Tag archieven: transport

Buitenlandse trucks ontsnappen: ongelijkheid bij boetes Merwedebrug zorgt voor ophef

De situatie rond de Merwedebrug zorgt voor groeiende onrust onder transporteurs en weggebruikers.

Terwijl zware vrachtwagens sinds 18 juli 2026 niet langer welkom zijn op de brug, blijkt de handhaving in de praktijk allesbehalve gelijk. Nederlandse chauffeurs krijgen boetes opgelegd, terwijl een groot deel van de buitenlandse overtreders buiten schot blijft. Die scheve verhouding leidt tot stevige kritiek en roept vragen op over rechtvaardigheid en beleid.

Sinds de invoering van het verbod is duidelijk geworden dat het niet om een kleine groep overtreders gaat. Waar eerder dagelijks tussen de 16.000 en 18.000 vrachtwagens en touringcars over de brug reden, is dat aantal teruggebracht tot ongeveer 2.500 per werkdag. Dat lijkt een forse daling van zo’n 85 procent, maar tegelijkertijd blijft er een aanzienlijke stroom zwaar verkeer over die het verbod negeert.

buitenlands kenteken

Opvallend is dat bij controles bleek dat circa 80 procent van deze overtredingen wordt begaan door voertuigen met een buitenlands kenteken. Toch worden juist deze voertuigen lang niet altijd beboet. De oorzaak ligt niet bij de techniek: camera’s registreren alle kentekens, ongeacht het land van herkomst. Het probleem ontstaat pas daarna, bij het achterhalen van de kentekenhouder en het daadwerkelijk opleggen van de boete.

Een buitenlandse chauffeur kan alleen worden beboet wanneer hij staande wordt gehouden. Dat maakt de pakkans aanzienlijk kleiner dan bij Nederlandse bestuurders, van wie de gegevens automatisch gekoppeld kunnen worden aan het kenteken. Juridisch gezien is er geen sprake van een uitzondering voor buitenlandse voertuigen, maar in de praktijk ontstaat wel een duidelijk verschil in behandeling.

“De handhaving is feitelijk ongelijk, maar vermoedelijk niet zonder meer juridisch willekeurig,” luidt het oordeel in de analyse. Dat onderscheid is cruciaal. Het verbod zelf geldt namelijk voor iedereen, maar de uitvoering ervan leidt tot een scheve situatie die moeilijk uit te leggen is.

De Europese Unie erkent dit bredere probleem. In nieuwe regelgeving wordt gesproken over een “relatieve straffeloosheid van niet-ingezeten bestuurders” en wordt juist ingezet op gelijke behandeling van alle weggebruikers. Lidstaten moeten uiterlijk in juli 2027 hun systemen aanpassen om dit soort verschillen te verkleinen.

staat van de brug

De discussie beperkt zich echter niet tot handhaving alleen. Ook de staat van de brug zelf ligt onder een vergrootglas. Uit onderzoek bleek dat het staal in de constructie op meerdere punten minder sterk is dan eerder werd aangenomen. Daardoor kan Rijkswaterstaat de veiligheid voor zwaar verkeer niet langer garanderen.

Dat leidde tot het directe besluit om vrachtverkeer te weren, een maatregel die volgens deskundigen verdedigbaar is. Tegelijkertijd klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het beheer van de brug in de afgelopen jaren. “Rijkswaterstaat heeft met de onmiddellijke beperking waarschijnlijk juist gehandeld, maar verdient geen blanco cheque voor het voorafgaande beheer,” wordt gesteld.

De conclusie is dan ook helder en scherp geformuleerd: “In juridisch-technische zin is verboden willekeur nog niet aangetoond. In gewone bestuurlijke zin is de uitkomst wel evident scheef en moeilijk uit te leggen.” Zolang die scheefgroei blijft bestaan, zal de discussie over eerlijkheid, veiligheid en vertrouwen rond de Merwedebrug nog lang niet verstommen.

De voorgeschiedenis speelt daarin een belangrijke rol. Al in 2016 moest de brug plotseling worden afgesloten voor zwaar verkeer vanwege veiligheidsrisico’s. Latere evaluaties wezen uit dat de technische inschatting toen correct was, maar dat de voorbereiding en communicatie tekortschoten.

inkomstenbron

Daarnaast speelt er nog een gevoelig punt: de verdenking dat verkeersboetes worden gebruikt als inkomstenbron. Hoewel voor de Merwedebrug geen direct bewijs is dat de regeling als “melkkoe” fungeert, is wel vastgesteld dat het bredere boetestelsel in Nederland in het verleden mede door begrotingsbelangen is beïnvloed. Dat voedt het wantrouwen onder chauffeurs en transportbedrijven, zeker nu de handhaving ongelijk uitpakt. Zonder volledige transparantie over aantallen boetes, opbrengsten en kosten blijft die twijfel bestaan.

Volgens de analyse ligt de oplossing niet in het versoepelen van de regels voor Nederlandse chauffeurs, maar juist in het gelijktrekken van de handhaving. Dat betekent meer fysieke controles, betere internationale samenwerking en snellere uitwisseling van kentekengegevens. Alleen zo kan worden voorkomen dat een groot deel van de overtreders feitelijk buiten beeld blijft.

Waarschuwing van vijftig organisaties: Nederland kwetsbaar voor dronechaos en satellietstoringen

Nederland moet zich sneller en beter wapenen tegen de groeiende dreiging van ongewenste drones en verstoringen van cruciale satellietsignalen.

Die dringende oproep komt van meer dan vijftig organisaties uit onder meer de energie-, telecom-, water-, transport-, financiële en defensiesector. Zij bundelden hun zorgen en aanbevelingen in een gezamenlijk advies dat vandaag is gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van het Versnellingsnetwerk Weerbaarheid Fysieke Leefomgeving.

De boodschap is helder: de risico’s zijn allang geen theoretisch vraagstuk meer. Door toenemende geopolitieke spanningen, cyberdreigingen en kwetsbaarheden in technische systemen groeit de kans op ontwrichting van vitale infrastructuur. Denk aan energievoorziening, betalingsverkeer en transport, die in hoge mate afhankelijk zijn van goed functionerende systemen voor plaatsbepaling, navigatie en tijdsbepaling, ook wel PNT genoemd.

werk aan de winkel

Christophe van der Maat, voorzitter van het Versnellingsnetwerk, liet er geen misverstand over bestaan dat er werk aan de winkel is. “We zijn niet weerloos, maar ook nog niet weerbaar genoeg. Met meer dan vijftig partijen hebben we hier samen naar gekeken en concrete adviezen opgesteld. De analyses zijn er, het geopolitieke bewustzijn is er. Nu is het tijd om dat te vertalen naar uitvoeringskracht. Nu is het tijd om te handelen.”

Het advies richt zich nadrukkelijk zowel tot de overheid als tot vitale private partijen. Volgens de betrokken organisaties worden investeringen in weerbaarheid nu nog te vaak vooruitgeschoven. Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, verwachtingen en het gewenste niveau van bescherming speelt daarbij een grote rol. Het netwerk pleit daarom voor meer regie vanuit het kabinet. Heldere kaders over dreigingen en bevoegdheden moeten organisaties in staat stellen om gerichter maatregelen te nemen.

Tegelijkertijd ligt er ook een duidelijke opdracht voor het bedrijfsleven. Bedrijven worden opgeroepen om hun eigen risico’s en de mogelijke keteneffecten beter in kaart te brengen. Daarnaast is er behoefte aan intensievere samenwerking, bijvoorbeeld door kennis te delen en gezamenlijk te oefenen met crisissituaties. Ook deelname aan stresstests wordt als noodzakelijk gezien om de paraatheid te vergroten.

Illustratie: © Pitane – communicatie

De oproep uit het veld laat weinig ruimte voor twijfel: zonder snelle en concrete actie blijft Nederland kwetsbaar voor verstoringen die de samenleving diep kunnen raken.

Bij drones zit een belangrijk knelpunt in de praktijk. Steeds meer bedrijven maken zelf gebruik van drones voor inspecties en logistiek, maar zien tegelijkertijd de dreiging van ongewenste drones toenemen. Hoewel detectietechnologie zich snel ontwikkelt, ontbreekt het organisaties vaak aan bevoegdheden om daadwerkelijk in te grijpen. Het Versnellingsnetwerk vraagt daarom expliciet aandacht voor de vraag wie mag optreden bij incidenten en onder welke voorwaarden. Daarbij komt ook het vraagstuk rond het geweldsmonopolie nadrukkelijk naar voren.

duidelijke afspraken

De oproep aan het kabinet is om te onderzoeken welke interventies mogelijk zijn, wie die mag uitvoeren en hoe die inzet juridisch en praktisch geregeld kan worden. Zonder duidelijke afspraken blijft het risico bestaan dat dreigingen wel worden gesignaleerd, maar niet effectief worden aangepakt.

Naast drones vormt de afhankelijkheid van satellietsignalen een tweede grote zorg. Veel vitale processen draaien op systemen die vertrouwen op nauwkeurige tijd- en plaatsbepaling via satellieten. Verstoringen of manipulatie van die signalen kunnen verstrekkende gevolgen hebben, variërend van storingen in telecomnetwerken tot problemen in het betalingsverkeer en de energievoorziening.

Het netwerk pleit daarom voor gezamenlijke investeringen in alternatieven. Een nationaal tijdnetwerk wordt daarbij expliciet genoemd als mogelijke oplossing om minder afhankelijk te worden van externe systemen. Ook hier wordt van de overheid verwacht dat zij de regie neemt en samen met private partijen tot concrete stappen komt.

politiek

Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat onderstreepte het belang van samenwerking. “Dit Versnellingsnetwerk is een goed voorbeeld van de samenwerking tussen private en publieke bedrijven en het Rijk. Het verbeteren van onze weerbaarheid moeten we namelijk samen oppakken. Deze adviezen, over drones en PNT, zijn gericht aan zowel de sector als het Rijk. Dat maakt dat ze breedgedragen en praktisch zijn. Het is nu aan ons allemaal om deze op te pakken en te verwerken in toekomstig beleid. Daar gaan we mee aan de slag.”

De betrokken ministeries hebben aangekondigd na de zomer met een gezamenlijke reactie te komen. Daarmee lijkt de eerste stap gezet, maar volgens de opstellers van het advies is snelheid cruciaal. Ondertussen gaat het Versnellingsnetwerk zelf ook door. Na de zomer worden nieuwe thema’s opgepakt om de weerbaarheid van de fysieke leefomgeving verder te versterken.

Directeur TNDM Trucking: ‘in de logistiek wint niet de goedkoopste maar de betrouwbaarste’

Bedrijven moeten razendsnel schakelen om overeind te blijven, realtime data en sterke teams maken het verschil.

De logistieke sector staat aan de vooravond van een ingrijpende verschuiving, waarbij traditionele concurrentiefactoren als prijs en schaalgrootte steeds meer naar de achtergrond verdwijnen. In plaats daarvan draait het vandaag de dag om snelheid, betrouwbaarheid en het vermogen om flexibel in te spelen op een voortdurend veranderende wereld. Waar bedrijven vroeger vooral streden om de laagste tarieven, wordt nu het verschil gemaakt door wie het snelst kan schakelen en tegelijkertijd consistente prestaties weet te leveren.

dynamiek

De dynamiek binnen de sector is de afgelopen tien jaar aanzienlijk complexer geworden. Klantverwachtingen zijn fors gestegen, goederenstromen zijn minder voorspelbaar en geopolitieke spanningen zorgen regelmatig voor verstoringen. Deze combinatie dwingt logistieke spelers om hun strategieën voortdurend te herzien en scherper te sturen op risico’s en besluitvorming. Eva Leckaitė-Končanina, directeur van TNDM Trucking en onderdeel van de Girteka Group, ziet die verandering dagelijks in de praktijk.

