Tag archieven: verkiezingen

D66: Uitslag van verkiezingen zorgt voor minder asfalt en meer spoor

De verkiezingsnacht van 2025 is achter de rug. Een definitieve uitslag laat waarschijnlijk nog dagen op zich wachten.

Er worden nog stemmen geteld, maar de voorlopige prognose van de uitslag is bekend en laat een grote overwinning zien voor D66. Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

Vervoersarmoede in partijprogramma’s: effectieve aanpak ontbreekt

Vervoersarmoede komt in veel verkiezingsprogramma’s aan bod, maar effectieve oplossingen blijven uit.

Dit blijkt uit een analyse van mobiliteitsadviesbureau Goudappel, dat beleidsmakers onder meer adviseert over mobiliteitsvraagstukken bij woningbouw. Volgens het bureau zijn veel maatregelen te algemeen en wordt de ruimtelijke inrichting vergeten. “Vervoersarmoede gaat niet alleen over hoe duur een buskaartje is, maar ook over waar woningen en voorzieningen zijn”, aldus Thomas Straatemeier, senior adviseur mobiliteit & ruimte bij Goudappel. Goudappel analyseerde aspecten zoals betaalbaarheid, bereikbaarheid, nabijheid en toegankelijkheid in de verkiezingsprogramma’s. Partijen zoals GroenLinks-PvdA, D66, SP, Volt en ChristenUnie besteden relatief veel aandacht aan vervoersarmoede, terwijl andere partijen het thema nauwelijks benoemen. dure kostenpost Algemene maatregelen zijn ineffectief volgens Straatemeier: “Veel partijen pleiten voor beter ingericht ov én goedkoper ov, maar beide maatregelen kosten geld. Het is slimmer om alleen goedkoper ov aan te bieden aan groepen die dit echt nodig hebben, en het ov alleen daar te verbeteren waar dit het meeste oplevert. Oftewel: concreter te werk gaan.” Daarnaast is er volgens Straatemeier sprake van een paradox op het platteland: “Veel partijen willen dat autorijden goedkoop blijft, vooral op het platteland. Maar dat draagt eraan bij dat voorzieningen daar wegtrekken en bushaltes verdwijnen. Dan ontstaat de vraag: willen we dat het platteland alleen goed bereikbaar is voor automobilisten, of ook voor mensen die met het ov reizen?”

auto-afhankelijkheid Nieuwe woningen bouwen aan dorps- of stadsranden zonder slim ruimtelijk beleid, versterkt die auto-afhankelijkheid, waarschuwt Goudappel. “Een straatje erbij bouwen lijkt slim, maar dit straatje ligt vaak ver van ov en voorzieningen af. Dit zorgt voor meer auto-afhankelijkheid. Als je geen auto hebt, zorgt dit mogelijk voor sociale uitsluiting in de maatschappij. Het is begrijpelijk dat de druk om woningen te bouwen groot is, maar door enkel straatjes erbij te bouwen, creëren we de vervoersarmoede van morgen.”

Foto: © Pitane Blue – bushalte

Volgens Goudappel gaat vervoersarmoede verder dan alleen het platteland. “Ook in steden lopen mensen vast. Dit komt bijvoorbeeld doordat parkeren onbetaalbaar is, nog niet alle voorzieningen in hun wijk aanwezig zijn, of doordat de helft van de werkenden geen reiskostenvergoeding krijgt of op een slecht bereikbaar industrieterrein werkt.” Goudappel adviseert woningbouw en mobiliteitsbeleid niet los van elkaar te zien. “Bouw waar voorzieningen zijn. Dat gebeurt nu te weinig”, benadrukt Straatemeier. Hij noemt het verbod op grote supermarkten buiten de stad als goed voorbeeld van effectief beleid: “Nederland is een van de weinige landen waar veel kleine dorpen nog een supermarkt hebben. Zo kunnen we fietsend of wandelend boodschappen doen, zonder extra kosten.” Ook raadt hij aan om vervoerskosten aan te passen aan regio en doelgroep, zodat hulp terechtkomt bij wie het echt nodig heeft. “In Limburg kunnen mensen met een bijstandsuitkering sinds een paar maanden gratis met het ov reizen. Dit soort maatregelen moeten we in heel Nederland toepassen. Dat werkt veel beter dan gratis ov voor iedereen”, concludeert Straatemeier. over Goudappel Mobiliteitsadviesbureau Goudappel uit Deventer helpt overheden met het maken van keuzes voor een duurzame samenleving waarin iedereen zich prettig kan bewegen. Bij Goudappel werken bijna 300 mobiliteitsexperts met verschillende specialismen: van verkeerskundigen tot softwareontwikkelaars, van modelleurs tot gedragswetenschappers en van parkeerspecialisten tot landschapsarchitecten. 

D66: Rob Jetten kiest voor minder asfalt en meer spoor in mobiliteitsplan

D66 zet in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 stevig in op een toekomst waarin mobiliteit schoon, slim en sociaal is.

Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

Spoor, asfalt of fiets: buiten de Randstad telt ook mee zo kies je de juiste partij

Nederland staat voor een keuze die de komende jaren voelbaar is op elke rotonde, perron en provinciale weg.

