Pitane Image

Van een paar euro tot bijna twintig euro extra per nacht, grote verschillen tussen steden zorgen voor verrassend hoge rekening.

De toeristenbelasting in Nederland blijft stijgen en dat merkt de hotelgast direct in de portemonnee. Wie in 2026 een nachtje weg boekt, betaalt in veel steden niet alleen de kamerprijs, maar ook een extra heffing die in sommige gevallen flink kan oplopen. Vooral in de grote steden met een percentage van de kamerprijs tikt het bedrag snel aan, terwijl kleinere gemeenten vaak werken met een vast bedrag per persoon per nacht.

Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk hoe groot de verschillen zijn. Bij een gemiddelde hotelovernachting van 152,30 euro betaalt een toerist in Amsterdam maar liefst 19,04 euro extra. Daarmee is de hoofdstad veruit de duurste van het land. Utrecht volgt met 15,23 euro en Rotterdam komt uit op 9,90 euro. In steden waar een vast bedrag wordt gehanteerd, liggen de bedragen doorgaans lager. Den Haag en Haarlem rekenen 6,20 euro per persoon per nacht, terwijl Leeuwarden met 1,65 euro juist een van de goedkoopste gemeenten is.

toeristenbelasting van 12.50 %

De verschillen zijn grotendeels te verklaren door de manier waarop gemeenten de belasting berekenen. In het overgrote deel van Nederland gaat het om een vast bedrag per persoon per nacht. Maar een kleiner aantal steden kiest voor een percentage van de overnachtingsprijs. Juist dat systeem zorgt voor uitschieters, zeker wanneer hotelprijzen hoog liggen. 

De frustratie over de almaar stijgende toeristenbelasting klinkt steeds luider onder hotelgasten. Waar een stedentrip ooit draaide om een scherpe deal en een duidelijke prijs, worden reizigers nu steeds vaker geconfronteerd met extra kosten die de uiteindelijke rekening flink opstuwen. Een lezer deelt zijn ervaring na een verblijf in Amsterdam en legt daarmee de vinger op de zere plek.

“Ik boekte een kamer voor twee nachten in Amsterdam met een kamerprijs van 336,20 eur per nacht. Daar kwam nog eens 69.46 eur stadbelasting bovenop en dan had ik nog niet eens mijn auto geparkeerd wat nog eens 65,- eur extra was bij QPark Nieuwendijk ”, aldus een reactie van onze lezers.

In steden als Amsterdam loopt de toeristenbelasting snel op omdat deze wordt berekend als percentage van de overnachtingsprijs. Hoe hoger de kamerprijs per nacht, hoe hoger dus ook de belasting. Bij meerdere nachten stapelt dat effect zich direct op, waardoor de extra kosten in korte tijd kunnen oplopen tot tientallen euro’s.

LIVE
Pitane Blue Nieuwsradio
Status: beschikbaar

Gemeenten verhogen de toeristenbelasting al jaren gestaag. De opbrengsten verdwijnen in de algemene middelen, waardoor steden vrij zijn in hoe ze het geld besteden. Voor populaire bestemmingen is het een aantrekkelijke manier om inkomsten te genereren, zeker nu het toerisme weer aantrekt.

Ook Utrecht heeft in 2026 een stap gezet door het percentage te verhogen van 8,5 naar 10 procent. Dat lijkt op papier een beperkte stijging, maar in de praktijk betekent het dat toeristen per nacht enkele euro’s extra kwijt zijn. Rotterdam houdt vast aan 6,5 procent, wat in vergelijking met de andere grote steden relatief gematigd is.

Voor reizigers betekent dit dat het steeds belangrijker wordt om goed naar de totale prijs te kijken. De kamerprijs per nacht is slechts een deel van het verhaal. Belastingen en bijkomende kosten bepalen uiteindelijk wat een verblijf echt kost.

(Tekst loopt door onder de foto)
receptie
Foto: © Pitane Blue - receptie

Wat begint als een aantrekkelijk aanbod per nacht, kan zo eindigen in een totaalbedrag dat flink hoger uitvalt. En precies dat zorgt voor groeiende irritatie onder hotelgasten die zich verrast voelen door de uiteindelijke rekening.

Landelijk gezien is de trend duidelijk stijgend. Het gewogen gemiddelde van de toeristenbelasting komt in 2026 uit op 4,54 euro per hotelovernachting. Dat is een stijging van 8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Opvallend is dat de mediaan veel lager ligt, namelijk 2,15 euro. Dat verschil laat zien dat een klein aantal grote en toeristische gemeenten het gemiddelde sterk omhoog trekt.

Niet alleen de grote steden zorgen voor stijgingen. Ook kleinere gemeenten verhogen hun tarieven soms fors. Zo wordt Pijnacker-Nootdorp genoemd als grootste stijger. Aalsmeer volgt met een stijging nadat de gemeente overstapte naar een percentage van de overnachtingsprijs.

vrijheid gemeente

Dat toeristenbelasting zo uiteenloopt, heeft ook te maken met de vrijheid die gemeenten hebben. De opbrengsten verdwijnen in de algemene middelen en zijn niet verplicht bestemd voor toerisme of voorzieningen voor bezoekers. Daardoor kan de heffing ook worden gebruikt om gaten in de begroting te dichten. Voor de reiziger betekent dit dat dezelfde hotelovernachting afhankelijk van de locatie tientallen euro’s duurder kan uitvallen.

Voor wie een stedentrip plant, loont het dus om verder te kijken dan alleen de kamerprijs. In steden met lage vaste tarieven blijft de extra heffing vaak beperkt tot enkele euro’s. Maar in populaire bestemmingen met procentuele tarieven kan de rekening flink oplopen, zeker bij duurdere hotels. Bij meerdere personen in één kamer wordt het verschil nog groter, omdat vaste bedragen per persoon worden berekend en dus snel verdubbelen.

De verwachting is dat de stijgende lijn voorlopig aanhoudt. Gemeenten blijven zoeken naar extra inkomsten en toeristenbelasting is daarvoor een relatief eenvoudige knop om aan te draaien. Voor reizigers betekent dit dat een nachtje weg in eigen land langzaam maar zeker duurder wordt, zonder dat de hotelprijs zelf per se stijgt.

QR
Gerelateerde artikelen: