij begon zijn loopbaan bij de NS, waar hij verantwoordelijk was voor de integratie van treinreizen met de OV-fiets. “Dat was lang voordat MaaS breed omarmd werd, maar eigenlijk was het hetzelfde idee: verschillende vormen van vervoer in één reis combineren,” vertelt hij. De resultaten waren indrukwekkend. “We zagen een grafiek die eruitzag als een hockeystick. Het gebruik van de OV-fiets schoot omhoog zodra de koppeling met de trein eenvoudiger werd. Beter bewijs dat MaaS kan werken is nauwelijks te vinden.”

standaardisatie

Met die ervaring op zak zette De Haan zich later bij de Projective Group in voor oplossingen in een gefragmenteerde markt. Waar vervoersdiensten niet langer onder één paraplu vallen, zoals bij de NS, is standaardisatie cruciaal. OpenWheels wil daarin voorzien door middel van modelcontracten die de samenwerking tussen vervoerders en MaaS-providers vastleggen.

“Het kernidee van OpenWheels is het wegnemen van juridische en operationele barrières,” legt De Haan uit. “Dankzij standaardisatie kunnen ook kleinere spelers aan tafel meedoen, zonder dat de grootste partij altijd de dienst uitmaakt.” Daarmee wordt volgens hem een gelijk speelveld gecreëerd dat de hele sector vooruithelpt.

De eerste versie van OpenWheels focuste op een uniform contractmodel. Inmiddels is het tijd voor de volgende stap: OpenWheels 2.0. Deze richt zich op digitale contractering en technische integratie. “Een digitaal contract moet dezelfde kracht hebben als een fysiek ondertekend document, maar dan zonder elkaar daadwerkelijk te ontmoeten,” aldus De Haan. “Het lijkt misschien minder spannend, maar zodra je ermee werkt, vraag je je af waarom het ooit anders ging.”

machtspositie

Toch zijn er uitdagingen. Bedrijven die zich niet in de MaaS-keten willen positioneren, hebben weinig baat bij de nieuwe aanpak. Bovendien blijft er altijd een risico dat grote spelers hun machtspositie benutten. Volgens De Haan kan regelgeving dit risico verkleinen. “In de betaalwereld bestaan al regels om het speelveld gelijk te trekken. Het zou logisch zijn als er ook voor mobiliteit Europese afspraken komen.”

Illustratie: © Pitane Blue

De Nederlandse overheid toont belangstelling en leverde via het Ministerie van Infrastructuur een financiële bijdrage om de strategische architectuur van OpenWheels 2.0 uit te werken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar bouwstenen zoals de EUID, de European Unified ID. Voor verdere ontwikkeling blijft de werkgroep echter afhankelijk van steun van bedrijven en overheid.

TOMP

De samenwerking met de TOMP-werkgroep speelt hierin eveneens een belangrijke rol. Waar TOMP zich richt op standaardisatie van technische API’s, legt OpenWheels de nadruk op juridische en operationele processen. “Samen vormen ze de perfecte tweeling,” zegt De Haan. Beiden streven naar hetzelfde doel: een efficiënte, multimodale mobiliteitsmarkt.

Volgens De Haan is standaardisatie onmisbaar. “Zonder standaardisatie stijgen de kosten enorm. Het gaat niet alleen om het vinden van een match tussen aanbieder en afnemer, maar ook om het afsluiten en onderhouden van overeenkomsten. Die zijn nooit statisch. Een eenvoudig, gestandaardiseerd raamwerk is noodzakelijk.”

Kijkend naar de toekomst is hij optimistisch. “Over tien jaar is het de normaalste zaak van de wereld. Net zoals sms’jes ooit een vanzelfsprekend communicatiemiddel werden. Voor operators die nog twijfelen, zijn er twee sterke argumenten: lagere kosten en een exponentiële groei van je marktbereik.”

budget

Die groei is volgens hem gestoeld op vertrouwen. Hij vergelijkt het met een hotel boeken via een vertrouwd platform: reizigers gebruiken liever een bekende app, ook in het buitenland. “De MaaS-provider brengt de klantkennis en het vertrouwen, de vervoerder levert de middelen en vergunningen. Samen ontstaat er een ecosysteem waarin samenwerking de norm wordt.”

Toch plaatst De Haan een kanttekening. “Helaas is er geen structureel budget voor de werkgroep. Veel tijd die ik investeer, wordt niet betaald. Met meer steun en middelen zouden we sneller en verder kunnen komen.” Zijn wens is duidelijk: OpenWheels verder ontwikkelen, zodat multimodaal reizen in Europa niet alleen gemakkelijker maar ook eerlijker wordt. “Het draait om samenwerking. Wie denkt het alleen te kunnen, mist de essentie van wat MaaS echt kan zijn.”