De vraag wie het best aangewezen is om onze mobiliteit vlotter, schoner en betaalbaarder te maken, hangt minder af van politieke kleur dan van wat jij zwaarder laat wegen: minder files op de snelweg, méér treinen en bussen die echt rijden, of juist een harde sprint in duurzaamheid en innovatie. Het politieke speelveld laat duidelijke profielen zien, maar het uiteindelijke antwoord is onvermijdelijk gelaagd, omdat bereikbaarheid in de Randstad iets anders vraagt dan een rit naar werk in krimpregio’s, en omdat een elektrisch wagenpark zonder laadpleinen en netcapaciteit slechts een mooi plan op papier blijft.

Wie zweert bij sneller asfalt, extra rijstroken waar de druk het grootst is en het versoepelen van autobelastingen, vindt traditioneel steun bij partijen die de auto als ruggengraat van de economie zien. Zij hameren op onderhoud van bruggen en viaducten, op voorspelbare doorstroming voor logistiek en forenzen, en op terughoudendheid met nieuwe heffingen. De gedachte is dat de meeste verplaatsingen nu eenmaal per auto plaatsvinden en dat Nederland draaiende blijft als het wegennet topfit is. Tegelijk erkennen deze partijen steeds vaker dat slimme verkeerssturing, knooppuntaanpak en modernisering van het vrachtvervoer nodig zijn om niet vast te lopen in eigen succes.

klimaatdoelen

Partijen die het openbaar vervoer en de fiets op één zetten, tekenen voor een ander landbeeld: strakke kwartiersdiensten op hoofdassen, snelle sprinters tussen regio en stad, een stevig investeringsfonds voor spoorverdubbelingen en stations, plus een fietsnetwerk dat woonwijken, campussen en bedrijventerreinen als een puzzel in elkaar laat klikken. Zij koppelen mobiliteit direct aan klimaatdoelen, luchtkwaliteit en woningbouw: zonder betrouwbaar OV stokt de bouw van nieuwe wijken, zonder aantrekkelijke fietsroutes blijft de korte rit per auto te verleidelijk. Hier hoor je pleidooien voor betaalbare abonnementen, integrale concessies en een overheid die regie neemt over dienstregeling, tarief en kwaliteit in plaats van de markt het laatste woord te geven.

Wie buiten de stadsring woont, kent een andere prioriteit: bereikbaar blijven als de laatste bus verdwijnt. Regionaal georiënteerde en sociaal-bewogen partijen leggen de nadruk op landelijk dekkend ov, buurtbussen die écht rijden, deelmobiliteit met zekerheid in plaats van alleen een app, en het opknappen van N-wegen die de levenslijn vormen voor dorpen en landbouw. Zij willen budgetten naar buiten de Randstad sturen en het prijskaartje voor ov omlaag om scholieren, ouderen en forenzen niet in de kou te laten staan. Betaalbaarheid is daarbij geen bijzaak maar het fundament: een dienstregeling die niet te betalen is, telt niet mee.

integrale regie

Er is ook een stroming die vooral inzet op bestuurlijke betrouwbaarheid en integrale regie. Minder versnippering tussen provincies, stadsregio’s en vervoerders, één programmatische aanpak over spoor, weg, fiets en energie-infrastructuur, en scherpe afspraken met het Rijk over doorlooptijd en vergunningen. Dit kamp wil eerst de basics op orde brengen: onderhoudsachterstanden wegwerken, netbeheer en laadinfrastructuur tijdig uitbreiden, en pas daarna grootse beloftes doen. Het lijkt soms saai, maar zonder deze laag van degelijkheid lopen de mooiste ambities vast in stikstof, personeelstekorten of netcongestie.

Illustratie: © Pitane Blue

Het eerlijke antwoord op de vraag wie “het best aangewezen” is, luidt daarom dat de beste partij die is die jouw hoogste prioriteit ononderhandelbaar maakt en tegelijk geloofwaardig is op uitvoering. Mobiliteit is geen folder, maar beton, staal, draden en dienstregelingen. Kies de club die niet alleen belooft, maar kan laten zien hoe de schop de grond in gaat, wie het doet, met welk geld en in welke volgorde. Daar rijdt Nederland uiteindelijk beter van.

Duurzaamheid tenslotte weegt bij menig partij zwaar, maar de route verschilt. Voor de één is dat het versneld elektrificeren van het wagenpark met gerichte subsidies, stevige laadinvesteringen en schoon vrachtvervoer langs zero-emissiezones in steden. Voor de ander begint het met minder autokilometers door ruimtelijke ordening: bouwen bij knooppunten, parkeernormen omlaag en het aantrekkelijker maken van alternatieven. Innovatie – zoals slimme verkeerslichten, mobility as a service, Europese nachttreinen en waterstof in zwaar vervoer – fungeert als lijm tussen de ambities, mits pilots op tijd doorgroeien naar praktijk.

