Tag archieven: wp2000

Maximumtarieven taxi: KNV wil andere rekenmethode voor indexering

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een aanpassing van de maximumtarieven voor taxivervoer die per 1 januari 2026 in werking moet treden.

De jaarlijkse indexering, die wordt berekend via de Landelijke Tarievenindex (LTI), zorgt ervoor dat de tarieven aansluiten bij de actuele prijsontwikkeling binnen de sector. De LTI komt voor 2026 uit op 3,86 procent, wat betekent dat zowel de vaste bedragen als de kilometer- en minuutprijzen met dit percentage omhoog zullen gaan. Ook het tarief dat chauffeurs mogen rekenen voor de wachtperiode bij aanvang van een rit stijgt evenredig, mits dat vooraf met de consument is overeengekomen.

wettelijk proces

De aanpassing maakt deel uit van een wettelijk proces dat jaarlijks plaatsvindt op grond van artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000. Het ministerie consulteert hierbij belanghebbenden, zoals vervoerders, reizigersorganisaties en belangenverenigingen, om hen te informeren en hun reacties op te halen. Tot 3 november 2025 konden betrokkenen reageren op de voorgenomen wijziging.

De Landelijke Tarievenindex is eerder opgesteld door DOVA, het samenwerkingsverband van veertien decentrale ov-autoriteiten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een extra consultatie gehouden om te toetsen of de indexatie goed aansluit bij de realiteit in de markt. Volgens het ministerie zorgt de wijzigingsregeling niet alleen voor marktconforme tarieven, maar ook voor duidelijkheid richting chauffeurs, ondernemers, burgers en toezichthouders over de maximumprijzen die in 2026 mogen worden gehanteerd.

De verhoging geldt uitsluitend voor taxivervoer waarbij een tarief per kilometer of minuut wordt gehanteerd. Voor contractvervoer en voor ritten waarbij vooraf een vaste prijs met de klant is afgesproken, blijven de huidige afspraken ongewijzigd.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Met de aanpassing van de tarieven wil het ministerie de balans behouden tussen kostendekkendheid voor ondernemers en betaalbaarheid voor reizigers. De definitieve regeling zal naar verwachting eind 2025 worden vastgesteld, zodat de nieuwe tarieven per 1 januari 2026 van kracht kunnen worden.

reacties uit de sector

De voorgenomen indexering heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi liet weten blij te zijn met de jaarlijkse aanpassing van de tarieven, maar pleit voor een andere rekenmethode. Volgens de branchevereniging zou de NEA-kostenontwikkelingsindex beter aansluiten bij de werkelijke kostenstructuur van de taxibranche. “De NEA-index is het meest toegesneden op onze sector,” aldus KNV in haar reactie. De organisatie benadrukt bovendien dat zij graag in gesprek wil blijven met het ministerie over toekomstige wijzigingen in de Regeling maximumtarieven. Hoewel de aanpassing van de taxameters door de leden van KNV extra administratieve lasten met zich meebrengt, beschouwt de vereniging dit als een aanvaardbare consequentie van het indexeringsproces.

waarborgen

Ook belangenorganisatie Ieder(in), de koepel voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte, reageerde op de consultatie. De organisatie toont begrip voor het feit dat tarieven kostendekkend moeten blijven, maar benadrukt dat de overheid verplicht is om volgens het VN-Verdrag Handicap de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te waarborgen. “Om mobiliteit betaalbaar en toegankelijk te houden, moet het openbaar vervoer volledig toegankelijk zijn. Zolang dit niet het geval is, zijn veel mensen met een beperking afhankelijk van doelgroepenvervoer,” stelt Ieder(in). De organisatie roept het ministerie daarom op om de financiering van dit vervoer persoonsvolgend te maken en de bestaande kilometerbudgetten af te schaffen. Volgens Ieder(in) zorgt een dergelijke aanpassing ervoor dat mensen daadwerkelijk de vervoersondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

positief

Reizigersvereniging Rover onderschrijft in haar reactie het gebruik van de LTI als juiste systematiek. De vereniging verwijst naar de invoering van deze index in 2017, na een evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector waarover de Tweede Kamer destijds werd geïnformeerd. “De door het ministerie voorgestelde verhoging is gebaseerd op een eerder vastgestelde en gedragen systematiek. De uitkomsten hiervan betwisten wij niet,” aldus Rover. De reizigersvereniging adviseert daarom positief over de voorgenomen wijziging.