Bron: OpenWheels

De ware toekomst van MaaS: van glimmende apps naar harde infrastructuur

Op de UITP-conferentie van afgelopen maand werd een duidelijke boodschap keer op keer herhaald: “Acht jaar geleden beloofden we bundels. Vandaag bouwen we ruggengraten.”

Met die woorden vat Guillermo Campoamor, CEO en Co-founder of Meep, niet alleen de eigen ontwikkeling samen, maar ook de evolutie van de gehele MaaS-sector. Waar de eerste jaren volledig in het teken stonden van gelikte apps en een perfecte gebruikerservaring, draait het nu om de digitale infrastructuur die onder de oppervlakte schuilgaat.

onweerstaanbaar

Het contrast met de beginperiode is groot. Tussen 2016 en 2018 geloofde vrijwel de hele sector in het idee van één allesomvattende app. Een app waarin je met één druk op de knop een busreis kon plannen, een fiets kon reserveren en een taxi kon bestellen. Voor investeerders leek dit scenario onweerstaanbaar: de belofte van een wereldwijde opschaling en indrukwekkende groeicurves was te mooi om te negeren. 

Toch bleek de praktijk heel anders. Achter de fraaie interfaces zat een onsamenhangend geheel van systemen die niet met elkaar communiceerden. Openbaarvervoerbedrijven, deelstepaanbieders en vervoersautoriteiten gebruikten eigen, vaak gesloten, platformen. Data werd afgeschermd alsof het staatsgeheimen betrof en de consument bleef zitten met apps die simpelweg niet deden wat ze beloofden.

seamless experience

Roelof Hellemans, secretaris-generaal van de MaaS Alliance, benadrukte onlangs in een vooruitblik voor ITS International dat de toekomst van MaaS ligt in naadloze integratie. Die constatering klopt, maar volgens Meep gaat de discussie vaak voorbij aan de kern. Te veel aandacht gaat nog altijd uit naar de ‘seamless experience’, terwijl juist de complexe integratietechniek bepaalt of MaaS daadwerkelijk werkt.

De investeringswereld werd jarenlang verleid door mooie cijfers over gebruikersaantallen, transacties en sessieduur. Maar die zogenoemde vanity metrics maskeerden fundamentele problemen. Wie na een routeplanning alsnog een aparte app moest downloaden om een step te ontgrendelen, haakte snel af. Gebrek aan gedeelde realtime-data leidde bovendien tot onbetrouwbare aanbevelingen, waardoor gebruikers naar concurrenten overstapten. Het resultaat: gefrustreerde consumenten, silo’s bij operators, congestie in steden en investeerders die zich stukbeten op apps die niet schaalbaar bleken.

ruggengraat

Voor Meep kwam de grote omslag in 2019. Het bedrijf besloot niet langer te concurreren met consumenten-apps zoals Uber of Google Maps, maar koos ervoor de technologische ruggengraat te bouwen waarop andere partijen konden voortbouwen. In plaats van een glanzend eindproduct voor de consument, werd Meep de stille kracht achter de schermen: de gestandaardiseerde laag die zorgt dat alles samenwerkt. De vergelijking die het bedrijf zelf maakt, is veelzeggend. Het verschil tussen een enkel restaurant runnen of de keukenapparatuur leveren waarop honderden restaurants kunnen draaien.

MaaS, plannen, boeken, betalen en reizen

De verschuiving van bundels naar backbone laat zien dat de belofte van MaaS veel groter is dan een handige app. Het gaat om de stille technologie onder de oppervlakte die mobiliteit écht laat samenwerken en daarmee steden en vervoerders toekomstbestendig maakt.

Deze aanpak sloeg aan bij investeerders. Niet langer werd er geld verbrand aan dure marketing en onzekere verdienmodellen, maar er ontstond vanaf dag één een stabiele inkomstenstroom uit licentie- en integratiecontracten. Iedere nieuwe stad en iedere nieuwe vervoerder die aansluit, betekent niet alleen extra omzet, maar ook hogere overstapkosten en steeds waardevollere databronnen.

één platform

Vandaag de dag draait Meep in meer dan dertig steden en werkt het met ruim 150 integraties. Van openbaar vervoer en micromobiliteit tot parkeren en ride-hailing, alles wordt samengebracht op één platform. Grote partners zoals Alsa en Avanza zijn inmiddels aangesloten, evenals verschillende stedelijke autoriteiten die hun complete mobiliteit via Meep laten orkestreren.