de meetlat

De vraag wie “het best” is, vraagt dus om een eerlijk oordeel langs jouw meetlat. Als jouw prioriteit boven alles doorstroming op de snelweg en logistieke slagkracht is, kom je logischerwijs uit bij partijen die uitbreiden, onderhouden en lasten verlagen voor automobilisten en ondernemers, met flankerende technologische oplossingen. Als je juist wil dat de trein het ruggengraatnet wordt, met frequente verbindingen en scherpe tarieven, en dat fietsen de standaardkeuze wordt binnen tien kilometer, dan ligt een keuze voor partijen die fors investeren in spoor, regionale lijnen, fiets en strikte klimaatdoelen voor de hand. Staat bereikbaarheid van platteland en kleinere steden op één, met betaalbaar ov en veilige N-wegen, dan is de logische match met partijen die regionaal denken en sociale betaalbaarheid centraal zetten. En als je allergisch bent voor grote woorden zonder uitvoeringsmacht, is een formatie met een partij die de regie en de degelijkheid bewaakt waarschijnlijk het meest passend.

coalitie

Coalitiepolitiek maakt dit alles minder zwart-wit. Mobiliteit wordt zelden door één partij bepaald; het is het compromis tussen asfalt, rails en ruimte. Juist daarom is het verstandig te kiezen op het aspect dat jij absoluut niet wilt inleveren. Wil je kortere reistijd met de trein boven alles, dan heb je stevige investeerders in het spoor nodig aan tafel. Wil je dat je bedrijf niet stilvalt door files en omleidingen, dan heb je wegbouwers en beheerders nodig met budget en mandaat. Wil je dat je dorp niet van de kaart verdwijnt, dan heb je pleitbezorgers nodig voor landelijke dekking en fatsoenlijke tarieven.

Behoud van zondagsrust: SGP keert zich tegen rekeningrijden en dure OV

De Staatkundig Gereformeerde Partij presenteert in haar verkiezingsprogramma een nuchter, maar stevig doordacht plan voor de toekomst van de Nederlandse mobiliteit.

Centraal staan betaalbaarheid, verkeersveiligheid en het behoud van bereikbaarheid voor iedereen – van stad tot platteland. Daarbij maakt de partij duidelijk dat wegen, sporen en vaarwegen niet alleen technische infrastructuur zijn, maar het kloppende hart van de samenleving: ze verbinden mensen, economie en gemeenschappen.

De SGP stelt dat Nederland te lang heeft stilgestaan door een opeenstapeling van stikstofregels, uitgestelde onderhoudsprojecten en uit de hand gelopen bureaucratie. “De tijd van praten is voorbij, er moet gebouwd en geïnvesteerd worden,” klinkt het in het verkiezingsprogramma. De partij wil dat het Rijk opnieuw de regie pakt over grote infrastructuurprojecten, zonder de decentrale besturen hun zeggenschap te ontnemen. Provincies en gemeenten krijgen nadrukkelijk ruimte om regionale plannen door te voeren, zolang ze bijdragen aan een evenwichtige spreiding van woningbouw en bereikbaarheid.

Het wegennet moet volgens de SGP letterlijk weer in beweging komen. Grote knelpunten zoals de A27 bij Houten, de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem en het knooppunt Hoevelaken moeten uit de ijskast gehaald worden. Voor de N-wegen wil de partij extra geld vrijmaken om gevaarlijke kruispunten en weggedeelten veiliger te maken. De N50 bij Kampen wordt in het programma specifiek genoemd als voorbeeld waar de veiligheidsaanpak prioriteit heeft. “We staan voor bescherming van het leven, ook in het verkeer,” stelt de partij onomwonden.

gedrag en handhaving

De partij benadrukt dat verkeersveiligheid niet alleen een kwestie is van asfalt en borden, maar ook van gedrag en handhaving. Gemeentelijke boa’s moeten meer bevoegdheden krijgen voor verkeerscontrole, en er komt een harde aanpak van drank- en drugsrijders. De SGP wil dat het alcoholslotprogramma opnieuw wordt ingevoerd en dat gevaarlijke, illegaal opgevoerde e-bikes — waaronder fatbikes — actief worden gecontroleerd. Ook moet de verkeershandhaving een vaste plek krijgen in de Nationale Veiligheidsagenda.

Naast de wegen investeert de SGP in spoor en openbaar vervoer. De partij spreekt haar zorg uit over de “verschraling van het busvervoer op het platteland” en wil dat het Rijk extra middelen vrijmaakt om dit tij te keren. Daarbij hoort volgens de partij een btw-vrijstelling voor alle ov-tickets en gratis openbaar vervoer voor kinderen tot en met elf jaar. Nieuwe stations in onder meer Dordrecht Leerpark, Barneveld-Noord en Staphorst moeten de bereikbaarheid van de regio verbeteren. Grote projecten zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn krijgen nadrukkelijk steun, al pleit de SGP voor een nuchtere afweging van kosten en baten: “Opwaardering van bestaand spoor kan vaak goedkoper en effectiever zijn.”

Foto: © Pitane Blue – SGP – Chris Stoffer

De toon van het mobiliteitsprogramma is kenmerkend voor de SGP: behoudend, realistisch en doordrenkt van het rentmeesterschap dat de partij als christelijke plicht ziet. In een land dat piept en kraakt onder druk van stikstof, files en verouderde infrastructuur, zet de partij in op veiligheid, betrouwbaarheid en bereikbaarheid voor iedereen.

