De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft een opvallende beslissing genomen die meteen heel wat reacties uitlokt.
Voortaan zullen buschauffeurs jaarlijks tot drie lichte verkeersovertredingen terugbetaald krijgen. Pas vanaf een vierde overtreding binnen een periode van twaalf maanden moeten zij de boete zelf ophoesten. Het nieuwe systeem geldt voortaan uniform in heel Vlaanderen en moet komaf maken met de grote verschillen die er tot nu toe bestonden tussen de provincies.
Volgens minister van Mobiliteit Annick De Ridder was die ongelijkheid al langer een doorn in het oog. In het oude systeem hing het immers sterk af van waar een chauffeur reed hoeveel hij zelf moest betalen na een overtreding. “Afhankelijk van de provincie waar men reed, betaalden buschauffeurs in het oude systeem na een overtreding een hogere of lagere eigen bijdrage van een verkeersboete”, legt De Ridder uit. De cijfers spreken voor zich: in 2024 betaalden chauffeurs in Limburg bijna de helft van hun boetes zelf, terwijl dat aandeel in Antwerpen slechts 13,5 procent bedroeg.
nieuwe regeling
Met de nieuwe regeling wil De Lijn een duidelijk en eenduidig kader scheppen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het aantal overtredingen, maar ook naar de ernst ervan. Lichte overtredingen, zoals een snelheidsovertreding van maximaal tien kilometer per uur, worden dus tot drie keer per jaar terugbetaald. Vanaf de vierde overtreding binnen dezelfde periode draait de chauffeur zelf op voor de kosten.
Ook voor iets zwaardere snelheidsovertredingen voorziet het systeem een tussenkomst, maar onder strikte voorwaarden. De Lijn betaalt één boete voor een overschrijding van meer dan tien kilometer per uur, op voorwaarde dat de chauffeur zich de twaalf maanden nadien niet opnieuw schuldig maakt aan een gelijkaardige overtreding. Gebeurt dat wel, dan moet de chauffeur niet alleen de tweede boete, maar ook de eerste volledig zelf betalen.
Voor zware inbreuken geldt er echter geen enkele tolerantie. Overtredingen zoals rijden onder invloed van alcohol of drugs, of het gebruik van een gsm achter het stuur, worden altijd volledig doorgeschoven naar de werknemer. Daarover bestaat geen discussie.
Minister De Ridder benadrukt dat het systeem net bedoeld is om chauffeurs bewuster te maken van hun verantwoordelijkheid. “Want wie elke dag verantwoordelijk is voor het veilig vervoeren van duizenden reizigers, draagt ook een grote verantwoordelijkheid in het verkeer. Verkeersveiligheid moet altijd vooropstaan, voor chauffeurs, reizigers én alle andere weggebruikers.”
Toch klinkt er niet alleen applaus. Hoewel de vakbonden zich tevreden tonen met de nieuwe uniforme regeling, reageren verkeersveiligheidsorganisaties eerder terughoudend. Bij verkeersinstituut Vias wordt de maatregel zelfs openlijk in vraag gesteld. Woordvoerder Stef Willems wijst op het principe achter verkeersboetes.
Ook de organisatie Ouders van Verongelukte Kinderen plaatst vraagtekens bij de aanpak. Zij pleiten eerder voor sensibilisering dan voor het terugbetalen van boetes. “Het is belangrijk dat De Lijn zicht heeft op hoeveel overtredingen chauffeurs begaan. Zij die dan geregeld in de fout gaan, zouden beter een extra les krijgen rond verkeersveiligheid, met een bijzondere aandacht voor de zwakke weggebruiker.” Volgens hen kan een dergelijke aanpak meer effect hebben op lange termijn. “Zo worden ze zich bewuster van het gevaar dat ze creëren en kunnen ze hun gedrag bijsturen. Dat zal doeltreffender zijn dan het kwijtschelden van boetes.”
De nieuwe regeling zet het debat over verantwoordelijkheid en verkeersveiligheid opnieuw op scherp. Waar de ene partij spreekt van een eerlijke en uniforme aanpak, vrezen anderen dat het signaal naar chauffeurs en andere weggebruikers verkeerd kan uitpakken.
Bron: Belga