Daarnaast biedt het bedrijf met zijn dataplatform MeePath waardevolle inzichten aan steden. Zo kunnen routes worden geoptimaliseerd, congestie worden aangepakt en de impact op duurzaamheid beter worden gemeten. Hiermee ontstaat niet alleen een extra inkomstenbron, maar ook een groeiende kennisbasis die met elke nieuwe aansluiting waardevoller wordt. Het klassieke netwerk-effect, maar dan toegepast op B2B-infrastructuur in plaats van op sociale media.

Nieuwe mijlpaal: TOMP-werkgroep groeit uit tot House of TOMP

De internationale samenwerking binnen de wereld van mobiliteit en technologie krijgt binnenkort een officieel vervolg.

De TOMP-werkgroep, die zich al jaren bezighoudt met het ontwikkelen en verbeteren van standaarden voor Mobility as a Service (MaaS), transformeert tot een non-profitorganisatie onder de naam House of TOMP. De registratie van deze organisatie vindt plaats in België en gebeurt met steun van de MaaS Alliance, een belangrijke Europese speler op het gebied van mobiliteit.

Met de oprichting van House of TOMP wordt een mijlpaal bereikt voor de werkgroep die zich inzet voor de TOMP-API, de internationale standaard die de samenwerking tussen MaaS-diensten en vervoerders mogelijk maakt. Door de officiële status als non-profit krijgt de organisatie niet alleen een sterker fundament, maar ook meer slagkracht om de komende jaren door te groeien en invloed uit te oefenen op de verdere ontwikkeling van mobiliteitsstandaarden.

General Assembly

Om dit bijzondere moment kracht bij te zetten, organiseert de groep op woensdag 27 november een General Assembly. Deze bijeenkomst vindt plaats in het Provinciehuis in Utrecht en start in de middag. Tijdens deze officiële vergadering komen zowel technische als niet-technische onderwerpen aan bod, vergelijkbaar met de eerder gehouden Summer meet-up waar leden uit verschillende landen samenkwamen om kennis uit te wisselen. De agenda van de General Assembly is zodanig opgesteld dat de bijeenkomst toegankelijk blijft voor een brede groep deelnemers uit de mobiliteitssector.

Het evenement staat niet op zichzelf, maar is zorgvuldig afgestemd op de jaarlijkse POLIS Annual Conference. Door de programma’s slim te combineren hoeven bezoekers geen enkele presentatie van POLIS te missen. Daarnaast wordt de extra reistijd voor de deelnemers vermeden, wat perfect aansluit bij de gedachte achter duurzame mobiliteit waar de TOMP-werkgroep zich sterk voor maakt. De koppeling met de POLIS-conferentie onderstreept bovendien de internationale dimensie van de samenwerking en laat zien dat House of TOMP een belangrijke schakel wordt in het bredere mobiliteitsnetwerk.

TOMP-API 1.4 release – Polis Brussel

Met House of TOMP wordt de ambitie neergelegd om de komende jaren de standaard te zetten binnen de wereld van MaaS en mobiliteit.

Met de oprichting van House of TOMP en de steun van de MaaS Alliance positioneert de werkgroep zich nadrukkelijker binnen het Europese speelveld. Het doel is om een centrale rol te blijven spelen in de standaardisatie van MaaS en daarmee de ontwikkeling van slimme en duurzame vervoersoplossingen te versnellen. De General Assembly in Utrecht vormt daarbij een symbolische stap: de overgang van een werkgroep naar een volwaardige organisatie die structureel invloed kan uitoefenen en verdere groei kan realiseren.

samenwerking

De bijeenkomst op 27 november wordt gezien als het officiële startschot voor een nieuw hoofdstuk. Voor de leden van de TOMP-werkgroep betekent dit niet alleen erkenning voor het werk dat de afgelopen jaren is verzet, maar ook een nieuw perspectief op internationale samenwerking. 

Netwerken: succesvolle bijeenkomst TOMP werkgroep brengt mobiliteitsexperts samen

De zomerbijeenkomst van de TOMP-werkgroep in Den Haag trok tal van betrokken leden en was een groot succes.

Het evenement, dat plaatsvond in het hart van de stad Den Haag, bood een ideale gelegenheid voor zowel nieuwe als bestaande leden om elkaar persoonlijk te ontmoeten, ideeën uit te wisselen en de toekomst van multimodale mobiliteit te bespreken. Voor velen was het een verademing om na een lange periode van voornamelijk online vergaderen weer face-to-face bijeen te komen. De bijeenkomst werd georganiseerd door Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), een organisatie waarbij Jeffrey van Gils een belangrijke rol speelt in de doelstellingen van KNV Connected Mobility. Het KNV stelde niet alleen hun faciliteiten beschikbaar, maar leverde ook een actieve bijdrage aan de discussies die plaatsvonden. De gastvrijheid van de organisatie werd alom geprezen, en er werd dan ook veelvuldig gebruik gemaakt van de netwerkmogelijkheden die tijdens het evenement werden geboden. Een van de hoogtepunten van de dag waren de presentaties van verschillende toonaangevende organisaties binnen de mobiliteitssector. De MaaS AllianceMobilityDataNationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM)KNV Connected Mobility en EDIC deelden hun visie op de toekomst van verbonden mobiliteit. Deze presentaties gaven niet alleen inzicht in de huidige stand van zaken, maar boden ook een platform voor discussie over de uitdagingen en kansen die de komende jaren zullen komen.