Personenvervoer: tijd voor een upgrade van de Wet Personenvervoer 2000

Ook niet zo gek, want de wet is geschreven toen er nog geen smartphone was, toen we digitaal nog geen vormen van vervoer aan elkaar konden koppelen.

De Wet Personenvervoer 2000, een wet die de regelgeving rondom diverse vormen van personenvervoer zoals bussen, trams, metro’s en taxi’s in Nederland regelt, is volgens experts niet langer toereikend voor het huidige mobiliteitslandschap. Nico van Paridon, strateeg nieuwe mobiliteit en innovatie, benadrukt dat deze wet aan modernisering toe is om te voldoen aan de hedendaagse behoeften van publieke mobiliteit.

Recente ontwikkelingen in Zeeland illustreren de uitdagingen waarmee regionale opdrachtgevers kampen. De provincie probeerde via een aanbesteding flexibel openbaar vervoer te realiseren als overgang naar een breder model van publieke mobiliteit, gezien de lage bezettingsgraden en hoge kosten van het reguliere openbaar vervoer. Zeeland streefde ernaar een netwerk van basis openbaar vervoer te combineren met verschillende vormen van flexvervoer en nam ook de opbrengstverantwoordelijkheid op zich.

“Blijkbaar heeft de markt geoordeeld dat ze de uitvraag van Zeeland niet interessant genoeg vonden. Dan kun je de conclusie trekken dat de overheid die marktanalyse met een eigen bedrijf beter kan maken, maar dat betwijfel ik.”

Nico van Paridon – Strateeg nieuwe mobiliteit en innovatie

De uitdagingen bleken echter significant. De aanbesteding trok geen inschrijvingen, wat leidt tot de vraag of de overheid in staat is om met een eigen bedrijf betere marktanalyses uit te voeren dan private partijen. Van Paridon betwijfelt dit en suggereert dat het opstellen van een adequaat bestek voor dergelijke aanbestedingen complex is. Dit toont volgens hem aan dat de huidige Wet Personenvervoer niet voldoet, vooral omdat deze niet flexibel genoeg is om verschillende vormen van vervoer — zoals deelfietsen, treinen en regiotaxi’s — naadloos op elkaar aan te laten sluiten en als één geheel aan te bieden.

In reactie hierop diende Habtamu de Hoop, Kamerlid voor GroenLinks-PvdA, een initiatiefwetsvoorstel in dat regionale opdrachtgevers de mogelijkheid moet bieden om zelf een openbaarvervoerbedrijf op te richten. De Hoop, erkend als een deskundig en gedreven parlementariër, streeft ernaar het openbaar vervoer in Nederland voor iedereen toegankelijk te houden. Desalniettemin gelooft Van Paridon dat de inzet van Kamerleden zoals De Hoop effectiever zou zijn bij het herzien van de Wet Personenvervoer 2000.

Foto: Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA)

Van Paridon stelt voor dat als hij in de schoenen van Habtamu stond, hij de minister zou oproepen om de wet te moderniseren. Dit zou niet alleen de publieke mobiliteit in Nederland ten goede komen, maar ook inspelen op de technologische vooruitgang zoals de integratie van digitale oplossingen die het mogelijk maken om verschillende vervoersmodaliteiten efficiënt met elkaar te verbinden. Hij wijst erop dat de huidige wet niet adequaat inspeelt op de mogelijkheden die moderne technologieën zoals smartphones bieden.

Dit debat over de noodzaak van wetsvernieuwing en de rol van de overheid in de regeling en aanbieding van openbaar vervoer laat zien hoe belangrijk het is om wetgeving in pas te laten lopen met technologische en maatschappelijke veranderingen. De discussie rondom de Wet Personenvervoer 2000 zal waarschijnlijk blijven voortduren zolang de behoeften van het publiek blijven evolueren.

