Een werkgeversauto en een eigen leasecontract kunnen heel verschillend uitpakken, fiscaal lijkt het inkomen hoger, maar voor de hypotheek volgt een belangrijke correctie.
Een auto van de zaak kan invloed hebben op de berekening van een hypotheek, maar die invloed werkt anders dan veel werknemers en woningkopers mogelijk denken. Wie een zakelijke auto ook privé gebruikt, krijgt doorgaans te maken met fiscale bijtelling. Dat bedrag kan zichtbaar worden in het fiscale loon of SV-loon, maar is daarmee nog geen extra inkomen waarmee hogere hypotheeklasten kunnen worden betaald. Binnen de systematiek van Nationale Hypotheek Garantie (NHG) wordt daarom voor de auto van de zaak gecorrigeerd.
Bijtelling ontstaat wanneer een werknemer een door de werkgever ter beschikking gestelde auto ook privé gebruikt. Fiscaal wordt daarvoor een bedrag bij het loon opgeteld, waarover vervolgens belasting wordt geheven. Op papier kan het inkomen daardoor hoger uitvallen. De werknemer krijgt die bijtelling echter niet als extra salaris op zijn bankrekening.
hypotheek afsluiten
Juist dat verschil is van belang wanneer iemand een hypotheek wil afsluiten. Een geldverstrekker moet vaststellen welk inkomen kan worden gebruikt om de hypotheeklasten te dragen. Het zou daarbij een vertekend beeld geven wanneer de fiscale waarde van het privégebruik van een zakelijke auto zonder meer als extra salaris wordt beschouwd.
Uit de aangeleverde informatie van NHG blijkt dat bij de Inkomensbepaling Loondienst het SV-loon als basis kan dienen, waarna verschillende correcties worden toegepast. NHG geeft daarbij aan dat onder meer een auto van de zaak in mindering wordt gebracht. In de rekenregels voor de Inkomensbepaling Loondienst wordt nader omschreven dat het toetsinkomen wordt berekend waarbij rekening wordt gehouden met de waarde van de auto van de zaak. Ook een eventuele eigen bijdrage van de werknemer speelt daarbij een rol.
Daarmee ontstaat een belangrijke nuance. De correctie betekent niet zonder meer dat een werknemer vanwege een zakelijke auto ineens duizenden euro’s minder regulier salaris heeft voor de hypotheekberekening. De correctie moet vooral voorkomen dat het fiscale voordeel van de auto, wanneer dit al in het gebruikte loonbegrip is verwerkt, ten onrechte wordt gezien als daadwerkelijk beschikbaar inkomen.
fiscale bijtelling
Een werknemer met een regulier bruto loon van bijvoorbeeld 60.000 euro en een fiscale bijtelling van 10.000 euro kan daarom niet simpelweg stellen dat zijn inkomen voor de hypotheek 70.000 euro bedraagt. Die 10.000 euro wordt immers niet daadwerkelijk als aanvullend salaris uitgekeerd. Wanneer het fiscale of SV-loon waarin het autovoordeel is verwerkt het vertrekpunt vormt voor de inkomensberekening, moet voor de auto worden gecorrigeerd. De precieze uitkomst is afhankelijk van de gebruikte inkomensmethode en de beschikbare gegevens.
Daarmee wordt ook voorkomen dat een opmerkelijke situatie zou ontstaan waarbij een duurdere auto van de zaak, met een hogere fiscale bijtelling, automatisch zou leiden tot de mogelijkheid om een hogere hypotheek af te sluiten.
Voor werknemers kan het inkomen bij een hypotheek met NHG volgens de aangeleverde informatie onder meer worden vastgesteld met een werkgeversverklaring of met de Inkomensbepaling Loondienst. Bij die laatste methode worden onder andere het UWV-verzekeringsbericht en een recente loonstrook gebruikt. Welke uitkomst uiteindelijk wordt geaccepteerd, kan daarnaast afhangen van de gekozen methode en het acceptatiebeleid van de geldverstrekker.
private lease
Een belangrijk onderscheid moet worden gemaakt met private lease. Hoewel iemand zowel met een auto van de werkgever als met een private-leaseauto maandelijks in een auto kan rijden zonder daarvan zelf eigenaar te zijn, zijn de financiële gevolgen voor een hypotheek niet hetzelfde.