De partij kiest daarnaast voor duurzaam, maar “realistisch” vervoer. Elektrisch rijden blijft gestimuleerd, maar de SGP waarschuwt voor grillig beleid. Er moet een langetermijnstrategie komen voor emissieloos rijden, zonder jojo-effecten van subsidies en accijnzen. Zakelijke leaserijders moeten verplicht kiezen voor een emissievrije of zuinige hybride auto, zodat er ook voldoende elektrische voertuigen op de tweedehandsmarkt beschikbaar komen. Fossielvrije synthetische brandstoffen worden fiscaal aantrekkelijker gemaakt met een verlaagd accijnstarief. Een rekeningrijden-systeem wijst de partij voorlopig af: mobiliteit moet betaalbaar blijven, vooral voor forenzen en inwoners van het buitengebied.

binnenvaart

Ook de binnenvaart krijgt bijzondere aandacht. De SGP noemt de sector “een onmisbare schakel in onze logistieke keten” en wil dat het Rijk investeert in onderhoud van vaarwegen, sluizen en bruggen. De Volkeraksluizen en de geplande servicehaven bij Urk worden met name genoemd als cruciale schakels voor de economie. Kleine binnenvaartschepen, die nog in de ‘haarvaten van het vaarwegennet’ kunnen varen, moeten beschermd worden tegen te strenge Europese regels.

Op luchtvaartgebied kiest de SGP voor een strengere koers. Schiphol zit “vol” en moet vooral stiller en schoner worden. Nachtvluchten moeten worden beperkt, privéjets verplaatst naar Lelystad Airport, en vluchten die economisch weinig waarde hebben mogen worden teruggeschroefd. Een toekomstvisie waarin start- en landingsbanen naar zee worden verplaatst, wil de partij serieus onderzoeken, mits dit samengaat met duurzame energieopwekking. Zondagsrust blijft een belangrijk uitgangspunt: niet-noodzakelijke vluchten op zondag worden wat de SGP betreft verboden.

Tot slot benadrukt de partij het belang van waterveiligheid en klimaatbestendigheid. Dijkversterking moet sneller en goedkoper, met minder geld voor procedures en meer voor daadwerkelijke uitvoering. De waterschappen blijven volgens de SGP een “onmisbare schakel in onze bescherming tegen het water”.

lijsttrekker

Geboren te Elspeet in 1974 is de lijsttrekker Chris Stoffer, nu woonachtig in Elspeet. Getrouwd en vader van 3 dochters. Sinds 2018 is hij lid van de Tweede Kamer, sinds 2023 als fractievoorzitter.

Nederland terug naar Gods Woord!

“Als fractievoorzitter heb je verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk te realiseren vanuit het programma van de SGP. Als ik er specifiek iets uit haal, dan vind ik het borgen van het christelijk onderwijs heel belangrijk. Dat ook in de toekomst kinderen goed onderwijs krijgen en op school vanuit de Bijbel worden onderwezen. “

Analyse NSC: duidelijke grenzen voor de luchtvaart en investeren in spoor en HSL

In het concept-verkiezingsprogramma voor 2025 zet Nieuw Sociaal Contract (NSC) stevig in op mobiliteit als sleutel tot zowel economische ontwikkeling als sociale samenhang.

Waar veel partijen de nadruk leggen op verduurzaming, legt NSC opvallend veel gewicht op betaalbaarheid en regionale bereikbaarheid. Het programma belooft extra investeringen in wegen, spoor en fietsvoorzieningen, maar trekt tegelijk duidelijke grenzen bij de groei van de luchtvaart.

NSC ziet de fiets nadrukkelijk als serieuze concurrent van auto en openbaar vervoer. Nieuwe, brede fietsroutes moeten de steden onderling beter verbinden en de vaak gevaarlijke schoolroutes langs 50- en 80 km-wegen worden veiliger gemaakt. Ook komt er uitbreiding van fietsenstallingen en meer OV-fietsen bij stations. Daarmee kiest de partij voor relatief goedkope ingrepen die tegelijk bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid. Een opvallende passage betreft de fatbike. Het populaire vervoermiddel krijgt een eigen voertuigcategorie, met helmplicht en een minimumleeftijd van 14 jaar. Daarnaast komt er een keurmerk voor nieuwe e-bikes om wildgroei aan onveilige voertuigen te voorkomen.