Digitale revolutie op de taximarkt vraagt om scherpere regels

Handhavingspartijen signaleren een groeiend aantal ‘plof-bv’s’ in de taximarkt. ILT geeft aan dat dit
probleem voornamelijk speelt in de bestelmarkt, specifiek bij bedrijven die ritten aanbieden via
platforms

De Nederlandse taximarkt bevindt zich op een kruispunt van traditionele dienstverlening en innovatieve, technologiegedreven platforms zoals Uber en Bolt. Dit blijkt uit de recent gepubliceerde Evaluatie Taxiwetgeving 2023, uitgevoerd door Rebel en Goudappel in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). De studie werpt licht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de huidige wet- en regelgeving, met name de Wet Personenvervoer 2000 (Wp2000), in het licht van de snelle ontwikkelingen binnen de sector.

De opkomst van digitale platforms heeft de structuur van de taximarkt ingrijpend veranderd, waardoor de traditionele scheiding tussen de opstap- en bestelmarkt vervaagt. Consumenten profiteren van een uitgebreider aanbod en meer gemak, maar deze ontwikkelingen stellen ook nieuwe uitdagingen aan de regelgeving en handhaving.

Veiligheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, en betrouwbaarheid zijn kernaspecten van taxivervoer die in de evaluatie worden belicht. De algemene conclusie is dat de Wp2000 grotendeels effectief functioneert, maar dat er ruimte is voor verbetering, vooral gezien de veranderingen in de marktstructuur.

Een belangrijk vraagstuk is de handhaving van de huidige regelgeving. Door de vermenging van opstap- en bestelmarkten door de platforms, is het voor lokale handhavingspartijen moeilijker geworden om te controleren via welke markt een rit is aangeboden, wat de effectiviteit van de regulering vermindert. Er wordt gepleit voor meer handhavingscapaciteit en betere samenwerking en gegevensuitwisseling tussen handhavende instanties om naleving te versterken en kwalitatief ondermaatse chauffeurs te identificeren en aan te pakken.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Meerdere gesprekspartners (gemeenten, ondernemers en chauffeurs) geven aan risico’s voor verkeersveiligheid te zien door een toenemend aantal jonge en onervaren chauffeurs. Deze zorgen zijn
niet te onderbouwen met cijfers. Er is geen verdeling bekend van de leeftijd van chauffeurs en ook is niet bekend of er een toename is in jonge chauffeurs in de afgelopen jaren.

Daarnaast belicht de evaluatie enkele specifieke uitdagingen, zoals de problematiek rondom “plofbv’s” in de bestelmarkt, waarbij kwaliteitshandhaving moeilijk is en chauffeurs soms werken onder onzekere omstandigheden. Dit probleem, alsook de vertraging in de zichtbaarheid van delicten in de VOG-screening, vereisen een aanpak die buiten de kaders van de Wp2000 valt.

De toekomst van de taximarkt vereist strategische keuzes van de overheid. De evaluatie stelt verschillende opties voor, zoals marktuniformering, een specifieke regulering van de platformmarkt, of een sectoroverkoepelende benadering. Dit onderstreept de noodzaak voor een flexibele en toekomstbestendige regelgeving die inspeelt op de dynamische aard van de taximarkt en de belangen van zowel consumenten als aanbieders behartigt.

criminaliteit

De opkomst van ‘plof-bv’s’ in de Nederlandse taximarkt vormt een groeiend probleem, vooral binnen de bestelmarkt waar ritten worden aangeboden via digitale platforms. Dit fenomeen, gekenmerkt door bedrijfsstructuren die snel kunnen worden opgezet en net zo snel weer failliet verklaard, ondermijnt de kwaliteit en veiligheid van het taxivervoer. Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en andere handhavingspartijen wijzen op de specifieke uitdagingen die deze praktijk met zich meebrengt: de kwaliteit van dienstverlening aan consumenten staat onder druk, en de anonimiteit van chauffeurs maakt handhaving complex.

Deze bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek door Bureau Beke uit 2021, dat zich richtte op de situatie in Amsterdam. Uit dat onderzoek blijkt eveneens de negatieve invloed van ‘plof-bv’s’ op de sector, met name wat betreft transparantie en traceerbaarheid van bedrijfsvoering en chauffeurs.

