Tag archieven: Vlaanderen

De langte dag: geen plannen dit zijn de leukste tips voor het weekend

Dit wil je niet missen dit weekend van kunst tot zomerfeest,
verrassende uitstappen door heel het land lokken bezoekers naar buiten.

Wie nog geen plannen heeft voor het weekend, hoeft niet lang te zoeken. Verspreid over het hele Vlaamse land staan tal van activiteiten op het programma, van indrukwekkende kunstinstallaties tot zomerse festivals en unieke blikjes achter de schermen. De keuze is ruim en biedt voor elk wat wils, of je nu houdt van cultuur, muziek of gewoon een ontspannen dagje uit.

In Hasselt trekt de Abdij van Herkenrode meteen de aandacht met een bijzonder kunstproject. Kunstenaarsduo Gijs Van Vaerenbergh blaast de verdwenen abdijkerk opnieuw leven in met ‘Clausura’. De installatie toont de kerk op ware grootte, opgebouwd uit cortenstaal. Het resultaat oogt als een driedimensionale tekening die plots tastbaar wordt. De constructie, zo’n 50 meter hoog en 60 meter lang, vormt een opvallend kunstwerk dat bezoekers letterlijk kunnen doorkruisen. Vanaf dit weekend gaan delen van de abdijsite opnieuw open voor het publiek. Wandelaars kunnen er ook de ‘Sleutelroute’ volgen, een traject van 1,2 kilometer langs historische gebouwen zoals het Abdissenkwartier, ooit het luxeverblijf van de abdis in de 18e eeuw.

kunstenaars

Wie liever kunst combineert met een idyllische omgeving, kan terecht in Deinze voor het Ooidonk Art Festival. In en rond een 17e-eeuwse hoeve worden werken van zo’n 30 hedendaagse kunstenaars tentoongesteld. De locatie, Goed te Reables, ligt vlak bij het bekende Kasteel van Ooidonk en ademt geschiedenis. De hoeve zelf is deels vervallen, met plekken waar het dak zichtbaar open ligt, maar net dat geeft de tentoonstelling een bijzondere sfeer. Grote kunstwerken staan verspreid in de omliggende velden, waaronder een imposante marmeren voet van beeldhouwer Isidoor Goddeeris. Wie dat wil, kan de kunstwerken ook aankopen, al blijft het voor velen wellicht bij dromen tijdens een lunch of aperitief. Op zondagen is ook het kasteel zelf te bezoeken met een gids, al is vooraf reserveren aangeraden.

Langs de Schelde staat alles in het teken van het STROOM-festival, dat voor de vijfde keer neerstrijkt in de Scheldevallei. Het evenement beweegt zich van Gent richting Antwerpen en brengt onderweg muziek en performances op bijzondere locaties. Auteur Jeroen Olyslaegers leverde het libretto voor de openingsvoorstelling ‘Uw Vlees en Bloed’, die deze week in première ging. Verder staan er onder meer gratis concerten op het programma, zoals ‘Water ripples’ van percussionist DOMNIQ aan de Antwerpse Scheldekaaien. In Rumst kunnen bezoekers genieten van een oeverconcert met jazzzangeres Anaïs Vijgen en gitarist Haroun Iqbal. Het festival zet sterk in op duurzaamheid en moedigt bezoekers aan om zich te verplaatsen met de fiets, carpool of waterbus.

Foto: © Pitane Blue – Lange Wapper

Het weekend belooft daarmee een veelzijdige mix van cultuur, ontspanning en beleving te worden, met evenementen die uitnodigen om op ontdekking te gaan en de zomer in te zetten.

In Antwerpen zelf start tegelijk de Zomer van Antwerpen, die de stad de komende maanden in zomerse sferen onderdompelt. Het festivalcentrum, de Zomerfabriek, opent al de deuren voor drankjes en concerten, terwijl de echte zomerbar en circusvoorstellingen later volgen. In Borgerhout wordt het weekend extra feestelijk met Borgerrio, waar muziek, dans en een levendige braderij zorgen voor een zuiderse sfeer.

openbare omroep

In Brussel zet de RTBF haar deuren open voor het grote publiek. De openbare omroep organiseert een opendeurdag in haar nieuwe gebouw, waar bezoekers vrij kunnen rondwandelen en kennismaken met de werking achter de schermen. Het evenement valt samen met het Fête de la Musique, waardoor er ook gratis concerten plaatsvinden. Zo staat zaterdagavond een optreden van Esylla op het programma, die België vertegenwoordigde op het Songfestival.

De langste dag van het jaar wordt ten slotte gevierd in Genk en Oostende. In Genk vormt C-Mine het decor voor een dag vol activiteiten, van tentoonstellingen en workshops tot een boerenmarkt en muziekoptredens. In Oostende pakken Mu.ZEE en Kaap uit met een creatief programma verspreid over de stad. Door renovaties wijken ze uit naar tijdelijke locaties, waar bezoekers kunnen deelnemen aan workshops, wandelingen en kunstprojecten. Op de Zeedijk presenteert kunstenaar Kasper De Vos bijvoorbeeld een marktkraam vol klei, terwijl in de Venetiaanse Gaanderijen een tentoonstelling met kleinsculpturen loopt.

De Lijn snijdt in aanbod: forse ingrepen zorgen voor minder ritten en meer overstappen

Vanaf 1 juli staat Vlaanderen een ingrijpende hervorming van het busnet te wachten.

De Lijn voert aanpassingen door op meer dan 230 buslijnen en schrapt er in totaal 40. Dat betekent dat ongeveer één op de drie lijnen in Vlaanderen wijzigt. De aanpassingen komen er vlak voor de zomervakantie en zullen voor heel wat reizigers een merkbare impact hebben op hun dagelijkse verplaatsingen.

hygiënemaatregelen

Volgens De Lijn gaat het deels om zogenaamde “hygiënemaatregelen”, waarbij dienstregelingen worden afgestemd op gewijzigde schooluren, treinverbindingen en lokale omstandigheden. Tegelijk spelen ook besparingen een rol in de hertekening van het netwerk. Daardoor verdwijnen sommige lijnen volledig, terwijl andere worden ingekort of minder frequent zullen rijden.

In de regio Antwerpen worden 23 van de 128 lijnen aangepast. Opvallend is de herstructurering van lijnen 20, 42a en 42b, die voortaan worden samengebracht in de nieuwe lijnen 20a en 20b. Tussen Rooseveltplaats en Wommelgem zal elke 15 minuten een bus rijden, waarna de lijn zich opsplitst richting Lier of Wommelgem Dorp. Tegelijk verdwijnen lijnen 31 en 91 volledig en worden verschillende andere lijnen samengevoegd of aangepast. Ook in de randgemeenten sneuvelen ritten, zoals op lijn 40 en 59, waar het aanbod fors wordt ingeperkt.

nachtvervoer

In de vervoerregio Brugge worden 11 van de 34 lijnen aangepast. Daar verdwijnen onder meer de eerste en laatste ritten van verschillende stadslijnen, terwijl lijnen 38, 48 en 991 volledig worden geschrapt. Het nachtvervoer op vrijdag- en zaterdagavond verdwijnt eveneens, wat een duidelijke impact heeft op het late avondverkeer.

Ook in de regio Dender worden lijnen geschrapt en frequenties verminderd. Lijn 21 en 92 verdwijnen volledig, terwijl andere lijnen minder vaak zullen rijden of enkel nog tijdens de spits actief zijn. Reizigers zullen in sommige gevallen moeten uitwijken naar alternatieven zoals flexvervoer.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De brede hervorming van De Lijn toont een duidelijke trend naar een efficiënter, maar ook soberder openbaar vervoersnet. Voor reizigers betekent dit dat het belangrijk wordt om hun trajecten opnieuw te bekijken en zich goed te informeren over de wijzigingen. Vooral wie afhankelijk is van minder drukke lijnen of avondritten zal de gevolgen van deze ingrepen het sterkst voelen.

De ingrepen in de regio Gent zijn bijzonder uitgebreid: 37 van de 86 lijnen worden aangepast. Verschillende lijnen verliezen hun late ritten, trajecten worden ingekort en sommige verbindingen verdwijnen volledig. Zo wordt lijn 54 geschrapt en verdwijnen ook lijnen 79 en 85. Tegelijk worden alternatieven voorzien via andere lijnen of aangepaste trajecten, maar dat betekent vaak extra overstappen voor reizigers.

treinverbindingen

In de Kempen worden 11 van de 73 lijnen aangepast, waarbij onder meer Centrum Express 2 enkel nog tijdens de spits rijdt en andere lijnen worden ingekort of afgestemd op treinverbindingen. In de regio Kortrijk verdwijnen avondritten op meerdere lijnen en wordt de frequentie op verschillende trajecten teruggeschroefd.

De regio Leuven ziet zelfs 42 van de 138 lijnen wijzigen. Daar worden meerdere lijnen volledig geschrapt, waaronder lijn 657 en 716. Ook marktbussen verdwijnen en verschillende ritten worden aangepast of beperkt. Reizigers zullen vaker gebruik moeten maken van flexvervoer of overstappen op andere lijnen.