cruciale rol Het concept van multimodale mobiliteit, waarin verschillende vormen van vervoer zoals treinen, scooters en fietsen naadloos op elkaar aansluiten, stond centraal tijdens de gesprekken. Dit concept is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden, nu steden wereldwijd te maken hebben met toenemende verkeersdrukte en de noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen. De TOMP-werkgroep speelt hierin een cruciale rol door standaarden en protocollen te ontwikkelen die deze vormen van vervoer met elkaar verbinden.

Foto: Leden van de TOMP werkgroep tijdens een boottocht in Gent aangeboden door Pitane Mobility.

De TOMP-werkgroep, die zich inzet voor het standaardiseren van mobiliteitsdiensten, heeft in korte tijd al veel bereikt, maar er ligt nog een lange weg voor ons. De bijeenkomst in Den Haag diende als een belangrijk moment om de balans op te maken en nieuwe plannen te smeden. Er werd gesproken over de noodzaak van verdere integratie van verschillende vervoersmiddelen, maar ook over het belang van data-uitwisseling tussen partijen.

best practices

Opvallend was dat tijdens de bijeenkomst veel aandacht werd besteed aan het delen van best practices en het verkennen van mogelijkheden om de samenwerking binnen de sector te versterken. De gedeelde passie voor innovatie en duurzaamheid was duidelijk voelbaar in de zaal, en de aanwezigen verlieten de bijeenkomst met een hernieuwde motivatie om de uitdagingen van de mobiliteitssector aan te pakken.
 
De werkgroep verwelkomt nieuwe leden die willen bijdragen aan de toekomst van verbonden mobiliteit. “Als je interesse hebt om deel uit te maken van de TOMP-werkgroep, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen,” klonk het uitnodigend vanuit de organisatie.
 
Beeldmateriaal: TOMP Working Group

Voorzitter Bertho Eckhardt benadrukt belang van ‘connected’ mobiliteit

KNV Connected Mobility speelt een cruciale rol in de transitie naar een toekomst van mobiliteit die zowel duurzaam als technologisch geavanceerd is, terwijl het ook rekening houdt met de behoeften en verwachtingen van de moderne reiziger.

De jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van de Koninklijke Nederlandse Vervoerders (KNV) in Sociëteit de Witte in Den Haag, die op 1 februari plaatsvond, was een belangrijke gelegenheid voor professionals uit de mobiliteitssector. Ongeveer 200 gasten kwamen samen om te netwerken en te discussiëren over de toekomst van vervoer in Nederland.

Bertho Eckhardt, voorzitter van KNV, benadrukte in zijn toespraak de bereidheid van de vervoersbranches om bij te dragen aan de veranderingen in de sector. Hij wees echter ook op de noodzaak van consistent overheidsbeleid om deze veranderingen te ondersteunen. Eckhardt sprak zich uit voor KNV Connected Mobility, een initiatief dat vier jaar geleden werd gelanceerd met het Maas-Lab. Dit project streeft ernaar om verschillende spelers in de vervoerssector, zowel nieuw als oud en zowel fysiek als digitaal, beter op elkaar af te stemmen.

“Inmiddels zijn we zover dat we ook binnen de vereniging een gezamenlijke uitdaging hebben. Integreren van vervoer gaat niet zomaar”, zei Eckhardt. Hij benadrukte dat alle marktpartijen, en vooral de reiziger, kunnen profiteren van meer ‘connected’ zijn. Dit zou het reizen eenvoudiger, duurzamer en makkelijker maken. Eckhardt gelooft dat de toekomst van geïntegreerd vervoer al aan de gang is, met veel bedrijven en instanties die bezig zijn met de organisatie van vraagafhankelijk vervoer.

Een belangrijk aspect van KNV Connected Mobility is het bieden van een platform waar innovatie in vervoer kan worden opgeschaald. Eckhardt benadrukte dat dit initiatief partijen in staat stelt om niet bij elke afzonderlijke gemeente te hoeven lobbyen voor de juiste regelgeving, maar om als een collectief de nationale en Europese overheden te informeren over de beste manieren om de transitie in mobiliteit te versnellen. Dit biedt kansen om de toekomst van mobiliteit vorm te geven.