Om dit probleem aan te pakken, zijn maatregelen op verschillende niveaus nodig. Hoewel een brede, sectoroverstijgende aanpak van ‘plof-bv’s’ buiten de reikwijdte van de Wet Personenvervoer 2000 (Wp2000) valt, zijn er binnen dit wettelijke kader toch stappen die genomen kunnen worden om de situatie te verbeteren. Een optie is het invoeren van strengere eisen aan datadeling tussen relevante partijen zoals gemeenten, de Belastingdienst, ILT, de Kamer van Koophandel (KvK), en andere instanties. Dit zou toezicht en handhaving kunnen versterken door een beter inzicht in de achterliggende bedrijfsstructuren en de daadwerkelijke eigenaren (Ultimate Beneficial Owners, UBO’s) van deze ondernemingen.

Zowel voor handhavingspartijen als consumenten is het belangrijk dat een taxionderneming en
chauffeur herleidbaar is, bijvoorbeeld in het geval van een klacht of overtreding. Met herleidbaar wordt
bedoeld dat de consument ook na de rit kan achterhalen door welke chauffeur en/of onderneming
hij/zij is vervoerd. H

Daarnaast wordt overwogen om de vakbekwaamheidseis voor ondernemers in de taxibranche opnieuw in te voeren. Deze maatregel zou ervoor zorgen dat ondernemers bij de aanvraag van een vergunning niet alleen op papier, maar ook in de praktijk worden getoetst op hun vakbekwaamheid. Dit zou een directere aanpak van het probleem van ‘plof-bv’s’ mogelijk maken, door de focus te leggen op de verantwoordelijkheid en kwaliteit van de ondernemers achter de bedrijven.

Een ander voorgesteld alternatief is het aanscherpen van de eisen rondom de bedrijfsvestiging. Zo zou de eis kunnen worden ingevoerd dat een bedrijf een reëel vestigingsadres moet hebben (en niet slechts een postadres), en dat wijzigingen in deze gegevens direct moeten worden doorgegeven aan KIWA, de instantie die namens de overheid vergunningen verleent.

Afbeeldingen in ons artikel zijn enkel ter illustratie van de taxisector – bron onderzoeksrapport Rebbel en Goudappel

Efficiëntie en duurzaamheid hoog in het vaandel bij stedelijke vervoerders

Om te komen tot een goede prestatievergelijking wordt door ACM gekeken naar de aspecten kostenefficiëntie en doelmatigheid van de vervoersbedrijven GVB, RET en HTM.

Een recente prestatieanalyse van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft licht geworpen op de efficiëntie en kwaliteit van het openbaar vervoer in de drie grootste Nederlandse steden: Amsterdam, Rotterdam, en Den Haag. De analyse, die zich richtte op de gemeentelijke vervoersbedrijven GVB, RET, en HTM, heeft subtiele verschillen aan het licht gebracht op het gebied van kostenefficiëntie, kwaliteit van de dienstverlening, en duurzaamheid.

De studie, uitgevoerd door de ACM, benadrukt het belang van kostenefficiëntie en doelmatigheid binnen het stedelijk vervoer. Deze aspecten zijn cruciaal voor het waarborgen van een duurzame en betaalbare mobiliteit in stedelijke gebieden. De vergelijking toont aan dat de RET in Rotterdam met €11,75 per dienstregelingskilometer de meest kostenefficiënte dienst uitvoert, gevolgd door de HTM in Den Haag met €11,83, en het GVB in Amsterdam met €14,36 per kilometer. Het verschil in kosten wordt deels verklaard door de mate van subsidie die de vervoersbedrijven ontvangen, alsook door de verschillen in de bezettingsgraden, voornamelijk beïnvloed door de inzet van metro’s in zowel Amsterdam als Rotterdam.

Op het vlak van punctualiteit scoren alle drie de vervoersbedrijven hoog, met het busvervoer van zowel GVB als RET die rond de 90% punctualiteit behalen, en de HTM iets lager met ongeveer 85%. De tramdiensten van alle drie de bedrijven laten een vergelijkbare punctualiteit zien van rond de 91%. Deze hoge punctualiteitscijfers illustreren de prioriteit die wordt gegeven aan het naleven van de geplande dienstregeling, ondanks de uitdagingen zoals personeels- en materieeltekorten.