NSC wil dat trein- en bustickets niet harder stijgen dan de inflatie en pleit voor behoud van de NS-jongerendagkaart. Tegelijk wordt fors ingezet op hoogfrequent treinverkeer met snelheden tot 200 km/u. Om het ov aantrekkelijker te maken voor forenzen en studenten wordt gekeken naar een landelijk dalurenabonnement, naar Duits voorbeeld. Het spoor krijgt extra aandacht buiten de Randstad. De aanleg van de Nedersaksenlijn moet de bereikbaarheid van Noord- en Oost-Nederland versterken en de regionale economie een impuls geven. Tegelijkertijd blijft het hoofdrailnet voorlopig in handen van de NS, al wordt in 2029 bekeken of er ruimte is voor andere aanbieders.

auto blijft noodzakelijk

Hoewel fietsen en trein belangrijker worden, benadrukt NSC dat de auto betaalbaar moet blijven, vooral op het platteland waar alternatieven vaak ontbreken. Investeringen in nieuwe wegen gaan hand in hand met prioriteit voor onderhoud en verkeersveiligheid. Projecten als de N50, N35 en A1/A28 (Hoevelaken) krijgen voorrang, terwijl de verbreding van de A27 bij Amelisweerd opnieuw tegen het licht wordt gehouden. Ook pleit NSC voor flexibele werktijden in samenwerking met onderwijs en werkgevers om spitsdruk te verlagen.

Foto: © Pitane Blue – KLM Schiphol

De mobiliteitsagenda van NSC valt op door haar pragmatische toon. Het programma kiest niet voor een radicale koerswijziging, maar zoekt naar balans tussen bereikbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid. Waar de fiets en het spoor nadrukkelijk worden gepromoot, blijft de auto in de regio onaantastbaar. De luchtvaart daarentegen krijgt duidelijke beperkingen opgelegd: minder groei, minder overlast en meer nadruk op alternatieven.

Het programma neemt een scherpe positie in ten opzichte van de luchtvaart. Schiphol moet de geluidshinder met 20% terugbrengen en krijgt mogelijk een nachtsluiting. De opening van Lelystad Airport voor commerciële vluchten gaat definitief niet door: de maatschappelijke kosten wegen volgens NSC niet op tegen de baten. Daarnaast wil de partij korte vluchten tot 750 kilometer zoveel mogelijk vervangen door treinverbindingen. In internationaal verband pleit NSC voor btw op vliegtickets, accijns op kerosine en een afstandsafhankelijke vliegbelasting. Innovaties zoals elektrisch vliegen en waterstof worden aangemoedigd, maar de nadruk ligt duidelijk op beperking van de groei.

goederenvervoer

Ook het goederenvervoer krijgt aandacht. NSC zet in op een verschuiving naar binnenvaart, short sea en spoor. Vaarwegen, bruggen en sluizen moeten beter worden onderhouden en binnenhavens versterkt. De haven van Den Helder wordt aangewezen als haven van nationaal belang, niet alleen voor de scheepvaart maar ook als logistiek centrum voor offshore wind en defensie. Daarnaast wordt gekeken naar buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen zoals ammoniak, een alternatief dat door de energietransitie steeds relevanter wordt.

De vraag is echter of dit compromismodel in de praktijk haalbaar is. Investeringen in spoor en ov vergen miljarden en jarenlange uitvoering, terwijl het beperken van de luchtvaart direct weerstand kan oproepen van zowel de sector als de regio’s die economisch afhankelijk zijn van Schiphol. Toch is het duidelijk: voor NSC is mobiliteit niet alleen een technische, maar ook een sociale kwestie. Bereikbaarheid moet burgers met elkaar verbinden, niet uit elkaar drijven.

Einde aan groei vliegverkeer: Christenunie wil nachtrust rond Schiphol

Het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie voor 2025 bevat een uitgebreide visie op mobiliteit.

De partij schetst een beeld waarin duurzaamheid, bereikbaarheid en veiligheid centraal staan, en waarin investeringen in infrastructuur niet langer uitgesteld mogen worden. Het document legt nadruk op openbaar vervoer, schoner wegverkeer en meer ruimte voor fietsers en wandelaars.

De ChristenUnie stelt dat Nederland dreigt vast te lopen. Bussen verdwijnen, treinen zitten overvol en de snelwegen slibben dicht. Daarom wil de partij fors investeren in het versterken van het openbaar vervoer. Zo wordt de aangekondigde bezuiniging op het OV teruggedraaid en komt er jaarlijks 300 miljoen euro beschikbaar om buslijnen in stand te houden en kaartjes goedkoper te maken. Daarbij wordt gewerkt aan een landelijk netwerk van snelle busverbindingen tussen middelgrote steden.

Nedersaksenlijn

De trein krijgt eveneens prioriteit. Voor de aanleg van de Lelylijn wordt 13 miljard euro uitgetrokken en ook de Nedersaksenlijn gaat door. Jaarlijks komt er 120 miljoen beschikbaar om treinkaartjes goedkoper te maken en de jongerendagkaart terug te brengen. Om de capaciteit van het spoor uit te breiden, wordt geïnvesteerd in spoorverdubbelingen, langere perrons en extra keersporen. Daarnaast reserveert de partij 500 miljoen euro per jaar voor meer internationale (slaap)treinen.

Ook de binnenvaart en het vervoer over water krijgen een impuls. De ChristenUnie wil een landelijk netwerk van overslaglocaties, meer walstroomvoorzieningen en snellere verduurzaming van schepen door innovatieve batterijcontainers. Achterstallig onderhoud aan bruggen en sluizen wordt weggewerkt.