Bij private lease gaat de consument zelf een langdurige financiële verplichting aan. Die verplichting kan bij het BKR worden geregistreerd. Volgens de aangeleverde informatie toetst NHG private-autoleasecontracten aan de hand van de werkelijke lasten zoals die uit de BKR-registratie blijken. Daarmee kan private lease rechtstreeks gevolgen hebben voor de maximale leencapaciteit.
Bij een gebruikelijke auto van de zaak ligt dat anders. De werknemer heeft dan niet zelf een persoonlijke autolening afgesloten. Ook de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de werkgeversauto is op zichzelf geen consumptief krediet. Het verschil tussen beide situaties kan daardoor bij een hypotheekaanvraag aanzienlijk zijn.
Een werkgeversauto en een eigen leasecontract kunnen heel verschillend uitpakken.
Twee werknemers kunnen bijvoorbeeld in vergelijkbare auto’s rijden, terwijl hun hypotheekberekeningen toch anders uitpakken. Heeft de ene werknemer een auto die door zijn werkgever ter beschikking wordt gesteld en heeft de andere zelf een private-leasecontract afgesloten, dan is de financiële uitgangspositie niet hetzelfde. Bij de werkgeversauto speelt de correctie van het inkomen een belangrijke rol, terwijl bij private lease sprake is van een persoonlijke financiële verplichting.
voldoende bestendig
Voor ondernemers is de situatie complexer. Bij zzp’ers en andere ondernemers wordt het inkomen niet uitsluitend vastgesteld aan de hand van een loonstrook. De hypotheekverstrekker moet beoordelen welk ondernemersinkomen voldoende bestendig is. Daarbij spelen onder meer de resultaten van de onderneming een rol.
Autokosten en fiscale correcties kunnen in de administratie van een ondernemer zijn verwerkt. Toch betekent een fiscale boeking niet automatisch dat het economische inkomen in dezelfde mate verandert. Volgens de aangeleverde NHG-toetskaders voor de Inkomensverklaring Ondernemer kunnen fiscale correcties die het daadwerkelijk genoten inkomen niet veranderen, worden gecorrigeerd bij het bepalen van het toetsinkomen. De bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak wordt daarbij expliciet genoemd als aandachtspunt.
De redenering dat bijtelling bij een ondernemer automatisch de winst verlaagt en daardoor rechtstreeks voor een lagere maximale hypotheek zorgt, is daarom te eenvoudig. Van belang is hoe de auto binnen de onderneming is verwerkt, welke autokosten daadwerkelijk op het resultaat drukken en welke posten vooral een fiscale achtergrond hebben.
toetsinkomen
Voor woningkopers met een auto van de zaak is uiteindelijk niet alleen de hoogte van de bijtelling relevant. Veel belangrijker is welk inkomen na toepassing van de geldende regels daadwerkelijk als toetsinkomen wordt geaccepteerd. Het bedrag dat op een loonstrook, jaaropgave of andere fiscale registratie staat, vertelt daardoor niet altijd het volledige verhaal.
Dat kan extra belangrijk worden wanneer een werknemer een eigen bijdrage voor de zakelijke auto betaalt, van werkgever wisselt of daarnaast andere financiële verplichtingen heeft. Voor ondernemers komt daar de beoordeling van de bedrijfsresultaten en de verwerking van de autokosten bij.
De kern blijft dat fiscale bijtelling geen vrij besteedbaar extra salaris is. Het bedrag kan daarom niet zonder meer boven op het reguliere loon worden gezet om zo een hogere maximale hypotheek te berekenen. Tegelijkertijd is de stelling dat bijtelling automatisch het reguliere hypotheekinkomen met hetzelfde bedrag verlaagt eveneens te kort door de bocht. Wanneer de bijtelling al in het fiscale of SV-loon zit waarop de berekening wordt gebaseerd, is juist een correctie nodig om een realistisch toetsinkomen vast te stellen.
Private lease moet daarvan nadrukkelijk worden onderscheiden. Daar is sprake van een financiële verplichting van de consument zelf, die volgens de NHG-systematiek aan de hand van de werkelijke lasten uit de BKR-registratie kan worden meegenomen.
Voor woningkopers die in 2026 een hypotheek met NHG overwegen, speelt bovendien de hoogte van de NHG-grens. Volgens de aangeleverde informatie bedraagt die dit jaar 470.000 euro. Wanneer aan de voorwaarden voor energiebesparende voorzieningen wordt voldaan, ligt de grens op 498.200 euro.