Foto: © Pitane Blue – HTM Den Haag

In de Wet personenvervoer 2000 is opgenomen dat de ACM een prestatievergelijking uitvoert, om de stadsvervoerders te stimuleren om de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren.

De ervaren kwaliteit van het vervoer, beoordeeld door de reizigers op basis van comfort, gemak, en veiligheid, toont ook aan dat de klanttevredenheid over het algemeen op een hoog niveau ligt bij alle drie de organisaties. Met de minste klachten en calamiteiten scoort HTM het hoogst op klanttevredenheid, wat de inzet van het bedrijf voor een kwalitatieve dienstverlening benadrukt.

Duurzaamheid is een ander cruciaal aspect waarop de vervoersbedrijven worden beoordeeld, vooral in het licht van nieuwe Europese richtlijnen die vanaf 2025 een uitvoeriger rapportage over milieu-impact vereisen. HTM blinkt uit met de laagste CO2-uitstoot, mede dankzij de inzet van aardgasbussen, terwijl GVB opvalt met de grootste vloot emissievrije bussen. RET staat voor de grootste uitdaging wat betreft de reductie van CO2-uitstoot, een gebied waarop het bedrijf zich zal moeten focussen om aan de toekomstige milieu-eisen te voldoen.

De bevindingen van dit rapport onderstrepen het belang van continue verbetering en innovatie binnen het stadsvervoer. De onderhands gegunde concessies bieden deze vervoersbedrijven de mogelijkheid om zich te richten op kwaliteitsverbetering zonder de druk van concurrentie. Dit stimuleert niet alleen een hogere standaard van dienstverlening, maar ook een meer duurzame en efficiënte benadering van stedelijk vervoer.

WP2000

Deze website biedt toegang tot de volledige tekst van de Wet personenvervoer 2000, geldend vanaf 1 januari 2024. Deze wet regelt verschillende aspecten van personenvervoer in Nederland, waaronder openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer. Het beoogt een betere afstemming tussen vraag en aanbod in het personenvervoer en stimuleert competitie in het regionaal openbaar vervoer.

Stekker uit taxi klachtenlijn voor consumenten

De Geschillencommissie Zorg- en Taxi blijft wel blijft bestaan.

Per 1 januari 2023 stopt het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer. Dat meldt TX-Keur, samen met Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV). Het klachtenloket was altijd een extra vangnet voor reizigers die niet meer bij de vervoerder, waar de klacht in eerste instantie thuis hoort, terecht kon.

Het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer werd destijds op verzoek van de Tweede Kamer ingericht ter ondersteuning van de Wet Personenvervoer 2000. In eerste instantie werd ondergebracht bij de toenmalige Inspectie Verkeer en Waterstaat. Later werden de activiteiten overgenomen door branchevereniging KNV en reizigersorganisatie Rover en sinds 2019 beheerd door stichting TX-Keur.

geschillen

Volgens de website van de Rijksoverheid kunnen klachten over een taxi ingediend worden bij de taxichauffeur, het taxibedrijf of het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer. Als de reiziger niet tevreden is over de afhandeling van zijn klacht, kan deze contact opnemen met een geschillencommissie. Dat kan per brief of telefoon naar het taxibedrijf of online of per telefoon bij het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer. Deze laatste mogelijkheid stopt definitief vanaf het nieuwe jaar waardoor het voor de consument een stuk moeilijker zal worden gehoor te krijgen.

neutraal

Reizigersorganisatie ROVER behartigt de belangen van alle reizigers in het openbaar vervoer, maar de ondernemersvereniging KNV Zorgvervoer en Taxi behartigt de belangen van de aangesloten taxiondernemers en niet van de reizigers. Niet iedere consument kan of wil bij een klacht direct in contact treden met de taxivervoerder en het Klachtenmeldpunt lost de klacht niet zelf op maar probeert te bemiddelen tussen de klant en de vervoerder zodat deze onderling tot een oplossing kunnen komen. 

Het wordt dus voortaan lastiger voor reizigers om een klacht in te dienen via een neutrale optredende instantie.  De Geschillencommissie Zorg- en Taxi blijft wel blijft bestaan.

taxistandplaats station Eindhoven Centraal

Rijk evalueert doelmatigheid taxiwet- en regelgeving

Ook zal het Rijk inzetten op de doorontwikkeling van de Boordcomputer Taxi (BCT).

Het is wellicht het laatste jaar zijn dat we het koffertje in zijn huidige vorm hebben gezien, want voor de viceminister-president en Minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) mag het lichter en duurzamer. Belangrijker voor ondernemers is de inhoud. Uit de ingediende begroting en de Miljoenennota 2023 blijkt dat de evaluatie van de taxiwetgeving in de Wp2000 hoog op de agenda staat. Gezien de ontwikkelingen in de taximarkt en de ervaringen van gemeenten met de toepassing van hun bevoegdheden is het wenselijk de taxiwetgeving integraal te evalueren. Bij de evaluatie van de taxiwetgeving is het doel om te bepalen of de taxiwet- en regelgeving in de Wp2000 nog doelmatig en doeltreffend is. De taxiwetgeving is in 2015 voor het laatst geëvalueerd.

Daarnaast, zo blijkt uit de ingediende begroting, staan bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoeken gepland met betrekking tot de evaluatie van de Staat van de Infrastructuur, de evaluatie van de beschikbaarheidsvergoeding OV en het Midterm review van de Waddenconcessies. Ook zal het Rijk inzetten op de doorontwikkeling van de Boordcomputer Taxi. De lange periode van ‘BCT kastjes‘ in de auto is dan wellicht voorbij, gezien de mogelijke nieuwe technische ontwikkelingen. Alleen al voor personele uitgaven Boordcomputer Taxi (BCT) werden de uitgaven voor het jaar 2020 begroot op € 4 miljoen en voor 2023 nog eens op € 2.5 miljoen.

De taxiwetgeving is in 2015 voor het laatst geëvalueerd. – Foto: Pitane Blue

urban airtaxis

Het gebruik van onbemande luchtvaart (drones) neemt sterk toe. Deze ontwikkeling biedt nieuwe kansen voor bedrijven en leidt tot nuttige toepassingen. Het Rijk wil deze ontwikkeling de ruimte geven en innovatie in technologie en diensten mogelijk maken. De komst van drones in het lagere luchtruim zorgt naast kansen, ook voor nieuwe uitdagingen. Bij de ontwikkeling moet onder andere rekening gehouden worden met veiligheid, duurzaamheid en maatschappelijke acceptatie.

De komende jaren komen er stapsgewijs meer Europese regels. Het beleid voor onbemande luchtvaart is adaptief. Belangrijkste stappen zijn: implementeren van Europese voorschriften, waaronder dynamische kaarten, zonering, producteisen en het opleiden en registreren van operators en piloten. Integratie van drones in het luchtruim door in te zetten op de ontwikkeling van U-space conform nieuwe Europese regels. Innovatie, kennisontwikkeling en onderzoek bijvoorbeeld voor het gebruik in steden van «urban airtaxis», als onderdeel van de ‘smart mobility’ en ‘mobility as a service’ ontwikkelingen.

ILT heeft vanaf 2023 een aantal nieuwe taken waaronder het vervolg van de Boord Computer Taxi. – Foto: ILT – Alexandra Knipping

nieuwe ILT taken

In het coalitieakkoord zijn middelen uitgetrokken voor de vorming van de Luchtvaartautoriteit. Doel is om te komen tot betere luchtvaartveiligheid, leefbaarheid en om de naleving van de internationale wet- en regelgeving te versterken. Het gaat daarbij om toezicht, vergunningverlening en versterking van de expertise in de organisatie. De ILT ontvangt daarvoor vanaf 2023 € 8,5 mln. per jaar structureel.

Daarnaast wordt ook geïntensiveerd bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) van de ILT om een betere grip te krijgen op milieucriminaliteit. Hiervoor is in 2022 € 2 mln. vrijgemaakt, oplopend naar € 6 mln. per jaar structureel vanaf 2024. Naast deze nieuwe activiteiten uit het coalitieakkoord heeft de ILT vanaf 2023 een aantal nieuwe taken, waaronder het vervolg van de Boord Computer Taxi, de voorbereidingen voor vergunning verlening en toezicht voor de Wet ter bescherming koopvaardij, toezicht cybersecurity en intensivering van het toezicht op het terrein bodem.

Minister en IenW

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenW zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.