De luchtvaart daarentegen moet krimpen. Schiphol krijgt een normenkader voor CO₂, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Bovendien moet de luchthaven ’s nachts sluiten. Lelystad Airport gaat definitief niet open voor commerciële vluchten en investeerders worden gecompenseerd. Op Europees niveau zet de partij in op een kerosineaccijns, afschaffing van de btw-vrijstelling voor vliegtickets en een CO₂-prijs voor de luchtvaart. De vliegbelasting wordt verhoogd, met een extra opslag voor korte vluchten tot 1250 kilometer, om reizen per trein aantrekkelijker te maken.

fietsinfrastructuur

De partij ziet daarnaast een sleutelrol weggelegd voor fiets en voetganger. Jaarlijks wordt 200 miljoen euro geïnvesteerd in verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur. Er komen meer fietsenstallingen bij OV-knooppunten en op ieder station moeten deelfietsen beschikbaar zijn. Binnensteden worden verder autoluw gemaakt en er komt een fijnmazig netwerk van wandel- en fietspaden.

Mirjam Bikker 2023 – Foto: Nienke van Denderen

Samengevat presenteert de ChristenUnie een visie waarin mobiliteit bereikbaar, betaalbaar en schoon moet worden. Het programma combineert forse investeringen in trein, bus en fiets met duidelijke beperkingen voor de luchtvaart en een slimme beprijzing van autogebruik.

De verkeersveiligheid krijgt bijzondere aandacht. Vooral kinderen, ouderen en fietsers moeten beter beschermd worden. Daarom worden verkeersboetes voor ernstige overtredingen binnen de bebouwde kom aangescherpt. Tegelijkertijd worden grote knelpunten in het wegennet aangepakt, waaronder de A15 en knooppunt Hoevelaken. Voor zeventien projecten die eerder waren stilgelegd, komt 5 miljard euro vrij. De A27 bij Amelisweerd wordt volgens het regionale alternatief uitgevoerd, waardoor er ruimte ontstaat voor investeringen in spoor en openbaar vervoer.

Tot slot zet de ChristenUnie in op een schoner wagenpark. Elektrische auto’s krijgen een aangepaste motorrijtuigenbelasting en er komt een kilometerheffing, gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken. Zo wordt rijden in de Randstad tijdens spitsuren duurder dan op het platteland. Voor vrachtvervoer wordt groene waterstof gestimuleerd, ook voor zwaar wegtransport. Daarmee moet wegverkeer bijdragen aan het behalen van nationale stikstofdoelen.

Woningnood: Groenlinks-PVDA wil luchthavens opofferen voor nieuwe woningen

Frans Timmermans wil Rotterdam Airport en Maastricht Airport sluiten voor woningbouw.

GroenLinks-PvdA presenteert in haar verkiezingsprogramma een opvallend en ingrijpend voorstel om de woningnood in Nederland aan te pakken: meerdere regionale luchthavens moeten verdwijnen en plaatsmaken voor nieuwbouwwijken. Volgens de partij is het onvermijdelijk dat andere belangen moeten wijken om ruimte te creëren voor woningbouw. Zo wil GroenLinks-PvdA niet alleen landbouwgrond en verloederde bedrijventerreinen inzetten voor woningen, maar ook luchthaventerreinen, waar volgens hen vaak al de basisinfrastructuur aanwezig is.

woningbouw

Frans Timmermans, lijsttrekker van GroenLinks-PvdA, noemt specifiek de luchthaven bij Rotterdam en Maastricht Airport als voorbeelden van locaties die geschikt zouden zijn voor woningbouw. “De luchthaven daar is structureel verliesmakend. Tegelijkertijd hebben we ruimte nodig voor natuur en nieuwe woningen. Ook bij Rotterdam zou de regio opknappen wanneer er in plaats van de luchthaven groen en woningen worden aangelegd,” aldus Timmermans. Door bestaande luchthaventerreinen om te vormen tot woongebieden, kan volgens hem veel sneller worden begonnen met de bouw, omdat er al wegen, riolering en andere voorzieningen aanwezig zijn.

Daarnaast ziet de partij kansen rond Schiphol. Als het aantal vluchten op de nationale luchthaven wordt verminderd, kan er volgens het verkiezingsprogramma ‘veel meer’ gebouwd worden in de regio. Timmermans benadrukt dat het de partij niet gaat om het volledig onmogelijk maken van vliegen: “Er zijn op soms een uur rijden alternatieven als je bijvoorbeeld op vakantie wil.”

sociaal

Een belangrijk onderdeel van het plan van GroenLinks-PvdA is dat nieuwbouwwoningen betaalbaar moeten blijven. In elk nieuwbouwproject moet 40 procent van de huurwoningen een huur van maximaal 900 euro per maand hebben, en nog eens 30 procent moet bestaan uit huurwoningen tot 1200 euro per maand of koopwoningen met een maximumprijs van 405.000 euro. Deze norm ligt aanzienlijk hoger dan de huidige landelijke eisen, waar vaak slechts tot 30 procent sociale woningbouw wordt verplicht.