In Limburg worden maar liefst 76 van de 214 lijnen aangepast. Het gaat vooral om het schrappen van minder gebruikte ritten en het verminderen van frequenties. Veel van deze aanpassingen gebeuren volgens De Lijn omdat er alternatieve verbindingen beschikbaar zijn, al betekent dit in de praktijk vaak langere reistijden of extra overstappen.

ingeperkt

Ook in andere regio’s zoals Mechelen, de Vlaamse Ardennen, de Vlaamse Rand en het Waasland worden talrijke wijzigingen doorgevoerd. Lijnen verdwijnen, trajecten worden aangepast en het aanbod tijdens daluren, weekends en vakanties wordt vaak ingeperkt. In sommige gebieden wordt het klassieke busaanbod deels vervangen door flexvervoer, dat op aanvraag werkt.

Taxichauffeurs verrast door controles: Chiron koppeling is niet genoeg

Boetes lopen op doordat ritten niet worden ingevoerd in erkende systemen.

Steeds meer taxichauffeurs botsen op onverwachte problemen wanneer politiecontroles uitwijzen dat zij de Vlaamse regelgeving rond ritregistratie niet naleven, ondanks het feit dat zij beschikken over een erkend softwaresysteem. De verwarring ontstaat vaak door een hardnekkig misverstand. Wie werkt met een officieel erkend systeem zoals Pitane Link, voldoet volledig aan de eisen van de Vlaamse overheid, op voorwaarde dat de ritten correct worden ingevoerd en dat er een vooraf vastgelegde prijsafspraak met de klant bestaat. In dat geval is het gebruik van een fysieke taximeter niet nodig. Het systeem zelf fungeert dan als de digitale tegenhanger van de meter, zolang elke rit nauwgezet wordt geregistreerd.

vergunning

Toch blijkt dat heel wat chauffeurs die koppeling wel degelijk hebben aangevraagd en ook verkregen, het systeem nadien in de praktijk niet gebruiken. De vergunningsprocedure wordt door hen netjes doorlopen: de documenten worden ingediend, de rittenstaat en het vervoersbewijs worden voorgelegd en de technische koppeling met Chiron wordt correct voorbereid. Zodra de vergunning binnen is, lijkt echter bij sommigen het idee te leven dat het administratieve luik is afgerond en men zonder verdere digitale verplichtingen opnieuw de baan op kan. De realiteit toont dat deze aanname zwaar kan wegen tijdens een controle.

Het moment van de politiecontrole is voor veel chauffeurs een onaangename verrassing. Wanneer inspecteurs de ritregistraties opvragen, blijken die in het Chiron-systeem vaak leeg te zijn of slechts te bestaan uit enkele testritten die tijdens de koppeling zelf zijn uitgevoerd. Op dat ogenblik brengen chauffeurs steevast naar voren dat ze “wel degelijk een koppeling hebben”. Het probleem zit echter niet in de koppeling, maar in het ontbreken van dagelijkse input. Het systeem kan pas functioneren wanneer een chauffeur elke werkdag zijn dienst start, elke rit registreert en de dienst op het einde correct afsluit.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeur in Antwerpen

Wie zich aan de regels houdt, heeft vaak geen taximeter nodig en vermijdt dat een ogenschijnlijk klein verzuim uitmondt in een dure en problematische controle.

Volgens verstrekte richtlijnen is de werkwijze helder. Een erkend systeem als Pitane Link biedt chauffeurs de mogelijkheid om volledig wettelijk in orde te zijn zonder een taximeter aan boord, zolang er sprake is van een vooraf afgesproken prijs en elke opdracht digitaal wordt ingevoerd. Dat geldt voor reguliere taxiopdrachten én voor ritten via platformen zoals Uber en Bolt. Wie die ritten niet invoert, voldoet niet aan de regelgeving, ongeacht het platform waar de opdracht vandaan komt.

controlesysteem

De ervaringen tonen dat chauffeurs het systeem vaak pas willen activeren wanneer ze geconfronteerd worden met een boete. Op dat moment ontstaat het besef dat een softwarekoppeling op zich geen enkele waarde heeft als die in de dagelijkse werking niet wordt gebruikt. De politie hanteert bovendien een strikt controlesysteem dat geen ruimte laat voor ontbrekende gegevens. Een rit die niet geregistreerd is, wordt beschouwd als een overtreding. Dat levert niet alleen een onmiddellijke boete op, maar kan ook gevolgen hebben voor de geldigheid van de vergunning.

Het advies aan chauffeurs is daarom eenvoudig maar essentieel. Gebruik het erkende systeem niet als formaliteit, maar als vast onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden. Start elke dienst, registreer elke rit en sluit elke dienst af. Op die manier ontstaat een sluitende administratie die voldoet aan alle regels van de Vlaamse overheid. 

De Lijn waarschuwt: vakbondsactie legt bus en tram dagenlang lam in Vlaanderen

Schrale dienstregeling en onverwachte rituitval, reizigers moeten routeplanner voortdurend controleren.

Door een gecoördineerde vakbondsactie op maandag 24, dinsdag 25 en woensdag 26 november 2025 komt het openbaar vervoer in Vlaanderen zwaar onder druk te staan. De Lijn bevestigt dat haar vakbondsafdelingen mee aansluiten bij de actie, waardoor het aanbod aan bus- en tramritten over de drie dagen heen sterk uitgedund zal zijn. De vervoersmaatschappij spreekt zelf van een periode van algemene hinder waarbij reizigers merkbaar beperkt zullen worden in hun dagelijkse verplaatsingen.

communicatie

Communicatiediensten van De Lijn benadrukken dat zij voor elke actiedag een alternatieve dienstverlening op poten zetten om de gevolgen voor het publiek zo goed mogelijk op te vangen. Volgens de woordvoerders wordt alle informatie over de aangepaste dienstregeling gefaseerd beschikbaar gemaakt. “Op zaterdag 22 november in de loop van de avond publiceren we de updates voor maandag, op zondagavond 23 november die voor dinsdag, en op maandagavond 24 november volgen de updates voor woensdag,” luidt het. De Lijn maakt duidelijk dat reizigers deze gegevens zowel op de website als in de app kunnen raadplegen, zodat zij zich tijdig kunnen voorbereiden.

voorzichtig

De Lijn blijft echter voorzichtig in haar communicatie en waarschuwt dat onverwachte rituitval mogelijk blijft. Zij benadrukt dat reizigers ook op de dag zelf het best de routeplanner blijven controleren om zeker te zijn van de meest actuele situatie. Volgens de maatschappij is dit de enige manier om het risico op onaangename verrassingen te beperken, gezien de impact van de actie afhankelijk is van de effectieve deelname van het personeel en dus van dag tot dag kan verschillen.

Foto: © Pitane Blue – Vlaamse kusttram De Lijn

Tijdens de drie actiedagen zullen alle ritten die wél gereden worden zichtbaar zijn in de routeplanner van De Lijn. Ritten die uitbreken of niet uitgevoerd worden, verdwijnen volledig uit de planner. De vervoersmaatschappij licht toe dat op de halte- en lijnpagina’s de niet-rijdende ritten specifiek gemarkeerd zullen worden met de vermelding ‘rijdt niet’. Daarmee wil De Lijn voorkomen dat reizigers zich naar een halte begeven in de veronderstelling dat een rit toch nog wordt uitgevoerd.

De vervoersmaatschappij laat weten dat zij begrip heeft voor de bekommernissen van haar personeel, maar tegelijk beseft hoe zwaar de hinder voor het publiek kan zijn. Daarom biedt De Lijn op voorhand haar excuses aan. “De Lijn verontschuldigt zich voor de hinder en het ongemak die deze vakbondsactie met zich zal meebrengen,” klinkt het in de officiële mededeling. De excuses worden vooral ingegeven door de wetenschap dat de driedaagse actie precies plaatsvindt tijdens een periode waarin veel pendelaars, scholieren en occasionele reizigers afhankelijk zijn van vlot openbaar vervoer.

onzekerheid

Voor de reizigers blijft het dus een periode van onzekerheid, waarbij elke dag opnieuw moet worden bekeken welke verbindingen overeind blijven. De Lijn hoopt dat door een consequente informatieverstrekking via haar digitale platformen de verstoring enigszins beheersbaar blijft. Reizigers die tijdens deze dagen de bus of tram willen nemen krijgen uiteindelijk één duidelijke boodschap mee: blijf de updates volgen, plan uw route kort voor vertrek en reken niet op de gebruikelijke frequentie of betrouwbaarheid van het aanbod.

Opvallend percentage: duizenden Nederlandse kinderen naar school in Vlaanderen

Basisonderwijs in Antwerpen populair bij nederlandse gezinnen.

Ruim dertigduizend Nederlandse kinderen trokken dagelijks naar een school in Vlaanderen. Uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat 17 duizend van hen onderwijs volgden op een Vlaamse basisschool en dat bijna 13 duizend leerlingen in het voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zaten. Het overgrote deel van deze kinderen woont eveneens in Vlaanderen, vaak in de nabijheid van de Belgische grens.

Vooral het Vlaamse basisonderwijs blijkt in trek onder Nederlandse gezinnen die in Vlaanderen zijn neergestreken. Het arrondissement Antwerpen voert de lijst aan met het grootste aantal Nederlandse basisschoolleerlingen: 4.530 in totaal. Ook in het voortgezet onderwijs en mbo is Antwerpen populair, met 2.690 ingeschreven leerlingen uit Nederland. De cijfers onderstrepen dat de aanwezigheid van Nederlandse kinderen in Vlaamse klassen inmiddels een structureel gegeven is.