Foto: © Pitane Blue – Melanie van der Horst (D66) – Bertho Eckhardt (KNV)

Een bijzondere toevoeging aan de bijeenkomst was de aanwezigheid van Melanie van der Horst, wethouder van Amsterdam. Haar toespraak gaf inzicht in de visie van Amsterdam op mobiliteit en stedelijke ontwikkeling, wat cruciaal is voor professionals uit verschillende sectoren van de mobiliteitsbranche.

De receptie bood ook een gelegenheid voor netwerken. Arjan Vaandrager, kartrekker van KNV Connected Mobility, werd in gesprek gebracht met Edwin van den Belt, een vooraanstaand kenner van de TOMP-API & CDS-M. Deze ontmoeting was een belangrijke kans om netwerken en techniek samen te brengen in een sector waar de gedachte van Mobility as a Service (MaaS) al enige tijd ten onrechte naar de achtergrond is verschoven.

initiatief

KNV Connected Mobility, een nieuw initiatief van de Koninklijke Nederlandse Vervoerders, is een baanbrekende stap richting de ontwikkeling van een gezond ecosysteem voor digitale mobiliteit. Met het oog op de belangen van ondernemingen, reizigers en de samenleving als geheel, streeft deze vereniging naar het stimuleren van vervoerswijzen die sneller, makkelijker, efficiënter en schoner zijn.

Deze nieuwe entiteit dient als een belangenbehartiger voor alle marktpartijen die actief zijn of willen worden in het domein van connected mobility. Dit omvat een breed scala aan stakeholders, van traditionele vervoersbedrijven tot nieuwe technologiebedrijven die zich bezighouden met digitale mobiliteitsoplossingen.

Een van de kernactiviteiten van KNV Connected Mobility is het richten op gezamenlijke belangen van bedrijven die actief zijn in de markt van connected mobility. Dit omvat kritieke gebieden zoals veranderende wet- en regelgeving, reisinformatie, geïntegreerde ticketing en lokale verordeningen. Een ander belangrijk aandachtspunt is het coördineren van inspanningen rondom databeheer, data-uitwisseling en de naleving van privacywetgeving.

De komende jaren zal KNV Connected Mobility nauw samenwerken met de aangesloten bedrijven en overheidsinstanties om een eerlijk speelveld en een helder juridisch kader te creëren en te handhaven. Dit is essentieel voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe mobiliteitsdiensten. Daarnaast zal de vereniging zich inzetten om het verdienvermogen van haar leden te vergroten. Dit zal gebeuren door het stimuleren van geïntegreerde vervoersoplossingen, waardoor de leden nieuwe marktkansen kunnen benutten en innovatie in de sector kunnen bevorderen.

Een revolutie in parkeren, de integratie van parkeerbetalingen en MaaS

Een nieuw gebruiksscenario bijzonder relevant voor parkeerbedrijven: “Neem de rekening over”.

In een recente blog heeft Edwin van den Belt, een bekende speler in het domein van Transport Operators en Mobility providers, nieuw licht geworpen op hoe TOMP-API technologie de parkeerervaring kan innoveren. Hij presenteerde een nieuw gebruiksscenario dat bijzonder relevant is voor parkeerbedrijven onder de naam: “Neem de rekening over”.

In de kern gaat dit scenario over de interactie tussen parkeerbeheerders, consumenten en mobiliteitsdienstaanbieders of -doorverkopers. In het verleden moesten automobilisten zelf de betaling regelen bij het verlaten van een parkeerterrein. Dit kan een tijdrovend en soms frustrerend proces zijn, vooral tijdens piekuren wanneer er lange rijen staan voor de betaalautomaten.

“In het verleden heb ik met veel vervoersoperators, ook bekend als mobiliteitsaanbieders, gesproken. Elk van hen had hun eigen bedrijfsmodel en werkwijze. Samen met anderen uit de TOMP-werkgroep hebben we met de meeste van deze modellen gewerkt, waardoor het mogelijk is om de TOMP-API in hun specifieke scenario te gebruiken.”

Edwin van den Belt – Software Architect Dat.mobility & TOMP working group

Laten we inzoomen op het proces. Je auto komt de parkeerplaats op, je kenteken wordt gescand. Normaal gesproken zou je aan het einde van je parkeersessie naar de betaalterminal op de parkeerplaats gaan om je parkeersessie af te ronden. Wanneer de parkeeroperator de TOMP-API’s one-stop booking endpoint heeft geïmplementeerd (‘neem de rekening over’ scenario), kun je in de MaaS-app aangeven dat je voor je parkeersessie wilt betalen. 

scenario

Edwin van den Belt schetst een scenario waarin deze moeite wordt weggenomen door een derde partij – de MaaS-provider of -doorverkoper. Het idee is dat, na het scannen van de kentekenplaat van de auto bij het binnenrijden van de parkeerplaats, de bestuurder de MaaS-app kan gebruiken om aan te geven dat hij voor zijn parkeersessie wil betalen. Vervolgens stuurt de MaaS-provider een bericht naar de parkeeroperator dat zij de kosten voor de parkeersessie zullen overnemen, die zij vervolgens op regelmatige basis met de parkeerorganisatie zullen afhandelen.

