Grote tekorten bij infrastructuur zetten ambitieuze Utrechtse plannen onder druk, Utrecht vreest massaal autogebruik als openbaar vervoer te laat komt.
Het Rijk trekt voorlopig geen geld uit voor de aanleg van een tramlijn naar de toekomstige Utrechtse woonwijk Rijnenburg. Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat maakt duidelijk dat de financiële ruimte daarvoor ontbreekt. De bewindsman wijst erop dat er landelijk al veel infrastructurele wensen en projecten liggen waarvoor geld nodig is. Nieuwe initiatieven kunnen daarom niet zomaar aan de bestaande plannen worden toegevoegd.
“Er is nu geen ruimte voor nieuwe initiatieven zoals de Rijnenburglijn”, zegt Karremans in antwoord op vragen van RTV Utrecht. Daarmee krijgt Utrecht een flinke tegenvaller te verwerken. De gemeente en provincie zien goed openbaar vervoer namelijk als een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van Rijnenburg.
De polder tussen IJsselstein, Nieuwegein en De Meern moet uiteindelijk veranderen in een grote nieuwe woonwijk met ruim twintigduizend woningen. Utrecht wil voorkomen dat duizenden toekomstige bewoners voor hun vervoer vooral afhankelijk worden van de auto. Daarom willen lokale en provinciale bestuurders dat de tram er ligt voordat de woningbouw goed en wel op gang komt.
prioriteit
De plannen hangen nauw samen met de Merwedelijn. Voor die nieuwe tramverbinding is inmiddels wel geld beschikbaar. Het gaat om een investering van 1,8 miljard euro. De Merwedelijn moet vanaf Utrecht Centraal via de wijk Merwede, die momenteel wordt gebouwd, richting Nieuwegein lopen.
Utrecht wil die verbinding vervolgens doortrekken naar Rijnenburg. Dat tweede gedeelte staat bekend als de Rijnenburglijn. Juist voor dat traject ontbreken zowel concrete financiële afspraken als het benodigde geld vanuit Den Haag.
Later dit jaar gaat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opnieuw bekijken welke infrastructurele projecten in Nederland prioriteit krijgen en welke projecten eventueel moeten wachten. Wie in Utrecht hoopt dat de Rijnenburglijn daarbij alsnog snel in beeld komt, krijgt van Karremans weinig reden voor optimisme. Volgens hem gaat die afweging “alleen over bestaande projecten op het gebied van aanleg, onderhouden, vervanging en exploitatie.” De Rijnenburglijn behoort daar niet toe.
bereikbaarheid
Voor Utrecht is de bereikbaarheid van Rijnenburg een belangrijk onderdeel van de discussie over de toekomstige wijk. Gemeentebestuurders willen voorkomen dat dezelfde situatie ontstaat als destijds bij Leidsche Rijn. Daar waren al woningen gebouwd terwijl het openbaar vervoer nog niet voldoende was ontwikkeld. De vrees bestaat dat bewoners dan eenmaal gewend raken aan het gebruik van de auto en dat later moeilijk te veranderen is.
De discussie over de tramverbinding raakt bovendien aan een veel groter en al jarenlang gevoelig verkeersdossier rond Utrecht. Eerder dit jaar sneuvelde het Tracébesluit Ring Utrecht. Dat plan draaide om grootschalige aanpassingen aan de A12, A27 en A28 rond de stad. Utrecht vormt een belangrijk verkeersknooppunt en deskundigen waarschuwen al lange tijd dat problemen rond de stad gevolgen kunnen hebben voor de doorstroming in een groot deel van Nederland.
Voor het oorspronkelijke plan van het Rijk was 1,78 miljard euro beschikbaar. Het Tracébesluit stuitte echter op veel weerstand in Utrecht en omgeving. Vooral de geplande verbreding van de zogenoemde bak bij Amelisweerd was omstreden. Voor die werkzaamheden zouden enkele honderden bomen moeten verdwijnen. Ook zorgen over de luchtkwaliteit speelden een belangrijke rol in het verzet.
Gemeente en provincie Utrecht kwamen daarom met het Alternatief Ring Utrecht, afgekort ARU. Daarbij ligt meer nadruk op het versterken van het openbaar vervoer. Door reizigers betere alternatieven te bieden, zouden meer mensen voor het ov en minder vaak voor de auto moeten kiezen. Ook Rijnenburg moest volgens dat plan worden aangesloten op hoogwaardig openbaar vervoer. De Merwedelijn en Rijnenburglijn zijn een concrete uitwerking van die gedachte.
Voor Utrecht stapelen de onzekerheden zich daarmee op. De Merwedelijn kan rekenen op miljardenfinanciering, maar voor het doortrekken van de tram richting de ruim twintigduizend geplande woningen in Rijnenburg ontbreekt vooralsnog geld vanuit het Rijk. Tegelijkertijd kan de regio niet zonder meer beschikken over de miljarden die eerder voor de aanpak van de Ring Utrecht waren gereserveerd. Daarmee blijft een cruciale vraag rond de toekomstige woonwijk voorlopig onbeantwoord: hoe tienduizenden nieuwe bewoners straks snel en zonder massale afhankelijkheid van de auto door de regio moeten reizen.
Na het sneuvelen van het Tracébesluit bij de Raad van State ontstond de hoop dat het daarvoor gereserveerde bedrag van 1,78 miljard euro beschikbaar zou kunnen komen voor alternatieve plannen in de regio. Die verwachting tempert Karremans nu nadrukkelijk.
Alternatief Ring Utrecht
Karremans plaatst daarnaast grote vraagtekens bij het Alternatief Ring Utrecht zelf. Volgens de minister is het plan “onuitvoerbaar”. Het eerdere Tracébesluit werd door de Raad van State vernietigd vanwege de stikstofuitstoot en dat heeft volgens het ministerie ook gevolgen voor de plannen die de regio als alternatief naar voren heeft geschoven.
“Het ARU voldoet niet aan eisen van onder andere verkeersveiligheid, wegontwerp en doorstroming. Bovendien rust een groot deel van het ARU op een Tracébesluit dat door de Raad van State is vernietigd”, aldus het ministerie.