“De logistieke sector behoort tot de eerste sectoren die de impact van economische verschuivingen voelt. Hetzelfde transportnetwerk kan voedingsmiddelen, elektronica of farmaceutische producten vervoeren, waardoor wij een duidelijk beeld krijgen van hoe marktbehoeften en klantverwachtingen evolueren,” zegt zij. Volgens haar bevindt de sector zich inmiddels in een nieuwe fase, waarin concurrentievermogen steeds minder wordt bepaald door prijs alleen.

Bedrijven kunnen zich volgens Leckaitė-Končanina niet langer veroorloven om uitsluitend op kosten te concurreren. Supplychains worden complexer, terwijl tegelijkertijd strengere regelgeving en hogere eisen vanuit klanten blijven toenemen. Die ontwikkeling zet druk op organisaties om verder te kijken dan alleen de prijsstelling van hun diensten.

Hoewel kosten nog altijd een rol spelen, blijken ze in de praktijk zelden doorslaggevend bij het kiezen van logistieke partners. “Ik heb ervaring met zowel het verkopen als het inkopen van logistieke diensten. Daardoor begrijp ik goed dat beslissingen niet alleen door prijs worden bepaald. Kosten blijven belangrijk, maar vormen meestal slechts één onderdeel van de uiteindelijke beslissing,” legt zij uit. Betrouwbaarheid, flexibiliteit en reputatie wegen steeds zwaarder mee, net als het vermogen om naadloos aan te sluiten op de processen van klanten.

Van logistieke dienstverleners wordt tegenwoordig meer verwacht dan alleen het leveren van transportcapaciteit. Ze moeten continuïteit garanderen, risico’s beheersen en stabiele prestaties leveren, zelfs wanneer de omstandigheden onvoorspelbaar zijn. “Het is essentieel om te begrijpen welke waarde je voor je klanten creëert. Zodra dat duidelijk is, kun je een langdurig partnerschap opbouwen in plaats van je uitsluitend te richten op een eenmalige transactie,” zegt Leckaitė-Končanina.

Foto: © Pitane Blue – vervoer over de weg

Investeren in talent wordt daarom steeds crucialer. De vraag naar specialisten op het gebied van data-analyse, technologische innovaties en complexe internationale operaties groeit gestaag. Bedrijven die deze expertise weten te combineren met sterke teams en een duidelijke strategie, zullen volgens Leckaitė-Končanina de winnaars van de toekomst zijn.

Technologische ontwikkelingen spelen daarbij een sleutelrol. Waar logistieke processen vijftien jaar geleden nog grotendeels handmatig verliepen, is de sector inmiddels sterk gedigitaliseerd. “Op vrijdagavond printten medewerkers vrachtlijsten, noteerden zij contactgegevens en voerden zij na het weekend handmatig updates in systemen in. Vandaag de dag beweegt de meeste informatie zich in realtime,” aldus Leckaitė-Končanina. Automatisering, geavanceerde transportmanagementsystemen, robotica en kunstmatige intelligentie zorgen ervoor dat bedrijven sneller en beter geïnformeerde beslissingen kunnen nemen.

technologie is geen luxe

Toch is technologie volgens haar geen luxe meer, maar een absolute voorwaarde. “Technologie is al lang niet meer slechts een bijkomend voordeel. Het wordt een voorwaarde om grootschalige operaties efficiënt te beheren,” stelt zij. Tegelijkertijd is toegang tot data alleen niet voldoende. Bedrijven moeten in staat zijn om die gegevens razendsnel te analyseren en direct om te zetten in actie. Klanten verwachten volledige transparantie en realtime inzicht in hun zendingen. “Klanten verwachten vandaag zichtbaarheid, transparantie en realtime informatie. Dit zijn geen onderscheidende factoren meer; ze zijn de standaard geworden.”

De recente opeenstapeling van crises heeft bovendien het belang van daadkrachtig leiderschap onderstreept. De pandemie, de oorlog in Oekraïne en aanhoudende verstoringen in de wereldwijde supplychains hebben duidelijk gemaakt hoe snel omstandigheden kunnen veranderen. In zo’n omgeving is besluiteloosheid volgens Leckaitė-Končanina funest. “In zulke omstandigheden besef je al snel dat de slechtste beslissing is om helemaal geen beslissing te nemen. Het is beter om snel een beslissing te nemen dan helemaal geen beslissing.”

Snelheid alleen is echter niet voldoende. Organisaties moeten ook beschikken over de juiste mensen en een cultuur die uitvoering mogelijk maakt. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid nog altijd bij de teams zelf. “Uiteindelijk worden beslissingen nog steeds door mensen genomen. Technologie is een hulpmiddel, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de teams erachter,” benadrukt zij.

Fraude met bestuurderskaarten: inspectie grijpt hard in bij sjoemelende transporteur

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft bij een transportonderneming ernstige fraude met bestuurderskaarten vastgesteld.

Dat blijkt uit een langdurig onderzoek dat inmiddels is afgerond. Niet alleen het bedrijf zelf, maar ook de directeur en drie chauffeurs zijn beboet. De definitieve hoogte van de sancties is nog niet bekend, omdat de procedures nog lopen.

Aanleiding voor het onderzoek waren meerdere controles langs de weg, waarbij politie en ILT opvallende onregelmatigheden constateerden. Tijdens deze controles bleek dat chauffeurs mogelijk reden met bestuurderskaarten die niet van henzelf waren. Dat vormde de start van een intensief onderzoek dat ruim tweeënhalf jaar geleden werd opgezet in samenwerking met de politie en de Nederlandse Arbeidsinspectie.

onaangekondigd

Tijdens een onaangekondigd bedrijfsbezoek heeft de ILT uitgebreide bedrijfs- en loonadministratie opgevraagd. Op basis van deze gegevens kreeg de inspectie inzicht in de werkwijze binnen het bedrijf en de omvang van de fraude. Het onderzoek werd in december 2025 afgerond en schetst een verontrustend beeld van structurele overtredingen.

Uit de bevindingen blijkt dat minstens twaalf chauffeurs niet alleen hun eigen bestuurderskaart gebruikten, maar ook kaarten van achttien andere kaarthouders. Door deze werkwijze konden chauffeurs hun rij- en rusttijden omzeilen en werkdagen maken die opliepen tot wel twintig uur. Bestuurderskaarten zijn juist bedoeld om rij- en rusttijden nauwkeurig te registreren en zo de verkeersveiligheid te waarborgen.

De inspectie stelt dat het niet ging om incidenten, maar om een patroon van bewuste overtredingen. Verschillende chauffeurs bleken in het verleden al te zijn gewaarschuwd of zelfs beboet voor soortgelijke praktijken. Ondanks deze eerdere maatregelen bleef het gedrag voortduren. Juist die herhaling was voor de ILT reden om niet alleen de onderneming, maar ook de directeur en individuele chauffeurs persoonlijk te bestraffen.

Foto: ILT – controleweek wegtransport

De transportsector ligt al langer onder een vergrootglas als het gaat om naleving van rij- en rusttijden. Deze zaak laat zien dat overtredingen niet alleen incidenteel voorkomen, maar ook systematisch kunnen worden georganiseerd binnen bedrijven. De uitkomst van de lopende procedures zal naar verwachting met belangstelling worden gevolgd binnen de sector.

Volgens de inspectie werd er binnen het bedrijf actief gestuurd op het manipuleren van bestuurderskaarten en het negeren van de regels rond rij- en rusttijden, zoals vastgelegd in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer en de Arbeidstijdenwet. Door deze regels te overtreden, ontstonden volgens de ILT gevaarlijke situaties op de weg. Oververmoeide chauffeurs vormen een aanzienlijk risico, zowel voor henzelf als voor andere weggebruikers.

concurrentieverhoudingen

Daarnaast wijst de inspectie op het effect van deze fraude op de concurrentieverhoudingen binnen de transportsector. Bedrijven die zich wel aan de regels houden, worden benadeeld wanneer concurrenten door overtredingen meer uren kunnen draaien en daardoor goedkoper kunnen opereren. De ILT benadrukt dat eerlijke concurrentie alleen mogelijk is wanneer alle partijen zich aan dezelfde regels houden.

De zaak onderstreept het belang van toezicht binnen de sector. De ILT ziet het als haar taak om erop toe te zien dat transportondernemingen zich houden aan de wet- en regelgeving die is opgesteld om de veiligheid en duurzaamheid van het wegvervoer te garanderen. Met controles en onderzoeken probeert de inspectie misstanden aan het licht te brengen en overtreders aan te pakken.

Hoewel de boetes nog niet definitief zijn vastgesteld, maakt de zaak duidelijk dat overtredingen van deze aard zwaar worden opgevat. De combinatie van structurele fraude, eerdere waarschuwingen en de mogelijke gevolgen voor de verkeersveiligheid maakt dat de betrokkenen rekening moeten houden met forse sancties.

Kabinet trekt portemonnee: miljoeneninjectie moet waterstoftruck doorbraak geven

Nieuwe regeling versnelt aanleg waterstofnetwerk in Nederland, ondernemers krijgen stevige steun om afscheid te nemen van diesel.

Het kabinet trekt opnieuw de portemonnee om de overstap naar schoner transport te versnellen. Met een subsidiepot van maar liefst 45 miljoen euro wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ondernemers verleiden om te investeren in vrachtwagens die rijden op waterstof. De regeling gaat per 1 april van start en moet Nederland minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen zoals diesel, benzine en LPG.

De inzet op waterstof komt niet uit de lucht vallen. De internationale onrust rond de levering van fossiele brandstoffen heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de afhankelijkheid van externe energieleveranciers is. Die kwetsbaarheid raakt niet alleen huishoudens, maar ook ondernemers die dagelijks afhankelijk zijn van stabiele en betaalbare brandstof. Door te investeren in alternatieven zoals elektriciteit en waterstof wil de overheid die afhankelijkheid stap voor stap verkleinen.

duurzame oplossingen

Waterstof wordt daarbij nadrukkelijk gezien als een belangrijke aanvulling op bestaande duurzame oplossingen. Waar elektrisch rijden vooral geschikt is voor kortere afstanden, biedt waterstof juist voordelen voor het zwaardere en langere transport. Vrachtwagens op waterstof hebben een grotere actieradius, kunnen relatief snel tanken en stoten geen schadelijke stoffen uit. Bovendien zorgt deze techniek voor minder druk op het toch al volle elektriciteitsnet, wat in Nederland een groeiend probleem vormt.

Toch is de overstap naar waterstof niet eenvoudig. De kosten voor voertuigen en de benodigde infrastructuur liggen nog altijd hoog. Om die drempel te verlagen, richt de subsidie zich specifiek op samenwerkingsverbanden. Alleen combinaties van een exploitant van een waterstoftankstation en één of meerdere transport- of logistieke bedrijven komen in aanmerking voor een bijdrage. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat de ontwikkeling vastloopt in de bekende kip-ei-discussie: zonder tankstations geen voertuigen, maar zonder voertuigen ook geen rendabele tankstations. Door beide tegelijk te stimuleren, moet het netwerk zich sneller ontwikkelen.

Foto: Vincent Karremans

De verwachting is dat steeds meer transportbedrijven de komende jaren de overstap naar waterstof zullen overwegen, zeker nu de financiële ondersteuning wordt uitgebreid en de infrastructuur langzaam maar zeker vorm krijgt. Daarmee zet Nederland opnieuw een stap richting een duurzamer en minder afhankelijk transportsysteem, waarin alternatieve brandstoffen een steeds grotere rol spelen.

Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt het belang van deze stap en wijst op de huidige geopolitieke spanningen. “De huidige crisis in het Midden-Oosten laat weer zien hoe afhankelijk we zijn van andere landen als het gaat om fossiele brandstoffen. We moeten daarom investeren in alternatieven. Waterstof is zo’n veelbelovend alternatief maar brengt wel hoge opstartkosten met zich mee. Ondernemers die de sprong willen wagen krijgen met deze subsidie een flinke steun in de rug. Zo bouwt Nederland verder aan een dekkend waterstofnetwerk.”

vrachtwagenheffing

De financiering van de regeling komt deels uit de opbrengsten van de vrachtwagenheffing, die op 1 juli 2026 wordt ingevoerd. Deze heffing verplicht eigenaren van vrachtwagens, zowel uit binnen- als buitenland, om per gereden kilometer te betalen. Daarbij geldt dat voertuigen die meer vervuilen ook meer betalen, terwijl schonere alternatieven zoals waterstof juist worden beloond. De opbrengsten van deze heffing vloeien terug naar de sector, onder meer via subsidies zoals deze, om innovatie en verduurzaming te stimuleren.

Dat eerdere steunmaatregelen effect hebben gehad, blijkt uit de resultaten van eerdere subsidierondes. Daaruit kwamen zeven nieuwe waterstoftankstations voort, terwijl nog eens zeven bestaande locaties werden uitgebreid om geschikt te maken voor zwaar transport. Daarnaast werden er in totaal 600 voertuigen aangeschaft, waarvan bijna 500 vrachtwagens. Met de nieuwe regeling hoopt het kabinet deze groei door te zetten en het netwerk verder uit te breiden.

Een dag vol waardering: waarom planners onmisbaar zijn voor elke organisatie

[{“id”:”15fc4db6″,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”51af80a1″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100},”elements”:[{“id”:”6c8f591″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”87″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”64ec21b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Vrijdag 6 maart 2026 staat in het teken van een beroepsgroep die zelden op de voorgrond treedt, maar zonder wie organisaties al snel vastlopen.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”1a5c3594″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

De Dag van de Planner is bedoeld om planners uit uiteenlopende sectoren erkenning te geven voor hun vaak onzichtbare maar onmisbare werk. Achter strakke schemau2019s, soepel lopende processen en het tijdig oplossen van knelpunten gaat dagelijks een grote dosis vakmanschap schuil. Deze dag biedt ruimte om daar bewust bij stil te staan en waardering uit te spreken.

Planners worden geregeld omschreven als de stille krachten achter de schermen. Zij zorgen ervoor dat mensen, middelen en tijd samenkomen op het juiste moment. Of het nu gaat om logistiek, zorg, onderwijs, politie, evenementen of horeca, overal waar planning een rol speelt, zijn zij degenen die rust brengen in de chaos. Hun werk vraagt om overzicht, stressbestendigheid en een scherp oog voor detail. Juist omdat dat werk vaak vanzelfsprekend lijkt, is een speciale dag meer dan gerechtvaardigd.

persoonlijk

De Dag van de Planner leent zich uitstekend voor persoonlijke en doordachte gebaren. Waardering zit niet per se in grote cadeaus, maar vooral in de aandacht die eraan wordt besteed. Een goed begin van de dag kan bijvoorbeeld een verzorgd ontbijt zijn dat bij de planner op het bureau of in een vergaderruimte wordt geserveerd. Afkomstig van een favoriete lunchzaak of een bekend restaurant laat zou2019n verrassing zien dat er is nagedacht over persoonlijke voorkeuren.

Ook investeren in professionele groei past bij deze dag. Het aanbieden van een training of workshop, gericht op geavanceerde planningstechnieken of projectmanagement, onderstreept het vertrouwen in de kwaliteiten van de planner en draagt bij aan verdere ontwikkeling. Daarnaast kan een gepersonaliseerd planbord, voorzien van een naam of inspirerende tekst, zowel praktisch als motiverend werken in de dagelijkse werkomgeving.

erkenning

Erkenning binnen de organisatie speelt eveneens een belangrijke rol. Een moment van lof tijdens een teamoverleg of een bericht op het interne communicatieplatform vergroot de zichtbaarheid van het werk dat planners verzetten. Voor velen kan ook tijd het mooiste geschenk zijn. Een voucher voor een extra vrije dag geeft ruimte om op te laden en vormt een tastbaar teken van waardering voor de inzet gedurende het jaar.

Naast deze gebaren zijn er tallozeu00a0andere manierenu00a0om planners in het zonnetje te zetten. Denk aan slimme gadgets die het werk vergemakkelijken, een gezamenlijke activiteit zoals een escape room waarbij plannen centraal staat, of een persoonlijke videoboodschap van collegau2019s waarin dank wordt uitgesproken. Bloemen blijven daarbij een klassiek en effectief middel om iemand zich gezien te laten voelen. Een boeket op het bureau kan de hele dag een glimlach oproepen.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”3c2ebcf”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”23″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”ee97f24″,”elType”:”widget”,”settings”:{“image”:{“url”:”https://pitane.blue/wp-content/uploads/2022/10/pitane_planning_dag_van_de_planner.png”,”id”:123478,”size”:””,”alt”:”dvdp”,”source”:”library”},”caption_source”:”attachment”},”elements”:[],”widgetType”:”image”},{“id”:”79610df”,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Door op 6 maart bewust stil te staan bij hun bijdrage, krijgen planners de erkenning die zij verdienen. Met persoonlijke aandacht en oprechte waardering wordt niet alleen een mooie dag gecreu00eberd, maar ook een blijvend positief effect op motivatie en welzijn.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”5bf0f67″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Samen eten is eveneens een krachtig moment van verbinding. Een gezamenlijke lunch op kantoor of een uitstapje naar een geliefd restaurant biedt gelegenheid om successen te vieren en herinneringen te delen. Persoonlijke cadeaus, zoals een bedrukte koffiemok, een waterfles, een wellnesspakket of zelfs een persoonlijke assistent voor een dag, laten zien dat het werk van planners serieus wordt genomen.

n

De mogelijkheden reiken verder dan materiu00eble geschenken. Een handgeschreven kaart, een rustige werkplek, een dag zonder vergaderingen of een abonnement op een relevant vakblad kunnen minstens zoveel impact hebben. Voor wie echt wil uitpakken, zijn er opties zoals een korte reis, een cadeau dat aansluit bij een hobby, een ingelijst certificaat of een donatie aan een goed doel in naam van de planner.

n

breed gedragen

n

De Dag van de Planner vindt jaarlijks plaats op de eerste vrijdag van maart en werd in het leven geroepen door Pitane Blue Media. Vanuit de logistieke sector ontstond het initiatief, maar inmiddels is de dag uitgegroeid tot een breed gedragen moment van erkenning voor planners in tal van vakgebieden. Het doel blijft onveranderd: laten zien hoe essentieel deze beroepsgroep is en hoeveel verschil aandacht en waardering kunnen maken.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”a985cca”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”92″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”5c1709b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”29″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”564a219″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”46″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”4adbe4d”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”2″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false}]

Structureel tekort: vrachtwagens zonder rustplek zorgen voor groeiende onrust

In de provincie Antwerpen zijn er gemiddeld 44 vrachtwagens voor elke beschikbare parkeerplaats.

Het nijpende tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen is uitgegroeid tot een algemeen erkend probleem dat zich niet langer beperkt tot één regio, maar symbool staat voor een structurele zwakte in het mobiliteitsbeleid. Dagelijks begeven tienduizenden vrachtwagens zich over de belangrijkste verkeersaders van het land, met een logistieke sector die blijft groeien en steeds hogere eisen stelt aan snelheid en flexibiliteit. Tegelijkertijd zijn chauffeurs wettelijk verplicht om rust te nemen na bepaalde rijtijden. Die verplichting staat buiten kijf en is essentieel voor de verkeersveiligheid, maar botst in de praktijk steeds vaker op een harde realiteit: er zijn simpelweg te weinig plaatsen waar die rust veilig en waardig kan worden genomen.

geïmproviseerde rustplaatsen

In provincies met een sterke logistieke aanwezigheid betekent dit dat tientallen vrachtwagens moeten concurreren voor één enkele parkeerplaats. Het gevolg laat zich raden. Parkings raken al vroeg in de avond overvol, chauffeurs rijden noodgedwongen verder in de hoop ergens nog een vrij plekje te vinden en stranden uiteindelijk op locaties die daar nooit voor bedoeld zijn. Pechstroken, op- en afritten en industrieterreinen veranderen zo in geïmproviseerde rustplaatsen. Dat leidt niet alleen tot frustratie bij chauffeurs, maar ook tot gevaarlijke situaties voor andere weggebruikers. Zware ongevallen waarbij stilstaande vrachtwagens betrokken zijn, tonen op pijnlijke wijze aan wat er misloopt wanneer regelgeving en infrastructuur elkaar niet meer volgen.

Een bijkomend probleem is de ongelijke spreiding van de bestaande parkeerplaatsen. Een groot deel bevindt zich in haven- of industriegebieden, ver weg van de snelwegen waar de nood het hoogst is. Chauffeurs plannen hun rij- en rusttijden zorgvuldig, maar dagelijkse files en onvoorspelbare verkeersdrukte maken die planning vaak onmogelijk. Wie zijn verplichte rustmoment nadert en vastzit in congestie, ziet de best uitgeruste parkings letterlijk voor zijn neus vol lopen. Tegen de avond stapelen vrachtwagens zich op, ver boven de capaciteit waarvoor de parking ooit werd ontworpen.

Foto: trucker houdt rust op parking

Naast het pure tekort aan plaatsen speelt ook de kwaliteit van de voorzieningen een rol. Veel parkings bieden nauwelijks sanitair, laat staan douches, beveiliging of ontspanningsmogelijkheden. De logistieke keten verwacht dat leveringen steeds sneller gebeuren. Bestellingen die vandaag geplaatst worden, moeten morgen al aan de deur staan. Vrachtwagens zijn rijdende magazijnen geworden en chauffeurs vormen de ruggengraat van dat systeem. Toch ervaren zij dat de ruimte om te rusten, letterlijk en figuurlijk, steeds kleiner wordt. De kloof tussen wat de markt vraagt en wat aan faciliteiten wordt aangeboden, groeit jaar na jaar.

langetermijnvisie

Ook beleidsmatig wordt het probleem erkend, maar de oplossingen blijven achter. Plannen voor uitbreiding of herinrichting van bestaande parkings stuiten vaak op ruimtelijke beperkingen en lange procedures. In sommige gevallen wordt vastgesteld dat uitbreiding de komende tien jaar niet haalbaar is. Dat vooruitzicht voedt de ongerustheid, want de logistieke sector staat niet stil. Zonder een duidelijke langetermijnvisie dreigt het tekort alleen maar groter te worden, met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Handhaving biedt slechts een gedeeltelijk antwoord. Parkeren op de pechstrook is verboden en wordt bestraft met stevige boetes. Wanneer een vrachtwagen door zijn positie een gevaar vormt voor het verkeer, grijpt de wegpolitie in en kan het voertuig worden weggesleept. Maar die aanpak voelt vaak als dweilen met de kraan open. Zodra een plek vrijkomt, neemt een andere chauffeur, even wanhopig op zoek naar rust, de plaats in. Permanente controle is onmogelijk en lost het onderliggende probleem niet op.

verantwoordelijkheid

De kern van de zaak blijft dat een moderne economie niet kan draaien zonder voldoende en veilige rustplaatsen voor wie haar goederen vervoert. De verantwoordelijkheid ligt deels bij de overheid, die moet zorgen voor een toekomstgerichte infrastructuur, en deels bij de sector zelf, die mee moet investeren in oplossingen. Zolang die gezamenlijke aanpak uitblijft, zullen chauffeurs blijven balanceren tussen wettelijke verplichtingen en praktische onmogelijkheid. Het tekort aan vrachtwagenparkings is daarmee geen tijdelijk ongemak, maar een structureel probleem dat vraagt om dringende en doordachte actie.

