Het verkiezingsprogramma van de PVV voor de periode 2025-2029 bevat een uitgebreid hoofdstuk over mobiliteit en waterstaat.
De partij legt daarin sterk de nadruk op vrijheid voor automobilisten en ondernemers, en positioneert zich tegen maatregelen die voortkomen uit klimaat- en milieubeleid. Het programma ademt een duidelijke voorkeur voor meer asfalt, hogere snelheden en behoud van traditionele vervoersvormen, in combinatie met kritiek op de huidige staat van het openbaar vervoer.
140 kilometer
De auto wordt door de partij omschreven als “een vorm van vrijheid en welvaart” en volgens de PVV is de tijd van stilstand voorbij. Daarom wil men de maximumsnelheid op snelwegen verhogen naar 140 kilometer per uur, de hele dag door, mits dat veilig kan. Ook komt er geen rekeningrijden en wordt er nooit een verbod ingesteld op de verkoop van brandstofauto’s. Elektrisch rijden mag wel, maar zal nooit verplicht worden. Om de automobilist tegemoet te komen wil de partij bovendien in 2026 een forse verhoging van de brandstofaccijns voorkomen.
Opvallend is de kritiek op de provinciale opcenten in de motorrijtuigenbelasting. Dat geld belandt nu in de algemene kas, maar volgens de PVV moet dit een doelheffing worden. De opbrengsten zouden uitsluitend gebruikt moeten worden voor zaken die de automobilist direct raken, zoals extra asfalt, wegverbredingen en verkeersveiligheid.
zero-emissiezones
Een ander belangrijk punt is het afschaffen van alle zero-emissiezones. De partij stelt dat ondernemers met een brandstofbusje door die zones letterlijk uit hun eigen stad worden geweerd, terwijl de overstap naar een elektrische wagen voor velen onbetaalbaar is. Parkeerplaatsen mogen bovendien niet langer exclusief worden toegewezen aan elektrische auto’s; iedereen moet overal kunnen parkeren.
Op het gebied van fietsen richt de partij zich specifiek op de overlast van fatbikes. Er komt een aparte juridische voertuigcategorie met een minimumleeftijd van 16 jaar en een helmplicht. Voor andere elektrische fietsen worden geen maatregelen genomen.
Samenvattend zet de PVV in op maximale vrijheid voor automobilisten, ondernemers en reizigers, en keert zij zich tegen klimaatgedreven beperkingen. Hogere snelheden, lagere belastingen, afschaffing van emissiezones en forse investeringen in traditioneel vervoer vormen de kern. Tegelijkertijd wil de partij de betrouwbaarheid van het ov verbeteren, maar zonder verdere prijsstijgingen voor reizigers. Schiphol en Lelystad mogen groeien, en ook de scheepvaart wordt ontzien van extra verplichtingen.
Het spoor en openbaar vervoer krijgen eveneens aandacht. De PVV stelt dat de Nederlandse Spoorwegen structureel falen: bij bladeren op het spoor, sneeuw of hitte vallen treinen al snel uit. Ook bij normaal weer zijn er storingen en defecten, terwijl de kaartjes steeds duurder worden. De NS moet terug naar haar kerntaak: genoeg treinen, voldoende zitplaatsen en stipte dienstregelingen. Er mogen bovendien geen verdere prijsverhogingen komen.
spoorwegpolitie
Om de veiligheid in het ov te verbeteren wil de partij bodycams invoeren voor al het NS-personeel, een terugkeer van de Spoorwegpolitie en reisverboden voor “ov-tuig”. Het streekvervoer moet behouden blijven; verdere verschraling van het platteland is volgens de PVV onacceptabel.
Ook de luchtvaart komt uitgebreid aan bod. Schiphol, dat van groot belang wordt genoemd voor de economie en internationale handelspositie, mag groeien. Lelystad Airport moet zo snel mogelijk worden geopend, omdat het vliegveld volgens de partij volledig klaarstaat. De vliegtaks wordt niet verder verhoogd.
scheepvaart
Voor de scheepvaart en havens trekt de partij eveneens een duidelijke lijn. Er mag geen sprake zijn van gedwongen elektrificatie. Havens en andere vitale infrastructuur dienen altijd met een meerderheidsaandeel in Nederlandse, publieke handen te blijven.