Lisa Westerveld – Tweede Kamerlid Groenlinks – foto: Pitane Blue

Projectontwikkelaars hebben in het verleden al gewaarschuwd dat strengere eisen tot vertragingen of zelfs afstel van bouwplannen kunnen leiden. Toch blijft Timmermans bij zijn standpunt dat het tempo van vergunningverlening omhoog moet. Daarnaast noemt hij het overbelaste stroomnet als grootste huidige knelpunt. “Het duurt nu echt te lang voordat vergunningen worden verleend. Ook moet het stroomnet sneller worden uitgebreid, want het huidige overbelaste net is nu het grootste probleem.”

corporatiewoningen

Verder wil GroenLinks-PvdA dat middeninkomens vaker in aanmerking komen voor betaalbare corporatiewoningen. Ook moet de jaarlijkse huurstijging wettelijk worden beperkt, zelfs in tijden van hoge inflatie. Het plan komt nadat woningcorporaties eerder dit jaar dreigden met een rechtszaak tegen het demissionaire kabinet, omdat de huren in de sociale sector niet mochten stijgen met de inflatie, wat volgens de corporaties hun investeringsruimte beperkte.

Timmermans stelt voor om de belasting voor woningcorporaties af te schaffen en hen toegang te geven tot goedkopere leningen, zodat zij meer financiële ruimte hebben om te bouwen. Om de ambitieuze bouwplannen te financieren, wil GroenLinks-PvdA onder meer de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afschaffen, het grondbezit zwaarder belasten en de waardestijging van grond afromen. Ook moeten gemeenten opnieuw zelf mogen bepalen of statushouders voorrang krijgen bij de toewijzing van huurwoningen.

Vrijheid voor automobilist: VVD weigert verplichte overstap naar elektrisch rijden

De VVD zelf stelt het duidelijk in haar programma: “Mobiliteit is geen luxe, maar noodzaak.”

Met deze boodschap hoopt de partij niet alleen de automobilist aan zich te binden, maar ook de kiezer die prijs stelt op vrijheid en pragmatiek. Terwijl veel politieke partijen inzetten op beperking en regelgeving om mobiliteit te verduurzamen, kiest de VVD in haar verkiezingsprogramma voor 2025 onomwonden voor wat zij noemt “vrijheid op de weg”. De partij presenteert een koers waarbij bereikbaarheid, keuzevrijheid en betaalbaarheid voorop staan. Daarmee profileert de VVD zich als uitgesproken bondgenoot van zowel forens als recreatieve reiziger.

In het programma staat klip en klaar: “Mensen moeten kunnen blijven kiezen hoe en wanneer ze reizen.” Daarmee keert de partij zich tegen het verder verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen en tegen vormen van rekeningrijden, zoals spitsheffingen. De 130 kilometer per uur blijft, waar mogelijk, het uitgangspunt. De partij stelt dat dit past bij een “land dat draait op vrijheid”.

infrastructuur

Volgens gegevens van Rijkswaterstaat steeg de filezwaarte in 2024 opnieuw. In de ochtendspits nam die toe met 6 procent, terwijl in het weekend zelfs sprake was van een toename van 45 procent. Toch wil de VVD geen snelheidsoffers brengen. In plaats daarvan zet ze in op het verbeteren van de doorstroming via slimme verkeerslichten, infrastructurele aanpassingen en digitale monitoring. Daarmee wil de partij files terugdringen zonder de automobilist in te perken.

Het verkiezingsprogramma maakt ook duidelijk dat openbaar vervoer voor de VVD een ondersteunende rol speelt. “Het openbaar vervoer moet een aantrekkelijk alternatief zijn voor de auto, maar geen gedwongen keuze,” staat in de tekst. De partij pleit voor uitbreiding van sprinterverbindingen tussen steden en verdere ontwikkeling van regionale lightrail-netwerken. Daarnaast wil de VVD marktwerking op het spoor bevorderen, zodat reizigers volgens haar kunnen profiteren van betere service en scherpere tarieven.

VVD – Dilan Yeşilgöz-Zegerius

“We schrappen de verplichting voor ondernemers om bij te houden of hun
personeel met de fiets, auto of het openbaar vervoer naar kantoor is gekomen.”

Uit cijfers van het CBS blijkt dat het gebruik van het openbaar vervoer in 2024 toenam met 10 procent voor bus, tram en metro, en met 4,2 procent voor de trein. Toch blijft de VVD bij haar uitgangspunt dat het ov slechts een optie moet zijn, geen verplichting. Ook moet het voor het CBS mogelijk worden om, als de ondernemer daar toestemming voor geeft, voor onderzoeksdoeleinden automatisch relevante gegevens over de onderneming uit te lezen, zodat het minder tijd kost deze informatie aan te leveren.

investeringen

Fietsers kunnen rekenen op investeringen in veiligheid en doorstroming, maar ook hier ligt de nadruk op balans. De partij wil prioriteit geven aan grote fietsverbindingen tussen woonwijken en ov-knooppunten, maar spreekt zich uit tegen maatregelen die de automobilist beperken. Ideologie, zo blijkt, maakt geen deel uit van het fietsbeleid.