Een dag vol waardering: waarom planners onmisbaar zijn voor elke organisatie

Vrijdag 6 maart 2026 staat in het teken van een beroepsgroep die zelden op de voorgrond treedt, maar zonder wie organisaties al snel vastlopen.

De Dag van de Planner is bedoeld om planners uit uiteenlopende sectoren erkenning te geven voor hun vaak onzichtbare maar onmisbare werk. Achter strakke schema’s, soepel lopende processen en het tijdig oplossen van knelpunten gaat dagelijks een grote dosis vakmanschap schuil. Deze dag biedt ruimte om daar bewust bij stil te staan en waardering uit te spreken.

Planners worden geregeld omschreven als de stille krachten achter de schermen. Zij zorgen ervoor dat mensen, middelen en tijd samenkomen op het juiste moment. Of het nu gaat om logistiek, zorg, onderwijs, politie, evenementen of horeca, overal waar planning een rol speelt, zijn zij degenen die rust brengen in de chaos. Hun werk vraagt om overzicht, stressbestendigheid en een scherp oog voor detail. Juist omdat dat werk vaak vanzelfsprekend lijkt, is een speciale dag meer dan gerechtvaardigd.

persoonlijk

De Dag van de Planner leent zich uitstekend voor persoonlijke en doordachte gebaren. Waardering zit niet per se in grote cadeaus, maar vooral in de aandacht die eraan wordt besteed. Een goed begin van de dag kan bijvoorbeeld een verzorgd ontbijt zijn dat bij de planner op het bureau of in een vergaderruimte wordt geserveerd. Afkomstig van een favoriete lunchzaak of een bekend restaurant laat zo’n verrassing zien dat er is nagedacht over persoonlijke voorkeuren.

Ook investeren in professionele groei past bij deze dag. Het aanbieden van een training of workshop, gericht op geavanceerde planningstechnieken of projectmanagement, onderstreept het vertrouwen in de kwaliteiten van de planner en draagt bij aan verdere ontwikkeling. Daarnaast kan een gepersonaliseerd planbord, voorzien van een naam of inspirerende tekst, zowel praktisch als motiverend werken in de dagelijkse werkomgeving.

erkenning

Erkenning binnen de organisatie speelt eveneens een belangrijke rol. Een moment van lof tijdens een teamoverleg of een bericht op het interne communicatieplatform vergroot de zichtbaarheid van het werk dat planners verzetten. Voor velen kan ook tijd het mooiste geschenk zijn. Een voucher voor een extra vrije dag geeft ruimte om op te laden en vormt een tastbaar teken van waardering voor de inzet gedurende het jaar.

Naast deze gebaren zijn er talloze andere manieren om planners in het zonnetje te zetten. Denk aan slimme gadgets die het werk vergemakkelijken, een gezamenlijke activiteit zoals een escape room waarbij plannen centraal staat, of een persoonlijke videoboodschap van collega’s waarin dank wordt uitgesproken. Bloemen blijven daarbij een klassiek en effectief middel om iemand zich gezien te laten voelen. Een boeket op het bureau kan de hele dag een glimlach oproepen.

Foto: © Pitane Blue – dag van de planner

Door op 6 maart bewust stil te staan bij hun bijdrage, krijgen planners de erkenning die zij verdienen. Met persoonlijke aandacht en oprechte waardering wordt niet alleen een mooie dag gecreëerd, maar ook een blijvend positief effect op motivatie en welzijn.

Samen eten is eveneens een krachtig moment van verbinding. Een gezamenlijke lunch op kantoor of een uitstapje naar een geliefd restaurant biedt gelegenheid om successen te vieren en herinneringen te delen. Persoonlijke cadeaus, zoals een bedrukte koffiemok, een waterfles, een wellnesspakket of zelfs een persoonlijke assistent voor een dag, laten zien dat het werk van planners serieus wordt genomen.

De mogelijkheden reiken verder dan materiële geschenken. Een handgeschreven kaart, een rustige werkplek, een dag zonder vergaderingen of een abonnement op een relevant vakblad kunnen minstens zoveel impact hebben. Voor wie echt wil uitpakken, zijn er opties zoals een korte reis, een cadeau dat aansluit bij een hobby, een ingelijst certificaat of een donatie aan een goed doel in naam van de planner.

breed gedragen

De Dag van de Planner vindt jaarlijks plaats op de eerste vrijdag van maart en werd in het leven geroepen door Pitane Blue Media. Vanuit de logistieke sector ontstond het initiatief, maar inmiddels is de dag uitgegroeid tot een breed gedragen moment van erkenning voor planners in tal van vakgebieden. Het doel blijft onveranderd: laten zien hoe essentieel deze beroepsgroep is en hoeveel verschil aandacht en waardering kunnen maken.

Tekort aan parkeerplekken: chauffeurs behandeld als daklozen in Vlaardingen

De manier waarop de gemeente Vlaardingen omgaat met vrachtwagenchauffeurs zorgt voor groeiende woede en onbegrip in de transportsector.

Wat officieel wordt gepresenteerd als handhaving tegen buitenslapen, blijkt in de praktijk vooral een financiële val voor hardwerkende chauffeurs die simpelweg hun verplichte rust nemen. Volgens het online magazine BIGtruck worden in Vlaardingen de meeste boetes voor buitenslapen niet uitgedeeld aan daklozen, maar juist aan vrachtwagenchauffeurs die in hun cabine overnachten. Daarmee worden chauffeurs feitelijk op één hoop gegooid met daklozen, met boetes tot gevolg die kunnen oplopen tot honderden euro’s.

beboet

Lokale omroep Twee meldde dat in 2024 maar liefst driekwart van alle boetes voor buitenslapen in Vlaardingen is uitgedeeld aan vrachtwagenchauffeurs. Zij werden beboet omdat zij in hun voertuig verbleven. De gemeente hanteert daarbij een zeer ruime definitie van ‘buiten slapen’. Sinds 2013 is het binnen de gemeentegrenzen verboden om te overnachten in voertuigen of op de openbare weg. Deze maatregel was oorspronkelijk bedoeld om overlast tegen te gaan van dakloze arbeidsmigranten die door malafide werkgevers op straat werden gezet. In de praktijk treft deze regel vooral werkende chauffeurs die geen enkele andere optie hebben.

Wat begint als een administratieve verplichting om rust te nemen, eindigt steeds vaker in schrijnende en gevaarlijke situaties. Chauffeurs die de wet willen naleven, worden geconfronteerd met boetes, gesloten parkeerplaatsen en een gebrek aan begrip. Zolang structurele oplossingen uitblijven, blijven vluchtstroken en bedrijventerreinen het stille toneel van een probleem dat dagelijks levens op het spel zet.

De situatie wordt extra schrijnend door het verdwijnen van voorzieningen voor chauffeurs in Vlaardingen. Afgelopen juli sloot chauffeurscafé The Pittstop definitief de deuren. Tegelijkertijd werd het vrachtwagens verboden om nog langer te parkeren bij de bijbehorende parkeerplaatsen aan de Koningin Wilhelminahaven. Een alternatief werd niet aangeboden. Daarmee ontstond een bizarre situatie waarin de gemeente geen enkele legale parkeermogelijkheid voor vrachtwagens faciliteert, maar wel actief boetes uitdeelt aan chauffeurs die noodgedwongen ergens stil gaan staan. 

Foto: © Pitane Blue – Transport over de weg

Dat dit beleid zonder schaamte wordt uitgevoerd, onderstreept volgens velen hoe gering het respect voor vrachtwagenchauffeurs in Nederland nog altijd is, ondanks alle mooie woorden en publiekscampagnes.

Vrachtwagenchauffeurs zijn gebonden aan strikte Europese rij- en rusttijden. Na maximaal viereneenhalf uur rijden is een pauze van minimaal 45 minuten verplicht en per dag mag niet langer dan negen uur worden gereden. Deze regels worden nauwgezet gecontroleerd via de digitale tachograaf. Overtredingen leiden tot forse boetes. De Inspectie Leefomgeving en Transport deelt jaarlijks duizenden sancties uit aan chauffeurs die hun rijtijd overschrijden. Wie te lang doorrijdt, riskeert per overtreding honderden euro’s boete.

regelgeving

In de praktijk botsen deze regels steeds vaker met de werkelijkheid op de weg. Chauffeurs die hun rust willen nemen, ontdekken dat parkeerplaatsen vol zijn of simpelweg niet bestaan. “Op een gegeven moment heb je geen keuze meer. Of je stopt op de pechstrook, of je overtreedt de wet,” zegt chauffeur Chris Bunkers uit Limburg. “Ik kies voor het minst gevaarlijke van de twee.” Wat voor de chauffeur voelt als een noodzakelijke beslissing, kan echter grote gevolgen hebben.

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid en Rijkswaterstaat waarschuwen al jaren voor de risico’s van stilstaande voertuigen op de pechstrook. In 2024 vonden volgens beschikbare gegevens meer dan zestig incidenten plaats waarbij vrachtwagens betrokken waren die op de vluchtstrook geparkeerd stonden. In meerdere gevallen liep dit af met dodelijke ongevallen. De structurele parkeerproblematiek vormt daarmee niet alleen een logistiek probleem, maar ook een direct gevaar voor de verkeersveiligheid.

parkeerplaatsen

Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland becijfert dat Nederland momenteel een tekort heeft van ruim 4.400 vrachtwagenparkeerplaatsen. Vooral langs internationale corridors en bij grote logistieke knooppunten is de druk extreem hoog. Ook in omliggende landen zoals België en Duitsland is de situatie nijpend. Europese studies laten zien dat slechts één op de drie chauffeurs ’s nachts een veilige parkeerplek weet te vinden. Dat leidt tot stress, vermoeidheid en gevaarlijke situaties op de weg.

Uit de raadsmemo blijkt nu dat het grootste deel van de boetes voor buitenslapen niet naar daklozen gaat, maar naar vrachtwagenchauffeurs.

De sector heeft al eerder aan de bel getrokken en een verbeterplan aangeboden aan de toenmalige verantwoordelijke minister. Daarin wordt gepleit voor de snelle aanleg van extra parkeerplaatsen met basisvoorzieningen en beveiliging. Volgens de initiatiefnemers is uitstel onverantwoord. “De verkeersveiligheid is in het geding. We kunnen niet wachten tot het volgende ongeluk zich aandient,” staat in de aanbiedingsbrief.

Girteka waarschuwt: tekort aan chauffeurs dreigt Europa tot stilstand te brengen

CEO Mindaugas Paulauskas pleit voor versoepeling visumregels en betere arbeidsomstandigheden.

De Europese transportwereld kraakt onder een steeds grotere druk: het tekort aan beroepschauffeurs groeit sneller dan ooit en dreigt de economische motor van het continent stil te zetten. In 2024 stonden er in de Europese Unie al meer dan 426.000 vacatures voor vrachtwagenchauffeurs open, en volgens schattingen zal dat aantal tegen 2028 bijna verdubbelen. De oorzaak ligt niet alleen bij vergrijzing en de afnemende populariteit van het beroep, maar ook bij steeds striktere visumregels en een gebrek aan aantrekkelijk beleid voor instromers uit derde landen.