Limburg

Wanneer gekeken wordt naar Nederlandse leerlingen die wel in Nederland wonen maar toch in Vlaanderen naar school gaan, valt op dat zij vooral kiezen voor het secundair onderwijs, de Vlaamse variant van het voortgezet onderwijs en mbo. Dit patroon is het duidelijkst zichtbaar in het arrondissement Maaseik, dat grenst aan de provincie Limburg. Daar volgen 1.360 Nederlandse kinderen een secundaire opleiding, terwijl slechts 270 in het basisonderwijs zitten. De nabijheid en vaak korte reistijd spelen hierin een doorslaggevende rol, aangezien veel Limburgse ouders hun kinderen bewust richting Vlaamse middelbare scholen sturen.

De beweging van leerlingen over de grens werkt overigens ook de andere kant op. In hetzelfde schooljaar 2023/’24 bezochten bijna 8 duizend Belgische en Duitse leerlingen een school in Nederland. Van hen kwamen er 2.260 uit België en 5.630 uit Duitsland. Opvallend genoeg wonen deze kinderen in de meeste gevallen ook daadwerkelijk in Nederland, vaak in gezinnen met een migratieachtergrond of in situaties waarin ouders uit het buurland zich aan de Nederlandse kant van de grens hebben gevestigd.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Hoewel het gaat om een relatief klein aandeel van de totale leerlingpopulatie in Nederland – slechts 0,3 procent – zijn er duidelijke regionale uitzonderingen. In grensregio’s zoals Zeeuws-Vlaanderen springt het percentage Belgische leerlingen er bijvoorbeeld uit. Daar heeft 2,1 procent van de kinderen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs een Belgische achtergrond. In Zuid-Limburg ligt dit aandeel lager, maar ook daar steekt het boven het landelijke gemiddelde uit met 0,5 procent Duitse leerlingen.

onderwijssysteem

De cijfers laten zien dat de grens tussen Nederland en België in het dagelijks leven voor veel gezinnen nauwelijks een barrière vormt. Het onderwijssysteem aan de andere kant van de grens kan aantrekkelijk zijn om uiteenlopende redenen: de afstand van huis naar school, de onderwijscultuur, of simpelweg omdat het gezin daar woont terwijl de kinderen nog de Nederlandse nationaliteit hebben. Tegelijkertijd profiteren scholen in de grensstreek van deze diversiteit in hun klassen, al vergt het ook aanpassingsvermogen van zowel leerlingen als leraren.

Met de groeiende mobiliteit binnen de Europese Unie lijkt het erop dat dergelijke cijfers in de toekomst nog verder zullen stijgen. Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt nauwlettend bijgehouden hoe deze bewegingen zich ontwikkelen, omdat ze direct van invloed zijn op de onderwijsplanning, de capaciteit van scholen en de culturele uitwisseling in de grensregio’s.

Flexvervoer in de lift: een kwart meer reizigers kiezen voor nieuwe dienst

De Lijn heeft in 2024 een stijging van 4,5 procent in het aantal reizigers geregistreerd. Met een totaal van 373 miljoen reizigers blijkt de vraag naar openbaar vervoer in Vlaanderen toe te nemen.

Deze stijging is ook terug te zien in de verkoop van vervoerbewijzen: het aantal abonnementen nam toe met 4 procent en de losse tickets en meerrittenkaarten verkochten 7 procent beter dan het jaar ervoor. De reizigers gaven De Lijn bovendien een tevredenheidsscore van 7,5 op 10. Met de invoering van een nieuwe telmethode, waarbij telcamera’s op voertuigen worden gecombineerd met AI-analyse, heeft De Lijn haar meetmethodes aanzienlijk verfijnd. Op 1.600 bussen en trams zijn camera’s geïnstalleerd die de in- en uitstappende passagiers tellen. 

Deze data wordt gekoppeld aan de ontwaardingen van MoBIB-abonnementen en andere tickets, en geanalyseerd op basis van factoren zoals het tijdstip van de dag, het weer en het type halte. De nieuwe telmethode toont aan dat eerdere tellingen een onderschatting gaven van het werkelijke aantal passagiers. In 2023 werden volgens de oude methode 357 miljoen reizigers geteld, terwijl de nieuwe methode laat zien dat dit aantal hoger lag. In 2024 noteerde De Lijn met de vernieuwde meetmethode 373 miljoen reizigers.

sterke groei in flexvervoer

Een van de opvallende trends in 2024 was de sterke groei van het flexvervoer, dat begin dit jaar werd ingevoerd als vervanger van de vroegere belbus. Meer dan een miljoen reizigers maakten gebruik van deze nieuwe, flexibel inzetbare bussen, wat neerkomt op een stijging van 25 procent ten opzichte van het oude systeem. Het flexvervoer, dat vraagafhankelijk werkt, biedt een ruimer tijdsvenster en een grotere geografische dekking, waardoor het voor meer reizigers toegankelijk is.

Foto: Pitane Blue – De Lijn Gent

Met de inzet van de telcamera’s kan De Lijn ook gerichter controleren op zwartrijden. Door afwijkingen tussen de geregistreerde tickets en de getelde passagiers in kaart te brengen, kan het controlepersoneel effectiever worden ingezet. In 2024 werden 2,2 miljoen reizigers gecontroleerd, een stijging van bijna 40 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Deze toegenomen controles werpen hun vruchten af. Het aantal zwartrijders daalde van 4,5 procent in 2023 naar 3,8 procent in 2024. Dit past in een bredere trend waarbij zwartrijden sinds de coronaperiode gestaag afneemt. In 2021, toen er nauwelijks controles plaatsvonden, lag dit percentage nog op 7,8 procent.

historische hervorming

De invoering van een meer vraaggericht en efficiënter openbaar vervoernetwerk in 2024 markeerde de grootste hervorming in de geschiedenis van De Lijn. In zes van de vijftien regio’s in Vlaanderen werd een volledig nieuw netwerk uitgerold. Daarnaast werden trajecten aangepast en nieuwe verbindingen ingevoerd.

De veranderingen vroegen om een aanzienlijke inspanning van zowel reizigers als medewerkers. Toch toont de stijging in reizigersaantallen aan dat de nieuwe aanpak effectief is. Door de inzet van de telcamera’s kan De Lijn in de toekomst nog gerichter inspelen op de vraag per regio en lijn.

plannen voor 2025

De Lijn zet in 2025 verder in op de vernieuwing van haar netwerk en vloot. Directeur-generaal Ann Schoubs kondigde aan dat er dit jaar 200 nieuwe e-bussen geleverd worden. Dit is een stap richting een duurzamer openbaar vervoernetwerk en draagt bij aan de verjonging van de busvloot.

Daarnaast heeft de Vlaamse regering een extra investering van 400 miljoen euro vrijgemaakt, waardoor De Lijn fors meer nieuwe bussen en trams kan bestellen. Het doel is om in samenspraak met partners zoals het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en de vervoerregio’s het netwerk nog efficiënter en effectiever te maken. De tevredenheidscijfers onder reizigers blijven ondertussen stabiel. In 2024 gaf 77 procent van de reizigers aan tevreden te zijn over hun reiservaring met De Lijn. Dit cijfer onderstreept volgens Schoubs dat de organisatie op de goede weg is.

Reizigers gedupeerd door staking De Lijn: hinder breidt zich uit over heel Vlaanderen

De staking bij vervoersmaatschappij De Lijn breidt verder uit.

Na de Vlaamse Rand sluiten nu ook buschauffeurs in de Kempen en Heist-op-den-Berg zich aan bij de acties, die voor de tweede dag op rij het openbaar vervoer in verschillende regio’s ernstig verstoren. De onvrede onder de chauffeurs blijft aanhouden, voornamelijk vanwege de nieuwe werkroosters die vanaf januari van kracht worden. De maatregel, die onderdeel is van een bredere herstructurering binnen De Lijn, blijft het middelpunt van de controverse tussen vakbonden en de directie van de vervoersmaatschappij.

De staking begon gisteren als een spontane actie in de Vlaamse Rand, waarbij chauffeurs in Brussel, Halle, Ninove, Asse, Dendermonde, Vilvoorde en Grimbergen het werk neerlegden. De nieuwe dienstregeling, die volgens De Lijn noodzakelijk is om de basisbereikbaarheid te garanderen, stuit op hevig verzet bij het personeel. De vakbonden wijzen erop dat de plannen van De Lijn niet alleen leiden tot het schrappen van ritten, maar ook tot een verslechtering van de werkomstandigheden voor de chauffeurs. Volgens de bonden zouden vooral de geplande wijzigingen in de weekenddiensten en het schrappen van specifieke ritten zorgen voor onvrede.

werkdruk

Naast de werkdruk die toeneemt, spelen er in sommige regio’s ook andere problemen mee, zoals een tekort aan chauffeurs en bussen. Dit leidt ertoe dat bepaalde routes niet langer gegarandeerd kunnen worden, wat de werkdruk voor de huidige chauffeurs alleen maar vergroot. Vakbondsvertegenwoordigers benadrukken dat deze situatie niet houdbaar is en eisen dat de directie met betere oplossingen komt.

Gisteren zaten de vakbonden en de directie van De Lijn al meermaals aan de onderhandelingstafel, maar dat overleg leverde geen doorbraak op. De gesprekken zijn moeilijk, en de standpunten van beide partijen liggen ver uit elkaar. Terwijl De Lijn aanstuurt op efficiëntere werkroosters om kosten te besparen en het netwerk meer in lijn te brengen met de noden van de reizigers, vrezen de vakbonden dat deze besparingen ten koste gaan van de dienstverlening én de werkomstandigheden.

