Fietsfabrikant Accell, bekend van merken als Babboe, Batavus en Sparta, blijft financiële problemen houden.
Accell Group, de Europese fabrikant van fietsen en fietsonderdelen met wereldwijde activiteiten, heeft uitstel van betaling gekregen voor zijn Nederlandse onderdelen. Daarmee komt een nieuwe fase aan in de financiële problemen van het bedrijf, nadat een reeks ingrijpende maatregelen eerder dit jaar niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd.
De onderneming maakte bekend dat na een uitgebreide zoektocht naar oplossingen geen levensvatbaar scenario is gevonden om de activiteiten in de huidige vorm voort te zetten. De rechtbank heeft daarom voorlopige surseance van betaling verleend aan de Nederlandse entiteiten van de groep. Dat betekent dat Accell tijdelijk bescherming krijgt tegen schuldeisers, terwijl wordt gekeken naar een mogelijke herstructurering of andere uitweg.
duurzame toekomst
Eerder dit jaar leek er nog perspectief. In februari werd na een ingrijpende operationele herstructurering een akkoord bereikt met aandeelhouders en kredietverstrekkers. Dat akkoord voorzag in extra financiering en een forse verlaging van de schuldenlast. In dat kader ging het eigendom van Accell over naar de geldverstrekkers. Die constructie was nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke oplossing en niet als blijvende situatie.
Na die ingreep zijn het bedrijf en zijn adviseurs intensief op zoek gegaan naar een duurzame toekomst. Daarbij werd gesproken met meerdere geïnteresseerde partijen en zijn verschillende biedingen overwogen. Ook werd gewerkt aan het verkrijgen van goedkeuring van toezichthouders voor een mogelijke fusie. Ondanks deze inspanningen bleef een doorbraak uit.
De directie concludeert nu dat alle realistische opties zijn onderzocht en dat geen daarvan heeft geleid tot een oplossing die het voortbestaan van de groep in de huidige vorm kan garanderen. Tegelijkertijd is vastgesteld dat Accell niet langer in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen wanneer die opeisbaar worden. Volgens het bestuur is het starten van insolventieprocedures voor de betrokken dochterondernemingen daarom onvermijdelijk.
Topman Jonas Nilsson spreekt van een bijzonder moeilijke situatie. “This is a deeply sad and frustrating situation given all the hard work and everything we have achieved, with the support of shareholders and lenders, to restructure Accell’s operations and finances,” aldus de CEO. Hij benadrukt dat de ontwikkelingen niet alleen het bedrijf raken, maar ook een brede groep betrokkenen. “It is an especially difficult moment for our employees, creditors, customers, suppliers, and partners.”
De ontwikkelingen rond Accell volgen elkaar daarmee in hoog tempo op. Waar eerder dit jaar nog werd ingezet op herstel en een nieuwe financiële basis, lijkt de realiteit nu een stuk grimmiger. De komende weken zullen bepalend zijn voor de toekomst van een van de bekendere namen in de Europese fietsenindustrie.
Nilsson geeft aan dat de organisatie alles op alles heeft gezet om een uitweg te vinden. “Every realistic option for the future of the business has been tirelessly explored, and none have resulted in a solution to continue the Group in its current form.” Daarmee onderstreept hij dat de stap naar surseance geen overhaaste beslissing is geweest, maar het resultaat van een langdurig en intensief proces.
werkgelegenheid
De komende periode staat in het teken van het in goede banen leiden van de procedure. Het bedrijf wil daarbij zo veel mogelijk duidelijkheid bieden aan alle betrokkenen en samenwerken met de door de rechtbank aangestelde bewindvoerders. “Our immediate focus is to support an orderly process, provide clarity wherever possible, and work with the relevant court-appointed administrators to preserve viable activities and employment where circumstances allow,” aldus Nilsson.
Wat de exacte gevolgen zullen zijn voor werknemers, leveranciers en klanten is op dit moment nog onduidelijk. Accell heeft aangegeven meer informatie te delen zodra die beschikbaar komt. De hoop is dat delen van de activiteiten kunnen worden behouden en dat werkgelegenheid waar mogelijk veiliggesteld kan worden.