Volgens Mindaugas Paulauskas, CEO van Girteka Transport, is de grootste hindernis niet langer de motivatie van chauffeurs, maar de regelgeving. “De echte bottleneck vandaag is juridisch,” zegt hij. “Visumregels en werkvergunningsvereisten zijn veel strenger geworden dan enkele jaren geleden. Voor een bedrijf dat in heel Europa opereert, bepaalt dit hoe snel wij gekwalificeerde chauffeurs kunnen aannemen, zelfs wanneer het talent beschikbaar is.”

vrijheid en reizen

De aantrekkingskracht van het beroep neemt bovendien af bij jongeren, terwijl ervaren chauffeurs massaal met pensioen gaan of overstappen naar beter betaalde of minder stressvolle functies. De klassieke lokroep van vrijheid en reizen blijkt niet genoeg om nieuwe generaties aan te trekken. Paulauskas waarschuwt dat zonder ingrijpen de situatie alleen maar zal verergeren. “Zolang de Europese Unie geen gezamenlijk beleid ontwikkelt dat rekening houdt met de realiteit van de transportsector, blijven de tekorten toenemen. We moeten arbeidsmobiliteit bevorderen, niet beperken.”

Volgens Paulauskas mag het investeren in chauffeurs nooit afhangen van de economische omstandigheden. “Het is geen kwestie van korte termijn. De enige manier om stabiliteit en kwaliteit te behouden, is door de mens centraal te stellen: hun welzijn, veiligheid, werkomstandigheden en professionele groei.”

opleidingen

Girteka investeert daarom fors in opleidingen en moderne faciliteiten. “In 2026 plannen wij een investering van ongeveer 300.000 euro in onze opleidingscentra in Poznan en Šiauliai,” vertelt Paulauskas. “We versterken daar de competenties op het gebied van ladingbehandeling, temperatuurbeheersing en veiligheidssystemen.” Volgens hem zijn rust, gezondheid en veilige werkomstandigheden geen luxe, maar voorwaarden voor goed functioneren. “Wie het welzijn van chauffeurs negeert, creëert op termijn grotere problemen – voor de werknemers, de bedrijven en de sector.”

Foto: © Girteka Group – CEO, Mindaugas Paulauskas

“Chauffeurs zijn de toekomst van transport. Zonder te investeren in hun vaardigheden, welzijn en groeikansen kan de sector niet overleven. De bedrijven die dat vandaag begrijpen, zijn de winnaars van morgen.”

Mindaugas Paulauskas, CEO van Girteka Transport

Een belangrijk onderdeel van Girteka’s strategie is de vernieuwing van het wagenpark. De gemiddelde leeftijd van de vrachtwagens is slechts twee jaar. Comfort en veiligheid staan daarbij centraal. “Voor onze chauffeurs is de vrachtwagen geen voertuig, maar hun werkplek,” benadrukt Paulauskas.

Het bedrijf sloot begin dit jaar een overeenkomst met Volvo Trucks voor de aankoop van 2.000 nieuwe Volvo FH en FH Aero-trucks, uitgerust met de nieuwste technologieën. Dankzij financiering van OP Corporate Bank wil Girteka tussen 2025 en 2026 nog eens 8.000 extra vrachtwagens en trailers toevoegen. De nieuwe voertuigen zijn voorzien van moderne automatiserings- en veiligheidssystemen die de werkdruk verlagen en het rijcomfort verbeteren.

respect en waardering

Girteka zet zwaar in op sociale factoren om chauffeurs aan boord te houden. “Chauffeurs zijn onze collega’s. Net als ieder ander willen ze zich gewaardeerd voelen, voldoende rust hebben en een leven buiten het werk kunnen leiden,” zegt Paulauskas. Het bedrijf legt nadruk op respectvolle communicatie en een goede werk-privébalans, essentieel in een organisatie met meer dan 10.000 chauffeurs van verschillende nationaliteiten.

Hoewel salaris belangrijk blijft, gelooft Paulauskas dat geld alleen niet volstaat. “Zonder respect en de juiste omstandigheden blijft niemand op lange termijn. Het welzijn van onze chauffeurs is een prioriteit, omdat het alles beïnvloedt: van verkeersveiligheid tot klanttevredenheid.” Volgens hem blijft de interesse in het bedrijf groot. “We zien veel chauffeurs terugkeren die eerder bij Girteka werkten. Ze merken de verbeteringen in werkomstandigheden en kiezen opnieuw voor ons.”

beleid en industrie

Paulauskas benadrukt dat de crisis alleen kan worden opgelost als politiek en bedrijfsleven samenwerken. “Zonder regelgeving die aansluit bij de praktijk van de transportsector, lossen we dit tekort niet op.” Hij pleit voor versoepeling van de toelatingseisen voor chauffeurs van buiten de EU, betere afstemming van beladingsregels en meer steun voor gecombineerd vervoer. “Als dit beleid slim wordt uitgevoerd, kan het de druk verlichten zonder afbreuk te doen aan veiligheid en infrastructuur.”

Daarnaast wijst hij op de rol van klanten en infrastructuurbeheerders. “Faciliteiten als rustplaatsen, douches en veilige parkeerplekken hebben enorme invloed op hoe chauffeurs hun werk beleven. Alleen door partnerschap tussen transportbedrijven en klanten kunnen we echte verbeteringen bereiken.”

De Girteka Drivers Academy speelt een sleutelrol bij opleiding en ontwikkeling. De interne academie biedt trainingen over ladingbeveiliging, documentatie, ecologisch rijden en het gebruik van telematica. “Nieuwe chauffeurs integreren sneller en voelen zich gesteund, terwijl ervaren collega’s hun vaardigheden kunnen vernieuwen,” legt Paulauskas uit. “Zo tonen we dat we serieus investeren in de toekomst van onze mensen.”

Goud waard: miljoenenbesparing door gestandaardiseerde vrachtwagens

Hoe bedrijven miljoenen laten liggen door gemengde wagenparken.

Logistieke bedrijven staan op een kantelpunt zodra hun vrachtwagens hun economische levensduur bereiken.  De keuze lijkt eenvoudig: voertuigen één voor één vervangen of het complete wagenpark in één keer vernieuwen. Maar achter die beslissing gaat een complexe afweging schuil die over miljoenen euro’s aan operationele efficiëntie kan gaan.

Volgens Luuk Roelofs, directeur bij ClassTrucks Netherlands, onderschatten veel transportbedrijven de financiële impact van een gemengd wagenpark. “De realiteit op de markt is dat als je tien, dertig of zelfs meer identieke vrachtwagens wilt aankopen, je meestal beperkt bent tot het rechtstreeks bestellen bij fabrikanten tegen hoge prijzen, vaak met lange wachttijden”, legt hij uit. “De meeste dealers en handelaren hebben simpelweg niet dat volume aan overeenkomende specificaties. Je moet hard werken om de juiste partner te vinden, maar het is de moeite waard – de besparingen komen uit meerdere gebieden die zich in de loop van de tijd opstapelen.”

voorspelbaar

Bedrijven die kiezen voor standaardisatie profiteren van voorspelbare prestaties, lagere onderhoudskosten en eenvoudigere planning. “Met een gestandaardiseerd wagenpark werk je met bekende variabelen: een brandstofverbruikverschil van minder dan drie procent tussen voertuigen en gesynchroniseerde onderhoudsschema’s om de zestigduizend kilometer,” zegt Roelofs. “Alleen al deze voorspelbaarheid kan de planningstijd verkorten en de leveringsnauwkeurigheid verbeteren. En hoe groter het wagenpark, hoe groter het effect.”

De voordelen reiken verder dan alleen de planning. Routeoptimalisatie wordt eenvoudiger omdat alle combinaties van trekkers en opleggers compatibel zijn en identieke prestaties leveren. Dit zorgt ervoor dat planners zich volledig kunnen richten op efficiëntie, vooral tijdens piekperiodes of bij afwezigheid van chauffeurs.

Ook op administratief vlak blijkt standaardisatie een gamechanger. Het verwerken van één grote bestelling met identieke specificaties betekent minder contractonderhandelingen, minder leveringsafspraken en minder facturen. “Door voertuigen in bulk bij één partner in te kopen, minimaliseren bedrijven de tijd en logistieke kosten die gepaard gaan met het werken met meerdere leveranciers,” legt Roelofs uit. “Deze consistentie zorgt voor een uniform kwaliteitsniveau voor alle voertuigen, waardoor mogelijke verschillen in prestaties en onderhoudsvereisten later worden verminderd.”

uiterst effectief

Een van de duidelijkste voordelen is zichtbaar in de werkplaats. Gestandaardiseerde voertuigen maken voorspellend onderhoud niet alleen mogelijk, maar ook uiterst effectief. Onderzoek van het Deloitte Analytics Institute laat zien dat dit type onderhoud de productiviteit met 25 procent verhoogt, het aantal storingen met 70 procent vermindert en de onderhoudskosten met een kwart terugdringt. Roelofs geeft een concreet voorbeeld: “Het repatriëren van een pechgeval langs de weg kan snel tweeduizend euro kosten, tegenover vijfhonderd euro voor gepland onderhoud. Als u dertig identieke vrachtwagens exploiteert, kunt u defecten voorspellen op basis van patronen in het hele wagenpark. Als tien vrachtwagens bij 180.000 kilometer vergelijkbare slijtage vertonen, kunt u de overige twintig proactief onderhouden voordat er problemen ontstaan.”

Daarnaast leidt standaardisatie tot een efficiënter voorraadbeheer. Waar een gemengd wagenpark soms vijftien verschillende typen filters nodig heeft, volstaan er bij een gestandaardiseerde vloot vaak drie. Dat betekent minder opslagkosten en korting bij bulkinkoop.

De conclusie is helder: gemengde wagenparken veroorzaken een opeenstapeling van inefficiënties – van onderhoud en training tot planning en inkoop – die de winstgevendheid aantasten. Standaardisatie biedt een structurele manier om deze verliezen om te zetten in besparingen, operationele rust en betere prestaties op lange termijn.

Ook de training van chauffeurs verloopt soepeler. Nieuwe bestuurders hoeven zich slechts één keer in te werken in een specifiek type vrachtwagen. “De veiligheidsvoordelen zijn duidelijk,” stelt Roelofs. “Wanneer een chauffeur in dezelfde week wisselt tussen een Scania en een Volvo, neemt het risico op operationele fouten toe. Verschillende remreacties, dode hoeken en bedieningsindelingen dragen allemaal bij aan veiligheidsrisico’s en efficiëntieverlies.” Chauffeurs die werken met vertrouwde voertuigen voelen zich bovendien comfortabeler en blijven langer bij hun werkgever, blijkt uit meerdere enquêtes in de sector.

uitdaging

Toch blijft de zoektocht naar voldoende identieke vrachtwagens een uitdaging. De tweedehandsmarkt is versnipperd en de meeste dealers beschikken slechts over een handvol voertuigen met dezelfde specificaties. “Deze marktleemte is precies de reden waarom gespecialiseerde leveranciers zoals ClassTrucks zich richten op jong gebruikte vrachtwagens in grote volumes,” zegt Roelofs. “Wij hebben voorraden van tien, dertig of meer identieke eenheden – hetzelfde model, bouwjaar en dezelfde specificaties. Voor bedrijven die hun wagenpark willen standaardiseren en tegelijkertijd de premies en wachttijden voor nieuwe voertuigen willen vermijden, is dit de optimale oplossing: onmiddellijke beschikbaarheid, vijftien tot vijfentwintig procent kostenbesparing ten opzichte van nieuwe voertuigen en alle operationele voordelen van standaardisatie.”