Foto: Pitane Blue – De Lijn

“De nieuwe werkroosters houden geen rekening met de realiteit van de chauffeurs,” aldus een woordvoerder van de vakbonden. “Het schrappen van ritten, met name in het weekend, betekent dat chauffeurs nog meer flexibiliteit moeten tonen. We vragen niet om speciale gunsten, maar om werkroosters die haalbaar zijn en rekening houden met de balans tussen werk en privé.”

Ook in de Kempen en Heist-op-den-Berg hebben de buschauffeurs het werk inmiddels neergelegd, waarmee de staking zich verder uitbreidt naar andere delen van Vlaanderen. Voor reizigers in deze regio’s betekent dit dat er ook vandaag rekening moet worden gehouden met ernstige verstoringen. De Lijn roept reizigers op om gebruik te maken van de routeplanner op hun website of via de app om te controleren welke ritten nog steeds doorgaan. Rituitval wordt duidelijk aangegeven, zodat reizigers niet onnodig lang hoeven te wachten bij haltes.

Ondertussen groeit de frustratie onder de reizigers, vooral onder degenen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer om naar hun werk of school te gaan. “Het is al moeilijk genoeg om op tijd op het werk te komen, en nu moeten we ook nog uitzoeken of onze bus wel rijdt,” klaagt een boze pendelaar in Vilvoorde bij de nieuwsdienst VRT NWS. De staking heeft ook geleid tot toenemende druk op de alternatieve vervoersmiddelen, zoals de trein of de fiets, hoewel deze niet altijd voor iedereen een oplossing bieden.

De Lijn staat erop dat de hervormingen noodzakelijk zijn om de langetermijnduurzaamheid van hun dienstverlening te garanderen. “Het is jammer dat er hinder is voor de reizigers, maar we moeten werken aan een efficiënter netwerk dat beter aansluit op de behoeften van vandaag en morgen,” aldus een woordvoerder van De Lijn. Toch blijft het de vraag of de directie er snel in zal slagen om een akkoord te bereiken met de vakbonden. Zolang er geen oplossing in zicht is, lijkt de kans groot dat de staking zich verder zal uitbreiden.

Met de staking die nu al twee dagen duurt en geen tekenen vertoont van snel aflopen, blijft de impact op het openbaar vervoer groot. Het is afwachten of de gesprekken tussen de directie en de vakbonden vandaag tot een doorbraak zullen leiden, of dat er meer regio’s bij de staking betrokken zullen raken.

Elektrisch rijden in België blijft een weg vol uitdagingen

Het gebrek aan voldoende snelladers langs de snelwegen is niet alleen een ongemak voor de bestuurders van elektrische voertuigen, maar het ondermijnt ook de bredere inspanningen om de overstap naar schonere energiebronnen te maken.

Elektrisch rijden in België blijft een punt van discussie en is een weg vol uitdagingen. Hoewel elektrische voertuigen een steeds populairdere keuze worden vanwege hun milieuvriendelijke aard, lopen bestuurders tegen praktische problemen aan. Een van deze problemen is de beschikbaarheid van snelladers langs de Belgische snelwegen. Ondanks de kleine omvang van het land, is het vaak een uitdaging om binnen 60 kilometer een snellader te vinden. Dit leidt tot zorgen over het bereiken van de eindbestemming zonder dat de accu leeg raakt.

Zo raden onze experts aan om de gemiddelde snelheid op de snelweg te beperken tot 90 km/u en de airconditioning uit te schakelen om de actieradius van elektrische auto’s te vergroten. Hoewel deze maatregelen kunnen helpen, blijft het opladen van de auto een belangrijk aandachtspunt. Een gewoon stopcontact kan tot 10 uur duren om een auto volledig op te laden, terwijl snelladers dit in ongeveer een halfuur kunnen doen, afhankelijk van de auto.

klimaatdoelen

De Europese en Vlaamse klimaatdoelstellingen benadrukken de noodzaak van een efficiënt en duurzaam energiegebruik, waarbij elektrisch rijden een cruciale rol speelt in het verminderen van de CO2-uitstoot. Om elektrisch rijden te stimuleren, is het essentieel dat er voldoende laadpunten beschikbaar zijn. Helaas is dit nog niet het geval langs de snelwegen in België.

Het feit dat bestuurders van elektrische auto’s strategieën moeten bedenken, zoals het beperken van hun snelheid en het uitschakelen van airconditioning, om hun bestemming te bereiken, spreekt boekdelen over het gebrek aan vooruitziend beleid en investeringen in de benodigde infrastructuur.

Cartoon: Pitane Blue – de volgende snellader nog ver weg is.

Het Europees Parlement heeft echter stappen ondernomen om deze situatie te verbeteren. Vanaf 2026 moeten er op de belangrijkste Europese wegen om de 60 kilometer snelladers beschikbaar zijn voor elektrische auto’s, en om de 120 kilometer voor vrachtwagens en bussen. Bovendien zullen aanbieders van laadpalen met een hoog vermogen de prijzen duidelijk moeten weergeven, vergelijkbaar met de prijsaanduidingen bij benzinepompen. Hoewel de borden die dit aangeven nu al zichtbaar zijn, is het nog even wachten op de realisatie van deze plannen.

Een kritische blik op de huidige infrastructuur toont dat de vooruitgang in het faciliteren van elektrisch rijden traag en onvoldoende is. Dit is ironisch, gezien de urgentie van klimaatverandering en de noodzaak om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. De overheid en de betrokken instanties moeten blijkbaar nog veel leren over het belang van het ondersteunen van een infrastructuur die essentieel is voor de adoptie van elektrische voertuigen.

Flexi-jobs verwelkomen nieuwe sectoren maar laten taxi’s in de kou staan

Terwijl verschillende sectoren in België juichen om de recente uitbreiding van flexi-jobs in het federale budget van 2024, koken de gemoederen in de taxibranche over van frustratie.

Met de recente uitbreiding van flexi-jobs naar twaalf nieuwe sectoren, is er sprake van zowel tevredenheid als ongenoegen binnen verschillende branches. Terwijl sectoren zoals de voedingsindustrie en het bus- en touringcarvervoer blij zijn met deze nieuwe mogelijkheid, voelt de taxibranche zich overgeslagen en is er boosheid over hun uitsluiting van deze regeling.

Aurélie Gerth, woordvoerder van Fevia, de federatie van voedselbedrijven, benadrukt hoe belangrijk het is voor haar sector om flexibel te kunnen inspelen op sterk fluctuerende vraag en aanbod. Volgens Fevia is er een voortdurend tekort aan personeel in de voedselsector, waar gemiddeld ongeveer 1.500 vacatures openstaan. Hoewel het een stap in de goede richting is, zou Fevia graag zien dat flexi-jobs in de toekomst beschikbaar zijn voor de gehele voedselsector.

De Federatie van Belgische Autobus- en Autocarondernemers (FBAA) is eveneens opgetogen over de introductie van flexi-jobs. Volgens de federatie is dit een effectieve manier om het chronische tekort aan chauffeurs in het openbaar en gespecialiseerd schoolvervoer aan te pakken. Net als in de voedselsector staan ook hier meer dan 1.500 chauffeursvacatures open. FBAA-CEO Pieter Van Bastelaere wijst erop dat parttime buschauffeurs nu minder geneigd zullen zijn om naar sectoren te gaan waar flexi-jobs ook zijn toegestaan.

De nieuwe regeling opent de deuren voor tijdelijke en flexibele arbeidscontracten in twaalf extra sectoren, maar taxichauffeurs vragen zich af waarom ze aan de zijlijn blijven staan.

Verhuizers en de evenementensector delen dit enthousiasme. Koen Vangoitsenhoven, directeur van de Belgische Kamer van Verhuizers, legt uit dat de mogelijkheid voor flexi-jobs zal helpen om ervaren, net gepensioneerde werknemers terug te halen, die op hun beurt de jongere generatie kunnen opleiden. Ook in de evenementensector is er sprake van opluchting, aangezien de federale overheid hiermee tegemoet komt aan een reële behoefte, aldus Stijn Snaet, directeur van de Event Confederation.

Aan de andere kant staat de taxibranche, die zich onrechtvaardig behandeld voelt door niet opgenomen te zijn in de uitbreiding. Pierre Steenberghen, secretaris-generaal van de Nationale Groepering van Taxi-Ondernemingen (GTL), noemt de uitsluiting een “echte catastrofe” voor de sector. Het sentiment binnen de taxibranche is er een van onbegrip en frustratie, aangezien men zich voor vergelijkbare uitdagingen gesteld ziet als andere sectoren die wel zijn opgenomen in de regeling.

Oproep voor innovatieve laadinfrastructuur een kans voor duurzame mobiliteit

De maximale subsidie per project bedraagt 300.000 euro, en de uitgaven worden tot 40% vergoed.

Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken in Vlaanderen heeft onlangs een belangrijke aankondiging gedaan: het lanceren van een oproep voor innovatieve pilootprojecten rond laadinfrastructuur. Deze oproep is niet zomaar een routinestap, maar een mijlpaal die een nieuwe wending kan geven aan de toekomst van mobiliteit in de regio.