Dit maakt de ervaring voor de automobilist veel soepeler. In plaats van op zoek te gaan naar de betaalterminal en eventueel in de rij te staan, kunnen ze gewoon rechtstreeks naar hun auto lopen en de parkeerplaats verlaten. Dit nieuwe systeem stelt parkeerbedrijven ook in staat om nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen en samen te werken met andere mobiliteitsaanbieders. Zo zouden ze bijvoorbeeld kortingen kunnen aanbieden aan frequente gebruikers.

De technische implementatie van dit systeem zou volgens Van den Belt vrij eenvoudig zijn .

De technische implementatie van dit systeem zou volgens Van den Belt vrij eenvoudig zijn en zou slechts één endpoint en enkele overeenkomsten tussen de Vervoersoperators en Mobiliteitsaanbieders vereisen.

De voorgestelde aanpak biedt een beloftevolle oplossing voor de huidige knelpunten in parkeerprocessen en illustreert hoe technologie de manier waarop we onze steden gebruiken kan verbeteren. Het sluit aan bij de wereldwijde trend van stedelijke innovatie en de verschuiving naar meer geïntegreerde en klantgerichte mobiliteitsoplossingen. We kijken uit naar de verdere ontwikkeling en implementatie van dergelijke initiatieven in onze steden.

De technische implementatie van dit systeem zou volgens Van den Belt vrij eenvoudig zijn en zou slechts één endpoint en enkele overeenkomsten tussen de Vervoersoperators en Mobiliteitsaanbieders vereisen.

Het idee om parkeerbetalingen te koppelen aan MaaS-platforms kan een grote stap voorwaarts zijn in een vervoerssysteem. Het is een reflectie van een bredere trend naar meer geconnecteerde en slimme steden, waar technologie wordt gebruikt om het leven van burgers te vergemakkelijken.

De discussie en het voorstel van Van den Belt laten zien dat zelfs de kleinste veranderingen in hoe stedelijke infrastructuur wordt beheerd, een groot verschil kunnen maken in de dagelijkse ervaringen van stadsbewoners. Het minimaliseert de moeite voor de automobilist, vermindert de noodzaak van fysieke interactie met parkeerterminals, en maakt het voor MaaS-providers mogelijk om meer geïntegreerde diensten aan te bieden.

Technische implementatie is slechts één aspect van de uitdaging. Er zullen ook vragen zijn rond regelgeving, privacy van gegevens, en hoe kosten worden berekend en verdeeld tussen MaaS-providers, parkeeroperators, en eindgebruikers. Bovendien is het succes van dergelijke systemen afhankelijk van de mate waarin automobilisten, parkeerbedrijven en MaaS-providers bereid zijn om nieuwe technologieën en processen te omarmen. Verandering kan weerstand oproepen, en het is belangrijk dat alle betrokken partijen het voordeel zien van een dergelijke verandering.

Toch biedt het voorstel van Van den Belt een visie op de toekomst waarin stadsbewoners soepeler door hun steden kunnen navigeren, geholpen door geavanceerde technologie en verbeterde samenwerking tussen vervoers- en mobiliteitsaanbieders. In deze toekomst wordt technologie gebruikt om alledaagse taken zoals parkeren minder omslachtig te maken, waardoor de kwaliteit van leven in stedelijke gebieden verbetert.

Met zijn vooruitstrevende denken en aandacht voor zowel de technische als de menselijke kant van stedelijke mobiliteit, draagt Edwin van den Belt bij aan de vorming van een toekomst waarin mobiliteit naadloos, geïntegreerd en gebruikersvriendelijk is. Het is een toekomst waar we allemaal naar uitkijken.

TOMP-API worstelt met technologische adaptatie en financiering

Ondanks de huidige uitdagingen, biedt de situatie van de TOMP-API en de werkgroep ook kansen.

De TOMP-API (Transport Operator to Mobility Provider-Application Programming Interface) is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een cruciaal instrument in de integratie en samenwerking tussen transportoperators en mobiliteitsproviders. Het heeft geleid tot de eerste stappen in een gestandaardiseerde gegevensuitwisseling, wat heeft bijgedragen aan de groei van de gehele mobiliteitssector.

Het lijkt er op dat TOMP in een identiteitscrisis beland, als gevolg van de dynamiek en de voortdurende evolutie van de mobiliteitsmarkt.