Wanneer klanten specifieke eisen hebben die verder gaan dan de beschikbare voorraad, biedt de samenwerking binnen de Girteka Group extra flexibiliteit. “In gevallen waarin we niet over de beschikbare voorraad ter plaatse beschikken, kunnen we klanten meestal de mogelijkheid bieden om een extra aantal vrachtwagens te reserveren die binnen enkele maanden worden geleverd,” besluit Roelofs. “Die vrachtwagens ondergaan uiteraard dezelfde onderhoudscontroles en -procedures als de vrachtwagens die we direct uit voorraad aanbieden.”

SPuLa-regeling heropend: subsidie voor publieke laadstations vrachtwagens

De Nederlandse transportsector krijgt opnieuw een stevige impuls richting duurzaamheid.

Sinds 13 mei 2025 kunnen bedrijven opnieuw gebruikmaken van de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPuLa), waarmee een budget van 15 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor de realisatie van publiek toegankelijke laadlocaties voor elektrisch vrachtvervoer. Deze maatregel maakt deel uit van een bredere strategie van de overheid om de klimaatdoelen te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren.

De eerste openstellingsronde van SPuLa, in oktober 2024, bleek een succes. Binnen korte tijd werden subsidies toegekend voor meer dan 200 (snel)laadstations, verspreid over heel Nederland. Deze laadpunten vormen een cruciale schakel in de transitie naar emissieloos zwaar vervoer, een sector die historisch gezien veel bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen. Volgens gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de belangstelling groot en zijn de eerste successen inmiddels zichtbaar op bedrijventerreinen en langs belangrijke logistieke routes.

voorwaarden

De vernieuwde regeling komt niet zonder voorwaarden. Zo moet een laadlocatie beschikken over een netaansluiting van minimaal 600 kVA bij aanvraag en moet de locatie toegankelijk zijn via een verharde weg van ten minste zes meter breed. Ook is bepaald dat de laadpunten minimaal veertig uur per week beschikbaar moeten zijn, tussen 09:00 en 21:00 uur. Met deze eisen wil de overheid garanderen dat de laadstations niet alleen beschikbaar zijn, maar ook functioneel bijdragen aan de dagelijkse praktijk van transporteurs.

De subsidie zelf bedraagt maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten. Voor laadstations met een vermogen tussen 200 kW en 350 kW kunnen bedrijven rekenen op een vaste bijdrage van 19.000 euro. Voor stations met een vermogen vanaf 350 kW loopt deze bijdrage op tot 43.000 euro. Ook wanneer de stroomvoorziening op de locatie onvoldoende is, biedt de regeling ruimte voor investeringen in stationaire batterijen. Hiervoor geldt een vergoeding van 80 euro per kWh aan opslagcapaciteit.

Niet alleen SPuLa is opnieuw geopend. Ook de subsidieregelingen SPriLa en SWiM staan dit jaar open voor aanvragen. SPriLa, gericht op laadinfra op privéterrein, werd op 25 maart 2025 opengesteld. Voor dit jaar is er een budget van ruim 60 miljoen euro beschikbaar. In 2024 resulteerde de regeling al in de aanleg van meer dan 6.300 laadpunten bij bedrijven. De aanpassingen aan de regeling maken het nu ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor duopalen en geïntegreerde batterijen, zonder dat een minimumaantal laadpunten vereist is.

SWiM

Tegelijkertijd is ook de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWiM) van kracht, die van 1 april tot en met 18 juni 2025 loopt. Deze regeling ondersteunt bedrijven die willen investeren in waterstoftankstations en voertuigen die op waterstof rijden. Het budget is verhoogd naar 40 miljoen euro. Voor tankstations geldt een maximale subsidie van 2 miljoen euro, goed voor 40 procent van de kosten. Voor voertuigen kan tot 80 procent van de meerkosten worden vergoed, met een maximum van 5 miljoen euro per aanvraag.

De drie regelingen laten zien dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat serieus werk maakt van de transitie naar duurzame mobiliteit. Door gericht te investeren in de laadinfrastructuur voor zowel elektrische als waterstofvoertuigen, moet het voor bedrijven aantrekkelijker worden om de overstap te maken. Het doel is duidelijk: een schonere, efficiëntere transportsector die past binnen de klimaatambities van Nederland.

FNV wil strengere regels: buitenlandse chauffeurs welkom maar niet tegen elke prijs

De komst van buitenlandse buschauffeurs naar het Nederlandse streekvervoer zorgt voor opluchting bij vervoersbedrijven én bij vakbond FNV.

De aanhoudende personeelstekorten in de sector dwingen vervoerders om verder te kijken dan de landsgrenzen. Voor de FNV is het echter cruciaal dat deze oplossing niet leidt tot een verslechtering van de veiligheid of arbeidsvoorwaarden. “Iedere werknemer die goed werk kan verrichten, terwijl wij kampen met flinke personeelstekorten, is een aanwinst,” zegt Marijn van der Gaag, bestuurder bij FNV Streekvervoer.

Met name in regio’s als Brabant en Limburg, waar het ziekteverzuim onder chauffeurs hoog ligt en de werkdruk fors is, worden steeds vaker buitenlandse chauffeurs ingezet om de dienstregeling overeind te houden. Deze tijdelijke verlichting zorgt ervoor dat het overgebleven personeel eindelijk de kans krijgt om verlof op te nemen. “Zij moeten ook kunnen uitrusten en hun werk veilig kunnen doen. Zonder ondersteuning lukt dat niet,” aldus Van der Gaag.

concurrentie

De vakbond ziet de instroom van buitenlandse chauffeurs dan ook niet als bedreiging, mits er strikt wordt toegezien op naleving van regels. “Veiligheidsrisico’s moeten voorkomen worden,” waarschuwt Van der Gaag. “Bijvoorbeeld wanneer het taalniveau onvoldoende is, kan dit leiden tot meer wrijving en incidenten met passagiers. Met name in het geval van calamiteiten mag het taalniveau niet ondermaats zijn. Dit kan gevaarlijke effecten opleveren.”

Naast veiligheid maakt de FNV zich ook zorgen over de concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Volgens Van der Gaag is het absoluut onacceptabel als vervoerders kiezen voor buitenlandse krachten omdat zij goedkoper zouden zijn. “Als arbeidsmigranten worden ingezet omdat ze goedkoper zijn, verdringt dat onze banen. Ook de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden mogen niet verslechteren,” stelt hij.

Om deze problemen te voorkomen, dringt de vakbond aan op nieuwe cao-afspraken binnen het streekvervoer. De inzet van buitenlandse chauffeurs moet volgens de FNV binnen de bestaande afspraken vallen, zonder dat er wordt ingeboet op rechten of beloning. De vakbond wil bovendien voorkomen dat buitenlandse chauffeurs worden uitgebuit of worden ingezet zonder de juiste begeleiding en scholing.

arbeidsmigranten

De roep om aanpassingen in de cao is niet nieuw. Al eerder waarschuwde de vakbond voor de risico’s van het structureel inzetten van arbeidsmigranten zonder heldere regelgeving. In eerdere stakingen dit jaar, onder meer in Eindhoven, werd al duidelijk dat de werkdruk voor Nederlandse chauffeurs op een breekpunt is aangekomen. De toevoeging van buitenlandse collega’s zou tijdelijk soelaas kunnen bieden, maar mag volgens FNV geen excuus zijn om structurele verbeteringen uit te stellen.

Met de gesprekken over een nieuwe cao op komst, hoopt FNV dat er bindende afspraken worden gemaakt over de inzet van buitenlandse chauffeurs, zodat misstanden worden voorkomen. “We willen dat iedereen onder dezelfde voorwaarden werkt, ongeacht waar je vandaan komt,” zegt Van der Gaag.

Beurzen kelderen: VS zet mes in wereldhandel met nieuwe tarieven

De Verenigde Staten hebben vanochtend een universeel invoertarief van tien procent ingevoerd op goederen die het land binnenkomen vanuit het buitenland.

Het nieuwe tarief geldt bovenop de bestaande douanerechten en zorgt voor wereldwijde beroering, met zware verliezen op de aandelenmarkten als direct gevolg. Enkel een select aantal producten blijft voorlopig vrijgesteld, terwijl de verhoogde tarieven voor specifieke handelspartners zoals de Europese Unie en China pas op 9 april in werking treden.

De maatregel trad in werking om zes uur en één minuut Nederlandse tijd en geldt voor een breed scala aan importproducten. Vrijgesteld zijn onder andere olie, gas, koper, goud, zilver, platina, palladium, hout, halfgeleiders, farmaceutische producten en bepaalde zeldzame mineralen die niet op Amerikaanse bodem worden gewonnen. Daarnaast blijven producten zoals staal, aluminium en auto’s onderworpen aan een eerder vastgesteld invoertarief van 25 procent.

beurzen

Op de beurzen was de schok direct voelbaar. De S&P 500, de breed samengestelde graadmeter van de Amerikaanse beurs, verloor bijna zes procent en noteerde daarmee het grootste verlies over twee dagen sinds maart 2020, toen de coronacrisis wereldwijd voor paniek zorgde. De Dow-Jonesindex kelderde met 5,5 procent naar een niveau dat sinds het midden van vorig jaar niet meer werd bereikt. Op weekbasis leverde de Dow zelfs acht procent in, wat het slechtste resultaat in jaren betekent. Ook de technologiebeurs Nasdaq moest stevig inleveren en sloot 5,8 procent lager.

De nervositeit op de markten wordt gevoed door toenemende zorgen over een mogelijke wereldwijde recessie. De nieuwe tarieven worden gezien als een signaal dat de Amerikaanse regering onder leiding van Donald Trump vastberaden is om zijn handelsbeleid te verharden. Volgens de president zijn de invoerrechten onderdeel van een ‘wederkerig handelsbeleid’, waarmee hij naar eigen zeggen de binnenlandse economie wil beschermen tegen wat hij noemt oneerlijke concurrentie uit het buitenland.

Foto: © Pitane Blue – transport USA – Miami

Hoewel bepaalde producten tijdelijk worden gespaard, is het voor veel internationale handelspartners duidelijk dat het niet bij deze eerste stap zal blijven. Voor onder meer China en de Europese Unie zijn er vanaf 9 april al hogere tarieven aangekondigd: respectievelijk 34 procent voor Chinese producten en 24 procent voor Europese goederen. China heeft inmiddels gereageerd door aan te kondigen dat het vanaf 10 april op zijn beurt een invoertarief van 34 procent zal heffen op Amerikaanse producten.

tegenmaatregelen

De Europese Unie werkt eveneens aan tegenmaatregelen, en binnen de diplomatieke kringen groeit de vrees voor een kettingreactie van protectionistische maatregelen wereldwijd. Ondertussen verliezen beleggers het vertrouwen en zoeken zij massaal hun toevlucht tot veiliger investeringen, wat de volatiliteit op de markten verder aanjaagt.

De aankondiging van de invoertarieven en de reactie daarop markeren een nieuwe fase in het internationale handelsklimaat. Economische grootmachten lijken zich op te maken voor een langdurige confrontatie, waarbij wederzijdse heffingen het handelsverkeer ernstig kunnen verstoren. Wat begon als een strategisch politiek signaal dreigt nu uit te monden in een wereldwijde economische clash, met gevolgen die ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten voelbaar zijn.

Inspectie houdt gewoon toezicht: nepnieuws over stopzetting handhaving zorgt voor opschudding

Op 1 april is het opletten geblazen bij alles wat er in de media verschijnt, en dat bewees Lisa Kok, tachograafspecialist bij Roadsoft, met een gewaagde grap op haar sociale media.