Volgens Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, zijn er al ongeveer 27.000 laadpunten in Vlaanderen. Het doel is om dit aantal tegen 2025 op te voeren tot 35.000. Maar de ambitie reikt verder dan cijfers alleen. Deze oproep is bedoeld om nieuwe, innovatieve manieren te vinden om laadinfrastructuur te implementeren en zo de vergroening van het wagenpark te bevorderen.

De oproep heeft een totaalbudget van twee miljoen euro, mede gefinancierd door het Vlaams Klimaatfonds. De maximale subsidie per project bedraagt 300.000 euro, en de uitgaven worden tot 40% vergoed. Dit geeft ruimte voor creatieve en haalbare projecten. De deadline voor het indienen van voorstellen is 23 oktober 2023. Aanmeldingen kunnen worden gedaan via het modelformulier op de website van de Vlaamse overheid.

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Als indiener van het project moet je ermee akkoord gaan om uiterlijk in 2026 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadsystemen. De benodigde data moeten beschikbaar worden gesteld.

Als je overweegt om een projectvoorstel in te dienen voor de oproep voor innovatieve laadinfrastructuur van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, is het belangrijk om de specifieke criteria en vereisten te begrijpen. Hier volgt een overzicht van de sleutelaspecten.

De projecten moeten een verkennende en innovatieve insteek hebben. Dit houdt in dat ze nieuwe manieren moeten onderzoeken om laadinfrastructuur te implementeren of te verbeteren. Hoewel de projecten in de subsidiefase van beperkte schaal zijn, is het de bedoeling dat ze na afloop kunnen opschalen. Het project moet complementair zijn met of aanvullend zijn op eerdere CPT-projectoproepen en wat via normale concessies voor laders en snelladers zal worden uitgerold.

Alleen projecten die worden gerealiseerd in het Vlaamse Gewest na de sluiting van de oproep komen in aanmerking. De projecten mogen een maximale looptijd van twee jaar hebben, te rekenen vanaf de kennisgeving van de selectie. Alleen de kosten die zijn gemaakt na de kennisgeving van de selectie komen in aanmerking voor subsidie. Voorbereidende stappen zoals vergunningen kunnen wel al worden gezet.

Nieuwe vereisten voor rijexamen B in Vlaanderen: navigatie skills nu een must

De aankondiging van deze nieuwe regelgeving heeft gemengde reacties opgeleverd.

Vanaf 1 oktober 2023 wordt het praktijkexamen voor het rijbewijs in categorie B in Vlaanderen een tikkeltje uitdagender. Kandidaten moeten vanaf dan niet alleen bewijzen dat ze de verkeersregels kennen en deze kunnen toepassen, maar ook dat ze behendig kunnen omgaan met een navigatiesysteem. Dit nieuws volgt op een studie van de Universiteit Hasselt, die het belang van deze vaardigheid voor de moderne automobilist aantoonde.

Het goede nieuws is dat je niet verplicht bent een duur navigatiesysteem aan te schaffen voor het examen. Je mag je eigen gps gebruiken, of een gratis navigatie-app zoals Waze of Google Maps op je smartphone. Het enige vereiste is dat het toestel in een speciale houder moet zitten tijdens het examen.

Heb je geen eigen navigatiesysteem? Geen zorgen, de examinator zal je voorzien van een standaardmodel. Dit model wordt uniform gebruikt in alle Vlaamse examencentra om een eerlijke beoordeling te garanderen.

Het praktijkexamen vraagt nu niet alleen dat je het navigatietoestel vlot en correct kunt bedienen, maar ook dat je in staat bent zelfstandige beslissingen te nemen op basis van de aanwijzingen. Het is dus raadzaam om tijdens je rijopleiding en oefenperiode voldoende tijd te besteden aan deze nieuwe eis.

De instructies van het navigatiesysteem moeten in het Nederlands zijn, zodat de examinator je kan volgen. Als je een tolk nodig hebt voor het examen, zal deze de Nederlandstalige instructies vertalen naar Frans, Duits of Engels, afhankelijk van je voorkeur.

Deze nieuwe regelgeving benadrukt het groeiende belang van technologie in het dagelijks verkeer en bereidt nieuwe bestuurders beter voor op de realiteit van het moderne rijden. Sommigen zien het als een logische stap in een steeds meer gedigitaliseerde wereld, terwijl anderen vrezen dat het een extra barrière kan vormen voor mensen die niet technologisch onderlegd zijn of geen toegang hebben tot moderne smartphones.

De Kusttram, de langste tramlijn ter wereld langs de Vlaamse kust

Van het noordelijke Knokke tot het zuidelijke De Panne, de schoonheid en diversiteit van de Vlaamse kust wachten op je.

Reizend langs de oogverblindende Belgische kustlijn, stelt de Vlaamse Kusttram van De Lijn zich op als een unieke manier om de diverse charmes van Vlaanderen te ontdekken. Het cultureel erfgoed biedt een onvergetelijke reiservaring, zowel voor fervente natuurliefhebbers als voor geschiedenisfanaten en fijnproevers.

Of je nu een inwoner bent die op zoek is naar een ontspannen dagje uit of een toerist die de unieke charmes van de Vlaamse kust wil ontdekken, de Kusttram biedt een avontuurlijke en authentieke ervaring die je niet snel zal vergeten.

De langste tramlijn ter wereld is de Belgische kusttram, ook bekend als de Kusttram, die langs de gehele Belgische kust loopt van De Panne dichtbij de Franse grens tot Knokke-Heist dichtbij de Nederlandse grens. De tramlijn, die in 1885 werd geopend, heeft een totale lengte van ongeveer 68 kilometer en bedient 68 stations. Het is een populaire toeristische attractie en biedt een prachtig uitzicht op de Noordzee en de verschillende steden en dorpen langs de Belgische kust.

Hoewel de kuststeden zeker een bezoek waard zijn, is het de reis zelf die de Kusttram tot een unieke ervaring maakt. De tram biedt je een ononderbroken uitzicht op de Vlaamse kust, waardoor je de veranderende landschappen en seizoenen in al hun glorie kunt ervaren.

Foto: Pitane Blue – Vlaamse kusttram De Lijn

Begin je tocht in Knokke, het meest noordoostelijke punt van de route. Knokke, een luxueuze badplaats, biedt tal van verfijnde eetgelegenheden, trendy boetieks en kunstgalerijen. Neem ook de tijd om de prachtige natuurreservaten Zwin en Het Zoute te bezoeken.

Als de tram langs de kustlijn slingert, ervaar je de rustige schoonheid van het landschap. Geniet van de uitgestrekte zandstranden, de meeuwen die boven de golven scheren, en het kalmerende ritme van de rollende golven. Stop bij De Haan, een pittoreske badplaats die bekend staat om zijn Belle Epoque-architectuur. Wandel door de charmante straten en proef de lokale Belgische keuken in een van de gezellige restaurants.

De Belgische kust is beroemd om zijn zeevruchten, en een reis is niet compleet zonder te proeven van de verse garnalen, mosselen en oesters, vaak geserveerd met een glas Belgisch bier of een traditionele jenever.

Foto: Pitane Blue – Vlaamse kusttram De Lijn in Oostende

De volgende stop is Oostende, vaak de ‘Koningin der Badsteden’ genoemd. Hier kan je de Koninklijke Gaanderijen en het Fort Napoleon bezoeken, een reis naar het verleden die de rijke geschiedenis van de stad onderstreept. Vergeet ook niet de bruisende Visserskaai te bezoeken, waar je kunt genieten van verse zeevruchten.

Het culturele aanbod gaat verder in Oostende, waar je het Museum voor Schone Kunsten kunt bezoeken, dat een indrukwekkende collectie werken van Vlaamse en Belgische kunstenaars herbergt. Of duik in het maritieme verleden van de stad met een bezoek aan de Amandine, het laatste IJslandvaarder schip van Oostende, dat nu een museum is.

Voor de muziekliefhebbers is er het Kursaal Oostende, een concertzaal en evenementencentrum dat talrijke concerten, musicals en theaterstukken herbergt. En voor filmfanaten biedt het jaarlijkse Filmfestival van Oostende een selectie van films uit de hele wereld, waaronder vele Belgische premières.

Foto: Pitane Blue – Vlaamse kusttram De Lijn in De Panne

In Nieuwpoort, bijvoorbeeld, kun je stoppen om het indrukwekkende Koning Albert I-monument te bezoeken, een eerbetoon aan de Belgische koning die het land door de Eerste Wereldoorlog leidde. Het nabijgelegen bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort geeft een fascinerend inzicht in de geschiedenis van de ‘Slag om de IJzer’ en de vernietiging en latere wederopbouw van de stad.

De tramlijn eindigt in De Panne, waar je kan genieten van het natuurschoon van het Duinpark Hoge Blekker en het natuurreservaat Westhoek. Het eindpunt van de Kusttram is ook het startpunt van een andere ontdekkingstocht te Adinkerke, namelijk Plopsaland. Een populair themapark dat zowel kinderen als volwassenen zal vermaken met zijn scala aan attracties, van spannende achtbanen tot live shows met enkele van de populairste personages van Studio 100.

Dus pak je kaartje, stap aan boord en laat de Vlaamse Kusttram je meenemen op een reis vol wonderen. Van het noordelijke Knokke tot het zuidelijke De Panne, de schoonheid en diversiteit van de Vlaamse kust wachten op je.

Tickets zijn verkrijgbaar bij diverse verkooppunten en automaten langs de kust. Je kunt ook een dag- of meerdagenpas kopen als je van plan bent om meerdere dagen te reizen. Ga voor meer informatie naar de officiële website van De Lijn.