De API werd oorspronkelijk ontworpen als een gestandaardiseerd protocol dat een consistente communicatie mogelijk maakt, maar de snel veranderende technologische omgeving en de toename van Europese protocollen stellen deze consistentie op de proef.

De  werkgroep rondom de TOMP-API lijkt de noodzaak in te zien om te evolueren en andere protocollen te integreren om haar relevantie en bruikbaarheid in de huidige marktomstandigheden te behouden. Deze adaptieve benadering is essentieel voor het overleven van de TOMP-API, maar brengt tegelijkertijd complexiteit en uitdagingen met zich mee. De opname van nieuwe protocollen vraagt om een grondige herziening en aanpassing van de huidige structuur, zonder dat de kernfunctionaliteiten in het gedrang komen.

Ondanks de huidige uitdagingen, biedt de situatie van de TOMP-API en de werkgroep ook kansen.

Wat betreft technologische innovatie, zou de TOMP-WG kunnen overwegen om een flexibeler, modulair systeem te ontwikkelen. Hierdoor zou de API in staat zijn om sneller te integreren met nieuwe protocollen en technologieën, zonder dat de kernfunctionaliteit wordt beïnvloed. Dit zou kunnen worden bereikt door middel van microservices architectuur, wat het mogelijk maakt om afzonderlijke functies en services te ontwikkelen en bij te werken zonder de gehele API te hoeven herzien.

financiering

Aan de andere kant wordt de TOMP werkgroep, die de verdere ontwikkeling van de TOMP-API begeleidt, geconfronteerd met een onbestaande financiering. Dit heeft een directe impact op de mogelijkheid om de uitbreiding van de API te waarborgen. Onvoldoende financiering belemmert het vermogen van de groep om te innoveren en de noodzakelijke aanpassingen door te voeren die nodig zijn om aan de veranderende marktvraag te voldoen. 

“Mijn waardering blijft uitgaan naar de leden van de TOMP werkgroep die zich dagelijks inzetten voor de meest waardevolle API im de mobiliteitssector.”

De werkgroep zou de dialoog moeten aangaan met beleidsmakers en publieke financieringsorganen. Overheden en organisaties zoals de Europese Unie hebben programma’s en fondsen beschikbaar voor technologische ontwikkeling en innovatie. Door dergelijke financieringsmogelijkheden aan te boren, zou de TOMP werkgroep de nodige middelen kunnen veiligstellen om de evolutie en uitbouw van de API te bevorderen.

Ondanks de huidige uitdagingen, biedt de situatie van de TOMP-API en de werkgroep ook kansen. Door een adaptieve aanpak te omarmen, financiering te verkrijgen en technologische innovatie te stimuleren, hebben de TOMP-API en de werkgroep het potentieel om deze uitdagingen te overwinnen, hun positie in de mobiliteitssector te versterken, en zo bij te dragen aan de evolutie van deze snel veranderende industrie. 

Modelcontract OpenWheels maakt samenwerking binnen MaaS makkelijker

Naast de juridische afspraken bestaat er ook een standaard voor de ‘technische’ verbinding tussen de partijen: de TOMP-API.

Het succes van MaaS, Mobility as a Service, valt of staat bij goede diensten voor mensen die reizen met de trein, fiets of deelvervoer. Een soepele samenwerking tussen overheden, MaaS-providers en mobiliteitsaanbieders is hiervoor een must. Daarom hebben de vijf grootste gemeenten van Nederland, meerdere fiets- en scooterbeheerders en MaaS-platforms onlangs een nieuwe versie van het modelcontract ‘OpenWheels Model Partner Agreement’ gelanceerd, dat meldt het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata.

tweewielers

Tot voor kort maakten Maas-aanbieders voor afspraken over mobiliteit losse afspraken met mobiliteitsaanbieders. Dit betekende veel werk en veel tijd, ten koste van de dienst van de klant. Voor tweewielers, zoals deelfietsen en deelscooters, waren daarom in een aantal grote steden al eerder afspraken gemaakt. Deze afspraken waren vastgelegd in het modelcontract ‘Open Bike II’.

organisaties

Er was een sterke behoefte om in de geest van ‘Open Bike II’ de samenwerking rond het standaardcontract voort te zetten en te verbreden naar deelauto’s en taxi’s, de vierwielers. 42 mobiliteitsorganisaties hebben afgelopen periode meegewerkt aan het uitbreiden en standaardiseren van de samenwerkingsafspraken binnen ‘OpenWheels’. Waaronder: Donkey Republic, MaaS Global, Gayio, Cargaroo, Sustainable-emotion, Turnn, Nazza, Urbee, HTM, I&W, ANWB, TCA, Tier, 9292, Greenwheels, Mywheels, Automicle en Radiuz.