Ze schreef dat ze per direct op non-actief werd gesteld omdat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het gebruik van de tachograaf niet langer zou handhaven. Haar mededeling kwam onverwacht en verwees naar een plotselinge beleidswijziging waarbij de afdeling Tachograaf van de ILT per direct zou worden opgeheven.

Als verklaring voor deze drastische stap gaf ze aan dat het defensiebudget werd verhoogd en dat elke euro daarvoor noodzakelijk was. In haar bericht klonk dat dit betekende dat vanaf 1 april geen enkele controleambtenaar zich nog zou bezighouden met het toezicht op rij- en rusttijden van chauffeurs. Volgens de gepresenteerde uitleg vanuit ILT zou men nu volledig vertrouwen op de verantwoordelijkheid van de chauffeurs zelf.

verdeeldheid

De uitlating zorgde voor verdeeldheid binnen de transportsector. Enkele vervoerders reageerden opgetogen en spraken hun opluchting uit over het vermeende einde van wat zij als een overgereguleerd systeem beschouwen. Eén van hen liet weten: “Eindelijk kunnen we weer plannen op gezond verstand in plaats van op basis van die ingewikkelde regels.” Deze reactie typeerde de frustratie die bij sommige vervoerders leeft over de complexe tachograafregels.

Foto: Benelux controle © ILT

Inspectie houdt gewoon toezicht ondanks stunt van tachograafspecialist

De ophef bleek echter gebaseerd op een verzonnen scenario. Lisa Kok had een 1 aprilgrap uitgehaald die bij velen even een zucht van opluchting, maar bij anderen ook bezorgdheid veroorzaakte. Ze erkende later dat ze zich zeer bewust was van het risico om met zo’n gevoelig onderwerp de spot te drijven. De grap had haar doel bereikt: aandacht genereren en discussie aanwakkeren over de regelgeving in de sector.

coulancheperiode

Hoewel er begin 2025 wel degelijk een coulanceperiode komt rond de invoering van de slimme tachograaf versie 2, waarbij de nadruk ligt op bewustwording in plaats van boetes, is er geen sprake van dat de ILT volledig stopt met handhaving. De wetgeving omtrent rij- en rusttijden blijft van kracht, net als de controle daarop.

Voor sommigen was de grap slechts een kortstondige fantasie waarin de droom werkelijkheid leek te worden. Anderen zagen het vooral als een ongepaste manier om een serieus thema aan te snijden. Toch heeft Lisa Kok met haar actie duidelijk gemaakt hoe gevoelig het onderwerp is binnen de branche. Zelf zal ze er waarschijnlijk nog even van nagenieten, want het effect van haar bericht liet zich voelen tot ver buiten haar netwerk.

FNV luidt noodklok: uitbuiting van chauffeurs op Venlose parkeerplaats

Op een bewaakte vrachtwagenparkeerplaats in Venlo voltrekt zich een schrijnende situatie.

Vier vrachtwagenchauffeurs uit Centraal-Azië voeren al wekenlang actie tegen hun werkgevers, grote Litouwse transportbedrijven die hen hun beloofde loon onthouden en hen blootstellen aan uitbuiting. Vakbond FNV maakt zich ernstig zorgen over hun veiligheid en spreekt van grove mensenrechtenschendingen.

De chauffeurs, werkzaam voor de Litouwse transportgiganten Baltic Transline, Hegelmann en Hoptrans, rijden voornamelijk in West-Europa. In plaats van een stabiele baan en eerlijk loon, verkeren ze in een situatie van permanente onzekerheid. Ze zijn onder druk gezet om tachograaffraude te plegen en te liegen tegen politieagenten bij controles. Daarnaast worden ze geïntimideerd en geconfronteerd met dreigementen, zoals inhouding van hun loon of ontslag.

De situatie escaleerde toen de chauffeurs hun beklag deden en zich aansloten bij een collega die eerder al door de politie was geholpen. Op de bewaakte parkeerplaats in Venlo zochten ze veiligheid, maar ook daar voelen ze zich niet gerust. Hun contracten zijn inmiddels beëindigd en hun werkgevers dreigen met juridische stappen in Litouwen. De vrachtwagens waarin ze sliepen zijn moedwillig onklaar gemaakt, waardoor de chauffeurs zonder stroom en verwarming zitten. Om zich tegen de kou te wapenen, gebruiken ze gasbranders.

Foto: FNV

De chauffeurs in Venlo hopen dat de druk op hun werkgevers toeneemt en dat ze uiteindelijk krijgen waar ze recht op hebben: hun loon, de benodigde documenten en een veilige terugkeer naar huis. Ondertussen blijven ze standhouden op de parkeerplaats, ondanks de kou en de intimidatie.

De FNV steunt de strijd van de chauffeurs en roept de afnemers van de Litouwse transportbedrijven op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Veel van deze klanten zijn grote Europese bedrijven, waaronder supermarktketens en autofabrikanten. Volgens de Europese wetgeving zijn zij verplicht in te grijpen als er sprake is van mensenrechtenschendingen binnen hun toeleveringsketen.

Een recente uitspraak van de Nederlandse Arbeidsinspectie bevestigt dat er in deze zaak sprake is van uitbuiting. Eerder werd een chauffeur uit Oezbekistan, eveneens in dienst van Baltic Transline, door tussenkomst van de FNV erkend als slachtoffer van mensenhandel. Dit onderstreept de ernst van de situatie en de structurele problemen in de sector.

structurele misstanden

De FNV benadrukt dat dit geen op zichzelf staand incident is, maar symbool staat voor bredere misstanden in de Europese transportsector. Ondanks duidelijke regels blijven malafide transportbedrijven werknemers uitbuiten, vaak met de zekerheid dat ze niet worden aangepakt. De vakbond waarschuwt dat veel Oost- en Centraal-Aziatische chauffeurs in Europa onder vergelijkbare omstandigheden werken en dat handhaving tekortschiet.

“Dit is geen uitzondering, maar een patroon,” aldus een woordvoerder van de FNV. “Werkgevers komen er keer op keer mee weg, omdat controlemechanismen falen en klanten hun ogen sluiten voor deze praktijken.”

CBS: export naar Verenigd Koninkrijk verliest terrein sinds Brexit

Sinds de Brexit heeft de Nederlandse goederenexport naar het Verenigd Koninkrijk een flinke knauw gekregen.

Vooral de wederuitvoer en quasi-doorvoer zijn de grote verliezers in deze veranderde handelsrelatie, zo blijkt uit de nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die zijn gepubliceerd in het rapport ‘Nederland Handelsland 2024’. De export van goederen van Nederlandse makelij naar het VK is weliswaar gestegen, maar deze toename blijft ver achter bij de groei van de export naar andere landen, zowel binnen als buiten de Europese Unie.

De achteruitgang in de wederuitvoer is opvallend. Terwijl Nederland tussen 2020 en 2023 een toename van 83 procent zag in de wederuitvoer naar alle landen, bleef de export naar het VK hier sterk bij achter. In 2020, het jaar waarin de Brexit officieel werd voltooid, lag de wederuitvoer van goederen naar het VK al drie procent onder het niveau van 2015, het jaar waarin het Brexit-referendum werd gehouden. Die trend zette zich voort, want ook in 2023 was er geen verbetering zichtbaar, ondanks de hoge inflatie die normaliter voor hogere exportwaarden zou zorgen.

elektronica

Een goed voorbeeld van deze achterblijvende wederuitvoer zijn elektronica zoals telefoons, modems en routers. Waar Nederland in 2015 nog aanzienlijke hoeveelheden van deze producten via wederuitvoer naar het VK stuurde, is de export hiervan in 2023 bijna gehalveerd. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze goederen tegenwoordig rechtstreeks vanuit Aziatische landen zoals China naar het VK worden vervoerd, waardoor Nederland een belangrijk tussenstation is verloren. Andere belangrijke wederuitgevoerde producten zoals medische instrumenten en apparaten, en medische artikelen zoals pacemakers en implantaten, laten daarentegen een stabieler beeld zien. De exportwaarde van deze productgroepen is in 2023 vrijwel gelijk aan die van 2015.

Naast de wederuitvoer is ook de quasi-doorvoer van goederen naar het VK sterk gedaald. In 2023 was de waarde van deze doorvoer ruim gehalveerd ten opzichte van 2015. In de quasi-doorvoer speelt Nederland een logistieke rol, waarbij goederen via Nederland tijdelijk worden opgeslagen en vervolgens naar het VK worden doorgestuurd. De sterke daling in deze handelsstroom geeft aan dat het VK sinds de Brexit meer producten direct importeert, zonder tussenkomst van de Nederlandse logistieke sector. Dit verlies is extra schrijnend, aangezien de totale quasi-doorvoer naar andere landen in dezelfde periode juist met 65 procent is toegenomen.

achterblijvende groei

Hoewel de wederuitvoer en quasi-doorvoer achterblijven, biedt de export van Nederlandse makelij een lichtpuntje. De waarde van deze export is tussen 2015 en 2023 met 38 procent gestegen, van 18,9 miljard euro naar 26,1 miljard euro. Toch is ook hier sprake van een achterblijvende groei, want de totale export van Nederlandse producten naar alle landen steeg in dezelfde periode met 57 procent. Zelfs binnen de Europese Unie, waar geen Brexit-problemen spelen, nam de export in deze mate toe. Deze cijfers benadrukken dat de handelsrelatie met het VK, ondanks de stijging in absolute getallen, een stuk trager groeit dan die met andere markten.

Foto: © Pitane Blue – Frederiksen Transport Eindhoven

Eén van de weinige sectoren waar Nederland nog stevig aan het VK verdient, is de export van geraffineerde aardolieproducten. Dit is qua exportwaarde de grootste productgroep. Waar Nederland in 2015 voor 1,1 miljard euro aan olieproducten naar het VK exporteerde, was dat bedrag in 2023 opgelopen tot 3,9 miljard euro. Deze stijging is echter vooral toe te schrijven aan hogere prijzen, niet aan een groter volume. De vraag naar olieproducten vanuit het VK blijft dus aanwezig, maar met de toenemende focus op duurzaamheid en de energietransitie is het maar de vraag hoe lang deze inkomstenbron nog standhoudt.

bloemen en planten

Naast aardolieproducten blijven bloemen en planten, groenten en wortels belangrijke exportproducten voor Nederland. Deze productgroepen waren in 2015 al grote spelers in de export naar het VK en dat is in 2023 niet veranderd. Echter, ook in deze sectoren lijkt het plafond in zicht, gezien de toenemende druk vanuit zowel milieuregels als stijgende kosten voor het transport en de logistiek, die sinds de Brexit complexer zijn geworden door nieuwe douaneregels en controles.

De cijfers laten duidelijk zien dat de Brexit een blijvende impact heeft op de Nederlandse export naar het Verenigd Koninkrijk. De wederuitvoer en quasi-doorvoer hebben flinke klappen gekregen, en zelfs de export van Nederlandse producten groeit minder sterk dan naar andere markten. Hoewel Nederland nog altijd belangrijke goederen zoals olie, bloemen en groenten naar het VK exporteert, is het duidelijk dat de handel met de Britten sinds de Brexit een stuk moeizamer verloopt.

Bron: CBS

Innovatie: Barry Callebaut verlaagt ecologische voetafdruk met elektrische vrachtwagens

Barry Callebaut, een van ’s werelds grootste chocoladeproducenten, heeft onlangs een belangrijke stap gezet in de richting van duurzaam transport .

Door elektrische vrachtwagens in te zetten voor het vervoer van verse chocolade tussen zijn fabriek in Wieze en het distributiecentrum in Lokeren past deze groene innovatie in de bredere strategie van het bedrijf om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en logistieke processen te verduurzamen.

