Tag archieven: VDVN

BPM-verhoging: belastingmaatregel jaagt prijzen elektrische bussen tot 30.000 euro omhoog

De aankondiging van een fikse BPM-verhoging op zero-emissie rolstoelbussen zorgt voor beroering in de zorg- en taxivervoersector.

Waar het kabinet met fiscale maatregelen inzet op verduurzaming, dreigt juist een essentiële doelgroep de dupe te worden van de nieuwe regels. De belastingmaatregel maakt uitstootvrije rolstoelbussen vanaf 1 januari 2025 tot wel dertigduizend euro duurder. Brancheverenigingen luiden de noodklok en overhandigden gisteren een dringende petitie aan de Tweede Kamer.

nihiltarief

Op maandag 22 april kwamen vertegenwoordigers van RAI Vereniging, de Vereniging Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN) en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) samen in Den Haag. Met in de hand een petitie gericht aan de Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat vroegen zij aandacht voor de onverwachte afschaffing van het zogenaamde nihiltarief voor rolstoelbussen. Dit besluit, onderdeel van een bredere herziening van de BPM-regeling, zorgt ervoor dat de sector voortaan 37,7 procent BPM moet betalen over voertuigen die tot voor kort nog waren vrijgesteld.

Deze wijziging raakt specifiek de zogeheten bijzondere personenauto’s. Dat zijn voertuigen die na aankoop worden aangepast voor rolstoelvervoer. Omdat deze categorie niet wordt belast op basis van CO2-uitstoot – zoals bij reguliere personen- of bestelauto’s het geval is – maar op cataloguswaarde, resulteert dit in een financiële strop. Uit berekeningen van diverse ombouwbedrijven blijkt dat de meerprijs voor een uitstootvrije rolstoelbus kan oplopen tot tussen de twintig- en dertigduizend euro

Van links naar rechts: Fred Teeven (KNV Zorgvervoer en Taxi), Fries Heinis (RAI Vereniging), Tobias Los (Willemsen- de Koning) en Sjoerd van der Woude (Tribus B.V.)

Fred Teeven, voormalig staatssecretaris en tegenwoordig voorzitter van KNV Zorgvervoer en Taxi, is uitgesproken kritisch over de gevolgen: “Als dit doorgaat, betekent het feitelijk een forse extra bezuiniging op het zorgvervoer. Er blijft nog minder budget over voor het vervoeren van kwetsbare mensen. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn.”

Opvallend is dat voor andere zero-emissievoertuigen wél een gunstig belastingklimaat geldt. Voor volledig elektrische bestelwagens blijft het BPM-tarief nul procent, terwijl voor elektrische personenauto’s een vast bedrag van 667 euro geldt. Teeven vindt het dan ook logisch dat rolstoelbussen gelijkgetrokken worden met elektrische bestelauto’s. “Omdat een zero-emissie rolstoelbus in de basis niets meer is dan een bestelauto die later wordt omgebouwd, is het logisch dat de belasting wordt gelijkgetrokken met die van elektrische bestelauto’s: nul procent,” aldus Teeven.

herziening

Het protest van de sector richt zich nadrukkelijk op staatssecretaris Tjebbe van Oostbruggen van Financiën. De petitie werd aangeboden voorafgaand aan het Kamerdebat over duurzaam vervoer. De initiatiefnemers vragen om herziening van het besluit, of op zijn minst een aangepaste regeling waarin ook rekening wordt gehouden met de maatschappelijke functie van zorgvervoer.

De belastingwijziging maakt deel uit van een reeks fiscale aanpassingen die dit jaar zijn ingegaan. Het kabinet wil met de hervorming van de BPM het wagenpark verder vergroenen. Toch wijzen deskundigen erop dat het effect averechts kan uitpakken voor sectoren die al kampen met krappe budgetten, zoals het doelgroepenvervoer. Voor organisaties die zich inzetten voor vervoer van mensen met een lichamelijke beperking of chronische aandoening dreigt het kostenplaatje onhaalbaar te worden.

Zonder aanpassing van de regels dreigt de verduurzaming van het zorgvervoer spaak te lopen. En erger nog: kwetsbare mensen dreigen letterlijk stil te komen staan.

VNG zet expertiseteam in voor verbetering leerlingenvervoer

De VNG gaat voor de korte en langere termijn verbeteringen onderzoeken met gemeenten, brancheorganisaties van vervoerders, OCW en de VDVN.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten gaat een expertiseteam inzetten voor het oplossen van de knelpunten in het leerlingenvervoer. De minister van OCW Robbert Dijkgraaf heeft de VNG gevraagd dit gezamenlijk met gemeenten op te zetten. In de debatten afgelopen herfst heeft de minister zelf toegezegd gemeenten een brief te sturen met praktische oplossingen voor de korte termijn.