De structuur van ‘OpenWheels’ is hetzelfde gebleven als het eerdere modelcontract. Verschillende thema’s, zoals aansprakelijkheid, zijn verder ontwikkeld en verbeterd. Daarnaast is elke individuele bijlage uitgebreid met een eigen voorbeeldtekst. De nieuwe versie zorgt voor de juridische verbinding tussen mobiliteits-aanbieders en MaaS-providers.

technische afspraken

Naast de juridische afspraken bestaat er ook een standaard voor de ‘technische’ verbinding tussen de partijen: de TOMP-API. Om een reis in een MaaS-app te kunnen plannen, boeken en betalen moet er veel data uitgewisseld worden. De TOMP-API maakt het mogelijk dat dit tussen alle MaaS-providers en mobiliteits-aanbieders op eenzelfde manier met dezelfde taal gebeurt. Deze standaard is een open source en gestandaardiseerde interface (koppeling) tussen mobiliteits-aanbieders en MaaS-providers. Doormiddel van de juridische (OpenWheels) en technische (TOMP-API) verbinding willen de betrokken partijen MaaS zo efficiënt mogelijk maken.

NTM

NTM, het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata, ondersteunt vanaf 1 januari 2023 de technische MaaS-standaarden. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata is de plek waar overheden en marktpartijen mobiliteitsdata kunnen publiceren, vinden en gebruiken. Het gaat om data van wegen, openbaar vervoer, parkeren, waterwegen, deelmobiliteit en andere relevante data op het vlak van mobiliteit. 

NTM aan de slag met datastandaarden Mobility as a Service

“Klinkt simpel, maar nog een hele weg te gaan waar we ons lekker in gaan vastbijten!”

NTM, het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata, ondersteunt sinds 1 januari 2023 de technische MaaS-standaarden. Hiermee helpen ze het samenwerkingsverband van gemeentes, MaaS dienstverleners en vervoerders om de standaarden die zij nu al gebruiken, verder te ontwikkelen. 

Dit maakt data-uitwisseling eenvoudiger en zorgt dat de reiziger duurzamer, sneller of goedkoper zijn reis van A naar B kan maken. Zo blijft Nederland bereikbaar en leefbaar. “Klinkt simpel, maar nog een hele weg te gaan waar we ons lekker in gaan vastbijten!”, aldus Maryse Bücking- Information Architect at NTM. 

MaaS staat voor Mobility as a Service. Dit is een service, bijvoorbeeld een app, die de reiziger van deur tot deur een complete route aanbiedt. Met de auto, de trein of ander vervoer. Of een combinatie daarvan, afhankelijk van de wensen van de mobilist op dat moment. Maar ook een dagje uit wordt door MaaS een stuk gemakkelijker: je neemt het vervoer dat je op dat moment naar de gewenste plek brengt.

Met de betrokkenheid van het NTM bij het beheer en de ontwikkeling van de standaarden zetten we een nieuwe stap in de structurele borging van het MaaS-systeem. We zijn de pilotfase voorbij en dat geeft hopelijk een extra stimulans om deze vorm van mobiliteit voor reizigers te vereenvoudigen.

Nico van Paridon, voozitter van de Strategic Committee voor MaaS-standaarden

Daarnaast ondersteunt NTM de Strategic Committee en is het (tijdelijk) voorzitter van de nieuw opgezette Change Advisory Board (CAB). Deze board toetst de voorgestelde wijzigingen en uitbreidingen binnen de standaarden en schat in wat de impact is voor de overheden en vervoerders.

zeven MaaS-pilots

Het organiseren van een reis is nog lang niet overal op deze manier mogelijk. Afgelopen jaren heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met lokale overheden en partners zeven MaaS pilots uitgevoerd. Waaronder het verminderen van de filedruk bij de Zuidas en het aanbieden van reizen naar België of Duitsland vanuit Limburg.

“MaaS geeft de reiziger meer keuzevrijheid. In de MaaS-pilots hebben we geleerd dat het voor het opschalen van MaaS belangrijk is dat meer OV-partijen, deelmobiliteitsaanbieders en andere vervoerders worden ontsloten via MaaS apps. Het gebruik van standaarden zorgt ervoor dat partijen gemakkelijker en efficiënter kunnen samenwerken.“

Bon Bakermans, beleidsadviseur Maas bij ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

NTM werkt aan een register om alle datastandaarden voor mobiliteit beschikbaar te maken. Het huidige register bevat nu voornamelijk datasets. Binnenkort zal het voor data-aanbieders mogelijk zijn om deze ook zelf te publiceren in NTM. De mogelijkheden van het register worden in de loop van 2023 steeds verder uitgebreid.

Foto: Maryse BückingLinkedIn