Trappistenroute uitgeroepen tot mooiste fietsroute van Vlaanderen

Je kunt 44 km lang genieten van de bijzondere sfeer die trappist-en-route bij je oproept.

We stippelden weer een prachtige fietsroute voor je uit. De Trappistenroute is uitgeroepen tot de mooiste fietsroute van Vlaanderen. Dat hebben de leden van VAB beslist. De fietsroute vertrekt en komt aan in Westmalle en rijdt door de Antwerpse Kempen. Je rijdt er langs de brouwerijen, maar ook langs het kasteel De Renesse. De natuur en de vele eet- en drankmogelijkheden waren een troef om de titel te krijgen.

Het fietsen van de Trappistenroute in Westmalle is een prachtige manier om de natuur, cultuur en geschiedenis van België te ontdekken. Twee Kempense abdijen, een middeleeuws kasteeldomein en een dosis topnatuurvormen het decor van deze fietsroute. Al 200 jaar brouwen de monniken in de abdij van Westmalle, die helaas niet te bezoeken is, hun wereldberoemde trappistenbier. Ze dragen de pij van de cisterciënzers – trappisten in de volksmond – en leiden een teruggetrokken leven volgens de regels van Sint-Benedictus.

Een derde van de leden van de mobiliteitsorganisatie VAB heeft de trappistenroute van Malle verkozen tot mooiste fietsroute in Vlaanderen.

De Trappistenroute in Malle, die zowel langs de trappistenabdij van Westmalle als die van de trappistinnen van Brecht komt, is door de leden van  VAB verkozen tot mooiste fietsroute van Vlaanderen. VAB-Magazine riep zijn lezers op hun favoriete fietsroute te kiezen. Daarvoor werden tien fietsroutes weerhouden. De route leidt de fietsers naar twee Kempense abdijen, het domein van het sprookjesachtige, middeleeuwse Kasteel de Renesse (Oostmalle), het weidse landschap van de Brechtse heide en het reservaat ’s Herenbos.

Een bezoek aan de Trappistenabdij van Westmalle is een must voor elke fietser op deze route. De abdij is gebouwd in 1794 en is een prachtig voorbeeld van neogotische architectuur. Het is een rustige en spirituele plek waar je kunt genieten van de stilte en de natuur.

Ook in de abdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth wijden de zusters trappistinnen hun leven aan stilte, gebed en arbeid. Alleen de klokkentoren van de abdij verstoort de stilte in het weidse landschap van de Brechtse heide. Houd onderweg even halt bij het sprookjesachtige kasteel de Renesse en snuif de frisse boslucht op van reservaat ’s Herenbos.

Deze fietsroute werd totaal vernieuwd. De startplaats van deze route is de Antwerpsesteenweg 487 te Malle. De route heeft een basistraject 44 km en een verkorting van 30 km. Afsluiten doe je op het terras van Café Trappisten met een volle kroes trappistenbier. Dus pak je fiets en ontdek deze prachtige route!

Slechts twee derde van de bestuurders kent de reddingsstrook

Nieuwe sensibiliseringscampagne VRT moet bestuurders helpen.

Twee jaar na de invoering in de Belgische wegcode weet nog maar twee derde van de autobestuurders wat een reddingsstrook is. Dat blijkt uit onderzoek door het Agentschap Wegen en Verkeer, dat deze maand een nieuwe sensibiliseringscampagne start. 

De reddingsstrook zorgt voor een veilige doorgang van de hulpdiensten. Chauffeurs vormen spontaan een reddingsstrook bij filevorming. Dit is immers al verplicht sinds 1 oktober 2020 en toch zijn veel Vlamingen er nog steeds niet mee bekend. Bij sterk vertraagd verkeer kan de reddingsstrook al preventief gevormd worden. 

U vormt dus op voorhand een vrije ruimte of reddingsstrook. Dit doet u altijd, ook als er geen hulpdiensten in de buurt zijn. Voertuigen op de linkerrijstrook rijden zoveel mogelijk naar links. Al de rest wijkt zoveel mogelijk uit naar de rechterkant. De pechstrook of een gesloten spitsstrook blijft altijd vrij.

van levensbelang

De verkeersredactie van de VRT helpt bestuurders alvast mee en geeft aan dat een reddingsstrook maken van levensbelang is. Voor een ambulance die op weg is naar een ongeval met gewonden of geknelde personen, telt elke seconde. Zelfs een halve minuut vertraging kan het verschil maken tussen leven en dood.

Als elke weggebruiker de reddingsstrook toepast wanneer het nodig is, zullen de hulpdiensten veel sneller ter plaatsen zijn. Hierdoor stijgen de overlevingskansen van mensen betrokken in een zwaar ongeval. Door de vlotte bereikbaarheid van een ongeval door de reddingsstrook, zal de rijweg sneller vrijgegeven worden en staat u dus minder lang in de file.

“Het is erg frustrerend voor hulpverleners om de staart van een file te bereiken en te zien dat de reddingsstrook nog gevormd moet worden. We helpen slachtoffers veel sneller wanneer we in één vlotte beweging tot op de plaats van het incident kunnen rijden.”

Maarten Van Severen – hoofd van Netwerk Brandweer.

In januari herinneren affiches en boodschappen op 64 digitale tekstborden aan de reddingsstrook. De VRT-verkeersredactie houdt luisteraars tijdens verkeersbulletins bij de les. Af en toe hoor je op de radio: “Sta je in de file, vergeet dan zeker niet een reddingsstrook te vormen.”

Ook voor de motorijder is de reddingsstrook een goede zaak. Zij mogen namelijk de vrije ruimte van de reddingsstrook gebruiken om de file voorbij te rijden. Motorrijders die files voorbijrijden doen dit met een zeer matige snelheid, maximum 20 km/u sneller dan de automobilisten.

De meeste Vlamingen hebben de boodschap al begrepen. Toch ondervinden hulpdiensten nog steeds problemen.

Chiron aansluiting nog makkelijker voor taxichauffeurs

Een laagdrempelige oplossing voor de taximarkt in Vlaanderen zonder hoge kosten.

Het Eindhovense softwarebedrijf Censys BV levert al bijna 30 jaar software en diensten aan Vlaamse taxiondernemers. Onlangs lanceerde het bedrijf ook voor de Vlaamse taxichauffeurs een handig nieuw online portaal. Van Roeselare tot Anderlecht, of Lommel tot Oostende maken taxibedrijven gebruik van de gebruiksvriendelijke software op een iOS of Android telefoon. De software beantwoordt aan de door de overheid gestelde online data-registratieverplichting (Chiron). 

De laatste weken worden de aanmeldingen steeds meer omdat collega’s onderling hebben ontdekt dat het Nederlandse bedrijf ook Franstalige chauffeurs perfect op weg helpt en loodst door de administratieve rompslomp om Chiron aan de praat te krijgen. Via een handig aanmeldformulier is men binnen een werkdag operationeel met Chiron of kan je eerst 30 dagen de software gratis gebruiken.

Geen dure hardware of tablets in de taxi en vooral een goede begeleiding tijdens de aansluiting met Chiron. Dat zijn zowat de grootste troeven van Censys BV waardoor ze in heel Vlaanderen dagelijks nieuwe bedrijven aan de overheidsdatabase Chiron koppelen.

Het centraal systeem wat Pitane Mobility op de markt heeft gebracht in Vlaanderen maakt een printer overbodig. Je hebt altijd toegang tot je ritten, wagenpark en andere data. De ritbon wordt automatisch aan de klant verzonden. De taxichauffeur beschikt over een Pitane Driver app op de telefoon waar ritten kunnen geboekt worden of gestart en gestopt. Elektronische betalingen zijn mogelijk en de ritbon wordt meteen aan de klant verzonden, getoond of geprint.

In de nieuwe regelgeving voor taxichauffeurs die van kracht is, is voorzien dat elke nieuwe vergunningshouder de ritgegevens in real time moet doorgeven aan de Vlaamse Overheid (BVR 8 november 2019, art. 32 en 63). Iedere taxirit dient vlak voor vertrek en na aankomst elektronisch geregistreerd te worden in Chiron, de centrale rittendatabank voor individueel bezoldigd personenvervoer die hiervoor ter beschikking wordt gesteld bij Vlaamse Overheid. 

De registratie voor de connectie met API van centrale databank van de Vlaamse overheid voor de real-time registratie van individuele taxiritten, Chiron genoemd, staat los van de registratie voor nieuwe vergunningen of een bestuurderspas in het Centaurus systeem van de Vlaamse overheid.

Voor meer informatie zie ook https://www.vlaanderen.be/taxi
Lees ook: GTL doet onderzoek naar leveranciers Chiron koppeling

Taxi Bavo – Gent

Steenberghen: “taaleisen niet aangepast voor taxisector”

As er te weinig taxichauffeurs zijn, dan verlengen de wachttijden als je een taxi bestelt.

Ook in de Belgische taxisector is er een nijpend tekort aan kandidaat-chauffeurs. Het gebrek aan chauffeurs kan betekenen dat je in het midden van de nacht in de kou moet wachten op de taxi. Secretaris Pierre Steenberghen van de Nationale Groepering Taxiondernemingen brengt de voornaamste knelpunten onder de aandacht. Factoren die de aanwerving van chauffeurs extra bemoeilijken in Vlaanderen, maar ook spelen in heel België.

medische schifting

Vooreerst moet een kandidaat-chauffeur een medisch onderzoek ondergaan voor het behalen van het rijgeschiktheidsattest. Vervolgens moet hij/zij een bestuurderspas aanvragen bij zijn gemeente. Die procedure duurt dikwijls meerdere weken. En dat ontmoedigt al veel kandidaten. 