Tegelijkertijd presenteerde onderzoeksbureau Oberon een monitor over de feiten, cijfers en beleidskeuzes van gemeenten. Deze resultaten worden nu opgepakt door het te vormen expertiseteam. Het team richt zich op zowel de korte als lange termijn. Oberon heeft brede kennis van praktijk, beleid en wetenschap en verenigt die werelden met elkaar in onderzoek en advies. Dat doen we op verschillende niveaus en voor uiteenlopende opdrachtgevers, zoals gemeenten, de rijksoverheid, schoolbesturen en landelijke organisaties als de sectorraden en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).

knelpunten

Na de vaststellingen van de lange reistijden geeft de minister aan dat een individuele reistijd van maximaal 45 minuten de regel zou moeten zijn. Een deel van de gemeenten is niet op de hoogte van de feitelijke reistijden van leerlingen. De VNG gaat voor de korte en langere termijn verbeteringen onderzoeken met gemeenten, brancheorganisaties van vervoerders, OCW en de VDVN (Vereniging doelgroepenvervoer Nederland). Vertegenwoordigers van deze partijen vormen samen een expertiseteam. Voor de korte termijn onderzoekt het expertiseteam hoe de reistijd in het leerlingenvervoer bij gemeenten wordt geregistreerd en hoe wordt hier grip opgehouden.

Een ander knelpunt is de klachtenafhandeling. Een deel van de gemeenten blijkt onvoldoende bekend te zijn met klachten van ouders en er moet meer aandacht komen voor de handhaving en evaluatie van in de contracten overeen gekomen afspraken met vervoerders.

Het is belangrijk om in gedachten te houden dat een efficiënte klachtenafhandeling niet alleen betekent dat klachten snel worden behandeld, maar ook dat ouders tevreden zijn met de oplossing van hun klacht.

Ook zijn vragen aan de orde over wat nodig is om de reistijd te controleren en waar mogelijk te beperken. Niet alleen is er aandacht voor de klachtenafhandeling, de wijze waarop ze binnenkomen en de vraag of ouders wel weten waar ze met een klacht terecht kunnen. Er zijn verschillende manieren om een efficiënte klachtenafhandeling op te zetten voor ouders met klachten over leerlingenvervoer.

Belangrijk is on een duidelijke klachtenprocedure te creëren. Dit betekent dat ouders weten hoe ze een klacht kunnen indienen en welke stappen er worden genomen om de klacht op te lossen. Klachten moeten zo snel mogelijk worden behandeld en ouders moeten op de hoogte worden gehouden van de voortgang van de oplossing van hun klacht. Door klachten te analyseren kan worden gezocht naar structurele problemen die aangepakt moeten worden. Na het behandelen van een klacht, moeten de nodige verbeteringen worden geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat een soortgelijke klacht niet opnieuw voorkomt.

Ook komt het gesprek tussen de gemeente en ouders over de aanvraag van leerlingenvervoer aan de orde en de vraag of tijdens het gesprek alle opties van leerlingenvervoer aan bod komen om gezamenlijk tot een passende oplossing te komen.

aanbesteding

De grote vraag blijft hoe we het onderwijs dicht bij de kinderen kunnen organiseren en hoe het doelgroepenvervoer inclusief kan worden aanbesteed, zodat efficiënt gebruik wordt gemaakt van het (beperkt) aantal chauffeurs? Een mogelijke oplossing is het gebruik van technologie, zoals GPS-tracking en online boekingssystemen, om het vervoer efficiënter te organiseren en te coördineren. Ook kunnen er afspraken gemaakt worden met vervoersbedrijven om speciaal opgeleide chauffeurs in te zetten voor doelgroepenvervoer.

Een andere aanpak kan zijn de ontwikkeling van een regionaal vervoersnetwerk, waarbij verschillende vervoersdiensten worden gecombineerd om een efficiëntere dienstverlening te bieden. Het is belangrijk om de specifieke behoeften van de doelgroep in overweging te nemen en samen te werken met ouders, vervoersbedrijven en andere relevante partijen om een oplossing te vinden die werkt voor iedereen.

Het doel van het expertiseteam is antwoord geven op deze vragen door in het hele land kennis op te halen en goede voorbeelden uit te wisselen. Zo kunnen de knelpunten gezamenlijk worden aangepakt en het leerlingenvervoer structureel worden verbeterd.

Het doel van de Monitor Leerlingenvervoer is om zicht te krijgen op ontwikkelingen in gemeentelijk beleid en het gebruik en de kosten van het leerlingenvervoer.

Met de Monitor Leerlingenvervoer is de omvang van het leerlingenvervoer in Nederland in beeld gebracht. Deze meting is in het najaar 2022 uitgevoerd onder Nederlandse gemeenten en betreft het schooljaar 2021/22. Eerder zijn er metingen gedaan over de periode van 2012 tot en met 2016. De monitor geeft daarmee ook enig zicht op de ontwikkelingen gedurende de afgelopen jaren. In 2022 is de monitor uitgevoerd door Oberon, in opdracht van het ministerie van OCW.