Wat betreft elektrisch rijden kiest de VVD voor voortzetting van bestaande stimuleringsmaatregelen, maar zonder dwingende regelgeving. Verkoopverboden op fossiele voertuigen of harde overgangsdeadlines wijst de partij resoluut van de hand. “De overstap naar elektrisch moet aantrekkelijk zijn, geen verplichting,” luidt de tekst. Fiscale voordelen blijven bestaan, en de partij wil de overstap ondersteunen via infrastructuur, zonder automobilisten op kosten te jagen.

reacties

Mobiliteitsorganisaties reageren verdeeld. De ANWB noemt het “verstandig dat de VVD vasthoudt aan de bereikbaarheid van Nederland voor álle vervoerswijzen.” Milieudefensie is daarentegen kritisch en stelt dat de partij “de urgentie van de klimaatcrisis onvoldoende vertaalt naar mobiliteitsbeleid.” De Mobiliteitsalliantie wijst erop dat het aantal auto’s in Nederland blijft groeien en waarschuwt dat zonder structurele investeringen in openbaar vervoer, het hele systeem onder druk komt te staan.

Hatte Van der Woude: politiek moet kiezen voor bewegend Nederland

De roep om politieke steun voor het openbaar vervoer klinkt steeds luider nu de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober naderen.

Voorzitter Hatte van der Woude heeft de afgelopen weken namens de gezamenlijke OV-vervoerders – waaronder Arriva Nederland, EBS, GVB, HTM, Keolis, NS, Qbuzz, RET en Transdev – een krachtig signaal afgegeven aan de verkiezingsprogrammacommissies van alle politieke partijen. Haar boodschap is helder: het openbaar vervoer houdt Nederland draaiende en verdient structurele aandacht in de verkiezingsprogramma’s.

Elke dag stappen meer dan een miljoen mensen in trein, bus, tram of metro om hun bestemming te bereiken. Of het nu gaat om werk, onderwijs, ziekenhuisbezoek of familie, het OV vervult een fundamentele maatschappelijke functie. “Zonder deze publieke dienstverlening loopt het land letterlijk en figuurlijk vast,” stelt Van der Woude. Juist daarom vraagt de sector nadrukkelijk om politieke keuzes die bijdragen aan een toekomstbestendig en betrouwbaar openbaar vervoersysteem.

ingrijpen

De oproep van de branche komt niet uit de lucht vallen. De sector staat al enige tijd onder druk. Stijgende kosten voor energie, personeel en infrastructuur worden niet gecompenseerd door stabiele inkomsten of voldoende overheidsbijdragen. Tegelijkertijd hebben vervoerders te maken met onvoorspelbaar beleid en administratieve bezuinigingen, zoals de foutieve korting op de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. Zonder ingrijpen dreigen lijnen te verdwijnen, tarieven te stijgen en innovaties stil te vallen.

Volgens Van der Woude is het moment aangebroken om keuzes te maken. Zij pleit voor een meerjarige, stabiele financiering van zowel de exploitatie als de infrastructuur van het openbaar vervoer. “Een verlies van 335 miljoen euro aan rijksbijdragen kan niet zonder gevolgen blijven,” waarschuwt zij. De sector verwelkomt daarom de aangenomen motie van Kamerleden De Hoop (GL-PvdA), Grinwis (CU) en Van Kent (SP), die een herstel van 225 miljoen euro beoogt. Van der Woude benadrukt dat deze motie ook volledig uitgevoerd moet worden.

Foto: © Pitane Blue – stationshal

De gezamenlijke vervoerders dringen er bij de politiek op aan om het openbaar vervoer niet langer als sluitpost te behandelen. “Neem het OV op in uw verkiezingsprogramma’s als vitale publieke sector. Geef het de plek en middelen die het verdient,” besluit Van der Woude. Want zonder bus, tram of trein is er simpelweg geen Nederland dat beweegt.

Daarnaast vraagt zij aandacht voor samenhangend mobiliteitsbeleid, waarbij OV niet langer als bijzaak wordt gezien. De invoering van een aparte minister van Mobiliteit, met een eigen portefeuille en bevoegdheden, is volgens de sector essentieel om het OV als ruggengraat van de ruimtelijke ontwikkeling te verankeren. “Bij het bouwen van 900.000 nieuwe woningen mag OV niet ontbreken,” aldus de brief die OV-NL naar de partijen stuurde.

veiligheid

Ook de veiligheid van personeel en reizigers staat op de agenda. De toename van agressie in het OV vraagt om gerichte maatregelen. Van der Woude wijst op het belang van betere handhaving, uitbreiding van identificatiemogelijkheden voor boa’s en regionale reisverboden voor overlastgevers. “Investeer in veiligheid, in mensen én in techniek, zoals cameratoezicht en digitale meldsystemen.”

Ten slotte benadrukt de sector het belang van weerbaarheid, zeker in een tijd waarin digitale dreigingen toenemen. Investeringen in cyberveiligheid, fysieke bescherming van infrastructuur en noodcapaciteit zijn volgens Van der Woude geen luxe, maar noodzaak. “Het OV moet bestand zijn tegen sabotage en calamiteiten. Alleen dan blijft Nederland mobiel in crisistijd.”