Steenberghen vraagt zich af of de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) daar iets aan kunnen doen door bijvoorbeeld een tijdelijke bestuurderspas uit te reiken bij aanvraag. Om de pas te verkrijgen moet een recent blanco strafblad en een attest van taalkennisniveau “B1-“voorgelegd worden. En dat is meteen het tweede knelpunt. De nieuwe hoge eisen van het attesteren van taalkennisniveau B1. 

taaleisen

Die eis, die in 2019 door Viceminister-president bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Ben Weyts ingevoerd werd, dwingt een groot aantal chauffeurs de taxisector te verlaten en elders werk te zoeken. Een taalopleiding van 200 uren in een CVO volgen bovenop een voltijdse job om daarna schriftelijke en mondelinge proeven te moeten afleggen, dat zien veel chauffeurs niet zitten. 

Voor de sociale partners van de taxisector was het al een grote verbetering geweest, had de regering geopteerd voor taalkennisniveau A2.

Secretaris Pierre Steenberghen van de Nationale Groepering Taxiondernemingen
Een taalopleiding van 200 uren dat zien veel chauffeurs niet zitten.

Dergelijke hoge taaleisen zijn niet aangepast voor de taxisector, die als meest diverse sector in België dikwijls een eerste job biedt aan nieuwkomers zoals vluchtelingen en migranten. Kandidaat-chauffeurs of taxichauffeurs vertrokken naar andere werkgevers zoals de openbare vervoersmaatschappijen. En die zijn niet onderworpen zijn aan dezelfde wettelijk opgelegde, strenge taaleisen.

Bedrijven als De Lijn en MIVB mogen zelf intern de taalkennis van hun (kandidaat-) chauffeurs testen. Voor de sociale partners van de taxisector was het al een grote verbetering geweest, had de regering geopteerd voor taalkennisniveau A2 (basiskennis NL volgens het EU taalkader) als minimum. Dat is voldoende voor communicatie met passagiers.

flexijob-statuut

Een ander knelpunt zijn de deeltijdse chauffeurs die weekendwerk of nachtdiensten presteerden (soms als gepensioneerden) en als eersten tijdens de corona pandemie zijn vertrokken en moeten nu dringend vervangen worden. Nieuwe deeltijdse chauffeurs zijn nu moeilijk te vinden, omdat werkzoekenden liever opteren voor een flexijob (nettoloon=brutoloon). De laatste regeringen hebben dat flexijob-statuut beperkt tot enkele sectoren -lees: sectoren die het hoogst op de barricades gingen staan en meer politieke steun kregen. Daardoor is een oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt ontstaan. 

“Kan je geen flexijob aanbieden met nettoloon = brutoloon?”, vraagt Pierre Steenberghen. “Dan ben ik niet geïnteresseerd in jouw weekendjob en ga ik liever elders zoeken waar het wel kan.” Tot slot geeft Steenberghen nog een tip aan Vice-eersteminister en minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne. “Niet alle sectoren hebben een nood aan flexijobbers. De taxisector is, net als enkele andere sectoren (horeca toerisme, autocar…), een sector die wel hunkert naar de invoering van dat statuut.”

“De hoge taaleisen zijn niet aangepast voor de taxisector, die dikwijls een eerste job biedt aan nieuwkomers, vluchtelingen en migranten.”

Vlaanderen maakt werk van emissieloos beleveren

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters wil dat tegen 2025 in stadskernen emissieloos gereden wordt voor belevering. Om dat doel te bereiken maakt Vlaanderen werk van een voorbereidende studie en verschillende pilootprojecten, die uitmonden in een kaderovereenkomst met de steden. Kortrijk, Leuven en Antwerpen werden geselecteerd als onderzoeksteden voor de voorbereidende studie.

Stedelijke logistiek buitenproportioneel vervuilend

Buitenlands onderzoek leert dat stedelijke logistiek buitenproportioneel bijdraagt aan vervuiling. Waar deze sector 10 tot 20 procent van de voertuigkilometers voor zijn rekening neemt, staat ze wel in voor minstens 25 procent van de CO2-uitstoot van het stedelijk transport en voor 30 tot 50 procent van de andere emissies (stikstof en fijn stof). 

“Het einde van de logistieke keten vindt vaak binnen stedelijke kernen plaats. Die last mile blijkt ook nog eens het meest vervuilend te zijn. Met dit project wil Vlaanderen werk maken van een meer duurzame stedelijke logistiek en uitlaatgassen van vrachtwagens en bestelwagens voorgoed weren uit de stad. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid van onze steden”.

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken.

Drie onderzoeksteden geselecteerd voor voorbereidende studie

Verschillende steden stelden zich kandidaat voor het voorbereidende onderzoek en de daaropvolgende pilootprojecten. Aan de hand van objectieve criteria werden drie onderzoeksteden geselecteerd: Kortrijk, Leuven en Antwerpen. Bij de selectie van deze onderzoeksteden werd rekening gehouden met de representativiteit en schaalbaarheid naar Vlaams niveau. De selectie van de steden waarin pilootprojecten zullen plaatsvinden gebeurt in een volgende fase. Dat staat dus los van de selectie die nu werd gemaakt voor de onderzoeksteden.

De voorbereidende studie moet duidelijkheid creëren over het instellen van zones voor emissievrije stedelijke distributie in centrumsteden. De studie brengt de noden in kaart qua (laad)infrastructuur, logistieke operaties en investeringen. Verder legt de studie de methodologie vast voor de evaluatie van de emissievrije stedelijke distributie. De studie gaat ook na wat gewenste flankerende maatregelen zijn: denk dan aan premies voor elektrische bestelwagen en cargobikes – en hoe groot de bijdrage aan de Vlaamse klimaatdoelstellingen is.

Uittesten van bevindingen via pilootprojecten

In 2023 starten pilootprojecten in een aantal Vlaamse centrumsteden. De proefprojecten zullen gemonitord worden gedurende 12 maanden, gevolgd door een evaluatie. De keuze van welke locatie in de steden voor de pilootproject(en) zal weerhouden worden, wordt bepaald op basis van het overleg met de betrokken steden.

Samenwerking tussen Vlaamse overheid, steden en logistieke sector staat centraal

De Vlaamse overheid maakt op basis van de studie en de pilootprojecten samen met de (centrum)steden, bedrijven en de sectorfederaties werk van een kaderovereenkomst.

Vlaanderen neemt dus vooral een coördinerende rol op door een Vlaams kader op te stellen, waarop overeenkomsten op stedelijk niveau kunnen volgen. Daarbij is uniformiteit in het formuleren van heldere doelstellingen heel belangrijk, samen met een coherente visie op hoe die doelstellingen te bereiken en het flankerend beleid dat daarvoor nodig is.

“Het is ons doel om minstens met alle centrumsteden een kaderovereenkomst af te sluiten. Alle andere lokale besturen kunnen uiteraard ook dit engagement aangaan. Ik roep hen alvast ook om hier aan mee te werken, net als de grote bedrijven en de sectorfederaties. Stedelijke logistiek houdt niet op bij een stadsgrens en bedrijven leveren vaak in meerdere steden.”

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken.

Overleg met de logistieke sector en de steden staat dus centraal. Het Vlaamse kader mondt daarna uit in een decretaal kader met overkoepelende regelgeving, waarbij de autonomie bij de steden ligt, aldus het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Aantal ongevallen met e- steps bijna verdubbeld

Er vallen opnieuw evenveel dodelijke slachtoffers op de Belgische wegen als voor de coronacrisis.

In de eerste helft van dit jaar kwamen 231 mensen om het leven in het verkeer, dat is 39 procent meer dan begin vorig jaar. In Vlaanderen steeg het aantal verkeersdoden van 99 naar 113. Dat is het hoogste aantal sinds 2016. In Wallonië was de stijging nog groter dan in Vlaanderen. Dat blijkt uit de verkeersveiligheidsbarometer van verkeersinstituut Vias. 

Tijdens de eerste 6 maanden van dit jaar is het aantal verkeersdoden ter plaatse gestegen met 39% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar (231 doden ten opzichte van 166). We zitten daarmee op quasi hetzelfde niveau als 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie toen er 236 doden in het eerste semester te betreuren vielen.

Op nationaal niveau zien we de meest verontrustende tendens bij de voetgangers. Daar stijgt het aantal doden van 13 naar 35 doden. Die stijging kan niet uitsluitend verklaard worden door het verschrikkelijke ongeval in Strépy waarbij 6 voetgangers om het leven kwamen.

ongevallen met een e-step blijft stijgen

Op nationaal niveau stijgt het aantal letselongevallen voor alle types weggebruikers, behalve voor de vrachtwagenongevallen. Dat aantal blijft stabiel. Het aantal letselongevallen met een e-step is meer dan verdubbeld (van 339 naar 846). In Vlaanderen verdubbelt het aantal ongevallen met een e-step ook (van 181 naar 388). 