Het opladen van deze elektrische vrachtwagens gebeurt via snelladers die zijn geïnstalleerd op de site in Lokeren, waar Barry Callebaut drie jaar geleden een ultramodern distributiecentrum opende. Dit distributiecentrum, gelegen naast de E17, werd ontwikkeld door WDP, een toonaangevende ontwikkelaar van logistiek vastgoed.

“We bekijken constant alle noden van onze klanten om hun logistieke activiteiten niet alleen zo efficiënt mogelijk, maar ook zo milieuvriendelijk mogelijk te maken. Daarom hebben we met WDP ook voluit geïnvesteerd in de laadinfrastructuur om de trucks snel en efficiënt te kunnen laden,” verklaarde Svetlana Nikolayonok, businessdeveloper bij WDP Energy, tegenover Made in, het regionaal betrokken nieuwsmerk voor inspiratie en nieuws van en voor ondernemend Vlaanderen.

Om de elektrificatie van het logistieke transport tussen Wieze en Lokeren te ondersteunen, heeft Barry Callebaut twee Alpitronic Hyperchargers geïnstalleerd. Deze laders, met een indrukwekkende capaciteit van 300kW per stuk, zorgen ervoor dat de elektrische vrachtwagens snel kunnen worden opgeladen. 

Foto: Svetlana Nikolayonok

Hoewel het precieze aantal elektrische vrachtwagens dat bij deze operatie is betrokken niet openbaar is gemaakt, is het duidelijk dat de belangrijkste uitdaging in het project ligt in het minimaliseren van de uitvaltijd van de trucks voor het opladen.

Wannes van Rysselberghe, logistiek manager bij het Barry Callebaut Global Distribution Center, benadrukte de complexiteit van deze operatie: “Er is zeer weinig tijd om op te laden.” Om aan deze uitdaging te voldoen, werd een innovatieve planningsstrategie ontwikkeld, gecombineerd met de installatie van krachtige oplaadstations, waardoor de trucks vrijwel ononderbroken kunnen rijden.

Dit nieuwe elektrische transportinitiatief past in een bredere duurzaamheidsstrategie van Barry Callebaut, die ook zichtbaar is in het ontwerp van het distributiecentrum in Lokeren. Het magazijn is uitgerust met zonnepanelen die op piekmomenten tot 4 MW aan zonne-energie opwekken. Daarnaast maakt het gebruik van geothermie voor het verwarmen en koelen van het gebouw. Deze energiezuinige technieken dragen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot en het verhogen van de energie-efficiëntie van het bedrijf.

Foto: Barry Callebaut

Met deze stap zet Barry Callebaut een belangrijk voorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie, waar duurzaamheid steeds meer een kritische factor wordt in de waardeketen. Door te investeren in groene technologieën, zoals elektrische vrachtwagens en hernieuwbare energie, toont het bedrijf zijn toewijding om niet alleen hoogwaardige chocolade te produceren, maar dit ook op een manier te doen die het milieu zo min mogelijk belast.

De implementatie van elektrische vrachtwagens en de bijbehorende infrastructuur is een belangrijke mijlpaal voor Barry Callebaut en kan mogelijk een precedent scheppen voor andere bedrijven in de sector om soortgelijke stappen te ondernemen. De combinatie van snelle laadinfrastructuur en een energiebewust distributiecentrum zorgt ervoor dat het bedrijf zijn logistieke operaties niet alleen duurzamer, maar ook efficiënter maakt.

Bouwhubs: bouwsector worstelt met lage beladingsgraad vrachtauto’s

Het aantal berichten over lege vrachtwagens in de bouwsector blijft toenemen, ondanks pogingen om de efficiëntie te vergroten.

Volgens Paul van der Linde, clustermanager bouw en secretaris deelmarkt afvalstoffentransport, wordt er te vaak kritiek geuit op transportondernemers. “Uiteraard is er ruimte voor verbetering, maar de grootste potentiële winst zit in de keten bij de verladers, zeker in de bouw. Iedere logistieke keten kent een verschillende dynamiek en verschillende schakels. Er zijn ook veel overeenkomsten, dus ketens kunnen van elkaar leren,” aldus van der Linde.

De bouwsector is al jaren bezig om de logistieke efficiëntie te vergroten. Diverse projecten, waarbij producenten, handelaren, transporteurs, onderwijsinstituten en andere spelers betrokken zijn, richten zich op meer centrale regie op transportbewegingen naar en van bouwplaatsen. Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieve modaliteiten, zoals vervoer over water. Sommige aannemers hebben hier al stappen in gezet, maar het blijft een uitdaging. Elke verandering in de bouwketen kan het bouwproces verstoren of vertragen, waarbij tijd en geld een grote rol spelen.

verklaring

In een document somt Paul van der Linde alle factoren op die de beladingsgraad in de bouw verklaren. Soms is verhoging überhaupt niet mogelijk en vaak zijn de verladers bepalend of er vrachten gecombineerd kunnen worden. Een van de grote problemen binnen de bouwlogistiek is de beladingsgraad van vrachtwagens. “De beladingsgraad van vrachtauto’s in de bouw is uiteraard geen 100%, zelfs geen 90%, ook geen 80%, maar zal gemiddeld rond de 50% schommelen. Soms kom ik het cijfer 40% tegen,” stelt Van der Linde. Hij benadrukt echter dat het lage cijfer in veel gevallen logisch en verklaarbaar is.

Volgens Paul van der Linde is het van belang om altijd appels met appels te vergelijken. Gaan we uit van beladingsgraad op gewicht of volume? Beschouwen we alleen de beladen ritten of nemen we ook de retourritten mee? Een schijnbaar lege vrachtwagen kan op gewicht vol beladen zijn, en andersom kan een zichtbaar volle vrachtwagen qua gewicht voor minder dan 50% beladen zijn. Vooral in de wegenbouw komt het voor dat kippers vrijwel nooit een retourlading meenemen en daardoor vaak voor 50% beladen zijn: vol heen, leeg terug. 

Ook prefab elementen of heipalen zorgen voor bijna lege vrachtwagens, hoewel deze toch op hun maximale gewicht zitten. In de afbouwfase, waarin kleinere hoeveelheden materialen worden vervoerd, kan de beladingsgraad soms wel hoger zijn, maar dat hangt ook af van het moment waarop de lading beschikbaar is. Bovendien spelen rondritten van leveranciers en vervoerders tijdens deze fase een rol, waarbij goederen op meerdere bouwplaatsen worden geleverd. Hierdoor wordt het vaststellen van de beladingsgraad complexer.

Foto: © Pitane Blue – containervervoer

“Soms is verhoging überhaupt niet mogelijk, bv kiepauto’s, bouwafval, en exceptioneel transport”

Paul van der Linde

De komst van milieuzones en bouwhubs in stedelijke gebieden biedt echter kansen voor een efficiëntere ‘last mile’. Bouwhubs, bedoeld om de binnenstad te ontlasten, maken het mogelijk om materialen te consolideren en met volle en zero-emissie voertuigen just-in-time naar de bouwplaats te brengen. Het traject van leverancier naar bouwhub is in theorie minder tijdkritisch, waardoor leveringen ook ’s avonds of ’s nachts kunnen plaatsvinden. 

Dit biedt vervoerders meer tijd om heen- en retourvrachten te combineren en zo de efficiëntie te verhogen. Een bouwhub kan daarmee een oplossing bieden voor enkele van de eerder genoemde knelpunten. Het vormt een buffer in tijd en ruimte en creëert optimalisatieruimte voor leveranciers om leveringen te combineren tot volle vrachtwagenladingen. Dit vereist echter wel vertrouwen in de leveringsbetrouwbaarheid op de last mile.

bouwhub

Er zijn echter beperkingen aan het gebruik van bouwhubs. Zware materialen zoals vloeren, prefab wanden en heipalen wil men liever niet tussentijds afladen op een bouwhub. Deze moeten rechtstreeks naar de bouwplaats worden gebracht. Toch biedt het concept van de bouwhub voordelen, vooral voor de efficiëntie en het milieu.

Nederland is koploper in de EU als het gaat om recycling van bouw- en sloopafval; momenteel wordt 95% van al dit afval gerecycled of hergebruikt. Dit betekent dat er weinig tot geen waarde verloren gaat en dat de secundaire grondstoffen kwalitatief even goed zijn als primaire grondstoffen. Toch blijft er een uitdaging bestaan in het gebruik van secundaire grondstoffen. Vanwege imago en soms dalende prijzen van primaire grondstoffen, blijft het gebruik van secundaire materialen achter. Hier ligt een taak voor de overheid, die producenten zou moeten verplichten een minimaal percentage secundaire grondstoffen te gebruiken om de gewenste circulaire economie te bereiken.

Daling goederenvervoer door Nederlandse vrachtauto’s: laagste sinds 2015

Deze afname komt vooral doordat er minder goederen binnen de Nederlandse landsgrenzen werden vervoerd.

Nederlandse vrachtauto’s vervoerden vorig jaar 642 miljoen ton goederen, een daling van 7 procent ten opzichte van 2022 en daarmee het laagste gewicht sinds 2015, aldus nieuwe cijfers van het CBS. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een vermindering in het binnenlandse transport, waar het vervoerde gewicht met 8,3 procent daalde naar 526 miljoen ton.

Het internationaal vervoer door Nederlandse vrachtauto’s daalde minder scherp, met slechts 0,9 procent naar 116 miljoen ton. Dit is een verbetering ten opzichte van 2022, toen het internationale vervoer met 9,1 procent afnam. Deze cijfers suggereren een stabilisatie in het grensoverschrijdende transport, ondanks de bredere neerwaartse trend.

Bij nadere analyse blijkt dat de bouwsector zwaar getroffen is door deze daling. Het vervoerde gewicht van bouwmaterialen zoals zand, grind en andere benodigdheden voor de bouwnijverheid nam met 12,1 procent af, van 140 miljoen ton in 2022 naar 123 miljoen ton in 2023. Dit weerspiegelt een krimp in de bouwactiviteiten in Nederland, mogelijk als gevolg van stijgende kosten en een afnemende vraag.

Ook het vervoer van landbouwgoederen en overige voedingsproducten liet een daling zien, met een afname van 5,3 procent. Deze vermindering in transport kan wijzen op veranderende agrarische omstandigheden en consumptiepatronen.

Een interessant contrast is te zien in de handel met België en Duitsland. Het vervoerde gewicht van en naar België daalde met 5,9 procent, oftewel 2,3 miljoen ton, een daling die zichtbaar is zowel bij het vervoer naar als vanuit België. Aan de andere kant steeg het transport van en naar Duitsland met 1,6 procent. Opmerkelijk is dat het vervoer vanuit Duitsland sterker toenam dan het vervoer naar Duitsland, wat kan wijzen op een groeiende import vanuit onze oosterburen.

Foto: © Pitane Blue – Frederiksen Transport Eindhoven

De beroepsvervoerders in Nederland, die verantwoordelijk zijn voor bijna 81 procent van het totale vervoerde gewicht, vervoerden in 2023 ruim 519 miljoen ton goederen, een afname van 7,5 procent. Dit toont aan dat de professionele transportsector aanzienlijk geraakt wordt door de dalende transportvolumes. Daarnaast nam het eigen vervoer, waarbij bedrijven hun eigen goederen transporteren, met 5 procent af tot 123 miljoen ton.

Deze cijfers wijzen op een bredere economische trend waarbij diverse sectoren in Nederland minder goederen vervoeren, mogelijk als gevolg van economische onzekerheden, stijgende kosten en veranderende marktbehoeften. Het is van belang om te monitoren hoe deze trends zich ontwikkelen in 2024 en welke maatregelen mogelijk nodig zijn om de transportsector te ondersteunen en te versterken.