Het aantal ongevallen met fietsers stijgt ook met meer dan 20%. Er gebeurden 4581 letselongevallen, het hoogste aantal dat we de laatste 10 jaar noteerden. Vooral bij de elektrische fietsen in Vlaanderen was de stijging enorm. Er gebeurden 1433 letselongevallen ten opzichte van 977 vorig jaar. Dat is een stijging met 47%.

De resultaten van de verkeersveiligheidsbarometer laten een stijging zien van het aantal doden op onze wegen. We komen nu uit op ongeveer hetzelfde peil als voor de coronapandemie in 2019. Er is de laatste 5 jaar geen structurele daling meer waarneembaar van het aantal verkeersdoden in ons land. Deze barometer toont meer dan ooit aan dat de uitdaging ligt in het beter beschermen van alle kwetsbare weggebruikers.

ongevallen met e- steps verdubbeld

Mobiliteit is een basisrecht, Touring trekt aan de alarmbel

Met de verkiezingen in het vooruitzicht trekt Touring aan de spreekwoordelijke alarmbel. Volgens Danny Smagghe, woordvoerder van Touring, hebben de mobiliteitsproblemen hoe langer hoe meer invloed op onze leefomgeving en op de socio-economische ontwikkeling.

Ook de OESO becijferde dat de verliesuren in de files in België jaarlijks een maatschappelijke kost van 1 tot 2% van het BBP zijn. Volgens Transport & Mobility Leuven (TML), dat beleidsondersteunend onderzoek uitvoert, bedraagt de kost van een verlies-uur in de file tegenwoordig 8,25 euro voor personenwagens en tussen 50 en 80 euro voor vrachtvervoer. TML berekende dat onze jaarlijkse kost voor mobiliteit volgend jaar zal oplopen tot 6 miljard.

“Mobiliteit is een federale kwestie. Sterker nog, mobiliteit stopt niet aan onze landsgrenzen. Mobiliteit vergt een Europese aanpak om het mogelijk te maken zoveel mogelijk maatregelen te uniformeren tussen verschillende lidstaten.’’

Danny Smagghe

Smagghe weet dat een van de belangrijkste uitdagingen van de eeuw het terugdringen van de vervuilende uitstoot van CO2 en NoX is. Dit kan volgens Touring op verschillende manieren. Zoals bijvoorbeeld het fiscaal stimuleren van milieuvriendelijke (deel)wagens en aanmoedigen van verplaatsingen te voet, per fiets, per motor of het openbaar vervoer. Ook aan de wegeninfrastructuur moet gesleuteld worden want een soepel verloop van het verkeer is essentieel voor het indijken van de uitstoot per gereden kilometer. De intelligente kilometerheffing heb hij eerder al vernoemd maar ook carpooling en autodelen zou fiscaal gestimuleerd kunnen worden.

file op de Antwerpse Ring

De woordvoerder van Touring onderschrijft dat de ontwikkeling van applicaties die weggebruikers helpen om hun verplaatsing te plannen, te ‘reserveren’ en uit te voeren met de best te verkiezen modi ook door de overheden kan worden gesteund. De vele startups die applicaties ontwikkelen kunnen zeker elke steun, ook financieel, gebruiken. Touring geeft hier zelf het voorbeeld door de ontwikkeling en implementatie van het MaaS-concept, een uitstekende tool voor stedelijke verplaatsingen. De wetgever moet er hierbij dan wel voor zorgen dat data beschikbaar worden gemaakt en kunnen worden gedeeld. Er moet daarvoor meer worden samengewerkt op digitaal vlak, met alle vervoersaanbieders en ook tussen de verschillende politieke niveaus onderling.

Kortom, Touring is overtuigd dat mobiliteit een basisrecht is voor elke burger. Het uitgangspunt: de vrije verplaatsing van mensen op de manier en met de middelen die ze zelf kiezen of een combinatie van deze middelen in een systeem van multi-/co-modaliteit. Kortom, als mobiliteitsorganisatie vertegenwoordigen zij elke weggebruiker en zien ze het als een plicht om maatregelen op het vlak van verkeersveiligheid, mobiliteit, leefkwaliteit, fiscaliteit en gedragsverandering voor te stellen.

Lees ook: TOMP-API en CDS-M, data-integratie voor eHUBS

Ultimatum Vlaams klimaatakkoord niet realistisch

Terwijl op mondiaal niveau wordt gesproken over een verbod vanaf 2039, dat eerder een meer realistische datum is,  zal je vanaf 2029 in Vlaanderen alleen nog maar elektrische auto’s kunnen kopen. Als het aan het Vlaams klimaatakkoord ligt is dat het ultimatum voor verbrandingsmotoren op benzine, diesel en gas wat streng is vastgelegd. Er zijn wel enkele stevige hobbels die nog moeten worden genomen. Voorwaarde is dat er voldoende laadpalen zijn, tegen 2030 wordt er gemikt op 100.000 ‘semi-publieke laadequivalenten’. Daarnaast moet er een ‘breed gamma en prijscompetitief aanbod’ aan elektrische wagens ter beschikking zijn. Maar dat laatste zal niet het probleem zijn.

deuren sluiten

Veel kleine garage’s zullen de deuren moeten sluiten. Bij een elektrische wagen moet je geen filters vervangen of olie verversen. Het zijn allemaal stappen die wegvallen voor de kleine garagehouders in de straat. Het zijn vaak kleine bedrijfjes die alle automerken nu onderhouden. Dat kan straks niet meer. De omzet voor garagehouders zal niet meer zoals nu uit het onderhoud komen van het wagenpark maar eerder uit het volume van de verkopen van nieuwe elektrische wagens. De eenmanszaken die geen merken en geen verkoop doen, zullen definitief uit het straatbeeld verdwijnen. Toch moeten merkgarages nog jarenlang beide diensten – mechanische en elektrische – blijven leveren. 

schaarste

De nieuwe elektrische auto’s die verkocht worden gaan voor de hoofdprijs weg. Daarom zijn tweedehandsauto’s niet aan te slepen. Er is er een enorme momenteel schaarste aan auto’s. Tenminste, dat wil de sector ons doen geloven waardoor ook de prijzen van de occasions de pan uit rijzen. Er is geen voorraad, ook niet aan elektrische wagens. Er is ook een groot gebrek aan tweedehands wagens. Omdat elektrische wagens veel te duur zijn is en momenteel een run op de allerkleinste wagentjes tot een kleine middenklasser. Een zoektocht naar tweedehandswagens dus. Massaal worden deze ‘jonge’ wagens geïmporteerd om aan de vraag te kunnen voldoen. Want omdat nieuwe auto’s onbetaalbaar worden, is de vraag naar gebruikte auto’s hoger. Mensen die voorheen nieuw kochten, kopen nu een wagen met de kop eraf. En klanten die eerst een auto met de kop eraf kochten, wijken nu uit naar 2 tot 3 jaar oude auto’s. 

opleidingen

Automonteur, daar valt goud geld mee te verdienen. Ook de opleidingen op de technische scholen zijn in de voorbije jaren sterk veranderd. Vroeger moesten de leerlingen aan een versnellingsbak of verbrandingsmotor sleutelen. Tegenwoordig leren ze al om met een laptop een motor uit te lezen of hoe elektrische systemen functioneren. Tijdens je opleiding leer je naast de ‘gewone’ autotechniek alles over hybride- en volledig elektrische voertuigen. Hoe elektrisch alles mag worden, autoschades herstellen is een blijvertje en een studie in deze sector blijft zekerheid bieden voor een baan. In de Autotechniek en Mobiliteit ligt de toekomst open want het is een wereld van nieuwe ontwikkelingen en innovaties. 

hybride of elektrisch

Het hybride marktaandeel stijgt dit jaar met 29,3% tot meer dan een kwart van de nieuwe inschrijvingen. In 2020 was dat 15,4 %. De verklaring moet vooral gezocht worden bij de hybride bedrijfswagens die sinds begin vorig jaar kunnen rekenen op het belastingvoordeel VAA (Voordeel Alle Aard). Het verschil tussen elektrisch en hybride rijden zit in de mate waarin de auto op elektriciteit rijdt. Is een auto 100% elektrisch en is er geen andere brandstof nodig om vooruit te komen? Dan spreekt men van een elektrische auto. Alle andere verhoudingen van aandrijving op elektriciteit en (fossiele) brandstof noemen we ‘hybride’. De meeste hybride auto’s worden opgeladen door middel van een laadpaal of andere energiebron. Om die reden heten deze auto’s plug-in hybrides (Plug-in Hybrid Electric Vehicle, ofwel PHEV). Een plug-in hybride auto kan elektrisch rijden, maar rijdt ook op conventionele brandstoffen. Denk aan benzine of diesel. Een plug-in hybride kan net als een elektrische auto laden met een stekker die je ‘inplugt’. Dit soort auto’s zit daardoor tussen een volledig elektrische auto en een conventionele brandstofauto in.

klimaatakoord

Sinds kort eist Europa dat ons land zijn uitstoot met 47 procent verlaagt tegen 2030. Europa wil klimaatneutraal worden: tegen het midden van de eeuw mogen alle industrie, stroomcentrales, auto’s, huizen en vee niet meer uitstoten dan de natuur aankan. Een enorme omslag. Het Vlaams klimaatplan, opgesteld eind 2019, mikte op een daling van de uitstoot met 35 procent tegen 2030, maar ook die lagere doelstelling gingen we niet halen.

Lees ook: Elektrisch rijden, kwestie van goed plannen of je staat sti

Daf CF elektrisch of hybride